Skip to main content

De Geo bovenbouw VWO Wonen in Nederland, Leeropdrachtenboek

Page 1

Leeropdrachtenboek

AARDRIJKSKUNDE VOOR DE BOVENBOUW HAVO EN VWO

De Geo

Leefomgeving

Wonen in Nederland LEEROPDRACHTENBOEK

VWO

CE

Vwo / Leefomgeving / Wonen in Nederland Bulthuis, Gerits Untitled-11 1

13/04/2021 23/07/2021 12:21 12:30


8

D b

Untitled-11 2

23/07/2021 12:30

909517


8

Start

De Lage Landen bij de zee

CE

Code rood

Nederland

909517_BNWRK.indd Untitled-11 3 8

Hartje zomer 2015 teisterde een noordwesterstorm ons land. Het was de zwaarste julistorm sinds de metingen in 1901. Langs de kust werden zeer zware windstoten gemeten tot 121 km/u. Het KNMI gaf code rood af. Bij eerdere zware stormen werd veel duin weggeslagen. Zullen dit soort stormen vaker voorkomen en welk overstromingsrisico lopen we dan? En welke gevaren brengt de lage ligging van Nederland nog meer met zich mee?

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Start

Start

1

Opdrachten

Inleiding Veel Nederlanders weten wel dat het klimaat verandert. Maar welke gevolgen heeft dat voor Nederland? In paragraaf 1.1 leer je waardoor de kans op overstromingen vanuit de Noordzee groter wordt en hoe we ons daartegen beschermen. Centrale vraag is: hoe kunnen natuur en veiligheid samengaan? In paragraaf 1.2 leer je wat de kenmerken van het Nederlandse kustgebied zijn en hoe dat wordt opgebouwd en afgebroken door de natuur. Ook krijg je inzicht in de veranderde kijk op kustbescherming. Tot slot krijg je in paragraaf 1.3 inzicht in de kustbescherming en het integrale waterbeleid. Hoofdvraag Hoe kunnen we de Nederlandse kust beschermen tegen toenemend overstromingsgevaar? Deelvragen 1 Hoe wordt het kustgebied van Nederland beschermd tegen overstromingen vanuit zee? 2 Waardoor wordt de kans op overstromingen vanuit de Noordzee groter? 3 Hoe kunnen veiligheid en natuur samengaan in het zuidwestelijke deltagebied? 4 Wat zijn de kenmerken van het Nederlandse kustgebied? 5 Hoe wordt de Nederlandse kust door de natuur opgebouwd en afgebroken? 6 Waarom veranderde de kijk op kustbescherming de laatste decennia? 7 Hoe werkt de nieuwe manier van kustbescherming? 8 Hoe houdt men de kustgebieden waar dynamische handhaving niet mogelijk is veilig? 9 Wat is integraal waterbeleid?

909517_BNWRK.indd Untitled-11 4 9

9

1

Opdracht 1 Code rood Lees de Start van dit hoofdstuk en bekijk de foto. a In welk jaargetijde is de foto genomen: in de zomer of in de winter? b Wat zie je op de foto? c Bedenk drie oorzaken voor wat je op de foto ziet. d Bedenk een maatregel om een herhaling van de situatie te voorkomen.

Opdracht 2 Kijk op de kust Lees de inleiding hiernaast. Noteer wat volgens jou de kernwoorden van dit hoofdstuk zijn.

Opdracht 3 Hoofdvraag en deelvragen Lees de hoofdvraag en de deelvragen. a Bij welke deelvraag passen de twee laatste vragen in de Start van dit hoofdstuk het best? b Kies een van de negen deelvragen. Noteer een kernwoord uit deze vraag. Zoek bij dat kernwoord op internet een filmpje. Noteer de titel of de link van het filmpje. Noteer in trefwoorden welke informatie nieuw was voor je.

Opdracht 4 Dreigend water a Zoek samen met een medeleerling de kaarten in de atlas die informatie geven over de deelvragen. Download en print W1. Vul W1 in. De kaartnummers en -titels van deelvraag 1 zijn al ingevuld. Bij welke deelvragen vond je geen atlaskaart? b In 1953 werd Zuidwest-Nederland getroffen door een stormvloed. Na deze overstromingsramp besloot men tot het beveiligen van het zuidwestelijke deltagebied, het Deltaplan. Noteer de nummers 1 t/m 15 uit W2 onder elkaar en schrijf er de ontbrekende objecten achter én het jaar van voltooiing. Gebruik hierbij de atlaskaart Nederland Waterstaatkundige werken, Deltawerken en de overzichtskaart van Zuid-Nederland.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

O

909517


9

10

1

W1

1

De Lage Landen bij de zee

Deelvragen met bijpassende atlaskaarten.

GB 18A, Nederland - Reliëf, Nederland zonder dijken GB 40D, Nederland - Dreigend water, Primaire dijken

2

3

4

5

6

7

d 8

9

d

-

21 12:08

Gebruik W2 en de atlas. a Van welk waterstaatkundig plan was de aanleg van de Afsluitdijk een onderdeel? b Van welke twee rivieren vormde de vroegere Lauwerszee de trechtermonding? c Welk onderdeel van de Deltawerken in ZuidwestNederland is niet ingetekend in W2? d Bekijk alle figuren van hoofdstuk 1 in de theorie. Noteer de nummers van de figuren die een onderdeel van de Deltawerken laten zien en zet de naam erachter.

0

Het Deltaplan. 10

20 km

12

1

Rotterdam

o No

Brielle

2

rd ze e

t

W2

Opdracht 5 Strijd tegen het water

3 Dordrecht

4 9

8 5 6

14

10

Zierikzee

Roosendaal

7 Middelburg

13

Bergen op Zoom

Goes 11

15

Vlissingen

Terneuzen Antwerpen

Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren

909517_BNWRK.indd Untitled-11 5 10

1a, 4a, 4b, 5a, 5c, 5d 1b, 2, 3a, 5b 1c 1d 3b -

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Koffers pakken ...

1.1

11

1.1

Koffers pakken ...

Dijkbewaking

Een veilig gevoel u De bewoners van het kustgebied in Nederland voelen zich

De eerste najaarsstorm van 2014, windkracht 9. Volgens het KNMI is de storm een uitloper van orkaan Gonzalo. De schuiven van de Oosterscheldekering worden gesloten. Het waterschap Scheldestromen stelt dijkbewaking in. De hoogste waterstand wordt gemeten in Delfzijl: 4,02 m boven NAP. Dijkdoorgangen zijn gesloten en er liggen zandzakken op de kade om schade door overstroming te voorkomen. Bij het meetpunt in Rotterdam komt het water bijna tot het peil waarop de Maeslantkering dichtgaat.

Blijft het veilig? u De kust met onderwateroever, strand, duinen en dijken

beschermt het laaggelegen polderland tegen overstroming door de zee. Bijna 9 miljoen mensen wonen in Laag-Nederland, waar 60% van het bnp wordt verdiend. Dat vraagt om een goede bescherming. Volgens deskundigen kunnen de bewoners van West-Nederland over honderd jaar hun koffers pakken wanneer we doorgaan met dit land omlaag te pompen. Waakt de overheid voldoende over onze veiligheid? Is de burger zich bewust van de kwetsbaarheid voor wateroverlast in dit natte landje aan de Noordzee?

909517_BNWRK.indd Untitled-11 6 11

volgens een belevingsonderzoek van Rijkswaterstaat veilig. Deze overheidsdienst voert het beleid van het ministerie van Infrastructuur en Milieu uit op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid in Nederland.  De burger vertrouwt erop dat de overheid de bevolking zal beschermen tegen dijkdoorbraken en overstromingen. De meeste mensen zijn zich nauwelijks bewust van dit soort natuurlijke gevaren. Velen hebben geen idee van kustveiligheid en van de risico’s die zeespiegelstijging en bodemdaling met zich meebrengen: hun overstromingsrisicobewustzijn is laag.  De kans dat delen van ons land zullen onderlopen is weliswaar klein, maar dat wil niet zeggen dat overstromingen onmogelijk zijn. De verdediging van de Noord- en Zuid-Hollandse kust houdt rekening met een overstromingskans van eens in de tienduizend jaar. Delen van Zeeland, Noord-Nederland en de Waddeneilanden mogen een grotere kans hebben om onder water te lopen. Het overstromingsrisico is in die dijkringen minder, omdat de gevolgen van een watersnood daar kleiner zijn dan in de dichtbevolkte Randstad. Een dijkring is een gebied dat beschermd wordt tegen het buitenwater door een primaire waterkering of door hoge gronden. Primaire waterkeringen beschermen ons tegen buitenwater van de Noordzee, de Waddenzee, de grote rivieren, het IJsselmeer en het Markermeer. Een waterkering is een object dat oppervlaktewater moet tegenhouden, bijvoorbeeld een dijk, sluis, dam of duin (openingsfoto en figuur 1.1).  Twee derde van het Nederlandse grondgebied wordt beschermd door primaire waterkeringen, waarvan het beheer voornamelijk in handen van de waterschappen is. Een waterschap is een regionale overheidsinstantie die tot taak heeft om de waterhuishouding te regelen. Het gebied waarin een waterschap (ook wel hoogheemraadschap) actief is, wordt bepaald

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

1

d t v e w o (

O

u

m v d  m N i k o o m

909517


1

21 12:08

12

1

FIGUUR 1.1

De stormvloedkering in de Nieuwe Waterweg (Maeslantkering, 1997) vormde het sluitstuk van de Deltawerken.

door de stroomgebieden in een bepaald gebied. Nederland telt 22 waterschappen. Waterschappen zijn verantwoordelijk voor het beheer, de bescherming en het onderhoud van dijken en duinen. Ze zorgen ook voor de beheersing van het grondwaterpeil en voor de waterkwaliteit. Sommige waterschappen onderhouden daarnaast bepaalde vaarwegen en landwegen (figuur 1.2). duinen zeedijken

260 km 430 km

rivierdijken

1.430 km

meerdijken

1.017 km

FIGUUR 1.2

Het aantal kilometers primaire waterkering in beheer van de waterschappen.

Overstromingsrisico u De kans op overstromingen kan verkleind worden door

meer geld te steken in het verhogen van dijken of duinen, het verbreden van het strand of het aanvullen met zand. Hoe sterker de waterkering, hoe veiliger iemand zich voelt.  Hoe groter de mogelijke schade is, hoe beter een gebied moet worden beschermd. Aangezien de bevolking van Nederland sinds 1950 is gegroeid en de economische waarde in de overstroombare gebieden sterk is toegenomen, neemt de kans op schade toe. Elke vijf jaar beoordeelt de rijksoverheid of de waterkeringen nog sterk genoeg zijn om de toegenomen overstromingskans het hoofd te bieden. Zo nodig worden er maatregelen genomen.

overstromingskans groot schade gering risico klein FIGUUR 1.3

909517_BNWRK.indd Untitled-11 7 12

De Lage Landen bij de zee

 De schade die een overstroming aanricht, kan nogal verschillen. Die hangt vooral af van de oppervlakte van de dijkring, hoe ver deze beneden zeeniveau ligt, hoeveel inwoners het gebied telt en van de investeringen (huizen, industrie) die daar zijn gedaan (figuur 1.3). De verdere stijging van de zeespiegel en de groei van de welvaart en het inwonertal leveren vanzelfsprekend een hogere potentiële schade op.  Het risico van een overstroming hangt af van de kans dat een overstroming plaatsvindt en de gevolgen die de overstroming heeft. Als de kans op een overstroming groot is, er veel slachtoffers kunnen zijn en ook veel schade, dan is er sprake van een groot risico. Een gebied dat een grote kans heeft om te overstromen, bijvoorbeeld door een verzwakte dijk, loopt toch weinig risico wanneer er in dat gebied weinig economische activiteit is. Een regio zoals de Randstad loopt meer risico dan een weidepolder met dezelfde overstromingskans (figuur 1.3)  Voor Nederland komt het grootste overstromingsgevaar van zee, vooral wanneer een noordwesterstorm samengaat met extra hoge waterstanden op zee en in de rivieren. Extreme weersomstandigheden zijn moeilijk van tevoren te voorspellen. Ze hebben dus een korte waarschuwingstijd, waardoor het lastig is om tijdig beschermende maatregelen te treffen.

overstromingskans groot schade groot risico groot

overstromingskans klein schade groot risico minder groot

Veiligheid, risico en schade.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Koffers pakken ...

Van koelkast tot broeikas u Doordat broeikasgassen zoals CO2 en methaan in de

atmosfeer terechtkomen, wordt de dampkring extra opgewarmd. Dit zogenaamde versterkte broeikaseffect leidt tot klimaatverandering.  Volgens klimaatonderzoekers zal de gemiddelde temperatuur aan het einde van de 21ste eeuw ongeveer 1,3 °C hoger zijn dan in de periode 1981 - 2010. Zowel in de zomer als in de winter zal de temperatuur stijgen. Deze temperatuurstijging heeft grote gevolgen. De ijskappen in de poolgebieden smelten verder af en het zeewater zet uit. Het gevolg is een zeespiegelstijging. De te verwachten stijging hangt af van de toekomstige overheersende windrichting en de wereldwijde temperatuurtoename. Het KNMI gebruikt daarom twee scenario’s (figuur 1.4).  Het weer in ons deel van Europa wordt wat extremer (figuur 1.5). Het zal meer gaan regenen en ook het neerslagregiem, de verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode, zal veranderen. De zomers zullen droger worden. Zo droog dat er vaker watertekorten zullen voorkomen. De kans op zware buien wordt echter groter. De winters zullen daarentegen natter worden en ook dan neemt de kans op grote hoeveelheden neerslag in één keer toe.

13

1.1

 Anders dan veel mensen denken, zal het hier niet vaker of harder gaan stormen. Ook aan de windrichting zal niet veel veranderen.

1

R z

u 120

v z D o -

zeespiegelstijging ten opzichte van NAP* in cm wereldwijde temperatuurstijging

100

hoger lager

80

-

60

40

-

20

0 * bodemdaling is hierin niet verwerkt

–20 1900 1920 1940 1960 1980 2000 2020 2040 2060 2080 2100 jaar

FIGUUR 1.4

 i p k h

De verwachte zeespiegelstijging voor de Nederlandse kust volgens het KNMI, 1900 - 2100.

K

u

FIGUUR 1.5

909517_BNWRK.indd Untitled-11 8 13

U z o s  v d 5 l e

Duinafslag bij storm en hoogwater.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


1

In 2100

zeespiegelstijging

30 - 100 cm

windsnelheden

+ of − 5%

windrichting

weinig verandering

golfhoogte

+ of − 5% + of − 10%

extreem hoogwater

20 - 100 cm

neerslag per jaar

0 - 12%

neerslag in zomer

0 - 4%

neerslag in winter

0 - 25%

zware winterneerslag

10 - 40%

FIGUUR 1.6

zeespiegelstijging stormvloed NAP

0

199 6

185

t li jn

17 41

17

17

Egmond aan Zee 0

50

100 m

1 : 7.500

FIGUUR 1.8

Afslag bij Egmond aan Zee sinds 1679.

 Niet overal langs de kust treedt zandverlies op; er zijn ook gebieden waar de zandvoorraad aangroeit. De aan- en afvoerende krachten worden weergegeven in een zandbalans. Wanneer op een bepaalde plek een tekort aan zand ontstaat, zullen stroming en wind zand uit een ander gebied aanvoeren. Uit figuur 1.9 valt af te lezen welke gebieden langs de kust in de gevarenzone liggen. 0

25

50 km

el me er

la g

Verwachte gevolgen van de klimaatverandering.

Pompplein

s

wateropstuwing

St. Agneskerk

No or dz ee

Variabele

vuurtoren Jan van Speijk anno 1833

k us

u Voor Nederland zijn de gevolgen van de klimaatverandering

van groot belang voor het waterbeheer. Het is wel zeker dat de zeewering het harder te verduren krijgt (figuur 1.5). De Nederlandse kust zoals die nu is, kan alleen in stand blijven onder de volgende voorwaarden: - De zeebodem moet over een grote afstand vanaf de kust flauw aflopen. - De stroming moet voldoende zand aanvoeren. - Het verschil tussen hoogwater en laagwater (getijdenverschil) mag niet te groot zijn. - De kust moet niet worden geteisterd door zware stormen. - Er mag geen sprake zijn van een te snelle stijging van de zeespiegel.  Een aantal verwachte effecten van klimaatverandering zie je in figuur 1.6 en 1.7. Uit figuur 1.7 wordt duidelijk dat het afslagpunt landinwaarts opschuift wanneer het water hoger staat. Er komt een moment dat de zeereep (de duinstrook die direct aan het strand grenst) niet meer voldoende bescherming biedt.

17

Noor dze e

16 79

Rijzende zeespiegel en verdwijnend zand

14

De Lage Landen bij de zee

IJs

21 12:08

14

a

fs

3

du

in

neutraal

FIGUUR 1.7

Duinafslag bij een hogere zeespiegel.

aanzanding erosie

Kustafslag

FIGUUR 1.9

De zandbalans per kustvak.

u Tegenwoordig is kustafslag een normale zaak geworden.

Uit metingen blijkt dat Nederland elk jaar zo’n 6 miljoen m3 zand kwijtraakt aan de zee. Tot 1990 ging er jaarlijks door erosie ongeveer 20 ha duingebied verloren. Hier en daar werden stukken strand zorgwekkend smal (figuur 1.8).  De verhoging van de gemiddelde waterstand op zee is ook van invloed op het Waddengebied. Rijkswaterstaat verwacht dat de wadplaten een zeespiegelstijging van ongeveer 5 mm/jaar kunnen bijhouden. Daarboven komen ze waarschijnlijk permanent onder water te staan en verdwijnt het unieke ecosysteem van de Wadden.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 9 14

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Koffers pakken ...

De Deltawerken u Na de watersnoodramp van 1953 (figuur 1.10 en 1.11) sloeg

Nederland de handen ineen om een herhaling te voorkomen. Het rijk stelde een Deltacommissie in en na de invoering van de Deltawet kon het Deltaproject van start gaan.  De dijken in Zuidwest-Nederland werden op Deltahoogte gebracht, er werden dammen aangelegd en er werden wegen en bruggen gebouwd. Het meest indrukwekkend was de afsluiting van een aantal zeegaten: het Veerse Gat, de Oosterschelde, de Grevelingen, het Haringvliet en, in Noord-Nederland, de Lauwerszee. Bij Capelle aan den IJssel verrees een beweegbare stormvloedkering om het laaggelegen midden van Nederland te kunnen beschermen (figuur 1.12). De Maeslantkering was het laatste grote project van de Deltawerken (figuur 1.1).  Het voornaamste doel van de Deltawerken was het vergroten van de veiligheid. Er waren ook bijkomende voordelen. De afgesloten zeegaten werden zoetwaterbekkens waarmee in de drinkwaterbehoefte van zuidwestelijk Nederland kon worden voorzien. De zoetwatervoorraad kon de landbouw in droge perioden uit de problemen helpen en de toenemende verzilting van de landbouwgronden tegengaan. De nieuwe verbindingen over dammen en dijken hieven het isolement van de ZuidHollandse en Zeeuwse eilanden op. En ten slotte profiteerde de scheepvaart van het wegvallen van de grote verschillen tussen hoog- en laagwater en van de aanleg van nieuwe vaarwegen.

15

1.1

1

FIGUUR 1.10

De delta loopt onder Het is zaterdag 31 januari 1953. Al in de loop van de sombere wintermiddag trekt de wind aan tot stormkracht. De weerkaarten zien er onheilspellend uit. Nederland ligt aan de rand van een superlagedrukgebied dat onstuitbaar van Schotland naar Denemarken schuift. De depressie veroorzaakt een zware noordwesterstorm, die zal uitgroeien tot een orkaan. De stormdienst waarschuwt voor extreem hoogwater in de zuidwestelijke delta. Juist daar zullen de vloedstroom en de wind het koude water van de Noordzee hoog opstuwen in de brede zeearmen. In de loop van de nacht breken op tientallen plaatsen de zwakke en slecht onderhouden dijken door. Binnen enkele uren stromen tienduizenden hectaren polderland onder water. De verbindingen vallen uit. Van hulp is de eerste uren nauwelijks sprake. In het rampgebied komen meer dan 1.800 mensen om.

E

u

r z t n s H e

u

u d i v b k v  m D z e s

FIGUUR 1.11

909517_BNWRK.indd Untitled-11 10 15

De watersnoodramp van 1953 was de directe aanleiding voor de Deltawerken.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


5

21 12:08

16

FIGUUR 1.12

1

De stormvloedkering in de Hollandse IJssel bij Capelle aan den IJssel.

Een zoute delta u De plannen voor het afdammen van de Oosterschelde

riepen veel weerstand op. Het unieke zoutwatermilieu in de zeearm, evenals de oesterteelt en de visstand, zouden ernstig te lijden krijgen van een afdamming. Het gevolg was dat in een nieuw plan de Oosterscheldedam een groot aantal doorlaatsluizen kreeg. Deze gaan alleen bij extreme waterstanden dicht. Het resultaat is een half open dam die de getijdenwerking voor een groot deel in stand houdt (openingsfoto paragraaf 1.1). u De afsluiting van de andere zeearmen pakte minder goed uit dan gedacht. De natuurlijke overgangen tussen de zee en de rivier verdwenen en daarmee ook de planten en dieren die in deze gebieden leefden. Het stilstaande, zuurstofarme en vervuilde rivierwater in de nieuwe zoetwaterbekkens vormde een bedreiging van het milieu, de visserij en de recreatie. De betekenis als leefgebied voor watervogels nam af. Men bedacht de volgende maatregelen.  Om de waterkwaliteit van het Grevelingenmeer te herstellen, moest de Brouwersdam weer gedeeltelijk geopend worden. Door het openen van de dam kreeg het binnenwater meer zuurstof. In de opening kwam een sluis voor de pleziervaart en een getijdencentrale om energie te kunnen opwekken. Bij storm kan de doorgang worden afgesloten.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 11 16

De Lage Landen bij de zee

 De Haringvlietsluizen gingen op een kier open. Hierdoor ontstond een natuurlijk overgangsgebied tussen zout en zoet water, waarbij het westelijke deel van het Haringvliet verziltte. Trekvissen zoals de zalm en de zeeforel konden via het Haringvliet naar hun paaigebieden zwemmen. De opening van de Haringvlietsluizen is te klein om het getijde tot in de Biesbosch terug te brengen.  Het geld voor de aanvullende werkzaamheden zoals in het Grevelingenmeer en in het Haringvliet kwam uit het Deltafonds. Met behulp van dit fonds kunnen ook in de toekomst de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening van Nederland worden zekergesteld.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Koffers pakken ...

1.1

17

1.1

1

Opdrachten

Deelvragen 1 Hoe wordt het kustgebied van Nederland beschermd tegen overstromingen vanuit zee? 2 Waardoor wordt de kans op overstromingen vanuit de Noordzee groter? 3 Hoe kunnen veiligheid en natuur samengaan in het zuidwestelijke deltagebied?

Opdracht 1 Hoogwater bij najaarsstorm Blader paragraaf 1.1 door. Lees de inleiding en bekijk de foto. a Gebruik de atlaskaart Nederland - Waterstaatkundige werken, Deltawerken. Geef je mening over de volgende bewering en onderbouw deze met ten minste twee argumenten: Wanneer de Oosterscheldekering is gesloten, kan het overtollige zoete water dat zich in de Oosterschelde ophoopt, toch nog goed naar zee worden geloosd via de Roompotsluis. b Gebruik de atlaskaart Nederland - Dreigend water. Welk kaartje toont de noodzaak tot afsluiting van de Maeslantkering aan? Licht je antwoord toe. c Uit welke richting waaide in Noord-Nederland de wind gedurende deze najaarsstorm? Kies uit: het zuidoosten – het zuidwesten – het noordwesten – het noordoosten. Verklaar je keuze.

Opdracht 2 Keerzijde van veiligheid Lees de tekst van paragraaf 1.1 en bekijk de figuren. a Noteer het nummer en de titel van de atlaskaart waarop de primaire waterkeringen staan. b Noteer drie voorbeelden van meren die worden omringd door primaire waterkeringen. c Bekijk figuur 1.1 in de theorie. Als de Maeslantkering in de Nieuwe Waterweg wordt gesloten, wordt de scheepvaart van en naar Rotterdam gestremd. Daarnaast ontstaat er een probleem voor de waterhuishouding. Bedenk welk probleem dat is en beredeneer de mogelijke gevolgen voor de veiligheid met behulp van de kaarten op het kaartblad Nederland - Dreigend water.

c Bedenk twee redenen waarom de gemiddelde Nederlandse burger het overstromingsrisico onderschat.

Opdracht 4 Hazard management Bekijk de atlaskaart Nederland - Dreigend water, Scenario doorbraak van de rivierdijk bij Rotterdam-Alexanderpolder. a Lees W3. Voor welke maatregel in W3 is landelijke coördinatie nodig? Licht je antwoord toe. b Welke taak in W3 zullen de waterschappen op zich nemen? c Bekijk W4. Ook de gemeenten zijn crisispartner. Bedenk twee taken die een gemeente in geval van nood zal uitvoeren. d Bedenk waarom het KNMI een crisispartner van het watermanagementcentrum is. e Bedenk een taak die in het crisisteam voor Rijkswaterstaat is weggelegd. W3

Watermanagementcentrum Nederland.

Bij een dreigende watercrisis wordt het Landelijk Draaiboek Hoogwater en Overstromingen uit de kast gehaald en komt het WMCN in actie. Samen met de crisispartners stelt het managementcentrum een overzicht van de noodsituatie op, een waterbeeld. Met behulp van het waterbeeld kunnen noodzakelijke maatregelen worden getroffen, zoals sluiten van keringen, instellen van dijkwachten of voorbereiden op evacuaties. Om dit werk goed te kunnen doen, is landelijke coördinatie nodig.

O

O W4

Crisispartners Watermanagementcentrum Nederland.

coördinatiecentrum crisisbeheersing van het ministerie van Infrastructuur en Milieu

veiligheidsregio’s

Rijkswaterstaat

Watermanagementcentrum Nederland

Opdracht 3 Overstromingsrisicobewustzijn a Ga online naar de site overstroomik.nl en vul je postcode in. Noteer de maximale waterhoogte in de dijkring waar jij woont en bepaal met behulp van de atlaskaart Nederland - Reliëf of jij in Hoog- of in Laag-Nederland woont. b Hoe hoog kan het water in jouw omgeving komen bij een overstroming? Zoek online uit waar in jouw omgeving droge plekken zijn en bedenk of je wilt vluchten of blijven in het geval van een maximale overstroming.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 12 17

gemeenten

waterschappen

KNMI

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


7

21 12:08

18

1

W5

De Lage Landen bij de zee

Waterschapsbelasting.

Tarief in 2015 Soort belasting ingezetenenheffing heffing gebouwd heffing ongebouwd heffing natuur

Laagste

Gemiddeld

Hoogste

€ 37

€ 78

€ 116

aanslag per huishouden

Toelichting

0,02%

0,03%

0,06%

percentage van de WOZ-waarde*

€ 42

€ 73

€ 184

per hectare

€ 1,58

€ 4,18

€ 7,63

per hectare

* WOZ: Wet waardering onroerende zaken (zoals woningen en bedrijfspanden) W6

Verschillen in waterschapsbelasting.

situatiebeschrijving

oorzaak

gevolg

verklarend principe

Opdracht 5 Een prijskaartje voor droge voeten Gebruik de atlaskaart Nederland - Dreigend water, Veiligheid per dijkring en figuur 1.1 en 1.3 uit de theorie. Lees vaardigheid 6 Verklarende vragen in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Download en print W6. Verklaar de grote verschillen in waterschapsbelasting die je in W5 ziet. Vul daarvoor W6 in.

Opdracht 6 Veranderend klimaat Bekijk figuur 1.4, 1.6 en 1.7 in de theorie en gebruik het tweede kaartblad Nederland - Klimaat. a Figuur 1.4 laat zien dat het KNMI in zijn klimaatprognose twee scenario’s voor de zeespiegelstijging gebruikt. Bedenk een reden waarom het KNMI met twee scenario’s werkt. b Waarom zullen de Maeslantkering en de Oosterscheldekering in de toekomst bij storm en springvloed vaker moeten worden gesloten? c Beschrijf wat er in Nederland in de toekomst verandert aan de gemiddelde hoeveelheid neerslag. d Stel dat de grote waterkeringen in het zuidwestelijke deltagebied vanwege storm en hoogwater moeten worden gesloten. Beredeneer welke risico’s in dat geval kunnen ontstaan ten aanzien van overstromingen en wateroverlast.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 13 18

Opdracht 7 Duinafslag en zandbalans Gebruik de figuren 1.6 t/m 1.9 uit de theorie. a Welk proces op mondiale schaal kun je aflezen uit figuur 1.8? b Wat zijn de twee oorzaken van dit proces? c Verklaar met behulp van figuur 1.9 waardoor juist in de kuststrook bij Egmond veel kustafslag was. d Bekijk de omslagfoto van het leeropdrachtenboek. Uitgangspunt is dat de zandbalans langs de kust op orde blijft. Bedenk wat Rijkswaterstaat daarvoor zou moeten doen op plaatsen met een sterke kusterosie.

Opdracht 8 Kierbesluit Gebruik de atlaskaart Nederland - Waterstaatkundige werken, Deltawerken. Bekijk de film over het Kierbesluit Haringvlietsluizen online. a Welke functie zouden de afgesloten zeearmen in Zuidwest-Nederland in de waterhuishouding vervullen? Waarom was dat in dit deel van Nederland belangrijk? b Door de Westerschelde ontstaan verziltingsproblemen op Walcheren en op Zuid-Beveland. Waarom wordt de Westerschelde desondanks niet afgesloten? c Punt A in W7 is een inlaatpunt van zoet water uit het Haringvliet. Waar wordt het zoete water uit het Haringvliet vanaf inlaatpunt A naartoe geleid en wat wordt er daar mee gedaan? d Waarom wordt inlaatpunt A vervangen door het verder oostelijk gelegen inlaatpunt B?

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Koffers pakken ...

W7

0

Har ing vli et

2,5

5 km

Spui

Middelharnis ev Gr

e li

Goeree Overflakkee

ng

en

m

SchouwenDuiveland

ee

2

Herhaling

Waterbeheersing Goeree-Overflakkee.

zee ord No

A

19

1.1

Opdracht 10 Terugblik op de paragraaf Noteer de nummers van de drie deelvragen bij deze paragraaf. Schrijf achter elke deelvraag de bijpassende begrippen.

B

r

Volkerak

Verdieping Opdracht 9 Het eerste Deltawerk Bekijk figuur 1.12 in de theorie. Gebruik de overzichtskaart van Midden-Nederland en de kaart Nederland Dreigend water, Scenario doorbraak van de rivierdijk bij Rotterdam-Alexanderpolder. a Zoek in de atlas de locatie van de kering in de Hollandse IJssel. In welke richting is de foto van de stormvloedkering in figuur 1.12 genomen? b Waarom werd de stormvloedkering in de Hollandse IJssel als eerste gebouwd? Gebruik in je antwoord de begrippen gevaar, schade en risico. c Bekijk figuur 1.3 in de theorie. Ontwerp samen met een of meer medeleerlingen een infographic met als onderwerp Veiligheid en risico. Daarin beelden jullie de begrippen overstromingskans, gevolg en risico uit in drie scenario’s. In elk scenario varieer je elk van deze drie begrippen naar omvang. Scenario 1 wordt dan een uitbeelding van bijvoorbeeld overstromingskans groot – schade gering – risico klein. d Wat is het verband tussen figuur 1.3 in de theorie en de veiligheidsnorm per dijkring (atlaskaart Nederland Dreigend water, Veiligheid per dijkring)? e Tot voor kort was er een veiligheidsnorm per dijkring, dus voor een heel gebied. Waarom is dit kortgeleden gewijzigd in een veiligheidsnorm per dijktraject (een stuk dijk)?

D

u

Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren

909517_BNWRK.indd Untitled-11 14 19

g d L  w l b s p d v k (

1c, 2a, 2b, 3a, 3b, 7a, 8c, 10 1b, 4a, 6b, 6c, 7b, 7c, 8a, 8b, 9a, 9d 4b, 4c, 4d, 4e, 6a, 7d, 9e 2c, 3c, 6d, 6e, 8d, 9b 1a, 5 9c

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


9

21 12:08

20

1

1.2

Kust in beweging

Het strand wordt steeds smaller ... In Callantsoog is het een komen en gaan van toeristen. Het hoogseizoen is begonnen. Zonnen op het strand, een drankje in het strandpaviljoen, spetteren in de branding. Wie wil zwemmen, wordt gewaarschuwd voor de sterke stroming in zee. Die stroming zorgde ervoor dat het strand hier gevaarlijk smal werd en door Rijkswaterstaat als zwakke schakel in de zeewering werd aangemerkt. Er moest op korte termijn een zandsuppletie komen. Dit is inmiddels gebeurd, maar het is de vraag of dit voldoende is om de toenemende dreiging van de zee het hoofd te bieden.

De Nederlandse kust u Na het tijdperk van de ijstijden, ongeveer tienduizend jaar

geleden, begon het Holoceen. Het werd warmer op aarde en de zeespiegel steeg: nu eens langzaam, dan weer wat sneller. Langzamerhand kreeg de Noordzee zijn tegenwoordige vorm.  Duizenden jaren lang legde de zee zand en klei neer over wat nu Laag-Nederland wordt genoemd. Op de grens tussen land en water bleef zo veel zand achter dat onder water zandbanken ontstonden. Als die bij eb droogvallen, spreek je van strandwallen. De wind verplaatste het zand en legde het achter planten of andere obstakels. Op deze manier ontstonden de duinen, door de wind gevormde zandheuvels aan de landzijde van het strand. Achter de bescherming van deze zandige kuststrook konden uitgestrekte veenmoerassen ontstaan (figuur 1.13).

909517_BNWRK.indd Untitled-11 15 20

De Lage Landen bij de zee

 De duinen langs de Nederlandse kust zijn te onderscheiden in oude en jonge duinen. De eerste zijn duizenden jaren geleden ontstaan en liggen nu een aantal kilometers landinwaarts. Veel dorpen en steden, bijvoorbeeld Alkmaar, Haarlem, Heemstede, Wassenaar en Den Haag, liggen op deze oude duinen. De jonge duinen ontstonden pas zo’n duizend jaar geleden. Ze vormen als zeewering de grens met de Noordzee en zijn een stuk hoger dan de oude duinen.

Kusttypen u Als je let op de ontstaansgeschiedenis en het uiterlijk, kun je

in Nederland een drietal kusttypen onderscheiden. Van noord naar zuid zijn dat een waddenkust, een gesloten duinenkust en een estuariumkust.  De buitenrand van de waddenkust kun je herkennen aan zeegaten en eilanden. Wadden zijn buitendijkse gronden die alleen bij hoogwater overstromen. Bij laagwater vallen grote oppervlakten droog (figuur 1.14).  In een waddengebied overtreft de aanslibbing over het algemeen de afslag. De verscheidenheid aan planten en dieren in waddengebieden is daardoor heel groot. Duinen en wadden vormen een belangrijk onderdeel van het Nederlands Natuur Netwerk.  De gesloten kust, vanaf Den Helder tot Hoek van Holland, is opgebouwd uit de al eerder beschreven rij van strandwallen en duinen.  De Nieuwe Waterweg vormt de overgang naar het estuarium van Rijn, Maas en Schelde. Dit bestaat uit zeearmen en (voormalige) eilanden in het mondingsgebied. Een estuarium is een trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater zich vermengen.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Kust in beweging

21

1.2

Zachte en harde kusten u Een kust die bestaat uit duinen, stranden, zandplaten,

NEDERLAND

DUITSLAND

wadden en kwelders of schorren, is van natuurlijke oorsprong en wordt een zachte kust genoemd (figuur 1.15). Langs onze kust tref je niet alleen zachte kusten aan. De Waddeneilanden bestaan bijvoorbeeld aan de zeezijde uit zandstranden en duingebied, maar aan de landkant en langs het vasteland liggen dijken. Ook in het zuidwestelijke deltagebied worden de oevers van de zeegaten door dijken, dammen of andere bouwwerken beschermd. Harde kusten zijn door de mens gebouwd en versterkt, bijvoorbeeld zeedijken en dammen. Een zeedijk is een dijk langs de kust of langs de oevers van de benedenloop van een rivier of een estuarium. Op extra kwetsbare plaatsen zijn soms strekdammen van keien aangelegd, haaks op de kust. Deze zogenaamde (strand)hoofden zijn bedoeld om de stroming en de golfslag te breken. zachte kust w

harde kust 0

BELGIË

kustduin en strandwal

huidige vorm van Nederland

k u st

rivierafzetting

Nederland ongeveer tweeduizend jaar geleden.

 In een estuarium wordt het verschil in waterstand bij vloed en eb landinwaarts groter. Dat komt doordat de riviermonding vanuit zee gezien steeds nauwer wordt. Vloed is de stroming waarbij het water op zee stijgt. De vloed zorgt twee keer per etmaal voor hoogwater op zee. Ruim zes uur later wordt dat afgewisseld door laagwater. Eb is de stroming waarbij het water van de zee zakt. De afwisseling tussen eb en vloed wordt het getij(de) genoemd.

FIGUUR 1.14

909517_BNWRK.indd Untitled-11 16 21

E

u

m l e e g g  e w d z v m v

W Den Haag

u

DUITSLAND

BELGIË

FIGUUR 1.15

 m h w v  z m k

Amsterdam

ten

Pleistoceen

slo

kwelder en kleidek

veengebied

ge

wad

FIGUUR 1.13

ord

open water (zout of zoet)

ze e

50 km

No

25

50 km

es tu ar iu m ku st

0

25

ust nk de d a

2

De verdediging van Nederland tegen de zee: zachte en harde kusten.

v z b  h v v h h w e  Z s v

Wadlopers steken bij eb over van Pieterburen naar Schiermonnikoog.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


1

De Lage Landen bij de zee

 Harde kustverdediging heeft als nadeel dat de kust zich niet meer vrij kan bewegen en geen mogelijkheid heeft om zich te herstellen na een stormseizoen. Dat is ook het geval op plekken waar de kuststrook is bebouwd, zoals bij de badplaatsen. De veerkracht is daar sterk afgenomen.  Aan de mondingen van de Nieuwe Waterweg en het Noordzeekanaal zijn pieren aangelegd die ver in zee uitsteken. Ze moeten duinafslag en verzanding van de havenmond voorkomen en de scheepvaart vergemakkelijken.

Een dynamisch systeem u Ondanks het verschil in harde en zachte kustgedeelten

maakt de zee met zandtransporten en stromingen de Nederlandse kust tot een eenheid die voortdurend in beweging is en aan verandering onderhevig. Opbouw en afbraak zijn voor een deel het gevolg van natuurlijke factoren, en deels ook het gevolg van menselijke ingrepen. Rijkswaterstaat noemt dit geheel een ‘dynamisch systeem’.  Tijdens een dagje zonnen op het strand valt het niet op dat er allerlei kustprocessen plaatsvinden. Gedurende een strandwandeling bij stormachtig weer merk je wél dat de golven en de wind bezig zijn zand te verplaatsen. Tal van kustprocessen zorgen voor opbouw en afbraak van de kust onder invloed van de krachten van wind en water. Elk jaar weer worden miljoenen kubieke meters zand en grote hoeveelheden slib verplaatst.

golfoploop golfterugloop verplaatsingsrichting van het strandzand FIGUUR 1.16

Stranddrift.

Getijden u De waterbeweging die het gevolg is van de afwisseling

van eb en vloed, wordt het getij(de) of de getijdenstroming genoemd (figuur 1.17). Het getij ontstaat vooral onder invloed van de aantrekkingskracht van de maan. De maximale waterhoogte heet hoogwater of hoogtij, de minimale waterstand laagwater of laagtij. Tijdens de kentering, als de stroomrichting omkeert, is er een ogenblik geen stroming. Wanneer de aantrekkingskracht van de zon en de maan samenvallen, ontstaat er extra hoog water, springtij (figuur 1.18). Tijdens de watersnoodramp in 1953 stuwden een noordwesterstorm en springtij het water in dit deel van de Noordzee 3 m hoger op dan de waterstand bij normaal hoogtij. 0 uur

Wind en golven

3 uur

2u

r

1 uu

u De wind is medeverantwoordelijk voor het ontstaan van gol-

ven en zeestromingen, opstuwing van water, het transport van zand en zandsedimentatie. Als de aanvoer van zand achterblijft bij de afvoer, heeft dit kusterosie tot gevolg.  Tijdens een stormvloed zal duinafslag optreden, waardoor het duinfront snel landinwaarts wijkt. Het afgeslagen zand wordt verplaatst naar het strand en het ondiepe water erlangs, de vooroever (figuur 1.16). Wanneer het kustgedeelte stabiel is, zal het duin zich in de jaren na de stormvloed op natuurlijke wijze herstellen. Als er lange tijd meer erosie is dan sedimentatie, wordt een deel van het afgeslagen zand afgevoerd door wind en getij en is er blijvend verlies van zand.  In diep water is de golfsnelheid hoger dan in ondiep water. Zand dat uit zee wordt meegenomen, zal daarom bij de kust sedimenteren. Door stranddrift wordt het neergelegde zand verplaatst. Hoe dat gebeurt, kun je zien in figuur 1.16.

ur

r 2 uu

1 uur

ur

3u

0 uu 12 r uu r 11 uu r

ur

4u

10

uu

r

r

uu

6u

6 5 4

7 8 9 10 11

3

2

100 km

FIGUUR 1.17

NEDERLAND DUITSLAND

1

50

8 uur

r 7 uu

VERENIGD KONINGKRIJK

ur

ur

9u

5

0

909517_BNWRK.indd Untitled-11 17 22

DENEMARKEN

0

21 12:08

22

12

1

De horizontale getijdenstromingen in de Noordzee.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Kust in beweging

aantrekkingskracht van de zon

23

1.2

aantrekkingskracht van de maan

aantrekkingskracht van de maan

maan aarde

zon

grote getijgolf FIGUUR 1.18

maan

aantrekkingskracht van de maan

aantrekkingskracht van de zon

FIGUUR 1.19

grote getijgolf

De kracht van de zon en de maan werken in elkaars verlengde: springtij.

 Als het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is, spreek je van doodtij. Het hoogwater is dan minder hoog dan gemiddeld en het laagwater is minder laag dan gemiddeld. Dit is het geval wanneer de aantrekkingskrachten van de maan en de zon haaks op elkaar staan en elkaar daardoor verzwakken (figuur 1.19).

zon

aarde kleine getijgolf De kracht van de maan en de zon staan haaks op elkaar: doodtij.

 De vloedstroom loopt sneller dan de ebstroom, waardoor het getij een opbouwend netto-effect heeft. Zandkorrels en slibdeeltjes die met opkomend water naar de kust worden gevoerd, kunnen bij de wat langzamere ebstroom naar de bodem zakken en sedimenteren.  Het verschil tussen eb- en vloedstand wordt ook beïnvloed door de vorm van de kust. Waar de Noordzee langs de Nederlandse kust op zijn breedst is, is het getijverschil het kleinst. Bij Den Helder bijvoorbeeld is dat hooguit 1,5 m; bij Bath aan de Westerschelde 4,5 m (figuur 1.20).  Opstuwing is een samenspel van wind en hoogwater en kan de veiligheid van de bewoners in groot gevaar brengen. Vooral langs wateren die steeds nauwer worden, zoals het Ketelmeer, de Nieuwe Waterweg en open zeearmen, kan het gevaar groot zijn.

Zeestromingen u Zeestromingen zijn zoutwaterstromen in de oceanen en de

zeeën die al eeuwenlang een vaste richting hebben en over duizenden kilometers bewegen. Bekend is de Noord-Atlantische Drift (Golfstroom). Deze ontstaat in de Golf van Mexico en beweegt over de Atlantische Oceaan in de richting van Noordwest-Europa. Een deel komt door het Kanaal en het Nauw van Calais naar de Noordzee en stroomt langs de Nederlandse kust. Dit gedeelte van de Golfstroom wordt als reststroom aangeduid.  Deze reststroom draait in de Noordzee tegen de wijzers van de klok in en nadert de Nederlandse kust bij Zeeuws-Vlaanderen vanuit het zuidwesten (figuur 1.21). De stroomsnelheid is meestal lager dan 10 cm/sec, maar de zuidwestenwind versterkt de invloed van de zeestroom op de kust.  De vormende kracht van het getij is aanzienlijk groter dan die van de zeestroom, maar vooral de combinatie van getijdenstroming, wind en driftstroom maakte het mogelijk dat de Waddeneilanden gedurende de laatste eeuwen vele kilometers oostwaarts ‘wandelden’. 300

hoogwater

D

u

v d e o h u d o

waterhoogte in cm hoogwater

200 100 0 –100 laagwater

–200

laagwater –300

0

2

4

Vlissingen

FIGUUR 1.20

909517_BNWRK.indd Untitled-11 18 23

aantrekkingskracht van de zon

maan

aarde

zon

2

6

8

10 Texel

12

14

16

18

20

22

0 uur

Schiermonnikoog

Verticale getijdenverschillen langs de kust.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


3

24

1

NOORWEGEN

DENEMARKEN

.

21 12:08

DUITSLAND NEDERLAND bovenstroom 100

FIGUUR 1.21

onderstroom

200 km

De reststroom van de Noord-Atlantische Drift in de Noordzee.

De rol van de mens u De bewoners van de Lage Landen stelden zich in het begin

van onze jaartelling defensief op tegenover de zee. Men zocht de hogere plekken in het kustgebied op en bouwde wierden en terpen. Toen de zeespiegel bleek te stijgen, ging men over tot het opwerpen van dijkjes tussen de hogere delen in het kustlandschap. Binnendijks woonde men veilig, maar het uitblijven van regelmatige overstromingen betekende ook dat de sedimentatie van slib en zand uitbleef. Daardoor stopte de ophoging van het land. FIGUUR 1.22

909517_BNWRK.indd Untitled-11 19 24

 De afwatering van het binnendijkse gebied gebeurde met primitieve spuisluizen. Naarmate het bedijkte land beter werd ontwaterd, zakte het land.  In de loop van de tijd kreeg de bevolking meer technische middelen ter beschikking om het water op afstand te houden en ging men zelfs over tot de aanval. Er kwam meer aanslibbing op de wadden door het graven van greppels en het plaatsen van dammetjes van wilgentwijgen. De opgehoogde kwelders werden vervolgens bedijkt. Inhammen en zeearmen in Zuidwest-Nederland en langs de noordelijke kust werden ingenomen door de mens en een groot deel van de voormalige Zuiderzee werd drooggemalen.  De mensen hebben veel gedaan om de kust te beschermen: het beplanten van de duinen met helmgras (figuur 1.22) of dennenbomen, waterwinning, de bouw van sluizen voor uitwatering en scheepvaart, het aanleggen van pieren en hoofden, dammen en keringen, deuren en dijken, het baggeren van vaargeulen en het opspuiten van de Maasvlakten.

Ander zicht op zee

VERENIGD KONINGKRIJK

0

De Lage Landen bij de zee

u Tot voor kort werd de zee als vijand gezien en de natuur

als bedreigend voor onze veiligheid. Na elke storm werd de zeereep hersteld, maar toch ging er steeds meer duingebied verloren. Men bouwde dijken, dammen en palenrijen, stortte stenen, beton en asfalt. Het hielp maar weinig. Het werd langzamerhand duidelijk dat het zand niet vervangen kon worden door steen en asfalt. Door een opwarmend klimaat neemt de dreiging toe.  Ook de natuur en de recreatie hadden te lijden. Stukje bij beetje verdwenen waardevolle ecosystemen in zee of onder het zand. In de zeereep werd elk stukje kaal zand onmiddellijk ingeplant met helmgras, waardoor andere planten geen kans kregen. Het werd hoog tijd om de bakens te verzetten. Men koos voor een nieuwe koers: maak de zee tot vriend.

Duinbeplanting met helmgras op opgespoten zand bij Noordwijk.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Kust in beweging

1.2

2

Opdrachten

Deelvragen 4 Wat zijn de kenmerken van het Nederlandse kustgebied? 5 Hoe wordt de Nederlandse kust door de natuur opgebouwd en afgebroken? 6 Waarom veranderde de kijk op kustbescherming de laatste decennia?

Opdracht 1 Een enorme zandbak Lees de inleiding van paragraaf 1.2 en bekijk de foto. Gebruik de overzichtskaart van Midden-Nederland. a Noteer twee elementen op de foto waaraan je kunt zien dat de duinstrook bij Callantsoog is aangemerkt als een kwetsbare plek in de kustverdediging. b Welke oplossing om verdere kustafslag te voorkomen is bij Callantsoog toegepast? c Voor het versterken van de kust aan de landzijde van de duinen heeft de rijksoverheid ruimte gereserveerd. Schets een kaartje met de hoofdlijnen van het landschap van de openingsfoto. Geef op je kaartje aan waar deze ruimtereservering mogelijk was. Teken een noordpijl op je kaartje. Een schaal en een legenda zijn in dit geval niet nodig.

Opdracht 2 De zee neemt, de zee geeft Lees paragraaf 1.2 en bekijk de figuren. a Gebruik de atlaskaart Nederland - Paleografie. Vergelijk figuur 1.13 uit de theorie met de atlaskaart Nederland Paleografie, Late middeleeuwen. Wat is er tussen 50 n.Chr. en 1250 n.Chr. gebeurd met de grote veengebieden in Zuidwest-Nederland en de kop van Noord-Holland? b Waarom is het veengebied in wat nu de Zuid-Hollandse kust is, voor een groot deel gespaard? c Welk fysisch proces is de oorzaak van de landschappelijke veranderingen die je kunt aflezen uit de kaartjes D1 t/m D4 op het kaartblad Nederland - Paleografie? d Welke menselijke ingreep kun je aflezen uit het kaartje Nederland - Paleografie, Late middeleeuwen? Wat betekende dat voor de sedimentatie door de zee?

Opdracht 3 Oude duinen en geestgronden Gebruik figuur 1.13 uit de theorie. a Zijn de duinen die je in figuur 1.13 ziet oude of jonge duinen? b Waarom zijn oude duinen lager dan jonge duinen? Noteer een menselijke en een natuurlijke reden.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 20 25

25

1.2

Opdracht 4 Sediment en stroming op het wad Bekijk figuur 1.13 en 1.14 in de theorie. a Wadloopster Wanda zegt: ‘De vloedstroom is sneller dan de ebstroom. Dus zal het hier in de toekomst helemaal droog komen te liggen. We hoeven dan niet meer door dit soort diepe geulen te waden.’ Waarom denkt Wanda dat grote delen van de Waddenzee droog zullen komen te liggen? b Beredeneer met behulp van de atlaskaarten Nederland - Paleografie, Subatlanticum en Late middeleeuwen waarom de voorspelling van Wanda waarschijnlijk niet zal uitkomen. Gebruik in je antwoord de begrippen opbouw en afbraak. c Waarom wisselen zandige en kleiige sedimenten elkaar af in het Waddengebied? d In welke richting hebben de Waddeneilanden zich de laatste honderden jaren bewogen? e Met welke figuur in deze paragraaf kun je die verplaatsing het beste verklaren?

Opdracht 5 Deltahoogte Gebruik figuur 1.20 uit de theorie. a Vergelijk de verschillen tussen hoogwater en laagwater op de verschillende meetpunten langs de kust. Noteer de namen van de drie plaatsen met het grootste getijdenverschil. Waarom is juist bij deze drie meetpunten het verschil zo groot? b Waarom hecht Rijkswaterstaat vanuit het oogpunt van kustbescherming veel waarde aan het behoud van het Waddengebied?

Opdracht 6 Ontpolderen en veiligheid Lees W8 en bekijk W9. Bekijk figuur 1.15 in de theorie. Gebruik de overzichtskaart van Zuid-Nederland. a Noteer een natuurlijke oorzaak voor het steeds hoger worden van het Verdronken land van Saeftinghe. b Geef een argument vanuit de economische dimensie en een emotioneel argument die het verzet van de Zeeuwen tegen ontpoldering begrijpelijk maken. c Welk effect heeft de ontpoldering van de Hedwige- en de Prosperpolder op het getijdenverschil bij Bath? d Voorstanders van de ontpoldering pleiten voor een zachte kustverdediging. Ze vinden dat ontpoldering de veiligheid van het Scheldegebied vergroot. Verklaar dit en maak daarbij gebruik van de begrippen estuarium, noordwesterstorm, waterberging, springvloed en opstuwing. e Om hun argument te ondersteunen, willen de voorstanders tijdens een voorlichtingspresentatie een informatief kaartje gebruiken. Ontwerp zo’n kaartje met behulp van W10.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

V

O

909517


5

26

1

W8

De Lage Landen bij de zee

W11

Hedwigepolder toch ontpolderd.

De verbreding en verdieping van de vaargeul in de Westerschelde gaat ten koste van waardevolle natuur. Daarom hebben Nederland en België afgesproken om de Hertogin Hedwigepolder (in het meest oostelijke puntje van Zeeuws-Vlaanderen) en de aangrenzende Prosperpolder in België ter compensatie weer onder water te zetten. Daarmee krijgt de Westerschelde meer ruimte en wordt het getijdengebied van het Verdronken land van Saeftinghe een flink stuk groter.

W9

Gas uit de Waddenzee.

De Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM) mag meer gas gaan winnen onder en rond de Waddenzee. De bodemdaling die hierdoor wordt veroorzaakt, blijft volgens de NAM binnen de grens van 6 mm per jaar.

W12

Hongerige Waddenzee vreet Noord-Hollandse stranden op.

Ir. Elias (TU Delft) is gepromoveerd op de zandhonger van de Waddenzee. Het verticale getijdenverschil op de Wadden is veranderd, stelt hij. Daarnaast daalt de bodem en kruipt de zeespiegel omhoog. Daardoor neemt de Waddenzee nu meer zand op dan vroeger. Nederland hoeft dus niet bang te zijn dat er te weinig zand is voor de constante zeewaartse versterking van de Noordzeekust.

Wapenschild van Zeeland.

f

21 12:08

Opdracht 8 Terugblik op de paragraaf a Beschrijf wat W13 laat zien. b Met welke begrippen uit deze paragraaf kun je de zandrivier verklaren? c Geef een fysische verklaring waardoor havensteden zoals Rotterdam, Zierikzee en Brugge in de vorige eeuwen minder bereikbaar werden voor schepen. d Wat heeft men in Rotterdam gedaan om de bereikbaarheid vanuit zee te verbeteren?

Het estuarium van de Schelde. West ers c

el

de

Verdronken land van Saeftinghe NEDERLAND

BELGIË

W13 0

0

2,5

25

De zandrivier. 50 km

5 km

Verdieping Opdracht 7 Ook straks nog wadlopen? Lees W11 en W12 en bekijk nogmaals figuur 1.9 in de theorie. In deze opdracht onderzoek je of de zandbalans onze Waddenkust in de toekomst in stand kan houden. a Lees vaardigheid 6 Verklarende vragen in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Let op dat je de vier stappen in je antwoord verwerkt. Waarom is de kust bij Egmond aan Zee zo smal, terwijl de Waddenzee juist zand opneemt? b Werd het getijdenverschil op de Waddenzee groter of kleiner door de aanleg van de Afsluitdijk en het afsluiten van de Lauwerszee? Licht je antwoord toe. c Noteer vier oorzaken waardoor de Waddenzee kan veranderen in een dieper lagunegebied. d Wat zou het verdwijnen van de huidige Waddenzee betekenen voor de bescherming van de dijken in Noord-Nederland? e Bedenk wat Rijkswaterstaat moet doen om een toenemende zandhonger van de Wadden te stillen.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 21 26

No ord zee

W10

h

s

Herhaling

NEDERLAND

DUITSLAND

BELGIË

Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren

1a, 1b, 2a, 2c, 3a, 7a, 8a, 8b 2b, 4d, 4e, 5a, 5b, 6b, 6c, 7b, 8c 2d, 3b, 4c, 6a, 7d, 8d 4b, 6d, 7c 4a, 7e 1c, 6e

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30


Inspelen op de natuur

27

1.3

2

 s g d g

1.3

Inspelen op de natuur

Zand uit zee Sinds 1990 wordt bijna ieder jaar 2 tot 3 miljoen m zand op het Texelse strand gespoten. Wat kustbescherming betreft is Texel het duurste stukje van Nederland. Het zand wordt vrij ver uit de kust op een diepte van meer dan 20 m opgebaggerd uit de Noordzee. Je kunt goed zien dat het zand van elders komt. Het is bruinachtig van kleur en rijk aan kalk. Er zitten bodemdieren in die je normaal niet op het strand vindt. Voor kustvogels is een zandsuppletie een buitenkansje. Er komen ook fossiele botten en tanden, oude munten, zilveren ringen en vuurstenen werktuigen mee. Die komen vaak van plekken in de Noordzee die vroeger land waren en waar mensen woonden. 3

 Dynamisch handhaven is een kwestie van geven en nemen. De kustlijn mag binnen een bepaalde bandbreedte bewegen (figuur 1.23), zodat water en wind vrij spel hebben om op te bouwen en af te breken. Rijkswaterstaat gaat hierbij uit van de basiskustlijn van 1990.

 m f o l d i 1 u

Meebewegen met de natuur u In de jaren tachtig van de vorige eeuw begon men met

een nieuwe manier van kustbescherming, met de natuur als compagnon. Waterstaatkundigen vertrouwen er sindsdien op dat de natuurlijke processen voor een belangrijk deel zelf de kust in stand kunnen houden, zodat de mens niet keer op keer hoeft in te grijpen. Deze aanpak wordt dynamische handhaving genoemd. Het uitgangspunt is dat onze kust een systeem is, een werkend geheel, met genoeg veerkracht om de veranderingen in de natuur op te vangen.

FIGUUR 1.23

909517_BNWRK.indd Untitled-11 22 27

De kust kan zich in onbebouwde brede duingebieden vrij bewegen binnen een bepaalde bandbreedte.

13/04/2021 23/07/2021 12:08 12:30

909517


21 12:08

28

1

 Er is wel een probleem met onze kust. Er verdwijnt op sommige plekken heel veel zand. Dat verlies moet worden goedgemaakt. Dit wordt gedaan door zandopspuitingen die de kustlijn op zijn plaats moeten houden, zandsuppleties genoemd (figuur 1.24). De kosten hiervan zijn hoog. 20

x 1 miljoen m3

40

De Lage Landen bij de zee

15

30

10

20

onderwatersuppletie

13

11

20

20

09

07

20

20

05

03

20

20

01

99

20

19

19

19

19

97

0

95

0

93

10

91

5

jaar

bkl-overschrijding in %

strandsuppletie

FIGUUR 1.24

Zandsuppleties en overschrijding van de basiskustlijn (bkl), 1991 - 2014.

 Niet alleen wordt zand van strand en duinen afgeslagen, maar ook onder water spoelt veel zand weg. Om het kustfundament op orde te houden, past Rijkswaterstaat sinds 1995 ook vooroeversuppleties (onderwatersuppleties) toe, meer en liever zelfs dan strandsuppleties. Deze laatste methode is duurder en veroorzaakt meer overlast op het strand en dat is, zeker in het toeristische seizoen, een groot nadeel (figuur 1.25 en 1.26). Het zand dat nodig is om tekorten aan te vullen, wordt uit de diepere delen van de Noordzee opgezogen.

FIGUUR 1.25

veenoxidate hoogwaterstand laagwaterstand

vooroeversuppletie

vooroever

strand

waterkerende duinen

Twee manieren van zandsuppletie.

Bewegend zand u Tussen het dorp Ter Heijde en de wijk Kijkduin (Den Haag)

aan de Delflandse kust zijn de natuurlijke stranden en duinen relatief smal. Daarom hebben Rijkswaterstaat en de provincie Zuid-Holland tussen maart en november 2011 voor dit stuk kust een schiereiland van 128 hectare (256 voetbalvelden) aangelegd. Het schiereiland, de Zandmotor, dat in de vorm van een haak is aangelegd, steekt 1 km ver in zee en is aan het strand 2 km breed (figuur 1.27). Door wind, golven en stroming verspreidt het zand zich de komende twintig jaar langs de kust van Zuid-Holland. Deze vorm van dynamisch kustbeheer zorgt ervoor dat door de werking van golven, wind en stroming de stranden en duinen op een natuurlijke manier worden verbreed. Tegelijk ontstaat er meer ruimte voor natuur en recreatie (figuur 1.28).

Dynamiek en diversiteit u Texel is bekend om zijn slufter. Een slufter is een getijden-

gebied waarin zout water vanuit zee onder invloed van eb en vloed door een geul in de duinen het land kan binnendringen.  De kern van De Slufter op Texel bestaat uit een brede duinvallei die in open verbinding staat met de Noordzee. Doordat het stroomgat langzamerhand noordwaarts verschoof, werd de duinenrij aan de noordzijde van de getijdengeul echter sterk aangetast. In 2004 begon men met het maken van een grote getijdenopening aan de uiterste zuidkant van De Slufter.

Zandsuppletie.

FIGUUR 1.27

909517_BNWRK.indd Untitled-11 23 28

strandsuppletie

waterstand bij stormvloed

FIGUUR 1.26

19

7

De Zandmotor bij Ter Heijde in 2012.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Inspelen op de natuur

oude situatie

start

29

1.3

3

K

na 10 jaar

u

b v a d d m z  s j o w d v  s g

0

500

N

1.000 m

strand +2,5 tot +5 m NAP

zee –2,5 tot 0 m NAP

zee –5 m NAP

duin

strand 0 tot +2,5 m NAP

zee –5 tot –2,5 m NAP

strekdam

vegetatie

FIGUUR 1.28

Ontwikkeling van de Zandmotor.

Vervolgens werd het oude stroomgat dichtgemaakt. Bij gemiddeld hoogwater lopen alleen de achterliggende kreken en de plassen vol. Bij extreem hoogwater staat het overgrote deel van De Slufter blank (figuur 1.29).  De natuurwaarde van het Nationaal Park Duinen van Texel, waarvan De Slufter deel uitmaakt, is groot. Het samenspel FIGUUR 1.29

909517_BNWRK.indd Untitled-11 24 29

u

tussen wind en zee, de afwisseling van zout en zoet water en de hoogteverschillen zorgen voor een gradiëntrijk milieu. Met gradiëntrijk wordt bedoeld dat er sprake is van allerlei overgangen in het landschap. De natuur is er voortdurend in beweging. Onder al deze omstandigheden is de soortenrijkdom van plantengroei en dierenleven groot.

e N d v r v  r e v

De Slufter op Texel, waarin de dynamiek goed te zien is.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


9

21 12:09

30

1

Kerf in de kust u Een ander voorbeeld van zachte kustverdediging in com-

binatie met natuurverbetering is De Kerf. Het duingebied van Bergen-Schoorl (Noord-Holland) is zo breed dat men het aandurfde om te experimenteren met dynamisch beheer van de duinen. In 1997 werd een inham gegraven in de zeereep, met de naam De Kerf. Af en toe stroomt zout water, dat kalkrijk slib meebrengt, het duingebied binnen. Er is een overgang van een zoete naar een zoute leefomgeving ontstaan.  In het eerste halfjaar overstroomde De Kerf elke maand bij springtij. Op het strand vond sterke erosie plaats, in de duinen juist sedimentatie. De laatste jaren loopt De Kerf alleen nog onder wanneer springtij en zuidwesterstorm samengaan. De wind heeft een zanddrempel van een paar meter hoog in de doorgang gestoven. Het zeewater stroomt hier veel minder vaak overheen.  De vegetatie past zich geleidelijk aan het brakke ecosysteem aan. Het stuifzand is gunstig voor planten die het goed doen op de zeereep.

Nog meer kustnatuur u De ecologische waarde van de kust blijft niet beperkt tot

een aantal slufters. De duinstreek beslaat slechts 2% van het Nederlandse grondgebied, maar omvat bijna twee derde van de in Nederland voorkomende plantensoorten. Vogels en vlinders zijn er rijk vertegenwoordigd. Trekvogels broeden, rusten of overwinteren in de kuststrook, mede dankzij de grote voedselrijkdom in onze kustwateren.  Het grootste deel van het Waddengebied bestaat uit natuurreservaten. Het gebied is van internationaal belang, omdat het een kraamkamer is voor de Noordzee. Het is een leefgebied voor zeehonden, een rust- en voedselgebied voor miljoenen

FIGUUR 1.30

909517_BNWRK.indd Untitled-11 25 30

De Lage Landen bij de zee

trekvogels en een broedgebied voor duizenden vogels. Duinen en wadden vormen een onderdeel van het Nederlandse natuurnetwerk.  De Westerschelde is de laatste volledig open zeearm in zuidwestelijk Nederland en een van de laatste natuurlijke riviermondingen in Europa. Naast open water zijn er schorren en bij eb droogvallende zandplaten te vinden die worden doorsneden door diepere geulen. De Westerschelde is samen met de Oosterschelde de belangrijkste pleisterplaats voor steltlopers in het deltagebied.  De economische waarden raken gemakkelijk in conflict met de natuurwaarden in het kustgebied. Zo biedt de bollenteelt veel werkgelegenheid op de geestgronden tussen Haarlem en Leiden. De winning van olie en gas uit zee, de visserij en de schelpen- en zandwinning brengen veel geld op. Windmolens, buizen en kabels, geulen voor de scheepvaart en havenwerken maken deel uit van de infrastructuur te water. De Westerschelde wordt voortdurend uitgebaggerd ten bate van de haven van Antwerpen, met alle gevolgen voor het ecosysteem in dit getijdengebied. De zoetwaterwinning in de duinen is een niet weg te denken economische activiteit. Toerisme en recreatie zijn niet alleen van plaatselijk, maar ook van nationaal belang voor werkgelegenheid en als bron van inkomsten.

Wonen aan de kust u Bouwen aan zee is populair. Dicht aan zee zijn aantrekkelij-

ke woongebieden en badplaatsen ontstaan. De toename van welvaart, bevolking en vrije tijd leidt tot een steeds intensiever gebruik van de ruimte. Recreatieondernemers willen het toeristische seizoen graag uitbreiden naar herfst, voorjaar en winter. Jaarronde exploitatie vraagt echter hoogwaardigere voorzieningen om de gasten onder te brengen en te vermaken. Het valt niet mee om daar ruimte voor te vinden. Een onbelemmerde

Afbraak van een strandpaviljoen voor de komst van het stormseizoen.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Inspelen op de natuur

ombouw van bijvoorbeeld strandpaviljoens tot permanente voorzieningen staat een zeewaartse verbreding van de kustlijn in de weg. Bebouwing aan de landzijde maakt een landinwaartse verbreding van de waterkering onmogelijk.  Seizoenvergunningen voor strandpaviljoens zullen niet worden omgezet in jaarvergunningen. Bestaande strandpaviljoens moeten aan een reeks voorwaarden voldoen om dynamisch kustbeheer mogelijk te maken. Ze moeten bijvoorbeeld op palen worden gebouwd. De exploitant kan geen aanspraak maken op extra bescherming of zandsuppletie en draait zelf op voor stormschade (figuur 1.30).  Kustbebouwing brengt met zich mee dat de kust minder beweeglijk en veerkrachtig wordt. Dat maakt dynamische handhaving moeilijk. Een harde kust, of die nu bestaat uit een strandboulevard, een havenhoofd of dijk, kan zich niet verplaatsen. Een ontwikkeling waarin een kustlijn een starre grens wordt die veel bescherming vraagt, wordt aangeduid als bolwerkvorming.

31

1.3

3

 De Hondsbosse Zeewering is een voorbeeld van hoe een bolwerk kan worden ingepast in dynamisch kustbeheer. Het is een 5,5 km lange dijk bij het Noord-Hollandse kustdorpje Petten met een lange geschiedenis van stormschade en dijkherstel. Door de voortdurende erosie van de aangrenzende duinen kwam de zeewering steeds verder in zee te liggen. De dijk voldeed niet meer aan de veiligheidseisen en werd afgekeurd (figuur 1.32). Met miljoenen kubieke meters zand is vervolgens een duinenrij in zee opgespoten en de zeewering zelf is half onder het zand begraven. Tussen de nieuwe duinenrij en de verborgen dijk ligt een strandmeer op de plaats waar eerder strekdammen in zee staken (figuur 1.33). Wind en water moeten nu aan het werk om dit stukje kust veilig te houden.

Bolwerken beschermd u Vanwege de grote investeringen die gedaan zijn in bebou-

wing en zeeweringen, ligt het voor de hand om een harde kuststrook te beschermen tegen de krachten van de zee, ook al brengt dit hoge kosten met zich mee.  Bolwerkvorming betekent dat het overstromingsrisico toeneemt. Daarom mag in de kuststrook alleen maar worden bijgebouwd waar al een aaneengesloten bebouwing aanwezig is. Dit is het geval in dertien kustplaatsen. Eigenlijk zou het beter zijn om hier niet bij te bouwen vanwege het overstromingsrisico, maar vanwege het economische belang wordt de kust goed beschermd.  De kustprovincies moeten in hun streekplannen grenzen opnemen die om de badplaatsen heen worden getrokken, contouren genoemd. Binnen zo’n contour mag onder bepaalde voorwaarden worden gebouwd of verbouwd, erbuiten in principe niet (figuur 1.31). zee

strand

duin

duin

E

u

g D b p v  N w w  d H o s m t z z w n (

polder

ja, mits strandpaviljoen (seizoengebonden)

bebouwingscontour

ja, mits

ja, mits strandpaviljoen (jaarrond)

badplaats (bebouwde kern)

afhankelijk van overig beleid (Natuurnetwerk Nederland, Wet ruimtelijke ordening)

FIGUUR 1.32

De Hondsbosse Zeewering als kustbolwerk, 2013.

nee, tenzij

waterkering

FIGUUR 1.31

909517_BNWRK.indd Untitled-11 26 31

dijkringgebied

Het contourenbeleid.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


1

32

1

De Lage Landen bij de zee

-

21 12:09

FIGUUR 1.33

Versterking van de kust bij de Hondsbosse Zeewering in 2014.

Een nationaal waterplan

ruimtelijke reservering voor veiligheid

groeien met de veranderende natuurlijke omstandigheden. Dijken en smalle duinstroken blijven ook in de toekomst kwetsbare schakels in de kustverdediging. De overheid heeft op deze plekken ruimte aangewezen die kan worden gebruikt voor het verbreden van de kuststrook (figuur 1.34)  Deze en veel meer maatregelen worden beschreven in het Nationaal Waterplan. Dit plan is een voorbeeld van integraal waterbeleid waarbij alle zaken die met waterveiligheid en watervoorziening te maken hebben, worden beschreven.  Het waterplan is een uitwerking van het Deltaprogramma dat in 2008 werd opgesteld door de Tweede Deltacommissie. Het Deltaprogramma richt zich op de ‘duurzame veiligheid tegen overstromingen en de duurzame voorziening van voldoende en schoon water in ons land’. De Tweede Deltacommissie kwam met allerlei adviezen en oplossingen die deze waterproblematiek betreffen. Er hangt wel een prijskaartje aan: tot 2050 elk jaar zo’n anderhalf miljard euro. Om ervoor te zorgen dat de noodzakelijke werkzaamheden daadwerkelijk worden uitgevoerd en worden betaald, zijn al deze zaken wettelijk vastgelegd in de nieuwe Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening (2011).

No ordz ee

u Op de lange duur kan de kust misschien niet overal mee-

NEDERLAND

DUITSLAND

BELGIË

0

25

FIGUUR 1.34

909517_BNWRK.indd Untitled-11 27 32

50 km

Ruimtereservering bij zwakke schakels langs de kust.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Inspelen op de natuur

1.3

33

1.3

Opdrachten Opdracht 3 De basiskustlijn

Deelvraag

Bekijk figuur 1.24 in de theorie. a Beschrijf de trend in bkl-overschrijdingen. b Verklaar de trend in bkl-overschrijdingen. c Heeft de veranderde verhouding tussen de twee soorten zandsuppletie invloed op de overschrijdingskans van de basiskustlijn? Licht je antwoord toe.

7 Hoe werkt de nieuwe manier van kustbescherming? 8 Hoe houdt men de kustgebieden waar dynamische handhaving niet mogelijk is veilig? 9 Wat is integraal waterbeleid?

Opdracht 1 Dan maar zand halen

Opdracht 4 Ongerepte natuur in zee

Lees de inleiding van paragraaf 1.3 en bekijk de foto. a Waar is het baggerschip op de foto mee bezig? b Vergelijk W14 met de atlaskaart Nederland - Natuurlijke hulpbronnen/Energie. Noteer twee kenmerken van het deel van de Noordzee waar de zandwinning voor het onderhoud van de Nederlandse kust plaatsvindt. c Noteer twee nadelen van een onbeperkte zandwinning uit zee. W14 0

Bekijk W15 en gebruik de overzichtskaart van NoordNederland. De Razende Bol (Noorderhaaks) is een natuurlijke zandplaat. De plaat is ontstaan doordat het water dat bij eb uit het Marsdiep stroomt, botst op de opkomende vloed vanaf de Noordzee. De zandbank verplaatst zich per jaar 100 m in oostelijke richting. a Leg uit hoe De Razende Bol door de eb- en vloedstromen kon ontstaan. b Voorspel wat er uiteindelijk zal gebeuren met de huidige Razende Bol en reken uit over ongeveer hoeveel jaren dat het geval zal zijn.

Zandwinlocaties op de Noordzee.

25

3

50 km

W15

O

De Razende Bol.

diep water Texel

ondiep water

dzee Noor

harde kust

Mol

eng at Marsdiep

De Razende Bol

NEDERLAND

NoordHolland

DUITSLAND 0

1

V

2 km

O BELGIË locatie zandwinning

Opdracht 2 Een economisch sterke en aantrekkelijke kust Lees paragraaf 1.3 en bekijk de figuren. a Welke vorm van zandsuppletie zie je in figuur 1.25? b Welke vorm van zandsuppletie draagt tijdens de uitvoering ervan niet bij aan een economisch sterke en aantrekkelijke kust? Licht je antwoord toe. c Bedenk een voorbeeld van hoe die vorm van zandsuppletie na voltooiing toch kan bijdragen aan een economisch sterke en aantrekkelijke kust.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 28 33

Opdracht 5 De Zandmotor Bekijk figuur 1.27 in de theorie en bekijk de omslagfoto van het leeropdrachtenboek. a Leg met behulp van de atlaskaart Nederland - Dreigend water, Primaire dijken en de tekst in de theorie uit waarom de Zandmotor juist voor de Haagse kust werd aangelegd. b Download en print W16. Teken in W16 de vorm van de Zandmotor zoals die er over 20 jaar na de aanleg ongeveer zal uitzien. c Stel dat alle kustprocessen op dezelfde manier blijven verlopen. Wat moet er na die 20 jaar dan gebeuren om het Hollandse kustfundament in stand te houden?

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


3

n

21 12:09

34

1

W16

De zandmotor over 20 jaar.

oude situatie

0

De Lage Landen bij de zee

500

start

na 10 jaar

na 20 jaar

1.000 m

strand +2,5 tot +5 m NAP

zee –2,5 tot 0 m NAP

zee –5 m NAP

duin

strand 0 tot +2,5 m NAP

zee –5 tot –2,5 m NAP

strekdam

vegetatie

Opdracht 6 Grenzen stellen a Bekijk figuur 1.23 in de theorie. Waar wordt de speelruimte van de natuurlijke handhaving belemmerd en hoe wordt zo’n belemmering genoemd? b Bekijk figuur 1.31 in de theorie. Welk belang binnen de bebouwingscontour weegt naar verhouding het zwaarst? Kies uit: natuurbelang – economisch belang – veiligheidsbelang. Licht je keuze toe. c Waarom zal een zeewaartse of landinwaartse uitbreiding van de bebouwing in de duinstrook al snel stuiten op bezwaar op grond van het Natuurnetwerk Nederland?

Verdieping Opdracht 7 Blijvend zwakke schakel Gebruik het kaartblad Nederland - Dreigend water en bekijk de figuren 1.29, 1.32 en 1.33 in de theorie. Lees W17. a Geef twee argumenten waarom de Hondsbosse Zeewering een zwakke schakel zal blijven. W17

Kustverdedigingsvarianten Hondsbosse Zeewering.

1 Consoliderend: verhoging en verbreding van het Hondsbosse Bolwerk landinwaarts (aan de zijde van de Verenigde Harger- en Pettemerpolder). 2 Consoliderend: de bestaande dijk wordt ingepakt met zand. Strekdammen en helmbeplanting beperken de erosie. De nieuwe kust zal blijvend grote zandsuppleties vragen.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 29 34

3 Landwaartse strategie: de bestaande zeewering wordt onderhouden, maar niet verhoogd of verlaagd. De zeedijk wordt steeds meer een overslagdijk. De achterliggende slaperdijken worden versterkt. Het gebied achter de overslagdijk kan tijdelijk verzilten. 4 Landwaartse strategie met slufter: de primaire zeewering wordt verlaagd en op enkele plaatsen geopend. Landinwaarts worden de bestaande slaperdijken versterkt tot primaire zeewering. De Harger Slufter zal openstaan voor eb en vloed en zich ontwikkelen tot een krekenlandschap. 5 Landwaartse strategie: met langere strekdammen in zee. De bestaande primaire zeewering wordt landinwaarts verplaatst. Door het verlengen van een of meer strekdammen zal de kusterosie worden verminderd of zal zelfs zand uit zee worden vastgehouden, wat mogelijk tot duinvorming leidt. Helmbeplanting moet in dat geval winderosie beperken. 6 Zeewaartse strategie: ‘Marina Petten’. Enkele lange strekdammen beperken de kusterosie en vormen een grote haven voor zeegaande (zeil)jachten. Zandsuppletie kan de strandvorming aan weerszijden van de jachthaven versterken. 7 Zeewaartse strategie: met zandsuppletie. De zeedijk wordt aan de zeezijde voorzien van een duinenrij, die vloeiend aansluit op de bestaande zeereep. Een lagune tussen dijk en duin moet het stuifzand opvangen. Er ontstaat een smal strand voor recreatie. Helmbeplanting moet de winderosie beperken.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


b Noteer twee zaken waaraan je in figuur 1.32 kunt zien dat de Hondsbosse Zeewering een bolwerk in de Noord-Hollandse kust was. c Zoom via Google Earth in op de omgeving van de Hondsbosse Zeewering. Download en print W18. Zet in W18 een kruisje onder de nummers van de maatregelen uit W17 die passen in het traditionele defensieve kustverdedigingsbeleid. d Zet in W18 een kruisje onder de nummers van de maatregelen uit W17 die passen bij het nieuwe kustbeleid (dynamisch handhaven). e Zet in W18 een kruisje onder de nummers die vooral goed zijn voor de economie en die goed zijn voor de natuur. W18

35

1.3

Inspelen op de natuur

f

Herhaling Opdracht 8 Terugblik op de paragraaf a Download en print W19. Maak de kruiswoordpuzzel in W19. b Welke twee begrippen in de puzzel staan letterlijk en figuurlijk haaks op elkaar?

1

2

3

4

5

6

7

Ò onthouden Ò begrijpen

defensief kustbeleid

Ò toepassen

dynamisch handhaven

Ò analyseren Ò evalueren

economie

Ò creëren

natuur

2a, 2b, 3a, 3b, 6a, 7e, 8a 3c, 6b, 7f, 8b 1a, 2c, 4a, 4b, 5b, 6c, 7a, 7b 1b, 5a, 5c, 7c 1c, 7d -

Omschrijvingen.

horizontaal 2 regelgeving over de waterproblematiek 3 dorp bij de Hondsbosse Zeewering 4 kusterosie 6 trechtervormige riviermonding 8 opening in de duinenkust om een natuurlijke dynamiek mogelijk te maken 10 geplant om opgespoten zand vast te leggen 12 opgewaaide zandheuvel 13 voorbeeld van een hard kustgedeelte 14 eb en vloed 16 voorbeeld van een primaire waterkering 18 bebouwen van de zeereep 19 Texel 20 omdijkt gebied waarbinnen de waterstand wordt geregeld 21 stenen dam haaks op het strand verticaal 1 hoogwater 2 moderne kustbescherming 5 zandopspuiting 7 tussen zeereep en eblijn 9 zandplaat ten westen van het Marsdiep 11 oorzaak van stranddrift 13 gebied dat beschermd wordt door een primaire waterkering 15 woonheuvel in een getijdengebied 16 vorm van dynamische kustbescherming voor de Haagse kust 17 kleine opening in de Haringvlietdam 19 laagwater

909517_BNWRK.indd Untitled-11 30 35

Welke strategie is uiteindelijk toegepast bij de Hondsbosse Zeewering?

Verdedigingsstrategieën beoordeeld.

Strategie

W19

3

1 2

3 4

5 6

V

7 8

9 10 11

12 13 14

15

16

17

V

18

19 20

21

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


5

21 12:09

36

1

Casusopdracht

De Lage Landen bij de zee

Den Haag tussen hoop en vrees W21

Inleiding Deze opdracht gaat onder andere over Meijendel, een natuurgebied dat ligt ingeklemd tussen Den Haag, Wassenaar en de Noordzee. Het is een beschermd natuurmonument. Het duingebied heeft meerdere functies. Je zoekt naar mogelijkheden om hier dynamisch kustbeheer in te passen in een groot aantal andere bestemmingen. Lees W20. W20

Werkwijze.

Onderzoeksvraag: Is er ruimte voor wind, zand en golven in

Samenwerkingsovereenkomst dynamisch kustbeheer Meijendel.

De kuststrook tussen Den Haag en Wassenaar is zo’n beetje van iedereen. Rijkswaterstaat handhaaft de buitenste kustlijn. Het hoogheemraadschap van Rijnland is beheerder van de buitenste duinen en is daarmee verantwoordelijk voor de kustverdediging. Duinwaterbedrijf Zuid-Holland is de eigenaar van de zeereep en heeft samen met Zuid-Hollands Landschap de zorg voor het natuurbeheer in het achterliggende Meijendel. Nog niet lang geleden werd de zeereep in het duingebied als een dijk beheerd. Toen er spontaan een stuifkuil in de zeereep ontstond en er zich bovendien stuifduinen vormden, was dat het signaal voor de beheerders om samen te werken aan een natuurlijker duinbeheer.

een overvol kustgebied? soort opdracht

onderzoeksopdracht

tijdsduur

ongeveer 30 minuten

voorbereiding

hoofdstuk 1 moet zijn bestudeerd

benodigde

atlas, leeropdrachtenboek

hulpmiddelen werkvorm

alleen of samen

opzet

aan de hand van de vragen en W21 t/m W25 onderzoeken jullie welke mogelijkheden tot dynamisch kustbeheer er mogelijk zijn in dit gebied

eindresultaat

antwoord op de onderzoeksvragen

Vraag 1 Gebruik het kaartblad Nederland - Drinkwatervoorziening. a Noteer de drie belangrijkste functies van het duingebied Meijendel. b Voor de bereiding van drinkwater is de hoeveelheid jaarlijkse neerslag volstrekt onvoldoende. Op welke manier wordt water ter infiltratie toegevoegd aan het winningsgebied?

Vraag 2 Lees W21. a Op welke manier beheerde het hoogheemraadschap tot voor kort de zeereep ‘als een dijk’? b Waarom stond het hoogheemraadschap van Rijnland een actief dynamisch beheer in de zeereep niet toe? c Op welke manier handhaaft Rijkswaterstaat de buitenste kustlijn? d Leg uit waardoor de nieuwe vorm van kustbeheer bij de Haagse kust het hoogheemraadschap van Rijnland kon overhalen de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 31 36

Vraag 3 Lees en bekijk W22 t/m W25. Lees vaardigheid 8 Waarderende vragen en 22 Verschijnselen of gebieden bekijken vanuit verschillende dimensies in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. a Waarom was de vereniging Duinbehoud tegen de aanleg van het nieuwe fietspad? Vanuit welke dimensie redeneert de vereniging? b Noteer een sociaal argument waarmee de gemeente Den Haag zich opstelde tegen vermindering van het aantal parkeerplaatsen. c Fietspad 10 is inmiddels aangelegd, tot vreugde van onder andere de Fietsersbond. Vanuit welke dimensie redeneert de Fietsersbond? d Wat is jouw standpunt met betrekking tot de aanleg van Fietspad 10? Noteer de argumenten die je standpunt onderbouwen en geef aan vanuit welke dimensie je daarbij redeneert. W22

Tegen Fietspad 10.

Vereniging Duinbehoud heeft negatief gereageerd op de plannen om dwars door de duinen bij Den Haag een fietspad aan te leggen. Fietspad 10 verkort de oude fietsroute via Wassenaar met bijna 5 km. Voor de aanleg was een vergunning op basis van de Natuurbeschermingswet nodig.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Casusopdracht

W23

Fietspad van de baan.

3

Gebruik de overzichtskaart van Midden-Nederland, de kaart Nederland - Dreigend water, Primaire dijken en W25. In de theorie worden twee openingen in de zeereep beschreven: de Slufter op Texel en De Kerf bij Bergen aan Zee. Welke mogelijkheden en beperkingen zijn er om in het duingebied Meijendel een ver landinwaarts liggend getijdengebied te vormen met behoud van de veiligheid?

S

Vraag 4

Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland hebben besloten dat de aanleg van Fietspad 10 uit het Provinciaal Fietspadenplan niet doorgaat. De opheffing van honderd parkeerplaatsen bij Meijendel bleek het grootste struikelblok. Doordat het tracé door een waardevol duingebied was geprojecteerd, moest het verlies van natuurwaarden elders gecompenseerd worden. Die compensatie moest bestaan uit beperking van het autoverkeer naar de zogenoemde Vallei van Meijendel en het terugbrengen van de parkeergelegenheid daar.

W24

37

1

Gemeente Wassenaar positief over Fietspad 10.

De gemeente Wassenaar ziet wel wat in de aanleg van een fietsverbinding tussen buurgemeente Den Haag en de Vallei van Meijendel. De inrichting van Meijendel is sterk gericht op recreatief medegebruik. Zo zijn er fiets- en wandelpaden, een bezoekerscentrum en een restaurant/ pannenkoekenhuis. In het duingebied Meijendel komen jaarlijks bijna 1 miljoen bezoekers.

W25

Tracé voorgenomen Fietspad 10 TNO-Meijendel. bezoekerscentrum en pannenkoekenhuis Meyendel

e Pa d

r hte

Beukenlaantje

Ac

om

Hog

Duinwaterbedrijf Zuid-Holland Voorlinden

oorlogsmonument Roggewoning Gemeente Wassenaar

aals eW Oud perweg dor TNO

Vlakte van Waalsdorp

n La

ch ds

in eid

g we gs

0) (N44

fietsecoduct Gemeente Den Haag

0

100 200 m

bebouwing

water

weg

bijzonder gebouw

duinen

gemeentegrens

bos

overige grond

TNO fietspad

Ò evalueren

909517_BNWRK.indd Untitled-11 32 37

casusopdracht

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


7

.

38

De Lage Landen bij de zee

Finish Leeroverzicht

Slotopdracht De gemeente Schagen (Noord-Holland) wil de werkgelegenheid versterken en het aantal inwoners vasthouden. Callantsoog (ongeveer 2.500 inwoners) maakt deel uit van deze gemeente. De recreatieve sector in Callantsoog biedt veel werkgelegenheid (W26). Stel dat jij raadslid bent van de gemeente Schagen. Je vraagt je af: Is er ruimte voor een vakantiepark?

-

21 12:09

1

Maak met jouw raadsfractie (drie of vier medeleerlingen) een beargumenteerd voorstel waarin je een locatie aanwijst voor een vakantiepark (met bungalows en camping) van 3.000 m × 1.000 m in de onmiddellijke nabijheid van het dorpje Callantsoog. Maak een (PowerPoint-)presentatie waarvoor je behalve de informatie in dit hoofdstuk ook de atlas en Google Earth mag gebruiken. Je mag figuren uit het leeropdrachtenboek in je presentatie opnemen. Download en print W26. Geef je eventuele locatiekeuze aan in W26. W26

0

Hoofdvraag Hoe kunnen we de Nederlandse kust beschermen tegen toenemend overstromingsgevaar? Deelvragen 1

2

Spreiding vakantieparken en campings in de gemeente Schagen. 1

2 km

Julianadorp

Anna Paulowna

3 't Zand

Oudesluis

Noor dze e

Callantsoog

Schagerbrug Schagen Sint Maartensbrug

Sint Maartensvlotbrug

Sint Maarten Petten Burgerbrug

Dirkshorn Tuitjenhorn

Warmenhuizen

4 Waarland

Schoorl NoordScharwoude camping of vakantiepark

Ò creëren

909517_BNWRK.indd Untitled-11 33 38

(mini)camping

Hoe wordt het kustgebied van Nederland beschermd tegen overstromingen vanuit zee? Je kunt een beschrijving geven van de waterkeringen in Laag-Nederland. Je kunt het waterbeheer beschrijven in het Nederlandse kustgebied. Je kunt uitleggen waarom de overheid het overstromingsrisicobewustzijn wil verhogen. Je kunt het begrip overstromingsrisico toepassen in concrete situaties. Waardoor wordt de kans op overstromingen vanuit de Noordzee groter? Je kunt de zeespiegelstijging en de verhoogde waterafvoer verklaren vanuit de klimaatverandering. Je kunt de voorwaarden noemen voor de instandhouding van onze kust. Je kunt kustafslag in verband brengen met de zandbalans voor de kust. Je kunt de relatie beschrijven tussen zeespiegelstijging, de afvoer van rivierwater, springtij, opstuwing en overstromingsrisico. Hoe kunnen veiligheid en natuur samengaan in het zuidwestelijke deltagebied? Je kunt de liggingskenmerken van het zuidwestelijke deltagebied beschrijven. Je kunt het overstromingsrisico van het zuidwestelijke deltagebied aangeven. Je kunt het verband beschrijven tussen de kwetsbaarheid voor overstromingen van het zuidwestelijke deltagebied, klimaatverandering en waterafvoer. Je kunt de verandering in de waterhuishouding in het zuidwestelijke deltagebied van zout naar zoet naar zout beschrijven en verklaren. Wat zijn de kenmerken van het Nederlandse kustgebied? Je kunt het ontstaan van de Nederlandse kust in hoofdlijnen beschrijven. Je kunt de verschillende kustdelen en kusttypen onderscheiden. Je kunt de kenmerken beschrijven van harde en zachte kusten.

slotopdracht

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Finish

39

1

4

Begrippen 5

6

7

8

9

909517_BNWRK.indd Untitled-11 34 39

Hoe wordt de Nederlandse kust door de natuur opgebouwd en afgebroken? Je kunt de kustprocessen beschrijven en het effect ervan op de kustvorming. Je kunt het ontstaan van eb en vloed verklaren en de betekenis van het getij voor kustvorming en kustveiligheid aangeven. Je kunt de relatie leggen tussen kustprocessen, kustkenmerken en kustvorming. Waarom veranderde de kijk op kustbescherming de laatste decennia? Je kunt de rol van de mens in de kustprocessen beschrijven. Je kunt het effect van de traditionele kustverdediging beschrijven. Je kunt het effect van de traditionele kustverdediging beoordelen. Hoe werkt de nieuwe manier van kustbescherming? Je kunt het idee van dynamisch handhaven beschrijven. Je kunt het idee van dynamisch handhaven toepassen in concrete situaties. Je kunt de voorwaarden waarbinnen dynamisch handhaven wordt toegepast beschrijven. Hoe houdt men de kustgebieden waar dynamische handhaving niet mogelijk is veilig? Je kunt aangeven hoe en waarom zandsuppleties de kustprocessen kunnen ondersteunen. Je kunt de wijze waarop de zandwinning plaatsvindt beschrijven en beoordelen. Je kunt de manieren van zandsuppletie beschrijven en beoordelen op effecten. Je kunt een aantal concrete voorbeelden van dynamisch handhaven beschrijven en de uitwerking daarvan beoordelen Wat is integraal waterbeleid? Je kunt het kustbeleid van de overheid beschrijven. Je kunt verbanden leggen tussen overstromingsgevaar en de ruimtelijke inrichting van de kuststrook. Je kunt de ruimtelijke afwegingen in het kustbeleid beoordelen. Je kunt het integrale kustbeleid van de overheid analyseren en beoordelen op samenhang en effecten.

afbraak van de kust, bodemdaling, bolwerkvorming, Deltafonds, Deltaprogramma, Deltawet, Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening (2011), doodtij, duin, dynamische handhaving, eb, estuarium, getijdenstroming, harde kust, integraal waterbeleid, klimaatverandering, kustproces, Nationaal Waterplan, neerslagregiem, opbouw van de kust, overstromingsrisicobewustzijn, primaire waterkering, Rijkswaterstaat, slufter, springtij, Tweede Deltacommissie, vloed, wad, waterschap, wind, zachte kust, Zandmotor, zandsuppletie, zeedijk, zeespiegelstijging, zeestroming

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


9

21 12:09

40

1

1

Begrippen

afbraak van de kust 22 Aantasting van een deel van de kust, al dan niet beïnvloed door menselijk ingrijpen. bodemdaling 11 Verlaging van de hoogte van het maaiveld, een rivierbodem of de zeebodem. bolwerkvorming 31 Proces waarin de kust dicht aan zee wordt bebouwd en haar flexibiliteit verliest. Deltafonds 16 Geldreservering in de rijksbegroting met behulp waarvan ook in de toekomst de waterveiligheid en de zoetwatervoorziening van Nederland worden zekergesteld. Het fonds is ingesteld in 2013. Deltaprogramma 32 Een plan opgesteld door de Tweede Deltacommissie om Nederland te beschermen tegen overstromingen of een tekort aan zoet water. Deltawet 15 Wet uit 1958 die was gericht op de uitvoering van de Deltawerken, zoals afsluiting van de zeearmen tussen de Westerschelde en de Nieuwe Waterweg en de versterking van de hoogwaterkering ter beveiliging van Nederland tegen stormvloeden. Deltawet waterveiligheid en zoetwatervoorziening (2011) 32 Nederlandse wet die de bescherming tegen overstromingen en de zorg voor zoetwatervoorziening in relatie tot de verwachte klimaatverandering moet waarborgen. doodtij 23 Getijdensituatie op zee waarbij het verschil tussen hoog- en laagwater minimaal is. duin 20 Door de wind gevormde zandheuvel aan de landzijde van het droge strand. dynamische handhaving 27 Vorm van kustbescherming waarbij de kustlijn binnen een bepaalde bandbreedte mag bewegen (basiskustlijn), zodat water en wind vrij spel hebben.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 35 40

De Lage Landen bij de zee

eb 21 Daling van de waterstand op zee, in een estuarium of in een groot meer ten gevolge van de getijdenbeweging. Heet ook afgaand tij. estuarium 20 Trechtervormige riviermonding waar zoet rivierwater en zout zeewater zich vermengen. getijdenstroming 22 Waterbeweging die het gevolg is van de afwisseling van eb en vloed. harde kust 21 Door de mens aangelegde en onderhouden zeewering, die ten minste gedeeltelijk bestaat uit bouwmateriaal, zoals hout, basalt en asfalt. integraal waterbeleid 32 Samenhangend beleid wat betreft invalshoeken en schaalniveaus op het gebied van waterveiligheid en watervoorziening klimaatverandering 13 Verandering van de gemiddelde weersgesteldheid over een zeer lange periode als gevolg van natuurlijke of menselijke oorzaken. kustproces 22 Voortdurende verandering van de kustlijn onder invloed van natuurlijke en menselijke factoren. Nationaal Waterplan 32 Uitwerking van het Deltaprogramma, gericht op duurzame veiligheid en zoetwatervoorziening. neerslagregiem 13 Verdeling van de hoeveelheid neerslag over een bepaalde periode. opbouw van de kust 22 Aangroei van een deel van de kust, al dan niet geholpen door menselijk ingrijpen. Heet ook kustopbouw. overstromingsrisicobewustzijn 11 De mate waarin de inwoners van een gebied zich bewust zijn van de natuurlijke gevaren die hen omringen en welk risico ze daarbij lopen, in dit geval overstromingsgevaar. primaire waterkering 11 Een duin, dijk, dam of ander object dat de inwoners van een gebied (een dijkring) beschermt tegen buitenwater.

Rijkswaterstaat 11 De overheidsdienst die het beleid (van het ministerie van Infrastructuur en Milieu) uitvoert op het gebied van veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid in Nederland. slufter 28 Zoute of brakke duinvallei die in open verbinding staat met de zee, zodat zout water onder invloed van het getij kan binnenstromen. springtij 22 Getijdensituatie van extra hoog water op zee als gevolg van het samenvallen van de aantrekkingskracht van de zon en de maan. Tweede Deltacommissie 32 Staatscommissie (2008) die de overheid moest adviseren over de gevolgen voor de Nederlandse kust van de te verwachten zeespiegelstijging, de afvoer van de grote Nederlandse rivieren en andere klimatologische en maatschappelijke ontwikkelingen in de komende eeuw, en welke duurzame oplossingen er mogelijk zijn. vloed 21 Stijging van de waterstand op zee, in een estuarium of in een groot meer ten gevolge van de getijdenbeweging. Heet ook opkomend tij. wad 20 Gebied dat onder invloed staat van een groot getijverschil en waarvan bij eb grote oppervlakten droogvallen en dat bij vloed onder water loopt. waterschap 11 Regionale overheidsinstantie die zorgt voor het waterbeheer in een bepaald gebied. Heet ook hoogheemraadschap. wind 22 Luchtstroming die wordt veroorzaakt door drukverschillen in de atmosfeer. Is een belangrijke factor bij de opbouw en de afbraak van de kust. zachte kust 21 Kuststrook die (grotendeels) door de natuur is gevormd, zoals duinen.

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Begrippen

1

41

4

Zandmotor 28 Een experimentele manier van kustbescherming en kustonderhoud in de vorm van een aangelegde zandvlakte voor de kust, waarbij de natuur helpt bij de bescherming tegen de zee. zandsuppletie 28 Kunstmatig aanbrengen van zand op strand of onderwateroever om de gevolgen van kusterosie (uitschuring of afslag) te herstellen. zeedijk 21 Door de mens aangelegde wal om het land te beschermen tegen de zee. zeespiegelstijging 13 Een langdurige verhoging van het zeeniveau met als voornaamste oorzaak de opwarming van het klimaat. zeestroming 23 Zoutwaterstroming in de zee ten gevolge van getijdenwerking, opstuwing door de wind, dichtheidsverschillen of golfwerking.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 36 41

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


21 12:09

42

1

De Lage Landen bij de zee

Examentraining Opgave 1 Proefproject de Zandmotor langs de Delflandse kust Bestudeer voor deze opgave de bronnen 1 tot en met 3. 1p

1 Hoe wordt het type kustbeheer genoemd waarvan de Zandmotor een goed voorbeeld is?

De grote zandsuppletie die wordt aangebracht bij het proefproject de Zandmotor, zal door de werking van drie natuurlijke processen leiden tot een versterking van de (duin)kust. 3p 2 Beschrijf de werking van de Zandmotor met behulp van die drie natuurlijke processen. 2p

3 Leg uit hoe door het proefproject de Zandmotor ecologische schade op de bodem van de Noordzee ontstaat. Je uitleg moet een oorzaak-gevolgrelatie bevatten.

Gebruik bron 1. Zandsuppletie op het strand en in het ondiepe water voor de kust is in Nederland niet eerder op een dergelijk grote schaal toegepast. 2p 4 Geef twee fysisch-geografische argumenten waarom juist de Delflandse kust gekozen is voor een grootschalig proefproject als de Zandmotor. Gebruik bron 2. Als het proefproject goed blijkt te werken, zou ergens anders langs de kust nog een tweede Zandmotor aangelegd kunnen worden. 1p 5 Welke letter in bron 2 geeft de locatie aan die het meest geschikt is om nog een Zandmotor aan te leggen? Kies uit: A – B – C – D.

Bron 2 Vier mogelijke locaties voor een tweede Zandmotor.

Bron 1 De Zandmotor. De Zandmotor werd in 2011 opgespoten met een oppervlakte (onder en boven water) van 125 hectare. Oorspronkelijk had de Zandmotor de vorm van een haak. De basis van de Zandmotor ligt op het strand en heeft een lengte van 2 km.

D

No ordz ee

1

C

NEDERLAND

de Zandmotor

B

DUITSLAND A

0

500

1.000 m

BELGIË 0

909517_BNWRK.indd Untitled-11 37 42

25

50 km

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Examentraining

43

1

4

Bron 3 De Zandmotor in 2011, gezien vanuit het noorden.

Opgave 2 Overstromingsgevaar Bestudeer voor deze opgave bron 4. Gebruik de atlas. 1p

6 In welke drie provincies liggen de dijkringen met de kleinste overstromingskans? In het westen van Nederland vonden in het verleden vaak overstromingen plaats. Hieronder staan drie manieren waarop overstromingen plaatsvonden. I Door stormen werden gaten in de duinenrij geslagen. II Door stormen werd het water in de Nieuwe Waterweg opgestuwd, waarna het water over de dijken stroomde. III Door stormen drong het water via de Zuiderzee binnen.

3p

7 Zet de Romeinse cijfers I t/m III onder elkaar en schrijf erachter welke maatregel is genomen om te voorkomen dat een dergelijke overstroming nog eens plaatsvindt. Gebruik hierbij eventueel de atlas.

In de duinen bij Schoorl is in 1997 een opening gegraven, De Kerf (bron 4). In de eerste jaren na 1997 kwam De Kerf bij vloed regelmatig onder water te staan. Tegenwoordig gebeurt dit vrijwel niet meer. 2p 8 Geef aan: - waarom de opening in de duinen is gegraven - waardoor De Kerf tegenwoordig vrijwel niet meer onder water komt te staan Gebruik de overzichtskaart van Midden-Nederland. Een opening in de duinen, zoals De Kerf bij Schoorl, zou op meer locaties gegraven kunnen worden. 1p 9 Welke van de volgende vier locaties is het meest geschikt om een opening in de duinen te maken? A bij Callantsoog B bij Castricum aan Zee C bij Monster D bij Scheveningen

909517_BNWRK.indd Untitled-11 38 43

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30

909517


3

21 12:09

44

1

De Lage Landen bij de zee

Bron 4 De Kerf. De Kerf is een opening in de eerste duinenrij die in 1997 is gegraven. Zand, wind en water kregen hierdoor vrij spel. Bij stormvloed kon het water door de opening het duingebied instromen. Op de foto is het zeewater een klein stuk de duinen binnengedrongen.

909517_BNWRK.indd Untitled-11 39 44

13/04/2021 23/07/2021 12:09 12:30


Leeropdrachtenboek De Geo

Ontdek waar het om draait

Vwo / Leefomgeving / Wonen in Nederland Bulthuis, Gerits

www.thiememeulenhoff.nl/degeo

909517_OMSL.indd Untitled-11 40 1

9 789006 909517

23/07/2021 12:30


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
De Geo bovenbouw VWO Wonen in Nederland, Leeropdrachtenboek by ThiemeMeulenhoff - Issuu