Skip to main content

Klaar voor de start einddoelenschrift | 4 naar 5

Page 1

naam:

Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 1

9/04/2021 16:31


Hoe gaat het? Kleur bij elk lesdoel hoe het gaat.

Ik snap het nog niet helemaal

Ik ben goed op weg

Ik heb het lesdoel afgerond

Heb je alle lesdoelen gemaakt? Vul de achterkant van dit schrift in en schrijf je naam op de medaille. Succes en veel plezier!

lesdoel 1 Ik oefen met getallen tot en met 500. lesdoel 2 Ik oefen optellen en aftrekken. lesdoel 3 Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5, en 10. lesdoel 4 Ik oefen delen. lesdoel 5 Ik oefen rekenen met geld. lesdoel 6 Ik oefen klokkijken. lesdoel 7 Ik oefen meten van lengte, inhoud en gewicht. lesdoel 8 Ik oefen met oppervlakte en plattegrond. lesdoel 9 Ik oefen rekenen met verhoudingstabellen. lesdoel 10 Ik oefen invullen en aflezen van tabellen en diagrammen.

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:31


Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 1

Powered by

9/04/2021 16:31


LESdoel 1 1

lesdoel Ik oefen met getallen tot en met 500.

Vul in. 0

10

20

30

40

50

60

70

80

90

100

2 Vul in.

8

9

10

50

79

45

23

91

33

69

42

57

11

3

61

90

99

3 Vul in. 2

2

10

40

5

5

25

80

10

10

30

75

4 Maak de rijen af.

5

10

45

50

12

14

28

30

2

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 2

9/04/2021 16:31


LESdoel 1 5

Vul in.

T

E

T

E

eieren

eieren

6 Maak groepjes van 10 en vul in. Er zijn T

mandarijnen.

E

Er zijn T

7

appels.

E

Vul in. 40 + 7 = 47

20 + 8 =

81 = 80

+1

91 =

+

60 + 3 =

90 + 4 =

32 =

+

64 =

+

50 + 6 =

70 + 7 =

57 =

+

35 =

+

80 + 2 =

40 + 9 =

84 =

+

63 =

+

8 Kleur wat het dichtstbij is. 65

70

72

48

45

50

70

64

62

43

45

40

70

75

78

50

52

56

58

61

66

35

30

23

3

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 3

9/04/2021 16:32


LESdoel 1

lesdoel Ik oefen met getallen tot en met 500.

9 a Schrijf 278 bij de 3 getallenlijnen. Je mag hulpgetallen bij de streepjes schrijven. 200

300

250

300

260

280

b Vul in. 360

430

10 Kleur het getal dat het dichtstbij ligt.

485

490

496

225

230

234

490

498

505

436

439

445

11 Vul in. Tussen welke honderdtallen?

Tussen welke honderdtallen?

Tussen welke tientallen?

Tussen welke tientallen?

234

470

132

228

364

248

287

434

12 Raad het getal. – Het ligt tussen de 330 en de 340. – Het is een even getal. – Het is meer dan 335. – Het laatste cijfer is minder dan 8.

– Het ligt tussen de 390 en de 400. – Het is een even getal. – Het is minder dan 396. – Het laatste cijfer is 2 meer dan 2.

– Het ligt tussen de 270 en de 280. – Het is een oneven getal. – Het is meer dan 275. – De laatste 2 cijfers zijn hetzelfde.

4

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 4

9/04/2021 16:32


LESdoel 1 13 Vul in < of > 45

145

176

177

236

263

355

356

136

163

280

208

479

376

234

244

179

178

116

161

118

121

390

290

318

328

179

175

399

400

418

481

14 Kleur.

15

1 – 100

422

480

244

88

76

290

479

450

101 – 200

110

233

14

301

400

64

254

133

201 – 300

125

260

71

390

371

70

262

140

301 – 400

178

227

33

312

311

99

285

177

401 – 500

434

498

271

52

53

213

401

500

Vul in. Tussen welke buurgetallen?

Tussen welke tientallen?

Tussen welke honderdtallen?

100

86

265

200

286

465

16 a Vul in. 1 meer:

10 meer:

100 meer:

10 minder:

86

45

226

135

186

145

326

235

b Vul in. steeds 10 erbij: 48

129

273

steeds 100 erbij: 382

395

61

58

134

258

347

363

161

5

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 5

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 1

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken.

Vul in. 10

10

10

10

10

30

2

66

88

30

20

5

43

98

83

2 Schrijf de som op en reken uit.

87 huizen

nog 15 brieven in de tas

57 huizen

87 –

bij 14 huizen geweest

bij 54 huizen geweest

bij 25 huizen geweest

=

+

=

–

=

3 Reken uit. 25 + 7 =

54 – 6 =

25 + 8 =

76 – 7 =

44 + 8 =

77 – 9 =

35 + 9 =

51 – 2 =

84 + 7 =

86 – 8 =

54 + 7 =

67 – 9 =

35 + 6 =

61 – 2 =

73 + 8 =

94 – 6 =

6

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 6

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 4 Reken het verschil uit. Gebruik de getallenlijn.

79 jaar

13 jaar

11 jaar

62 jaar

84 jaar

62 jaar

5 Reken uit. Je mag een getallenlijn gebruiken.

6

48 + 17 =

36 + 25 =

48

36

86 – 18 =

45 – 39 =

Reken uit. 3+ 8=

7+ 6=

15 – 8 =

13 – 7 =

13 + 8 =

37 + 6 =

25 – 8 =

23 – 7 =

23 + 8 =

67 + 6 =

45 – 8 =

53 – 7 =

23 + 18 =

67 + 16 =

45 – 18 =

53 – 17 =

7

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 7

9/04/2021 16:32


LESdoel 2

lesdoel Ik oefen optellen en aftrekken.

7 Reken uit. 23 + 6 =

34 – 3 =

29 + 9 =

58 – 4 =

62 + 29 =

79 – 6 =

32 + 12 =

61 – 5 =

54 + 17 =

34 – 9 =

78 + 8 =

93 – 8 =

44 + 10 =

23 – 4 =

56 + 14 =

52 – 6 =

8 Schrijf de som en reken uit.

€ 230

€ 175

€ 90 € 110

a Mo koopt een step en een laptop. Dit is de som: +€

€

Sabine koopt een laptop en een tv. Dit is de som:

=€

€

+€

=€

9 Reken uit en kleur. 0 – 100

101 – 200

280 – 230 500 – 90

201 – 300

401 – 500

510 – 350 254 + 45

360 + 70

102 – 3

356 + 44

480 – 190 150 + 160 27 + 68

452 – 52

480 – 90

479 – 78

143 – 17

80 + 170

150 + 350 410 – 320 399 + 2

260 – 80

590 – 190

80 + 50

220 + 90

301 – 400

288 – 79

121 + 78

10 Vul in < > en = 85 – 10 + 6

85 – 9 + 6

76 + 12 – 17

76 + 12 – 18

74 + 6 – 3

74 + 6 – 5

66 – 17 + 14

66 – 17 + 15

63 – 9 + 4

63 – 8 + 4

58 + 16 – 13

58 – 13 + 16

89 + 7 – 5

89 – 5 + 7

80 – 14 + 19

80 – 14 + 18

8

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 8

9/04/2021 16:32


LESdoel 2 11 Schrijf de som en reken uit.

Ik heb 58 voetbalplaatjes.

Ik krijg er 34 bij.

Ik geef er 21 aan mijn broer.

Ik verlies 23 knikkers.

som:

Ik win 28 knikkers.

som:

54 komen erbij. 22 geef ik weg. 25 ballonnen

34 erbij

15 gaan stuk.

23 schelpen

som:

12

som:

Schrijf de som en reken uit. € 95

€ 280

€ 195

€ 115

Suzan koopt een stoel en een tafel. €

13

+€

Tom koopt een bank en een bed.

=€

€

+€

=€

Reken uit. 350 + 130 =

180 + 140 =

160 + 220 =

254 + 27 =

35 + 13 =

260 + 170 =

167 + 220 =

164 + 19 =

135 + 13 =

150 + 270 =

310 + 140 =

453 + 38 =

135 + 113 =

180 + 260 =

315 + 140 =

326 + 57 =

480 – 130 =

180 – 90 =

360 – 250 =

254 – 25 =

48 – 13 =

360 – 80 =

363 – 250 =

473 – 28 =

370 – 200 =

520 – 90 =

430 – 110 =

356 – 37 =

37 – 20 =

150 – 70 =

433 – 110 =

145 – 39 =

14 Reken uit.

9

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 9

9/04/2021 16:32


LESdoel 3

lesdoel Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5, en 10.

1 Vul in.

×

2

=

×

=

×

=

Begin bij start en vul in. start

5 × 2 = 10

4×5=

dubbel

1 keer minder

1 keer meer

10 × 2 = start

dubbel

5×5=

6×2=

10 × 5 =

3 Reken uit en kleur in.

27

21

9

6

2x3

3x2

5x3

5x3

24

12

30

2x3

3x2

2x3 3x8

7x3

5x3

3x9

2x3

9x3 9x3

2x3

2x3

3x5

3x2

3x9

3x

2x3

3x4

3

3x2

3x

6

2x3

6x3

3x2 2x3

3x6

1x3

3x1

3x1

5x3

3x2

3x2

3x2

8x3

3x2

3x5 2x3

3x5

3x10

3 4x

10x3

3x2

3x4

3x3

3x7

3x3

3x3

4x

2x3

2x3

3x2

2x3

5x3

3x2

2x3 3x3

5x3 3x5

8x3

8

3x2 3x2

18

3x2

3x5 3x5

15

3

2x3

3x10

3x3

3x2 3x3

3x2

10

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 10

9/04/2021 16:32


LESdoel 3 4 Reken uit. 5× 3=

6×5=

5× 5=

9× 4=

8× 4=

9×3=

8× 3=

8× 5=

0× 2=

8×2=

0 × 10 =

7 × 10 =

6 × 10 =

6×3=

4× 2=

6× 2=

5 Vul de tabel in. ×

3

2

4

×

3

10

5

8

10 5

25

6

24

9

27

2

4 12

2

6 Vul in. × 4=8

×   5 = 35

× 4 = 32

× 5=5

×   3 = 15

×   2 = 18

× 2 = 14

× 10 = 80

× 10 = 90

×   3 = 21

×3=9

×   4 = 16

× 2=8

× 10 = 60

× 5 = 30

×   2 = 10

7 Reken uit en vul in.  6×5=

→s

10 × 5 =

→o

10 × 4 =

→e

3× 3=

→e

7×3=

→d

2 × 3 = 6

→j

3×4=

→k

9× 3=

→e

7×2=

→e

5×5=

→e

7×4=

→r

10 × 10 =

→d

6×4=

→k

6×3=

→n

9×5=

→g

9 × 10 =

→e

9×4=

→m

11 × 2 =

→e

5×4=

→t

11 ×   4 =

→n

7× 5=

→m

8× 4=

→o

50

100

6

9

12

14

18

20

21

22

j 24

25

27

28

30

32

35

36

40

44

45

90

11

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 11

9/04/2021 16:32


LESdoel 3

lesdoel Ik oefen de tafels van 2, 3, 4, 5, en 10.

8 Kleur wat meer is. 4×3

7×2

6×5

8×4

7×5

8×4

2×5

3×4

5×4

3 × 10

7×2

5×3

3 × 10

9×4

9×3

5×4

7 × 10

9×5

9×2

6×4

4×4

7×3

8×2

3×3

9 Schrijf alleen de even antwoorden op. 5× 4=

5× 3=

5× 5=

4 × 10 =

9× 3=

6× 4=

6× 2=

8×4=

6 × 10 =

4× 2=

7 × 10 =

7×3=

7× 5=

3 × 10 =

3× 3=

9×5=

10 Schrijf de som en reken uit.

4× Hoeveel poffertjes? ×

Hoeveel kiwi’s?

=

×

Er komen 2 porties bij. ×

Hoeveel citroenen?

=

×

Er komt 1 bakje bij.

=

×

Hoeveel batterijen? ×

=

×

×

6 pakjes met 4 batterijen: ×

Hoeveel eieren?

=

×

1 × meer.

=

=

10 ×

Hoeveel appels?

=

=

Er komt 1 netje bij.

8×

3×

11

3×

5×

×

=

Er is 1 doos minder. =

×

=

Vul in. ×

2

3

5

9

10

×

2

3

4

4

6

7

8

9

10

12

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 12

9/04/2021 16:32


LESdoel 3 12

Vul in: < > of = 5×5

>

6×4

6×5

6×4

8×5

9×4

7 × 5

8×4

7 × 2

8×3

7 × 4

6×5

4 × 4

8×2

4 × 3

6×2

0 × 3

6×0

7 × 3

4×5

9 × 3

5×5

10 × 3

5×6

13 Vul in. 6×

9×

12

18

3×

4×

6×

18 ×

3×

6×

5×

4×

30

20

10 ×

10 ×

24 8×

15 ×4

8×

4×

3×

5×

8×

4×

16

40

14 a Reken uit. 2×2=

3× 2=

2×0=

0×5=

3×3=

5× 3=

7×3=

8×4=

4×4=

4× 5=

3×4=

8×2=

5×5=

5 × 10 =

9×5=

9×3=

b 7×

= 21

8×5=

9×

7×

6×5=

× 4 = 24 5×

= 27

= 50

8×3=

× 3 = 18 9×

= 28

8× 9×5=

× 4 = 36

= 90

5×

= 16

= 20

× 5 = 30 3×

= 30

13

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 13

9/04/2021 16:32


LESdoel 4

lesdoel Ik oefen delen.

1 Vul in hoeveel nodig. Je mag fiches gebruiken.

3

7

18 krentenbollen. 6 in elk zakje.

14 potloden. 7 in elk doosje.

zakjes nodig.

18 kiwi’s. 3 in elk bakje.

doosjes nodig.

bakjes nodig.

2 Verdeel eerlijk. Je mag fiches gebruiken. appels

kinderen

ieder krijgt

appels

kinderen

20

4

5

14

2

25

5

24

4

9

3

15

5

8

2

21

3

ieder krijgt

3 Vul in hoeveel zakjes. Je mag fiches gebruiken. knikkers

in elk zakje

aantal zakjes

knikkers

in elk zakje

20

4

5

27

3

16

4

28

4

18

3

15

3

10

2

20

5

aantal zakjes

4 Verdeel eerlijk. Je mag fiches gebruiken.

25

Op elke plank

boeken.

In iedere zak

appels.

Ieder kind

knikkers.

14

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 14

9/04/2021 16:32


LESdoel 4 5 Zet een rondje en vul in. 40 knikkers in 5 zakjes

In elk zakje

16 kralen aan 2 kettingen

knikkers.

Aan elk snoer

kralen.

6 Verdeel en vul in.

2

4

5

10

4

5

10

10

2

7 Maak vast. 25 kinderen

30 kinderen

10 kinderen

5 kinderen

1 auto

10 auto’s

2 auto’s

9 kinderen

50 kinderen

6 auto’s

5 auto’s

30 kinderen

12 kinderen

15 kinderen

3 bakfietsen

20 bakfietsen

5 bakfietsen

60 kinderen

10 bakfietsen

4 bakfietsen

15

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 15

9/04/2021 16:32


LESdoel 4

lesdoel Ik oefen delen.

8 Verdeel eerlijk en vul in. Je mag fiches gebruiken.

9

appels

kinderen

20

ieder krijgt

bloemen

bossen

5

10

2

15

5

15

3

25

5

16

4

30

10

24

3

16

2

30

5

in elke bos

Verdeel en vul in.

40 broodjes verdelen over 4 mandjes:

20 broodjes verdelen over 4 mandjes:

per mandje:

per mandje:

broodjes.

broodjes.

25 koekjes verdelen over 5 pakjes:

50 koekjes verdelen over 5 pakjes:

per doosje:

per doosje:

koekjes.

koekjes.

10 Reken uit.

60

75 aardbeien op 1 schaal

11

druiven op 1 schaal

kersen op 1 schaal

Vul in. Je mag een lege getallenlijn gebruiken. poffertjes: stokje met 5:

poffertjes: bakje met 10:

poffertjes: bakje met 20:

10

90

80

20

50

40

40

70

60

80

80

100

16

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 16

9/04/2021 16:32


LESdoel 4 12 Vul in. Je mag een lege getallenlijn gebruiken. 90 tulpen:

47 tulpen:

vaasjes,

vaasjes,

tulpen

over

35 tulpen:

vaasjes,

33 tulpen:

vaasjes, over

tulpen

over

31 tulpen:

tulpen

over

vaasjes,

tulpen

over

vaasjes,

tulpen

40 tulpen:

vaasjes,

tulpen

over

32 tulpen:

over

27 tulpen:

vaasjes,

tulpen

over

tulpen

13 Vul in. 25 appels verdelen:

48 peren verdelen: aantal zakken

over

2

5

10 appels per zak

aantal

over

10 peren per zak

5 appels per zak

5 peren per zak

4 appels per zak

4 peren per zak

3 appels per zak

20 peren per zak

14 Maak vast. 32

18

8 groepjes van 4. 3 groepjes van 10 Er blijven er 2 over.

6 groepjes van 5 Er blijven er 2 over. 4 groepjes van 4 Er blijven er 2 over.

6 groepjes van 3. 10 groepjes van 5.

50

12 groepjes van 4 Er blijven er 2 over. 3 groepjes van 5 Er blijven er 3 over.

10 groepjes van 3 Er blijven er 2 over. 5 groepjes van 10.

8 groepjes van 6 Er blijven er 2 over. 9 groepjes van 2.

17

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 17

9/04/2021 16:32


LESdoel 5

lesdoel Ik oefen rekenen met geld.

1 a Tel en vul in.

cent

cent

cent

cent

b Reken uit. 20 cent

20 cent 50 cent

totaal

cent

25 cent 20 cent

totaal

cent

75 cent

totaal

cent

2 Vul in hoeveel geld na 5 weken. Je mag een lege getallenlijn gebruiken.

Ik heb 17 euro. Ik krijg elke week 2 euro zakgeld.

Ik heb nu 35 euro. Ik maai elke week het gras van oma. Dan krijg ik 5 euro. Loes:

euro

Tijs:

euro

35 Ik heb 58 euro. Ik wandel elke week met opa’s hond. Dan krijg ik 2 euro. Rik:

Ik heb 43 euro. Ik verdien elke week 10 euro met mijn krantenwijk.

euro

Pien:

euro

3 Reken uit.

Samen

euro.

Samen

euro.

Samen

euro.

Samen

euro.

18

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 18

9/04/2021 16:32


LESdoel 5 4 Vul in. Je mag instructiegeld gebruiken. Het kost: Ik betaal: Ik krijg terug:

Het kost: Ik betaal: Ik krijg terug:

€ 36

€ 40

€4

75 cent

80 cent

cent

€ 22

€ 50

€

25 cent

50 cent

cent

€ 57

€ 60

€

60 cent

1 euro

cent

€ 73

€ 100

€

45 cent

60 cent

cent

5 Kruis aan. € 22

€ 31

€ 18

€ 29

Heb ik genoeg aan € 50? Ja

€ 31

€ 42

Heb ik genoeg aan € 50?

Nee

Ja

Heb ik genoeg aan € 50?

Nee

Ja

Nee

6 Vul in. Ik koop:

Ik schat:

Het is precies:

Ik koop:

Ik schat:

Het is precies:

€ 31 + € 48

€

€

€ 29 + € 47

€

€

€ 31 + € 42

€

€

€ 32 + € 31

€

€

€ 19 + € 72

€

€

€ 12 + € 81

€

€

€ 9 + € 49

€

€

€ 38 + € 61

€

€

7 Reken uit. De entree kost € 4 per persoon. Ik heb € 20. Hoeveel personen kunnen naar binnen? aantal personen entree

aantal personen

1 €

In totaal kunnen

De entree kost € 4 per persoon. Ik heb € 32. Hoeveel personen kunnen naar binnen?

€

€

€

€

entree

1 €

personen naar binnen. In totaal kunnen

€

€

€

€

personen naar binnen.

19

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 19

9/04/2021 16:32


LESdoel 5

lesdoel Ik oefen rekenen met geld.

8 a Reken uit en vul in. Ik heb € 21. Hoeveel pennen kan ik kopen?

€3

pennen euro Ik kan

2 €

€

€

€

€

pennen kopen.

Ik krijg € 3 zakgeld per week. Ik moet

b € 24

week zakgeld

weken sparen.

1 €

€

€

€

€

Ik krijg € 5 zakgeld per week. Ik moet € 45

week zakgeld

weken sparen.

1 €

€

€

€

€

9 a Schrijf de som en reken uit. Noor koopt 2 shirts en 1 trui. Dit is de som:

broek € 35

sokken € 2

shirt

trui

€ 12

€ 13

Amy koopt 2 broeken, 1 shirt en 1 paar sokken. Dit is de som:

Noah koopt 1 paar sokken, 1 broek en 1 trui. Dit is de som:

Farik koopt 1 broek en 2 shirts. Dit is de som:

Syrah heeft voor € 50 kleren gekocht. Ze kocht:

b Schrijf alleen de antwoorden op tussen € 40 en € 50.

20

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 20

9/04/2021 16:32


LESdoel 5 10 Reken uit wat het in totaal kost. €3

€1 €2

€7

€3

€2

6 doosjes aardbeien →

×

1 ananas

→

×

10 kroppen sla

→

×

6 bossen wortels

→

×

5 komkommers

→

×

5 kilo appels

→

×

Dit is de som:

11

Dit is de som:

Reken uit wat je overhoudt. Ik heb:

Ik koop er 3: €4

€ 41

Dit is de som:

Ik houd over:

3×€4

=€

€ 41 – €

=€

3×€

=€

€ 32 – €

=€

€6 € 32

12 Vul in.

Dit kreeg ik terug.

Dit kreeg ik terug.

Ik betaalde met 1 biljet van €

Ik betaalde met 1 biljet van €

Ik kocht iets voor €

Ik kocht iets voor €

21

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 21

9/04/2021 16:32


LESdoel 6

lesdoel Ik oefen klokkijken.

1 Maak vast.

ochtend

middag

avond

nacht

2 Teken de wijzers.

8.00

3

11.30

3.30

18.00

21.30

Vul de digitale tijd in.

4 Vul in hoe laat de dieren eten.

half 4

half 12

2 uur

22

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 22

9/04/2021 16:32


LESdoel 6 5 Maak vast. 7 uur

6

half 4

half 10

pauze

einde school

Vul de digitale tijd in.

begin school uur

7

12 uur

begin rekenles uur

uur

uur

avondeten uur

Teken de wijzers.

Kwart voor 2

Kwart over 11

Kwart voor 5

Kwart over 1

Kwart over 6

Kwart voor 8

Kwart over 9

Kwart voor 11

23

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 23

9/04/2021 16:32


LESdoel 6 9

lesdoel Ik oefen klokkijken.

Kleur de digitale tijd. Kwart over 5

Kwart voor 8

Kwart over 7

Kwart voor 12

en

en

en

en

10 Teken de wijzers en vul in.

Het is:

Het is:

Het is:

Het is:

kwart over 12 11

Teken de wijzers en vul de tijd in.

5 minuten over 8

10 minuten over half 3

5 minuten voor 10

10 minuten voor half 7

ochtend:

avond:

ochtend:

middag:

5 minuten voor half 10

5 minuten voor 9

10 minuten voor half 8

10 minuten voor 4

ochtend:

middag:

avond:

middag:

10 minuten over 7

kwart voor 4

5 minuten over 9

5 minuten over half 6

12 Vul de digitale tijd in.

24

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 24

9/04/2021 16:32


LESdoel 6 13 Teken de wijzers.

5 over 10

10 over 6

5 over half 3

10 over 11

kwart voor 12

14 Vul in.

Het is Het is

minuten later.

Het is

minuten later.

Het is

minuten later.

minuten later.

15 Teken de wijzers en vul de tijden in. 10 minuten eerder: nu:

15 minuten eerder:

15 minuten later:

nu:

10 minuten later:

25

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 25

9/04/2021 16:32


Klaar voor de start 1 Van welk lesdoel heb jij het meest geleerd? nummer:

2 Hoe is je gevoel over rekenen na dit boekje?

3 Heb je hulp gevraagd of gegeven tijdens het werken in dit boekje? ja

nee

enkampioe k e n r

Einddoelenschrift rekenen van groep 4 naar 5

9 789006 701647

BSSCHRFT_L4-5_DEF_060421.indd 46

9/04/2021 16:32


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Klaar voor de start einddoelenschrift | 4 naar 5 by ThiemeMeulenhoff - Issuu