G o d s d ie ns t /
e 2 e fa s e d r o o v g in w u le v e ns b e s c ho
leer-opdrachtenboek
vwo
456
Perspectief godsdienst/levensbeschouwing voor de tweede fase
vwo
leer-opdrachtenboek deel
DĂŠsirĂŠ Brokerhof Hilde van Halm Maxine Herinx
56
Colofon
Methode-overzicht
Perspectief voor de tweede fase
vmbo Lesboek 1 Leergids 1 Lesboek 2 Leergids 2 Leer-opdrachtenboek 3/4
Leer- opdrachtenboek 4|5|6 vwo
Redactie- en auteursgroep Désiré Brokerhof, Hilde van Halm en Maxine Herinx onder verantwoordelijkheid van Oasemedia, Hoevelaken.
Aan deze methode werkten verder mee Ghita Bakker, Bill Banning, Maurits Berger, Inge Broekman, Inge Brokerhof, Naomi Bronkhorst, Franciens Brons, Halima Özen-el Hajoui, Kees Hamers, Corinne Kat, Bas Kuipers, Pritie Matai, Yvonne Moonen, Jochem Quartel, Dalit Ringer, Saskia, Koene van Rossum, Rawie Sewnath, Bas van der Sijde, Michelle Smit, Anne Claudine Tuller, Pauline Weseman, Ida Verwoerd, Harun Yildirim.
vmbo-t/havo/vwo Leer-opdrachtenboek 1 Leer-opdrachtenboek 2
Oasemedia, Hoevelaken, m.m.v. Weststrate Vormgeving Hoevelaken. Vormgeving: Ontwerpbureau Neo, Velp Omslagfoto: Wavebreakmedia Ltd | Dreamstime.com
978-9006-48488-5 978-9006-48489-2
havo/vwo Leer-opdrachtenboek 3
978-9006-48490-8
havo Leer-opdrachtenboek 4/5
978-9006-64575-0
vwo Leer-opdrachtenboek 4/5/6
Ontwikkeling, samenstelling, fotoresearch en opmaak
978-9006-48480-9 978-9006-48481-6 978-9006-48483-0 978-9006-48484-7 978-9006-48486-1
978-9006-64576-7
digiboeken voor de docent 1 vmhv 2 vmhv 3/4 vmhv 4/5 havo 4/5/6 vwo
978-9006-48494-6 978-9006-48495-3 978-9006-48496-0 978-9006-64577-4 978-9006-64578-1
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
978-9006-64576-7 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017
Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
Inhoudsopgave Introductie
4
• Geloven wat je wilt • Religie en actualiteit • Religie als wetenschap • Vragen en Opdrachten • Onderzoek doen • Je eigen levensvisieboek
4 6 8 12 14 16
Thema 13 Je lijf, je leven
19
Over lichaamscultuur en lichaamstaal, mooi en lelijk, gezond en ziek, ziel en geest, jong en oud.
Project Orgaandonatie
Thema 14 Relaties
54
127
Over waken en dromen, drank en drugs, controle en verslaving, engelen, kunst, muziek en mystiek.
Project Duurzaamheid
160
Thema 17 Waar of niet
163
Over waarneming en ervaring, halve waarheden en hele leugens, rechtspraak, wetenschap en geloof.
Project Beelden
194
Thema 18 Vrijheid
197
57
Over jezelf, familie en vrienden, verliefd zijn en seks, hufterigheid en respect en de relatie met God.
Project Eten
94
Thema 15 Agressie
97
Over sterk en zwak, verdedigen of aanvallen, van kwaad tot erger, godsdienstige conflicten en terreur.
Project Vrede
Thema 16 Er is meer
124
Over regels en ongebondenheid, privacy en veiligheid, verlossing, kiezen en verantwoordelijkheid.
Thema 19 Geluk
223
Over ideaal en plicht, welvaart en welzijn, topervaringen, hedonisme, utilitarisme, egoïsme en altruïsme.
Stromingendeel
256
• Opdrachten • Overzicht per stroming • Begrippenlijst • Foto-verantwoording
259 260 276 280
Introductie: Geloven wat je wilt
Dit is het laatste boek van Perspectief, voor de hoogste leerjaren van het vwo. Nu verdiep je de kennis over de verschillende levensbeschouwin gen verder en ga je je eigen levensvisie formuleren. Na de thema’s en projecten, die ook in dit boek het ritme van de lessen bepalen, zet je tot slot de puntjes op de i aan de hand van het stromingendeel en de opdrachten die daarbij horen.
In Nederland is het normaal dat je mag geloven wat je wilt. En je mag zelf weten óf je gelooft of niet. De godsdienstvrijheid die kenmerkend is voor het ‘vrije Westen’ gaat hand in hand met ontkerkelijking en een toename van diversiteit. Want door vrijheid is er ruimte voor eigen keuzes en verandering. Je zou denken dat religie daardoor aan betekenis inboet. Maar dat is niet het geval. Zonder kennis van godsdiensten kun je de wereld niet begrijpen.
Uitingen van levens visies nemen heel verschillende vormen aan.
4
Ontkerkelijking
Hoewel Nederland historisch gezien een christelijk land is, neemt de invloed van godsdienst en kerk sterk af. De ontkerkelijking die halverwege de vorige eeuw is ingezet, zet juist in de afgelopen decennia sterk door. In 2015 bleek uit onderzoek van marktonderzoeksbureau Ipsos en de Vrije Universiteit in Amsterdam dat er voor het eerst meer ongelovigen dan gelovigen in Nederland wonen. Dat wil niet zeggen dat godsdienst naar de achtergrond verdwijnt. In de krant kun je zien dat religie vrijwel dagelijks onderwerp van gesprek is. Volgens het Amerikaanse onderzoeksinstituut Pew is 84% van de wereldbevolking religieus. Het verwacht dat dit zal oplopen tot 87% in 2050. De secularisering in West-Europa is dus eerder uitzondering dan regel. 1 Zoek een artikel uit een krant van de afgelopen week, waaruit blijkt dat religie een actueel onderwerp is. Vat de kern van het artikel samen.
Meer minderheden
In ons land is ook een andere trend te bespeuren. Er wordt niet alleen minder geloofd, er wordt vooral heel verschillend geloofd. Ons land is veelkleuriger geworden. Al eeuwenlang wonen er religieuze minderheden in Nederland, met name joodse geloofsgemeenschappen. Maar nu zijn er ook hindoeïstische en boeddhistische minderheden. En vooral de moslimgemeenschap is sterk gegroeid en is vaak onderwerp van gesprek. Al deze godsdiensten eisen in meer of mindere mate een plek op in de samenleving. Want godsdienstvrijheid betekent vanzelf dat elke groepering recht heeft op haar eigen gebedshuizen, diensten, rituelen én onderwijs. Dat recht geldt zelfs voor ongebonden spirituelen, humanisten en atheïsten, die ook hun levensbeschouwing kenbaar willen maken. Want iedereen mag geloven wat hij of zij wil en mag daarvoor uitkomen. Iedereen mag van gedachten veranderen of van godsdienst wisselen. En nergens in geloven, dat mag natuurlijk ook.
Op het internet kun je stickers bestellen die een oproep zijn aan de aanhangers van alle verschillende religies en levensovertuigingen om in vrede samen te leven.
Loyaliteit
Eeuwenlang was het ondenkbaar om nergens in te geloven. Tot de 16e eeuw hoorde iedereen vanzelfsprekend bij dezelfde kerk en geloofde iedereen ook zo’n beetje hetzelfde. Dat werd van hogerhand bepaald. Een nieuwe overheerser kon een nieuwe godsdienst opleggen. Met de Renaissance werd het begin van de individualisering ingezet en veranderde dat. Onderdanen konden er ineens een andere overtuiging op nahouden dan hun koning of keizer. Dat bracht nieuwe vragen met zich mee: Kan een andersdenkende wel een loyaal landgenoot en een trouw onderdaan zijn? Zo moest de Spaanse keizer de Nederlandse Opstand wel neerslaan: protestantse onderdanen in een katholiek land, dat kon gewoonweg niet. De Tachtigjarige Oorlog was een feit. Terwijl West-Europa decennialang door godsdienstoorlogen werd geteisterd, ontstond er geleidelijk aan een beperkte godsdienstvrijheid. Aanvankelijk gold deze vooral voor katholieken en protestanten, ook al ging dat niet van harte. In Nederland, bijvoorbeeld, heeft de gelijkstelling van katholieken erg lang op zich laten wachten. Want is een katholiek uiteindelijk gehoorzaam aan de paus of aan de koning? Ook werden joden in heel Europa nog lang vervolgd en uitgesloten van overheids functies. Eenzelfde soort wantrouwen steekt nu soms de kop op ten aanzien van moslims. Dan denkt men: Zijn het wel loyale staatsburgers of streven zij heimelijk naar het oprichten van een kalifaat en het invoeren van de sharia? Of het idee wordt geopperd om het salafisme te verbieden.
Risico
Omgaan met vrijheid blijkt altijd ingewikkeld te zijn. Vrijheid brengt angst met zich mee. Je eigen vrijheid is natuurlijk goud waard, maar het blijft altijd de vraag of anderen verantwoordelijk met hun vrijheid omgaan. En het risico bestaat dat de vrijheid van de een die van de ander belemmert. Dus zit je altijd met dilemma’s. Mag je zeggen dat homo’s in zonde leven als je dat vindt? Kun je toestaan dat dieren onverdoofd geslacht worden? Kun je bepalen dat boerka’s uit het openbare leven moeten verdwijnen? Is het acceptabel dat kinderen worden besneden? Moeten supermarkten verplicht worden om halal voedsel aan te bieden? Aan de ene kant is vrijheid voorwaardelijk voor het vreedzaam samenleven van verschillende groepen. Maar aan de andere kant roept vrijheid veel fundamentele vragen op die dat samenleven ook weer bemoeilijken.
Godsdienstvrijheid
Hoewel godsdienstvrijheid een van de Universele Rechten van de Mens is, zijn er veel landen waar gelovigen gediscrimineerd, beledigd, bedreigd of zelfs vervolgd worden. Zelfs in landen waar grondwettelijk godsdienstvrijheid bestaat. Tegelijk zijn er veel voorbeelden van mensen en organisaties die vanuit hun overtuiging streven naar compassie en naastenliefde en zich inzetten om minderheden te beschermen en te helpen. Zo inspireert godsdienst tot goede én slechte daden en dat houdt de gemoederen bezig.
Introductie: Geloven wat je wilt
5
Religie en actualiteit Net als in de vorige delen van Perspectief worden er in dit boek acht religieuze c.q. levensbeschouwelijke stromingen besproken. Levensbeschouwingen die allemaal in Nederland voorkomen, ook al zijn het hier niet allemaal hoofdstromingen. Wereldwijd zijn dit wel de acht belangrijkste. Veel van wat er in de wereld gebeurt, hangt op een of andere manier samen met een of meer van deze stromingen. Want alles wat mensen vinden, wordt beïnvloed door hun levensbeschouwing. Religie en levensbeschouwing spelen een hoofdrol in de geschiedenis en nog altijd worden veel actuele ontwikkelingen mede door religie bepaald. Sla er maar de krant op na of kijk naar het nieuws en je zult zien dat er dagelijks dingen gebeuren die met religie te maken hebben. De conflicten in het Midden-Oosten, terroristische aanslagen, opvang van asielzoekers en de behandeling van vluchtelingen en immigranten, steeds is religie een factor van betekenis. Voor alle stromingen geldt dat er ergens op de wereld een actuele ontwikkeling is, die nader onderzoek rechtvaardigt. Aan het begin van dit boek is het allereerst van belang te zien hoe actueel religie eigenlijk is. 2 Bekijk en lees de informatie op deze twee bladzijden. Kies een van de acht stromingen uit en w maak een presentatie waarin je laat zien hoe belangrijk de kennis van religies en levensbeschouwingen is om de wereld van nu te begrijpen. w Bij elke stroming staat één actueel voorbeeld; kies gerust een voorbeeld dat (nog) actueler is of dat jullie zelf interessanter vinden. w Houd met je groep een presentatie van maximaal 10 minuten en ga in op de vragen van je toehoorders.
6
Confrontatie met Israëlische soldaten bij checkpoint
Kalandia tijdens een demonstratie. Al een eeuw lang staan Arabieren en Joden op gespannen voet met elkaar. Sinds de stichting van de staat Israël (1948) zijn die spanningen toegenomen. Is de staat Israël het ‘beloofde land’ van het Joodse volk of hebben de Arabieren ook terechte aanspraken op dit stuk van de aardbol? Welke religieuze factoren spelen in deze kwestie een rol?
Als vrijheid van godsdienst een grondrecht is, heb je ook de vrijheid om niet in God te geloven. Het Freedom of Thought-rapport maakt melding van mensen die vervolgd worden wegens godslastering, Dat is in 55 landen nog strafbaar. In 13 landen kun je hier zelfs de doodstraf voor krijgen. In Nederland zorgt het Humanistisch Verbond voor de verspreiding van dit rapport. Wat doet deze organisatie om mensen die niet in een god geloven een stem te geven?
Moslima’s protesteren tegen de aanslagen in Parijs,
november 2015. Overal ter wereld worden moslims
aangesproken op aanslagen die weliswaar door moslims worden gepleegd, maar waar gewone moslims niets mee te maken hebben. Veel moslims worden er moe en opstandig van. Zij distantiëren zich van het geweld. Waarom zijn burgers in allerlei landen bang voor moslims?
Een boeddhistische ceremonie in China. Er is een groot verschil tussen het oorspronkelijke boeddhisme in Azië en het ‘westers boeddhisme’. Hier is het meer een levensfilosofie dan een religie, een manier om je eigen leven gelukkiger te maken. Welke vorm heeft het boeddhisme in Azië en is het legitiem om de leer van Boeddha aan te passen aan de behoeften van de moderne, westerse mens?
Geloven is volgens meer en meer mensen een privéaangelegenheid.
Sinds kort zijn er meer ongelovige dan gelovige Nederlanders. Een groot deel van die eerste groep heeft niets met religie of godsdienst. Van hen zouden alle religieuze uitingen uit de publieke ruimte geweerd mogen worden: boerka’s, keppeltjes, kruisjes – mensen moeten anderen niet lastigvallen met hun overtuiging. Maar kun je zoiets belangrijks als je levensovertuiging wel ‘achter de voordeur’ laten?
Spiritualiteit is niet gebonden aan vaste religieuze voorstellingen.
Tussen ietsisten zijn de onderlinge verschillen groot. Ook ongebonden spirituelen horen tot deze groep. ‘Ongebonden’ betekent dat er geen centrale organisatie voor hen is. Toch zijn er ook voor hen initiatieven, zoals het winkelconcept No Noise in Engeland. Wat houdt dit winkelconcept in en waarom is het een succes?
Premier Modi neemt deel aan de Internationale Yogadag op 21 juni. Gelovigen zingen en klappen tijdens een openluchtdienst in
Panwel, Zuid-Sudan. In Nederland groeien de immigran-
tenkerken, terwijl de gevestigde kerken leeglopen. Ook in Afrika en Zuid-Amerika is het christendom booming. Wat zijn de verschillen tussen de kerken in West-Europa en in andere delen van de wereld?
India is een wereldmacht. Behalve dat premier Narenda Modi streeft naar economisch en militair overwicht, gebruikt hij yoga om zijn land de juiste uitstraling te geven. Sinds 2015 kent India de internationaal erkende Yogadag. 80% van de Indiërs is hindoe. Dat betekent dat 20% een andere geloofsovertuiging heeft. Moslims vormen de grootste minderheid. Kun je hen verplichten mee te doen aan Yogadag? 7
Over wat religie is, wordt al eeuwen gediscussieerd. Niet alleen door theologen, die religie van binnenuit bestuderen, maar ook door religiewetenschappers. Zij kijken met een wetenschappelijke blik naar de oorsprong, functie en betekenis van religieus denken en handelen.
Religiewetenschappers bekijken religie met een academische blik, en doen onderzoek naar religieuze fenomenen. Of zij zelf gelovig zijn, is daarbij niet van belang. Deze wetenschappers houden zich bezig met de vraag wat religie nu precies is en welke functie die in het dagelijkse leven van mensen vervult. Ze bedenken theorieën en doen voorspellingen over de ontwikkeling van religie. Zoals de secularisatiethese, waarmee Peter Berger in de jaren 60 veronderstelde dat religie onder invloed van modernisering haar betekenis in het publieke domein zou verliezen. De verwachting was dat religie een aflopende zaak was, waarbij het Westen vooropliep en de rest van de wereld zou volgen. Deze theorie is niet uitgekomen; inmiddels zien wetenschappers dat religie wereldwijd een factor van belang blijft. Wel zien ze dat mensen anders gaan geloven. In het Westen gaan mensen steeds meer op zoek naar zingeving, waarbij ze putten uit verschillende tradities. Al winkelend in de ‘spirituele supermarkt’ kiezen ze stukjes uit verschillende tradities die bij hen passen. Dit leidt tot nieuwe vormen van religio siteit. Anderen worden juist orthodoxer in hun eigen religie: zij zoeken naar wegen om
8
Religie
hun religie zo ‘puur’ en oorspronkelijk mogelijk te beleven. Deze ontwikkelingen hangen nauw samen met andere sociale, economische en politieke ontwikkelingen. 3 Statistiek in de klas In Nederland neemt kerkbezoek weliswaar al jaren af, maar zijn veel mensen nog steeds gelovig. Niet alleen kent ons land aanhangers van verschillende wereldgodsdiensten, ook zijn er veel mensen die zeggen in ‘iets’ te geloven. Schrijf op een briefje waarin jij gelooft. w Vouw dit briefje vervolgens dubbel. Verzamel de briefjes van de klas, turf w de antwoorden en breng in kaart waarin jullie klas zoal gelooft. Deel de antwoorden in in toepasselijke w categorieën en bepaal de percentages van elke categorie. Bespreek met de klas wat je opvalt. w Vergelijk de uitkomsten met de w uitkomsten van landelijke onderzoeken op Perspectief-online. Is jullie klas een representatieve afspiegeling van de Nederlandse samenleving? Waarom wel of niet?
als wetenschap
bron 1
bron 2
Definities 1 Religie is de honger van de ziel naar het onmogelijke, het onbereikbare, het onvoorstelbare. (F. Schleiermacher, 1768-1834) 2 Religie is een collectieve dwang neurose. (S. Freud, 1856-1939) 3 Godsdienst is de menselijke activiteit waardoor een heilige kosmos wordt ingericht. (P. Berger, 1929-) 4R eligie is een systeem van geloof en praktijken gericht op het ‘ultieme’. (P. Tillich, 1886-1965) 5R eligie is een antropologische categorie, geen theologische. Het beschrijft menselijk denken en handelen, meestal in termen van ‘geloof’ en met bepaalde normen voor gedrag. (J.Z. Smith, 1935-) 6R eligie is de opium van het volk. (K. Marx, 1818-1883)
Dimensies Ninian Smart was religiewetenschapper in de vorige eeuw (1927-2001). Hij beschreef religies aan de hand van fenomenen die ze gemeenschappelijk hebben. Volgens Smart kun je alle religies en levensbeschouwingen onderzoeken aan de hand van een zevental dimensies: • De doctrinaire/filosofische, • de verhalende, • de morele, • de ondervindelijke (dat wat je ervaart), • de rituele, • de sociale en • de materiële dimensie. “Niet iedere dimensie is altijd even belangrijk, maar wel altijd aanwezig,” aldus Smart.
Wat is religie?
Wat bestuderen religiewetenschappers precies? Er bestonden en bestaan zo veel varianten van religiositeit op de wereld dat het niet eenvoudig is om een definitie van religie te geven. Het is dan ook een aanhoudende discussie binnen het vakgebied. Er zijn grofweg twee soorten definities te onderscheiden. Allereerst de substantiële definities, waarin religie wordt gedefinieerd aan de hand van specifieke kenmerken. Daarnaast zijn er functionele definities, die meer kijken naar wat een religie doet dan wat ze is. (Zie bron 1.) Beide soorten definities hebben hun tekortkomingen: probeer maar eens alle kenmerken of functies van alle religies of levensbeschouwingen te vangen in één omschrijving! Zo zijn de meeste mensen het erover eens dat het boeddhisme een godsdienst is, terwijl boeddhisten niet geloven in een hogere macht. Het geloof in een god is dus geen gemeenschappelijk kenmerk van religie. Maar maak je de definitie breder en zeg je dat religie mensen samenbrengt en een gezamenlijke identi
teit verschaft, dan zouden bezoekers van een concert of Ajaxsupporters ook onder die definitie vallen. En dat is nauwelijks acceptabel. Om dit probleem te omzeilen, gebruiken de meeste godsdienstwetenschappers een fenomenologische definitie. Hierbij wordt een opsomming gegeven van fenomenen die religies gemeenschappelijk hebben. (Zie bron 2.) Hierbij komt de complexiteit van religies weliswaar tot zijn recht, maar worden de opsommingen soms wel erg uitgebreid. Het is dus nog niet zo eenvoudig om een definitie te geven van religie. En dit heeft ook heel praktische consequenties. In Duitsland, bijvoorbeeld, wordt door de belastingdienst bijgehouden wie bij welk kerkgenootschap is aangesloten. Vervolgens wordt de ingehouden belasting uitbetaald aan het kerkgenootschap in kwestie. Het is voor ‘nieuwe religies’ of instituten dus van belang om als religieuze instantie erkend te worden door de belastingdienst. Op die manier krijgen zij immers
Introductie: Religie als wetenschap
9
4 Definities van religie Lees bron 1. Geef aan welke van deze definities w functioneel en welke substantieel zijn. Bepaal welke van de definities je w bruikbaar vindt. Sommige religiewetenschappers w zien communisme ook als religie. Onderbouw of weerleg deze stelling. 5 Het eigene van religiewetenschap Vat het werk van religiewetenschappers in eigen woorden samen en leg uit wat het verschil is tussen een religiewetenschapper en een theoloog. Lees bron 2. w Kies een van de stromingen uit deze w methode en ga na op welke manier deze stroming voldoet aan de dimensies van Smart. Ga na of je de dimensies van Smart w ook zou kunnen toepassen op concertbezoekers of voetbalfans. Licht je bevindingen toe. Geef aan wat het belang is van w religiewetenschap. 6 Debat Lees bron 3. Zoek informatie over de Kerk van w het Vliegend Spaghettimonster. Wie zijn zij? Wat geloven zij? Hoe zijn zij een officieel erkende religieuze organisatie geworden? Lees op de website van deze Kerk w waarom men vindt dat het dragen van een vergiet op legitimatiebewij zen toegestaan moet worden. Organiseer een debat. Werk in drie w groepen. De eerste groep vervult de rol van het lid van de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster, dat graag met een vergiet op zijn hoofd gefotografeerd wil worden voor zijn rijbewijs. De tweede groep levert iemand die spreekt namens de Nederlandse overheid die dat verbiedt. De derde groep bepaalt als jury welke van de twee gewonnen heeft en onderbouwt dit oordeel.
10
financiering. Bovendien hebben religieuze groeperingen en instanties bepaalde rechten. In Nederland zet de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster de discussie over wat religie nu precies is op scherp. (Zie bron 3.)
Universeel
Hoewel het lastig is om precies in woorden te vatten wat religie is, hebben mensen er toch vaak een gevoel bij. Ieder mens staat in zijn leven stil bij grote levensvragen en is bezig met het zoeken naar betekenis. Onder religie wordt in brede zin dan ook vaak zingeving verstaan en het zoeken naar betekenisvolle verbindingen. Volgens velen komt religie van het Latijnse woord ‘religare’, wat ‘verbinden’ betekent. Religie gaat niet alleen over geloof in een god of meerdere goden, maar ook over spiritualiteit. Hoewel sommige mensen religieuzer en spiritueler zijn dan anderen, zijn religiewetenschappers het erover eens dat religiositeit universeel is. Waar ter wereld en in welke tijd in de geschiedenis je ook kijkt, altijd hebben mensen zich beziggehouden met levensvragen en het zoeken naar verklaringen voor de verschijn selen om zich heen. Verschillende religies kennen hun eigen godsbeeld(en), heilige schriften, rituelen, doctrines, instituten en afsplitsingen, maar de zoektocht naar het transcendente, iets wat de mens overstijgt, is van alle tijden. Wel heeft religie zich door de eeuwen heen ontwikkeld. In het boek Vom Ursprung und Ziel der Geschichte beschreef filosoof Karl Jaspers (1883-1969) de axiale periode. Vóór deze periode leefden mensen in groepen en moesten ze samenwerken, in strijd met de elementen. Ze aanbaden bergen, rivieren en de zon en brachten offers aan natuurgoden om hen gunstig te stemmen. Want die natuurgoden moesten de harmonie en balans in de wereld bewaken. Maar tijdens de axiale periode – grofweg durend van 800-200 v.Christus – kwam hier verandering in. Het aanbidden van een verwarrend groot aantal goden werd vervangen door het aanbidden van één universele god. Het is in deze periode waarin de fundamentele religieuze cate
gorieën ontstonden, die nog steeds doorwerken in grote culturen en beschavingen. In het Midden-Oosten ontstond het monotheïsme, in China het confucianisme en taoïsme, in India het hindoeïsme en boeddhisme en in Griekenland het filosofisch rationalisme. Deze tradities vormen nog steeds de basis van de huidige samenlevingen. 7 Definitie maken Werk in groepjes van maximaal vijf leerlingen. Formuleer samen een definitie van w religie. Bepaal welke soort definitie jullie w hebben gemaakt. Test aan de hand van enkele religies w en levensbeschouwingen of deze aan jullie definitie voldoen.
8 Verrijkingsopdracht Bedenk je eigen religie Werk in groepjes naar keuze. Bestudeer via Perspectief-online de w zeven dimensies van religie van Ninian Smart. w Bedenk nu zelf een religie en werk deze uit volgens de dimensies van Ninian Smart. w Presenteer jullie religie vervolgens aan de klas. w Overtuig de rest van de klas van het bijzondere van jullie religie.
bron 3 Kerk van het Vliegend Spaghettimonster Het Vliegend Spaghettimonster is de god van het pastafarisme. De Kerk van het Vliegend Spaghettimonster is een religie die kritisch is naar de huidige maatschappij en naar andere religies, maar deze wel in hun waarde laat. ‘Onze kerk staat voor gelijkheid voor iedereen,’ zeggen de aanhangers van deze kerk. ‘Daarom kan iedereen zich kosteloos en vrijblijvend aanmelden. We hebben geen strenge regels, alleen 8 “liever-nietjes”. Om ons geloof uit te drukken, zetten we een vergiet op ons hoofd. Ook op officiële overheidsdocumenten. Sommige mensen vinden ons geloof zot. Dat mag. Maar in dat opzicht vragen wij ons af, waarom ons scheppingsverhaal – waarvoor meer wetenschappelijke onderbouwing is dan in elk ander geloof – vreemder is dan alternatieve verhalen, waar bijvoorbeeld een man water in wijn veranderde, een man een zee beval in tweeën te splijten zodat een hele bevolkingsgroep in optocht kon passeren of waarin een profeet te paard met vleugels en een hoorn naar de hemel vloog.’ Sinds 26 januari 2016 is de Kerk van het Vliegend Spaghettimonster een erkend kerkgenootschap in Nederland.
Introductie: Religie als wetenschap
11
&
Vragen Opdrachten De afgelopen jaren op school ben je eraan gewend geraakt dat er in de boeken Perspectief bij elk stukje informatievragen staan, herkenbaar aan de gele markering links van de tekst: Denkvragen om dieper op de informatie in te gaan of gespreksvragen om met elkaar over de informatie van gedachten te wisselen. In dit boek voor de bovenbouw vwo ontbreken die vragen. Waarom dat is, lees je hier. Elke dag gebeurt er van alles in de wereld en ook in je eigen leven. Zolang dat geen heel bijzondere dingen zijn, kun je denken: Oké, ik leef gewoon: slapen, eten, fietsen, leren, en nog veel meer. Maar als er wel iets bijzonders gebeurt, ga je erover nadenken waarom dat gebeurt. Een oma gaat dood of een klasgenoot krijgt een ongeluk. Er komen vluchtelingen in de buurt wonen of er gaan een vader en een moeder scheiden. Als je goed om je heen kijkt, gebeuren er eigenlijk best veel bijzondere dingen. Al die dingen roepen vragen op, vragen waarop het antwoord niet zo gemakkelijk te geven is.
Tweede natuur
Aan dit boek Perspectief gaan drie delen vooraf voor de eerste drie klassen van havo/vwo. In de twaalf thema’s die we tot nu toe behandeld hebben, staan allerlei bijzondere dingen die mensen denken en doen vanuit hun eigen kijk op het leven. Natuurlijk roepen die dingen vragen op. Die vragen zijn tot nu toe steeds ‘meegeleverd’ om te zorgen dat nadenken over de dingen als het ware je tweede natuur wordt. Dat je jezelf voortdurend afvraagt: ‘Wie, wat, waar, waarom en hoe…?’ Dat je kritisch bent en nooit tevreden bent met het eerste-het-beste antwoord. De vragen bij de tekst hebben je geholpen, gedwongen soms, om over alles na te denken en op zoek te gaan naar mogelijke antwoorden.
Kritisch nadenken
Als je straks je examen hebt gehaald en een wetenschappelijke studie gaat volgen, moet je geleerd hebben om zélf vragen te stellen. Die helpen je om dieper in de materie door te dringen. Want goede vragen stellen is misschien nog wel belangrijker dan goede antwoorden geven. Vragen stellen scherpt je vermogen om kritisch na te denken. Daarom kom je in dit boek regelmatig de opdracht tegen om vragen te bedenken bij een informatieve tekst.
12
Zelf vragen bedenken
Het principe van ‘zelf vragen leren stellen’ geldt eigenlijk voor alles wat er in dit boek staat: thema’s, projecten, stromingendeel. Vragen kun je namelijk altijd stellen. Doe dat ook vooral! Maar regelmatig tref je ook een speciale opdracht aan om zelf vragen te bedenken bij een bepaald stuk informatie of bij enkele specifieke bronnen. Doe dat dan als volgt: • Werk altijd met z’n tweeën. • Wissel bij elk nieuw thema of project van gesprekspartner, dat voorkomt gewenning en versterkt het leerproces. • Bedenk om beurten een (goede) vraag bij de tekst. • Schrijf de vragen die je bedenkt allebei op. • Bepaal na een tijdje welke vraag jullie het allerbelangrijkst vinden. Daarover moet je het eens worden! • Bespreek de vragen tot slot en begin met de belangrijkste. Natuurlijk kijk je ook welke ‘belangrijkste vragen’ andere duo’s in de klas hebben bedacht. De standaardopdracht om vragen te bedenken herken je aan de oranje streep voor de tekst. Er wordt altijd verwezen naar het gedeelte van de informatie of naar de bronnen waar je mee aan de slag gaat.
Opdrachten verdelen
In dit boek staan geen vragen, maar des te meer opdrachten. Veel te veel om allemaal zelf uit te voeren. Sommige opdrachten kun je in groepsverband doen. Sommige zijn geschikt als huiswerk. Je docent zal daarin keuzes maken. Eén manier van werken heeft de voorkeur van de makers van dit boek: het verdelen van de opdrachten over verschillende groepen. Doe dat als volgt: • Werk in (vaste) groepen van 3 tot 5 leerlingen. • Verdeel de opdrachten over de diverse groepen, zodat er veel opdrachten kunnen worden gedaan, maar dan steeds door verschillende groepen en bij toerbeurt. • Voeg aan elke opdracht als laatste stap toe om in een (volgende) les live een ‘5 minuten-verslag’ te doen aan de klas. Zo begint elke les met interessante informatie van je klasgenoten. • Bedenk voor het 5 minuten-verslag van jouw groepje een originele vorm! • De leden van de groep krijgen voor een 5 minuten-verslag twee cijfers: één voor de gedegen inhoud en één voor de originele vorm. Opdrachten van diverse soort herken je aan de blauwe streep voor de tekst. Je docent zal aangeven welke opdrachten worden gebruikt om te verdelen. Net als in de eerdere boeken tot nu toe zijn er speciale opdrachten bij de informatie over verschillende stromingen. Die zijn zo aangeduid:
Stromingen-opdracht Bij elke paragraaf van een thema tref je een Verrijkingsopdracht aan, die facultatief is. In de regel verwijst de opdracht naar een artikel op het internet, waarmee je een aspect van de stof diepgaander kunt onderzoeken. Aanvullende informatie op het internet vind je altijd op: Perspectief-online.nl.
Introductie: Vragen & Opdrachten
13
Onderzoek doen Als je voorbereidend wetenschappelijk onderwijs volgt, is de kans groot dat je na afloop van de middelbare school verder studeert aan de universiteit. Welke studie je ook kiest, je zult altijd onderzoek moeten doen. Vandaar dat we in dit deel van Perspectief regelmatig onderzoeksopdrachten geven. Natuurlijk niet in de omvang van een scriptie zoals je die aan de universiteit moet gaan leveren, en zeker niet in de omvang van de grote internationale onderzoeken naar bijvoorbeeld Youth Identity, waarin religie een belangrijke rol speelt. (Zie bron 4.) Maar wel om te oefenen welke aanpak het beste is, waar je op moet letten en welke valkuilen er zijn. Op deze bladzijden bereiden we je voor op deze opdrachten.
Onderzoeksvraag
Als je onderzoek gaat doen, moet je altijd eerst een heldere onderzoeksvraag formuleren. Soms wordt dit bij de opdracht ook al meegegeven. Soms moet je die zelf bedenken. Een onderzoeksvraag moet duidelijk maken wat je wilt onderzoeken, naar welk resultaat je op zoek bent. Vaak is dat een probleemstelling, bijvoorbeeld: Hoeveel leerlingen in de klas groeien op in een religieus milieu en hoe zijn zij verdeeld over de verschillende religieuze stromingen? Of: Welke verschillende principes hanteren jongeren vergeleken met hun (groot-) ouders? Je onderzoeksvraag kan ook een hypothese zijn. Dat is een veronderstelling waarvan je (nog) niet weet of die klopt. Dat ga je juist onderzoeken. Bijvoorbeeld: Jongeren zijn minder betrokken bij religie dan hun ouders. Je denkt dat dat waar is, maar het onderzoek moet dat uitwijzen.
Deelvragen
Soms helpt het om je onderzoeksvraag op te splitsen in deelvragen of te beperken tot deelcategorieĂŤn. Zo kun je je onderzoek afbakenen door een nauwere leeftijdsindicatie. Bijvoorbeeld: je richt je op de betrokkenheid van moslimjongeren bij hun religie en dan nog scherper afgebakend door je alleen te richten op jongeren van 16 en 17 jaar. En betrokkenheid kun je opdelen in onderdelen, bijvoorbeeld: het lezen uit de Koran, het dragen van een hoofddoek, het
14
deelnemen aan de vasten tijdens ramadan, het vermijden van alcohol en varkensvlees en moskeebezoek. Al die onderdelen van religieus gedrag kunnen uiteindelijk leiden tot een conclusie over betrokkenheid bij religie in zijn geheel.
Data
Veel onderzoek dat aan de universiteit wordt gedaan, is empirisch, kwantitatief onderzoek. Voor het verzamelen van data wordt vaak gebruik gemaakt van vragenlijsten en interviews. De gegevens worden statistisch verwerkt en leiden tot significante conclusies. Of niet natuurlijk. Het lastige is, dat je ook onderzoek kunt doen waar niets uit komt. En omdat je dat nooit van tevoren weet, kun je dat niet voorkomen.
Bronnen
Op het terrein van religiewetenschap en theologie wordt ook vaak onderzoek gedaan op basis van literatuurstudie. Bij deze vorm van onderzoek verzamel je relevante bronnen, vergelijk je die en kom je op basis van die bronnen tot (nieuwe) conclusies. Dit soort onderzoek kun je al gauw doen, omdat je dan gebruik maakt van eerder geschreven artikelen en boeken. Je combineert bepaalde inzichten van onderzoekers op een nieuwe manier en komt op basis daarvan tot je onderzoeks resultaat.
Onderzoeksopdrachten
Bij de onderzoeksopdrachten in Perspectief ligt de nadruk op literatuurstudie. Vaak wordt er verwezen naar een artikel, dat je kunt vinden op Perspectief-online en dat de kern vormt van een bepaalde onderzoeksopdracht. Maar: een onderzoek op basis van één artikel is per definitie onmogelijk. Onderzoek wil immers zeggen dat je de werkelijkheid vanuit verschillende perspectieven bekijkt en de verschillende gegevens uit meerdere bronnen vergelijkt. Bij onderzoeksopdrachten moet je dus altijd op zoek naar extra bronnen, die een verbreding en vergelijking mogelijk maken! En omdat verschillende leerlingen of groepen al gauw verschillende aanvullende bronnen zullen vinden, wordt de uitkomst van een onderzoeksopdracht ook gelijk veel interessanter. 9 Onderzoeksmodel maken Ga naar Perspectief-online en bestudeer de artikelen over de aanpak van onderzoek doen. w Stel op basis van deze bronnen je eigen onderzoeksmodel samen om bij de opdrachten in Perspectief te gebruiken. Probeer het model eenvoudig te w houden zodat ook het werken ermee niet al te ingewikkeld wordt. Leg je onderzoeksmodel voor aan je w docent; hij of zij moet dat wel goedkeuren voordat je ermee gaat werken.
bron 4 Youth Identity Aan de Universiteit Utrecht wordt meegewerkt aan het onderzoeks platform Youth Identity. Jongeren in Nederland, Duitsland, Zweden en GrootBrittannië worden vanaf hun 14de jaarlijks geïnterviewd om na te gaan hoe zij zich ontwikkelen en welke invloeden in die ontwikkeling een rol spelen. Frank van Tubbergen is als socioloog bij dit onderzoek betrokken. Het heeft in 2016 o.a. opgeleverd dat er ook onder moslimjongeren sprake is van seculari satie. Ze doen beduidend minder aan het geloof dan hun ouders. Youth Identity is een groot internationaal onderzoek waar professionals van verschillende universiteiten aan meewerken. In omvang en reikwijdte is het niet vergelijkbaar met de onderzoeksopdrachten in dit deel van Perspectief. Toch is het interessant om een groot wetenschappelijk onderzoek te bekijken, zoals het aan de horizon verschijnt als je eenmaal gekozen hebt voor het vwo.
10 Wat is het belang van onderzoek? Lees bron 4. w Lees vervolgens via Perspectief-online het artikel over de betrokkenheid van moslimjongeren bij hun religie in vergelijking tot hun ouders, dat verwijst naar het onderzoek Youth Identity. Bekijk via Perspectief-online het w filmpje over Frank van Tubbergen en het onderzoek dat hij doet. Schrijf op grond van deze bronnen zelf w in maximaal 150 woorden een onderbouwde mening over het belang van onderzoek op het terrein van religie en levensbeschouwing.
Introductie: Onderzoek doen
15
Maak nu je eigen
Levensvisieboek De afgelopen drie jaar heb je informatie en werkstukken verzameld in je portfolio. Je hebt daarin heel wat kennis en ervaring vastgelegd. Op basis daarvan kun je nu je levens visieboek gaan maken. Daarin beschrijf je stukje bij beetje je eigen kijk op het leven.
Doen
Stel, je maakt een bergtocht. Je geniet van de toppen en de vergezichten. Je denkt: dit vergeet ik nooit. Toch is de kans groot dat je een jaar later veel vergeten bent. Je foto’s helpen je wel een aantal herinneringen vast te houden. Een aantal, want veel van wat je hebt beleefd, zakt weg. Als je een dagboekje hebt bijgehouden van je tocht, zul je je veel meer herinneren. En het leuke is dat je dat later nog eens terug kunt lezen.
Ervaring
In het algemeen geldt dat alleen de belevenissen waar je iets mee doet, ervaringen worden. Bijvoorbeeld door een foto te maken, zoals op je bergtocht. Of door een reisdagboekje bij te houden. Als je er niets mee doet, vervliegen je belevenissen al gauw.
Praten
Op een gewone schooldag maak je geen foto’s en schrijf je geen reisverslag. Door opdrachten wordt de lesstof verwerkt tot ervaring. Maar je beleeft veel meer: ruzies met leeftijdgenoten, vriendschap met gelijkgezinden, intriges en leugentjes om
16
Start zo met je levensvisieboek: Gebruik voor je levensvisieboek een nieuw schrift waarin je alleen werkt aan deze opdrachten of zet een apart document op in je laptop of tablet. Maak een titelblad en laat twee bladzijden open voor een woord vooraf, dat je later schrijft.
bestwil, schoolfeesten, verliefdheden en zoveel meer. De vraag is hoe je dat alles verwerkt tot ervaringen. Meestal zul je dat doen door erover met anderen te praten. Maar de wat moeilijker dingen lenen zich vaak niet voor een gesprek. Zeker op het gebied van levensbeschouwing wordt vaak weinig of niet gepraat. We komen er daardoor vaak niet aan toe om met onze levensbeschouwelijke belevenissen iets te doen.
Praten met jezelf
Juist in je tienerjaren bouw je aan je levensbeschouwing. Wanneer je er niet voldoende toe komt om wat je op dit gebied meemaakt te verwerken tot ervaring, is het resultaat een mager bouwwerk. Veel volwassenen hebben het gevoel ‘het allemaal niet zo goed te weten’, omdat ze niet hebben leren praten over levensbeschouwing. Een goede manier om dat wel te doen, is het maken van een levensvisieboek. Hierin praat je eigenlijk met jezelf over een aantal wezenlijke levensvragen.
Ga in je eerste hoofdstuk in op de volgende punten: 1. familie: welke familieleden heb je, welke banden zijn er tussen jou en hen en welke invloed hebben ze op jou? 2. wortels: welke levensbeschouwing heb je van huis uit meegekregen en welke opvattingen van ‘thuis’ wil je bewaren en welke niet? 3. levensgeschiedenis: welke hoogte- en dieptepunten heb je meegemaakt en wat heb je daarvan geleerd? 4. waarden: wat vind je de drie belangrijkste waarden in het leven en waarom? En welke drie dingen vind je absoluut verkeerd, zodat je er nooit mee te maken zou willen krijgen? Schrijf je eigen levensvisieboek verder aan de hand van de opdrachten met paarse streep bij de thema’s in dit boek.
17
13 Jelijf,jeleven
13·1
Je lichaam, dat ben jij
In deze les concentreren we ons op de concrete verschijning van een mens. Ben je een lichaam of heb je een lichaam? En hoe hangt dat lichaam samen met de nietzichtbare kant van je persoonlijkheid? Welk beeld heb je van je lijf en klopt dat ook? En wat betekent het dat je een lichaam bent… of hebt?
Je hebt een naam, een persoonlijkheid en een karakter. Maar dat zie je allemaal niet direct. Het eerste wat anderen opmerken, is je uiterlijk: je huidskleur, je lengte, de kleur van je ogen. Maar ook: je oogopslag, de kracht van je handdruk, de klank van je stem. Je lichaam is het meest concrete wat je bent. Zonder lichaam ben je nergens.
Je uiterlijke kant
Je lichaam kan je niet uitkiezen. Veel uiterlijke kenmerken zijn erfelijk bepaald. Je geslacht, de kleur van je huid, ogen en haar liggen allemaal al bij je geboorte vast en zullen je identiteit mede gaan bepalen. Tijdens de puberteit verandert je lichaam. Een meisje merkt voor welke rondingen ze aanleg heeft. Bij een jongen zakt de stem een octaaf en begint de baardgroei. Aan het einde van de puberteit heb je een goed idee van het lichaam waarmee je het de rest van je leven zal moeten doen. Toch kun je wel degelijk invloed uitoefenen op hoe je eruitziet. Krullend haar kun je steil maken. Voor een gespierd lijf kun je trainen. Je huid kun je laten bruinen in de zon. En met make-up kun je accentueren wat jou mooi maakt. Wanneer je voor de spiegel staat, zul je je identificeren met je spiegelbeeld. Het lichaam dat je ziet – dat ben jij. Maar er zijn
ook momenten dat je dat misschien heel anders beleeft. Dan voelt het alsof je een lichaam hebt. Als je aan het sporten bent en het uiterste eruit moet persen om de finish te halen, bijvoorbeeld. Of wanneer je je duffe lijf uit bed moet slepen, nadat je de wekker voor de derde keer hebt uitgezet. De grote vraag is, kortom, of je een lichaam bent of hebt. De Pakistaans-Britse schrijver Hanif Kureishi (geb. 1954) stelt deze vraag in zijn werk centraal en onderzoekt het belang van het lichaam voor de zelfperceptie. Wat doet het met je om een bepaald lichaam te hebben? In hoeverre bepaalt dat wie jij bent? (Zie bron 1.) 1 Karakteristiek bepalen Werk in tweetallen. Schrijf allebei drie uiterlijke kenmerken w op die jouzelf uniek maken. Doe hetzelfde voor de ander. Noemen jullie dezelfde kenmerken of heel verschillende? Wat betekent dat? 2 Wat zegt jouw vingerlengte over jou? Werk in tweetallen. Bekijk via Perspectief-online de w beschrijving van wat de vingerlengtes gemiddeld over mensen zeggen. Meet jullie eigen vingerlengtes en w bepaal in hoeverre het bij jullie klopt. Denk jij dat vingerlengte iets zegt over je persoonlijkheid? Leg je antwoord uit. 3 Inleven en beschrijven of uitspelen Lees bron 1. Stel je voor dat je een dag in een ander w lichaam zou zitten: in dat van een zwarte man, een oude vrouw, een gehandicapte, een biseksueel of een klein kind.
20
Kies een van deze situaties uit en w
bedenk wat je dan zou leren. Wat zou er allemaal anders zijn dan nu? Beschrijf hoe dat zou zijn of laat dat w zien in een spel. 4 Verrijkingsopdracht Debat Lees via Perspectief-online de blog ‘Dik. Lelijk. Wijf.’ van ‘Anke schrijft het neer’. Ga vervolgens in tweetallen in debat. w w Leef je in in Anke. De een beargumenteert dat Anke voelt dat ze een lichaam heeft, en de ander beargumenteert dat ze voelt dat ze haar lichaam is. Kom samen tot een conclusie.
Lichaamsbeeld
Breinwetenschappers hebben onderzoek gedaan naar het lichaamsbeeld en de hersenen. Ze hebben ontdekt dat niet alleen het gevoel van je lichaam in de sensorische cortex ligt opgeslagen, maar ook het bewustzijn van je lichaam. Je hebt een bepaald beeld van hoe je eruitziet en van hoe je lichaam voelt. Je hersenen sturen dat beeld aan. Je voelt hoeveel ruimte je lichaam inneemt als je ergens langsloopt. Je weet waar je je voeten moet neerzetten als je over een plas springt. Bij de meeste mensen gaat dit vanzelf, maar niet bij iedereen. Er zijn mensen bij wie het lichaamsbeeld niet klopt met het lichaam dat ze daadwerkelijk hebben. Iemand die lijdt aan het Body Integrity Identity Disorder (BIID) wil bijvoorbeeld dat zijn linkerbeen boven de knie wordt afgezet, omdat dat
Na amputatie van bijvoorbeeld een been kan het gebeuren dat je toch pijn voelt op die plaats. En dat terwijl het been er helemaal niet is! Men noemt dat fantoom-pijn.
bron 1 Een nieuw lijf In Kureishi’s novelle The Body (2003) mag de getrouwde hoofdpersoon, de blanke Adam, een nieuw lijf uitzoeken. Adam, die een ‘leesbril nodig heeft om het tijdschrift te kunnen zien waarbij hij masturbeert,’ kiest een lichaam van ‘klassieke schoonheid, als de beelden in het British Museum, blank noch zwart, maar licht gebruind, met een mooie stevige penis en zware ballen,’ schrijft Kureishi. Met dat lichaam hoopt hij op royaal lichaamsgenot en onuitputtelijke aandacht van de andere sekse. Maar Adam, die na zijn lichaamsverhuizing zijn naam in Leo verandert, komt daarna voor allerlei ethische dilemma’s te staan. Telt seks met een nieuw lijf als overspel – want is hij niet iemand anders geworden door zijn nieuwe lijf? Blijf je dezelfde, ondanks een nieuwe verpakking, of verandert een ander lichaam wie je bent? En welk lichaam garandeert het interessantste leven? ‘Zou je als blanke man niet liever eens het lichaam van een zwarte man of een vrouw proberen? Denk je eens in hoeveel je dan van de maatschappij opsteekt,’ aldus de arts in The Body. Adam schuift de suggestie luchtig terzijde: ‘Maar kan ik daar niet gewoon een boek over lezen?’ Bron: Stine Jensen & Rob Wijnberg, Ik heb een lichaam, dus ik ben.
lichaamsdeel niet bij hem past. Iemand met deze aandoening wil zijn lichaam weer laten kloppen met het beeld in zijn hoofd. (Zie bron 2.) Maar er zijn weinig artsen die bereid zijn een gezond been te amputeren. Dus blijft zo iemand rondlopen met een lichaamsbeeld dat niet klopt. Natuurlijk heeft maar een kleine minderheid van de mensen zulke extreme gedachten. Maar juist door de hersenactiviteit van deze mensen te bestuderen, komen we meer te weten over het brein van de mensen bij wie het lichaamsbeeld wel klopt.
13·1 Je lichaam, dat ben jij
21
5 Rollenspel Lees bron 2. Twee leerlingen spelen het bezoek na w van Kees van der Duijn Schouten, die met zijn amputatiewens bij een arts komt. Hoe onderbouwt Kees zijn wens/ verzoek? Hoe reageert de arts? Aan het einde van het spel bepaalt de w rest van de klas wie van de beide spelers de beste argumenten heeft ingebracht. 6 Meditatieoefening Je lichaamsbeeld verruimen Door je te concentreren op verschillende delen van je lichaam en op de ruimte om je heen, kun je je lichaamsbeeld groter maken. Doe dit aan de hand van de meditatiew oefening op Perspectief-online.
Sekse en gender
Ben je van nature een meisje dat van poppen houdt of krijg je poppen omdat je een meisje bent en ga je daar dan vanzelf van houden?
Wanneer een kind geboren wordt, zijn vrijwel de eerste woorden die over hem of haar gezegd worden: ‘Het is een jongetje!’ of: ‘Het is een meisje!’. Het lijkt een neutrale beschrijving van de geslachtskenmerken. Maar of jij als jongen of meisje geboren wordt, heeft consequenties. Het bepaalt of je babykamer roze of blauw wordt, of je poppen of autootjes krijgt, of je mannen- of vrouwenkleding koopt en welk toilet je kiest in een restaurant. Maar ben je nu van nature een meisje dat van poppen houdt of krijg je poppen omdat je een meisje bent en ga je daar dan vanzelf van houden? Kortom: Is het geslacht bepalend of word je in een hokje gestopt? Wat hier een rol speelt, is het verschil tussen sekse en gender. Met sekse worden de biologische kenmerken van mannen en vrouwen bedoeld. Met gender worden het gedrag en de identiteit bedoeld die we toekennen aan iemand met die biologische kenmerken. Worden we nou als jongen of meisje geboren of worden we zo opgevoed? Deze vraag wordt door verschillende mensen anders beantwoord. Hersenonderzoeker Dick Swaab stelt in zijn boek We zijn ons brein dat onze identiteit als man of
22
bron 2 Omgekeerde handicap ‘Als kind wist ik al zeker dat mijn linkerbeen niet bij mij hoorde,’ vertelt Kees van der Duijn Schouten (38). ‘Ik kon enorm jaloers worden op mensen met een geamputeerd been. Maar ik schaamde me ervoor. Die mensen hadden misschien wel vreselijke dingen doorstaan, een ongeluk of een ziekte. Ik dacht dat ik de enige was met zulke bizarre gevoelens. En ik voelde me machteloos en wist niet hoe ik ermee moest omgaan. Terwijl ik mijn studie afmaakte, een huis kocht en trouwde, spookten de gedachten aan een amputatie voortdurend door mijn hoofd. Ik kon het niet loslaten. Ik voel me overcompleet, alsof ik in een verkeerd lichaam ben geboren. Hoe gek het ook klinkt: mét dat been voel ik me gehandicapt. En ik weet zeker dat ik dat zonder dat linkerbeen niet zou hebben.’ Bron: Psychologiemagazine
vrouw al voor de geboorte in onze hersenen is vastgelegd. Direct na de bevruchting gaan volgens hem de hersenen zich differentiëren tot mannen- of vrouwenhersenen. Genderwetenschappers stellen kritische vragen bij deze veronderstelling dat we als jongen of meisje geboren worden. (Zie bron 3 en 4.) Volgens hen speelt de omgeving een grote rol bij de vorming van iemands identiteit. (Zie bron 5.) Het is misschien moeilijk voor te stellen waarom de indeling in mannen en vrouwen problematisch is. Mensen zijn toch gewoon man of vrouw? Voor de meeste mensen geldt dat inderdaad. Het wordt pas een probleem wanneer iemand het gevoel heeft niet in een van die twee hokjes te passen. Mensen met genderdysforie voelen zich onbehaaglijk in hun lijf. Vaak hebben ze de wens om van het andere geslacht te zijn en soms is die wens heel sterk. Er zijn mensen
bron 3
bron 4
Simone de Beauvoir ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt,’ schreef de Franse filosofe en feministe Simone de Beauvoir in De tweede sekse (1949). Met dit beroemde statement brak zij de hardnekkige veronderstelling open dat mensen samenvallen met hun biologische identiteit. Mensen zijn geen dingen en vallen nooit samen met wat ze zijn. Niemand ontkent de biologische verschillen tussen mannen en vrouwen. Waar Simone de Beauvoir grote vraagtekens bij zette, is de betekenis die automatisch aan die verschillen wordt toegekend. Liggen die wel zo vast als wij denken? Biologie, aldus de Beauvoir, bepaalt de eigenschappen van vrouwen niet. Vrouwen zijn niet van nature zorgzaam, betrokken of elegant. Ze zijn dat van culture. En dat betekent volgens haar ook dat je tegen elk van die afzonderlijke eigenschappen of talenten ‘nee’ of ‘ja’ kunt zeggen. Dat is echte vrijheid.
Judith Butler Filosofe Judith Butler schreef in 1990 het boek Gender Trouble, dat veel stof deed opwaaien. Butler ging een stap verder dan de Beauvoir door te stellen dat niet alleen gender een constructie is, maar ook ‘sekse’ niet zomaar een natuurlijk gegeven is. Kijk maar naar interseksualiteit, waarmee één op de duizend mensen geboren wordt. Er bestaat een veel grotere biologische variëteit dan de binaire m/v-genderideologie doet vermoeden. Zo kan een mannelijk fenotype in combinatie met XX-chromosomen voorkomen en kan iemand zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtskenmerken hebben. Hoe functioneren sekse en gender dan? Volgens Butler leren wij om onze lichamen naar ons gender te gedragen. Gegenderde lichamen komen tot stand via een herhaald handelen ‘als man of vrouw’. Ze noemt dit ‘performativiteit’. Via een heel spectrum van persoonlijke voornaamwoorden (hij/zij), karakteriseringen (stoer/lief), gestuurde handelingen (‘boys don’t cry’), kledij tot en met kleurcodes (blauw/roze) die bij het script horen, wordt het leven systematisch ‘gegenderd’. Die scripts kunnen door verschillende biologische lichamen worden uitgevoerd, wat Butler laat zien aan de hand van fenomenen als travestie of drag. Toch voelen de meeste mensen de druk van heteroseksualiteit en om zich te gedragen naar de gender die volgens de maatschappij bij hun sekse past.
bron 5 Sasha (m/v)? Beck Laxton (46) en Kieran Cooper (44) besloten het geslacht van hun baby Sasha niet aan de wereld bekend te maken, zodat hij niet zou worden beïnvloed door maatschappelijke ideeën en vooroordelen. De eerste vijf jaar van zijn leven wisselde Sasha tussen jongens- en meisjeskleding en speelde hij met ‘genderneutraal’ speelgoed. Slechts een paar familieleden wisten of Sasha een jongen of een meisje was. Vanaf het moment dat het kind naar school ging, werd het steeds lastiger om daarover te blijven zwijgen. Daarom heeft de familie toen bekendgemaakt dat Sasha een jongen is. Psycholoog Dr. Daragh McDermott zegt dat de effecten van het genderneutraal opvoeden nog niet bekend zijn: ‘Het is lastig te zeggen of genderneutraal opvoeden korte- of langetermijnproblemen voor het kind zal opleveren. Wel is de familie slechts één bron van genderinformatie voor het kind. Zodra een kind opgroeit, zal het idee over zijn identiteit als man, vrouw of neutraal beïnvloed worden door school, door de omgang met andere kinderen en volwassenen en door de media.’
Naar: www.tijdschriftkarakter.be Naar: www.telegraph.co.uk
met genderdysforie die hun lichaam door een medische ingreep willen laten aanpassen. Wetenschappers op het gebied van gender pleiten er dan ook voor om niet te
spreken van twee hokjes, maar van een lijn waarop je kunt aankruisen in hoeverre je je mannelijk of vrouwelijk voelt.
13·1 Je lichaam, dat ben jij
23
24
7 Onderzoek doen Androgynie Er zijn mensen die bewust het schemergebied tussen man en vrouw opzoeken. We spreken dan over androgynie. Muzikanten als David Bowie, Prince, Jett Rebel en Stromae speelden of spelen bewust met de stereotypes door zich een androgyn uiterlijk aan te meten. Zoek uit wat ‘androgynie’ betekent en w vat het in je eigen woorden samen. Zoek informatie op over één van de w genoemde muzikanten of over een ander androgyn persoon. Maak een profiel waarin je duidelijk w maakt hoe hij of zij het schemergebied tussen ‘man’ en ‘vrouw’ opzoekt. Lees bron 4. Beschrijf hoe Judith Butler w deze persoon zou beschrijven.
9 Levensvisieboek Teken een lijn. Helemaal links staat ‘man’, helemaal rechts ‘vrouw’. Kruis op die lijn aan waar jij jezelf plaatst. Schrijf een stukje in je levensvisieboek w over de vraag of het gebruik van zo’n ‘genderlijn’ iets verandert aan je zelfbeeld, vergeleken met een keuze tussen de twee opties m/v.
8 Stellingen Kies één van de volgende stellingen uit. 1. ‘Je wordt niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt.’ 2. ‘Iemands sekse zou niet op het paspoort vermeld moeten worden.’ 3. ‘Je moet kinderen genderneutraal opvoeden.’ 4. ‘Er moet in onze taal een persoonlijk voornaamwoord komen voor mensen die zich geen “hij” of “zij” voelen.’ w Zoek achtergrondinformatie op internet. Om je op weg te helpen, vind je een aantal links naar relevante artikelen op Perspectief-online. Formuleer een mening over je gekozen w stelling en bedenk argumenten die deze mening onderbouwen. w Bedenk ook tegenargumenten en weerleg die. Presenteer je onderwerp w en mening aan de klas.
Identiteit
10 Vergelijken Deze paragraaf gaat over de vraag of je een lichaam bent of hebt. Vergelijk de informatie over w Dick Swaab, Simone de Beauvoir en Judith Butler. Bepaal wat zij hierover te zeggen w zouden hebben en onderbouw dat met argumenten.
Je lichaam is een bepalende factor voor je zelfbeeld. En dit zelfbeeld bepaalt mede je identiteit. Maar ook de betekenis die de samenleving aan jouw lijf geeft, heeft invloed op jouw identiteit. Wie je bent, is niet alleen maar een lichaam dat voor de spiegel staat, dat je in beweging houdt en aankleedt. Het is ook dat van jongen of meisje, Nederlander of Marokkaan, jood of
moslim. Iemand die mollig of slank is, arm of rijk, hetero of homo, blank of zwart. Al deze aspecten kunnen naast elkaar bestaan: je bent een optelsom van allerlei stukjes identiteit. (Zie bron 6.) Zij bepalen samen hoe je in een bepaalde situatie behandeld wordt en of je racisme, seksisme en/of andere vormen van discriminatie ervaart. Je lichaam is dus veel meer dan een omhulsel waar bloed doorheen gepompt wordt en dat ervoor zorgt dat je kunt bewegen. Jij bent een lichaam met een betekenis die eraan wordt gegeven – door jezelf én door je omgeving. 11 Voorbeelden uit de actualiteit Discriminatie Aan allerlei lichamelijke kenmerken kleven stereotypes, ideeën en gedachten die mensen hebben bij bepaalde woorden of kenmerken. Dit soort stereotypes kunnen nare gevolgen hebben. Zoek een actueel voorbeeld van w discriminatie. Beschrijf kort wat er aan de hand is. 12 Levensvisieboek Schrijf een stukje in je levensvisieboek over identiteit: over wie je bent als je voor de spiegel staat en over de betekenis die door je omgeving aan jou wordt gegeven. Of over de puzzelstukjes van identiteit die je bij jezelf ziet. Hoe passen die bij elkaar?
bron 6 Diego ‘Ik ken Diego al vanaf mijn vierde,’ vertelt Eveline. ‘Ik weet natuurlijk dat zijn moeder Spaans is, maar daar dacht ik nooit over na. Hij was gewoon Diego uit mijn dorp die bij mij op school zat. Diego kwam uit de kast toen we 19 waren. Hij verhuisde naar Amsterdam, kreeg een vriendje en maakte daar veel nieuwe vrienden. Veel van hen waren ook homo. Laatst op zijn verjaardag hadden mijn vriendinnen en ik een roze pakketje gemaakt met een glitterkaart en een kledingbon. Hij kon er wel om lachen. Van zijn vrienden uit Amsterdam kreeg hij een Spaans pakje met rode pepers, een pak sangria en guacamole. Ook grappig. Maar op weg naar huis bedacht ik me dat wij Diego waren gaan zien als homo en zijn vrienden hem zagen als Spanjaard. En hij is dat allemaal wel, maar ook weer niet. Hij is Diego: 26 jaar, Limburger, Amsterdammer, Spanjaard, homoseksueel, een goede kok, een creatieve jongen en een groot muziekliefhebber. Dat wisten wij als vrienden heus wel. En toch hadden we slechts één stukje van zijn identiteit benadrukt.’
13 Labels Hoe noem jij jezelf? Volgens de Volkskrant plakt iedereen labels op elkaar en wordt identiteit steeds politieker. Zij stellen Nederlanders de vraag: ‘Hoe noem jij jezelf?’ en nodigen ze uit om een filmpje te maken en te uploaden waarin ze die vraag beantwoorden. Bekijk via Perspectief-online de video’s w over identiteit uit de reeks ‘Kijk verder’ van de Volkskrant. Maak zelf een video van 1 minuut w waarin je deze vraag beantwoordt.
13·1 Je lichaam, dat ben jij
25
13·2
Mooi en lelijk
In deze les gaan we in op schoonheidsidealen. Is schoonheid maakbaar? En hoe ver ga je daarbij dan? Ook bij dit onderwerp spelen er normen en waarden. Die proberen we te doorgronden en af te wegen.
Weet je of iemand mooi is? Natuurlijk, dat weet je in één oogopslag. En lelijk? Net zo goed! Maar hoe kom je tot die conclusie? Wat maakt dat iemand mooi of lelijk is? En zijn we het daar allemaal wel over eens? Hoe zit dat met schoonheid: is mooi en lelijk cultuurgebonden?
Het hedendaagse mannelijke ideaal. Gebruind, afgetraind en strak in het pak. Werkt in je voordeel, zéker als je gaat solliciteren, zo blijkt uit onderzoek.
Oogwenk
Hoe lang duurt het voordat je weet of iemand aantrekkelijk is? Neurowetenschappers Ingrid Olsen en Christy Marshuetz onderzochten het. Ze lieten foto’s van bloedmooie en minder knappe mannen en vrouwen gedurende dertien milliseconden aan proefpersonen zien. Slechts 0,013 seconde! Te kort om bewust te registreren wat je ziet. Toen de proefpersonen daarna moesten zeggen hoe aantrekkelijk ze de mensen op de foto’s vonden, dachten ze dat ze maar wat gokten. Toch bleken hun antwoorden heel betrouwbaar. Onze hersenen hebben kennelijk maar heel weinig tijd nodig. In een oogwenk vorm je je een idee van iemand. Volstrekt natuurlijk, maar niet zonder consequenties. Er worden misschien geen oorlogen meer over uitgevochten (zie bron 7.), maar schoonheid speelt wel degelijk een rol in het dagelijks leven. Uit onderzoek blijkt dat knappe sollicitanten makkelijker een baan vinden, schattige kinderen minder straf krijgen en dat we automatisch aannemen dat mooie mensen slimmer en socialer zijn. Het gevolg is dat minder knappe mensen een achterstand hebben bij sollicitatiegesprekken, bij presentaties of bij het zoeken naar een partner. Wordt door die focus op iemands uiterlijk de aandacht niet afgeleid van de inhoud? (Zie bron 8.) En kun je je niet vreselijk vergissen? Iemand die knap is, kan heel onaardig zijn. En iemands uiterlijk hoeft helemaal niets te zeggen over zijn prestaties. 14 Actualiseren Lees bron 7. Bedenk een hedendaags voorbeeld van w iemand om wie een strijd is ontstaan vanwege zijn of haar schoonheid.
26
bron 7 De schone Helena Mooi zijn heeft al sinds mensenheugenis een buitengewone aantrekkingskracht. Mensen hebben er al eeuwenlang veel voor over. Tot oorlogen aan toe. Eris, in de Griekse mythologie de godin van de tweedracht, was niet uitgenodigd op een bruiloft – haar aanwezigheid zou alleen maar voor ellende zorgen. Zij nam op een subtiele manier wraak. Toen het feest in volle gang was, liet zij een gouden appel (de twistappel) in het gezelschap vallen. ‘Voor de mooiste’ stond erin gegraveerd. Onmiddellijk doken de godinnen Hera, Athene en Aphrodite eropaf. Wie moest de appel krijgen? Oppergod Zeus wist meteen dat dit een wespennest zou worden. Wie hij ook koos, hij zou de woede en de wraak van de twee anderen jarenlang over zich heen krijgen. De godinnen vroegen Paris om een oordeel te vellen. Hera beloofde hem alle rijkdom en macht als hij voor haar koos. Athene beloofde hem krijgsroem en wijsheid. Aphrodite vleide hem, noemde hem de mooiste man en beloofde hem de mooiste vrouw van de wereld: Helena. En wie koos Paris? Aphrodite natuurlijk. Zo gebeurde het dat Paris zijn vrouw Onione verliet om Helena (die met Menelaos getrouwd was) te veroveren. Met behulp van Aphrodite lukte dit. Maar de wraak van Menelaos was groot – de Trojaanse Oorlog die hierop volgde, was een bloedige, langdurige strijd met veel verliezers.
15 Tips verzamelen Eerste indruk Om een goede eerste indruk te maken heb je maar één kans en doorgaans maar heel weinig tijd. Gelukkig zijn er trucjes om een goede eerste indruk achter te laten. Zoek op internet een paar van deze w tips op en maak een lijstje. Vul je lijstje aan met de tips die je w klasgenoten hebben gevonden. Bepaal welke tips je goed vindt en die w jij in de praktijk gaat toepassen. 16 Stelling bespreken Lees bron 8. w Bespreek de volgende stelling: ‘Sollicitanten zouden anoniem – zonder vermelding van naam, afkomst, leeftijd en geslacht– moeten solliciteren.’
Wat is mooi?
Omdat schoonheid nu eenmaal een grote rol speelt in onze samenleving, is het logisch dat we veel aandacht besteden aan ons uiterlijk. Je laat de kapper je haar millimeteren, omdat jij dat mooi vindt. Door te diëten en te sporten probeer je er beter uit te zien. Of je draagt oorbellen omdat jij dat leuk vindt. Maar maak je die keuzes wel echt
Karen-meisjes in Thailand dragen vanaf hun vijfde jaar ringen om hun nek die de schouders naar beneden drukken en de nek langer laten lijken.
bron 8 Foto op je cv Een Israëlische studie heeft uitgewezen dat aantrekkelijke vrouwen er beter aan doen géén foto op hun cv te zetten. Vrouwen die dat wel deden, werden 40% minder vaak uitgenodigd voor een gesprek. Dit zou te maken hebben met jaloezie. Bij mannen bleek een foto op een cv juist gunstig uit te pakken. Maar dan alleen bij mannen die aantrekkelijk gevonden werden door de recensenten. Minder knappe mannen konden beter hun foto niet bijvoegen.
zelf? Of word je stiekem beïnvloed door wat ‘men’ mooi vindt? Wie of wat bepaalt wat mooi is? Opvattingen over mooi en lelijk zijn tijdgebonden en aan verandering onderhevig. Zo werd het vroeger als statussymbool gezien om welgevormd te zijn en een lichte huid te hebben. Dat betekende namelijk dat je genoeg geld had om goed te eten en niet buiten in de zon hoefde te werken. Tegenwoordig moet je juist een slank en strak lichaam hebben, zodat iedereen kan zien dat je gezond leeft. En een kleurtje laat zien dat je tijd en geld hebt om op vakantie te gaan. Met de toenemende aandacht voor ziektes als anorexia en huidkanker is het denkbaar dat dit allemaal weer gaat veranderen. De opvattingen over mooi en lelijk veranderen niet alleen met de tijd, ze zijn ook plaatsgebonden. In India is er een grote handel in middelen die je huid lichter maken. (Zie bron 9.) In China ondergaan veel vrouwen operaties om hun ogen groter te laten maken. En wat te denken van Thaise vrouwen die koperen ringen om hun nek dragen om hun nek langer te laten lijken? Achter al deze gebruiken gaan culturele opvattingen schuil. Die bepalen niet alleen wat mooi en lelijk is, maar ook wat geoorloofd is en wat past bij de heersende norm.
13·2 Mooi en lelijk
27
17 Wereldkaart maken Schoonheidsidealen Zoek op internet naar ideeën en opvattingen over schoonheid op verschillende plaatsen ter wereld. Bepaal eerst de verdeling van landen w en plaatsen over de groepjes in de klas. Verzamel per groepje foto’s en plaats w die met toelichting op de wereldkaart. 18 Mini-enquête Hou op school een enquête over schoonheid. Bedenk in groepjes van vier eerst tien w stellingen over schoonheid. Gebruik een 5-puntsschaal waarop w mensen kunnen aangeven in hoeverre ze het met de stellingen eens zijn. Vraag minstens 25 mensen om anow niem de enquête in te vullen. Vat de resultaten samen en presenteer w ze aan de klas.
Is mooi maakbaar?
Er zijn ook mensen die iets voor goed aan hun uiterlijk laten veranderen. Ze nemen een tatoeage of ondergaan plastische chirurgie. Er is een verschil tussen cosmetische en reconstructieve chirurgie. Bij reconstructieve chirurgie wordt een patiënt geholpen aan een aangeboren afwijking of aan de gevolgen van een ongeluk of ziekte. Bij cosmetische chirurgie wordt er vanuit esthetisch of functioneel oogpunt iets veranderd aan je lijf. Dat kan medisch noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld een borstverkleining omdat grotere borsten rugpijn kunnen veroorzaken. Slechts een klein deel van de operaties vindt plaats om het lichaam mooier te maken. In 14% van de gevallen om precies te zijn. Dan gaat het vooral om het gebruik van botox en fillers. Waarom doen mensen dit? Om mooier te zijn waarschijnlijk. Ze willen meer lijken op het algemeen aanvaarde beeld van ‘mooi’. En dat wordt ons voorgeschoteld door foto’s van modellen, die niet alleen streng diëten, maar ook een consequent fitness-
28
bron 9 Status Net als in veel andere landen waar mensen van nature een donkere huid hebben, wordt een lichtere huid in India gezien als statusverhogend. De winkels liggen vol met douchegels en crèmes die een blekere huid beloven. Daarnaast zijn er klinieken waar je je huid kunt laten laseren. ‘Vanuit de modellenwereld en de filmindustrie horen we al heel lang dat een lichtere huid in is,’ zegt de 29-jarige Aparna op het strand van Mumbai. Ze heeft zelf een vrij lichte huid, dus ze maakt zich weinig zorgen. ‘Maar het wordt ons zo ingepeperd via de media dat jonge Indiërs niet beter meer weten,’ zegt ze. ‘Met een lichtere huid heb je meer succes in het leven, zo is het nou eenmaal.’
regime volgen, of zelfs anabolen gebruiken. En dan zijn die foto’s vaak ook nog bewerkt! Het is natuurlijk de vraag of je daar ooit aan kunt voldoen. In het televisieprogramma Sophie in de kreukels duikt BNN-presentatrice Sophie Hilbrand in de wereld van botox. Sophie wordt veertig en ze vraagt zich af of ze nog wel op televisie kan met rimpels, in een wereld waarin het gebruik van botox steeds normaler wordt. Ze onderzoekt de rol van de media, interviewt collega’s en spreekt jongeren op haar vroegere hockeyclub. Ze ontdekt dat er tegenwoordig een veel grotere focus ligt op uiterlijk dan toen zij jong was. Het gebruik van Photoshop in de media is normaal geworden. De ‘selfie’-cultuur draagt bij aan de aandacht voor uiterlijk en imago. In haar vak ziet ze dat veel van haar collega’s botox en fillers gebruiken om er jonger uit te zien. Ze besluit haar onderzoek met een statement: samen met vier collega-presentatrices poseert ze zonder make-up. Omdat ze die trend willen tegengaan en willen voorkomen dat hun kinderen een rimpelloos gezicht als schoonheid gaan beschouwen.