Skip to main content

groep 7 | blok 2 | basis werkschrift

Page 1

naam:

Blok 2 9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 1

basis

werkschrift

21/04/20 17:10


9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 2

21/04/20 17:10


GROEP 7 basiswerkschrift

Blok 2

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 1

21/04/20 17:10


Blok 2  LES 1

lesdoel Ik oefen cijferend optellen met overschrijdingen.

1 Nu jij! Deelnemers aan de marathon: 1688 mannen 2464 vrouwen Samen

D

H

T

E

+

deelnemers.

Deelnemers aan de Olympische Spelen: 4746 mannen 3524 vrouwen

D

H

T

E

+ Samen

deelnemers.

2 Vul in.

5 4 6 7

1 3 7 4

2 1 2 7

3 9 1 8

3 2 4 5 +

2 5 5 3 +

4 7 5 4 +

2 5 3 1 +

3 Reken uit. 3708 + 3811 =

6438 + 2062 =

7819 + 1372 =

3255 + 4179 =

2127 + 4754 =

5084 + 1662 =

3262 + 3581 =

2850 + 3920 =

5467 + 3245 =

2645 + 2823 =

3080 + 6474 =

1562 + 8389 =

6143 + 3383 =

4723 + 2565 =

2987 + 2005 =

4358 + 3458 =

4 Vul in. 1348 leerlingen in de onderbouw 1763 leerlingen in de bovenbouw Samen

Ik reken zo:

leerlingen.

Dit is de som: +

=

2

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 2

21/04/20 17:10


5 Vul in. 907 +

= 1111

299 +

+ 486 = 910 627 + 834 = 466 +

= 1389

= 801

867 + 900 =

+ 200 = 777

525 + 391 =

+ 433 = 650

436 +

= 886

973 +

= 1873

327 +

= 727

438 +

= 653 + 400 = 912 + 705 = 1043

525 +

= 900

6 Schrijf alleen de antwoorden op die eindigen op een heel honderdtal of duizendtal. 1850 + 150 = 2000

5691 + 3209 =

3223 + 2332 =

5678 + 2522 =

7328 + 378 =

3482 + 3118 =

6872 + 2328 =

6631 + 3216 =

8750 + 850=

2781 + 3562 =

4389 + 4311 =

9782 – 1334 =

6578 + 198 =

4265 + 4863 =

7981 + 1573 =

1990 + 7010 =

7 Streep door en vul in.

3 2 3 7

3 6 0 8

6 9 6 2

4 7 8 7 +

5 2 2 7 +

2 0 1 5 +

8 9 2 4

8 8 3 5

8 9 6 7

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

4 8 3 2

3 9 6 2

2 6 7 5

4 3 5 1 +

5 0 5 8 +

4 3 2 6 +

9 1 8 3

8 1 2 0

6 9 9 1

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

Het antwoord op de som klopt wel/ niet. Het juiste antwoord is:

8 Kruis aan. Ik reken de som op deze manier uit: cijferend

uit het hoofd

cijferend

4416 + 84 =

1366 + 4529 =

2351 + 3729 =

4590 + 210 =

uit het hoofd

3

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 3

21/04/20 17:10


Blok 2  LES 2 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Vereenvoudig. 8 10 =

6 18 =

12 18 =

6 24 =

6 12 =

3 6 =

14 16 =

18 20 =

15 20 =

15 33 =

10 14 =

9 12 =

3 Kleur. Geef breuken met dezelfde waarde dezelfde kleur. 15 18

4 5

1 2

3 4

1 4

21 36

4 8

8 10

14 24

6 8

5 6

7 12

3 12

20 25

16 32

9 12

2 8

10 12

4 Kruis aan. De omcirkelde jongen ziet: de drummer beide zangeressen een gitarist een speaker de pianist

5 Reken uit. 9055 + 279 = 14 + 3576 =

6547 + 3253 =

2018 + 625 =

4032 + 2819 =

7056 +

1548 + 1673 =

3168 + 1912 =

5033 +

80 =

7240 + 955 =

82 + 4492 =

365 + 1722 =

48 =

4631 + 4712 =

3261 + 2838 =

109 + 3398 =

6754 + 118 =

4

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 4

21/04/20 17:10


lesdoel Ik oefen cijferend optellen met overschrijdingen.

6 Vul in. 4387 +

= 5010

4880 +

= 5000

6800 +

= 8015

5200 +

= 6050

6000 +

= 8500

7421 +

= 7600

6408 +

= 7220

4222 +

= 5430

6972 +

= 9002

2248 +

= 4505

634 +

= 6470

8153 +

= 8900

8500 +

= 9200

4239 +

= 5020

5213 +

= 5850

2107 +

= 3907

7 Reken uit.

€ 2055 € 233 € 7905

€ 1099 Ik koop 1 fiets en 1 step.

Ik koop 1 step en 1 scooter.

Ik koop 1 fiets en 1 scooter.

Ik koop 1 auto en 1 step

Samen €

Samen €

Samen €

Samen €

Ik reken zo:

Ik reken zo:

Ik reken zo:

Ik reken zo:

8 Vul in. 460

+

+ 153

= +

+

=

36

+ + 250

+

+

=

+

=

=

741

1485

= =

4817

+

=

1530

+

=

=

=

+

+

=

3216

1236 +

=

+

3075

= +

+

+

= +

+

=

+

= 3731

= 1800

1120

=

= +

552

138

+ =

= +

= =

8514

5

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 5

21/04/20 17:10


Blok 2  LES 3

lesdoel Ik oefen standpunt bepalen.

1 Nu jij! De bestuurder van de paarse auto ziet de vrachtwagen wel/niet. De bestuurder van de groene auto ziet de rode auto wel/niet. De bestuurder van de vrachtwagen ziet de gele auto wel/niet. De bestuurder van de groene auto ziet de witte auto wel/niet.

2 Omcirkel de juiste persoon in opgave 1. a Kyra ziet de vrachtauto en de groene auto. Omcirkel wie Kyra zou kunnen zijn met groen.. b Hajer ziet alleen de rode auto. Omcirkel wie Hajer zou kunnen zijn met blauw. c Luigi ziet de groene auto, de vrachtwagen en de rode auto. Omcirkel wie Luigi zou kunnen zijn met rood.

3 Schrijf onder iedere auto het aanzicht.

zijaanzicht 4 Teken wat Otto ziet. Otto zit op de passagiersstoel voor in de auto. Hij kijkt uit het zijraam.

6

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 6

21/04/20 17:11


5 Zet een stip op de plek waar de foto is gemaakt.

s

bu

6 Kleur de dode hoek rondom de vrachtwagen. De dode hoek is de plek waar een vrachtwagen de fietser niet kan zien. Kleur deze gebieden rood.

zicht vanuit spiegel

7

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 7

21/04/20 17:11


Blok 2  LES 4 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Reken uit. 3 × 836 =

5 × 614 =

3 × 534 =

4 × 119 =

7 × 309 =

8 × 807 =

5 × 918 =

2 × 448 =

8 × 813 =

4 × 423 =

2 × 329 =

8 × 509 =

4 × 127 =

2 × 637 =

9 × 607 =

6 × 325 =

3 Vul in.

1 1

2 1 5 ×

4 ×

5 9 0

2

7 0 7 ×

8 6 8

4

2 8

6 ×

6 ×

4 9 2 1

1 2 1 2

6 3

9 0

3 ×

1 2 8 4

2 0

5 ×

9 8 4

8 ×

3 1 5 0

7 2 4 8

4 Reken uit. De vrachtwagenchauffeur houdt bij hoeveel kilometer hij iedere maand ongeveer rijdt. maand

aantal km

maand

aantal km

januari

1200

juli

1500

februari

1300

augustus

1700

maart

1700

september

1500

april

1500

oktober

1400

mei

1300

november

1500

juni

1400

december

1600

De chauffeur rijdt in de maanden april, mei en juni gemiddeld

km.

Het gemiddelde aantal kilometers is in de maanden juli en augustus Het gemiddelde aantal kilometers is in het eerste kwartaal In het

km.

km.

kwartaal rijdt de vrachtwagen gemiddeld de meeste kilometers.

8

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 8

21/04/20 17:11


lesdoel Ik oefen standpunt bepalen.

5 Zet een pijl op de plattegrond op de plek waar de foto is gemaakt.

6 Teken het kasteel van bovenaf.

7 Teken wat Lise in de torenkamer ziet. Lise staat bij de rode stip en kijkt naar de piano.

9

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 9

21/04/20 17:11


Blok 2  LES 5 1 Reken handig. Rond af op hele getallen.

2v

1,05 ≈

2,3 ≈

5,783 ≈

7,505 ≈

2,90 ≈

3,98 ≈

6,92 ≈

0,120 ≈

6,4 ≈

4,34 ≈

17,49 ≈

9,505 ≈

9,18 ≈

12,19 ≈

11,351 ≈

16,363 ≈

Nu even anders. Samen hebben Luca en Rosanne € 3600 gespaard voor een vakantie. Rosanne heeft 2 keer zoveel gespaard als Luca.

Felice heeft 4 keer zoveel huisdieren als Steven. Als Felice er 2 hamsters bij krijgt heeft ze 5 keer zoveel huisdieren als Steven.

Luca heeft €

Steven heeft

gespaard.

Een moeder is 3 keer zo oud als haar dochter. Over 10 jaar is ze 2 keer zo oud als haar dochter. Haar dochter is

huisdieren.

Ieder jaar krijgt Beer 5 euro meer van zijn oma voor zijn verjaardag. Op zijn 8e verjaardag krijgt hij 3 keer zoveel geld als op zijn 6e verjaardag.

jaar oud.

Beer krijgt op zijn 8e verjaardag €

.

10

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 10

21/04/20 17:11


extra oefenen 1 Reken uit. 553 + 383 =

215 + 735 =

798 + 1648 =

7155 + 2765 =

489 + 268 =

628 + 282 =

3918 + 403 =

1938 + 4126 =

527 + 157 =

119 + 791 =

2657 +

68 =

6025 + 3185 =

438 + 426 =

326 + 554 =

538 + 6470 =

2643 + 1285 =

2 Streep door. Aya kan het digibord wel / niet zien. Aya

George kan de deur wel / niet zien. Timon kan Aya wel / niet zien.

George

Timon kan wel / geen 6 ramen zien. Timon

3 Kruis aan wie Dinand kan zien, als hij zich niet omdraait. Ilyas Soraya

Ayfer

Josephine Soraya

a Amir

Lyke

Ilyas

4 Teken wat de juf ziet als ze op haar bureaustoel zit. Gebruik de plattegrond uit opgave 3.

11

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 11

21/04/20 17:11


Blok 2  LES 6

lesdoel Ik oefen cijferend vermenigvuldigen.

1 Nu jij!

H

T

D

E

H

T

E

×

×

De fietsroute is 115 kilometer lang. 6 fietsers fietsen de route.

Het wandelpad is 2216 meter lang. 4 wandelaars lopen het hele pad.

Samen fietsen ze

Samen lopen de wandelaars

km.

m.

2 Reken uit.

2 2 7

1 1 1

3 ×

2 2 4 5

8 ×

1 1 0 8

4 ×

5 ×

3 Reken uit en kleur. 0 – 1.000

1.000 – 2.000

2.000 – 3.000

3.000 – 4.000

4.000 – 5.000

4 × 83

8 × 205

3 × 113

2 × 2260

6 × 782

5 × 730

4 × 612

2 × 1135

6 × 54

5 × 511

5 × 318

6 × 812

8 × 515

6 × 640

9 × 109

2 × 125

9 × 189

6 × 539

4 Vul in.

2 1

3 4 ×

8 6 1 2

1 8 2

2 0 1

3 ×

1 1 4 ×

9 5 4 6

8 0 7 6

1 7 ×

8 1 2 7

12

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 12

21/04/20 17:11


5 Reken uit. 8 vrachtwagens op de weg. In iedere vrachtwagen staan 257 dozen.

22 kinderen in de klas. Ieder kind schrijft een werkstuk van 205 woorden.

4 kinderen op de atletiekbaan. Ieder kind loopt een ronde van 450 meter.

Samen vervoeren zij dozen.

Samen schrijven zij woorden.

Samen lopen zij

Ik reken zo:

Ik reken zo:

Ik reken zo:

In 1 doos zitten 266 mandarijnen.

In 1 kist zitten 1467 appels

m.

6 Reken uit.

In 1 zak zitten 832 aardappels. In 3 zakken zitten aardappels.

In 4 dozen zitten mandarijnen.

In 4 zakken zitten aardappels.

In 2 kisten zitten appels. In 4 kisten zitten appels.

In 5 dozen zitten mandarijnen.

7 Reken uit. 3 × 814 =

2 × 626 =

2 × 1132 =

3 × 1205 =

6 × 814 =

4 × 626 =

4 × 1132 =

6 × 1205 =

7 × 814 =

6 × 626 =

5 × 1132 =

7 × 1205 =

8 × 814 =

7 × 626 =

6 × 1132 =

8 × 1205 =

8 Leg uit: waar of niet waar. Leg uit zonder de som uit te rekenen. 7 × 816

4 × 1013

5 × 1223

Het antwoord is kleiner dan 5.000. waar / niet waar, omdat:

Het antwoord is groter dan 4.000. waar / niet waar, omdat:

Het antwoord is kleiner dan 6.000. waar / niet waar, omdat:

13

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 13

21/04/20 17:11


Blok 2  LES 7 1

Deze opgave maak je digitaal.

2 Vul in.

uitkijkpunt

Anne maakt een wandeltocht. Ze loopt 5 km/u. Tussendoor neemt ze 20 minuten pauze.

2,5 km

café

3,5 km

De wandeltocht duurt minuten.

4 km

finish start

3 Omcirkel het kleinste getal. 6,038

7,5 7,25

6,38 6,05

7,025

5,41

9,105 9,015

9,15

4,515

0,21 0,012

5,4

0,031

4 Zet op volgorde van klein naar groot. 123,87

478,76

300,25

289,56

300,08

123,865

864,45

485,46

864,32

789,674

321,567

164,09

128,97

647,98

222,536

128,097

559,47

817,785

167,372

975,55

678,125

982,34

975,65

689,078

289,56

485,896

328,76

485,06

328,198

485,63

967,72

264,12

334,897

264,039

158,645

264,18

14

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 14

21/04/20 17:11


lesdoel Ik oefen cijferend vermenigvuldigen.

5 Reken uit. tijd

Joeri traint voor de triatlon. Hij verbruikt in totaal calorieën.

calorieën per minuut

zwemmen 117 minuten

4

hardlopen

2 uur

6

fietsen

3 uur en 51 minuten 2

Calorieën verbruikt

Calorieën verbruikt

Calorieën verbruikt

met zwemmen:

met hardlopen:

met fietsen:

6 Reken uit. 3 × 319 =

2 × 3448 =

6 × 601 =

2 × 4904 =

4 × 124 =

6 × 1016 =

3 × 293 =

7 × 1007 =

2 × 245 =

3 × 1320 =

5 × 318 =

3 × 3236 =

3 × 2318 =

4 × 1204 =

2 × 452 =

2 × 4303 =

7 Reken uit. Een voetbalteam met 9 spelers heeft een nieuwe uitrusting nodig.

€ 41 € 105

€ 29

De t-shirts kosten samen

De broeken kosten samen

De schoenen kosten samen

€

€

€

8 Kruis aan. Cijferend vermenigvuldigen kan ik:

heel goed

goed

een beetje

bijna

15

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 15

21/04/20 17:11


Blok 2 basiswerkschrift

9 789006 908534

9789006908534_gr7_bws_blok2.indd 54

21/04/20 17:13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
groep 7 | blok 2 | basis werkschrift by ThiemeMeulenhoff - Issuu