LEERWERKBOEK NIVEAU 4
Fiscale kennis
BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Fiscale kennis maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen zoals dat geldt vanaf augustus 2016.
financiele beroepen
Het boek Fiscale kennis biedt voor de bedrijfsadministrateur en de junior assistent-accountant de kennis en wettelijke richtlijnen rond aangifte omzetbelasting, aangifte inkomstenbelasting en loonaangifte. Verder wordt de nodige kennis aangeboden voor de heffing van vennootschapsbelasting en speciaal voor de JAA: de heffing inkomstenbelasting voor ondernemers in het kleinbedrijf.
Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’. Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken en (leer)werkboeken, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. Het leerwerkboek bestaat uit twee delen. Het eerste deel, theorie, geeft een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. In het tweede deel gaat de student aan de slag. Na oriënterende vragen en kennisvragen krijgt de student met routineopgaven, praktijktaken en een integrale casus de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken.
Fiscale kennis LEERWERKBOEK
Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld.
BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1)
THEO VAN DE VEERDONK PIETER MIJNSTER
9 789006 640953
Voorwoord Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Met het verschijnen van het nieuwe kwalificatiedossier 2015 introduceert ThiemeMeulenhoff de volledig herziene methode BV in Balans. De herziene methode sluit, binnen de kaders van dit kwalificatiedossier, aan op de toetsmatrijzen van de SPL. Drie belangrijke kenmerken van BV in Balans zijn: • Dé methode voor ondersteunend leren of u nu klassikaal met de studenten aan de slag wilt of de studenten meer zelfstandig wilt laten werken. • Sterk didactisch concept. De methode houdt rekening met de verschillende leerstijlen van studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Grote verscheidenheid aan leermiddelen. De theorieboeken, werkboeken en leerwerkboeken bieden een groot scala aan materiaal voor de studenten om mee te oefenen. Het leerwerkboek bestaat uit een theoriedeel en een opdrachtendeel. De hoofdstukken van het theoriedeel kennen de volgende structuur. • Een inleiding met een schema dat een overzicht geeft van de inhoud van het hoofdstuk. De inleiding bevat ook steeds een uitdaging voor de student. Doel van deze uitdaging is de student zich bewust te laten worden dat er een gemis aan kennis en vaardigheden is en dat met de inhoud van dit hoofdstuk dit gemis wordt opgevuld. • De leerstof van het hoofdstuk is verdeeld in paragrafen. De heldere voorbeelden helpen bij het verwerken van de stof. • Een begrippenlijst. • Een checklist aan het eind van het hoofdstuk waarmee de student kan nagaan of hij de inhoud van het hoofdstuk heeft begrepen en kan toepassen. De checklist eindigt met de uitdagende vraag van de inleiding, waarvoor de student nu over de benodigde kennis en vaardigheden beschikt om deze aan te gaan! • Om de leesbaarheid te vergemakkelijken is de tekst voorzien van margewoorden. De hoofdstukken van het opdrachtendeel kennen de volgende structuur. • Start met een oriëntatie op het onderwerp waarbij de student uitgedaagd wordt voorkennis te activeren of actief op zoek te gaan naar inhoud. • Het kennisdeel zorgt ervoor dat de student de theorie doorneemt en de feiten, begrippen en verbanden in de leerstof leert. • Met de routineopgaven gaat de student aan de slag met het oefenen van vaardigheden op het basisniveau. • De praktijktaken lijken door de context waarin ze zijn geplaatst, meer op echte problemen die de student moet oplossen, waarbij kennis en routinematig handelen onmisbaar zijn. • De integrale casus zet de student nogmaals aan het werk met alle leerstof uit het hoofdstuk. Deze casus kan aangemerkt worden als een miniproeve over het hoofdstuk. • Met de gesloten vragen Test je kennis en inzicht kan de student controleren of hij de begrippen en verbanden in voldoende mate kent. Test je kennis en inzicht kan uiteraard ook als instapper worden gebruikt wanneer met dit hoofdstuk wordt begonnen. • Voor persoonlijke ontwikkeling blikt de student altijd terug op het proces met de reflectievragen aan het eind van het hoofdstuk. • Als hulpmiddel bij de planning is het opdrachtendeel voorzien van een tijdsaanduiding per onderdeel. De vermelde tijdseenheid is haalbaar voor de gemiddelde student die serieus met zijn werk aan de slag gaat. De tijdsaanduiding is zeker niet bedoeld om de student uit te dagen om het werk binnen deze tijd af te ronden.
Inhoudsopgave Theorie 1 Aangifte omzetbelasting 7 Inleiding 8 1.1 Aangifteformulier omzetbelasting 10 1.2 Het belang van een foutloze factuur voor de aangifte omzetbelasting 12 1.3 Indeling grootboek en het aangifteformulier voor de omzetbelasting 14 1.4 Belastingplichtigen voor de aangifte omzetbelasting 19 1.5 Maatstaf voor de heffing van omzetbelasting 21 1.6 Soorten leveringen volgens de Wet op de omzetbelasting 24 1.7 Tarieven voor de omzetbelasting 25 1.8 Bijzondere regelingen 32 1.9 De af te dragen omzetbelasting vaststellen 38 1.10 Elektronische aangifte omzetbelasting 41 Begrippenlijst 46 Checklist 48 2 Aangifte loonheffingen 49 Inleiding 50 2.1 Administratieve verplichtingen ten aanzien van de loonheffingen 52 2.2 De loonberekening 55 2.3 Bijzondere verloningen 73 2.4 Afdrachtvermindering van de loonheffingen 84 2.5 Correcties verwerken 87 Begrippenlijst 90 Checklist 93 3 Aangifte inkomstenbelasting 95 Inleiding 96 3.1 Wet inkomstenbelasting 2001 98 3.2 Fiscaal partnerschap 102 3.3 Box 1: inkomen uit werk en woning 104 3.4 Box 2: aanmerkelijk belang 117 3.5 Box 3: inkomen uit sparen en beleggen 119 3.6 Persoonsgebonden kosten 123 3.7 Heffingskortingen 126 3.8 Winst uit onderneming 128 Begrippenlijst 133 Checklist 137 4 Aangifte vennootschapsbelasting 139 Inleiding 140 4.1 Wet op de vennootschapsbelasting 142 4.2 Grondslag voor de vennootschapsbelasting 144 4.3 Het tarief en belastbare bedrag 148 4.4 Verliesverrekening met winsten uit het verleden en de toekomst 154 4.5 Inkomstenbelasting versus vennootschapsbelasting 155 Begrippenlijst 157 Checklist 158 Addendum 159 Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) 160 Begrippenlijst 165
Opdrachten 1 Aan de slag met ‘Aangifte omzetbelasting’ 171 Oriëntatie en kennis 172 Routine 188 Praktijk 194 Integrale casus 217 Reflecteer op je werkzaamheden 229 Test je kennis en inzicht 230 2 Aan de slag met ‘Aangifte loonheffingen’ 233 Oriëntatie en kennis 234 Routine en praktijk 252 Integrale casus 275 Reflecteer op je werkzaamheden 290 Test je kennis en inzicht 291 3 Aan de slag met ‘Aangifte inkomstenbelasting’ 294 Oriëntatie en kennis 295 Routine 317 Praktijk 353 Integrale casus 368 Reflecteer op je werkzaamheden 384 Test je kennis en inzicht 386 4 Aan de slag met ‘Aangifte vennootschapsbelasting’ 389 Oriëntatie en kennis 390 Routine 398 Praktijk 401 Integrale casus 405 Reflecteer op je werkzaamheden 410 Test je kennis en inzicht 411 Eindantwoorden 413 Register 417
ď ľ 1 Aangifte omzetbelasting
FISCALE KENNIS
Inleiding De Wet aangifte omzetbelasting geeft aan hoe je als belastingplichtige om moet gaan met het aangeven van de verschuldigde btw. De wet maakt duidelijk welke eisen er gelden voor de aangifte, maar ook voor de facturen waarop de te betalen btw wordt vermeld. Er zijn verschillende soorten leveringen van goederen en/of diensten. In het schema zie je welke in dit hoofdstuk aan bod komen. Iedere levering heeft een maatstaf voor het berekenen van de omzetbelasting die de Belastingdienst heft. Hiervoor worden verschillende tarieven gehanteerd. In de wet zijn tabellen opgenomen waarin staat vermeld onder welk tarief bepaalde goederen of diensten vallen. Er zijn ook goederen en diensten vrijgesteld van btw. Wat dat inhoudt, leer je in dit hoofdstuk. Zoals alle wetten kent ook de Wet aangifte omzetbelasting bijzondere regelingen en uitzonderingen. Zo kun je te maken krijgen met het kasstelsel of factuurstelsel, maar ook de KOR of de verleggingsregeling kom je met regelmaat in de praktijk tegen. Uiteindelijk moet je als ondernemer het aangifteformulier omzetbelasting regelmatig invullen en opsturen naar de Belastingdienst. Dit dient elektronisch te gebeuren en heel belangrijk, ook op tijd. Leuker kan de Belastingdienst het de ondernemers niet maken, mogelijk nog wel makkelijker. De uitdaging Vul voor de afgelopen periode de aangifte omzetbelasting in en houd daarbij rekening met het privĂŠgebruik van de zakelijke auto, leveringen in binnenland, intracommunautaire leveringen en verwervingen en de verlegde btw. Benader de Belastingdienst ook in verband met oninbare vorderingen die we al hebben betaald. Dit is een lastige klus. Neem dit hoofdstuk aandachtig door, dan blijkt dat je begrijpt wat je wordt gevraagd.
ď ľ 8
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
De leerstof van het hoofdstuk Aangifte omzetbelasting bevat veel voorbeelden. Volg deze voorbeelden steeds aandachtig en maak eventueel aantekeningen zodat de leerstof beter blijft hangen.
ď ľ 9
FISCALE KENNIS
1.1
Aangifteformulier omzetbelasting
Indirecte belasting De btw is een indirecte belasting. Dat betekent dat niet de gebruiker de belasting afdraagt, maar dat anderen die afdragen, de belastingplichtigen. Als je in een winkel een mobieltje koopt, betaal jij wel de btw, maar de winkelier is de belastingplichtige. Hij moet de Belastingdienst ontvangen btw aan de Belastingdienst afdragen. Verbruiksbelasting De btw is ook een verbruiksbelasting. Daarmee wordt bedoeld dat het doel van de belasting het belasten van het verbruik van goederen en of diensten is. Neem als voorbeeld het mobieltje dat je net hebt gekocht. Het is jouw doel om die telefoon te gebruiken (verbruiken). Het mobieltje is een goed, dus het wordt belast. Zowel in de praktijk als in de theorie worden de twee begrippen omzetbelasting en btw gebruikt. Je kunt beide begrippen gebruiken, maar wettelijk spreek je van omzetbelasting. belasting over de Btw staat voor belasting over de toegevoegde waarde. Dat betekent dat elke ondernemer toegevoegde alleen over de toegevoegde waarde per saldo afdracht doet van de btw. In voorbeeld 1 zie je waarde een eenvoudig voorbeeld om dit te verhelderen. btw
Voorbeeld 1 Gegeven Een bedrijfskolom bestaat uit drie ondernemers; een agrariër, een fabrikant en een snackbar. Om het voorbeeld eenvoudig te houden koopt de agrariër niets in. Hij verkoopt geoogste aardappelen aan de fabriek voor € 100 exclusief btw. Aardappelen vallen onder het 6%tarief, dus de fabrikant moet € 106 betalen. De fabrikant wast, schilt en snijdt de aardappelen tot friet en hij verkoopt de partij voor € 150 exclusief btw aan de snackbar. De snackbar krijgt een rekening inclusief btw van € 159 van de fabrikant. De snackbar verkoopt de partij friet aan vele consumenten die in totaal € 250 exclusief btw betalen. 6% van € 250 is € 15 btw.
► De consument betaalt uiteindelijk de btw, de ondernemer draagt haar af Gevraagd Hoeveel omzetbelasting draagt elke ondernemer af aan de Belastingdienst?
10
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Uitwerking Agrariër
Omzet
Omzetbelasting
Verkoop
€
100
€
6
Inkoop
€
0
€
0
Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst
€
6
Fabriek
Omzet
Omzetbelasting
Verkoop
€
150
€
9
Inkoop
€
100
€
6
Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst
€
3
Snackbar
Omzet
Omzetbelasting
Verkoop
€
250
€
15
Inkoop
€
150
€
6
€
6
Per saldo af te dragen aan de Belastingdienst
In totaal ontvangt de Belastingdienst van de verschillende ondernemers: • Agrariër € 6 • Fabrikant € 3 • Snackbar € 6 Totaal € 15 De toegevoegde waarde per ondernemer is het verschil tussen de verkoop en de inkoop. Het btw-tarief, in dit geval 6%, vermenigvuldigd met de toegevoegde waarde is gelijk aan het per saldo af te dragen verschuldigde bedrag aan de Belastingdienst. Ondernemer
Verkoop
Inkoop
Toegevoegde waarde
6% btwafdracht
Agrariër
€
100
€
0
€
100
€
6
Fabriek
€
150
€
100
€
50
€
3
Snackbar
€
250
€
150
€
100
€
6
Alles wat een onderneming doet met betrekking tot de btw moet worden verantwoord op het aangifteformulier omzetbelasting.
11
FISCALE KENNIS
1.2
Het belang van een foutloze factuur voor de aangifte omzetbelasting
Je kent de wettelijke eisen voor een factuur. Daarnaast kan een onderneming bedrijfseisen stellen, waar een factuur aan moet voldoen. Algemene Wet inzake Rijksbelastingen AWR
De AWR staat voor de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen, de overkoepelende wet die betrekking heeft op alle belastingen. In artikel 67ca AWR staat een verwijzing naar de Wet op de omzetbelasting over het maken van een factuur. Als een inspecteur van de Belastingdienst in een factuur fouten constateert, dan kan hij een boete van maximaal € 5.278 per fout opleggen. ‘De bevoegdheid tot het opleggen van de in het eerste lid bedoelde boete vervalt door verloop van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de verplichting is ontstaan.’ De inspecteur van de Belastingdienst dient deze boete wel op te leggen binnen vijf jaar na het jaar dat de factuur is uitgereikt. Fouten in facturen hebben consequenties
Als je in de financiële administratie facturen accepteert die fouten bevatten, mag je ze niet meenemen in de aangifte omzetbelasting. Ook als de factuur bijvoorbeeld geen btw bevat, maar je weet dat er 21% btw is berekend, kun je niet zelf gaan rekenen en de btw als voorbelasting voorbelasting in mindering brengen. Andere fouten kunnen zijn dat de tenaamstelling verkeerd is, of dat een factuur geen factuurdatum of factuurnummer, geen btw-nummer of KvK-nummer bevat. Een ondernemer heeft de verplichting om een correcte factuur te maken. Ontdek je fouten, dan is het verstandig om de factuur terug te sturen met het verzoek een juiste factuur te zenden. Artikel 35a Wet op de omzetbelasting lid 1 anno 2015 1 Op de factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht: a de datum van uitreiking van de factuur; b een opeenvolgend nummer, met één of meer reeksen, waardoor de factuur eenduidig wordt geïdentificeerd; c het btw-identificatienummer waaronder de ondernemer de goederenleveringen of de diensten heeft verricht; d het btw-identificatienummer van de afnemer waaronder hij een goederenlevering of een dienst heeft afgenomen waarvoor hij tot voldoening van de belasting is gehouden of waaronder hij een goederenlevering als bedoeld in de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, heeft afgenomen; e de volledige naam en het volledige adres van de ondernemer en zijn afnemer; f de hoeveelheid en de aard van de geleverde goederen of de omvang en de aard van de verrichte diensten; g de datum waarop de goederenlevering of de dienst heeft plaatsgevonden of voltooid is, of de datum waarop de in artikel 34c, eerste lid, onderdelen d en e, bedoelde vooruitbetaling is gedaan, voor zover die datum vastgesteld is en verschilt van de uitreikingsdatum van de factuur;
12
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
h de vergoeding voor elk tarief of elke vrijstelling, de eenheidsprijs, belasting niet inbegrepen, evenals de eventuele vooruitbetalingskortingen, prijskortingen en -rabatten indien die niet in de eenheidsprijs zijn inbegrepen; i het toegepaste tarief van de belasting; j het te betalen bedrag van de belasting, tenzij er een bijzondere regeling van toepassing is waarvoor deze wet die vermelding uitsluit; k wanneer de afnemer die een prestatie afneemt de factuur uitreikt in plaats van degene die de prestatie verricht, de vermelding «factuur uitgereikt door afnemer»; l in geval van een vrijstelling of van leveringen met toepassing van de bij deze wet behorende tabel II, onderdeel a, post 6, enige aanduiding daarvan; m wanneer de afnemer tot voldoening van de belasting is gehouden, de vermelding «btw verlegd»; n in geval van levering van een nieuw vervoermiddel onder de in tabel II, onderdeel a, post 6, bedoelde voorwaarden, de gegevens die nodig zijn om te bepalen of een vervoermiddel een nieuw vervoermiddel is; o wanneer de bijzondere regeling voor reisbureaus wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling reisbureaus»; p wanneer een van de bijzondere regelingen voor gebruikte goederen, kunstvoorwerpen, voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten wordt gehanteerd, de vermelding «bijzondere regeling – gebruikte goederen», «bijzondere regeling – kunstvoorwerpen», respectievelijk «bijzondere regeling – voorwerpen voor verzamelingen of antiquiteiten»; q wanneer de belasting wordt voldaan door een fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g, het btw-identificatienummer van deze fiscaal vertegenwoordiger, samen met zijn volledige naam en adres.
Lid 1d is weergegeven in een andere kleur om je daar bewust van te maken. Als je zaken doet met een ondernemer uit een andere lidstaat moet je ook zijn btw-identificatienummer op de factuur vermelden. In artikel 35a wordt bij lid 1d verwezen naar tabel II, onderdeel a, post 6. Die staat hieronder weergegeven.
Bron: www.wetten.overheid.nl Je maakt in de praktijk regelmatig mee dat je als consument iets in een winkel koopt en dat je geen factuur krijgt. Als je erom vraagt, krijg je hooguit een kassabon. Hiermee heeft een aantal ondernemers toch voldaan aan de verplichting om een factuur uit te reiken. Een bepaalde categorie ondernemers is namelijk niet verplicht om een volledige factuur te maken zoals hierboven is beschreven. Deze verplichting is er wel als ondernemers met elkaar handeldrijven, maar zodra je aan consumenten levert, kan het zijn dat een eenvoudige factuur voldoende is. De vereenvoudigde factuur geldt onder andere voor: • een detailhandelaar; • als het factuurbedrag maximaal € 100 (incl. btw) is.
13
FISCALE KENNIS
In artikel 35a Wet op de omzetbelasting lid 2 staat daarover het volgende. 2 Op een vereenvoudigde factuur zijn de volgende vermeldingen verplicht: • de datum van uitreiking van de factuur; • de identiteit van de ondernemer die de goederenlevering of de dienst verricht; • de aard van de geleverde goederen of de verrichte diensten; • het te betalen bedrag van de belasting of de gegevens aan de hand waarvan dat bedrag kan worden berekend; • wanneer de uitgereikte factuur een document of bericht is dat overeenkomstig artikel 34f als factuur geldt, een specifieke en ondubbelzinnige verwijzing naar de oorspronkelijke factuur, met specifieke vermelding van de aangebrachte wijzigingen. Een detailhandelaar hoeft alleen een factuur uit te reiken als de klant die ondernemer is erom vraagt of als je weet dat hij ondernemer is. Gaat het om een particulier, dan volstaat een kassabon.
1.3
Indeling grootboek en het aangifteformulier voor de omzetbelasting
Het aangifteformulier voor de omzetbelasting heeft een standaardopmaak en bestaat uit vijf rubrieken (zie het formulier). 1 leveringen en/of diensten binnenland 2 verleggingsregelingen: btw naar u verlegd 3 leveringen naar het buitenland 4 leveringen vanuit het buitenland 5 voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal Verzoek voor correcties Er bestond ook nog een rubriek 6. Die is niet komen te vervallen, maar deze rubriek loopt niet meer via de aangifte. Het gaat dan om correcties in het geval dat een debiteur gedeeltelijk of niet betaalt. Er zijn situaties, zoals een faillissement of een verdwijning, waardoor je btw misloopt die je al eerder in rekening hebt gebracht en zelfs al hebt afgedragen aan de Belastingdienst. Je kunt dan een verzoek indienen bij de Belastingdienst om de te veel afgedragen btw terug te krijgen.
► In de bouw is het verleggen van btw heel gebruikelijk
14
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Rubriek 1 Leveringen en/of diensten binnenland In dit deel van de aangifte verantwoord je alle leveringen en diensten in Nederland. Ook het privégebruik van de ondernemer kun je hier aangeven. Rubriek 2 Verleggingsregelingen: btw naar u verlegd Hier moet je alle omzet en omzetbelasting van de aangifte verantwoorden die niet bij jou als ondernemer thuishoren, maar waarvoor je wel verantwoordelijk bent. Dit staat ook bekend onder de term verleggingsregeling. In de bouwsector is het verleggen van de btw heel normaal. Als je de btw verlegt, dan wordt de btw door een andere ondernemer afgedragen aan de Belastingdienst. Op jouw aangifte vermeld je dan bij rubriek 1e de omzet die je hebt verlegd naar de andere ondernemer. Let op: hier hoef je dan geen btw te vermelden. Wel is vereist dat je op jouw facturen voor de andere ondernemer ‘btw verlegd’ vermeldt. De andere ondernemer waar jij de btw naar hebt verlegd, vermeldt de omzet op zijn aangifte bij rubrieken 2a en 5b op het aangifteformulier. Bij rubriek 2a is het net alsof je het bedrag hebt ontvangen en bij rubriek 5b trek je hetzelfde bedrag weer af als voorbelasting die je hebt betaald. Per saldo is het bedrag dan € 0.
15
verleggingsregeling
FISCALE KENNIS
Rubriek 3 Leveringen naar het buitenland Hier hoef je alleen de omzetten te vermelden. Als je aan een ondernemer in een land buiten uitvoer de EU levert, heet dat uitvoer. Als je levert aan een ondernemer binnen de EU, dan heet dat intracommunau- een intracommunautaire levering. Voor uitvoer en intracommunautaire levering geldt het taire levering 0%-tarief.
bestemmingslandbeginsel btw-identificatienummer oorsprongslandbeginsel intracommunautaire verwerving invoer
Rubriek 4 Leveringen vanuit het buitenland In dit deel van de aangifte omzetbelasting vermeld je de omzet en de btw van ondernemers die leveren vanuit het buitenland. Ook deze ondernemers leveren met het 0%-tarief. Jij moet als Nederlandse ondernemer dan in de aangifte de omzet vermelden, maar ook de btw opvoeren die in Nederland geldig is, het zogenoemde bestemmingslandbeginsel. Vervolgens mag je die ook weer als voorbelasting bij rubriek 5b in mindering brengen. Bij het bestemmingslandbeginsel is wettelijk geregeld dat het btw-identificatienummer van beide ondernemers op de factuur moet staan. Is dat niet het geval, dan geldt het oorsprongslandbeginsel. Bij het oorsprongslandbeginsel geldt het btw-tarief van het land waar het goed of de dienst wordt verkocht. Het is dus van groot belang dat de ondernemer die met het buitenland zaken doet een juiste factuur krijgt die aan alle wettelijke eisen voldoet. Een levering vanuit de EU noem je een intracommunautaire verwerving. Is er sprake van een levering door een ondernemer uit een land van buiten de EU, dan noem je dat invoer. Rubriek 5 Voorbelasting, kleineondernemersregeling, schatting en eindtotaal Dit deel van het formulier bestaat uit een aantal subonderdelen. • Bij rubriek 5a Verschuldigde omzetbelasting tel je alle omzetbelasting van hoofdstuk 1 tot en met 4 bij elkaar op. • Bij rubriek 5b Voorbelasting mag je alle btw vermelden die je als ondernemer aan je crediteuren hebt betaald. Bovendien mag je ook als voorbelasting, de verlegging en de intracommunautaire verwerving en invoer opvoeren, wat de omzetbelasting betreft. • Bij rubriek 5c Subtotaal bereken je het verschil tussen rubrieken 5a en 5b. • Het onderdeel bij rubriek 5d Vermindering volgens de kleineondernemersregeling komt later aan bod, dat slaan we hier over. De onderdelen 5e en 5f gaan over schattingen die hier niet worden behandeld. Het grootboek en de omzetbelasting In de praktijk zijn er veel verschillende manieren om de btw in de financiële administratie te verwerken. In de tabel hierna zie je een mogelijke indeling van grootboekrekeningen binnen de financiële administratie, gericht op het aangifteformulier omzetbelasting, om de btw in de financiële administratie te verwerken. Let altijd goed op hoe het rekeningschema met betrekking tot de btw is opgebouwd. De rekeningnummers van de btw vind je altijd terug in rubriek 1. De nummering kan variëren. De belangrijkste en meest voorkomende rekeningen zijn 1600 Te betalen btw 21%, 1610 Te betalen btw 6% en 1680 Te vorderen btw (voorbelasting). De rekeningen 1600 en 1610 gebruik je voor de ontvangen btw van je debiteuren, dus die boek je doorgaans credit. De rekening 1680 gebruik je voor de betaalde btw aan crediteuren, dus die boek je doorgaans debet.
16
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Omzet/kostenrekeningen
Btw-rekeningen
Vraag btwformulier
8000
Omzet excl. 21%
1600
Te betalen btw 21%
1a
8010
Omzet excl. 6%
1610
Te betalen btw 6%
1b
8020
Overige omzet met overige tarieven
1620
Te betalen btw overige tarieven
1c
0630
Privégebruik
1630
Te betalen btw privégebruik
1d
8050
Omzet btw verlegd
1e
4050
Kosten btw naar mij verlegd
2a
8060
Omzet buiten EU
3a
8070
Omzet binnen EU
3b
8080
Afstandsverkopen EU
3c
7060
Inkopen landen buiten EU (invoer)
1660
Btw inkopen buiten EU (invoer)
4a
7070
Inkopen landen binnen EU
1670
Btw inkopen binnen EU
4b
1680
Te vorderen btw/ voorbelasting
5b
1685
Kleineondernemersregeling
5d
1690
Te betalen/terug te vragen btw
5e
9085
Kleineondernemersregeling
Voorbeeld 2 Gegeven Zzp’er Hendriks werkt als timmerman in de bouw. Vijf jaar geleden is hij voor zichzelf begonnen omdat hij werd ontslagen bij zijn oude werkgever. Er was weinig werk in de bouw en de economische crisis maakte het alleen maar erger. Hendriks richt zich voornamelijk op de particuliere markt met kleine eenvoudige klussen. Zijn hobby is de pleziervaart en Hendriks heeft dan ook zijn eigen bootje prachtig vertimmerd tot een juweeltje. Dit is bij twee botenbouwers opgevallen, eentje in Nederland in de buurt van Gorinchem en de andere die is gehuisvest in Engeland bij York. Daarnaast werkt Hendriks steeds vaker als onderaannemer in de bouw en in die branche vallen de facturen aan een aannemingsbedrijf onder de verleggingsregeling voor de btw. Gevraagd Journaliseer onderstaande financiële feiten over de maand september. Maak gebruik van de grootboekrekeningen uit de tabel, aangevuld met de volgende rekeningen. • 0630 Privégebruik auto • 0375 Gereedschappen • 1100 Bank • 1300 Debiteuren
17
FISCALE KENNIS
• • • • • •
1500 3000 4300 4700 4750 7090
Crediteuren Voorraad hout Btw privégebruik auto Overige bedrijfskosten Verzekeringspremies Overboekingsrekening
Datum
Financieel feit
Bedrag
3/9
Ingekocht in Duitsland: larikshout Te betalen
6/9
€
2.350,00
€
1.149,50
Te ontvangen
€
4.961,00
Gefactureerd aan Aannemingsbedrijf Vogel (btw verlegd)
€
6.722,00
Btw privégebruik auto 2,7% over € 28.500
€
769,50
Inkoop van schroeven, bouten, spijkers, en dergelijke
€
950,00
€
199,50
Btw 21% Te betalen
9/9
15/9
31/9
Gefactureerd aan botenbouwer te Gorinchem
€
4.100,00
Btw 21%
€
861,00
Uitwerking Datum
Grootboekrekening
3/9 Aan
Debet
7070
Inkopen binnen EU-landen
1500
Crediteuren
€
Credit
2.350,00 €
2.350,00
€
493,50
Van de btw boek je:
Aan
1680
Te vorderen btw
1670
Btw binnen EU
€
493,50
Om het saldo op grootboekrekening 7070 zichtbaar te houden, boek je de voorraad door naar:
Aan 6/9
Aan
3000
Voorraad hout
€
7090
Overboekingsrekening
4700
Overige bedrijfskosten
€
950,00
1680
Te vorderen btw
€
199,50
1500
Crediteuren
18
2.350,00 €
2.350,00
€
1.149,50
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Datum
Grootboekrekening
9/9
Debiteuren
Aan
800
Omzet excl. 21% btw
€
4.100,00
Aan
1600
Te betalen btw 21%
€
861,00
1300
Debiteuren
8050
Omzet btw verlegd
€
6.722,00
4300
Btw privégebruik auto
1630
Btw privé
€
769,50
Aan 31/9 Aan
€
Credit
1300
15/9
1.4
Debet
€
€
4.961,00
6.722,00
769,50
Belastingplichtigen voor de aangifte omzetbelasting
Op de vraag wie belastingplichtig is voor de omzetbelasting, kun je eenvoudig antwoorden dat elke ondernemer omzetbelastingplichtig is. Ondernemers treden als het ware op als ‘belastingkantoortjes’ voor de Belastingdienst. Iedere ondernemer die belastingplichtig is, moet omzetbelasting heffen over zijn leveringen en diensten en hij mag daarop zijn voorbelasting in mindering brengen. De ondernemer draagt het verschil tussen de ontvangen btw bij levering en de betaalde btw bij aankoop af aan de Belastingdienst. Kijk eens naar de Wet op de omzetbelasting op wetten.overheid.nl. Zoek op ‘omzetbelasting 1968’.
Kernbegrippen van de belastingplichtige ondernemer Drie kernbegrippen zijn belangrijk om voor de omzetbelasting als ondernemer te worden aangemerkt (artikel 7 Wet op de omzetbelasting). Het gaat om (1) iedereen die zelfstandig een (2) bedrijf of beroep (3) uitoefent. Ad 1 Iedereen Met iedereen worden alle natuurlijke personen en rechtspersonen bedoeld. Denk bij natuurlijke personen aan ondernemers met een eenmanszaak, een maatschap of een vennootschap onder firma (vof). Bij rechtspersonen moet je denken aan een bv, nv, vereniging, coöperatie of stichting. Maar ook particulieren kunnen belastingplichtig zijn als ze voldoen aan de twee andere kernbegrippen. Iedereen moet je hier ruim interpreteren, er is geen uren-eis zoals bij de inkomstenbelasting. Zelfs de overheid als publiekrechtelijk persoon kan aan dit kernbegrip voldoen. Denk bijvoorbeeld aan fietsenstallingen, zwembaden en werkvoorzieningsactiviteiten (instellingen die volgens de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) door de overheid zijn opgezet om mensen met een achterstand op de arbeidsmarkt dichter bij betaalde arbeid te brengen). De overheid heeft ook veel taken waarover geen omzetbelasting wordt berekend, bijvoorbeeld: • de uitgifte van paspoorten; • het verstrekken van uittreksels uit het geboorteregister;
19
ondernemer
FISCALE KENNIS
• het inschrijven in een gemeente; • het voltrekken van een huwelijk; • enzovoort. Taken die typisch bij de overheid horen en die anderen niet mogen uitvoeren zijn vrij van btw. Betreft het taken die de overheid uitvoert, maar die ook een willekeurige onderneming kan en mag uitvoeren, dan vallen die onder de btw-plicht. Ad 2 Bedrijf of beroep Het begrip bedrijf of beroep houdt in dat de ondernemer deelneemt aan het economisch verkeer. Hij moet arbeid en kapitaal inzetten om aan de maatschappelijke behoefte te voldoen. Er wordt dus niet geëist dat de ondernemer winst maakt of dat hij is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Ad 3 Uitoefening Bij het begrip uitoefening ligt de nadruk op het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf of beroep. Iemand die werknemer is loopt geen ondernemersrisico en is zodoende niet bezig met het zelfstandig uitoefenen van een bedrijf. Het maakt niet uit of je een groot internationaal bedrijf hebt, zoals Philips, Unilever en Shell, een klein bedrijf, of dat je als zzp’er zzp’er optreedt. Conclusie: Voldoe je aan alle drie de kenmerken, dan ben je volgens de Belastingdienst belastingplichtig voor de omzetbelasting. Voorbeeld 3 Gegeven Je volgt de opleiding automonteur op een ROC en je vindt het leuk om zaterdags in de garagebox van je vader aan auto’s te sleutelen. Je doet dit natuurlijk alleen voor familie en vrienden en je hoeft er niet aan te verdienen. Gevraagd Ben je belastingplichtig voor de omzetbelasting? Uitwerking In zo’n situatie ben je niet omzetbelastingplichtig. Je neemt niet deel aan het economisch verkeer, omdat je alleen voor familie en vrienden werkt. Voorbeeld 4 Gegeven Je bent timmerman en hebt een eigen timmerbedrijf dat onder de omzetbelasting valt. In het weekeinde ga je regelmatig tennissen. Je wordt door het bestuur van de tennisvereniging benaderd met de vraag of je in je vrije tijd de kantine mee wilt verbouwen. Het bestuur is van mening dat jij dan geen omzetbelasting verschuldigd bent. Gevraagd Heeft het bestuur in deze situatie gelijk?
20
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Uitwerking Jij weet wel beter en zegt dat zoiets ook onder de omzetbelasting valt, omdat je voor de Belastingdienst ondernemer bent. De overheid bemoeit zich niet met de werktijden van een zelfstandig ondernemer en ziet alle werkzaamheden als bedrijfswerkzaamheden. Voorbeeld 5 Gegeven Wekelijks haalt je moeder groenten bij een groenteboer net buiten de stad. Hij teelt de groenten zelf en verkoopt zijn producten vanaf de boerderij. Jij gaat met je moeder mee en vraagt hem of hij ook omzetbelasting afdraagt. Tot jouw verbazing vertelt de verkoper dat hij geen omzetbelasting hoeft af te dragen. Jij begrijpt het niet: hij voldoet toch aan alle drie de kernelementen? Gevraagd Heeft de groenteboer gelijk of pleegt hij belastingfraude? Uitwerking De groenteboer heeft gelijk, omdat hij een uitzonderingspositie heeft. Als je verkoopt vanaf een boerderij, hoef je geen omzetbelasting te rekenen.
► Btw-plichtig? Zo zijn er meer uitzonderingen en bijzondere regels. De belangrijkste en meest voorkomende uitzonderingen en bijzondere regels komen verder in dit hoofdstuk aan bod.
1.5
Maatstaf voor de heffing van omzetbelasting
Om te weten waarover je omzetbelasting moet berekenen, moet je weten wat de maatstaf voor de heffing van omzetbelasting is. Bij de omzetbelasting wordt over de vergoeding belasting geheven. De vergoeding is de tegenprestatie (de betaling) die de afnemer levert aan de leverancier. Behalve betalen met geld, kan er ook een daadwerkelijke tegenprestatie geleverd worden, bekend als betalen in natura. Dit kun je terugvinden in artikel 8 van de Wet op de omzetbelasting. Voorbeeld 6 Gegeven Je koopt als consument een computer voor € 762,30. Dit is inclusief omzetbelasting.
21
maatstaf voor de heffing van omzetbelasting vergoeding
FISCALE KENNIS
Gevraagd Hoeveel omzetbelasting heb je als consument betaald? Uitwerking De betaalde omzetbelasting is € 762,30 / 121 × 21 = € 132,30. Over de omzet van € 630, dit is de maatstaf van de heffing, betaal je 21% omzetbelasting. Voorbeeld 7 Gegeven Je verkoopt als ondernemer een partij scooters met een inkoopwaarde van € 35.000 en je wilt 40% brutowinst realiseren. Gevraagd a Wat is de maatstaf van heffing? b Hoeveel omzetbelasting breng je in rekening? c Wat wordt de consumentenprijs? Uitwerking a De maatstaf van heffing voor de omzetbelasting is € 35.000 × 1,4 = € 49.000. b Over dit bedrag bereken je 21% omzetbelasting, dat is € 10.290. c In totaal breng je de klant dan € 59.290 in rekening. Vergoeding voor goederen en diensten Simpel gezegd is een vergoeding het bedrag dat de koper moet betalen voor de goederen of diensten die hij afneemt van de verkoper. Dit bedrag kan een vergoeding zijn voor de goederen die worden gekocht, maar ook voor bijvoorbeeld vrachtkosten, administratiekosten, verzendkosten, opslagkosten, enzovoort. Over al deze kosten moet de verkoper omzetbelasting berekenen en dit bedrag moet hij afdragen aan de Belastingdienst. Hierop is een aantal uitzonderingen, waarvan de belangrijkste zijn: • verzekeringskosten: hierover wordt assurantiebelasting berekend en geen; • rentekosten: de vergoeding voor het verlenen van krediet is tot het wettelijke interestbedrag vrijgesteld. Een bekend voorbeeld hiervan is de kredietbeperkingstoeslag. Met de kredietbeperkingstoeslag probeer je een koper te motiveren snel te betalen. Als de koper binnen bijvoorbeeld acht dagen betaalt, hoeft hij de kredietbeperkingstoeslag niet te betalen. Over deze kredietbeperkingstoeslag hoef je geen btw te rekenen. Voorbeeld 8 Gegeven Je hebt een winkel met witgoed en bent gespecialiseerd in hotels, restaurants, B&B’s, campings, enzovoort. Voor camping De Heidemolen heb je een complete wasstraat (wasmachines en drogers) geleverd voor in totaal € 5.980 exclusief btw. Om alle machines te kunnen leveren en installeren heb je nog eens € 1.200 in rekening gebracht. Standaard is jouw kredietbeperkingstoeslag 2% van het totale bedrag exclusief btw. Gevraagd Hoe ziet de factuur eruit?
22
HOOFDSTUK 1 Aangifte omzetbelasting
Uitwerking
Goederen als privéonttrekking Soms kom je in een situatie waarin je als ondernemer aan jezelf, als privépersoon levert. Ook dan moet je een vergoeding bepalen die maatstaf is voor de heffing van de omzetbelasting. Normaal gesproken heb je de goederen die je onttrekt aan je eigen onderneming al meegenomen in de voorbelasting. Dat betekent dat je de belasting die je over de inkopen hebt betaald al bij de Belastingdienst hebt teruggevraagd. Op het moment dat je de goederen onttrekt aan je onderneming, moet je deze omzetbelasting weer opvoeren als af te dragen aan de Belastingdienst. Daarmee heb je de maatstaf voor de heffing bepaald, namelijk de inkoopprijs van de goederen. De algemene kosten en de winstopslag mogen bij levering aan jezelf (privéverkoop) achterwege blijven. Dit geldt ook voor goederen die iemand zelf produceert, bijvoorbeeld een instrumentenmaker, meubelmaker of schilder. Ook in deze gevallen kun je uitgaan van de inkoopprijs.
23