Skip to main content

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland - 4/5/6 VWO - ThiemeMeulenhoff

Page 1

CTIEF

SC ER H

BURG

www.thiememeulenhoff.nl/feniks

AP A

Themakatern

Geschiedenis voor de bovenbouw van havo en vwo

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

Beeld op het omslag

4/5/6 VWO Naam

Op de voorkant zie je een fiets en een stencilapparaat. Een stencilapparaat was een eenvoudig kopieerapparaat dat werkte op elektriciteit. In dit geval drijft het achterwiel van de fiets het stencilapparaat aan doordat het vrij kan ronddraaien en met een aandrijfriem met het apparaat is verbonden. Deze combinatie staat in het Verzetsmuseum in Amsterdam. In 1940 hief de Duitse bezetter de vrijheid van drukpers op. Alle media werden voortaan gecensureerd. Hoe hartstochtelijk de meeste Nederlanders van hun vrijheid van meningsuiting hielden, blijkt uit de vele illegale bladen die al snel werden geproduceerd en verspreid. Dat op deze vorm van actief burgerschap hoge straffen stonden, voorkwam dit niet. In 1944, toen aan vrijwel alles gebrek was, werd de elektriciteit voortdurend afgesloten. Creatieve geesten bedachten daarom deze combinatie van een fiets en een stencilmachine, zodat hun illegale blad toch kon blijven verschijnen. Een vrije pers is een levensvoorwaarde voor democratie. Dat gold niet alleen toen, maar ook nu.

Klas

Zijn er omstandigheden denkbaar waarin jij veel tijd en moeite zou besteden aan het bijdragen aan nieuwsvoorziening? Zelfs als je daarmee grote risico’s voor je eigen veiligheid nam?

Ontdek het verleden, begrijp het heden.

Ontdek meer over de illegale pers in bezettingstijd:

9 789006 580860

3677_TM_FENIKS_Actiefburgerschap_omslag_4+5+6VWO_DRUK_p1-4.indd 1,3

18/05/20 12:53


TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 1

18/05/20 12:45


Geschiedenis voor de bovenbouw vwo

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

Auteurs Daphne van Manen Idzard van Manen Eindredactie Ronald den Haan

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 1

18/05/20 12:45


Basisontwerp DATBureau, Amsterdam Layout Staalboek, Veendam Cartografie en technisch tekenwerk EMK, Deventer Verbaal Visuele Communicatie, Velp (Gld) Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 58086 0 derde druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 2

18/05/20 12:45


Inhoud Zo werk je met dit themakatern Oriëntatie

4

6

1 Vrijheid en democratie  8

2 Patriotten en Oranjegezinden  16

3 Revolutie of hervorming?  24

4 Feminisme en democratie  32

5 Verzet en bevrijding  40

6 Om universele rechten en democratie  48

Actief burgerschap toen 8 De context 11 Actief burgerschap nu 15

Actief burgerschap toen 16 De context 19 Actief burgerschap nu 23

Actief burgerschap toen 24 De context 27 Actief burgerschap nu 31

Actief burgerschap toen 32 De context 35 Actief burgerschap nu 39

Actief burgerschap toen 40 De context 43 Actief burgerschap nu 47

Actief burgerschap toen 48 De context 51 Actief burgerschap nu 55

Afsluiting

56

Overzicht vaardigheden 58 Register 63 Illustratieverantwoording 64

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 3

18/05/20 12:45


4

Geschiedenis Zo werk je metvan ditde themakatern democratische rechtsstaat in Nederland

Zo werk je zo werk je met met dit dit themakatern themakatern In Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland staat, naast de geschiedenis van de democratie in Nederland, burgerschap centraal. Je ontdekt de geschiede­ nis van de parlementaire democratie en van de rechts­ staat in Nederland aan de hand van vijf burgers die democratisering hebben bevorderd door aan actief bur­ gerschap te doen. Je voert in de opdrachten ook zelf bur­ gerschapsactiviteiten uit, waardoor je een actieve deelnemer aan de Nederlandse democratie wordt. Dit boek is van jou persoonlijk, dus je mag er aantekenin­ gen in maken. Dit katern bestaat uit de volgende delen: • Oriëntatie • Vijf paragrafen • Afsluiting • Nawerk

Actief burgerschap nu In het onderdeel Actief burgerschap nu ga je aan de slag met een grote opdracht waarbij je zelf aan actief burgerschap doet en ontdekt dat je een actieve deelnemer bent in de de­ mocratie waarin je leeft. In Actief burgerschap nu leg je een verbinding tussen je eigen heden en het verleden dat in de paragraaf centraal stond.

Afsluiting

De afsluiting van dit katern bestaat uit: • een overzicht van alle begrippen met daarbij de definitie van het begrip; • een overzicht van alle leerdoelen; • een tijdbalk met daarop alle belangrijke gebeurtenissen.

Nawerk

Oriëntatie

Vaardigheden voor historisch denken en redeneren De vaardigheden die je bij het doorwerken van dit katern hebt geoefend, staan hier op een rij, met steeds een korte beschrij­ ving van wat de vaardigheid inhoudt.

Paragrafen

Overzicht relevante kenmerkende aspecten In dit overzicht vind je de kenmerkende aspecten die een rela­ tie hebben met de onderwerpen in dit katern.

In de Oriëntatie maak je kennis met de begrippen burger­ schap, rechtsstaat en parlementaire democratie.

Elk van de zes paragrafen bestaat uit drie delen: • Actief burgerschap toen • De context • Actief burgerschap nu Actief burgerschap toen Elke paragraaf start in het onderdeel Actief burgerschap toen met een historische persoon die echt heeft bestaan en als burger in actie kwam. Je verplaatst je in bekende en minder bekende historische burgers. In de opdrachten bij dit onderdeel denk je onder andere na over de vraag wat je zelf zou hebben gedaan in die situatie. Zou jij ook demonstreren, in opstand komen, kiesrecht eisen, kritische teksten schrijven of een politieke partij oprichten?

Register In dit alfabetisch overzicht staan alle begrippen die in het katern zijn behandeld, met daarbij de pagina waarop je dit begrip kunt terugvinden.

Feniks digitaal

Alles wat in dit katern staat, staat ook bij elkaar op www.thiememeulenhoff.nl/feniks. Via de digitale leer­ omgeving kun je er alle opdrachten maken. Je kunt er je werk direct nakijken.

De context In het onderdeel De context verwerf je meer kennis over de tijd en samenleving waarin de historische persoon leefde. Dit onderdeel bevat de belangrijke historische gebeurtenissen en ontwikkelingen die bij het thema van de paragraaf passen. Door het bestuderen van de theorie en het maken van de opdrachten bij dit onderdeel leg je verbanden tussen de stof van Actief burgerschap toen en De context.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 4

18/05/20 12:45


5

Zo werk je met dit themakatern

Oriëntatie 6

7

Oriëntatie

bron 1

Opdrachten

Actief burgerschap nu: scholieren in actie tegen door mensen veroorzaakte klimaatverandering (2019).

opdracht 1

Actief burgerschap toen en nu

a

Elk van de zes paragrafen bestaat uit drie onderdelen. In het onderdeel ‘Actief burgerschap toen’ staan een of twee historische personen en hun idealen en handelingen centraal. Vervolgens wordt in het onderdeel ‘De context’ dit denken en handelen in een breder historisch kader geplaatst. Op deze manier doorgronden we de ontwikkeling van de democratische rechtsstaat en welke bijdrage burgers daaraan leverden. Gewone burgers, want de historische personen die we volgen, waren net zulke gewone mensen als de jongeren in bron 1 en 2. Logisch, want actief burgerschap gaat iedereen aan. In het derde onderdeel ‘Actief burgerschap nu’ kom jij zelf in beeld. Word jij ook een voorbeeld van actief burgerschap? Of ben je dat al?

b

Gebruik bron 1 en 2. Welke overeenkomsten en verschillen zie je tussen de personen in bron 1 en die in bron 2? Gebruik beeldelementen uit beide bronnen, maar ga ook in op hun idealen. Trek op basis van beide bronnen een genuanceerde conclusie over het belang van actief burgerschap.

opdracht 2 actieve werkvorm Maak met een klasgenoot op een groot vel papier een mindmap. • Zet in de mindmap de begrippen democratie, democratisering, parlement, rechtsstaat, burgerschap en regering. Noteer bij elk begrip in je eigen woorden een definitie. • Geef in de mindmap (bijvoorbeeld met pijlen) aan welke verbanden er zijn tussen de begrippen. • Ruil van mindmap met een ander duo. Bespreek de verschillen en overeenkomsten. • Verbeter jullie eigen mindmap na de uitwisseling.

opdracht 3 actieve werkvorm

Oriëntatie

Actief voor klimaat, vrijheid en democratie

Actief burgerschap is niet uitsluitend voorbehouden aan mensen die in onze tijd leven. In de achttiende eeuw al zetten burgers in onder andere Frankrijk, Nederland en de Engelse koloniën in Noord-Amerika zich in theorie en praktijk in voor bestuurlijke veranderingen, die vaak samenhingen met vrijheid en democratie. Dit katern behandelt de ontstaansgeschiedenis van de parlementaire democratie en de rechtsstaat. Nederland is inmiddels een democratie, maar het kan altijd beter, bijvoorbeeld door wetten aan te scherpen, of door onderwerpen meer of juist minder aandacht te geven. Daarom is in een volwaardige parlementaire democratie altijd actief burgerschap nodig.

In september 2019 staakten en demonstreerden scholieren wereldwijd uit bezorgdheid over het klimaat. Ze eisten nieuwe wetten om de slechte invloed van de mens op het milieu te verminderen. Hiermee deden deze leerlingen aan actief burgerschap. Milieu is net als vrijheid en democratie niet iets voor Nederland alleen, het is een internationale zaak. Dat geldt ook voor actief burgerschap, het meedenken over en meedoen aan de samenleving en het bestuur ervan. Dat kan op allerlei manieren: demonstreren, staken, spotprenten publiceren, kritische artikelen schrijven, video’s en blogs op internet zetten, een nieuwe politieke partij oprichten.

3000 v. Chr.

1 voor Chr.

Prehistorie

Discussieer klassikaal over een of meer van de volgende stellingen. • Democratie is de beste staatsvorm. • Nederland zal altijd een democratie blijven. • De democratie in Nederland is in gevaar. • Als er verkiezingen zijn, stemt een goede burger altijd. • Aan kiesrecht zou een bekwaamheidstestje moeten worden gekoppeld, zodat mensen die niets van politiek weten, niet mogen stemmen. • Dat mensen onder de achttien jaar geen kiesrecht hebben, betekent dat zij geen invloed hebben op het landsbestuur.

bron 2

Analyseren: 1a, 1b Evalueren: 2, 3

Actief burgerschap toen: meisjes van de vrijwillige Nationale Jeugdstorm in Bergen wachten op de inspectie door NSB-leider Anton Mussert (1941).

In deze tijdbalk zie je in welke

500

1000

1500

1600

1700

1800

1900 1950

heden

na Chr.

Oudheid

Middeleeuwen

Vroegmoderne tijd

Moderne tijd

periode het katern zich afspeelt.

Paragrafen 30

opdracht 9 relevantie – vaardigheid Standplaatsgebondenheid In 1814 werd Nederland een eenheidsstaat met een mach­ tige koning. a Welke argumenten konden Nederlanders in 1814 hebben om hier voorstander of juist tegenstander van te zijn? b Ook in onze tijd bestaan er eenheidsstaten met een mach­ tige vorst. Welke argumenten kun je aandragen om daar in onze tijd voorstander of juist tegenstander van te zijn? c Als je voor 1814 een andere redenatie hebt dan voor onze tijd, hoe verklaar je die verschillen dan?

b Hoe was dat in Nederland rond 1848? c Hoe oordeelden rijke burgers in het Nederland van rond 1848 over armoede en armoedebestrijding? d Hoe kijk jij (in onze tijd) naar armoede en armoede­ bestrijding? e Vergelijk je antwoord op vraag 13c en 13d. Zie je verandering of continuïteit? Bespreek en verklaar jullie antwoorden klassikaal. f Ga klassikaal in op de vraag of het nut heeft om de sociaaleconomische situatie uit het verleden te vergelijken met het heden.

opdracht 14 Inventariseer hoe politieke, sociale en economische problemen in de jaren veertig van de negentiende eeuw met elkaar samenhingen. Benoem in je antwoord welke problemen economisch, welke politiek en welke sociaal zijn.

opdracht 10 Gebruik bron 36. a Hoe denkt de tekenaar van bron 36 over het recht van begroting? b Hoe hangt de situatie die in de bron wordt geschetst samen met het ontbreken van ministeriële verantwoordelijkheid?

opdracht 11 Gebruik bron 37 en 38. a Hoe komt het, denk je, dat het economisch liberalisme in het zuiden veel meer aanhang kreeg dan in het noorden? Verwijs in je uitleg naar bron 37, waarin Willem I zich uitspreekt over Belgische inwoners. b Leg uit dat de Belgische petities voor persvrijheid en ministeriële verantwoordelijkheid passen bij het liberalisme. c Volgens de tekenaar van bron 38 had België ook economische motieven om zich los te maken van Nederland. Leg dit uit en verwijs hierbij naar de bron.

opdracht 12 a Leg uit of Thorbeckes standpunt over vrouwenkiesrecht past bij het liberalisme. b Hoe verdedigde Thorbecke zijn opvatting dat het censuskiesrecht diende om de democratie te beschermen?

opdracht 13 actieve werkvorm – relevantie vaardigheid Standplaatsgebondenheid, continuïteit en verandering Nederland kampte rond 1848 met armoede. Ook tegen­ woordig komt armoede wereldwijd voor. De Verenigde Naties hebben de Duurzame Ontwikkelingsdoelen (Sustainable Development Goals, SDG’s) geformuleerd om de belangrijkste wereldproblemen van nu vast te stellen en aan te pakken. a Zoek online op wat deze duurzame ontwikkelingsdoelen inhouden. In hoeverre zijn deze doelen in hedendaags Nederland bereikt?

43

5 Verzet en bevrijding

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

Opdrachten

opdracht 15 vaardigheid Gevolgen Gebruik bron 39 en 40. a Welke belangrijke verschillen zie je wanneer je de gevolgen van de onrust in 1848 voor het Nederlandse bestuur vergelijkt met die voor het Franse bestuur? b Verklaar deze verschillen en verwijs hierbij expliciet naar bron 39 en 40.

opdracht 16 vaardigheid Betrouwbaarheid en bruikbaarheid van bronnen Gebruik bron 41. a Stel dat je het koningschap van Willem II onderzoekt. Geef zowel een argument voor als tegen de betrouwbaarheid van de bron in dat onderzoek. b Formuleer een onderzoeksvraag waarvoor deze bron bruikbare informatie biedt. Formuleer ook een vraag waarvoor deze bron niet bruikbaar is. c Wat kunnen we uit deze bron concluderen dat betrekking heeft op deze paragraaf?

de context Democratie en grondrechten Nederland is een rechtsstaat. De grondwet waarborgt de rechten van de burgers, zoals vrijheid van meningsuiting en vrijheid van godsdienst. Dat zijn klassieke grondrechten. Schendt de overheid die, dan is er dankzij de scheiding der machten de onafhankelijke rechter. Nederlanders hebben ook politieke rechten, zoals stemrecht, het recht om een partij op te richten en, zoals je in de vorige paragraaf zag, het recht om een petitie in te dienen. Inwoners van de koloniën hadden echter veel minder politieke rechten. Nederlands-Indië en Suriname hadden in respectievelijk de Volksraad en de Staten van Suriname wel volksvertegenwoordigingen, maar die hadden slechts adviesrecht. Dat hun koloniën geen democratie kenden, was in die tijd voor Europese koloniale machten heel normaal. Maar in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw verminderde het enthousiasme voor democratie in Europa zelf ook. De aanhangers van Karl Marx, ijveraars voor een communistische revolutie waarmee de arbeidersklasse alle macht kreeg, waren antidemocratisch. Ook extreemrechts had een alternatief voor de parlementaire democratie, met aansprekende leiders als Adolf Hitler en Benito Mussolini. Zij claimden dat ze het volk (populus) beter begrepen dan de ‘politieke en economische elite’. Wat had het volk aan één keer in de vier jaar stemmen? Na de verkiezingen moest immers een coalitiekabinet ontstaan, waartoe partijelites compromissen sloten en soms verkiezingsbeloftes uit het oog verloren. Echte leiders voelden aan wat het volk wilde en handelden daarnaar. Zo’n antidemocratische ideologie heet populisme. De overgrote meerderheid van de Nederlanders bleef echter geloven in de parlementaire democratie. De communistische

CPH haalde ongeveer twee procent van de stemmen en ook de NSB van Anton Mussert werd niet populair. Kwam het misschien ook door de verzuiling dat de parlementaire democratie in Nederland sterk genoeg was?

De belangrijke historische begrippen staan vetgedrukt. De bijbehorende definities vind je in de afsluiting.

De Tweede Wereldoorlog Tijdens de Duitse invasie in mei 1940 vluchtte de Nederlandse regering naar Londen. De ambtenaren op de ministeries, de provincie- en gemeentebestuurders, politieagenten en rechters bleven achter. Minister-president De Geer verklaarde dat zij met de Duitse bezetter moesten samenwerken. Het Nederlandse volk moest zich ‘kalm en waardig’ gedragen, zei hij. Wat hield dit in de praktijk in? Moesten overheidsdienaren voortaan de Duitsers in alles gehoorzamen? En individuele burgers ook? Of moesten zij juist een illegaal blad beginnen, of onderduik verlenen aan Joden en andere onderdrukten? Een klein deel van de Nederlanders ondernam actief burgerschap, aan de kant van de Duitsers, of juist tégen de Duitsers. De groep die voor radicaal, soms gewelddadig verzet koos, was ongeveer even groot als de groep die radicaal collaboreerde, de Nederlandse SS: zo’n 25.000 mensen. Een veel groter aantal mensen koos niet voor actief burgerschap, paste zich aan en voegde zich naar de eisen van de bezetter. Koningin Wilhelmina regeerde in Londen zonder parlementaire controle en genoot meer vrijheid én invloed dan voorheen. Zij ontmoette Engelandvaarders, meestal jonge mensen met frisse ideeën over het naoorlogse Nederland. Met deze nieuwe generatie dacht Wilhelmina als een krachtige koningin Nederland te gaan regeren.

opdracht 17 samenvatting – vaardigheid

Hier zie je welke vaardigheid je oefent.

Bij opdrachten met deze markering ga je aan

de slag met de relevantie van het onderwerp.

Oorzaken a Vul je uitwerking van opdracht 4 aan met de kennis die je inmiddels hebt opgedaan. b Geef bij zoveel mogelijk gegevens uit opdracht 4 aan welke oorzaken eraan ten grondslag lagen.

opdracht 18 samenvatting Geef een overzicht van de verschillende vormen van actief burgerschap in deze paragraaf. Leg daarbij steeds uit waarom het een vorm van actief burgerschap is. bron 61

Actief burgerschap toen: Nederlandse SS-vrijwilligers vertrekken in juni 1943 naar het oostfront. ‘Wij wreken Stalingrad’, staat op de wagon gekalkt.

bron 62

Bij opdrachten met dit icoon heb

Actief burgerschap toen: een knokploeg van het Friese verzet, bewapend met door de geallieerden gedropte wapens (eind 1944, begin 1945).

je toegang tot internet nodig.

Het onderdeel De context

Bij deze opdracht ga je op

bevat altijd een

een andere manier aan de

samenvattingsopdracht.

slag met het onderwerp.

Afsluiting Afsluiting

Het recht om te mogen kiezen of stemmen.

algemeen kiesrecht

Iedere burger mag kies- of stemrecht uitoefenen.

anarchisme

Politieke stroming die streeft naar kleine, autonoom bestuurde gemeenschappen.

burgerlijke ongehoorzaamheid

Niet doen wat de overheid wil dat je doet.

censuskiesrecht

Kiesrecht dat alleen geldt voor mensen die

een bepaald bedrag aan belasting (census) betalen.

coalitiekabinet

Regering waarin meerdere partijen samenwerken.

confessionelen

Mensen die hun politieke en

maatschappelijke opvattingen baseren op godsdienstige overtuiging.

consensuspolitiek

Wanneer politieke partijen hun

overeenkomsten benadrukken, in plaats van hun verschillen.

conservatieven

Mensen die streven naar zo weinig

mogelijk verandering en alles bij het oude willen laten.

constitutionele monarchie

Koninkrijk met een grondwet.

contract

Denkbeeldig verdrag tussen mensen die een politieke gemeenschap hebben gevormd en hun bestuurders.

directe democratie

Regeringsvorm waarbij het volk zonder

volksvertegenwoordiging direct de macht uitoefent.

districtenstelsel

Degene met de meeste stemmen in een

kiesdistrict behaalt de kamerzetel van het district.

droit divin

De vorst regeert volgens goddelijk recht en is door God aangesteld.

eenheidsstaat

Een land dat in politiek opzicht een

eenheid vormt, met een centrale overheid.

evenredige vertegenwoordiging

Het aantal zetels dat een partij krijgt,

wordt gebaseerd op het aantal behaalde

57

Afsluiting

Leerdoelen

actief kiesrecht

je moet gebruiken bij een opdracht.

Een overzicht van alle begrippen

56

Begrippen

In de instructie is opgenomen welke bronnen

federale staat

Staat bestaande uit meerdere vrij

zelfstandige, maar wel samenwerkende deelstaten.

feminisme

Politiek-maatschappelijke beweging die zich inzet voor de emancipatie van vrouwen.

grondwet

Wet waarin de belangrijkste rechten en plichten van burgers én overheid staan.

handelingsbekwaamheid

De bevoegdheid om rechtshandelingen te verrichten.

klassieke grondrechten

Rechten die voorkomen dat de vrijheden

van burgers worden beperkt of geschaad door overheid of medeburgers.

Koninklijk Besluit

Een besluit van de regering (tot 1848 de koning) zonder noodzakelijke

toestemming van het parlement.

liberalen

Mensen voor wie burgerlijke vrijheden en economische vrijheid kernpunten zijn. De overheid dient zich terughoudend op te stellen.

ministeriële verantwoordelijkheid

Ministers zijn tegenover het parlement

verantwoordelijk voor wat de koning doet en zegt.

nachtwakersstaat

De overheid beperkt zich tot het

beschermen van de burgers en de staat zelf.

passief kiesrecht

Het recht om te worden verkozen.

populisme

Politieke stroming die uitgaat van een

kloof tussen ‘het volk’ en de politieke en economische ‘elite’, die uitsluitend kan worden overbrugd door populistische politici.

recht van amendement

Recht van de Tweede Kamer om wijzigingen of aanvullingen in

wetsvoorstellen aan te brengen.

recht van begroting

Recht van het parlement om inkomsten en uitgaven van de regering vast te stellen.

recht van initiatief

Recht van de Tweede Kamer om een wetsvoorstel in te dienen.

recht van interpellatie

Recht van het parlement om ministers ter verantwoording te roepen.

recht van enquête

Recht van het parlement om buiten de

regering om een onderzoek in te stellen naar wat de regering heeft gedaan of heeft nagelaten.

rechtsstaat

Samenleving waarin onafhankelijke

rechters op basis van wetgeving die voor iedereen hetzelfde is, bepalen of iemand moet worden gestraft.

referendum

Volksraadpleging.

representatieve of vertegenwoordigende democratie

Democratie waarbij de burgers de politieke beslissingen aan

volksvertegenwoordigers overlaat.

trias politica

Onderscheid tussen de wetgevende,

rechtsprekende en uitvoerende macht.

sociale grondrechten

Rechten waarbij de overheid zorgplicht heeft op het gebied van onderwijs, bestaanszekerheid, huisvesting en volksgezondheid.

sociale kwestie

De problematiek van de slechte levensomstandigheden van de

arbeidersklasse en hoe deze moet worden opgelost.

socialisten

Aanhangers van politieke stromingen die de maatschappelijke ongelijkheid op willen heffen.

soevereiniteit

De hoogste macht.

supranationale organisatie

Organisatie boven de nationale staten,

waaraan de leden bevoegdheden hebben overgegeven.

verzorgingsstaat

Samenleving waarin de overheid alle burgers een bestaansminimum garandeert.

volkssoevereiniteit

Opvatting dat het volk als geheel de opperste macht heeft, soeverein is.

universele rechten

Mensenrechten die voor iedereen, waar ook ter wereld, gelden.

stemmen in het hele land.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 5

Algemeen 1 Je kunt verschillende vormen van actief burgerschap benoemen en probeert er een aantal zelf uit. 2 Je kunt de democratisering van Nederland in internationaal perspectief plaatsen. 1 1

Vrijheid en democratie Je kunt internationale politieke denkers noemen die onze visie op democratie hebben beïnvloed en uitleggen welke ideeën zij hadden over de verhouding tussen burgers en overheid. 2 J e kunt uitleggen welke vrijheids- en inspraakrechten belangrijk zijn voor onze democratie.

1800

1806 Einde Bataafse Republiek; Lodewijk Napoleon koning 1815 Nederland en België in een koninkrijk verenigd

1830 Belgische Opstand; uitroeping Belgische onafhankelijkheid

Patriotten en Oranjegezinden Je kunt uitleggen vanuit welke idealen de Bataafse Revolutie uitbrak. 2 Je kunt benoemen welke vrijheids- en inspraakrechten de eerste Nederlandse grondwet bevatte.

1840 Willem II volgt zijn vader op als koning 1848 Liberale grondwet van Thorbecke; Communistisch Manifest van Karl Marx

1863 Slavernij in Nederland en dus ook in Suriname afgeschaft

3 1

Revolutie of hervorming? Je kunt uitleggen welke factoren leidden tot de invoering van de grondwet van 1848. 2 Je kunt uitleggen op welke manier de grondwet van 1848 de rechten van de koning beperkte en de rechten van het parlement en de burgers vergrootte. Feminisme en democratie Je kunt uitleggen welke factoren leidden tot invoering van het algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht. 2 Je kunt uitleggen vanuit welke idealen politieke stromingen en partijen ontstonden.

1894 Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht opgericht

1900

1917 Passief vrouwenkiesrecht, algemeen mannenkiesrecht en stelsel van evenredige vertegenwoordiging ingevoerd 1919 Actief vrouwenkiesrecht ingevoerd

In deze tijdbalk staan alle

jaartallen die je moet kennen.

1928 Algemeen mannen- en vrouwenkiesrecht in Groot-Brittannië 1940-1945 Opheffing rechtsstaat onder de Duitse bezetting; regering vanuit Londen zonder parlementaire controle 1942 Japan bezet Nederlands-Indië 1945 Uitroeping onafhankelijkheid van Indonesië door Soekarno en Hatta; oprichting VN 1949 Soevereiniteitsoverdracht aan Indonesië; oprichting NAVO 1951 Oprichting EGKS

5 1

Verzet en bevrijding Je kunt uitleggen hoe het ontbreken van democratie en grondrechten in Suriname en Nederlands-Indië bijdroegen aan dekolonisatie. 2 Je kunt uitleggen waarom Nederland een rechtsstaat is en waardoor dat tijdens de Tweede Wereldoorlog tijdelijk anders was. 6 Om universele rechten en democratie 1 J e kunt uitleggen hoe de politieke cultuur na de Tweede Wereldoorlog veranderde en welke factoren daaraan bijdroegen. 2 Je kunt uitleggen van welke supranationale organisaties Nederland deel ging uitmaken en welke gevolgen dit had voor de nationale bevoegdheden.

1776 Bill of Rights in Virginia; Onafhankelijkheidsverklaring Verenigde Staten 1781 Pamflet Aan het Volk van Nederland 1787 Eerste patriotse Revolutie 1789 Franse Revolutie begint; Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger 1791 Verklaring van de Rechten van de Vrouw en de Burgeres 1795 Bataafse Revolutie 1798 Eerste Nederlandse grondwet

1810 Inlijving bij Frankrijk

2 1

4 1

met een definitie.

1700

1954 Suriname en Antillen gedeeltelijk zelfbestuur 1956 Vrouwen voor de wet handelingsbekwaam 1957 Oprichting EEG

1966 Hans van Mierlo richt D’66 op; Provo verstoort huwelijk Beatrix en Claus 1975 Suriname onafhankelijk 1983 Sociale rechten in de grondwet

2000

Een overzicht van alle leerdoelen

18/05/20 12:45


6

Oriëntatie

Actief voor klimaat, vrijheid en democratie

Actief burgerschap is niet uitsluitend voorbehouden aan mensen die in onze tijd leven. In de achttiende eeuw al zetten burgers in onder andere Frankrijk, Nederland en de Engelse koloniën in Noord-Amerika zich in theorie en praktijk in voor bestuurlijke veranderingen, die vaak samenhingen met vrij­ heid en democratie. Dit katern behandelt de ontstaansgeschiedenis van de parle­ mentaire democratie en de rechtsstaat. Nederland is inmid­ dels een democratie, maar het kan altijd beter, bijvoorbeeld door wetten aan te scherpen, of door onderwerpen meer of juist minder aandacht te geven. Daarom is in een volwaardige parlementaire democratie altijd actief burgerschap nodig.

In september 2019 staakten en demonstreerden scholieren wereldwijd uit bezorgdheid over het klimaat. Ze eisten nieuwe wetten om de slechte invloed van de mens op het milieu te verminderen. Hiermee deden deze leerlingen aan actief burgerschap. Milieu is net als vrijheid en democratie niet iets voor Nederland alleen, het is een internationale zaak. Dat geldt ook voor actief burgerschap, het meedenken over en meedoen aan de samenleving en het bestuur ervan. Dat kan op allerlei manieren: demonstreren, staken, spotprenten publiceren, kritische artikelen schrijven, video’s en blogs op internet zetten, een nieuwe politieke partij oprichten.

3000 v. Chr.

1 voor Chr.

Prehistorie

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 6

500 na Chr.

Oudheid

18/05/20 12:45


7

Oriëntatie

bron 1

Actief burgerschap nu: scholieren in actie tegen door mensen veroorzaakte klimaatverandering (2019).

Actief burgerschap toen en nu Elk van de zes paragrafen bestaat uit drie onderdelen. In het onderdeel ‘Actief burgerschap toen’ staan een of twee histori­ sche personen en hun idealen en handelingen centraal. Vervolgens wordt in het onderdeel ‘De context’ dit denken en handelen in een breder historisch kader geplaatst. Op deze manier doorgronden we de ontwikkeling van de democrati­ sche rechtsstaat en welke bijdrage burgers daaraan leverden. Gewone burgers, want de historische personen die we volgen, waren net zulke gewone mensen als de jongeren in bron 1 en 2. Logisch, want actief burgerschap gaat iedereen aan. In het derde onderdeel ‘Actief burgerschap nu’ kom jij zelf in beeld. Word jij ook een voorbeeld van actief burgerschap? Of ben je dat al?

Opdrachten opdracht 1 Gebruik bron 1 en 2. a Welke overeenkomsten en verschillen zie je tussen de personen in bron 1 en die in bron 2? Gebruik beeldelementen uit beide bronnen, maar ga ook in op hun idealen. b Trek op basis van beide bronnen een genuanceerde conclusie over het belang van actief burgerschap.

opdracht 2 actieve werkvorm Maak met een klasgenoot op een groot vel papier een mindmap. • Zet in de mindmap de begrippen democratie, democratisering, parlement, rechtsstaat, burgerschap en regering. Noteer bij elk begrip in je eigen woorden een definitie. • Geef in de mindmap (bijvoorbeeld met pijlen) aan welke verbanden er zijn tussen de begrippen. • Ruil van mindmap met een ander duo. Bespreek de verschillen en overeenkomsten. • Verbeter jullie eigen mindmap na de uitwisseling.

opdracht 3 actieve werkvorm Discussieer klassikaal over een of meer van de volgende stellingen. • Democratie is de beste staatsvorm. • Nederland zal altijd een democratie blijven. • De democratie in Nederland is in gevaar. • Als er verkiezingen zijn, stemt een goede burger altijd. • Aan kiesrecht zou een bekwaamheidstestje moeten worden gekoppeld, zodat mensen die niets van politiek weten, niet mogen stemmen. • Dat mensen onder de achttien jaar geen kiesrecht hebben, betekent dat zij geen invloed hebben op het landsbestuur.

bron 2

Actief burgerschap toen: meisjes van de vrijwillige Nationale Jeugdstorm in Bergen wachten op de inspectie door NSB-leider Anton Mussert (1941).

1000 Middeleeuwen

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 7

Analyseren: 1a, 1b Evalueren: 2, 3

1500

1600

1700

Vroegmoderne tijd

1800

1900 1950

heden

Moderne tijd

18/05/20 12:45


1

Vrijheid en democratie

actief burgerschap toen

bron 3

Actief burgerschap toen: tekenaar William Charles maakt duidelijk hoe volgens hem de relatie is tussen de Amerikaanse president James Madison en de Engelse koning George III (1813).

James Madison schrijft mee aan de Bill of Rights Na zijn studie geschiedenis en rechten keerde James Madison terug naar de tabaksplantage van zijn ouders in de Engelse kolonie Virginia, in het zuiden van Noord-Amerika. Dat op die plantage slaven werkten, was voor hem volstrekt normaal. Madison dacht niet aan slaven toen hij ideeën ontwikkelde over vrijheid en democratie. Vrijheid was voor hem de vrijheid van kolonisten tegenover de regering in Londen. Maar ook vrijheid van godsdienst, vrijheid van de dwang van de Angli­ caanse Kerk, waarvan Koning George III het hoofd was. Enige vrijheid hadden de kolonisten wel. De macht van de Engelse

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 8

koning was immers niet absoluut. Zij werd beperkt door het parlement én doordat het Britse rijk geen eenheidsstaat was. De Noord-Amerikaanse koloniën bezaten elk een eigen ­charter, met daarin hun rechten. In 1765 voerden koning en parlement de voor het hele rijk geldende Stamp Act in. Belas­ tinginners zetten een stempel op elke baal papier waarover belasting was betaald. Dit was tegen het zere been van veel kolonisten. Zij hadden geen vertegenwoordigers in het Britse parlement en kenden tot dan toe uitsluitend eigen lokale en regionale belastingen. Een congres van afgevaardigden uit de dertien koloniën vond daarom: ‘No taxation without representation’. Maar George III stelde dat het Britse parlement er zat voor de belangen van het hele Britse Rijk en dus ook de kolo­

18/05/20 12:45


9

1 Vrijheid en democratie

nisten vertegenwoordigde. De Stamp Act werd wel weer inge­ trokken, maar werd later interessant studiemateriaal voor studenten als James Madison.

bron 5

bron 4

Actief burgerschap toen: een anonieme kunstenaar bespot in 1766 het intrekken van de Stamp Act. De Britse premier Grenville, die deze wet een jaar eerder had ingevoerd, draagt hem naar een grafkelder (1766).

‘Dat alle mensen als gelijken geschapen zijn’ De spanningen tussen de Amerikaanse koloniën en hun kolo­ nisator, maar ook tussen de Amerikaanse kolonisten onder­ ling, namen toe. Een deel van hen bleef loyaal aan George III, een ander deel wilde de politieke verhoudingen sterk wijzigen en was dus voor revolutie. In januari 1776 publiceerde de Ame­ rikaanse revolutionair Thomas Paine zijn pamflet Common Sense. Daarin stond: ‘Er is iets absurds in de veronderstelling dat een continent altijd zal worden geregeerd door een eiland’. De titel Common Sense was veelzeggend: Paine bepleitte het gebruik van het ‘gezonde verstand’ bij het ont­ wikkelen van ideeën over bestuur en samenleving. Het boekje werd populair, ook in Europa, door de heldere en eenvoudige redeneertrant, zonder geleerde citaten in het Latijn. Net als Paine ging ook James Madison zich inzetten voor het onaf­ hankelijkheidsstreven. Zijn vorm van actief burgerschap was meeschrijven aan de Bill of Rights voor Virginia. Deze serie burgerrechten (juni 1776) vormde de aanzet tot een grondwet voor een onafhankelijk Virginia. Elke grondwet moest volgens Madison beginnen met de fundamentele rechten van de bur­ gers; rechten tussen burgers onderling en tussen burgers en overheid. Ook twaalf andere Engelse koloniën in Amerika ont­ wikkelden een eigen grondwet. De uiteindelijke grondwet van de Verenigde Staten van Amerika begon ook met de rechten van de burgers. Zij werd geschreven door de Founding Fathers, de mannen die het land en de grondwet hadden gesticht. Madison was een van hen. Het nieuwe land werd een federale staat: de macht werd verdeeld tussen de nationale overheid en de deelstaten. Het vrijheidsideaal gold dus ook voor de deelstaten tegenover de nationale regering.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 9

Actief burgerschap toen: een onbekende Engelse kunstenaar maakte in 1775 deze cartoon over George III. De koning rijdt in een open koets naar de afgrond, die ‘oorlog met de koloniën’ heet. Zijn paarden heten Trots en Koppigheid.

‘Wij beschouwen het als een vanzelfsprekende waarheid dat alle mensen als gelijken geschapen zijn; dat ze van de Schepper bepaalde onvervreemdbare rechten hebben gekregen; dat tot deze rechten behoren: leven, vrijheid en streven naar geluk; dat de mensen regeringen hebben ingesteld om deze rechten te beschermen tegenover de geregeerden; en dat, wanneer een regeringsvorm zich in een of ander opzicht verdorven toont, het volk het recht heeft hem te wijzigen of af te schaffen.’ Uit: Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten van Amerika (1776).

bron 6

Democratie Amerika werd hét voorbeeld van een moderne democratie. James Madison sprak echter liever van representative government. Democratie zoals het oude Athene ooit kende, leidde volgens hem namelijk tot een dictatuur van de meerderheid. De meerderheid had geen verstand van besturen en kende geen respect voor individuele vrijheidsrechten. Een groep wijze en deskundige volksvertegenwoordigers moest gedu­ rende een afgesproken periode zelfstandig besluiten nemen. Dit systeem kennen wij als de representatieve of vertegenwoordigende democratie. Slechts een minderheid van de Amerikanen kreeg kiesrecht. Armere mannen, vrouwen, india­ nen en slaven bijvoorbeeld niet. Dat gaf niet, vonden de Founding Fathers, het parlement zat er ook namens hen. Madison maakte overigens van actief burgerschap zijn beroep. Hij werd de vierde president van de Verenigde Staten.

18/05/20 12:45


10

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

‘Wat betekent voor de Amerikaanse slaaf uw vierde juli? Ik antwoord: een dag die hem, meer dan alle andere dagen van het jaar, het grove onrecht en de wreedheid onthult waarvan hij het constante slachtoffer is. Voor hem is uw feest een schijnvertoning; uw geroemde vrijheid, een goddeloze legitimatie; uw nationale grootheid, zwellende ijdelheid; uw geluiden van vreugde zijn leeg en harteloos; uw geschreeuw van vrijheid en gelijkheid, holle spot. Er is geen natie op aarde die zich schuldig maakt aan praktijken, schokkender en bloederiger dan de mensen in deze Verenigde Staten, op dit uur.’ Uit: Speech van Frederick Douglass tijdens Onafhankelijkheidsdag

opdracht 4 Gebruik bron 6. a Stelling: ‘Met de onafhankelijkheidsverklaring werd de Verenigde Staten een democratie.’ Ontleen argumenten aan de bron om deze stelling te onderbouwen. b Formuleer zonder de bron twee argumenten om de stelling te weerleggen.

opdracht 5 vaardigheid a

(4 juli 1852).

bron 7

Opdrachten opdracht 1 actieve werkvorm – relevantie vaardigheid Standplaatsgebondenheid a Kijk vanuit je eigen standplaats naar James Madison. Welke waarden heeft hij die niet passen bij onze tijd? Noem er drie en leg je antwoord uit. b Welke waarden van James Madison passen wel bij onze tijd? Noem er twee en leg je antwoord uit. Bespreek jullie antwoorden klassikaal. c Op welke manier is het handelen van James Madison een goed voorbeeld van actief burgerschap?

opdracht 2 a Zoek op wat deze uitspraak letterlijk betekent: ‘No taxation without representation’. b Leg uit dat deze uitspraak impliceert dat er een verband bestaat tussen democratie en vrijheid. c In hoeverre zijn vrijheid en democratie volgens jou verbonden met elkaar? Onderbouw je antwoord met een voorbeeld.

opdracht 3 actieve werkvorm a

b

c d

Gebruik bron 3, 4 en 5. Beschrijf per bron welke boodschap de tekenaar wil overbrengen. Onderbouw je antwoord zowel met beeldelementen als met tekst uit de bronnen. In het onderschrift staat dat hier sprake is van actief burgerschap. Waarom zou dit actief burgerschap zijn? Ben je het hiermee eens? Dat dit soort actief burgerschap mogelijk was, zegt iets over de vrijheid van meningsuiting. Leg dit uit. Bedenk vijf andere vormen van actief burgerschap. Bespreek jullie antwoorden klassikaal. Welke passen bij jou en welke niet?

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 10

b c

d

Standplaatsgebondenheid Gebruik bron 7. Douglass was een voormalige slaaf die na zijn vlucht uit de slavernij actief werd als abolitionist. Vat in één zin samen welke kritiek hij uit in deze bron. Op welke zin(nen) uit bron 6 zal Douglass met name kritiek hebben gehad? Met welke argumenten zou Madison, wanneer hij in 1852 nog zou hebben geleefd, zich tegen de kritiek van Douglass hebben verweerd? Op welke manier speelt standplaatsgebondenheid hierin een rol?

opdracht 6 actieve werkvorm Voer klassikaal discussie over de stellingen: a Een eenheidsstaat is democratischer dan een federale staat. b Een representatieve democratie is democratischer dan een vertegenwoordigende democratie. Werkwijze: • Verdeel de klas in twee groepen en spreek af wie vooren tegenstander is. • Bereid individueel op papier een aantal argumenten voor. • Voer de discussie klassikaal.

opdracht 7 actieve werkvorm – relevantie In de Amerikaanse grondwet staat: ‘It’s the right of the American people, to have means of defence against a tyrannic state’. Dit grondwetsartikel wordt tegenwoordig nog steeds gebruikt in de discussie over vuurwapens in de Ver­ enigde Staten. a Leg uit op welke manier het recht op wapenbezit samenhangt met de Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd. b Voer in een viertal een discussie over de stelling: ‘Wapenbezit wordt in de Verenigde Staten terecht beschouwd als een onvervreemdbaar recht.’

18/05/20 12:45


11

1 Vrijheid en democratie

de context Geloof of verstand? Het idee dat je je verstand moest gebruiken om de wereld te kennen, bestond al voor de tijd van Madison en Paine. In de zeventiende eeuw stelden denkers als Francis Bacon en René Descartes dat kennisverwerving begon met twijfel. Daardoor uitgedaagd gebruikte je je verstand om achter de waarheid te komen. Gold dat in de zeventiende eeuw voor natuurweten­ schappen, zoals biologie en kosmologie, in de achttiende eeuw gingen sommige denkers een stap verder. Als hemelli­ chamen aan onveranderlijke natuurwetten gehoorzaamden, waren er dan ook geen wetten waaraan ‘maatschappelijke lichamen’ als adel, burgerij, koning en Kerk moesten gehoor­ zamen? Filosofen zetten zich aan het rationeel onderzoeken van dergelijke ‘maatschappelijke natuurwetten’. De Engelse denker Thomas Hobbes beredeneerde dat een volk niet in staat was om zichzelf te regeren. Daarom had het ooit stil­ zwijgend een contract gesloten met de vorst om samen een politieke gemeenschap te vormen. Daarbij kreeg de vorst de soevereiniteit. Dat contract kon volgens Hobbes, net als een natuurwet, niet worden ontbonden. Ook de filosoof John Locke ging ervan uit dat de samenleving aan wetmatigheden onderhevig was. Maar hij oordeelde dat een volk het contract weer kon opzeggen wanneer de koning zich er niet aan hield en zijn macht misbruikte. Een inspirerend voorbeeld was het plakkaat van Verlatinghe van de opstandige Noord-Neder­ landse gewesten (1581). De redeneringen van Hobbes en Locke tastten het droit divin aan, waarop absoluut heersende ­vorsten hun gezag baseerden. Dat God aan één familie de erfelijke en absolute macht had gegeven, was voor hen onaccep­­tabel. James Madison was het daarmee eens. Voor de

onderdanen was het erfelijk koningschap, zoals in Engeland, een vorm van slavernij, vond hij. Van dit soort slavernij was hij niet gediend.

Scheiding der machten De achttiende-eeuwse Franse edelman Charles Louis de Mon­ tesquieu bekritiseerde een ander aspect van het bestuur. Wie tegelijk de wetgevende, de uitvoerende en de rechtsprekende macht in handen had, zoals een absoluut vorst, kon naar wil­ lekeur stuivertje wisselen tussen deze drie, stelde hij. Dat kon leiden tot machtsmisbruik. Alleen het invoeren van een trias politica garandeerde eerlijk bestuur en eerlijke rechtspraak. Dat werd ook een belangrijk principe voor de Founding Fathers. De Amerikaanse president kreeg de uitvoerende, het Congres de wetgevende en onafhankelijke rechters de rechter­ lijke macht. De macht van het Congres en die van de president hielden elkaar in evenwicht. Het Hooggerechtshof checkte wetten en besluiten van de president en het parlement aan de grondwet. Zo werd de Verenigde Staten het eerste land ter wereld met een systeem van checks-and-balances.

‘Bij elke vorm van regering die destructief wordt, heeft het volk het recht deze te wijzigen of af te schaffen en een nieuwe regering in te stellen.’ Uit: Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten (1776).

bron 8 ‘Broeders en vrienden, ik ben Toussaint Louverture. Misschien is mijn naam bij u bekend. Ik heb het op me genomen u te wreken. Ik wil dat vrijheid en gelijkheid op heel St. Dominique heersen. Ik werk naar dat doel toe. Sluit u bij me aan, broeders, en vecht aan onze zijde voor dezelfde zaak.’ Uit: Toespraak van Toussaint Louverture (1791).

bron 9

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 11

bron 10

Jean-Jacques Rousseau, afgebeeld met naast zich de Waarheid en de Rede. Hij vertrapt Verraad en Leugens (achttiende eeuw).

18/05/20 12:45


12

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

Vrijheid en de wil van het volk Volgens de Franse denker Jean-Jacques Rousseau bestond een maatschappij uit een verzameling vrije geesten. Hun onder­ linge samenhang uitte zich in hun gevoel tot hetzelfde volk te horen. Vanuit dat gemeenschappelijke gevoel deelden ze wensen en verlangens, de volonté générale, de volkswil. De overheid moest die volkswil in politieke besluiten vertalen. Maar hoe werkte dat, dat telkens weer vaststellen van de alge­ mene wil van het volk? Dat deed een echte volksvertegen­ woordiging via debat, schreef een van de ideologen van de Franse Revolutie, Emmanuel Sieyès. Discussies in het land moesten de volksvertegenwoordigers daarbij ondersteunen. Daartoe was vrijheid van meningsuiting noodzakelijk. Een echte volksvertegenwoordiging stond volgens Sieyès haaks op de Staten-Generaal die Lodewijk XVI in 1789 bijeenriep. Daarin vertegenwoordigde de afvaardiging van de eerste stand 130.000 geestelijken, die van de tweede stand 110.000 edelen en die van de derde stand de 25 miljoen overige Fransen. Sieyès bepleitte een volksvertegenwoordiging waarin niet de belangen van een minderheid, maar de volonté générale voorop stond. Zou zo’n volksvertegenwoordiging niet tot ein­ deloze discussies leiden? De Fransen waren onder het absolu­ tisme immers niet gewend aan debat. Nee, pareerde Sieyès, want als onervarenheid tot eindeloos debatteren leidde, bepaalde de volksvertegenwoordiging de volkswil. De vertegenwoordigers van de derde stand brachten Sieyès’ ideeën in praktijk en riepen zich uit tot volksvertegenwoordi­ ging. Vertegenwoordigers van de andere twee standen moch­ ten zich aansluiten, maar dan wel als gewone burgers. Op 26 augustus 1789 nam deze vergadering de Verklaring van de Rechten van de Mens en de Burger aan, onder andere geschre­ ven door Sieyès. Het grote voorbeeld was, zo blijkt uit de tekst, de Verenigde Staten van Amerika. De Verklaring pleitte voor volkssoevereiniteit, voor sociale voorrechten die niet door geboorte, maar door persoonlijke verdienste ontstonden en voor het tolereren van alle godsdiensten.

De volkswil ontspoort

werden onthoofd en er kwamen radicale revolutionairen aan de macht, zoals Maximilien de Robespierre. Zij pretendeerden de volkswil ook zónder een volksvertegenwoordiging aan te kunnen voelen. Eigenlijk kaapten ze daarmee Rousseaus volonté generale. Al snel liep de revolutie uit op een dictatuur. James Madison vreesde al dat de klassieke democratie op een tirannie van de meerderheid zou uitdraaien, zonder respect voor burgerrechten. Tijdens de Franse Revolutie gebeurde dat inderdaad. Het idee van de volkswil en hoe die door bestuur­ ders moest worden toegepast liet de vertegenwoordigende democratie ontsporen.

De erfenis In de loop van de negentiende en twintigste eeuw voerden steeds meer landen de vertegenwoordigende democratie in. Madison zag de gekozenen als een groep uitverkorenen, mensen die vanwege hun capaciteiten tijdelijk het land moch­ ten besturen. Hij vond dat wie zulk passief kiesrecht had in elk geval bezittingen en een redelijk inkomen moest hebben. Dat verminderde het risico op omkoping en corruptie. Binnen het achttiende-eeuwse democratische gedachtegoed werd dus aan passief kiesrecht hoge eisen gesteld, terwijl ook lang niet iedereen actief kiesrecht kreeg. Het argument daarvoor was dat een volksvertegenwoordiging er voor het hele volk zat, dus ook voor de mensen die niet mochten stemmen. Wat echter ook bleef hangen, was Rousseaus idee dat een volk een soort organisme is, met een eigen wil. Dat overheden naar het volk moesten luisteren en moesten aanvoelen wat het wilde, om dat vervolgens uit te voeren. Het was de tijd van de Romantiek, waarin gevoel belangrijker werd gevonden dan verstand. Aanvoelen kwam in de plaats van rationeel overleg in een parlement. In de twintigste eeuw gebruikten autori­ taire ideologen als Hitler en Mussolini datzelfde verschijnsel om de democratie om zeep te helpen. De Führer of de Duce voelde aan wat het volk wilde. Wie daar tegenin ging, moest wel een volksvijand zijn. De volonté generale werd Das gesundes Volksempfinden.

Op 3 september 1791 kreeg Frankrijk de eerste geschreven grondwet in Europa. De volksvertegenwoordiging kreeg de wetgevende en de koning de uitvoerende macht. Vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting en vrijheid van druk­ pers werden ingevoerd. Met de godsdienstvrijheid werden in Frankrijk religies als protestantisme en jodendom gelijkwaar­ dig aan het katholicisme. De staat nam de eigendommen van adel en Kerk in beslag, onder andere om hun maatschappe­ lijke macht te breken. Veel edelen ontvluchtten Frankrijk. Legers van buitenlandse absolute vorsten en andere vijanden van de democratie en de volkssoevereiniteit vielen Frankrijk binnen. Onder die druk radicaliseerde de revolutie. De voor­ malige koning Lodewijk XVI en zijn vrouw Marie-Antoinette

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 12

18/05/20 12:45


13

1 Vrijheid en democratie

bron 11 Actief burgerschap toen: een anonieme kunstenaar maakte in 1792 een cartoon over Thomas Paine, toen hij de Franse Revolutie verdedigde en Engelsen opriep net zo’n revolutie te beginnen. Rondom zijn hoofd staan woorden als rebellie, wreedheid, hongersnood en verraad. Hij houdt een banier in de hand met de tekst ‘Common Nonsense’. Hij staat op eigenschappen als gehoorzaamheid en moraal.

‘Voor het fascisme is de wereld niet de uiterlijke, materiële wereld waarin de mens een individu is dat apart van alle anderen leeft en beheerst wordt door een natuurwet die hem instinctmatig verplicht tot een leven vol zelfzucht en vergankelijke zelfvoldoening. De mens van het fascisme is als persoon in wezen één met natie en vaderland.’ Naar: Benito Mussolini, De doctrine van het fascisme (1935).

bron 12

Opdrachten opdracht 8 a Neem het schema over en vul het in. Verlichte denker Idee over relatie Past bij welk tussen volk en bestuur verlichtingsideaal? Rousseau Hobbes Locke De Montesquieu Sieyès b Beredeneer per denker in hoeverre zijn ideeën in de praktijk werden gebracht met de onafhankelijkheid van de Verenigde Staten. c Beredeneer per denker in hoeverre zijn ideeën in de praktijk werden gebracht tijdens de Franse Revolutie.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 13

opdracht 9 Gebruik bron 6 en 8. a Wat was het plakkaat van Verlatinghe? b Zoek online de tekst van het plakkaat van Verlatinghe op en citeer twee fragmenten die denkers als Locke en Hobbes kunnen hebben geïnspireerd. c Vergelijk bron 6 en 8 met het plakkaat van Verlatinghe. Stelling: ‘De opstellers van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring waren geïnspireerd door het plakkaat van Verlatinghe.’ Onderbouw deze stelling.

opdracht 10 actieve werkvorm De politiek filosoof Alexis de Tocqueville (1805-1859) omschreef democratie als ‘een olifant die je moet leren berijden om te voorkomen dat hij je verplettert’. a Welke vrees die Madison uitte is in overeenstemming met deze beschrijving? b Beredeneer wat Rousseau van deze uitspraak zou hebben gevonden. c In hoeverre kan De Tocquevilles beschrijving zijn voortgekomen uit de geschiedenis van de Franse Revolutie?

18/05/20 12:45


14

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

d Geef een voorbeeld dat voor De Tocqueville in de toekomst lag en waaruit de juistheid van zijn uitspraak blijkt. e Bespreek in een twee- of drietal hoe je De Tocquevilles olifant het meest effectief kunt leren berijden. Baseer je op de democratie in het Nederland van onze tijd. Maak een top-3 van tips.

opdracht 11 Honoré Gabriel de Riqueti, graaf van Mirabeau (meestal kortweg Mirabeau genoemd) was een hoofdrolspeler tij­ dens de eerste jaren van de Franse Revolutie. Hij wilde dat Frankrijk een grondwet kreeg, maar wel een koninkrijk bleef. a Stelling: ‘Mirabeaus wens is strijdig met de ideeën van Locke en ook met die van Montesquieu’. Beredeneer per denker of de stelling juist is. b In 1791 was de Franse grondwet af. Op een Franse spotprent uit die tijd komt Mirabeau aan op de Elysische velden (een soort erehemel voor Griekse helden) en overhandigt de grondwet aan Rousseau. Benjamin Franklin zet een erekrans op Mirabeaus hoofd. Voltaire, Demosthenes en Cicero kijken instemmend toe. Beredeneer voor elk van de vijf op de spotprent aanwezige personen waarom zij tevreden zijn met Mirabeau en de grondwet. Zoek eventueel aanvullende informatie online.

opdracht 12 Gebruik bron 9. a Toussaint Louverture leidde een slavenopstand op St. Dominique, waarbij Haïti ontstond als onafhankelijk land, bestuurd door voormalige slaven. De bron bevat een aanwijzing dat de Verlichting een van de oorzaken was van deze opstand door slaven. Leg dit uit en verwijs naar de bron. b Zoek online meer informatie over de Haïtiaanse Revolutie. Beantwoord de vragen: • In hoeverre werd de slavenopstand op Haïti veroorzaakt door de Verlichting? • In hoeverre zijn de dekolonisatieprocessen van de Verenigde Staten en Haïti vergelijkbaar? Geef twee overeenkomsten en twee verschillen.

opdracht 13 Gebruik bron 10. a Leg met bronelementen uit in welke periode van de geschiedenis Rousseau en de vrouwen zijn geplaatst en waarom de tekenaar dat zo deed. b Leg met bronelementen uit wat de tekenaar duidelijk wil maken.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 14

opdracht 14 Gebruik bron 11. a Maak met behulp van bronelementen duidelijk welke boodschap de tekenaar wil overbrengen. b Bedenk twee argumenten waarmee Thomas Paine de kritiek van de tekenaar zou hebben kunnen weerleggen.

opdracht 15 Gebruik bron 12. a Wat wordt bedoeld met de zin: ‘De volonté generale werd Das gesundes Volksempfinden’? Gebruik in je uitleg ook bron 12. b Zoek online drie fragmenten uit speeches van Mussolini of Hitler die passen bij de uitspraak in 13a. Beargumenteer per fragment waarom het bij de uitspraak past.

opdracht 16 actieve werkvorm

a b c d e f

Je ziet steeds drie woorden. Bespreek met een klasgenoot welk woord niet in het rijtje past en wat de twee overge­ bleven woorden met elkaar te maken hebben. Er is niet één goed antwoord; het gaat om jullie redenatie. Madison, Robespierre, Rousseau. Franse Revolutie, Amerikaanse Revolutie, Nederlandse Opstand. Volkswil, droit divin, volkssoevereiniteit. Dictatuur, onafhankelijkheidsstrijd, revolutie. Vrijheid van drukpers, vrijheid van godsdienst, vrijheid van meningsuiting. Actief kiesrecht, passief kiesrecht, representatieve democratie.

opdracht 17 samenvatting a Dit themakatern gaat over de geschiedenis van de parlementaire democratie en over actief burgerschap. Waarom zal deze eerste paragraaf vooral over internationale ontwikkelingen gaan? b Welke kennis uit deze paragraaf zal van belang zijn voor de democratisering in Nederland? Maak hiervan een mindmap waarin je de belangrijkste politieke ideeën, personen en gebeurtenissen plaatst. Geef met pijlen en woorden de verbanden aan. Vergelijk je mindmap met die van klasgenoten en bespreek de verschillen. c Leg op genuanceerde en onderbouwde wijze uit in hoeverre er sprake was van democratisering tijdens de: • Franse Revolutie; • Amerikaanse onafhankelijkheidsstrijd.

18/05/20 12:45


15

1 Vrijheid en democratie

actief burgerschap nu

Opdrachten opdracht 18 Gebruik bron 13. Citeer een zin uit de tekst van deze paragraaf die aansluit op de boodschap van bron 13. Leg je keuze uit.

opdracht 19 actieve werkvorm – relevantie

bron 13

Actief burgerschap toen: de Engelse kunstenaar Thomas Rowlandson hekelt waar al dat gefilosofeer tijdens de Franse Revolutie toe leidde (1792).

Een eigen politieke theorie In de loop van de tijd hebben veel mensen met actief burger­ schap bijgedragen aan de democratisering van Europa en de Verenigde Staten. Zij beseften absoluut niet dat hun gedach­ ten en daden zouden uitlopen op de democratische rechts­ staat waarin wij tegenwoordig leven. Niemand kan immers in de toekomst kijken. Bovendien is voor iedereen het perspec­ tief, de standplaats, die van de eigen tijd. De ontwikkeling die de mensheid door de tijd heen doormaakt, is geen rechte lijn van primitiviteit naar een hoge beschavingsvorm. Veeleer is er sprake van een grillig, doelloos proces, lijkt het wel. Grote filosofen beschreven in boeken en artikelen hun gedachten over bestuur, democratie en rechtsstaat. Staats­ hoofden en andere politici hielden redevoeringen waarin zij hun ideeën daarover verkondigden. In de Verenigde Staten moet elk schoolkind bijvoorbeeld de redevoering uit het hoofd kennen die president Lincoln hield na de slag bij Gettysburg in de Amerikaanse Burgeroorlog. In deze toespraak vertelde Lincoln wat de democratie in de Verenigde Staten voor hem zo waardevol maakte. Dat zoveel mensen in de geschiedenis, waaronder grote filoso­ fen en beroemde presidenten, ons in de ontwikkeling van politieke theorieën voorgingen, kan ook afschrikken. Wat kan ik daar nog aan bijdragen, denk je misschien. De notie dat de ontwikkeling die de mensheid doormaakt, nooit voltooid is, kan misschien helpen om het tóch te proberen.

TM_Feniks_Gesch-rechtsstaat_vwo_BW.indb 15

Ontwikkel je eigen politieke theorie over de ideale relatie tussen het volk en het bestuur. Leg in een toespraak deze politieke theorie vervolgens uit aan de klas. Ga daarbij als volgt te werk. • Vorm een tweetal. Formuleer samen een antwoord op de volgende vragen: • Welke voordelen heeft onze huidige democratie? • Welke nadelen, valkuilen of gevaren kent onze huidige democratie? • Wat zouden jullie willen veranderen en op welke wijze? • Hoe kijken jullie aan tegen de rol, rechten en bevoegdheden van de overheid en die van de burgers? • Welke idealen zijn daarbij voor jullie van belang? • Maak een mindmap waarin jullie je politieke theorie uitwerken. • Schrijf een toespraak waarmee je anderen overtuigt van de wijsheid van jullie theorie. Volg daarbij de vol­ gende stappen: • Zoek online naar tips voor het houden van een overtuigende speech. Veel websites geven aanwijzingen, gebaseerd op de klassieke Griekse retorica. • Zorg sowieso voor een sterke openings- en slotzin, een heldere structuur en een heldere boodschap. • Oefen je toespraak. • Houd je toespraak voor de klas. Beoordeel klassikaal welke toespraak het meest overtuigend is en waarom. Onthouden: 9a Begrijpen: 1c, 2a, 2b, 3c, 5a, 5b, 10a, 17a Toepassen: 8a, 9b, 10c, 10d, 10e, 12a Analyseren: 1a, 3a, 4a, 4b, 5c, 5d, 7a, 8b, 8c, 10b, 11a, 11b, 12b, 13a, 13b, 14a, 14b, 15a, 15b, 17c, 18 Evalueren: 1b, 2c, 3b, 3d, 6a, 6b, 7b, 9c, 16, 17b Creëren: 19

18/05/20 12:45


CTIEF

SC ER H

BURG

www.thiememeulenhoff.nl/feniks

AP A

Themakatern

Geschiedenis voor de bovenbouw van havo en vwo

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland

Beeld op het omslag

4/5/6 VWO Naam

Op de voorkant zie je een fiets en een stencilapparaat. Een stencilapparaat was een eenvoudig kopieerapparaat dat werkte op elektriciteit. In dit geval drijft het achterwiel van de fiets het stencilapparaat aan doordat het vrij kan ronddraaien en met een aandrijfriem met het apparaat is verbonden. Deze combinatie staat in het Verzetsmuseum in Amsterdam. In 1940 hief de Duitse bezetter de vrijheid van drukpers op. Alle media werden voortaan gecensureerd. Hoe hartstochtelijk de meeste Nederlanders van hun vrijheid van meningsuiting hielden, blijkt uit de vele illegale bladen die al snel werden geproduceerd en verspreid. Dat op deze vorm van actief burgerschap hoge straffen stonden, voorkwam dit niet. In 1944, toen aan vrijwel alles gebrek was, werd de elektriciteit voortdurend afgesloten. Creatieve geesten bedachten daarom deze combinatie van een fiets en een stencilmachine, zodat hun illegale blad toch kon blijven verschijnen. Een vrije pers is een levensvoorwaarde voor democratie. Dat gold niet alleen toen, maar ook nu.

Klas

Zijn er omstandigheden denkbaar waarin jij veel tijd en moeite zou besteden aan het bijdragen aan nieuwsvoorziening? Zelfs als je daarmee grote risico’s voor je eigen veiligheid nam?

Ontdek het verleden, begrijp het heden.

Ontdek meer over de illegale pers in bezettingstijd:

9 789006 580860

3677_TM_FENIKS_Actiefburgerschap_omslag_4+5+6VWO_DRUK_p1-4.indd 1,3

18/05/20 12:53


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland - 4/5/6 VWO - ThiemeMeulenhoff by ThiemeMeulenhoff - Issuu