Bijbel als Basis
1
vmbo
3
Vrienden van Jezus
3 Vrienden van Jezus
© Getty Images / iStockphoto / FluxFactory
Je zit nog maar net op deze school. Je zit in een nieuwe klas met nieuwe klasgenoten. Hopelijk kun je goed met je klasgenoten opschieten. Misschien heb je al wel nieuwe vrienden of vriendinnen. Bij vriendschap vertrouw je elkaar. Je merkt dat je dezelfde dingen leuk vindt of dat je om dezelfde dingen moet lachen. En je neemt elkaar zoals je bent. Jezus had ook vrienden, dat waren zijn leerlingen. Hij trok met ze op en hij gaf ze een opdracht. Ook nu nog kun je een vriend van Jezus zijn.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • • • • • 2
nadenken over vriendschap; wat Jezus bedoelt als hij zijn leerlingen vrienden noemt; hoe Jezus met zijn familie en vrienden omging; wat Jezus bedoelt als hij alle gelovigen zijn broers en zussen noemt; hoe Jezus als leraar was; welke opdracht Jezus zijn leerlingen meegaf; hoe je zelf een leerling van Jezus kunt zijn; wat het betekent om leerling van Jezus te zijn.
3.1 Vriendschap
3.1
Vriendschap Je leert: • nadenken over vriendschap; • wat Jezus bedoelt als Hij zijn leerlingen vrienden noemt.
1
Om te beginnen - Jij en je vrienden Je weet vast wel waarom je jouw vrienden of vriendinnen leuk vindt. Bijvoorbeeld omdat je goed met ze kan sporten, winkelen of gamen. Maar het is ook belangrijk hoe jullie met elkaar omgaan. a Wat doe jij graag samen met je vrienden of vriendinnen? Noem drie dingen.
Bijvoorbeeld: kletsen, gamen en voetballen b Wat vind je leuk of goed aan jouw vrienden of vriendinnen? Noem drie dingen.
Bijvoorbeeld: trouw, eerlijk en stoer c Stel dat je beste vriend of vriendin iets over jou mag zeggen. Wat vindt hij of zij goed aan jou, denk je?
Bijvoorbeeld: luistert goed, grappig en eerlijk d Wat denk je dat hij of zij minder goed aan jou vindt? Bijvoorbeeld: beetje druk en rommelig e Soms zegt iemand: 'Een goede vriend neemt je zoals je bent: met je goede en je slechte kanten.' Ben je het met deze uitspraak eens? Zet een kruisje op de lijn.
mee eens
mee oneens
f Leg uit waarom je het kruisje daar hebt neergezet. Bijvoorbeeld: Ik ben het hier helemaal mee eens, omdat iedereen goede en slechte kanten heeft. g Waardoor kan een vriendschap stuk gaan? Noem twee redenen.
Bijvoorbeeld: ruzie, naar een andere school gaan
3
3
Vrienden van Jezus
Jezus, een bijzondere vriend Jezus had ook vrienden. Dat waren zijn twaalf leerlingen. Jezus reisde met hen door het land. Jezus was bijna altijd bij zijn leerlingen. Zo leerden ze elkaar heel goed kennen. Jezus was een goed voorbeeld voor de leerlingen. Hij leerde hun hoe ze met elkaar om moesten gaan en hoe ze het beste konden leven. Hij leerde hen wie God is. Jezus leerde zijn vrienden veel, omdat ze zijn taak over moesten nemen.
Leraar Jezus was niet alleen hun vriend, maar ook hun leraar. Zijn leerlingen noemden Hem 'meester' en 'Heer' (Johannes 13:13). Jezus noemde zijn leerlingen geen dienaren, zoals ze in die tijd deden. Want dienaren moeten hun meester blindelings gehoorzamen. Jezus verwachtte van zijn leerlingen dat zij uit liefde voor Hem wel alles zouden doen. Net zoals Hij zelf ook alles uit liefde voor hen deed. Jezus wilde zelfs voor zijn vrienden sterven. Dat is natuurlijk het toppunt van vriendschap.
2
Een bijzondere vriendschap a In Jezus, een bijzondere vriend lees je hoe Jezus een vriend was voor zijn leerlingen. Noem twee dingen die Jezus als vriend voor zijn leerlingen deed. 1 Hij leerde hen wie God is. 2 Hij gaf zijn leven voor hen.
b Lees Johannes 15:9-12. Jezus spreekt hier tegen zijn leerlingen. Welke dingen moeten de leerlingen van Jezus doen? Onderstreep twee dingen. Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader Mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals Ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. Dit zeg Ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals Ik jullie heb liefgehad. Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden.
c Wat vind jij ervan als Jezus jou ook als vriend zou aanspreken? Bijvoorbeeld: Dat lijkt me wel spannend. Ik zou niet goed weten wat ik ermee moet.
De leerlingen van Jezus De leerlingen die Jezus uitkoos, waren heel gewone mensen. Ze waren allemaal anders. De een was rustig, de anderen vriendelijk, enthousiast, opvliegend of stond altijd met zijn mening klaar. Ze deden ook verschillend werk: de een was visser, de ander belastinginner (tollenaar). De leerlingen hadden niet gelijk een groot geloof. Dat kregen ze door naar Jezus te luisteren en Hem te volgen. In Matteüs 10:2-4 worden de namen van de leerlingen genoemd: 'Als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, Simon Kananeüs en ten slotte Judas Iskariot, die Hem zou uitleveren.'
4
3.1 Vriendschap
3
De vrienden van Jezus a Wat weet je van de volgende leerlingen? Gebruik Matteüs 4:18-22 en Matteüs 9:9. Jakobus en Johannes – Judas – Natanaël – tollenaar – vissers 1 Simon en Andreas waren vissers
. (Matteüs 4:18-22)
2 Jakobus en Johannes waren vissers. (Matteüs 4:21) 3 Matteüs was tollenaar
. (Matteüs 9:9)
4 Judas daarvoor kreeg.
heeft Jezus verraden. Hij wordt vaak getekend met het geld dat hij
5 Natanaël
geloofde toen Jezus zei dat hij hem onder de had zien zitten.
b Wie is wie? Zet in de tekening de namen bij de mannen. Kies uit: Petrus en Andreas, Jakobus en Johannes, Matteüs, Natanaël, Jezus en Judas. Jakobus en Johannes
Natanaël
Andreas en Petrus
Fillipus
Judas
Matteüs
Jezus Michel de Boer / De Boer illustraties, Almere
c Behalve zijn leerlingen had Jezus nog meer vrienden. Lees Lucas 8:1-5. Vul de namen in van de drie vrienden die in deze tekst staan. Jezus hield veel van Marta
4
, Maria
en Lazarus .
Leef je in - Vriendschap Veel liedjes gaan over vriendschap.
a Luister naar het lied Vrienden voor het leven van Jan Smit. Welke kenmerken van vriendschap noemt Jan Smit? Noem er drie.
Bijvoorbeeld: steun, lachen, pijn verzachten, elkaar begrijpen, vertrouwen b Hoe belangrijk vind jij die kenmerken? Zet de verschillende eigenschappen in volgorde van belangrijk naar onbelangrijk. 1 vertrouwen 2 elkaar begrijpen 3 lachen
c Vertel elkaar waar je aan denkt bij de eigenschappen die je hebt opgeschreven. 5
3
Vrienden van Jezus
3.2
Familie van Jezus Je leert: • hoe Jezus met zijn familie en vrienden omging; • wat Jezus bedoelt als hij alle gelovigen zijn broers en zussen noemt.
5
Om te beginnen - Familiefoto Voor veel mensen is familie erg belangrijk. Soms zijn familieleden een soort vrienden. Soms kun je helemaal niet met je familie opschieten. Soms is familie verwarrend voor je, als je ouders zijn gescheiden en je halfbroers en -zussen krijgt. Of als je hoort bij een adoptie- of pleeggezin. Je hebt je familie niet zelf uitgekozen, je hoort er gewoon bij. • Neem een vel papier. • Teken op het vel papier een fotolijst.
© iStock / JohnnyGreig
Teken in de fotolijst jouw gezin. Teken ook iedereen waarvan jij vindt dat die er bijhoort. a Hoe vind je het om bij een familie te horen? Leg ook uit waarom.
Soms vind ik het heel fijn. Dan is het gezellig. Maar soms vind ik het ook wel vervelend. Ze bemoeien zich dan allemaal met mij.
Jezus als kind Jezus groeide op in Nazaret, een kleine plaats in het noorden van Israël. Omdat Jozef niet de biologische vader van de Here Jezus was, was hun gezin anders dan de andere gezinnen in Nazaret. Toen Jezus jong was woonde Hij gewoon thuis, samen met zijn broertjes en zusjes. Zijn vader Jozef was timmerman en leerde Hem het timmermansvak. Behalve van timmeren, had Jezus veel verstand van de joodse godsdienst. Zo wist Hij heel veel van de Tora, de heilige joodse © Shutterstock / travelfoto boeken. Jezus was totaal anders dan de anderen: Hij deed nooit iets dat In de buurt van Nazaret verkeerd was. In hoofdstuk 2 van dit boek heb je gelezen dat Jezus al als twaalfjarige in de tempel kwam. Niet gewoon om die te bezoeken, maar om te discussiëren met de schriftgeleerden, de joodse wijze mannen. Toen Maria en Jozef later vroegen wat Hij daar deed, legde Hij hun uit dat Hij in de tempel wilde praten met zijn hemelse Vader.
6
Jezus een bijzondere broer a Jezus had minstens zes broers en zussen. Je leest erover in Matteüs 13:54-56. 'Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de inwoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: 'Hoe komt Hij aan die wijsheid en hoe kan Hij die wonderen doen? Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus, Josef, Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? En wonen zijn zussen niet allemaal bij ons? Waar heeft Hij dat alles vandaan?' Wie waren de broers van Jezus?
6
Jakobus, Josef, Simon en Judas.
3.2 Familie van Jezus
b Zou Jezus een leuke broer geweest zijn, denk je? Waarom wel of niet? Bijvoorbeeld: Ja, hij maakte geen ruzie en zei geen lelijke dingen. Nee, het is best irritant als je broer nooit iets fout doet en jij wel.
Jezus en zijn Hemelse Vader Jezus was niet alleen de zoon van Jozef en Maria. Hij was vooral de Zoon van God. Toen Jezus ongeveer dertig jaar was, begon zijn echte werk. Hij liet zich dopen door Johannes de Doper. Daarna begon Hij de boodschap van God, zijn hemelse Vader aan iedereen uit te leggen. Jezus dacht altijd aan zijn hemelse Vader. Heel vaak ging Jezus alleen naar een stille plaats om met zijn hemelse Vader te praten. Dan bad Hij.
7
Vader in de hemel Maak groepjes van vier. Iedereen uit de groep zoekt een Bijbeltekst op. • Lucas 5:16 • Matteüs 14:13 • Marcus 6:46 • Matteüs 26:36
a Lees om de beurt je tekst voor. Wat deed de Here Jezus?
Bidden b Wanneer deed Jezus dit? □ Wanneer Hij druk was. □ Wanneer Hij bang was. □ Wanneer Hij de tijd had.
□ Wanneer Hij verdrietig was. □ Wanneer Hij alleen wilde zijn.
c Soms kun je het heel druk hebben. Neem jij dan wel eens de tijd om alleen te zijn? Wat doe je dan?
Bijvoorbeeld: Ja, ik ben wel eens alleen. Dan luister ik naar muziek.
Een heel grote familie Op een dag was Jezus in de plaats Kafarnaüm. Daar kwamen heel veel mensen om naar Hem te luisteren. Zijn moeder en zijn broers kwamen ook. Ze wilden hem graag spreken. Maar het was te druk, ze moesten buiten wachten. Toen iemand dat aan Jezus vertelde, zei Jezus: 'Wie zijn mijn moeder en mijn broers?' Hij keek de mensen aan die in een kring om Hem heen zaten en zei: 'Jullie zijn mijn moeder en mijn broers. Want iedereen die de wil van God doet, die is mijn broer en mijn zus en mijn moeder.' (Marcus 3:33-35).
Van familie houden Vind je dat niet gek? Wilde Jezus soms niks met zijn familie te maken hebben? Nee, hiermee legde Jezus uit hoe bijzonder de band is tussen Hem en de mensen die geloven. Ze vormen eigenlijk een soort familie. Jezus heeft gelukkig nooit gezegd dat je niet van je eigen familie mag houden. Hij zei wel: 'Zorg ervoor dat je altijd méér van Mij houdt.' Het zal Hem wel verdriet hebben gedaan dat Hij in zijn eigen stad niet werd geloofd. In veel kerken en christelijke gemeenten noemen de mensen elkaar broeders en zusters. Dat past bij de kerk, omdat gelovigen een bijzondere band met elkaar hebben. 7
3
Vrienden van Jezus
8
Broers en zussen In veel kerken en christelijke gemeenten spreken de mensen elkaar aan met broeder en zuster. Ze zien de kerkelijke gemeente als Gods gezin. Werk samen met een klasgenoot. Wat vind je ervan dat christenen elkaar broer en zus noemen? Vind je dit raar of juist mooi? Waarom vind je dat?
9
Leef je in - De kerk als Gods gezin Soms heb je meer steun aan een vriend(in) dan aan een broer of zus. Zo kunnen gelovigen elkaar soms ook meer steunen dan de eigen familie. Wat zouden gemeenteleden (broers en zussen) voor elkaar kunnen doen? Bedenk met de klas zoveel mogelijk voorbeelden. Schrijf drie voorbeelden op die jij het belangrijkst vindt.
• • •
3.3
Helpen als iemand ziek is. Helpen als iemand geen geld of problemen heeft. Iets leuk verzinnen om samen te doen.
De leerlingen van Jezus Je leert: • hoe Jezus als leraar was; • welke opdracht Jezus zijn leerlingen meegaf.
10
Om te beginnen - De trainer en zijn spelers De trainer van het Nederlandse elftal heeft de beste spelers van het land uitgekozen. Hij wil winnen met zijn team. Dus hij traint en coacht zijn jongens elke dag. Hij is zelf ook profvoetballer geweest en weet dus uit eigen ervaring wat dit betekent voor de jongens. De spelers luisteren goed naar hun trainer en laten zich niet afleiden van het strakke trainingsschema. a Maak een groepje. Denk aan een trainer. Noem zoveel mogelijk dingen die sporters van hun trainer leren.
© Shutterstock / Vlad1988
Bijvoorbeeld: discipline, tactiek, samenspelen, techniek, hoe je een goede conditie opbouwt, omgaan met kritiek. b Stel, je bereidt je voor op een belangrijke wedstrijd. Bedenk wat je dan niet moet doen.
Bijvoorbeeld: te laat naar bed, ongezond en vet eten, jezelf te moe maken, ruzie maken met je teamleden. 8
3.3 De leerlingen van Jezus
c Bedenk wat je dan juist wel moet doen. Bijvoorbeeld: goed opletten, tactiek bespreken, gezond eten, vroeg naar bed.
Jezus als leraar Jezus was geen trainer van een sportclub, maar een leraar van een 'school van geloof'. In de tijd van Jezus werd een leraar een rabbi genoemd. Een rabbi was een wijze man die veel wist van de joodse godsdienst en de Heilige boeken, zoals de Tora. De gewone mensen keken erg tegen een rabbi op. De rabbi gaf het goede voorbeeld aan de mensen. Hij was een soort leraar. Hij kon natuurlijk niet het ene leren en dan zelf iets anders doen. Een rabbi had altijd wel een paar leerlingen, zij werden discipelen genoemd. De leerlingen letten goed op wat de rabbi leerde en deed. Zo konden ze later zelf rabbi worden. Ook Jezus werd door zijn discipelen 'rabbi' genoemd. Zij hadden veel respect voor hem. Jezus behandelde hen als zijn vrienden. Dat deden de meeste rabbi's niet: ze behandelden hun leerlingen als knechten.
De Bijbel in de tijd van Jezus In de tijd van Jezus was de Bijbel er nog niet zoals wij die kennen. Ze hadden boekrollen van de Wet, de Profeten en de Geschriften. Dat noemen we nu het 'Oude Testament'. De Wet wordt ook wel Tora genoemd. Dit zijn de boeken van Mozes, de eerste vijf boeken van het Oude Testament.
Schriftgeleerden en farizeeën Schriftgeleerden wisten heel veel van de wet. Ze schreven de Heilige boeken over en hadden ook juridische taken, zoals het opstellen van contracten. De farizeeën waren een belangrijke religieuze groep in de tijd van Jezus. Ze hielden zich keurig aan de wet. Ze waren een voorbeeld voor de mensen, die aan hen konden zien hoe je als goede jood moest leven. Jezus beschuldigde hen ervan schijnheilig te zijn. Ze keken vooral naar het streng naleven van allerlei zelfverzonnen regels. Ze vergaten daarbij goed te zijn voor andere mensen.
© Image Select / Album / Oronoz
11
Jezus als leraar Jezus was een rabbi, maar wel een speciale rabbi die anders met zijn leerlingen omging dan andere rabbi's. Maak hetzelfde groepje als bij opdracht 10.
Rabbi met Tora-rol (schilderij van Marc Chagall, 1930)
9
3
Vrienden van Jezus
Schrijf vijf dingen op over Jezus als rabbi. Gebruik daarbij de volgende teksten:
Hij spreekt met macht/gezag. Zijn woorden maken diepe indruk. Hij spreekt heel anders dan de wetsleraren. Jezus is meester en Heer. Toch wast hij de voeten van zijn leerlingen. Hij is hun voorbeeld.
Matteüs 7:28 Matteüs 10:2
12 leerlingen o.a. Simon Petrus Jakobus Johannes
Jezus als Rabbi Johannes 13:13-15 Johannes 15:12-15
meester leerlingen
Johannes 1:38
Hij houdt van zijn leerlingen. Hij noemt ze zijn vrienden. Hij heeft ze alles verteld wat hij van de Vader weet. Hij draagt ze op van elkaar te houden. © EMK Cartografie, Deventer
Vissers van mensen De eerste leerlingen van Jezus waren vissers: Simon, zijn broer Andreas en zijn helpers Jakobus en Johannes (Lucas 5:1-10). Jezus ontmoet hen als ze net terugkomen van de visvangst. Hij zegt tegen ze dat ze voortaan vissers van mensen moeten zijn. Verteller Jacobus en Johannes Simon Jacobus
Jacobus en Johannes varen met hun vissersscheepje op het meer.
'Wat gevangen?' 'Nee, niets. En jullie?' 'Wij ook niet.'
© Shutterstock / ary malemdiwa
Vissers op het meer van Galilea
Verteller
Jezus
Simon Verteller
Jezus Simon
10
Jezus was op het land in gesprek met een heleboel mensen.Het was geweldig om naar Jezus te luisteren. Simon, Jacobus en Johannes luisterden ook mee. Ze waren tegelijkertijd hun netten aan het schoonmaken. 'Kan Ik misschien jullie schip gebruiken? Ik wil de mensen graag vanaf het schip toespreken. Nu kan niet iedereen Mij horen.' 'Dat is goed, komt U maar aan boord.' Jezus vertelde prachtig. Heel veel mensen luisterden naar Hem. Na een poos was Hij klaar. 'Simon, vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.' 'Meester, we hebben de hele nacht gewerkt en niets gevangen … Maar als U het zegt zal ik de netten uitgooien.'
3.3 De leerlingen van Jezus
Verteller Jezus Verteller
12
Er kwam zo veel vis in de netten, dat Simon er van schrok. 'Wees niet bang, van nu aan zul je mensen vangen.' Toen trokken de vissers de boten aan land. Ze lieten alles achter en gingen met Jezus mee.
Vissers van mensen Bekijk een video van dit verhaal. a Gebruik de tekst Vissers van mensen. Verdeel de rollen: verteller, Jezus, Simon, Jakobus en Johannes. Lees samen hoe de leerlingen elkaar hebben ontmoet. b De mannen begrepen waarschijnlijk wel wat Jezus bedoelde met 'vissers van mensen'. Zij waren zélf vissers. Jezus paste zich aan bij hoe deze mannen leefden. Begrijp jij wat Jezus bedoelde met de uitspraak: 'Jullie zullen vissers van mensen worden?'
Bijvoorbeeld: dat de discipelen aan alle mensen het evangelie gaan vertellen en zo de mensen voor Gods woord kunnen vangen. c Lees Het evangelie. De reddingsbrigade (KNRM) vist mensen die in nood zijn, uit het water. Kun je de uitspraak van Jezus vergelijken met de reddingsbrigade? Denk aan het woord 'redden'. Leg je antwoord uit.
Bijvoorbeeld: Ja, de discipelen redden mensen van de dood door ze over Jezus en het evangelie te vertellen. De reddingsbrigade redt mensen van de verdrinkingsdood.
Het evangelie Evangelie betekent 'de goede boodschap' of 'het goede nieuws'. Dit is het goede nieuws dat God zijn Zoon, Jezus, naar de wereld gestuurd heeft. Jezus is gekomen om de mensen te redden. Eerst moest het volk Israël dat te weten komen en daarna de rest van de wereld (zie Matteüs 28:16-20). Jezus coachte en trainde zijn leerlingen om met dat nieuws de wereld in te gaan.
Goede boodschap In het Romeinse Rijk brachten boodschappers van de keizer een goede boodschap over aan het volk. Bijvoorbeeld over de geboorte van een zoon van de keizer of over een belangrijke politieke gebeurtenis. Zo'n goede boodschap werd 'evangelie' genoemd. De christelijke kerk heeft later het woord 'evangelie' gebruikt voor het goede nieuws over de boodschap van Jezus Christus.
13
Leef je in - De leerlingen a De volgende puzzel gaat over deze paragraaf. Vul de puzzel in. 1 Wat is een ander woord voor 'het goede nieuws'? 2 Wat was het beroep van Simon en Andreas, Jacobus en Johannes? 3 Wat is een ander woord voor leraar?
11
3
Vrienden van Jezus
4 5 6 7 8
Wie was de vader van Jezus? Wat gaan de leerlingen volgens Jezus vangen? Wat is een ander woord voor leerlingen? Noem een ander woord voor Tora. Je hebt het Oude Testament en het …
v s r b i o e M n 6 D 7 W e m e n 1
2
V i s 3 R a 4 J 5
8
N i
e u w e T e s
t
a
E e b z e
a n g e
l
i
e
f s e n i s c i p e t t
l
e n
b Welk woord staat er boven boven naar beneden? Vrienden
3.4
Kun je zelf een leerling van Jezus zijn? Je leert: • hoe je zelf een leerling van Jezus kunt zijn; • wat het betekent om leerling van Jezus te zijn.
14
Om te beginnen - Een nieuwe start In tv-programma's zie je wel eens mensen die vertrekken naar een ander land. Ze verkopen alles wat ze hebben en zeggen hun familie en vrienden gedag. Ze willen hun droom waarmaken. Zo'n stap verandert hun hele leven. Dan durf je wel! Vrienden opgeven, sport, huis en familie achterlaten en dan een totaal nieuwe weg inslaan. Dat doe je niet zomaar. a Stel je voor dat jij naar een ander land vertrekt om daar een nieuw bestaan op te bouwen. Wat zou er allemaal veranderen in je leven? Denk erover na met je klas. Schrijf Doen: op het bord en zet jullie acties erachter. Ik vertrek Welke acties zijn voor jou belangrijk?
© Getty Images / Jo McRyan
Doen: Bijvoorbeeld: Doen: afscheid nemen van vrienden - adressen verzamelen -
foto's nemen van je vrienden en van je oude huis - een afscheidsfeest geven informatie verzamelen van het nieuwe land - kleding kopen voor dat land b Wat zou je denken en voelen? Schrijf Denken: en Voelen: op het bord en zet erachter wat jullie met de klas verzinnen. Schrijf de belangrijkste dingen voor jou op. Denken: Bijvoorbeeld: ik zie jullie niet meer – we blijven toch altijd vrienden – ik krijg
vast nieuwe vrienden – ik word heel eenzaam – ik zal iedereen missen Voelen: spanning – verdriet – geluk – blijdschap - ontspanning: een nieuwe start. 12
3.4 Kun je zelf een leerling van Jezus zijn?
Een ander leven voor de discipelen Zo'n beslissing om naar een ander land te verhuizen heeft grote gevolgen. De keuze van de discipelen om Jezus te volgen, kan je daar wel mee vergelijken. Ze gaven hun baan op en verdienden daardoor geen geld meer. Ze kozen voor een heel ander leven.
15
Opdracht voor de leerlingen Jezus gaf de discipelen op drie momenten een verschillende opdracht.
a De discipelen kregen eerst de opdracht om Jezus te volgen. Lees Matteüs 4:18-22. Welke eerste opdracht krijgen de discipelen? Beantwoord de vragen. Over wie gaat het?
Simon Petrus en Andreas Johannes en Jakobus
Welke opdracht(en) krijgen ze?
Jezus gaan volgen.
Wat moeten ze achterlaten?
Hun werk (netten) en hun familie (vader)
b Een tijdje later krijgen de discipelen een opdracht die wat verder gaat. Lees Matteüs 10:7-10. Welke tweede opdracht krijgen de discipelen? Beantwoord de vragen. Wat is de hoofdopdracht? (vers 7)
Verkondig dat het koninkrijk van de hemel nabij is.
Welke taken krijgen ze?
• Genees zieken. • Wek doden op. • Reinig mensen die door een huidziekte onrein zijn. • Drijf demonen uit.
Wat mogen ze niet doen en waarom?
Ze mogen niets meenemen. Ze zullen wel krijgen wat ze nodig hebben.
c Nóg later, als Jezus is gestorven en opgestaan uit de dood, krijgen de discipelen hun laatste en grootste opdracht. Lees Matteüs 28:16-20. Welke laatste opdracht krijgen de discipelen? Beantwoord de vragen. Wat is de hoofdopdracht?
Ga op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen
Welke twee taken krijgen ze?
• Jullie moeten de mensen dopen in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest. • Leer de mensen om zich te houden aan alles wat ik jullie verteld heb.
Welke belofte krijgen ze ze?
Ik ben met jullie, alle dagen, tot aan de voltooiing van deze wereld.
13
3
Vrienden van Jezus
Zendingsbevel De discipelen kregen vlak voordat de Here Jezus naar de hemel zou gaan een heel belangrijke opdracht. Dit wordt het zendingsbevel genoemd. Het staat in Matteüs 28:19: 'Ga dus op weg en maak alle volken tot mijn leerlingen, door hen te dopen in de naam van de Vader, en de Zoon en de heilige Geest'. Jezus belooft de discipelen dat Hij bij hen zal blijven tot aan het eind van deze wereld.
Discipel en apostel In de Bijbel worden twee namen voor de leerlingen van Jezus gebruikt: • discipel: dat betekent leerling; • apostel: dat is iemand die gezonden is. Toen Jezus op aarde was, werden zijn leerlingen discipelen genoemd. Nadat Jezus naar de hemel gegaan was en de leerlingen de wereld in trokken, noemde men hen apostelen.
Jezus volgen De discipelen waren onder de indruk van Jezus. Zijn boodschap was geweldig, daarom wilden ze alles opgeven om Hem te volgen. Ze vertelden iedereen wie Jezus was en wat Hij kwam doen. Sommige mensen vertelden dat weer aan anderen, en die weer aan anderen. Op die manier is het evangelie ook bij ons gekomen. Jezus begon met twaalf leerlingen, nu zijn er ongeveer twee miljard (2.000.000.000) mensen die Jezus volgen.
16
Vriend van Jezus zijn a Stel je voor dat je een dag zou kunnen meelopen met Jezus en zijn leerlingen. Welke twee vragen zou je willen stellen aan Jezus? 1 Voel je je wel eens alleen? 2 Heb je wel eens geen zin om het Goede Woord te vertellen?
b Aan jongeren werd gevraagd of ze in deze tijd ook een vriend of vriendin van Jezus zouden kunnen zijn. Ze schreven daarover het volgende: Laetitia, 12 jaar 'Zeker, want ik vind alle dingen die Jezus heeft gedaan heel interessant en daar zou ik ook bij willen zijn. Ik zou het ook wel leuk vinden om verhalen over Jezus te vertellen aan allerlei mensen.' Luc, 13 jaar 'Ik denk het wel. Het is vast een aardige man. Alleen als ik een vriend van Hem zou zijn, zou ik niet weten wat ik met Hem zou gaan doen. Want je kunt natuurlijk niet zo maar even een balletje trappen met Jezus Stel dat Jezus vandaag zou rondtrekken met zijn vrienden. Zou jij dan een vriend of vriendin van Jezus willen zijn? Waarom wel of niet?
Bijvoorbeeld: Ja, ik zou wel een vriend van Jezus willen zijn omdat hij altijd naar me luistert als ik problemen heb.
14
3.4 Kun je zelf een leerling van Jezus zijn?
c Christenen vertellen op allerlei manieren over Jezus. Dit kan in de kerk, maar ook in een buurthuis of door hulpacties of gezellige dingen te organiseren. Stel dat jij over Jezus zou willen vertellen. Noem drie manieren wanneer jij dat zou kunnen doen. 1 Met je vrienden als je uit bent 2 Met de buren 3 Op vakantie Ga je het ook echt doen?
Hoe volg je Jezus? Wilfred en Mariska wonen al bijna twintig jaar in Spanje waar ze het evangelie van Jezus vertellen. Ze hebben destijds alles achter zich gelaten in Nederland. Ze zijn helemaal opnieuw begonnen. Omdat hun Nederlandse namen te moeilijk zijn voor de Spanjaarden, hebben ze hun namen veranderd in Guillermo en Marisa. Ze wonen in Onda, een kleine stad in de provincie Castellón. In deze omgeving zijn weinig christenen. Samen met twee echtparen stichten Wilfred en Mariska in Onda een christelijke gemeente. Ze geven onderwijs en organiseren activiteiten. De activiteiten zijn voor de gemeenteleden, maar ook voor andere mensen die meer van Jezus willen weten. Wilfred en Mariska werken ook mee aan een project voor mensen die een nieuwe start willen maken. Er is een huis waar deze mensen, bijvoorbeeld ex-verslaafden of ex-gevangenen, kunnen wonen. Wilfred en Mariska helpen de bewoners, ze praten met hen over hoe ze een nieuw leven kunnen opbouwen.
17
Leef je in - Jezus volgen Lees Hoe volg je Jezus?. Is er iemand die jij bewondert? Bespreek de volgende vragen in een groepje. 1 Mensen als Wilfred en Mariska bewonderen Jezus en proberen net als Hem te leven. Is er iemand die jij bewondert? Wat doe je daar allemaal voor? 2 Wat is volgens jou het verschil tussen bewonderen van een popster of filmster en bewonderen van Jezus? 3 Ken je zelf iemand die Jezus op zo'n manier volgt? Leg uit waarom juist déze persoon probeert te leven als Jezus. Beoordeel jezelf. Ik heb mijn mening goed duidelijk gemaakt. Ik heb goed meegedaan aan het gesprek. Ik heb goed geluisterd naar anderen Ik was goed te verstaan.
15
3
Vrienden van Jezus
3.5
Tot slot Je leert: • nadenken over vriendschap;
18
Eindopdracht - Vriendschap Vorm een groep van vier. Maak een poster over vriendschap. Zet hier de dingen op die je in dit hoofdstuk over vriendschap hebt geleerd. 1 Verdeel de poster in drie vakken. 2 Zet in het eerste vak de kenmerken van vriendschap die jullie het belangrijkst vinden. 3 Zet in het tweede vak de kenmerken die Jezus belangrijk vindt als vriend. 4 Zet in het derde vak zaken die belangrijk zijn als je een vriend en leerling van Jezus wilt zijn. 5 Zet een Bijbeltekst die erbij past op de poster. 6 Voor jullie poster kunnen jullie bijvoorbeeld afbeeldingen, tekeningen, teksten en gedichten gebruiken. 7 Zorg dat het een mooi geheel wordt. Iemand die de poster ziet, moet meteen kunnen zien wat vriendschap voor jullie betekent.
Je hebt duidelijk gemaakt wat jij vindt dat vriendschap is. Je hebt duidelijk gemaakt wat Jezus over vriendschap zegt. Je hebt goed passende Bijbeltekst gebruikt. Je hebt afbeeldingen en teksten gebruikt die bij de poster passen. Je kunt je poster zo opmaken dat hij de aandacht trekt en duidelijk is. Je kunt goed bedenken wat je met je poster wilt laten zien. Je kunt rekening houden met de mensen voor wie je poster bedoeld is. Ga naar eDition voor de samenvattende opdracht. Scan de QR-code voor een overzicht met begrippen bij dit hoofdstuk.
16
4
Woorden van Jezus
4 Woorden van Jezus
© Shutterstock / Prostock-studio
Woorden doen iets! Met woorden kun je iemand enorm blij maken, door iets aardigs te zeggen of een complimentje te geven. Maar woorden kunnen iemand ook boos of verdrietig maken. In dit hoofdstuk ontdek je belangrijke woorden van Jezus. Je denkt na over wat die woorden voor jou betekenen en hoe jij wilt leven.
In dit hoofdstuk leer je: • • • • •
2
nadenken over de kracht van woorden; nadenken over wat geluk is; nadenken over hoe God wil dat je leeft; nadenken over hoe je met anderen om kunt gaan; bidden zoals Jezus het voordeed.
4.1 Woorden hebben kracht
4.1
Woorden hebben kracht Je leert: • nadenken over de kracht van woorden.
1
Om te beginnen – Bericht verwijderd a Woorden gebruik je om iets aardigs te zeggen. Wat is het mooiste compliment dat jij ooit gekregen hebt? Van wie kreeg je dat compliment? Bijvoorbeeld: Jij blijft altijd zo rustig, ook als je iets doet
dat spannend is. Ik kreeg dat compliment van mijn beste vriend. 'Sorry, ik kan niet mee de stad in. Heb opeens morgen een toets. '
'
Maar je had het beloofd !!!' Nicolette Schouten Dit bericht is verwijderd
'
13:50
Ik kan er echt niks aan doen!! Ik moet een goed cijfer halen, anders krijg ik huisarrest.'
b Als je in een berichtje iets zegt waar je spijt van hebt, kun je het snel verwijderen. Lees het gesprek. In het verwijderde berichtje stond iets wat niet zo leuk was. Bedenk iets positiefs dat daar zou kunnen staan. Bijvoorbeeld: Oké, ik snap het, geeft niet.
Succes met je toets! c Als je in een gewoon gesprek iets zegt waar je spijt van hebt, kun je je woorden niet verwijderen. Hoe kun je het dan toch oplossen? Bijvoorbeeld: Je excuses aanbieden. Iets aardigs doen
om het goed te maken.
2
Adviezen uit de Bijbel De baas blijven over je tong, goed letten op wat je zegt, is moeilijk. Dat wisten ze in de tijd van de Bijbel ook. In de Bijbel staan veel goede adviezen over spreken en zwijgen. a Waar gaan deze Bijbelteksten over? De broers zagen wel dat hun vader het meest van Jozef hield. Daarom konden ze Jozef niet uitstaan en hadden geen goed woord meer voor hem over. (Genesis 37:4)
•
•
Iemand is jaloers.
Je hebt het kwade lief, meer dan het goede, de leugen meer dan de waarheid.Je houdt van woorden die pijn doen, van een tong die bedriegt. (Psalm 52:5-6)
•
•
Iemand roddelt
Kalme woorden zijn een levensboom, een valse tong vernietigt de geest. (Spreuken 15:4)
•
•
Wat je zegt, heeft gevolgen.
En kijk eens hoe reusachtige schepen, voortgestuwd door hevige wind, met een klein roer in de richting worden gestuurd die de stuurman bepaalt. Zo is ook de tong een klein orgaan, maar wat een grootspraak kan hij voortbrengen! (Jakobus 3:4-5 )
•
•
Je woorden zijn een belangrijk deel van wie je bent.
3
4
Woorden van Jezus b Woorden kun je ook opschrijven: op sociale media, in een brief of op een spandoek. Hebben geschreven woorden net zoveel kracht als gesproken woorden? Bespreek met elkaar waarom dat wel of niet zo is.
Jezus spreekt namens God
© Shutterstock / Dutchmen Photography
Woorden van mensen zijn krachtig. Woorden van God zijn nog veel krachtiger. Jezus vertelde vaak aan de mensen over God. Hij sprak in het open veld, op een plein, in de tempel of in een synagoge. Mensen merkten dat zijn woorden bijzonder waren. Hij sprak als iemand met gezag. Je kunt dat nog altijd merken als je Jezus' woorden in de Bijbel leest. Er zijn een paar redenen waarom Jezus' woorden zo krachtig zijn. 1 Jezus spreekt namens God. 'Wat ik onderwijs, heb ik niet van mijzelf, maar van Hem die mij gezonden heeft. ' (Johannes 7:16) 2 Jezus zégt niet alleen wat de boodschap van God is, Hij dóet het ook! Hij doet wat God wil. Hij is het Woord van God 'in levenden lijve'. Hij zegt dat God liefde is en Hij laat dat zien door zijn eigen leven te geven voor de mensen.
Spreken met gezag Jezus sprak als iemand met gezag. Dat betekent dat Hij wist waar Hij het over had en dat Hij leefde zoals Hij praatte. Daardoor waren mensen diep onder de indruk. Ze dachten over Jezus' woorden na en wilden meer van Hem horen. En niet alleen mensen waren onder de indruk: ook de natuur luisterde naar Jezus!
Synagoge Een synagoge is een gebouw waar joden samenkomen om te bidden en de Tenach (de joodse Bijbel, het Oude Testament) te bestuderen. Volgens een rooster werd de Tenach voorgelezen, waarna er discussie was over de uitleg van de tekst. Ook Jezus ging vaak naar een synagoge, bijvoorbeeld in Kafarnaüm. Bezoekers werden © Shutterstock / Dmitriy Feldman svarshik uitgenodigd om voor te lezen, te spreken en mee te doen aan de bespreking. Ruïne van een synagoge in Israël
3
De kracht van Jezus' woorden a Toen Jezus op aarde was, praatte Hij veel met zijn vrienden en met anderen. Mensen merkten hoe krachtig de woorden van Jezus waren. Lees de theorie Jezus spreekt namens God. Lees daarna de tekst. Markeer in de tekst de gedeelten die iets zeggen over hoe Jezus sprak. Ze kwamen in Kafarnaüm en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge. en onderwees er de mensen. Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht. want Hij sprak hen toe als iemand met gezag, en niet zoals de schriftgeleerden. (Marcus 1:21-22)
b Stel je voor dat jij naar Jezus luisterde en dat zijn woorden diepe indruk op je maakten. Hoe zou Jezus aan jou kunnen merken dat je goed hebt geluisterd? Bespreek het samen en schrijf daarna drie dingen op. Je kunt laten zien dat je goed luistert
door bijvoorbeeld: 4
4.1 Woorden hebben kracht
• met aandacht te kijken • te onthouden wat Jezus zegt • op te schrijven wat Jezus zegt • vragen te stellen • te doen wat Jezus zegt • aan anderen door te vertellen wat je gehoord hebt. c Niet alleen mensen merken hoe krachtig Jezus' woorden zijn. Lees Marcus 4:35-41. Omschrijf in een paar zinnen wat er in dit verhaal gebeurt.
Je eigen beschrijving. Hierin staan de volgende zaken: Jezus gaat met zijn discipelen het meer op. Er steekt een hevige storm op en de boot loopt vol water, zodat ze bijna zinken. Jezus slaapt en de leerlingen maken Hem in paniek wakker. Jezus zegt tegen de wind dat die moet stoppen en dat gebeurt. d Wie luisteren er ook naar Jezus' woorden? de wind
4
en het water
Alleen maar aardige woorden? De mens heeft alle mogelijke soorten dieren weten te temmen, wilde dieren, vogels, kruipende dieren en zeedieren, maar er is geen mens die de tong kan temmen, dat onberekenbare kwaad, vol dodelijk venijn. (Jakobus 3:7-8) Jezus is de enige die wel de baas was over zijn tong. Toch zei Hij niet alleen maar aardige dingen. Jezus zegt tegen de schriftgeleerden: 'Wee jullie, schriftgeleerden en farizeeën, huichelaars ... Zo lijken ook jullie voor de mensen vanbuiten rechtvaardig, maar vanbinnen is het een en al huichelarij en wetsverachting.' / 'Dwaas zijn jullie en blind.' / 'Blinde leiders zijn jullie, die uit hun drank de muggen ziften, maar een kameel wegslikken.' (Matteüs 23:27 / Matteüs 23:15, 16 en 28) a Denk na over de tekst uit Jacobus 3 en het voorbeeld. Bespreek samen waarom Jezus onaardige dingen mocht zeggen. Als Jezus onaardige woorden
gebruikte, was zijn kritiek altijd terecht, want Hij wist ook hoe mensen van binnen waren. b In welke situatie is het terecht dat je kwaad wordt? Bijvoorbeeld: Als er onrecht wordt gedaan. c Wat is jouw eigen reactie als je ergens boos om wordt? Bijvoorbeeld: Ik ga schelden of slaan.
d Wat zou je willen verbeteren aan je eigen reactie? Bijvoorbeeld: Ik zou rustiger willen reageren en nadenken voor ik iets zeg.
5
4
Woorden van Jezus
5
Leef je in - Jouw woorden a Heb jij weleens iets gezegd waar je spijt van had? Noteer een voorbeeld en leg uit wat er gebeurde. Vertel ook of het je gelukt is om het weer goed te maken. Bijvoorbeeld: Ik heb een keer een heel
lelijk woord tegen mijn moeder gezegd, omdat ik niet de schooltas kreeg die ik heel graag wilde hebben. Ik had er later wel spijt van. De volgende dag heb ik sorry gezegd en toen zei mijn moeder dat het weer goed was. b Welke persoon uit jouw omgeving kan wel een aardig woord of een compliment gebruiken? Wat zou je tegen hem of haar willen zeggen? • Ga naar hem of haar toe en zeg wat je bedacht hebt. Noteer hier hoe het ging. • Kun er niet heen? Stuur dan een kaartje of berichtje.
Bijvoorbeeld: Mijn oma is ziek. Ik heb tegen haar gezegd dat ik blij ben dat ze mijn oma is. Toen ik dat zei, gaf ze mij een knuffel. c Stelling: Ik mag altijd zeggen wat ik vind. Ben jij het eens met deze stelling? Bespreek samen hoe je over de stelling denkt.
4.2
De woorden van Jezus op de berg Je leert: • nadenken over wat geluk is; • nadenken over hoe God wil dat je leeft.
6
Om te beginnen - Hoe word je gelukkig? Kies de drie dingen die volgens jou het belangrijkst zijn voor geluk. □ geld hebben om leuke spullen te kopen □ gezond zijn □ in een land leven met vrede en vrijheid □ leven zoals God het wil □ wleuke dingen doen, zoals feestjes en uitstapjes □ opgroeien in een fijn gezin □ jezelf kunnen zijn □ een beste vriend/vriendin hebben □ bij een leuke, grote vriendengroep horen □ populair zijn of veel volgers hebben □ andere mensen helpen □ beroemd worden met mijn creatieve talent □ goede cijfers halen op school a Kies twee dingen die volgens jou het minst belangrijk zijn voor geluk. Je mag twee dingen uit de lijst kiezen. Maar je mag ook andere dingen opschrijven.
Bijvoorbeeld: populair zijn, veel volgers hebben, rijk zijn 6
4.2 De woorden van Jezus op de berg b Bespreek samen wat echt belangrijk is voor geluk. Je hoeft het niet met elkaar eens te zijn. Luister goed naar de uitleg van de ander, vraag door waarom hij of zij iets belangrijk vindt.
De Bergrede De Bergrede is de bekendste toespraak van Jezus. 'Rede' is een ander woord voor toespraak. Jezus hield deze toespraak op de helling van een berg. In die tijd waren er nog geen microfoons en versterkers. Maar door de vorm van de berg werd het geluid versterkt en konden veel mensen Jezus verstaan. Ons land heeft een grondwet. Daarin staan regels over hoe we met elkaar moeten omgaan. Er staat bijvoorbeeld in dat niemand gediscrimineerd mag worden om zijn kleur, geloof of afkomst. Jezus vertelt in zijn toespraak over de grondwet van het koninkrijk van de hemel. De toespraak gaat over veel verschillende onderwerpen, zoals geluk, ruzie, liefde en bidden. Jezus legt uit hoe je het beste kunt omgaan met elkaar en met God. De Bergrede staat in Matteüs 5-7 en wat korter in Lucas 6.
© Shutterstock / JekLi
Het meer van Genezareth waar Jezus de Bergrede hield.
Het koninkrijk van de hemel Jezus spreekt vaak over het koninkrijk van de hemel, of het koninkrijk van God. Je kunt ook zeggen: Gods nieuwe wereld. Hiermee bedoelt Jezus geen koninkrijk dat je kunt zien. Hij heeft het over een wereld waarin mensen leven zoals God dat wil. Jezus laat in zijn eigen leven zien hoe je dat doet. In het koninkrijk van God is de liefde voor God en de ander het belangrijkste. Deze liefde brengt echte vrede en geluk.
7
De bekendste toespraak a Stel je voor dat jij een heel goed idee hebt. Je wilt zoveel mogelijk mensen vertellen over jouw idee. Hoe zou je dat het beste kunnen doen?
Bijvoorbeeld: twitteren, vloggen, interview op tv, enzovoort b In de tijd van Jezus deelden mensen hun ideeën vooral door als leraar door het land te reizen. Ze verzamelden leerlingen die met hen meereisden en zo elke dag naar hen konden luisteren. En ze hielden toespraken voor grotere groepen mensen. Dat deed Jezus ook. Zijn bekendste toespraak heet 'de Bergrede'. Waarom past deze naam goed bij deze toespraak?
Deze naam past goed, omdat Jezus deze toespraak hield op de helling van een berg. c Wat is het belangrijkste in het koninkrijk van God? De liefde voor God en de ander. 7
4
Woorden van Jezus
Jezus over geluk Jezus begint de Bergrede met negen gelukwensen. Deze gelukwensen worden ook wel de zaligsprekingen genoemd. Ze gaan niet over plezier en rijkdom. Jezus zet wat mensen denken over geluk op zijn kop. Echt geluk is volgens Jeuzs, niet afhankelijk van omstandigheden als gezondheid, geld en succes. Je vindt het echte geluk als je dicht bij God leeft en van Hem houdt.
8
Jezus spreekt over geluk a Lees de Zaligsprekingen. Onderstreep de woorden die zeggen wanneer je gelukkig bent. Bij iedere gelukwens staat ook een beloning. Onderstreep die met een andere kleur.
Zaligsprekingen Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 4 Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. 5 Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde bezitten. 6 Gelukkig wie hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. 7 Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. 8 Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. 9 Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. 10 Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 11 Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van Mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12 Verheug je en juich, want je zult rijkelijk beloond worden in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten. 3
© De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021
b Welke regel over geluk spreekt jou aan? Leg uit waarom. Bijvoorbeeld: Ik vind de regel 'Gelukkig de vredestichters, want zij
zullen kinderen van God genoemd worden' mooi. Het is heel moeilijk om vrede te stichten, maar zo leer je dat het toch heel goed is als je dat probeert te doen. c Welke regel over geluk vind je raar of moeilijk om te begrijpen? Bespreek met een klasgenoot waardoor dat komt. Bijvoorbeeld: Ik vind de regel raar ‘Gelukkig
de treurenden, want zij zullen getroost worden'. Het klinkt niet logisch dat je gelukkig bent als je treurt, dus als je verdrietig bent. Ik voel me niet gelukkig als ik verdriet heb.
9
Leef je in – Geluk voor jou a Kijk nog eens naar de lijst bij 'Om te beginnen - Hoe word je gelukkig?'. Welke drie dingen zou Jezus als belangrijkste kiezen? Drie van deze dingen: in een land leven met vrede en vrijheid, leven zoals God het wil, opgroeien in een fijn gezin, jezelf
8
kunnen zijn, andere mensen helpen.
4.3 Jezus vertelt over de wet b Denk jij dat je op 'de manier van Jezus' echt gelukkig kunt worden? Leg uit waarom. Bijvoorbeeld: Ik denk wel dat je op de manier van Jezus echt gelukkig
kunt worden, want als je goed bent voor anderen ben je gelukkiger dan wanneer je alleen aan jezelf denkt. c Denk opnieuw na over wat jij belangrijk vindt voor geluk. Schrijf het bij de illustratie.
© iStock / ariadnaS (bewerking)
4.3 Jezus vertelt over de wet Je leert: • nadenken over hoe God wil dat je leeft; • nadenken over hoe je met anderen om kunt gaan.
10
Om te beginnen - Dezelfde regel anders Toen jij een peuter was, moest je je aan andere regels houden dan nu je ouder bent. Je mocht bijvoorbeeld met je fietsje nooit van de stoep af. Nu mag je juist nooit op de stoep fietsen! Dat de regels veranderen, komt doordat achter zulke regels eigenlijk een andere regel zit. Bijvoorbeeld: Zorg dat iedereen veilig is op straat. Dit zijn nog twee voorbeelden van regels toen je kleiner was: 1 Je moet elke avond om zeven uur naar bed. 2 Je krijgt elke week 50 cent zakgeld. Hoe veranderen deze regels? a Schrijf op hoe deze regels zijn nu je ouder bent. b Schrijf op welke regel achter de regel zit.
Bijvoorbeeld: a 1. Je moet doordeweeks om negen uur naar bed, op vrijdag en zaterdag mag je zelf
weten hoe laat je gaat slapen. 2. Zorg dat je genoeg slaap krijgt. b 1. Je krijgt elke week tien euro zakgeld, maar zodra je zelf geld verdient met een
bijbaantje krijg je geen zakgeld meer. 2. Leer goed omgaan met geld. / Leer je eigen geld te verdienen. 9
4
Woorden van Jezus
11
Jezus over de wet a Deniz en Joram zijn vrienden. Deniz is meestal vrij rustig. Hij zit in de pauze aan tafel in
b c
d
e
f
de aula met een beker thee. Joram is wat drukker. Vandaag komt hij de aula in rennen en ploft wild op een stoel naast Deniz. Per ongeluk stoot hij de beker thee van Deniz om. Deniz krijgt hete thee op zijn benen. 'Wat doe je nou, man?!' roept Deniz en hij geeft Joram van schrik een klap. Denk even rustig na over wat er is gebeurd. Overleg niet met anderen. Wat zou jij doen als je Joram was? Schrijf alleen voor jezelf het antwoord op een plakbriefje. Bedenk een regel voor dit soort situaties. Als iemand jou iets aandoet … Schrijf de regel op een ander plakbriefje. Wissel de antwoorden uit in de klas. Maak de MC vraag samen op het bord. Plak alle plakbriefjes op het bord erbij. Bespreek dan een paar regels klassikaal. Kies evt samen de beste regel kiezen en hang die in het lokaal. Kijk waar elk antwoord het beste bij past: □ Je doet iets terug dat erger is. □ Je doet iets terug dat net zo erg is. □ Je doet iets terug dat minder erg is. □ Je doet niets terug. □ Je doet iets aardigs terug. 'Wanneer iemand letsel toebrengt aan een ander, moet hem hetzelfde letsel worden toegebracht: een breuk voor een breuk, een oog voor een oog, een tand voor een tand. Wat hij de ander heeft aangedaan, zal ook hem aangedaan worden.' (Leviticus 24:19-20) Wat kiest de Tora, de wet van het Oude Testament? ◯ Je doet iets terug dat erger is. ◯ Je doet iets terug dat net zo erg is. ◯ Je doet iets terug dat minder erg is. ◯ Je doet niets terug. ◯ Je doet iets aardigs terug. Bekijk de video. Wat kiest Jezus? ◯ Je doet iets terug dat erger is. ◯ Je doet iets terug dat net zo erg is. ◯ Je doet iets terug dat minder erg is. ◯ Je doet niets terug. ◯ Je doet iets aardigs terug. Hoe zie je in dit verhaal dat Jezus zelf doet wat Hij leert?
Hij slaat niet terug als Hij wordt geslagen. g Bespreek samen welke regel het beste werkt om te voorkomen dat ruzie erger wordt.
De Bergrede en de Tien geboden God had in het Oude Testament de wet aan zijn volk gegeven, de Tora. Dat gebeurde in de tijd van Mozes. De wet wordt samengevat in de Tien Geboden. In de Bergrede gebruikt Jezus veel voorbeelden uit de wet. Hij laat zien dat de regels van de wet nog steeds belangrijk zijn. Hij maakt ook duidelijk wat er achter de regels zit: liefde voor God en je medemens. Jezus heeft de wet samengevat met de woorden: 'Heb de Heer, uw God, lief met heel uw hart en met heel uw ziel en met heel uw kracht en met heel uw verstand, en uw naaste als uzelf.' (Lucas 10:27) 10
4.3 Jezus vertelt over de wet
12
Jezus verandert nog een regel a Het eerste voorbeeld uit de wet dat Jezus in de Bergrede noemt is: 'Pleeg geen moord '. Hoe verandert Jezus deze regel? Lees Matteüs 5:21-22. Schrijf het antwoord op in je eigen woorden.
Je mag niet kwaad worden en je mag niemand uitschelden. b Stel je voor dat je een hekel hebt aan een klasgenoot. Diep in je hart kun je haar wel wat aandoen, maar natuurlijk doe je niets. Hoogstens scheld je haar een keer uit. Volgens de wetten van ons land is dat niet strafbaar. Maar Jezus leert iets anders. Ook al heb je met je handen de ander niet aangeraakt, tóch heb je in de ogen van Jezus in zo'n geval de wet overtreden. Is het niet iets té streng om schelden helemaal te verbieden? Leg uit waarom wel of niet. Bijvoorbeeld: Ja, dat is te streng, want schelden is veel minder
slecht dan iemand vermoorden. c Wat heeft iemand uitschelden te maken met iemand vermoorden? Achter schelden en moorden kan in je hart hetzelfde gevoel zitten: je hebt geen respect of liefde voor de ander, maar haat. d Denk nog eens aan de 'regel achter de regel' uit de opdracht Om te beginnen. Welke regel zit er achter de regel dat je geen moord mag plegen? Je moet elk mensenleven
beschermen, omdat mensen door God gemaakt zijn. e Wat vind je nu van de regel die Jezus geeft? Bijvoorbeeld: Ik snap de regel nu wel beter, maar ik vind het nog steeds wel erg streng dat je nooit iemand zou mogen uitschelden.
Twee belangrijke tips In de Bergrede legt Jezus uit hoe je de ander kunt liefhebben. Met 'de ander' bedoelt Jezus niet alleen je vrienden, maar ook je vijanden. Je moet zelfs bidden voor mensen die jou in moeilijkheden brengen! Liefde en respect tonen is niet zo moeilijk bij mensen die aardig voor jou zijn. Veel lastiger is het, als de ander niet aardig is of zich gedraagt als een vijand. Jezus geeft twee tips hoe jij dan toch respectvol kunt blijven: 1 Matteüs 5: 39: 'Verzet je niet tegen wie kwaad doet, maar keer degene die je op de rechterwang slaat, ook de linkerwang toe.' De andere wang toekeren is nog altijd een bekende uitdrukking. Geeft iemand jou een klap op je rechterwang , draai dan je linkerwang naar hem toe. Dit kan betekenen dat je nog een keer geslagen wordt. Het kan ook betekenen dat je doet zoals bij een vriend: je draait je hoofd om een kus te krijgen. Jij blijft je gedragen als een vriend, ook als de ander zich gedraagt als een vijand. Je hoeft dus niet alles maar over je heen te laten komen, maar je doet je best om op een goede manier met de ander te blijven omgaan. 2 Matteüs 7:12: 'Behandel anderen dus steeds zoals je zou willen dat ze jullie behandelen. Dat is het hart van de Wet en de Profeten.' Dit wordt ook wel de gouden regel genoemd. Bedenk altijd hoe je zelf behandeld zou willen worden, voordat je iets doet naar mensen om je heen, of het nu vrienden of 'vijanden' © Michel de Boer / De Boer illustraties, Almere zijn. En bedenk ook: wat je zelf doet, krijg je vaak terug. Behandel jij anderen met respect, dan krijg je respect terug. 11
4
Woorden van Jezus
13
Als vrienden zijn moeilijk is a Welke samenvatting past het best bij de twee tips die Jezus geeft? ◯ Doe als een vriend tegen iedereen. ◯ Kom nooit voor jezelf op. ◯ Sluit vriendschap met je vijand. ◯ Wat jij niet wilt beleven, moet je ook een ander niet geven. b Bedenk samen een situatie waarin een ander jou geen respect geeft. Dit is er gebeurd: Dit is er gebeurd: Bijvoorbeeld: Ik stond in een winkel te wachten om
geholpen te worden. Toen ik aan de beurt was, ging iemand anders voor die later was gekomen dan ik. Toen ik zei dat ik aan de beurt, ging die ander toch gewoon voor. c Bedenk hoe jij die ander nu toch respect kunt geven. Dit ga ik doen of zeggen: Dit ga doen of zeggen: Bijvoorbeeld: Kennelijk heb je erge
haast. Je mag wel voor van mij.
Afsluiting van de Bergrede Jezus sluit de Bergrede af met het beeld van twee bomen: een boom die goede vruchten geeft en een boom die slechte vruchten geeft. De daden van mensen kun je vergelijken met de vruchten aan een boom. Je kunt dit lezen in Matteüs 7:15-20. Mensen die luisteren naar wat Jezus zegt, en zich in hun leven er écht aan houden, lijken op een boom met goede vruchten. Mensen die zich eigenlijk niets aantrekken van Jezus, lijken op een boom met slechte vruchten. Ze horen wel wat Jezus zegt, maar ze doen er niets mee. Jezus zegt dus: 'Laat wat Ik jullie vertel goed tot je doordringen. Denk erover na. Maar vooral: doe er iets mee in je eigen leven.' Anders gezegd: je moet niet alleen luisteren, maar ook doen!
14
Leef je in - Niet alleen luisteren Stel je voor: de laatste gymles van jullie klas ging niet zo goed. Jullie speelden een voetbalwedstrijd. Er werd aan shirtjes getrokken, op voeten getrapt, gescholden, uitgelachen en buitengesloten. Na de les was bijna iedereen chagrijnig, ook jullie gymleraar. De volgende les moeten jullie allemaal eerst op de bank gaan zitten. De leraar begint de les met een herhaling van de regels voor eerlijk spel. Wat moet er gebeuren met de regels, zodat deze les beter gaat dan de vorige?
© ANP / William Hoogteyling
Iedereen moet zich aan de regels houden, iedereen moet de regels niet alleen weten maar er ook iets mee doen. a Jezus wist ook dat het niet genoeg is om te weten wat je moet doen. Daarom gebruikte Hij aan het eind van zijn toespraak een beeld. Maak een tekening van het beeld dat Jezus gebruikte. Tekening van een boom met
bijvoorbeeld mooie appels en een boom met kleine of rare appels. 12
4.4 Jezus vertelt over bidden b Lees in de Bijbel Mattheüs 7:24-27. Vul de goede woorden in. Als je luistert en doet wat Jezus zegt, lijk je op een wijs luistert, maar niet doet wat Jezus zegt, lijkt je op een dwaas
man. Als je man.
c Lees in de Bijbel Mattheüs 7:24-27. Wat vind je van deze uitspraak? Bijvoorbeeld: Ik ben het niet met deze uitspraak eens,
want volgens mij kun je ook best wijs zijn als je niet luistert naar Jezus, maar gewoon op een andere manier probeert om goed te leven.
4.4 Jezus vertelt over bidden Je leert: • bidden zoals Jezus het voordeed.
15
Om te beginnen - Wat weet je over bidden? Misschien bid jij weleens, of ken je mensen die bidden. Ook als dat niet zo is kun je er misschien wel iets over bedenken. Wat weet jij over bidden? Denk aan: waar bid je, hoe bid je, wat zeg je, over welke onderwerpen gaat het?
Bijvoorbeeld: Je vouwt je handen en doet je ogen dicht. je bidt voor je gaat slapen. Je gebruikt altijd dezelfde woorden. Je bedenkt zelf een gebed. Je bedankt God. Je vraagt dingen aan God. Je eert God.
Het 'Onze Vader' Jezus leerde zijn discipelen hoe ze kunnen bidden. Hij gaf hun een voorbeeldgebed. Dat gebed noemen wij het Onze Vader. In kerkdiensten bidden gelovigen dit gebed vaak samen hardop. Daardoor kennen veel mensen het uit hun hoofd. Je kunt het 'Onze Vader' gebruiken als je zelf wilt bidden. Maar iets anders bidden mag natuurlijk ook! Het gaat bij bidden niet om je uiterlijk en om 'mooie woorden', maar om jouw hart. Eerlijk bidden dus!
13
4
Woorden van Jezus
16
Eerlijk bidden a In de Bergrede sprak Jezus ook over bidden. Lees daarover Mattheüs 6:5-8. Welke twee aanwijzingen voor bidden geeft Jezus? □ bid op een plek waar niemand je ziet □ bid in de synagoge of op straat □ praat niet eindeloos door □ herhaal je gebed zo vaak mogelijk b Lees in Mattheüs 6:9-13 het 'Onze Vader'. Onderstreep in dit gebed een zin die je mooi vindt of die je zelf ook wel zou willen bidden. Zet een vraagteken bij wat je raar vindt of wat je niet begrijpt. Bespreek de zinnen die je raar of moeilijk vindt met een klasgenoot. Bedenk een uitleg waarom deze zinnen in dit gebed staan.
© Shutterstock / Jim Lopes (bewerking) / De bijbeltekst in deze uitgave is ontleend aan de Nieuwe Bijbelvertaling © Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap 2021
17
Schietgebed Denk na over de zin op de poster. Welke tip voor bidden staat hier eigenlijk?
Dat je niet alleen maar bid in een noodgeval, zoals wanneer je
Een gebed is meer dan
112
112 belt. Je bidt ook als het goed met je gaat. WWW.VISJEPOSTERS.NL
© Visjeposters / www.visjeposters.nl
14
4.4 Jezus vertelt over bidden
18
Leef je in - Bidden doe je zo a Stel je voor dat je een vriend(in) hebt die helemaal niet weet hoe bidden werkt. Hij of zij vraagt jou: hoe doe je dat, bidden? Hoe zou jij het uitleggen en welke tips zou je geven? • Schrijf het antwoord voor jezelf op. • Gebruik twee tot vier zinnen. • Leg uit wat bidden is, waar of wanneer je het kunt doen en geef een paar tips.
Bijvoorbeeld: Bidden is praten met God. Je vertelt God waar je mee zit of hoe het met je gaat, je bedankt Hem voor alles wat Hij je geeft en je vraagt Hem om je te helpen. Je kunt samen met anderen bidden, maar ook in je eentje. Je kunt zinnen uit de Bijbel gebruiken, of je eigen woorden, hardop of stil, alles is goed. b Werk samen in een groep van vier klasgenoten. Lees allemaal je uitleg voor. Wat vindt je mooi of belangrijk aan de uitleg van de anderen? Onderstreep alles wat jullie samen mooi en belangrijk vinden. c Geef samen een antwoord op de vraag: Bidden, hoe doe je dat? Schrijf jullie antwoord in de afbeelding.
© Shutterstock / DODOMO
Bijvoorbeeld: Praat eerlijk met God, waar en wanneer je wilt, alleen of samen. d Hoe was jouw rol in het gesprek? Ik kan vertellen wat ik voel en vind. Ik luister goed naar wat andere vertellen. Ik ga netjes om met de gevoelens en emoties van anderen.
15
4
Woorden van Jezus
4.5
Tot slot Je leert: • nadenken over vergeven.
19
Eindopdracht – Niet vechten en niet vluchten Bekijk de video. Hierin vertelt Rikko wat hem is overkomen. a Rikko noemt drie manieren om te reageren als je wordt aangevallen. Wat hoort bij elkaar? vechten
•
•
de strijd aangaan
vluchten
•
•
in een hoekje wegkruipen
een nieuw ding
•
•
de ander recht in de ogen kijken
b Na de rechtszaak zag Rikko de dader. Hoe kwam het dat Rikko toen niet meer boos op hem was?
Rikko had gehoord hoe verrot het leven van die jongen was geweest: altijd buiten de groep, stoere dingen doen om zich te bewijzen, drank en drugs gebruiken. Hij begon hem te begrijpen. c Bespreek dit verhaal met klasgenoten. Je kunt de volgende vragen gebruiken: 1 Begrijp jij dat Rikko niet meer boos was op de jongen die hem schopte? 2 Heeft Rikko de tip van Jezus 'keer de linkerwang toe' goed gebruikt? 3 Hoe zou de dader zich voelen nadat hij 'sorry' had gezegd? 4 Wat zou jij hebben gedaan als je Rikko was?
d De tips uit dit hoofdstuk kun je goed onthouden als je de samenvatting
© Shutterstock / Master1305
onthoudt: 'Doe als een vriend tegen iedereen'. Maak met de hele klas van deze zin een 'kunstwerk' in het lokaal. • Spreek af welke kleuren jullie gaan gebruiken. Kies drie of vier kleuren en spreek af je felle of zachte kleuren gebruikt of beide. • Spreek af hoe groot de letters moeten zijn. • Verdeel de 28 letters van de zin. Iedere leerling maakt één of twee letters. • Teken en kleur jouw letter(s). • Hang alle letters samen op in het lokaal.
Ga naar eDition voor de samenvattende opdracht en een opdracht met de begrippen. Scan de QR-code voor een overzicht met begrippen bij dit hoofdstuk.
16
4.5 Tot slot
20
Samenvatting Sleep de woorden naar de juiste plaats. spreken | tong | gezag | Bergrede | koninkrijk van de hemel | geluk | wet | vijanden | linkerwang | de gouden regel | goede vruchten | mooi | eerlijk | het Onze Vader Woorden hebben kracht. Van een compliment word je blij. Van mopperen of schelden word je verdrietig. In de Bijbel staan veel adviezen over spreken en zwijgen. Probeer de baas te zijn over je tong, ook al lukt dat nooit helemaal. Jezus zei wèl altijd het goede. Als Jezus praat, maakt dat indruk op de mensen. Jezus spreekt met gezag. (paragraaf 4.1). De bekendste toespraak van Jezus is de Bergrede. Jezus zegt wanneer je écht gelukkig wordt: als je vriendelijk, goed en eerlijk bent. Hij laat in die toespraak zien dat er hoop is voor mensen die treuren, vrede zoeken of vervolgd worden. Voor hen is het koninkrijk van de hemel. Daar is liefde voor God en de ander het belangrijkste. Deze liefde brengt echt geluk. (paragraaf 4.2). Jezus zet alles op zijn kop met zijn uitleg van de wet. Hij leert dat je niet alleen je vrienden moet liefhebben, mawar zelfs je vijanden. Twee tips kunnen je helpen. Keer de ander je linkerwang toe, doe als een vriend tegen iemand die jou naar behandelt. En denk aan de gouden regel: behandel de ander zoals jij behandeld wilt worden. En zeg niet alleen dat je God wilt dienen, maar doe het ook. Dan ben je als een boom met goede vruchten. (paragraaf 4.3). Jezus leert dat je niet mooi hoeft te bidden. Je mag kort en eenvoudig bidden, je mag eerlijk zijn tegen God. Jezus geeft ook het bekende voorbeeldgebed, het Onze Vader (paragraaf 4.4).
17