Skip to main content

9006781311 havo bedrijfseconomie

Page 1

examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde

samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F

havo

havo/vwo Rekenen 3F/4F

examenidioom

Bedrijfseconomie

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

havo

Bedrijfseconomie

havo Engels havo Duits havo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_havo_bedrijfseconomie_170x240.indd 1

9 789006 781311

2/06/20 13:56


9789006781311_EB _hB.econ.indd 26

11/05/20 15:07


examenbundel.nl

examen bundel Meer dan alleen oefenexamens

2020 2021

havo

9789006781311_EB _hB.econ.indd 1

drs. A. Maurer

Bedrijfseconomie

11/05/20 15:07


Colofon Auteur drs. A. Maurer Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Redactie Jacqueline de Kok

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.

Auteur stappenplan T.H.J. Heutmekers

www.thiememeulenhoff.nl

Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren

ISBN 978 90 06 78131 1 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechten­onderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006781311_EB _hB.econ.indd 2

25/05/20 16:14


Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het examen voor het vak bedrijfseconomie op havo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Oriëntatietoetsen: Deze bestaan uit vragen over alle onderwerpen die in 2021 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de basisbegrippen van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Je moet beide oriëntatietoetsen maken. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een aantal (bewerkte) examen­ opgaven met uitwerkingen. Hierbij is rekening gehouden met de verduidelijking van de eindtermen door het CvE vanaf 2020. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Verder vind je hier opgaven waarmee je je reken- en grafische vaardigheden kunt vergroten. Deel 2a: In dit deel staan vier (gedeeltelijk) complete examens met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze examenbundel. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de oefenexamens, en een onderwerpregister. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Je kunt je vaardigheid om examenopgaven te maken vergroten door het boek samengevat te gebruiken. In dat boek wordt de examenstof per onderwerp overzichtelijk gemaakt en uitgelegd. Ook op www.examenbundel.nl kun je op verschillende manieren oefenen om te kijken of je alle examenstof al beheerst. Het centraal examen bedrijfseconomie havo 2021 wordt afgenomen op maandag 17 mei tussen 13.30 en 16.30 uur. De makers van de examenbundel en samengevat wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020

Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijk­heid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 3

3

28/05/20 15:13


Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze examenbundel? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.

9789006781311_EB _hB.econ.indd 4

28/05/20 15:13


Inhoud 3 Voorwoord 6 Tips

Oriëntatietoets

13 Oriëntatietoets 1 17 Oriëntatietoets 2

Deel 1a

Oefenen op onderwerp

1  Reken- en grafische vaardigheden (domein A5) 27 Oefenopgaven Reken- en grafische vaardigheden (domein A5) 2  Van persoon naar rechtspersoon (domein B) 40 Oefenvragen Persoonlijke financiële zelfredzaamheid (domein B1) 40 Verzekeren 41 Consumptief krediet 46 Hypothecair krediet 50 Samengestelde interest 57 Huren/kopen 58 Familierecht 76 Oefenopgaven Oprichting van een eenmanszaak (domein B2) 80 Oefenopgaven Van eenmanszaak naar rechtspersoon (domein B3) 86 Oefenopgaven Perspectief op de organisatie (domein B4) 3  Personeelsbeleid (domein C2) 90 Oefenopgaven Personeelsbeleid (domein C2) 4  Financieren (domein D2) 95 Oefenopgaven Financieren (domein D2) 5  Marketing (domein E2) 110 Oefenopgaven Marketing (domein E2) 6  Financieel beleid (domein F) 125 Oefenopgaven Vastleggen van financiële- en niet-financiële informatie (domein F1) 125 Financiële overzichten © ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 5

137 Overlopende posten 143 Afschrijvingen 145 Niet-financiële informatie 167 Oefenopgaven Kosten- en winstvraagstukken (domein F2)

7  Verslaggeving (domein G) 183 Oefenopgaven Verslaggeving (domein G) 183 Off-balance verplichtingen en risico’s 183 Interpretatie balans en winsten verliesrekening 190 Kengetallen

Deel 2a

Examens met uitwerkingen

Examen 2018-I 209 Opgaven 219 Uitwerkingen Examen 2018-II 224 Opgaven 234 Uitwerkingen Examen 2019-I 261 Opgaven 274 Uitwerkingen Examen 2019-II 279 Opgaven 288 Uitwerkingen

Deel 2b 293

Stappenplan

Bijlagen

Cijferbepaling Onderwerpregister

5

28/05/20 15:13


Tips bij het maken van (examen)opgaven bedrijfseconomie Bij het oplossen van examenopgaven zijn drie fasen te onderscheiden. Deze drie fasen zijn: 1. voorbereiding, 2. uitvoering, 3. controle. Vaak krijgt de uitvoering (fase 2) de meeste aandacht. Fase 1 (voorbereiding) en fase 3 (controle) krijgen ten onrechte minder aandacht. In dit overzicht staan tips die je kunnen helpen om puntenverlies te voorkomen. Een aantal tips lijkt vanzelfsprekend en waarschijnlijk pas je die al bewust of onbewust toe. Andere tips zijn misschien minder bekend. Geef die extra aandacht en kijk of dat je resultaten verbetert. Voorbereiding • Een examen bedrijfseconomie bestaat doorgaans uit de volgende onderdelen: –  een boekje met opgaven, –  een informatieboekje met informatiebronnen, bijvoorbeeld teksten, tabellen en grafieken, –  een of meer uitwerkbijlagen. • Kijk eerst vluchtig alle opgaven door. Opgave 1 is meestal een eenvoudige opgave (“binnenkomer”). Als je daarmee begint, dan is dat goed voor je zelfvertrouwen. Je krijgt bij het centraal examen in totaal 6 opgaven. •

De 6 opgaven zijn als volgt verdeeld: opgave 1: kleine opgave met ongeveer 4 vragen, opgave 2: grote casusopgave met ongeveer 9 vragen en veel informatiebronnen, opgave 3: kleine opgave met ongeveer 4 vragen, opgave 4: kleine opgave met ongeveer 4 vragen, opgave 5: mini casus met ongeveer 6 vragen en minder informatiebronnen, opgave 6: kleine opgave met ongeveer 4 vragen.

• Werk volgens een tijdsplanning. Doe dat zeker als je bij schoolexamens in tijdnood kwam. Probeer te voorkomen dat je te lang bezig blijft met dezelfde opgave (vragen). Houd er ook rekening mee dat het raadplegen van informatiebronnen tijd kost. • Globale tijdsplanning Opgave 1

15

Opgave 2

45

Opgave 3

15

Opgave 4

15

Opgave 5

30

Opgave 6

15

Over

15

Totaal

6

9789006781311_EB _hB.econ.indd 6

180 minuten

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

• Lees de tekst van de gekozen opgave nauwkeurig. Raadpleeg zo nodig een woordenboek Nederlands als je een woord niet begrijpt. Bedenk dat foutieve antwoorden dikwijls te maken hebben met het niet goed lezen van de vraag en de gegeven informatie • Het kan helpen om belangrijke stukjes uit de tekst te onderstrepen of te markeren. Als een deel van de tekst schuin gedrukt is, dan wil dat zeggen: “let op!”, dit is een belangrijk stuk tekst. Lees goed de toelichtingen die in de tekst of bij tabellen en grafieken staan. Ga bij een grafiek altijd na wat op de beide assen is afgezet. • Het kan helpen het antwoord eerst op het kladpapier te maken en daarbij steekwoorden en/of schema’s te gebruiken. Dat geldt zeker als het antwoord bestaat uit meer onderdelen. • Nauwkeurig lezen houdt bij bedrijfseconomie onder andere het volgende in: –  Als het in een vraag om procenten gaat, ga dan na welk getal 100% is. Bijvoorbeeld: de inkoopwaarde is 20% van de verkoopprijs, dan is de verkoopprijs 100%. –  Een procentuele verandering is altijd deze berekening: (nieuw – oud)/oud × 100% –  Let bij absolute bedragen (getallen) erop of dit honderden, duizenden, miljoenen of miljarden zijn. –  Let op jaartallen bij balansen en kolommen: het kleinste jaartal staat niet altijd in de eerste kolom. –  Sommige gegevens hebben betrekking op een maand, terwijl de vraag op een jaar betrekking heeft. –  Vraag je bij een indexcijfer af wat dit cijfer voorstelt. Stel dat het indexcijfer van de omzet in 2018 is 240, dan is de omzet in 2018 2,4 keer zo groot als in het basisjaar. En als je de indexcijfers van de omzet van twee jaren hebt, dan kun je daarmee onder andere de procentuele verandering van de omzet berekenen. • Slechts in een beperkt aantal gevallen wordt je parate kennis getest. Een voorbeeld: “Noem twee kenmerken van een naamloze vennootschap (nv)”. Meestal zijn theorievragen inzichtvragen of toepassingsvragen. Bijvoorbeeld: “Leg met de informatie in bron … uit waarom deze onderneming een nv is”. Leer de theorie goed. Je herkent dan begrippen gemakkelijker en begrijpt de vragen beter. • Kijk welke tussenstappen je moet maken om de vraag te beantwoorden. –  Soms moet je eerst informatie opzoeken en selecteren. Dan weer moet je informatie vergelijken. –  Vaak kun je pas een antwoord geven door eerst een berekening te maken. –  Soms moet je een conclusie trekken en bekijken of aan een aantal voorwaarden is voldaan. Geef bij elke voorwaarde aan of er aan voldaan is en geef in een nieuwe zin de conclusie. • Bij vragen die verwijzen naar informatiebronnen gelden de volgende tips: –  Gebruik bij je antwoord alleen die bronnen die de vraag aangeeft. –  Soms moet je dezelfde bron bij meer dan één vraag gebruiken. –  Bedenk dat niet altijd alle informatie in een bron nodig is voor het antwoord. • Zorg dat je een pen, een reserve pen en de voorgeschreven rekenmachine bij je hebt. Voor het maken van grafieken is een potlood en gum handig. • Soms wordt bij een vraag verwezen naar een uitwerkbijlage. Schrijf je antwoorden op deze uitwerkbijlage en niet op ander papier. Als een toelichtende berekening gevraagd wordt, schrijf die dan op in de aangegeven vakken in de uitwerkbijlage.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 7

7

11/05/20 15:07


Examenbundel 2020 | 2021

Uitvoering • Reserveer op het papier waarop je schrijft voldoende ruimte voor het antwoord op een vraag. Laat dus enkele regels onbeschreven als het antwoord op een vraag af is. Dat werkt overzichtelijker en later kun je het antwoord zo nodig gemakkelijk aanvullen. • Als je een vraag eerst overslaat, noteer dan wel het nummer van de vraag op het antwoordpapier en reserveer voldoende regels (ruimte). Je kunt dan de vraag later alsnog beantwoorden. • Als een berekening gevraagd wordt, laat dan zien hoe je aan het eindgetal gekomen bent. Sla daarbij geen stappen in de berekening over. Geef je alleen het eindgetal, dan krijg je geen punten. • Als bij een vraag een verklaring, uitleg of argumenten gevraagd wordt, geef deze dan ook. Doe je dat niet, dan krijg je (meestal) geen punten voor het antwoord. • Geef bij een antwoord niet meer redenen, voorbeelden etc. dan gevraagd worden. Als twee voorbeelden gevraagd worden, dan tellen alleen de eerste twee voorbeelden die je geeft mee. • Geef altijd korte en zakelijke antwoorden. Gebruik liever geen spreektaal of zet een tekst met spreektaal tussen aanhalingstekens. Vermijd te populaire of grove taal. • Formuleer altijd hele zinnen, tenzij één woord gevraagd wordt. • Rekenfouten tellen bij bedrijfseconomie meestal niet mee, behalve als het antwoord volkomen onzin is. Het gaat bij een berekening altijd om de manier waarop een berekening gemaakt is. Door rekenfouten kunnen doorwerkfouten ontstaan. Ook doorwerkfouten leveren meestal geen puntverlies op. • Als gevraagd wordt een uitwerkbijlage in te vullen, geef dan de gevraagde getallen (bedragen) op alle stippellijnen. • Bij sommige rekenvragen moet je gebruik maken van het antwoord van een vorige vraag. Stel je hebt het antwoord van vraag 1 nodig voor de beantwoording van vraag 2. Je weet het antwoord van vraag 1 niet, maar je weet wel hoe je vraag 2 moet beantwoorden. Geef dan bij vraag 1 een “verzonnen” antwoord en gebruik dat bij het antwoord van vraag 2. • Als je het antwoord op een vraag niet weet of twijfelt, schrijf dan toch altijd iets op. In een zo’n antwoord kan toch iets staan waarmee je punten kunt scoren. Controle • Ga na of je alle opgaven, ook de laatste, hebt gemaakt. Soms staat de laatste opgave op de allerlaatste bladzijde van het opgavenboekje. Vlak voor deze opgave staat dan: “Let op: de laatste vragen van dit examen staan op de volgende pagina.” • Je kunt ook kijken of alles af is door te letten op het aantal vragen. Dit aantal staat op het voorblad (eerste blad) van het opgavenboekje. • Lees alle vragen nog een keer door en kijk of de antwoorden volledig zijn. Soms moet je in het antwoord een oorzaak en een gevolg noemen. Controleer dan of beide (oorzaak en gevolg) in het antwoord staan. Zie ook het onderdeel “Voorbeelden” hieronder.

8

9789006781311_EB _hB.econ.indd 8

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

• Kijk of sommige antwoorden logisch zijn. –  De feitelijke voorraad goederen kan nooit een negatief getal zijn. –  De jaarpremie van de brandverzekering van een winkel kan niet miljoenen euro’s bedragen. –  Een inkoopprijs van € 100.000 en een verkoopprijs van € 100 moet je aan het denken zetten. • –  Controleer of je de antwoorden in de juiste dimensie gegeven hebt. –  Als een antwoord in euro’s gevraagd wordt, schrijf dan een euroteken voor het getal. Of als en antwoord in kilogrammen gevraagd wordt, schrijf dan kg achter het gevonden getal. –  Kijk of je dollars en geen euro’s opgeschreven hebt als het antwoord in dollars gevraagd wordt. • Controleer of je bij verhoudingsgetallen zoals de solvabiliteit en de liquiditeit zowel de teller als de noemer in het antwoord verwerkt hebt. Ook als de teller of noemer niet veranderen, vermeld je dat. • Controleer of de gevraagde afrondingen en decimalen juist zijn. –  Rond getallen af op gehele getallen als dat gevraagd wordt: 1,5 wordt 2,0 en 1,4 wordt 1,0. –  Bij de berekening van de break evenafzet wordt het antwoord altijd naar boven afgerond. • Wees voorzichtig met verbeteren. Vaak is gebleken dat de eerste gedachte de beste is. Wanneer je toch gaat verbeteren, doe dit dan duidelijk. Soms is het beter het antwoord geheel door te strepen en opnieuw te beginnen. Ga na of een verbetering geen gevolgen heeft voor een ander deel van je antwoord(en).

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 9

9

11/05/20 15:07


Examenbundel 2020 | 2021

Voorbeelden Vragen met oorzaak-gevolg (1) Deze leveren meestal 2 punten op: 1 punt voor de oorzaak en 1 punt voor het gevolg.

Leg uit waarom in een onderneming door een verkoop van goederen de solvabiliteit kan verbeteren. Antwoord: Als de goederen met winst verkocht worden, dan stijgt het eigen vermogen (oorzaak = 1 punt). De toename van het eigen vermogen zal, bij gelijk blijvend vreemd vermogen, de solvabiliteit verbeteren (gevolg = 1 punt).

Vragen met oorzaak en gevolg (2) Hoe geef je een volledig antwoord voor 2 punten?

Leg uit waarom lagere variabele bedrijfs­ kosten het bedrijfsrisico verminderen. Goed antwoord: Door de lagere variabele kosten neemt de dekkingsbijdrage toe (oorzaak). Daardoor wordt de breakeven­afzet eerder bereikt en daalt het bedrijfsrisico (gevolg). Onvolledig antwoord: Door de lagere variabele kosten wordt de break-evenafzet eerder bereikt en daalt het bedrijfsrisico.

Noem-vragen: meestal 1 punt, soms 2. - Hier is geen toelichting of uitleg nodig. - Als je wel uitleg geeft, dan kan het antwoord onduidelijk of fout worden. Daardoor loop je een kans op puntverlies.

Noem het orgaan binnen een vereniging waaraan de penningmeester verantwoording moet afleggen. Goed antwoord: de algemene ledenvergadering. Fout antwoord: “de leden” want dit is geen orgaan.

1 punt voor “voordelig” of “nadelig” als de vraag eindigt met: “Geef aan of dit resultaat voordelig of nadelig is”.

De verkoopwinst van product A en B bedraagt samen € 420.000. Het verkoopresultaat van product A is € 160.000 nadelig. Bereken het verkoop­ resultaat van product B en geef aan of dit resultaat voor- of nadelig is. Antwoord: € 420.000 + € 160.000 = € 580.000 voordelig

Vragen met “teller en noemer”. Gevraagd wordt of de aflossing op een hypothecaire lening per bank invloed heeft op de current ratio. Het saldo bij de bank blijft positief.

De teller van de current ratio daalt omdat het saldo bij de bank afneemt. De noemer van de current ratio blijft gelijk. Conclusie: de current ratio wordt slechter. Dus ook als de teller of noemer gelijk blijven, geef je dat ook in het antwoord aan.

10

9789006781311_EB _hB.econ.indd 10

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl.

OriĂŤntatietoets

11

9789006781311_EB _hB.econ.indd 11

11/05/20 15:07


9789006781311_EB _hB.econ.indd 12

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 1 Opgave 1 Aan een advertentie van Centraal Lenen bv voor doorlopend krediet is het volgende ­overzicht ontleend: Kredietsom

Te betalen per maand

Interest per maand

Theoretische looptijd

€

5.000

€ 100

0,569%

59 maanden

€ 10.000

€ 200

0,569%

59 maanden

€ 15.000

€ 300

0,569%

59 maanden

1 Noem twee verschillen tussen een doorlopend krediet en een persoonlijke lening.

2 Van welke type lening is hier sprake: een lineaire lening of een annuïteitenlening?

Marina leent € 15.000 bij Centraal Lenen bv. 3 Bereken voor Marina de aflossing èn het interestbedrag in de tweede maand bij een kredietsom van € 15.000.

4 Bereken het totale bedrag dat Marina over de hele looptijd van de lening aan interest betaalt.

Opgave 2

Wim Westerbeek wil voor de financiering van een woonhuis op 1 januari 2018 een ­hypothecaire lening afsluiten. Het bedrag van de lening is € 320.000, de looptijd is 25 jaar en het interestpercentage 5% per jaar. Interest en aflossing moeten steeds op 31 december van ieder jaar betaald worden, voor het eerst op 31 december 2018. Wim heeft gekozen voor een annuïteitenlening. De jaarlijkse annuïteit is € 22.704,79. 5 Bereken het interestdeel van de annuïteit die op 31 december 2019 betaald moet worden. Veronderstel dat Wim had gekozen voor een lineaire lening. 6 Bereken hoeveel interest Wim op 31 december 2019 moet betalen als hij had gekozen voor een lineaire lening. 7 Welke van deze twee leningen, de annuïteitenlening of de lineaire lening, is fiscaal het voordeligst voor Wim? Verklaar het antwoord.

Opgave 3

Marleen stort op 1 augustus 2016 € 8.000 op een spaarrekening. De bank vergoedt 0,6% samengestelde interest per maand. 8 Bereken het totale tegoed van de spaarrekening van Marleen op 31 december 2018.

9 Bereken hoeveel interest in totaal op de spaarrekening is bijgeschreven in het jaar 2018.

Een andere mogelijkheid voor Marleen was een spaarrekening met 1,8% samengestelde interest per kwartaal. 10 Wat levert voor Marleen meer interest op: 0,6% samengestelde interest per maand of 1,8% samengestelde interest per kwartaal? Licht het antwoord toe met een berekening. © ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 13

13

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 1

Examenbundel 2020 | 2021

Opgave 4

Op 31 december 2019 wil Ido de Haan het bedrijf van zijn ouders overnemen. Daarvoor is een bedrag van € 95.000 nodig op die datum. Ido heeft daarom op 1 januari 2008 een bedrag van € 45.000 op een spaarrekening gestort. De bank vergoedt 4,6% ­samengestelde interest per jaar op deze rekening. 11 Bereken welk bedrag Ido op 31 december 2019 tekort komt om het bedrijf van zijn ouders over te nemen op die datum. 12 Bereken welk bedrag Ido op 1 januari 2012 extra op de rekening had moeten storten om precies voldoende geld te hebben voor de overname.

Opgave 5 Direne en Henk wonen samen met een samenlevingscontract. Het is hun bedoeling dat ze van elkaar zullen erven, mocht één van beiden overlijden.

13 Gelden in dat geval voor Direne en Henk de regels van het erfrecht of moeten ze een testament opstellen? In 2019 zijn Direne en Henk zijn getrouwd via de zogeheten standaardregeling. Deze regeling kent een ‘beperkte gemeenschap van goederen’.

14 Noem twee gevolgen voor hun vermogen als gevolg van de beperkte gemeenschap van goederen.

15 Welke van de volgende eisen is een formele eis voor een rechtsgeldig huwelijk? Noteer alleen het nummer of de nummers. 1 het huwelijk moet gesloten worden door een ambtenaar van de burgerlijke stand; 2 de huwelijkse voorwaarden moeten geregeld zijn; 3 de partners moeten het ja-woord gegeven hebben; 4 er moet een notariële akte van het huwelijk zijn opgemaakt. 5 het huwelijk betreft maximaal twee personen.

Opgave 6 Gegeven zijn de tabellen voor de erfbelasting van 2018 Erfbelasting tarieven 2018 Deel van de belaste verkrijging

Tariefgroep 1 (partners en kinderen)

Tariefgroep 1A (kleinkinderen)

Tariefgroep 2 (overige verkrijgers)

€ 0 tot € 123.248

10%

18%

30%

€ 123.248 – hoger

20%

36%

40%

Vrijstellingsbedragen erfbelasting 2018 Partners

€ 643.194

Kinderen en kleinkinderen

€   20.371

Zieke en gehandicapte kinderen

€   61.106

Ouders

€   48.242

Overige verkrijgers

€   2.147

14

9789006781311_EB _hB.econ.indd 14

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

Oriëntatietoets 1

Jan is een alleenstaande man op het moment dat hij in 2018 komt te overlijden. Jan heeft nooit een partner en kinderen gehad. Hij bezit een eigen woning met een WOZ waarde van € 150.000 en een auto. De auto heeft een marktwaarde van € 25.000. Jan heeft nog één ouder die in leven is en verder één broer en twee zussen. In een testament dat Jan heeft opgesteld, benoemt hij de volgende erfgenamen: – de ouder ontvangt € 50.000, – de broer en de zussen ontvangen ieder € 20.000, en – de kerk waarvan Jan lid is, ontvangt € 65.000. 16 Bereken de erfbelasting over 2018 voor elk van de erfgenamen.

Opgave 7 Bart en Christine kunnen per 1 januari 2019 een woning kopen. In dat geval kunnen zij op die datum een hypothecaire lening afsluiten bij de TNT-bank. Deze lening wordt afgelost met behulp van maandelijkse annuïteiten. Ze hebben ook de mogelijkheid om eenzelfde type woning te huren. Hieronder staan de gegevens die Bart en Christine kunnen gebruiken bij een vergelijking tussen ‘kopen’ en ‘huren’. kopen hypothecaire lening

€ 240.000

interestpercentage

0,3% per maand

annuïteit

€ 1.092 per maand

looptijd hypothecaire lening

30 jaar

belastingtarief m.b.t. aftrek hypotheekinterest

49%

opknapuitgave

€ 200 per maand

huren huur per maand

€ 760

huurstijging

2,5% per jaar

De interest van de hypothecaire lening is aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Dit voordeel wordt maandelijks door de belastingdienst uitbetaald.

17 Bereken het belastingvoordeel in verband met de hypothecaire lening in februari 2019.

18 Bereken de netto uitgaven in verband met de hypothecaire lening in maart 2019.

Bij ‘huren’ is de huurder zijn betaalde huur kwijt. Bij ‘kopen’ heeft de eigenaar een voordeel. Door elke maand af te lossen op de lening spaart de koper als het ware voor zijn woning. Na 30 jaar is de woning immers vrij van schuld zijn eigendom. Dat voordeel heet ‘spaarvoordeel’. 19 Bereken wat financieel voordeliger is in maart 2019: ‘huren’ of ‘kopen’, rekening houdend met het spaarvoordeel. ‘Kopen’ heeft een spaarvoordeel en dat zorgt voor opbouw van vermogen. 20 Noem naast de opbouw van vermogen nog twee voordelen van het kopen van een woning in vergelijking met het huren van een woning.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 15

15

11/05/20 15:07


OriĂŤntatietoets 1

Examenbundel 2020 | 2021

Opgave 8 Huurders kunnen in aanmerking komen voor huurtoeslag. Verder kennen huurders volgens de wet huurbescherming.

21 Noem twee factoren waarvan de hoogte van de huurtoeslag afhangt.

22 Leg uit op welke wijze de wet de huurder beschermt.

Opgave 9 Geef van elk van onderstaande stellingen aan of deze juist is of onjuist.

23 De taak van een curator bij de afhandeling van een faillissement is het behartigen van de belangen van de schuldeisers. 24 Bij de aanvraag van een faillissement door schuldeisers moeten er ten minste vier schuldeisers zijn. 25 Bij de uitbetaling aan schuldeisers in geval van faillissement heeft de Belastingdienst altijd voorrang op andere schuldeisers. 26 Surseance van betaling wordt verleend als de rechtbank denkt dat de problemen van korte duur zijn. 27 De verstrekker van een 5% hypothecaire lening gaat bij de verdeling van de ontvangsten bij liquidatie voor een preferente schuldeiser. 28 Een faillissement start altijd met een verzoekschrift daartoe bij de rechtbank.

16

9789006781311_EB _hB.econ.indd 16

Š ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 2 Opgave 1 Verzorgingstehuis Het Hoofd heeft twintig verzorgers in dienst. Els en Frits, beiden verzorger, hebben een conflict gekregen doordat ze zo nauw en veel met elkaar moeten samenwerken. Dergelijke conflicten komen vaak voor bij het verzorgingstehuis. Het tehuis schakelt Sandra in als een conflict zich voordoet. Sandra probeert, als mediator, de conflicten op te lossen. Sandra geeft van te voren aan onder welke voorwaarden zij werkt. Zij bepaalt bijvoorbeeld op welke tijdstippen ze werkt en het tehuis mag zich inhoudelijk niet met haar werk bemoeien. Zij declareert zelf de uren die zij werkt op basis van het door haar vastgestelde uurtarief. Sandra mag zich laten vervangen als zij ziek is. Als ze dit niet doet, krijgt ze geen vergoeding. Sandra krijgt vaak opdrachten van het tehuis, maar moet ook regelmatig afzeggen wegens ziekte. Ze wil niet langer een collega-mediator inzetten, want zelf kan ze de mediations het best leiden.

1 Er is geen sprake van een individuele arbeidsovereenkomst tussen Sandra en het tehuis. Leg dit uit aan de hand van de drie wettelijke eisen waaraan een individuele arbeidsovereenkomst moet voldoen.

Opgave 2 Annet Anklaar heeft op 1 januari 2019 de volgende balans van haar bedrijf opgesteld. Debet Bestelauto Inventaris Voorraad goederen Debiteuren Liquide middelen

Balans 1 januari 2019 (in euro’s) 18.000 10.000 30.000 9.000 19.000 86.000

Eigen vermogen 5% onderhandse lening Crediteuren

Credit 60.000 12.000 14.000

86.000

Annet wil haar inventaris moderniseren. Verder wil zij haar voorraad goederen aanpassen aan de wensen van haar klanten. Annet heeft het volgende financieringsplan opgesteld: – Voor de investering in nieuwe inventaris is een bedrag van € 20.000 nodig. – De bank is bereid voor de investering in de inventaris een 4%-lening te verstrekken. – De voorraad moet worden uitgebreid met € 10.000; 80% van dit bedrag kan op ­rekening worden ingekocht. De rest zal contant betaald worden.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 17

17

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 2

Examenbundel 2020 | 2021

2 Stel de balans voor Annet Anklaar samen nadat de veranderingen die voortvloeien uit het financieringsplan hebben plaatsgevonden. Gebruik onderstaande uitwerkbijlage. Debet Bestelauto Inventaris Voorraad goederen Debiteuren Liquide middelen

Balans na de veranderingen

Credit

Eigen vermogen 5% onderhandse lening Crediteuren

Opgave 3 Van onderneming Mees nv is per 1 januari – geplaatst aandelenkapitaal: – aandelen in portefeuille: – totale reserves – totaal vreemd vermogen – resultaat 2019 vóór belasting

2020 gegeven: € 80.000.000 € 40.000.000 € 56.000.000 € 70.000.000 € 16.000.000

De nominale waarde per aandeel bedraagt € 20. De beurskoers van het aandeel Mees bedraagt op 1 januari 2020 € 47,50. 3 Bereken de intrinsieke waarde per aandeel per 1 januari 2020 vóór de winstverdeling. 4 Zal de intrinsieke waarde per aandeel stijgen, dalen of gelijk blijven als het maatschappelijk aandelenkapitaal wordt vergroot? Licht het antwoord toe.

Het resultaat over 2019 wordt verdeeld. – De vennootschapsbelasting bedraagt 20% over de eerste € 200.000 resultaat en 25% over de rest van het resultaat. – Van het resultaat over 2019 wordt € 8.210.000 gereserveerd. – Het restant van het resultaat wordt uitgekeerd als dividend. 5 Bereken de te betalen vennootschapsbelasting over 2019.

De dividendbelasting is 15%. 6 Bereken hoeveel dividend in totaal wordt uitgekeerd op 500 aandelen Mees nv.

7 Bereken het dividendrendement over 2019 per aandeel Mees nv.

Opgave 4 Van de Beukel nv heeft voor de financiering van haar activa gebruik gemaakt van een 5% hypothecaire lening en een 6% onderhandse lening. Van de 5% hypothecaire lening is gegeven: – De interest wordt elk half jaar achteraf betaald op 30 juni en 31 december. Tevens wordt op die data € 20.000 op deze lening afgelost. – De schuldrest op 1 januari 2018 bedraagt € 460.000. Van de 6% onderhandse lening is gegeven: – Deze lening wordt afgelost met jaarlijkse annuïteiten van € 36.324. – De annuïteit wordt op 31 december betaald. – Op 31 december 2017 is de schuldrest na betaling van de annuïteit € 493.676.

18

9789006781311_EB _hB.econ.indd 18

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

Oriëntatietoets 2

8 Bereken de uitgaven die in 2017 gedaan zijn naar aanleiding van de 5% hypothecaire lening.

9 Vul het onderstaande aflossingsplan in voor de 6% onderhandse lening: alle bedragen afronden op hele euro’s. Jaar

Schuld 1 januari

interest

Aflossing

Schuld 31 december

2018 2019

Opgave 5

Met de afkortingen B2B, B2C, C2B en C2C wordt aangegeven op welke doelgroep de marketing gericht is: op bedrijven (B) of op consumenten (C). 10 Plaats met behulp van een kruisje de onderstaande marketing activiteiten in de juiste kolom. B2B

B2C

C2B

C2C

Gebruikmaken van Marktplaats Het thuis invullen van enquêtes voor bedrijven Werkgever maakt gebruik van Linkedin AMSL verkoopt chips aan Philips Consument maakt gebruik van de webshops van H&M en Amazon Gebruikmaken van Airbnb Het schrijven van reviews door klanten

Opgave 6 B2B en B2C verschillen van elkaar qua marktkenmerken. Geef voor elke stelling aan of deze juist is of onjuist.

11 Stelling A: het bedrag per bestelling is meestal groter bij B2B dan bij B2C. 12 Stelling B: de aankoopfrequentie is meestal groter bij B2B dan bij B2C. 13 Stelling C: omdat het bij B2B meestal over grotere bedragen gaat, duurt het aankoopproces vaak langer. 14 Stelling D: de behoeften bij B2C zijn meestal minder impulsief dan bij B2B.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 19

19

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 2

Examenbundel 2020 | 2021

Opgave 7 Tuinarchitect ‘Tuinlust’ ontwerpt tuinen en levert tevens planten, bestrating etc. aan haar klanten. Op 30 september 2020 is de volgende balans (getallen x € 1.000) van deze onderneming opgesteld: debet Vaste activa Voorraad goederen Debiteuren Overige vlottende activa Bank Kas

credit 440 210  52   8  76  14

Eigen vermogen 6% Hypothecaire lening Crediteuren Te betalen interest Nettowinst t/m september 2020

800

326 400  40   2  32 800

Toelichting: De balanspost ‘Te betalen interest’ heeft alleen betrekking op de interest van de 6% hypothecaire lening. Deze interest wordt elke maand achteraf betaald.

15 Geef een voorbeeld van ‘Overige vlottende activa’. 16 Noem twee kenmerken van een hypothecaire lening. 17 Geef de veranderingen op bovenstaande balans (= balansmutaties) voor de financiële feiten 1 t/m 5 over oktober 2020. 1 Verkocht goederen voor € 18.000, waarvan € 7.000 contant en de rest op rekening. De inkoopwaarde van de verkochte goederen is € 10.000. 2 Betaald per bank: –  aflossing 6% hypothecaire lening € 8.000 –  interest 6% hypothecaire lening (zie balans): € 2.000 –  aan crediteuren € 18.000 –  bedrijfskosten over oktober 2020 € 6.000 + totaal € 34.000 3 Ontvangen per bank van debiteur Tiggelaar € 16.000. 4 De afschrijvingskosten op vaste activa over oktober bedragen € 4.000. 5 Voor privégebruik € 3.000 uit de kas genomen en voor € 1.000 aan goederen meegenomen.

Opgave 8

Anja Bos is eigenares van een handelsonderneming. Op de balans van deze onderneming komt een onderhandse lening voor. Omdat Anja voor de tweede helft van 2019 een liquiditeits­­begroting en een resultatenbegroting wil opstellen, heeft zij deze gegevens verzameld: – Schuldrest onderhandse lening op 1 januari 2019 € 180.000. – Elk half jaar wordt € 10.000 op de lening afgelost. – De aflossing vindt plaats op 30 april en 31 oktober. – Het interestpercentage is 6% per jaar. – De betaling van de interest vindt elk half jaar achteraf plaats op 30 april en 31 oktober. 18 Bereken het totale bedrag dat in verband met de onderhandse lening op de liquiditeits­ begroting voor de tweede helft van 2019 staat. 19 Bereken het totale bedrag dat in verband met de onderhandse lening op de ­resultaten­ begroting voor de tweede helft van 2019 staat.

20

9789006781311_EB _hB.econ.indd 20

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

Oriëntatietoets 2

20 Bereken met welk bedrag de post ‘Te betalen interest’ op de balans per 31 december 2019 staat in verband met de onderhandse lening.

Opgave 9

Handelsonderneming Friso heeft op 1 januari 2017 een nieuwe inpakmachine aangeschaft. De aanschafprijs van deze machine is € 499.800 inclusief 19% btw en exclusief € 30.000 installatiekosten. Deze installatiekosten zijn exclusief 19% btw. Overige gegevens met betrekking tot deze machine zijn: – De restwaarde is € 60.000 exclusief btw. – De verwachte levensduur is zes jaar. – Friso schrijft jaarlijks af met een vast percentage van de aanschafwaarde. – Over delen van een jaar wordt in evenredigheid afgeschreven. 21 Bereken het afschrijvingsbedrag per jaar.

22 Bereken het afschrijvingspercentage per jaar. Antwoord in 1 decimaal nauwkeurig.

23 Bereken de balanswaarde van de inpakmachine op 1 juni 2020.

Opgave 10 In deze opgave blijft de btw buiten beschouwing.

Handelsonderneming Spaan handelt in het product Silco. Van dit product is het volgende gegeven: – De inkoopprijs bedraagt € 24 per product. – De variabele bedrijfskosten zijn € 2 per product. – De totale constante bedrijfskosten zijn € 120.000 per jaar. – De break-even afzet is 5.000 producten per jaar. 24 Bereken de verkoopprijs per product.

25 Bereken de break-even omzet per jaar voor Silco.

In 2020 zullen 6.200 stuks Silco worden ingekocht en verkocht. 26 Bereken de nettowinst die Spaan met Silco behaalt als 6.200 stuks Silco verkocht zullen worden.

Opgave 11 Van Repri nv zijn per 1 januari 2019 de volgende gegevens bekend: – totaal vermogen is € 145.000.000 – totaal vreemd vermogen is € 89.000.000 – maatschappelijk aandelenvermogen is € 20.000.000 – geplaatst aandelenvermogen is € 15.000.000

De nominale waarde per aandeel bedraagt € 25. 27 Bereken de totale reserves van Repri nv per 1 januari 2019.

28 Bereken de intrinsieke waarde van een aandeel Repri nv per 1 januari 2019.

29 Bereken het aantal aandelen dat Repri nv per 1 januari 2019 in portefeuille heeft.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 21

21

11/05/20 15:07


Oriëntatietoets 2

Examenbundel 2020 | 2021

In de eerste week van 2019 worden alle aandelen in portefeuille geplaatst tegen een koers van € 98. De opbrengst van deze emissie wordt voorlopig toegevoegd aan de liquide middelen. Repri nv beoordeelt haar solvabiliteit aan de hand van de verhouding: eigen vermogen/totaal vermogen. 30 Bereken de solvabiliteit van Repri nv na de plaatsing van deze aandelen.

Opgave 12 Gegeven is de volgende verkorte balans per 1 januari 2019 van Schalkwijk nv: Debet

Balans per 1 januari 2019 (× € 1.000)

Gebouwen Machines Bestelauto’s Voorraad goederen Debiteuren Tegoed ING-bank Kas

15.700 15.900 100 8.400 4.200 3.800 1.200

Aandelenvermogen Reserves Voorzieningen Hypothecaire leningen Onderhandse leningen Crediteuren Te betalen belastingen Te betalen bedragen

49.300

Credit 7.000 4.000 1.200 8.600 13.000 10.400 3.000 2.100 49.300

Schalkwijk beoordeelt haar liquiditeit met behulp van de current ratio en de quick ratio. De formules van deze ratio’s zijn: vlottende activa inclusief liquide middelen en exclusief voorraden Quick ratio = ​​ ____________________________________________________                   ​​ kort vreemd vermogen vlottende activa*         ​​ Current ratio = ​​ __________________ kort vreemd vermogen * inclusief liquide middelen

31 Noem een reden waarom liquiditeitskengetallen niet altijd geschikt zijn om de liquiditeit van een onderneming te beoordelen.

32 Noem een economische reden waarom de quick ratio een betere maatstaf kan zijn om de liquiditeit te beoordelen dan de current ratio.

33 Bereken de current ratio per 1 januari 2019. Antwoord in 1 decimaal nauwkeurig.

34 Bereken de quick ratio per 1 januari 2019. Antwoord in 1 decimaal nauwkeurig.

Opgave 13

Het totale vermogen van Reuring nv bedraagt op 31 december 2019 € 78.000.000. Hiervan is € 36.000.000 lang vreemd vermogen en € 18.000.000 kort vreemd vermogen. Reuring nv berekent haar solvabiliteit met behulp van de verhouding: eigen vermogen/ vreemd vermogen × 100%. 35 Bereken het solvabiliteitspercentage van Reuring nv per 31 december 2019.

De bank is bereid een onderhandse lening te verstrekken aan Reuring nv mits de solvabiliteit niet lager wordt dan 30%. 36 Bereken het maximale bedrag dat Reuring nv onderhands kan lenen bij de bank.

22

9789006781311_EB _hB.econ.indd 22

© ThiemeMeulenhoff

11/05/20 15:07


Bedrijfseconomie havo

Oriëntatietoets 2

Opgave 14 Be – – –

Better nv beschikt voor het jaar 2019 over de volgende gegevens: gemiddeld eigen vermogen is € 45.000.000; gemiddeld lang vreemd vermogen is € 22.000.000; gemiddeld kort vreemd vermogen is € 28.000.000;

De interestkosten van het lang vreemd vermogen bedragen over 2019 6,2% per jaar. De totale kosten van kort vreemd vermogen in 2019 zijn € 760.000. Het resultaat over 2019 bedraagt € 1.800.000. Voor de berekening van haar rentabiliteit gebruikt Harmsen nv de volgende formules: resultaat REV = ​​ _____________________          ​​ × 100% gemiddeld eigen vermogen resultaat + interest vreemd vermogen RTV = ​​  _______________________________  ​​ × 100%            gemiddeld totaal vermogen

37 Bereken de rentabiliteit van het gemiddeld eigen vermogen (REV) over 2019 in tenminste 1 decimaal nauwkeurig.

38 Bereken de rentabiliteit van het gemiddeld totaal vermogen (RTV) over 2019 in tenminste 1 decimaal nauwkeurig.

39 Noem twee ontwikkelingen in 2019 die de rentabiliteit van het eigen vermogen van Be Better nv kunnen vergroten. Licht het antwoord toe.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781311_EB _hB.econ.indd 23

23

11/05/20 15:07


9789006781311_EB _hB.econ.indd 24

11/05/20 15:07


Deel 1

Oefenen op onderwerp

25

9789006781311_EB _hB.econ.indd 25

11/05/20 15:07


examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde

samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F

havo

havo/vwo Rekenen 3F/4F

examenidioom

Bedrijfseconomie

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

havo

Bedrijfseconomie

havo Engels havo Duits havo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_havo_bedrijfseconomie_170x240.indd 1

9 789006 781311

2/06/20 13:56


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9006781311 havo bedrijfseconomie by ThiemeMeulenhoff - Issuu