9042536753_omslag_Layout 2 16-07-10 11:49 Pagina 1
Examenidioom Duits havo
| Examenidioom Duits | havo drs. Marieke Lemmen
Examenidioom Duits | havo
9
789042 536753
Examenidioom Duits | havo drs. Marieke Lemmen
--De serie HCE examenidioom bestaat voor het vak Duits uit: HCE examenidioom Duits vmbo GT HCE examenidioom Duits havo HCE examenidioom Duits vwo HCE examenidioom Duits vmbo GT digiPack HCE examenidioom Duits havo digiPack HCE examenidioom Duits vwo digiPack De serie bevat ook boekjes en digiPacks voor de vakken Engels en Frans. Internet: www.hce-online.nl Onder eindredactie van drs. Antoon van Eijk Ontwerp en opmaak omslag en binnenwerk: Gé Grafische Vormgeving, Rotterdam Projectcoördinatie: María Camarasa, Lijn43 Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company.
Overbrengen ThiemeMeulenhoff We content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise,
ThiemeMeulenhoff is dé educatieve mediaspecialist en levert oplossingen ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij educatieve het vernieuwen en verbeteren voor het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger Onderwijs. Deze oplossingen worden ontwikkeld in nauwe samenwerking met de
van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoorenzorgen persoonlijker, effectiever efficiënter wordt. onderwijsmarkt dragendat bijleren aan steeds verbeterde leeropbrengsten en en individuele
talentontwikkeling. Samen leren vernieuwen.
ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. www.thiememeulenhoff.nl
Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: ISBN 978 90 42 53675 3 www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 Tweede herziene druk, negende oplage, 2016
ISBN 978 90 42 53675 3 Tweede druk, achtste oplage, 2015 2008 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2008
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen
wijze, elektronisch, gegevensbestand, mechanisch, door fotokopieën, opnamen,in ofenige enig andere in eenhetzij geautomatiseerd of openbaar gemaakt, vorm ofmanier, op enige zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier,
zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B
Voor zover het maken kopieën uitaugustus deze uitgave toegestaan op grond artikel 16B Auteurswet 1912 j° hetvan Besluit van 23 1985,isStbl. 471 en artikel 17 van Auteurswet
Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Stichting Publicatieen Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Publicatieen Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in uitgave in bloemlezingen, 1616Auteurswet) bloemlezingen,readers readersen enandere anderecompilatiewerken compilatiewerken(artikel (artikel Auteurswetdient 1912) men dientzich mentot zichuitgever tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over hetvan gebruik vanfilm muziek, en de te wenden. Voor meer informatie over het gebruik muziek, en hetfilm maken het maken kopieën in hetzieonderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. van kopieënvan in het onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, bepalingen. diede desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen kunnen zichDegenen alsnog tot uitgever wenden. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC ®-keurmerk. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Dit betekent datuitgave de bosbouw op eenpapier verantwoorde wijze van heefthet plaatsgevonden. Het voor deze gebruikte is voorzien FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord HCE examenidioom Duits havo bereidt leerlingen zowel voor op het centraal examen leesvaardigheid als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Het is door zijn aard en opzet uitstekend geschikt voor zelfstudie. Om dezelfde reden is dit idioomboek ook geschikt voor volwassenen aan dag- en avondscholen. Bij de samenstelling hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: > Onderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is om leerlingen zowel voor te bereiden op het CITOleesvaardigheidsexamen als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Vandaar dat een duidelijk onderscheid is aangebracht tussen idioom dat in examens passief beheerst dient te worden om de tekst te begrijpen en idioom dat in spreek- en schrijftaal door de leerling zelf actief wordt gebruikt. De woorden worden gescheiden aangeboden, in receptieve en productieve lijsten. > Elk hoofdstuk begint met een receptieve lijst van 40 woorden, bedoeld om de receptieve woordenschat van de leerling uit te breiden. De opgenomen woorden zijn vooral woorden die in CITO-leesvaardigheidsexamens voorkomen. Vervolgens zijn in een productieve lijst 15 woorden opgenomen die de leerling in schrijf- en spreektaal actief moet kunnen toepassen. Deze lijst bereidt de leerling daarmee dus voor op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Naast deze 15 woorden zijn per hoofdstuk ook telkens twee taalhandelingen opgenomen, met elk ten minste drie varianten, zodat de gebruiker leert om zich juister, correcter en gevarieerder uit te drukken in bepaalde situaties. De taalhandelingen sluiten aan bij de ERK-niveaus A2, B1 en B1+. > Het boek bevat 20 hoofdstukken. Het idioom is thematisch gerangschikt. De gekozen thema’s beslaan de meest voorkomende onderwerpen in eindexamenteksten. Daarnaast is bij de keuze ook rekening gehouden met de vier profielen Economie en maatschappij, Cultuur en maatschappij, Natuur en techniek, en Natuur en gezondheid. Bovendien wordt in een aantal hoofdstukken aandacht besteed aan idioom dat weliswaar niet expliciet onder de examenonderwerpen valt, maar wel beheerst moet worden om teksten te kunnen begrijpen, bijvoorbeeld verbindingswoorden of woorden die omvang of gradatie aangeven. Elk vijfde hoofdstuk neemt een dergelijk belangrijk woordveld onder de loep. > Elk opgenomen woord is voorzien van een reële voorbeeldzin. De voorbeeldzin heeft als functie om de betekenis van het woord in een zo duidelijk mogelijke context te zien. Hoewel de voorbeeldzinnen van de receptieve lijsten zo zijn gekozen dat de leerling ze meestal zal begrijpen, zijn de zinnen in het Nederlands vertaald om er zeker van te zijn dat de leerling niet alleen het Duitse woord, maar ook de Duitse context begrijpt. > Er zijn opdrachten opgenomen waarmee de leerling zichzelf kan toetsen. Per hoofdstuk zijn twee opdrachten opgenomen bij de receptieve lijst en één opdracht bij de productieve lijst.
Voorwoord
3
> Bij de bestudering van het idioom zouden wij de volgende werkwijze willen suggereren: 1 De vertaling van de voorbeeldzin en de vertaling van het aangeboden woord afdekken en uit de voorbeeldzin proberen op te maken wat het woord zou kunnen betekenen. Hierdoor wordt de raadvaardigheid, die bij het tekstbegrip een grote rol speelt, gestimuleerd. 2 Vervolgens controleren of de ‘geraden’ vertaling juist was. > Achter in het boek zijn alfabetische woordenlijsten Duits en Nederlands opgenomen, die het mogelijk maken woorden snel op te zoeken. > Het los verkrijgbare digiPack biedt de leerling toegang tot een website waar de leerling het idioom op interactieve wijze kan trainen, zich eigen kan maken en kan toetsen. Bovendien kan ook de correcte uitspraak beluisterd worden. > Voor docent en leerling komen op de methodesite extra tips en ondersteunend materiaal beschikbaar. Op- of aanmerkingen die tot verbetering van dit boek zouden kunnen leiden, worden bijzonder op prijs gesteld. Baarn, voorjaar 2008 Auteur en uitgever
4
HCE Examenidioom Duits > havo
Inhoudsopgave Algemene tips voor het omgaan met examenteksten
7
1 Menschliche Beziehungen
9
2 Schule, Ausbildung und Erziehung
15
3 Gesundheit und Sport
21
4 Gefühle und Ansichten
27
5 Raum, Ausmaß und Zeit
33
6 Leben und Lebendiges
39
7 Verkehr, Transport und Reisen
45
8 Aktivitäten und Entwicklungen
51
9 Kommunikation, Information und Medien
57
10 Persönlichkeit und Charaktereigenschaften
63
11 Wirtschaft und Geld
69
12 Wissenschaft und Technik
75
13 Kunst und Kultur
81
14 Natur und Umwelt
87
15 Die Art der Dinge und Umstände
93
16 Arbeit und Beruf
99
17 Recht und Gesetz
105
18 Politik, Religion und Geschichte
111
19 Reaktionen und Gedanken
117
20 Schlüsselwörter zum Schluss
123
Woordenlijst Duits
129
Woordenlijst Nederlands
135
Inhoudsopgave
5
Algemene tips voor het omgaan met examenteksten Stel jezelf bij het lezen tijdens een leestoets de volgende vragen: a Wat voor soort tekst is het? (artikel, verhaal, oproep, reclameboodschap, gebruiksaanwijzing, enzovoort) b Hoe is de tekst ingedeeld? c Wat betekenen de (sub)titels? d Wat kan ik uit de illustratie opmaken? e Wat is de bron van de tekst? f Voor wie is de tekst geschreven? g Wat weet ik al over het onderwerp? (Vanuit andere vakken op school, van de televisie of het internet?)
Tips voor meerkeuzevragen Lees de tekst door. - Algemeen geldt dat je eerst steeds een tekst helemaal doorleest en daarbij wat kernwoorden onderstreept of markeert die de inhoud van de tekst globaal weergeven. - Markeer signaalwoorden als: ‘also’, ‘außerdem’, ‘dennoch’, ‘nur’, ‘trotzdem’, ‘schließlich’, enzovoort. Ga daarna pas naar de vragen. - Om meerkeuzevragen met succes te beantwoorden, geldt als belangrijkste regel dat je eerst de vraag leest, niet de antwoorden. - Ga nu terug naar de tekst en bepaal waar in de tekst het antwoord staat. - Markeer de kernwoorden in de alinea waar het antwoord staat. - Probeer de vraag voor jezelf te beantwoorden. - Kijk daarna pas welk antwoord het dichtst bij jouw antwoord komt. - Als je twijfelt, geef dan voor jezelf antwoord op de volgende vragen: 1 Is er een antwoord dat heel duidelijk niet in overeenstemming is met de tekst? Streep dat antwoord weg. 2 Zijn er antwoorden die veel op elkaar lijken? Kies het antwoord dat het dichtst bij de tekst staat. Wat doe je als je een woord niet kent? - Ga na of je het woord in bijna gelijke vorm vanuit het Nederlands (of een andere taal) kent. - Heel vaak is het voldoende om ongeveer te weten wat een onbekend woord of bijzondere uitdrukking betekent. Bepaal welke lading een woord gezien de context heeft: positief, negatief, instemmend, afkeurend, enzovoort. - Bekijk of je de betekenis van het woord nodig hebt voor de beantwoording van de vraag. - Wanneer je denkt dat het belangrijk is dat je de betekenis van een woord moet weten om de tekst te begrijpen, zoek die dan op in een woordenboek. Meerkeuze-invulvragen In sommige teksten is een aantal woorden weggelaten. Jij moet het juiste alternatief kiezen dat moet worden ingevuld. Ga als volgt te werk: - Lees de tekst eerst helemaal door. - Lees eerst alleen de vraag, niet de antwoorden. - Lees de alinea waaruit het woord is weggelaten. Algemene tips
7
- Bepaal de inhoud van de zin waaruit het woord is weggelaten. Wanneer de inhoud niet duidelijk is, lees dan ook de voorafgaande zin en de volgende. - Probeer te bedenken wat het in te vullen woord in het Nederlands is. - Vergelijk je vondst met de gegeven alternatieven. - Wanneer je de betekenis van een van de antwoorden niet kent, zoek die dan op in het woordenboek.
Tips voor open vragen Dit zijn vragen waarbij jij zelf het antwoord moet formuleren. Let op de volgende dingen: - Antwoord altijd in het Nederlands, tenzij expliciet in de vraag staat dat je je antwoord uit de tekst moet halen. - Formuleer je antwoord kort en bondig. - Voorkom dat je stukken tekst letterlijk in het Nederlands vertaalt. - Geef precies zoveel antwoorden als er gevraagd worden, als je er meer geeft worden alleen de eerstgegeven antwoorden beoordeeld. - Lees je antwoord nog eens door en bepaal of het een goedlopend en logisch geheel is.
Voorbeelden van veelvoorkomende vragen bij examenteksten Duits havo: • Welche Aussage stimmt mit dem ersten Welke uitspraak komt overeen met de eerste Absatz überein? alinea? • Welche Aussage entspricht dem 2. Absatz? Welke uitspraak komt overeen met alinea 2? • Welche Aussage in Bezug auf die Welke uitspraak met betrekking tot de zomertijd Sommerzeit ist richtig? klopt? • Wie verhalten sich diese Worte zum Hoe verhouden deze woorden zich tot de vorhergehenden Satz? voorafgaande zin? • Welches Wort trifft den Kern des 3. Welk woord raakt de kern van alinea 3? Absatzes? • Welche Aussage trifft auf den 4. Absatz zu? Welke uitspraak is van toepassing op alinea 4? • Was geht aus dem 5. Absatz hervor? Wat kun je uit alinea 5 opmaken? • Was kann man aus dem 6. Absatz Wat kun je uit alinea 6 concluderen? schließen? • Was will der Verfasser im 7. Absatz mit Wat wil de auteur in alinea 7 met dit voorbeeld diesem Beispiel deutlich machen? duidelijk maken? • Was beinhaltet das in Zeile 45 erwähnte Wat houdt het in regel 45 genoemde project in? Projekt? • Welchen Aspekt der Werbung betont der Welk aspect van reclame benadrukt de schrijver Verfasser hier? hier? • Was will der Verfasser mit diesen Worten Wat wil de schrijver met deze woorden op de hervorheben? voorgrond plaatsen? • Welche der folgenden Textstellen ist Welk van de volgende tekstgedeelten heeft een inhaltlich vergleichbar? vergelijkbare inhoud? • Was ist dem 2. Absatz nach der größte Wat is volgens alinea 2 de grootste fout? Fehler? • Welches Wort passt in die Lücke in Zeile 26? Welk woord past in het gat in regel 26? • Aus welchem konkreten Anlass wurde der Wat was de concrete aanleiding voor het schrijven Artikel geschrieben? van dit artikel? Hoe kun je de toon van deze tekst karakteriseren? • Wie kann man den Ton dieses Textes charakterisieren?
8
HCE Examenidioom Duits > havo
1
Menschliche Beziehungen
Deutsch>Niederländisch die Beziehung
Kind, du bist noch viel zu jung für eine feste Beziehung! Kind, je bent nog veel te jong voor een vaste relatie!
sich zusammenfinden
de relatie
Als wir uns zum ersten Mal sahen, haben wir uns sofort zusammengefunden. Toen we elkaar voor het eerst zagen, kregen we meteen een band.
das Standesamt
Das Paar wurde im Standesamt getraut. Het paar trouwde voor de burgerlijke stand.
die Ehe
de burgerlijke stand
Die beiden führen eine glückliche Ehe. De twee hebben een gelukkig huwelijk.
der Nachwuchs
het huwelijk
Nach zehn Jahren bekam das Ehepaar endlich Nachwuchs. Na tien jaar kreeg het echtpaar eindelijk kinderen.
die Windel
de kinderen
Das Baby trägt noch eine Windel aus Stoff. De baby draagt nog een stoffen luier.
der Pate
de luier
Mein Kind wird getauft und mein Bruder ist sein Pate. Mijn kind wordt gedoopt en mijn broer is zijn peetoom.
das Kleinkind
samengaan, een band krijgen
de peetoom
Fast alle Kleinkinder sind sauber. Bijna alle kleuters zijn zindelijk.
de kleuter
das Nesthäkchen Mit vier älteren Schwestern ist er das Nesthäkchen der Familie. Met vier oudere zussen is hij de benjamin van het gezin. das Kindergeld
Für alle Kinder bis zu 18 Jahren gibt es Kindergeld. Voor alle kinderen onder de 18 krijgt men kinderbijslag.
die Kindheit
de kinderbijslag
Dank meiner Eltern hatte ich eine schöne Kindheit. Dankzij mijn ouders heb ik een mooie jeugd gehad.
verwaisen
de benjamin, het jongste kind
de jeugd
Die verwaisten Kinder wurden in eine Pflegefamilie aufgenommen. De wees geworden kinderen werden in een pleeggezin opgenomen. wees worden
1. Menschliche Beziehungen
9
vernachlässigen
Die süchtige Mutter vernachlässigte ihre Kinder. De verslaafde moeder verwaarloosde haar kinderen.
der Unterhalt
Ihr Exmann bezahlt Unterhalt für die Kinder. Haar ex-man betaalt alimentatie voor de kinderen.
der Vormund
de familie
All seine Angehörigen sind nach Kanada emigriert. Al zijn familieleden zijn naar Canada geëmigreerd.
die Vorfahren
de goot
Die ganze Verwandtschaft war zur goldenen Hochzeit eingeladen. De hele familie was voor de gouden bruiloft uitgenodigd.
die Angehörigen
de zorg
Nach der Scheidung fing er mit dem Trinken an und landete in der Gosse. Na de scheiding begon hij te drinken en kwam hij in de goot terecht.
die Verwandtschaft
de voogd
Kinder haben ein Recht auf elterliche Fürsorge. Kinderen hebben recht op ouderlijke zorg.
die Gosse
de alimentatie
Wenn Eltern sterben, brauchen die Kinder einen Vormund. Als de ouders overlijden, hebben de kinderen een voogd nodig.
die Fürsorge
verwaarlozen
de familieleden, de leden van een groepering
Unsere Vorfahren mütterlicherseits stammen aus Frankreich. Onze voorouders van moederskant komen uit Frankrijk.
de voorouders
die Nachkommen Die Nachkommen des Verstorbenen erbten das Haus. De nakomelingen van de overledene erfden het huis. hinterlassen
Ihr Vater hat ihr nur Schulden hinterlassen. Haar vader heeft haar alleen maar schulden nagelaten.
die Herkunft
schenken
Wenn man so viel zulässt, kann man ein solches Benehmen erwarten. Als je zo veel toelaat, kun je dit soort gedrag verwachten.
10
het gezelschap
Was hat dir der Weihnachtsmann beschert? Wat heeft de Kerstman je geschonken?
das Benehmen
de leeftijd
Er sucht die Geselligkeit gleichaltriger Menschen. Hij zoekt het gezelschap van leeftijdgenoten.
bescheren
de afkomst
Sie starb im Alter von 98 Jahren. Ze stierf op 98-jarige leeftijd.
die Geselligkeit
nalaten, achterlaten
Sein Akzent verrät seine limburgische Herkunft. Zijn accent verraadt zijn Limburgse afkomst.
das Alter
de nakomelingen
HCE Examenidioom Duits > havo
het gedrag
das Verhaltensmuster
In Stresssituationen fällt man leicht in alte Verhaltensmuster zurück. In stresssituaties val je gemakkelijk terug in oude gedragspatronen. het gedragspatroon
das Misstrauen
Das Misstrauen des Ehemannes war völlig unbegründet. Het wantrouwen van de echtgenoot was volledig ongegrond.
der Zoff
het wantrouwen
Zoff gibt es in den besten Familien. Ruzie komt in de beste families voor.
die Privatsphäre
de ruzie
Die Publikation des Fotos verletzt die Privatsphäre der Prinzessin. De publicatie van de foto schendt de privacy van de prinses.
berücksichtigen
de privacy
Wir müssen die besondere Lage dieser Familie berücksichtigen. We moeten rekening houden met de bijzondere situatie van dit gezin.
der Kumpel
respecteren, rekening houden met
Weihnachten feiert er in der Familie, Silvester mit den Kumpels. Kerstmis viert hij met het gezin, oud en nieuw met zijn kameraden. de kameraad
der Gefährte
Der Hund ist der treue Gefährte des Menschen. De hond is de trouwe metgezel van de mens.
das Dasein
Bis zu dem Tag führte er ein unbekümmertes Dasein. Tot die dag leidde hij een onbekommerd bestaan.
der Alltag
wonen
Wir wohnen in einer Siedlung am Rande der Stadt. Wij wonen in een wijk aan de rand van de stad.
die Bude
het lot
Er ist schon drei Jahre in Nimwegen ansässig. Hij woont al drie jaar in Nijmegen.
die Siedlung
het leven van alledag
Jeder weiß um das traurige Schicksal von Romeo und Julia. Iedereen kent het droevige lot van Romeo en Julia.
ansässig sein
het bestaan
Nach den Ferien beginnt wieder der Alltag. Na de vakantie begint het leven van alledag weer.
das Schicksal
de metgezel
de wijk
Plötzlich flogen die Teller durch die Bude. Plotseling vlogen de borden door de kamer.
de kamer
1. Menschliche Beziehungen
11
Erinnerst du dich? A. Wähle das richtige Wort. Es bleiben zwei Wörter übrig. Beziehung, Ehe, Gosse, Herkunft, Kindheit, Verwandtschaft, Windel
1
Schon seit der _____ ist sie an einem Auge blind.
2 Wir hatten zu unseren Nachbarn immer eine gute _____. 3
Die Frau hat den heruntergekommenen Alkoholiker aus der _____ geholt.
4 Der Pfarrer hat die kirchliche _____ geschlossen. 5 Kannst du mir mal eine neue _____ herüberreichen?
B. Wähle das richtige Wort. Es bleiben zwei Wörter übrig. Alltag, Kumpel, Nachwuchs, Pate, Unterhalt, Vormund, Zoff
1
Der Vater nahm es mit dem _____ seiner Kinder nicht so genau.
2 Bei meinem Freund zu Hause gibt es immer wieder _____ wegen der Fernbedienung. 3
Ich muss noch weg: Ein _____ von mir wartet in der Kneipe auf mich.
4 Als unerwartet Zwillinge geboren wurden, wurde ich der _____ des zweiten Kindes. 5 Leider ist morgen Montag: Dann fängt der _____ wieder an.
12
HCE Examenidioom Duits > havo
Niederländisch>Deutsch de maatschappij
Zo zit de maatschappij nu eenmaal in elkaar. So ist das nun mal in der Gesellschaft.
de jongeren
die Gesellschaft
Jongeren onder de 18 mogen hier niet in. Für Jugendliche unter 18 Jahren ist hier kein Zutritt.
volwassen
die Jugendlichen
Hij heeft twee volwassen dochters. Er hat zwei erwachsene Töchter.
trouwen
erwachsen
Henri en Anke trouwen op 22 augustus. Henri und Anke heiraten am 22. August.
de bruiloft
heiraten
De bruiloft wordt in een grote tent gevierd. Die Hochzeit wird in einem großen Zelt gefeiert.
gezellig
die Hochzeit
We maken er een gezellige avond van. Wir machen uns einen gemütlichen Abend.
de vrijgezel
gemütlich
Alleen vrijgezellen mogen aan deze optocht meedoen. Nur Junggesellen dürfen sich an diesem Umzug beteiligen. der Junggeselle
de begrafenis
Onze buurvrouw is gestorven; overmorgen is de begrafenis. Unsere Nachbarin ist gestorben; übermorgen ist die Beerdigung.
de verhuurder
die Beerdigung
De verhuurder moet deze lekkage verhelpen. Der Vermieter soll dieses Leck beheben.
de zolder
der Vermieter
Op zolder staat nog een doos met oude foto’s. Auf dem Dachboden steht noch eine Schachtel mit alten Bildern.
de scheiding
der Dachboden
Sinds de scheiding woont Tom bij zijn vader. Seit der Trennung lebt Tom bei seinem Vater.
dakloos
die Trennung
Toen hij zijn gezin verloor, is hij dakloos geworden. Als er seine Familie verlor, ist er obdachlos geworden.
de vriendengroep
Met onze vriendengroep bouwden we een carnavalswagen. Mit unserer Clique bauten wir einen Karnevalswagen.
tutoyeren
obdachlos
die Clique
In deze firma tutoyeert iedereen elkaar. In dieser Firma duzen sich alle.
duzen
1. Menschliche Beziehungen
13
de belangstelling
Hun gemeenschappelijke belangstelling voor de blues heeft hen samengebracht. Ihr gemeinsames Interesse für den Blues hat sie zusammengebracht.
das Interesse
Redemittel Zo kun je een gesprek beginnen: > Hallo, hoe gaat het?
Hallo, wie geht’s?
> Fijn dat je gekomen bent.
Schön, dass du da bist.
> Pardon, mag ik u iets vragen?
Entschuldigung, darf ich Sie etwas fragen?
> Kan ik u helpen?
Kann ich Ihnen behilflich sein?
Zo kun je een gesprek beëindigen: > Bedankt en tot ziens!
Herzlichen Dank und auf Wiedersehen!
> Prettige dag verder!
Einen schönen Tag noch!
> Sorry, ik moet nu gaan.
Tut mir Leid, aber ich muss jetzt weiter.
> Ik vond het leuk.
Es hat mich gefreut.
Erinnerst du dich? C. Ergänze auf Deutsch die eingeklammerten Wörter (woorden tussen haakjes). 1
Nach der (bruiloft) machte das junge Paar eine lange Reise.
2 Durch das Hochwasser sind viele Menschen (dakloos) geworden. 3
Die Studentenbude war recht (gezellig) eingerichtet.
4 Unglaublich, dass so ein lieber Mann immer noch (vrijgezel) ist! 5 Du bist jetzt 23 Jahre alt: Du könntest dich endlich (volwassen) benehmen.
14
HCE Examenidioom Duits > havo
9042536753_omslag_Layout 2 16-07-10 11:49 Pagina 1
Examenidioom Duits havo
| Examenidioom Duits | havo drs. Marieke Lemmen
Examenidioom Duits | havo
9
789042 536753