examen bundel examenbundel.nl
examenbundel 2020 2021
examenbundel vwo Nederlands vwo Engels vwo Duits vwo Frans vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde
samengevat vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A
Meer dan alleen oefenexamens
Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress
vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde
examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress
2020 2021
Economie
havo/vwo Rekenen 3F/4F
vwo
havo/vwo Nederlands 3F/4F
vwo
Economie
examenidioom vwo Engels vwo Duits vwo Frans
zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo
EB_vwo_economie_170x240.indd 1
9 789006 781526
3/06/20 08:41
9789006781526_EB_vEco.indb 10
24/04/20 09:30
examenbundel.nl
examen bundel Meer dan alleen oefenexamens
2020 2021
drs. J.P.M. Blaas
vwo
Economie
9789006781526_EB_vEco.indb 1
24/04/20 09:30
Colofon Auteur drs. J.P.M. Blaas Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Redactie Jacqueline de Kok, Culemborg
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.
Auteur stappenplan T.H.J. Heutmekers
www.thiememeulenhoff.nl
Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren
ISBN 978 90 06 78152 6 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
EB_vwo_economie_Deel1.indd 2
25/05/20 15:30
Voorwoord Met deze EXAMENBUNDEL kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak economie op vwo-niveau. De EXAMENBUNDEL bevat de volgende onderdelen: De oriëntatietoets: Deze bestaat uit vragen over alle onderwerpen die in 2021 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de kern van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een aantal (bewerkte) examenopgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Deel 2a: In dit deel staan vier complete examens met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze EXAMENBUNDEL. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de oefenexamens en een onderwerpregister. Met deze EXAMENBUNDEL kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Je kunt je vaardigheid om examenopgaven te maken vergroten door het boek SAMENGEVAT te gebruiken. In dat boek wordt de examenstof per onderwerp overzichtelijk gemaakt en uitgelegd. Ook op www.examenbundel.nl kun je op verschillende manieren oefenen om te kijken of je alle examenstof al beheerst. Het centraal examen economie vwo 2020 wordt afgenomen op dinsdag 25 mei tussen 13.30 en 16.30 uur. De makers van de EXAMENBUNDEL en SAMENGEVAT wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020
Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze EXAMENBUNDEL met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
© ThiemeMeulenhoff
EB_vwo_economie_Deel1.indd 3
3
25/05/20 15:30
Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze EXAMENBUNDEL? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.
EB_vwo_economie_Deel1.indd 4
26/05/20 16:29
Inhoud 3 Voorwoord 6 Tips
riëntatietoets O
Deel 2a
Examens met uitwerkingen
11 Opgaven
Deel 1
Oefenen op onderwerp
1 Domein D Concept markt 19 Oefenvragen 56 Uitwerkingen
2 Domein E Concept ruilen over de tijd 75 Oefenvragen 90 Uitwerkingen
3 Domein F Concept samenwerken en onderhandelen 98 Oefenvragen 115 Uitwerkingen 4 Domein G Concept risico en informatie 123 Oefenvragen 146 Uitwerkingen 5 Domein H Concept welvaart en groei 158 Oefenvragen 191 Uitwerkingen
Examen 2018-I 245 Opgaven 253 Uitwerkingen Examen 2018-II 258 Opgaven 266 Uitwerkingen Examen 2019-I 270 Opgaven 279 Uitwerkingen Examen 2019-II 284 Opgaven 291 Uitwerkingen
Deel 2b 297
Stappenplan
Bijlagen
Cijferbepaling Onderwerpregister
6 Domein I Concept goede tijden, slechte tijden 210 Oefenvragen 231 Uitwerkingen
© ThiemeMeulenhoff
EB_vwo_economie_Deel1.indd 5
5
25/05/20 15:30
Tips bij het maken van (examen)opgaven economie Bij het oplossen van problemen zoals een examenopgave doorloop je drie fasen: voorbereiding, uitvoering en controle. Vaak krijgt de uitvoering de meeste aandacht en wordt ten onrechte weinig tijd besteed aan voorbereiding en controle. In onderstaand overzicht tref je een aantal tips aan die je bij het maken van opgaven kunnen helpen. Een aantal ervan lijkt heel vanzelfsprekend en waarschijnlijk maak je er bewust of onbewust al gebruik van. Andere tips zijn misschien minder bekend. Geef ze eens extra aandacht en kijk of dat je resultaten verbetert. Voorbereiding • Kijk eerst vluchtig alle opgaven door en begin met de opgaven die je vertrouwd voorkomen. • Je krijgt op het eindexamen een boekje met opgaven. Elke opgave vereist in principe dezelfde hoeveelheid tijd. Globale tijdsplanning: Opgave 1
25
Opgave 2
25
Opgave 3
25
Opgave 4
25
Opgave 5
25
Opgave 6
25
over
30 180 minuten
De tijd die je over hebt, kun je gebruiken om opengelaten vragen of vragen waarbij je twijfelde over het antwoord, nog eens te proberen. Lees de tekst van de gekozen opgave en de informatiebronnen die daarbij horen rustig en nauwkeurig. Onderstreep of markeer hierbij aanwijzingen, begrippen, getallen en tekstregels, die van belang kunnen zijn. Deze informatie is dan bij het beantwoorden van de vragen snel terug te vinden. • Wees er op bedacht dat een en dezelfde informatiebron voor de beantwoording van meerdere vragen van de opgave nodig is. • Lees goed de toelichtingen en de getallen bij het gebruik van figuren, grafieken en tabellen. Gaat het bijvoorbeeld om procenten, procentuele veranderingen ten opzichte van het voorafgaande jaar, absolute bedragen, miljoenen of miljarden, jaren of kwartalen, indexcijfers, euro’s of vreemde valuta’s? • Bedenk dat veel foute antwoorden het gevolg zijn van het niet goed lezen van de vraag en de gegeven informatie. Let vooral op bij een vraag waar je iets moet verklaren of een verband moet leggen, wat de oorzaak is en wat het gevolg is. • Slechts in een beperkt aantal gevallen zul je uitsluitend met parate kennis het antwoord moeten geven. • Kijk welke tussenstappen je moet maken om de vraag te beantwoorden. Soms moet je informatie opzoeken en selecteren, dan weer moet je informatie met elkaar vergelijken. Vaak kun je pas een antwoord geven door eerst een berekening te maken. • Het kan handig zijn je antwoord in steekwoorden op kladpapier te noteren, zeker bij antwoorden met meer onderdelen.
6
9789006781526_EB_vEco.indb 6
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
• Begin met de uitvoering, het schrijfwerk, wanneer je de aanpak van de (hele) opgave overziet. Uitvoering • Reserveer op je papier voor elke opgave voldoende ruimte. Je werk wordt daardoor overzichtelijker en je kunt je antwoorden gemakkelijker aanvullen. • Wanneer je de opgaven niet in de aangegeven volgorde maakt, noteer ze dan toch op je antwoordvel in de aangegeven volgorde. Reserveer dus ruimte voor de opgaven die je nog even overslaat. • Als om een berekening wordt gevraagd, laat dan zien hoe je aan het eindgetal gekomen bent. Als de methode van berekening goed is, maar je hebt een rekenfout gemaakt wordt dit meestal niet als een fout gerekend. • Als om een verklaring, een uitleg, argumenten of een standpunt wordt gevraagd, moet je die geven anders is je antwoord nul (0) punten waard. Formuleer altijd in korte, zakelijke en hele zinnen. • Wanneer je onder het schrijven begint te twijfelen en je het (voorbereide) antwoord wilt wijzigen, lees dan de vraag nog eens nauwkeurig. • Schrijf altijd iets op, ook als je twijfelt. In een onvolledig antwoord kan toch iets staan waarmee je punten kunt scoren. Controle • Ga na of je alle opgaven, ook de laatste, hebt gemaakt. • Lees de vraag nog eens over. Is hij volledig beantwoord? • Vind je het gegeven antwoord zinnig? Klopt de orde van grootte van een cijfer, bijvoorbeeld een premie opstalverzekering van 100.000 euro in plaats van 100 euro? • Is de juiste eenheid vermeld, bijvoorbeeld 100 dollar in plaats van 100 euro? • Soms wordt om een afronding gevraagd in hele bedragen of in decimalen. Let dan op het juiste aantal cijfers achter de komma. • Wees voorzichtig met verbeteren. Vaak is de eerste gedachte de beste. Wanneer je toch gaat verbeteren, doe dit dan duidelijk. Soms is het beter een hele vraag geheel door te strepen en opnieuw te beginnen. Ga na of een verbetering geen gevolgen heeft voor een ander deel van je antwoord(en).
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 7
7
24/04/20 09:30
9789006781526_EB_vEco.indb 8
24/04/20 09:30
De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl.
OriĂŤntatietoets
9
9789006781526_EB_vEco.indb 9
24/04/20 09:30
9789006781526_EB_vEco.indb 10
24/04/20 09:30
Oriëntatietoets Opgave 1 Markt van dvd-spelers De markt van dvd-spelers in Europa in een bepaald jaar wordt in bron 1 weergegeven.
bron 1 markt van dvd-spelers 300
prijs in euro’s
250
200
aanbod 150
vraag
100
50
0 0
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
hoeveelheid dvd spelers (x miljoen)
1 Welke omzet komt in dat jaar er op deze markt tot stand?
2 Arceer het producentensurplus in bron 1 (blauw).
3 Arceer het consumentensurplus in bron 1 (rood).
Opgave 2 De volgende vraagvergelijking geeft de vraag naar goed X weer: QvX = –3pX + 0,4pY – 0,1pZ – 0,5Y + 20 (in miljoenen eenheden) Hierin geldt: QvX = collectieve vraag naar goed X pX = prijs van goed X pY = prijs van goed Y pZ = prijs van goed Z Y = gemiddeld inkomen van de consumenten (in duizenden euro’s)
4 Is goed Z een complementair goed of een substitueerbaar product voor goed X? Licht je keuze toe met verwijzing naar de voorgaande vergelijking. (eindterm D.1.9)
5 Is goed X een normaal goed of een inferieur goed? Licht je keuze toe met verwijzing naar de voorgaande vergelijking. (eindterm D1.8)
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 11
11
24/04/20 09:30
Oriëntatietoets
Examenbundel 2020 | 2021
Opgave 3 In een markt waarin sprake is van een gegeven prijs bieden aanbieders hetzelfde product aan. De kostenfunctie van iedere individuele aanbieder luidt: TK = 4q2 + 20q + 256
6 Bereken bij welke productieomvang de GTK minimaal is. (eindterm D.1.17)
7 Geef de vergelijking van de individuele aanbodlijn. (eindterm D.1.18) De aanbieders krijgen te maken met een milieuheffing per product.
8 De individuele aanbodlijn verschuift hierdoor naar links / naar rechts / verschuift niet. Kies het juiste antwoord en motiveer het antwoord. (eindterm D.3.10)
Opgave 4 rente in 5 Nederland (%) 4,5 4 3,5 3 2,5 0
j f ma m j j a s o n d j f ma m j j a s o n d j f ma m j j a s o n d j f ma m j j a s o n d
2005
2006
2007
2008
9 In welke van de volgende maanden in de periode 2005-2008 was het het meest aantrekkelijk om consumptie uit te stellen? Kies de juiste twee maanden. (eindterm E.1.2) A B C D
juli 2005 september 2005 juli 2007 juli 2008
Opgave 5 Twee landen A en B staan voor een keuze om invoerrechten wel of niet te gebruiken om de binnenlandse industrie te beschermen.. Volgens economen zal de toename van het protectionisme wereldwijd het economisch herstel gaan afremmen. En daar hebben beide landen nadeel van. Op de volgende pagina staan drie matrixen. De getallen geven de omvang van het BNP weer. Ga ervan uit dat de verwachting van de economen uitkomt.
12
9789006781526_EB_vEco.indb 12
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
Oriëntatietoets
10 Welke matrix is correct? (eindterm F.1.2) Opbrengstenmatrix I
B
wel invoerrechten A
wel invoerrechten
40,40
50,20
geen invoerrechten
20,50
30,30
Opbrengstenmatrix II
B
wel invoerrechten A
geen invoerrechten
wel invoerrechten
30,30
50,20
geen invoerrechten
20,50
40,40
Opbrengstenmatrix III
A
geen invoerrechten
B
wel invoerrechten
geen invoerrechten
wel invoerrechten
30,30
20,50
geen invoerrechten
50,20
40,40
11 In hoeverre is er sprake van een gevangenendilemma bij matrix II? (eindterm F.1.5)
Opgave 6 In een bedrijfstak zijn twee spelers actief: een gevestigde onderneming (A) en een potentiële toetreder (B). Als B toetreedt heeft A de keuze om wel of niet een prijzenoorlog aan te gaan. Hieronder is de opbrengstenboom weergegeven. De opbrengstenboom geeft de verandering weer van de winst (in miljoenen euro’s) ten opzichte van de uitgangssituatie van geen toetreding en geen prijzenoorlog. Het eerst genoemde getal is van A, het andere getal van B. De informatie die in de opbrengstenboom staat is bekend bij beide spelers. onderneming B
treedt toe
onderneming A
start een prijzenoorlog (– € 20; – € 40)
treedt niet toe
onderneming A (€ 0; € 0)
start geen prijzenoorlog (– € 40; + € 5)
12 Is hier sprake van een geloofwaardige dreiging van de kant van speler A? Licht je antwoord toe. (eindterm F.1.11)
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 13
13
24/04/20 09:30
Oriëntatietoets
Examenbundel 2020 | 2021
Door economen worden toetredingsdrempels tot een bepaalde bedrijfstak onderscheiden. Een daarvan zijn schaalvoordelen.
13 Leg uit waarom schaalvoordelen kunnen werken als toetredingsdrempel. (eindterm D.2.1) Onderneming A kan ook bij voorbaat acties ondernemen die dienen om toetreding te belemmeren. Een voorbeeld is het laag houden van de prijzen, waardoor het voor de toetreder minder aantrekkelijk wordt.
14 Geef een ander voorbeeld van zo’n actie. (eindterm F.1.11)
Opgave 7 Een zelfstandige zonder personeel (zzp’er) is een ondernemer die geen personeel in dienst heeft. Hij verkoopt goederen of diensten en stuurt daarvoor klanten een factuur. De zzp’er heeft geen arbeidsovereenkomst; hij is dus geen werknemer en valt niet onder de wettelijke bepalingen voor werknemers. Als een zzp’er zijn diensten via een offerte aan een bedrijf aanbiedt, dan is een bedrijf per uur duurder uit dan als deze persoon in vaste dienst zou zijn.
15 Geef een voorbeeld van moral hazard bij het inzetten van een zzp’er door een bedrijf. Geef een korte toelichting.
16 Geef twee algemene situaties aan wanneer een bedrijf van zzp’ers gebruik zal maken. Geef een korte toelichting.
Opgave 8
Een garagebedrijf overweegt een veilingsite op te zetten voor tweedehands auto’s. Een econoom waarschuwt hem dat dit vanwege asymmetrische informatie geen succes voor garagebedrijf zal worden. 17 Op welke asymmetrische informatie doelt de econoom. Geef een toelichting. 18 Hoe kan het garagebedrijf de asymmetrie van de informatie verminderen? Geef een toelichting.
Opgave 9 Nieuwe opgave: In een land zien we het volgende inkomstenbelastingsysteem: – Er zijn twee belastingschijven: Van € 0 – € 50.000: met een belastingtarief van 30% € 50.000 en hoger een belastingtarief van 40% – Iedereen, die belasting betaalt, heeft recht op een belastingteruggave (heffingskorting) van maximaal € 3.500. Dit wil zeggen dat als je minder dan € 3.500 belasting verschuldigd bent, de belastingteruggave (heffingskorting) gelijk is aan de verschuldigde belasting. – Er zijn geen aftrekposten. – Er zijn geen sociale premies of sociale uitkeringen.
19 Geef met behulp een berekening aan vanaf welk belastbaar inkomen men (netto) belasting gaat betalen.
14
9789006781526_EB_vEco.indb 14
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
Oriëntatietoets
20 Als beide belastingtarieven met 10%-punt omhooggaan en de rest hetzelfde blijft. Wordt dan de Gini-coëfficiënt groter, kleiner of blijft deze hetzelfde van de secundaire inkomensverdeling. Verklaar je antwoord.
Opgave 10 Ondanks de verwachting dat in 2013 het nationale inkomen krimpt en deflatie optreedt, heeft de regering van een Europees land toch besloten tot omvangrijke bezuinigingen. Dit als gevolg van Europese afspraken met betrekking tot de grootte van het begrotingstekort dat de 3% van het bbp niet mag overschrijden. Dankzij de bezuinigingen komt het begrotingstekort op 3% van het bbp.
21 Werken de bezuinigingen pro- of anticyclisch? Geef een toelichting.
22 Verklaar waarom men in Europa geen groter tekort wil dan 3% van het bbp.
23 Verklaar wat het effect is van deflatie voor de economie van dit land.
Opgave 11 bron 2 koers van de Amerikaanse dollar ($) in Chinese yuan (CNY) en in euro’s (E): maart 2008 tot en met maart 2009 koers $ in CNY
7,05 7,02
7,01
7,00
0,79 6,98
0,76
0,75
0,80 koers $ in € 0,75
0,78 0,76
0,74
6,95 6,90
0,70 0,69
6,90 0,65
0,65 0,63
0,64
6,85
0,67 0,63 6,84 6,84
0,65 6,84
6,84
6,84
6,84
6,84
6,84
6,84
0,60
6,80 0
0,55
mrt
apr
mei
jun
jul
aug 2008
sep
okt
nov
dec
jan
feb 2009
0
mrt
maandgemiddelde
Legenda: $ in CNY $ in €
24 Bereken de wisselkoers van de Chinese yuan in euro’s in december 2008.
25 Is de euro gedevalueerd, gerevalueerd, gedeprecieerd of geapprecieerd ten opzichte van de Chinese yuan tussen mei en juli 2008? Licht je antwoord toe.
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 15
15
24/04/20 09:30
9789006781526_EB_vEco.indb 16
24/04/20 09:30
Deel 1
Oefenen op onderwerp
17
9789006781526_EB_vEco.indb 17
24/04/20 09:30
9789006781526_EB_vEco.indb 18
24/04/20 09:30
Domein D Concept markt Opgave 1 Consumentengedrag De laatste jaren is de verkoop van muziek-cd’s teruggelopen en is de bedrijfstak voor geluidsdragers, door het gebruik van internet, sterk veranderd. Via internet kan de consument muziekbestanden verkrijgen tegen marginale kosten die lager zijn dan de gemiddelde aanschafprijs van een muziek-cd in de detailhandel. Bron 1 en 2 geven informatie over dit deel van de markt voor muziek.
bron 1
marktresultaten van muziek-cd’s in de detailhandel (verandering in % ten opzichte van voorgaand jaar) gemiddelde prijs totale omzet totale afzet
2002 2,0% –4,1% –6,0%
2003 2,5% –8,0% ........
Uit bron 1 is af te leiden dat in 2002 de prijselasticiteit van de vraag naar muziek-cd’s –3 bedroeg. bron 2 Bedrijfskolom van muziek-cd’s en muziekbestanden Legenda: muziek op cd muziekbestanden
artiesten
platenmaatschappijen
aanbieders van internetdiensten
detailhandel
consument
Een econoom die onderzoek heeft verricht naar deze markt doet twee uitspraken: uitspraak 1 ‘De kruiselingse prijselasticiteit van de vraag naar muziekbestanden voor de prijs van muziek-cd’s is zeer groot.’ Mede op basis van deze constatering stelt hij: uitspraak 2 ‘Ik verwacht voor deze markt op korte termijn fusies tussen (ketens van) detailhandelaren en aanbieders van internetdiensten.’
1 Toon met een berekening aan dat de vraag naar muziek-cd’s in 2003 prijselastischer is geworden ten opzichte van 2002.
2 Is de kruiselingse prijselasticiteit van de vraag naar muziekbestanden voor de prijs van muziek-cd’s positief of negatief? Verklaar het antwoord.
3 Hoe noemen we een samengaan van detailhandelaren en aanbieders van internetdiensten in de bedrijfskolom? Kies uit de volgende begrippen: integratie, differentiatie, specialisatie, parallellisatie.
4 Geef een verklaring voor uitspraak 2. © ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 19
19
24/04/20 09:30
Opgave 4 Oefenen op onderwerp
Examenbundel 2020 | 2021
Tunnelvisie Opgave (2016-II) De Deense2 overheid overweegt de aanleg en exploitatie van een toltunnel tussen een Deens eiland en het noorden van Duitsland. Hiermee zou de Tunnelvisie reis- en transporttijd over de weg van bijvoorbeeld Hamburg (Duitsland) De Deense overheid overweegt de aanleg en exploitatie van een toltunnel tussen een naar de Deense Kopenhagen en verder Deens eiland en hethoofdstad noorden van Duitsland. Hiermee zou denaar reis-Göteborg en transporttijd over (Zweden) en Oslo (Noorwegen) gemiddeld een uur korter worden. Ten de weg van bijvoorbeeld Hamburg (Duitsland) naar de Deense hoofdstad Kopenhagen en verder naar (Zweden) enlaat Oslode (Noorwegen) gemiddeld eenfinanciële uur korter behoeve van Göteborg de besluitvorming Deense overheid een worden. Ten behoeve van de besluitvorming laat de Deense overheid eentabel financiële haalbaarheidsstudie uitvoeren. De gegevens in onderstaande zijn in haalbaarheidsstudie uitvoeren. De gegevens in onderstaande tabel zijn in miljoenen miljoenen Deense kroon (DK), tenzij anders aangegeven. Deense kroon (DK), tenzij anders aangegeven. (1)
TK = AK + FK + OK
TK = totale kosten per jaar
(2)
AK = 0,01Oi
AK = afschrijvingskosten per jaar
(3)
FK = 0,03Oi
FK = financieringskosten op de kapitaalmarkt per jaar
(4)
OK = 7
OK = overige kosten per jaar
(5)
Oi = 6.000
Oi = overheidsinvestering voor de tunnel
(6)
Qv = − 0,5P + 19
Qv = aantal passages door de toltunnel per jaar in miljoen
(7)
P = 18
P = toltarief in DK per passage inclusief omzetbelasting
(8)
TT = P × Q
TT = totale tolopbrengst per jaar
(9)
OB = 3Q
OB = overige belastingopbrengsten per jaar
(10) TO = TT + OB
TO = totale opbrengsten per jaar
(11) TR = TO − TK
TR = totale resultaat per jaar
De overheid overheid stelt voorwaarde voor de aanleg en exploitatie van de De stelt als als voorwaarde voor de aanleg en exploitatie van de toltunnel dat het totale resultaat per totale jaar (TR) positief moet zijn. (TR) positief moet zijn. toltunnel dat het resultaat per jaar
2p
2p
5 Geef een voorbeeld van een type belastingopbrengsten (OB) waarvan de Deense overheid Geef een voorbeeld van een type belastingopbrengsten (OB) waarvan de een toename kan verwachten wanneer de tunnel in gebruik is. Licht het antwoord toe.
14
Deense overheid een toename kan verwachten wanneer de tunnel in
gebruik het antwoord toe. 6 Laat met is. eenLicht berekening zien dat op basis van bovenstaande informatie de Deense overheid zal besluiten om de toltunnel niet aan te leggen. 15
Laat met een berekening zien dat op basis van bovenstaande informatie
De Deense minister van Verkeer onderzoekt mogelijkheden om de aanleg en exploitatie de Deense overheid zal besluiten om de toltunnel niet aan te leggen. van de tunnel toch haalbaar te maken. Hij komt tot de conclusie dat een verhoging van het toltarief met DK 0,50 per passage de jaarlijkse tolopbrengst uit passages door deze tunnel kan doen toenemen. 7 Bereken de prijselasticiteit van de vraag naar tunnelpassages en laat daarmee zien dat de conclusie van de minister juist is.
De minister wijst er ook op dat verschillende belanghebbende partijen in binnen- en buitenland in belangrijke mate zullen profiteren van het project. “Ik zie kansen om deze partijen te overtuigen van het belang om financieel deel te nemen.” 8 Noem een belanghebbende partij die de minister op het oog kan hebben. Licht het antwoord toe. VW-1022-a-16-2-o 8 / 13 lees verder
20
9789006781526_EB_vEco.indb 20
►►►
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
Domein D Concept markt
Opgave 3 Spitsvondig tarief? Het bestuur van een grote stad heeft maatregelen genomen om het autoverkeer in de stad tegen te gaan (verder ‘parkeerbeleid’ genoemd). Het gaat om hoge parkeertarieven in de stad en gratis parkeren aan de rand van de stad. Het stadsbestuur heeft bij de invoering van dit parkeerbeleid goed openbaar vervoer in de stad toegezegd. Busvervoer is de enige vorm van openbaar vervoer in deze stad en busonderneming Viavia heeft het alleenrecht om dat te verzorgen. Viavia is een particuliere onderneming gericht op winst. Het stadsbestuur heeft echter bepaald dat voor tariefwijzigingen goedkeuring van het stadsbestuur nodig is. Viavia stelt dat door het parkeerbeleid de vervoerscapaciteit van het bedrijf tijdens de spits, van 07.00 uur tot 11.00 uur, overbezet is. Het woon- werkverkeer en het zakelijk handelsverkeer leggen dan zo’n zware druk op de vervoerscapaciteit, dat goed openbaar vervoer niet te realiseren is. Tijdens de rest van de dag (het dal) is de bezettingsgraad van de vervoerscapaciteit laag. Viavia hanteerde altijd een uniform bustarief voor reizen in de spits en in het dal, maar stelt het stadsbestuur nu voor in de spits het tarief met 16% te verhogen en in het dal het tarief met 14% te verlagen (verder ‘tariefbeleid’ genoemd). Viavia verwacht dat door het tariefbeleid: – het aantal reizigerskilometers (door alle busreizigers samen met de bus gereden kilometers) zal stijgen; – die reizigerskilometers (rkm) procentueel gelijkmatiger tussen spits en dal zullen worden verdeeld. Deze verwachting is gebaseerd op een onderzoek naar de effecten van het parkeerbeleid en het tariefbeleid op de markt voor openbaar vervoer in de stad. Bronnen 3 en 4 komen uit het onderzoeksrapport. Stadsbestuurder A is kritisch over het tariefbeleid: “Verlaging van het tarief in het dal juich ik toe, maar ik maak bezwaar tegen verhoging van het tarief in de spits. Viavia wil volgens mij met de verhoging van het tarief in de spits haar winstgevendheid vergroten ten koste van de reizigers in de spits. Dat vind ik misbruik maken van ons succesvolle parkeerbeleid.” In een reactie op stadsbestuurder A zegt een woordvoerder van Viavia: “Als alleen het tarief in het dal wordt verlaagd, zal de totale omzet dalen zodat de verhoging van het tarief in de spits nodig is om de omzet en daarmee de winst van Viavia op peil te houden.” Het stadsbestuur besluit niet akkoord te gaan met het tariefbeleid van Viavia en wil dat het bestaande uniforme tarief gehandhaafd blijft.
bron 3 reizigerskilometers (met parkeerbeleid en uniform bustarief)
verdeling rkm over spits en dal prijselasticiteit rkm in spits en dal
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 21
spits
dal
2,75 miljard (55%)
2,25 miljard (45%)
–0,30
–0,60
21
24/04/20 09:30
Oefenen op onderwerp
Examenbundel 2020 | 2021
bron 4 kruisprijselasticiteit
vraag goed Y
kruisprijselasticiteit zonder parkeerbeleid
met parkeerbeleid
spitstarief
autokilometers
+0,20
+0,05
daltarief
autokilometers
+0,24
+0,06
spitstarief
rkm bus dal
+0,40
+0,28
daltarief
rkm bus spits
+0,20
+0,20
De kruisprijselasticiteit is de procentuele verandering van de vraag naar goed Y bij een prijsverandering van goed X met 1%. Als bijvoorbeeld het spitstarief met 1% stijgt, stijgt het aantal autokilometers zonder parkeerbeleid met 0,20% en met parkeerbeleid met 0,05%.
9 Geef aan de hand van bron 4 een verklaring voor de suggestie van stadsbestuurder A dat Viavia door het ingevoerd parkeerbeleid met een hoger spitstarief haar winst kan vergroten. Volgens het onderzoeksrapport neemt het aantal rkm in de spits door invoering van het tariefbeleid af van 2,75 miljard naar 2,54 miljard. 10 Bereken de toename van het aantal rkm in het dal door invoering van het tariefbeleid. Bereken daartoe: – op basis van bron 3 de procentuele toename van het aantal rkm in het dal door invoering van het daltarief (in één decimaal); – op basis van bron 4 de procentuele toename van het aantal rkm in het dal door invoering van het spitstarief (in één decimaal); – het nieuwe aantal rkm in het dal (in twee decimalen). Opmerking Als je vraag 10 niet kunt beantwoorden, stel het aantal rkm dan op 2,56 miljard.
11 Laat met een berekening zien dat beide verwachtingen van Viavia door het tariefbeleid uitkomen.
12 Leg uit dat de totale omzet van Viavia zal afnemen als alleen in het dal het tarief zou worden verlaagd. Gebruik daarbij bron 3 en 4.
De directie van Viavia vraagt zich af of het afwijzend besluit van het stadsbestuur houdbaar is. De directie betrekt in haar overweging: – de betalingsbereidheid van busreizigers; – de kwaliteit van het busvervoer; – de toezegging van het stadsbestuur te zorgen voor goed openbaar vervoer. De directie concludeert dat het stadsbestuur door busreizigers en ondernemers inde stad onder druk zal worden gezet akkoord te gaan met het tariefbeleid. 13 Onderbouw die conclusie. Betrek daarbij zowel de busreizigers als de ondernemers in de stad. De onderbouwing moet passen in de gegeven context. Gebruik ongeveer 150 woorden.
22
9789006781526_EB_vEco.indb 22
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
Domein D Concept markt
Opgave 4 (2017-I) Alle parkeergarages in het centrum van een middelgrote stad zijn eigendom van de particuliere onderneming Allpark. Een gemeentelijk onderzoek naar de relatie tussen parkeertarieven en de totale vraag naar parkeerplaatsen in deze parkeergarages laat zien dat deze kan worden weergegeven met de volgende vraagvergelijking: Qv = –2.000 P + 10.000 waarbij: Qv = totale vraag naar parkeerplaatsen in de parkeergarages in hele uren P = parkeertarief in euro’s per uur. De constante kosten per uur zijn voor alle garages samen € 6.000. De marginale kosten van één uur parkeren door één auto bedragen steeds € 0,80. Allpark streeft naar maximale totale winst.
14 Laat met een berekening zien dat het parkeertarief door Allpark dan op € 2,90 per uur wordt gesteld.
15 Bereken de totale winst per uur van Allpark bij een tarief van € 2,90. Een groot deel van de automobilisten maakt bij dit tarief geen gebruik van de parkeergarages, maar parkeert elders in de stad. De bewoners ervaren dit als overlast. De gemeente overweegt daarom een maximumtarief van € 2 per uur in te voeren voor alle parkeergarages.
16 Leg uit dat bij het parkeren in de wijk sprake is van een extern effect.
17 Bereken de verandering van het consumentensurplus per uur die als gevolg van invoering van het maximumparkeertarief zal optreden. De manager van Allpark kan de invoering van het maximumparkeertarief accepteren, onder voorwaarde dat hij ter compensatie op de zaterdagen een hoger tarief kan vragen: “De vergelijking uit het onderzoek geeft de gemiddelde vraag naar parkeerplaatsen over alle dagen van de week. Ik schat dat op de zaterdagen, met veel winkelpubliek, de prijselasticiteit van de vraag naar parkeerplaatsen anders is dan door de week.”
18 Verklaar dat door dit verschil in prijselasticiteit de manager met het hanteren van twee tarieven een hogere weekomzet verwacht te realiseren.
Opgave 5 Melk in de gierput Al vanaf het begin van de Europese samenwerking is landbouw een belangrijk onderwerp. Zo moet het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) er voor zorgen dat het aanbod van voedsel voldoende is, dat consumenten voor redelijke prijzen landbouwproducten kunnen kopen en dat boeren een behoorlijk inkomen hebben. In 1984 startte de Europese Unie (EU) met garantieprijzen: minimumprijzen met een door de EU volledig gegarandeerde afzet. Deze regeling leidde tot overschotten: ‘melkplassen’, ‘boterbergen’ en ‘graanheuvels’. Deze overschotten werden door de EU opgekocht tegen de garantieprijs en op de wereldmarkt aangeboden tegen zeer lage prijzen, waardoor ontwikkelingslanden minder goed in staat waren een betere landbouweconomie te ontwikkelen. Om de overproductie van melk tegen te gaan, heeft de EU in de jaren tachtig van de vorige eeuw nieuwe maatregelen geïntroduceerd: het productiequotum en de superheffing. De gegarandeerde afzet en de opkoopregeling van overschotten werden afgeschaft. © ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 23
23
24/04/20 09:30
Oefenen op onderwerp
Examenbundel 2020 | 2021
19 Leg uit hoe een systeem van garantieprijzen kan leiden tot overschotten. Stel dat op de Nederlandse markt voor koemelk in een bepaald jaar de volgende gegevens gelden: vraag: Qv = –250P + 15.000
Q = hoeveelheid koemelk in miljoenen liters
aanbod: Qa = 750P – 3.000
P = prijs per liter koemelk in centen
evenwichtsprijs
18 cent per liter
De vraag is afkomstig van enkele zuivelcorporaties en supermarktketens, verder kortweg ‘afnemers’ genoemd. Het aanbod komt van een groot aantal individuele Nederlandse melkveehouders: de producenten. De EU stelt voor Nederlandse koemelk een productiequotum vast bij een minimumprijs van 20 cent per liter.
Gebruik bron 5. 20 Toon met een berekening aan dat de gemiddelde omvang van het productiequotum per melkveehouder in Nederland 500.000 liter bedraagt. De EU-maatregelen beïnvloeden de verdeling van het totale producenten- en afnemers surplus.
Gebruik bron 6. 21 In welke grafiek uit bron 6 is het grijze vlak de juiste omvang van het totale producenten surplus na invoering van de minimumprijs en het productiequotum? 22 Leg uit waarom de invoering van het productiequotum gevolgen heeft voor de omvang van het producentensurplus. uit een krant (maart 2009): Boer zucht onder dalende prijzen Melkveehouder Van den Broek staat iedere morgen om zes uur op om zijn tachtig koeien te melken. Maar iets opschieten doet hij er niet mee. De melk gaat via de slang, die normaal is aangesloten op de melktank, rechtstreeks in de gierput. “Ik heb Campina laten weten dat ze deze maand niet hoeven te komen om de melk op te halen. Nog niet zo lang geleden was de marktprijs bijna 50 cent per liter. Nu is de prijs 18 cent en dat is heel wat minder dan de 28 cent die je per liter als superheffing moet afdragen.” Van den Broek heeft namelijk zijn melkquotum van 500.000 liter (geldig tot 1 april) al maanden geleden bereikt. Deze maand gaat ongeveer 1.800 liter per dag de gierput in.
Gebruik bron 7. 23 Bereken welke aanpassing van de superheffing nodig is, zodat Van den Broek bij de gegeven marktprijs van 18 cent zijn overproductie niet meer zal dumpen in de gierput: – bereken daartoe eerst de marginale kosten van 1 liter melk; – bereken vervolgens tot welk bedrag de superheffing minimaal moet worden verlaagd. In de EU worden op dit moment de productiequota voor melk geleidelijk verruimd met het oog op het stopzetten van het stelsel van garantieprijzen, superheffing en productiequotum voor melk na 2015. Dat zou betekenen dat de vrije werking van het marktmechanisme de prijs van melk gaat bepalen. De Europese melkveehouders zouden dan in een gevangenendilemma terecht kunnen komen, als ze allemaal hun productiecapaciteit maximaal willen benutten.
24
9789006781526_EB_vEco.indb 24
© ThiemeMeulenhoff
24/04/20 09:30
Economie vwo
Domein D Concept markt
24 Leg uit op welke manier de Europese melkveehouders in een gevangenendilemma terecht kunnen komen, als de EU na 2015 de marktregulering volledig zou stopzetten.
bron 5 productiequotum en superheffing voor melk
Een productiequotum is het recht een bepaalde hoeveelheid te produceren. Sinds 1984 is ieder land in de EU een quotum voor melk opgelegd. Elke individuele melkveehouder krijgt een deel van dit quotum per land toegewezen. In Nederland zijn er 20.000 melkveehouders. Als een melkveehouder meer melk verkoopt aan de afnemers dan het eigen quotum, dan volgt er een hoge boete op deze overproductie: de superheffing. De boete wordt door de EU bepaald als een bedrag in centen per liter. Een quotum is wel verhandelbaar. Indien melkveehouders de melkproductie willen uitbreiden kan het quotum gekocht worden van melkveehouders die de productie willen beperken of beëindigen. bron 6 vier antwoordmogelijkheden bij vraag 18
P
grafiek 1 60 55
grafiek 2 60 P 55
Qv
50
50
45
45
40
40
35
35
30
30
25
Qa
20
P min
15
P
25
10 5
55
50
Qa
45
45
40
40
35
35
30
30
25
5.000 10.000 15.000 20.000 Qa, Qv
Qv Qa
25
20
P min
15
20 10
5
5 0
5.000 10.000 15.000 20.000 Qa, Qv Legenda: Qa = aangeboden hoeveelheid (miljoenen liters) Qv = gevraagde hoeveelheid (miljoenen liters) P = prijs per liter in centen P min = minimumprijs
© ThiemeMeulenhoff
9789006781526_EB_vEco.indb 25
P m in
15
10 0
0
grafiek 4 60 P 55
Qv
50
0
5.000 10.000 15.000 20.000 Qa, Qv
grafiek 3 60
P min
15
5 0
Qa
20
10 0
Qv
0
0
5.000 10.000 15.000 20.000 Qa, Qv
25
24/04/20 09:30
examen bundel examenbundel.nl
examenbundel 2020 2021
examenbundel vwo Nederlands vwo Engels vwo Duits vwo Frans vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde
samengevat vwo Economie vwo Bedrijfseconomie vwo Maatschappijwetenschappen vwo Geschiedenis vwo Aardrijkskunde vwo Wiskunde A
Meer dan alleen oefenexamens
Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress
vwo Wiskunde B vwo Wiskunde C vwo Scheikunde vwo Biologie vwo Natuurkunde
examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress
2020 2021
Economie
havo/vwo Rekenen 3F/4F
vwo
havo/vwo Nederlands 3F/4F
vwo
Economie
examenidioom vwo Engels vwo Duits vwo Frans
zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo
EB_vwo_economie_170x240.indd 1
9 789006 781526
3/06/20 08:41