naam:
Blok 3 9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 1
basis
werkschrift
24/07/20 10:44
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 2
24/07/20 10:44
GROEP 7 basiswerkschrift
Blok 3
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 1
24/07/20 10:44
Blok 3
LES 1
lesdoel Ik oefen cijferend aftrekken met inwisselen.
1 Nu jij!
Ik reken zo: 2806 kisten in de winkel. 1097 kisten worden verkocht. Nog
kisten over.
Dit is de som: Ik reken zo: 1318 kisten in de winkel. 727 kisten worden verkocht. Nog
kisten over.
Dit is de som:
2 Reken uit.
2 4 6 2 5 0 4 –
6 8 3 1
9 1 2 8
6 5 2 –
4 3 2 –
6 2 3 8
2 5 3 1
2 3 4 9 –
7 1 8 –
3 Reken uit. 3295 – 476 =
1245 – 651 =
5417 – 2638 =
7148 – 964 =
2178 – 1280 =
5684 – 706 =
2230 – 981 =
5632 – 4759 =
5255 – 998 =
3326 – 1417 =
7616 – 723 =
6187 – 4296 =
7486 – 2097 =
8471 – 2619 =
8423 – 1714 =
3281 – 2364 =
4 Schrijf de som en reken uit.
Ik reken zo: 4732 mensen in het theater. 2891 volwassenen. kinderen. Dit is de som:
Ik reken zo: 6113 bezoekers in het weekend. 4751 bezoekers op zaterdag bezoekers op zondag. Dit is de som:
2
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 2
24/07/20 10:44
5 Vul in. 5617 –
= 3723
– 1632 = 4792
2781 –
= 791
– 2481 = 3891
2351 – 708 =
5246 – 1738 =
– 3176 = 6085
3489 –
4317 –
4829 – 935 =
= 594
7904 – 386 =
6439 –
= 3877
– 4909 = 4834
= 3736
– 4184 = 2089
7642 –
= 3948
7913 – 1286 =
6 Maak vast. 4 4 7 4
3 3 3 1
8 9 5 1
7 3 5 4
3 2 2 3
2 8 8 3 –
1 7 9 8 –
6 7 6 0 –
5 2 2 1 –
1 6 6 7 –
2191
1591
1556
1533
2133
6 4 9 2
4 8 2 1
4 8 6 1 –
2 9 3 6 –
1885
1957
2 6 3 4 8 4 5 –
4 8 7 5
5 4 2 6
2 9 1 8 –
3 9 3 1 –
1789
1495
1631
7 Bedenk steeds 2 sommen bij het antwoord. De eerste som kan uit het hoofd, de tweede met cijferend aftrekken. Uit het hoofd: –
Uit het hoofd: = 1355
Cijferend aftrekken:
–
= 899
Cijferend aftrekken:
– 1 3 5 5
Uit het hoofd: –
Uit het hoofd: = 7320
Cijferend aftrekken:
–
–
Cijferend aftrekken:
–
8 9 9
7 3 2 0
= 5525
– 5 5 2 5
8 Kruis aan. Cijferend aftrekken met inwisselen kan ik:
heel goed
goed
een beetje
bijna
3
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 3
24/07/20 10:44
Blok 3 LES 2 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
32 × 143 = 494 × 72 = 21.545 : 31 = 4758 : 61 =
3 Reken uit. 8 9 5 : 5 =
1 0 3 2 : 8 =
1 5 7 6 : 4 =
6 2 4 : 4 =
1 8 6 8 : 4 =
3 3 5 7 : 9 =
4 Reken uit. 658 : 7 =
616 : 4 =
4278 : 6 =
2997 : 3 =
392 : 7 =
378 : 3 =
1141 : 7 =
2424 : 6 =
441 : 3 =
438 : 6 =
1176 : 8 =
1332 : 6 =
786 : 6 =
728 : 8 =
1404 : 9 =
1216 : 8 =
4
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 4
24/07/20 10:44
lesdoel Ik oefen cijferend aftrekken met inwisselen.
5 Schrijf de som en reken uit. 2940 stoeptegels op het schoolplein. 685 tegels zijn geverfd.
Ik reken zo:
stoeptegels zijn niet geverfd. Dit is de som:
Ik reken zo:
5292 mozaïektegels. 1988 tegels zijn zwart. tegels zijn wit. Dit is de som:
6 Streep door: waar of niet waar. dorp
aantal inwoners
Workum
810
Stavoren
915
IJlst
3215
Sloten
738
Franeker
9435
Franeker heeft 7710 inwoners meer dan Stavoren en Workum samen.
waar / niet waar
Franeker heeft 6590 inwoners meer dan IJlst en Sloten samen.
waar / niet waar
IJlst heeft 2405 inwoners meer dan Workum.
waar / niet waar
IJlst heeft 2585 inwoners meer dan Sloten.
waar / niet waar
7 Reken uit. 5220 – 2133 =
6871 – 3186 =
1548 – 1089 =
7894 – 3926 =
3890 – 876 =
5216 – 345 =
5861 – 3972 =
3249 – 1658 =
9241 – 6351 =
1948 – 964 =
7419 – 3647 =
1534 – 947 =
7311 – 1623 =
7512 – 3625 =
4823 – 556 =
2364 – 978 =
8 Vul in. 1759 –
= 899
3129 – 1263 =
– 3475 = 1386
4391 –
= 1744
8503 –
= 3681
8475 – 986 =
– 4681 = 1893
2486 – 1639 =
7649 –
= 4856
2287 – 949 =
– 1975 = 1871
5486 –
= 1595
6492 – 3846 =
– 6868 = 1588
– 3856 = 2886 7126 – 5618 =
5
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 5
24/07/20 10:44
Blok 3
LES 3
lesdoel Ik leer rekenen met kommagetallen met een rekenmachine.
1 Nu jij!
1 stuk appeltaart is € 2,85 We nemen 3 stukken appeltaart.
Een tosti is € 6,35 We nemen 5 tosti’s.
Ik schat:
Ik schat:
×€
=€
Ik reken precies: €
×€
=€
Ik reken precies: €
2 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
4,5 × 15,18 = 347,15 : 65,5 = 6,7 × 12,1 = 228,2 : 81,5 =
3 Streep door en vul in. Ik heb € 13,50 Het kost: € 3,42 + € 7,28 + € 2,90
Ik heb € 26,30 Het kost: € 2,18 + € 6,95 + € 17,25
Ik heb € 7,90 Het kost: € 1,13 + € 2,45 + € 1,96
Ik heb wel / niet genoeg geld.
Ik heb wel / niet genoeg geld.
Ik heb wel / niet genoeg geld.
Ik heb € te veel / te weinig.
Ik heb € te veel / te weinig.
Ik heb € te veel / te weinig.
4 Streep door en reken uit. De som:
Ik reken zo:
Het antwoord:
523 × 12,2= Uit mijn hoofd / met de rekenmachine 4212 : 13 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine 20,25 + 10,75 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine 53,78 – 49,9 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine 20 × 51 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine
6
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 6
24/07/20 10:44
5 Maak het juiste getal. Op de rekenmachine staat:
Ik wil dat mijn antwoord is:
Ik type in:
6007
6107
+ 100
51,1
613,2
923
230,75
23,18
23
6 a Reken uit en vul in. Steeds × 5
Steeds + 0,92
Steeds × 6
Steeds – 2,34
Steeds : 7
3
2
7
15
1.529.437
15 75
b Vul in. Ik kom na de laatste × 5 uit op 46.875.
ja
nee
Ik kom na de laatste + 0,92 uit op 7,52.
ja
nee
Ik kom na de laatste × 6 uit op 326.592.
ja
nee
Ik kom na de laatste – 2,34 uit op 0,96.
ja
nee
Ik kom na de laatste : 7 uit op 13.
ja
nee
Probeer de reeksen waarop je 'nee' hebt geantwoord nogmaals uit te rekenen.
7 Beschrijf de fout en geef het juiste antwoord. De som:
Dit gaat er fout:
Juiste antwoord:
5 × 2,22 = 111 40.340 – 30.320 = 10,02 42 × 87 = 129 1793 : 11 = 1782
7
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 7
24/07/20 10:44
Blok 3 LES 4 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit. 1 1 + = 2 4
+
=
1 3 8 12 + 4 24 =
+
=
2 1 1 3 +2 6 =
+
=
–
=
–
=
6
2 1 –4 = 3 6
–
=
1
1 7 + = 5 10
+
=
2
7 3 –1 = 10 5
2
1 1 + = 4 3
+
=
3 1 – = 14 7
3 Vul in. =
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
=
%
4 Kleur. 20%
33%
25%
40%
60%
75%
8
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 8
24/07/20 10:44
lesdoel Ik leer rekenen met kommagetallen met een rekenmachine.
5 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
47,58 : 12,2 = 33.200 – 140,23 = 9,32 + 11,8 = 16,28 : 4,4 =
6 Reken uit. 1 bolletje ijs is € 1,95 We nemen 7 bolletjes ijs.
De som is: Ik schat: Ik reken precies: €
1 borrelplank is € 7,75 Ik koop 18 borrelplanken.
De som is: Ik schat: Ik reken precies: €
7 Maak het juiste getal. Op de rekenmachine staat: Ik wil dat mijn antwoord is: Ik type in: 204,6
34,1
20,5
184,5
11,2
+ 0,05 601,10
– 48,13
8 Reken uit. Steeds : 3
Steeds – 1,4
Steeds × 4
Steeds + 25,9
Steeds × 2
59.049
43,5
8
131,4
18,25
9
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 9
24/07/20 10:44
Blok 3
LES 5
1 Reken handig.
3
×€8
= € 24
×€
=€
×€5
=€
1 fles van € 3 en 3 bekers van € 3
×€
=€
4 kopjes van € 2 en 4 schotels van € 1
×€
=€
9 kopjes van € 2 en 7 schotels van € 2
×€
=€
7 flesjes van € 3 en 7 bekers van € 6
×€
=€
6 bekers van € 5 en 2 flessen van € 5
×€
=€
4 kopjes van € 2, 3 flesjes van € 2 en 5 borden van € 2
×€
=€
2 messen van € 1,50, 2 lepels van € 3,50 en 2 vorken van € 5
×€
=€
8 borden van € 3, 6 schotels van € 3 en 5 glazen van € 3
×€
=€
5 vorken van € 4,50, 5 messen van € 5,50 en 5 lepels van € 3
×€
=€
3 borden van € 6 en 3 bekers van € 2 2 kopjes van € 3 en 2 glazen van € 1
6
2 borden van € 5 en 4 glazen van € 5
2v
Nu even anders. Gebruik getallen van 1 tot en met 20. Horizontaal, verticaal en diagonaal kom je uit op 30.
Gebruik alle getallen van 1 tot en met 9. Horizontaal, verticaal en diagonaal kom je uit op 15.
5
10
Gebruik alle oneven getallen van 1 tot en met 17. Horizontaal, verticaal en diagonaal kom je uit op hetzelfde antwoord.
9
Bedenk nu zelf een magisch vierkant.
5
1
10
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 10
24/07/20 10:44
extra oefenen 1 Reken uit. 8942 – 377 =
5672 – 2737 =
7164 – 6217 =
8236 – 4823 =
1632 – 1094 =
5241 – 4380 =
4863 – 2949 =
2453 – 931 =
4002 – 2459 =
9436 – 2641 =
3268 – 1371 =
3541 – 2741 =
9427 – 6918 =
3468 – 1729 =
8473 – 5517 =
6842 – 5954 =
2 Schrijf de som en reken uit.
Ik reken zo: Ik heb € 1349 op mijn spaarrekening. Ik koop een computer voor € 1095. Ik houd €
over.
Dit is de som:
Ik reken zo: Ik heb € 4307 op mijn spaarrekening. Ik koop spullen voor € 3913 Ik houd €
over.
Dit is de som:
3 Streep door en reken uit. De som:
Ik reken zo:
Het antwoord:
30 × 120 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine, omdat
4,5 + 20,3 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine, omdat
20.492 – 115,8 = Uit mijn hoofd / met de rekenmachine, omdat
4 Schat eerst, reken daarna precies. De som:
Ik schat:
Ik reken precies:
47,94 : 9,4 = 8,7 × 9,3 = 999,8 + 500,34 = 92,43 – 11,56 =
11
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 11
24/07/20 10:44
LES 6
Blok 3 
lesdoel Ik leer over gelijkwaardige breuken.
1 Nu jij! Kleur en vul in. Iedere strook is gelijkwaardig. 3 4
2 5
8
10
12
15
2 Vul in. Schrijf zo veel mogelijk gelijkwaardige breuken rondom de aangegeven breuk.
1 4
2 5
1 3
3 a Maak vast. 0
1
1 2
1 4
3 4
0
1
3 8
1 3
5 6
2 3
1 6
b Vul de breuk in. 0
1
0
1
4 Vul in < > of = 1 1 6 3
3 4
2 8
3 12
1 3
5 8
2 4
3 18
3 9
2 3
1 9
4 6
1 3
6 12
2 4
2 5
4 10
4 5
8 10
4 10
4 5
4 5
9 10
3 6
2 3
6 12
1 2
2 4
1 12
1 12
1 3
12
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 12
24/07/20 10:45
5 Maak vast. 3 12
1 3
6 15
4 6
3 8
9 24
3 6
1 4
5 10
2 12
4 5
6 9
6 8
2 5
9 12
8 10
1 6
12 15
2 6
3 4
2 8
6 16
2 7
3 18
4 10
1 2
3 9
4 14
2 3
6 21
6 Vul in. Schrijf zoveel mogelijk breuken op die je herkent. Ik herken:
Ik herken:
Ik herken:
7 a Vul in. Vereenvoudig de breuk zo vaak mogelijk. van de bewoners hebben groene gordijnen.
van de bewoners hebben roze gordijnen.
Dit is de breuk:
Dit is de breuk:
=
=
=
=
=
b Vul in. De grootste breuk is .
Dit weet ik, omdat:
8 Kruis aan wat jij kiest en leg uit waarom.
1 pizza met 8 kinderen
5 pizza’s met 8 kinderen
2 pizza’s met 12 kinderen
2 pizza’s met 3 kinderen
Ik kies hiervoor, omdat:
Ik kies hiervoor, omdat:
13
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 13
24/07/20 10:45
Blok 3 1
LES 7
Deze opgave maak je digitaal.
2 Vul in.
frisdrank 2l
13 L
3 van de melk = 4 2 blikjes fris
=
1 van het water = 4 3 blikjes fris
=
5 dl
750 ml
ml l
3 van de shampoo is 10
dl
1 van het appelsap is 3
ml
ml
1 van het water is 2
ml
4 van de shampoo is 5
ml ml
3 Vul in. 1 ton =
kg
34 hg =
dag
5300 kg =
ton
270 dg =
cg
1 kg =
g
15 kg =
hg
2800 g =
kg
15 dag =
hg
g
35 hg =
kg
500 mg =
cg
1,5 g = 1,5 kg =
mg
340 cg =
g
mg
2 dag =
g
20.000 mg = 750 g =
kg
4 Reken uit. Ingrediënten voor 1 appeltaart: – 350 g appeltaartmix – 1,1 kg appels – 115 g rozijnen – 175 g roomboter – 20 g suiker – 1 ei – 6000 mg kaneelpoeder
Ingrediënten voor 1 kwarktaart: – 4 g gelatine – 200 g biscuits – 125 g roomboter – 400 g aardbeien – 15 ml sinaasappelsap – 500 g magere kwark – 200 g suiker – 0,25 l slagroom
De appels en rozijnen wegen samen kg. De appelschillen wegen 155 g en gaan niet in
De aardbeien en suiker wegen samen
de taart. In de taart zit nog
g appel.
Je hebt gram meer roomboter dan rozijnen nodig. Voor 2 appeltaarten heb je kaneelpoeder nodig.
Voor 1 kwarktaart heb je nodig.
kg.
ml slagroom
De kwark en gelatine wegen samen
g.
De slagroom en sinaasappelsap
g
zijn samen
ml.
14
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 14
24/07/20 10:45
lesdoel Ik leer over gelijkwaardige breuken.
5 Vul in. Vereenvoudig waar mogelijk.
van de vakjes gekleurd.
van de vakjes gekleurd.
van de vakjes gekleurd.
van de vakjes gekleurd.
Dit is de breuk:
Dit is de breuk:
Dit is de breuk:
Dit is de breuk:
6 Kleur. Volg de gelijkwaardige breuken. start
start
1 3
2 8
1 2
2 5
4 3
1 3
3 4
9 12
4 3
2 3
10 15
6 9
2 6
4 12
3 6
1 4
3 15
1 5
3 8
6 8
5 6
3 5
6 14
1 2
3 4
3 9
7 21
1 3
3 10
7 8
3 6
15 20
5 6
7 8
3 10
7 8
2 5
3 12
4 8
2 6
2 3
4 6
15 18
30 40
3 4
6 9
2 3
4 6
4 10
7 12
6 18
4 12
10 30
5 15
8 9
8 10
12 16
21 28
18 24
3 8
2 9
2 3
1 8
1 3
1 4
1 3
15 20
6 9
8 12
3 5
6 8
3 4
einde
einde
7 Vul in. Schrijf zo veel mogelijk gelijkwaardige breuken rondom de aangegeven breuk.
1 2
2 3
3 5
8 Reken uit. 1 2 + = 6 3
3 1 – = 4 2
4 1 + = 5 6
1 2 – = 2 9
7 1 + = 12 3
3 5 – = 4 8
2 1 + = 7 2
4 1 – = 7 3
3 2 + = 10 5
2 1 – = 3 5
3 1 + = 8 3
2 1 + = 3 9
15
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 15
24/07/20 10:45
Blok 3 basiswerkschrift
9 789006 908541
9789006908541_gr7_bws_blok3.indd 54
24/07/20 10:48