Skip to main content

9006781403 havo aardrijksunde

Page 1

examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde

samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F

havo

havo/vwo Rekenen 3F/4F

Aardrijkskunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

havo

Aardrijkskunde

examenidioom havo Engels havo Duits havo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_havo_aardrijkskunde_170x240.indd 1

9 789006 781403

2/06/20 14:13


9789006781403_EB_hAar.indb 6

22/04/20 15:33


examenbundel.nl

examen bundel Meer dan alleen oefenexamens

2020 2021

havo

9789006781403_EB_hAar.indb 1

Huub Kasbergen J.P.M. Maas

Aardrijkskunde

22/04/20 15:33


Colofon Auteurs Huub Kasbergen J.P.M. Maas Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Auteur stappenplan T.H.J. Heutmekers Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 78140 3 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechten­onderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

EB_havo_Aardrijkskunde_Deel1.indd 2

25/05/20 16:42


Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak aardrijkskunde op havo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Informatie: Informatie over examen, deze examenbundel, soorten geo­grafische vragen en het behalen van de maximale score. Oriëntatietoets: De twee oriëntatietoetsen bestaan uit vragen over alle onderwerpen die in 2021 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de basisbegrippen van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een aantal oefenvragen en (bewerkte) examenopgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Je kunt ook trainen in vaardigheden. Deel 2a: In dit deel staan drie examens. Ze zijn samengesteld uit bestaande examen- en oefenvragen. Het is aangepast aan de nieuwe situatie, waarbij geen Bosatlas is toegestaan bij het centraal examen. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze examenbundel. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de oefenexamens, en een onderwerpregister. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Je kunt je vaardigheid om examenopgaven te maken vergroten door het boek samengevat te gebruiken. In dat boek wordt de examenstof per onderwerp overzichtelijk gemaakt en uitgelegd. Ook op www.examenbundel.nl kun je op verschillende manieren oefenen om te kijken of je alle examenstof al beheerst. Met ingang van het havo-examen 2020 is bij het ce geen atlas meer toegestaan. Gebruik bij het se wordt bepaald door de eigen school. Zie ook het hoofdstuk Informatie, blz. 7. Het centraal examen aardrijkskunde havo 2021 wordt afgenomen op donderdag 20 mei tussen 09.00 en 12.00 uur. De makers van de examenbundel en samengevat wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020

© ThiemeMeulenhoff

EB_havo_Aardrijkskunde_Deel1.indd 3

3

25/05/20 16:58


Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteurs en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze examenbundel? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.

4

EB_havo_Aardrijkskunde_Deel1.indd 4

Š ThiemeMeulenhoff

28/05/20 15:38


Inhoud 3 Voorwoord 7 Informatie 7 Informatie over examen en examenbundel 12 Geografische vragen 15 Hoe behaal je de maximale score?

Oriëntatietoetsen

Deel 2a

Examens met uitwerkingen

19 Oriëntatietoets I: alle domeinen 24 Oriëntatietoets II: alle domeinen

aangepast aan examens zonder atlas Deel 1

Oefenen op onderwerp

1 Domein A Vaardigheden 31 Oefenopgaven 51 Uitwerkingen

2 Domein B Wereld 66 Oefenopgaven 80 Uitwerkingen

3 Domein C Aarde 90 Oefenopgaven 102 Uitwerkingen 4 Domein D Brazilië 111 Oefenopgaven 120 Uitwerkingen 5a  Domein E Leefomgeving – rivieren 132 Oefenopgaven 139 Uitwerkingen

Heel Examen I 163 Opgaven 175 Uitwerkingen Heel Examen II 185 Opgaven 198 Uitwerkingen Heel Examen III (2019) 208 Opgaven 222 Uitwerkingen

Deel 2b 233

Stappenplan Bijlagen

Cijferbepaling Onderwerpregister

5b  Domein E Leefomgeving – steden 145 Oefenopgaven 154 Uitwerkingen

© ThiemeMeulenhoff

EB_havo_Aardrijkskunde_Deel1.indd 5

5

25/05/20 16:42


9789006781403_EB_hAar.indb 6

22/04/20 15:33


Informatie Informatie over examen en examenbundel Atlas Vrijwel iedere school heeft een atlas op de boekenlijst. Voor de bovenbouw is dat meestal De Grote Bosatlas (54e of 55e druk). Het kan nu ook de nieuwe atlas Alcarta zijn. Met de atlas oefen je kaartvaardigheden zoals kaart lezen, kaart analyseren, kaart interpreteren en soms beperkt kaart maken. Ook wordt wel kaartselectie gevraagd, het kiezen van de gewenste kaart uit een groot aantal kaarten. Atlasgebruik bij schoolexamens Iedere school bepaalt zelf of bij schoolexamens de atlas wordt gebruikt. Als er een atlas wordt gebruikt, dan kiest de school zelf welke atlas. Tijdens het schoolexamen kunnen dan alle kaartvaardigheden worden getoetst, maar ook kunnen zoekmethoden worden getoetst met het register van aardrijkskundige namen of het trefwoordenregister. Atlasgebruik bij het centraal examen Bij het centraal examen is geen atlas toegestaan, maar werk je met een bronnenboekje en kaartenkatern (A3-formaat) dat bij het examen wordt uitgereikt. Het kaartenkatern bevat vooral overzichtskaarten. In het bronnenboekje vind je naast teksten, diagrammen en tabellen ook verschillende soorten kaarten, zoals thematische of topografische kaarten. Zie ook de voorbeelden hieronder. Het examen zonder atlas is nieuw. Deze examenbundel is daar zo veel mogelijk op aangepast. In deel 2b is het eerste officiële examen zonder atlas opgenomen, het tijdvak havo 2020-I. De antwoorden en uitwerkingen daarvan kun je vanaf 1 januari 2021 vinden via de QR-code achter in deze bundel. Doordat je bij het centraal examen geen atlas mag gebruiken, werk je anders. Je beschikt niet meer over onderdelen als algemene inhoud, trefwoordenregister en register van topografisch namen. Als je dat soort informatie nodig hebt, staat die in het bronnenboekje of het kaartenkatern. Ook is het niet meer mogelijk kaarten te selecteren uit een groot aantal kaarten. Het kaartenkatern en het bronnenboekje hebben een beperkte omvang. Misschien zal er ook meer gevraagd worden naar parate kennis, de lesstof. Het is aan te bevelen bij het gebruik van de atlas – bijvoorbeeld voor examentraining – extra te letten op de topografie. Dat versnelt eventueel het gebruik van overzichtskaarten in het kaartenkatern. Voorbeeld kaartenkatern en bronnenboekje bij het centraal examen Aan de aardrijkskundedocenten is een voorbeeld verstrekt van een ce zonder atlas gebaseerd op het examen 2018-I. Twee onderdelen daaruit: Inhoud Kaartenkatern voor hele examen (zal per examen verschillen) Staatkundige overzichtskaart Wereld

Overzichtskaart India

Staatkundige overzichtskaart Europa

Overzichtskaart Verenigde Staten

Overzichtskaart Nederland

Overzichtskaart Australië

Overzichtskaart Zuidoost-Azië

Overzichtskaart Zuid-Nederland

Overzichtskaart Brazilië

Nederland Geologie

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 7

7

22/04/20 15:33


Informatie

Examenbundel 2020 | 2021

Verwijzing naar kaarten in Opgave – Steden in India kaartenkatern Er wordt twee keer naar verwezen; meestal bepaal je dan zelf welke van de kaarten je gebruikt.

bronnenboekje Geeft over India vier thematische kaarten waaruit je voor een bepaalde vraag kan kiezen.

meest logisch om te gebruiken: Overzichtskaart India Overzichtskaart Wereld

te weten: Bevolkingsdichtheid in Zuid-Azië Migratie in India Slums in India Buitenlandse investeringen in India

Atlasgebruik in deze Examenbundel Je oefent in deze bundel de kaartvaardigheden nog met de Grote Bosatlas, die vrijwel alle examenleerlingen nu gebruiken en waarop de examens nog zijn gebaseerd. In deze Examenbundel zijn de vragen indien nodig aangepast aan de nieuwe situatie. Soms is de ‘oude’ vraagstelling gehandhaafd als dat een nuttige oefening oplevert. In de paragraaf ‘Vaardigheden – oefenen per onderwerp’ (deel 1) komen alle aspecten van het atlasgebruik en kaartvaardigheid aan de orde. Gebruik bij het oefenen met de Examenbundel in eerste instantie alleen de atlasbronnen waarnaar in een opgave expliciet is verwezen. Dat biedt de beste examentraining. Lukt dat niet, dan kan het gewenst zijn meer bronnen te raadplegen.

Examen Examenonderwerpen In 4 en 5 havo komen vier examenonderwerpen aan de orde, domeinen genoemd. Die zijn onderverdeeld in subdomeinen. Een deel daarvan wordt getoetst tijdens schoolexamens. Op het centraal examen komen aan de orde: – van domein Wereld: subdomein B2 Samenhangen en verschillen in de wereld – van domein Aarde: subdomein C2 Samenhangen en verschillen op aarde – van domein Ontwikkelingsland: subdomein D1 Gebiedskenmerken van Brazilië – van domein Leefomgeving: subdomein E1 Nationale en regionale vraagstukken. Dit bestaat uit twee delen: • vraagstukken van overstromingsrisico en wateroverlast van rivieren in Nederland • vraagstukken van stedelijke gebieden in Nederland Stofomschrijving De overheid heeft de inhoud van het examen gedetailleerd weergegeven in een Stof­ omschrijving. Die bestaat uit de officieel omschreven exameneisen per centraalexamenonderwerp en een uitwerking daarvan. Het is geen lees- of leerstof. Je kunt nagaan welke leerstof en welke begrippen je moet leren, welke punten speciale aandacht krijgen en bekijken welke werkwijze van je wordt verlangd. Deze stofomschrijving is o.a. te vinden op www.examenblad.nl (examenjaar havo aardrijkskunde). Hoe ziet een centraal examen eruit? Je hebt 3 uur ter beschikking. Het examen is meestal opgebouwd uit ongeveer 30–35 vragen verdeeld over een aantal opgaven. Een opgave is een reeks vragen over hetzelfde onderdeel van de stof. Het examen bestaat uit een vragenboekje, een bronnenboekje/bijlage en een kaartenkatern op groot formaat. Soms zijn er ook losse invulvellen bij. Op het voorvel van het vragenboekje staat het totaal aantal te behalen punten, en vóór de vragen de maximumscore per vraag. De score is vrij gelijkmatig over de vragen en de

8

9789006781403_EB_hAar.indb 8

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

Informatie

onderwerpen verdeeld en geeft in grote lijn aan hoeveel delen het antwoord moet bevatten. Zie eventueel de paragraaf ‘Hoe behaal je de maximale score?’ verderop in dit hoofdstuk. Soms brengt het Cito wijzigingen aan in de examens. Wellicht is dat nu ook het geval. Het cijfer voor het centraal examen en het eindcijfer Het centraal examen wordt nagekeken door je eigen docent en door een aardrijkskunde­ leraar van een andere school. In overleg wordt een eindscore bepaald, die wordt ingeleverd. Een landelijke commissie geeft daarna aan welk cijfer bij welke score hoort. Dit wordt ook op internet gepubliceerd. Voor de berekening van het eindcijfer tellen schoolexamen en centraal examen ieder voor 50% mee. Hulpmiddelen bij het examen Bij het examen zijn een aantal hulpmiddelen toegestaan: woordenboek Nederlands, schrijfmateriaal inclusief millimeterpapier, tekenpotlood, blauw en rood kleurpotlood, liniaal met millimeterverdeling, passer, geometrische driehoek, vlakgum en elektronisch reken­apparaat (niet de grafische). Vooral van belang zijn: – woordenboek Nederlands; handig voor het geval de vragen of bronnen woorden bevatten waarvan je de betekenis niet precies kent. Het woordenboek is niet bedoeld om aardrijkskundige vaktermen op te zoeken. Die zijn onderdeel van de leerstof. – tekenpotlood, kleurpotloden en gum; soms nodig voor een opdracht zoals het tekenen van een doorsnede of het afmaken van een legenda. – liniaal met millimeterverdeling; vooral om figuren of kaarten goed te kunnen aflezen zoals de grootte van staven van een diagram of de afstand tussen plaatsen – rekenmachine; voor het maken van eenvoudige berekeningen. Wanneer je bijvoorbeeld beschikt over het bevolkingsaantal en het bnp, kan het voor vergelijking van gebieden handig zijn het bnp per persoon uit te rekenen. Daarnaast zijn gewone hulpmiddelen toegestaan zoals een nietmachine, markeerstiften, een leesloep en een puntenslijper. Deze middelen mogen geen relatie hebben met het examenvak. Gebruik van deze examenbundel – Vooraf moet je de nodige kennis hebben verworven door de examenonderwerpen te leren. Deze bundel geeft namelijk niet de leerstof in haar geheel weer, maar is bedoeld om je te trainen in het maken van vragen en een examen. – Je kunt op twee manieren oefenen: per examenonderwerp – deel 1 van deze bundel – of per examen in deel 2 van de bundel. Achterin de bundel staat een onderwerpregister, waarmee je ook delen van de stof kunt vinden om te oefenen. In eerste instantie, bijvoorbeeld voor schoolexamens, oefen je per onderwerp. Als voorbereiding op het centraal examen is ook het oefenen van de hele examens aanbevolen. Het is een goede oefening maximaal dezelfde tijd te gebruiken als bij het examen, 3 uur. Leg bij het oefenen van examens altijd een atlas op tafel. Kaarten en diagrammen maken er deel van uit. – Er is een hoofdstuk Oefenvragen Vaardigheden. Daarmee train je je speciaal in vaardigheden en de termen die daarbij kunnen voorkomen. – Met een oriëntatietoets die bestaat uit gesloten, halfopen en open vragen kun je – na de behandeling van een onderwerp – uitproberen hoever je bent. De antwoorden vul je in op www.examenbundel.nl. Je krijgt, op een rapportageformulier, je score en een advies aan welke onderdelen extra aandacht moet worden besteed. – Maak bij het trainen steeds een aantal vragen en noteer kort je antwoord. Kijk die na met de antwoorden in de bundel. De antwoorden geven een ‘voorbeeldantwoord’. Wijkt jouw antwoord af, kijk dan of het echt fout is. Het kan ook een verschil in formulering zijn. – Na de antwoorden zijn cursief toelichtingen gegeven. Lees die in ieder geval als je moeite had met een vraag of niet zeker wist of je antwoord goed was. De toelichtingen kunnen ook nuttig zijn wanneer je de vraag goed had. Ze leggen indien noodzakelijk verband tussen vraag en lesstof, vatten soms die lesstof samen. Ook wordt – bij moeilijkere vragen – aangegeven hoe je aan het antwoord kon komen of welke

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 9

9

22/04/20 15:33


Informatie

Examenbundel 2020 | 2021

vaardigheden daarbij moesten worden gebruikt. Soms gaan ze in op veel voorkomende fouten. Heb je na het lezen van de toelichting nog vragen, overleg dan met je docent. – Haak niet te snel af als je vragen moeilijk vindt of twijfelt over het antwoord. Soms weet je meer dan je denkt. Het probleem kan ook de vraagstelling zijn. Juist door te trainen kun je dit soort problemen oplossen. Bedenk dat de vragen in de bundel het eindniveau aangeven. Het trainen moet je helpen dat te bereiken. – De website www.examenbundel.nl biedt extra oefenmateriaal om snel je kennis te toetsen.

Maken van het examen Start van het examen – Je kunt eventueel met het onderwerp beginnen waarin je je het meest thuis voelt. – Zorg dat je in ieder geval alle vragen door loopt en de makkelijke (die zijn er echt) maakt. Maak je op het eind druk om de moeilijke delen. Die zijn er ook wel. – Schrijf de vragen niet door elkaar. Laat ruimte als je een vraag overslaat. Dan vergeet je hem niet zo snel. Bestudering van vragen en bronnen – Het is nuttig rustig de vraag te bekijken ‘voor je gaat schrijven’. – Lees nauwkeurig bij elkaar horende vragen (een opgave met meer vragen / vragen over dezelfde bron) en bekijk de bijbehorende bronnen. – Let op het verschil tussen de vragen, zoals in de vragen: ‘Noem een fysischgeografische reden .....’ en ‘Noem een sociaalgeografische reden .....’. ‘Noem een reden’ is wat anders dan ‘Noem een oorzaak’. – Onderstreep of markeer belangrijke delen in vraag of bron. – Let op sleutelwoorden in vragen. Wanneer je er niet aan voldoet is je antwoord altijd fout. Bijvoorbeeld (sleutelwoorden cursief): ‘Noem twee ecologische gevolgen van de toename van het vervoer.’ – Bedenk per vraag welke informatiebronnen je nodig hebt voor je antwoord, zoals een deel van een tekstbron of een kaart in een bijlage. – Let bij het gebruik van figuren en tabellen goed op titel, gebied, jaar, soort cijfers (absoluut, relatief, indexcijfers en dergelijke). Maken van de vragen – Werk volgens een tijdplanning, zeker als je bij schoolexamens in tijdnood kwam. Bijvoorbeeld door een tijd per examenonderwerp vast te stellen. – Antwoord kort, zakelijk en gericht. Bij de antwoorden in deze bundel kun je zien wat vereist is. – Begin je aan een nieuw onderwerp, zet dan voor jezelf de knop om. Welke stof en begrippen horen erbij? In welke regio speelt het? – Bij wat moeilijkere vragen kun je eerst in steekwoorden op kladpapier antwoorden. Dat geeft overzicht en voorkomt dat je in antwoorden moet gaan schrappen en wijzigen. – Let erop dat sommige opgaven uit meer onderdelen bestaan. – Zijn er meerdere antwoorden gevraagd (bijvoorbeeld noem drie argumenten), noteer die dan overzichtelijk. Het voorkomt fouten. – Antwoord zo gericht mogelijk; ‘ligging aan de Rijn’ zegt meer dan ‘goede ligging’ en ‘warme en droge zomers’ is duidelijker dan ‘een goed klimaat’. – Vermijd algemene termen en verzamelbegrippen. ‘Aanleg van een hogesnelheidslijn naar Parijs’ zegt veel meer dan ‘verbetering van de infrastructuur’. Als je geen exact antwoord weet, kun je het natuurlijk wel met iets algemeens proberen. – Wanneer je onder het schrijven begint te twijfelen en je het (voorbereide) antwoord wilt wijzigen, kijk dan nog eens naar de vraag. – Vul altijd iets in, ook als je twijfelt. Er komt vaak nog wel wat goeds uit. Half goed kan ook. Maar geen onzin schrijven.

10

9789006781403_EB_hAar.indb 10

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

Informatie

Controle van de antwoorden – Zoek van tevoren, bijvoorbeeld tijdens schoolexamens, uit welke manier van controleren voor jou de beste is: bijvoorbeeld per opgave, per examenonderwerp of helemaal aan het eind. Raak je juist in verwarring door het nakijken, doe het dan niet. Besteed dan meer tijd aan het maken zelf. – Ga na of je alles gemaakt hebt, ook de laatste bladzijde. – Kijk of jouw antwoord wel echt een antwoord is op de gestelde vraag. Wat was ook al weer de essentie van de vraag? Wat zijn sleutelwoorden in de vraag? – Ga na of het antwoord zinnig is. Geen tegenspraak, geen onlogisch gebruik van cijfers. – Wees voorzichtig met verbeteren. Vaak is de eerste gedachte de beste. Wanneer je toch verbetert, doe dit duidelijk. Geen speurtocht ervan maken. Omgaan met spanning tijdens het examen Soms heb je het examen goed voorbereid, maar dreig je door spanning punten te verspelen. Hier volgen tips die je eventueel al bij het schoolexamen kunt uitproberen. Heb je veel last van examenvrees, informeer dan op je school naar hulp op dit terrein. – Kies bij het examen een reëel doel. Mikken op een negen als je nooit boven de zes kwam verhoogt de druk. – Laat je vooraf niet opjutten door andere leerlingen. Mijd vooral vlak voor het examen contact met leerlingen die praten over het examen. – Let tijdens het examen niet op andere leerlingen. Hoe snel die aan de slag gaan of wanneer ze inleveren. Concentreer je op je eigen werk. – Hou je vast aan wat lukt en maak problemen niet groter dan ze zijn. Accepteer dat er moeilijke vragen voorkomen. Er zijn ook makkelijke. – Het heeft geen zin tijdens het examen ‘je eigen werk te gaan zitten nakijken’. Laat dat maar aan je leraar over. Het kost tijd en veel leerlingen hebben de neiging te somber te zijn over hun eigen prestatie. – Begin met het onderdeel waarin je je thuis voelt. Dan is de kop eraf. Als het eenmaal loopt, wordt de rest makkelijker. – Aardrijkskunde vergt geen speciale talenten. Wanneer je je goed hebt voorbereid, komt dat er wel uit. – Zorg voor lichamelijke ontspanning tijdens het examen: prettige kleding, ontspannen houding, wat eten of snoepen (zuurtjes) en zeker af en toe drinken. – Zorg ook voor geestelijke ontspanning, zoals het bewust inlassen van pauzes (je kunt geen uren geconcentreerd werken), waarbij je ook even wat meer ontspannen gaat zitten. Probeer af en toe de gedachten af te leiden van het examen. Neem eventueel attributen mee die positief werken. – Als je helemaal dichtslaat, blijf niet zitten worstelen. Zoek afleiding. Loop bijvoorbeeld naar het toilet of meld het een aanwezige docent.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 11

11

22/04/20 15:33


Informatie

Examenbundel 2020 | 2021

Geografische vragen Bij aardrijkskunde moet je verschillende typen geografische vragen beantwoorden. Hier is aangegeven waar je daarbij op moet letten. De tekst en de schema’s zijn grotendeels afkomstig uit de Syllabus voor het centraal examen havo. Geografische vragen herkennen en formuleren Het stellen van goede vragen is een voorwaarde voor elk leerproces. Het stellen en beantwoorden van geografische vragen is de kern van de geografie. Waar gaat zo’n vraag over, hoe ziet hij eruit? Waaraan moet de beantwoording voldoen? Hieronder volgen voorbeelden per vraagtype. Beschrijvende geografische vragen Dat zijn bijvoorbeeld: Waar is dat? Wat is daar? Hoe is dat daar? Hoe beleeft men dat daar? Een geografische beschrijving bestaat minimaal uit: kenmerken van en relaties tussen verschijnselen en de ruimtelijke of regionale context van verschijnselen. Een voorbeeld van een beschrijvende vraag ziet er schematisch als volgt uit: Vraag: Is de Rotterdamse haven een goede locatie voor een scheepswerf? 1) kenmerk verschijnsel Zoals de ligging van het verschijnsel (waar?), bv. de ligging in de Rotterdamse haven.

kenmerk verschijnsel Zoals de aard van het verschijnsel (wat?). Hier een scheepswerf.

context Zoals de regionale context, bv. deel uitmakend van wereldhaven Rotterdam / Europoort. Verklarende geografische vragen Dat zijn bijvoorbeeld: Waarom is dat daar? Waarom is dat daar zo? Waarom beleeft men dat daar zo? Een geografische verklaring bestaat minimaal uit: een oorzaak, een gevolg, een verklarend principe en bijzondere ruimtelijke of regionale omstandigheden. Een ‘verklarend principe’ is een generalisatie van de samenhang tussen oorzaak en gevolg. Een voorbeeld ter illustratie. Op de vraag ‘Waarom zijn er veel juweliers gevestigd in het stadscentrum?’ is het antwoord: ‘Daar komen veel klanten’ niet voldoende. Het antwoord moet een generalisatie bevatten over de aard van de winkel en de daarmee samenhangende kenmerken van de locatie. Bijvoorbeeld: ‘Functies met een hoge drempelwaarde, zoals juwelierszaken, hebben een grote reikwijdte en hebben daarom een goede bereikbaarheid nodig. In het stadscentrum wordt daaraan het best tegemoet gekomen.’

12

9789006781403_EB_hAar.indb 12

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

Informatie

Een voorbeeld van een verklarende vraag ziet er schematisch als volgt uit: Vraag: Waarom treedt op de ene plaats meer bodemerosie op dan op de andere plaats?

1)

gevolg Bodemerosie.

oorzaak Houtkap op hellingen. verklarend principe Het neerslagoverschot stroomt langs de helling naar beneden en neemt het onbedekte losse bodemmateriaal mee.

omstandigheid Hoe meer water en hoe steiler de helling, hoe sterker de eroderende en transporterende werking.

gegevens Over de aard van de begroeiing, de bodem en het reliëf ter plaatse.

Voorspellende geografische vragen Dat zijn bijvoorbeeld: Waar zal dat zijn? Waarom zal dat daar zijn? Waarom zal dat daar zo zijn? Hoe zal men dat daar beleven? Een geografische voorspelling bestaat minimaal uit: een verschijnsel, een verwachting, een voorspellend principe en een verwijzing naar ruimtelijke/regionale omstandigheden. Een voorbeeld van een voorspellende vraag ziet er schematisch als volgt uit: Vraag: Waar kunnen hogedrukwaterkrachtcentrales in de toekomst een oplossing bieden voor het energievraagstuk? 1) verschijnsel Aanwezigheid van hogedrukwaterkrachtcentrales.

verwachting Ze zullen voorkomen in regenrijke berggebieden.

voorspellend principe Waterkracht kan pas renderend opgewekt worden in hogedrukcentrales als er voldoende neerslag en reliëf is. omstandigheid Er moet behoefte zijn aan energie; kennis en kapitaal moeten beschikbaar zijn. Waarderende geografische vragen Dat zijn bijvoorbeeld: Is dat daar gewenst? Is daar dat gewenst? Is dat daar zo gewenst? Een waardering bestaat uit: een situatiebeschrijving, en eventuele verwijzing naar gegevens over de situatie, een oordeel, een norm waarop het oordeel is gebaseerd, (eventueel) een achterliggende waarde die de norm rechtvaardigt, (eventueel) een voorbehoud ten aanzien van de geldigheid van het oordeel.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 13

13

22/04/20 15:33


Informatie

Examenbundel 2020 | 2021

Een voorbeeld van een waardering ziet er schematisch als volgt uit: Vraag: Is het juist de Betuwelijn aan te leggen volgens het tracé parallel aan de A15 (snelweg Rotterdam-Bemmel bij Nijmegen)? 1) oordeel Het tracé is onaanvaardbaar.

situatie Het tracé tast het open landschap aan. norm Belevingswaarde van landschap handhaven.

voorbehoud Tenzij een deel verdiept wordt aangelegd.

gegevens Zie atlaskaart Midden-Nederland waarde Duurzaamheid.

Bovenstaand schema kan ook worden gebruikt voor standpuntbepaling. Geografische vragen gericht op keuzes en oplossingen Dat zijn bijvoorbeeld: Waar kan dat? Wat kan daar? Hoe zal dat daar zijn? Hoe zal men dat daar beleven? Een geografische oplossing bestaat minimaal uit: een doelstelling, de beperkingen, normerende principes (criteria), de mogelijke alternatieven, de keuze, de oplossing of het ontwerp. Als in een bepaald gebied een bepaalde functie moet worden gerealiseerd, dan is een omschrijving van dat doel de eerste stap. Vervolgens gaan we na waar in het gebied deze functie zeker niet kan komen. Als we de criteria weten waaraan de oplossing moet voldoen, kunnen we de alternatieven in kaart brengen en tenslotte een verantwoorde keuze maken. Een voorbeeld van een probleemoplossende vraag is hieronder schematisch weergegeven: Vraag: Kan aantasting van natuurgebied X door recreatie worden voorkomen via beperking van de toegang? 1) probleemanalyse (ongewenste situatie) Natuurgebied X wordt aangetast door recreatie.

voorgestelde maatregelen Kwetsbare delen afsluiten; in andere delen alleen wandelen en fietsen toestaan; verblijfsrecreatie concentreren.

oplossing (gewenste situatie) De functies natuur en recreatie worden op elkaar afgestemd d.m.v. zonering.

gegevens Afname van flora en fauna. en toename van recreanten.

doelen van beleid Natuurbescherming en recreatie gebruik reguleren.

voorbehoud Mits deze maatregel in dit gebied te handhaven is.

fundamentele keuze Natuur zo veel mogelijk sparen. 1)

D e voorbeeldvragen bij de schema’s zijn door de redactie van deze Examenbundel ter illustratie toegevoegd.

14

9789006781403_EB_hAar.indb 14

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

Informatie

Hoe behaal je de maximale score? 1-puntsvraag Bij het centrale examen is vóór iedere vraag aangegeven hoeveel punten er maximaal te scoren zijn. Staat er 1p, dan kun je 1 punt scoren, meestal voor een enkelvoudige vraag. Bijvoorbeeld: ‘In welke fase van het transitiemodel zat Indonesië in 2000?’ 2-puntsvraag Voor vrij veel vragen kun je 2 punten (2p) scoren. Soms zitten er dan twee onderdelen in een vraag, zoals: ‘Noem twee argumenten.’ Of zelfs twee vragen. Bijvoorbeeld: Geef – de naam van dit plooiingsgebergte – de naam van de plooiingsfase waarin dit grote plooiingsgebergte is gevormd Bij dit soort vragen is het direct duidelijk hoe je de 2 punten kunt behalen. Maar het komt ook voor dat je alleen 2 punten kunt scoren als je antwoord ‘volledig’ is. Aan dat antwoord zijn dan eisen gesteld, waardoor het minstens uit twee delen moet bestaan. Bijvoorbeeld: ‘Waarom regent het in dat gebied?’ Je kunt dan antwoorden: ‘Er is reliëf.’ Maar dat zegt eigenlijk niets. Wat heeft reliëf dan met regen te maken? Een volledig antwoord vraagt twee delen, zoals: ‘Door het reliëf wordt lucht opgestuwd (oorzaak, 1 punt), opstijgende lucht koelt af waardoor het gaat regenen (gevolg, 1 punt).’ Bij het laatste soort vragen moet je er dus op letten dat je antwoord aan de eisen voldoet. Een aanwijzing daarvoor is de formulering van de vraag. Hieronder zijn daar voorbeelden van gegeven. Het is goed om er bij het oefenen steeds attent op te zijn. Ook bij het nakijken van je antwoorden.

2p

2p

2p

Voorbeelden vraagformulering naar oude examenvragen ‘Leg-uit’-vraag: gaat vaak om een oorzaak-gevolgrelatie. Vraag: Leg uit waarom het goed is dat een rivier brede uiterwaarden heeft. Antwoord: Bij brede uitwaarden is het waterbergend vermogen groot (oorzaak, 1 punt), waardoor het overstromingsrisico lager is (gevolg, 1 punt). ‘Beredeneer’-vraag: vereist het stapsgewijs weergeven van een denkproces. Denk aan een vergelijking en een gevolg/conclusie daaruit. Vraag: Beredeneer waarom de Indonesische regering alleen uitvoer van hout toestaat dat in Indonesië zelf al is bewerkt, bijvoorbeeld tot triplex. Antwoord: Door die bewerking wordt de waarde van het product groter (in vergelijking met onbewerkt hout) (vergelijking, 1 punt), waardoor de export van het product meer opbrengt (gevolg, 1 punt). ‘Beschrijf’-vraag: vraagt je een verschijnsel te beschrijven of bijvoorbeeld het ontstaan ervan. De vraag geeft aan wat precies beschreven moet worden. Aan de maximumscore kun je zien hoever je in detail moet gaan. Vraag (vrij naar examen havo 2013): Beschrijf hoe de Vesuvius is ontstaan uit de Monte Santo. Antwoord: De Vesuvius is ontstaan in de krater/caldera van de oude vulkaan Monte Santo (1 punt), waarin door hernieuwde toestroom van magma nieuwe erupties plaatsvonden (1 punt). Meer dan 2 punten Soms zijn er meer dan 2 punten te verdienen. Dan zal uit de formulering van de vraag duidelijk zijn wat er in het antwoord is vereist. Bijvoorbeeld dat je antwoord uit twee verklaringen moet bestaan, omdat er twee situaties worden vergeleken. Een redenering kan soms 3 of 4 punten opleveren, omdat er 3 of 4 stappen zijn gevraagd.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 15

15

22/04/20 15:33


9789006781403_EB_hAar.indb 16

22/04/20 15:33


De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl.

OriĂŤntatietoets

17

9789006781403_EB_hAar.indb 17

22/04/20 15:33


9789006781403_EB_hAar.indb 18

22/04/20 15:33


Oriëntatietoetsen Oriëntatietoets I: alle domeinen In deze Oriëntatietoets wordt indien nodig verwezen naar de 54e en 55e druk van de Bosatlas. Gebruik dan alleen de genoemde kaarten of diagrammen. Bij het centraal examen is geen atlas toegestaan. Kaarten en andere bronnen staan vermeld in een bronnenboekje en een kaartenkatern op A3-formaat. Wereld

3p

3p

3p

Gebruik de Bosatlas kaartblad 54e druk 244 / 55e druk 258. 1 A: Welke drie bestaanswijzen staan op genoemde kaartbladen afgebeeld? B: Formuleer een algemene regel over het ontwikkelingsniveau van landen naar aanleiding van het wereldbeeld van die drie bestaanswijzen. Gebruik van de Bosatlas de kaart 54e druk 245A / 55e druk 259A. 2 A: Beschrijf kort wat het bnp aangeeft. Het is niet de bedoeling dat je alleen de afkorting voluit schrijft. B: Noem twee redenen waarom het bnp per hoofd niet altijd iets zegt over de mate van ontwikkeling. De Bosatlas bevat veel indicatoren waarmee je de mate van ontwikkeling van landen kunt aangeven, waaronder: – basisonderwijs – toegang tot en gebruik van informatietechnologie – meisjes in het onderwijs – toegang tot water 3 A: Welk van de vier genoemde criteria is de belangrijkste factor bij globalisering? De Bosatlaskaart Levensomstandigheden en ontwikkeling / Human Development Index (54e druk 240B / 55e druk 262B) gebruikt meer indicatoren. B: Noem een belangrijk voordeel daarvan.

3p

2p

Demografische transitie houdt een overgang in van een fase van hoge geboortecijfers en sterftecijfers via dalende geboortecijfers en sterftecijfers naar lage geboortecijfers en sterftecijfers. 4 A: Noem een oorzaak voor de dalende sterftecijfers in fase 2. B: Noem een oorzaak voor de dalende geboortecijfers in fase 3. C: In welke fase(n) spreken we van een vergrijzende bevolking? De wereld kan verdeeld worden in centrum en periferie. 5 A: Welke groep landen vormen het centrum? B: Welke groep landen vormen de periferie?

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 19

19

22/04/20 15:33


Oriëntatietoets

Examenbundel 2020 | 2021

Aarde bron 1  De spreiding van actieve vulkanen over een deel van de wereld

bron: Examen vwo 2006-2 (naar H. Tazieff, M. Derruau, Le volcanisme et sa prévention, Parijs 1990)

Gebruik bron 1 bij de vragen 6 tot en met 9.

3p

In de legenda zijn breuken en transforme breuken aangegeven. Die vinden we onder andere in gebied A. 6 A: Wat zijn transforme breuken? B: Welk soort breuken vinden we ook nog in gebied A? Gebruik eventueel van de Bosatlas 54e druk 216B / 55e druk 248B.

20

9789006781403_EB_hAar.indb 20

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

3p

2p

2p

Oriëntatietoets

In de legenda van bron 1 staat het symbool voor een subductiezone. We zien dit onder andere links in gebied B. Daar is ook een aantal actieve vulkanen aangegeven. 7 A: Omschrijf het begrip subductiezone in maximaal drie woorden. B: Noem – naast actieve vulkanen – nog twee verschijnselen die horen bij een subductiezone. Zuid-Amerika laat in bron 1 aan de westkant veel actieve vulkanen zien en aan de oostkant niet. 8 Verklaar dit verschil. Gebruik eventueel van de Bosatlas kaart 54e druk 216B / 55e druk 248B. Bewering: Wanneer in bron 1 per vulkaan het vulkaantype zou zijn aangegeven, hadden we het symbool voor de subductiezone niet nodig gehad om te weten waar subductiezones voorkomen. 9 Geef een argument voor deze bewering.

bron 2  Omschrijving van een deel van de leerstof

Een leerling moet de door zonne-energie aangedreven grote windsystemen en zeestromen op aarde kunnen beschrijven, en kunnen verklaren hoe deze van invloed zijn op de klimaatzones.

Gebruik bron 2 voor de vragen 10, 11 en 12.

2p 2p

2p

De hoofdklimaten laten een mondiaal patroon zien van zones parallel aan de evenaar. 10 Verklaar hoe die klimaatzones door zonne-energie worden ‘aangedreven’ (bron 2). 11 A: Welk soort winden past beter in de grote windsystemen (bron 2), passaten of moessons? B: Geef aan waarom. Ook zeestromen spelen een rol bij de vorming van de klimaten. Daarbij is als het ware sprake van herverdeling van zonne-energie. 12 Op welke wijze komt die herverdeling van zonne-energie tot stand?

Brazilië 2p

3p

1p

13 Noem de belangrijkste reden voor de aanwezigheid van gated communities in de grote steden in Brazilië. Brazilianen die van het platteland naar de stad trekken, komen vaak terecht in favela’s. De leefomstandigheden zijn daar over het algemeen slecht. 14 Noem drie redenen waarom veel Brazilianen er toch voor kiezen het platteland te verlaten om in de stad te gaan wonen. Veel kleine boeren in de plattelandsgebieden leefden in armoede. In de hoop op een beter bestaan, verhuisde er een groot aantal naar de stad. Het aandeel van de stedelijke bevolking in Brazilië is daardoor sterk toegenomen. 15 Noem een geografische term voor de snelheid waarop het aandeel van de stedelijke bevolking verandert.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 21

21

22/04/20 15:33


Oriëntatietoets

Examenbundel 2020 | 2021

Gebruik van de Bosatlas de natuurkundige overzichtskaart Zuid-Amerika (54e druk 202 / 55e druk 220) voor de vragen 16 en 17.

2p 3p

Aan de oostkust van Zuid-Amerika ligt op ongeveer 30 graden Z.B. de stad Porto Alegre. Het kustgebied daar heeft het hele jaar neerslag. 16 Noem twee oorzaken van die neerslag. 17 A: Op welke manier voorziet men zich in het noordoosten van Brazilië van voldoende drinkwater en water voor irrigatie? B: Welk natuurlijk gebiedskenmerk maakt dit mogelijk?

Leefomgeving bron 3  Invloed klimaatverandering voor de Rijn

Gevolgen: In de winter nemen de afvoer en daarmee de hoogwaterpieken van de Rijn toe. Daarom is een grotere afvoercapaciteit in het winterbed noodzakelijk. Uiterwaarden overstromen ‘s winters vaker, waardoor (slib)afzettingsprocessen worden versneld. Lage afvoeren in de zomer leiden tot een reductie van waterbeschikbaarheid en beperkingen voor de binnenscheepvaart. De lagere afvoer zal in combinatie met een stijgende zeespiegel bovendien de zouttong vanuit de zee verder de rivieren doen indringen. In de winter neemt de afvoer in het landelijke gebied toe. Hogere grondwaterstanden veroorzaken een toename van de natschade voor de landbouw in Nederland. Zeespiegelstijging zal leiden tot een stijging van het waterpeil in het IJsselmeer. bron: www.knmi.nl / Nop factsheet nummer 2, november 1999

Gebruik bron 3 voor de vragen 18 tot en met 21.

2p

2p

3p

Bron 3 geeft aan dat in de winter de afvoer en daarmee het aantal hoogwaterpieken van de Rijn toeneemt. 18 Noem naast meer neerslag in de winter een andere oorzaak van de toename van het aantal hoogwaterpieken die het directe gevolg is van klimaatverandering. Volgens bron 3 moet de afvoercapaciteit van het winterbed (de winterbedding) worden vergroot. 19 Wat is juist over het winterbed? Kies uit: A: Het winterbed voert alleen water af in de winter. B: Het winterbed is vooral belangrijk in de middenloop van de rivier. C: Het winterbed ligt tussen de zomerkade en de winterdijk. D: Het winterbed bestaat uit de ruimte tussen de winterdijken. Geringe afvoer van rivierwater leidt in combinatie met een stijgende zeespiegel tot verder binnendringen van zeewater (bron 3). 20 A: Welk probleem ontstaat hierdoor? Zie in je antwoord af van overstromingen of dijkdoorbraken. B: Hoe probeert men de gevolgen van het binnendringen van zeewater te bestrijden? Gebruik indien nodig van de Bosatlas kaart 54e druk 46A / 55e druk 44A.

22

9789006781403_EB_hAar.indb 22

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

2p

Oriëntatietoets

Bron 3 vermeldt: Uiterwaarden overstromen ‘s winters vaker, waardoor (slib)afzettings­ processen worden versneld. 21 Geef aan waarom deze versnelde afzettingsprocessen een probleem zijn voor het beheer van de rivieren.

bron 4  Waar is de creatieve industrie?

Geografisch gezien is de creatieve industrie niet gelijkmatig over Nederland verspreid, maar bevindt deze zich vooral in steden. In steden zitten bedrijven en mensen dichter bij elkaar, is er een beter ontwikkelde infrastructuur en zijn er meer culturele en sociale voorzieningen dan in landelijke gebieden. Amsterdam is wat creatieve bedrijvigheid betreft koploper met ruim 50.000 banen, gevolgd door Utrecht en Den Haag, beide met ruim 11.000 banen in de creatieve industrie. bron: Lynn Berger, de Correspondent, oktober 2013

Gebruik bron 4 voor de vragen 22 en 23. 2p

22 Geef aan – waarom het voor de creatieve sector belangrijk is dat mensen dicht bij elkaar zitten; – waarom het voor de creatieve sector belangrijk is dat bedrijven dicht bij elkaar zitten.

2p

23 Noem naast de informatie in bron 4 nog een reden waarom de creatieve industrie vooral in steden te vinden is. Gebruik in je antwoord ‘science parks’.

bron 5  Citaten uit het artikel ‘Koning brengt trots naar Tilburg’

“In Brabant heb je twee soorten steden”, zegt commissaris van de koning en Tilburger Wim van de Donk (CDA). “Die met een mooi historisch stadshart, zoals Breda en ’s-Hertogenbosch. En de oude industriesteden zoals Helmond, Oss en Tilburg.” (…) Van de Donk wijst naar het gebied achter het station, de Spoorzone. “Dat was verboden terrein. Nu is het een broedplaats van bedrijvigheid.” vrij naar: de Volkskrant, 28 april 2017

Gebruik bron 5 voor de vragen 24 en 25. 2p

1p

24 Wat was de functie van de Spoorzone vroeger? Licht je antwoord toe. Zie af van een antwoord als ‘gebruik van het spoor’. De Spoorzone in Tilburg wordt grondig opgeknapt. 25 Welke term geeft dit het best weer, herstructurering of stadsvernieuwing. Licht je antwoord toe.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 23

23

22/04/20 15:33


Oriëntatietoets

Examenbundel 2020 | 2021

Oriëntatietoets II: alle domeinen In deze Oriëntatietoets wordt soms verwezen naar de 54e en 55e druk van de Bosatlas. Gebruik alleen de genoemde kaarten. Bij het centraal examen is geen atlas toegestaan. Kaarten en andere bronnen staan vermeld in een bronnenboekje en een kaartenkatern op A3-formaat. Wereld

3p

3p

2p

3p

3p

De koloniale moederlanden gebruikten de koloniën voor twee verschillende doelen. Daardoor waren er twee soorten koloniën. 1 A: Noem de twee soorten koloniën. B: Welke twee Europese landen hebben de meeste koloniën gehad? 2 A: Beschrijf het patroon van mondiale handelsstromen. Maak in je antwoord gebruik van de economisch sterke gebieden, de zogenaamde triade. B: Welke handelskenmerken hebben de nieuwe industrielanden? Veel multinationale ondernemingen (mno’s) besteden het maken van (delen van) hun producten uit aan landen in Azië. 3 A: Noem een belangrijke economische reden waarom dit gebeurt. B: Welk begrip past hier het beste bij? Kies uit: – globalisering – mechanisering – vrijhandel 4 A: Noem twee onderdelen van cultuur. B: Wat bedoelen we met diffusie van cultuur? Economische en technologische voorwaarden en politieke veranderingen dragen bij aan de groei en mondiale uitbreiding van handelsstromen en investeringen. Dat heeft global shift tot gevolg. 5 A: Noem een economische voorwaarde die dat mogelijk maakt. B: Noem een technologische voorwaarde die dat mogelijk maakt. C: Noem een politieke verandering die dat mogelijk maakt.

24

9789006781403_EB_hAar.indb 24

© ThiemeMeulenhoff

22/04/20 15:33


Aardrijkskunde havo

Oriëntatietoets

Aarde bron 1  Geologische ontwikkeling van het gebied rond de rivier de Hudson in willekeurige volgorde

vrij naar: A.N. Strahler, Physical Geography, New York 1975

Gebruik bron 1 voor de vragen 6 tot en met 8.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781403_EB_hAar.indb 25

25

22/04/20 15:33


examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde

samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F

havo

havo/vwo Rekenen 3F/4F

Aardrijkskunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

havo

Aardrijkskunde

examenidioom havo Engels havo Duits havo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_havo_aardrijkskunde_170x240.indd 1

9 789006 781403

2/06/20 14:13


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9006781403 havo aardrijksunde by ThiemeMeulenhoff - Issuu