Skip to main content

9789006781205 vmbo maatschappijkunde

Page 1

examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel vmbo-gt / mavo Nederlands vmbo-gt / mavo Engels vmbo-gt / mavo Duits vmbo-gt / mavo Frans vmbo-gt / mavo Economie vmbo-gt / mavo Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-gt / mavo Aardrijkskunde vmbo-gt / mavo Wiskunde vmbo-gt / mavo Nask 1 vmbo-gt / mavo Nask 2 vmbo-gt / mavo Biologie

samengevat vmbo Nederlands 2F vmbo Rekenen 2F vmbo-kgt Economie vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-kgt Aardrijkskunde vmbo-kgt Wiskunde

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vmbo-kgt Nask 1 vmbo-gt Nask 2 vmbo-kgt Biologie

vmbo-gt

examenidioom

Maatschappijkunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

vmbo-gt/mavo

Maatschappijkunde

vmbo Engels vmbo Duits vmbo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_vmbo_maatschappijkunde_170x240.indd 1

9 789006 781205

3/06/20 09:05


EB_vmbo_Maatschappijkunde_Deel2b.indd 204

20/05/20 14:50


examenbundel.nl

examen bundel Meer dan alleen oefenexamens

2020 2021

vmbo-gt / mavo

9789006781205_EB_vmML.indb 1

R. van Otterdijk J. van Otterdijk

Maatschappijkunde

29/04/20 15:20


Colofon Auteurs R. van Otterdijk J. van Otterdijk Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Auteur stappenplan P.M. Leideritz Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 78120 5 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechten­onderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

EB_vmbo_Maatschappijkunde_Deel1.indd 2

20/05/20 14:50


Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het examen voor het vak maatschappijkunde op vmbo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Oriëntatietoets: Heb je deze toets gemaakt? Dan weet je wat je al weet voor het examen. Vul je scores in op www.examenbundel.nl. Je ziet meteen wat je kent en wat je niet kent. Ook zie je welke hoofdstukken in de Examenbundel je nog moet oefenen. De oriëntatietoets is net zo groot als een examen. Als je de ­oriëntatietoets goed hebt gedaan, ben je klaar voor de rest van dit boek. Je gaat daar oefenen met oefenvragen en examens. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een ruim aantal opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Deel 2a: In dit deel vind je complete examens met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze examenbundel. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen, suggesties voor verder lezen en bruikbare internetadressen. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Het centraal examen maatschappijkunde vmbo gt 2021 wordt afgenomen op donderdag 20 mei tussen 9.00 en 11.00 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Deze examenbundel maatschappijkunde is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Leraren Maatschappijleer (NVLM). Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020

Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff

EB_vmbo_Maatschappijkunde_Deel1.indd 3

3

20/05/20 14:50


Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze examenbundel? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.

EB_vmbo_Maatschappijkunde_Deel1.indd 4

20/05/20 18:21


Inhoud Deel 2a

3 Voorwoord

6 Centraal examen maatschappijkunde 2021 9 Examenprogramma 10 Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde 11 Casus 11 Voorbeelden bij de analyse van het maatschappelijk vraagstuk 16 Politieke prenten begrijpen 19 Beeld- en fotoanalyse

Oriëntatietoets

Examens met uitwerkingen

Examen 2018-I 129 Opgaven 154 Uitwerkingen Examen 2019-I 160 Opgaven 184 Uitwerkingen

Deel 2b 195

Stappenplan

29 Opgaven

Bijlagen Deel 1

Oefenen op onderwerp

1 Politiek en beleid 33 Oefenvragen 42 Uitwerkingen 52 Begrippen

2 Massamedia 58 Oefenvragen 66 Uitwerkingen 70 Begrippen

3 Criminaliteit en rechtsstaat 74 Oefenvragen 87 Uitwerkingen 96 Begrippen

Cijferbepaling Internetadressen

4 Analyse van een maatschappelijk vraagstuk 107 Oefenvragen 118 Uitwerkingen 124 Begrippen

© ThiemeMeulenhoff

EB_vmbo_Maatschappijkunde_Deel1.indd 5

5

20/05/20 15:07


Centraal examen maatschappijkunde 2021 De onderwerpen Het centraal schriftelijk examen ‘maatschappijkunde’ heeft betrekking op twee kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Over deze kerndelen worden verschillende vragen gesteld. Bij elk kerndeel hebben een of meer vragen betrekking op het kerndeel ‘Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde’. In het eindexamen zijn ook vragen opgenomen over de analyse van het maatschappelijk vraagstuk. Daarin moet je een maatschappelijk vraagstuk analyseren door verbanden te leggen op een manier die je bij maatschappijkunde hebt geleerd. Omdat daarin vaak vragen staan die enige kennis van massamedia vereisen, hebben we in deze bundel ook vragen over massamedia opgenomen. Het examen maatschappijkunde zelf Op het examen krijg je twee boekjes: het bronnenboekje en het vragenboekje. Het bronnen­boekje bestaat uit de bronnen waarover vragen worden gesteld. De bronnen bevatten vaak fragmenten van teksten uit kranten. In enkele gevallen gaat het om tabellen, figuren en politieke prenten (cartoons). Het aantal bronnen varieert. In het vragenboekje staan ongeveer achtenveertig vragen. Er zijn open vragen en meerkeuzevragen. De bronnen en de vragen gaan over de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Het examen duurt maximaal twee uur. Bepaling van je cijfer en de normering van het examen Voor ieder goed antwoord krijg je een of meer punten. Dat staat precies beschreven in het correctievoorschrift dat is vastgesteld door het College van Examens (CvE). Je examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent. Daarna kijkt een docent maatschappijkunde van een andere school je examen na. Samen bepalen ze het aantal behaalde punten. Het CvE bepaalt vervolgens de norm afhankelijk van de landelijke resultaten voor het examen. Die norm geeft aan welk cijfer je krijgt bij de behaalde punten. Voorbereiding voor het examen Voor een goede voorbereiding op het examen zijn twee zaken belangrijk: – Je moet voldoende kennis hebben van de onderwerpen in de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. – Je moet de vaardigheden die in het examenprogramma voorgeschreven zijn, voldoende beheersen. Voorbereiding op het examen met deze bundel Om jezelf goed voor te beiden op het examen volgen hier enkele tips. – Maak de oefenvragen in deze bundel. Je kunt dan voor jezelf bepalen of je die vragen goed kunt beantwoorden. Kijk daarna ook goed naar de uitwerkingen. – Maak de examens maatschappijkunde 2017-I, 2018-I en 2019-I achter in deze bundel. Je krijgt dan een goed inzicht in wat je al weet en kunt. – Houd de media bij over maatschappelijke en politieke onderwerpen. Dat kun je doen door regelmatig een landelijk kwaliteitskrant te lezen, zoals de Volkskrant, het NRC Handelsblad of de Trouw. Je kunt daarnaast eventueel een regionale krant lezen. Kijk ook regelmatig naar het NOS-journaal of naar het RTL 4-journaal en/of luister naar het journaal op Radio1. – Op www.nu.nl of op teletekst vind je ook veel handig nieuws. Wees voorzichtig met nieuws via bijvoorbeeld Facebook, Instagram of Snapchat. Deze bronnen bevatten veel nepnieuws.

6

9789006781205_EB_vmML.indb 6

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Centraal examen maatschappijkunde 2021

Gebruik woordenboek Nederlands bij het examen Bij het maken van het schriftelijk examen mag je een eendelig verklarend woordenboek Nederlands gebruiken. Je mag in plaats hiervan ook gebruikmaken van een woordenboek Nederlands – vreemde taal, bijvoorbeeld naar je eigen thuistaal. Maak gepast gebruik van een woordenboek. Het kan een nuttig hulpmiddel zijn bij een enkel woord of begrip, maar veelvuldig opzoeken kan leiden tot tijdnood. Bovendien geeft een woordenboek soms een andere beschrijving van een begrip dan er in de kerndelen van maatschappijkunde wordt gebruikt. Alleen de formulering van begrippen zoals omschreven in leerboeken maatschappijkunde zijn geldig. Overige hulpmiddelen Naast het woordenboek Nederlands zijn ook andere hulpmiddelen toegestaan. Ze zijn bij de beantwoording van de vragen voor maatschappijkunde niet direct van belang. Het gaat dan om schijfmateriaal zoals tekenpotlood, liniaal, passer en een rekenmachine. Wat voor vragen kun je verwachten op het examen? Er zijn verschillende typen vragen. Hier volgen een aantal mogelijkheden: – Begripsvragen. Aan de hand van een bron (tekst, tabel, figuur of politieke prent) laat je zien wat je weet van de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Zo kan je bijvoorbeeld gevraagd worden een cartoon of tabel uit te leggen. – Argumentenvraag. Er wordt een situatie beschreven waarin je een bepaald standpunt moet innemen of je moet één of meer argumenten voor en/of tegen het standpunt noemen. Soms moet je in een tekst argumenten vóór of tegen een bepaald standpunt aanwijzen. – Standpuntvraag. Je kunt zelf een standpunt innemen en daarbij argumenten formuleren of aanwijzen. – Afwegingsvraag/betoogvraag. Je kunt argumenten tegen elkaar afwegen en op basis daarvan tot een eigen standpunt komen. Je moet daarbij zowel argumenten vóór als tegen beoordelen. Belangrijk is dat je goed aangeeft waarom je tot een keuze bent gekomen. Analyse van een maatschappelijk vraagstuk Een onderdeel van het examen is de analyse van een maatschappelijk vraagstuk. Bij dit onderdeel moet je laten zien dat je een actueel maatschappelijk vraagstuk kunt analyseren vanuit verschillende invalshoeken. Er wordt je bijvoorbeeld gevraagd om aan te geven waarom er sprake is van een maatschappelijk vraagstuk, hoe allerlei groepen en ook de overheid betrokken zijn bij het vraagstuk en/of hoe politieke partijen erover denken. Bij de analyse van het maatschappelijk staan vaak vragen over de rol van de media. Vraagformuleringen zoals je die kunt verwachten – Welke … / Wat houdt … / Wat is … / Wat wordt bedoeld met … – Noem (geef) twee kenmerken (argumenten) … – Door welke … Licht je antwoord toe. – Verklaar … / Beschrijf … – Beredeneer … (de stappen van een redenering moeten worden beschreven) – Beargumenteer … (de argumenten voor een stelling/positie moeten worden gegeven) – Leg uit dat (hoe/welke) …

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 7

7

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Meerkeuzevragen Een deel van het examen bestaat uit meerkeuzevragen. Je kunt je daarop het best voorbereiden door veel te oefenen. Je kunt ook eens kijken of deze tips voor jou prettig werken: – Probeer zelf het goede antwoord te geven. Denk niet alleen aan de redenen waarom één antwoord goed is, maar ook aan de redenen waarom de andere antwoorden fout of minder goed zijn. – Als je zeker weet dat bepaalde antwoorden fout zijn, streep je die door. Als je twijfelt tussen twee antwoorden en je hebt een gevoelsmatige voorkeur voor een van beide, kies je die mogelijkheid. – Let bij het type ‘waar/onwaar’-antwoorden (goed/fout, juist/onjuist) altijd op woordjes als ‘nooit’, ‘niet’, ‘altijd’, ‘de enige‘ en ‘alle’. – Sla vragen waarop je het antwoord absoluut niet weet over en kijk daar later nog eens naar. – Geef altijd antwoord. Omgaan met twijfel Bij het beantwoorden van meerkeuzevragen heb je vier mogelijkheden: 1 Je weet direct wat de juiste keuze is. 2 Je weet direct wat onjuiste keuzes zijn. 3 Op het eerste gezicht, maar zonder daar zeker van te zijn, zegt een bepaalde keuze je iets. 4 Niets komt je bekend voor, kortom je weet het antwoord niet. Als er sprake is van problemen bij het maken van meerkeuzevragen, dan betreft het vooral mogelijkheid twee en drie. Bij mogelijkheid een weet je immers het juiste alternatief. Bij mogelijkheid vier valt niets anders te doen dan te gokken. Bij zowel mogelijkheid twee als drie is er sprake van twijfel tussen de verschillende (meestal twee) alternatieven. Veel leerlingen hebben moeite met het kiezen uit de twee overgebleven alternatieven. Let erop dat je niet te lang bezig bent met een vraag. Het gevaar is groot dat je allerlei zaken door elkaar gaat halen en dat je in tijdnood komt. Twijfel slaat ook vaak toe bij het nakijken van je werk. Let erop dat je dan niet zomaar je antwoorden ‘verbetert’. Het komt nogal eens voor dat het eerste antwoord toch het goede antwoord was. Natuurlijk moet je je antwoord wel verbeteren als het goede antwoord je te binnenvalt. Tijdens het examen Neem de tijd om de vraag goed te lezen! Kijk ook naar het aantal punten dat voor de vraag staat. Het aantal punten is vaak een goede aanwijzing voor het aantal onderdelen dat het antwoord moet bevatten.

8

9789006781205_EB_vmML.indb 8

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Examenprogramma Hieronder staan de officiële exameneisen maatschappijkunde per kerndeel en een korte uitwerking daarvan. Het totaal geeft aan welke kennis en vaardigheden bij het centraal examen van 2021 wordt verwacht. ML2/K/1 Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van maatschappijkunde verwoorden. ML2/K/2 Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken. ML2/K/3 Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen. Hij of zij kan: – ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken verschillende typen vragen herkennen en zo zelfstandig mogelijk formuleren; – bij gegeven of zelf geformuleerde vragen informatie verwerven en daarbij gebruik maken van verschillende informatiebronnen; – aangereikte informatie over maatschappelijke verschijnselen/vraagstukken verwerken en interpreteren op basis van vakinhoudelijke kennis; – de principes en procedures die horen bij de benaderingswijze van het vak maatschappij­kunde herkennen in informatiebronnen over een maatschappelijk vraagstuk, of toepassen op een maatschappelijk vraagstuk; – een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven. ML2/K/4 Politiek en beleid De kandidaat kan: – Nederland typeren als een parlementaire democratie in een rechtsstaat en als een constitutionele monarchie; – uitleggen op welke wijze overheidsbeleid tot stand komt, de invloed van de Europese Unie daarin aangeven/herkennen en noemen/herkennen hoe Europese besluiten tot stand komen; – mogelijkheden beschrijven die individuele burgers en belangen- of pressiegroepen hebben om de politieke besluitvorming te beïnvloeden; – van politieke partijen en stromingen standpunten en de uitgangspunten herkennen, noemen en verklaren. ML2/K/8 Criminaliteit en rechtsstaat De kandidaat kan: – de aard, ontwikkeling en omvang van criminaliteit als maatschappelijk probleem herkennen en beschrijven; – principes van de rechtsstaat herkennen in het straf- en procesrecht; – oorzaken van criminaliteit herkennen en beschrijven; – de rol van overheidsorganen ter bestrijding van criminaliteit aangeven, verschillende beleidsmaatregelen en kenmerkende visies van politieke stromingen onderscheiden, en effectiviteit en wenselijkheid van beleidsmaatregelen beoordelen; – de doelen van straffen en maatregelen onderscheiden. ML2/V/1 Analyse maatschappelijk vraagstuk De kandidaat kan een maatschappelijk vraagstuk gerelateerd aan de exameneenheden analyseren door verbanden tussen de eindtermen te leggen en door de benaderingswijze van maatschappijkunde erop toe te passen.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 9

9

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

ML2/K/7 Massamedia In het onderdeel ‘analyse van het maatschappelijk vraagstuk’ staan vaak vragen die enige kennis van massamedia vereisen. Daarom volgen hieronder de exameneisen van het kerndeel ‘Massamedia’. Het kerndeel ‘Massamedia’ wordt verder niet bevraagd in het Centraal Examen. De kandidaat kan: – de betekenis van massamedia voor de samenleving herkennen en beschrijven; – factoren en ontwikkelingen herkennen en noemen als het gaat om de inhoud en programmering van massamedia, en nieuwsvoorziening kritisch beoordelen; – benoemen wat de rol van de media is bij beeldvorming en aangeven hoe er sprake is van beïnvloeding door massamedia; – informatie vergelijken van verschillende media en verschillen daarin verklaren.

Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde Bij het vak maatschappijkunde heb je geleerd dat je met kritische ogen moet kijken naar maatschappelijke verschijnselen, thema’s en problemen. Daarbij gebruik je verschillende invalshoeken: de politiek-juridische invalshoek, de sociaaleconomische invalshoek, de sociaal-culturele invalshoek en de veranderings- en vergelijkende invalshoek. Politiek-juridische invalshoek Als je het vak maatschappijkunde vanuit de politiek-juridische invalshoek benadert, onderzoek je bijvoorbeeld welke machtsmiddelen de verschillende maatschappelijke groeperingen en de overheid hebben. Ook is hierbij belangrijk in hoeverre de overheid zich met het vraagstuk bemoeit. Zo heeft een vakbond andere machtsmiddelen ter beschikking dan een politieke partij. Een vakbond kan bijv. demonstraties organiseren, een politieke partij is actief in de Tweede Kamer. Sociaaleconomische invalshoek Als je de sociaaleconomische invalshoek toepast, bekijk je bijvoorbeeld de maatschappelijke positie van de verschillende maatschappelijke groeperingen. Je kunt het verband aangeven tussen de maatschappelijke positie van een groepering en haar belangen. Je kunt zowel de gemeenschappelijke belangen die mensen hebben benoemen, als de tegengestelde belangen. Werkgevers kunnen op grond van hun economische positie veel macht of invloed uitoefenen. Werkgevers hebben vaak andere belangen dan werknemers. Sociaal-culturele invalshoek Als je maatschappijkunde vanuit de sociaal-culturele invalshoek benadert, kun je bijvoorbeeld de verschillende maatschappelijke groeperingen onderscheiden. Ook herken je hun opvattingen over maatschappelijke vraagstukken. Je kunt aangeven welke waarden en normen die groeperingen hebben. Gelovige groeperingen hebben bepaalde waarden die kunnen afwijken van die van niet-gelovige groepen. Moslims vinden andere zaken belangrijk dan protestanten. Veranderings- en vergelijkende invalshoek Als je een maatschappelijk probleem vanuit de veranderings- en vergelijkende invalshoek bekijkt, kijk je bijvoorbeeld naar hoe andere samenlevingen nu met deze problemen omgaan of hoe samenlevingen vroeger over deze problemen dachten.

10

9789006781205_EB_vmML.indb 10

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Casus (bron: Handreiking schoolexamens vmbo 1 SLO) Een Turkse patiënte (67), een moslim in een verpleeghuis, die ernstig ziek is (suikerziekte en evenwichtstoornissen), weigert te eten, terwijl dat volgens de dokter heel slecht is voor haar gezondheid. Haar suikerspiegel moet op peil blijven. De patiënt wil niet eten omdat het Ramadan is en er zijn volgens haar geen uitzonderingen mogelijk. De dokter beweert dat in uitzonderlijke gevallen van de regel afgeweken kan worden, per slot van rekening leven ze niet volgens de sharia. De familie (man en vier kinderen) van de patiënt bemoeit zich er ook mee en bezweert de dokter haar overdag geen eten en drinken te geven. Om dat te controleren willen ze permanent een lid van de familie bij het bed aanwezig hebben, maar dat mag niet volgens de leiding van het verpleeghuis. Nog een probleem is dat de vrouw volgens de echtgenoot niet door de mannelijke arts behandeld mag worden. De arts vindt dat onzin en geeft ook aan dat er geen andere arts beschikbaar is. Hij wil er een rechtszaak van maken, maar dat gaat een politieke partij in de gemeenteraad te ver en die kaart het probleem aan in de gemeenteraad. Het verpleeghuis is een door de gemeente gesubsidieerde instelling. De vragen die je kunt stellen vanuit de verschillende invalshoeken bij deze casus: Sociaal-economische invalshoek Welke financiële en economische belangen spelen een rol in deze casus? Wie neemt daarover de beslissingen? Welke kosten worden gemaakt en door wie? Sociaal-culturele invalshoek Welke verschillende culturele waarden spelen een rol? Welke waarden vanuit geloof spelen een rol? Welke gewoonten en gebruiken spelen een rol? Waarden zijn uitgangspunten en principes die mensen belangrijk vinden. Een norm is een opvatting over hoe je je in bepaalde situaties wel of niet hoort te gedragen. De politiek en juridische invalshoek Welke regels spelen een rol? Hoe is de politiek erbij betrokken? Wie heeft uiteindelijk de macht om te beslissen? De veranderings- en vergelijkende invalshoek Hoe zou deze situatie bij strenger Nederlands beleid opgelost worden? Hoe zou deze situatie in Islamitische landen opgelost worden?

Voorbeelden bij de analyse van het maatschappelijk ­vraagstuk In elk examen staan vragen over de analyse van het maatschappelijk vraagstuk. Wat kun je zoal verwachten? Je kunt aangeven waarom er sprake is van een maatschappelijk vraagstuk. Een maatschappelijk vraagstuk (bijvoorbeeld vandalisme) of een maatschappelijk probleem heeft vier kenmerken: 1 Het gaat om een situatie of gebeurtenis die door veel mensen wordt afgekeurd (of waar veel mensen last van hebben). Het gaat dus om een sociaal probleem. 2 Het probleem is niet snel op te lossen omdat er verschillende meningen bestaan over de mogelijke oplossing en de mogelijke oorzaken van het probleem. 3 Het probleem kan het beste worden opgelost door de overheid in samenwerking met de burgers en organisaties. 4 Het probleem krijgt veel media-aandacht.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 11

11

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Je kunt inventariseren welke politiek-juridische, sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten aan het vraagstuk verbonden zijn. Je moet ook kunnen aangeven hoe het vraagstuk in andere samenlevingen een rol speelt en of er verschil is tussen hoe het vroeger ging en hoe het nu gaat. Door via de invalshoeken naar een maatschappelijk probleem te kijken, kun je de belangrijkste kenmerken van een vraagstuk op een rijtje zetten. Er zijn vier invalshoeken: 1 Bij de sociaaleconomische invalshoek kijk je of de economische situatie een rol speelt bij het maatschappelijk vraagstuk. Je vraagt je bijvoorbeeld af wat de kosten zijn van illegale wietteelt. 2 Bij de sociaal-culturele invalshoek spelen de waarden en normen van de mensen en groepen die betrokken zijn bij het maatschappelijke vraagstuk een rol. Wat vinden mensen belangrijk en hoe gedragen zij zich daarnaar? Je kijkt bijvoorbeeld naar wat mensen en organisaties vinden van illegale wietteelt. 3 Bij de politiek-juridische invalshoek kijk je naar de rol van de overheid. Er is een politieke en een juridische kant aan deze invalshoek. Politiek: Wat heeft de overheid tot nu toe aan het probleem gedaan? Wat vinden de politieke partijen de beste oplossing voor het maatschappelijk vraagstuk? Welke partijen zijn voor of tegen legalisering van wietteelt? Juridisch: Welke wetsregels bestaan er voor het maatschappelijk vraagstuk? Welke aanpassingen van deze wetsregels zijn nodig of moeten er nieuwe wetsregels komen? Moeten er voor legale wietteelt bijvoorbeeld wetten worden aangepast? 4 Bij de veranderings- en vergelijkende invalshoek kijk je naar wat andere samenlevingen vinden van het maatschappelijk vraagstuk of bekijk je hoe er vroeger werd omgegaan met een maatschappelijk vraagstuk. Je bekijkt bijvoorbeeld hoe in andere landen wordt gedacht over legale wietteelt. Of je bekijkt bijvoorbeeld hoe Nederland vroeger omging met militaire missies. Welke sociale, culturele, politieke en sociaaleconomische veranderingen zijn van invloed geweest? Door te vergelijken snap je beter waarom bepaalde beslissingen genomen worden. Je kunt analyseren welke groeperingen en instellingen betrokken zijn bij het vraagstuk en welke waarden en normen zij hebben. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘waarden’ en ‘normen’. Waarden zijn uitgangspunten of principes die we belangrijk vinden. Sommige waarden gelden voor iedereen (bijvoorbeeld vriendschap), andere waarden horen bij bepaalde groepen (bijvoorbeeld creativiteit als waarden voor kunstenaars). Politieke stromingen hebben hun eigen waarden. Zo is de waarde ‘gelijkheid’ de basis van het socialisme. Normen zijn opvattingen over hoe je je volgens een bepaalde waarde behoort te gedragen. Maatschappelijke normen zijn regels (bijvoorbeeld verkeersregels, opstaan voor een ouder iemand in de trein) waar de meeste mensen zich aan houden. Een norm volgt uit een waarde. Iemand die een diploma wil halen, krijgt ook te maken met waarden en normen. Bijvoorbeeld de waarde ‘zelfdiscipline’ en de norm ‘op tijd naar bed gaan’. Je kunt aangeven welke belangen de groeperingen hebben en welke machtsmiddelen zij hebben om voor hun belangen op te komen. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘belangen’ en ‘machtsmiddelen’. Bij maatschappelijke vraagstukken spelen belangen altijd een rol. Een belang heeft vaak met financieel voor- of nadeel te maken. Niet iedereen heeft dezelfde belangen. Zo hebben werkgevers en werknemers verschillende belangen. Dat geldt ook voor jongeren en ouderen, voor scholieren en docenten, voor mannen en vrouwen en voor arme en rijke landen. Om voor je belangen in de maatschappij op te komen maak je gebruik van machtsmiddelen. Dat zijn middelen waarmee je het gedrag van anderen kunt beïnvloeden. Voorbeelden van machtsmiddelen zijn geld, geweld, beroep, kennis, overtuigingskracht, aanzien, persoonlijke vaardigheden, macht van het getal, toegang tot politici en toegang tot de media.

12

9789006781205_EB_vmML.indb 12

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Casus

Je kunt aangeven in welke mate er ongelijkheid is tussen groeperingen bij het aanwenden van machtsmiddelen. Groeperingen die over meer machtsmiddelen beschikken hebben meer invloed dan ­groeperingen die weinig machtsmiddelen hebben. De ANWB is een organisatie die opkomt voor de belangen van haar leden op het gebied van vrije tijd, vakantie en mobiliteit. Deze organisatie heeft veel invloed, want ze heeft veel machtsmiddelen: geld, kennis (over het verkeer), aanzien (veel kennis en veel leden zorgt voor aanzien) en macht van het getal (er zijn miljoenen leden). Over het algemeen beschikken vakbonden over veel machtsmiddelen. Consumenten­ organisaties beschikken over wat minder machtsmiddelen. Tegenwoordig wordt middels social media ook macht uitgeoefend door grote groepen mensen te bewegen in actie te komen (bijvoorbeeld de #MeToo-beweging en de Groningers tegen gasboringen). Daarnaast hebben influencers en vloggers veel invloed op jongeren. Hun machtsmiddel is de macht van het getal: hoe meer volgers of likes, hoe meer invloed. Je kunt aangeven welke relatie er bestaat tussen de belangen van de betrokken groeperingen en hun maatschappelijke positie. Migranten bijvoorbeeld hebben over het algemeen een zwakke positie in de samenleving. Ze staan laag op de maatschappelijke ladder en hebben gemiddeld een lager opleidings­ niveau en een lager inkomen. Ze zijn daarom minder gemakkelijk in staat op te komen voor hun belangen. In het algemeen is het zo dat hoe hoger je maatschappelijke positie (door opleiding, inkomen en status), hoe gemakkelijker je kunt opkomen voor de eigen belangen. Je kunt voorbeelden geven van het beleid van de overheid bij de aanpak van het vraagstuk. Je kunt daarbij de fasen onderscheiden in het tot stand komen van het overheidsbeleid. – Fase 1 In deze fase uiten burgers, belangengroepen, actiegroepen, politieke partijen wensen en verlangens. Burgers willen bijvoorbeeld het probleem van overlast in bepaalde woonwijken door jongeren aanpakken. Een belangrijke stap is dan om in de massamedia veel aandacht voor dit probleem te krijgen. Op die manier kunnen zij politici bereiken. Als dat lukt kan het probleem politieke betekenis krijgen. De politici kunnen het probleem namelijk op de politieke agenda zetten. Bestuurders (bijvoorbeeld ministers of wethouders) moeten er dan aandacht aan besteden. – Fase 2 In deze fase worden er verschillende oplossingen bedacht en vergeleken. Bestuurders bepalen welke maatschappelijk vraagstuk/probleem zij als eerste willen aanpakken. Als ze het probleem van de overlast willen aanpakken, gaan ze hiervoor oplossingen bedenken. Een oplossing kan zijn dat er meer wijkagenten gaan komen. – Fase 3 De derde fase is de besluitvormingsfase. Eerst nemen bestuurders een voorlopig besluit, daarna overlegt de volksvertegenwoordiging. Voordat de volksvertegenwoordiging een definitief besluit neemt, proberen burgers en/of actie- en belangengroepen invloed uit te oefenen. Bewoners van de woonwijken vinden misschien wel dat meer wijkagenten een onvoldoende oplossing biedt voor het probleem. Andere groeperingen vinden dat er meer opvang moet komen voor de jongeren in de wijken. – Fase 4 In de laatste fase voeren de ambtenaren van de verantwoordelijke wethouder of minister het besluit uit. Zij moeten ervoor zorgen dat de wet of maatregel goed uitgevoerd wordt. Als later blijkt dat die geen of te weinig oplossing biedt voor de overlast, kan het hele proces weer opnieuw beginnen.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 13

13

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Je kunt opvattingen van politieke stromingen en/of politieke partijen in de informatiebronnen herkennen. Je kunt uitleggen dat het beleid een gevolg is van een compromis. Belangrijk hierbij is het begrip ‘compromis’. Voor een politiek besluit is er een meerderheid nodig. In Nederland is er nooit één partij die alleen de meerderheid heeft. Politieke partijen moeten op elk bestuursniveau (landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau) samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moeten de politieke partijen compromissen sluiten. Dat zijn overeenkomsten tussen politieke partijen waarbij ieder wat toegeeft. Je kunt de rollen die de massamedia spelen aangeven. De media hebben verschillende functies: – Informatieve functie: de media informeren over allerlei politieke gebeurtenissen en besluiten. – Agendafunctie: de media onderzoeken nieuwe maatschappelijke problemen en plaatsen die op politieke agenda. Bijvoorbeeld misbruik in de Katholieke Kerk, doping of de Nederlandse geheime dienst (AIVD) die de Russische geheime dienst heeft gehackt. – Commentaar- en meningsvormende functie: de media leveren kritiek op politieke besluiten. De media geven dagelijks commentaar op het politieke besluitvormings­ proces. – Controlerende functie of waakhondfunctie: de media controleren ministers, bedrijven en andere maatschappelijke personen en organisaties, zoals banken, zorgverzekeraars en onderwijsinstellingen, met het oog op de vraag of het beleid goed wordt uitgevoerd. Ministers moeten wel eens aftreden als de media iets ontdekt hebben. – Spreekbuisfunctie: mensen en maatschappelijke organisaties kunnen via de media hun mening geven over maatschappelijke problemen. Je kunt de mogelijkheden noemen die burgers hebben om invloed uit te oefenen op het politieke besluitvormingsproces. Hoe kun je als burger invloed uitoefenen op het politieke besluitvormingsproces? – Je kunt stemmen op jouw favoriete politieke partij. – Je kunt gebruik maken van het spreekrecht tijdens hoorzittingen van de Tweede Kamer of op vergaderingen van de gemeenteraad. – Je kunt lid worden van een politieke partij of zelf een politieke partij oprichten. – Je kunt contact opnemen met politici. – Je kunt een verzoek, klacht of bezwaarschrift indienen. – Je kunt bij een conflict met de overheid de rechter inschakelen. – Je kunt proberen de (social) media in te schakelen. – Je kunt lid worden van een pressiegroep of zelf een pressiegroep oprichten. – Je kunt demonstreren of een handtekeningen-actie houden. Je kunt aangeven of de verschillende informatiebronnen meer of minder objectief zijn. Als je wilt weten of een informatiebron objectief en betrouwbaar is, beantwoord je de volgende vragen. – Wordt iets van verschillende kanten bekeken? Komen er bijvoorbeeld verschillende mensen aan het woord? Is er hoor en wederhoor toegepast? – Zijn de bronnen vermeld van het cijfermateriaal? Is deze bron betrouwbaar? Een goede bron voor cijfermateriaal is bijvoorbeeld het CBS. – Is er een duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen?

14

9789006781205_EB_vmML.indb 14

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Casus

Je kunt met voorbeelden uit informatiebronnen over het vraagstuk verduidelijken welke waarden, normen, vooroordelen en stereotypen overgedragen worden. Je kunt daarbij de begrippen selectieve waarneming en referentiekader toepassen. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘waarden’, ‘normen’, ‘vooroordeel’, ‘stereotype’, ‘selectieve waarneming’ en ‘referentiekader’. Waarden zijn uitgangspunten of principes die mensen belangrijk vinden. Sommige waarden gelden voor iedereen, andere waarden horen bij bepaalde groepen. Politieke stromingen hebben hun eigen waarden. Zo is de waarde ‘gelijkheid’ de basis van het socialisme. Normen zijn opvattingen over hoe je je volgens een bepaalde waarde behoort te gedragen. Een norm volgt uit een waarde. Maatschappelijke normen zijn regels en wetten waar de meeste mensen zich aan houden. Een vooroordeel is een negatief oordeel dat niet of onvoldoende op feiten is gebaseerd. Perceptie betekent waarneming. Selectieve waarneming betekent dat iemand bewust of onbewust keuzes maakt bij het waarnemen. Waarnemen gebeurt vanuit een persoonlijk referentiekader. Je ziet of hoort wat past bij je opvattingen. Iemand die zelf vuurwerk afsteekt zal daar niet zo snel kritisch op zijn als iemand die last heeft van het geknal. Het referentiekader is een optelsom van alle persoonlijke meningen, ervaringen, waarden en normen die iemand heeft. Als je veel hebt meegemaakt, zal dat je waarneming van de werkelijkheid mede bepalen. Er bestaan vele vooroordelen over mensen van andere etnische groeperingen. Die vooroordelen zijn gebaseerd op gebrek aan kennis of angst. Ze kunnen het gevolg zijn van selectief waarnemen, maar hebben op zichzelf ook weer selectief waarnemen als gevolg. Je leest en ziet het liefst datgene wat bij je oordelen past. Als je Marokkaanse jongeren vervelend vindt, ga je bevestiging zoeken. Als je in een wijk woont met veel migranten, zul je daar anders tegenaan kijken dan iemand die helemaal geen contact heeft met migranten. Je kunt de theorieën over de beïnvloeding van mensen door de media toepassen op de informatiebronnen. In het examenonderdeel ‘Massamedia’ en in de begrippenlijst staan de verschillende theorieën over de beïnvloeding van mensen door de massamedia. Je kunt een eigen standpunt over het vraagstuk formuleren en verband leggen tussen je standpunt en de kennis en inzichten uit de kerndelen. Je kunt je standpunt ook in verband brengen met de ideeën van de verschillende politieke partijen en de principes van democratie en rechtsstaat. Je standpunt moet je kunnen uitleggen door gebruik te maken van argumenten. Bij het kiezen uit de verschillende argumenten voor en tegen beoordeel je of je standpunt al of niet in tegenspraak is met wat je hebt geleerd bij maatschappijkunde. Je standpunt kan bijvoorbeeld zijn dat de macht van het koningshuis te groot is. Je kunt met de kennis over de parlementaire democratie en constitutionele monarchie laten zien of je daar voor of tegen bent. Je kunt vervolgens beschrijven hoe verschillende politieke partijen daarover denken. Sommige partijen vinden inderdaad dat het koningshuis te veel macht heeft. Andere partijen willen het koningshuis houden zoals het nu is. Je kunt tot slot ook kijken naar onze principes van democratie en rechtsstaat. Jouw conclusie kan bijvoorbeeld zijn dat een monarchie niet in overeenstemming is met het recht op gelijke behandeling.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 15

15

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Politieke prenten begrijpen In lesboeken maatschappijkunde staan vaak politieke prenten afgedrukt. Het op een juiste wijze uitleggen van een politieke prent is niet altijd simpel. Ze zijn een combinatie van politieke gebeurtenissen en oordelen van de tekenaar. Er kunnen al snel misverstanden ontstaan wanneer je afbeeldingen niet goed begrijpt.

bron: Tom Janssen Mogelijke opdrachten bij deze politieke prent: 1 Beschrijf wat je ziet in de spotprent. 2 Welke uitleg past het beste bij de spotprent? Leg je antwoord uit. A Omdat vrijwel iedereen een smartphone bezit, kunnen we voortdurend door iedereen gadegeslagen worden. B Onze privacy wordt bedreigd door het bezit van smartphones. C Smartphones geven je een (beperkte) blik op de wereld. Kenmerken politieke prent Politieke prenten staan heel vaak in kranten en tijdschriften. Op het ogenblik verschijnt in bijna elke krant bijna dagelijks een politieke prent. Je ziet ze ook regelmatig in opiniebladen en tijdschriften. Andere termen die worden gebruikt voor politieke prenten zijn: politieke spotprenten, karikaturen en cartoons. Het gaat dan om tekeningen naar aanleiding van actuele gebeurtenissen. Ze zijn vaak humoristisch, maar niet altijd. De tekenaar geeft commentaar op de actualiteit. De tekst is van belang, want daarmee kan de tekenaar aangeven wat er te zien is en kan hij een bepaalde interpretatie versterken of afzwakken. Een politieke prent becommentarieert een persoon of een situatie bijna altijd kritisch en heeft als doel te prikkelen. Vaak overdrijft de tekenaar wat. Een tekenaar wil met een politieke prent het onderwerp (een politicus, een gebeurtenis, een situatie, een probleem) niet heel precies weergeven. Hij drijft vaak een beetje de spot met zijn onderwerp. Daarbij vergroot hij opvallende en herkenbare eigenschappen van dat onderwerp. Een politieke prent probeert op die manier bepaalde typische kenmerken van gedrag of van een situatie zichtbaar te maken en te ontmaskeren.

16

9789006781205_EB_vmML.indb 16

Š ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Politieke prenten begrijpen

Een politieke prent is geen nieuwsbericht, maar eerder commentaar. Politieke prenten nodigen uit tot het nadenken over je eigen mening. Om een politieke prent te begrijpen moet je proberen te (h)erkennen wat de tekenaar zeggen wil, welk doel hij nastreeft en voor welke partij of groep hij (of zij) het opneemt.

bron: Tom Janssen Mogelijke vragen bij deze politieke prenten: 1 Beschrijf wat je ziet in bovenstaande cartoon. 2 Welke visie heeft de tekenaar op het gedrag van Trump? 3 Welk(e) voorval(len) kan de tekenaar als aanleiding/inspiratie hebben gebruikt voor zijn cartoon? Een politieke prent heeft sterke punten, maar ook zwakke punten. Een zwak punt is bijvoorbeeld dat een politieke prent niet objectief is. Een tekenaar laat alleen zien wat hij wil laten zien. Belangrijke informatie waardoor je een ander beeld kunt krijgen van de situatie laat hij weg. Politieke prenten kunnen (en willen) geen volledige informatie geven. Zij leggen niet uit, maar houden mensen een spiegel voor. Politieke prenten zijn een onderdeel van de informatie waarop burgers hun mening baseren.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 17

17

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Een voorbeeld hoe politieke prenten te begrijpen

bron: www.tomjanssen.net Je kunt in twee stappen een politieke prent of cartoon begrijpen. Beschrijf eerst concreet wat je ziet. Geef daarna aan wat de prent wil uitbeelden. – Stap 1 Beschrijf zo nauwkeurig en volledig mogelijk wat er te zien en te lezen is. Te zien is dat drie leden van een motorclub naast een man in een geel hesje staan. Mensen in gele hesjes kwamen in verzet. – Stap 2 Geef aan wat de politieke prent wil uitbeelden of bekritiseren De tekenaar wil daarmee zeggen dat die leden van motorclubs de gele hesjes als een soort bende zien, maar er ook op neerkijken, ermee spotten.

18

9789006781205_EB_vmML.indb 18

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Beeld- en fotoanalyse Beelden en foto’s zijn overal. Het beoordelen van die beelden en foto’s vraagt een kritische kijk. Ze zijn namelijk niet altijd betrouwbaar. Veel mode- en reclamefoto’s zijn gemanipuleerd. Ook gebruikers van lesmateriaal hebben soms te maken met bewerkt beeldmateriaal. Met verschillende grafische programma’s kun je heel gemakkelijk foto’s volledig veranderen. Je kunt bijvoorbeeld kleuren aanpassen, mensen dikker of dunner maken of oneffenheden verwijderen. Bij het beoordelen van een foto is een gezond wantrouwen op zijn plaats. Je moet je telkens afvragen hoe betrouwbaar die is. Nieuwsfoto’s kunnen schokken en overtuigend lijken, maar pas wanneer je de achtergrond kent, weet je of ze een juist beeld van de werkelijkheid geven. Beelden en foto’s zijn momentopnames en hebben dus een toelichting nodig over wat daarvoor en wat daarna gebeurde. Ze krijgen vaak een schriftelijke toelichting in de vorm van een bijof onderschrift. De uitleg van de beelden gebeurt soms achteraf. Het komt wel eens voor dat dezelfde foto in twee verschillende boeken een verschillend onderschrift krijgt. Foto’s zijn een weergave van de werkelijkheid Foto’s, televisiebeelden, video, film, internet en beeld- en stripverhalen bepalen in deze tijd in belangrijke mate welke ideeën en opvattingen mensen hebben. Vooral politieke en criminele onderwerpen komen vaak in beeld. Bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam of de burgeroorlog in Joegoslavië (denk maar eens aan de Nederlandse soldaten in de Bosnische stad Sebrenica). Andere voorbeelden zijn de oorlogen in Irak en in Afghanistan. In Nederland zijn bekende beelden die van de moord op Pim Fortuyn op het Mediapark te Hilversum en de moord op filmregisseur Theo van Gogh in Amsterdam. Foto’s en beelden zijn een weergave van de werkelijkheid. Ze spelen een belangrijke rol in onze waarneming en oordeelsvorming. Omdat ze vaak een valse of vertekende voorstelling geven is enig begrip van (televisie)beelden en foto’s op zijn plaats. Beelden en foto’s kunnen in korte tijd veel informatie geven die kunnen leiden tot allerlei gedachten en emoties. Ze stimuleren beter dan teksten tot spontane reacties en gedachtewisselingen. Onderstaande foto laat het gevluchte jongetje Aylan zien die aangespoeld was op een Turks strand. Het beeld maakte veel emoties los op internet en werd duizenden keren gedeeld op social media. Het maakt in één keer duidelijk welke ontberingen de vluchtelingen doormaken die het oude continent proberen te bereiken. Deze aangespoelde peuter op het strand bij Bodrum in Turkije, met een rood T-shirt, een korte broek en kleine schoenen werd het gezicht van alle bootvluchtelingen die Europa proberen te bereiken.

bron: DOGAN NEWS AGENCY, EPA

Foto’s en politiek Politieke foto’s gaan altijd over een of ander politiek verschijnsel. Ze spelen een rol in de communicatie tussen politici en burgers. Zij staan in kranten, opiniebladen en tijdschriften en geven publicaties een aantrekkelijker aanzien. Foto’s brengen informatie over, maar worden ook ingezet als propaganda. Een goed gekozen foto kan meer verduidelijken dan duizend woorden. Dat geldt met name voor politieke foto’s.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 19

19

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Het is daarbij belangrijk dat het publiek een politicus op een foto herkent en in verband kan brengen met de politiek. De meeste politici worden echter niet herkend. Uitzonderingen zijn de politici die vaak in kranten te zien zijn en op de televisie verschijnen. Zij hebben meestal een politiek belangrijke positie (bijvoorbeeld minister-president) en lopen al lang mee. Een toelichtende tekst bij politieke foto’s in de vorm van een bijschrift of onderschrift is vaak noodzakelijk om de politieke boodschap over te brengen. Politieke foto’s zonder geschreven informatie zijn voor veel burgers weinig informatief. Het beeld van politiek De media spelen een steeds belangrijkere rol en bepalen in toenemende mate de publieke meningsvorming. Politici willen goed overkomen bij het publiek. Daarom wordt er bij fotosessies rekening gehouden met de achtergrond, met mooi of slecht weer, met werving van fotojournalisten, met mogelijkheden van de belichting enzovoort. Het beeld speelt in dagbladen, opiniebladen, op internet, in nieuwsrubrieken van televisiezenders een doorslaggevende rol. Regelmatig zien we foto’s van bestuurders en politici waarop ze staan als ‘man (of vrouw) van het volk’. De foto’s zijn in een ‘onbewaakt ogenblik’ genomen. Bijvoorbeeld als ze op de markt zijn of op de fiets naar de Tweede Kamer rijden. Dat heeft wel een functie in de beeldvorming. Ze geven een democratische voorstelling van volksvertegenwoordigers. Wat je ook wel ziet is dat op persfoto’s de emoties een belangrijkere rol spelen dan de handelingen. De foto laat dan gezichtsuitdrukking en gebaren zien, bijvoorbeeld een duim opsteken of juichen bij een actuele stand van de verkiezingsuitslagen. Politici van hun kant spelen daar op in. Zij plannen in toenemende mate hun fotomomenten. Daardoor worden de foto’s wel minder spontaan. Beeldmanipulatie in fotojournalistiek Het manipuleren van persfoto’s is nu gemakkelijker dan vroeger. Was vroeger de foto als drager van de werkelijkheid dan wel de waarheid van minder groot belang? In een van de toenmalige Keesings Onderwijsbladen heeft de mediadeskundige Ed Heidt een artikel geschreven over de vraag of een foto de werkelijkheid altijd precies weergeeft. De titel ‘Elke foto vertelt een leugen’ geeft aan dat hij die vraag negatief beantwoordt. Hieronder staat zijn artikel.

‘Elke foto vertelt een leugen’ (door Ed Heidt) “In tegenstelling tot vroeger, toen men slechts zeer beperkt de beschikking had over foto’s, is er thans sprake van een overvloedig aanbod van foto’s in dag- en weekbladen, tijdschriften en (school)boeken. De informatie die via deze foto’s wordt verstrekt, heeft invloed op de gevoelens en de meningsvorming van mensen. Doordat foto’s een deel van de werkelijkheid registreren, lijken ze objectief en waarheidsgetrouw. Hierdoor kan de fotografie tot een machtig instrument worden gemaakt van propaganda en manipulatie. We hebben nu eenmaal de neiging eerder te geloven wat we zien dan wat we lezen. Een foto geldt als bewijs dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden: een foto liegt niet. Beperkingen van foto’s Foto’s hebben door hun bewijskracht dus veel macht en invloed. Maar is dat zo? Een foto heeft ook haar beperkingen. Ten eerste is het een opname van één moment. De fotograaf registreert het beeld van dat ene moment uit een stroom van beelden en legt dat vast. De andere beelden blijven voor de toeschouwer verborgen. Een tweede beperking is dat de werkelijkheid wordt teruggebracht tot een plat vlak. Voorts kun je bij een foto niet horen, ruiken, proeven en voelen. Bij zwart-wit foto’s ontbreekt de kleur die in de werkelijkheid wèl aanwezig is. Ondanks deze beperkingen echter legt een fotograaf met zijn camera een werkelijkheid vast en beïnvloedt daarmee onze kijk op het wereldgebeuren.

20

9789006781205_EB_vmML.indb 20

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Beeld- en fotoanalyse

Wat doen wij met foto’s? Een foto is een afbeelding van de werkelijkheid en wordt door een fotograaf gemaakt met een bepaald doel. Maar wat doet de toeschouwer met de foto? Als op een foto bijvoorbeeld een rode vlag wordt getoond, kun je door de vorm het object herkennen: een vlag. De vorm is belangrijk, want een ronde vorm zullen we niet als vlag herkennen. Onze kleurenkennis zegt dat de vlag rood is. Deze combinatie van vorm en kleur wordt in diverse culturen in verband gebracht met het socialisme. Echter, niet alle rode kleuren verwijzen naar het socialisme. Zie je die rode kleur bij een veld met tulpen, dan denk je niet meteen: ’Zeker een socialistische bollenkweker.’ Je neemt aan de ene kant waar wat letterlijk op de foto staat. Maar wat roept de vlag nog méér bij je op? De één ziet er strijd, overwinning, kameraadschap in; de ander denkt aan bedreiging, eenheidsworst of armoede. Deze betekenissen die je eraan toevoegt, kunnen dus per individu verschillen. Je interpreteert de foto, je geeft er je eigen betekenis aan. De werkelijkheid bewerkt Een foto wordt vaak gezien als een letterlijke weergave van de werkelijkheid. Maar de foto wordt gemaakt door een fotograaf en door menselijk handelen, maar er vindt een beperking van diezelfde werkelijkheid plaats. De fotograaf kan de werkelijkheid op de foto bewust of onbewust sturen. Hij kan zelfs in de foto veranderingen aanbrengen. Bovendien is er ook nog de redactie (van krant of tijschrift) die de betekenis van een foto kan wijzigen. … Ter verduidelijking een korte omschrijving van een aantal van deze handelingen: Lenskeuze: Met behulp van een telelens kan iets dat ver weg staat ‘dichterbij’ worden gehaald. Een kenmerk van deze lens is echter dat de afstanden korter lijken dan ze in werkelijkheid zijn, waardoor vertekening optreedt. Camerastandpunt: Door verandering van de positie van de camera wordt het accent verlegd en tegelijkertijd wordt een wijziging in de betekenis vastgelegd. Bij een bijeenkomst ging de fotograaf voor een bepaalde foto achter in de zaal staan. Door het accent te leggen op de hoofden van het publiek, wekte hij de indruk dat het om een goed bezochte bijeenkomst ging. Voor een andere foto ging de fotograaf naar de zijkant van de zaal, de nadruk viel nu niet meer op de mensen, maar op de lege stoelen. Door deze verandering werd de indruk gewekt dat het om een slecht bezochte bijeenkomst ging. Uitvergroten: Om meer informatie van een foto te verkrijgen, is het soms noodzakelijk een detail sterk uit te vergroten. Andere informatie gaat dan wel verloren, zoals waar vond het gebeuren plaats en waren er veel mensen aanwezig? Het omgekeerde is natuurlijk ook mogelijk: door alleen het detail te laten zien, kun je de indruk wekken dat er een massa mensen aanwezig is daar waar die er niet per se hoeft te zijn. Afsnijden: Van een foto een bepaalde beelduitsnede maken, kan gevolgen hebben voor de informatiewaarde en de interpretatie. Zo verscheen rond de inauguratie van Trump een foto die door de fotograaf was bewerkt. De fotograaf sneed de foto’s af waar de menigte eindigde op de foto, zodat het leek alsof het drukker was. Trump claimde namelijk dat zijn inauguratie de drukst bezochte ooit was. Op de foto’s was duidelijk te zien dat dit niet waar was. Dus eiste Trump dat de fotograaf zijn foto zou afsnijden.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 21

21

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

Retouche: Het weghalen van onderdelen op een foto. Zo is het mogelijk ongewenste personen of objecten te laten verdwijnen. Montage: Het op een passende achtergrond plakken van personen of objecten vertekent de werkelijkheid. Kijk bijvoorbeeld naar de foto van Pechtold op bladzijde 25. Hij was niet bij die demonstratie en als leider van D66 zou hij daar ook niet naartoe gaan. Onderschrift: Een foto is vatbaar voor meer dan één uitleg. Daarom zal een redactie meestal bij een foto een onderschrift plaatsen. Het is mogelijk door middel van uiteenlopende onderschriften de beoordeling van de foto totaal te wijzigen, zodat de interpretatie ervan omslaat van bijvoorbeeld geluk in angst of woede. Zo is het dus mogelijk van een foto zowel een ‘linkse’ als een ‘rechtse’ lezing te geven. Onderstaande foto is de wereld rondgegaan: rijke Libanese christenen doen aan oorlogstoerisme in de door Israël gebombardeerde buitenwijken van Beiroet! Deze foto won de World Press Photo 2006. Maar de jongeren op de foto vertelden een heel ander verhaal. Zij woonden bijna allemaal in de buurt en kwamen die dag kijken of hun huizen nog overeind stonden. De ‘rode sportwagen’ op de foto was in feite een Mini Cooper die de hele oorlog had dienstgedaan om mensen te evacueren uit Libanese oorlogstoeristen de sjiitische buitenwijken van Beiroet. bron: www.r53.nl naar: www.r53.nl, 2006 Derde effect: Twee foto’s hebben elk apart een effect op de kijker. Maar als deze foto’s bijvoorbeeld naast elkaar worden afgedrukt, kan een derde effect optreden. Zo maakt een foto van armoede in de Derde Wereld meer indruk als ernaast een foto staat van rijkdom in het Westen. Wie liegt? Voortdurend worden in de fotografie keuzes gemaakt wat betreft vorm, inhoud en gebruik van foto’s. Deze keuzen geschieden op grond van de (politieke) visie van de fotograaf en/of zijn opdrachtgever en ‘kleuren’ de foto in hoge mate. Deze wordt daarna óók nog gekleurd door de interpretatie die de toeschouwer eraan geeft. De fotograaf gaat ervan uit dat de werkelijkheid kan worden geproduceerd los van zijn eigen visie, dus objectief zou zijn. Door deze mening ontkent hij dan ook het ingrijpende karakter dat aan de fotografie eigen is. Erkent de fotograaf dat karakter, dan kan hij een (politieke) keuze maken, die inhoudt dat men ‘de werkelijkheid’ manipuleert. De werkelijkheid in een foto bestaat dan ook niet. Elke foto vertelt een leugen.

De tekst van Ed Heidt maakt duidelijk dat met foto’s – en beelden – kan worden gemani­puleerd. Foto’s en beelden kunnen bedriegen, liegen, misleiden, verzwijgen, en belangen en ideologieën doorgeven. Nieuwsfotografen maken in voorkomende gevallen de werkelijkheid mooier. Nieuwsfoto’s kunnen altijd worden gecorrigeerd en gemanipuleerd. Alom bekende nieuwsfoto’s vormen daarvan mooie illustraties. Bij een aantal gemanipuleerde foto’s zal kort worden stilgestaan. Vervolgens zal aan de hand van een voorbeeld worden aangegeven op welke wijze een analyse van een beeld en een foto kan worden gemaakt.

22

9789006781205_EB_vmML.indb 22

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Beeld- en fotoanalyse

Spraakmakende nieuwsfoto’s – beïnvloeding publieke opinie Hijsen van de Sovjetvlag op de Rijksdag in Berlijn, mei 1945 Deze foto – gemaakt door de oorlogs­ fotograaf Jevgeni Chaldei (1917–1997) in dienst van het Sovjetleger – is symbool geworden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog en voor de overwinning op het Duitse nationaal-socialisme.1 We weten nu dat de fotograaf niet alleen dreigende rookwolken in zijn foto heeft gemonteerd, maar ook een belangrijk detail heeft weggeretoucheerd. Hoe verliep de bewuste dag? Op 2 mei 1945 arriveert Jevgeni Chaldei ’s ochtends om ongeveer zeven uur Communistische vlag wordt geplant. met zijn Leica bij de Rijksdag (tot 1933 bron: www.slavischestudies.wordpress.com zetelde de voorganger van het huidige parlement (Bondsdag) in het Rijksdaggebouw, afgekort tot Rijksdag). Op het gebouw lieten twee dagen eerder de sergeant Kantania en zijn kameraden Yegorov en Samsonov de Sovjet-Russische vlag wapperen als symbool op de overwinning op het Naziregime. Dit historische moment werd niet vastgelegd. Met enkele soldaten klimt Chaldei op het dak van de Rijksdag en plaatst de rode vlag met ‘hamer en sikkel’ aan de achterkant van het dak. Daar is het uitzicht sprekender dan aan de voorkant. Pas later ziet hij dat de soldaat die helpt bij het plaatsen van de vlag om beide polsen een horloge draagt. Een plunderaar! Dit past niet in het beeld van de held­haftige Sovjetsoldaat. Chaldei werkt in opdracht van zijn meerderen het horloge aan de rechterpols weg. Met de foto werd propaganda bedreven.

bron: Associated Press

‘Napalm-meisje’ Kim Phúc uit de V ­ ietnamoorlog, juni 1972 Kenmerkend voor retouche en beelduitsnede is de foto van de Vietnamese AP-fotograaf Nick Ut Cong Huynh van de negenjarige Phan Thi Kim Phúc – bekend als Kim Phúc – op een weg bij het dorp Trang Bang (Zuid-Vietnam) van 8 juni 1972. De foto toont een aantal kinderen dat vlucht na een napalm­aanval door Zuid-Vietnamese bommen­werpers op een Boeddhistische Pagode in hun geboortedorp Trang Bang in een gebied waar Noord-Vietnamese strijders infiltreerden. In het midden van die in paniek vluchtende en gillende kinderen rent een naakte Kim Phúc – zij heeft na te zijn getroffen al haar brandende kleren uitgetrokken. De foto toont links van Kim verder Phan Thanh Tam (broertje van Kim die een oog verloor), Phan Thanh Phouc (Kims jongste broertje), en rechts van Kim het meisje en het jongetje Ho Thi Ting en Ho Van Bon. Door beelduitsnede door de redactie valt het accent op de naakte Kim Phúc. De publicatie van de foto in augustus 1972 doorbrak een taboe. De foto werd

1  Een andere beroemde oorlogsfoto is die van de fotograaf Joe Rosenthal van Associated Press. De foto heeft betrekking op de verovering van het eiland Iwo Jima in de Stille Oceaan door de Amerikanen op de Japanners in 1945. Om tien uur ’s ochtends op 23 maart 1945 plantten Amerikaanse mariniers van het 28ste regiment een Amerikaanse vlag op de top van de vulkaan Suribachi. Enkele uren later werd opnieuw een aantal foto’s gemaakt van het planten van de ‘stars and stripes’. Een van die foto’s werd een van de beroemdste foto’s van de Tweede Wereldoorlog.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 23

23

29/04/20 15:20


Examenbundel 2020 | 2021

een toonbeeld van de Vietnamoorlog en de oppositiebeweging tegen de Amerikaanse militaire interventie gebruikte de foto van slachtoffers van een bij vergissing gemaakte Zuid-Vietnamese luchtaanval als slachtoffers van een Amerikaanse napalmbom (napalm is heter dan kokend water). De geschiedenis achter deze foto’s kreeg nog een vervolg door de Duitse televisiehistoricus Guido Knopp die de piloot van een Amerikaanse bommenwerper tezamen met de slachtoffers voor de camera bracht. De uitkomst was dat er geen Amerikaanse luchtaanval was geweest. De foto is nu een iconisch beeld (= een van de bekendste foto’s uit de Vietnamoorlog) en staat voor de verschrikkingen van de oorlog in Vietnam en de gruwelen van een oorlog in het algemeen.2 De fotograaf heeft er de Pulitzer-prijs mee gewonnen. De foto werd ook de World Press Photo van het jaar 1972. Het onderschrift luidde: “Trangbang, South Vietnam, 8 June 1972. Phan Thi Kim Phuc (center) flees from the scene where South Vietnamese planes have mistakenly dropped napalm”. De foto veranderde het oordeel van de publieke opinie over de oorlog in Vietnam. Facebook heeft in 2016 felle kritiek gekregen na het verwijderen van deze beroemde foto. Het beleid van Facebook verbiedt bloot, en dus ook de foto van het destijds 9-jarige ‘napalmmeisje’ Kim Phúc. Als tegenactie werd de foto massaal op Facebook gedeeld. Voorbeeld beeld- en fotoanalyse Fotografie en later televisie zijn voor politici die propaganda willen bedrijven heel interessant omdat de indruk gewekt wordt dat ze de werkelijkheid objectief weergeven. In het licht van beeldmanipulatie is het van belang foto’s en beelden niet oppervlakkig te bekijken, maar aandacht te geven aan beeld- en fotoanalyse. De vraag is of de werkelijkheid ‘een beetje mag worden geholpen’. In de discussie over beeldmanipulatie lijkt het van belang een onderscheid te maken tussen fotomanipulatie en beeldbewerking. Wat betreft beeldmanipulatie, bestaat er onder de Nederlandse nieuwsfotojournalisten overeenstemming over het feit dat er geen elementen mogen worden toegevoegd of weggelaten. De grens bij beeld­bewerking is vloeiender. De meningen verschillen over de vragen of de kleuren bij een foto al dan niet mogen worden aangepast (verzwakt dan wel versterkt) en of contrasten mogen worden aangebracht. Bij het inhoudelijk analyseren van een foto van politici, een gebeurtenis met een maatschappelijk en/of politiek karakter, dan wel een maatschappelijk en/of politiek probleem gaat het om zes vragen (zie Kader).

Vragen beeld- en fotoanalyse 1) Wat of wie wordt afgebeeld? 2) Welke handelingen, activiteiten, betrekkingen zijn herkenbaar? 3) Hoe sta ik tot het tafereel of het beeld? Welke indruk geeft het beeld mij? 4) Wat gebeurt er buiten de afgebeelde scène? 5) Met welke fotografische middelen wordt een bepaalde indruk overgedragen (perspectief, fragment, belichting, uitzicht, houding, gedrag van de afgebeelde personen)? 6) Welke titel en/of bij- of onderschrift past bij het beeld?

2  De Vietnamese AP-fotograaf Nick Ut bracht Kim Phúc – meer dood dan levend – en een aantal andere kinderen naar een ziekenhuis waar Kim zeventien operaties onderging. Later, in Saigon, zorgde een Amerikaanse chirurg ervoor dat zij naar een brandwondencentrum ging. Ze groeide op in een ziekenhuis. Haar herstel duurde twaalf jaar. De brandwonden op haar rug en haar ene arm doen – ondanks plastische chirurgie door Amerikaanse en Duitse artsen – nog altijd zoveel pijn dat ze soms het gevoel heeft dat er messen in haar lichaam worden gestoken, zo laat ze in interviews in Den Haag in april 1998 weten. Ze werd Goodwill Ambassador van de Unesco, de onderwijsorganisatie van de Verenigde Naties.

24

9789006781205_EB_vmML.indb 24

© ThiemeMeulenhoff

29/04/20 15:20


Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo

Beeld- en fotoanalyse

Foto van een vluchtelingenkamp in het Servische Trnopolje van 5 augustus 1992 tijdens de Bosnische burgeroorlog (1992‑1995) – ook wel genoemd de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. De foto toont een aantal mannen met in het midden een uitgemergelde man met ontbloot bovenlijf dat zich achter prikkeldraad bevindt. De uitge­mergelde man, de Bosniër Fikret Alic, was negen dagen geleden in Trnopolje aangekomen. Het beeld van sterk vermagerde mannen achter prikkeldraad roept de associatie op van een nazi-achtig concentratiekamp dat door de Serviërs in stand wordt gehouden. De foto kreeg niet alleen in de Westerse media, maar ook elders in de wereld veel aandacht. De makers van de foto werden alom gelauwerd en geprezen en de bericht­ bron: ITN geving en politieke besluitvorming over de Joegoslavische burgeroorlog werden er door veranderd. Gaf de foto de situatie goed weer? Nee, niet de man stond achter prikkeldraad, maar de televisieploeg. Die stond bij een elektriciteitshuisje. De hoek was zorgvuldig gekozen, de man niet minder. Op andere, niet gepubliceerde beelden is te zien dat iedereen in het kamp min of meer vrij kan rondlopen. In werkelijkheid stonden de mannen voor de cameraman. Trnopolje was als doorgangs- en vluchtelingenkamp niet omheind. De woorden ‘voor’ en ‘achter’ weerspiegelen een fundamenteel verschil. Het gaat niet om ‘slachtoffers van Servische zuiveringen’ (foto van het Britse televisiestation ITN). Verwarring Soms komen nieuwsonderwerpen zelf met getrukeerde foto’s in de (social) media. Denk aan de foto waaruit een kijker zou kunnen afleiden dat de lijsttrekker van D66, Alexander Pechtold, voor de invoering van de sharia in Nederland zou zijn. Wanneer zo’n foto wordt gepubliceerd, moet erbij worden gezet dat het om een fotomontage gaat. Anders gaat dat soort foto’s het gevaar een eigen leven leiden, zodat minder ervaren lezers denken dat het echt waarheid is. Door het alsmaar toenemende gebruik van social media als Facebook en Instagram is de taal van het beeld ook steeds belangrijker geworden. Daarmee zijn ook de mogelijkheden om de werkelijkheid te vertekenen toegenomen.

© ThiemeMeulenhoff

9789006781205_EB_vmML.indb 25

bron: https://www.photofacts.nl/fotografie/ rubriek/tips_en_truuks/beeldmanipulatie-bijnieuwsfotos-wat-mag-wel-en-wat-niet.asp

25

29/04/20 15:20


examen bundel examenbundel.nl

examenbundel 2020 2021

examenbundel vmbo-gt / mavo Nederlands vmbo-gt / mavo Engels vmbo-gt / mavo Duits vmbo-gt / mavo Frans vmbo-gt / mavo Economie vmbo-gt / mavo Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-gt / mavo Aardrijkskunde vmbo-gt / mavo Wiskunde vmbo-gt / mavo Nask 1 vmbo-gt / mavo Nask 2 vmbo-gt / mavo Biologie

samengevat vmbo Nederlands 2F vmbo Rekenen 2F vmbo-kgt Economie vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-kgt Aardrijkskunde vmbo-kgt Wiskunde

Meer dan alleen oefenexamens

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vmbo-kgt Nask 1 vmbo-gt Nask 2 vmbo-kgt Biologie

vmbo-gt

examenidioom

Maatschappijkunde

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

2020 2021

vmbo-gt/mavo

Maatschappijkunde

vmbo Engels vmbo Duits vmbo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

EB_vmbo_maatschappijkunde_170x240.indd 1

9 789006 781205

3/06/20 09:05


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789006781205 vmbo maatschappijkunde by ThiemeMeulenhoff - Issuu