Skip to main content

9789006994148_MIXED_DP_Product_Maken_inkijk

Page 1


EEN PRODUCT MAKEN EN VERBETEREN

PROFIEL D&P

EEN PRODUCT MAKEN

EN VERBETEREN

BB | KB

Dit boek gebruik je samen met de digitale leeromgeving.

Het is van jou, dus je mag je aantekeningen erin schrijven.

Na dit schooljaar mag je het boek houden.

In dit boek staat alles wat je voor Dienstverlening en Producten moet kennen voor je examen.

Team Mixed

COLOFON

Contentontwikkeling

ThiemeMeulenhoff

Eindredactie

Giséla Fidder, Diepenveen

Vormgeving

Studio Michelangela, Utrecht

Opmaak

Crius Group, Hulshout (België)

Omslagbeeld

Getty Images / Anastasiia Makarevich; Zinkevych

Over ThiemeMeulenhoff

ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.

De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.

We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.

Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.

Samen leren vernieuwen.

www.thiememeulenhoff.nl

ISBN 978 90 06 99358 5

Editie 4, druk 1, oplage 1, 2026

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

ClimatePartner certified product climate-id.com/YI43H3

CO2 measure reduce contribute

INHOUD

Zo werk je met MIXED 4 Module Een product maken en verbeteren - Het grote plaatje 6

BLOK 1 Van idee naar 3D

1.1 Een ontwerpschets maken 9

1.2 Vlakke figuren en ruimtelijke vormen tekenen 16

1.3 Een 3D-tekening maken van een ontwerp en product 26

1.4 3D-printen: hoe werkt het? 36

1.5 3D-model voorbereiden voor print 44

1.6 Een 3D-model printen 49

Samenvattingsopdracht blok 1 53 Begrippen 56

BLOK 2 Een product maken en verbeteren

2.1 Werktekeningen lezen 59

2.2 Veilig werken met gereedschap en machines 82

2.3 Meten en aftekenen 90

2.4 Materialen herkennen en kiezen 100

2.5 Werkstuk vastzetten 106

2.6 Bewerken: materiaal weghalen 112

2.7 Bewerken: vorm veranderen 122

2.8 Bewerken: onderdelen vastmaken 132

2.9 Netjes maken en controleren 143

Samenvattingsopdracht blok 2 151

Gereedschappen, apparaten en machines 160 Begrippen 168

ZO WERK JE MET MIXED

Je gaat aan de slag met een module van MIXED. Met MIXED leer je in de praktijk. Je ervaart wat je allemaal kunt doen in jouw beroepsgerichte profiel. Zo ontdek je wat jouw talenten zijn!

In het kort

Per module maak je praktische opdrachten. Deze praktische opdrachten laten je alle kanten van het beroepsgerichte vak ervaren. Je gaat dus écht aan de slag.

Om de praktische opdrachten te kunnen doen, heb je kennis nodig. In het leerwerkboek vind je de theorie die je moet kennen.

Naast de tekstbronnen in het leerwerkboek, moet je soms ook andere bronnen gebruiken bij de praktische opdrachten. Denk aan een uitlegfilmpje, een stappenplan of een uitwerkbijlage.

Opdracht 1

AAN DE SLAG MET

PRAKTISCHE OPDRACHTEN

• Jouw docent laat je weten welke praktische opdrachten jij maakt bij deze module. Je vindt de praktische opdrachten online, of de docent heeft ze voor je geprint.

• Elke praktische opdracht begint met voorbereiden. Je ontdekt in welk werkveld je aan de slag gaat. Je leest wat je gaat doen en leren. Ook zie je wat je nodig hebt om de opdracht te maken.

• Dan ga je aan de slag. Volg stap voor stap de instructie die in de opdracht staat. Je kunt steeds de stappen die je hebt gedaan afvinken.

• Bij opdrachten gebruik je tekstbronnen. Die staan in je leerwerkboek en in de online leeromgeving. Andere bronnen die je nodig hebt, zoals een video of uitwerkbijlage, vind je altijd online.

• Het eindproduct van de opdracht neem je op in je portfolio

HET LEERWERKBOEK VOOR DE THEORIE

• In het leerwerkboek dat je nu in je handen hebt, staat de theorie die je moet kennen. Misschien behandelt jouw docent eerst de theorie, voordat je aan de slag gaat met een praktische opdracht. Je kunt ook zelf de theorie erbij pakken als je die nodig hebt.

• Bij de tekstbronnen die je kunt lezen staan ook opdrachten. Deze maak je om na te gaan of je de theorie goed begrijpt. Er zijn ook herhalingsopdrachten en verdiepingsopdrachten. Jouw docent vertelt je welke je moet maken.

• In de theorie staan gekleurde begrippen. Deze begrippen moet je kennen voor een toets en voor je examen. Tip: gebruik de begrippenlijst achter in het leerwerkboek bij het leren.

• Het leerwerkboek bestaat uit twee blokken. Na elk blok maak je een samenvattingsopdracht. Zo leer je ook voor je toets en voor het examen!

WERKEN OP PAPIER OF ONLINE

Bij dit leerwerkboek hoort een online omgeving. In het schema hierna zie je wat je op papier kunt doen en wat er online te vinden is.

Op papier Online

• Praktische opdrachten (geprint)

• Tekstbronnen (in het leerwerkboek)

• Theorieopdrachten (in het leerwerkboek)

• Begrippenlijst (in het leerwerkboek)

• Praktische opdrachten

• Tekstbronnen

• Theorieopdrachten

• Begrippenlijst

• Werkbronnen

• Oefentoets begrippen

Module Een product maken en verbeteren

HET GROTE PLAATJE

EENPRODUCTMAKENEN VERBETEREN

PRESENTEREN,PROMOTENENVERKOPEN

WELKE VERBANDEN ZIJN ER?

MULTIMEDIALE PRODUCTENMAKEN

ORGANISERENVANEEN ACTIVITEIT

In het profiel Dienstverlening & Producten (D&P) maak je kennis met verschillende werkvelden, zoals evenementen, techniek, media en verkoop. Je organiseert een activiteit, maakt een product, ontwerpt iets digitaals of presenteert en promoot een idee. Zo ontdek je waar jouw talenten liggen en wat bij je past!

Vier modules

Het profiel Dienstverlening & Producten bestaat uit vier verschillende modules. In elke module werk je aan een ander onderdeel van het vakgebied. In de beroepspraktijk lopen die onderdelen door elkaar. Bij een opdracht moet je vaak organiseren, communiceren, ontwerpen én uitvoeren. Alles hangt met elkaar samen. Door die samenhang te zien, ontdek je het grote plaatje van Dienstverlening & Producten.

✖ EEN PRODUCT MAKEN EN VERBETEREN

In deze module leer je hoe je van een idee een concreet product maakt. Je denkt na over vorm, functie en gebruik en werkt dit uit in een 3-D ontwerp. Ook ga je aan de slag met machines, gereedschappen en materialen en maak je zelf een product.

Relatie met de andere modules

Ontwerpen en maken van producten heeft te maken met wat je leert in de andere modules:

✖ ORGANISEREN VAN EEN ACTIVITEIT VOOR EEN OPDRACHTGEVER

Als je een activiteit organiseert, heb je vaak allerlei producten nodig. Denk aan decoratie, cadeaus of praktische hulpmiddelen. In Organiseren van een activiteit voor een opdrachtgever ontdek je hoe je zo’n activiteit organiseert.

✖ PRESENTEREN, PROMOTEN EN VERKOPEN

Een product krijgt meer betekenis wanneer het duidelijk en aantrekkelijk wordt gepresenteerd. In Presenteren, promoten en verkopen leer je hoe je dit het beste kunt doen.

✖ MULTIMEDIALE PRODUCTEN MAKEN

Het kan handig zijn om een instructievideo, een reclamefilmpje of een website te maken bij je product. Hoe je dit doet, ontdek je in Multimediale producten maken.

WAT LEER JE IN DEZE MODULE?

BLOK 1

Van idee naar 3-D

Je leert schetsen en ontwerpen en werkt met een 3D-tekenprogramma.

BLOK 2

Een product maken en verbeteren

Je maakt een product met gereedschappen en machines en onderzoekt hoe het verder verbeterd kan worden.

1.1

1.4

1.5

1.1 Een ontwerpschets maken

Een product ontwerpen betekent dat je een oplossing bedenkt voor een probleem of wens. Je maakt niet zomaar ‘iets’, maar je ontwerpt iets wat bruikbaar is. Daarom begin je altijd met een ontwerpschets. Een ontwerpschets is een snelle tekening waarin je jouw idee laat zien. De schets helpt je om na te denken over de vorm, de onderdelen en hoe het product straks gebruikt wordt.

In de praktijk werk je vaak voor een opdrachtgever. Dat kan een klant zijn, maar ook een docent, conciërge of medeleerling. De opdrachtgever heeft een vraag en jij bedenkt een oplossing. voorbeeld

Uit de praktijk

✖ Een docent vraagt: ‘Kun jij een stevige standaard ontwerpen waar ik mijn tablet op kan zetten tijdens de les?’

✖ De conciërge vraagt: ‘Kun jij een kapstokhaak ontwerpen die tegen een stootje kan?’

✖ Een leerling vraagt: ‘Kun jij een houder ontwerpen zodat mijn telefoon rechtop kan staan tijdens het filmen?’

✖ Een school vraagt: ‘Kun jij een klein product ontwerpen dat we kunnen verkopen voor een goed doel?’

Bij elke opdracht is het belangrijk dat je goed nadenkt over:

✖ voor wie het product is (de gebruiker);

✖ wat het product moet doen (de functie);

✖ waar het gebruikt wordt (bijvoorbeeld binnen of buiten);

✖ hoe je het kunt maken (materiaal, gereedschap en tijd).

Wat is een ontwerpschets?

Een ontwerpschets is een eerste tekening van jouw product. Je tekent vooral:

✖ de vorm van het product;

✖ de belangrijkste onderdelen;

✖ de maten en verhoudingen;

✖ hoe het is samengesteld (verbindingen);

✖ hoe het product werkt of gebruikt wordt (functie).

Een schets hoeft nog niet perfect te zijn. Het doel is dat iemand anders jouw idee kan begrijpen.

Stappenplan: zo maak je een goede schets

Gebruik dit stappenplan om je schets duidelijk en netjes te maken.

Stap 1 – Lees de opdracht goed

Schrijf kort op wat de opdrachtgever wil.

Bijvoorbeeld: ‘Ik ontwerp een houder zodat een telefoon rechtop kan staan tijdens het filmen .’

Stap 2 – Functie-eisen benoemen

Wat moet het product precies doen? Wat iets moet kunnen doen noem je ook wel een functie-eis.

Bijvoorbeeld: ‘De telefoon mag niet omvallen en het scherm moet goed zichtbaar zijn.’

Stap 3 – Maak een snelle ruwe schets

voorbeeld

Ruwe schets.

Teken snel een paar ideeën. Kies daarna het beste idee. Je hoeft nog niet te gummen of netjes te tekenen.

Stap 4 – Maak een duidelijke ontwerpschets

Kies je beste idee en teken het netter. Laat belangrijke onderdelen zien, zoals:

✖ een voet, steun of rand;

✖ een opening, uitsparing of gat;

✖ een hoek of buiging.

Stap 5 – Voeg labels toe

Schrijf korte woorden bij je tekening, bijvoorbeeld:

✖ plaat;

✖ schroefgat;

✖ steunrand;

✖ handgreep.

Stap 6 – Teken vanuit meerdere kanten

Soms is één tekening niet genoeg. Dan teken je het product ook van een andere kant.

Bijvoorbeeld van de:

✖ voorkant;

✖ achterkant;

✖ zijkant;

✖ bovenkant.

Ontwerpschets met labels.

Stap 7 – Zet de uitgangsmaten erbij

Je hoeft nog niet alles exact te meten, maar je geeft wel aan hoe groot of klein iets ongeveer is. Dit noem je uitgangsmaten. Uitgangsmaten zijn de afmetingen waar je vanuit werkt bij het ontwerpen of maken van iets. Bijvoorbeeld: lengte, breedte of hoogte van een product.

Ontwerpschets vanuit meerdere kanten met de uitgangsmaten erbij.

Verhoudingen

In verhouding betekent dat onderdelen in je schets ongeveer de juiste grootte hebben ten opzichte van elkaar. Je schets hoeft nog niet precies op maat, maar het moet wel logisch zijn. voorbeeld

In de afbeelding zie je twee telefoonhouders.

Waarom links goed is:

✖ De onderdelen passen goed bij elkaar.

✖ De telefoon is het grootst, dat klopt.

✖ De arm is kleiner dan de telefoon.

✖ De onderkant (basis) is stevig, maar niet te groot.

✖ Het geheel ziet er logisch en in balans uit.

Waarom rechts niet goed is:

✖ De onderdelen passen niet goed bij elkaar.

✖ De telefoon is te klein.

✖ De arm is te lang en te dik.

✖ De onderkant is veel te groot.

✖ Daardoor ziet het er raar en niet logisch uit.

Schaal: je product kleiner tekenen

Het product kan te groot of te klein zijn om op ware grootte op papier te tekenen of te printen. Je product moet dan op schaal worden getekend, zodat het op het papierformaat past.

Voorbeelden van schaal:

✖ 1:1 → je tekent het product even groot als het in het echt is.

✖ 1:2 → je tekent alles twee keer zo klein.

✖ 1:5 → je tekent alles vijf keer zo klein.

Bij schaal blijft alles in verhouding: als de lengte kleiner wordt, wordt de breedte ook kleiner.

Opdrachten

1 Begrippen kennen

Vul de juiste woorden in.

Kies uit: functie | ontwerpschets | opdrachtgever | schaal | verhoudingen.

1 De persoon die een product aan jou vraagt, noem je de .

2 Wat een product moet doen, noem je de .

3 Een snelle tekening van je eerste idee op papier is een .

4 Als onderdelen in je tekening ongeveer de juiste grootte hebben ten opzichte van elkaar, kloppen de

5 Als je een product kleiner tekent, maar wel in dezelfde verhoudingen, gebruik je een

2

Ontwerpschets maken

Kruis het juiste antwoord aan.

a Waarom maak je eerst een ontwerpschets?

◯ Omdat je dan meteen klaar bent met ontwerpen.

◯ Omdat je je idee snel duidelijk kunt maken en kunt verbeteren.

◯ Omdat je dan geen maten meer nodig hebt.

b Wat hoort het meest bij een ontwerpschets?

◯ Alles exact op de millimeter uitwerken.

◯ Snel je idee tekenen met de belangrijkste onderdelen.

◯ Alleen kleuren kiezen voor het product.

c Wat betekent schaal 1:2?

◯ Je tekent alles twee keer zo groot.

◯ Je tekent alles twee keer zo klein.

◯ Je tekent alleen de lengte kleiner.

3 Wat past bij de opdracht?

Kies bij elke situatie waar je op moet letten bij het ontwerpen.

Een tablet moet niet omvallen tijdens de les.

Een haakje moet tegen een stootje kunnen in de gang.

Een telefoonhouder moet passen in een jaszak.

Een product moet verkocht worden op school en er netjes uitzien.

Herhalingsopdrachten

4 Schaal rekenen

Soms gebruik je een schaal om iets te tekenen. Reken uit hoe groot je iets tekent.

1. In het echt is een lat 300 mm. Je tekent op schaal 1:2.

Op je tekening wordt dat: mm.

2. In het echt is een plaat 500 mm lang. Je tekent op schaal 1:5.

Op je tekening wordt dat: mm.

Formaat

Uiterlijk en presentatie

Stabiliteit

Stevigheid

3. In het echt is een onderdeel 120 cm hoog. Je tekent op schaal 1:1.

Op je tekening wordt dat: mm.

5

Juist of onjuist?

Lees de stellingen.

a Zijn de stelllingen juist of onjuist?

Een product kan er in een schets stevig uitzien, maar in het echt omvallen als de verhoudingen niet kloppen.

Verhoudingen betekenen dat alles precies op de millimeter klopt.

Als je een product kleiner tekent met schaal, blijven de verhoudingen hetzelfde.

b Kijk terug naar je antwoord bij a. Verbeter de stelling(en) die onjuist is/zijn.

Verdiepingsopdrachten

6 Schetsen in stappen

Een schets maken doe je in een bepaalde volgorde.

a Geef met nummers de juiste volgorde van het schetsen aan. Zet een 1 bij de eerste stap, 2 bij de tweede stap, enzovoort.

Duidelijke ontwerpschets maken van het beste idee.

Ruwe schetsen maken.

Extra aanzichten tekenen.

Opdracht lezen en functie bepalen.

Labels schrijven.

Globale maten erbij zetten.

Juist Onjuist

b Leg in maximaal twee zinnen uit waarom je begint met het lezen van de opdracht en het bepalen van de functie.

c Een leerling begint meteen met een nette tekening zonder ruwe schetsen te maken. Leg in maximaal twee zinnen uit waarom dit niet handig is.

7

d Je ontwerpt een telefoonhouder.

Welke stappen uit het stappenplan vind jij het belangrijkst voor dit product?

Kies er twee en leg uit waarom.

Stap 1:

Uitleg:

Stap 2:

Uitleg:

Ontwerpopdracht: jouw schetsplan

Je krijgt van school de opdracht om een klein product te ontwerpen dat verkocht wordt bij een actie voor het goede doel. Het product moet bruikbaar en veilig zijn en je moet het kunnen maken op school.

a Kies één van deze producten om te ontwerpen.

□ telefoonhouder

□ sleutelrekje

□ pennenbakje

□ mini-standaard voor een kaartje of foto

b Maak je ontwerpplan compleet.

De opdrachtgever is:

De gebruiker is:

Functie (wat moet het product doen?):

(noem drie eisen):

Schetsaanpak: Ik maak eerst ruwe schetsen. Daarna kies ik het beste idee.

c Je hebt uit de ruwe schetsen het beste idee voor jouw product gekozen. Nu ga je de ontwerpschets maken.

Wat voeg je toe aan je ontwerpschets?

□ Labels bij onderdelen

□ Meerdere kanten (aanzichten)

□ Globale maten

□ Verhoudingen die kloppen

1.2 Vlakke figuren en ruimtelijke

vormen

tekenen

In technische tekeningen werk je met vlakke figuren en ruimtelijke vormen. Vlakke figuren noem je ook wel 2D-figuren en ruimtelijke vormen 3D-vormen.

Een vlakke figuur (2D) is plat en heeft alleen een breedte en hoogte. Je ziet in een vlakke figuur geen diepte. Je zegt ook wel dat een vlakke figuur twee dimensies heeft: breedte en hoogte. Een dimensie is dus een afmeting zoals breedte, hoogte of diepte.

Een ruimtelijke vorm (3D) neemt ruimte in en heeft drie dimensies: breedte, hoogte en diepte. Deze vormen hebben inhoud. Je tekent een ruimtelijke vorm op papier met een 3D-tekening in projectie. Een projectie is een manier om een ruimtelijke vorm als tekening op een plat vlak weer te geven.

Een vlakke figuur (2D).

Vlakke figuren

Een ruimtelijke vorm (3D).

Vlakke figuren zijn plat. Ze hebben twee dimensies: breedte en hoogte. Je maakt hierna kennis met een aantal vlakke figuren.

Cirkel

Een cirkel heeft een middelpunt M. Elk punt op de cirkelboog ligt even ver verwijderd van punt M. De afstand van het middelpunt tot de cirkelboog noemen we de straal. De straal duiden we aan met de letter r. De lijn d is de diameter van de cirkel. Die is precies twee keer zo groot als de straal. Je ziet een cirkel bijvoorbeeld bij een wiel of een munt.

Vierkant

Een vierkant heeft vier zijden die even lang zijn en vier rechte hoeken van 90°. Je ziet een vierkant bijvoorbeeld bij een tegel.

Rechthoek

Een rechthoek is een figuur met vier zijden. Alle hoeken van de figuur zijn 90°. Dit noem je haakse of rechte hoeken. In de linker onderhoek van de tekening zie je het symbool voor een rechte hoek. De zijden b (breedte) van de rechthoek zijn even lang en de zijden h (hoogte) zijn ook even lang. Maar de zijden b en h zijn niet even lang, zoals je ziet. De gestippelde lijnen zijn de diagonalen van de rechthoek. Die zijn allebei even lang.

Ruit

Een ruit lijkt op een vierkant dat een beetje scheefgedrukt is. Alle zijden van een ruit zijn even lang, maar de hoeken van de ruit zijn niet recht. De diagonalen staan wel haaks (dus 90°) op elkaar.

Driehoek

Een driehoek heeft drie zijden en drie hoeken. Er zijn verschillende soorten driehoeken, maar ze hebben altijd drie punten.

Speciale soorten driehoeken

voorbeeld

Bij een gelijkzijdige driehoek zijn alle zijden even lang. Dus lengte a = b = c.

Bij een gelijkbenige driehoek zijn twee van de drie zijden even lang.

Ruimtelijke vormen

Ruimtelijke vormen hebben drie dimensies: lengte (x), breedte (y) en hoogte (z). In tegenstelling tot vlakke figuren hebben ruimtelijke vormen inhoud. Je kunt er iets indoen. Voorbeelden van vormen die je in het dagelijks leven tegenkomt, zijn een aquarium, een voetbal en een limonadeglas. Je maakt hierna kennis met een aantal ruimtelijke vormen.

Kubus

Een kubus is een ruimtelijke vorm met een breedte (x-as), hoogte (y-as) en diepte (z-as). Bij een kubus zijn het grondvlak en het bovenvlak een vierkant.

Ook de zijvlakken zijn vierkanten. Alle ribben van een kubus zijn even lang. Je ziet een kubus bijvoorbeeld bij een dobbelsteen.

Cilinder

Bij een cilinder zijn het grondvlak en het bovenvlak een cirkel. De buitenomtrek van de cirkel noemen we de mantel. Je ziet een cilinder bijvoorbeeld bij een blikje.

Soorten prisma's

Piramide

Een regelmatige vierzijdige piramide heeft als grondvlak een vierkant. De ribben komen bij elkaar in één punt. Dat is de top van de piramide. De hoogte h van de piramide is de afstand tussen de top en het middelpunt van het grondvlak.

Kegel

Een kegel is een soort piramide, maar dan met een cirkel als grondvlak. Bijvoorbeeld een pion die je in het verkeer ziet.

Bol

Een bol bestaat uit een heleboel cirkels die gedraaid zijn om dezelfde middellijn. Deze middellijn is de diameter van de cirkel. Een voetbal is een bol.

voorbeeld

Een prisma is eigenlijk een blokje. Het bovenvlak en het grondvlak zijn altijd gelijk van vorm. Ze hebben altijd de vorm van een vlak figuur. De ribben lopen bij alle prisma’s evenwijdig. Dat betekent dat de lijnen of vlakken overal even ver uit elkaar blijven en elkaar nooit raken.

Een rechthoekig prisma heeft een rechthoek als bovenvlak en grondvlak. De twee vlakken zijn even groot en precies gelijk van vorm. Een rechthoekig prisma noem je ook wel een balk of een blok. Een schoenendoos is een balk (rechthoekige prisma).

Een vierkant prisma heeft een vierkant grondvlak en bovenvlak. Een voorbeeld van een vierkant prisma is een pak melk. Als de lengte, breedte en hoogte hetzelfde zijn noemen we zo’n prisma ook wel een kubus

Een driehoekig prisma heeft een driehoek als bovenvlak en grondvlak.

Bij een ruitvormig prisma zijn het grondvlak en het bovenvlak een ruit.

Van vlakke figuur naar ruimtelijke vorm

Veel ruimtelijke vormen ontstaan uit vlakke figuren. Een cirkel wordt een cilinder of kegel, een vierkant wordt een kubus of piramide, een rechthoek wordt een balk en een driehoek wordt een driehoekig prisma.

Samenstelling van vormen

Een product bestaat uit meerdere onderdelen. Een onderdeel kan bestaan uit meerdere vormen. Een bout bestaat bijvoorbeeld uit een steel (cilinder), een kop (vaak een zeshoekig prisma) en schroefdraad (spiraalvormige driehoekige groef of rib).

Als een onderdeel uit verschillende vormen bestaat, noem je dit een samengestelde vorm of samenstelling. Je combineert dan verschillende basisvormen tot één geheel.

Uitsparingen

Een uitsparing is een gedeelte dat uit een vorm of onderdeel is weggehaald. Daardoor ontstaat er ruimte, een opening of een passende vorm. Je gebruikt een uitsparing bijvoorbeeld:

✖ om een onderdeel ergens goed in te laten passen;

✖ om het materiaal lichter te maken;

✖ om ruimte te maken voor iets anders, zoals een kabel, schroef of ander onderdeel;

✖ om een opening te maken.

Een voorbeeld van een uitsparing is een gat in een plank waar een kabel doorheen kan. Ook een opening in een onderdeel dat iets vasthoudt of op zijn plaats houdt, zoals een steun of klem, is een uitsparing.

Een blok met uitsparing voor een passtuk.

Een blok met uitsparing om het product lichter te maken.

Een blok met bevestigingsgaten voor schroeven.

1.2 Vlakke figuren en ruimtelijke vormen

Opdrachten

1

Wat zie je?

Bekijk de afbeeldingen.

a Noteer bij elke afbeelding de juiste naam van de vlakke figuur.

Bij vorm 5 en 6 bestaat de naam uit twee woorden.

b Noteer bij elke afbeelding de juiste naam van de ruimtelijke vorm.

Bij vorm 5 en 6 noteer je twee namen.

1. 2. 3. 4. 5. 6.
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

c Leg in maximaal twee zinnen uit wat het grootste verschil is tussen een vlak figuur en een ruimtelijke vorm.

2 Van plat naar ruimtelijk

Welke ruimtelijke vorm past bij de vlakke figuur?

Cirkel

Rechthoek

Vierkant

Driehoek

3 Samenstelling begrijpen

Bekijk de afbeelding van de lantaarn.

a Uit welke drie ruimtelijke vormen bestaat deze lantaarn?

1. 2. 3.

b Welke vorm is de basis van de lantaarn? Leg uit waarom deze vorm geschikt is als basis.

Driehoekig prisma

Cilinder

Balk

Kubus

c In de cilinder zit een uitsparing. Wat is het doel hiervan?

Herhalingsopdrachten

4

Tekenen en herkennen

Gebruik potlood en liniaal.

a Teken een rechthoek van 60 mm breed en 30 mm hoog.

b Teken een vierkant van 50 mm bij 50 mm.

c Teken een gelijkzijdige driehoek met zijden van 50 mm.

d Teken een gelijkbenige driehoek. Zorg dat twee zijden even lang zijn.

e Teken een cirkel met een diameter van 40 mm.

f Noteer in één zin wat evenwijdig betekent.

5 Juiste vorm kiezen

Kies de juiste vorm.

a Je wilt een blikje tekenen.

◯ Kubus

◯ Cilinder

◯ Prisma

b Je maakt een doos.

◯ Cilinder

◯ Balk

◯ Piramide

c Je tekent een vorm met twee gelijke vlakken boven en onder.

◯ Prisma

◯ Cilinder

◯ Bol

d Je maakt een product met rechte vlakken dat stevig moet zijn.

◯ Kubus

◯ Bol

◯ Kegel

e Je wilt een opening maken voor een kabel.

◯ Geen uitsparing

◯ Rond gat

◯ Driehoek

1.2 Vlakke figuren en ruimtelijke vormen tekenen

Verdiepingsopdrachten

6

Vormen en uitsparingen

Bekijk de afbeelding van het product. Het is een kapstokhaakje.

a Welke ruimtelijke vorm herken je in het linker onderdeel?

b Uit welke vlakke figuur ontstaat deze ruimtelijke vorm?

c Leg uit waar de uitsparing aan de zijkant van het product voor gebruikt wordt.

d In het product zit nog een gat met schroefdraad, maar die kun je niet zien op de afbeelding. Leg uit waar deze zit en waarvoor deze nodig is.

7 Ontwerp verbeteren

Bekijk de afbeelding van het product. Het is een rekje waar potjes met kruiden in kunnen staan zonder eruit te vallen.

a Uit welke ruimtelijke vormen bestaat dit product?

Noem er twee.

1. 2.

b Het product bestaat uit meerdere onderdelen die aan elkaar vastzitten. Leg uit waarom dit een samenstelling is.

Met MIXED ga je praktisch aan de slag, zodat je kunt ontdekken wat jij écht leuk vindt en waar jij goed in bent. Geen saaie boeken, maar vooral praktische opdrachten waarbij je trots kunt zijn op de prestaties die je neerzet en de producten die je maakt. Door te doen ontdek je ook welke beroepen en beroepscontexten bij jouw interesses en kwaliteiten passen. We wensen jou veel succes, maar vooral ook veel plezier bij het uitvoeren van de opdrachten!

Team MIXED

versie 4.1

Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789006994148_MIXED_DP_Product_Maken_inkijk by ThiemeMeulenhoff - Issuu