9042536678_omslag:Layout 2 02-08-10 11:43 Pagina 1
F | Examenidioom Frans | havo
Examenidioom Frans havo
drs. Joop van Schaik
Examenidioom Frans | havo
FF 9
789042 536678
Examenidioom Frans | havo drs. Joop van Schaik
F
De serie HCE examenidioom bestaat voor het vak Frans uit: HCE examenidioom Frans vmbo GT HCE examenidioom Frans havo HCE examenidioom Frans vwo HCE examenidioom Frans vmbo GT digiPack HCE examenidioom Frans havo digiPack HCE examenidioom Frans vwo digiPack De serie bevat ook boekjes en digiPacks voor de vakken Engels en Duits. Onder eindredactie van drs. Antoon van Eijk Ontwerp en opmaak omslag en binnenwerk: Gé Grafische Vormgeving, Rotterdam Projectcoördinatie: María Camarasa, Lijn43 Met dank aan mevrouw Marie-Elisabeth Allainmat, agrégée de lettres modernes et classiques
ThiemeMeulenhoff ontwikkelt leermiddelen voor Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt is dé educatieve mediaspecialist en levert oplossingen voor ThiemeMeulenhoff zich van educatieve uitgeverij toteducatieve een learning design company. het brengen Primair Onderwijs, Voortgezeten Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs Hoger We content, leerontwerp technologie samen. Met onze groeiende en expertise, Onderwijs. oplossingen in scholen nauwe samenwerking meten deverbeteren ervaring en Deze leeroplossingen zijnworden we eenontwikkeld partner voor bij het vernieuwen onderwijsmarkt dragenwe bijsamen aan verbeterde leeropbrengsten en individuele van onderwijs. Zoenkunnen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en talentontwikkeling. scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. Samen leren vernieuwen. Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve www.thiememeulenhoff.nl oplossingen: www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 42 53667 8 of via de Klantenservice 088 800 20 15 Tweede herziene druk, elfde oplage, 2016
ISBN 978 90 425 3667 8 Tweede herziene druk, Amersfoort, zevende oplage, © ThiemeMeulenhoff, 20092014 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, Alle rechten voorbehouden. Niets uit2009 deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze mag opnamen, worden verveelvoudigd, wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door uitgave fotokopieën, of enig andereopgeslagen manier, in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande vanisde uitgever. op grond van artikel 16B Voor zover het maken schriftelijke van kopieëntoestemming uit deze uitgave toegestaan Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet
Voor zover van kopieën uitverschuldigde deze uitgave is toegestaan op grond van 1912, dienthet menmaken de daarvoor wettelijk vergoedingen te voldoen aanartikel 16B Auteurswet 1912 j° het van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel3060, 17 Auteurswet Stichting Publicatieen Besluit Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 2130 KB 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoenuitaan Stichting Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) men zich tot Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KBdient Hoofddorp de uitgever te wenden. Voor informatie van overgedeelte(n) het gebruikuit vandeze muziek, filminen het maken (www.stichting-pro.nl). Voor meer het overnemen uitgave van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich
tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het De uitgever heeft ernaar gestreefd de zie auteursrechten te regelen volgens de wettelijke maken van kopieën in het onderwijs www.auteursrechtenonderwijs.nl. bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke De uitgever heeft ernaar gestreefd
bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden. voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Voorwoord HCE examenidioom Frans havo bereidt leerlingen zowel voor op het centraal examen leesvaardigheid als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Het is door zijn aard en opzet uitstekend geschikt voor zelfstudie. Om dezelfde reden is dit idioomboek ook geschikt voor volwassenen aan dag- en avondscholen. Bij de samenstelling hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: > Onderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is om leerlingen zowel voor te bereiden op het CITOleesvaardigheidsexamen als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Vandaar dat een duidelijk onderscheid is aangebracht tussen idioom dat in examens passief beheerst dient te worden om de tekst te begrijpen en idioom dat in spreek- en schrijftaal door de leerling zelf actief wordt gebruikt. De woorden worden gescheiden aangeboden, in receptieve en productieve lijsten. > Elk hoofdstuk begint met een receptieve lijst van 40 woorden, bedoeld om de receptieve woordenschat van de leerling uit te breiden. De opgenomen woorden zijn vooral woorden die in CITO-leesvaardigheidsexamens voorkomen. Vervolgens zijn in een productieve lijst 15 woorden opgenomen die de leerling in schrijf- en spreektaal actief moet kunnen toepassen. Deze lijst bereidt de leerling daarmee dus voor op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Naast deze 15 woorden zijn per hoofdstuk ook telkens twee taalhandelingen opgenomen, met elk ten minste drie varianten, zodat de gebruiker leert om zich juister, correcter en gevarieerder uit te drukken in bepaalde situaties. De taalhandelingen sluiten aan bij de ERK-niveaus A2 en B1. > Het boek bevat 20 hoofdstukken. Het idioom is thematisch gerangschikt. De gekozen thema’s beslaan de meest voorkomende onderwerpen in eindexamenteksten. Daarnaast is bij de keuze ook rekening gehouden met de vier profielen Economie en maatschappij, Cultuur en maatschappij, Natuur en techniek, en Natuur en gezondheid. Bovendien wordt in een aantal hoofdstukken aandacht besteed aan idioom dat weliswaar niet expliciet onder de examenonderwerpen valt, maar wel beheerst moet worden om teksten te kunnen begrijpen, bijvoorbeeld veelvoorkomende werkwoorden of verbindingswoorden. Elk vijfde hoofdstuk neemt een dergelijk belangrijk woordveld onder de loep. > Elk opgenomen woord is voorzien van een reële voorbeeldzin. De voorbeeldzin heeft als functie om de betekenis van het woord in een zo duidelijk mogelijke context te zien. Hoewel de voorbeeldzinnen van de receptieve lijsten zo zijn gekozen dat de leerling ze meestal zal begrijpen, zijn de zinnen in het Nederlands vertaald om er zeker van te zijn dat de leerling niet alleen het Franse woord, maar ook de Franse context begrijpt. > Er zijn opdrachten opgenomen waarmee de leerling zichzelf kan toetsen. Per hoofdstuk zijn twee opdrachten opgenomen bij de receptieve lijst en één opdracht bij de productieve lijst.
Voorwoord
3
> Bij de bestudering van het idioom zouden wij de volgende werkwijze willen suggereren: 1 De vertaling van de voorbeeldzin en de vertaling van het aangeboden woord afdekken en uit de voorbeeldzin proberen op te maken wat het woord zou kunnen betekenen. Hierdoor wordt de raadvaardigheid, die bij het tekstbegrip een grote rol speelt, gestimuleerd. 2 Vervolgens controleren of de ‘geraden’ vertaling juist was. > In dit boek hanteren wij de Franse typografische conventie die voorschrijft dat voor leestekens (met uitzondering van komma’s en punten) een spatie wordt geplaatst. Ook maken wij bij citaten in het Frans gebruik van de Franse tekens « ». > De toevoeging ‘(m)’ betekent masculin (mannelijk), ‘(f)’ betekent féminin (vrouwelijk). > Achter in het boek zijn alfabetische woordenlijsten Frans en Nederlands opgenomen, die het mogelijk maken woorden snel op te zoeken. > Het los verkrijgbare digiPack biedt de leerling toegang tot een website waar de leerling het idioom op interactieve wijze kan trainen, zich eigen kan maken en kan toetsen. Bovendien kan ook de correcte uitspraak beluisterd worden. > Voor docent en leerling komen op de methodesite extra tips en ondersteunend materiaal beschikbaar. Op- of aanmerkingen die tot verbetering van dit boek zouden kunnen leiden, worden bijzonder op prijs gesteld. Baarn, najaar 2007 Auteur en uitgever
4
HCE Examenidioom Frans > havo
Inhoudsopgave Algemene tips voor het omgaan met examenteksten
7
1 Relations
9
2 L’Education nationale
15
3 Boire et manger
21
4 Habitudes et sentiments
27
5 Qualité, quantité et intensité
33
6 Les êtres vivants et la nature
39
7 Moyens de transport et transports en commun
45
8 Sports et loisirs
51
9 Informatique, médias et communication
57
10 L’homme et ses traits de caractère
63
11 Argent, gestion et questions monétaires
69
12 Sciences et technologies
75
13 Santé et santé publique
81
14 Nature et environnement
87
15 Verbes fréquents
93
16 La vie active
99
17 Le mal et le crime
105
18 La vie politique
111
19 La vie artistique et culturelle
117
20 Adverbes, conjonctions et prépositions
123
Woordenlijst Frans
129
Woordenlijst Nederlands
135
Inhoudsopgave
5
Algemene tips voor het omgaan met examenteksten Stel jezelf bij het lezen tijdens een leestoets de volgende vragen: a Wat voor soort tekst is het? (artikel, verhaal, oproep, reclameboodschap, gebruiksaanwijzing, enzovoorts) b Hoe is de tekst ingedeeld? c Wat betekenen de (sub)titels? d Wat kan ik uit de illustratie opmaken? e Wat is de bron van de tekst? f Voor wie is de tekst geschreven? g Wat weet ik al over het onderwerp? (Vanuit andere vakken op school, van de televisie of het internet?)
Tips voor meerkeuzevragen Lees de tekst door. - Algemeen geldt dat je eerst steeds een tekst helemaal doorleest en daarbij wat kernwoorden onderstreept of markeert die de inhoud van de tekst globaal weergeven. - Markeer signaalwoorden als: ‘cependant’, ‘ainsi’, ‘mais’, ‘donc’, ‘en général’, ‘pour conclure’, enzovoort. Ga daarna pas naar de vragen. - Om meerkeuzevragen met succes te beantwoorden, geldt als belangrijkste regel dat je eerst de vraag leest, niet de antwoorden. - Ga nu terug naar de tekst en bepaal waar in de tekst het antwoord staat. - Markeer de kernwoorden in de alinea waar het antwoord staat. - Probeer de vraag voor jezelf te beantwoorden. - Kijk daarna pas welk antwoord het dichtst bij jouw antwoord komt. - Als je twijfelt, geef dan voor jezelf antwoord op de volgende vragen: 1 Is er een antwoord dat heel duidelijk niet in overeenstemming is met de tekst? Streep dat antwoord weg. 2 Zijn er antwoorden die veel op elkaar lijken? Kies het antwoord dat het dichtst bij de tekst staat. Wat doe je als je een woord niet kent? - Ga na of je het woord in bijna gelijke vorm vanuit het Nederlands (of een andere taal) kent. - Heel vaak is het voldoende om ongeveer te weten wat een onbekend woord of bijzondere uitdrukking betekent. Bepaal welke lading een woord gezien de context heeft: positief, negatief, instemmend, afkeurend, enzovoort. - Bekijk of je de betekenis van het woord nodig hebt voor de beantwoording van de vraag. - Wanneer je denkt dat het belangrijk is dat je de betekenis van een woord moet weten om de tekst te begrijpen, zoek die dan op in een woordenboek. Meerkeuze-invulvragen In sommige teksten is een aantal woorden weggelaten. Jij moet het juiste alternatief kiezen dat moet worden ingevuld. Ga als volgt te werk: - Lees de tekst eerst helemaal door. - Lees eerst alleen de vraag, niet de antwoorden. Algemene tips
7
- Lees de alinea waaruit het woord is weggelaten. - Bepaal de inhoud van de zin waaruit het woord is weggelaten. Wanneer de inhoud niet duidelijk is, lees dan ook de voorafgaande zin en de volgende. - Probeer te bedenken wat het in te vullen woord in het Nederlands is. - Vergelijk je vondst met de gegeven alternatieven. - Wanneer je de betekenis van een van de antwoorden niet kent, zoek die dan op in het woordenboek.
Tips voor open vragen Dit zijn vragen waarbij jij zelf het antwoord moet formuleren. Let op de volgende dingen: - Antwoord altijd in het Nederlands, tenzij expliciet in de vraag staat dat je je antwoord uit de tekst moet halen. - Formuleer je antwoord kort en bondig. - Voorkom dat je stukken tekst letterlijk in het Nederlands vertaalt. - Geef precies zoveel antwoorden als er gevraagd worden, als je er meer geeft worden alleen de eerstgegeven antwoorden beoordeeld. - Lees je antwoord nog eens door en bepaal of het een goedlopend en logisch geheel is.
Voorbeelden van veelvoorkomende vragen bij examenteksten Frans havo: • Qu’est-ce que l’auteur veut montrer aux lignes 16-18 ? Wat wil de auteur tussen regel 16 en 18 aantonen? • A quoi sert le 6e alinéa ? Waartoe dient de zesde alinea? • Quel est l’essentiel de la deuxième phrase ? Wat is het belangrijkste in de tweede zin? • Qu’est-ce que cela signifie ? Wat betekent dat? • ‘Sa’ (ligne 4) se rapporte à … ‘Sa’ (regel 4) slaat (terug) op …. • Quelle phrase résume le mieux cette idee ? Welke zin vat het best deze gedachte samen? • ‘Il a fallu trouver une solution.’ (ligne 8). Que dit l’auteur à ce propos ? ‘We moesten een oplossing vinden.’ (regel 8). Wat zegt de schrijver hierover? • Quelle est la fonction des lignes 6-8 ? Wat is de functie van de regels 6-8? • ‘Les conditions’ (ligne 24). Quelles étaient ces conditions ? ‘De voorwaarden’ (regel 24). Wat waren deze voorwaarden? • ‘J’étais là au cas où …’ (ligne 18). Comment pourrait-on compléter cette phrase ? ‘Ik was erbij, ingeval dat …’ (regel 18). Hoe zou je deze zin kunnen afmaken? • Qu’est-ce qu’il souligne dans la phrase qui commence par ‘ainsi’ ? Wat benadrukt hij in de zin die begint met ‘ainsi’? • Cette phrase sert à montrer que … Deze zin dient om aan te tonen dat … • Que peut-on conclure du 3e alinéa ? Welke conclusie kun je trekken uit de derde alinea? • A quoi est-ce que cela se rapporte ? Waar slaat dat op (terug)?
8
HCE Examenidioom Frans > havo
1
Relations
français>néerlandais entretenir
Ma grand-mère entretient des relations très cordiales avec sa famille. Mijn oma onderhoudt heel hartelijke relaties met haar familie.
appartenir à
Ma copine appartient à une famille de grands industriels. Mijn vriendin behoort tot een familie van grootindustriëlen.
la ressemblance
de makker, de kameraad
J’apprécie beaucoup son amitié. Ik stel zijn vriendschap zeer op prijs.
mal élevé
verwennen
Alphonse est vraiment un bon compagnon. Alphonse is echt een goede kameraad.
l’amitié (f)
dopen
Ils n’ont pas voulu gâter leurs enfants. Zij hebben hun kinderen niet willen verwennen.
le compagnon
de geboorte
Dimanche dernier le pasteur a baptisé leur bébé. Afgelopen zondag heeft de dominee hun baby gedoopt.
gâter
aannemen, adopteren
Après deux ans de mariage leur bonheur était complet grâce à la naissance d’une fille. Na twee jaar huwelijk was hun geluk compleet dankzij de geboorte van een dochter.
baptiser
het geluk
Ils ont adopté un bébé africain. Zij hebben een Afrikaanse baby geadopteerd.
la naissance
de gelijkenis
Leurs enfants ont beaucoup contribué à leur bonheur. Hun kinderen hebben veel bijgedragen aan hun geluk.
adopter
behoren tot
La ressemblance entre ma cousine et moi est très grande. De gelijkenis tussen mijn nichtje en mij is erg groot.
le bonheur
onderhouden
de vriendschap
Mes parents sont d’avis que c’est un garçon mal élevé. Mijn ouders zijn van mening dat het een slecht opgevoede jongen is.
slecht opgevoed
1. Relations
9
Son épouse travaille à mi-temps.
un epoux, une épouse
Zijn echtgenote werkt in deeltijd.
détester
Ma sœur déteste les mauvaises habitudes de son petit ami. Mijn zus heeft een hekel aan de slechte gewoontes van haar vriendje.
confier
een hekel hebben aan
Elle m’a confié un grand secret. Zij heeft mij een groot geheim toevertrouwd.
plaire à
een echtgenote, echtgenoot
toevertrouwen
Le fiancé de Françoise plaît vraiment à toute la famille. De verloofde van Françoise valt echt bij de hele familie in de smaak.
bevallen, in de smaak vallen
Françoise est ma sœur aînée, elle est très gentille.
aîné
Françoise is mijn oudste zuster, ze is erg aardig.
oudste
Mon frère cadet est en sixième maintenant.
cadet
Mijn jongste broer zit nu in de brugklas. le dernier-né
Leur dernier-né leur donne beaucoup de soucis. Hun laatstgeborene geeft hun veel zorgen.
une nièce, un neveu
Ma nièce s’appelle Sophie.
une enfance
Il a eu une enfance malheureuse.
Mijn nichtje heet Sophie.
Hij heeft ongelukkige kinderjaren gehad. un adulte
een neef, een nichtje
de kinderjaren
een volwassene
Je consacre beaucoup de temps à mes amis et à ma famille. Ik besteed veel tijd aan mijn vrienden en familie.
fréquenter
de laatstgeborene
Les adultes croient souvent que les jeunes ne savent rien. Volwassenen menen vaak dat jongeren niets weten.
consacrer à
jongste
wijden aan, besteden aan
Mon père nous a interdit de fréquenter ce garçon. Mijn vader heeft ons verboden met die jongen om te gaan.
omgaan met
le comportement Mon grand-père trouve que mon comportement est parfois un peu infantile. Mijn opa vindt dat mijn gedrag soms een beetje kinderachtig is. responsable de
Mon oncle trouve que son patron est responsable de la faillite de son enterprise. Mijn oom vindt dat zijn baas verantwoordelijk is voor het failissement van zijn bedrijf.
abandonner
verantwoordelijk voor
Il a tout abandonné pour suivre son grand amour. Hij heeft alles in de steek gelaten om zijn grote liefde te volgen.
10
het gedrag
HCE Examenidioom Frans > havo
in de steek laten
la rupture
Tout le monde s’est étonné de la rupture de leurs fiançailles. Iedereen heeft zich verbaasd over het verbreken van hun verloving. de breuk, het verbreken
divorcer
Ses parants veulent divorcer après trente ans de mariage. Zijn ouders willen na dertig jaar huwelijk scheiden.
la pauvreté
Pendant la guerre mes grands-parents ont vécu dans une grande pauvreté. Tijdens de oorlog leefden mijn grootouders in grote armoede.
insupportable
enig
Heureusement son mari est un homme compréhensif et aimable. Gelukkig is haar man een begripvol en vriendelijk mens.
faire appel à
de steun
Elle est fille unique et c’est peut-être la raison pour laquelle on la gâte un peu trop. Zij is enig kind en daarom verwennen ze haar misschien een beetje te veel.
compréhensif
belachelijk maken
Leur soutien a été très important pour nos amis. Hun steun is erg belangrijk geweest voor onze vrienden.
unique
de spanning
Il ne faut pas ridiculiser ma sœur parce qu’elle n’est pas aussi mignonne que toi. Je moet mijn zus niet belachelijk maken omdat ze niet net zo knap is als jij.
le soutien
een gesprek, een onderhoud
La tension entre les deux frères a étonné tout le monde. De spanning tussen de twee broers heeft iedereen verbaasd.
ridiculiser
aanraden, advies geven
Voilà pourquoi j’ai demandé un entretien avec le directeur. Daarom heb ik een gesprek met de directeur aangevraagd.
la tension
sterven
Ma soeur aînée m’a conseillé de continuer mes études à Amsterdam. Mijn oudste zus heeft me aangeraden mijn studie in Amsterdam voort te zetten.
un entretien
een klacht indienen
Lorsqu’un parent meurt, toute la famille est en deuil. Als er een familielid sterft, is de hele familie in de rouw.
conseiller
onuitstaanbaar
Nos voisins ont porté plainte parce que, samedi dernier, il y avait trop de bruit dans la rue. Onze buren hebben een klacht ingediend omdat er afgelopen zaterdag te veel herrie was op straat.
mourir
de armoede
Toute la famille dit que ma tante est une femme insupportable. De hele familie zegt dat mijn tante een onuitstaanbare vrouw is.
porter plainte
scheiden
begripvol, begrijpend
S’il y a un problème, tu peux toujours faire appel à tes amis. Als er een probleem is, kun je altijd een beroep doen op je vrienden.
een beroep doen op
1. Relations
11
Tu te rappelles ? A. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. confié, consacrer, conseiller, déteste, divorcer, gâter, porter plainte
1
Je _____ le café sans sucre.
2 Mon père veut toujours _____ ses enfants dans des situations difficiles. 3
Mais il ne veut pas nous _____, il ne donne presque pas d’argent de poche.
4 Mon frère m’a _____ un grand secret. 5 Je voudrais _____ plus de temps à mes grands-parents.
B. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. bonheur, compagnon, épouse, naissance, pauvreté, ressemblance, soutien
1
Elle était très fatiguée après la _____ de sa fille.
2 René a été un grand _____ pour sa femme quand leur fille est née. 3
Leur _____ était vraiment complet avec l’arrivée de cette fille.
4 La _____ avec son petit frère est frappante. 5 Les parents de René n’avaient pas d’argent, ils vivaient dans la _____.
12
HCE Examenidioom Frans > havo
néerlandais>français de persoonlijke gegevens Uw persoonlijke gegevens graag. Vos coordonnées s’il vous plaît. de voornaam
Wat is jouw voornaam? Quel est ton prénom ?
de achternaam
Quel est ton domicile ?
hoe oud
Hoe oud ben je? Quel âge as-tu ?
un copain, une copine
le fiancé, la fiancée
Is je zuster al getrouwd? Ta sœur est déjà mariée ?
marié
Ons gezin bestaat uit vijf personen. Notre famille se compose de cinq personnes.
geen zorgen
amoureux, amoureuse de
Haar verloofde heeft eindelijk werk gevonden. Son fiancé a enfin trouvé du travail.
het gezin
plaire
Heb jij een vriend? Tu as un copain ?
getrouwd
un célibataire
Is hij echt verliefd op haar? Il est vraiment amoureux d’elle ?
de verloofde
quel âge
Zij vindt hem leuk. Il lui plaît.
een vriend, vriendin
le domicile
Mijn oom is 40 jaar en hij is nog altijd vrijgezel. Mon oncle a 40 ans et il est toujours célibataire.
verliefd op
la date de naissance
Wat is je verblijfplaats?
de woonplaats, de verblijfplaats
leuk vinden
le lieu de naissance
Wat is uw geboortedatum? Quelle est votre date de naissance ?
een vrijgezel
le nom de famille
Wat is uw geboorteplaats? Quel est votre lieu de naissance ?
de geboortedatum
le prénom
Wilt u uw achternaam noteren? Voulez-vous noter votre nom de famille ?
de geboorteplaats
les coordonnées
la famille
(Maak je) geen zorgen! Il n’y a pas de soucis !
(il n’y a) pas de soucis
1. Relations
13
A toi la parole ! Zo kun je een afspraak maken: > Heb je zin om vanavond naar de film te gaan?
Tu as envie d’aller au cinéma ce soir ?
> Zullen we een kopje koffie drinken?
On va prendre un café ?
> Wat doe je vanavond?
Qu’est-ce que tu fais ce soir ?
> Zullen we er samen heen gaan?
On y va ensemble ?
> Aanstaande vrijdag, schikt dat?
Vendredi prochain, ça te va ?
Zo kun je om informatie vragen: > Kunt u mij zeggen waar het station is?
Sauriez-vous me dire où est la gare ?
> Waar is het station?
C’est où la gare ?
> Hoe laat vertrekt de trein?
A quelle heure est-ce que le train va partir ?
> Hoeveel kost dat kaartje?
C’est combien ce billet ?
Tu te rappelles ? C. Traduis en français les mots néerlandais entre parenthèses (tussen haakjes). 1
Quelle est ta (geboortedatum) ?
2 Tu veux me dire quel est ton (voornaam) ? 3
Est-ce qu’elle ne veut pas donner ses (persoonlijke gegevens) ?
4 Elle te (leuk vinden) ? 5 C’est lui, ton (verloofde) ?
14
HCE Examenidioom Frans > havo
9042536678_omslag:Layout 2 02-08-10 11:43 Pagina 1
F | Examenidioom Frans | havo
Examenidioom Frans havo
drs. Joop van Schaik
Examenidioom Frans | havo
FF 9
789042 536678