Leeropdrachtenboek
AARDRIJKSKUNDE VOOR DE BOVENBOUW HAVO EN VWO
De Geo
Wereld/Aarde
(Over)leven in Europa LEEROPDRACHTENBOEK
HAVO
SE
Havo / Wereld/Aarde / (Over)leven in Europa Jutte, Peters Untitled-9 1
23/07/2021 2/04/2021 10:50 12:25
8
L i
Untitled-9 2
23/07/2021 12:25
909449
8
Start
Landbouw in Europa
SE
Vliegende tractoren Polen Nederland
909449_BNWRK.indd Untitled-9 3 8
Deze landbouwdrones kunnen akkers besproeien en bemesten, zonder dat de boer erbij hoeft te zijn. De drone is 2,5 bij 2,5 m groot, met daaronder een sproei-installatie van maximaal 150 kg. Verder telt de vliegende robot acht rotoren en vliegt hij op elektriciteit. Hij kan zelf zijn lading bijvullen en zijn eigen accu bij een basisstation opladen. Het enige wat de boer hoeft te doen, is vooraf de coördinaten invoeren zodat de robot weet hoe hij moet vliegen. Daarna gaat alles vanzelf, en zal de drone dag en nacht blijven vliegen tot zijn taak erop zit. De kosten? Zo’n € 60.000.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Start
Start
9
1
1
Opdrachten
Inleiding Landbouw speelt een grote rol in de economie van Europese landen. Paragraaf 1.1 gaat over het belang van de landbouw voor Nederland en Polen. In paragraaf 1.2 lees je wat de rol was van de EU en haar voorlopers in de ontwikkelingen van de landbouw en wat de gevolgen daarvan zijn voor het landschap. Paragraaf 1.3 gaat in op de invloed van de WTO op de landbouw in Europa en daarbuiten. Dit hoofdstuk vormt ook de basis voor hoofdstuk 2 dat gaat over de toekomst van de landbouw in Nederland en Polen. Hoofdvraag Hoe heeft de landbouw in Nederland en Polen zich ontwikkeld en wat was hierin de rol van de EU en de WTO? Deelvragen 1 Welke actoren zijn bij de landbouw betrokken en welke rol spelen zij? 2 Wat is het belang van de landbouw voor Nederland en Polen? 3 Wat is het GLB en waarvoor dient dit beleid? 4 Wat zijn de gevolgen van het GLB voor de landbouw en het landschap in Europa? 5 Wat is de WTO en welke invloed heeft de WTO op de landbouw in Europa? 6 Wat zijn de gevolgen van de WTO-afspraken voor de landbouw en het landschap in Europa en daarbuiten?
d Bedenk twee andere beroepen waarin een drone heel handig kan zijn. Licht kort toe waarvoor de drones dan ingezet worden.
Opdracht 3 Bodemgebruik Gebruik de atlaskaarten Nederland - Bodemgebruik in 1900 en Nederland - Actueel bodemgebruik. a Noteer twee opvallende verschillen in bodemgebruik tussen 1900 en in 2012. b Bekijk de cirkeldiagrammen op de atlaskaarten. Zijn de verschillen die je vond bij opdracht 3a terug te zien in de cirkeldiagrammen? Licht je antwoord kort toe. c Geef een verklaring voor het verschil in bodemgebruik tussen 1900 en 2012. d Welke verandering in bodemgebruik zie je het meest in jouw woonomgeving? Bedenk ook waarom dit zo is.
Opdracht 4 Landbouw in de atlas Bekijk het kaartblad Nederland - Werk en inkomen: landbouw en visserij. a In welke provincie is de intensiviteit van de landbouw het hoogst? b Hoeveel euro verdienen boeren in die provincie gemiddeld per hectare? c In welke provincie neemt het aantal boerenbedrijven het sterkst af? d Het antwoord op opdracht 4c kun je verklaren aan de hand van twee kaarten op dit kaartblad. Noteer die kaartnummers en -titels. e Hoe verklaren die kaarten de sterke afname van boerenbedrijven in die provincie?
Opdracht 1 Hoofd- en deelvragen Lees hierboven de Inleiding en de hoofdvraag en de deelvragen van dit hoofdstuk. a Noteer alle woorden uit de hoofd- en deelvragen die je niet kent onder elkaar. Zoek de betekenis op en noteer die erachter. b Lees vaardigheid 24 Veranderen van ruimtelijk schaalniveau in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Wordt er in dit hoofdstuk ingezoomd of uitgezoomd? c Op welk schaalniveau wordt het GLB uitgevoerd?
O
u
i w t k a p d e
Opdracht 2 Vliegende tractoren Lees de Start van dit hoofdstuk en bekijk de foto. a Bedenk minimaal twee voordelen van het gebruik van drones in de landbouw. b Bedenk minimaal twee nadelen van het gebruik van drones in de landbouw. c Bedenk een extra taak die een drone van een boer zou kunnen overnemen.
Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren
909449_BNWRK.indd Untitled-9 4 9
1a 1b, 1c, 3a, 3b, 3c, 4a, 4b, 4c, 4d 4e 2a, 2b, 2c, 2d, 3d -
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
9
-
21 10:29
10
1
1.1
Landbouw in Europa
Het belang van de landbouw
Uitdaging voor de toekomst ‘Het is voor de groeiende wereldbevolking heel belangrijk dat we ons voedsel op een duurzamere manier gaan produceren. Daar hebben we steeds meer techniek voor nodig,’ aldus Eldert van Henten, hoogleraar Biosystems Engineering aan de Wageningen Universiteit. Zijn onderzoek richt zich op het ontwikkelen van robots voor de landbouw die ook de complexere handelingen van mensen kunnen overnemen. Denk bijvoorbeeld aan het plukken van paprika’s. Niet alleen een geinig gezicht, maar ook zinvol: ‘Robots zorgen voor een hogere productiviteit en een efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen als water en bestrijdingsmiddelen zoals pesticiden. Kortom: een hogere voedselproductie én beter voor de natuur en het milieu.’
De keten van de grond tot de mond heeft zich ontwikkeld van een eenvoudig lokaal proces, waarbij voedsel direct van de boer uit de buurt kwam, naar een complex mondiaal proces, waarbij veel voedsel een wereldreis maakt (figuur 1.2). Tijdens die reis ondergaat het allerlei bewerkingen en handelingen om het product beter, lekkerder en houdbaarder te maken. De voedselproductie is dus gemondialiseerd. Kijk maar om je heen in de supermarkt: er is rundvlees uit Argentinië, sla uit Spanje, boontjes uit Marokko en wijn uit Zuid-Afrika. De voedselproductie is ook geïndustrialiseerd. Boerderijen zijn fabrieken geworden, waar op grote schaal en met machines een hoge productie gehaald wordt (figuur 1.1). Vandaar ook dat de term boerderij heeft plaatsgemaakt voor het begrip boerenbedrijf.
Ontwikkelingen in de landbouw u Vraag een willekeurig iemand wat landbouw is, en de kans is groot dat diegene begint over boeren die dieren houden in weilanden of stallen. Of over boerenbedrijven waar ze gewassen telen op akkers of in kassen. Bij landbouw komt echter veel meer kijken. Denk maar aan de inkoop van veevoer of kunstmest. Of aan het bewerken, verpakken en transporteren van landbouwproducten zodat jij ze in de winkel kunt kopen. Landbouw zijn dus alle activiteiten in de complete productieketen van planten en dieren tot de consumptie ervan: van de grond tot de mond. FIGUUR 1.1
909449_BNWRK.indd Untitled-9 5 10
Boerderijen zijn fabrieken geworden.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
FIGUUR 1.2
11
1.1
1
Massatransport van rijst in het ruim van een schip.
Van de grond tot de mond u De Argentijnse veeboer brengt zijn biefstukjes niet zelf bij je
langs. Er zijn allerlei bedrijven die ervoor zorgen dat er voedsel bij jou op je bord komt te liggen. Daarnaast zijn er verschillende overheden die zich met de landbouw en jouw voedsel bemoeien. De keten van boer tot consument is steeds langer geworden. Er zijn steeds meer belanghebbenden, ofwel actoren, bij betrokken: boeren, agribusiness, overheden en internationale organisaties, en de consumenten. De boeren zorgen voor de primaire productie van alle landbouwproducten, zoals melk, rundvlees of tomaten. De bedrijven die zorgen voor alle activiteiten in het proces na de productie van de boeren heten samen agribusiness. Zij houden zich bezig met de opslag, verwerking, distributie en marketing van de landbouwproducten (figuur 1.3). Voorbeelden hiervan zijn Nestlé en Unilever (figuur 1.8). Overheden en internationale organisaties, zoals gemeente, provincie, rijk, EU en WTO stellen regels en wetten op waar de hele keten zich aan moet houden. Ook controleren ze de andere actoren (figuur 1.4) en brengen ze voedingsadvies uit aan consumenten.
FIGUUR 1.4
Een inspecteur van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) voert namens de overheid een controle uit.
65.000 boeren
6.500 fabrikanten (van halffabricaten, ingrediënten en consumentenproducten)
1.550 leveranciers (van eindproducten)
5 25 inkooporganisaties supermarktformules
4.850 supermarkten
7.000.000 huishoudens
verkopen hun producten aan ...
die verhandelen het verwerkte product aan ...
die deze producten leveren aan ...
die ze verkopen aan ...
en zo kunnen de producten terecht bij ...
ofwel: 17.000.000 consumenten
FIGUUR 1.3
909449_BNWRK.indd Untitled-9 6 11
die ze verspreiden via ...
Een Nederlands landbouwproduct dat je in de supermarkt koopt, heeft een lange weg afgelegd.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
1
21 10:29
12
1
Landbouw in Europa
FIGUUR 1.5
909449_BNWRK.indd Untitled-9 7 12
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
909449_BNWRK.indd Untitled-9 8 13
1.1
13
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
1
909449
3
21 10:29
14
1
Landbouw in Europa
De consumenten zijn wij allemaal: wij bepalen wat we wel en niet kopen en spelen daarmee een grote rol in de keten van de grond tot de mond. Maar vergeet niet dat de boodschappen die wij doen, worden beïnvloed door de reclames van de bedrijven in de agribusiness en van overheden (figuur 1.6 en 1.7).
Innovatie u Een gevolg van de langere keten van boer tot consument
FIGUUR 1.6
Een door de overheid gesponsorde gezonde schoolkantine.
FIGUUR 1.7
Nederlandse consumenten hebben keuze genoeg.
is dat het geld dat wij uitgeven aan voedsel, ook over veel actoren verdeeld moet worden. Gemiddeld komt van elke euro die wij aan voedsel uitgeven 6 cent bij de boer terecht! Tegelijk moeten boeren en alle andere bedrijven in de agribusiness steeds vaker concurreren op continentale en zelfs mondiale schaal. Deze veranderingen hebben negatieve effecten, zoals (boeren)bedrijven die stoppen, omdat ze de concurrentiestrijd niet meer aankunnen. Er zijn ook positieve effecten, want vanwege de mondiale concurrentiestrijd om een deel van de pot met geld, moeten boeren en andere bedrijven in de agribusiness zich blijven ontwikkelen. Nederland is op dit moment de op een na grootste voedselexporteur ter wereld, maar om die positie te kunnen behouden, is innovatie noodzakelijk. Je weet vaak niet wat je ziet als je een boerenbedrijf binnenstapt: robots melken de koeien, boeren krijgen via een speciale app bericht als er iets aan de hand is met een van hun dieren of planten, en landbouwmachines rijden en vliegen zelfstandig over de akkers (figuur 1.9).
FIGUUR 1.8
Hoofdkantoor en fabriek van Unilever in Rotterdam
FIGUUR 1.9
Iedere dag gebruiken 2 miljard mensen een Unileverproduct, ook al weten ze dat lang niet allemaal. Unilever produceert onder andere de merken Lipton, Knorr, Unox, Blue Band en Conimex. Daarnaast maken ze bijvoorbeeld ook Dove en Axe. Unilever is een half Nederlandse en half Britse multinationale onderneming die onder andere voedingsmiddelen verkoopt. Dat doen ze in meer dan 190 landen met bijna 170.000 werknemers. Unilever behaalt daarmee een omzet van meer dan € 50 miljard. Het bedrijf speelt dus een enorm grote rol in de wereldwijde keten van de grond tot de mond.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 9 14
De drone zendt gegevens over de akker naar de computer van de boer.
Het belang van de landbouw voor Nederland en Polen u De landbouw is belangrijk voor Nederland. De export van agrarische producten levert jaarlijks ruim € 82 miljard op. Dat is ongeveer een vijfde van de totale Nederlandse export. Ook in andere landen zoals Polen is de landbouw belangrijk voor de economie. Polen exporteert jaarlijks voor zo’n € 25 miljard aan landbouwproducten, ongeveer een zevende van de totale Poolse export. Tussen beide landen zijn ook grote verschillen zichtbaar.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
15
1.1
1
E
u
b l D z m i
FIGUUR 1.10
Verticale landbouw: een uitkomst voor Nederland?
Ruimtegebruik u Polen is ruim zeven keer zo groot als Nederland. Kijk je naar
het aantal inwoners, dan valt het verschil mee: Polen telt zo’n 38 miljoen inwoners, ruim twee keer zoveel als in Nederland. Nederland staat bekend als een sterk verstedelijkt land, maar als je figuur 1.11 bekijkt, zie je dat de landbouw nog altijd verreweg de grootste ruimtegebruiker is. Wel moet steeds
meer landbouwgebied plaatsmaken voor woonwijken, bedrijventerreinen en water. In Polen heeft ongeveer de helft van het land een agrarische functie (figuur 1.12). Landbouwgebieden staan hier minder onder druk van bebouwing en water, maar de grondprijs is wel snel toegenomen. Poolse boerenbedrijven waren namelijk heel populair, vooral bij Nederlandse boeren, vanwege de ruimte om er een groter bedrijf te kunnen beginnen. 0
bebouwd gebied
O
agrarisch gebied
e o stze
RUSLAND
50
100 km
LITOUWEN
Gdańsk
water overig zoals bos, natuur- en/of recreatiegebied
Szczecin Białystok
Poznań
DUITSLAND
No ordz ee
Bydgoszcz
NEDERLAND
POLEN
WITRUSLAND
Warschau
Łódź Lublin
Wrocław
TSJECHIË
DUITSLAND
bebouwd gebied
Katowice Krakau
agrarisch gebied
OEKRAÏNE
water overig zoals bos, natuuren/of recreatiegebied
SLOWAKIJE
BELGIË
FIGUUR 1.12 0
25
FIGUUR 1.11
909449_BNWRK.indd Untitled-9 10 15
Ruimtegebruik in Polen.
50 km
Ruimtegebruik in Nederland.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
1
Landbouw in Europa
Economie
Nederland
u Hoe groot het economische belang van de landbouw in beide landen is, blijkt wel uit figuur 1.13 t/m 1.16. In Nederland werkt 1,8% van de beroepsbevolking in de landbouw. Zij verdienen daarmee 1,6% van het bbp (figuur 1.15). Deze percentages lijken niet zo hoog te zijn, maar in figuur 1.13 zie je dat ze veel hoger liggen als je de hele productieketen meetelt. Dan werkt ongeveer één op de negen Nederlanders in de landbouw en is het aandeel in de economie veel hoger. Nederland is na de Verenigde Staten de tweede exporteur van agrarische producten
buiten EU 23%
€ 82,4 miljard
Polen
bbp
€ 832,6 miljard
€ 1.005 miljard
bbp per inwoner
€ 49.200
€ 26.500
% werkzaam per sector landbouw: 1,8
landbouw: 12,6
industrie: 17 aandeel in bbp
FIGUUR 1.15
25.000
Duitsland 25%
industrie: 30,4
diensten: 81,2
diensten: 57
landbouw: 1,6
landbouw: 3,3
industrie: 18,8
industrie: 41,1
diensten: 79,6
diensten: 55,6
Economisch belang van de landbouw in Nederland en Polen.
x € 1 miljoen export import
België overige EU 10% 19% Italië Verenigd 4% Koninkrijk Frankrijk 10% 9%
20.000
balans
15.000
65.505 bedrijven in de land- en tuinbouw
9% van het bnp wordt verdiend met landbouw: boerenbedrijven en agribusiness
77% van de export gaat naar andere EU-landen
10.000
8,8% van de werkgelegenheid komt van de landbouw: boerenbedrijven en agribusiness
5.000
top 5 agrarische exportproducten bloemen en planten
vlees
zuivel en eieren
groente
0
fruit
2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 2014 2015 jaar
FIGUUR 1.16 € 8,3 miljard
€ 7,7 miljard
FIGUUR 1.13
€ 7,2 miljard
€ 6,2 miljard
€ 4,9 miljard
TOTAAL EUROPA 71,0
Marokko 0,2 Algerije 0,4
909449_BNWRK.indd Untitled-9 11 16
In d isc he
Japan 0,8
O c
Australië 0,4
TOTAAL OCEANIË 0,5
Zuid-Afrika 0,3 1.000
2.000 km
België 8,7
Duitsland 21,9
Frankrijk 8,8 TOTAAL EUROPA 71,0
an ea
n
0
FIGUUR 1.14
TOTAAL AFRIKA 2,6
overig Afrika 1,1
aan
cea a
Brazilië 0,2
China 2,1
Egypte Saudi0,2 Arabië V.A.E. 0,4 0,5
Nigeria 0,4
e Oce isch
TOTAAL AMERIKA 3,0
overig Azië 2,6
overig Europa 19,5
n
Verenigde Staten 1,8 Mexico 0,2 overig Amerika 0,6
Verenigd Koninkrijk 8,3
TOTAAL AZIË 6,4
Oce aa
Canada 0,2
Grote O
Agrarische handel van Polen, 2004 - 2015.
De agrarische handel van Nederland in 2015. De € 82,4 miljard in 2015 was een nieuw record voor Nederland.
ant Atl
21 10:29
16
Gr ot e
5
Italië 3,8
2,6 export (x € 1 miljard) minder dan 1 1-5
overig Oceanië 0,1
5 - 10 meer dan 10
Nederlandse voedselexport.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
17
1.1
P
In Polen is ruim 12% van de bevolking boer. Absoluut gezien heeft Polen daardoor de meeste boeren van alle EU-landen. Ze verdienen samen 3,3% van het bbp. Dat lijkt niet veel, maar ook deze cijfers vertekenen door het niet meetellen van de agribusiness. Zo’n 2.600 bedrijven verdienen daar samen ongeveer € 58 miljard. Daarbij werken veel Polen in de Nederlandse landbouw, omdat ze goedkoper zijn dan Nederlandse arbeiders. De landelijke gebieden in Polen blijven economisch wel achter bij de verstedelijkte gebieden. Het welvaartsverschil tussen stad en platteland is er goed zichtbaar. Toch ontwikkelt de Poolse landbouw zich goed: de productie en export van landbouwproducten neemt al jaren sterk toe (figuur 1.16). Polen is een voorbeeld van een land in Oost-Europa waar de ontwikkelingen in de landbouw – ook al is het dan met wat vertraging vergeleken met West-Europa – inmiddels goed op gang zijn gekomen.
u
e N d I l m k h a
N FIGUUR 1.17
Leefbaarheid u Ruim de helft van Nederland en Polen is nog landelijk
gebied. Het leefbaar houden van die gebieden is een grote uitdaging. Nederlandse plattelandsgebieden ontvolken door een gebrek aan werk. Hoe minder mensen op het platteland wonen en werken, hoe moeilijker het is om er voorzieningen in stand te houden, zoals winkels, scholen en sportclubs (figuur 1.17 en 1.18). In Polen wonen er nog wel voldoende mensen op het platteland, maar zij hebben weinig te besteden. Sommige boeren hebben meer te besteden doordat ze hun bedrijf hebben kunnen uitbreiden, maar vaak gaat dit ten koste van andere boeren. En ook in Polen industrialiseert de landbouw, waardoor een gebrek aan werk zal ontstaan.
FIGUUR 1.19
909449_BNWRK.indd Untitled-9 12 17
1
Veel kleine scholen in landelijke gebieden dreigen hun deuren te moeten sluiten.
FIGUUR 1.18
Limburg heeft vanaf volgend seizoen een voetbalclub minder RKSV Griendtsveen fuseert met het Noord-Brabantse SV Helenaveen. De fusieclub gaat trainen en spelen op sportpark De Stikker in de gemeente Deurne. De leden van beide verenigingen stemmen in maart over dit voorstel. De verenigingen willen fuseren omdat met name Griendtsveen te weinig actieve leden heeft om zelfstandig te blijven bestaan. Het eerste elftal staat puntloos onderaan in de vijfde klasse E.
u
W h s e s k O b m (
Duurzame energie winnen in en om het boerenbedrijf.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
7
21 10:29
18
1
Politiek u Met zo’n grote impact op de economie, het ruimtegebruik en de leefbaarheid, is het logisch dat de overheden van Nederland en Polen de landbouw in hun land steunen. Maar die sector voorziet natuurlijk ook in een basisbehoefte: voedsel! In een wereld waarin voedsel van overal kan worden aangevoerd, lijkt het belang van een land om zelf voedsel te produceren minder belangrijk geworden. Toch kunnen er nu en in de toekomst situaties ontstaan waarin je niet afhankelijk wilt zijn van het buitenland als het aankomt op voedsel. Denk bijvoorbeeld aan oorlog of klimaatverandering.
Natuur en milieu Waar je vroeger uitsluitend grondgebonden landbouw had, is het aandeel van de niet-grondgebonden landbouw inmiddels sterk toegenomen. De glastuinbouw in het Westland is daarvan een goed voorbeeld (figuur 1.22). De landbouw heeft de natuur steeds minder nodig, bijvoorbeeld door de teelt in verwarmde kassen en het gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen. Of door innovaties in plantenzaden: gewassen raken steeds beter bestand tegen een ongunstig klimaat. Zo zijn er veel meer voorbeelden waarin de mens de natuur naar zijn hand zet (figuur 1.21).
normale porties
De invloed van de landbouw op de natuur is daarentegen nog altijd groot. De landbouw beïnvloedt bijvoorbeeld de lucht- en waterkwaliteit en de biodiversiteit. Dit wordt wel minder door een meer duurzame landbouw, waarbij de productie zo is ingericht dat die het milieu geen of zo min mogelijk schade toebrengt (figuur 1.19). Duurzamer kan van alles betekenen: minder bestrijdingsmiddelen, duurzame energie winnen uit mest of zelfs koeienmelk gebruiken als vloerverwarming om de stal vorstvrij te houden. Behalve duurzamer produceren is het ook nodig duurzamer te consumeren. Of je dit al doet, bereken je met de voedselafdruk: hoe groter de afdruk, hoe groter de invloed van jouw consumptiegedrag is op natuur en milieu (figuur 1.20). FIGUUR 1.21
u De invloed van de natuur op de landbouw is sterk veranderd.
milieubewuste consument
Landbouw in Europa
stel je eet, drinkt of doet:
Pistool op een bosbessenplantage Een boer in het zuiden van Polen kweekt bosbessen. Tijdens enorme hagelbuien in de afgelopen jaren is zijn hele bosbessenoogst al een aantal keer binnen enkele seconden verwoest. De boer bedacht een innovatieve manier om zijn oogst te redden: hij kocht enkele antihagelpistolen die elk 80 hectare bosbessen beschermen. De pistolen vuren schokgolven naar 15 km hoogte, waar de wolken zich vormen. De schokgolven zetten een proces in werking dat de hagel verandert in regen of natte sneeuw. De bosbessenoogst is daardoor beter bestand tegen de natuur.
niet-milieubewuste consument
voedsel
1 of 2 keer per week nooit
grote porties
vlees
dagelijks
vis
Nederland of omliggende landen vrijwel uitsluitend gas
af en toe
voedsel uit
hele wereld
seizoensgroente en -fruit
zelden
je kookt op
energiebewust
je kookt
nooit te veel nooit dagelijks wat fruit
je kookt
vaak te veel
gooit eten weg
wat overblijft
zuivel
dagelijks veel
je eet tussendoor
af en toe
vruchtensap of frisdrank
hooguit 2 glazen per week meer thee dan koffie te voet of met de fiets let ik wel op
gas niet energiebewust
alcohol koffie of thee doet boodschappen
zoete of hartige snacks meerdere per dag 2 glazen of meer per dag meer koffie dan thee met de auto ( minder dan 5 km)
verpakking boodschappen
nee
let ik niet op
plastic tasje supermarkt dan is je voedselafdruk 1,3 hectare per jaar
FIGUUR 1.20
909449_BNWRK.indd Untitled-9 13 18
beschikbaar 0,9 hectare per wereldbewoner
ja dan is je voedselafdruk 3,2 hectare per jaar
De voedselafdruk van twee typen consument.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
19
1.1
2
FIGUUR 1.22
Het Westland
O
O
De natuur speelde een grote rol in het ontstaan van het grootste kassengebied van Nederland. De combinatie van duinzand en klei of veen in dit gebied was een ideale ondergrond voor tuinbouw. Tegenwoordig wordt de ondergrond in de kassen kunstmatig bepaald en is de tuinbouw dus niet meer grondgebonden. De glastuinbouw zou zich dus ook
909449_BNWRK.indd Untitled-9 14 19
naar andere, goedkopere delen van Nederland of zelfs naar het buitenland kunnen verplaatsen. Voor een deel gebeurt dit ook. Maar er zijn redenen om de glastuinbouw in het Westland te behouden. Dat heeft niets met de natuur, maar alles met de nabijheid van een grote afzetmarkt (de Randstad) en een grote haven (Rotterdam) te maken.
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
9
21 10:29
20
1
1.1
Opdrachten Opdracht 3 Ontwikkelingen
Deelvragen 1 Welke actoren zijn bij de landbouw betrokken en welke rol spelen zij? 2 Wat is het belang van de landbouw voor Nederland en Polen?
Opdracht 1 Robots Lees de inleiding van paragraaf 1.1 en bekijk de foto. Bekijk het filmpje online. a Waarom zijn er in de landbouw van de toekomst robots nodig volgens hoogleraar Eldert van Henten? Noteer twee redenen en licht ze kort toe. b Leg uit hoe de inzet van robots kan zorgen voor: - een hogere productiviteit - een efficiënter gebruik van natuurlijke hulpbronnen - een efficiënter gebruik van bestrijdingsmiddelen c Welke robots zie je nog meer in het filmpje? Noteer twee voorbeelden. d Het wordt minder, maar nog steeds wordt er menselijke arbeid ingezet op boerenbedrijven. Bedenk twee redenen waarom dat nog altijd gebeurt.
Opdracht 2 Uitdrukkingen De landbouw is populair in Nederlandse uitdrukkingen. a Noteer de betekenis van de volgende uitdrukkingen: - een graantje meepikken - goed geboerd hebben - in goede aarde vallen - het paard achter de wagen spannen - te veel hooi op je vork nemen b Bedenk samen een nieuwe uitdrukking over landbouw. Noteer ook de betekenis.
W1
Nr.
Landbouw in Europa
Lees in paragraaf 1.1 Ontwikkelingen in de landbouw en bekijk figuur 1.1 en 1.5 in de theorie. a Wat is de definitie van landbouw in deze paragraaf? b Ben je volgens die definitie als vakkenvuller of pizzabezorger ook werkzaam in de landbouw? Leg je antwoord uit. c Wat wordt bedoeld met de mondialisering van de voedselproductie? Leg je antwoord uit aan de hand van figuur 1.5. d Wat wordt bedoeld met de industrialisatie van de voedselproductie? Leg je antwoord uit met behulp van figuur 1.1.
Opdracht 4 Boodschappen doen a Download en print W1. Ga naar de site van een online supermarkt en vul in W1 van tien verschillende producten in waar ze vandaan komen. Kies maximaal één product per land. b Vul in de kolom Reden in waarom je denkt dat het product juist uit dat land zal komen. c Lees vaardigheid 22 Verschijnselen of gebieden bekijken vanuit verschillende dimensies in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Zet in de kolom Dimensie met welke dimensie jouw argument uit de kolom Reden te maken heeft.
Opdracht 5 Actoren Lees in paragraaf 1.1 Van de grond tot de mond. a In W2 staat de hele productieketen van tomaten. Welke actoren laten de cijfers 1 t/m 4 uit W2 zien? Je mag een actor meerdere keren gebruiken. b De overheid staat niet apart vermeld in W2, maar speelt bij vrijwel iedere schakel een rol, bijvoorbeeld bij de klant. Welke rol speelt de overheid bij die schakel?
Herkomst producten.
Product
Land van herkomst
Reden
Dimensie
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
909449_BNWRK.indd Untitled-9 15 20
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
W2
De productieketen van tomaten van de grond tot de mond. toeleverancier
1
glastuinder
2
21
1.1
2
a Innovatie is een van de twee belangrijkste redenen van die positie. Leg dat uit aan de hand van W3 t/m W5. b De tweede belangrijkste reden zie je terug in W5. Welke is dat? c Waarom neemt juist Nederland de positie in die te zien is in W5? W4
Hypermoderne tomatenkassen.
groothandel
detailhandel
3
horeca
klant
4
c Welke schakel(s) kun je in verband brengen met de mondialisering van de voedselproductie? Leg je antwoord uit. d Lees en bekijk figuur 1.8, 1.13 en 1.16 in de theorie. Vergelijk de omzet van Unilever met de export van agrarische producten van Nederland en Polen. Welke conclusie kun je op basis van deze cijfers trekken over de rol van Unilever in de agribusiness?
Opdracht 6 Productieketen Bekijk figuur 1.3 in de theorie en lees in paragraaf 1.1 Van de grond tot de mond en Innovatie. a Wat is het gevolg van de langere keten van boer tot consument vaak voor de boeren? Leg kort uit. b Vroeger verkochten boeren hun producten zelf op de markt. Hoeveel schakels sla je volgens figuur 1.3 over als ze dat weer zouden doen? c De mondialisering én de industrialisatie van de landbouw zorgen ervoor dat de meeste boeren niet meer op de markt staan. Hoe zorgt de industrialisatie ervoor dat de meeste boeren niet meer op de markt staan? d Hoe zorgt de mondialisering ervoor dat de meeste boeren niet meer op de markt staan?
Alles gaat in het groot in de nieuwste tomatenkassen: de aanvoer van nieuwe plantjes gebeurt met elektrische treintjes. De rails tussen de rijen planten doen ook dienst als verwarming. Alles is erop gericht de eerste positie wereldwijd op het gebied van tomatenproductie per hectare vast te houden. En zo’n hoge positie geldt niet alleen voor tomaten, ook bij veel andere voedselproducten halen Nederlandse boeren extreem hoge producties per hectare en per dier.
Bron: www.bndestem.nl.
W5
Omvang van de vleeshandel in Nederland, 2015.
import van vlees uit landen buiten de EU belangrijkste herkomstlanden ARGENTINIË
NIEUWZEELAND
BRAZILIË
rund
schaap
pluimvee
Opdracht 7 Uit Nederland? Nederland is de op een na grootste voedselexporteur ter wereld. W3 60
totale waarde import: € 7.657.005.000
Tomatenoogst in Nederland, 1947 - 2011.
kilo per m2
vleesproductie in Nederland
50 totale waarde export: € 15.773.704.000
40 30
export naar 129 landen buiten de EU van vlees dat: - is geïmporteerd en in Nederland is verwerkt - in Nederland is geproduceerd
20 10 0
1950
909449_BNWRK.indd Untitled-9 16 21
1960
1970
1980
1990
2000
2011 jaar
56% van de import wordt na binnenkomst in Nederland weer afgezet in andere EU-landen
35% varken 31% pluimvee 16% rund 5% schaap 13% overige
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
1
21 10:29
22
1
W6
Landbouw in Europa
Het belang van de landbouw in Nederland en Polen.
Dimensie
Nederland
Polen
economische
belang toegenomen/ afgenomen omdat
sociaal-culturele
belang toegenomen/ afgenomen omdat
politieke
belang toegenomen/ afgenomen omdat
fysische
belang toegenomen/ afgenomen omdat
909449_BNWRK.indd Untitled-9 17 22
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
Het belang van de landbouw
Opdracht 8 Kennismaking met Polen a Gebruik de kaartbladen Europa - Natuurkundig en Europa - Staatkundig. Welke bewering over Polen is onjuist? A De hoofdstad van Polen is Kraków. B Het noorden van Polen ligt lager dan het zuiden. C Polen grenst aan Rusland. D Polen hoorde tot 1989 bij de communistische wereld. b Gebruik de kaartbladen Europa - Werk en inkomen en Europa - Ontwikkelingskenmerken. Vergelijk Polen met Nederland op elk volgend kenmerk. - % van de beroepsbevolking werkzaam in de landbouw - bruto binnenlands product - bijdrage van de landbouw aan het bruto binnenlands product c Wat betekenen de antwoorden van opdracht 8b voor het ontwikkelingspeil in Nederland en Polen? Leg je antwoord uit.
Opdracht 9 Dimensies Lees vaardigheid 22 Verschijnselen of gebieden bekijken vanuit verschillende dimensies in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Lees in paragraaf 1.1 alle teksten vanaf Het belang van de landbouw voor Nederland en Polen. Gebruik alle bijbehorende figuren. a Download en print W6. Vul in W6 het belang van de landbouw in vanuit elke dimensie voor beide landen. b Vul in W6 onder elke dimensie in of het belang van de landbouw in Nederland en Polen in jouw ogen is toe- of afgenomen. Verklaar steeds kort je keuze. c Is het belang van de landbouw toe- of afgenomen in Nederland en Polen als je kijkt naar het ruimtegebruik? Leg je antwoord uit voor beide landen. d Noteer twee overeenkomsten en twee verschillen tussen het belang van de landbouw in Nederland en Polen.
23
1.1
2
Herhaling Opdracht 11 Terugblik op de paragraaf Lees W7 en in paragraaf 1.1 Economie. a Het woord innovatie valt vaak als het gaat over de landbouw. Wat is er innovatief aan de aspergerobot? b Hoe kan een robot banen opleveren in de hightechindustrie? c Hoe kan een robot banen kosten in de landbouw? d Waarom heeft Ad Vermeer het specifiek over de Polen? W7
Robot vervangt tien aspergestekers.
Een robot die volledig automatisch asperges uit de grond steekt: het is een idee van de Brabantse aspergeteler Ad Vermeer dat hij samen met technologiebedrijf Demcon en hogeschool Saxion ontwikkelt. Het meest innovatieve aan deze landbouwmachine is de radar: die kan meten wanneer de asperges de kop boven het zand uitsteken en dus rijp zijn voor de oogst. De robot kan ook zelf op de juiste plekken stoppen, asperges steken en daarna weer verder rijden. Ad Vermeer over zijn uitvinding: ‘De machine bestrijkt een hectare per uur en vervangt daarmee tien mensen. Dus ja, dan kunnen de Polen wel thuisblijven. Gelukkig komen er betere banen voor terug in de hightechindustrie.’
Verdieping Opdracht 10 Voedselafdruk Bekijk de site van het Voedingscentrum online. Je kunt op deze site je voedselafdruk berekenen. a Doe de test. Beantwoord de vijftien vragen. Klik daarna op de oranje balk Je persoonlijke uitdagingen ... Heb jij een ‘eerlijke’ voedselafdruk? Leg je antwoord uit. b Welke uitdagingen staan hier voor jou? c Verklaar voor twee uitdagingen hoe het aangaan daarvan leidt tot een kleinere voedselafdruk. Tip: Je kunt op de uitdagingen klikken. d Ga je je aan de uitdagingen proberen te houden of niet? Leg uit waarom.
D e
W k Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren
909449_BNWRK.indd Untitled-9 18 23
1a, 1c, 3a, 3b, 6a, 11a, 11b, 11c, 11d 1b, 1d, 5d, 6b, 6c, 6d, 7c, 10c 3c, 3d, 4a, 4b, 4c, 5a, 5b, 5c, 7a, 7b, 8a, 8b, 8c, 10a, 10b 9a, 9b, 9c, 9d 2a, 10d 2b
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
909449
3
21 10:29
24
1
1.2
Landbouw in Europa
De rol van Europa
Koeientuin Deze hypermoderne stal is volgens de bedenkers ervan het antwoord op de vraag: ‘Als een koe haar eigen stal ontwerpt, hoe ziet die er dan uit?’ De mest wordt er opgehaald met een robot en de koeien hebben veel ruimte met veel groen. Verder past de stal goed in het landschap. En door het direct afvoeren van urine en mest stoten de dieren minder schadelijke stoffen uit. Deze stal laat goed zien wat er in slechts zestig jaar tijd is veranderd in de Europese landbouw: van paard en wagen naar robots en van het houden van een paar koeien op een boerderij naar honderden koeien per boer. En van alleen aandacht voor de hoeveelheid geproduceerde melk naar aandacht en zorg voor dieren, natuur en milieu. Europa is de motor achter deze snelle ontwikkelingen.
De invloed van de EU op landbouw en platteland
0
A
bos
moeras
heide
akker
250
500 m
rivier/water
weide
weg
B
C
0
250
500 m
0
250
500 m
Wat de invloed is van de EU op de inrichting van het platteland, kun je goed zien in de figuren 1.23A t/m 1.23C.
bos en heide
weide
gebouw
} verharde weg
moeras
akker
rivier/water
onverharde weg
FIGUUR 1.23
909449_BNWRK.indd Untitled-9 19 24
Het dal van de Beerze in 1900 (A), in 1990 (B) en in 2015 (C).
23/07/2021 2/04/2021 10:29 12:25
De rol van Europa
25
1.2
Mijlpaal 1: de EGKS
Mijlpaal 2: de EEG
1951
2
M L
1957
u De Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) werd in 1951 opgericht door zes landen, waaronder de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk en Nederland. Het doel was de productie van kolen en staal, toen de belangrijkste grondstoffen voor oorlogswapens, in de gaten te houden. De EGKS is de eerste voorloper van de Europese Unie. De EGKS bemoeide zich niet met de landbouw. De voedselkringloop speelde zich nog af op lokale schaal. De oogst was voor eigen gebruik of werd in de buurt op een markt verkocht. Het vee leefde ook van voedsel uit de eigen omgeving. Er was weinig input van buitenaf: de zelfvoorzieningsgraad van gebieden was groot. Het platteland ziet er in grote delen van Europa nog net zo uit als in de negentiende eeuw (figuur 1.24 en 1.25), met kleine gemengde bedrijven waar boeren aan akkerbouw én veeteelt doen.
u De EGKS werd in 1957 de Europese Economische Gemeenschap (EEG). Tijdens de Tweede Wereldoorlog en in de jaren daarna waren er voedseltekorten en hongersnoden. Dat mocht nooit meer voorkomen. De zes lidstaten spraken de volgende twee kerndoelen af voor de landbouw: - De Europese burgers moeten kunnen beschikken over voldoende en betaalbaar voedsel. - De Europese boeren moeten een redelijke levensstandaard krijgen met een stabiel inkomen.
u
m b w b d l t ó d d
bosstrooisel heideplaggen
hooien mest bos
bos bewoning
beek
hooiland
weiland
akker houtwal
FIGUUR 1.24
Landbouw op zandgronden in de negentiende eeuw.
FIGUUR 1.25
Schapen op een heideveld.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 20 25
heide
bos
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:25
909449
5
21 10:30
26
1
Mijlpaal 3: het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) 1962
Landbouw in Europa
FIGUUR 1.27
Intensivering Aardappelboer Van Andel vertelt verder: ‘Het verlagen van de kosten is niet genoeg. De opbrengst moest ook omhoog. Met kunstmest, bestrijdingsmiddelen en het uitproberen van verschillende zaadjes konden we in de loop der jaren steeds meer aardappelen per hectare telen en oogsten.’ Dit proces van het verhogen van de productie per hectare of per dier heet intensivering. Dit proces is nog lang niet ten einde, evenals schaalvergroting overigens.
FIGUUR 1.28
u In 1962 wordt het Europese landbouwbeleid op papier gezet met de titel Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB). De belangrijkste maatregel is de invoering van productiesubsidies, waarbij boeren voor ieder product dat ze leveren, een geldbedrag ontvangen van de EEG. Aangemoedigd door de subsidies verhogen de boeren in de EEG hun productie: na de magere veertiger en vijftiger jaren liggen de winkels weer vol met betaalbare etenswaren. De sleutel tot dit succes was specialisatie: de boeren kiezen voor veeteelt óf akkerbouw. Zo brengen ze hun productiekosten omlaag en de opbrengst omhoog. Hoe ze dat (vanaf de jaren zestig) tot op de dag van vandaag doen, lees je in figuur 1.26 t/m 1.28.
Schaalvergroting en ruilverkaveling
FIGUUR 1.26
Mechanisatie
Aardappelboer Van Andel weet nog goed dat zijn vader stopte met zijn gemengde bedrijf. ‘Ineens hadden we geen koeien meer, alleen nog maar aardappelen. Daar kocht hij toen enkele moderne machines voor. Die vervingen het werk van de landarbeiders die daarvoor altijd op onze boerderij te vinden waren.’ Het vervangen van arbeiders door machines heet mechanisatie. Op korte termijn zijn die machines duurder, maar ze worden niet moe en werken sneller. Ook hoef je ze niet elke maand uit te betalen. Dat scheelt op de lange termijn veel geld. Van Andel: ‘Landbouwmachines kopen voor koeien én voor aardappelen was veel te duur. Vandaar de specialisatie in aardappelen.’
909449_BNWRK.indd Untitled-9 21 26
Door het GLB ziet het Europese platteland er nu heel anders uit dan vroeger. - De boerenbedrijven zijn gemiddeld steeds groter worden. Een gemiddelde varkensboer had in 1990 zo’n 500 varkens. Nu zijn dat er algauw 3.000. Alleen de grote boerenbedrijven kunnen de dure machines, bestrijdingsmiddelen en kunstmest betalen die nodig zijn om de concurrentie met andere Europese boeren aan te gaan. Simpel gezegd: een boer met 30 koeien kan zich geen automatische melkrobot veroorloven, een boer met 300 koeien wel. Dit proces, waarbij bedrijven steeds groter worden om zo de productiekosten per eenheid te verlagen en de opbrengsten te verhogen, heet schaalvergroting. - Heel wat kleine boerenbedrijven zijn opgeslokt door grote. Het aantal boerenbedrijven is in Nederland sinds 1990 gehalveerd. Schaalvergroting leidt dus tot bedrijfsbeëindiging (figuur 1.29). - Door ruilverkaveling is het landschap op de schop gegaan. Hierbij hebben boeren stukken grond met elkaar geruild, zodat iedereen een efficiënter stuk land overhield. Het landschap met kleine akkers en weilanden van verschillende grootte en vorm en slingerende beekjes is op veel plekken verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen grote, rechte kavels met daaromheen al even rechte slootjes (figuur 1.30). Deze nieuwe inrichting had een aantal voordelen.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:25
De rol van Europa
27
1.2
2
M + Grotere akkers en weilanden zijn gemakkelijker te bewerken met machines. + De afwatering van drassige gronden is beter, waardoor zware machines niet meer wegzakken. + Door de verharding van zandwegen kan een boer zijn kavels sneller bereiken met zijn landbouwmachines. + Het ruilen van akkers en weilanden zorgt ervoor dat elke boer aaneengesloten kavels heeft die dicht bij zijn boerderij liggen; dat werkt efficiënter. + Veel boeren hielden een groter stuk land over (figuur 1.30), omdat veel kleine boeren tijdens het ruilverkavelingsproces waren uitgekocht.
450
aantal landbouwbedrijven x 1.000
30
bedrijfsgrootte hectare per bedrijf
30
A
agrarische beroepsbevolking % van het totaal
u
400 25
25
20
20
350 300
B
250 15
15
10
10
5
5
FIGUUR 1.30
200 150
Voor de ruilverkaveling (A) telde dit gebied bij Ballum op Ameland 3.620 percelen en 119 boeren. Nu (B) zijn er nog 219 percelen en nog maar 3 boeren over.
0
19 1 19 0 3 19 0 5 19 0 70 19 9 20 0 10
19 1 19 0 3 19 0 5 19 0 7 19 0 9 20 0 10
0
jaar
jaar
0
25
50 km
0
No
No
totaal 3.999.200 runderen (gemiddeld 2,2/ha) aantal runderen per hectare cultuurgrond minder dan 1
totaal 97.719.300 kippen (gemiddeld 52,9/ha) aantal runderen
aantal kippen per hectare cultuurgrond
25
50 km
ordz ee
50 km
ordz ee
25
Aantal landbouwbedrijven, bedrijfsgrootte en agrarische beroepsbevolking, 1910 - 2010.
ordz ee
0
jaar
No
FIGUUR 1.29
onbekend
0
19 1 19 0 3 19 0 5 19 0 70 19 9 20 0 10
50
onbekend
100
totaal 12.212.300 varkens (gemiddeld 6,6/ha) aantal kippen
aantal varkens per hectare cultuurgrond
aantal varkens
300.000
minder dan 10
15.000.000
minder dan 1
2.500.000
1-2
100.000
10 - 40
5.000.000
1-2
1.000.000
2-3
50.000
40 - 70
1.000.000
2-3
500.000
3 - 10
25.000
70 - 140
500.000
3 - 10
100.000
meer dan 10
10.000
meer dan 140
100.000
meer dan 10
25.000
FIGUUR 1.31
909449_BNWRK.indd Untitled-9 22 27
b z j o s b v k a h
Aantal runderen, kippen en varkens per landbouwgebied in Nederland, 2013.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:25
909449
7
21 10:30
28
1
Mijlpaal 4: te succesvol!?
1970 - 1980
Landbouw in Europa
Mijlpaal 5: van marktgerichte hulp naar producentgerichte hulp 1992
boterberg
melkoverschot
u Het GLB blijkt begin jaren zeventig té goed te werken. De boeren produceren zo veel dat er flinke overschotten ontstaan, zoals boterbergen en melkplassen. Niet zo vreemd: hoe meer je als boer produceert, hoe meer geld je verdient, want de overheid betaalt voor alle geleverde producten. De ontstane situatie kost de overheden van de EEG-landen miljarden: zij betalen voor al die overschotten. Daarom moesten de productie van de boeren en de vraag van de consumenten beter op elkaar afgestemd worden. Er komen quota: een boer mag maar een maximale hoeveelheid aan gewas of dier produceren. Gaat een boer over zijn quotum heen, dan krijgt hij een fikse boete (figuur 1.32).
FIGUUR 1.32
909449_BNWRK.indd Untitled-9 23 28
Boeren protesteren tegen het quotum op de melkproductie.
u Het beleid werd grondig aangepast om de twee kerndoelen van het GLB haalbaar en vooral betaalbaar te houden. In plaats van productiesubsidie krijgen boeren vanaf 1992 steeds vaker inkomenssubsidie: een aanvulling op hun inkomen als ze niet kunnen rondkomen van hun boerenbedrijf.
Mijlpaal 6: de EU 1993
EU
MAASTRICHT
u In Maastricht werd in 1993 de Europese Unie (EU) opgericht, de opvolger van de EEG. Het aantal lidstaten was inmiddels al uitgebreid naar twaalf. De belangrijkste reden voor de uitbreiding is het doel van de EU om vrede, democratie en welvaart te verspreiden. Een voordeel van de uitbreiding is de grotere interne markt. Europese landen kunnen gemakkelijker en goedkoper met elkaar handelen. Voor landen buiten de EU wordt dit juist moeilijker en duurder. Bedrijven in de EU worden op die manier beschermd. Een ander woord voor deze bescherming is protectie. Een goed voorbeeld hiervan zijn de subsidies aan Europese boeren. Een grotere interne markt heeft ook een nadeel voor boeren die hun boerenbedrijf niet voldoende hebben ontwikkeld: zij verliezen de concurrentiestrijd van collega-EU-boeren.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:25
De rol van Europa
Mijlpaal 7: aandacht voor de plattelandsontwikkeling
29
1.2
Mijlpaal 8: meer marktwerking
2000
3
M
2003
u u Als boeren de concurrentiestrijd verliezen, heeft dat niet
u Door flinke hervormingen van het GLB moeten boeren nog
alleen economische gevolgen voor de landbouwsector: het platteland loopt leeg, plaatselijke winkels verliezen hun inkomsten, voorzieningen verdwijnen en landschappen worden niet meer onderhouden. Als boeren ermee stoppen, gaat de leefbaarheid van enorme gebieden in Europa dus achteruit. Vandaar dat de EU zich meer gaat concentreren op plattelandsontwikkeling. Hieronder vallen alle maatregelen om het Europese platteland leefbaar te houden. Om dit te bereiken, kunnen boeren met steun van de EU bijvoorbeeld boerderijwinkels starten waar ze lokale, ambachtelijke producten verkopen. Ook kun je denken aan het organiseren van foodfestivals (figuur 1.33), het verbeteren van lokale infrastructuur zoals de aanleg van fiets- en wandelpaden of het bevorderen van plattelandstoerisme, waarbij stedelingen op het boerenbedrijf kunnen overnachten. Binnen de plattelandsontwikkeling is er meer aandacht voor de landschappelijke kwaliteit: de mate waarin een landschap waardevol, kwetsbaar en mooi wordt gevonden. Bij de herinrichting van landelijke gebieden wordt hier steeds vaker aandacht aan besteed. Er wordt dan gelet op drie invalshoeken. Gebruikswaarde: Kun je in het landschap goed wonen en de kost verdienen? Op het platteland geldt dat in het bijzonder voor de boeren. Belevingswaarde: Heeft het landschap een eigen karakter? Roept het een bepaalde sfeer en speciale gevoelens op? Hoe is het gebied bijvoorbeeld ontstaan, hoeveel natuur is er (nog) aanwezig en hoe open is het? Zijn er hoogteverschillen? Zou je hier willen wonen of met vakantie naartoe willen gaan? Toekomstwaarde: Kan het landschap worden aangepast aan de ontwikkelingen in de landbouw en aan andere menselijke activiteiten? Kan het natuurlijke evenwicht in het landschap op de lange termijn in stand worden gehouden? Hoe zit het met de waterveiligheid in de komende jaren?
beter kunnen omgaan met marktwerking en dus ook met de concurrentie van binnen de EU. De meeste productiesubsidies en quota zijn inmiddels opgeheven of er is afgesproken in welk jaar dit gaat gebeuren. Het quotum op suiker, het laatste nog bestaande quotum, is vanaf 2018 opgeheven. Steeds meer boeren krijgen inkomenssubsidie. Om daarvoor in aanmerking te komen, moeten ze voldoen aan strenge regels op het gebied van dierenwelzijn, milieu en voedselveiligheid.
FIGUUR 1.33
60
a b d s h V v l P o i i e e u z e h
Foodfestival De Rollende Keukens in het Westerpark in Amsterdam.
x € 1 miljard
50 40 30 20 10
10 20
05 20
00 20
95
90
19
jaar
plattelandsontwikkeling
gekoppelde steun
ontkoppelde steun (onafhankelijk van geproduceerde hoeveelheid)
andere marktmaatregelen
FIGUUR 1.34
909449_BNWRK.indd Untitled-9 24 29
19
85 19
19
80
0
uitvoersubsidies
Ontwikkeling GLB-uitgaven.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:25
909449
9
r
21 10:30
30
1
Mijlpaal 9: twee keer zo veel boeren 2007
0
Landbouw in Europa
Mijlpaal 10: een nieuw GLB 2012
500 1.000 km
u Door de uitbreiding van de EU met nieuwe lidstaten is het aantal boeren in een klap verdubbeld. In Polen, een van de nieuwe lidstaten sinds 2004, maken veel boeren zich zorgen over de toetreding. Ze moeten plotseling de concurrentiestrijd aangaan met hun collega’s in de oude lidstaten. De boeren daar zijn door de jaren van GLB in staat zeer hoge opbrengsten te halen tegen zeer lage productiekosten. Veel boeren in Polen moeten de eerste stappen op het gebied van intensivering, schaalvergroting en specialisatie nog zetten. Dit is dus een ongelijke strijd, maar wel één waar de Poolse landbouw goed uit is gekomen. Voor ongeveer de helft van de Poolse boeren van toen geldt dat ze inmiddels goed meekomen op de interne Europese markt (figuur 1.35). De productie, in totaal, per hectare en per dier, is door schaalvergroting, intensivering en specialisatie snel toegenomen. De agrarische export steeg binnen tien jaar na de toetreding met miljarden euro’s per jaar. De bezorgdheid van de andere helft van de Poolse boeren uit de tijd van de toetreding bleek wel terecht. Zij ontwikkelden zich niet snel genoeg. Ze zijn met hun boerenbedrijf gestopt en naar de stad getrokken of ze leven in relatieve armoede, hopend op voldoende inkomenssubsidie van de EU.
u Het vernieuwde GLB bestaat uit drie pijlers. Economie: Voldoende betaalbaar voedsel voor iedereen blijft een kerndoel. Ook het tweede kerndoel, een stabiel inkomen voor boeren, blijft gelden. Omdat de vraag naar voedsel tegen 2050 zal stijgen met 50%, zal de productie dus nog flink omhoog moeten, maar dit mag niet meer ten koste gaan van natuur en milieu. Ook moet al het geproduceerde voedsel veilig en van goede kwaliteit zijn. Dat is alleen mogelijk als de weg van het voedsel van de grond tot de mond goed in de gaten wordt gehouden, waarbij controleurs bijvoorbeeld letten op het welzijn van dieren. Natuur en milieu: De Europese landbouw moet verduurzamen. Er moet efficiënter worden omgegaan met hulpbronnen als water, voer en kunstmest (figuur 1.37), en er moet meer aandacht zijn voor lucht- en waterkwaliteit en biodiversiteit (figuur 1.36). Ook klimaatverandering speelt een belangrijke rol in de toekomst van de landbouw in Europa. Omdat aandacht voor de natuur en milieu geld kost, krijgen boeren inkomenssteun als ze aan verduurzaming doen. Leefbaarheid: Ontvolking van plattelandsgebieden en het verdwijnen van werkgelegenheid moeten worden opgevangen. Het beleid van mijlpaal 7 wordt voortgezet.
FIGUUR 1.35
Champignonkwekerij in Polen Polen is sinds 2015 de grootste producent van champignons. Poolse ondernemer Dariusz Wyhchowalek: ‘Deze positie hebben we alleen kunnen bereiken door EU-geld. We leerden al snel dat alleen productie niet voldoende is. Er moeten ook bedrijven zijn die de champignons goed kunnen verpakken en naar de klanten in heel Europa kunnen verzenden.’
909449_BNWRK.indd Untitled-9 25 30
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
De rol van Europa
31
1.2
3
O
FIGUUR 1.36
909449_BNWRK.indd Untitled-9 26 31
Een met bloemen ingerichte akkerrand verhoogt de biodiversiteit.
FIGUUR 1.37
Wetenschap en technologie spelen een belangrijke rol in het behalen van de eerste twee pijlers van het nieuwe GLB.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
1
21 10:30
32
1
1.2
Opdrachten Opdracht 2 Europese samenwerking
Deelvragen 3 Wat is het GLB en waarvoor dient dit beleid? 4 Wat zijn de gevolgen van het GLB voor de landbouw en het landschap in Europa?
Opdracht 1 Koeientuin Lees de inleiding van paragraaf 1.2 en bekijk de foto. Bekijk W8. a Wat is er beter aan deze hypermoderne stal dan aan andere stallen? Noteer drie verbeteringen. b Tot welke actor behoort ‘Europa’, de motor achter dit soort verbeteringen? c Ook de consument speelt een grote rol bij de verschuiving van de aandacht van de productiehoeveelheid naar de productiewijze. Leg uit welke rol wij als consumenten spelen bij deze verschuiving. W8
Landbouw in Europa
De tekst van paragraaf 1.2 is opgedeeld in belangrijke gebeurtenissen (mijlpalen). a Download en print W9. Vul W9 verder in door in de theorie op zoek te gaan naar de doelen van de EGKS en de EEG. b Gebruik het kaartblad Europa - Europese Unie. Welke zes landen waren de eerste leden van de EGKS? c In welke geografische richtingen heeft de Europese samenwerking zich uitgebreid? d In welk jaar werd Polen lid? W9
Doelen EGKS, EEG en EU.
Organisatie
Belangrijkste doelen
EGKS 1951-1957
1
EEG 1957-1993
1
EU 1993-nu
1 vrede, democratie en welvaart bevorderen
De koeientuin.
2
Opdracht 3 De invoering van het GLB Gebruik voor deze opdracht de hele paragraaf 1.2. a Leg in je eigen woorden uit wat het GLB is. b Waarom kun je het GLB in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ‘té succesvol’ noemen? Gebruik in je antwoord het begrip productiesubsidie. c De productie per hectare van Nederland en veel andere Europese landen behoort tot de wereldtop. Leg uit welke rol de productiesubsidies hierin gespeeld hebben. d Leg uit hoe een quotum een overschot kan tegengaan. Gebruik in je uitleg de woorden vraag en aanbod. e Waarom leidt inkomenssubsidie minder snel tot overschotten dan productiesubsidie? f Hoe zie je in figuur 1.34 in de theorie de overgang van productiesubsidies naar inkomenssubsidies? g Download en print W10. Streep in W10 de foute woorden door. W10
Gevolgen van de invoering van het GLB.
Kenmerk
Voor invoering GLB
Na invoering GLB
schaalniveau voedselkringloop
lokaal en regionaal / continentaal en mondiaal
lokaal en regionaal / continentaal en mondiaal
zelfvoorzieningsgraad
laag / hoog
laag / hoog
soort bedrijf
gespecialiseerd / gemengd
gespecialiseerd / gemengd
productie per hectare en dier
laag / hoog
laag / hoog
grootte boerenbedrijven
klein / groot
klein / groot
aantal boerenbedrijven
minder / meer
minder / meer
909449_BNWRK.indd Untitled-9 27 32
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
W11
33
1.2
De rol van Europa
3
Gevolgen voor productiekosten en opbrengst.
Begrip
Lagere productiekosten
Hogere opbrengst
specialisatie
mechanisatie
intensivering
schaalvergroting
W14
Opdracht 4 Gevolgen van het GLB Gebruik voor deze opdracht de hele paragraaf 1.2. a Download en print W11. Vul W11 in. Geef voor ieder begrip aan hoe dit de productiekosten verlaagt en de opbrengst verhoogt. b Download en print W12 en W13. Lees W12 en W13. Vul de juiste woorden in en maak de tekst kloppend. c Bekijk W14. Pas de begrippen schaalvergroting en bedrijfsbeëindiging toe op de situatie in Polen die je ziet in W14. W12
1,0%
2014 2,4%
2,9%
7,6% 9,6% 9,3% 10,7% 21,8%
52,0%
58,7% 22,4%
in hectare
dus.
produceren,
En meer in het groot gaan inkopen, samen met andere boeren. Wetenschappelijk onderzoek helpt, bijvoorbeeld naar gras- en maisrassen die meer opbrengen en toch minder kunstmest vragen. En we gaan voor
: meer koeien.’
Varkensboer Hendrikx.
begrensd met een
.
Er waren te veel varkens en er was te veel mest bijgekomen doordat iedere boer sterk was gaan uitbreiden. En dan te bedenken dat we bij mijn vader thuis drie koeien, vijf varkens en nog wat kleine akkers met bieten en tarwe hadden. Een
dus.
Tegenwoordig hebben mijn zoon en ik ruim duizend varkens en geen akkers of andere dieren meer. We zijn ons dus gaan
kleiner dan 5
10 - 15
30 - 50
5 - 10
15 - 30
groter dan 50
Opdracht 5 Overzicht
‘In de jaren tachtig werd de productie van ons bedrijf
909449_BNWRK.indd Untitled-9 28 33
2002 1,6%
Veeboer Zantinge.
‘Onze strategie voor de toekomst is meer melk per koe
W13
Grootte van Poolse landbouwbedrijven, 2002 en 2014, in %.
.’
Gebruik voor deze opdracht de hele paragraaf 1.2. Download en print W15. a Vul achter mijlpaal voor elke periode de nummers van de bijbehorende mijlpalen in. Soms moet je meerdere mijlpalen bij dezelfde periode zetten. Gebruik alle mijlpalen behalve 1 en 2. b Noteer de volgende begrippen onder de juiste periode. Kies uit: productiesubsidies – inkomenssubsidies – quota – verduurzaming – marktwerking. c Noteer de cijfers van de uitspraken van de boeren uit W16 onder de juiste periode in W15. d Noteer in W15 achter naam de verklaring voor de titels van de vijf perioden. e In welke volgorde is aandacht besteed aan de verschillende dimensies van het Europese landbouwbeleid? A economische dimensie ¦ politieke dimensie ¦ fysische dimensie ¦ sociaal-culturele dimensie B politieke dimensie ¦ sociaal-culturele dimensie ¦ economische dimensie ¦ fysische dimensie C fysische dimensie ¦ politieke dimensie ¦ sociaal-culturele dimensie ¦ economische dimensie D sociaal-culturele dimensie ¦ economische dimensie ¦ politieke dimensie ¦ fysische dimensie f Verklaar je antwoord op opdracht 5e.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
O
909449
3
21 10:30
34
1
W15
Landbouw in Europa
Historisch overzicht van het GLB.
Begin jaren zestig
Crisis jaren zeventig/tachtig
Hervorming 1992 - 2003
Concurrentiestrijd 2003 - 2012
Vernieuwing 2012 - heden
mijlpaal begrip uitspraak naam
W16
Uitspraken boeren.
1 ‘Bloemen langs de randen van je akkers, dat doe je als boer alleen als je daar economisch beter van wordt. Je rekent uit of de subsidie hiervoor meer opbrengt dan je gewas.’ 2 ‘Dat plafond op hoeveel melk we mogen produceren is twee jaar geleden afgeschaft. Met als logisch gevolg dat we nu eigenlijk te veel produceren en de prijs is gedaald.’ 3 ‘De gemiddelde boer kan niet bestaan zonder subsidie, denk ik. Zelf ontvangen we ook subsidie in de vorm van bedrijfstoeslagen. Dat is een aanvulling op het inkomen van de boeren. Hoe groter je bedrijf, hoe meer toeslagen. Ik denk dat zo’n 40% van mijn gezinsinkomen bestaat uit steun van de EU. In 2015 ontving ik € 36.000 aan steun.’ 4 ‘Hoe meer melk je leverde, hoe meer subsidie je ving. Het gevolg was dat met overheidssteun enorme overschotten van landbouwproducten ontstonden. Je had een vleesberg, een melkplas, een boterberg ...’ 5 ‘Ik kijk wel naar andere gewassen. We zijn een jaar of vier geleden voorzichtig begonnen met uienteelt. Dat is eigenlijk nieuw voor dit gebied, maar het wil best. Je moet het alleen leren. En verder is het puur afwachten wat de markt doet: de ene keer is het top, de andere keer flop. We proberen daarom wat dingen uit: risicospreiding.’
Opdracht 6 Veranderend landschap De landelijke gebieden in grote delen van Europa zijn nu heel anders ingericht dan vroeger. In figuur 1.23 in de theorie zie je kaarten van hetzelfde gebied in 1900, 1990 en 2015. a Hoe herken je de volgende begrippen in de kaartjes? - schaalvergroting - ruilverkaveling - verduurzaming
909449_BNWRK.indd Untitled-9 29 34
b Als je de loop van het beekje volgt in de drie kaarten, zie je twee opvallende veranderingen in de tijd. Welke zijn dit en waarom zijn ze uitgevoerd? c Geef voor ieder van de volgende actoren aan wat ze zouden vinden van die opvallende ontwikkeling in 2015. Gebruik hierbij de tekst onder Mijlpaal 7 over de landschappelijke kwaliteit en behandel bij beide actoren minimaal twee waarden. - boer - lokale bewoner
Opdracht 7 Interne markt en uitbreiding Gebruik het kaartblad Europa - Europese Unie. Lees ook Mijlpaal 6, 8 en 9 in paragraaf 1.2. a De EU werd in 1993 opgericht en kreeg steeds meer lidstaten. Wat is het doel van de uitbreiding van het aantal lidstaten? b In 2004 wordt Polen lid. Is het doel achter de uitbreiding geslaagd voor Polen als je kijkt naar de atlaskaarten? Verklaar je antwoord en noteer de kaartnummers en -titels die je antwoord ondersteunen. c Lees W17. Was de uitbreiding van de EU met Polen voor boer Karsemeijer een voor- of een nadeel? Leg kort uit. d Lees nogmaals de tekst van Mijlpaal 9 in paragraaf 1.2. Welke voor- en nadelen had de toetreding voor Poolse boeren? Gebruik het begrip interne markt in je antwoord. W17
Melkveehouder Karsemeijer, Nederland.
‘Wat ik dacht toen we hoorden dat de EU flink zou worden uitgebreid? Dat het wel los zou lopen. De ontwikkeling op het platteland loopt daar toch wel zo’n jaar of dertig achter. We konden die concurrentiestrijd toen ook makkelijk winnen met onze Nederlandse topmelk. Tegenwoordig ligt het anders. Ze hebben het kunstje daar inmiddels ook geleerd, geholpen door geëmigreerde Nederlandse boeren overigens. En het voordeel van produceren in Polen is de ruimte die je hebt voor grote landbouwbedrijven. Je ziet het bij varkenshouderijen. Die verdwijnen steeds vaker vanuit Nederland naar Polen.’
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
De rol van Europa
Opdracht 8 Verduurzaming
35
1.2
W21
3
Verwende Europese boeren?
Lees in paragraaf 1.2 Mijlpaal 10 en bekijk figuur 1.36 en 1.37 in de theorie. De landbouw heeft een slechte naam als het gaat om de effecten ervan op milieu, mens en dier. a Download en print W20. Vul in W20 voorbeelden in van negatieve effecten van de landbouw. b Boer Lammers noemt in W18 drie verschillende vormen van duurzaamheid. Leg van alle drie de vormen van duurzaamheid uit wat hij ermee bedoelt. c Over welke vorm van duurzaamheid heeft boer Zantinge het in W19? d Verklaar de kritiek van boer Lammers in W18 op de consument. W18
Boer Lammers
‘Kijk, verduurzamen is in mijn ogen: je bedrijf in de toekomst blijven voortzetten. Daar hoort ecologische duurzaamheid bij, en maatschappelijke duurzaamheid. Maar ook economische duurzaamheid. En voor dat laatste is maar weinig oog. Iedereen vindt heel veel, maar niemand die ervoor betaalt. De consument pakt het niet op.’
W19
Boer Zantinge.
‘Langs de maisakkers gaan we bloemen inzaaien. Goed voor de bijtjes en de vogels en de diversiteit, toch? We kunnen sommige weilanden later gaan maaien, zodat de vogels hun jongen kunnen grootbrengen.’
Verdieping Opdracht 9 Subsidies: ja of nee? Lees en bekijk W21. Wat vind jij van de subsidies aan boeren: zijn ze terecht of niet? Schrijf hier een betoog over, bijvoorbeeld in Word. Doe het zo: - Neem een standpunt in: je bent voor óf tegen subsidies. - Bedenk drie argumenten die jouw standpunt ondersteunen. - Bedenk drie tegenargumenten die je weerlegt met goede argumenten. - Met je betoog overtuig je de lezer van jouw standpunt. - Je betoog is maximaal 400 woorden lang. W20
Alle lidstaten betalen een bijdrage aan de EU. De meeste van die miljarden gaan naar de landbouw: zo’n 40% van het totale Europese budget. Wist je dat het GLB iedere EUburger daardoor € 0,30 per dag kost? Veel mensen vragen zich daarom af waarom de landbouw niet, net als de meeste andere economische sectoren, zonder al die overheidssteun kan. Het antwoord is volgens de EU eigenlijk best logisch. Boeren produceren een basisbehoefte, namelijk voedsel, en dat is niet makkelijk. Het werk is fysiek zwaar en kost veel tijd: de meeste boeren beginnen heel vroeg met werken en zijn pas laat in de avond klaar. Daarbij investeer je als boer in zaadjes die pas maanden of zelfs jaren later geoogst kunnen worden en dan pas geld opleveren. Ook zijn boeren overgeleverd aan de genade van de markt (stijgende en dalende prijzen), en aan het weer: het is te droog, te nat, te koud, te warm ... En dan heb je nog allerlei ziekten die ertoe kunnen leiden dat al jouw tijd, energie en geld in rook opgaan. Steun aan boeren zorgt er niet alleen voor dat wij over voldoende voedsel beschikken. De steun helpt ook bij zaken als milieubescherming, dierenwelzijn, een leefbaar platteland en veilig voedsel van een hoge kwaliteit. Of kan dit allemaal beter en goedkoper?
H
O
Negatieve effecten van de landbouw.
Voorbeelden milieu
1 2
mensen
1 2
dieren
1 2
909449_BNWRK.indd Untitled-9 30 35
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
5
21 10:30
36
1
W22
Landbouw in Europa
Oorzaak-gevolgketen GLB-mondiale en industriële voedselproductie.
mondiale en industriële voedselproductie
GLB
Herhaling Opdracht 10 Terugblik op de paragraaf Neem W22 over. Maak de oorzaak-gevolgketen in W22 compleet. Lees eerst de hele opdracht door, zodat je rekening kunt houden met de benodigde schrijfruimte. a Zet de volgende begrippen in een logische volgorde en zet daartussen pijlen die duidelijk maken wat oorzaak is en wat gevolg. specialisatie – opbrengst – mechanisatie – intensivering – schaalvergroting – gemengde bedrijven – productiekosten – boerenbedrijven – afzet en productie. b Schrijf bij iedere pijl het woord meer of minder. Bijvoorbeeld: schaalvergroting boerenbedrijven c Begin bij GLB en eindig bij mondiale en industriële voedselproductie. Zorg ervoor dat je alle pijlen kunt beredeneren: je moet kunnen uitleggen waarom het ene begrip leidt tot het andere.
Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren
909449_BNWRK.indd Untitled-9 31 36
1a, 1b, 1c, 2a, 2b, 2c, 2d, 3a, 3b, 3c, 3d, 3e, 3g, 7a 4a, 7d 3f, 4b, 4c, 5a, 5b, 5c, 5d, 5e, 5f, 6a, 6b, 6c, 7b, 7c, 8a, 8b, 8c, 8d 9, 10a, 10b, 10c
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Europese landbouw en de rest van de wereld
1.3
Europese landbouw en de rest van de wereld
Wit poeder Nederland is een zuivelland. We zijn de grootste zuivelexporteur van de EU: zo’n 1,5 miljoen koeien op ongeveer 19.000 melkveebedrijven leveren jaarlijks zo’n 12 miljard liter melk. Daarvan blijft 35% in Nederland, voor consumptie als melk, toetjes, kaas of boter. 45% wordt geëxporteerd binnen de EU en de overige 20% wordt verkocht aan de rest van de wereld, vaak in de vorm van melkpoeder. Melkpoeder is sinds 2008 zelfs het belangrijkste Nederlandse exportproduct naar China. In 2008 werden duizenden Chinese baby’s en kinderen ziek door het drinken van melk van vergiftigd Chinees melkpoeder. Er stierven zelfs zes baby’s. Chinezen kochten en kopen daarom nog steeds Nederlands melkpoeder. Het is zo immens populair dat dit tot vreemde situaties leidt. In sommige supermarkten kun je alleen nog melkpoeder kopen bij de balie. Of maar één pak per keer. Door de populariteit is de prijs vervijfvoudigd en zijn ook criminelen zich met dit legale witte poeder gaan bemoeien: in Rotterdam en Breda zijn zelfs melkpoederhandelaren overvallen.
World Trade Organization (WTO) u Behalve de EU is er nog een internationale organisatie die een belangrijke rol speelt in de landbouw: de Wereldhandelsorganisatie, beter bekend als de World Trade Organization (WTO). De filosofie van de WTO is dat internationale handel de beste en snelste manier is om de wereld welvarender te maken.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 32 37
37
1.3
Daarom moet elk obstakel voor internationale vrijhandel uit de weg geruimd worden, zodat ieder land een eerlijke kans heeft om zich te ontwikkelen. Alle 28 EU-lidstaten zijn lid van de WTO. Vanuit de gedachte ‘samen staan we sterk’ worden de EU-landen bij onderhandelingen vertegenwoordigd door de EU. De EU is bij die onderhandelingen voor zo veel mogelijk vrijhandel, ook in de landbouwsector. Dat is niet altijd zo geweest. De WTO hanteert een aantal basisregels. - Als één land gunstige handelsvoorwaarden krijgt, gelden die voorwaarden voor alle andere landen. Dat betekent dat een laag invoertarief voor één land, voor alle landen geldt. Er zijn uitzonderingen mogelijk. Vrijhandelszones zoals de interne markt van de EU zijn wel toegestaan. - Er mag geen onderscheid worden gemaakt tussen buitenlandse en ‘eigen’ producten. - Tarieven moeten vast zijn; dat geeft zekerheid en zorgt voor vertrouwen. - Oneerlijke handelspraktijken als uitvoersubsidies en dumping zijn niet toegestaan.
3
u d d i z
Fort Europa u De EU is in het verleden vaak aangevallen op haar landbouwbeleid bij onderhandelingen binnen de WTO. Het GLB ging tot voor kort namelijk in tegen het idee van gelijke kansen voor alle boeren ter wereld. De EU gedroeg zich als een fort waarbinnen boeren beschermd werden. Sommige van die beschermingsmaatregelen ken je al, zoals productie- en inkomenssubsidies. Hoge invoertarieven vormen een andere belangrijke maatregel van de EU om de interne markt te beschermen. Niet-Europese landen betalen dan hoge bedragen om hun landbouwproducten in de EU te mogen verkopen.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
G
u
m g m i e
909449
38
1
3 9,5
Noord-Afrika en Midden-Oosten
1,
3,
5
8
O c
50
an ea
aan
Sub-Sahara-Afrika
Australië en Nieuw-Zeeland
0
1.000
2.000 km
Handel in landbouwproducten van en naar de EU.
Andersom kregen Europese boeren tot 2013 ook nog eens uitvoersubsidies, zodat ze hun landbouwproducten zelfs onder de kostprijs konden verkopen buiten de EU. Dat heet dumping. Tegenwoordig is het landbouwbeleid van de EU rechtvaardiger geworden. Zo’n 90% van de huidige maatregelen van de EU is volgens de WTO ‘eerlijk’. De productie- en uitvoersubsidies zijn bijvoorbeeld afgeschaft. De invoertarieven bestaan nog wel.
Vraagstuk 1: Leidt meer vrijhandel tot meer concurrentie voor de Europese landbouw, tot een grotere afzetmarkt of allebei? Vraagstuk 2: Gaan vrijhandel en verduurzaming in de landbouw samen of niet? Vraagstuk 3: Zal meer vrijhandel de welvaart op de wereld beter verdelen, of juist niet? FIGUUR 1.40
16
export per regio x € 1 miljard
wereldexport x € 1 miljard
160
14
140
12
120
e
10
100
n
8
80
6
60
4
40
2
20
21 10:30
Zuid- en Zuidoost-Azië
In d isc he
n
FIGUUR 1.38
Oce aa
8,4
8
7
e Oce isch
cea a
Zuid-Korea en Japan
n
15
4
13
ant Atl
Midden- en Zuid-Amerika Grote O
x € 1 miljard 3 export naar de EU 3 import uit de EU
Rusland en Oekraïne 0,3 5,2
Europese Unie
NoordAmerika
Landbouw in Europa
Gr ot e
9 15
7
7
0
2003 2004 2005 2006 2007 2008 2009 2010 2011 2012 2013 jaar Verenigde Staten
Zwitserland
China
Rusland
Japan
wereldexport
FIGUUR 1.39
0
Bestemming Europese voedselexport.
Grenzeloze mogelijkheden? u De EU wil nu dat Europese boeren de concurrentiestrijd met boeren over de hele wereld aankunnen, zonder al te veel geldsteun. Waarom deze ommezwaai van fort naar vrije markt? Sinds het begin van het GLB is de landbouwsector de economische sector in Europa waar het meeste geld naartoe gaat. De EU wil graag eerlijker produceren en handelen. Vrijhandel is daarvan een logisch gevolg. Maar meer vrijhandel heeft vooren tegenstanders en levert enkele ingewikkelde vraagstukken op.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 33 38
De consument aan zet ‘De consument bepaalt het lot van mij en mijn Europese collega's,’ aldus melkveehouder Karsemeijer. ‘Kiest de consument voor het goedkoopste product of wil hij een normale prijs betalen voor zijn voedsel? Door alle Europese regels op het gebied van dierenwelzijn en milieu is onze melk beter voor de koeien, onze omgeving en de gezondheid van de consument, maar ook iets duurder om te produceren. Als jij in de supermarkt melk koopt voor een stuntprijs, dan weet je direct dat wij daar niet of nauwelijks van profiteren.’ Toch lijkt het erop dat veel Europese boeren in eerste instantie juist profiteren van een open wereldmarkt. Europese en vooral Nederlandse melk, voornamelijk in poedervorm, verovert de wereld (inleiding). ‘Het GLB heeft ervoor gezorgd dat we ondanks alle dure innovaties en regelgeving zo efficiënt kunnen leveren dat we alsnog goedkoper zijn dan onze niet-Europese collega’s,’ aldus varkensboer Hendrikx. ‘Dus profiteren we nu nog meer van de vrijhandel dan zij. Maar het speelveld is door de hoge standaarden in Europa en de soepele regelgeving daarbuiten niet gelijk. Oneerlijke concurrentie is het. Dan moet je ervoor zorgen dat je product beter is en dat de consument daarvoor kiest. Dat lokaal geproduceerd voedsel weer verkozen wordt boven dat van ver. Of nog efficiënter gaan produceren, met meer schaalvergroting en intensivering ... Met alle gevolgen van dien. De consument is aan zet.’
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Europese landbouw en de rest van de wereld
FIGUUR 1.41
39
1.3
4
FIGUUR 1.42
Een hypermoderne varkensstal.
Nieuwe markten Nederland heeft in 2015 weer meer agrarische producten geëxporteerd dan in 2014. De totale export in 2015 bedroeg € 82,4 miljard. Ten opzichte van 2014 is dat een stijging van € 700 miljoen (bijna 1%). Dat maakte staatssecretaris Van Dam bekend. Nederland opende in 2015 verschillende nieuwe afzetmarkten. Nederland kreeg als enige EU-lidstaat toegang tot de Amerikaanse markt voor eiproducten, zoals eiwitpoeder voor hamburgers en softijs. In totaal kan Nederland ongeveer 420.000 kilo eiwitpoeder, gemaakt van 100 miljoen eieren, leveren aan de V.S. Daarnaast exporteert Nederland sinds vorig jaar voor ongeveer € 9 miljoen aan uien naar Indonesië en Panama. Eind 2015 is de markt naar Vietnam geopend voor Nederlandse appels en peren. De verwachting is dat de export binnen vijf jaar zal groeien naar zo’n € 7,5 miljoen per jaar. De Zuid-Afrikaanse markt voor pluimveevlees is heropend. Tot nu toe is er voor € 1 miljoen per week geëxporteerd.
NEDERLAND
SPANJE
ITALIË MAROKKO COSTA RICA ISRAËL SENEGAL
COLOMBIA
EGYPTE ECUADOR
IVOORKUST KENIA
PERU
BRAZILIË NIEUW-ZEELAND ZUID-AFRIKA
CHILI 0
milieuklasse per maand milieuonvriendelijk
A B C D E
milieuvriendelijk geen productie of import
j f m a m j j a s o n d
FIGUUR 1.43
909449_BNWRK.indd Untitled-9 34 39
aardbeien
kiwi’s
appels
mango’s
asperges
sinaasappelen
bananen
sperziebonen
1.000
2.000 km
Groente en fruit van ver.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
9
21 10:30
40
1
FIGUUR 1.44
Landbouw in Europa
Het landbouwproduct dat Nederland het meeste geld opleverde in 2015 (ruim € 8 miljard), kun je niet eten: bloemen op de grootste bloemenveiling ter wereld, Aalsmeer.
FIGUUR 1.45
TTIP De EU en de V.S. zijn in gesprek over een nieuw handelsverdrag, de Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP). Het verdrag moet ertoe leiden dat de EU en de V.S. met elkaar verenigd worden tot één economisch machtsblok. Dat heeft een aantal voordelen. Zonder invoertarieven kan er bijvoorbeeld efficiënter gehandeld worden. Dat is hard nodig, want de topposities van de EU en de V.S. als economische machtsblokken in de wereld staan onder druk. Die topposities hadden de EU en de V.S. te danken aan hun grote en vooral welvarende afzetmarkt. Handelspartners van buiten Europa moesten altijd de Amerikaanse en Europese standaarden overnemen om hun producten te mogen exporteren. Maar nu de Chinese economie blijft groeien, bestaat de kans dat dat land straks die standaard gaat bepalen. Dat kan gevolgen hebben voor de productie van voedsel, bijvoorbeeld op het gebied van kwaliteit, duurzaamheid en dierenwelzijn. Nadelen zijn er ook. Zo mogen Amerikaanse boeren groeihormonen gebruiken in de veeteelt, of genetisch gemodificeerde gewassen in de akkerbouw. In de EU gaat dat in tegen de regels van dierenwelzijn en voedselkwaliteit. Dat de Europese regels streng zijn, merk je wel als je de etiketten bekijkt in de supermarkt. Op vleesproducten moet daar onder andere de geboorteplaats van het dier op staan, waar het gehouden werd en waar het geslacht is. Tegenstanders van het verdrag zijn bang dat de Amerikaanse standaard van voedselproductie ook in de EU gaat gelden. Ook Europese boeren weten niet goed wat ze van het verdrag moeten verwachten: zal hun afzetmarkt en dus hun inkomen groeien? Of neemt de concurrentie toe?
909449_BNWRK.indd Untitled-9 35 40
FIGUUR 1.46
In Berlijn kwamen ruim 250.000 mensen af op een protestactie tegen TTIP.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Europese landbouw en de rest van de wereld
41
1.3
Zweden
Tsjechië Portugal
a cea eO Grot
Verenigde Staten
Polen Slowakije Roemenië
aa n
Duitsland Spanje
Grote Oce
Canada
China
Pakistan Egypte
Mexico
n
Honduras
At la
Costa Rica
Burkina Faso nt is
Myanmar
India
Filipijnen
ch e
Colombia
O
O
25.000.000
Bolivia
he isc Ind
Paraguay
Chili Uruguay
10.000.000 5.000.000 1.000.000 100.000
FIGUUR 1.47
an
50.000.000
Brazilië
a ce
Oppervlakte verbouw van genetisch gemodificeerde gewassen in hectare, 2010
4
aan Oce
Australië
Zuid-Afrika
Argentinië 0
1.000
2.000 km
Mondiale verbouw van genetisch gemodificeerde gewassen.
FIGUUR 1.48
Duurzame landbouw Vroeger aten onze varkens en koeien voer van eigen bodem. Tegenwoordig wordt de veestapel bijgevoerd met vrachtschepen vol goedkope Zuid-Amerikaanse soja. De groeiende vraag naar soja voor veevoer leidt tot ontbossing in het Amazonegebied, met ernstige gevolgen voor mens en natuur. Dat kan ook anders, met koeien die veevoer eten uit de eigen regio. Zes op de tien liter Nederlandse melk verdwijnt in kaas. De kaassector kan dus een grote bijdrage leveren om de landhonger in het Amazonegebied te verminderen: geen kaas meer van koeien met importsoja in hun voedselpakket. Dat is goed mogelijk. Vroeger werd eiwitrijk veevoer in Europa verbouwd, maar die eigen productie is vrijwel geheel verdrongen door soja uit Zuid-Amerika. Op korte termijn is dat goedkoper en volgens de WTO ook veel eerlijker. Zo kunnen
FIGUUR 1.49
arme Braziliaanse boeren ook wat verdienen. Maar op lange termijn zijn er dus veel nadelen. Er zijn al Nederlandse boeren die overstappen naar duurzamere vormen van veevoer. Ze keren terug naar een gemengd bedrijf en gaan bijvoorbeeld bonen verbouwen, een eiwitrijk alternatief voor soja. Deze kleine groep duurzame boeren kan het beleid niet op eigen kracht veranderen. Er is steun nodig van politiek en bedrijven. Een invoerheffing op soja als veevoer zou bijvoorbeeld kunnen helpen. En de overstap van FrieslandCampina, het bedrijf dat in Nederland de grootste kaasproducent is en maar liefst 85% van alle melk verwerkt, naar duurzame productie zonder soja ook. Zo’n groot bedrijf zal het belangrijk vinden wat de consument wil: meer betalen voor een duurzaam product, of goedkoper uit zijn?
O
Bron: Milieudefensie.
Een sojaplantage in Brazilië.
O
909449_BNWRK.indd Untitled-9 36 41
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
1
21 10:30
42
1
1.3
Landbouw in Europa
Opdrachten
Deelvragen 5 Wat is de WTO en welke invloed heeft de WTO op de landbouw in Europa? 6 Wat zijn de gevolgen van de WTO-afspraken voor de landbouw en het landschap in Europa en daarbuiten?
Opdracht 1 Machtsblok Lees de inleiding van paragraaf 1.3 en bekijk de foto. Bekijk het filmpje online. Gebruik het kaartblad Europa Europese Unie. a Waarom leidt de populariteit van Nederlands babymelkpoeder in China tot problemen in Nederland? b Waarom is de EU een uitzondering in de grafieken in de kaart Europa - Europese Unie, Europese Unie in de wereld? c De EU is het grootste economische machtsblok ter wereld, nog groter dan China. Beargumenteer met behulp van de grafieken in de kaart Europa - Europese Unie, Europese Unie in de wereld dat de uitspraak in opdracht 1c klopt. d Beargumenteer met behulp van de grafieken in de kaart Europa - Europese Unie, Europese Unie in de wereld dat de uitspraak in opdracht 1c niet klopt. e Welk land is de belangrijkste handelspartner van de EU? Verklaar je antwoord met behulp van de atlas. f Bekijk figuur 1.38 in de theorie. Welk werelddeel is op het gebied van landbouwproducten de belangrijkste handelspartner van de EU? Leg uit.
Opdracht 4 Nieuwe markten Lees figuur 1.42 en bekijk figuur 1.43 in de theorie. a Uit welke zin in figuur 1.42 blijkt dat de Amerikaanse overheid de eigen boeren beschermt? b Bekijk figuur 1.43. Welke drie producten van ver zijn het meest milieuonvriendelijk? Zet erbij uit welke landen ze komen. c Bedenk waarom de milieuvriendelijkheid van de teelt van aardbeien in Nederland afhangt van de maand in het jaar. d In figuur 1.43 zie je een duidelijk verband tussen milieuvriendelijkheid en afstand. Is deze stelling juist? Verklaar je antwoord met een voorbeeld.
Opdracht 5 TTIP: kansen of bedreigingen? Lees figuur 1.45 en bekijk figuur 1.46 en 1.47 in de theorie. a Wat is TTIP? b Noteer een voor - en een nadeel van TTIP voor de Europese boeren. c Hoe herken je de verschillen in standaarden tussen de V.S. en Europa in figuur 1.47? d Wat zullen boeren buiten de EU en de V.S. van TTIP vinden? Licht je antwoord toe. e Lees in paragraaf 1.3 nogmaals World Trade Organization (WTO). Wat zal de WTO van TTIP vinden? Licht je antwoord toe. f Bekijk figuur 1.46. De demonstranten vergelijken TTIP met een Trojaans paard. Wat bedoelen de demonstranten met die vergelijking?
Opdracht 6 Het Amazonegebied Opdracht 2 Vrijhandel Lees in paragraaf 1.3 World Trade Organization (WTO) en Fort Europa. a Wat is het doel van de WTO en hoe willen ze dit bereiken? b Waarom heeft ieder land bij volledige vrijhandel een eerlijkere kans op meer welvaart? Gebruik in je antwoord het begrip invoertarieven. c Hoe beschermen uitvoersubsidies de Europese boeren? d Waarom kun je de combinatie van invoertarieven en uitvoersubsidies zien als dubbel oneerlijk voor niet-EUboeren?
Opdracht 3 De rol van de consument Lees in paragraaf 1.3 Grenzeloze mogelijkheden? en figuur 1.40. a Bij welke vraagstukken horen de volgende tekstfragmenten uit figuur 1.40? - Door alle Europese ... om te produceren. - Toch lijkt het erop ... verovert de wereld (inleiding). - Het GLB heeft ervoor ... van de vrijhandel dan zij. b Verklaar de laatste zin in figuur 1.40: De consument is aan zet.
Lees figuur 1.48 en bekijk figuur 1.49 in de theorie. Bekijk ook W23. a Download en print W24. Waarom kan het eten van rundvlees of kaas uit Nederland indirect leiden tot ontbossing van het Amazonegebied? Vul daarvoor W24 in. b Wat is volgens figuur 1.48 een oplossing van dit probleem? c Welke actoren spelen volgens figuur 1.48 een belangrijke rol bij die oplossing? W23
Ruimtegebruik in de wereld door de Nederlandse consumptie van landbouwproducten, 2010.
Canada
West Europa (excl. Nederland)
voormalige Sovjet-Unie CentraalEuropa
Verenigde Staten Midden-Amerika
Zuid-Azië
Afrika en Midden-Oosten
Zuidoost-Azië
Brazilië overig Zuid-Amerika
dierlijke producten
0
4.000
500 km2
8.000 km
Nederland
plantaardige producten
909449_BNWRK.indd Untitled-9 37 42
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Europese landbouw en de rest van de wereld
W24
43
1.3
Oorzaak-gevolgketen eten van rundvlees/kaas-ontbossing Amazonegebied.
eten van rundvlees of kaas
ontbossing Amazonegebied
d Bekijk W23. Hoeveel keer Nederland hebben we nodig voor onze consumptie van landbouwproducten? Geef je berekening en ga ervan uit dat het landoppervlak van Nederland 34.000 km² is. e Om ons ruimtegebruik te verkleinen, zal de consumptie van de Nederlandse bevolking moeten verduurzamen. Bedenk twee manieren waarop dit kan worden bereikt.
Opdracht 7 Panama Lees W25. a Welke twee oorzaken zijn er voor de uienschaarste in Panama? b Waarom helpt het de Panamese boeren als Nederland niet het hele jaar door uien exporteert? c Waardoor kan de productie van uien in Panama duurder zijn? Bedenk een fysische oorzaak. d Download en print W26. Lees nog eens W25 en vul W26 in. Doe het zo: - Kies + als de gevolgen van de schaarste vooral positief zijn voor die actor. - Kies − als de gevolgen van de schaarste vooral negatief zijn voor die actor. - Kies + en − als de gevolgen zowel positief als negatief zijn. - Vul de verklaring in voor je keuzes. W26
4
W25
Uienschaarste in Panama.
In Panama is een tekort aan uien ontstaan. Panamese uienboeren exporteren hun uien naar buurland Costa Rica. Daar krijgen ze een betere prijs dan de lokale prijs. Het verzoek van de Panamese boeren om de uienprijs in Panama te verhogen, wordt door de Panamese overheid nog genegeerd, omdat zij via exportbelastingen meeprofiteren. Door de lage prijs zijn veel boeren ook overgestapt op andere gewassen die meer opbrengen. Dit versterkt de uienschaarste alleen maar. Nederland helpt Panama bij het oplossen van het probleem. Als wereldleider in de uienexport (462 miljoen kilo in 2015) zal Nederland extra uien gaan exporteren naar Panama. Dit is echter alleen toegestaan tussen augustus en eind februari om de lokale productie te beschermen. Voor Nederlandse uienboeren is de schaarste in Panama zeer gunstig: daar kost een kilo uien in de winkel € 3,20 terwijl die prijs in Nederland op ongeveer € 1,30 ligt. Dit prijsverschil wordt veroorzaakt door de hogere productiekosten in Panama. Ook zijn de transportkosten enorm laag: er komen veel containers met producten vanuit Panama naar Nederland, dus de uien kunnen mee als zeer goedkope retourvracht. Bron: de Volkskrant, Robert van der Noordaa.
Gevolgen van de uienschaarste.
Actor
Gevolgen van de
Verklaring van de positieve/negatieve gevolgen
V
uienschaarste + / − Panamese boeren
O
Panamese overheid Panamese consument Costa Ricaanse boeren Costa Ricaanse overheid Costa Ricaanse consument Nederlandse boeren Nederlandse overheid Nederlandse consument agribusiness/transportbedrijf
909449_BNWRK.indd Untitled-9 38 43
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
3
21 10:30
44
1
W27
Landbouw in Europa
Scenario’s
Vraagstuk
Scenario
Verklaring
1
1 meer concurrentie
1 Bij meer vrijhandel moet een boer in de EU de concurrentiestrijd aangaan met alle boeren van buiten de EU: meer concurrentie dus.
2 een grotere afzetmarkt
2
3 meer concurrentie én een grotere afzetmarkt
3
1
1
2
2
1
1
2
2
2
3
Verdieping
Herhaling
Opdracht 8 Vraagstukken
Opdracht 9 Terugblik op de paragraaf
Lees in paragraaf 1.3 Grenzeloze mogelijkheden? en figuur 1.40. a Welke twee redenen heeft de EU om de ommezwaai van fort naar vrijhandel te willen maken? b Download en print W27. Lees de drie vraagstukken onder Grenzeloze mogelijkheden? in paragraaf 1.3. Vul W27 verder in. Doe dit steeds vanuit het gezichtspunt van een EU-boer. Vraag je docent(e) of je W27 alleen of in een groepje moet invullen. Je hoeft de vraagstukken niet te kunnen beantwoorden, maar je moet wel verschillende mogelijkheden (= scenario’s) kunnen beschrijven.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 39 44
a Wat wil de WTO bereiken met meer vrijhandel? b Welk mogelijk nadeel van meer vrijhandel noemt Boer Zantinge voor zijn boerenbedrijf in W28? c Welk mogelijk voordeel van meer vrijhandel noemt Boer Zantinge voor zijn boerenbedrijf in W28? d Lees figuur 1.40 in de theorie nogmaals. Alle drie de boeren (Karsemeijer, Hendrikx in figuur 1.40 en Zantinge in W28) beginnen over de regelgeving. Waarom vinden de Nederlandse boeren gelijke regelgeving bij de productie van voedsel zo belangrijk als er meer vrijhandel komt?
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Europese landbouw en de rest van de wereld
W28
1.3
45
4
Vrijhandel voor boer Zantinge.
Wat betekent de ontwikkeling naar meer vrijhandel, dus vrije concurrentie op de wereldmarkt, voor u? Zantinge: ‘Onze melkproductie was begrensd tot 2015. Nu kunnen we vrij produceren, als we tenminste binnen de milieunormen blijven wat betreft luchtkwaliteit en mestafvoer. Een vrijere markt kan betekenen dat ik voor mijn melk minder geld ontvang. Maar als de wereldeconomie groeit, zal de vraag naar zuivel ook toenemen. En dan ziet de toekomst er goed uit voor ons, want zonder melkquotum kunnen we daar goed op inspelen. Ik ben een voorstander van de vrije markt. Maar wel onder één voorwaarde: de spelregels, ik bedoel de milieuregels en de arbeidsvoorwaarden, moeten voor iedereen gelijk zijn.’
Ò onthouden Ò begrijpen Ò toepassen Ò analyseren Ò evalueren Ò creëren
909449_BNWRK.indd Untitled-9 40 45
2a, 6c, 6d, 8a, 9a 1a, 1b, 2b, 2c, 2d, 3a, 3b, 5a, 5b, 6b 1c, 1d, 1e, 1f, 4a, 4b, 4c, 4d, 5c, 5d, 5e, 5f, 6a, 6e, 7a, 7b, 7c, 8b, 9b, 9c, 9d 7d -
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
5
21 10:30
46
1
Casusopdracht
Landbouw in Europa
De toekomst van de Glazen Stad W31
Inleiding In hoofdstuk 1 maakte je kennis met het Westland, een gemeente tussen Den Haag en Rotterdam met veel glastuinbouw. In deze casusopdracht bekijk je op verschillende schaalniveaus hoe de leefbaarheid, de bereikbaarheid en de economie elkaar beïnvloeden. Lees en bekijk W29 t/m W37. W29
Werkwijze.
Onderzoeksvraag: Hoe kun je ervoor zorgen dat het Westland in de toekomst economisch sterk, leefbaar en bereikbaar blijft? soort opdracht
geografische vragen stellen over een aardrijkskundig vraagstuk
tijdsduur
50 minuten
voorbereiding
hoofdstuk 1 en alle bronnen in deze casus bestuderen
werkvorm
in tweetallen of alleen
benodigde bronnen
atlas, leeropdrachtenboek,
en hulpmiddelen
internet
opzet
- een actueel aardrijkskundig vraagstuk kritisch bekijken op verschillende schaalniveaus - het leren stellen van probleemoplossende vragen - het leren oplossen van een aardrijkskundig vraagstuk
eindresultaat
oplossen van een ruimtelijk vraagstuk
Het Westland telt zo’n 100.000 mensen die er willen wonen, werken en recreëren. Veel bewoners werken in het glastuinbouwcluster, dus zij zien – net als de gemeente – het belang van al die kassen wel in. Maar de noodzakelijke intensivering heeft nadelen voor de leefbaarheid. De nieuwste kassen waarin meer productie mogelijk is, zijn hoger dan de huidige kassen, laten geen licht meer door en je kunt er niet meer doorheen kijken. Het gesloten karakter van de glastuinbouw in vergelijking met bijvoorbeeld akkers of weilanden zal dus versterkt worden. Daarbij betekent meer productie per hectare ook meer producten. Het transporteren van die producten leidt tot meer verkeer. Dit heeft gevolgen voor de landschappelijke kwaliteit en dus voor de leefbaarheid.
W32
Economie.
De kracht van het Westland zit in de aanwezigheid van het hele glastuinbouwcluster: de producerende, toeleverende, verwerkende en distribuerende bedrijven zijn dicht bij elkaar gevestigd. Zo kunnen ze van elkaar gebruikmaken, bijvoorbeeld op het gebied van kennis om de productie per hectare nog verder te vergroten. Dat is op regionale schaal noodzakelijk, omdat er minder ruimte beschikbaar is om groente, fruit en bloemen te telen doordat er bijvoorbeeld veel nieuwe woningen worden gebouwd. Ook op mondiale schaal is intensivering nodig: de concurrentie haalt de enorm hoge productie van het Westland nog niet, maar zit niet stil. Innovaties als meerlaagse landbouw zijn dus hard nodig voor de toekomst van het Westland.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 41 46
Bereikbaarheid.
Een belangrijke bedreiging voor de economische ontwikkeling en de leefbaarheid van het Westland is de bereikbaarheid. Het gebied ligt midden in een van de meest verstedelijkte gebieden van Europa. Dat heeft voordelen, zoals de nabijheid van Schiphol en de Rotterdamse haven en de aanwezigheid van een grote en welvarende afzetmarkt. Maar ook nadelen, zoals de vele files waar de werknemers en vooral de vrachtwagens met de producten dagelijks mee te maken hebben. De infrastructuur moet verbeterd en uitgebreid worden, maar met de beperkte ruimte en de uitbreiding van woonwijken is dit makkelijker gezegd dan gedaan.
W33 W30
Leefbaarheid.
2.800
Ontwikkeling van het areaal glastuinbouw in het Westland, 2004 - 2012.
in hectare
2.700 2.600 2.500 2.400 2.300 2.200 2.100 2.000
2004
2005
2006
2007
2008
2009
2010
2011
2012 jaar
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
W34
47
1
Casusopdracht
W35
Staat het Westland in de toekomst vol met dit soort tuinbouwtorens?
1.600 1.500
4
Ontwikkeling van het aantal glastuinbouwbedrijven in het Westland, 2004 - 2012.
aantal bedrijven 1.529 1.443
1.400 1.316
1.300
1.184
1.200 1.100
1.068 987
1.000
924
900 800 2004
2006
2007
2008
2009
2010
840
2011
2012 jaar
Gemeente Westland.
hi
ph
ol
W36
2005
883
No or dz e
Sc
Den Haag
V
e
Ter Heijde Rijswijk
Monster
Wateringen Poeldijk Kwintsheul
Honselersdijk
Delft
‘s-Gravenzande te ontwikkelen woongebied bedrijventerrein
Heenweg
Hoek van Holland
te ontwikkelen bedrijventerrein De Lier
N ie uw e
V
dorpskern
Naaldwijk
glastuinbouw recreatie strand
W at er we g
natuurgebied, park en/of water Maasdijk
gemeente Midden-Delfland
Europoort Rotterdam
lokale verbindingsweg
V
regionale hoofdweg snelweg gemeentegrens
m
a rd
tte
Ro
knooppunt
909449_BNWRK.indd Untitled-9 42 47
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
7
21 10:30
48
1
W37
Landbouw in Europa
Westerlicht in het Westland.
Vraag 1 Lees vaardigheid 23 Verschijnselen en gebieden plaatsen in hun geografische context in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. a Leg uit hoe deze thema’s elkaar beïnvloeden: - bereikbaarheid ¦ economie - economie ¦ leefbaarheid - bereikbaarheid ¦ leefbaarheid b Welk van de thema’s uit vraag 1a kan het Westland moeilijk alleen aanpakken? Gebruik een voorbeeld uit W30, W31 of W32.
Vraag 2 In Nederland worden veel landbouwgebieden op een andere manier ingericht, zodat mensen er ook kunnen recreëren en kunnen genieten van de natuur. a Waarom is dit in het Westland niet goed mogelijk? b Leg uit dat de geografische ligging van het Westland het ook minder noodzakelijk maakt om in de landbouwgebieden te recreëren en te genieten van natuur.
Vraag 3 Om de leefbaarheid te vergroten, wordt de bereikbaarheid van het Westland verbeterd. Dit heeft gevolgen voor de voorzieningen in het gebied. a Leg uit welk positief effect het verbeteren van de bereikbaarheid in het Westland kan hebben voor een groente- en fruitwinkel in het Westland.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 43 48
b Leg uit welk negatief effect het verbeteren van de bereikbaarheid in het Westland kan hebben voor een groente- en fruitwinkel in het Westland.
Vraag 4 Veel onderwerpen uit deze casusopdracht ben je ook in hoofdstuk 1 tegengekomen. a Welke figuur in hoofdstuk 1 past bij ‘meerlaagse teelt’ en W34? b Bekijk W33 en W35. Welke atlaskaart bevestigt de informatie uit W33? Noteer het nummer en de titel. c Welk begrip uit hoofdstuk 1 past bij W35? d Het aantal bedrijven neemt sterker af dan het beschikbare aantal hectares. Van welk begrip uit hoofdstuk 1 moet dus wel sprake zijn? e Ondanks de afname in aantal hectares blijft de productie in het Westland stijgen. Hoe komt dat? Noteer het begrip.
Vraag 5 Het Kadaster heeft een spel ontwikkeld over ruimtelijke vraagstukken zoals het vraagstuk in deze casusopdracht. Ga naar de site van het Kadaster, download de app en speel het spel. Wie heeft als eerste het hoogste niveau bereikt?
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Casusopdracht
1
49
5
Vraag 6 Lees vaardigheid 24 Veranderen van ruimtelijk schaalniveau in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. a Welk schaalniveau gebruik je in deze casus? b Stel dat je gaat uitzoomen: welk thema uit vraag 1a zal voor de toekomst van Nederland het belangrijkst zijn? Leg je antwoord uit. c Stel dat je verder uitzoomt naar Europees schaalniveau. Noteer een positief en een negatief effect van een mogelijke verslechterde economische situatie in het Westland voor andere Europese landen.
S
Vraag 7 Lees vaardigheid 9 Probleemoplossende vragen in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Lees W38. Geef jouw oplossing voor het probleem van het Westland. Daarmee geef je antwoord op de hoofdvraag van deze casusopdracht. Gebruik alle figuren uit deze casusopdracht en figuur 2 in het overzicht Vaardigheden en werkwijzen. Schrijf je oplossing op in niet minder dan 100 en niet meer dan 200 woorden. W38
Inventarisatie problematiek Westland.
Situatiebeschrijving Om de concurrentie om de ruimte op regionaal niveau en de concurrentie om de afzetmarkt op mondiaal niveau aan te blijven kunnen, is intensivering van de glastuinbouw in het Westland noodzakelijk. Ook moet de bereikbaarheid worden verbeterd. Deze veranderingen mogen alleen niet leiden tot een afname van de leefbaarheid. Voorstel van maatregelen - intensivering van de glastuinbouw - verbetering van de bereikbaarheid - instandhouding van de leefbaarheid Criteria waaraan een oplossing moet voldoen De drie thema’s bereikbaarheid, economie en leefbaarheid mogen elkaar niet negatief beïnvloeden.
Ò creëren
909449_BNWRK.indd Untitled-9 44 49
casusopdracht
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
9
21 10:30
50
1
Landbouw in Europa
Finish W39
Slotopdracht
Topografische kaart Ommen en omgeving, 1900.
Dit hoofdstuk draaide om de grote veranderingen in de landbouw. Bekijk de topografische kaart van de omgeving van Ommen (Overijssel) in W39. Zo zagen veel landschappen in Nederland er voor de invoering van het GLB uit. a Vergelijk W39 met W40. Noteer twee overeenkomsten en twee verschillen. b Leg aan de hand van W39 en W40 uit hoe de volgende processen zijn terug te zien in de omgeving van Ommen. - schaalvergroting - specialisatie - ruilverkaveling
Ò toepassen
W40
Varsen
Ve c
ht
0
250
500 m
weiland
heide
weg
bos
akker
bebouwing
water
grens akker/ weiland
slotopdracht
Luchtfoto Ommen en omgeving, nu.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 45 50
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Finish
Leeroverzicht Hoofdvraag Hoe heeft de landbouw in Nederland en Polen zich ontwikkeld en wat was hierin de rol van de EU en de WTO? Deelvragen 1
2
3
4
5
6
909449_BNWRK.indd Untitled-9 46 51
Welke actoren zijn bij de landbouw betrokken en welke rol spelen zij? Je kunt beschrijven welke actoren bij de landbouw betrokken zijn en welke rol zij spelen in de keten van de grond tot de mond. Wat is het belang van de landbouw voor Nederland en Polen? Je kunt vanuit de verschillende dimensies beschrijven welk belang de landbouw heeft voor Nederland en Polen. Je kunt overeenkomsten en verschillen tussen het belang van de landbouw voor Polen en Nederland beschrijven en verklaren. Wat is het GLB en waarvoor dient dit beleid? Je kunt beschrijven wat het GLB is en door en voor wie dit beleid is ingevoerd. Je kunt beschrijven en verklaren welke doelen het GLB heeft en heeft gehad. Wat zijn de gevolgen van het GLB voor de landbouw en het landschap in Europa? Je kunt de gevolgen van het GLB voor boeren in Europa beschrijven en verklaren aan de hand van voorbeelden. Je kunt de gevolgen van het GLB voor het landschap in Europa beschrijven en verklaren aan de hand van voorbeelden. Wat is de WTO en welke invloed heeft de WTO op de landbouw in Europa? Je kunt beschrijven wat de WTO is en wat het doel van deze organisatie is. Je kunt de invloed van de WTO beschrijven op de landbouw in Europa. Wat zijn de gevolgen van de WTO-afspraken voor de landbouw en het landschap in Europa en daarbuiten? Je kunt de gevolgen van het WTO-beleid voor boeren in Europa beschrijven en verklaren aan de hand van voorbeelden. Je kunt de gevolgen van het WTO-beleid voor het landschap in Europa en daarbuiten beschrijven en verklaren met behulp van voorbeelden.
51
1
5
Begrippen actor, agribusiness, bedrijfsbeëindiging, concurrentie, Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), gemengd bedrijf, grondgebonden landbouw, inkomenssubsidie, intensivering, interne markt, invoertarief, landbouw, landschappelijke kwaliteit, mechanisatie, niet-grondgebonden landbouw, productiekosten, productiesubsidie, protectie, quotum, ruilverkaveling, schaalvergroting, specialisatie, uitvoersubsidie, verduurzamen, voedselafdruk, vrijhandel, World Trade Organization (WTO), zelfvoorzieningsgraad
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
1
21 10:30
52
1
1
Begrippen
actor 11 Persoon, bedrijf of organisatie die invloed heeft op en belang bij een proces. In de landbouw zijn dit bijvoorbeeld boeren, agribusiness, consumenten en overheden. agribusiness 11 De activiteiten die na de primaire productie van landbouwproducten plaatsvinden, zoals opslag, verwerking, distributie en marketing. bedrijfsbeëindiging 26 Stoppen met het hebben van een (agrarisch) bedrijf. concurrentie 26 De strijd tussen verschillende actoren om een doel te bereiken dat in principe door slechts één actor bereikt kan worden. Gemeenschappelijk 26 Landbouwbeleid (GLB) Het landbouwbeleid van de Europese Unie dat uit twee pijlers bestaat: de landbouwsteun en de plattelandsontwikkeling. gemengd bedrijf 25 Boerenbedrijf met zowel akkerbouw als veeteelt. grondgebonden landbouw 18 Agrarische productie die plaatsvindt op het land in de directe omgeving van het boerenbedrijf. inkomenssubsidie 28 Verlenen van financiële overheidssteun aan (agrarische) bedrijven als aanvulling op het eigen inkomen. intensivering 26 Meer arbeid, kapitaal of kennis gaan gebruiken per dier, hectare of product. interne markt 28 Gemeenschappelijke markt met vrij verkeer van goederen, diensten, kapitaal en personen, bijvoorbeeld de Europese Unie. invoertarief 37 Belasting die wordt geheven op producten die in een land of gemeenschappelijke markt worden geïmporteerd.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 47 52
Landbouw in Europa
landbouw 10 Alle activiteiten in de complete keten van productie tot consumptie van planten en dieren: van de grond tot de mond. landschappelijke kwaliteit 29 Waarde die aan een gebied wordt toegekend op basis van natuurlijke en culturele kenmerken. mechanisatie 26 Het vervangen van arbeiders door machines. niet-grondgebonden landbouw 18 Landbouw die steeds minder afhankelijk is van de natuur, bijvoorbeeld door de teelt in kassen en het houden van vee in stallen. productiekosten 26 Het geld dat wordt besteed tijdens het maken van een product (= de kostprijs). productiesubsidie 26 Het verlenen van financiële overheidssteun aan (agrarische) bedrijven met als doel de omvang van de productie en/of het bedrijfsinkomen te vergroten. protectie 28 Bescherming van nationale of internationale markten door het instellen van handelsbelemmeringen of het geven van steun aan de eigen producenten. quotum 28 Door de overheid vastgestelde maximumhoeveelheid die van een product geleverd of geproduceerd mag worden (meervoud = quota). ruilverkaveling 26 Het opnieuw inrichten van landbouwgrond om de opbrengsten te vergroten. schaalvergroting 26 Productie in steeds grotere eenheden (meer dieren of gewassen) om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te vergroten. specialisatie 26 Zich binnen een bedrijf of gebied steeds meer toeleggen op één activiteit of product.
uitvoersubsidie 38 Verlenen van financiële overheidssteun bij het exporteren van een (agrarisch) product uit een land of interne markt. verduurzamen 30 Natuurlijke hulpbronnen zodanig gebruiken dat men tegemoetkomt aan de behoeften van de huidige generatie, zonder die van de toekomstige generaties gevaar te laten lopen. voedselafdruk 18 Het aantal hectares dat nodig is om voedsel te verbouwen per inwoner of per land. vrijhandel 37 Een vrij verkeer van goederen en diensten tussen verschillende landen. World Trade Organization (WTO) 37 Internationale organisatie waarvan de lidstaten afspraken maken om zo veel mogelijk obstakels voor vrijhandel uit de weg te ruimen, zodat de concurrentie op de wereldmarkt eerlijker wordt. zelfvoorzieningsgraad 25 De mate waarin een land of gebied zichzelf kan voorzien van een of meer producten.
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Examentraining
53
1
5
Examentraining Opgave 1 Almería Bestudeer voor deze opgave de bronnen 1 t/m 4 en gebruik de kaartbladen van het Middellandse Zeegebied in de atlas. Het klimaat in de omgeving van Almería is een van de meest ongeschikte klimaten voor landbouw van heel Spanje. 1p 1 Welk kenmerk van het klimaat in de omgeving van Almería wordt bedoeld? Gebruik bron 1. Een gevolg van dit ongeschikte klimaat is een voor landbouw ongeschikte bodem. 1p 2 Hoe hebben de boeren dit probleem opgelost in de kassen van Almería? 1p
3 Is de landbouw in de omgeving van Almería duurzaam? Leg je antwoord uit.
Gebruik de atlas en bron 1 en 3. Ook de werkomstandigheden zijn ongunstig, waardoor de meeste arbeiders uit het buitenland komen. Ze komen vooral uit twee regio’s. 2p 4 Uit welke twee regio’s zullen de arbeiders vooral komen als je let op: - de geografische ligging van de omgeving van Almería? - de lidstaten van de EU? 2p
5 Verklaar je antwoord bij vraag 4 vanuit de economische en de politieke dimensie.
Stel dat Marokko het idee van plastic kassen in Almería wil kopiëren met als doel groente en fruit te exporteren naar Europa. 1p 6 Waar zullen de Marokkaanse boeren dan mee te maken krijgen? A productiesubsidies B inkomenssubsidies C invoertarieven D uitvoersubsidies
909449_BNWRK.indd Untitled-9 48 53
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
909449
3
21 10:30
54
1
Bron 1 Een zee van plastic.
Ongeveer 30 km ten zuiden van Almería ligt de grootste concentratie van kassen in de wereld. Het gebied is 26.000 hectare groot. Ruim de helft van de Europese vraag naar groente en fruit zoals tomaten en komkommers komt ervandaan. Dat is vreemd als je het klimaat van uitgerekend dit deel van Spanje bekijkt. Maar met geïmporteerde aarde, voldoende irrigatie en bestrijdingsmiddelen kan het. En met de plastic afdakjes, waaronder het boven de 45 °C kan zijn. De meeste Spanjaarden vinden de werkomstandigheden te slecht en het loon te laag. Gemiddeld verdienen de arbeiders tussen de € 33 en € 36 per dag. Gevolg: ook de arbeiders komen van buiten Spanje.
Landbouw in Europa
Bron 2 De omgeving van Almería vanuit de ruimte.
Bron 3 Het verdrag van Schengen. De Verdragen van Schengen (gezamenlijk ook wel bekend als het Verdrag van Schengen) zijn overeenkomsten tussen een aantal Europese landen om het vrije verkeer van personen mogelijk te maken. Het grondgebied van deze landen vormt de Schengenzone. De verdragen zijn genoemd naar de plaats van ondertekening, het Luxemburgse Schengen.
Bron 4 Het kassengebied rond Almería vanuit de lucht.
909449_BNWRK.indd Untitled-9 49 54
23/07/2021 2/04/2021 10:30 12:26
Leeropdrachtenboek De Geo
Ontdek waar het om draait
Havo / Wereld/Aarde / (Over)leven in Europa Jutte, Peters
www.thiememeulenhoff.nl/degeo
909449_OMSL.indd Untitled-9 50 All Pages
9 789006 909449
23/07/2021 12:26