CE
Vmbo-kgt Werkboek De Geo Werkboek 4 Vmbo-kgt
SE Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
CE
CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water
www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 482263
482263_OMSL.indd 1
4/05/20 10:25
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
Werkboek
vmbo-kgt
Auteurs Freek Jutte, Katie Oost en Theo Peenstra Eindredactie Daphne Ariaens
482263_BNWRK_BOEK.indb 1
4/05/20 10:14
2
Methodeoverzicht
Methodeoverzicht
SE Leerstof voor het schoolexamen 978 90 06 23789 4 De Geo online + boek 3 vmbo-b SE 978 90 06 23792 4 De Geo online 3 vmbo-b SE 978 90 06 23797 9 De Geo online + boek 3 vmbo-kgt SE 978 90 06 23800 6 De Geo online 3 vmbo-kgt SE
CE Leerstof voor het centraal examen 978 90 06 23793 1 De Geo online + boek 4 vmbo-b CE 978 90 06 23796 2 De Geo online 4 vmbo-b CE 978 90 06 23801 3 De Geo online + boek 4 vmbo-kgt CE 978 90 06 23804 4 De Geo online 4 vmbo-kgt CE
Colofon
Beste leerling, Dit boek van De Geo gebruik je samen met de digitale leeromgeving in de les. Dit boek is van jou persoonlijk, dus je mag er aantekeningen in maken. Na dit schooljaar is het boek van jou. Dat is makkelijk als je volgend jaar iets wilt opzoeken, of iets moet leren voor een toets of je eindexamen. Wij wensen je veel succes en plezier met het vak aardrijkskunde. Team De Geo
Colofon Vormgeving en opmaak HollandseWerken / Marc Freriks, Zwolle Cartografisch tekenwerk en grafieken EMK, www.emk.nl Fotoresearch Lineair Beeldresearch, Arnhem Bureauredactie Taallandschap / Ellen Kremers, Deventer la
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 48226 3 Vierde druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
482263_BNWRK_BOEK.indb 2
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
4/05/20 10:14
3
Inhoud
Inhoud
CE
Thema en inhoud
Weer en klimaat 1 Het weer en het klimaat 1.1 Weer of klimaat? 1.2 De zon als motor: temperatuur 1.3 De zon als motor: luchtdruk en wind 1.4 De zon als motor: neerslag 1.5 De zon: motor van de luchtcirculatie 1.6 Bronnen Finish Examentraining 2 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Spanje en Nederland vergeleken Weer en klimaat in Europa Beschikbaarheid van water Klimaatverandering en extremer weer Bronnen Klimaatbeleid Finish Examentraining
3 Weer en klimaat in de VS 3.1 Het weer in de Verenigde Staten 3.2 Bronnen 3.3 Landbouw in de Verenigde Staten 3.4 Klimaatverandering en duurzaamheid in de VS 3.5 Klimaatbeleid van de VS Finish Examentraining Casus Extreem weer in de VS C.1 Tropische orkanen C.2 Tornado’s C.3 Hazard management Finish Examentraining
4 4 7 10 13 16 19 22 25
28 28 32 36 39 41 45 47 50 50 54 57 61 65 69 72 76 76 80 83 86 87
Bevolking en ruimte
Water
4
7 7.1 7.2 7.3
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
6 6.1 6.2 6.3 6.4
Bevolking en ruimte in Nederland 90 Bevolkingsgroei in Nederland 90 Regionale verschillen 94 De verstedelijking van Nederland 98 De Randstad 102 Bronnen 105 Finish 108 Examentraining 110 Bevolking en ruimte in Duitsland Bevolkingsgroei in Duitsland Regionale verschillen De verstedelijking van Duitsland Het Ruhrgebied Bronnen Finish Examentraining Bevolking en ruimte in China Bevolking in China Migratie in China Wonen in de stad Bronnen Finish Examentraining
Casus Megasteden in China C.1 Guangzhou in de Parelrivierdelta C.2 Shanghai in de Yangtzedelta C.3 De delta’s vergeleken Finish Examentraining
112 112 116 119 123 126 129 131
134 134 138 141 144 147 148 150 150 154 157 161 162
Water in Nederland Een land in de delta Een land van polders Watergebruik en waterwinning 7.4 Waterkwaliteit en waterkwantiteit 7.5 Gevolgen van klimaatverandering 7.6 Bronnen Finish Examentraining 8 Water in China 8.1 Rivieren en de waterkringloop 8.2 Rivieren in China 8.3 De Chang Jiang 8.4 De Huang He: te weinig water 8.5 Bronnen Finish Examentraining 9 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Water in het Midden-Oosten Het Midden-Oosten Water delen met de buren Toenemende watertekorten Oplossingen voor te weinig water Bronnen Finish Examentraining
164 164 167 170 174 177 180 183 185 188 188 191 194 198 202 205 207
210 210 214 218 221 224 227 229
Casus Ruzie om water 232 C.1 Stuwdammen in Turkije 232 C.2 Waterbouwkundige werken in de Nijl 236 C.3 Watermanagement 239 Finish 242 Examentraining 244
Ruimte voor aantekeningen 246 Bronvermelding 248
482263_BNWRK_BOEK.indb 3
4/05/20 10:14
4
Weer en klimaat
1
Hoe werken het weer en het klimaat?
Weer of klimaat?
Deelvraag
1
Het weer en het klimaat
Het weer en het klimaat
Hoofdvraag
1.1
1
Wat is de samenhang tussen het weer en het klimaat?
Gebruik de startfoto, de openingsfoto en alle figuren in deze paragraaf.
a Beschrijf het weer van vandaag.
3
Lees Weer en bekijk figuur 1.
a Bekijk de kaart van Nederland van 18 januari. In welke helft van Nederland is de bewolkingsgraad het hoogst: in de oostelijke of de westelijke helft? Leg uit hoe je dat ziet op de kaart.
b Welke onderdelen van jouw beschrijving van het weer in vraag 1a herken je in de foto’s en figuren? b Op welke dag en in welke provincie verwacht je de hoogste zonkracht? Geef twee argumenten voor je antwoord die je uit de figuur kunt afleiden. 2
Lees Weer.
a Bekijk op npostart.nl het weerbericht in het NOS Journaal van 20.00 uur van gisteren. Welke weerelementen komen in dit weerbericht voor?
c In welk seizoen en onder welke weeromstandigheden zal de zonkracht in Nederland het grootste zijn?
d Welke foto uit paragraaf 1.2 t/m 1.6 past bij de weersituatie van 18 januari? Leg je antwoord uit. b Bekijk op Buienradar.nl de weersvoorspelling voor jouw woonplaats op dit moment. Noteer een verschil en een overeenkomst tussen de voorspelling van Buienradar en die van het NOS Journaal.
c Welk woord uit de tekst past bij je vergelijking in vraag 2b? Leg je antwoord uit.
482263_BNWRK_BOEK.indb 4
4/05/20 10:14
1.1
4
Lees Klimaat en gebruik figuur 4.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Weer en klimaat in Nederland. Noteer twee verschillen en een overeenkomst tussen het weer en het klimaat. Verschil:
5
Weer of klimaat?
5
Lees Klimaatfactoren en gebruik figuur 2.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Land en zee, over temperatuurverschillen op het land en in zee, vanaf 0:49 minuten. Leg uit waarom water langzamer opwarmt dan land en ook langzamer afkoelt.
Overeenkomst:
b Nederland heeft een gematigd klimaat. Bekijk figuur 4. Wat is de gemiddelde temperatuur in de koudste en de warmste maand? En wat is de totale hoeveelheid neerslag over een jaar? Komt dit overeen met wat je in het filmpje hebt gezien?
c Bekijk de atlaskaart Europa - Fysisch milieu, Oorspronkelijke plantengroei. De oorspronkelijke plantengroei is de plantengroei die zou voorkomen in een gebied, zonder invloed van de mens. Wat is de oorspronkelijke plantengroei in Nederland? En op IJsland?
d Bekijk de atlaskaarten Europa - Klimaat, Temperatuur en neerslag in januari en Temperatuur en neerslag in juli. Noteer een oorzaak voor het verschil in oorspronkelijke plantengroei tussen Nederland en IJsland die je kunt afleiden uit beide kaarten.
b Leg met behulp van figuur 2 en je antwoord op vraag 5a uit hoe de zee kan zorgen voor een koele wind in de zomer en een warme wind in de winter.
c Bekijk de atlaskaart De aarde - Klimaatgebieden/ Zeestromen. De zeestromen op deze kaart worden aangedreven door winden die lange tijd uit dezelfde richting waaien. Hoe heet de warme zeestroom die warm water en warme, vochtige lucht naar Europa brengt?
d Hoe heet de koude zeestroom voor de kust van West-Afrika? Welk effect zal zo’n koude zeestroom in een kustgebied hebben?
e Zoek op internet een foto van de oorspronkelijke plantengroei van beide landen, print ze en plak ze in je schrift.
482263_BNWRK_BOEK.indb 5
4/05/20 10:14
6
1
Weer en klimaat
W1
Het weer en het klimaat
500
1.000 km
0
juli
5˚
0
januari
C
Gemiddelde temperatuur in Europa in januari en juli. 500
1.000 km
10
5 ˚C
˚C
˚C
an
At la
−10
˚C
an ce a
10
˚C 10
˚C
˚C
n
eO ch tis
15 ˚C 0˚
20 ˚C
C
25 ˚C
−5 ˚C
5˚
C
20 ˚C
20
5˚ C
10
20 ˚C
˚C
25 ˚C
C
0˚
25 ˚C
5˚
C 25 ˚C
˚C
˚C
20
−5
˚C
10 ˚C
5 ˚C
20 ˚C
20 ˚C
5 ˚C
5˚ C
15 ˚C
30 ˚C
10 ˚C
25
˚C
30 ˚C
˚C
0˚ C
˚C
˚C
−5
˚C 5 ˚C
20
−5 ˚C
0 ˚C
15
10 −5 ˚C
15
˚C
Atla ntis ch eO c
C
˚C
ea
−5
5˚
−15 ˚C
15
0 ˚C
10
˚C
−10
temperatuur in °C −20 - −5
6
−5 - 0
0-5
5 - 10
10 - 20
Lees Klimaatfactoren.
a Kleur W1 volgens de legenda. b Gebruik W1 en de atlaskaart Europa - Klimaat, Neerslag. De volgende steden hebben ieder een ander klimaat. Welke klimaatfactoren zorgen hiervoor? - Bergen (Noorwegen)
-
Kiev
20 - 35
Tips - Schrijf voor alle begrippen de betekenis op, uit je hoofd. Controleer deze met de begrippenlijst achter in je leerboek. Lukt dit nog niet? Dan kun je met de begrippenlijst erbij de betekenis oefenen. Vraag een klasgenoot om dit samen te doen, overhoor elkaar. - Loop de leerdoelen in de Finish een voor een na: kun je de antwoorden uit je hoofd geven? Als dat nog niet lukt, pak dan het leerboek en het werkboek erbij en schrijf de antwoorden op. - Op de methodesite kun je een samenvatting maken van de paragraaf.
Wat moet je kennen en kunnen? -
Athene
Herhaling 7
Check op de deelvraag.
Hoe kun je nou zelf checken of je genoeg weet, zodat je de deelvraag kunt beantwoorden? In elke paragraaf staat bij Herhaling een nieuwe manier om dit te doen. Bekijk in ieder geval altijd eerst het overzicht Wat moet je kennen en kunnen?
482263_BNWRK_BOEK.indb 6
• Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: bewolkingsgraad, breedteligging, gesteldheid van het aardoppervlak, hoogteligging, klimaat, klimaatfactor, uv-straling, weer, zonkracht. ( Op p. 46 in je leerboek vind je de definities.) • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je hebt in deze paragraaf geen vaardigheden geoefend.
4/05/20 10:14
1.2
7
De zon als motor: temperatuur
1.2 De zon als motor: temperatuur Deelvraag
1
Hoe hebben breedteligging, hoogteligging en ligging aan zee invloed op de gemiddelde temperatuur?
Verkenning.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Dag en nacht – Waarom is het ’s winters langer donker? Volgens dit filmpje staat de zon in Antarctica in de zomer laag aan de hemel. Je ziet de zon dan vlak boven de horizon. Welke baan van de zon in W2 hoort bij de winter en welke bij de zomer in Nederland? Schrijf winter en zomer op de juiste plek in de legenda. Leg je keuze uit en gebruik in je antwoord de lengte van de dag en de lengte van de nacht.
b Als je naar je antwoord op vraag 1a kijkt, in welk seizoen staat de zon dan het laagste aan de hemel in Nederland?
W2
70
De baan van de zon aan de hemel, in de winter en in de zomer in Nederland.
c Op de evenaar staat de zon altijd heel hoog aan de hemel (twee keer per jaar zelfs loodrecht boven je hoofd, dan heb je geen schaduw!). Leg uit hoe dat komt.
2
Lees Temperatuur.
a Hoe noem je de lijnen in W1?
b Bekijk figuur 5. Wereldwijd wordt de temperatuur van de lucht aan het aardoppervlak op dezelfde manier gemeten: met een thermometer op 1,5 m hoogte in een kastje dat open is aan de zijkanten zodat de lucht er vrij langs kan stromen, en de lucht in het kastje niet opwarmt. Waarom is elk kastje wit denk je?
c De thermometer in een weerkast meet altijd de laagste (minimum) en de hoogste (maximum) temperatuur op een dag. Waarom is dat zo denk je?
in graden
60 50 40 30 20 10 0
4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 uur wintertijd 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 uur zomertijd ............................................................................................ ............................................................................................
482263_BNWRK_BOEK.indb 7
4/05/20 10:14
8
Weer en klimaat
3
Lees Zoninvalshoek en breedteligging.
a Lees de volgende zinnen. Zet de cijfers 1 t/m 4 van de zinnen op de juiste plek in W3. 1 Het aardoppervlak neemt de zonnestralen op en warmt op. 2 De zon straalt energie uit. 3 De temperatuur van de atmosfeer neemt tot ongeveer 10 km hoogte af. 4 Het aardoppervlak geeft warmte af aan de lucht erboven. b Wat is de temperatuur op 1.000 m boven het aardoppervlak? En op 2.000 m boven het aardoppervlak?
1
Het weer en het klimaat
c Welke letter in figuur 6 past bij bundel 1, en welke bij bundel 2? Kies uit: A – B. A
B
d Welke andere factor bepaalt hoeveel zonne-energie het aardoppervlak verwarmt?
e Leg met behulp van figuur 6 en W4 het verband uit tussen de bolvorm van de aarde, de breedteligging, de zoninvalshoek en de hoeveelheid zonne-energie die op 1 m2 aardoppervlak valt.
Op 1.000 m Op 2.000 m c Lees de algemene regel. Zet de cijfers 1 t/m 4 onder elkaar en schrijf er het juiste woord of cijfer achter. In de atmosfeer neemt de [1] vanaf het [2] elke 1.000 m af met [3] °C tot ongeveer [4] km hoogte.
W4
De samenhang tussen de zoninvalshoek op lage en hoge breedte en de hoeveelheid zonnestralen per m2 aardoppervlak.
1 2
zonn
8.000 7.000
–56,5 –50 –43,5 –37
356 475
–17,5
540
4.000
–11
616
3.000
–4,5
701
+2
795
1.000
+8,5
889
0
+15
1.013
estr
–24
aal warmte
2.000
4
in
zon
307 410
5.000
0°
k2
oe
sh val
264
–30,5
6.000
2
226
5 hoeveelheid luchtmoleculen per m3
9.000
Mount Everest 8.848 m
luchtdruk in hPa
10.000
temperatuur in °C
11.000
De opwarming van de atmosfeer door het aardoppervlak en het temperatuurverloop in de atmosfeer. hoogte in m
W3
m
1
10
4
zoninvalshoek 90°
10 m
3
Lees Seizoenen en gebruik figuur 7 en 8 en vaardigheid 13 Verbanden leggen.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Dag en nacht – Waarom is het ’s winters langer donker? Bekijk vraag 1 en W2. Wanneer is in Nederland de zoninvalshoek midden op de dag het grootst: in de winter of in de zomer? Leg je antwoord uit.
Lees Zoninvalshoek en breedteligging en gebruik figuur 6.
a De twee bundels invallende zonnestralen in W4 zijn even groot. Van welke bundel is de zoninvalshoek het grootst: van bundel 1 of van bundel 2? b Tel de vierkantjes van beide bundels. Welke bundel invallende zonnestralen verwarmt het grootste oppervlak: bundel 1 of bundel 2?
482263_BNWRK_BOEK.indb 8
4/05/20 10:14
1.2
b Leg uit waarom de gemiddelde temperatuur in Nederland in de zomer hoger is dan die in de winter.
c Download en print W5 via de methodesite. Vul W5 in. d Bekijk figuur 8. Hoe zie je in figuur 8 dat in dit gebied veel neerslag valt? Verklaar het bijschrift bij de foto, waarbij je ingaat op de hoeveelheid zonne-energie die dit gebied ontvangt.
6
9
De zon als motor: temperatuur
d Leg uit waarom de zee in een gebied met seizoenen een sterkere matigende werking op de gemiddelde temperatuur heeft dan in een gebied op de evenaar.
e Bekijk op schooltv.nl het filmpje Zeestromen en wind – Ze beïnvloeden de temperatuur. Hoe beïnvloeden warme en koude zeestromen de temperatuur in kustgebieden?
Lees Andere invloeden op de gemiddelde temperatuur.
a In W3 zie je twee afbeeldingen van het aantal luchtmoleculen in een m3 lucht. Leg uit hoe dit verschil ontstaat.
b Op 6 km hoogte in een gebergte zoals de Himalaya is het gemiddeld kouder dan op zeeniveau op dezelfde breedtegraad. Leg uit hoe het kleinere aantal luchtdeeltjes per m3 hiervoor zorgt.
c Bekijk via de methodesite de kaart met de gemiddelde zeetemperatuur (sea surface temperature) van juli 2002 t/m april 2018. Vergelijk het verloop van de temperatuur in de Noordzee en in de Atlantische Oceaan op de evenaar. Wat valt je op?
482263_BNWRK_BOEK.indb 9
Herhaling 7
Maak een proefwerk.
Maak voor je klasgenoten proefwerkvragen en maak voor jezelf de antwoorden. Laat je proefwerk maken en kijk het samen na. Zo kom je erachter wat je nog niet helemaal weet of begrijpt. Dat kun je nog een keer herhalen.
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: isotherm, schaal van Celsius, temperatuur, thermometer, zoninvalshoek. ( Op p. 46 in je leerboek vind je de definities.) • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je beheerst de volgende vaardigheid: 13 Verbanden leggen.
4/05/20 10:14
10
Weer en klimaat
1
Het weer en het klimaat
1.3 De zon als motor: luchtdruk en wind Deelvraag
1
Wat is het verband tussen temperatuurverschillen van lucht, luchtdruk en wind aan het aardoppervlak? 2
Lees Luchtdruk en wind en gebruik figuur 9.
a Hoe noem je de lijnen in figuur 9? Wat laten ze zien?
b De gemiddelde wereldwijde luchtdruk op zeeniveau is ongeveer 1015 hPa. Teken in W6 de isobaar van 1015 hPa als een dikke zwarte lijn. Kleur het gebied met een luchtdruk hoger dan 1015 hPa rood en het gebied met een luchtdruk lager dan 1015 hPa blauw. c Zet op de plekken waar de luchtdruk het laagste is een L en op de plekken waar hij het hoogste is een H. d Teken met pijlen de windrichting in W6. W6
Luchtdruk aan het aardoppervlak in Europa op een bepaalde dag. 990 0 100
1015
00 011 10.
a W7 gaat over het ontstaan van lage en hoge luchtdruk rond de evenaar. Schrijf de cijfers 1 t/m 5 van de volgende zinnen op de juiste plek in W7. 1 Aan het aardoppervlak ontstaat een lagedrukgebied (minimum). 2 Boven in de atmosfeer stroomt lucht precies de andere kant op en daalt uiteindelijk richting het aardoppervlak. 3 De zon verwarmt het aardoppervlak sterk, dat op zijn beurt de lucht erboven opwarmt. Hierdoor gaat de lucht opstijgen. 4 Aan het aardoppervlak ontstaat een hogedrukgebied (maximum). 5 Vanuit de omgeving waar de luchtdruk hoger is, stroomt lucht over het aardoppervlak naar het lagedrukgebied toe (wind). b Zet de cijfers van de gebeurtenissen in vraag 2a in de juiste volgorde.
10 10
0 98 0 99 00 10
1020
1010 1020
Lees Luchtdruk en wind en gebruik figuur 10.
10 30
c Ga via de methodesite naar windy.com. Komt de luchtdrukverdeling aan het aardoppervlak overeen met die in W7? Leg je antwoord uit.
10 20
Berlijn
00 10 10 10
Rome
10 15
10 10 10 20
10 15
1020
10 30
1015
1000
980 990
10 10
0 103
15 10
0
500
Cairo 1.000 km
W7
Luchtcirculatiesysteem op de evenaar.
evenaar 30° N.B.
482263_BNWRK_BOEK.indb 10
0°
30° Z.B.
4/05/20 10:14
1.3
3
De zon als motor: luchtdruk en wind
4
Lees Luchtdruk en wind en gebruik figuur 11.
a Laat figuur 11 koude lucht zien die een gebied met warme lucht binnenkomt, of warme lucht die een gebied met koude lucht binnenkomt?
b Lees de volgende zinnen. Schrijf de cijfers 1 t/m 3 van de zinnen op de juiste plek in W8. 1 Aan het aardoppervlak ontstaat een lagedrukgebied (minimum). 2 Warme en koude lucht mengen niet makkelijk met elkaar, en warme lucht is lichter dan koude lucht. Daarom beweegt de warme lucht omhoog over de koude lucht. 3 Koude lucht komt in een gebied met warme lucht. c Zet de cijfers van de gebeurtenissen in vraag 3b in de juiste volgorde.
d Welke van de drie zinnen uit vraag 3b past niet bij W9? Herschrijf deze zin zo, dat hij wel klopt met wat je ziet in W9. Tip: kijk nog eens naar je antwoord bij vraag 3a.
11
Lees Windkracht, windsnelheid en windrichting.
a Zet in W6 een X op de plek waar de wind het hardst waait. Leg uit waarom je die plek hebt gekozen. b Ga naar knmi.nl en bekijk de pagina over de windschaal van Beaufort met tabel. Zoek op internet foto’s die passen bij een windkracht van 0 Bft, 3 Bft en 6 Bft. Print ze en plak ze in je schrift. Schrijf er de juiste windkracht bij. c Lees de tekst en bekijk de filmpjes via de methodesite. Welke foto uit dit hoofdstuk in je leerboek past hierbij? Wat is de maximale windkracht tijdens deze storm?
5
Lees Windkracht, windsnelheid en windrichting.
a Gebruik de atlaskaart Nederland - Klimaat, Wind. Wat is de overheersende windrichting in Nederland?
b Gebruik de atlaskaart Nederland - Klimaat, Windsnelheid. Waar in Nederland zijn de gemiddelde wind snelheden het hoogst? Verklaar dit. e Zet in W9 de L van lagedrukgebied op de juiste plaats. W8
Het botsen van koude en warme lucht.
koude lucht
warme lucht
L bewegingsrichting front
W9
Het botsen van warme en koude lucht.
warme lucht
koude lucht
bewegingsrichting front
482263_BNWRK_BOEK.indb 11
4/05/20 10:14
12
Weer en klimaat
6
1
Het weer en het klimaat
Herhaling
Lees Windkracht, windsnelheid en windrichting.
Verklaar het ontstaan van de winden in W10. Gebruik je kennis over het ontstaan van luchtdrukverschillen door temperatuurverschillen uit paragraaf 1.2 en 1.3 en het opwarmen en afkoelen van zee en land uit paragraaf 1.1.
7
Speel het taboewoordenspel.
Je werkt in tweetallen. Van je docent(e) krijgt een van jullie de opdrachtenkaartjes. Op deze kaartjes staan begrippen in vet gedrukt, met daaronder drie woorden. Degene die de kaartjes krijgt, probeert het begrip uit te leggen, zonder de woorden te gebruiken die onder het begrip staan. De ander moet het begrip raden.
Wat moet je kennen en kunnen?
W10
Land- en zeewind gedurende dag en nacht in de zomer in een kustgebied, bijvoorbeeld in Nederland.
overdag
1 km
zeewin
d
warm land heet landoppervlak
• Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: aanlandige wind, aflandige wind, barometer, depressie, hogedrukgebied, isobaar, lagedrukgebied, landwind, luchtdruk, maximum, minimum, schaal van Beaufort, wind, windkracht, windrichting, windroos, windsnelheid, zeewind. ( Op p. 46 in je leerboek vind je de definities.) • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je hebt in deze paragraaf geen vaardigheden geoefend.
koel water 50 km
nacht
1 km
landwin
d
koud land heet landoppervlak
warm water 50 km
482263_BNWRK_BOEK.indb 12
4/05/20 10:14
1.4
De zon als motor: neerslag
13
1.4 De zon als motor: neerslag Deelvraag
1
Hoe ontstaat neerslag?
Verkenning.
a Welke vormen van neerslag ken jij?
b Zoek een foto van de vormen van neerslag die je in vraag 1a hebt genoteerd, print ze en plak ze in je schrift. c Hoe ontstaat neerslag denk je?
2
Lees Luchtvochtigheid en het ontstaan van wolken en gebruik figuur 14.
c Als de temperatuur van de lucht in luchtsoort 3 afneemt, wordt de luchtvochtigheid groter / kleiner en raakt de lucht verzadigd. Vervolgens ontstaan er wel / geen waterdruppels en zie je wel / geen wolken. Als de temperatuur van de lucht in luchtsoort 3 toeneemt, wordt de luchtvochtigheid groter / kleiner en kunnen er wel / geen waterdruppels ontstaan en zie je wel / geen wolken. In luchtsoort 1 moet de temperatuur meer / minder afnemen dan luchtsoort 2 voordat er neerslag ontstaat. In luchtsoort 3 moet de temperatuur meer / minder afnemen dan in luchtsoort 2, voordat er neerslag ontstaat. d In figuur 14 zie je wel wolken, maar valt er geen neerslag. Geef hiervoor een verklaring, waarbij je ingaat op het verband tussen de vochtigheid van de lucht en de grootte van de waterdruppels in de wolken.
a Schrijf in W11 droge lucht en vochtige (natte) lucht in het juiste vak. b In welke luchtsoort in W11 is de luchtvochtigheid het grootst?
W11 100 90
e Bekijk op schooltv.nl het filmpje Neerslag – Hoe ontstaat regen, hagel en sneeuw? Welke nieuwe informatie geeft dit filmpje je?
Luchtvochtigheid.
percentage waterdamp
80 70 60 50 luchtsoort 3
40 30 20 10
luchtsoort 1
0
482263_BNWRK_BOEK.indb 13
luchtsoort 2
lucht met een temperatuur van 25 ÂşC
3
Lees Soorten neerslag en gebruik figuur 15.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Verschillende soorten regen tot ongeveer 1 minuut. Bij welk W-nummer in paragraaf 1.1 t/m 1.3 past de tekst in het leerboek en het filmpje? Leg je antwoord uit.
4/05/20 10:14
14
Weer en klimaat
b Bekijk W7 nog een keer. Waar in W7 ontstaat neerslag? Teken op die plek wolken. Leg je antwoord uit.
c Waar in W7 ontstaat geen neerslag? Zet hier een X. Leg je antwoord uit.
d Hoe noem je de neerslag die in W7 ontstaat?
4
Lees Soorten neerslag en gebruik figuur 16.
a Bekijk W8 nog een keer. Schrijf het woord front op de juiste plaats in W8. Waar in W8 ontstaat neerslag? Teken op die plek wolken. Leg je antwoord uit.
1
Het weer en het klimaat
5
Lees Soorten neerslag en gebruik figuur 17.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Verschillende soorten regen van ongeveer 1:00 tot 1:26 minuten. De regen uit dit filmpje kan natuurlijk ook vallen als sneeuw of hagel. Schrijf de cijfers 1 t/m 7 van de volgende zinnen op de juiste plek in W12. 1 Dit is de lijzijde van het gebergte. 2 Hier daalt de lucht en warmt op. 3 Dit is de loefzijde van het gebergte. 4 De wolken die er nog zijn, verdampen en er valt geen neerslag. 5 De wind komt aan de loefzijde bij het gebergte aan. 6 Dit gebied ligt in de regenschaduw. 7 De lucht moet omhoog en koelt af. Er vormen zich wolken en er valt neerslag. b Zet de cijfers van de zinnen in vraag 5a in de juiste volgorde.
c Bekijk de atlaskaarten Noord-Amerika - Natuurkundig en Noord-Amerika - Jaarlijkse Neerslag. Geef een verklaring voor het verschil in jaarlijkse neerslag tussen het westelijke kustgebied en het binnenland. b Bekijk op schooltv.nl het filmpje Verschillende soorten regen van ongeveer 1:26 minuten tot het einde. De regen uit dit filmpje kan natuurlijk ook vallen als sneeuw of hagel. Past het filmpje beter bij W8 of bij W9? Leg je antwoord uit.
c Schrijf in W9 op de juiste plaats het woord front. Geef in W9 aan waar neerslag ontstaat door wolken te tekenen. Leg je antwoord uit.
d Bekijk de atlaskaarten op het kaartblad AziĂŤ Natuurkundig. Welk gebergte zorgt in China voor een regenschaduw?
e Bekijk de atlaskaarten Europa - Klimaat, Neerslag en Europa - Natuurkundig. Geef twee voorbeelden van gebieden in Europa die in de regenschaduw liggen.
W12
Stuwingsneerslag.
d Hoe heet de neerslag die ontstaat in W8 en W9?
482263_BNWRK_BOEK.indb 14
4/05/20 10:14
1.4
6
Lees Waterkringloop en gebruik figuur 18.
a Bekijk figuur 18 heel goed. Doe dan je leerboek dicht. W13 laat de waterkringloop zien, maar er ontbreekt uitleg. Vul W13 uit je hoofd aan. b Wissel je werkboek uit met dat van een klasgenoot. Vergelijk W13 van je klasgenoot met figuur 18. Wat klopt nog niet? Vul dat aan in het werkboek van de ander. c Bespreek jullie aanvullingen met elkaar.
W13
15
De zon als motor: neerslag
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: afstromen, bevriezen, condenseren, droge lucht, frontale neerslag, infiltreren, lijzijde, loefzijde, luchtvochtigheid, natte lucht, neerslag, regenschaduw, smelten, stijgingsneerslag, stuwingsneerslag, verdampen, vochtige lucht, waterkringloop. ( Op p. 46 in je leerboek vind je de definities.) • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je hebt in deze paragraaf geen vaardigheden geoefend.
De waterkringloop.
Herhaling 7
Leren met nieuws.
Zoek in een krant twee berichten die gaan over weer, klimaat en neerslag ergens in de wereld. Lees deze berichten door. Onderstreep met groen alle woorden en zinnen die je herkent uit deze paragraaf. Geef met blauw aan wat je makkelijk vindt in de tekst en met oranje wat je moeilijk vindt. Probeer in de paragraaf (en vorige paragrafen) op te zoeken wat je niet begrijpt van de oranje teksten. Herhaal deze begrippen en verbanden uit de paragrafen nog een keer.
482263_BNWRK_BOEK.indb 15
4/05/20 10:14
16
1
Weer en klimaat
Het weer en het klimaat
1.5 De zon: motor van de luchtcirculatie Deelvraag
1
Hoe hangen de gemiddelde temperatuur, luchtdruk, wind en neerslag samen op mondiale schaal en welke patronen kun je hierin zien?
Verkenning.
Ga via de methodesite naar windy.com. a Op welke breedtegraden zie je vooral lageluchtdrukgebieden en op welke breedtegraden vooral hogeluchtdrukgebieden?
c Waaien winden in een rechte lijn van hoge druk naar lage druk, of niet? Wat valt je op?
2
a Kleur in W14 de luchtdrukgordels volgens de legenda. Zet een L in de lage luchtdrukgordels en een H in de hoge luchtdrukgordels. b Aan de rechterkant van de aardbol zie je een doorsnede. Teken met behulp van figuur 20 de luchtstromen in die doorsnede. Schrijf hierin ook L en H aan het aardoppervlak op de juiste plaatsen. c Geef de pijlen in de doorsnede de juiste kleur volgens de legenda.
b Welke overheersende windrichtingen zie je en op welke breedtegraden komen ze voor?
W14
Lees Wereldwijde luchtdrukgordels en gebruik alle figuren in deze paragraaf.
De wereldwijde luchtcirculatie. Noordpool
60째 N.B.
1
2
3
30째 N.B.
evenaar
2
30째 Z.B.
luchtdrukzone 1
60째 Z.B.
1
2
3
windrichting warme lucht Zuidpool
482263_BNWRK_BOEK.indb 16
koude lucht
4/05/20 10:14
1.5
d Op welke plek in de doorsnede passen de foto’s van figuur 21 en 22? Schrijf de figuurnummers op de juiste plek in de doorsnede. Leg je antwoord uit.
17
De zon: motor van de luchtcirculatie
d Vergelijk je tekening in W15 met figuur 19. Is het windpatroon hetzelfde?
e Leg uit hoe het komt dat de winden die waaien tussen 30 en 50° N.B. en Z.B. een afwijking hebben naar rechts op het noordelijk halfrond en naar links op het zuidelijk halfrond. e Bekijk de atlaskaart De aarde - Klimaat/Fysische zones, Jaarlijkse neerslag. Tussen welke breedtegraden valt er in Afrika en Europa veel neerslag? En tussen welke breedtegraden weinig?
f f
Verklaar met behulp van W14 en figuur 20 het neerslagpatroon in Afrika en Europa op de atlaskaart.
Waarom moet je met je rug naar het hogedrukgebied staan, als je de wet van Buys Ballot wilt toepassen?
g Maak vraag 1d in paragraaf 1.3 nog een keer. Had je de windrichting al goed ingetekend of heb je deze nu toch veranderd?
3
Lees Wereldwijde windsystemen: mondiale luchtcirculatie en gebruik figuur 19.
W15
a Bekijk het filmpje via de methodesite. Op welke breedtegraad leg je de grootste afstand per etmaal af en op welke breedtegraad de kleinste? Op welke breedtegraad is dan je snelheid het grootste?
De afwijking van de wind van een rechte lijn tussen hoge en lage luchtdruk door de draaiing van de aarde. 90° N.B. 60° N.B.
30° N.B.
b Leg met behulp van het filmpje uit waar een vliegtuig zal landen, als het probeert vanaf de evenaar in een rechte lijn naar het noorden te vliegen.
evenaar
0°
30° Z.B.
c Wat je hebt uitgelegd in vraag 3b, geldt ook voor winden. Winden waaien niet in een rechte lijn van hoge naar lage druk, maar krijgen een afwijking. In W15 is voor het noordelijk halfrond de richting van een wind getekend: van de hogeluchtdrukgordel naar de evenaar. Teken alle andere winden met de juiste afwijking in W15.
482263_BNWRK_BOEK.indb 17
60° Z.B. 90° Z.B.
4/05/20 10:14
18
Weer en klimaat
4
Lees Wereldwijde windsystemen: mondiale luchtcirculatie en gebruik figuur 19.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Luchtstromen op aarde – Van hoge- naar lagedrukgebied. Teken in W14 de overheersende mondiale winden aan het aardoppervlak op het noordelijk en zuidelijk halfrond: - passaatwinden - westenwinden - oostelijke winden b Vergelijk W14 met het beeld in Windy.com uit vraag 1. Wat zijn overeenkomsten en wat zijn verschillen?
1
Het weer en het klimaat
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: luchtdrukgordel, Wet van Buys Ballot. ( Op p. 46 in je leerboek vind je de definities.) • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je hebt in deze paragraaf geen vaardigheden geoefend.
c Wat zouden verklaringen kunnen zijn voor de verschillen?
Herhaling 5
Maak een woordweb (mindmap).
Neem een leeg vel A3-papier. Schrijf de deelvraag van de paragraaf in het midden. Schrijf de belangrijke begrippen rondom die deelvraag op. Geef verbanden aan tussen de begrippen met een lijn of pijl en schrijf erbij waarom en hoe de begrippen samenhangen. Bij deze paragraaf kun je ook goed tekeningen in je woordweb maken.
482263_BNWRK_BOEK.indb 18
4/05/20 10:14
1.6
1.6 Bronnen Deelvraag
1
Welke klimaten en vegetatiezones komen waar voor op aarde en waarom daar?
Verkenning.
b Bekijk op schooltv.nl het filmpje over Klimaatzones van de wereld – Waarom zijn er verschillende klimaatzones? Welke klimaatzones worden in dit filmpje genoemd? Welke vegetatie komt daar voor?
Gebruik bron 1 en 6.
a Over welk hoofdklimaat gaat bron 1?
b Welke subklimaten horen bij klimaatgrafiek A en B? Leg je antwoord uit.
c Gebruik de atlaskaart De aarde - Klimaatgebieden/ Zeestromen. Kleur in W16 de klimaatgebieden die passen bij bron 1. d Met welke klimaatfactoren kun je verklaren waarom deze klimaten juist daar op aarde voorkomen? Leg je antwoord uit.
482263_BNWRK_BOEK.indb 19
19
Klimaten in de wereld
a Welke vijf klimaatfactoren bepalen ook alweer welk klimaat in een gebied voorkomt? Tip: Gebruik paragraaf 1.1.
2
Bronnen: Klimaten in de wereld
e Gebruik de atlaskaart De aarde - Oorspronkelijke plantengroei. Welke oorspronkelijke plantengroei komt in deze klimaatzone voor? Welke oorspronkelijke plantengroei zie je op de foto van bron 1?
3
Gebruik bron 2 en 6.
a Over welk hoofdklimaat gaat bron 2?
b Welke subklimaten horen bij klimaatgrafiek A en B? Leg je antwoord uit.
c Gebruik de atlaskaart De aarde - Klimaatgebieden/ Zeestromen. Kleur in W16 de klimaatgebieden die passen bij bron 2. d Met welke klimaatfactoren kun je verklaren waarom deze klimaten juist daar op aarde voorkomen? Leg je antwoord uit.
e Gebruik de atlaskaart De aarde - Oorspronkelijke plantengroei. Welke oorspronkelijke plantengroei komt in deze klimaatzone voor? Welke oorspronkelijke plantengroei zie je op de foto van bron 2?
4/05/20 10:14
CE
Vmbo-kgt Werkboek De Geo Werkboek 4 Vmbo-kgt
SE Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
CE
CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water
www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 482263
482263_OMSL.indd 1
4/05/20 10:25