D E GEO
1 VM BO - KGT WERKBOEK
Ontdek waar het om draait
www.thiememeulenhoff.nl/degeo
926194_OMSL.indd 1
9 789006 926194
13/06/19 13:26
926194_BNWRK BOEK.indb 1
13/06/19 13:09
DIT BOEK IS VAN:
KLAS:
Auteur Katie Oost Eindredactie Daphne Ariaens
926194_BNWRK BOEK.indb 1
13/06/19 13:09
2
Hoe werk je met het werkboek? Dit werkboek van De Geo gebruik je samen met het leerboek en de digitale leeromgeving in de les. Dit boek is van jou persoonlijk. Je maakt er je opdrachten en je kunt er aantekeningen in maken.
Wat heb je nodig? leerboek
atlas
computer
Overige symbolen vaardigheid
samenwerking
Werkboek
De Geo digitaal
Je begint altijd te werken vanuit je werkboek. Daar staan alle opdrachten. Die gaan over de tekst, foto’s, kaarten en diagrammen in het leerboek. Je moet heel vaak iets zelf doen, zoals kaarten kleuren of diagrammen tekenen. Bij alle opdrachten staat welke tekst of figuur uit het leerboek je nodig hebt voor het maken van die opdracht. Of welke vaardigheid je in die opdracht oefent. In het werkboek zie je het symbool staan bij de Anders actief-paragraaf en bij het Keuzemenu. Dat betekent dat je daar op een andere manier aan de slag gaat dan in de gewone opdrachten. Meestal maak je iets of onderzoek je iets. Aan het eind van iedere paragraaf staat een leerdoelenoverzicht. Hier zie je wat je moet kennen en kunnen als je de paragraaf af hebt.
Als dit symbool bij een opdracht staat, betekent dit dat je op www.thiememeulenhoff.nl/degeo iets in de digitale leeromgeving kunt of moet doen. Bijvoorbeeld een opdracht maken of een filmpje bekijken. Alles wat in de boeken staat, staat ook bij elkaar op www.thiememeulenhoff.nl/degeo. Via de digitale leeromgeving kun je er alle opdrachten maken. Ook vind je hier speciale opdrachten die niet in het werkboek staan. Daarvoor heb je bijvoorbeeld speciale De Geo-ICT of -video’s nodig. In de digitale leeromgeving kun je je werk direct nakijken. Zo weten jij en je docent meteen hoeveel je al kent en kunt en wat je nog een keer moet oefenen.
94
5
c Als je van het dal in de bergen omhooggaat, zie je bijna dezelfde klimaten als wanneer je in Europa naar het zuiden / noorden gaat. Dit heeft in beide gevallen te maken met de steeds lagere / hogere gemiddelde temperatuur. d Gebruik Google Maps. Zet een rode 1 op de plek van figuur 1 in W11. Doe hetzelfde met figuur 11 en figuur 12. Welk klimaat heerst er in het dal van figuur 11?
§3
Landschappen in Europa
b Kleur W12 en vul de legenda in. c Leg uit waarom de grenzen tussen de hoogtegordels aan de zuidkant hoger liggen dan die aan de noordkant van
herhaling
vragen waarbij je de atlas gebruikt
d De grens van de hoogtegordels in Noorwegen ligt lager / hoger dan die in de Alpen. Wat is hiervoor de verklaring?
het gebergte. W13 De Aurlandsfjord, een uitloper van de Sognefjord, in Noorwegen in de zomer.
d Op welke foto’s in §3 herken je hoogtegordels?
95
De invloed van reliëf
7
Herhaling
Speel in tweetallen een spel met begrippen. Van je docent krijgt een van jullie opdrachtenkaartjes. Op deze kaartjes staan de begrippen vet gedrukt, met daaronder drie woorden. Degene die de kaartjes krijgt, probeert het begrip uit te leggen, zonder de drie woorden te gebruiken die onder het begrip staan. De ander moet het begrip raden. Wissel van beurt. Wie heeft de meeste begrippen geraden?
Welke hoogtegordels zijn dat?
Leerdoelen
En welk klimaat is er boven in de bergen in figuur 12?
Wat moet je kennen en kunnen? e Welke legenda-eenheid zul je waarschijnlijk in de toekomst niet meer op de kaart van W11 terugvinden? Leg je antwoord uit.
f
LB 5
Lees Hoogtegordels in je leerboek.
a Bekijk W13. Wat is een fjord? Tip: Zoek informatie over fjorden op internet.
Wat zul je over vijftig tot honderd jaar waarschijnlijk niet meer zien als je opnieuw een foto maakt van de plek van de figuren 11 en 12?
6
Lees Neerslag door een gebergte in je leerboek en gebruik figuur 3, 8 en 15. Lees achter in je leerboek de vaardigheden 9 Vergelijken en 10 Verbanden leggen en verklaren.
b Welke drie hoogtegordels herken je in W13 en welk klimaat hoort daarbij? 4
1
Lees Hoogtegordels in je leerboek en gebruik alle figuren in §3.
a Leg uit hoe een gebergte zorgt voor neerslag.
2
a Bekijk online het filmpje over de temperatuurverschillen boven land en boven zee tot 0.41 minuten. Op het noordelijk halfrond is er in een gebergte een zonkant: die ligt aan de zuidkant / noordkant van het gebergte. En er is een schaduwkant: die ligt aan de zuidkant / noordkant van het gebergte. De zonkant van een gebergte op het noordelijk halfrond ontvangt veel meer / minder zonne-energie dan de noordkant.
WB
3 c Zoek in de atlas de Sognefjord op. De Aurlandsfjord is hiervan een uitloper. Vlak bij de Sognefjord ligt de Galdhøpiggen, de hoogste berg van Noorwegen. Hoe hoog is deze berg?
m
b Schrijf de volgende woorden op de juiste plaats in W14. Kies uit: veel neerslag – dalende lucht – weinig neerslag – regenschaduw – opstijgende lucht – noordkant Alpen – zuidkant Alpen. c Bekijk figuur 8. Schrijf twee landen op waarin gebieden liggen waar meer dan 2.000 mm neerslag valt. 1
W12 Hoogtegordels. zuid
noord
hoogtegordel / hoogte in meter
klimaat
1 ............................................................... ............................................................ ................................................ meter 1
• Je kunt beschrijven welke soorten reliëf er zijn. • Je kent de algemene regel dat hoe hoger je in een gebergte komt, hoe lager de gemiddelde temperatuur van de lucht is (of: hoe kouder het wordt). • Je kunt beschrijven welke klimaten er in een hooggebergte kunnen voorkomen. • Je kunt beschrijven welke hoogtegordels er in een hooggebergte kunnen voorkomen, en uitleggen hoe deze samenhangen met de gemiddelde temperatuur. • Je kunt uitleggen hoe bij een gebergte neerslag ontstaat en dat er een loef- en een lijzijde is.
2 ............................................................... ............................................................
2
d Vergelijk figuur 8 met de atlaskaart Europa - Natuurkundig (Europa - Fysische geografie en ijstijd). In Europa valt de meeste neerslag in vlakke gebieden / bij gebergten. Verklaar waarom juist daar de meeste neerslag valt.
• Je kunt de soorten reliëf op een kaart herkennen en benoemen. • Je kunt uitleggen waarom de hoogtegordels op het noordelijk halfrond aan de zuidkant van een gebergte hoger liggen dan aan de noordkant van het gebergte. • Vaardigheden toepassen: - 9 Vergelijken - 10 Verbanden leggen en verklaren
Begrippen alpenweide, boomgrens, gletsjer, heuvelland, hooggebergte, hooggebergteklimaat, hoogtegordel, laagland, lijzijde, loefzijde, loofboomgordel, middelgebergte, naaldboomgordel, regenschaduw, reliëf, rotsgordel, toendraklimaat
................................................ meter 2 3 ............................................................... ............................................................ 3
................................................ meter
W14 Kenmerken van de loef- en lijzijde van een gebergte.
Loefzijde
Lijzijde
Digitaal samenvatting en zelftoets §3
4 ............................................................... ............................................................ 4 ................................................ meter 5
5 ............................................................... ............................................................ ................................................ meter
symbolen
926194_BNWRK BOEK.indb 2
vragen over een tekst uit het leerboek
vragen over figuren uit het leerboek
leerdoelenoverzicht
13/06/19 13:09
3
Inhoud
Inhoud Hoe werk je met het werkboek?
2
1 Australië
Start 4 §1 Sydney 5 §2 Australië: een enorm land 8 §3 Australië in de atlas 12 §4 Bronnen: Australië op de aardbol 15 Anders actief - Fitzroy Island 18 - Keuzemenu 19 Finish 21
2 Steden in Nederland
Start 24 §1 De stad 25 §2 Wonen in de stad 29 §3 De stad uit 32 §4 Bronnen: De veranderende stad 36 Anders actief - Bonaire 39 - Keuzemenu 40 Finish 41
3 Landschappen van Afrika
Start 44 §1 Natuurlandschappen in Afrika 45 §2 Breedteligging, temperatuur en neerslag 48 §3 Leven in natuurlandschappen in Afrika 51 §4 Bronnen: Het klimaat is overal anders 55 Anders actief - Madagaskar 58 - Keuzemenu 59 Finish 61
4 Verschillen in India
Start 64 §1 Landschap en bevolking 65 §2 Cultuur 68 §3 Arm en rijk 72 §4 Bronnen: India als wereldmacht 76 Anders actief - Bollywood 79 - Keuzemenu 80 Finish 82
5 Landschappen in Europa
Start 86 §1 Klimaat en vegetatiezones 87 §2 De invloed van zee 91 §3 De invloed van reliëf 93 §4 Bronnen: Leven in de natuurlandschappen 96 Anders actief - Toerisme 99 - Keuzemenu 101 Finish 102
6 Duitsland en Frankrijk in de EU
Start 104 §1 De Europese Unie 105 §2 Bestuur en bevolking 108 §3 Landbouw, industrie en diensten 111 §4 Bronnen: De EU als wereldmacht 115 Anders actief - Grensmuren 118 - Keuzemenu 119 Finish 121
7 Natuurrampen in Azië
Start 124 §1 Vulkanen in Indonesië 125 §2 Japan in de Ring van Vuur 128 §3 Orkaangevaar in de Filipijnen 131 §4 Bronnen: Schade door rampen beperken 134 Anders actief - Natuurrampen in Nederland 138 - Keuzemenu 139 Finish 140
8 Turkije
Start 142 §1 Turkije in een notendop 143 §2 Istanbul 146 §3 Bronnen: Verschillen in Turkije 150 §4 Toerisme 153 Anders actief - Wachten op de grote klap 156 - Keuzemenu 158 Finish 160
Projecten
926194_BNWRK BOEK.indb 3
162
13/06/19 13:09
4
1
Australië
Start
1.
Australië
Hoofdvraag Hoe gebruik je kaarten om Australië te leren kennen?
c Wat zou je nog meer willen weten over Australië? Waar ben je nieuwsgierig naar?
1
Bekijk figuur 1 in je leerboek.
a Beschrijf zo precies mogelijk wat je op de foto ziet.
3
Bekijk samen met een klasgenoot de foto’s in dit hoofdstuk in je leerboek.
a Welke foto’s passen bij jullie antwoord in vraag 2b?
b Herken je de stad op de foto? Zo ja, welke stad is het volgens jou?
c Waaraan herken je de stad op de foto? Noteer ten minste één ding.
b Welke foto past volgens jullie het meeste bij Australië? Leg jullie antwoord uit. c Welke foto verrast jullie en hadden jullie niet verwacht in een hoofdstuk over Australië? Leg jullie antwoord uit.
2
Bekijk figuur 1 in je leerboek.
a De foto is genomen in Australië. Wat weet je al van dit land? Schrijf zo veel mogelijk dingen op. b Bespreek jouw antwoorden met een klasgenoot. Onderstreep in je antwoord bij vraag 2a de dingen die jullie allebei hadden opgeschreven, en schrijf hieronder de dingen op die jouw antwoord aanvullen.
926194_BNWRK BOEK.indb 4
4
Maak de quiz over Australië.
Streep de foute antwoorden door. a Australië is 18,5 keer / 185 keer / 1.850 keer groter dan Nederland. b In Australië wonen 2,4 miljoen / 24 miljoen / 240 miljoen mensen. c Australië ligt op het noordelijk / zuidelijk halfrond. d Veel van de wilde dieren die in Australië leven, kun je wel / niet in Nederland in het wild tegenkomen. e De afstand tussen Amsterdam en Sydney is 1.665 km / 16.650 km / 166.650 km. f De hoofdstad van Australië is Adelaide / Canberra / Melbourne / Sydney. g In het binnenland van Australië regent het veel / weinig en is er een tropisch regenwoud / woestijn.
13/06/19 13:09
§1
5
Sydney
§1 Sydney Deelvraag Hoe kun je kaarten goed lezen?
c Blacktown ligt noordwestelijk / zuidelijk / oostelijk van Sydney. d Hoe kun je in de legenda van de kaart van figuur 3 zien waar een zeehaven of een vliegveld ligt? zeehaven
1
Lees in je leerboek Leren over een gebied.
vliegveld
e Hoeveel zeehavens heeft Sydney volgens figuur 3?
a Zijn de volgende uitspraken juist of onjuist? Alle mensen in Sydney wonen in flats. juist / onjuist Sydney is een grote stad. juist / onjuist In Sydney zijn veel parken en tuinen. juist / onjuist Sydney is een arme stad. juist / onjuist b Wat is bevolkingsdichtheid? Tip: Kijk ook eens in de begrippenlijst in de Finish in je leerboek.
f Welke kleur hebben de woongebieden op de kaart?
g Wat betekent de donkerste kleur in de kaart van figuur 4? h Wat is de bevolkingsdichtheid van Blacktown?
3
c Je gebruikt een rekensom om de bevolkingsdichtheid uit te rekenen. Vul aan.
d In Australië wonen 24.000.000 mensen op een oppervlakte van 7.692.000 km2. Wat is de bevolkingsdichtheid van Australië? Schrijf je berekening op.
a Welk deel van figuur 3 zie je in W1? W1
Het centrum van Sydney.
1
water
2
park
KIRRIBILLI 1
e In Sydney wonen 2.400.000 mensen op een oppervlakte van 12.368 km2. Wat is de bevolkingsdichtheid van Sydney? Schrijf je berekening op.
Port Jac kso n
Ha
Sydney Opera House kson acBridge Sydney Harbour rt J Po bebouwing
e
oppervlakte
= bevolkingsdichtheid
S rbo ydne ur y Bri dg
Lees in je leerboek Hoe lees je een kaart? en gebruik figuur 1, 3, 4 en 6.
openbare gebouwen weg
1
Sydney Opera House
tunnel
1
2 2
f Beschrijf het verschil in bevolkingsdichtheid tussen Australië en Sydney.
Royal Botanic Gardens
2
Aquarium
2
2
Lees in je leerboek Hoe lees je een kaart? en gebruik figuur 3 en 4.
Hyde Park
IMAX theater
2
2
a Wat is de titel van de kaarten?
figuur 3
figuur 4
DARLINGHURST
HAYMARKET
b Waar is het noorden op beide kaarten?
926194_BNWRK BOEK.indb 5
WOLLOOMOOLOO
2
Belmore Park
Taylor Square
2
1 km 1 : 60.000
Centraal Station
SURRY HILLS
13/06/19 13:09
6
1
Australië
5
b Kleur W1 volgens de legenda: het water blauw, de parken groen, het Sydney Opera House rood en de Harbour Bridge oranje. c Zet in W1 een rood kruisje op de plek waar de foto van figuur 1 is genomen en een pijl in de kijkrichting van de foto. d Zet in W1 een blauw kruisje op de plek waar de foto van figuur 6 is genomen en een pijl in de kijkrichting van de foto. e Wat is volgens figuur 4 de bevolkingsdichtheid van het gebied in W1?
Bereken hoeveel km deze gebouwen in werkelijkheid uit elkaar liggen. Vul in.
De schaal van de kaart is 4
a Vul in. 1 kilometer (km) =
meter (m) = centimeter (cm)
100.000 cm =
m=
km
60.000 cm =
m=
km
b Een kaart heeft een schaal van 1 : 100.000. Vul in. cm in werkelijkheid.
1 cm op de kaart is Dat is
m of
km.
c Een kaart heeft een schaal van 1 : 400.000. Vul in.
1 cm op de kaart is
Dat is
figuur 3, Groot-Sydney
W1, het centrum van Sydney
b Meet in W1 met een liniaal de afstand tussen het Sydney Opera House en het IMAX theater. Dat is
Dit betekent dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid is.
Ik heb
a Wat is de schaal van de kaarten in figuur 3 en in W1?
Lees in je leerboek Hoe lees je een kaart?
Gebruik figuur 3 in je leerboek.
×
Dit is
in werkelijkheid.
cm =
m in werkelijkheid en dat is
cm
km
in werkelijkheid. c Meet in figuur 3 de afstand tussen Blacktown en de kust. Gebruik de schaalstok om de afstand in werkelijkheid (in km) te berekenen. Schrijf op hoe je dit aanpakt.
cm in werkelijkheid. m of
cm
cm gemeten op de kaart.
Dat is
cm.
km.
d Een kaart heeft een schaal van 1 : 50.000. Vul in.
1 cm op de kaart is
e Een kaart heeft een schaal van 1 : 100.000. Vul in.
3 cm op de kaart is
km in werkelijkheid.
f Het cijfer na de dubbele punt van de schaal noem je het schaalgetal. Gebruik je antwoorden op vraag 4a t/m 4e om het volgende ezelsbruggetje in te vullen. Als je van cm naar m gaat, streep je uit het schaalgetal. Als je van cm naar km gaat, streep je uit het schaalgetal.
6
m in werkelijkheid.
nullen weg nullen weg
Lees en bekijk figuur 5.
a In W2 zie je waar Pippa woont in Blacktown. Bedenk een titel voor de kaart en schrijf die achter W2. b Zet in W2 een rood kruisje op de plek van de school van Pippa en haar vriendinnen. c Teken met rood de kortste weg van Pippa’s huis naar haar school. d Hoeveel km loopt zij naar school? Tip: Meet de route met een liniaal en gebruik de schaal van de kaart. Schrijf je berekening op. e Kleur in W2 de CityRail en het CityRail station groen. Vind je dat Pippa dicht bij het centrum van Sydney woont? Leg je antwoord uit.
926194_BNWRK BOEK.indb 6
13/06/19 13:09
ua
ke
rs
lm
ou
th
Rd
§1 Q
Rd
Ja
Fa
W2
me
sC o
ok Dr
Vardy
s Rd
St
snelweg G a r d en
hoofdweg straat olt Rd
L yt on S t
R ic
hm
park en natuur
Sunnyh
bedrijven on d
W winkelcentrum met P
Rd
ziekenhuis
Sackvi l
Nagle College r St
.R
M
d
St or a l
sd
d
Bungarrib
ai n
Wall Park A
ee Rd
ve
be Rd
Rd
r Rd
Flushcom
Ln
Reservoi
ns
Lu
cr
mbe Rd
1 km
Western
ow
d
spe
ct H
nR
A44
Motorw
Pro
M4
wy
Flushco
o i r Rd
y
Reserv
n Hw
kt
s te r
ac
t We
Bl
Grea
t St
Ell a m Dr
Lancelo
km in werkelijkheid.
o wn R d
Walters
e Rd
a
bo
Doon sid
Le
huis Pippa
B l a ckt
s Rd
d
b In Nederland wonen 17.000.000 mensen op een oppervlakte van 41.500 km2. Wat is de bevolkingsdichtheid van Nederland? Schrijf je berekening op.
St
BLACKTOWN Dougla
Herhaling
a 1 cm op de kaart van W1 is
W
Balm
on ribee R
L uca s R
Lancaste
Do
Bungar
8
le St
Third Ave
route Pippa
d Noteer twee verschillen en twee overeenkomsten tussen het leven en naar school gaan van Pippa in Sydney en het leven en naar school gaan van jezelf in je eigen omgeving.
CityRail met station woningen
7
Sydney
et
ia
R
c d Welk onderdeel van een kaart gebruik je als je:
een afstand wilt weten?
wilt weten wat een kleur betekent?
wilt weten waar de kaart over gaat?
ay
1 : 55.000
7
Leerdoelen
Gebruik W2 en Google Maps.
a Zoek op Google Maps het huis van Pippa en bekijk het met Google Street View. Loop in Street View de route naar de school van Pippa. Beschrijf wat je onderweg ziet. b Bekijk in Street View het winkelcentrum waar Pippa met haar vriendinnen winkelt. Kleur in W2 het winkelcentrum blauw. Hoe zie je in Street View dat de auto een belangrijk vervoermiddel is in Sydney? c Zoek op internet de school van Pippa op. Wat voor een soort school is het?
Wat moet je kennen en kunnen? LB • Je kunt vier belangrijke onderdelen van een kaart noemen en ze op een kaart herkennen. • Je kunt ten minste twee verschillen en twee overeen komsten noemen tussen leven en naar school gaan in Sydney en jouw eigen omgeving.
WB • Je kunt de bevolkingsdichtheid van een gebied uitrekenen. • Je kunt met de schaal of de schaalstok van een kaart de werkelijke afstand tussen twee plaatsen op die kaart berekenen.
Begrippen bevolkingsdichtheid, gebied, kaart, kaartlezen, legenda, noordpijl, schaal, titel
Digitaal samenvatting en zelftoets §1
926194_BNWRK BOEK.indb 7
13/06/19 13:09
8
1
Australië
§2 Australië: een enorm land Deelvraag Wat betekent inzoomen en uitzoomen, en wat zijn de absolute en de relatieve afstand?
1
Bekijk figuur 9 in je leerboek.
a Zet in W3 de cijfers en de letters van de topografie op de juiste plek. Gebruik hierbij figuur 9. steden 1 Canberra 6 Darwin 2 Sydney 7 Perth 3 Adelaide 8 Alice Springs 4 Melbourne 9 Brisbane 5 Hobart 10 Cairns W3
gebergten en landschappen A Blue Mountains B MacDonnell Ranges (Macdonnell Ranges) C Great Dividing Range (Groot Australisch Scheidingsgebergte) D Grote Victoriawoestijn E Gibsonwoestijn buurlanden I Papoea-Nieuw-Guinea II Nieuw-Zeeland III Indonesië wateren a Grote Oceaan f Koraalzee b Great Barrier Reef g Swan c Tasmanzee h Murray d Indische Oceaan i Eyremeer (Lake Eyre) e Timorzee j Arafurazee
Topografie van Oceanië en Australië.
500 km 1 : 33.000.000
926194_BNWRK BOEK.indb 8
13/06/19 13:09
§2
3
b Vul in en streep de foute woorden door. De hoogste berg van Australië heet (hoogte
m, figuur 9).
Die berg ligt in het noorden / midden / zuidoosten / zuidwesten van het land, vlak bij de hoofdstad
9
Australië: een enorm land
Lees in je leerboek Kaarten van grote gebieden en Kaarten van kleine gebieden.
a Zoek in Google Maps het Sydney Opera House. Wat kun je allemaal zien op deze kaart? Schrijf drie dingen op. 1 2 3
Lees in je leerboek Kaarten van grote gebieden en Kaarten van kleine gebieden, en gebruik figuur 3 en 9.
a In welke figuur wordt een groter gebied afgebeeld: in figuur 3 of in figuur 9? b Streep de foute woorden door. Als je achtereenvolgens kijkt naar figuur 3 en figuur 9, zoom je in / zoom je uit. Als je achtereenvolgens kijkt naar figuur 9 en figuur 3, zoom je in / zoom je uit. c Vul in. Als je achtereenvolgens kijkt naar figuur 3 en W2,
zoom je
Als je achtereenvolgens kijkt naar W2 en figuur 3,
zoom je
1 2 3 c Zoom uit naar heel Australië. Wat kun je zien op deze kaart? Schrijf drie dingen op. 1 2 3 d Streep de foute woorden door. Als je uitzoomt, zie je steeds meer / minder details op de kaart. Als je uitzoomt, zie je een steeds groter / kleiner gebied op de kaart. Op de kaart van W2 / figuur 3 / figuur 9 zie je het grootste gebied. Op de kaart van W2 / figuur 3 / figuur 9 zie je de meeste details.
Een globe (A) en een kaart van New South Wales (B), Australië. QUEENSLAND
Ballina
Tibooburra Bourke
N a m oi Mac
g rlin Da
qu
NEW SOUT H WALES hlan Lac
Mildura
Griffith Wagga Wagga Mu rra y Albury Wodonga
VICT ORIA Melbourne
926194_BNWRK BOEK.indb 9
Grafton
Coff’s Harbour
Tamworth Port Macquarie
ie
ar
Broken Hill
Inverell
Dubbo
Taree
Newcastle
Orange
Windsor
e
B
anz e
A
sm
W4
b Zoom uit zodat je heel Sydney in beeld hebt. Wat kun je allemaal zien op deze kaart? Schrijf drie dingen op.
Ta
2
Sydney
Wollongong Goulburn Nowra Canberra A.C.T Bateman’s Bay Bega 200 km 1 : 15.000.000
13/06/19 13:09
10 4
1
Lees in je leerboek vaardigheid 4 Inzoomen en uitzoomen en gebruik figuur 3 en 9 en W2.
Australië
b Kies voor een route met de auto. Wat is de relatieve afstand tussen deze twee plaatsen met de auto in tijd en in km?
a Op welk schaalniveau zijn figuur 3, figuur 9 en W2 getekend? Streep de foute woorden door. figuur 3 lokaal / regionaal / nationaal / continentaal figuur 9 lokaal / regionaal / nationaal / continentaal W2 lokaal / regionaal / nationaal / continentaal b Bekijk W3 en W4. Welk schaalniveau hebben deze kaarten?
tijd
W3
schaal
W4A
schaal
W4B
schaal
d Wanneer is de relatieve afstand tussen twee plaatsen groter? Streep het foute antwoord door. - Als je met een snel / langzaam vervoermiddel reist. - Als je via een rechte weg / een weg met veel bochten reist. - Als je op de weg tussen de twee plaatsen hard mag rijden / langzaam moet rijden. e Bekijk figuur 8. Vul in. De absolute afstand tussen Sydney en Cairns is
5
Lees in je leerboek Enorme afstanden en gebruik W3.
a Wat is de schaal van W3? 1 : b Meet met je liniaal de afstand tussen Perth en Darwin
Wat is de werkelijke afstand tussen Perth en Darwin? Schrijf je berekening op. c Meet met je liniaal de afstand tussen Darwin en Alice
Wat is de werkelijke afstand tussen Darwin en Alice
is de
gemeten in
is de
afstand.
Lees in je leerboek Enorme afstanden en gebruik figuur 8 en 9.
a Ga naar Google Maps. Klik rechtsboven in het zoek venster op Routebeschrijving (blauw vierkantje op zijn kant met een witte pijl erin). Vul in het vak Je locatie Amsterdam in en daaronder Nijmegen. Klik op het vergrootglas. Ga in de kaart op Amsterdam staan en klik met je rechter muisknop en klik op Afstand meten. Klik daarna met je linker muisknop in Nijmegen. Wat is de absolute afstand tussen deze twee plaatsen?
926194_BNWRK BOEK.indb 10
km.
De absolute afstand tussen Cairns en Darwin is km, en de relatieve afstand is
km.
f De absolute afstand tussen Sydney en Cairns is een klein beetje groter dan die tussen Cairns en Darwin. Toch is de relatieve afstand tussen Cairns en Darwin veel groter dan die tussen Sydney en Cairns. Geef hiervoor een verklaring met behulp van figuur 9.
7
of
afstand kan verschillen.
km, en de relatieve afstand is
afstand. De afstand
De 6
km
km
d De afstand gemeten langs een rechte lijn (hemelsbreed)
tijd
cm.
Springs in W3. Dat is
Springs?
c Kies voor een route met de fiets. Wat is de relatieve afstand tussen deze twee plaatsen met de fiets in tijd en in km?
cm.
in W3. Dat is
km
Lees in je leerboek Landschappen in Australië en gebruik figuur 7, 9, 10 en 11.
a Zet in W3 een rode X op de plekken waar de foto’s van figuur 7, 10 en 11 zijn genomen. b Welke soort elementen zijn te zien in figuur 7, 10 en 11? Streep de foute woorden door. figuur 7 natuurlijke elementen / inrichtingselementen figuur 10 natuurlijke elementen / inrichtingselementen figuur 11 natuurlijke elementen / inrichtingselementen c Noteer voor figuur 7 en 11 twee van deze elementen.
figuur 7
1
2
figuur 11 1
2
d Welk soort landschap zie je in figuur 11?
km
13/06/19 13:09
§2
Australië: een enorm land
e Gebruik figuur 9. In welk landschap zullen meer mensen recreëren of op vakantie gaan: in dat van figuur 7 of in dat van figuur 10? Leg je antwoord uit. Gebruik in je antwoord het begrip absolute afstand.
11
Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? LB
8
Lees in je leerboek Landschappen in Australië.
• Je kunt het verschil uitleggen tussen uitzoomen en inzoomen. • Je kunt het verschil uitleggen tussen absolute en relatieve afstand. • Je kunt het verschil uitleggen tussen een natuurlandschap en een ingericht landschap en deze landschappen op beelden herkennen. • Je kunt op beelden inrichtingselementen en natuurlijke elementen herkennen en benoemen.
a Wat is jouw favoriete landschap? Leg uit waarom dat zo is.
WB
b Maak op een apart vel papier een tekening van dat landschap. Je mag ook een foto zoeken op internet en hem printen. c Geef in je tekening of in de foto de natuurlijke elementen en de inrichtingselementen aan. d Vertel aan een klasgenoot waarom dit je favoriete landschap is. Vergelijk elkaars tekeningen of foto’s. Herkennen jullie de elementen die je hebt benoemd?
• Je kent de topografie van Australië en zijn buur landen (W3). • Je kunt de begrippen inzoomen, uitzoomen en schaalniveau toepassen op kaarten. • Je kunt de absolute afstand berekenen tussen twee plaatsen op een kaart. • Je kunt beschrijven hoe de relatieve afstand tussen twee plaatsen kan veranderen. • Vaardigheid toepassen: - 4 Inzoomen en uitzoomen
Begrippen
absolute afstand, ingericht landschap, inrichtingselement, inzoomen, natuurlandschap, natuurlijk element, relatieve afstand, schaalniveau, uitzoomen
9
Herhaling
a Streep het foute antwoord door. Als je achtereenvolgens figuur 9 en figuur 3 bekijkt, zoom je in / uit. b Wat is het schaalniveau van W3?
Digitaal samenvatting en zelftoets §2
c Welke twee inrichtingselementen op de kaart van W1 zorgen ervoor dat de relatieve afstand tussen Kirribilli en het centrum van Sydney kleiner wordt? 1 2 d De foto van figuur 2 heeft kenmerken van zowel een natuurlandschap als van een ingericht landschap. Leg dit uit.
926194_BNWRK BOEK.indb 11
13/06/19 13:09
12
1
Australië
§3 Australië in de atlas b Bekijk figuur 14. Hoe zie je dat in dit gebied de bevolkings dichtheid hoog is?
Deelvraag Hoe werk je met de atlas?
1
Bekijk in je leerboek figuur 9 en figuur 13.
c Beschrijf het verschil in bevolkingsdichtheid tussen heel Sydney, het centrum van Sydney en de buitenwijken van Sydney.
a Welke informatie geven figuur 9 en 13?
figuur 9
figuur 13
d Geef een verklaring voor het verschil in bevolkingsdichtheid in het centrum van Sydney en die in de buitenwijken van Sydney.
b Welke twee andere kaarten in dit hoofdstuk in je leerboek geven dezelfde informatie, maar dan op een ander schaalniveau? figuur
en figuur
c Op welk schaalniveau is figuur 13 getekend? 2
Lees in je leerboek Soorten kaarten en gebruik figuur 9 en 13.
a Wat voor soort kaarten zijn figuur 9 en figuur 13?
figuur 9
figuur 13
overzichtskaart
figuur
figuur
c Schrijf achter de volgende voorbeelden telkens of het een thematische kaart of een overzichtskaart is. - een kaart over de hoeveelheid neerslag
in een gebied
- een kaart van Rusland
- een kaart over het aantal windmolens per gemeente
e Bekijk figuur 16. Denk je op basis van deze foto dat de bevolkingsdichtheid van Perth groter of kleiner is dan die van Sydney als geheel?
Waarom denk je dat?
b Welke andere kaarten in dit hoofdstuk in je leerboek zijn ook overzichtskaarten, en welke zijn thematische kaarten?
thematische kaart
f Perth heeft 1,9 miljoen inwoners en het oppervlak van de stad is 5.386 km2. Bereken de bevolkingsdichtheid van Perth. Schrijf je berekening op. g Streep de foute woorden door. Er wonen in Sydney gemiddeld meer / minder mensen per km2 dan in Perth. Dit komt doordat het oppervlak van Sydney kleiner / even groot / bijna twee keer zo groot is als het oppervlak van Perth, en er in Sydney maar een derde / een vijfde / een achtste meer mensen woont dan in Perth.
in Nederland 4
3
Lees in je leerboek Bevolkingsdichtheid en gebruik figuur 14 en 16.
a Wat was ook alweer het oppervlak, het aantal inwoners en de bevolkingsdichtheid van heel Sydney? Tip: Bekijk opdracht 1 in §1.
926194_BNWRK BOEK.indb 12
Lees in je leerboek Bevolkingsdichtheid en gebruik figuur 13, 14, 15 en 16.
a Bekijk figuur 13. Welke legenda-eenheid geeft het meest dichtbevolkte gebied aan? b Kleur W5 volgens de legenda. c Arceer het meest dichtbevolkte gebied in de kaart volgens de legenda.
13/06/19 13:09
§3
d Wat voor soort landschap zie je in figuur 14, 15 en 16?
figuur 14
figuur 15
figuur 16
13
Australië in de atlas
b Zoek in de bladwijzer op welk kaartblad (= bladzijde in de atlas) je het beste kunt gebruiken om een kaart van Australië te vinden.
e De plekken van figuur 14, 15 en 16 zijn aangegeven in W5. Klopt wat je ziet op de foto’s met de bevolkingsdichtheid op de kaart? Leg je antwoord uit.
c Zoek in de bladwijzer de kaartnummers van de volgende kaarten: IJsland Midden-Nederland Marokko
Frankrijk
d Bekijk de kaart van Marokko. Wat voor soort kaart is dit?
W5
Bevolkingsdichtheid Australië.
6
1.000 km 1 : 45.000.000
2 2
aan Oc e
he
ote Gr
sc di In
2
an ea Oc
2
2
3 2
1
2
2 1
3
2 134
2
1
3
figuur 15
figuur 4 2 16 3
4
3
1 3
2
1 4
figuur 14
1
3 4
Indische Oceaan 1
Lees in je leerboek Werken met de atlas t/m Trefwoordenregister en gebruik figuur 12. Gebruik de atlas.
a Schrijf de volgende plaatsen in alfabetische volgorde in de linkerkolom van W6: Phnom Penh – Arequipa – Khartoum – Whitehorse – Nibbixwoud. b Vul in W6 de middelste twee kolommen in. Gebruik het topografische register in de atlas. Schrijf achter elke plaats de kaart en het kaartvak waar deze plaats in de atlas te vinden is. c Zoek elke plaats in de atlas op en noteer in de rechter kolom in W6 in welk land deze plaats ligt. d De foto van figuur 12 is genomen vlak bij Woomera. Zoek deze plaats op met het topografische register in de atlas en zet een rode X op de juiste plek in W5. e Zoek in het trefwoordenregister de wereldkaart over
2 1 3
godsdiensten op. Dat is kaartnummer f Welke godsdiensten komen in Australië voor?
aantal inwoners per km2 1
minder dan 1
3
1 - 10
dichtbevolkt gebied
2
1
4
10 - 50
stedelijke agglomeratie met 1 - 5 miljoen inwoners
g Gebruik het trefwoordenregister. Welke kaart geeft informatie over mijnbouw in Australië?
5
Lees in je leerboek Werken met de atlas t/m Bladwijzer. Gebruik de atlas.
a Waar staat de bladwijzer in jouw atlas?
Dat is kaartnummer
h Bekijk de kaart over mijnbouw in Australië uit vraag 6g. Welke grondstoffen worden er op gewonnen op Tasmania (Tasmanië)?
W6
Vijf plaatsen in de atlas.
Plaats
926194_BNWRK BOEK.indb 13
Kaartblad Kaartvak Land
13/06/19 13:09
14 7
1
Australië
9
Lees in je leerboek Werken met de atlas t/m Inhoud. Gebruik de atlas.
a Ga naar de algemene inhoud of de inhoudsopgave in je atlas en blader hier doorheen. Streep het foute antwoord door. De volgorde van de kaarten in de atlas is van dichtbij naar veraf / van veraf naar dichtbij. b Zoek de kaart De wereld - Staatkundig (Wereld -
Herhaling
Vul in. a Als je de naam van een plaats weet, maar niet weet waar die plaats ligt, gebruik je b Als je een kaart zoekt over een onderwerp, zoals het aantal varkens per boerderij in Nederland, gebruik je
Staatkundig). Dit is kaartnummer
c Bekijk de kaart uit vraag 7b. Schrijf drie landen op die net als Australië eilanden zijn.
c Als je een symbool op een kaart niet begrijpt, kijk je in
1
2
d Als je de titel van de kaart weet, en je zoekt het kaartblad, kijk je in
3
8
e Als je weet waar een land ligt en je zoekt een kaart van dat land, kijk je in
Lees in je leerboek Werken met de atlas t/m Legenda. Gebruik de atlas.
a Gebruik de atlaskaart Australië en Nieuw-Zeeland (Australië en Nieuw-Zeeland - Fysische geografie). Wat voor soort kaart is dit?
Leerdoelen
Wat moet je kennen en kunnen?
b Wat betekent de zwarte, doorgetrokken lijn in de kaart?
LB • Je kunt het verschil uitleggen tussen een thematische kaart en een overzichtskaart. • Je kunt met het begrip bevolkingsdichtheid uitleggen wanneer een gebied dichtbevolkt of dunbevolkt is. • Je kunt beschrijven waar in Australië de bevolkings dichtheid hoog is en waar laag. • Je weet waar de inhoudsopgave, de bladwijzer, de registers en legenda’s in de atlas te vinden zijn en waarvoor je ze kunt gebruiken.
c Noteer het aantal inwoners van: Canberra Sydney Darwin d Welke informatie geeft de kaart van Australië en Nieuw-Zeeland over de rivier de Finke, die uitmondt in het Eyremeer (Lake Eyre)?
WB
e Gebruik de atlaskaart Australië en Nieuw-Zeeland Neerslag (Australië en Nieuw-Zeeland - Temperatuur en neerslag in januari). Wat voor soort kaart is dit?
• Je kunt een thematische kaart en een overzichts- kaart herkennen, en ze aflezen. • Je kunt in de atlas informatie opzoeken over een gebied met de inhoudsopgave, de bladwijzer, de registers en legenda’s.
Hoeveel neerslag valt er gemiddeld per jaar in Perth?
Ò Alcarta: Hoeveel neerslag valt er gemiddeld in januari
in Perth?
926194_BNWRK BOEK.indb 14
Begrippen atlas, bevolkingsdichtheid, dichtbevolkt, dunbevolkt, overzichtskaart, thematische kaart
Digitaal samenvatting en zelftoets §3
13/06/19 13:09
§4
15 15
Bronnen: Australië op de aardbol
§4 Bronnen: Australië op de aardbol Kaapstad noordelijk / zuidelijk halfrond,
Deelvraag Hoe bepaal je de absolute ligging van een plaats?
1
Casablanca noordelijk / zuidelijk halfrond,
e Gebruik de atlas. Op welke breedtegraad en in welk land liggen de volgende plaatsen?
Lees en bekijk in je leerboek bron 4.
keerkring. Een
cirkel
is een lijn die punten met elkaar verbindt die op dezelfde liggen.
keerkring en de
Dit geldt ook voor de
cirkels lopen aan elkaar.
evenwijdig of
d Op welk halfrond en op welke breedtegraad liggen de plaatsen in W7? Vul in en streep het foute antwoord door. Amsterdam noordelijk / zuidelijk halfrond,
° Z.B. / N.B.
Istanbul
noordelijk / zuidelijk halfrond,
° Z.B. / N.B. W7
° Z.B. / N.B.
a Kleur in W7 de evenaar rood. b Kleur in W7 het noordelijk halfrond blauw en het zuidelijk halfrond groen. c Vul in. De evenaar is een cirkel of
° Z.B. / N.B.
Castellón de la Plana
Beijing 2
Lees en bekijk in je leerboek bron 5 t/m het tweede bolletje.
a Kleur in W8 de nulmeridiaan rood. b Kleur in W8 het oostelijk halfrond blauw en het westelijk halfrond groen. c Vul in. De nulmeridiaan is een (halve) cirkel of is een lijn die punten met
meridiaan. Een
loopt van de
Een
W8
pool .
naar de
Breedteligging.
liggen.
elkaar verbindt die op dezelfde
Lengteligging.
90° N.B.
30° O.L.
0°
Casablanca
.L.
Istanbul Casablanca
O 60°
Amsterdam
Amsterdam
.L.
30 °
.
12 0° O .L .
°O 90
6 0° N . B
.L. °W 60 . .L W
Istanbul
. 30° N.B Conakry
0°
. 30° Z.B Kaapstad 90° Z.B.
926194_BNWRK BOEK.indb 15
13/06/19 13:09
16
1
d Op welk halfrond en op welke lengtegraad liggen de plaatsen in W8? Streep het foute antwoord door. Amsterdam westelijk / oostelijk halfrond,
° W.L. / O.L.
Istanbul
d Gebruik W10. Wat is de absolute ligging van Sydney en Perth? Sydney Perth
westelijk / oostelijk halfrond, ° W.L. / O.L.
Australië
e Gebruik de atlas. Op welke lengtegraad en in welk land liggen de volgende plaatsen?
e Teken in W10 een rode stip op de absolute ligging van de plek op de foto van bron 1. Wat zijn de coördinaten van deze plek?
Douala
W10 Graadnet Australië.
Phnom Penh
Kupang
10° Z.B.
Nuuk
O he
aan ce
1.000 km
Darwin
1 : 45.000.000
Gulf of Carpentaria
Cairns
Derby
e ot Gr
sc di In
Lima
Port Moresby
Timor Sea
Oc
Broome
3
a Zet de cijfers 1 t/m 10 op de juiste plek in W9. 1 evenaar 6 noorderbreedte 2 Noordpool 7 zuiderbreedte 3 Zuidpool 8 nulmeridiaan 4 noordelijk halfrond 9 breedtecirkel / parallel 5 zuidelijk halfrond 10 lengtecirkel / meridiaan b Wat is de absolute ligging van de plaatsen A en B?
30° Z.B.
Indis
Port Augusta
Bourke
Broken Hill
New South Wales
Adelaide
che Oceaan
Victoria
Sydney
Canberra Melbourne
Tasmania
T a s m a n
S e a
.
Hobart
150° O.L
140° O.L.
130° O.L.
4
g
rlin
Da
Great Australian Bight
Lees en bekijk in je leerboek bron 2 en 3.
a Bekijk W5 nog een keer. Geef een verklaring voor de verdeling van de bevolkingsdichtheid in W5.
L. W. .
60°
b Teken in W10 een rode stip op de absolute ligging van de plek op de foto van bron 3. Wat zijn de coördinaten van deze plek?
O.L
.
30° O.L.
60° N.B
12 0° O .L .
.L. °O 90
. .L W
0°
Brisbane
90° N.B.
30 °
Gladstone
Queensland
Cook
Port Lincoln
plaats B heeft de coördinaten:
° 60
Kalgoorlie
Perth
.
Het graadnet.
AUSTRALIË South Australia
Geraldton
40° Z.B
c Zet in W9 een rode stip op de plaatsen met de volgende coördinaten, en zet er C en D bij: plaats C 10° N.B. 10° O.L. plaats D 30° Z.B. 30° O.L.
Mackay Alice Springs
Western Australia
Carnarvon
plaats A heeft de coördinaten:
W9
erkring
.
e eenboksk StLearmonth
Mount Isa
Northern Territory
120° O.L
. Z.B Hedland 20°Port
Lees en bekijk in je leerboek bron 1 en 5.
n eaa
Tennant Creek
B
. 30° N.B
c Op welke atlaskaart van Australië vind je informatie over wat je ziet in bron 3? Noteer kaartnummer en -titel.
A
0°
5 . 30° Z.B
926194_BNWRK BOEK.indb 16
Herhaling
Werk in groepjes. Elk groepje zet stippen op de kaart van W11 van de coördinaten in W12. Vul daarna alle namen in W12 in. Gebruik de atlaskaart De wereld - Staatkundig. Het groepje dat als eerste alles goed heeft ingevuld, is de winnaar.
13/06/19 13:09
§4
17
Bronnen: Australië op de aardbol
W11 Topografie van landen en steden. 150°
120°
90°
60°
30°
0°
30°
60°
90°
120°
150°
60° N.B.
60° N.B.
30° N.B.
30° N.B.
0°
0°
30° Z.B.
30° Z.B.
5.000 km 1 : 210.000.000
60° Z.B.
hoofdstad
150°
120°
90°
60°
30°
0°
30°
60° Z.B.
60°
90°
120°
150°
W12 Coördinaten hoofdsteden en landnamen.
Coördinaten Hoofdstad 1 13° N.B. 100° O.L. 2
19° N.B. 99° W.L.
3
12° Z.B. 77° W.L.
4
25° Z.B. 28° O.L.
5
52° N.B. 5° O.L.
6
15° Z.B. 48° W.L.
7
40° N.B. 116° O.L.
8
39° N.B. 77° W.L.
9
41° Z.B. 175° O.L.
10
6° Z.B. 106° O.L.
Leerdoelen Wat moet je kennen en kunnen? LB • Je kunt uitleggen hoe je de aarde indeelt in een graadnet met breedtecirkels en meridianen. • Je kunt uitleggen hoe je met dit graadnet de absolute ligging van een plaats opzoekt. • Je kunt beschrijven waar in Australië de bevolkings dichtheid groot is en waar klein en verklaren waarom dat zo is.
Land
WB • J e kunt de coördinaten opzoeken van een plaats op aarde met het graadnet en de absolute ligging van een plaats beschrijven.
Begrippen aardas, absolute ligging, breedteligging, breedtecirkel, coördinaten, evenaar, graadnet, lengtecirkel, lengteligging, meridiaan, noordelijk halfrond, noorderbreedte, Noordpool, nulmeridiaan, oostelijk halfrond, oosterlengte, parallel, westelijk halfrond, westerlengte, zuidelijk halfrond, zuiderbreedte, Zuidpool
Digitaal samenvatting en zelftoets §4
926194_BNWRK BOEK.indb 17
13/06/19 13:09
18
1
Australië
Anders actief a Welke onderdelen heeft een goede kaart altijd?
Fitzroy Island
1
2
3
a Welke informatie geeft bron 6 je over Fitzroy Island?
4
Zet deze onderdelen ook op jullie kaart. b Teken een kaart van het eiland. Teken eerst met behulp van Google Maps de omtrek van het eiland. Kies een makkelijke schaal, bijvoorbeeld 1 cm = 1.000 m = 1 km. Zo past het eiland goed op een A4’tje (in de breedte). Je weet uit opdracht 1 al hoe groot het eiland is. c Teken wat er allemaal al is aan bebouwing, zoals het resort en de aanlegsteiger, het strand en de vuurtoren. Let weer op de schaal. Vergeet de legenda niet en zorg ervoor dat alles wat je tekent ook in de legenda staat. d Teken ook de begroeiing op het eiland en zet dit in de legenda. Tip: Weet je niet wat tropisch regenwoud is? Zoek er dan informatie over op. e Bedenk waar je alle nieuwe elementen wilt gaan plaatsen op het eiland. Let erop dat alles ongeveer klopt met de schaal van jullie kaart. En dat je maar 10% van het eiland mag bebouwen! Dit moeten jullie in ieder geval tekenen: - een tweede hotel - een jachthaven - een windmolen - zonnepanelen - strand - wandelpaden door het tropische regenwoud f Wat zouden jullie zelf graag op het eiland terugzien? Geef ook dat een plek in je kaart. Vergeet de legenda niet aan te vullen. g Bespreek jullie kaart met een andere groep. Wat zijn verschillen en overeenkomsten?
1
Lees in je leerboek Fitzroy Island en bekijk bron 6. Gebruik Google Maps.
b Zoek met Google Maps Fitzroy Island op. Om met Google Maps afstanden te berekenen, klik je met je rechtermuisknop op een locatie en kies je voor Afstand meten. Vervolgens klik je op een andere locatie weer op je rechtermuisknop en kies je voor Afstand tot hier. Je ziet een lijn verschijnen tussen de beide punten. Meet hoe groot Fitzroy Island is:
van noordoost naar zuidwest:
km
de breedte van het eiland:
km
c Zoom uit tot je de stad Cairns in beeld krijgt. Meet hemelsbreed de afstand van het midden van Fitzroy Island naar de kust van Cairns.
km
d Is de afstand die de veerboot moet varen van Cairns naar Fitzroy Island groter of kleiner dan de afstand die je in vraag 1c hebt gemeten? Leg je antwoord uit. e Heb je in vraag 1b en 1c absolute of relatieve afstanden gemeten?
2
Vorm groepjes van twee of drie klasgenoten.
Je weet nu hoe Fitzroy Island er ongeveer uitziet en hoe groot het is. Jullie gebruiken de informatie uit het leerboek en uit vraag 1 om een kaart te maken. Vraag een leeg vel papier aan je docent. Zet hierop jullie namen in de rechter bovenhoek. Tip: Maak eerst een kladversie. Als jullie daar tevreden over zijn, tekenen jullie de kaart in het net. Richt het eiland zo in dat jullie en andere toeristen er graag naartoe op vakantie zouden willen.
926194_BNWRK BOEK.indb 18
Heb je door de bespreking nieuwe ideeën gekregen? Pas je kaart dan nog aan. h Maak de kaart zo netjes en mooi mogelijk en lever hem dan in bij je docent.
13/06/19 13:09
Anders actief
19
Keuzemenu
Keuzemenu
Dat is
cm (rond af op een heel getal).
e Bereken hoeveel meter jouw hele route in werkelijkheid is. × m= m.
f Het duurt ongeveer 12 minuten om 1 km te lopen. Hoeveel minuten moet je ongeveer lopen van het Centraal Station naar het Anne Frankhuis?
minuten
T
b Wat betekenen de groene rondjes in de kaart?
IJD SV
O
O RB UR GW
AL
DA M
RA K
SP UI ST RA AT
OU DE Z
NIEUWMARKT
Rembrandthuis
S I N GE
c Kleur in W13 het station geel en het Anne Frankhuis rood. Mel Stadsd Hoe kun je met het openbaar vervoer bij het Anne DeLaMa schouwb bushalte Лейде Pijpe Frankhuis komen? r n-
tramhalte
DAM
Oude Kerk
Koninklijk Paleis
ROKIN
HERENGRACHT
KEIZERSGRACHT
PRINSENGRACHT
1 Lees de tekst van keuzemenu B in je leerboek. 2 Bekijk bron 8 in je leerboek. a Wat betekent de M in de kaart?
Nieuwe Kerk
SINGEL
Dagje Amsterdam
HT
AC H
HE RE
KE
Anne Frankhuis
B
NG RA C
IZE RS
GR
GR A
CH T
W13 Het centrum van Amsterdam.
SE N
Lees de tekst van menu A in je leerboek en bekijk bron 7. Maak in een groepje een digitale poster op A3-formaat van een rondreis door Australië. Kies op internet minstens vijf plekken die jullie willen bezoeken. Van iedere plek zet je één foto op de poster en daarbij schrijf je een korte tekst over wat daar te zien is. Dat doe je zo. 1 Je kunt met verschillende programma’s een digitale poster maken, bijvoorbeeld met PowerPoint. 2 Om informatie te vinden, kun je via Google Australië reis intypen. Je vindt dan reissites die je kunt gebruiken. 3 Vraag aan je docent hoe lang je erover mag doen. Spreek ook af hoe je de poster inlevert. 4 De volgende onderdelen moeten op de poster staan: - de titel van de poster en jullie namen - minimaal vijf bezienswaardigheden met foto(’s) en een korte tekst over waarom die plek bijzonder is - een kaartje met de reisroute waarop de vier dingen staan die altijd op een goede kaart moeten staan
d Meet met een liniaal hoeveel centimeter jouw route op de kaart is van het Centraal Station naar het Anne Frankhuis.
IN
Rondreis Australië
PR
A
L
AMSTEL
250 m 1 : 17.000
station
Foam
metrohalte
attractie of bezienswaardigheid Magere Brug
3 Gebruik bron 8. a Misschien kun je ook naar het Anne Frankhuis lopen. Stippel in W13 met rood de kortste route van het Centraal Station naar het Anne Frankhuis. b Wat gebruik je om te berekenen hoe ver het lopen is van het station naar het Anne Frankhuis?
c De schaal van de kaart in W13 is 1 :
Dat betekent dat 1 cm op de kaart in werkelijkheid cm of
C
Mijn route naar school
1 Zoek een kaart waar jouw huis en school op staan. Maak er een kopie of een print van. 2 Zet bij je huis een rode stip en bij je school een blauwe. 3 Teken met een rode kleur de route van je huis naar school. 4 Teken langs jouw route een paar herkenningspunten, zoals een benzinestation, een molen of het huis van je oma. 5 Schrijf de schaal op de kaart.
m is.
926194_BNWRK BOEK.indb 19
13/06/19 13:09
20
1
6 Bereken met de schaal hoeveel kilometer (of meter) jouw route is. Schrijf onder aan de kaart: Van mijn huis naar school is het ongeveer km m.
of
Australië
e Waarom heeft Australië verschillende tijdzones en Nederland niet?
7 Maak een legenda. 8 Teken een noordpijl en zet een titel boven de kaart. 9 Je kunt je kaart nog mooier maken door er zelfgemaakte foto’s van onderweg bij te plakken.
4 Gebruik de atlaskaart Tijdzones (Wereld - Netwerk, Tijdzones). Vul in. a Als het in Engeland 12.00 uur is, is het in Nederland
D
Pretpark Nederland
Ga jij ook zo graag naar een pretpark? Maak het menu online.
De
kan de aarde maar aan één
De dag begint op verschillende plekken op aarde niet op
hetzelfde moment, omdat de aarde
Op aarde is het niet overal even laat. Hoe verder je naar
het
gaat, hoe later het wordt. Hoe verder gaat, hoe vroeger. Een gebied
je naar het
met dezelfde tijd heet een
Het verschil in tijd tussen twee plaatsen is het
.00 uur.
In Sydney is het nu dus ongeveer
is.
.00 –
=
.00 uur.
e Vul W14 in. Gebruik daarvoor de atlas. f Stel, je wilt bellen met Pippa in Blacktown bij Sydney. Je moet dan eerst uitzoeken hoe laat je haar kunt bellen. Vul daarvoor W15 in. g Op welke van de (Nederlandse) tijden uit W15 zou jij haar bellen?
om
.00 uur of om
.00 uur
W14 In Engeland is het 12.00 uur. Hoe laat is het dan in …
Plaats
Tijd in de plaats zelf
Tijdverschil met Engeland
Amsterdam Sydney (Australië)
New York (VS) Kaapstad (Zuid-Afrika)
3 Zoek de atlaskaart Tijdzones (Wereld - Netwerk, Tijdzones). Je ziet de aarde, verdeeld in gebieden met dezelfde tijd. In elk gebied staat een getal. Dat is het tijdverschil tussen dat gebied en de tijd in Engeland. a Bekijk de getallen in de tijdzones. Streep de foute woorden door. Ten westen van Engeland moet je tijd optellen / aftrekken, ten oosten moet je tijd optellen / aftrekken. b Vul in. In de tijdzone van Nederland staat c Vul in. Als het in Engeland 12.00 uur is, is het bij ons in
heel uur. Het is nu ongeveer
kant beschijnen. Dat komt doordat de aarde een
.00 uur.
d Schrijf op hoe laat het nu bij jou is. Rond af op een
Hoe laat is het in Sydney?
1 Lees de tekst van keuzemenu E in je leerboek. Lees en bekijk bron 9, 10 en 11. 2 Vul in.
.00 uur.
uur b Tussen Nederland en Sydney zit dus tijdverschil. c Als het in Nederland 09.00 uur is, is het in Sydney
E
.00 uur en in Sydney
Nederland 12 + 1 =
Vancouver (Canada) W15 Tijden in Sydney.
Tijd in Nederland
Tijd in Sydney
06.00 uur
.00 uur
10.00 uur
.00 uur
15.00 uur
.00 uur
21.00 uur
.00 uur
.00 uur.
d Hoeveel tijdzones zijn er in Australië?
926194_BNWRK BOEK.indb 20
13/06/19 13:09
21
Finish
Finish In dit hoofdstuk ben je aan de slag gegaan met de hoofdvraag: Hoe gebruik je kaarten om Australië te leren kennen? In deze Finish oefen je daar nog een keer mee.
Kijkvragen
De plaats ligt aan de noordoostelijke / zuidwestelijke / noordwestelijke / zuidoostelijke kant van het eiland. Het eiland ligt ten noorden / zuiden / westen / oosten van het vasteland van Australië. d Vergelijk figuur 17 en 18 met elkaar. De bevolkingsdichtheid in het gebied van figuur 17 is dan die in het gebied van figuur 18. Dit komt
1 Bekijk in je leerboek figuur 17. a Hoe heet het meer op de foto?
vooral door het
figuur 17 valt weinig
b Wat is het witte materiaal op de foto, denk je?
In het gebied van figuur 18 valt voldoende
en is het niet te
c Zoek de plek van de foto op in de atlas. Wat is de absolute ligging van deze plek?
d Wat betekent het getal in de atlas dat in het meer staat?
e Gebruik de atlaskaarten Australië en Nieuw-Zeeland en Australië en Nieuw-Zeeland, Neerslag (Australië en Nieuw-Zeeland - Fysische geografie en Temperatuur en neerslag in januari en juli). Vul in en streep de foute antwoorden door. Het Eyremeer (Lake Eyre) ligt onder / boven de zeespiegel. Het ligt in een gebied waar gemiddeld veel / weinig neerslag valt. De rivieren in het gebied voeren daarom af en toe / altijd water af naar het meer. Dit is te zien op de kaart aan de legenda-eenheid In het meer blijft het water staan,
kleur.
2 Bekijk in je leerboek figuur 17 en 18. a Welk soort landschap zie je op de foto van figuur 18?
b Wat is de absolute ligging van deze plaats?
c Deze plaats ligt op dit eiland:
of te
3 Gebruik de begrippenlijst in de Finish in je leerboek. a Welk begrip hoort bij de volgende omschrijvingen? Schrijf de juiste woorden in de hokjes van W16. 1 lijst met symbolen bij een kaart 2 waar de breedteligging 0° is 3 niet-ingericht landschap 4 de lijn tussen het westelijk en het oostelijk halfrond 5 een stuk aardoppervlak 6 de soort kaart waarop plaatsen en wegen staan b Schrijf in de onderste rij hokjes de letters uit de puzzel die in een gekleurd hokje met een cijfer staan. c Wat heeft het woord dat je nu ziet, met aardrijkskunde te maken?
W16 Puzzel. 7
1
4
2
3
3
2
4 6
5
5
6 1
en is het koud / warm.
Puzzel
omdat het meer het laagste / hoogste punt is in het gebied. Het water verdampt en zout blijft achter. Dit zie je op de foto aan de
In het gebied van
2
3
4
5
6
1
7
De hoogste berg op dit eiland is de
Hij is
m hoog.
Ò Alcarta: Hoe hoog is de hoogste berg op het eiland?
926194_BNWRK BOEK.indb 21
13/06/19 13:09
22
1
AustraliĂŤ
Aantekeningen
926194_BNWRK BOEK.indb 22
13/06/19 13:09
D E GEO
1 VM BO - KGT WERKBOEK
Ontdek waar het om draait
www.thiememeulenhoff.nl/degeo
926194_OMSL.indd 1
9 789006 926194
13/06/19 13:26