naam:
Blok 5 9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 1
plus
werkschrift
27/07/2020 11:28
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 2
27/07/2020 11:28
GROEP 7 pluswerkschrift
Blok 5
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 1
27/07/2020 11:28
Blok 5
LES 1
lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.
1 Nu jij!
Ik reken zo: Op de veerboot kunnen 72 auto’s. Hoe vaak moet de veerboot op en neer om 884 auto’s naar Ameland te brengen? De veerboot moet keer op en neer.
2 Reken uit.
vakantie film
.... Mb/s
mijn film
.... Mb/s
Je wilt een filmpje van 1248 MB downloaden. Het downloaden duurt 26 seconden.
Je wilt een filmpje van 624 MB uploaden. Het duurt 52 seconden voordat je filmpje online
De downloadsnelheid is
staat. De uploadsnelheid is seconde.
MB per seconde.
MB per
3 Reken uit. 427 : 7 =
2432 : 8 =
326 :
= 46 rest 4
515 :
= 7 rest 4
625 : 9 =
1210 : 40 =
2688 :
= 5 rest 3
3333 :
= 14 rest 1
1008 : 14 =
938 : 24 =
3269 :
= 13 rest 6
1307 :
= 87 rest 2
774 : 9 =
976 : 8 =
2059 :
= 4 rest 3
5346 :
= 445 rest 6
4 Reken uit.
In een eierdoos gaan 12 eieren. De bakker bestelt 672 eieren. Hij krijgt
dozen.
De bakker verkoopt 16 broodjes per zak. Op een dag bakt hij 400 broodjes.
In een doos gaan 12 koekjes. De bakker bakt 2376 koekjes per week.
Hij vult
Hij vult
zakken.
dozen.
Op 1 m2 passen 64 tegels. Je bestelt 780 tegels. Je kan betegelen.
m2
2
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 2
27/07/2020 11:28
5 Maak vast. :
=
:
=
2627
59
89
288
29
16
943
17
13
4602
16
72
767
41
71
608
12
78
1513
19
11
2088
38
65
209
37
23
780
59
18
6 Reken uit. 1274 :
= 91
7839 : 9 =
1026 : 18 =
1300 :
= 43 rest 10
804 :
= 67
676 : 13 =
2646 : 7 =
998 :
= 66 rest 8
1800 :
= 75
4656 : 48 =
948 : 6 =
1024 :
= 85 rest 4
255 :
= 15
1872 : 6 =
4656 : 48 =
1451 :
= 63 rest 2
7 Reken uit. Een auto met een volle tank van 45 liter rijdt 675 km. Met 1 liter benzine kan gereden worden.
km
4 deel vol met 9 benzine. Er zit wel / niet genoeg benzine in de tank om van Maastricht naar Groningen (334,5 km) te rijden zonder te tanken. De tank van de auto zit voor
Ik reken zo:
334,5 km
Er is liter benzine nodig om van Eindhoven naar Amsterdam (123,4 km) te rijden.
123,4 km
Ik reken zo:
3
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 3
27/07/2020 11:28
Blok 5 LES 2 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit. lengte
breedte
hoogte
inhoud
lengte
breedte
80 cm
70 cm
0,3 m.
dm3
20 dm
1m
20 cm
3 dm
3 dm
dm3
2 dm
8 dm
480 dm3
40 dm
250 cm
1,2 m
m3
20 dm
0,5 m
1,7 m3
10 m
0,5 m
20 cm
m3
23 dm
15 cm
1000 cm
1m
0,1 m
m3
60 dm
dm cm
hoogte
m
m
cm
520 cm
inhoud 4 m3
138 dm3 156 m3
3 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
Ik schat:
Ik reken precies:
320 × 68 = 43 × 2100 = 55 × 440 = 67 × 95 = 123 × 45 = De som: 1160 : 4 = 3216 : 48 = 1566 : 9 = 2145 : 33 = 1003 : 17 =
4 Bedenk zelf. keersommen
deelsommen
keer- en deelsommen
×
= 2934
:
= 734
×
=
×
= 6556
:
= 1648
:
=
×
= 1728
:
= 480
×
=
×
= 21.648
:
= 691
:
=
4
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 4
27/07/2020 11:28
lesdoel Ik leer delen door herhaald aftrekken, in zo min mogelijk stappen.
5 Reken uit. 1368 : 24 =
1338 : 36 =
344 :
= 4 rest 60
764 :
= 22 rest 16
2146 : 37 =
4292 : 58 =
2914 :
= 62
9116 :
= 172
3712 : 58 =
873 : 5 =
8010 :
= 178
1357 :
= 150 rest 7
1768 : 52 =
882 : 6 =
2350 :
= 29 rest 1
4658 :
= 172 rest 14
6 Reken uit.
In de boekenkast staan 659 boeken. Er passen 18 boeken in een doos.
Er kunnen 18 glazen in een doosje. In de kast staan 245 glazen.
In een verhuisbus passen 72 dozen. Er moeten 1217 dozen verhuisd worden.
Ik heb
Ik heb
Ik moet
dozen nodig.
dozen nodig.
Er wordt 140 ton aardappels geoogst. Er gaat 650 kg aardappels in een kist.
In de jute zak past 25 kg aardappelen. Hoeveel zakken kun je vullen met 1 kist?
Ik heb
Ik kan
kisten nodig.
zakken vullen.
keer rijden.
Voor 5 zakken chips (van 200 gram) is 3 kg aardappels nodig. Ik kan zakken chips maken met 1 kist.
7 Reken uit. Dit recept is voor 24 personen. Reken om naar 3 personen.
24 personen
3 personen
2700 gram pasta
gram
3600 ml water
ml
360 gram italiaanse kaas
gram
18 bosuitjes
bosuitjes
408 gram kappertjes
gram
12 paprika’s
paprika’s
432 ml witte wijnazijn
ml
3 basilicumplanten
basilicumplanten
1236 gram tomaatjes
gram tomaatjes
5
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 5
27/07/2020 11:29
Blok 5 
LES 3
lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.
1 Nu jij! Per dag moet je ongeveer 2 liter water drinken.
Met 3 flesjes van 330 ml kun je
Een glas van 2 dl moet je dan
ongeveer
Een glas van 25 cl moet je dan Een fles van 330 ml moet je dan
keer vullen. keer vullen.
glazen vullen van
2 dl. In een glas van 2 dl kunnen
keer vullen.
druppels water van 1 ml.
2 Reken uit. 1 In een blikje gaat liter 3 bronwater.
In een fles bronwater zit 1,5 liter. Er gaan 6 flessen in een krat. Er zit liter bronwater in een krat. Daarmee kun je van 2 dl vullen.
24 blikjes =
glazen
liter bronwater.
Daarmee kun je van 2 dl vullen.
glazen
3 Vul in. druppel
eetlepel
drinkglas
literpak
emmer
melk 1l
1 ml
1 cl
20 cl
1l
De som: melk
melk
1l
1l
De som:
10 l
Samen
liter.
Samen
liter.
4 Vul in. Kies uit de referentiematen van opgave 3. Zet het juiste aantal voor de referentiematen. Gebruik zo weinig mogelijk referentiematen. 8,25 l
0,35 l
16,2 l
3,6 cl
emmer(s)
emmer(s)
emmer(s)
emmer(s)
literpak(ken)
literpak(ken)
literpak(ken)
literpak(ken)
drinkglazen
drinkglazen
drinkglazen
drinkglazen
eetlepel(s)
eetlepel(s)
eetlepel(s)
eetlepel(s)
druppel(s)
druppel(s)
druppel(s)
druppel(s)
6
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 6
27/07/2020 11:29
5 Zet op volgorde van klein naar groot. 2l
20 cl
2500 ml
30 dl
500 ml
0,45 l
80 cl
0,5 l
400 ml
4,8 dl
23,5 ml
12 dl
40 ml
0,8 dl
0,03 l
1200 ml
354 cl
28 cl
0,75 dl
450 ml
0,4 l
135,4 ml
8,82 dl
75,2 cl
6 Maak de hoeveelheid. Omcirkel wat je nodig hebt.
3 2 liter 4
3,5 liter 1 l 8
0,0018 kuub 38 cl
43 cl 1,2 l
380 ml 80 cl
20 dl 19 dl
20 ml 4 l 10
88 cl
575 ml
19 dl
2 2 l 5
24,5 cl
23 dl 2 l 10
4 dl 3 dl
875 ml
1 l 20
770 ml
7 Omcirkel het juiste antwoord. 400 ml +
cl = 0,5 l
2,3 l +
cl = 4 l
3,4 l +
cl = 3,45 l
0,1 – 10 – 100 – 5 – 50
1,7 – 2,7 – 170 – 70 – 17
50 – 0,5 – 500 – 5 – 0,05
33,3 cl +
1281 ml +
16 cl +
ml = 0,5 l
177 – 167 – 1,67 – 16,7 – 0,17
cl = 1,8 l
ml = 1 l
1,19 – 5,19 – 51,9 – 519 – 119
0,4 – 40 – 404 – 900 – 840
Supermarkt Evertsen verkoopt 9 flessen bronwater van 1 liter voor € 9,99. De flessen worden gratis thuisbezorgd.
Supermarkt de Vries verkoopt 3 flessen bronwater van 2 liter voor € 5,58.
8 Reken uit. Supermarkt Boersma verkoopt 4 flessen bronwater van 1,5 liter voor € 5,75. Je ontvangt een gratis bidon bij je aankoop. Ik kies voor supermarkt
, omdat
7
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 7
27/07/2020 11:29
Blok 5  LES 4 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Vul in. 1240 vogels in het park
900 bomen in het park
vogels in het park
bomen in het park eiken
mussen
kastanjeboom
merels
lindeboom
eksters
essen
koolmezen
beuken
houtduiven
dennen
mussen
koolmezen
eiken
essen
merels
houtduiven
kastanjebomen
beuken
lindebomen
dennenbomen
eksters
3 Reken uit. Reken de omtrek en de oppervlakte uit van (de Italtiaanse stad) Monteriggioni. De omtrek is ongeveer
m
De oppervlakte is ongeveer m2
25 m
4 Reken uit en teken. Reken de oppervlakte en omtrek van vesting A uit.
A
B
Oppervlakte =
m2
Omtrek =
m
Reken de oppervlakte en omtrek van vesting B uit. Oppervlakte =
C
m2
Omtrek = m Teken een plattegrond van vesting C met totale oppervlakte van 1100 m2 en een omtrek van 200 m.
D
Teken een plattegrond van vesting D met omtrek 180 m en een binnenplaats van 800 m2.
5m
8
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 8
27/07/2020 11:29
lesdoel Ik oefen rekenen met inhoud en inhoudsmaten.
5 Vul in < > of = 20 ml + 20 cl
2 × 44 ml
16 cl + 32 ml
2 × 2 dl
3 × 0,33 l
2 × 350 ml
60 cl – 30 ml
14 dl – 120 cl
4 × 80 ml
0,02 l + 200 ml
45 cl – 45 ml
36 l – 15 dl
0,33 l – 33 ml
5 × 32 cl
5 × 42 dl 1800 cl – 10 dl
6 Vul in. 1 drinkglas = 20 cl
1 melkpak = 1 l
1 emmer = 10 l
1 druppel = 1 ml
1 eetlepel = 1 cl
2,5 drinkglazen =
eetlepels
2 emmers + 1,5 literpak
=
dl
3,2 melkpakken =
drinkglazen
5 druppels + 2 drinkglazen
=
ml
2,8 emmers
=
melkpakken
5 melkpakken – 3 drinkglazen =
cl
1 emmer
=
drinkglazen
1 emmer – 6 eetlepels
cl
=
7 Reken uit.
Uit de badkraan komt 80 dl water per minuut. Een bad van 148 liter is gevuld in minuten.
De afvoer is stuk. Ik schep het volle bad (148 liter) leeg met een emmer waar 60 dl in kan.
Er komt 11 liter water per minuut uit de douchekraan. Ik verbruik 137,5 liter water.
Ik moet
Ik heb
keer scheppen.
minuut gedoucht.
8 Reken uit en streep door. Tube tandpasta: 75 ml Douchegelpompje: 25 cl Fles badschuim: 5 dl Flesje nagellak: 15 ml Nagellakremover: 175 ml Potje gezichtscrème: 30 ml Flesje parfum: 40 ml De inhoud van alle verpakkingen samen =
liter
Waar of niet waar? 12,5 potjes gezichtscreme = 24 flesjes nagellak 14 tubes tandpasta > 32 potjes gezichtscrème 1 fles badschuim < 6 tubes tandpasta 3 potjes crème + 4 tubes tandpasta > 1 fles badschuim – 3 flesjes parfum 3 douchegelpompjes + 3 flesjes parfum > 1 liter Voor 1,275 liter nagellak heb ik genoeg aan 80 flesjes
waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar waar / niet waar
9
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 9
27/07/2020 11:29
Blok 5 LES 5 1 Reken handig.
2v
2 × 3,5 = 1
× 7
= 7
25 × 1,2 =
×
=
12 × 2,5 =
×
=
124 × 4,5 =
×
=
34 × 4,5 =
×
=
5,2 × 25 =
×
=
2,25 × 84 =
×
=
1,125 × 888 =
×
=
8 × 7,5 =
×
=
24 × 1,5 =
×
=
6 × 4,5 =
×
=
8 × 1,25 =
×
=
×
=
Nu even anders. Knip de Triominoskaartjes uit het knipblad. Leg de zijdes met gelijke inhoud tegen elkaar. Probeer de kaartjes zo te leggen dat onderstaande figuur ontstaat.
10
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 10
27/07/2020 11:29
extra oefenen 1 Vul in. 0,25 l +
dl = 2,5 l
0,875 l +
dl = 1 l
0,5 l +
ml = 12,5 dl
0,125 l +
ml = 3,2 liter
2,3 dl +
ml = 23,4 cl
0,125 l +
ml = 120 cl
16 dl –
cl = 84 cl
18,3 l –
dl = 1817 cl
0,2 l +
cl = 1800ml
124 ml +
cl + 3 dl = 456 ml
cl =
cl
432 ml –
dl = 11,2 cl
2 Zet een lijn bij de juiste hoeveelheid. 1 druppel = 1 ml
l
1
10
1 eetlepel = 1 cl
l
dl
1
10
dl
1 drinkglas = 20 cl
l
1
10
l
dl
1
10
1 melkpak = 1 l
dl
l
1
10
dl
1 emmer = 10 l
l
1
9
9
9
9
9
8
8
8
8
8
8
7
7
7
7
7
7
6
6
6
6
6
6
5
5
5
5
5
5
4
4
4
4
4
4
3
3
3
3
3
3
2
2
2
2
2
2
1
1
1
1
1
1
0
0
0
0
0
0
220 druppels 1 melkpak + 8
45 eetlepels + 200 druppels
3 melkpak + 8 50 eetlepels
dl
10
9
1 liter – 3,5
1 liter – 0,33
1 liter –
drinkglazen
melkpak
emmer
1 20
3 a Maak de deelsom. Aantal leerlingen: 108. Totale kosten: € 3132.
b Bedenk zelf een deelsom over het schoolreisje. Zet getallen in de hokjes. Aantal leerlingen:
Aantal km:
Het schoolreisje kost
Aantal hulpouders:
€
Aantal bussen: 24. Het aantal personen per bus:
Gemiddelde snelheid bus:
per kind.
Dit is mijn deelsom:
Tijd onderweg heen en terug:
Aantal leerlingen per hulpouder:
4 Reken uit.
Een kok maakt 68 pizza’s. Hij gebruikt 408 tomaten. Op 1 pizza zitten tomaten.
De kok maakt 18 pizza’s met champignon. Hij gebruikt 12 bakjes met 24 champignons.
De kok maakt 25 pizza’s met kaas. Hij gebruikt 18 zakjes van 125 gram mozzarellakaas.
Er zitten op 1 pizza.
Er zitten gram mozzarellakaas op 1 pizza.
champignons
11
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 11
27/07/2020 11:29
Blok 5
LES 6
lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, procenten en breuken bij elkaar horen.
1 Nu jij! a Verdeel 2 pizza’s over 4 personen.
Ieder persoon krijgt
b Verdeel 4 pizza’s over 6 personen.
deel.
Ieder persoon krijgt
%.
Ieder persoon krijgt
deel. %.
Ieder persoon krijgt
c Vul in. pizza
2
1
personen
4
2
6
24
pizza
4
personen
6
2
6
24
2 Vul in.
op de
op de %
%
op de
op de %
%
3 b Vul de breuk in.
a Vul het percentage in.
3 10
1 = 50 2
%
1 = 5
%
30% =
1 = 4
%
1 = 10
%
25% =
90% =
1 = 10
%
1 = 3
%
60% =
33,3% =
3 = 4
%
2 = 5
%
10% =
75% =
50% =
4 Vul in. oranje blokjes
2
totaal aantal blokjes
5
oranje blokjes
4
totaal aantal blokjes
20
22 10
125 14
40
165
oranje blokjes
2
totaal aantal blokjes
7
oranje blokjes
3
totaal aantal blokjes
9
6 14
70 30
18
135
12
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 12
27/07/2020 11:29
5 Vul in < > of = 1 3
20%
4 8
50%
6 10
65%
6 8
80%
3 4
60%
4 5
60%
2 4
40%
4 6
60%
1 5
25%
2 3
70%
4 5
75%
3 5
50%
3 10
30%
2 5
20%
3 3
99%
1 4
28%
6 Reken uit. Je mag een verhoudingstabel maken. 3 op de 5 tegels zijn zwart.
12,5% van de tegels is wit.
% van de tegels is zwart.
op de
3 op de 4 ballonnen zijn kapot.
tegels is wit.
25% van de ballonnen is heel.
% van de ballonnen is kapot.
op de
2 op de 10 bloemen zijn rood.
ballonnen is heel.
37,5% van de bloemen is paars.
% van de bloemen is rood.
op de
bloemen zijn paars.
7 Vul in. 25% van 360 =
30% van 200 =
10% van
=2
70% van
= 140
10% van 1200 =
40% van 600 =
20% van
= 12
60% van
= 300
40% van 900 =
10% van 450 =
50% van
= 15
75% van
= 750
50% van 700 =
50% van 800 =
90% van
= 90
10% van
= 70
8 Teken de kledingstukken. 1 deel draagt een hoed. 2
1 op de 5 heeft een sjaal, maar heeft geen hoed.
20% heeft bruine schoenen en draagt een hoed.
40% draagt handschoenen.
13
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 13
27/07/2020 11:29
Blok 5 LES 7 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit.
6000 kaarten voor een voetbalwedstrijd. 2539 kaarten verkocht. Nog
7845 deelnemers aan de marathon. 6983 mensen halen de finish.
kaarten over.
deelnemers halen de finish niet.
Dit jaar gaan er 9572 mensen op vakantie naar Frankrijk. Vorig waren dat er 1284 minder. Vorig jaar gingen er naar Frankrijk.
mensen op vakantie
In de winter worden er 6894 kaarten verkocht voor de ijsbaan. In de zomer zijn dat er 3467 minder. In de zomer worden er verkocht.
kaarten
3 Vul in. a Vul het verschil tussen de tijden in.
b Tel 2 tienden verder.
c Tel 8 honderdsten verder.
34,36 sec 35,01 sec =
sec
57,28 sec
48,88 sec
42,28 sec 43,10 sec =
sec
37,02 sec
32,45 sec
55,68 sec 55,99 sec =
sec
59,99 sec
76,98 sec
14,43 sec 14,88 sec =
sec
24,09 sec
43,79 sec
4 Reken uit. 1572 – 237 =
2418 – 167 =
2289 – 190 =
2568 – 1129 =
2234 – 218 =
3809 – 2255 =
7318 – 209 =
4307 – 3208 =
3199 – 101 =
3751 – 487 =
6431 – 212 =
9640 – 8376 =
4622 – 344 =
2645 – 1379 =
4346 – 329 =
7756 – 5549 =
14
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 14
27/07/2020 11:29
lesdoel Ik leer hoe verhoudingen, breuken en procenten bij elkaar horen.
5 Vul in.
sport
percentage breuk
verhouding
verschillende sporten in de klas tennis
%
op de
dans
%
op de
dans voetbal
voetbal
%
op de
hockey
hockey
%
op de
basketbal
%
op de
sporten in de klas tennis
basketbal
Op voetbal, hockey en tennis zitten samen Dit is
deel of
op de
% van de leerlingen.
leerlingen.
6 Kleur. 12,5%
62,5%
75%
37,5%
60%
16,7%
88,9%
8 9
1 6
3 4
1 8
5 8
3 8
3 5
3 op de 5
1 op de 6
3 op de 4
1 op de 8
5 op de 8
3 op de 8
8 op de 9
7 a Kruis aan. 10% lopend,
vervoer werknemers
1 bus, 15% fiets, 60% auto. 8
1 lopend, 20% bus, 20% fiets, 50% auto. 10
fiets
1 5 lopend, 18,75% bus, 12,5% fiets, deel auto. 16 8
auto lopend
15% lopend 10% bus,
bus
1 fiets, 55% auto. 5
b Vul in. Geef 2 mogelijke redenen waarom er relatief veel mensen met de auto naar het werk gaan.
15
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 15
27/07/2020 11:29
Blok 5 pluswerkschrift
9 789006 908626
9789006908626_gr7_pws_blok5.indd 54
27/07/2020 11:31