Diversiteit aan leermiddelen De herziene serie BV in Balans bestaat uit theorieboeken, werkboeken en onlineopdrachten, die binnen de kaders van het kwalificatiedossier, aansluiten op de toetsmatrijzen van SPL. De theorieboeken geven een heldere uitleg van de vakinhouden, verduidelijkt met voorbeelden. Ieder hoofdstuk begint met een inleiding en een uitdaging die de student bewust maakt dat zonder kennis de vaardigheden niet uitvoerbaar zijn. Het hoofdstuk eindigt met een checklist waarmee de fasen van het leerproces nogmaals doorlopen worden. De werkboeken starten met oriënterende vragen en kennisvragen. Met routineopdrachten, praktijktaken en een integrale casus krijgt de student de kans om de vaardigheden, nodig voor het uitvoeren van kerntaken, eigen te maken. Online kunnen studenten de opgedane kennis testen met opdrachten die direct feedback geven op hun (leer)prestaties. BV in Balans is geschreven voor de kwalificaties: - Financieel administratief medewerker (Profiel 1: B1-K1 t/m K3 = basisdeel) - Bedrijfsadministrateur (Profiel 2: basisdeel, aangevuld met P2-K1) - Junior assistent-accountant (Profiel 3: basisdeel, aangevuld met P3-K1) - Salarisadministrateur (Keuzedeel)
9 789006 631579
PT
Didactisch doordacht De methode BV in Balans houdt nadrukkelijk rekening met leerstijlen van studenten en onderwijsstijlen van docenten. De student wordt uitgenodigd om op een eigen manier de leerstof en opdrachten te verwerken, waarbij één doel voorop staat: ‘voorbereiden op een beroep in het financiële werkveld’.
Elementaire Bedrijfsadministratie DEEL 1 BASISBOEK
Ondersteunend leren De methode BV in Balans biedt de gelegenheid om zelfstandig of klassikaal aan de slag te gaan met het aanleren van ondersteunende kennis nodig voor het uitvoeren van kerntaken binnen het financiële werkveld.
CE
Elementaire Bedrijfsadministratie deel 1 behandelt de belangrijkste onderdelen van de boekhoudkundige cyclus. Centraal staat het leren van de boekingsregels.
Elementaire Bedrijfseconomie
N
Deze uitgave Elementaire bedrijfsadministratie deel 1 maakt deel uit van de serie BV in Balans. In deze serie zijn leermiddelen ontwikkeld op basis van het kwalificatiedossier voor de Financieel administratieve beroepen zoals dat geldt vanaf augustus 2016.
CO
mb o
BV in Balans – De ondersteunende methode voor praktijkleren
BASISBOEK DEEL 1 NIVEAU 3&4
financiele beroepen
Colofon Auteurs Edward van Balen Pieter Mijnster
Redactie Pieter Mijnster
Vormgeving
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert educatieve oplossingen voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de onderwijsmarkt en dragen bij aan verbeterde leeropbrengsten en individuele talentontwikkeling.
Studio Fraaj, Rotterdam
Omslag
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling.
Studio Fraaj, Rotterdam Imago Mediabuilders, Amersfoort
Tekeningen Tiekstramedia, Groningen
Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen:
CE PT
Opmaak
www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 16 ISBN 978 9006 63157 9 Vierde druk, eerste oplage, 2015
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2015
CO
N
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord
N
CE PT
Het middelbaar beroepsonderwijs verandert voortdurend onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen en in het bijzonder door de eisen die de beroepspraktijk aan de opleidingen stelt. Met het verschijnen van het nieuwe kwalificatiedossier 2015 introduceert ThiemeMeulenhoff de volledig herziene methode BV in Balans. De herziene methode sluit, binnen de kaders van dit kwalificatiedossier, aan op de toetsmatrijzen van de SPL. Drie belangrijke kenmerken van BV in Balans zijn: • Dé methode voor ondersteunend leren of u nu klassikaal met de studenten aan de slag wilt of de studenten meer zelfstandig wilt laten werken. • Sterk didactisch concept. De methode houdt rekening met de verschillende leerstijlen van studenten en verschillende onderwijsstijlen van docenten. • Grote verscheidenheid aan leermiddelen. De theorieboeken, werkboeken en de onlineopdrachten bieden een groot scala aan materiaal voor de studenten om mee te oefenen.
CO
De hoofdstukken van het theorieboek kennen de volgende structuur: • Een inleiding met een schema dat een overzicht geeft van de inhoud van het hoofdstuk. De inleiding bevat ook steeds een uitdaging voor de student. Doel van deze uitdaging is de student bewust te laten worden dat er een gemis aan kennis en vaardigheden is en dat met de inhoud van dit hoofdstuk dit gemis wordt opgevuld. • De leerstof van het hoofdstuk is verdeeld in paragrafen. De heldere voorbeelden helpen bij het verwerken van de stof. • Een begrippenlijst. • Een checklist aan het eind van het hoofdstuk waarmee de student kan nagaan of hij de inhoud van het hoofdstuk heeft begrepen en kan toepassen. De checklist eindigt met de uitdaging van de inleiding, waarvoor de student nu over de benodigde kennis en vaardigheden beschikt om deze aan te gaan! • Om de leesbaarheid te vergemakkelijken is de tekst voorzien van margewoorden.
De serie BV in Balans is met de grootste zorg ontwikkeld. Wij hopen dat u met plezier werkt met BV in Balans. Meer informatie over BV in Balans vindt u op onze methodesite: www.bvinbalans.nl. Wanneer u vragen of suggesties heeft, dan kunt u contact met ons opnemen.
CO
N
CE PT
De auteurs en uitgever
Inhoudsopgave
3
4
CO
N
2
Onderneming 9 Inleiding 10 1.1 Wat is een onderneming? 12 1.2 Doelen 14 1.3 Belanghebbenden 15 1.4 Werkterrein 18 1.5 Handelsondernemingen 21 1.6 Bedrijfskolommen 24 1.7 Organisatievormen 29 Begrippenlijst 32 Checklist 35 Opbrengsten en kosten, inkomsten en uitgaven 37 Inleiding 38 2.1 De onderneming 40 2.2 Opbrengsten en kosten 42 2.3 KostencategorieĂŤn 47 2.4 Variabele en constante kosten 50 2.5 Opbrengsten, kosten, inkomsten en uitgaven 54 Begrippenlijst 59 Checklist 62 Kosten van grond- en hulpstoffen 65 Inleiding 66 3.1 De grondstofkosten van een product 68 3.2 Nettoverbruik en brutoverbruik 69 3.3 Kostprijs van een goedgekeurd product 76 Begrippenlijst 83 Checklist 85 Kosten van arbeid 87 Inleiding 88 4.1 De arbeidsovereenkomst 90 4.2 Van brutoloon naar nettoloon 98 4.3 Van brutoloon naar loonkosten 102 4.4 Loonstelsels 106 4.5 Uurtarief en werkplaatstarief 110 4.6 Gewaardeerd loon 113
CE PT
1
6
CO
N
7
CE PT
5
Begrippenlijst 115 Checklist 118 Kosten van duurzame productiemiddelen 121 Inleiding 122 5.1 Economische en technische gebruiksduur 123 5.2 Afschrijvingskosten van een duurzaam productiemiddel 127 5.3 Afschrijven 129 5.4 Complementaire kosten en interestkosten 134 Begrippenlijst 141 Checklist 143 Overige kostensoorten 145 Inleiding 146 6.1 De kosten van grond 148 6.2 De kosten van diensten van derden 150 6.3 De kosten van belastingen 156 6.4 De kosten van vermogen 162 Begrippenlijst 165 Checklist 167 Constante en variabele kosten 169 Inleiding 170 7.1 Variabele kosten 172 7.2 Constante kosten 175 7.3 Variabele kosten per product 180 7.4 Kostprijsformule 182 7.5 Verkoopprijs 185 7.6 Verkoopprijs bij een handelsonderneming 188 7.7 Berekening van de nettowinst 190 7.8 Opbrengsten- en kostenlijn tekenen 193 Begrippenlijst 196 Checklist 198 Directe en indirecte kosten 201 Inleiding 202 8.1 Kostprijsberekening met directe en indirecte kosten 204 8.2 Primitieve opslagmethode 207 8.3 VerďŹ jnde opslagmethode 211 8.4 Opslagmethode bij een dienstverlenende onderneming 213 Begrippenlijst 217 Checklist 218
8
9
233
CO
N
CE PT
Bedrijfsresultaten 219 Inleiding 220 9.1 Voor- en nacalculatie 222 9.2 Bedrijfsresultaat 224 9.3 Bedrijfsresultaat opgesplitst in transactie- en bezettingsresultaat 231 9.4 Bezettingsresultaten van fabricage en verkoop 9.5 Incidentele orders 235 9.6 Calculatieverschillen 238 Begrippenlijst 244 Checklist 247 10 Break-evenanalyse 249 Inleiding 250 10.1 Break-evenpunt 252 10.2 Break-evenafzet en break-evenomzet 253 10.3 Break-evenafzet met een formule 257 10.4 Break-evenafzet graďŹ sch bepalen 258 10.5 Veiligheidsmarge 261 10.6 Gewenst winstniveau 262 10.7 Break-evenomzet handelsonderneming 263 Begrippenlijst 266 Checklist 268 Register 270
CE PT
1 CO
N
1 Onderneming
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Inleiding
productiesector bedrijfskolom
organogram
CE PT
belanghebbenden
N
onderneming
Organisaties streven naar het bereiken van een bepaald doel. Die doelen kunnen per organisatie heel verschillend zijn. Vaak is het een doel dat ook daadwerkelijk bereikt wordt, maar soms wordt het doel nooit bereikt. De Hartstichting zal zich altijd blijven inzetten voor hartpatiënten en zal ieder jaar activiteiten organiseren om geld bij elkaar te krijgen. Met dat geld kunnen wetenschappers weer onderzoek uitvoeren. In het eerste deel van dit hoofdstuk staan de doelen van een onderneming centraal en de aparte doelen van de belanghebbenden van de onderneming. Het streven naar winst is belangrijk, maar ook de zorg voor het milieu en de zorg voor mensen tellen mee. Hierna kijk je naar de plaats die een onderneming inneemt in het totale productieproces. In welke productiesector zit de onderneming en wat is de plaats van de onderneming in de bedrijfskolom? Ook de veranderingen in de bedrijfskolom bekijk je. Ten slotte komt de interne organisatie van een onderneming ter sprake. Dit gebeurt aan de hand van een organogram.
CO
organisaties
De uitdaging Op verzoek aan onze belanghebbenden moet er een presentatie van de onderneming gemaakt worden. Hierin moet duidelijk worden: • wat de visie en missie van de onderneming zijn; • dat er sprake is van duurzaam ondernemen (Triple P); • in welke productiesectoren de onderneming actief is; • welke rol de onderneming in de handel speelt; • hoe de onderneming is georganiseerd, verduidelijkt met een organogram.
Een lastige opdracht als je de nodige kennis mist of de vaardigheden niet beheerst om hiermee aan de slag te gaan. Na het hoofdstuk ‘Onderneming’ begrijp je de opdracht en kun je uitvoeren wat er van je verwacht wordt.
1 10
HOOFDSTUK 1 Onderneming
ONDERNEMING
Vermogenverschaffers
Uitzendbureau Vakbond
Werknemers
Leveranciers
Onderneming Planet People Profit
Afnemers
CE PT
Leiding
Overheid
Bedrijfskolom Productiesectoren
Veranderingen integratie differentiatie parallellisatie specialisatie
N
primaire secundaire tertiaire quartaire
CO
Organogram
1
Het schema geeft de onderwerpen in dit hoofdstuk aan. Ook de verbanden tussen bepaalde begrippen vind je in dit schema terug. Je kunt het schema ook zien als een samenvatting van het hoofdstuk ‘Onderneming’.
1 11
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1.1.1
De visie en missie van een organisatie
Een organisatie is een groep mensen die samenwerkt om een bepaald doel te bereiken. Dat doel moet zo helder mogelijk beschreven zijn. Anders weet je nooit of je je doel hebt bereikt. Het gaat om wie, wat en hoe. Voor de organisatie is het belangrijk om een planning te hebben waarin beschreven staat hoe zij het doel of meerdere doelen wil bereiken. Hierbij maakt de organisatie gebruik van mensen, maar ook van middelen. De middelen die gebruikt worden, zijn de productiefactoren. Deze middelen worden zo doelmatig mogelijk ingezet zodat het doel zo efficiënt mogelijk gehaald wordt. Een organisatie moet zeggen waar zij voor staat. Dat is de missie. Bij het beschrijven van een missie gaat het onder meer om: • Wie zijn wij? • Waarom bestaan wij? • Wat kunnen wij voor onze belanghebbenden doen? • Wat zijn onze waarden, normen en overtuigingen? • Wat willen we bereiken (visie)?
visie
CO
N
missie
Wat is een onderneming?
CE PT
productiefactor
1.1
De onderneming moet een aansprekend toekomstbeeld bieden. Dat is de visie. In de visie van de organisatie staat het doel dat de organisatie nastreeft. Het gaat bij een visie om het maken van verschil voor klanten en de maatschappij. Iets waarvoor de organisatie warm loopt en waarop klanten zitten te wachten.
1 12
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Visie ‘ De mens is de schepper van verandering in deze wereld. Daarom zou hij boven systemen en structuren moeten staan en er niet ondergeschikt aan zijn.’
‘Een Apple-computer op ieder bureau.’ – Steve Jobs
Missie
De visie en missie van Apple
CE PT
‘Apple verplicht zich om studenten, het onderwijs, creatieve professionals en consumenten over de hele wereld de beste computerervaring te geven door diens aanbod van innovatieve hardware, software en internet.’
1.1.2
CO
N
Een organisatie moet ook beschrijven langs welke wegen zij de doelen wil gaan bereiken. Daarom werkt een organisatie met verschillende scenario’s. In een scenario staat hoe de mensen betrokken zijn bij de scenario missie, de visie, de keuzes die er zijn en welke voordelen en nadelen er aan die keuzes zitten.
Bedrijf en onderneming
Een organisatie is economisch zelfstandig als ze zelf voldoende inkomsten kan verwerven om alle uitgaven te doen. Als je van de overheid een subsidie nodig hebt om te kunnen bestaan, dan ben je niet economisch zelfstandig. Een bedrijf is een economisch zelfstandige organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten. Een onderneming is een bedrijf dat naar winst streeft en naar voortbestaan op de lange termijn.
1 13
economisch zelfstandig
bedrijf onderneming
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1.2 Doelen Het doel van een onderneming is niet zomaar winst maken en verder niets. De doelen worden vaak heel precies omschreven en gaan ook om andere dingen dan alleen maar winst. Een verantwoordelijke ondernemer houdt zich aan bepaalde principes en houdt rekening met de verschillende groepen die er belang bij hebben dat het goed gaat met de onderneming.
CE PT
planet
N
Triple P
CO
duurzaam ondernemen
Duurzaam ondernemen Iedere onderneming moet een doel hebben en een plan om dat doel te bereiken. Nu vinden veel ondernemers dat niet alles is toegestaan om zo veel mogelijk winst te behalen. Behalve winst vinden ze dat ook milieu en personeel een belangrijke rol spelen. Bij duurzaam ondernemen gaat het dan om ‘Triple P’. Dat zijn de drie P’s van Planet, People en Profit. Planet staat voor het milieu. Op milieugebied is het van belang dat ondernemingen met zorg omgaan met energie en de natuurlijke hulpbronnen, dat ze aan recycling doen en dat ze hun afvalgassen en afvalwater zuiveren.
Bij planet staat het milieu centraal
Maar het gaat ook om de vraag of je een streek mag ombouwen tot toeristisch gebied. Misschien is een andere bestemming voor dat gebied op de langere termijn veel beter voor de bevolking of het milieu. Denk maar aan skigebieden in Oostenrijk waar de natuur zo is veranderd dat bossen verdwenen zijn en lawines en overstromingen voor steeds groter gevaar zorgen.
1 14
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Op sociaal vlak (People) gaat het om het welzijn van het personeel. people Geen kinderarbeid en geen gevaarlijke situaties laten bestaan bij de productie. Maar wel zorgen voor mogelijkheden voor opleiding en het bieden van kinderopvang. De derde P staat voor ProďŹ t. Winst maken betekent inkomen voor de proďŹ t eigenaars. Maar ook alle andere belanghebbenden van een onderneming vinden het voortbestaan van de onderneming belangrijk.
1.3.1
CE PT
1.3 Belanghebbenden Verschillende belanghebbenden
Veel groepen hebben er belang bij dat het goed gaat met een onderneming. Elke groep heeft een eigen doel dat nagestreefd wordt. De volgende groepen zijn belanghebbenden van een onderneming.
CO
N
Werknemers Werknemers hebben hun arbeid als inbreng. In ruil daarvoor krijgen ze een inkomen. Voor degenen die dat willen, zijn er mogelijkheden om opleidingen te volgen. Je nuttig voelen, jezelf ontplooien en zekerheid voor je bestaan zijn ook belangrijk. Leidinggevenden Leidinggevenden brengen ook hun arbeid in en hun ondernemerscapaciteiten. Zij krijgen eveneens een inkomen, maar vaak ook een extra beloning als ze een bepaald minimumresultaat of target bereiken. Ook status en zelfontplooiing spelen mee. Vakbonden Vakbonden treden vaak namens de werknemers op. Zij zorgen ervoor dat allerlei zaken rondom arbeid goed geregeld zijn en onderhandelen met de onderneming over arbeidsvoorwaarden en werkgelegenheid.
1 15
belanghebbenden
CE PT
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Werknemers laat je horen!
CO
N
Uitzendbureaus Uitzendbureaus krijgen steeds meer invloed op ondernemingen, omdat zij het mogelijk maken dat ondernemingen op korte termijn werknemers kunnen inhuren voor een bepaalde periode. Vermogenverschaffers Vermogenverschaffers van eigen en vreemd vermogen geven een onderneming de mogelijkheid projecten te ďŹ nancieren. Als beloning ontvangen de eigenaren een deel van de winst en zeggenschap. De verschaffers van vreemd vermogen, zoals banken en beleggers met obligaties, ontvangen rente en in bijzondere gevallen ook zeggenschap. Overheid De overheid zorgt voor randvoorwaarden zoals veiligheid, infrastructuur, regelgeving en wetgeving. De overheid ontvangt ook een deel van de winst in de vorm van belasting, maar er is geen rechtstreeks verband tussen wat de overheid geeft en wat de overheid ontvangt.
1 16
CE PT
HOOFDSTUK 1 Onderneming
CO
N
Leveranciers Leveranciers leveren grondstoffen en duurzame productiemiddelen. Maar ook verzekeringen, transport, advies en andere dienstverlening horen hierbij. Afnemers Tot slot zorgen de afnemers van de producten ervoor dat de onderneming haar producten en diensten kan verkopen. De invloed van de afnemers hangt af van het soort producten en diensten dat geleverd wordt en hoe belangrijk deze afnemer is voor de onderneming. Als afnemers andere eisen stellen aan de producten, zal de onderneming hierop moeten inspelen.
1.3.2
Lastige beslissingen
De belangen van deze groepen zijn zo verschillend, dat er nooit sprake kan zijn van ĂŠĂŠn doel. Als het goed gaat met de onderneming, gaat het ook goed met de verschillende groepen. Toch zijn er gebeurtenissen die verschillend uitpakken voor verschillende groepen, bijvoorbeeld:
1 17
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
• vaste werknemers ontslaan en meer met uitzendbureaus gaan werken; • goedkopere grondstoffen gaan gebruiken, die meer afval veroorzaken; • hogere lonen, waardoor er minder winst is voor de aandeelhouders; • strengere milieueisen, waardoor de productie duurder of misschien wel onmogelijk wordt.
CE PT
Door deze strijdige belangen is leidinggeven aan een onderneming vaak een heel lastig spel.
1.4 Werkterrein 1.4.1
Productiesectoren
CO
N
Er zijn zoveel verschillende soorten bedrijven dat er bijna net zoveel manieren zijn om bedrijven in te delen. Een bedrijf kan helemaal aan het begin van een productieproces, maar ook helemaal aan het eind. Sommige bedrijven houden zich met elke fase van het productieproces bezig. Goederen leggen vaak een lange weg af. Er zijn telkens bedrijven die iets met het product doen, zodat het meer waard wordt. Produceren is dan ook waarde toevoegen. Als je die weg weergeeft in een schema, noem je dat een bedrijfskolom. Je kunt alle bedrijven indelen in vier productiesectoren.
bedrijfskolom
Primaire sector Bedrijven in de primaire sector winnen hun producten uit de natuur. Voorbeelden zijn mijnbouw, landbouw, veeteelt, bosbouw en visserij.
1 18
HOOFDSTUK 1 Onderneming
De natuur geeft grondstoffen voor de primaire sector
CO
N
CE PT
Secundaire sector Bedrijven in de secundaire sector verwerken de grondstoffen en natuurproducten uit de primaire sector en maken daar eindproducten en halffabricaten van. Voorbeelden zijn worstmakerijen, meubelfabrieken, olierafďŹ naderijen en margarinefabrieken.
Veel fabrieksarbeid in de secundaire sector
Tertiaire sector Bedrijven in de tertiaire sector zijn dienstverlenende bedrijven. Het gaat onder meer om handel, transport, verzekering, administratie en advisering. Voorbeelden zijn verzekeringsmaatschappijen, benzinestations, patatbakkers, accountantskantoren, supermarkten en juweliers. Het zijn altijd ondernemingen, omdat deze bedrijven naar winst streven. Een andere naam voor deze sector is de commerciĂŤle dienstensector.
1 19
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
CommerciĂŤle bedrijven vind je in de tertiaire sector
CO
N
CE PT
Quartaire sector Bedrijven in de quartaire sector zijn ook dienstverlenende bedrijven, maar ze streven niet naar winst. Een andere naam is dan ook de nietcommerciĂŤle dienstensector. Het is mogelijk dat de bedrijven kostendekkend moeten werken, maar het is ook mogelijk dat deze bedrijven alleen met subsidies kunnen blijven bestaan. Ze zijn dan niet economisch zelfstandig. Voorbeelden van bedrijven in de quartaire sector zijn ziekenhuizen, brandweer, politie en verzorgingshuizen.
Brandweer en ziekenhuizen zijn dienstverlenend
1.4.2
Van bedrijf naar onderneming
Er is de laatste tijd steeds meer sprake van instellingen die kostendekkend moeten werken of zelfs winstgevend moeten worden. Vroeger moesten de Nederlandse Spoorwegen met subsidie zorgen voor openbaar vervoer per trein. Tegenwoordig moet de NS ook winst
1 20
HOOFDSTUK 1 Onderneming
maken om te blijven bestaan. De NS is dus van de quartaire sector naar de tertiaire sector gegaan.
1.5 Handelsondernemingen
1.5.1
Taken
CE PT
Een handelsonderneming maakt de producten niet zelf, maar koopt de producten in. Dat kan rechtstreeks van een producent zijn, maar een groothandel handelaar kan ook bij de groothandel de artikelen kopen. Deze groothandel koopt dan de artikelen op bij de producenten. Een handelaar is dus eigenaar van de goederen, niet zomaar een tussenpersoon!
De handel heeft een aantal taken.
CO
N
Collecteren De handelaar koopt goederen bij een aantal producenten. Op deze manier verzamelt de handelaar verschillende soorten goederen. Opslaan Als de handelaar het verschil in tijd wil overbruggen, moet hij goederen opslaan. De handelaar heeft voorraden; zo kan hij op elk gewenst moment de klanten voorzien. Tijdens de opslag moeten de goederen onderhouden worden. Soms zijn aan het opslaan hoge kosten verbonden voor bijvoorbeeld koeling of bewaking. Sorteren Niet alle producten zijn van gelijke kwaliteit of van dezelfde grootte. Tijdens de opslag gaat de handelaar sorteren. Dit komt vooral bij verzamelende handel voor. Bijvoorbeeld sortering naar grootte (bij aardappels) en naar kwaliteit (bij kofďŹ ebonen). Assorteren De handelaar wil zijn afnemers verschillende producten of kwaliteiten aanbieden. Daarom probeert hij een assortiment producten aan te
1 21
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
bieden. Dit zal zich voornamelijk voordoen bij distribuerende handelaren. Dit is assorteren.
CO
N
CE PT
Distribueren Als de goederen door een klein aantal handelaren zijn opgekocht, zorgen deze handelaren er ook voor dat deze goederen bij de consument terechtkomen. Meestal zorgt de handel ervoor dat er veel verkooppunten voor deze producten zijn. Een ander woord voor distribueren is verdelen.
De krantenjongen distribueert kranten
Financieren De producent van landbouwproducten moet de oogst afwachten voordat hij geld kan krijgen voor zijn goederen. Om te kunnen leven zal de handelaar vaak de boer ďŹ nancieren. In dit geval ontvangt de boer dus eerst geld, een hele tijd later levert hij de landbouwproducten. Verkoop bevorderen Klanten weten niet altijd wat je allemaal met een nieuw product kan doen. Of ze weten niet welk product ze moeten kiezen, welk product het beste is. EĂŠn van de taken van de handelaar is de producten onder
1 22
HOOFDSTUK 1 Onderneming
1.5.2
N
CO
Keus genoeg!
CE PT
de aandacht van de klanten te brengen en zo de verkoop bevorderen. Reclame kan deze keus be誰nvloeden.
Van verkoopprijs naar nettowinst
De onderneming krijgt de goederen geleverd in grote hoeveelheden. Behalve de inkoopprijs komen ook de transportkosten en de kosten van verzekering erbij. Dat is waar de onderneming mee begint. Daarna komen de kosten voor de opslag, het bewaren, het verpakken, het verkopen. Verkoopkosten kunnen onder andere bestaan uit transportkosten, reclamekosten, de kosten van de vertegenwoordigers en kosten van de verkoopruimten. De handelaar heeft een idee over de inkoopprijs en de verkoopprijs. brutowinst Het verschil is de brutowinst per product. Van deze brutowinst moet bedrijfskosten dan nog een bedrag af voor de bedrijfskosten. Wat overblijft, is de nettowinst nettowinst per product.
1 23
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Verkoopprijs - Inkoopprijs Brutowinst - Bedrijfskosten Nettowinst
1.6 Bedrijfskolommen
Een onderneming vervult een of meer functies in een bedrijfskolom. Sommige ondernemingen houden zich bezig met de productie, terwijl andere ondernemingen zich richten op het inkopen en verkopen van producten. Een onderneming kan ook produceren en handelen. Vooral de ondernemingen die handelen in producten, lossen de problemen op als het gaat om de hoeveelheid, de kwaliteit, het tijdstip en de plaats. De activiteit van de onderneming bepaalt mede de plaats van de onderneming in de bedrijfskolom.
collecterende handel
distribuerende handel
groothandel
CO
N
bedrijfskolom
De plaats van een bedrijf in de bedrijfskolom
CE PT
1.6.1
Collecterende handel De collecterende handel (ook wel de verzamelende handel) koopt eerst goederen op. Vervolgens worden de goederen gesorteerd in verschillende maten en kwaliteiten. De handelaar slaat de goederen voor korte of langere tijd op en vervoert ze daarna naar een bepaalde plaats. Collecterende handel vind je vooral voorin de bedrijfskolom. Distribuerende handel De distribuerende handel koopt groot in en verkoopt vaak in kleinere hoeveelheden aan bedrijven en consumenten in een bepaald land of een bepaalde regio. Distribuerende handel vind je dan ook onderin de bedrijfskolom. Groot- en kleinhandel Als een bedrijf aan een ander bedrijf verkoopt, is er sprake van groothandel. Opkopers, exporteurs en importeurs zijn voorbeelden van groothandel. Een groothandel collecteert, omdat hij goederen opkoopt
1 24
HOOFDSTUK 1 Onderneming
N
CE PT
bij producenten en distribueert, omdat hij deze goederen verdeelt over meerdere detaillisten. Groothandels vind je dan ook vooral midden in een bedrijfskolom.
CO
In de stad vind je kleinhandel; verkoop aan consumenten
Bedrijven die leveren aan de consument noem je kleinhandel. Het zijn kleinhandel de detaillisten die de goederen aan de eindverbruikers verkopen en vallen hierdoor onder de distribuerende handel die zich aan het eind van een bedrijfskolom bevindt. Al met al kun je zeggen dat je in de bedrijfskolom ondernemingen vindt die zich toeleggen op de productie van goederen en diensten en ervoor zorgen dat deze producten aan de uiteindelijke afnemers geleverd worden.
1.6.2
Van oerproducent tot consument
De weg die een product aegt van de allereerste (oer)producent tot aan de consument is de bedrijfskolom. Zo’n bedrijfskolom kun je voor alle producten tekenen. Een onderneming vervult een of meer fasen in een bedrijfskolom. Dit kan om de daadwerkelijke productie gaan, maar
1 25
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
ook om handel. De schematische bedrijfskolom en de bedrijfskolom van brood kun je als volgt weergeven.
oerproducent
graanboeren
markt
markt groothandel
opkoper/graanhandelaar
markt
markt industrie
meelfabriek markt k
kleinhandel markt k
bakkerij
markt k
N
In werkelijkheid is er sprake van een groot aantal graanboeren en bakkers. Het aantal graanhandelaren is minder groot en van meelfabrieken zijn er maar enkele. De gezamenlijke graanboeren vormen samen een bedrijfstak. Zo vormen ook de gezamenlijke graanhandelaren en de bakkers een bedrijfstak. Een bedrijfstak bestaat dus uit bedrijven (ondernemingen) die een zelfde soort productie uitvoeren in een bedrijfskolom. Tussen deze bedrijfstakken zitten markten. Tussen de graanboeren en de graanhandelaren zit een graanmarkt. Voor de graanboer is dit een verkoopmarkt en voor de graanhandelaar een inkoopmarkt. De goederen leggen een weg af naar beneden en krijgen een steeds grotere waarde. Vervoerders, verzekeraars en banken zorgen ervoor dat het proces soepel verloopt. Zo gaan de goederen in de richting van de uiteindelijke afnemer: de consument. De consument is de eindverbruiker.
CO
bedrijfstak
CE PT
markt k
1.6.3
diensten van derden
Veranderingen in de bedrijfskolom
De goederen veranderen elke keer van eigenaar. De vervoerders, verzekeraars en ďŹ nanciers worden geen eigenaar, maar krijgen uiteraard wel betaald voor hun diensten. Dit zijn de diensten van derden.
1 26
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Om verschillende redenen kunnen bedrijfskolommen veranderen. Deze veranderingen hebben bijvoorbeeld te maken met nieuwe productietechnieken, andere grondstoffen, bedrijven die samengaan of bedrijven die zich opsplitsen. Er zijn vier vormen: • integratie; • differentiatie; • parallellisatie; • specialisatie.
CE PT
Integratie Als een bedrijf wordt samengevoegd met een ander bedrijf uit een vorige of volgende bedrijfstak in dezelfde bedrijfskolom is er sprake van integratie. Dit kan gebeuren als een leverancier en een afnemer samengaan of, zoals in de afbeelding, dat een handelaar in graan dit zelf gaat malen en als meel gaat verkopen. Een bedrijfskolom wordt door integratie korter.
graanboer
CO
graanboer
na
N
voor
integratie
graanhandelaar
meelfabriek
meelfabriek die direct van graanboeren koopt
bakker
bakker
Differentiatie Als een bedrijf juist wordt opgesplitst in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom is dat differentiatie. De bakkers die zelf brood differentiatie bakken en verkopen, besluiten het brood in te kopen bij grote broodbakkerijen en het in de bakkerij te verkopen. Een bedrijfskolom wordt door differentie langer.
1 27
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
voor
na
meelfabriek
meelfabriek
bakker
bakkerijen
N
Parallellisatie Als een bedrijf uit de ene bedrijfskolom een bedrijf uit een andere bedrijfskolom overneemt, is er sprake van parallellisatie. Een voorbeeld is een tankstation dat een kleine supermarkt gaat beginnen. Of een bakker die een kaaswinkel overneemt. Een bedrijfskolom wordt door parallellisatie breder.
CO
parallellisatie
CE PT
broodboetieks en supermarkten
1 28
HOOFDSTUK 1 Onderneming
bakker
voor
kaaswinkel
bakker + kaaswinkel
na
CO
meelfabriek
na
N
voor
CE PT
Specialisatie Bij specialisatie specialisatie gaat een bedrijf zich uitsluitend toeleggen op een deel van de activiteiten in een bedrijfstak. Een bakker die besluit zich helemaal te richten op luxe gebak en lekkernijen en het brood over laat aan de gewone bakker of supermarkten is hier een voorbeeld van. Je kunt dan zeggen dat een bedrijfskolom door specialisatie smaller wordt.
bakker
meelfabriek
boulanger
gewone bakker
1.7 Organisatievormen Een onderneming is een organisatie en streeft een of meer doelen na. Om die doelen te bereiken, moeten de mensen samenwerken. Er moeten taken worden uitgevoerd. In een functie zitten altijd verschillende taken. Het is belangrijk afspraken te maken wie in een organisatie leiding geeft aan een ander.
1 29
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
1.7.1
CE PT
organogram
directeur
directie-assistent
hoofd productie
hoofd verkoop
N
stafrelatie
Bij een lijnrelatie is er een baas en een ondergeschikte. De baas geeft een opdracht en de ondergeschikte voert die opdracht uit. In een leger is een sergeant de baas van een korporaal en een korporaal is weer de baas van een soldaat. Bij een stafrelatie is er ook sprake van een baas, maar de stafmedewerkers adviseren hun baas en geven geen opdrachten ’naar beneden’. Een echte organisatie heeft zowel lijnfuncties als staffuncties. In de volgende afbeelding staat een schema van de interne organisatie van een bedrijf. De interne organisatie is de manier waarop een organisatie alles wat betreft personen, functies, taken en verantwoordelijkheden heeft georganiseerd. Zo’n schema heet ook wel een organogram.
CO
lijnrelatie
Relaties in organisaties
uitvoerder 1
uitvoerder 2
uitvoerder 3
uitvoerder 4
In dit organogram kun je zien dat er lijnbevoegdheid bestaat tussen de directeur en de hoofden van de afdeling productie en de afdeling verkoop. Ook tussen de hoofden en de uitvoerders bestaat deze lijnbevoegdheid. Maar het hoofd verkoop kan geen opdrachten geven aan de uitvoerders 1 en 2. De directie-assistent heeft een staffunctie. Hij of zij geeft de directeur advies; de directeur kan de directie-assistent opdrachten geven. Afdelingen kun je op verschillende manieren organiseren: • Zo kan een bedrijf afdelingen creëren naar land, zoals binnenland en buitenland. En zo kan binnenland weer verdeeld zijn in noord, midden en zuid. Dit is de geografische indeling.
1 30
HOOFDSTUK 1 Onderneming
CO
N
CE PT
• Je kunt afdelingen ook indelen naar de functie die zij vervullen. Zoals Productie, Inkoop, Verkoop, Administratie en Technische Dienst. Dit is de functionele indeling. • Nog een andere indeling is die naar product, zoals koffie en thee.
1 31
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Begrippenlijst Economisch zelfstandige organisatie die zich toelegt op de productie van goederen en diensten.
Bedrijfskolom
Weg die een product aflegt van oerproducent tot consument.
Bedrijfskosten
Kosten die een bedrijf maakt voor het productieproces.
Bedrijfstak
Bedrijven die in een bedrijfskolom dezelfde functie vervullen. Groep (personen) die belang heeft bij het goed functioneren van een onderneming.
N
Belanghebbende
CE PT
Bedrijf
Verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs.
CO
Brutowinst
Collecterende handel
Handel die goederen opkoopt en opslaat; verzamelende handel.
Diensten van derden
Activiteiten die door tussenpersonen uitgevoerd worden zonder dat deze eigenaar van de goederen worden, bijvoorbeeld een transportbedrijf.
Differentiatie
Splitsen van één fase in twee opeenvolgende fasen in dezelfde bedrijfskolom.
Distribuerende handel
Handel die goederen verspreidt onder afnemers; verdelende handel.
1 32
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Streven naar niet alleen winst (Profit), maar met oog voor de mensen (People) in en om het bedrijf en de wereld (Planet) om zich heen (bijvoorbeeld het milieu).
Economisch zelfstandig
In staat om als bedrijf zelf voldoende inkomsten te verwerven om alle uitgaven te doen.
Groothandel
Bedrijven die verkopen aan andere bedrijven.
Kleinhandel
Missie
Bedrijven die leveren aan consumenten, de eindverbruikers.
CO
Lijnrelatie
Samenvoegen van twee opeenvolgende fasen in een bedrijfskolom tot één fase.
N
Integratie
CE PT
Duurzaam ondernemen
Werkrelatie in een organisatie waarbij de ene de verantwoordelijkheid heeft over de ander. Kenmerken waar een organisatie voor staat.
Nettowinst
Brutowinst verminderd met de bedrijfskosten.
Onderneming
Bedrijf dat naar winst streeft en naar voortbestaan op de lange termijn.
Organisatie
Groep mensen die samenwerken om een bepaald doel te bereiken.
1 33
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
Grafische weergave van de manier waarop een organisatie is georganiseerd.
Parallellisatie
Samenvoegen van twee gelijkwaardige bedrijven uit verschillende bedrijfskolommen tot één bedrijf.
Productiefactor
Middel dat organisaties inzetten om een bepaald doel zo efficiënt mogelijk te bereiken.
Scenario
CE PT
Organogram
Geeft aan hoe de mensen betrokken zijn bij de missie, de visie, de keuzes die er zijn en welke voordelen en nadelen er aan die keuzes zitten. Toeleggen op een bepaald deel van het productieproces. Ook: splitsen van een bedrijf in een bedrijfskolom tot twee gelijkwaardige bedrijven.
CO
N
Specialisatie
Stafrelatie
Werkrelatie in een organisatie waarbij de ene adviserend optreedt naar de ander.
Triple P
Wens om de drie elementen People, Planet en Profit op harmonieuze wijze te combineren in het kader van duurzame ontwikkeling.
Visie
Toekomstbeeld waar een organisatie voor gaat.
1 34
HOOFDSTUK 1 Onderneming
Checklist
Je kent de begrippen die in dit hoofdstuk voorkomen.
■
N
■ ■ ■ ■ ■ ■ ■ ■
CE PT
Je begrijpt waarom bedrijven een visie en missie nastreven; dat duurzaam ondernemen tot lastige beslissingen kan leiden; dat een onderneming veel belanghebbenden heeft; dat verschillende belanghebbenden tegenstrijdige belangen kunnen hebben; dat een onderneming werkzaam kan zijn in verschillende productiesectoren; dat iedere onderneming een plaats in de bedrijfskolom heeft; dat de plaats in de bedrijfskolom afhangt van de doelen die een onderneming nastreeft; dat een markt zowel verkoopmarkt als inkoopmarkt is.
CO
1
Neem de checklist goed door. Je controleert hiermee of je de inhoud van dit hoofdstuk kent en begrijpt.
Je kunt de rol die bedrijven spelen in het productieproces aangeven; de verschillende belangen die spelen in een bedrijf verklaren; bedrijven indelen naar productiesector; de verschillende taken die de handel heeft herkennen en verklaren; veranderingen in de bedrijfskolom verklaren; een organogram samenstellen met lijnfuncties en staffuncties.
■ ■ ■ ■ ■ ■
Je ziet in de praktijk dat bedrijven in de primaire sector hun producten uit de natuur winnen; dat bedrijven in de secundaire sector grondstoffen en natuurproducten verwerken tot halffabricaten en eindproducten;
■ ■
1 35
ELEMENTAIRE BEDRIJFSECONOMIE Deel 1
■ dat bedrijven in de tertiaire sector dienstverlenend zijn en streven naar winst (commerciële dienstverlening); ■ dat bedrijven in de quartaire sector dienstverlenend zijn, maar niet streven naar winst (niet-commerciële dienstverlening); ■ dat ondernemingen zich steeds meer richten op duurzaam ondernemen; ■ dat de handel de producten voortstuwt naar de consument.
CO
N
■ ■ ■ ■ ■
CE PT
Je begrijpt en kunt aan de slag met ‘De uitdaging’ van de inleiding Op verzoek aan onze belanghebbenden moet er een presentatie van de onderneming gemaakt worden. Hierin moet duidelijk worden: wat de visie en missie van de onderneming zijn; dat er sprake is van duurzaam ondernemen (Triple P); in welke productiesectoren de onderneming actief is; welke rol de onderneming in de handel speelt; hoe de onderneming is georganiseerd, verduidelijkt met een organogram.
1 36