Skip to main content

9789042536739 inkijkexemplaar

Page 1

HCE Duits vmbo omslag_Layout 2 24-07-12 13:28 Pagina 1

D | Examenidioom Duits | vmbo GT Gert van Lochem M., Barend de Ruiter M.

Examenidioom Duits vmbo GT

Examenidioom Duits | vmbo GT


Examenidioom Duits | vmbo GT Gert van Lochem M., Barend de Ruiter M.


De serie HCE examenidioom bestaat voor het vak Duits uit: HCE examenidioom Duits vmbo GT HCE examenidioom Duits havo HCE examenidioom Duits vwo HCE examenidioom Duits vmbo GT digiPack HCE examenidioom Duits havo digiPack HCE examenidioom Duits vwo digiPack De serie bevat ook boekjes en digiPacks voor de vakken Engels en Frans

ThiemeMeulenhoff Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt is dé educatieve mediaspecialist en levert oplossingen voor het ThiemeMeulenhoff zich van educatieve uitgeverij toteducatieve een learning design company. We Primair Onderwijs, Voortgezeten Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs Hoger Onderwijs. brengen content, leerontwerp technologie samen. Met onze groeiende en expertise, ervaring en Deze oplossingen inscholen nauwe samenwerking metendeverbeteren onderwijsmarkt en dragen leeroplossingen zijnworden we eenontwikkeld partner voor bij het vernieuwen van onderwijs. bij kunnen aan verbeterde leeropbrengsten en aan individuele talentontwikkeling. Zo we samen beter recht doen de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Samen leren vernieuwen.

Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 www.thiememeulenhoff.nl www.hce-online.nl ISBN 978 90 42 53673 9

ISBN 978herziene 90 42 53673 Tweede druk,9negende oplage, 2016 Tweede herziene druk, zevende oplage, 2015 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2007

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2007 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een

Alle rechten voorbehouden. Niets uit uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in geautomatiseerd gegevensbestand, of deze openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar in enige vormzonder of op enige wijze, elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen,gemaakt, of enig andere manier, voorafgaande hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B

Voor zover het maken kopieën uitaugustus deze uitgave toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° hetvan Besluit van 23 1985,isStbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, Auteurswet j° het Besluit 23 augustusvergoedingen 1985, Stbl. 471teen artikel aan 17 Auteurswet 1912, dienten dient men de1912 daarvoor wettelijkvan verschuldigde voldoen Stichting Publicatiemen de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro. Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 2130in KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze3060, uitgave bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel Auteurswet) dientuitgave men zich de uitgever tereaders wenden. meer Voor het overnemen van 16 gedeelte(n) uit deze in tot bloemlezingen, enVoor andere informatie over het(artikel gebruik16van muziek, film en het vandekopieën het onderwijs ziemeer www. compilatiewerken Auteurswet) dient menmaken zich tot uitgeverinte wenden. Voor auteursrechtenonderwijs.nl. informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie

www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen dieheeft desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, zich alsnog tot de De uitgever ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgenskunnen de wettelijke uitgever wenden. bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich

alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Dezevoor uitgave volledig CO2-neutraal Het deze is uitgave gebruikte papier isgeproduceerd. voorzien van het FSC®-keurmerk. ® Dit datuitgave de bosbouw op een verantwoorde plaatsgevonden. Hetbetekent voor deze gebruikte papier is voorzienwijze van heeft het FSC -keurmerk.

Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Voorwoord HCE examenidioom Duits vmbo GT bereidt leerlingen zowel voor op het centraal examen leesvaardigheid als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Het is door zijn aard en opzet uitstekend geschikt voor zelfstudie. Om dezelfde reden is dit idioomboek ook geschikt voor volwassenen aan dag- en avondscholen. Bij de samenstelling hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: > Onderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is om leerlingen zowel voor te bereiden op het CITOleesvaardigheidsexamen als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Vandaar dat een duidelijk onderscheid is aangebracht tussen idioom dat in examens passief beheerst dient te worden om de tekst te begrijpen en idioom dat in spreek- en schrijftaal door de leerling zelf actief wordt gebruikt. De woorden worden gescheiden aangeboden, in receptieve en productieve lijsten. > Elk hoofdstuk begint met een receptieve lijst van 40 woorden, bedoeld om de receptieve woordenschat van de leerling uit te breiden. De opgenomen woorden zijn vooral woorden die in CITO-leesvaardigheidsexamens voorkomen. Vervolgens zijn in een productieve lijst 15 woorden opgenomen die de leerling in schrijf- en spreektaal actief moet kunnen toepassen. Deze lijst bereidt de leerling daarmee dus voor op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Naast deze 15 woorden zijn per hoofdstuk ook telkens twee taalhandelingen opgenomen, met elk ten minste twee varianten, zodat de gebruiker leert om zich juister, correcter en gevarieerder uit te drukken in bepaalde situaties. De taalhandelingen hebben het ERK-niveau A2. > Het boek bevat 20 hoofdstukken. Het idioom is thematisch gerangschikt. De gekozen thema’s beslaan de meest voorkomende onderwerpen in eindexamenteksten. Daarnaast is bij de keuze ook rekening gehouden met de vier sectoren Economie, Landbouw, Techniek, Zorg en Welzijn. Bovendien wordt in een aantal hoofdstukken aandacht besteed aan idioom dat weliswaar niet expliciet onder de examenonderwerpen valt, maar wel beheerst moet worden om teksten te kunnen begrijpen, bijvoorbeeld verbindingswoorden of woorden die omvang of gradatie aangeven. > Elk opgenomen woord is voorzien van een reële voorbeeldzin. De voorbeeldzin heeft als functie om de betekenis van het woord in een zo duidelijk mogelijke context te zien. Hoewel de voorbeeldzinnen van de receptieve lijsten zo zijn gekozen dat de leerling ze meestal zal begrijpen, zijn de zinnen in het Nederlands vertaald om er zeker van te zijn dat de leerling niet alleen het Duitse woord, maar ook de Duitse context begrijpt. Een aantal voorbeeldzinnen komt uit de CITO leesvaardigheidsexamens. > Er zijn opdrachten opgenomen waarmee de leerling zichzelf kan toetsen. Per hoofdstuk zijn twee opdrachten opgenomen bij de receptieve lijst en één opdracht bij de productieve lijst. > Er zijn cartoons opgenomen die woorden en taalhandelingen bevatten uit de desbetreffende hoofdstukken.

Voorwoord

3


> Bij de bestudering van het idioom zouden wij de volgende werkwijze willen suggereren: 1 De vertaling van de voorbeeldzin en de vertaling van het aangeboden woord afdekken en uit de voorbeeldzin proberen op te maken wat het woord zou kunnen betekenen. Hierdoor wordt de raadvaardigheid, die bij het tekstbegrip een grote rol speelt, gestimuleerd. 2 Vervolgens controleren of de ‘geraden’ vertaling juist was. > Achter in het boek zijn alfabetische woordenlijsten Duits en Nederlands opgenomen, die het mogelijk maken woorden snel op te zoeken. > Het los verkrijgbare digiPack biedt de leerling toegang tot een website waar de leerling het idioom op interactieve wijze kan trainen, zich eigen kan maken en kan toetsen. Bovendien kan ook de correcte uitspraak beluisterd worden. > Voor docent en leerling komen op de methodesite extra tips en ondersteunend materiaal beschikbaar. Op- of aanmerkingen die tot verbetering van dit boek zouden kunnen leiden, worden bijzonder op prijs gesteld. Baarn, najaar 2007 Auteurs en uitgever

4

HCE Examenidioom Duits > vmbo GT


Inhoudsopgave Algemene tips voor het omgaan met examenteksten

7

1

Menschliche Beziehungen

9

2

Schule und Ausbildung

15

3

Essen und Trinken

21

4

Gefühle und Empfindungen

27

5

Falsche Freunde

33

6

Natur, Wetter und Tiere

39

7

Verkehr und Verkehrsmittel

45

8

Sport, Freizeit und Ferien

51

9

Medien

57

10

Persönlichkeit und Charaktereigenschaften

63

11

Wirtschaft und Geld

69

12

Technik und Wissenschaft

75

13

Gesundheit

81

14

Umwelt

87

15

Reaktionen und Gedanken

93

16

Arbeit und Beruf

99

17

Recht und Gesetz

105

18

Öffentliche Dienste und Soziales

111

19

Ausgehen, Film und Theater

117

20

Adverb und Bindewort

123

Woordenlijst Duits

129

Woordenlijst Nederlands

135

Inhoudsopgave

5


Algemene tips voor het omgaan met examenteksten Stel jezelf bij het lezen tijdens een leestoets de volgende vragen: a Wat voor soort tekst is het? (artikel, verhaal, oproep, reclameboodschap, gebruiksaanwijzing, enzovoort) b Hoe is de tekst ingedeeld? c Wat betekenen de (sub)titels? d Wat kan ik uit de illustratie opmaken? e Wat is de bron van de tekst? f Voor wie is de tekst geschreven? g Wat weet ik al over het onderwerp? (Vanuit andere vakken op school, van de televisie of het internet?)

Tips voor meerkeuzevragen Lees de tekst door. - Algemeen geldt dat je eerst steeds een tekst helemaal doorleest en daarbij wat kernwoorden onderstreept of markeert die de inhoud van de tekst globaal weergeven. - Markeer signaalwoorden als: ’aber’, ’allerdings’, ’außerdem’, ‘damit’, ‘denn’, ’sondern’, ‘weil’, enzovoort. Ga daarna pas naar de vragen. - Om meerkeuzevragen met succes te beantwoorden, geldt als belangrijkste regel dat je eerst de vraag leest, niet de antwoorden. - Ga nu terug naar de tekst en bepaal waar in de tekst het antwoord staat. - Markeer de kernwoorden in de alinea waar het antwoord staat. - Probeer de vraag voor jezelf te beantwoorden. - Kijk daarna pas welk antwoord het dichtst bij jouw antwoord komt. - Als je twijfelt, geef dan voor jezelf antwoord op de volgende vragen: 1 Is er een antwoord dat heel duidelijk niet in overeenstemming is met de tekst? Streep dat antwoord weg. 2 Zijn er antwoorden die veel op elkaar lijken? Kies het antwoord dat het dichtst bij de tekst staat. Wat doe je als je een woord niet kent? - Ga na of je het woord in bijna gelijke vorm vanuit het Nederlands (of een andere taal) kent. - Heel vaak is het voldoende om ongeveer te weten wat een onbekend woord of bijzondere uitdrukking betekent. Bepaal welke lading een woord gezien de context heeft: positief, negatief, instemmend, afkeurend, enzovoort. - Bekijk of je de betekenis van het woord nodig hebt voor de beantwoording van de vraag. - Wanneer je denkt dat het belangrijk is dat je de betekenis van een woord moet weten om de tekst te begrijpen, zoek die dan op in een woordenboek. Meerkeuze-invulvragen In sommige teksten is een aantal woorden weggelaten. Jij moet het juiste alternatief kiezen dat moet worden ingevuld. Ga als volgt te werk: - Lees de tekst eerst helemaal door. - Lees eerst alleen de vraag, niet de antwoorden. Algemene tips

7


- Lees de alinea waaruit het woord is weggelaten. - Bepaal de inhoud van de zin waaruit het woord is weggelaten. Wanneer de inhoud niet duidelijk is, lees dan ook de voorafgaande zin en de volgende. - Probeer te bedenken wat het in te vullen woord in het Nederlands is. - Vergelijk je vondst met de gegeven alternatieven. - Wanneer je de betekenis van een van de antwoorden niet kent, zoek die dan op in het woordenboek.

Tips voor open vragen Dit zijn vragen waarbij jij zelf het antwoord moet formuleren. Let op de volgende dingen: - Antwoord altijd in het Nederlands, tenzij expliciet in de vraag staat dat je je antwoord uit de tekst moet halen. - Formuleer je antwoord kort en bondig. - Voorkom dat je stukken tekst letterlijk in het Nederlands vertaalt. - Geef precies zoveel antwoorden als er gevraagd worden, als je er meer geeft worden alleen de eerstgegeven antwoorden beoordeeld. - Lees je antwoord nog eens door en bepaal of het een goedlopend en logisch geheel is.

Voorbeelden van veelvoorkomende vragen bij examenteksten Duits vmbo GT: • Was geht aus der Einleitung des Textes hervor? Wat blijkt uit de inleiding van de tekst? • Was macht der erste Absatz deutlich? Wat maakt de eerste alinea duidelijk? • Was kann man daraus schließen? Wat kan men daaruit concluderen? • Was wird in diesem Satz mitgeteilt? Wat wordt in deze zin meegedeeld? • Was wird in Frage gestellt? Wat wordt in twijfel getrokken? • Was wird aus den Zeilen 4 – 8 deutlich? Wat wordt uit de regels 4 – 8 duidelijk? • Wie meint der Verfasser das? Hoe bedoelt de schrijver dat? • Welche Aussage stimmt mit dem Text überein? Welke uitspraak komt met de tekst overeen? • Welche Überschrift passt am besten zum 3. Absatz? Welke kop past het best bij de 3e alinea? • Was wird in Zeile 5 behauptet? Wat wordt in regel 5 beweerd? • Was soll dieses Beispiel deutlich machen? Wat moet dit voorbeeld aantonen? • Was hat die Hauptperson erfahren? Wat heeft de hoofdpersoon meegemaakt? • Durch welches Wort kann man … ersetzen? Door welk woord kun je … vervangen?

8

HCE Examenidioom Duits > vmbo GT


1

Menschliche Beziehungen

Deutsch>Niederländisch die Enkeltochter

Die einzige Enkeltochter bekam die Erbschaft. De enige kleindochter kreeg de erfenis.

jugendlich

de kleindochter

Mein Vater kleidet sich nach der neuesten Mode, denn er will jugendlich aussehen. Mijn vader kleedt zich volgens de nieuwste mode, want hij wil er jong uitzien.

leicht

Es ist nicht so leicht, mit ihm zusammenzuleben. Het is niet zo makkelijk met hem samen te leven.

unterstützen

jong, jeugdig

makkelijk, eenvoudig

Während ihres Studiums unterstützen Eltern ihre Kinder finanziell. Ouders ondersteunen hun kinderen financieel tijdens hun studie.

ondersteunen

die Überlegenheit Nur in Mathematik zeigte er seine Überlegenheit. Alleen bij wiskunde toonde hij zijn overwicht. der Haushalt

het overwicht, de overmacht

Ein Haushalt mit vier Kleinkindern macht eine Menge Arbeit. Een huishouding met vier kleine kinderen geeft een heleboel werk.

der Pfarrer

de huishouding

Der Pfarrer gab dem Ehepaar den Segen. De dominee gaf het echtpaar de zegen.

de dominee, de pastoor

das Weihnachten Sie feiert Weihnachten, wie sie es als Kind gewohnt war. Ze viert Kerstmis, zoals ze het als kind gewend was. sich einig sein

Sie müssen sich einig sein, dass sie wirklich scheiden wollen. Ze moeten het met elkaar eens zijn, dat ze werkelijk willen scheiden.

das Standesamt

het met elkaar eens zijn

Einen Tag später gab sich das Paar auf dem Standesamt das Jawort. Een dag later gaf het paar elkaar bij de burgerlijke stand het jawoord.

der Nachbar

Kerstmis

de burgerlijke stand

Unsere Tauben sind dem Nachbarn ein Dorn im Auge. Onze duiven zijn de buurman een doorn in het oog.

de buurman

1. Menschliche Beziehungen

9


Sein Talent hat er wohl von seinen Großeltern geerbt.

erben

Zijn talent heeft hij zeker van zijn grootouders geërfd. entscheiden

Eltern entscheiden, wenn die Kinder zu jung sind. Ouders beslissen, als de kinderen te jong zijn.

erlauben

de voorouders

Die Filmdiva soll ein Verhältnis mit einem Mafiaboss haben. Men zegt dat de filmdiva een verhouding met een maffiabaas heeft.

außerehelich

toestaan

Meine Vorfahren wohnten schon in diesem Dorf. Mijn voorouders woonden al in dit dorp.

das Verhältnis

beslissen

Manche Eltern erlauben ihren Kindern zu viel. Sommige ouders staan hun kinderen te veel toe.

die Vorfahren

erven

de verhouding

Der Vater erkennt seinen außerehelichen Sohn nicht an. De vader erkent zijn buitenechtelijke zoon niet.

buitenechtelijk

Die Altersversorgung ist nicht überall gut geregelt.

die Altersversorgung

De ouderdomsvoorziening is niet overal goed geregeld.

die Waise

Manche Waisen werden glücklicherweise adoptiert. Gelukkig worden sommige wezen geadopteerd.

de ouderdomsvoorziening

de wees

der Altersgenosse Warum spielt er nicht mit Altersgenossen? Waarom speelt hij niet met leeftijdgenoten? die Clique

Mädchen wie Sarah gibt es in fast jeder Clique. Meisjes zoals Sarah zijn er in bijna elke groep.

der Asylant

die Feuerbestattung

Feuerbestattung ist für Juden streng verboten.

erziehen

Der Richter verbot den Eltern, ihren eigenen Sohn zu erziehen.

Crematie is voor Joden streng verboden.

De rechter verbood de ouders hun eigen zoon op te voeden.

10

de asielzoeker

Der Verstorbene wurde auf dem Friedhof in seinem Geburtsort beerdigt. De overledene werd op de begraafplaats in zijn geboorteplaats begraven.

die Verständigung

de groep, de jongerengroep

Sie haben sich bemüht den Asylanten zu helfen. Zij hebben zich ingespannen om de asielzoekers te helpen.

beerdigen

de leeftijdgenoot

begraven

de crematie

opvoeden

Die Verständigung mit den Franzosen war kein Problem. Het was geen probleem zich met de Fransen verstaanbaar te maken.

HCE Examenidioom Duits > vmbo GT

zich verstaanbaar maken


das Bild

Auf dem vergilbten Familienbild aus 1951 ist sogar mein Urgroßvater zu sehen. Op de vergeelde familiefoto uit 1951 is zelfs mijn overgrootvader te zien.

das Benehmen

Die Eltern regten sich über das Benehmen ihres Kindes auf. De ouders wonden zich op over het gedrag van hun kind.

brauchen

het gedrag

Natürlich brauchen wir ihn und wir hoffen also, dass er dabei ist. Natuurlijk hebben we hem nodig en we hopen dus dat hij erbij is.

auswandern

emigreren

Heimatlose leben außerhalb ihres Landes. Ontheemden wonen buiten hun land.

zu zweit

de ontheemde

Die Kinder können am besten zu zweit spielen. De kinderen kunnen het beste met zijn tweeën spelen.

meckern

met zijn tweeën

Es gab schon immer einen, der was zu meckern hatte. Er was altijd wel iemand die wat te mopperen had.

abhängig

mopperen

Er ist finanziell noch von den Eltern abhängig. Hij is financieel nog van zijn ouders afhankelijk.

anständig

afhankelijk

Erwachsene Kinder haben sich zu Hause anständig zu benehmen. Volwassen kinderen hebben zich thuis fatsoenlijk te gedragen.

die Männerwelt

de mannenwereld

In unserer Gesellschaft ist Erhohlung eine wichtige Sache. In onze maatschappij is ontspanning een belangrijke zaak.

sich trennen

fatsoenlijk

Was sucht eigentlich eine Frau in dieser rauhen Männerwelt? Wat zoekt een vrouw eigenlijk in deze ruige mannenwereld?

die Gesellschaft

nodig hebben

In den fünfziger Jahren sind viele Bauern nach Kanada ausgewandert. In de jaren vijftig zijn veel boeren naar Canada geëmigreerd.

der Heimatlose

de foto, het portret

de maatschappij

Das streitende Ehepaar trennte sich schließlich wegen der Kinder. Het ruziënde echtpaar scheidde ten slotte omwille van de kinderen. scheiden, uiteengaan

der Krach

Christine hatte einen furchtbaren Krach mit den Eltern. Christina had enorme ruzie met haar ouders.

der Vorwurf

de ruzie

Die Vorwürfe, die sie ihm machte, trafen ihn schwer. De verwijten die zij hem maakte, raakten hem diep.

het verwijt

1. Menschliche Beziehungen

11


Erinnerst du dich? A. Wähle das richtige Wort. Es bleiben zwei Wörter übrig. Benehmen, Clique, Feuerbestattung, Haushalt, Krach, Nachbar, Verhältnis 1

Im Zweifamilienhaus nebenan wohnen neue _____n.

2 Monika gehört nicht mehr zu unserer _____. 3

Der Filmstar hatte schon lange ein _____ mit einer anderen Frau.

4 In unserem _____ muss jeder einmal wöchentlich das Geschirr spülen. 5 Karin hatte fast täglich _____ mit ihrem Bruder.

B. Wähle das richtige Wort. Es bleiben zwei Wörter übrig. auswandern, beerdigen, erben, erlauben, sich einig sein, erziehen, trennen 1

Ich werde _____, wenn ich in diesem Land keine Arbeit mehr finde.

2 Er dachte das ganze Vermögen zu _____, aber er bekam nichts. 3

Sie _____ sich nur für einen Tag. Morgen sehen sie sich wieder.

4 Die Familie wollte den Toten nicht _____. 5 Ich werde nicht _____, dass du zu spät nach Hause kommst.

12

HCE Examenidioom Duits > vmbo GT


Niederländisch>Deutsch uitnodigen

Wij nodigen vaak vrienden te eten uit. Wir laden oft Freunde zum Essen ein.

het rijtjeshuis

einladen

Ik heb mijn leven lang in een rijtjeshuis gewoond. Ich habe mein Leben lang in einem Reihenhaus gewohnt.

de weduwe

Mijn tante is al vier jaar weduwe. Meine Tante ist schon vier Jahren Witwe.

de bruiloft

die Witwe

Mijn grootouders vieren hun gouden bruiloft. Meine Großeltern feiern ihre goldene Hochzeit.

meerderjarig

die Hochzeit

Op je achttiende ben je meerderjarig. Mit achtzehn ist man volljährig.

het huis uit gaan

volljährig

Waarom zou ik het huis uit gaan? Warum soll ich ausziehen?

praten

das Reihenhaus

ausziehen

Met mijn collega Maria kun je goed praten. Mit meiner Kollegin Maria kann man sich gut unterhalten. sich unterhalten

de relatie

Met dit bedrijf hebben wij een goede relatie. Zu dieser Firma haben wir eine gute Beziehung.

de gebeurtenis

die Beziehung

Een geboorte is altijd een blijde gebeurtenis. Eine Geburt ist immer ein freudiges Ereignis.

opgroeien

das Ereignis

Ik ben van mening dat kinderen zonder dwang moeten opgroeien. Ich bin der Meinung, dass Kinder zwangfrei aufwachsen sollten.

privé

Mijn privéaangelegenheden gaan niemand iets aan. Meine privaten Angelegenheiten gehen niemanden etwas an.

wel, weliswaar

privat

Ik ken hem wel, maar ik praat nooit met hem. Ich kenne ihn allerdings, aber ich rede nie mit ihm.

de tweeling

allerdings

Ik wist niet dat het een tweeling is. Ich wusste nicht, dass sie Zwillinge sind.

gelijk behandelen

die Zwillinge

Eindelijk worden vrouwen en mannen gelijk behandeld. Endlich werden Frauen und Männer gleichgestellt.

begrijpen

aufwachsen

gleichstellen

Mijn broers en zussen en ik begrijpen elkaar prima. Meine Geschwister und ich verstehen uns prima.

verstehen 1. Menschliche Beziehungen

13


Redemittel Zo kun je een gesprek beginnen: > Pardon, kun je me helpen? > Hallo, mag ik je wat vragen?

Entschuldigung, kannst du mir helfen? Hallo, darf ich dich etwas fragen?

Zo kun je een gesprek beëindigen: > Nou, tot morgen vijf uur. > Ik moet nu helaas naar huis.

Na also, bis morgen um fünf. Ich muss jetzt leider nach Hause.

Erinnerst du dich? C. Ergänze auf Deutsch die eingeklammerten Wörter (woorden tussen haakjes). 1

Nächstes Jahr bin ich (meerderjarig).

2 Eine Beerdigung ist ein trauriges (gebeurtenis). 3

Ich bin zur Hochzeit meiner Großeltern (uitgenodigd).

4 Das Liebespaar hat schon seit drei Jahren ein (relatie). 5 In diesem (rijtjeshuis) wohne ich bereits mein ganzes Leben.

14

HCE Examenidioom Duits > vmbo GT


HCE Duits vmbo omslag_Layout 2 24-07-12 13:28 Pagina 1

D | Examenidioom Duits | vmbo GT Gert van Lochem M., Barend de Ruiter M.

Examenidioom Duits vmbo GT

Examenidioom Duits | vmbo GT


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789042536739 inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu