mb o
BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren Deze uitgave Elementaire bedrijfsadministratie deel 1 maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen zoals dat geldt vanaf augustus 2016.
WERKBOEK DEEL 1 NIVEAU 3&4
Elementaire Bedrijfseconomie
financiele beroepen
9 789006 631623
ep on c
BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1) - Salarisadministrateur (Keuzedeel)
DEEL 1 WERKBOEK
Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken, werkboeken en onlineopdrachten, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. De theorieboeken geven een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. Ieder hoofdstuk begint met een inleiding en een uitdaging die de student bewust maakt dat zonder kennis de vaardigheden niet uitvoerbaar zijn. Het hoofdstuk eindigt met een checklist waarmee de fasen van het leerproces nogmaals doorlopen worden. De werkboeken starten met oriënterende vragen en kennisvragen. Met routineopdrachten, praktijktaken en een integrale casus krijgt de student de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken. Online kunnen studenten de opgedane kennis testen met opdrachten die direct feedback geven op hun (leer)prestaties.
C
Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’.
Elementaire Bedrijfseconomie
Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld.
t
Elementaire Bedrijfsadministratie deel 1 behandelt de belangrijkste onderdelen van de boekhoudkundige cyclus. Centraal staat het leren van de boekingsregels.
Elementaire bedrijfseconomie Deel 1
C
on
ce p
t
Edward van Balen Pieter Mijnster
Colofon Auteurs
Pieter Mijnster
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.
Vormgeving
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.
Edward van Balen Pieter Mijnster
Redactie
Studio Fraaj, Rotterdam Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen:
Omslag
t
Studio Fraaj, Rotterdam
Opmaak
ce p
www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16 Imago Mediabuilders, Amersfoort
ISBN 978 9006 63162 3 Vierde druk, eerste oplage, 2015
Tekeningen
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2015
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
on
Tiekstramedia, Groningen
C
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord
ce p
t
Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Met het verschijnen van het nieuwe kwalificatiedossier 2015 introduceert ThiemeMeulenhoff de volledig herziene methode BV in Balans. De herziene methode sluit, binnen de kaders van dit kwalificatiedossier, aan op de toetsmatrijzen van de SPL. Drie belangrijke kenmerken van BV in Balans zijn: • Dé methode voor ondersteunend leren of u nu klassikaal met de studenten aan de slag wilt of de studenten meer zelfstandig wilt laten werken. • Sterk didactisch concept. De methode houdt rekening met de verschillende leerstijlen van studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Grote verscheidenheid aan leermiddelen. De theorieboeken en de werkboeken bieden een groot scala aan materiaal voor de studenten om mee te oefenen.
C
on
De hoofdstukken van het werkboek kennen de volgende structuur. • Start met een oriëntatie op het onderwerp waarbij de student uitgedaagd wordt voorkennis te activeren of actief op zoek te gaan naar inhoud. • Het kennisdeel zorgt ervoor dat de student de theorie doorneemt en de feiten, begrippen en verbanden in de leerstof leert. • Met de routineopgaven gaat de student aan de slag met het oefenen van vaardigheden op het basisniveau. • De praktijktaken lijken, door de context waarin ze zijn geplaatst, meer op echte problemen die de student moet oplossen, waarbij kennis en routinematig handelen onmisbaar zijn. • De integrale casus zet de student nogmaals aan het werk met alle leerstof uit het hoofdstuk. Deze casus kan aangemerkt worden als een miniproeve over het hoofdstuk. • Met de gesloten vragen Test je kennis en inzicht kan de student controleren of hij de begrippen en verbanden in voldoende mate kent. Test je kennis en inzicht kan uiteraard ook als instapper worden gebruikt wanneer met dit hoofdstuk wordt begonnen. • Voor persoonlijke ontwikkeling blikt de student altijd terug op het proces met de reflectievragen aan het eind van het hoofdstuk. • Als hulpmiddel bij de planning is het werkboek voorzien van een tijdsaanduiding per onderdeel. De vermelde tijdseenheid is haalbaar voor de gemiddelde student die serieus met zijn werk aan de slag gaat. De tijdsaanduiding is zeker niet bedoeld om de student uit te dagen om het werk binnen deze tijd af te ronden. • Achter in het werkboek vindt de student de eindantwoorden waarmee hij kan controleren of hij de vragen uit de diverse opdrachten juist heeft. De serie BV in Balans is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat u met plezier werkt met BV in Balans. Meer informatie over BV in Balans vindt u op onze methodesite: www.bvinbalans.nl. Wanneer u vragen of suggesties heeft, dan kunt u contact met ons opnemen.
De auteurs en uitgever
Inhoudsopgave Onderneming 7 Aan de slag met ‘Onderneming’ 7 Oriëntatie 8 Kennis 12 Routine 20 Praktijk 32 Integrale casus 40 Reflecteer op je werkzaamheden 43 Test je kennis en inzicht 45
2
Opbrengsten en kosten, inkomsten en uitgaven 49 Aan de slag met ‘Opbrengsten en kosten, inkomsten en uitgaven’ 49 Oriëntatie 50 Kennis 53 Routine 62 Praktijk 67 Integrale casus 76 Reflecteer op je werkzaamheden 79 Test je kennis en inzicht 81
3
Kosten van grond- en hulpstoffen 85 Aan de slag met ‘Kosten van grond- en hulpstoffen’ Oriëntatie 86 Kennis 89 Routine 94 Praktijk 100 Integrale casus 105 Reflecteer op je werkzaamheden 108 Test je kennis en inzicht 110
ce p
t
1
on
85
Kosten van arbeid 113 Aan de slag met ‘Kosten van arbeid’ 113 Oriëntatie 114 Kennis 117 Routine 126 Praktijk 136 Integrale casus 148 Reflecteer op je werkzaamheden 153 Test je kennis en inzicht 155
C
4
5
Kosten van duurzame productiemiddelen 157 Aan de slag met ‘Kosten van duurzame productiemiddelen’ 157 Oriëntatie 158 Kennis 161 Routine 167 Praktijk 174
7
189
Constante en variabele kosten 219 Aan de slag met ‘Constante en variabele kosten’ Oriëntatie 220 Kennis 223 Routine 233 Praktijk 249 Integrale casus 254 Reflecteer op je werkzaamheden 257 Test je kennis en inzicht 259
C 9
219
Directe en indirecte kosten 261 Aan de slag met ‘Directe en indirecte kosten’ 261 Oriëntatie 262 Kennis 265 Routine 269 Praktijk 276 Integrale casus 280 Reflecteer op je werkzaamheden 282 Test je kennis en inzicht 284
on
8
Overige kostensoorten 189 Aan de slag met ‘Overige kostensoorten’ Oriëntatie 190 Kennis 192 Routine 198 Praktijk 207 Integrale casus 212 Reflecteer op je werkzaamheden 216 Test je kennis en inzicht 218
ce p
6
183
t
Integrale casus 180 Reflecteer op je werkzaamheden Test je kennis en inzicht 185
Bedrijfsresultaten 285 Aan de slag met ‘Bedrijfsresultaten’ 285 Oriëntatie 286 Kennis 288 Routine 296 Praktijk 310 Integrale casus 315 Reflecteer op je werkzaamheden 321 Test je kennis en inzicht 323
10 Break-evenanalyse 325 Aan de slag met ‘Break-evenanalyse’ Oriëntatie 326 Kennis 328 Routine 334
325
Praktijk 343 Integrale casus 348 Reecteer op je werkzaamheden Test je kennis en inzicht 353 357
C
on
ce p
t
Eindantwoorden
351
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1 Aan de slag met ‘Onderneming’
1
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7
Wat is een onderneming? Doelen Belanghebbenden Werkterrein Handelsondernemingen Bedrijfskolommen Organisatievormen
Leerdoelen
t
Na dit hoofdstuk
- de belangrijkste begrippen die je bij het onderwerp ‘onderneming’ tegenkomt
kun je
- een visie en een missie herkennen van een onderneming
ce p
ken je
- aangeven welke activiteiten er in een bedrijfskolom plaatsvinden
- de plaats van een onderneming aangeven in de productiesectoren - praktijkvoorbeelden geven van veranderingen in de bedrijfskolom - een organogram van een onderneming lezen en maken
on
Vooraf
Over de tijden bij de vragen, opgaven, taken en casus
C
In dit werkboek vind je bij vragen, opgaven, taken en de casus richttijden. Deze tijdsindicatie geeft aan hoelang een gemiddelde student over dit deel van het werkboek doet. Het is helemaal niet erg als je langer met een opdracht bezig bent. De tijden geven slechts een richttijd aan, die je kunt gebruiken bij het plannen van je werk. De tijden zijn zeker niet bedoeld om er een wedstrijd mee aan te gaan! Haastige spoed is zelden goed!
1 7
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 OriĂŤntatie 75 min
1
Bij de oriĂŤntatievragen is het de bedoeling dat je zonder de theorie te hebben gelezen, laat merken wat je al weet van het onderwerp.
Er bestaan heel wat bedrijven. Kijk maar eens om je heen. Sommige streven naar zoveel mogelijk winst, terwijl er ook bedrijven zijn die dat niet als prioriteit stellen.
1: 2: 3: 4: 5: 2
t
Noem vijf organisaties die je kent waarvan jij denkt dat die winst proberen te behalen uit de activiteiten die ze doen.
ce p
1
Noem vijf bedrijven die je kent, waarvan jij denkt dat die niet direct naar winst streven. 1:
on
2: 3: 4: 5:
C
Belanghebbenden van de bedrijven zijn personen of organisaties die zeer betrokken zijn bij de activiteiten van een bedrijf. Neem KLM, een grote onderneming. Niet alleen het personeel is betrokken bij hoe het gaat met dit bedrijf, er zijn veel meer mensen die er belang bij hebben hoe KLM presteert. 3
Bedenk zoveel mogelijk belanghebbenden van KLM en geef ook aan waarom zij belang hebben bij deze onderneming.
Belanghebbende KLM
omdat:
1 8
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Je kent ongetwijfeld de boer, de meubelmaker, de verzekeringsadviseur, de docent. Ze verschillen in de manier van produceren, onder andere door hoe ze aan de grondstof komen en wat ze maken. Kun je, eventueel in overleg met een studiegenoot, bedenken waar dit verschil in zit?
5
Zoek, eventueel via internet, bij onderstaande activiteiten steeds drie bedrijven die zich bezighouden met het: • inkopen, opslaan en doorverkopen van goederen.
aanbieden van een breed assortiment aan goederen.
on
•
ce p
t
4
transporteren van goederen.
•
maken van eindproducten.
•
verlenen van een dienst voor anderen waarbij winst wordt behaald.
C
•
1 9
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
•
verlenen van een dienst voor anderen waarbij geen winst wordt behaald.
Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van dit hoofdstuk. Noteer alle begrippen die voor jou nieuw of lastig zijn.
7
Beschrijf de vaardigheden die je moet beheersen voor de klus die in ‘De uitdaging’ van jou wordt gevraagd.
8
Heb je al ervaring met de vaardigheden die je bij antwoord 7 hebt opgeschreven?
ce p
t
6
on
Zo ja, waar heb je deze ervaring opgedaan?
Welke vaardigheden uit vraag 7 moet je je eigen maken om met ‘De uitdaging’ aan de slag te kunnen?
C
9
1 10
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Puzzelen met begrippen. Zoek de woorden op in de puzzel en streep ze door. De woorden kunnen horizontaal, verticaal, diagonaal, achterstevoren en ondersteboven in de puzzel staan. Na het wegstrepen blijft er een boodschap over. Hoe luidt deze boodschap? E E E E K N O N N E I A E E A Z Z I N R
D L M T G G U E T N R I B D T I L F A A
N P E E E E S M K N T E I N S N E O N M
A I A N O T O O H A L F U E F T D R C P
H R R R I E O V S B F N G B J E N P I O
N T S L A P R I N E N N E B I G A C E O
I D P T M L L P R E I G N E R R H O R K
E S M A E A L E R M M P D H D A T N E R
L E R R I R N E E O R A T G E T O S N E
K K O C N T T N L I D E S N B I O U I V
T R E E I R R I M L N U E A S E R M Q D
O P E A O E D A A A I H C L E U G E U N
S N T S D H I E L I A S N E S D E N A A
N I S N I R E P U E R Z A B N U L T R A
E A O S E C U N D A I R R T T T P N T L
B E D R I J F S K O L O M U I W O E A S
E I T A S I N A G R O E M M U E E T I P
N E R E T C E L L O C B D W L D P Z R O
t
L P N M A R G O N A G R O N K Y B T I K
on
V E R K O O P B E V O R D E R I N G F T
ce p
10
C
ASSORTEREN BEDRIJFSKOLOM BEDRIJFSTAK BELANGHEBBENDEN COLLECTEREN CONSUMENT DIFFERENTIATIE DISTRIBUEREN DUURZAAM FINANCIEREN GROOTHANDEL
INKOOPMARKT INTEGRATIE KLEINHANDEL OERPRODUCENT ONDERNEMING OPSLAAN ORGANISATIE ORGANOGRAM PARALLELLISATIE PEOPLE PLANET
PRIMAIR PROFIT QUARTAIR SAMENVOEGEN SECUNDAIR SPECIALISATIE SPLITSEN TERTIAIR TRIPLEP VERKOOPBEVORDERING VERKOOPMARKT
De boodschap die overblijft nadat alle woorden zijn weggestreept, is:
1 11
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 Kennis
100 min
1
Wat is een onderneming? 1
t
1.1
Vul de ontbrekende woorden in.
ce p
1
Neem de inhoud van het hoofdstuk ‘Onderneming’ goed door. Maak de samenvatting af door de juiste woorden in te vullen. Als je niet zeker weet of je het goede woord hebt, lees dan de tekst van de betreffende paragraaf nog eens door! Beantwoord daarna de vragen.
Een organisatie is
als ze zelf voldoende is een economisch
inkomsten kan verwerven om alle uitgaven te doen. Een
zelfstandige organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten. In zegt een organisatie waar zij voor staat. Het toekomstbeeld staat in de
de
. Hoe de onderneming de doelen gaat bereiken, staat in een streeft en naar
Een onderneming is een bedrijf dat naar
.
Zet een kruisje in de juiste kolom of kolommen. De eerste twee regels zijn als voorbeeld al ingevuld.
on
2
.
Bedrijf
Onderneming
Unilever
×
×
×
Greenpeace
×
C
Organisatie
Nederlandse Spoorwegen Artsen zonder Grenzen Postcodeloterij Rijksmuseum Amsterdam Financieel Dagblad (fd) Arena Erasmus MC Bergman Kliniek Albert Schweitzer ziekenhuis Diergaarde Blijdorp
1 12
HOOFDSTUK 1 Onderneming
3
1 1.2
Wat is het verschil tussen de visie en de missie van een onderneming?
Doelen 4
Vul de ontbrekende woorden in. .
Bij duurzaam ondernemen gaat het om Die drie letters staan voor
en
.
Verbind de verschijnselen met People, Planet en ProďŹ t. Omzet is als voorbeeld al ingevuld.
ce p
t
5
,
...........................................................................................................................................................................
1
Herken je een begrip niet, google dan even naar de betekenis ervan!
...........................................................................................................................................................................
Waterschap Rolo no waste
People
Fosfor
on
Chocolonely
Omzet
Plastic soup
Planet
SA8000
Greenpeace
Profit
C
Loonkosten
6
Maak de volgende zinnen af. Een organisatie is economisch zelfstandig als
Duurzaam ondernemen is
1 13
Groter marktaandeel Meer mensen in een trein Vakbond Geen kinderarbeid Spijkerbroeken
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 1.3
Belanghebbenden 7
Vul de ontbrekende woorden in. Werknemers en leidinggevenden zijn voorbeelden van . Andere voorbeelden zijn ,
,
, en
.
Tegenstrijdige belangen. Geef aan welke belanghebbende(n) voordeel of nadeel hebben van onderstaande verschijnselen.
Nadeel
ce p
Voordeel
t
8
,
Hogere lonen
Hogere omzetbelasting
Inkoopfacturen snel betalen
Regelmatig grondstoffenverbruik Meer vaste contracten Hogere winst
Hogere winstbonus
on
Stijgende rente
Meer werknemers inlenen Stabiele verkoopprijzen
1
Werkterrein
C
1.4
9
Vul de ontbrekende woorden in. Bedrijven vervullen een rol in het productieproces. In de
zitten bedrijven die hun producten uit de natuur winnen. Bedrijven die grondstoffen en .
natuurproducten verwerken, zitten in de De dienstensector is verdeeld in een sector. Het verschil zit in het streven naar 10
De a b c d
sector en een .
primaire sector: houdt zich bezig met het verwerken van grondstoffen en natuurproducten. is gericht op ‘niet winstgevende’ dienstverlening. is gericht op het winnen van grondstoffen. wordt ook wel de commerciële dienstensector genoemd.
1 14
HOOFDSTUK 1 Onderneming
De a b c d
secundaire sector: houdt zich bezig met het verwerken van grondstoffen en natuurproducten. is gericht op ‘niet winstgevende’ dienstverlening. is gericht op het winnen van grondstoffen. wordt ook wel de commerciële dienstensector genoemd.
12
De a b c d
tertiaire sector: houdt zich bezig met het verwerken van grondstoffen en natuurproducten. is gericht op ‘niet winstgevende’ dienstverlening. is gericht op het winnen van grondstoffen. wordt ook wel de commerciële dienstensector genoemd.
13
De a b c d
quartaire sector: houdt zich bezig met het verwerken van grondstoffen en natuurproducten. is gericht op ‘niet winstgevende’ dienstverlening. is gericht op het winnen van grondstoffen. wordt ook wel de commerciële dienstensector genoemd.
14
Plaats de volgende organisaties of activiteit in de tabel onder de juiste sector.
ce p
t
11
Autodealer, Mijnbouw, Bejaardenzorg, Theeplantage, Broodfabriek, Distributie, Fabriek, Gevangenis, Landbouw, Timmerman, Transport, Containerschip, Verzekering, Ziekenhuiszorg
Secundaire sector
Tertiaire sector
Quartaire sector
C
on
Primaire sector
15
Geef een overeenkomst aan van de tertiaire en de quartaire sector.
16
Geef het verschil aan tussen de tertiaire en de quartaire sector.
1 15
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 1.5
Handelsondernemingen 17
Vul de ontbrekende woorden in. van
Eén van de taken van de handel is het collecteren of goederen. Om verschil in tijd te overbruggen, moeten goederen worden , waarbij vaak op kwaliteit wordt verdelen van de goederen wordt ook wel
. Het genoemd. Voorraden ; om de verkoop te
vragen veel vermogen en moeten worden bevorderen wordt er
gemaakt. Om verschillende producten te kunnen . Een
aanbieden, zal de handelaar
wordt wel
18
ce p
’ genoemd.
t
eigenaar van de goederen, maar een transporteur vervoert alleen en wordt ‘diensten
Vul de lege cellen van de tabel in.
Begrip
Omschrijving
Groothandel
Goederen opkopen en opslaan; verzamelen.
on
Sorteren
Goederen verspreiden onder afnemers; verdelende handel.
Dienst door derden
Verkoopbevordering Geef van de onderstaande acties aan of hier sprake is van verkoopbevordering van een product. a Winkelwagentjes kun je gratis gebruiken i.p.v. één euro borg. b Niet goed geld terug. c Klant krijgt gratis ‘monster’ van een nieuw product overhandigd. d Voortaan is de winkel een uur langer open. e Boodschappen worden voor 10 euro thuisgebracht. f Twee betalen, drie halen.
C
19
1 16
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1 1.6
Bedrijfskolommen 20
Vul de ontbrekende woorden in. toe;
Elk bedrijf of elke persoon die hier diensten aan verleent, voegt daardoor wordt de prijs van het product of de dienst
. De bedrijfskolom
. De uiteindelijke afnemer hoort
loopt van oerproducent tot
thuis in de bedrijfskolom. Bedrijven die dezelfde bewerking van het product .
uitvoeren, noemen we een
Bedrijfskolommen zijn onderhevig aan veranderingen. Indien een bedrijfskolom langer .
Een tegenovergestelde verandering (korter worden) heet
binnen
t
wordt omdat er een bedrijfstak bij komt, is er sprake van
ce p
een bedrijfskolom. Andere veranderingen zijn verbreding van de bedrijfskolom ofwel , en versmalling van de bedrijfskolom ofwel
.
Een voorbeeld van specialisatie in een bedrijfskolom is: a een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. b een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. c een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. d een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
22
Een voorbeeld van differentiatie in een bedrijfskolom is: a een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. b een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. c een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. d een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten. Een voorbeeld van integratie in een bedrijfskolom is: a een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. b een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. c een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. d een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
C
23
on
21
24
Een voorbeeld van parallellisatie in een bedrijfskolom is: a een banketbakker gaat ook broodbeleg verkopen. b een slager besluit alleen nog maar kipproducten te verkopen. c een supermarkt bakt voortaan zelf het brood. d een tapijthandel besluit opslag en distributie door derden te laten verrichten.
1 17
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
25
Zet de bedrijfstakken in de juiste volgorde in de bedrijfskolom.
Bedrijfstakken
Bedrijfskolom
Importeur Detailhandel Oerproducent buitenland Exporteur Fabriek
1 1.7
A
Scheren
B
Spinnen
D
Modeketen
K
Wassen
N
Kledingindustrie
O
Verven
V
Schapenfokkerij
on
V
t
Zet de letters in de juiste volgorde van de bedrijfskolom. De eerste letter is al ingevuld.
ce p
26
Organisatievormen 27
Vul de ontbrekende woorden in.
laat zien hoe de interne organisatie in elkaar zit met
Een
functies. Productie, Inkoop en Verkoop zijn voorbeelden van
C
functies en
indeling.
afdelingen bij een
Noord, Midden en Zuid zijn afdelingen bij een
Tussen hoofden en uitvoerders zit een
1 18
indeling. .
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Teken een eenvoudig organogram van een lijnstaforganisatie en beantwoord de volgende vragen.
ce p
t
28
Wat is het verschil tussen een lijnrelatie en een stafrelatie?
b
Waarom is de ďŹ nanciĂŤle administratie meestal een stafafdeling?
on
a
C
1
Kijk je uitwerking van het onderdeel Kennis na, voordat je verder gaat met de routineopgaven. Bij onduidelijkheden klop je aan bij je docent en vraag je om uitleg!
1 19
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 Routine
200 min
1 1
Opgave 1 Gegeven Er was een tijd dat niet veel mensen een auto hadden. Het openbaar vervoer was belangrijk. Reizen deed men met de bus, de tram en de trein. Om het kaartje niet te duur te laten zijn, legde het rijk of de gemeente een bedrag bij in de vorm van een subsidie. Of zij vulden het verlies aan als de Nederlandse Spoorwegen meer kosten dan opbrengsten hadden. Uit die tijd stammen ook bedrijven als de RET in Rotterdam, de HTM in Den Haag en het GVB in Amsterdam. Ga naar corporate.ret.nl > over-ret > historie.
ce p
t
1.3
Goed lezen is het halve werk. Kom je er dan nog niet uit, zoek dan het voorbeeld in de tekst nog eens op en ga na hoe je een probleem kunt aanpakken.
on
Gevraagd a Wat gebeurde er op 15 oktober 1927 met de RETM?
Wat gebeurde in 2007? (‘Weer op eigen benen’)
C
b
c
Wie is eigenaar van de RET? (jaarverslag 2012)
d
Maakt de RET winst? (jaarverslag 2012)
e
Wie zijn de belanghebbenden van de RET?
1 20
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Opgave 2
Gegeven Dertien logo’s van belanghebbenden of groeperingen.
C
on
1.3
ce p
1
Zijn er tegenstrijdige belangen?
t
f
Gevraagd Voor wie bestaat deze organisatie? ANWB:
1 21
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Vereniging Eigen Huis:
Milieukeur:
Thuiswinkel Waarborg:
FNV:
Fairtrade:
ANBI:
on
VNG:
ce p
FSC:
t
Consumentenbond:
CNV:
BOVAG:
C
1 1.4
Opgave 3
Gegeven Allerlei bedrijven die in Nederland actief zijn of in de rest van de wereld. Gevraagd Zoek uit in welke productiesector de volgende bedrijven hun belangrijkste activiteiten hebben en wat zij produceren. Aegon:
Essent:
1 22
HOOFDSTUK 1 Onderneming
UnivĂŠ:
Nutreco:
Douwe Egberts:
Albert Heijn:
Cleve en Zonen:
Shell:
on
Erasmus MC:
ce p
Pakhoed:
t
Maersk:
Parlevliet & Van der Plas:
Newmont:
C
Da Vinci-college:
1 1.4
Opgave 4
Gegeven Ga naar www.hoogelandseboerenzuivel.nl Gevraagd a Lees het stukje over het productieproces. Welke zeven zuivelproducten zijn beschreven?
1 23
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1
Welke activiteiten van dit bedrijf horen in de tertiaire sector?
c
Bij welke belanghebbendenorganisatie is de familie Van Eenennaam aangesloten?
Opgave 5 Gegeven Kandavan is een handelsonderneming die het artikel Bolax verkoopt. Zij koopt het artikel in voor € 2. De bedrijfskosten van de onderneming bedragen € 30.000. De verkoopprijs bedraagt € 4,80.
ce p
t
1.5
b
Gevraagd a Bereken de brutowinst bij een afzet van 20.000 artikelen.
1
Opgave 6
C
1.5
Bereken de nettowinst bij een afzet van 20.000 artikelen.
on
b
Gegeven Bellevue verhandelt het artikel Vola. Bellevue koopt het artikel in voor € 1,60. De bedrijfskosten van Bellevue bedragen € 26.000. De verkoopprijs bedraagt € 2,85. Gevraagd a Bereken de nettowinst bij een afzet van 20.800 artikelen.
1 24
HOOFDSTUK 1 Onderneming
b
1 1.6
Als Bellevue de prijs acceptabel vindt, is het dan een onderneming?
Opgave 7 Gegeven Een leuke broek bij H&M of een T-shirt bij Primark heeft al een heel lange weg afgelegd.
b
on
ce p
t
Gevraagd a Schrijf op, in maximaal tien regels, welke weg een spijkerbroek aegt vanaf de allereerste stap in het productieproces. Begin bij katoen!
Teken een bedrijfskolom die zoveel mogelijk past bij de door jou gevonden stappen. Reservekolom
C
Spijkerbroek
1 25
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
d
Welke tegenstrijdige belangen hebben de werknemers van Primark en de eigenaren van Primark?
Opgave 8
t
1.6
Welke tegenstrijdige belangen hebben de klanten van Primark en de productiemedewerkers van de kleding van Primark?
ce p
1
c
Gegeven Een slager, een bakker, in elk winkelcentrum vind je deze winkels.
on
Gevraagd a Noem drie producten die een slager verkoopt, maar die eigenlijk niet bij een slager horen.
Noem drie producten die een bakker verkoopt, maar die eigenlijk niet bij een bakker horen.
c
Hoe noem je dit verschijnsel als je let op de veranderingen in de bedrijfskolom?
C
b
1 26
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1 1.6
Opgave 9 Gegeven In Meerdijk zijn al een paar jaar veranderingen aan de hand. Er zijn nieuwe bedrijven gekomen, bedrijven zijn gefuseerd, en in het winkelcentrum zijn er winkels bijgekomen maar ook een aantal bedrijven weggegaan.
t
Gevraagd Benoem van onderstaande veranderingen van welke wijziging in de bedrijfskolom sprake is. a Een loempiafabriek gaat een loempiakarretje in het winkelcentrum exploiteren op de donderdag, de vrijdag en de zaterdag.
De lokale kaashandel gaat wijnen en noten verkopen.
c
Een Italiaans specialiteitenrestaurant gaat alleen nog maar pizza’s en pasta’s verkopen.
d
De slager gaat zijn eigen dieren houden op een boerderij, om zo altijd kwaliteitsvlees te kunnen leveren.
e
Een boer stopt met kaas maken en levert voortaan alles aan de melkfabriek.
C
on
ce p
b
1 27
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 1.7
Opgave 10 Gegeven ‘Veertig cent om een paar voetbal- of loopschoenen in elkaar te naaien’ Gevraagd Lees het artikel en beantwoord de vragen. een organisatie die streeft naar een eerlijk loon en dito omstandigheden in de maakindustrie in Azië. ‘Voor dat bedrag moeten de werknemers zes dagen per week tien tot twaalf uur en vaak meer werken.’
t
‘Sportmerken hebben geen greep op de hele productieketen. Maar daarvoor zijn ze wel verantwoordelijk’ Merk geeft de grote sportmerken ‘een dikke onvoldoende’ als het gaat om de arbeidsomstandigheden in de fabrieken, voornamelijk gevestigd in lagelonenlanden als China, Vietnam en Indonesië. Hij stond mede aan de basis van het zogeheten Indonesiëprotocol, dat belangenorganisaties als Clean Clothes en Labour Behind The Label, en de multinationale sportmerken vorig jaar sloten. Uitgangspunten van het protocol: een eerlijke beloning voor de honderdduizenden werknemers in de sportindustrie, vrijheid van vakvereniging en uitsluiting van kinderarbeid. Vrijheid van vakvereniging is in China nog altijd een probleem. ‘De staatsvakbond maakt loonafspraken en de werknemers hebben daar maar naar te luisteren’, concludeert Merk. Staken voor betere arbeidsvoorwaarden is er niet bij. Kinderarbeid is volgens hem in de schoenindustrie nauwelijks een issue. ‘Dat is meer een probleem voor de sweatshops in bijvoorbeeld India, waar kleding of voetballen worden gemaakt.’
ce p
Veertig cent om een paar voetbalof loopschoenen in elkaar te naaien Gerard den Elt - Papendal - Het Financieele Dagblad - 31 juli 2012
on
Pak eens een schoen van € 100 uit het rek in de sportwinkel en probeer een voorstelling te maken wat de loonkosten in China en Indonesië zijn. Natuurlijk gaat er eerst € 50 van de verkoopprijs af aan btw en verkoopopbrengst voor de retail.
C
Volgens Jean-Paul Rodrigue, hoogleraar Global Studies aan de Hofstra University in New York, gaat de andere helft van die € 100 grotendeels op aan onderzoek en ontwikkeling (€ 11), marketingkosten (€ 8,50), transport en belastingen (€ 5) en materiaal (€ 8). Aan productiekosten en winstopslag voor de lokale fabrikant zijn grote sportmerken als Nike, Adidas, Asics, Reebok en New Balance circa € 3,60 kwijt. Op een schoen verdienen ze volgens Rodrigue bruto zo’n € 13,50. In dat spel van zo laag mogelijke kosten en zo hoog mogelijke baten vormen de loonkosten de sluitpost. De kosten tellen nu op tot een bedrag van € 99,60 en voor de resterende 40 eurocent moeten de werknemers al die loop- en voetbalschoenen met hun kekke kleurtjes in elkaar naaien. ‘Een gemiddelde werknemer in de contractfabrieken mag blij zijn als hij € 90 tot € 100 per maand mee naar huis neemt’, zegt Jeroen Merk, internationaal onderzoeker bij de Clean Clothes Campaign,
1 28
Het Indonesiëprotocol is door alle grote sportmerken ondertekend, waaronder Nike (inclusief Converse), Adidas (inclusief Reebok), Asics, Puma en New Balance.
HOOFDSTUK 1 Onderneming
ce p
In een overzicht van de campagne Play Fair, waarmee Clean Clothes en andere organisaties opkomen voor de rechten van werknemers in de sportindustrie, blijkt dat sportmerken niet alle afspraken naleven. Zo schiet de kledingsponsor van NOC-NSF, het Japanse merk Asics, op liefst drie terreinen tekort. ‘Asics is geen achterblijver maar evenmin een voortrekker’, constateert Merk. Volgens Remco Rietvink van Asics is de slechte waardering in het klassement van Play Fair inmiddels achterhaald. Een schoenenfabrikant, verantwoordelijk voor 60% van alle Asics-schoenen, heeft inmiddels het protocol ondertekend. ‘We doen er alles aan om het protocol na te leven. Voor ons hoofdkwartier in Japan zijn sociale verantwoordelijkheid, duurzaamheid en maatschappelijk verantwoord ondernemen speerpunten’, aldus Rietvink. Ook NOC-NSF stelt contractueel hoge eisen aan maatschappelijke normen. ‘Die clausule leven wij na. Alle Olympische kleding en attributen zijn sociaal aanvaardbaar gefabriceerd’, bezweert Rietvink. Publiciteit is vaak een bondgenoot in de strijd van Play Fair. In een sportzomer vol wereldevenementen wordt de kaart van kinderarbeid en uitbuiting uitgespeeld. Zo berichtte The Independent onlangs over de ‘schandvlek’ op het blazoen van de Olympische Spelen in Londen. Volgens de krant wordt een deel van de merchandising in Sri Lanka vervaardigd onder erbarmelijke omstandigheden. Chinese werknemers zijn
t
Maar een jaar later hebben de sportmultinationals volgens Merk nog lang niet de daad bij het woord gevoegd. Ze willen volgens hem ten onrechte geen verantwoordelijkheid nemen voor eventuele misstanden bij hun contractpartners. Evenmin aanvaarden ze aansprakelijkheid voor de toeleveranciers van de fabrikanten, zodat een deel van de gebreken in stand blijft. ‘De sportmerken hebben geen greep op de hele productieketen. Daarvoor zijn ze natuurlijk wel verantwoordelijk’, stelt Merk.
C
on
volgens Play Fair speelbal van de organisatie van de Olympische Spelen in Londen. Voor een hongerloontje vervaardigen zij de Olympische mascottes Wenlock en Mandeville. Niemand is veilig voor dit publiciteitsoffensief. Zelfs grondstoffenproducent Rio Tinto komt tijdens de Spelen aan de beurt. De sponsor van de gouden medailles heeft volgens Play Fair een dubieuze staat van dienst als werkgever, onder meer door het ontslag van 780 werknemers in Canada. Voor de mijnbouwmultinational heeft Play Fair een simpele boodschap: ‘Ga van het podium!’
Play Fair Eerlijke rechten Met Play Fair voeren internationale vakbondsfederaties en non-gouvernementele organisaties campagne voor de fundamentele rechten van werknemers in de sportindustrie. Play Fair begon in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2004 in Athene en is sindsdien actief bij grote sportevenementen als het WK voetbal en de Olympische Spelen.
1 29
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Welk percentage van de winkelprijs is het arbeidsloon?
c
Welk deel van de prijs gaat naar een bedrijf zoals Nike en Asics?
d
Bij welke onderdelen vind je distributie en assortiment?
t
b
Opgave 11 a
Noem drie voordelen van een lijnorganisatie.
on
1.7
Wat zijn de fabricagekosten van een sportschoen?
ce p
1
a
Noem drie nadelen van een lijnorganisatie.
c
Noem twee voordelen van een lijnstaforganisatie.
d
Noem twee nadelen van een lijnstaforganisatie.
C
b
1 30
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Zoek op internet wat een matrixorganisatie is. Noem twee voordelen en twee nadelen. • matrixorganisatie:
•
voordelen:
•
nadelen:
Kijk de antwoorden van de routineopgave na. Antwoorden en uitwerkingen kun je bij je docent opvragen. Niet alle antwoorden zijn in de uitwerkingen te vinden. Indien je twijfelt of jouw antwoord juist is, kun je altijd bij je docent aankloppen.
C
on
1
ce p
t
e
1 31
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Praktijk
1 1 1 1
Lees de praktijktaken goed door. Alle informatie kan van belang zijn voor de uitwerking van de klus. Bij twijfel kun je altijd hulp inschakelen voor het oplossen van het probleem!
Taak 1
1.6
Jouw missie: op zoek naar hun visie!
t
1.1
ce p
Gegeven Ga naar zakelijk.info.nu/management en zoek op ‘visie missie overzicht’. Open het zoekresultaat 50 min ‘Visie en missie: Een handig overzicht’. Gevraagd Geef van vijf bedrijven de missie en de visie weer en beschrijf ook de bedrijfstak of bedrijfskolom waarin de onderneming actief is. 1
Naam bedrijf: Actief in:
on
Visie:
Missie:
2
Naam bedrijf:
C
Actief in: Visie:
Missie:
3
Naam bedrijf: Actief in: Visie:
Missie:
1 32
HOOFDSTUK 1 Onderneming
4
Naam bedrijf: Actief in: Visie:
Missie:
5
Naam bedrijf: Actief in:
1 1 1.3
Welk belang hebben belanghebbenden?
Gegeven De verschillende belanghebbenden zijn allemaal te vinden op internet. Een onderzoekje waard.
on
30 min
Taak 2
ce p
Missie:
t
Visie:
C
Gevraagd a Ga naar de website van FNV bondgenoten. Ga naar het nieuws. Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in het kort welk probleem er speelt. 1
2
3
1 33
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
b
Ga naar de website van MKB Nederland. Ga naar het nieuws. Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in kort welk probleem er speelt. 1
2
ce p
Ga naar de website van Ministerie van Economische zaken. Ga naar het nieuws. Geef de kop van drie artikelen weer en beschrijf in het kort welk probleem er speelt. 1
on
c
t
3
C
2
3
d
Ga naar de website van Belastingdienst zakelijk. Wat is de belangrijkste verandering voor dit of komend jaar op drie terreinen? Btw:
1 34
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Winst:
Werkgevers:
Ga naar de website van de Consumentenbond. Zoek naar ‘actie voeren’. Beschrijf de belangen van de consument bij drie acties die je het meest aanspreken en wat de actie inhoudt. Actie 1:
on
Actie 2:
ce p
t
e
Actie 3:
C
1 1 1.2
50 min
Taak 3
Is Shell een duurzame onderneming? Gegeven Je hebt na je studie werk gevonden op de afdeling Administratie van Shell. Op de verjaardag van jouw oom vraagt een neef je hoe je bij zo’n bedrijf kunt gaan werken. Volgens hem is Shell een van de grootste vervuilers van de wereld. Hij zegt dat Shell zijn personeel uitbuit en onderbetaalt en dat ze in het geheel geen rekening houden met de toekomst van onze kinderen. Je bent geschokt. Jij had juist de indruk dat de directie van Shell heel erg bezig is met duurzame productie. Je gaat een onderzoekje doen. Nog dezelfde middag zit je op internet … Gevraagd Ga naar www.shell.nl > Milieu en Maatschappij. Onderzoek de volgende aspecten.
1 35
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Samenleving. De volgende drie punten vielen mij op.
b
Duurzame ontwikkeling. De volgende drie punten vielen mij op.
c
Veiligheid. De volgende drie punten vielen mij op.
d
Milieu. De volgende drie punten vielen mij op.
e
Personeel. De volgende drie punten vielen mij op.
on
ce p
t
a
Hoeveel bedroeg het afgelopen jaar: winst, omzet, productie?
C
f
g
Aan hoeveel personen geeft Shell werk?
Je wist niet dat de site van Shell zoveel informatie gaf. Je raakt helemaal in de ban van de onderneming waar je werkt. Hoe zou dat grote bedrijf eigenlijk bestuurd worden? Wie staat er aan het hoofd van deze grote organisatie? Je gaat op zoek naar de organisatie van Shell. Welke afdelingen zijn er en hoe ziet de onderneming er verder uit?
1 36
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Zoek op de site van Shell Nederland hoe de organisatie van Shell is opgebouwd en geef deze opbouw in een kort overzicht weer.
i
In welke bedrijfstak(ken) is Shell actief?
j
Heeft zich ergens parallellisatie, integratie, specialisatie of differentiatie voorgedaan? Zo ja, waar?
on
ce p
t
h
C
Je peinst verder. Het kan niet anders of een bedrijf als Shell heeft ook kritische tegenstanders die betwijfelen of ondernemingen, en met name oliemaatschappijen, wel zo goed bezig zijn. k
Je gaat op zoek naar hoe anderen over Shell denken. Vermeld wie wat waarover vindt.
1 37
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 1 1.7
Planet:
•
Profit:
Taak 4
t
•
Colombiaanse steenkool met een luchtje!
Gegeven www.fnvmondiaal.nl > Wereld van FNV Mondiaal > Vakbondsrechten > ‘Bloedkolen’ uit Colombia
on
30 min
Maak een lijstje van dingen waarmee Shell volgens jou goed bezig is als je let op Triple P. Bij iedere P probeer je minstens drie argumenten te bedenken. • People:
ce p
l
C
Gevraagd a Over welke productiesector gaat het hier?
b
Geef aan om welke bedrijfskolom en welke bedrijfstakken het hier gaat.
c
Onderzoek hoe het hier zit met Triple P. • People:
1 38
HOOFDSTUK 1 Onderneming
•
Planet:
•
Profit:
Geef twee voordelen voor Nederlandse burgers van goedkope kolen.
e
Wegen de voordelen hier op tegen de nadelen daar? Geef je eigen mening met argumenten.
on
ce p
t
d
C
1
Kijk je antwoorden van de taken na. Gebruik hierbij weer een rode pen. Antwoorden en uitwerkingen kun je bij je docent opvragen. Je zult niet alle antwoorden in de uitwerkingen vinden omdat er een aantal zoekopdrachten tussen zit. Bij twijfel check je jouw antwoord bij de docent.
1 39
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1 Integrale casus 45 min
Een eigen onderneming, wat komt daar allemaal bij kijken?
Personeel:
on
•
ce p
t
Je hebt het plan opgevat een eigen bedrijf te beginnen. Je wilt oude cartridges voor printers gaan inzamelen en ze vullen en recyclen. Voordat je het plan gaat uitvoeren, zet je voor jezelf een aantal dingen op een rijtje. Je vraagt je af wat voor jou belangrijk is: het geld, de manier van werken, hoe je met personeel omgaat, enzovoorts. a Zet jouw ideeën voor het bedrijf op een rij. Omschrijf hoe je met de volgende zaken wilt omgaan. • Milieu:
Winst:
C
•
•
Leveranciers:
1 40
HOOFDSTUK 1 Onderneming
•
Afnemers:
Schrijf een (korte) visie voor je bedrijf.
c
Schrijf een (korte) missie voor je bedrijf.
ce p
t
b
C
on
De tijd gaat snel. Je bedrijf groeit. Lang geleden begon je alleen, maar nu heb je veertien mensen in dienst. Je hebt een secretaresse, een adviseur voor personeelszaken en drie afdelingen: • de afdeling Inzameling, waar de heer Collect de leiding heeft over twee andere personeelsleden; • de afdeling Vullen, waar mevrouw Legerstee leiding geeft aan drie vullers; • de afdeling Verkoop, waar twee vertegenwoordigers proberen de producten te verkopen. Dirk Schut zorgt voor Noord-Nederland, terwijl Kees Krakeel Zuid-Nederland onder zijn hoede heeft. Ten slotte heb je ook een schoonmaakploegje voor vier uur per week. Deze ploeg bestaat uit Bep van de Hoek en Safura. Ze vallen onder jouw directe toezicht. Om jouw organisatie overzichtelijk te houden, besluit je een organogram voor je bedrijf te maken.
1 41
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Maak een organogram van je bedrijf. Laat hierin duidelijk zien dat er lijn- en staffuncties zijn.
Kijk je antwoorden voor zover mogelijk na en informeer bij je docent hoe de internetopdrachten worden beoordeeld.
C
on
1
ce p
t
d
1 42
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1 Reflecteer op je werkzaamheden 15 min
1 1
Beantwoord de onderstaande vragen kort maar motiveer door aan te geven, waarom, waardoor, ondanks, met als gevolg, … je dit zo vindt!
Komt de tijd die jij besteed hebt aan opgaven, taken en casus overeen met de gegeven tijd of ben je sneller of juist langzamer?
Geef aan waar je bij het maken van dit hoofdstuk van baalt, wat er mis is gegaan, wat je de volgende keer anders zou aanpakken.
C
3
Geef aan wat bij dit hoofdstuk goed is gegaan, waar je tevreden of zelfs trots op bent.
on
2
ce p
t
Als je sneller of langzamer hebt ingevuld, geef dan kort de oorzaak hiervoor aan.
4
Geef aan wat je bij het maken van dit hoofdstuk leuk hebt gevonden en waar je energie van krijgt.
5
Geef aan wat bij het maken van dit hoofdstuk een rol heeft gespeeld bij jouw presteren. Denk aan sfeer, collega’s, hulpmiddelen, docenten, enzovoorts.
1 43
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
6
Lees bovenstaande opmerkingen nog eens goed na en geef jezelf minimaal twee aandachtspunten die van belang zijn voor jouw voortgang. 1
2
3
Lees ‘De uitdaging’ bij de inleiding van dit hoofdstuk nog eens door en beschrijf de vaardigheden die je je hebt eigen gemaakt om deze opdracht uit te kunnen voeren.
Neem je reflectie door met je docent en vraag om goedkeuring van je antwoorden.
C
on
1
ce p
t
7
1 44
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1 Test je kennis en inzicht 25 min
Omcirkel de juiste uitspraken. Een organisatie streeft altijd naar winst.
2
Uitzendbureaus maken het mogelijk dat ondernemers werknemers kunnen inhuren voor een bepaalde periode.
3
Triple P staat voor Planet, Peace en Profit.
4
Consumenten zijn belanghebbenden van een onderneming.
5
Een bedrijf is een organisatie die zich bezighoudt met de productie van goederen. en/of diensten.
6
Duurzaam ondernemen betekent rekening houden met de Triple P.
7
Bij integratie wordt de bedrijfskolom langer.
8
Een bedrijfskolom bestaat uit verschillende bedrijfstakken.
9
Een supermarkt is een voorbeeld van distribuerende handel.
10
Een ziekenhuis hoort tot de secundaire sector.
12
ce p
Een verzekeringsmaatschappij hoort tot de tertiaire sector. Een bedrijfskolom geeft de weg aan die een product aflegt van de oerproducent tot en met de consument. De indeling in de afdelingen Administratie en Inkoop is een voorbeeld van een functionele indeling.
C
13
on
11
t
1
14
Een directieassistente heeft een lijnfunctie met haar baas.
15
De indeling in hoofden en uitvoerders in een onderneming heet een rationele indeling.
16
Een organogram is de schematische weergave van de lijnfuncties en staffuncties in een onderneming.
17
Een bedrijf is een economisch zelfstandige onderneming.
18
Een bedrijf dat gericht is op het maken van winst en het voortbestaan in de toekomst, is een onderneming.
19
Een onderneming kan werkzaam zijn in slechts één productiesector.
1 45
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Bedrijven in de primaire sector winnen hun producten uit de natuur.
21
Bedrijven in de tertiaire sector verwerken grondstoffen en natuurproducten tot halffabricaten en eindproducten.
22
Een bedrijfskolom bestaat uit minstens vijf bedrijfstakken.
23
Tussen twee bedrijfstakken zit een verkoopmarkt of een inkoopmarkt.
24
De veranderingen in een bedrijfskolom zijn integratie, distributie, specialisatie en parallellisatie.
25
Integratie en parallellisatie zijn allebei samenvoegingen.
26
Bij specialisatie beperkt een bedrijf haar activiteiten tot een deel van de bedrijfstak en stoot het een deel van het bedrijf af.
27
Een baas kan ondergeschikten hebben, die ook weer ondergeschikten hebben, enzovoorts.
28
Taken van de handel zijn onder andere: sorteren, opslaan, verwerken, distribueren.
29
Als een benzinepomp ook snoep gaat verkopen, is er sprake van integratie.
30
Als een benzinepomp ook snoep gaat verkopen, is er sprake van differentiatie.
31
Als C1000 een melkfabriek opkoopt, is er sprake van integratie.
32
Als C1000 een melkfabriek opkoopt, is er sprake van specialisatie.
33
Als C1000 een melkfabriek opkoopt, is er sprake van parallellisatie.
on
ce p
t
20
C
Bekijk de volgende afbeelding.
directeur Dhr. Van de Berg
directie-assistente Mw. Da Silva
secretaris Dhr. Dennenboom
productie Dhr. Singh jr.
verkoop Mw. Vlak
Dhr. Dreesman
Dhr. De Boer
Dhr. Jamin
1 46
Dhr. Heijn
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Omcirkel de juiste uitspraken. De heer Heijn kan de heer Jamin opdrachten geven.
35
Er is sprake van een geograďŹ sche indeling.
36
De heer Dennenboom kan mevrouw Da Silva opdrachten geven.
37
De heer Singh jr. kan de heer De Boer opdrachten geven.
38
Tussen de heer Singh jr. en mevrouw Vlak bestaat een lijnrelatie.
39
De heer Dennenboom adviseert de heer Van de Berg.
C
on
ce p
t
34
1 47