Skip to main content

9789042536654 inkijkexemplaar

Page 1

9042536654_omslag_Layout 2 19-4-11 20:37 Pagina 1

F | Examenidioom Frans | vmbo GT

Examenidioom Frans vmbo GT

drs. Vincent van Dekken

Examenidioom Frans | vmbo GT

FF 9 789042 536654


Examenidioom Frans | vmbo GT drs. Vincent van Dekken

F


De serie HCE examenidioom bestaat voor het vak Frans uit: HCE examenidioom Frans vmbo GT HCE examenidioom Frans havo HCE examenidioom Frans vwo HCE examenidioom Frans vmbo GT digiPack HCE examenidioom Frans havo digiPack HCE examenidioom Frans vwo digiPack De serie bevat ook boekjes en digiPacks voor de vakken Engels en Duits. Onder eindredactie van drs. Antoon van Eijk Ontwerp en opmaak omslag en binnenwerk: Gé Grafische Vormgeving, Rotterdam Illustraties: Mark van Eijk Projectcoördinatie: María Camarasa, Lijn43 ThiemeMeulenhoff Over ThiemeMeulenhoff zich van educatieve uitgeverij toteducatieve een learning design compaThiemeMeulenhoff ontwikkelt is dé educatieve mediaspecialist en levert oplossingen voor ny. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, het Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Middelbaar Beroepsonderwijs en Hoger ervaring en Deze leeroplossingen zijn we eenontwikkeld partner voor bij het vernieuwen Onderwijs. oplossingen worden in scholen nauwe samenwerking met en de verbeteren van onderwijs.enZodragen kunnen beter recht doen aan deen verschillen tussen lerenden onderwijsmarkt bijwe aansamen verbeterde leeropbrengsten individuele en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. talentontwikkeling. Samen leren vernieuwen. ThiemeMeulenhoff haalt het beste uit élke leerling. www.thiememeulenhoff.nl Meer informatie over ThiemeMeulenhoff en een overzicht van onze educatieve oplossingen: ISBN 978 90 42 53665 4 of via de Klantenservice 088 800 20 15 www.thiememeulenhoff.nl Tweede herziene druk, zevende oplage, 2016 www.hce-online.nl © ThiemeMeulenhoff, ISBN 978 90 425 3665 4Amersfoort, 2007 vierdeoplage, oplage,2014 2013 Tweede herziene druk, vijfde Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in ThiemeMeulenhoff, een geautomatiseerdAmersfoort, gegevensbestand, © 2007 of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke van mag de uitgever. Alle rechten voorbehouden. Nietstoestemming uit deze uitgave worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige Voor zover maken vanmechanisch, kopieën uit deze is toegestaan op grond artikelmanier, 16B wijze, hetzijhet elektronisch, dooruitgave fotokopieën, opnamen, of enigvan andere Auteurswet 1912 j° het Besluit vantoestemming 23 augustus 1985, 471 en artikel 17 Auteurswet zonder voorafgaande schriftelijke van deStbl. uitgever. 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie(PRO),isPostbus 3060,op2130 KBvan Hoofddorp Voor zover en hetReproductierechten maken van kopieënOrganisatie uit deze uitgave toegestaan grond artikel 16B (www.stichting-pro.nl). Voor het van1985, gedeelte(n) uitgave in bloemlezAuteurswet 1912 j° het Besluit vanovernemen 23 augustus Stbl. 471uit endeze artikel 17 Auteurswet 1912, ingen,men readers en anderewettelijk compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men tot de dient de daarvoor verschuldigde vergoedingen te voldoen aan zich Stichting uitgever te en wenden. Voor meer informatie over (PRO), het gebruik van3060, muziek, het maken PublicatieReproductierechten Organisatie Postbus 2130film KBen Hoofddorp van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich De de uitgever heeft gestreefd de auteursrechten regelen volgens de wettelijke bepaltot uitgever te ernaar wenden. Voor meer informatie overtehet gebruik van muziek, film en het ingen. Degenen die desondanks menen rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich maken van kopieën in het onderwijs ziezekere www.auteursrechtenonderwijs.nl. alsnog tot de uitgever wenden.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Deze uitgave is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw voor het gebruikte papier op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


Voorwoord HCE examenidioom Frans vmbo GT bereidt leerlingen zowel voor op het centraal examen leesvaardigheid als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Het is door zijn aard en opzet uitstekend geschikt voor zelfstudie. Om dezelfde reden is dit idioomboek ook geschikt voor volwassenen aan dag- en avondscholen. Bij de samenstelling hebben onder meer de volgende overwegingen een rol gespeeld: > Onderzoek heeft aangetoond dat er behoefte is om leerlingen zowel voor te bereiden op het CITOleesvaardigheidsexamen als op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Vandaar dat een duidelijk onderscheid is aangebracht tussen idioom dat in examens passief beheerst dient te worden om de tekst te begrijpen en idioom dat in spreek- en schrijftaal door de leerling zelf actief wordt gebruikt. De woorden worden gescheiden aangeboden, in receptieve en productieve lijsten. > Met uitzondering van het slothoofdstuk, begint elk hoofdstuk met een receptieve lijst van 40 woorden, bedoeld om de receptieve woordenschat van de leerling uit te breiden. De opgenomen woorden zijn vooral woorden die in CITO-leesvaardigheidsexamens voorkomen. Vervolgens zijn in een productieve lijst 15 woorden opgenomen die de leerling in schrijf- en spreektaal actief moet kunnen toepassen. Deze lijst bereidt de leerling daarmee dus voor op de schoolexamens gespreksvaardigheid en schrijfvaardigheid. Naast deze 15 woorden zijn per hoofdstuk ook telkens twee taalhandelingen opgenomen, met elk ten minste twee varianten, zodat de gebruiker leert om zich juister, correcter en gevarieerder uit te drukken in bepaalde situaties. De taalhandelingen sluiten aan bij het ERK-niveau A2. > Het boek bevat 19 reguliere hoofdstukken, en één afwijkend slothoofdstuk. Het idioom is thematisch gerangschikt. De gekozen thema’s beslaan de meest voorkomende onderwerpen in eindexamenteksten. Daarnaast is bij de keuze ook rekening gehouden met de vier sectoren Economie, Landbouw, Techniek, Zorg en Welzijn. Bovendien wordt in een aantal hoofdstukken aandacht besteed aan idioom dat weliswaar niet expliciet onder de examenonderwerpen valt, maar wel beheerst moet worden om teksten te kunnen begrijpen, bijvoorbeeld verbindingswoorden of woorden die een frequentie, omvang of gradatie aangeven. > Het slothoofdstuk bevat een herhaling van de in het boek opgenomen taalhandelingen, met varianten met een zo neutraal mogelijke context. > Elk opgenomen woord is voorzien van een reële voorbeeldzin. De voorbeeldzin heeft als functie om de betekenis van het woord in een zo duidelijk mogelijke context te zien. Hoewel de voorbeeldzinnen van de receptieve lijsten zo zijn gekozen dat de leerling ze meestal zal begrijpen, zijn de zinnen in het Nederlands vertaald om er zeker van te zijn dat de leerling niet alleen het Franse woord, maar ook de Franse context begrijpt. > Er zijn opdrachten opgenomen waarmee de leerling zichzelf kan toetsen. Per hoofdstuk zijn twee opdrachten opgenomen bij de receptieve lijst en één opdracht bij de productieve lijst. > Er zijn cartoons opgenomen die woorden en taalhandelingen bevatten uit de desbetreffende hoofdstukken.

Voorwoord

3


> Bij de bestudering van het idioom zouden wij de volgende werkwijze willen suggereren: 1 De vertaling van de voorbeeldzin en de vertaling van het aangeboden woord afdekken en uit de voorbeeldzin proberen op te maken wat het woord zou kunnen betekenen. Hierdoor wordt de raadvaardigheid, die bij het tekstbegrip een grote rol speelt, gestimuleerd. 2 Vervolgens controleren of de ‘geraden’ vertaling juist was. > In dit boek hanteren wij de Franse typografische conventie die voorschrijft dat voor leestekens (met uitzondering van komma’s en punten) een spatie wordt geplaatst. Ook maken wij bij citaten in het Frans gebruik van de Franse tekens « ». > De toevoeging ‘(m)’ betekent masculin (mannelijk), ‘(f)’ betekent féminin (vrouwelijk). > Achter in het boek zijn alfabetische woordenlijsten Frans en Nederlands opgenomen, die het mogelijk maken woorden snel op te zoeken. > Het los verkrijgbare digiPack biedt de leerling toegang tot een website waar de leerling het idioom op interactieve wijze kan trainen, zich eigen kan maken en kan toetsen. Bovendien kan ook de correcte uitspraak beluisterd worden. > Voor docent en leerling komen op de methodesite extra tips en ondersteunend materiaal beschikbaar. Op- of aanmerkingen die tot verbetering van dit boek zouden kunnen leiden, worden bijzonder op prijs gesteld. Baarn, najaar 2007 Auteur en uitgever

4

HCE Examenidioom Frans > vmbo GT


Inhoudsopgave Algemene tips voor het omgaan met examenteksten

7

1

Relations

9

2

L’école

15

3

Manger et boire

21

4

Vivre en ville et à la campagne

27

5

Qualité, quantité et intensité

33

6

L’environnement et le paysage

39

7

Le transport et les voyages

45

8

Les loisirs et le sport

51

9

La communication et l’informatique

57

10

Sentiments et caractère

63

11

L’économie et le travail

69

12

Science et technique

75

13

La santé

81

14

Le corps et les vêtements

87

15

Notions de temps et de fréquence

93

16

A la vie, à la mort

99

17

Les problèmes de société

105

18

Des pièges

111

19

Points de vue et liaisons

117

20

Expressions pratiques

123

Woordenlijst Frans

129

Woordenlijst Nederlands

135

Inhoudsopgave

5


Algemene tips voor het omgaan met examenteksten Stel jezelf bij het lezen tijdens een leestoets de volgende vragen: a Wat voor soort tekst is het? (artikel, verhaal, oproep, reclameboodschap, gebruiksaanwijzing, enzovoort) b Hoe is de tekst ingedeeld? c Wat betekenen de (sub)titels? d Wat kan ik uit de illustratie opmaken? e Wat is de bron van de tekst? f Voor wie is de tekst geschreven? g Wat weet ik al over het onderwerp? (Vanuit andere vakken op school, van de televisie of het internet?)

Tips voor meerkeuzevragen Lees de tekst door. - Algemeen geldt dat je eerst steeds een tekst helemaal doorleest en daarbij wat kernwoorden onderstreept of markeert die de inhoud van de tekst globaal weergeven. - Markeer signaalwoorden als: ‘cependant’, ‘ainsi’, ‘mais’, ‘donc’, ‘en général’, ‘pour conclure’, enzovoort. Ga daarna pas naar de vragen. - Om meerkeuzevragen met succes te beantwoorden, geldt als belangrijkste regel dat je eerst de vraag leest, niet de antwoorden. - Ga nu terug naar de tekst en bepaal waar in de tekst het antwoord staat. - Markeer de kernwoorden in de alinea waar het antwoord staat. - Probeer de vraag voor jezelf te beantwoorden. - Kijk daarna pas welk antwoord het dichtst bij jouw antwoord komt. - Als je twijfelt, geef dan voor jezelf antwoord op de volgende vragen: 1 Is er een antwoord dat heel duidelijk niet in overeenstemming is met de tekst? Streep dat antwoord weg. 2 Zijn er antwoorden die veel op elkaar lijken? Kies het antwoord dat het dichtst bij de tekst staat. Wat doe je als je een woord niet kent? - Ga na of je het woord in bijna gelijke vorm vanuit het Nederlands (of een andere taal) kent. - Heel vaak is het voldoende om ongeveer te weten wat een onbekend woord of bijzondere uitdrukking betekent. Bepaal welke lading een woord gezien de context heeft: positief, negatief, instemmend, afkeurend, enzovoort. - Bekijk of je de betekenis van het woord nodig hebt voor de beantwoording van de vraag. - Wanneer je denkt dat het belangrijk is dat je de betekenis van een woord moet weten om de tekst te begrijpen, zoek die dan op in een woordenboek. Meerkeuze-invulvragen In sommige teksten is een aantal woorden weggelaten. Jij moet het juiste alternatief kiezen dat moet worden ingevuld. Ga als volgt te werk: - Lees de tekst eerst helemaal door. - Lees eerst alleen de vraag, niet de antwoorden. - Lees de alinea waaruit het woord is weggelaten. Algemene tips

7


- Bepaal de inhoud van de zin waaruit het woord is weggelaten. Wanneer de inhoud niet duidelijk is, lees dan ook de voorafgaande zin en de volgende. - Probeer te bedenken wat het in te vullen woord in het Nederlands is. - Vergelijk je vondst met de gegeven alternatieven. - Wanneer je de betekenis van een van de antwoorden niet kent, zoek die dan op in het woordenboek.

Tips voor open vragen Dit zijn vragen waarbij jij zelf het antwoord moet formuleren. Let op de volgende dingen: - Antwoord altijd in het Nederlands, tenzij expliciet in de vraag staat dat je je antwoord uit de tekst moet halen. - Formuleer je antwoord kort en bondig. - Voorkom dat je stukken tekst letterlijk in het Nederlands vertaalt. - Geef precies zoveel antwoorden als er gevraagd worden, als je er meer geeft worden alleen de eerstgegeven antwoorden beoordeeld. - Lees je antwoord nog eens door en bepaal of het een goedlopend en logisch geheel is.

Voorbeelden van veelvoorkomende vragen bij examenteksten Frans vmbo GT: • Qu’est-ce qu’on peut lire dans la première phrase ? • Qu’est-ce que l’auteur veut montrer aux lignes 25-35 ? • A quoi sert le 5e alinéa ? • Quel est le but de ces phrases ? • Qu’est-ce que l’auteur veut dire par là ? • Qu’est-ce qui est dit à propos de Pierre ? • Qu’est-ce que cela signifie ? • Qu’est-ce que cela veut dire ? • Quelle est l’opinion de l’auteur ? • Qu’est-ce que l’auteur se demande ? • Qu’est-ce qu’il décrit au premier alinéa ? • Quel en est la cause ? • Par quel mot peut-on remplacer … • Comment pourrait-on terminer cette phrase ? • Quelle conclusion peut-on tirer du dernier alinéa ? • Que peut-on conclure du premier alinéa ? • Par quel fragment peut-on résumer le texte ? • Qu’est-ce qui est vrai d’après ces lignes ?

8

HCE Examenidioom Frans > vmbo GT

Wat kunnen we in de eerste zin lezen? Wat wil de schrijver tussen regel 25 en 35 aantonen? Waartoe dient de vijfde alinea? Wat is het doel van deze zinnen? Wat bedoelt de schrijver daarmee? Wat wordt er over Pierre gezegd? Wat betekent dat? Wat betekent dat? Wat is de mening van de schrijver? Wat vraagt de schrijver zich af? Wat beschrijft hij in de eerste alinea? Wat is daar de oorzaak van? Door welk woord zou je … kunnen vervangen? Hoe zou je deze zin kunnen afmaken? Welke conclusie kun je trekken uit de laatse alinea? Welke conclusie kun je trekken uit de eerste alinea? Met welk fragment kun je de tekst samenvatten? Wat is er waar volgens deze regels?


1

Relations

français>néerlandais une relation

Nous avons toujours eu une bonne relation. Wij hebben altijd een goede relatie gehad.

la famille

Notre famille se compose de cinq personnes. Ons gezin bestaat uit vijf personen.

une éducation

De leraar heeft moeite om pubers te begrijpen.

Stéphanie is de oudste van de klas.

un adulte

Le prix d’entrée est plus élevé pour les adultes.

een puber

Stéphanie est l’aînée de la classe.

De toegangsprijs is hoger voor volwassenen.

een oudste

een volwassene

Le cadet doit toujours faire la vaisselle. De jongste moet altijd afwassen.

de jongste

Mon voisin est amoureux de Charlotte.

amoureux, amoureuse

Mijn buurman is verliefd op Charlotte.

un amour

Il s’agit d’un amour impossible. Het gaat om een onmogelijke liefde.

une amitié

een opvoeding

Le prof a du mal à comprendre les adolescents.

un aîné, une aînée

le cadet

het gezin

Mes frères et sœurs ont eu une bonne éducation. Mijn broers en zussen hebben een goede opvoeding gehad.

un ado, un adolescent

een relatie, een verhouding

verliefd

een liefde

Je crois que l’amitié est aussi importante que l’amour. Ik denk dat vriendschap even belangrijk is als liefde.

een vriendschap

Nous nous passions pour le football.

se passionner pour

Wij hebben een passie voor voetbal.

un bisou

Quand on est amoureux, on se donne des bisous. Als je verliefd bent, geef je elkaar zoentjes.

een passie hebben voor

een kus, een zoen, een kusje, een zoentje

1. Relations

9


partager

Ils partagent un appartement. Zij delen een appartement. Ma sœur flirte beaucoup avec des garçons de son école.

flirter

Mijn zus flirt veel met jongens van haar school. la confiance

het vertrouwen

Il lui a promis de rester fidèle.

fidèle

Hij heeft haar beloofd trouw te blijven. réciproque

ensemble

ontmoeten

Elle voudrait faire la connaissance de Luc.

faire la connaissance de

Zij wil graag met Luc kennismaken.

le mariage

Nous sommes invités au mariage de nos voisins. Wij zijn uitgenodigd voor de bruiloft van onze buren.

kennismaken met

de bruiloft

Vous êtes mariés ? Zijn jullie getrouwd?

épouser

samen

J’ai rencontré une jolie fille cet été. Ik heb deze zomer een leuk meisje ontmoet.

marier

wederzijds

Depuis ce jour ils sont toujours ensemble. Sinds die dag zijn ze altijd samen.

rencontrer

trouw

Il espère que son amour sera réciproque. Hij hoopt dat zijn liefde wederzijds zal zijn.

trouwen

Elle n’aurait jamais dû l’épouser. Ze had nooit met hem moeten trouwen.

trouwen

Pendant la partie de tennis, Yves est mon partenaire.

un partenaire, une partenaire

Tijdens de tenniswedstrijd is Yves mijn partner.

accueillir

Les Français nous ont bien accueillis. De Fransen hebben ons gastvrij ontvangen.

een partner

ontvangen

Ça me plaît énormément.

plaire

Dat bevalt me enorm. s’entendre

la fête

bevallen, plezieren

Charlotte et Eric s’entendent assez bien. Charlotte en Eric kunnen tamelijk goed met elkaar opschieten.

met elkaar opschieten

Après l’ouverture du magasin, il y avait une fête. Na de opening van de winkel was er een feest.

het feest

A la fête tout le monde a été gâté. Op het feest werd iedereen verwend.

10

flirten

Je te fais beaucoup confiance. Ik heb veel vertrouwen in je.

gâter

delen

HCE Examenidioom Frans > vmbo GT

verwennen


une invitation

Elle a reçu une invitation pour l’anniversaire de son voisin. Zij heeft een uitnodiging gehad voor de verjaardag van haar buurman.

ressembler à

Tu ressembles beaucoup à ton frère. Jij lijkt veel op je broer.

une dispute

de kinderjaren

Vous avez un fils bien poli. U heeft een zeer beleefde zoon.

humain

troosten

Pendant mon enfance, j’ai habité à Paris. In mijn kinderjaren heb ik in Parijs gewoond.

poli

de begraafplaats

Elle va l’appeler pour la consoler. Ze gaat haar bellen om haar te troosten.

l’enfance (f)

verlaten, achterlaten

Chaque dimanche nous portons des fleurs au cimetière. Iedere zondag brengen we bloemen naar de begraafplaats.

consoler

uit elkaar gaan

Avant de partir en vacances, ces gens ont abandonné leur petit chien. Deze mensen hebben hun hondje achtergelaten, voordat ze op vakantie gingen.

le cimetière

het staat vast, het is besloten

Ils se sont séparés après une grande dispute. Zij zijn uit elkaar gegaan na een grote ruzie.

abandonner

een ruzie

C’est décidé, elle va le quitter. Het staat vast, ze gaat hem verlaten.

se séparer

lijken op

Il y a longtemps que nous avons eu une dispute. Het is lang geleden dat wij ruzie hebben gehad.

c’est décidé

een uitnodiging

beleefd

L’erreur est humaine, dit le proverbe. Vergissen is menselijk, zegt het spreekwoord.

menselijk

1. Relations

11


Tu te rappelles ? A. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. l’aînée, l’amitié, un bisou, une dispute, éducation, une invitation, mariage 1

Nous sommes tous invités au _____ de Patrick et Mélanie.

2 Ce sont des grands amis ; ils n’ont jamais eu _____. 3

Cette fille est très polie. Elle a eu une bonne _____.

4 Je t’ai envoyé _____ pour l’anniversaire de Chantal. 5 Qui est _____ de la famille ? – Sylvie, elle a 19 ans.

B. Choisis les mots corrects. Il y en a deux de trop. accueillir, consoler, flirter, partager, plaire, ressembler, se séparer 1

Après 10 ans de mariage, ils ont décidé de _____.

2 Arrête de _____ avec elle ; elle ne t’aime pas. 3

Nous allons _____ une chambre à Groningue.

4 J’ai acheté un cadeau qui va lui _____. 5 Mais comme tu es triste ! Je dois te _____ ?

12

HCE Examenidioom Frans > vmbo GT


néerlandais>français de voornaam

Je hebt een mooie voornaam. Tu as un beau prénom.

de achternaam

Wat is uw achternaam? Quel est votre nom de famille ?

een verjaardag

aller voir

Ik wil graag een afspraak maken voor woensdag. J’aimerais fixer un rendez-vous pour mercredi.

aangenaam

inviter à

Morgen gaan wij bij onze grootouders op bezoek. Demain nous allons voir nos grands-parents.

een afspraak

les voisins

Ik nodig je uit voor mijn feestje. Je t’invite à ma fête.

op bezoek gaan bij

le quartier

De buren zijn erg aardig. Les voisins sont très sympas.

uitnodigen voor

divorcer

Wij wonen in een prettige wijk. Nous habitons dans un quartier agréable.

de buren

une épouse

Zij gaan scheiden, ze houden niet meer van elkaar. Ils vont divorcer, ils ne s’aiment plus.

de wijk

un mari

Zij zal zeker een goede echtgenote zijn. Elle va sûrement être une bonne épouse.

scheiden

se marier

Ik stel u mijn echtgenoot voor. Je vous présente mon mari.

een echtgenote

amoureuse de, tomber amoureux

Ik wil graag trouwen met mijn beste vriend. Je voudrais me marier avec mon meilleur ami.

een echtgenoot

la date de naissance

Ik ben verliefd geworden op haar broer. Je suis tombée amoureuse de son frère.

trouwen

un anniversaire

Wat is je geboortedatum? Quelle est ta date de naissance ?

verliefd worden op

le nom de famille

Morgen is het de verjaardag van mijn zus. Demain c’est l’anniversaire de ma sœur.

de geboortedatum

le prénom

un rendez-vous

Dus u bent mevrouw Dupond, aangenaam. Alors vous êtes madame Dupond, enchanté.

enchanté, enchantée

1. Relations

13


A toi la parole ! Zo kun je een gesprek beginnen: > Laat ik me voorstellen: Jan de Vries. > Weet u misschien hoe laat het is?

Je me présente : Jan de Vries. Quelle heure est-il, s’il vous plaît ?

Zo kun je een afspraak maken: > Wat doe je vanmiddag/vanavond? > Heb je zin om met mij naar de bioscoop te gaan?

Qu’est-ce que tu fais cet après-midi/ce soir ? Tu as envie d’aller au cinéma avec moi ?

Tu te rappelles ? C. Traduis en français les mots néerlandais entre parenthèses (tussen haakjes). 1

J’ai acheté un cadeau pour (de verjaardag) de ton frère.

2 Samedi j’ai (een afspraak) avec une jolie fille. 3

Ces gens-là habitent à côté de chez moi ; ce sont mes (buren).

4 (Aangenaam) de faire votre connaissance. 5 Je veux (op bezoek gaan bij) une camarade de classe qui est malade.

14

HCE Examenidioom Frans > vmbo GT


9042536654_omslag_Layout 2 19-4-11 20:37 Pagina 1

F | Examenidioom Frans | vmbo GT

Examenidioom Frans vmbo GT

drs. Vincent van Dekken

Examenidioom Frans | vmbo GT

FF 9 789042 536654


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook