Skip to main content

9789042536692 inkijkexemplaar

Page 1

9042536692_omslag_Layout 2 26-11-12 14:11 Pagina 1

F | Examenidioom Frans | vwo

Examenidioom Frans vwo

drs. Joop van Schaik

Examenidioom Frans | vwo

FF


Examenidioom Frans | vwo drs. Joop van Schaik

F


De serie HCE examenidioom bestaat voor het vak Frans uit: HCE examenidioom Frans vmbo GT HCE examenidioom Frans havo HCE examenidioom Frans vwo HCE examenidioom Frans vmbo GT digiPack HCE examenidioom Frans havo digiPack HCE examenidioom Frans vwo digiPack De serie bevat ook boekjes en digiPacks voor de vakken Engels en Duits.

Onder eindredactie van drs. Antoon van Eijk Ontwerp en opmaak omslag en binnenwerk: Gé Grafische Vormgeving, Rotterdam Projectcoördinatie: María Camarasa, Lijn43 Met dank aan mevrouw Marie-Elisabeth Allainmat, agrégée de lettres modernes et classiques

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt is dé educatieve mediaspecialist en levert oplossingen voor ThiemeMeulenhoff zich van educatieve uitgeverij toteducatieve een learning design compahet We Primair Onderwijs, Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger ny. brengen content,Voortgezet leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, Onderwijs. oplossingen in scholen nauwe samenwerking meten deverbeteervaring en Deze leeroplossingen zijnworden we eenontwikkeld partner voor bij het vernieuwen onderwijsmarkt enZo dragen bij we aansamen verbeterde individuele ren van onderwijs. kunnen beter leeropbrengsten recht doen aan deenverschillen tussen lerenden talentontwikkeling. en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Samen leren vernieuwen. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve www.thiememeulenhoff.nl oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl of via de Klantenservice 088 800 20 15 ISBN 978 90 42 53669 2 ISBN 978herziene 90 425 3669 Tweede druk,2elfde oplage, 2016

Tweede herziene druk, tiende oplage, 2015 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2008

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2008 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen Alle rechten voorbehouden. Niets uit dezeofuitgave maggemaakt, worden verveelvoudigd, in een geautomatiseerd gegevensbestand, openbaar in enige vorm of opgeslagen op enige in eenhetzij geautomatiseerd of openbaar gemaakt, vorm ofmanier, op enige wijze, elektronisch, gegevensbestand, mechanisch, door fotokopieën, opnamen,in ofenige enig andere wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Voor zover het maken kopieën uitaugustus deze uitgave toegestaan op grond artikel 16B Auteurswet 1912 j° hetvan Besluit van 23 1985,isStbl. 471 en artikel 17 van Auteurswet Auteurswet 1912 j°dehet Besluitwettelijk van 23 augustus 1985, vergoedingen Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, 1912, dient men daarvoor verschuldigde te voldoen aan Stichting dient men en de Reproductierechten daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen Stichting PublicatieOrganisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 aan KB Hoofddorp Publicatie- en Reproductierechten Organisatie Postbus KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van(PRO), gedeelte(n) uit3060, deze 2130 uitgave in bloemle(www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen(artikel van gedeelte(n) uit deze uitgave zingen, readers en andere compilatiewerken 16 Auteurswet) dient men in zich tot de bloemlezingen, readers andere compilatiewerken (artikel 16 muziek, Auteurswet) dient zich uitgever te wenden. Voorenmeer informatie over het gebruik van film en het men maken tot de uitgever te wenden. meer informatie over het gebruik van muziek, film en het van kopieën in het onderwijsVoor zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepaDe uitgever heeftdie ernaar gestreefd de auteursrechten de wettelijke lingen. Degenen desondanks menen zekere rechtenteteregelen kunnenvolgens doen gelden, kunnen zich bepalingen. desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, alsnog tot deDegenen uitgever die wenden.

kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgaveisisvolledig volledig CO2-neutraal geproduceerd. Deze uitgave CO2-neutraal geproduceerd. Het voordeze dezeuitgave uitgave gebruikte papier is voorzien van ® FSC®-keurmerk. Het voor gebruikte papier is voorzien van het FSChet -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Voorwoord HCE examenidioom Frans vwo bereidt leerlingen zowel voor op het centraal examen leesvaardigheid als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Het is door zijn aard en opzet uitstekend geschikt voor zelfstudie. Om dezelfde reden is dit idioomboek ook geschikt voor volwassenen aan dag- en avondscholen. Bij de samenstelling hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: > Onderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is om leerlingen zowel voor te bereiden op het CITOleesvaardigheidsexamen als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Vandaar dat een duidelijk onderscheid is aangebracht tussen idioom dat in examens passief beheerst dient te worden om de tekst te begrijpen en idioom dat in spreek- en schrijftaal door de leerling zelf actief wordt gebruikt. De woorden worden gescheiden aangeboden, in receptieve en productieve lijsten. > Elk hoofdstuk begint met een receptieve lijst van 40 woorden, bedoeld om de receptieve woordenschat van de leerling uit te breiden. De opgenomen woorden zijn vooral woorden die in CITO-leesvaardigheidsexamens voorkomen. Vervolgens zijn in een productieve lijst 15 woorden opgenomen die de leerling in schrijf- en spreektaal actief moet kunnen toepassen. Deze lijst bereidt de leerling daarmee dus voor op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Naast deze 15 woorden zijn per hoofdstuk ook telkens twee taalhandelingen opgenomen, met elk ten minste drie varianten, zodat de gebruiker leert om zich juister, correcter en gevarieerder uit te drukken in bepaalde situaties. De taalhandelingen sluiten aan bij de ERK-niveaus A2 en B1+. > Het boek bevat 20 hoofdstukken. Het idioom is thematisch gerangschikt. De gekozen thema’s beslaan de meest voorkomende onderwerpen in eindexamenteksten. Daarnaast is bij de keuze ook rekening gehouden met de vier profielen Economie en maatschappij, Cultuur en maatschappij, Natuur en techniek, en Natuur en gezondheid. Bovendien wordt in een aantal hoofdstukken aandacht besteed aan idioom dat weliswaar niet expliciet onder de examenonderwerpen valt, maar wel beheerst moet worden om teksten te kunnen begrijpen, bijvoorbeeld veelvoorkomende werkwoorden of verbindingswoorden. Elk vijfde hoofdstuk neemt een dergelijk belangrijk woordveld onder de loep. > Elk opgenomen woord is voorzien van een reële voorbeeldzin. De voorbeeldzin heeft als functie om de betekenis van het woord in een zo duidelijk mogelijke context te zien. Hoewel de voorbeeldzinnen van de receptieve lijsten zo zijn gekozen dat de leerling ze meestal zal begrijpen, zijn de zinnen in het Nederlands vertaald om er zeker van te zijn dat de leerling niet alleen het Franse woord, maar ook de Franse context begrijpt. Met het geven van de vertaling van de contextzinnen wijkt dit deel af van de delen Engels vwo en Duits vwo. Daar hebben we ervoor gekozen om de voorbeeldzinnen in de receptieve lijst niet te vertalen. De te behalen ERK-niveaus voor Frans vwo zijn voor zowel lees- als gespreksvaardigheid echter lager dan voor Duits en Engels vwo. Dit was voor ons aanleiding om bij Frans vwo de leerling wel de extra ondersteuning van de Nederlandse vertaling te bieden. > Er zijn opdrachten opgenomen waarmee de leerling zichzelf kan toetsen. Per hoofdstuk zijn twee opdrachten opgenomen bij de receptieve lijst en één opdracht bij de productieve lijst.

Voorwoord

3


> Bij de bestudering van het idioom zouden wij de volgende werkwijze willen suggereren: 1 De vertaling van de voorbeeldzin en de vertaling van het aangeboden woord afdekken en uit de voorbeeldzin proberen op te maken wat het woord zou kunnen betekenen. Hierdoor wordt de raadvaardigheid, die bij het tekstbegrip een grote rol speelt, gestimuleerd. 2 Vervolgens controleren of de ‘geraden’ vertaling juist was. > In dit boek hanteren wij de Franse typografische conventie die voorschrijft dat voor leestekens (met uitzondering van komma’s en punten) een spatie wordt geplaatst. Ook maken wij bij citaten in het Frans gebruik van de Franse tekens « ». > De toevoeging ‘(m)’ betekent masculin (mannelijk), ‘(f)’ betekent féminin (vrouwelijk). > Achter in het boek zijn alfabetische woordenlijsten Frans en Nederlands opgenomen, die het mogelijk maken woorden snel op te zoeken. > Het los verkrijgbare digiPack biedt de leerling toegang tot een website waar de leerling het idioom op interactieve wijze kan trainen, zich eigen kan maken en kan toetsen. Bovendien kan ook de correcte uitspraak beluisterd worden. > Voor docent en leerling komen op de methodesite extra tips en ondersteunend materiaal beschikbaar. Op- of aanmerkingen die tot verbetering van dit boek zouden kunnen leiden, worden bijzonder op prijs gesteld. Baarn, voorjaar 2008 Auteur en uitgever

4

HCE Examenidioom Frans > vwo


Inhoudsopgave Algemene tips voor het omgaan met examenteksten

7

1 Relations

9

2 L’Education nationale

15

3 Boire et manger

21

4 Habitudes et sentiments

27

5 Qualité, quantité et intensité

33

6 Les êtres vivants et la nature

39

7 Moyens de transport et transports en commun

45

8 Sports et loisirs

51

9 Informatique, médias et communication

57

10 L’homme et ses traits de caractère

63

11 Argent, gestion et questions monétaires

69

12 Sciences et technologies

75

13 Santé et santé publique

81

14 Nature et environnement

87

15 Verbes fréquents

93

16 La vie active

99

17 Le mal et le crime

105

18 La vie politique

111

19 La vie artistique et culturelle

117

20 Adverbes, conjonctions et prépositions

123

Woordenlijst Frans

129

Woordenlijst Nederlands

135

Inhoudsopgave

5


Algemene tips voor het omgaan met examenteksten Stel jezelf bij het lezen tijdens een leestoets de volgende vragen: a Wat voor soort tekst is het? (artikel, verhaal, oproep, reclameboodschap, gebruiksaanwijzing, enzovoort) b Hoe is de tekst ingedeeld? c Wat betekenen de (sub)titels? d Wat kan ik uit de illustratie opmaken? e Wat is de bron van de tekst? f Voor wie is de tekst geschreven? g Wat weet ik al over het onderwerp? (Vanuit andere vakken op school, van de televisie of het internet?)

Tips voor meerkeuzevragen Lees de tekst door. - Algemeen geldt dat je eerst steeds een tekst helemaal doorleest en daarbij wat kernwoorden onderstreept of markeert die de inhoud van de tekst globaal weergeven. - Markeer signaalwoorden als: ‘cependant’, ‘ainsi’, ‘mais’, ‘donc’, ‘en général’, ‘pour conclure’, enzovoort. Ga daarna pas naar de vragen. - Om meerkeuzevragen met succes te beantwoorden, geldt als belangrijkste regel dat je eerst de vraag leest, niet de antwoorden. - Ga nu terug naar de tekst en bepaal waar in de tekst het antwoord staat. - Markeer de kernwoorden in de alinea waar het antwoord staat. - Probeer de vraag voor jezelf te beantwoorden. - Kijk daarna pas welk antwoord het dichtst bij jouw antwoord komt. - Als je twijfelt, geef dan voor jezelf antwoord op de volgende vragen: 1 Is er een antwoord dat heel duidelijk niet in overeenstemming is met de tekst? Streep dat antwoord weg. 2 Zijn er antwoorden die veel op elkaar lijken? Kies het antwoord dat het dichtst bij de tekst staat. Wat doe je als je een woord niet kent? - Ga na of je het woord in bijna gelijke vorm vanuit het Nederlands (of een andere taal) kent. - Heel vaak is het voldoende om ongeveer te weten wat een onbekend woord of bijzondere uitdrukking betekent. Bepaal welke lading een woord gezien de context heeft: positief, negatief, instemmend, afkeurend, enzovoort. - Bekijk of je de betekenis van het woord nodig hebt voor de beantwoording van de vraag. - Wanneer je denkt dat het belangrijk is dat je de betekenis van een woord moet weten om de tekst te begrijpen, zoek die dan op in een woordenboek. Meerkeuze-invulvragen In sommige teksten is een aantal woorden weggelaten. Jij moet het juiste alternatief kiezen dat moet worden ingevuld. Ga als volgt te werk: - Lees de tekst eerst helemaal door. - Lees eerst alleen de vraag, niet de antwoorden. Algemene tips

7


- Lees de alinea waaruit het woord is weggelaten. - Bepaal de inhoud van de zin waaruit het woord is weggelaten. Wanneer de inhoud niet duidelijk is, lees dan ook de voorafgaande zin en de volgende. - Probeer te bedenken wat het in te vullen woord in het Nederlands is. - Vergelijk je vondst met de gegeven alternatieven. - Wanneer je de betekenis van een van de antwoorden niet kent, zoek die dan op in het woordenboek.

Tips voor open vragen Dit zijn vragen waarbij jij zelf het antwoord moet formuleren. Let op de volgende dingen: - Antwoord altijd in het Nederlands, tenzij expliciet in de vraag staat dat je je antwoord uit de tekst moet halen. - Formuleer je antwoord kort en bondig. - Voorkom dat je stukken tekst letterlijk in het Nederlands vertaalt. - Geef precies zoveel antwoorden als er gevraagd worden, als je er meer geeft worden alleen de eerstgegeven antwoorden beoordeeld. - Lees je antwoord nog eens door en bepaal of het een goedlopend en logisch geheel is.

Voorbeelden van veelvoorkomende vragen bij examenteksten Frans vwo: • Quel est l’essentiel du 1er alinéa ? • Qu’est-ce qui est vrai d’après le 4ième alinéa ? • Que peut-on conclure de la phrase précédente ?

Wat is het belangrijkste in de 1e alinea? Wat is waar volgens de 4e alinea? Wat kunnen we uit de voorafgaande zin opmaken? • Comment est-ce que cette phrase se rapporte à Hoe verhoudt deze zin zich tot de zin la phrase qui suit ? die volgt? • A quoi sert le dernier alinéa ? Waartoe dient de laatste alinea? • Laquelle des constatations suivantes est vraie Welke van de volgende constateringen is d’après le 2ième alinéa ? juist volgens de 2e alinea? • Qu’est-ce qui est critiqué dans ce texte ? Wat wordt er in deze tekst bekritiseerd? • Par quels mots est-ce que cette phrase aurait Met welke woorden zou deze zin hebben pu commencer ? kunnen beginnen? • Quelle est l’attitude de l’auteur ? Wat is de houding van de schrijver? • De quel ton est-ce qu’il parle ? Op wat voor toon spreekt hij? • Qu’est-ce qu’il dit au sujet de ce poème ? Wat zegt hij over dit gedicht? • En quoi consiste cette politique ? Waaruit bestaat deze politiek? • Quelle conclusion peut-on tirer des lignes 5-8 ? Welke conclusie kun je trekken uit de regels 5-8? • De quelle solution est-il question ? Van welke oplossing is er sprake? • « Tout cela » renvoie à … ‘Dat alles’ verwijst naar … • Le mot « chagrin » se rapporte à … Het woord ‘chagrin’ slaat op … • Qu’est-ce qu’on peut déduire de la dernière phrase ? Wat kunnen we afleiden uit de laatste zin? • Qu’est-ce qu’il faut entendre par Wat moeten we verstaan onder « incompatibilité » ? ‘incompatibilité’? • En quoi consiste cette transformation ? Waaruit bestaat deze verandering? • Qu’est-ce qui est proposé dans cette phrase ? Wat wordt er in deze zin voorgesteld? • De quel motif est-il question ? Van welk motief is er sprake?

8

HCE Examenidioom Frans > vwo


1

Relations

français>néerlandais entretenir

Ma grand-mère entretient des relations très cordiales avec sa famille. Mijn oma onderhoudt heel hartelijke relaties met haar familie.

appartenir à

Ma copine appartient à une famille de grands industriels. Mijn vriendin behoort tot een familie van grootindustriëlen.

la ressemblance

ruzie maken

Mes parents sont d’avis que c’est un garçon mal élevé. Mijn ouders zijn van mening dat het een slecht opgevoede jongen is.

détester

verwennen

Paul se dispute souvent avec son frère cadet. Paul maakt vaak ruzie met zijn jongste broer.

mal élevé

dopen

Ils n’ont pas voulu gâter leurs enfants. Zij hebben hun kinderen niet willen verwennen.

se disputer

de echtgenoot

Dimanche dernier le pasteur a baptisé leur bébé. Afgelopen zondag heeft de dominee hun baby gedoopt.

gâter

de geboorte

Son conjoint est un grand soutien pour elle. Haar echtgenoot is een grote steun voor haar.

baptiser

wederzijds

Après deux ans de mariage leur bonheur était complet grâce à la naissance d’une fille. Na twee jaar huwelijk was hun geluk compleet dankzij de geboorte van een dochter.

le conjoint

de gelijkenis

Elle m’aime bien et c’est vraiment réciproque. Zij mag me graag en het is echt wederzijds.

la naissance

behoren tot

La ressemblance entre ma cousine et moi est très grande. De gelijkenis tussen mijn nichtje en mij is erg groot.

réciproque

onderhouden

slecht opgevoed

Ma sœur déteste les mauvaises habitudes de son petit ami. Mijn zus heeft een hekel aan de slechte gewoontes van haar vriendje.

een hekel hebben aan

1. Relations

9


confier

Elle m’a confié un grand secret. Zij heeft mij een groot geheim toevertrouwd.

plaire à

Le fiancé de Françoise plaît vraiment à toute la famille. De verloofde van Françoise valt echt bij de hele familie in de smaak.

enceinte

zwanger, in verwachting

Je consacre beaucoup de temps à mes amis et à ma famille. Ik besteed veel tijd aan mijn vrienden en familie.

fréquenter

bevallen, in de smaak vallen

Au bout de deux ans de mariage elle était enceinte. Na twee jaar huwelijk was zij zwanger.

consacrer à

toevertrouwen

wijden aan, besteden aan

Mon père nous a interdit de fréquenter ce garçon. Mijn vader heeft ons verboden met die jongen om te gaan.

omgaan met

le comportement Mon grand-père trouve que mon comportement est parfois un peu infantile. Mijn opa vindt dat mijn gedrag soms een beetje kinderachtig is. responsable de

Mon oncle trouve que son patron est responsable de la faillite de son enterprise. Mijn oom vindt dat zijn baas verantwoordelijk is voor het failissement van zijn bedrijf.

abandonner

in de steek laten

Il s’est même converti au catholicisme pour elle. Hij heeft zich zelfs voor haar tot het katholicisme bekeerd.

la rupture

verantwoordelijk voor

Il a tout abandonné pour suivre son grand amour. Hij heeft alles in de steek gelaten om zijn grote liefde te volgen.

se convertir à

het gedrag

zich bekeren tot

Tout le monde s’est étonné de la rupture de leurs fiançailles. Iedereen heeft zich verbaasd over het verbreken van hun verloving. de breuk, het verbreken

la pauvreté

Pendant la guerre mes grands-parents ont vécu dans une grande pauvreté. Tijdens de oorlog leefden mijn grootouders in grote armoede.

le chagrin

Elle a eu beaucoup de chagrin après le divorce de ses parents. Zij heeft veel verdriet gehad na de scheiding van haar ouders.

insupportable

onuitstaanbaar

Nos voisins ont porté plainte parce que, samedi dernier, il y avait trop de bruit dans la rue. Onze buren hebben een klacht ingediend omdat er afgelopen zaterdag te veel herrie was op straat.

10

het verdriet

Toute la famille dit que ma tante est une femme insupportable. De hele familie zegt dat mijn tante een onuitstaanbare vrouw is.

porter plainte

de armoede

HCE Examenidioom Frans > vwo

een klacht indienen


le deuil

Après la mort de leur fille unique les parents étaient plongés dans le deuil. Na de dood van hun enige dochter waren de ouders in rouw gedompeld.

le cimetière

Leur fille est enterrée au cimetière du village. Hun dochter ligt begraven op de begraafplaats van het dorp.

un enterrement

de steun

Heureusement son mari est un homme compréhensif et aimable. Gelukkig is haar man een begripvol en vriendelijk mens.

faire appel à

belachelijk maken

Leur soutien a été très important pour nos amis. Hun steun is erg belangrijk geweest voor onze vrienden.

compréhensif

het overlijden

Il ne faut pas ridiculiser ma sœur parce qu’elle n’est pas aussi mignonne que toi. Je moet mijn zus niet belachelijk maken omdat ze niet net zo knap is als jij.

le soutien

de weduwe

Après le décès de son mari elle était inconsolable. Na het overlijden van haar echtgenoot was zij ontroostbaar.

ridiculiser

het verdriet

La veuve du pasteur était habillée tout en noir. De weduwe van de dominee was helemaal in het zwart gekleed.

le décès

een begrafenis

Tous ont partagé la douleur des parents. Allen hebben in het verdriet van de ouders gedeeld.

la veuve

de begraafplaats

C’était un enterrement impressionnant. Het was een indrukwekkende begrafenis.

la douleur

de rouw

begripvol, begrijpend

S’il y a un problème, tu peux toujours faire appel à tes amis. Als er een probleem is, kun je altijd een beroep doen op je vrienden. een beroep doen op

conseiller

Ma sœur aînée m’a conseillé de continuer mes études à Amsterdam. Mijn oudste zus heeft me aangeraden mijn studie in Amsterdam voort te zetten.

la convivialité

La convivialité est très importante quand on est avec des copains. Gezelligheid is erg belangrijk als je met vrienden bent.

célibataire

vrijgezel

Il ne faut pas la contrarier. Je moet haar niet ergeren.

le désir

de gezelligheid

Nicolas veut rester célibataire. Nicolas wil vrijgezel blijven.

contrarier

aanraden, advies geven

ergeren

Son plus grand désir est qu’on la laisse tranquille. Haar grootste verlangen is dat men haar met rust laat.

het verlangen

1. Relations

11


Tu te rappelles ? A. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. chagrin, cimetière, enterrement, pauvreté, rupture, soutien, veuve

1

Elle a eu beaucoup de _____ après la mort de son fils cadet.

2 Elle va chaque jour au _____ avec son mari. 3

Elle vit dans une grande _____ après que son mari a perdu son travail.

4 Cependant son fils aîné est un grand _____ pour elle. 5 Sa voisine a perdu son mari il y a un an, elle est donc _____.

B. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. abandonner, conseille, déteste, se dispute, entretiens, fréquenter, gâté

1

Je vous _____ de ne pas y aller.

2 Sophie _____ faire ses devoirs, elle préfère sortir. 3

Elle _____ souvent avec son frère cadet.

4 Elle trouve que ses parents ont _____ ce petit garçon. 5 J’_____ des relations cordiales avec mes voisins.

12

HCE Examenidioom Frans > vwo


néerlandais>français de persoonlijke gegevens Uw persoonlijke gegevens graag. Vos coordonnées s’il vous plaît. de voornaam

Wat is jouw voornaam? Quel est ton prénom ?

de achternaam

Quel est ton domicile ?

het geluk

Zij heeft het geluk gevonden. Elle a trouvé le bonheur.

chaleureux, chaleureuse

aîné

Sophie is mijn jongste zusje. Sophie est ma sœur cadette.

cadet

Zij vindt hem leuk. Il lui plaît.

een trouwring

mourir

Pierre is mijn oudste broer. Pierre est mon frère aîné.

leuk vinden

adulte

De ontvangst was zeer hartelijk. L’accueil était très chaleureux.

jongste

l’amitié (f)

Zij is vorige week gestorven. Elle est morte la semaine dernière.

oudste

le bonheur

Hij is nog niet volwassen. Il n’est pas encore adulte.

hartelijk

le domicile

Ik waardeer jouw vriendschap zeer. J’apprécie beaucoup ton amitié.

sterven

la date de naissance

Wat is je verblijfplaats?

de woonplaats, de verblijfplaats

volwassen

le lieu de naissance

Wat is uw geboortedatum? Quelle est votre date de naissance ?

de vriendschap

le nom de famille

Wat is uw geboorteplaats? Quel est votre lieu de naissance ?

de geboortedatum

le prénom

Wilt u uw achternaam noteren? Voulez-vous noter votre nom de famille ?

de geboorteplaats

les coordonnées (f)

plaire

Hij draagt een gouden trouwring. Il porte une alliance en or.

une alliance

1. Relations

13


A toi la parole ! Zo kun je een afspraak maken: > Heb je zin om vanavond naar de film te gaan?

Tu as envie d’aller au cinéma ce soir ?

> Zullen we een kopje koffie drinken?

On va prendre un café ?

> Wat doe je vanavond?

Qu’est-ce que tu fais ce soir ?

> Aanstaande vrijdag, schikt dat?

Vendredi prochain, ça te va ?

> Wij zien elkaar om acht uur bij de ingang.

On se voit à huit heures à l’entrée.

> Ik kom je morgen afhalen.

Je viendrai te chercher demain.

Zo kun je om informatie vragen: > Kunt u mij zeggen waar het station is?

Sauriez-vous me dire où est la gare ?

> Waar is het station?

C’est où la gare ?

> Hoe laat vertrekt de trein?

A quelle heure est-ce que le train va partir ?

> Hoeveel kost dat kaartje?

C’est combien ce billet ?

> Wat kost een rondleiding?

Quel est le prix d’une visite guidée ?

> Zijn er speciale tarieven voor studenten?

Est-ce qu’il y a des tarifs spéciaux pour étudiants ?

Tu te rappelles ? C. Traduis en français les mots néerlandais entre parenthèses (tussen haakjes). 1

Il y a toujours une ambiance très (hartelijk) ici.

2 Elle a perdu son (trouwring). 3

Quelle est votre (geboortedatum)?

4 Notre (vriendschap) est très solide. 5 Le (geluk) est le plus important dans la vie.

14

HCE Examenidioom Frans > vwo


9042536692_omslag_Layout 2 26-11-12 14:11 Pagina 1

F | Examenidioom Frans | vwo

Examenidioom Frans vwo

drs. Joop van Schaik

Examenidioom Frans | vwo

FF


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789042536692 inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu