naam:
Blok 1 9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 1
basis
werkschrift
19/03/20 15:01
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 2
19/03/20 15:01
GROEP 5 basiswerkschrift
BLOK 1
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 1
19/03/20 15:01
Blok 1
LES 1
lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken tot en met 500.
1 Nu jij! Schrijf een plussom en een minsom. Ik reken zo:
binnenhut: 245 passagiers buitenhut: 134 passagiers
totaal:
plussom:
passagiers.
In de binnenhutten is plaats voor passagiers meer dan in de buitenhutten.
minsom:
2 Vul in. 253 + 46 =
450 – 70 =
134 + 28 =
130 – 70 =
350 + 73 =
183 – 130 =
360 + 50 =
266 – 146 =
83 + 210 =
390 – 168 =
245 + 221 =
479 – 110 =
242 + 237 =
243 – 35 =
110 + 190 =
254 – 245 =
3 Vul in.
Er zitten 320 mensen in de trein. 150 mensen stappen uit. som:
–
Er zitten 232 mensen in de trein. 148 mensen stappen in.
=
som:
Ik reken zo:
+
=
Ik reken zo:
2
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 2
19/03/20 15:01
4 Vul in < > of = 240 + 190
400
230 – 40
190
185 + 312
490
470 – 95
375
204 + 92
300
267 – 34
230
56 + 17
73
392 – 67
340
70 + 190
250
460 – 190
265
240 + 80
330
381 – 258
125
405 + 47
450
320 – 280
30
150 + 153
310
240 – 180
45
5 Vul in. 394
495
232 81
27
53
140
151
210
32
400 190
350
110 80
140
200
70 50
20
150 20
110 60
30
6 Streep door: waar of niet waar. 46 + 54 = 100 → waar / niet waar
439 + 52 = 481 → waar / niet waar
453 – 240 = 113 → waar / niet waar
376 – 142 = 234 → waar / niet waar
370 – 190 = 120 → waar / niet waar
320 – 55 > 270 → waar / niet waar
212 + 171 = 383 → waar / niet waar
187 – 83 > 104 → waar / niet waar
133 + 311 = 444 → waar/ niet waar
340 – 120 < 230 → waar / niet waar
146 – 138 = 18 → waar / niet waar
251 + 29 > 280 → waar / niet waar
7 Bedenk zelf sommen. Gebruik honderdtallen, tientallen en eenheden. +
=
247
+
>
247
–
=
247
–
<
247
+
<
247
–
>
247
3
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 3
19/03/20 15:01
Blok 1  LES 2 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Maak vast. 0
500
60
75
160
205
250
315
325
340
410
490
240
310
241
3
253
261
266
273
277
284
298
302
307
Vul in. 180
250
360
430
4 Zet de klokken op de juiste tijd. Het is 5 over 2:
Het is 10 over half 10:
Het is kwart over 12:
Het is 5 voor 7:
Het is 5 over half 9:
Het is 5 voor half 11:
4
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 4
19/03/20 15:01
lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken tot en met 500.
5
Vul in. Er zitten 245 mensen in de trein. 32 mensen stappen uit. som:
–
=
Er zitten 145 mensen in de trein. 128 mensen stappen in. som:
Ik reken zo:
+
=
Ik reken zo:
Er zitten 326 knikkers in de pot. 36 knikkers komen erbij. som:
+
=
som:
Ik reken zo:
6
7
Er zitten 280 knikkers in de pot. 90 knikkers gaan eruit. –
=
Ik reken zo:
Vul in < > of = 247 – 134
100
134 + 28
160
478 – 169
310
250 + 160
410
348 – 232
116
360 + 50
405
240 – 180
60
146 + 132
275
500 – 180
220
245 + 221
466
387 – 104
270
390 + 80
480
459 – 243
210
315 + 120
435
223 – 218
10
217 + 217
440
Reken uit. 203 + 46 =
453 – 136 =
245 + 143 =
360 – 290 =
138 + 56 =
430 – 150 =
210 + 78 =
444 – 333 =
243 + 234 =
154 – 38 =
121 + 212 =
140 – 70 =
380 + 50 =
497 – 237 =
255 + 123 =
340 – 180 =
5
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 5
19/03/20 15:01
Blok 1 
LES 3
lesdoel Ik leer over getallen tot en met 1000.
1 Nu jij! a Maak 678 vast aan de verschillende getallenlijnen. 0
b Vul in. 678:
100 200 300 400 500 600 700 800 900 1000
678 600
650
700
678 670
Er zijn
honderdtallen.
Er zijn
tientallen.
Er zijn
eenheden.
H
T
E
6
7
8
678 =
675
+
+
680
678
2
Maak vast. 0
1000
42
123
165
230
335
436
654
740
890
895
800
900
806
3
809
832
834
835
840
842
874
876
888
Vul in. 250
500
600
800
6
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 6
19/03/20 15:01
4 Zet de getallen van klein naar groot.
5
6
273
628
495
811
810
801
187
987
817
123
283
648
467
238
892
754
785
168
659
421
435
234
235
356
159
685
358
784
845
62
456
486
785
451
233
135
982
827
521
714
628
145
849
898
25
198
121
179
Vul in. 600 + 40 + 3 =
831 =
+
+
40 + 500 + 3 =
400 + 70 + 9 =
498 =
+
+
20 + 700 + 7 =
100 + 20 + 4 =
326 =
+
+
80 + 100 + 6 =
300 + 80 + 5 =
796 =
+
+
50 + 200 + 9 =
Vul in. H
T
E
760 4 62
0
5
0
H
E
H
T
E
908
7
4
1
761
4
3
4
8
7
6
597
800
7
T
937 6
4
0
Vul de getallen in. De oneven getallen tussen 750 en 755 zijn:
en
De tientallen tussen 635 en 653 zijn:
en
De honderdtallen tussen 783 en 941 zijn:
en
7
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 7
19/03/20 15:01
LES 4
Blok 1 1
Deze opgave maak je digitaal.
2 Kruis aan: kg of g.
kg
kg
kg
kg
kg
g
g
g
g
g
3 Geef de som de juiste kleur. tussen 30 en 40
27 + 39 =
87 – 53 =
23 + 28 =
tussen 41 en 50
34 + 18 =
76 – 44 =
56 – 19 =
tussen 51 en 60
57 + 7 =
75 – 18 =
18 + 29 =
tussen 61 en 70
23 + 21 =
90 – 58 =
83 – 15 =
53 + 9 =
91 – 24 =
56 – 19 =
37 + 19 =
47 – 12 =
67 – 32 =
4 Vul in. 67 31 7
32
25
58
43
18
15
36
97
16
80 65
29
43
19
28
40
35 3
17
47 14
38
8
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 8
19/03/20 15:01
lesdoel Ik leer over getallen tot en met 1000.
5 Zet de getallen van klein naar groot. 635
891
809
657
701
675
198
98
671
52
152
521
318
825
920
807
987
658
205
303
187
908
87
898
339
685
584
714
863
287
857
758
875
578
587
785
617
827
558
987
566
872
888
789
678
435
488
796
6 Vul in. 500
750
550
565
580
610
625
655
680
710
735
745
750
1000
760
7
775
795
810
850
890
905
925
980
995
Schrijf de getallen in het juiste vak.
632
991
810
586
821
829
tussen 542 en 678:
587
700
833
851
543
452
tussen 683 en 812:
681
768
688
905
699
999
815
tussen 827 en 993:
680 alle andere getallen:
9
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 9
19/03/20 15:01
Blok 1
LES 5
1 Reken handig. 46 + 35 =
84 – 65 =
243 + 49 =
161 – 44 =
27 + 48 =
73 – 48 =
416 + 67 =
462 – 43 =
2 Nu even anders. Jelte gooit 3 keer met de dobbelsteen. Hij gooit 4, 2 en 6.
Gooi zelf 3 keer met de dobbelsteen. Schrijf de getallen op.
Welke getallen van 3 cijfers kan hij maken?
Welke getallen kun je hiervan maken?
426
6
46
6
2
3 Maak vast. Plaats de getallen die je maakte bij opgave 2 op de getallenlijn.
100
250
250
400
400
550
550
700
10
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 10
19/03/20 15:01
extra oefenen 1
2
Vul in. 125 + 56 =
530 – 70 =
165 + 128 =
470 – 380 =
350 + 150 =
137 – 130 =
190 + 220 =
385 – 156 =
346 + 52 =
475 – 69 =
354 + 136 =
289 – 247 =
222 + 267 =
357 – 232 =
242 + 137 =
110 – 70 =
Vul in.
250 102
23
52
60
485
127
77
101
100
23
189
46 500
138 2
4
212
225
493
3
233
248
27
236
81
19
45
200 + 80 + 7 =
527 =
+
+
20 + 300 + 1 =
300 + 60 + 9 =
969 =
+
+
80 + 200 + 7 =
800 + 90 + 1 =
134 =
+
+
40 + 900 + 5 =
600 + 10 + 4 =
281 =
+
+
10 + 600 + 2 =
Vul in.
Vul in. 500
5
750
Maak vast.
600
800
634
650
656
668
705
710
712
730
753
788
11
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 11
19/03/20 15:01
Blok 1
LES 6
lesdoel Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5 en 10.
1 Nu jij! 2×2=
4×4=
×
=
3×5=
×
10 × 4 =
=
3×3=
×
=
6×3=
×
=
×
5×4=
×
=
=
6×5=
×
=
×
=
2 Reken uit. 2×2=
10 × 5 =
9×3=
5×4=
9×2=
2×5=
5×3=
4×4=
4×2=
9×5=
4×3=
9×4=
8×2=
6×5=
3×3=
2×4=
3 Kleur zoveel mogelijk antwoorden. de tafel van 3
de tafel van 5
de tafel van 3 en 5
de tafel van 5 en 10
1
2
3
4
5
6
7
8
9
de tafel van 10
10
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30
de tafel van 2
31 32 33 34 35 36 37 38 39 40
de tafel van 2 en 4
41 42 43 44 45 46 47 48 49 50
de tafel van 4
51 52 53 54 55 56 57 58 59 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
71 72 73 74 75 76 77 78 79 80
11 12 13 14 15 16 17 18 19 20
81 82 83 84 85 86 87 88 89 90
21 22 23 24 25 26 27 28 29 30
91 92 93 94 95 96 97 98 99 100
31 32 33 34 35 36 37 38 39 40
4 Reken uit. × 5 = 10
× 2 = 12
5×
= 25
6×
= 24
× 4 = 12
× 4 = 32
7×
= 21
5×
= 50
× 5 = 45
× 3 = 21
10 ×
= 100
9×
= 27
× 3 = 24
×3=6
9×
= 18
8×
= 40
12
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 12
19/03/20 15:01
5 Reken uit en vul in. 2 × 10 =
4×3=
6×4=
8×5=
4×5=
8×3=
4 × 10 =
4×4=
7×4=
3×4=
6×2=
8×4=
16 a
40 d
24 e
20 g
28 h
8×2=
25 n
5×5=
12 o
32 r
Het antwoord is:
6
Vul in. ×
×
4
2
6
5
10 12
4
50
7 24 36
25
90
Vul in. × 2 = 18 6×
3×
9×
= 24
8×4=
8
20
12
5
7
3
= 90
7×2=
× 5 = 45
4×
5×3= =9
9×
= 36
×3=6 = 16
5×5=
× 10 = 20
8×
= 16
× 3 = 18
3×
= 30
Leg uit hoe jij rekent. Kruis aan en vul in. 8×5=
Ik weet 10 x 5 en 2 x 5 dus ik reken 50 – 10 uit.
Ik weet 5 x 5 en 3 x 5. Dus ik tel 25 en 15 bij elkaar op.
Ik weet 4 x 5. Dat is 20. Ik verdubbel 20.
13
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 13
19/03/20 15:01
Blok 1 1
LES 7
Deze opgave maak je digitaal.
2 Reken uit. Het kost: Ik betaal:
Terug:
Het kost: Ik betaal:
Terug:
€ 38
€
€ 65
€
€ 74
€
€ 86
€
€ 82
€
€ 54
€
€ 88
€
€ 62
€
3 Reken uit. Het kost:
Ik betaal:
Terug:
Het kost:
Ik betaal:
Terug:
€
€ 70
€ 13
€
€ 60
€ 14
€
€ 70
€ 7
€ 65
€
€ 15
€
€ 50
€ 11
€ 71
€ 80
€
€
€ 100
€ 29
€ 83
€
€ 17
4 a Kruis aan waarmee je meet.
cm
m
cm
m
cm
m
cm
m
cm
m
b Teken. Teken iets wat je in cm meet:
Teken iets wat je in m meet:
14
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 14
19/03/20 15:01
lesdoel Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5 en 10.
5 Vul in. × 5 = 30
8×
= 24
× 5 = 35
8×
= 16
× 4 = 28
6×
= 24
× 3 = 27
7×
= 70
4×
=8
× 10 = 40
× 4 = 36 = 25
5×
= 12
3×
× 5 = 40
× 3 = 24
= 14
7×
6 Vul in. ×
3
×
4
6
6
4
20
3 12
60
16
6
12 9
5
35
15
9
7 Kleur. Springen door het doolhof. Kleur de antwoorden van de tafels van 3 en 4. Je mag opzij en naar beneden. Schuin mag niet! start
30 27 35 19 24 32 21 17 22 37 11
6
5
28 18 17
33 15 13 36 29 34 10 8
10 50 30 46
7
19
16 13 21 20 22 13 28 12 44 27 12 40 7
3
25 61
7
14
1
46 36
31 22 10 55 70 35 32 18 24
17 11 26 34 47 30 15 20 23 13 15 49 13 29
6
49
7
38 23 19 35 38 28 11 32 13 46 37
7
5
13 22 9
18
25 16 40 27 29
3
einde
8 Kruis aan. Ik kan deze tafels al heel snel uitrekenen: tafel van 2
tafel van 3
tafel van 4
tafel van 5
tafel van 10
Welke tafels ga ik nog oefenen:
15
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 15
19/03/20 15:01
Blok 1 basiswerkschrift
9 789006 858297
9789006858297_gr5_bws_blok1.indd 54
19/03/20 15:04