Skip to main content

Klaar voor de start | einddoelenschrift rekenen | 6 naar 7

Page 1

naam:

Einddoelenschrift rekenen van groep 6 naar 7

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 1

9/04/2021 16:05


Hoe gaat het? Kleur bij elk lesdoel hoe het gaat.

Ik snap het nog niet helemaal

Ik ben goed op weg

Ik heb het lesdoel afgerond

Heb je alle lesdoelen gemaakt? Vul de achterkant van dit schrift in en schrijf je naam op de medaille. Succes en veel plezier!

lesdoel 1 Ik oefen optellen en aftrekken tot en met 100.000.

lesdoel 2 Ik oefen kolomsgewijs en cijferend optellen en aftrekken.

lesdoel 3 Ik oefen vermenigvuldigen en delen.

lesdoel 4 Ik oefen rekenen met breuken.

lesdoel 5 Ik oefen rekenen met kommagetallen.

lesdoel 6 Ik oefen rekenen met bedragen tot en met € 100.000.

lesdoel 7 Ik oefen rekenen met lengte, oppervlakte, gewicht en inhoud.

lesdoel 8 Ik oefen rekenen met tijd.

lesdoel 9 Ik oefen rekenen met schaal en verhouding.

lesdoel 10 Ik oefen aflezen en invullen van diagrammen en grafieken.

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:05


Einddoelenschrift rekenen van groep 6 naar 7

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 1

Powered by

9/04/2021 16:05


LESdoel 1

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken tot en met 100.000.

1 a Vul in. 6000

7000

b Maak vast. 7000

8000

7120

7080

7130

7610

7200

7550

7940

7730

7970

7860

2 Vul in. tachtigduizend

1000 minder dan 70.000

zevenentwintigduizend drie

100 minder dan 70.000

vierenvijftigduizend honderdtachtig

10 minder dan 70.000

eenenzeventigduizend vijftig

1 minder dan 70.000

3 Vul in. 100 minder

100 meer

1000 minder

1000 meer

50 minder

50 meer

5376

3650

9179

9024

8723

5468

3410

2789

3040

2735

2234

4337

4 Vul in. 100 minder

100 meer

1000 minder

1000 meer

5000 minder

5000 meer

34.987

59.679

26.781

80.081

60.517

23.984

42.975

49.067

39.506

68.901

30.541

48.312

2

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:05


LESdoel 1 5 Tel met sprongen. 6840

6890

6940

28.483

38.483

48.483

1363

1863

2363

44.592

45.592

46.592

9121

9221

9321

86.304

85.304

84.304

5962

6162

6362

65.408

65.398

65.388

6 a Zet van klein naar groot.

b Trek een lijn van klein naar groot.

6704

7364

7063

7643

4376

9215

8715

8753

3575

9753

6512

6120

6580

6830

6820

5430

5423

2348

2630

5422

27.316

37.316

17.015

27.015

86.531

86.916

86.234

86.723

16.352

26.352

23.841

17.851

7 Vul in. tussen welke duizendtallen:

43.000

tussen welke tienduizendtallen:

30.000

43.659

34.433

tussen welke honderdtallen:

58.700

58.783

67.359

16.259

62.348

55.648

78.626

23.617

13.160

61.359

78.152

8 Vul in. Er zijn 3 tienduizendtallen, 4 eenheden, 5 duizendtallen, 0 tientallen en 2 honderdtallen. td

D

H

T

Er zijn 5 eenheden, 8 tienduizendtallen, 6 honderdtallen, 0 duizendtallen en 5 tientallen. Het is

E

Er zijn 7 duizendtallen, 0 honderdtallen, 5 eenheden, 6 tienduizendtallen en 9 tientallen. Het is

3

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 3

9/04/2021 16:05


LESdoel 1

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken tot en met 100.000.

9 Kleur als het antwoord 5000 is. 1660 + 3340

4960 + 40

3500 + 2500

9800 – 4080

8500 – 450

10.000 – 5000

9180 – 4180

5200 – 200

6500 – 1500

5300 – 300

4880 + 20

9999 – 4001

4600 + 500

7500 – 2500

3150 + 1850

3568 + 1932

4200 + 800

30 + 4970

6000 – 1001

9000 – 3500

5060 – 60

7800 – 2800

4800 + 200

3506 + 1506

5000 – 130

10 Rond af. op tienduizendtal:

op duizendtal:

op honderdtal:

op tiental:

31.799 

57.326 

29.458 

83.538 

26.147 

47.965 

74.878 

56.208 

11 a Reken uit. Deze week 34.500 streams, vorige week

De kilometerstand is 67.575. Vorige maand

22.000. Samen zijn dat

was het 66.075. Er is

streams.

Een potvis weegt 84.346 kilo. Dat is afgerond op een honderdtal

kilo.

In 2019 had het museum 37.845 bezoekers. In 2000 waren dat er 25.800. Het verschil is

b

km gereden.

bezoekers.

Concert

15073 weergaven 2157

4 0.4 0 4

km

oplage: 54.934

Deze week 11.000 meer.

Dit jaar 28.000 minder.

Dit jaar 17.000 km gereden.

Dat zijn

Dat zijn

Samen:

weergaven.

kranten.

kilometer.

12 Kleur de som. tussen 60.000 en 70.000

tussen 71.001 en 80.000

tussen 81.001 en 90.000

tussen 90.001 en 100.000

92.070 – 4000

69.000 + 2001

85.265 + 7000

68.000 – 7623

78.025 + 15.000

83.036 + 7000

85.000 – 13.569

72.048 + 4000

62.958 – 2000

64.333 + 17.000

85.000 – 8266

69.125 + 2000

76.258 + 500

64.000 + 5000

84.000 – 6000

63.000 + 3258

4

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 4

9/04/2021 16:05


LESdoel 1 13 Reken uit. 81.295 + 9000 =

91.000 + 5846 =

19.000 – 7700 =

51.000 +   785 =

24.369 +   800 =

28.225 – 9000 =

47.698 + 5000 =

47.000 +   557 =

47.000 –   670 =

77.000 + 6587 =

66.059 + 7000 =

36.448 – 8000 =

14 Kleur. Getallen tussen: 24.000 en 26.000

26.001 en 34.000

34.001 en 49.000

49.001 en 72.000

1000 meer dan 25.970

1 meer dan 23.999

1000 minder dan 38.907

1000 minder dan 26.789

1 minder dan 49.001

10 meer dan 50.890

100 minder dan 68.600

1 minder dan 34.000

100 minder dan 56.123

10 meer dan 27.690

1000 meer dan 24.999

1000 minder dan 29.506

1000 meer dan 33.040

10 minder dan 25.675

1 minder dan 72.000

100 minder dan 32.300

1 meer dan 35.987

1000 meer dan 27.902

100 meer dan 48.908

1 minder dan 45.900

10 meer dan 25.679

10 meer dan 36.590

10 minder dan 26.008

1 minder dan 33.999

15 Raad het getal. Het is een even getal tussen 60.000 en 70.000. Er staat een 0 in het getal. Het duizendtal is een even cijfer, groter dan 5, dat 2 keer zo veel is als het laatste cijfer. Het honderdtal is 1 minder dan het eerste cijfer. Het getal is

Het is een oneven getal tussen de 30.000 en 35.000. Het honderdtal is het dubbele van het tienduizendtal. Het duizendtal is 2 keer zo groot als het tiental en het tiental is 2 keer zo groot als de eenheid. Het getal is

16 Kleur het getal als het cijfer deze waarde heeft. 5  5000

4  400

5  50.000

9  90

9  9000

4  40.000

48.527

41.764

29.914

94.390

54.539

57.579

64.488

29.511

74.898

25.251

36.488

23.993

57.618

15.626

63.423

58.342

49.131

53.386

43.549

94.471

52.733

93.592

35.555

63.488

42.944

43.887

89.988

10.431

73.390

42.549

5

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 5

9/04/2021 16:05


LESdoel 2

lesdoel Ik oefen kolomsgewijs en cijferend optellen en aftrekken.

1 Reken uit. 789 + 171 =

346 + 464 = 7 8 9

3 4 6

1 7 1 +

4 6 4 +

+

=

+

=

+

=

+

=

+

=

+

=

552 + 379 =

716 + 374 = 5 5 2

7 1 6

3 7 9 +

3 7 4 +

+

=

+

=

+

=

+

=

+

=

+

=

2 Reken uit. 752 – 387 =

908 – 479 = 7 5 2

9 0 8

3 8 7 –

4 7 9 –

–

=

–

=

–

=

–

=

–

=

–

=

3 Schrijf de som en reken uit.

Schapruimte: 832 pakken. Nog aanwezig: 649 pakken.

Ruimte voor 423 broden. Verkocht: 277 broden.

Verkocht:

Nog aanwezig: pakken.

broden.

6

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 6

9/04/2021 16:05


LESdoel 2 4 Reken uit. H

T

E

H

T

E

H

T

E

H

T

E

8

2

6

3

2

6

6

6

4

4

0

3

1

5

3

1

2 +

3

1

3

4

6 +

+

+

5 Schrijf de som onder elkaar. Reken uit. Maandag verkocht Ivan 325 ijsjes, dinsdag 150 en vandaag 212 ijsjes, samen:

ijsjes.

Zaterdag kwamen er 330 bezoekers in de dierentuin, op zondag 142 en op maandag 105 bezoekers,

De bakker verkocht woensdag 222 broodjes, donderdag 103 en vrijdag 442 broodjes,

Vandaag waren er 315 bezoekers in de bioscoop, gisteren 240 en eergisteren 424 bezoekers,

samen: bezoekers.

samen: broodjes.

samen: bezoekers.

+

+

+

+

6 Reken uit wat de voorraad is. H

T

E

H

T

–

over:

E

–

geraniums

over:

begonia’s

7 Schrijf de som en reken uit. Er zijn 677 trays margrieten in voorraad. Vandaag worden 206 trays verkocht. Er zijn nog

–

Er zijn nog

trays over.

Er zijn 889 rozen. Er worden 107 rozen gesnoeid. Er zijn nog

Er staan 597 tulpen in het bollenveld. Er worden 461 tulpen geplukt.

–

rozen over.

–

tulpen over.

Er zijn 623 boeketten. Er worden 421 boeketten verkocht. Er zijn nog over.

boeketten

–

7

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 7

9/04/2021 16:05


LESdoel 2

lesdoel Ik oefen kolomsgewijs en cijferend optellen en aftrekken.

8 Reken uit.

306 stenen

485 stenen

H

T

E

H

T

E

3

0

6

6

7

8

4

8

5

2

1

7

H

T

E

H

T

E

+

678 stenen

217 stenen

+

9 Reken uit. Vul in.

– 653 stenen

217 stenen

– 760 stenen

227 stenen

10 Schrijf de som en reken uit. 450

381

Er zijn 145 plantjes verkocht. Er zijn

–

Er zijn 227 kruiden verkocht.

plantjes over.

Er zijn

kruiden over.

272

147

Er is 128 kg verkocht. Er is

–

–

Er zijn al 39 appels geplukt.

kg over.

Er zijn

–

appels over.

11 Schrijf de som en reken uit. Op de bouwplaats staat een bak met 346 schroeven en een bak met 349 schroeven. Samen

+

Samen

schroeven.

Op de bouwplaats staat een stapel van 425 stenen en een stapel van 158 stenen. Samen

Op de bouwplaats staat een bak met 315 bouten en een bak met 521 bouten.

+

bouten.

Op de bouwplaats staat een stapel met 429 planken en een stapel met 153 planken. Samen

stenen.

+

+

planken.

8

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 8

9/04/2021 16:05


LESdoel 2 12 Schrijf de som en reken uit. In het zwembad zijn 375 mensen. 149 gaan naar huis. Over

Op de zonneweide mogen 135 mensen zijn. Er staan 243 mensen te wachten.

mensen.

–

Dat zijn er

Er zijn 560 kaartjes beschikbaar. 125 zijn verkocht. Over

–

te veel.

Vandaag 341 bezoekers, gisteren 103 minder.

kaartjes.

Dat zijn

–

bezoekers.

–

13 Schrijf de som en reken uit.

km stand:

km dag

367

km dag

fietstocht:

109

samen:

nieuwe stand:

+

=

km

+

Spanje

=

km

verschil:

€ 149,-

€

km

€ 956,€ 788,-

samen: =€

=

Frankrijk

Duik excursies

€ 487,-

–€

–

€ 774,-

Spanje HOLIDAYS

verschil:

Tenerife

€ 783,-

TRAVEL WEB

€

km

verschil: +€

=€

€

–€

=€

14 Vul in.

5

3

1 6 2 8

5 7 –

3

9 3 5 –

2 7

–

1 6 4

8

8

7 5 8 –

3 3 8

3

1 2 7 – 1

4

2 –

2 4 2 7

9

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 9

9/04/2021 16:05


LESdoel 3

lesdoel Ik oefen vermenigvuldigen en delen.

1 Reken uit. a 9 × 32 ≈ Ik schat met de som: =

9×

6 × 79 ≈

8 × 53 ≈

4 × 88 ≈

Ik schat met de som:

Ik schat met de som:

Ik schat met de som:

=

6×

b 252 : 5 ≈ Ik schat met de som:

=

4×

448 : 9 ≈

212 : 3 ≈

359 : 4 ≈

Ik schat met de som:

Ik schat met de som:

Ik schat met de som:

:5=

2

=

8×

:9=

:3=

:4=

Reken uit. Geef antwoorden die ongeveer gelijk zijn dezelfde kleur.

6 × 62

7 × 82

31 × 2

3 × 19

9 × 38

8 × 41

3 × 21

2 × 19

422 : 7

239 : 6

352 : 7

6 × 59

8 × 69

361 : 6

4 × 89

323 : 8

445 : 9

198 : 4

282 : 7

8 × 39

4 × 82

182 : 3

21 × 2

8 × 72

3 Reken uit. ×

20

50

:

80

28

120

32

192

50

360

71

408

2

6

8

4 Schrijf de som en reken uit.

× golfballen

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

190

=

× kralen

=

× boeken

=

10

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 10

9/04/2021 16:05


LESdoel 3 5 Reken uit. 30 × 68 =

+

=

80 × 83 =

+

=

90 × 58 =

+

=

60 × 25 =

+

=

27 × 60 =

+

=

59 × 90 =

+

=

46 × 40 =

+

=

44 × 70 =

+

=

50 × 38 =

+

=

73 × 80 =

+

=

77 × 30 =

+

=

51 × 50 =

+

=

39 × 40 =

+

=

67 × 60 =

+

=

50 × 62 =

+

=

30 × 93 =

+

=

6 Reken uit. Schrijf de tussenstappen. 4914 : 7 =

=

+

=

3510 : 5 =

=

+

=

2472 : 8 =

=

+

=

8016 : 8 =

=

+

=

7 Reken uit.    24 : 6 =

12 : 4 =

36 : 9 =

54 : 6 =

240 : 6 =

120 : 4 =

360 : 9 =

540 : 6 =

2400 : 6 =

1200 : 4 =

3600 : 9 =

5400 : 6 =

2424 : 6 =

1212 : 4 =

3636 : 9 =

5454 : 6 =

49 : 7 =

40 : 8 =

45 : 5 =

72 : 8 =

490 : 7 =

400 : 8 =

450 : 5 =

720 : 8 =

4900 : 7 =

4000 : 8 =

4500 : 5 =

7200 : 8 =

4949 : 7 =

4040 : 8 =

4545 : 5 =

7272 : 8 =

13 × 600 =

400 ×   19 =

5 × 85 =

6 × 350 =

20 × 380 =

12 × 600 =

7 × 92 =

8 × 270 =

17 × 300 =

5 ×   78 =

50 × 61 =

4 × 770 =

11 × 500 =

9 ×   46 =

40 × 75 =

6 × 490 =

8 Reken uit.

11

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 11

9/04/2021 16:05


LESdoel 3

lesdoel Ik oefen vermenigvuldigen en delen.

9 Reken uit. 6300 : 7=

3200 : 8=

2500 : 5 =

4840 : 8=

2550 : 5=

8109 : 9 =

2128 : 7 =

7263 : 9 =

4206 : 6 =

1218 : 6 =

1636 : 4 =

2440 : 4 =

9720 : 9 =

3006 : 3 =

5481 : 9 =

8190 : 9 =

10 a Reken uit.

Ik eet 126 kg per week. Dat is per dag: :7=

Ik eet 294 kg per week. Ik eet 105 kg per week. Dat is per dag: Dat is per dag:

kg.

:7=

b 1 beker koffie € 3

kg.

1 hoorntje ijs € 2

:7=

Ik eet 112 kg per week. Dat is per dag:

kg.

1 zak oliebollen € 7

:7=

kg.

1 zak friet € 3

Er is voor € 2718 koffie verkocht.

Er is voor € 1048 hoorntjes ijs verkocht.

Er is voor € 1463 zakken Er is voor € 1620 zakjes oliebollen verkocht. friet verkocht.

: = bekers koffie.

: = hoorntjes ijs.

: = zakken oliebollen.

: zakjes friet.

=

11 Reken uit. 7 × 39 =

+

=

9 × 204 =

+

=

6 × 62 =

+

=

4 × 318 =

+

+

=

8 × 45 =

+

=

7 × 582 =

+

+

=

5 × 53 =

+

=

3 × 788 =

+

+

=

12 Reken uit en kleur het antwoord. 314

268

5245

129

1093

4 × 67 =

5 × 543 =

5031

209

364

556

541

3 × 38 =

3 × 283 =

665

385

656

3215

1680

4 × 91 =

4 × 420 =

850

1269

849

2715

411

3 × 43 =

3 × 423 =

868

5112

5145

114

500

7 × 95 =

7 × 735 = 8 × 639 =

12

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 12

9/04/2021 16:05


LESdoel 3 13 Reken uit. Ik koop 3 dozen.

Ik koop 5 dozen.

Ik koop 4 potten.

820

650

740 Ik heb bouwsteentjes.

Ik koop 5 boeken.

Ik heb kralen.

Ik heb knikkers.

Ik heb stickers.

14 Vul in. Ik koop 750 ml karnemelk.

De prijs van walnoten is € 8,75 per kg.

Prijs per liter is € 0,96. Ik betaal €

Ik betaal € 1,75. Ik koop

Ik betaal € 9,00 voor 450 gram noten.

De prijs van kaas is per kg € 16,00.

De prijs per kg is €

150 g kaas kost €

g.

15 Reken uit.

1 1 5

2 2 8

6 ×

2 1 5

3 ×

2 0 7

4 ×

1 1 8

4 ×

1 1 9

1 0 7

4 ×

4 1 9

5 ×

1 2 9

6 ×

2 ×

4 3 9

3 ×

2 ×

16 Schrijf de som en reken uit.

×

95

In 5 kisten zitten

sinaasappels.

×

115

In 3 dozen zitten

kiwi’s.

13

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 13

9/04/2021 16:05


LESdoel 4

lesdoel Ik oefen rekenen met breuken.

1 Maak vast. Dezelfde breuk op 3 manieren. 1 6 1 4

1 8

1 2

1 3

2 Verdeel en kleur de breuk. 1 deel 4

1 deel 3

1 deel 6

1 deel 8

1 deel 2

1 deel 4

1 deel 8

1 deel 3

3 Schrijf de breuk.

in 6 stukken:

in 2 stukken:

in 3 stukken:

in 3 stukken:

in 8 stukken:

1 stuk is:

1 stuk is:

1 stuk is:

1 stuk is:

1 stuk is:

4 Kleur.

2 8

2 2

2 4

6 8

14

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 14

9/04/2021 16:05


LESdoel 4 5 Vul aan tot 1 en schrijf de som.

5 + 6

=1

3 + 5

=1

1 + 2

=1

3 + 4

=1

4 + 6

=1

5 + 7

=1

7 + 8

=1

6 + 8

=1

6 Reken uit.

1 2 + = 5 5

1 6 + = 8 8

2 3 + = 7 7

1 5 + = 8 8

5 2 + = 9 9

5 4 – = 6 6

4 3 – = 8 8

3 1 + = 4 4

3 2 + = 8 8

3 1 – = 5 5

6 2 – = 9 9

2 6 + = 9 9

2 3 + = 7 7

2   1– 7 =

6 5 – = 7 7

2 3 + = 6 6

7 Reken uit.

8 Schrijf de som en reken uit.

Oma koopt

4 taart. 8

Hoeveel blijft er over? som:

–

=

3 Koen verkoopt van 5 zijn cake. Hoeveel blijft er over?

3 Mika verkoopt van 8 zijn pizza. Hoeveel blijft er over?

6 Marise verkoopt 10 van deze taart. Hoeveel blijft er over?

som:

som:

som:

–

=

–

=

–

=

15

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 15

9/04/2021 16:05


LESdoel 4

lesdoel Ik oefen rekenen met breuken.

9 Plaats de breuken op 1 van de getallenlijnen. Maak vast.

0

1

1 5

3 4

0

1 2

0

2 5

1

2 3

1

4 5

1 3

0

1

10 Reken uit.

60 cm

36 cm

55 cm

80 cm

1 deel is 6

cm

1 deel is 4

cm

1 deel is 5

cm

1 deel is 8

cm

5 deel is 6

cm

3 deel is 4

cm

2 deel is 5

cm

5 deel is 8

cm

11 a Vul in. 0

1

2

3

4

b Maak vast. 0

1

2

3 7

1

2

6 7

2

1 7

6 7

3

2

5 7

12 Vul in. 9 = 8

8 = 7

7 = 4

11 = 8

7 = 5

5 = 4

8 = 5

10 = 7

16

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 16

9/04/2021 16:05


LESdoel 4 13 Reken uit. Je mag een getallenlijn gebruiken. 0

1

2

4 4 + = = 6 6 6

1

4 4 + =1 = 5 5 5

2

3 5 – = 7 7

2 5 + = = 6 6 6

2 2 + 2 = 2 = 5 5 5

2

1 2 – = 4 4

3 5 + = = 6 6 6

1

3 3 + =1 = 5 5 5

3

1 2 – = 5 5

5 4 + = = 6 6 6

3 4 + 2 = 2 = 5 5 5

4

1 2 – = 3 3

14 Vul in. Kies uit < > of = 8 3 1 6 6 13 5 1

3 5

2

1 8

9 8

2

1 1 + 4 4

1

3 3 + 4 4

1

3 1 – 5 5

2

1 4 – 5 5

2

1 1 + 5 5

1

4 4 + 5 5

3

2 3 – 6 6

3

1 5 – 6 6

3

3 2 + 6 6

2

5 5 + 6 6

2

4 2 – 7 7

3

1 5 – 7 7

15 Vul in. 4

1 8

4

4 8

1

2 3

2

1 3

8

1 10

8

7 10

2

5 6

3

2 6

7

3 l 5

9

4 8

9

1 8

8

6 8

3

7

6 10

7

1 10

6

6 10

9

3 10

10

1 3

9

2 3

3

5 6

5

3 4

5

1 4

4

7 8

9 4

3 4

16 Vul in.

In de rode emmer zit 2 Dat is

16 4 liter minder. 5

1 kg 3

In de rechter bigbag zit 4

l.

Dat is

2 kg meer. 3

kg.

17

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 17

9/04/2021 16:05


LESdoel 5

lesdoel Ik oefen rekenen met kommagetallen.

1 Vul in. 2 10

6 10

9 10

1

1 2

1

8 10

0

2

0,2

2 Vul in. 8,8

9,2

9,6

5,2

5,5

5,8

7,9

8,1

8,3

4,8

5,3

5,8

0,5

1,0

1,5

1,8

2,2

2,6

3 Vul aan. 6,2 +

=7

0,5 +

=1

1,6 +

=2

4,4 +

=5

3,4 +

=4

2,3 +

=3

2,3 +

=3

2,7 +

=3

2,8 +

=3

5,8 +

=6

1,1 +

=2

1,8 +

=2

7,9 +

=8

7,7 +

=8

9,9 +

= 10

4,6 +

=5

4 Reken uit op de getallenlijn. 2,4 + 0,8 =

5,2 – 0,8 =

5,6 + 0,7 =

4,3 – 0,4 =

7,5 + 0,8 =

7,1 – 0,6 =

4,9 + 0,3 =

3,3 – 0,5 =

18

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 18

9/04/2021 16:05


LESdoel 5 5 Kleur steeds 2 getallen. 3,4

5,2

1,9

4,3

7,2

8,3

7,1

2,4

2,7

8,1

samen 10

4,8

3,5

samen 9

1,8

6,5

samen 8,9

6,2

3,2

6,6

6,8

5,5

4,7

0,7

4,2

1,8

4,7

6 Maak vast. 4,2 + 1,3

0

1

5,6 – 2,7

2

3,8 + 4,2

3

5,1 – 1,7

4

3,8 + 1,4

6,2 – 3,9

5

9,4 – 8,3

6

5,4 + 2,8

7

9

8

6,5 + 1,6

9,2 – 7,3

7 Schrijf de som en reken uit. 1

2

3

0,8 m

4

3,5 m

2,1 m

samen: plank 3 en 5

5 2,7 m

1,2 m

verschil:

m+

m=

m

plank 2 en 3

m–

m=

m

plank 1 en 4

m+

m=

m

plank 2 en 5

m–

m=

m

plank 2 en 3

m+

m=

m

plank 1 en 3

m–

m=

m

plank 1 en 5

m+

m=

m

plank 4 en 5

m–

m=

m

8 Reken uit. 5,2 + 3,6 =

2,7 + 7,0 =

7,9 – 3,5 =

8,6 – 3,5 =

2,6 + 4,2 =

3,4 + 4,2 =

8,4 – 3,2 =

3,9 – 2,4 =

5,1 + 4,8 =

2,2 + 6,7 =

6,8 – 4,5 =

6,8 – 3,1 =

3,3 + 4,5 =

3,6 + 4,2 =

7,6 – 3,2 =

7,3 – 5,1 =

19

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 19

9/04/2021 16:05


LESdoel 5

lesdoel Ik oefen rekenen met kommagetallen.

9 Vul in en maak vast. 0

0,55 0,5

1

0,35

0,75 0,5

1

0,43

0,37

0,56

0,71

0,62

0,65

0,52

0,8

0,91

0,76

10 Reken uit. Je mag de getallenlijn gebruiken.

0

1

0,18 + 0,16 =

0,57 + 0,12 =

0,83 – 0,06 =

0,73 – 0,35 =

0,65 + 0,26 =

0,49 + 0,13 =

0,96 – 0,17 =

0,94 – 0,88 =

0,44 + 0,34 =

0,64 + 0,21 =

0,48 – 0,33 =

0,67 – 0,23 =

0,29 + 0,56 =

0,77 + 0,17 =

0,59 – 0,25 =

0,43 – 0,18 =

11 Reken uit en kleur. Antwoorden tussen: 0 – 0,5

0,51 – 1

1,01 – 1,5

1,5 – 2

2,01 – 2,5

1,48 – 0,23

2,2 + 0,25

1,3 + 0,5

0,8 – 0,4

1,73 – 0,22

1,11 + 0,33

0,2 + 0,25

0,45 + 0,14

1,6 – 0,42

0,99 – 0,25

2,75 – 0,3

0,78 – 0,15

0,9 – 0,6

1,65 + 0,15

2,9 – 0,65

1,25 + 0,2

2,05 + 0,35

1,2 + 0,75

0,4 + 0,43

1,99 – 0,16

12 Zet van klein naar groot. 2,02

0,02

2,22

0,22

2,2

4,4

0,4

0,44

4,04

0,04

0,1

1,11

0,11

1,01

0,01

0,3

0,33

3,33

3,03

3,3

20

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 20

9/04/2021 16:05


LESdoel 5 13 Vul in. Kies uit + – of = 7,63

2,41

5,22

7,35

2,54

9,89

4,54

1,37

5,91

9,22

3,53

12,75

9,97

2,26

7,71

8,12

0,27

8,39

1,44

3,35

4,79

8,38

1,37

9,75

8,89

7,64

1,25

7,19

6,56

13,75

6,95

4,43

2,52

3,82

2,11

1,71

14 Maak 2 getallen vast die samen 0,66 zijn. 0,62

0,11

0,61

0,12

0,55

0,04

0,24

0,35

0,54

0,13

0,23

0,39

0,44

0,37

0,21

0,59

0,41

0,25

0,31

0,05 0,57

0,42

0,29

0,43

0,51

0,07

0,45

0,22

0,15

0,09

0,53

0,27

15 Rond de getallen af. op helen:

op tienden:

54,42 

16,39 

54,42 

16,39 

15,68 

75,52 

15,68 

75,52 

34,72 

21,49 

34,72 

21,49 

29,42 

37,21 

29,42 

37,21 

16 Kleur de getallen die je afrondt naar het getal in het midden. 27,37

27,45

46,1

27,4

17,88

27,56

17,21

17,9

25,68

17,79

35,65

35,7

27,39

17,85

35,55

64,1

18,5

83,8

46

45,6

18,7

18

46,8

18,3

17,5

85,3

84

35,67

84,2

83,4

21

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 21

9/04/2021 16:05


LESdoel 6

lesdoel Ik oefen rekenen met bedragen tot en met € 100.000.

1 Kleur het juiste bedrag. € 24,79 € 24,45 € 49,89 € 51,85 € 69,79 € 70,95 € 44,50 € 45,05

€ 54,19

≈ € 25,00

€ 54,99 € 70,90

≈ € 50,00

€ 69,85 € 64,60

≈ € 70,00

€ 65,95 € 87,80

≈ € 45,00

€ 91,40

≈ € 55,00

≈ € 70,00

≈ € 65,00

≈ € 90,00

€ 44,90 € 45,60 € 84,75 € 85,75 € 88,80 € 87,80 € 62,90 € 62,05

≈ € 45,00

≈ € 85,00

≈ € 88,00

≈ € 62,00

€ 75,75 € 74,75 € 63,50 € 63,05 € 71,70 € 73,45 € 86,50 € 97,45

≈ € 75,00

≈ € 63,00

≈ € 72,00

≈ € 90,00

2 Kleur. € 49,75

€ 10,05

€ 69,90

€ 80,20

€ 19,70

€ 50,05

€ 59,75

€ 20,29

€ 50,40

€ 40,18

€ 60,15

€ 39,79

€ 70,30

€ 39,85

€ 79,80

€ 29,69

€ 10,35

€ 30,05

€ 80,25

€ 30,40

€ 59,95

€ 30,15

€ 49,80

€ 10,39

€ 40,05

€ 9,66

€ 69,70

€ 20, 25

€ 60,39

€ 19,69

10 euro

20 euro

30 euro

40 euro

50 euro

60 euro

70 euro

80 euro

3 Reken uit. Ik koop:

Ik schat:

Ik koop:

Ik schat:

€ 4,05 + € 7,60 + € 6,85

€

€ 36,15 + € 17,20 + €26,75

€

€ 16,95 + € 8,30 + € 4,25

€

€ 25,95 + € 10,30 + € 24,95

€

€ 44,35 + € 14,90 + €26,75

€

€ 54,95 + € 19,90 + €16,75

€

€ 63,23 + € 21,40 + € 12,95

€

€ 54,23 + € 28,40 + € 17,95

€

4 Reken uit. 1 boek kost € 19,95. Kees koopt 2 boeken.

Tim bestelt 2 spellen voor de spelcomputer. Per stuk € 14,15.

1 spel kost € 14,85. Mischa koopt 3 spellen.

Dat kost ongeveer €

Dat kost ongeveer €

Dat kost ongeveer €

Elias koopt 1 boek voor € 14,75 en 1 pak stiften voor € 9,05.

Anja koopt 1 pak schriften voor € 6,25, 1 doos kleurpotloden voor € 11,89 en een tekenboek voor € 13,98

Luka koopt 1 boek voor € 19,85 en 1 pak stiften voor € 6,35.

Dat kost ongeveer €

Dat kost ongeveer €

Dat kost ongeveer €

22

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 22

9/04/2021 16:06


LESdoel 6 5 Schrijf de som en reken uit. € 2 per punt

€ 5 per punt € 3 per stuk

Opa trakteert. Hij kiest 2 4 taart en mama 8 8 taart. Hoeveel moet

Jara trakteert. Zij kiest 3 2 cake en Koen 6 6 cake. Hoeveel moet

opa betalen? som: +

€ 4 per punt

Jara betalen?

Sarah trakteert. Zij 2 kiest pizza en Sven 10 3 pizza. Hoeveel 10 moet Sarah betalen?

Chris trakteert. Hij 3 kiest taart en Milou 7 2 taart. Hoeveel 7 moet Chris betalen?

som:

som:

som:

=

+

×€2=€

=

+

×€3=€

=

+

×€4=€

= ×€5=€

6 Reken uit. Tweedehands elektrische auto’s. 1

Tessa heeft € 4850 gespaard. Ze wil graag auto 2 kopen. Hoeveel euro moet ze nog sparen?

2

€ Simona heeft € 6500 gespaard. Ze wil graag auto 1 kopen. Hoeveel euro moet ze nog sparen? prijs € 8145

€

prijs € 5750

7 Vul in. Ik heb gespaard:

Het kost:

Over:

Ik heb gespaard:

Het kost:

Over:

€ 5450

€

€ 3100

€

€ 4550

€ 600

€ 3500

€ 1280

€

€ 4560

€

€ 1440

€ 6000

€

€ 2790

€ 7210

€ 6300

€

€

€ 5240

€ 3160

€ 8530

€ 4620

€

8 Kruis aan en vul in. Ik heb gespaard: € 4500. Het kost: € 5150. Ik moet nog € 450 sparen.

Ik heb gespaard: € 6700. Het kost: € 4625. Ik heb € 1025 over.

waar / niet waar want:

waar / niet waar want:

23

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 23

9/04/2021 16:06


LESdoel 6

lesdoel Ik oefen rekenen met bedragen tot en met € 100.000.

9 Vul in, kies uit < of > Hoeveel kosten de boodschappen samen? 1

2

3

4

5

6

7

8 yoghurt

appelmoes

1l

800 ml

€ 1,17 1, 3 en 8

€ 3,69 €5

€ 2,38

€ 2,69

4 en 5

€ 1,89

€5

€ 1,09

4, 8, 7 en 1

€7

€ 1,85 3, 7 en 2

€ 0,99 €7

10 Reken uit wat je ongeveer moet betalen. Kleur de voordeligste acties.

ER T PAPI

€ 12,89

TOILE

€ 10,99

€ 7,95

€ 9,07

3=2

€ 3 korting per artikel

3 pakken toiletpapier

€

€

3 flessen wasmiddel

€

€

3 stukken kaas

€

€

3 stukken zalm

€

€

11 Reken uit wat je ongeveer tekortkomt.

€ 37,89

€ 66,19

€ 82,08

€ 146,87

Je hebt:

Je wil kopen:

Ongeveer tekort:

€ 100

speaker en koptelefoon

€

€ 180

beeldscherm en e-reader

€

€ 150

camera en speaker

€

€ 130

printer en e-reader

€

€ 112,96

€ 74,14

24

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 24

9/04/2021 16:06


LESdoel 6 12 Reken uit. De kosten van de verbouwing zijn geschat op € 12.950. Aan het eind moet € 1500 meer worden betaald. Dat is samen: €

Er wordt aan een huis een serre gebouwd. De kosten zijn € 9000. Er wordt nog een terras aangelegd voor € 2500. Dat is samen: €

Een pallet tegels kost € 1100. Er zijn 10 pallets Er komt een nieuwe dakkapel op een huis. De kosten zijn € 5500. Ik heb nu € 4000 gespaard.

nodig. Bij elkaar is dat: €

Nog te sparen: €

Een schuur kost € 9550. De garage ernaast kost € 15.000. Dat is samen: € 100 dakpannen kosten € 150. Je hebt 4000

Er wordt een nieuwe keuken geplaatst en de badkamer wordt verbouwd. Kosten zijn geschat op € 19.500. Aan het eind moet € 2100 meer

dakpannen nodig. Dat is samen: €

worden betaald. Dat is samen: €

13 Kleur. meer dan € 30.000

minder dan € 30.000

€ 1500 meer dan € 27.500

€ 3300 meer dan € 25.500

het dubbele van € 16.000

€ 27.000 meer dan € 4000

2 keer zoveel als € 17.500

€ 3500 minder dan € 36.500

de helft van € 56.000

de helft van € 61.000

€ 4400 meer dan € 16.000

€ 7000 minder dan € 39.000

de helft van € 58.000

2 keer zoveel als € 14.500

14 Schat het antwoord op een tienduizendtal. € 23.550 + € 5000 + € 11.000 ≈ €

€ 34.950 + € 4000 + € 27.000 ≈ €

€ 39.750 + € 7000 + € 22.000 ≈ €

€ 55.750 + € 3000 + € 31.000 ≈ €

€ 15.350 + € 6000 + € 33.000 ≈ €

€ 72.150 + € 7000 + € 10.000 ≈ €

€ 44.850 + € 9000 + € 24.000 ≈ €

€ 18.250 + € 9000 + € 52.000 ≈ €

15 Vul in. inhoud

prijs

prijs €/l

inhoud

prijs

prijs €/k

inhoud

prijs

prijs €/l

250 ml

€ 1,25

€

150 g

€ 0,75

€

1,5 l

€ 4,50

€

6 dl

€ 2,40

€

200 g

€ 1,30

€

2,5 l

€ 7,50

€

4 dl

€ 0,72

€

650 g

€ 2,60

€

3l

€ 3,69

€

30 cl

€ 2,16

€

750 g

€ 4,20

€

4l

€ 2,48

€

25

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 25

9/04/2021 16:06


Klaar voor de start 1 Van welk lesdoel heb jij het meest geleerd? nummer:

2 Hoe is je gevoel over rekenen na dit boekje?

3 Heb je hulp gevraagd of gegeven tijdens het werken in dit boekje? ja

nee

enkampioe k e n r

Einddoelenschrift rekenen van groep 6 naar 7

9 789006 789006 701661 315226 9

BSSCHRFT_L6-7_DEF_060421.indd 46

9/04/2021 16:06


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Klaar voor de start | einddoelenschrift rekenen | 6 naar 7 by ThiemeMeulenhoff - Issuu