Skip to main content

9006781571 vwo biologie

Page 1

examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel vwo Nederlands vwo Engels vwo Duits vwo Frans vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde

samengevat vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

Biologie

havo/vwo Rekenen 3F/4F

vwo

havo/vwo Nederlands 3F/4F

vwo

Biologie

examenidioom vwo Engels vwo Duits vwo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_vwo_biologie_170x240.indd 1

9 789006 781571

3/06/20 08:06


9789006781571_EB_vBio.indb 26

27/04/20 09:33


examenbundel.nl

examen bundel Meer dan alleen oefenexamens

2020 2021

vwo

9789006781571_EB_vBio.indb 1

A.S.P. Jansen J.H. Rawee E.J. van der Schoot A.N. Leegwater

Biologie

27/04/20 09:33


Colofon Auteurs A.S.P. Jansen J.H. Rawee E.J. van der Schoot A.N. Leegwater Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Redactie Lineke Pijnappels

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Auteur stappenplan T.H.J. Heutmekers Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren

ISBN 978 90 06 78157 1 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

EB_vwo_biologie_Deel1.indd 2

27/05/20 10:39


Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak biologie op vwo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Oriëntatietoets: Deze bestaat uit vragen over alle onderwerpen die in 2021 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de basisbegrippen van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een aantal (bewerkte) examen-opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Bij alle vragen zijn hints gegeven om je, waar nodig, op weg te helpen. Deel 2a: In dit deel staan enkele complete examens met hints en uitwerkingen. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze examenbundel. Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen en een onderwerpregister. Bij veel uitwerkingen wordt verwezen naar BiNaS 6e editie en ScienceData 1e druk. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je eerst probeert een opgave zelf te maken. Lukt dat niet, bekijk dan de hint die bij deze vraag hoort (zie de bladzijde na de opgaven). Pas daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Je kunt je vaardigheid om examenopgaven te maken vergroten door het boek samengevat te gebruiken. In dat boek wordt de examenstof per onderwerp overzichtelijk gemaakt en uitgelegd. Ook op www.examenbundel.nl kun je op verschillende manieren oefenen om te kijken of je alle examenstof al beheerst. Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020

Opmerkingen *  Hoofdstukken of opgaven die gemarkeerd zijn met een ‘sterretje’ (*) zijn alleen bestemd voor het schoolexamen. Het centraal examen vwo biologie 2021 wordt afgenomen op woensdag 19 mei tussen 13.30 en 16.30 uur. De makers van de examenbundel en samengevat wensen je daarbij alvast heel veel succes. De overheid stelt regels op die betrekking hebben op specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff

EB_vwo_biologie_Deel1.indd 3

3

27/05/20 10:39


Inhoud 3 Voorwoord 6 Tips

Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze examenbundel? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.

Oriëntatietoets

9 Opgaven

Deel 1

Oefenen op onderwerp

1  Cellen, organen en orgaanstelsels 27 Opgaven 35 Hints - uitwerkingen

10 Voeding en vertering 146 Opgaven 153 Hints - uitwerkingen

2  Voortplanting en ontwikkeling 39 Opgaven 44 Hints - uitwerkingen

11 Bloedsomloop 157 Opgaven 164 Hints - uitwerkingen

3  Erfelijkheid 47 Opgaven 55 Hints - uitwerkingen

12 Gaswisseling 168 Opgaven 176 Hints - uitwerkingen

4  DNA en celcyclus 59 Opgaven 67 Hints - uitwerkingen

13  Lever, nieren; uitscheiding 180 Opgaven 186 Hints - uitwerkingen

5  Genexpressie, RNA en eiwitsynthese 71 Opgaven 80 Hints - uitwerkingen

14*  Gedrag en seksualiteit 190 Opgaven 197 Hints - uitwerkingen

6  Evolutie: soortvorming en selectie 84 Opgaven 92 Hints - uitwerkingen

7  Fotosynthese, dissimilatie en voortgezette assimilatie 96 Opgaven 108 Hints - uitwerkingen

8  Ecosystemen; interactie en regulatie 112 Opgaven 126 Hints - uitwerkingen 9  Ecosystemen; dynamiek en diversiteit 133 Opgaven 141 Hints - uitwerkingen 4

EB_vwo_biologie_Deel1.indd 4

15*  Oog en andere zintuigen 201 Opgaven 205 Hints - uitwerkingen 16  Zenuwstelsel en spieren 209 Opgaven 216 Hints - uitwerkingen 17  Hormonale regeling 220 Opgaven 228 Hints - uitwerkingen 18  Huid en immuniteit 233 Opgaven 241 Hints - uitwerkingen

*

Dit onderwerp is alleen bestemd voor het schoolexamen.

© ThiemeMeulenhoff

27/05/20 10:39


Deel 2a

Examens met uitwerkingen Examen 2018-I 247 Opgaven 267 Hints - uitwerkingen Examen 2018-II 275 Opgaven 292 Hints - uitwerkingen

Deel 2b 357

Stappenplan Bijlagen Cijferbepaling Onderwerpregister Examen(werk)woorden

Examen 2019-I 301 Opgaven 320 Hints - uitwerkingen Examen 2019-II 330 Opgaven 347 Hints - uitwerkingen

Š ThiemeMeulenhoff

EB_vwo_biologie_Deel1.indd 5

5

27/05/20 10:39


Tips bij het maken van (examen)opgaven bij biologie Voorbereiding • Haal even rustig adem en ontspan je spieren. • Lees steeds eerst de vraag of opdracht die achter het nummer van de opgave staat en daarna pas de informerende tekst daarboven. Kijk dan goed naar wat echt gevraagd wordt. Je kunt belangrijke zinsdelen alvast markeren op je examenblad. • Bij open vragen moet je uitleg begrijpelijk zijn voor een leerling uit het voorgaande leerjaar. • Blijf niet te lang bezig met een moeilijke opgave. Loop niet achter op een tijdschema van ± 15 opgaven per uur. • Gebruik geen onduidelijke uitleg, zoals: er is invloed van... (stimulerend of remmend?); het is hoger (wat hoger dan wat?); de temperatuur verandert (wordt die hoger of lager?); de zuurgraad wordt minder (gaat de pH omlaag of wordt het minder zuur? gebruik niet het woord zuurgraad). • Bij meerkeuzevragen kun je foutieve antwoorden op je examenblad direct afstrepen, maar maak ze niet onleesbaar. Uitvoering • Sla na ieder antwoord steeds een regel over, of reserveer voldoende ruimte als het niet (volledig) af is. Zo kun je een overgeslagen opgave later snel terugvinden. • Gebruik voor het antwoord op een meerkeuzevraag één hoofdletter en geef geen uitleg. Streep die hoofdletter bij een wijziging door en zet een nieuwe letter er achter, dus niet er doorheen. • Ga na of je het antwoord uit de gegeven tekst moet halen of uit BiNaS/ScienceData. • Het aantal punten dat je voor een vraag kunt krijgen, geeft meestal aan uit hoeveel stappen een antwoord minstens moet bestaan. • Geef niet meer antwoorden of voorbeelden dan gevraagd; als er bv. twee gevraagd worden, worden alleen de eerste twee nagekeken. • Als bij een open vraag gerekend moet worden, zet die berekening er dan bij, ook als je die berekening niet geheel af kunt maken. Bepaalde rekenstappen leveren soms punten op. Wordt om een afronding gevraagd? Zo niet dan mag het berekende getal niet nauwkeuriger of onnauwkeuriger zijn dan de getallen die gegeven zijn, dan uit de gegeven getallen afgeleid kan worden. • Bij beschrijving van een experiment moet vaak de volgende zin toegevoegd worden: ‘De overige factoren zijn gelijk’. Noem deze factoren. • Maak bij tijdnood in ieder geval alle meerkeuzevragen. Begin daar op tijd aan. Controle als je klaar bent Lees nogmaals wat gevraagd wordt. Is het antwoord passend op de vraag? Volgen de zinnen in je antwoord elkaar logisch op? Zijn de juiste eenheden vermeld? Zijn bij diagrammen de x- en y-as voorzien van cijfers en eenheden? Is een lijn- of staafdiagram gevraagd? Teken de lijn niet voor het eerste of na het laatste meetpunt. Vaak is een vloeiende lijn vereist (mag zonder knikken vlak langs de punten lopen). Let op het aantal significante cijfers, vóór of na de komma. Zijn deze in overeenstemming met genoemde waarden in de opgave? • Zijn minstens alle meerkeuzevragen beantwoord? • • • • •

6

9789006781571_EB_vBio.indb 6

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl.

OriĂŤntatietoets

7

9789006781571_EB_vBio.indb 7

27/04/20 09:33


9789006781571_EB_vBio.indb 8

27/04/20 09:33


Oriëntatietoets Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.

Kringloop van stoffen In de kringloop van stoffen op aarde speelt compostering een belangrijke rol. Bij compostering wordt uit organisch materiaal geleidelijk anorganisch materiaal gemaakt. De afbeelding hieronder geeft de compostering op het land weer, waarbij zowel de biomassa van plantaardig materiaal, als de biomassa van dieren, schimmels en bacteriën in de loop van de tijd verandert.

3p

In de afbeelding zijn drie perioden aangegeven met de letters P, Q en R. Voor elk van deze perioden kan worden nagegaan of 1 de totale biomassa af- of toeneemt, 2 de biomassa van het plantaardige materiaal af- of toeneemt, 3 de biomassa van dieren, schimmels en bacteriën af- of toeneemt. 1 Neem onderstaande tabel over en vul in of de biomassa binnen de genoemde periode afneemt of toeneemt. periode

P Q R

biomassa totaal

van planten

van dieren, schimmels, bacteriën

… … …

… … …

… … …

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 9

9

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

Veevoer Vroeger werd het voer voor het vee in Nederland hoofdzakelijk in ons land geproduceerd. Gedurende de laatste decennia is steeds meer veevoer ingevoerd uit andere landen. Van het eiwit in het voer dat door het vee wordt gegeten, wordt niet alles benut door het vee. Resten van dit veevoer komen met de mest in de bodem van akkers en weilanden terecht. Hierdoor is het mineraalgehalte van deze bodems tegenwoordig anders dan vroeger. Hieronder zijn in een sterk vereenvoudigd schema enkele stikstofstromen weergegeven die in Nederland voorkomen.

2p

producenten

consumenten

– nitraat (NO3 )

reducenten

Het is niet met zekerheid te zeggen of door de beschreven veranderingen in de bodem van een weiland de groeisnelheid van de daar voorkomende producenten wel of niet toeneemt. 2 Geef een argument voor de veronderstelling dat de groeisnelheid van de producenten wel toeneemt en een argument voor de veronderstelling dat de groeisnelheid van de producenten niet toeneemt.

Alcohol gistcel

2p

Organismen worden in het vier-rijken-systeem (schimmels, bacteriën, planten, dieren) ingedeeld op grond van combinaties van verschillende kenmerken. 3 In welk van de vier rijken wordt gist ingedeeld? Noem een combinatie van drie kenmerken van gist die de indeling in dat rijk bepaalt.

10

9789006781571_EB_vBio.indb 10

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

Oriëntatietoets

De wijze van transport van stoffen door een celmembraan heen is afhankelijk van de grootte, de structuur en de polariteit van de moleculen en van de lading van de ionen. Bij het onderzoek van membranen maakt men gebruik van kunstmatige dubbelmem­ branen. In de afbeelding hieronder is de permeabiliteit van een kunstmatige dubbelmembraan voor vier groepen van stoffen weergegeven. kunstmatige dubbelmembraan

groep 1

hydrofobe moleculen

O2 CO2 N2

groep 2

kleine ongeladen polaire moleculen

H2O ureum glycerol

groep 3

grote ongeladen polaire moleculen

glucose sacharose

groep 4

ionen

H+, Na+, HCO3-, K+ Ca2+, Cl-, Mg2+

bron: B. Alberts e.a., Molecular biology of the cell, New York & London, 1994, 508

De structuurformule van alcohol is H

2p

O

H

H

C

C

H

H

H

4 Tot welke van deze vier groepen behoort alcohol voor wat betreft de wijze van transport door een membraan? A tot groep 1 B tot groep 2 C tot groep 3 D tot groep 4

Transport en stofwisseling

2p

Men kan ervan uitgaan dat structuren en stoffen in cellen een functie hebben. Vier leerlingen bespreken de betekenis van de stoffen water, eiwitten, DNA en fosfolipiden in cellen. 5 Geef voor elk van deze stoffen een reden waarom die stof onmisbaar is in cellen.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 11

11

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

Stofwisseling In cellen komen veel processen voor waarbij enzymen zijn betrokken. Enzymen kunnen worden geremd. Er bestaat een vorm van enzymremming waarbij het eind­ product van een reactieketen werkt als remmer van de activiteit en één van de enzymen die aan de reactieketen deelnemen. De remmende stof bindt zich aan dat enzym waardoor het enzym tijdelijk onwerkzaam wordt. De reactie tussen remstof en enzym is een evenwichtsreactie. Hieronder is een schema van een dergelijke reactieketen weergegeven waarin E1, E2 en E3 enzymen zijn en P1 en P2 en P3 reactieproducten zijn.

E1 S

2p

E2 P1

E3 P2

P3

Vier gebeurtenissen in de cel, die invloed hebben op de hoeveelheid P3 die per tijdseenheid wordt geproduceerd, zijn: 1 het verwijderen van P3 uit de cel, 2 omzetten van P3 in een andere stof, die geen remstof van E1 is, 3 afname van de concentratie van substraat S, 4 toename van de concentratie van substraat S. 6 Tijdens welke van deze gebeurtenissen wordt de productie van P3 per tijdseenheid hoger? A alleen tijdens gebeurtenis 1 B alleen tijdens gebeurtenis 2 C alleen tijdens gebeurtenis 4 D alleen tijdens de gebeurtenissen 1 en 3 E alleen tijdens de gebeurtenissen 1, 2 en 3 F alleen tijdens de gebeurtenissen 1, 2 en 4 Processen in cellen kunnen worden voorgesteld door een zogenaamde ‘black box’. De stoffen die de ‘black box’ ingaan, staan aan de input-kant, de stoffen die er uitgaan, staan aan de output-kant: input

glycolyse

output

input

melkzuurgisting

output

Voorbeelden van processen die schematisch als ’black boxes’ kunnen worden weergegeven, zijn: 1 de glycolyse, 2 de melkzuurgisting. 1p

7 In welk deel van een cel van de mens vindt glycolyse plaats?

12

9789006781571_EB_vBio.indb 12

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

2p

Oriëntatietoets

8 Bij welk of bij welke van de bovengenoemde processen staat ATP aan de output­kant? A bij geen van deze processen B alleen bij de glycolyse C alleen bij de melkzuurgisting D bij de glycolyse en bij de melkzuurgisting

Eiwitten in voeding Er zijn essentiële en niet-essentiële aminozuren. Essentiële aminozuren moeten in de voeding voorkomen; niet-essentiële aminozuren kunnen in het lichaam worden gesynthetiseerd. De eiwitkwaliteit van de voeding wordt vooral bepaald door de aanwezigheid van essentiële aminozuren. Een eiwit waarin alle essentiële en niet-essentiële aminozuren in voldoende mate voorkomen en in een onderlinge verhouding die weinig afwijkt van de aminozuur­samenstelling van het lichaamseiwit, noemt men een eiwit met een hoge biologische waarde (BW).

2p

1p

Onder de tienduizenden erfelijke afwijkingen die bij de mens kunnen voorkomen, bevinden zich eiwitstofwisselingsziekten. Bij één van deze ziekten ontbreekt de synthese van een niet-essentieel aminozuur. Deze afwijking komt bij één op de 40.000 mensen voor. Zij zijn homozygoot (gg) voor het gen dat de ziekte veroorzaakt. 9 Hoe groot is dan de frequentie van het gen g? A 0,000025 B 0,0004 C 0,005 D 0,02 E 0,05 10 In welk orgaan worden aminozuren gesynthetiseerd? In het schema hieronder wordt de biologische waarde van eiwitten in een aantal voedings­middelen vergeleken met een voor de mens ideale combinatie van eiwitten zoals die voorkomt in moedermelk. De BW daarvan is op 100 gesteld. eiwitten in: moedermelk

100

sojabonen

ei

97

rijst

82

rundvlees

79

vis koemelk

2p

75

73 69 64

erwten tarwe

50

gelatine 0

11 Waardoor heeft gelatine een BW van 0? A doordat gelatine slecht verteerd wordt B doordat gelatine voornamelijk uit essentiële aminozuren bestaat C doordat gelatine bijna uitsluitend uit niet-essentiële aminozuren bestaat

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 13

13

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

bouw van een nier

Aminozuren worden bij gezonde personen niet met de urine uitgescheiden. In onderstaande tabel zijn de gemiddelde hoeveelheden water, glucose en ureum weergegeven die per etmaal in de voorurine en in de urine van een gezonde persoon terechtkomen.

water glucose ureum

voorurine

urine

180 L 180 g   46 g

1,5 L   0 g  27 g

Over ureum in de urine worden twee beweringen gedaan. 1 De concentratie ureum in de urine wordt mede bepaald door de mate van terugresorptie van water in de nierkanaaltjes. 2 De concentratie ureum in de urine wordt mede bepaald door de mate van terugresorptie van ureum in de nierkanaaltjes. 2p

12 Welke van deze beweringen is of welke zijn juist? A geen van beide beweringen B alleen bewering 1 C alleen bewering 2 D beide beweringen

Regeling

3p

Acetylcholine is een exciterende neurotransmitter. Er bestaan stoffen die de effecten van acetylcholine tegengaan. Onder invloed van zulke stoffen stromen extra Cl– ionen spiervezels in, waardoor de membranen van de spiervezels enigszins worden gehyperpolariseerd. Het gevolg hiervan is dat de overdracht van actiepotentialen naar deze spiervezels wordt geremd. Een stof met deze werking is aanwezig in het slaapmiddel valium®. De spierziekte myasthenia gravis is een auto-immuunziekte die wordt gekenmerkt door een progressieve spierzwakte. Bij patiënten met myasthenia gravis zijn er onvoldoende acetylcholinereceptoren in de synaps beschikbaar. Het gebruik van valium® als slaapmiddel wordt deze patiënten afgeraden. 13 Leg uit met behulp van bovenstaande gegevens waarom het gebruik van valium® voor deze patiënten wordt afgeraden.

14

9789006781571_EB_vBio.indb 14

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

Oriëntatietoets

Homeostase

1p

Hiernaast is schematisch weergegeven op welke wijze enkele neuronen in een bepaalde reflexboog met elkaar zijn verbonden. Door uitrekking van de spier P ontstaan impulsen in de sensorische vezel verbonden met het spierspoeltje. Daarop volgt een reflex die de spier weer in de oorspronkelijke toestand brengt. Een aantal synapsen en schakelingen is genummerd. 14 In welke van deze synapsen en schakelingen wordt tijdens deze reflex stimulerende neurotransmitter afgegeven?

In onderstaand schema is de relatie weergegeven tussen de hormoon­productie van een hormoonklier K en de reactie daarop van weefsels en organen die gevoelig zijn voor het door K geproduceerde hormoon Q. De hormonen P en Q worden in de lever afgebroken.

2p

Op een bepaald moment wordt een hoeveelheid van hormonen Q in een bloedvat ingespoten. 15 Wat gebeurt er met de concentratie van hormoon P nadat hormoon Q is ingespoten? A Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P af en blijft daarna gelijk. B Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P af en neemt daarna weer toe tot het oorspronkelijke niveau. C Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P toe en blijft daarna gelijk. D Korte tijd na deze injectie neemt de concentratie van hormoon P toe en neemt daarna weer af tot het oorspronkelijke niveau.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 15

15

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

Ademhaling In de afbeelding zijn spiergroepen weergegeven die bij de ademhaling zijn betrokken.

2p

2p

16 Wordt de druk in de longen lager, blijft deze gelijk of wordt deze hoger wanneer de spieren die in de afbeelding met S zijn aangegeven, zich samentrekken? A wordt lager B blijft gelijk C wordt hoger De ademhalingsfrequentie wordt onder andere beïnvloed door het CO2 gehalte van het bloed en door het autonome zenuwstelsel. Het autonome zenuwstelsel wordt verdeeld in een orthosympatisch en een parasympatisch deel. Vier factoren die bij de mens de ademhalingsfrequentie beïnvloeden, zijn: 1 daling van het CO2 gehalte van het bloed; 2 stijging van het CO2 gehalte van het bloed; 3 stijging van de impulsfrequentie in het orthosympatische deel van het autonome zenuwstelsel; 4 stijging van de impulsfrequentie in het parasympatische deel van het autonome zenuwstelsel. 17 Onder invloed van welke van deze factoren neemt de ademhalingsfrequentie toe?

16

9789006781571_EB_vBio.indb 16

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

Oriëntatietoets

Tomaten

2p

Bij tomaten is G het allel voor een paarse stengel en g het allel voor een groene stengel. H is het allel voor ingesneden bladeren, h is het allel voor ‘aardappel’-bladeren. Het gen voor kleur van de stengel en het gen voor bladvorm zijn niet gekoppeld. In een steekproef uit een populatie die in (Hardy-Weinberg) evenwicht is, bevinden zich de volgende planten: 204 planten met paarse stengel en ingesneden bladeren, 194 planten met paarse stengel en ‘aardappel’-vormige bladeren, 102 planten met groene stengel en ingesneden bladeren, 100 planten met groene stengel en ‘aardappel’-vormige bladeren. 18 Hoe groot is de frequentie van allel H (ingesneden)? A 0,1 B 0,3 C 0,5 D 0,7 E 0,8

Prenataal onderzoek De ziekte van Pompe wordt veroorzaakt door een autosomaal (= niet X-chromoso­ maal) gen. Bij individuen met het recessieve genotype rr worden door een stoornis in de werking van de lysosomen de spieren aangetast. In de familie van een vrouw V én in de familie van een man W komt het recessieve gen (r) voor de ziekte van Pompe voor. In onderstaand schema zijn de genotypen in de eerste generatie van beide families weergegeven. Rr

RR

RR

Rr

Legenda: = vrouw = man

V

2p

?

W

V en W krijgen samen een kind. 19 Bereken de kans dat dit kind de ziekte van Pompe heeft.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 17

17

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

Transport Hieronder zijn overlangse doorsneden van drie darmvlokken schematisch weergegeven. In darmvlok 1 zijn alleen spieren, in darmvlok 2 bloedvaten en lymfevaten en in darmvlok 3 alleen lymfevaten getekend. In werkelijkheid bevinden zich al deze structuren in elke darm­vlok. S is de darmholte. R is een plaats in het lymfevat.

2p

20 Kunnen zich bij R stoffen bevinden die afkomstig zijn uit haarvaten in dezelfde darmvlok? En stoffen die afkomstig zijn uit de darmholte? Neem onderstaande tabel over en vul deze in. ja/nee stoffen uit haarvaten

…

stoffen uit darmholte

…

lengtedoorsnede van het hart

2p

bloeddruk

In het diagram is het verloop van de bloeddruk in de linkerkamer en in het begindeel van de aorta tijdens één contractie van het hart van de mens weergegeven. Drie perioden gedurende deze hartslag zijn aangegeven met 1, 2 en 3. 21 Geef van elk van de perioden aan of de kleppen aan het begin van de aorta geopend of gesloten zijn.

18

9789006781571_EB_vBio.indb 18

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

Oriëntatietoets

Hieronder zijn twee diagrammen getekend waarin de stroomsnelheid van het bloed in de grote en in de kleine bloedsomloop is weergegeven. De doorsnede van het begin van de aorta is 4 cm2, de doorsnede van de longslagader is dan 6 cm2. Vier plaatsen zijn met cijfers aangegeven.

2p

22 Met welk cijfer is het haarvatennet van de longen aangegeven? A met cijfer 1 B met cijfer 2 C met cijfer 3 D met cijfer 4

Kreupel herpesvirus Een moleculaire scalpel: kreupel herpesvirus breekt agressieve huidtumor af. Het gewone herpes simplex virus HSV, een dubbelstrengs DNA-virus, veroorzaakt onder andere de koortslip. Er bestaat echter een genetisch gemodificeerde variant, het HSV 1716, die een vitaal eiwit mist en daardoor alleen overleeft in snel delende cellen zoals kankergezwellen. Het virus vermeerdert zich ten koste van deze cellen. Met behulp van het HSV 1716 tracht men een therapie tegen een bepaald type huidkanker te ontwikkelen. Een kwaadaardige huidkanker die ontstaat in pigmentcellen, een melanoom, kan zich bij uitzaaiing door het hele lichaam verspreiden. De injectie van het HSV 1716 in onderhuidse tumorknobbeltjes bij een groep patiënten leidde tot een afname van de tumorgrootte. Het HSV 1716 deelde zich alleen in de tumor en werd door het immuunsysteem met rust gelaten. De patiënten hadden allemaal eerder een HSV-besmetting doorgemaakt, maar de injecties met HSV 1716 maakten geen slapende virussen wakker. bewerkt naar: H. Dassen, Kreupel herpesvirus breekt agressieve huidtumor af, bijlage NRC, 10 maart 2001

2p

23 Het HSV 1716 nestelt zich alleen in tumorcellen door de herkenning van de cel als kankercel. Welke cellen zijn betrokken bij de herkenning van een tumorcel? A B-geheugencellen B cytotoxische T-cellen C macrofagen D T-helpercellen

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 19

19

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

1p

De patiënten die hebben meegedaan aan het onderzoek waren allen HSV-seropositief. Om dit te kunnen vaststellen, hebben de betrokken artsen de patiënten laten testen in het laboratorium van het ziekenhuis. 24 Waarop berust een dergelijke test?

Rode roeipootkreeftjes

1p

In heldere ondiepe arctische meren maken roeipootkreeftjes deel uit van een eenvoudig voedselweb met weinig vissoorten. 25 Waardoor is het voedselweb in arctische meren eenvoudiger dan in bijvoorbeeld de Nederlandse meren? De roeipootkreeftjes in de arctische meren zijn rood gekleurd door de aanwezigheid van het pigment caroteen. Aangenomen wordt dat dit een reactie is op UV-straling. Onderzocht werd of ook infochemicaliën, dat zijn stoffen die bijvoorbeeld vissen afgeven, van invloed zijn op de kleuring van de roeipootkreeftjes. Een groot aantal gelijkgekleurde roeipootkreeftjes werd in vier groepen verdeeld. Zij werden al of niet blootgesteld aan UV-straling en al of niet in contact gebracht met infochemicaliën uit vis (zie volgende tabel). groep

blootgesteld aan UV-straling

in water met infochemicaliën

1 2 3 4

X X

X X

Na enige tijd werd het caroteengehalte van de roeipootkreeftjes bepaald. De resultaten zijn in onderstaand diagram weergegeven. caroteengehalte (mg per mg drooggewicht)

4,5

4,0

3,5

1

2

3

4 groep

bewerkt naar: L.A. Hansson, Induced pigmentation in zooplankton, Proc. R. Soc., volume 267, 2000, 2327-2331 4p

26 Welke twee conclusies zijn te trekken uit de resultaten van het onderzoek? Geef voor elke conclusie een verklaring die wijst op het verband met de overlevingskans van de kreeftjes.

20

9789006781571_EB_vBio.indb 20

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

Oriëntatietoets

Glucose, insuline en nierfunctie

2p

Vier beweringen over de glucose- en de insulineconcentratie in het bloed bij de mens zijn: 1 Als door de dekweefselcellen van de dunne darm na een koolhydraatrijke maaltijd glucose wordt geresorbeerd, stijgt de afgifte van insuline. 2 Als iemand enkele uren niet heeft gegeten, stijgt de afgifte van insuline. 3 Als de insulineconcentratie in het bloed laag is, wordt door bepaalde organen, waaronder lever en spieren, weinig of geen glucose uit het bloed opgenomen. 4 Een hoge insulineconcentratie stimuleert de afgifte van glucose door de lever. 27 Welke van deze beweringen zijn juist? A alleen de beweringen 1 en 3 B alleen de beweringen 1 en 4 C alleen de beweringen 2 en 3 D alleen de beweringen 2 en 4 E de beweringen 1, 2 en 3 F de beweringen 2, 3 en 4

Oorsmeer Japanse onderzoekers hebben aangetoond dat een substitutie van één nucleotide in het genoom van de mens een merkbare verandering in de viscositeit van het oorsmeer tot gevolg heeft. Oorsmeer wordt gevormd door klieren in de uitwendige gehoorgang. Het komt bij mensen in twee vormen voor: de natte en de droge vorm. Nat oorsmeer is bruin en plakkerig, droog oorsmeer is meer grijs van kleur en vlokkig. Het allel voor nat oorsmeer (N) is dominant over het allel voor droog oorsmeer (n). Het verschil tussen deze twee allelen is de substitutie van één nucleotide, op plaats 538 van het ABCC11-gen van chromosoom 16. Een nucleotide met de base guanine (in allel N) is daar vervangen door een nucleotide met adenine (in allel n). Deze substitutie is een ‘niet-synonieme’ puntmutatie. Dat houdt in dat als gevolg van deze substitutie het codon waarin deze puntmutatie heeft plaatsgevonden, voor een ander aminozuur codeert dan het oorspronkelijke.

2p

2p

Substitutie van het derde nucleotide in het codon 5’ AGT 3’ in de coderende streng (dus niet de matrijsstreng of template streng) van een willekeurig DNAmolecuul kan een synonieme of een niet-synonieme mutatie veroorzaken. 28 In welk geval betreft het hier een synonieme mutatie? Als het laatste nucleotide van dit codon verandert in een nucleotide met de base A adenine B cytosine C guanine Het eiwit dat door het allel voor nat oorsmeer gecodeerd wordt, speelt een rol bij het transport van stoffen door membranen. Ten gevolge van slechts één ander aminozuur werkt dit genproduct niet meer. 29 – Leg uit hoe de verandering van slechts één aminozuur kan leiden tot een onwerkzaamheid van dit genproduct. – Leg uit hoe een ander type oorsmeer daarvan het gevolg kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 21

21

27/04/20 09:33


Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets

In onderstaande tabel is de nucleotidenvolgorde (alleen van de exons) in het DNA van het allel voor nat oorsmeer weergegeven. Onder de nucleotidenvolgorde is de aminozuurvolgorde weergegeven van het eiwit waarvoor dit allel codeert. 1 61 121 181 241 301 361 421 481 541 601 661 721 781 841 901 961 1021 1081 1141 1201 1261 1321 1381 1441 1501 1561 1621

1 atgactagga agaggacata ctgggtgccc aactcttctg gtggcctcgt gaatcgtggc atgactagga agaggacata ctgggtgccc aactcttctg gtggcctcgt gaatcgtggc 61 atcgacatag gcgatgacat ggtttcagga cttatttata aaacctatac tctccaagat atcgacatag gcgatgacat ggtttcagga cttatttata aaacctatac tctccaagat 121 ggcccctgga gtcagcaaga gagaaatcct gaggctccag ggagggcagc tgtcccaccg ggcccctgga gtcagcaaga gagaaatcct gaggctccag ggagggcagc tgtcccaccg 181 tgggggaagt atgatgctgc cttgagaacc atgattccct tccgtcccaa gccgaggttt tgggggaagt atgatgctgc cttgagaacc atgattccct tccgtcccaa gccgaggttt 241 cctgcccccc agcccctgga caatgctggc ctgttctcct acctcaccgt gtcatggctc cctgcccccc agcccctgga caatgctggc ctgttctcct acctcaccgt gtcatggctc 301 accccgctca tgatccaaag cttacggagt cgcttagatg agaacaccat ccctccactg accccgctca tgatccaaag cttacggagt cgcttagatg agaacaccat ccctccactg 361 tcagtccatg atgcctcaga caaaaatgtc caaaggcttc accgcctttg ggaagaagaa tcagtccatg atgcctcaga caaaaatgtc caaaggcttc accgcctttg ggaagaagaa 421 gtctcaaggc gagggattga aaaagcttca gtgcttctgg tgatgctgag gttccagaga gtctcaaggc gagggattga aaaagcttca gtgcttctgg tgatgctgag gttccagaga 481 acaaggttga ttttcgatgc acttctgggc atctgcttct gcattgccag tgtactcggg acaaggttga ttttcgatgc acttctgggc atctgcttct gcattgccag tgtactcggg 541 ccaatattga ttataccaaa gatcctggaa tattcagaag agcagttggg gaatgttgtc ccaatattga ttataccaaa gatcctggaa tattcagaag agcagttggg gaatgttgtc 601 catggagtgg gactctgctt tgcccttttt ctctccgaat gtgtgaagtc tctgagtttc catggagtgg gactctgctt tgcccttttt ctctccgaat gtgtgaagtc tctgagtttc 661 tcctccagtt ggatcatcaa ccaacgcaca gccatcaggt tccgagcagc tgtttcctcc tcctccagtt ggatcatcaa ccaacgcaca gccatcaggt tccgagcagc tgtttcctcc 721 tttgcctttg agaagctcat ccaatttaag tctgtaatac acatcacctc aggagaggcc tttgcctttg agaagctcat ccaatttaag tctgtaatac acatcacctc aggagaggcc 781 atcagcttct tcaccggtga tgtaaactac ctgtttgaag gggtgtgcta tggaccccta atcagcttct tcaccggtga tgtaaactac ctgtttgaag gggtgtgcta tggaccccta 841 gtactgatca cctgcgcatc gctggtcatc tgcagcattt cttcctactt cattattgga gtactgatca cctgcgcatc gctggtcatc tgcagcattt cttcctactt cattattgga 901 tacactgcat ttattgccat cttatgctat ctcctggttt tcccactggc ggtattcatg tacactgcat ttattgccat cttatgctat ctcctggttt tcccactggc ggtattcatg 961 acaagaatgg ctgtgaaggc tcagcatcac acatctgagg tcagcgacca gcgcatccgt acaagaatgg ctgtgaaggc tcagcatcac acatctgagg tcagcgacca gcgcatccgt 1021 gtgaccagtg aagttctcac ttgcattaag ctgattaaaa tgtacacatg ggagaaacca gtgaccagtg aagttctcac ttgcattaag ctgattaaaa tgtacacatg ggagaaacca 1081 tttgcaaaaa tcattgaaga cctaagaagg aaggaaagga aactattgga gaagtgcggg tttgcaaaaa tcattgaaga cctaagaagg aaggaaagga aactattgga gaagtgcggg 1141 cttgtccaga gcctgacaag tataaccttg ttcatcatcc ccacagtggc cacagcggtc cttgtccaga gcctgacaag tataaccttg ttcatcatcc ccacagtggc cacagcggtc 1201 tgggttctca tccacacatc cttaaagctg aaactcacag cgtcaatggc cttcagcatg tgggttctca tccacacatc cttaaagctg aaactcacag cgtcaatggc cttcagcatg 1261 ctggcctcct tgaatctcct tcggctgtca gtgttctttg tgcctattgc agtcaaaggt ctggcctcct tgaatctcct tcggctgtca gtgttctttg tgcctattgc agtcaaaggt 1321 ctcacgaatt ccaagtctgc agtgatgagg ttcaagaagt ttttcctcca ggagagccct ctcacgaatt ccaagtctgc agtgatgagg ttcaagaagt ttttcctcca ggagagccct 1381 gttttctatg tccagacatt acaagacccc agcaaagctc tggtctttga ggaggccacc gttttctatg tccagacatt acaagacccc agcaaagctc tggtctttga ggaggccacc 1441 ttgtcatggc aacagacctg tcccgggatc gtcaatgggg cactggagct ggagaggaac ttgtcatggc aacagacctg tcccgggatc gtcaatgggg cactggagct ggagaggaac 1501 gggcatgctt ctgaggggat gaccaggcct agagatgccc tcgggccaga ggaagaaggg gggcatgctt ctgaggggat gaccaggcct agagatgccc tcgggccaga ggaagaaggg 1561 aacagcctgg gcccagagtt gcacaagatc aacctggtgg tgtccaaggt agccttgttc aacagcctgg gcccagagtt gcacaagatc aacctggtgg tgtccaaggt agccttgttc 1621 aggccacgca ggcaggccag ctgccaggct ctcaggacct ga aggccacgca ggcaggccag ctgccaggct ctcaggacct ga

"MTRKRTYWVPNSSGGLVNRGIDIGDDMVSGLIYKTYTLQDGPWS "MTRKRTYWVPNSSGGLVNRGIDIGDDMVSGLIYKTYTLQDGPWS QQERNPEAPGRAAVPPWGKYDAALRTMIPFRPKPRFPAPQPLDNAGLFSYLTVSWLTP QQERNPEAPGRAAVPPWGKYDAALRTMIPFRPKPRFPAPQPLDNAGLFSYLTVSWLTP LMIQSLRSRLDENTIPPLSVHDASDKNVQRLHRLWEEEVSRRGIEKASVLLVMLRFQR LMIQSLRSRLDENTIPPLSVHDASDKNVQRLHRLWEEEVSRRGIEKASVLLVMLRFQR TRLIFDALLGICFCIASVLGPILIIPKILEYSEEQLGNVVHGVGLCFALFLSECVKSL TRLIFDALLGICFCIASVLGPILIIPKILEYSEEQLGNVVHGVGLCFALFLSECVKSL SFSSSWIINQRTAIRFRAAVSSFAFEKLIQFKSVIHITSGEAISFFTGDVNYLFEGVC SFSSSWIINQRTAIRFRAAVSSFAFEKLIQFKSVIHITSGEAISFFTGDVNYLFEGVC YGPLVLITCASLVICSISSYFIIGYTAFIAILCYLLVFPLAVFMTRMAVKAQHHTSEV YGPLVLITCASLVICSISSYFIIGYTAFIAILCYLLVFPLAVFMTRMAVKAQHHTSEV SDQRIRVTSEVLTCIKLIKMYTWEKPFAKIIEDLRRKERKLLEKCGLVQSLTSITLFI SDQRIRVTSEVLTCIKLIKMYTWEKPFAKIIEDLRRKERKLLEKCGLVQSLTSITLFI IPTVATAVWVLIHTSLKLKLTASMAFSMLASLNLLRLSVFFVPIAVKGLTNSKSAVMR IPTVATAVWVLIHTSLKLKLTASMAFSMLASLNLLRLSVFFVPIAVKGLTNSKSAVMR FKKFFLQESPVFYVQTLQDPSKALVFEEATLSWQQTCPGIVNGALELERNGHASEGMT FKKFFLQESPVFYVQTLQDPSKALVFEEATLSWQQTCPGIVNGALELERNGHASEGMT RPRDALGPEEEGNSLGPELHKINLVVSKVALFRPRRQASCQALRT" RPRDALGPEEEGNSLGPELHKINLVVSKVALFRPRRQASCQALRT"

2p

30 – Leid uit de gegevens in de tabel af of de nucleotidenvolgorde is weergegeven van de coderende streng of van de daaraan complementaire matrijsstreng (template streng) van het gen. – Wordt deze streng gebruikt voor transcriptie?

A B C D

weergave

gebruikt voor transcriptie?

de de de de

ja nee ja nee

coderende streng coderende streng matrijsstreng matrijsstreng

22

9789006781571_EB_vBio.indb 22

© ThiemeMeulenhoff

27/04/20 09:33


Biologie vwo

2p

1p

Oriëntatietoets

Met behulp van de gegevens in de inleiding en in de tabel kan bepaald worden welk aminozuur, als gevolg van de beschreven puntmutatie in allel N, in het genproduct vervangen wordt door een ander aminozuur. 31 Welk aminozuur wordt vervangen in het genproduct? A arginine B glycine C proline D threonine E valine De Japanse genetici onderzochten een persoon Q die voor het gen voor oorsmeer heterozygoot was, en droog oorsmeer maakte. Eén van de allelen voor oorsmeer van persoon Q had een deletie van 27 nucleotiden (D27) aan de 3’ kant van plaats 538. De onderzoekers veronderstelden dat daardoor het translatieproduct van dit allel onwerkzaam zou zijn. 32 Waardoor produceert persoon Q dan droog oorsmeer? In onderstaand schema zijn van drie ouderparen de genotypes, wat betreft de ABCC11 allelen in chromosoom 16, schematisch weergegeven. De afkortingen G en A staan voor respectievelijk Guanine en Adenine op plaats 538. Met een – teken wordt de deletie D27 in dit gen aangegeven en met een + teken de intacte nucleotidenvolgorde. 1 vader G+G– ×  moeder G+G– 2 vader G+A+ ×  moeder G–A+ 3 vader G–A+ ×  moeder A+A+

2p

33 Welke combinatie geeft of welke combinaties geven mogelijk de ouders van persoon Q weer? A alleen 1 B alleen 2 C alleen 3 D 1 en 2 E 1 en 3 F 2 en 3

Evolutietheorie

2p

Darwin gebruikte bij het opstellen van zijn evolutietheorie het begrip ‘survival of the fittest’. Deze uitdrukking wordt meestal vertaald met ‘het overleven van de sterksten’. 34 Welke van de onderstaande individuen worden in deze uitdrukking bedoeld met ‘de sterksten’? A De individuen bij wie de verhouding oppervlakte/inhoud het grootst is. B De individuen die de meeste kracht kunnen leveren. C De individuen die de meeste nakomelingen krijgen. D De individuen die het langste leven. E De individuen van de soorten die boven in de voedselpiramide staan.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781571_EB_vBio.indb 23

23

27/04/20 09:33


9789006781571_EB_vBio.indb 24

27/04/20 09:33


Deel 1 Oefenen op onderwerp

Deel 1

Oefenen op onderwerp

25

9789006781571_EB_vBio.indb 25

27/04/20 09:33


examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel vwo Nederlands vwo Engels vwo Duits vwo Frans vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde

samengevat vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

Biologie

havo/vwo Rekenen 3F/4F

vwo

havo/vwo Nederlands 3F/4F

vwo

Biologie

examenidioom vwo Engels vwo Duits vwo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_vwo_biologie_170x240.indd 1

9 789006 781571

3/06/20 08:06


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9006781571 vwo biologie by ThiemeMeulenhoff - Issuu