www.examenbundel.nl
examenbundels Nederlands Engels Duits Frans wiskunde biologie nask 1 nask 2 aardrijkskunde economie geschiedenis maatschappijkunde
978-90-06-39198-5 978-90-06-39177-0 978-90-06-39192-3 978-90-06-39199-2 978-90-06-39194-7 978-90-06-39165-7 978-90-06-39195-4 978-90-06-39178-7 978-90-06-39182-4 978-90-06-39166-4 978-90-06-39189-3 978-90-06-39164-0
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
Nederlands 2F biologie nask 1 nask 2 rekenen 2F wiskunde aardrijkskunde economie geschiedenis
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
vmbo vmbo kgt vmbo kgt vmbo gt vmbo vmbo kgt vmbo gt vmbo kgt vmbo gt
2017|2018
E.G. Arnold R.C. Seriese
vmbo gt / mav0 geschiedenis
vmbo gt / mav0
samengevat
®
De bundel is speciaal samengesteld voor
examenbundel
vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo (k)gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo
vmbo gt / mav0 geschiedenis
Bundels voor al je vakken bestel je op
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391893_EB_vmGes_OS.indd 2-4
9 789006 391893
11/05/17 14:05
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 1
09-05-17 11:47
®
2017|2018
E.G. Arnold R.C. Seriese
vmbo gt / mavo geschiedenis
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 1
09-05-17 11:47
Colofon Auteurs E.G. Arnold R.C. Seriese Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 39189 3 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
® Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 2
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het centraal vmbo-examen geschiedenis en staatsinrichting 2018. Dat gaat over Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) en Historisch Overzicht (vanaf 1900). In deze examenbundel vind je: – algemene informatie over het centraal examen, – belangrijke vaardigheden om je goed voor te bereiden op het maken van de examenvragen, – een lijst met historische begrippen die belangrijk zijn bij geschiedenis en staatsinrichting, – een stappenplan voor het leren van de examenstof, – voorbeeldopgaven van vraagtypen die je op het examen kunt verwachten. Twee oriëntatietoetsen bieden je de mogelijkheid om vooraf je kennis te testen. Wanneer je je score invoert op www.examenbundel.nl krijg je een persoonlijk studieadvies over welke vragen uit de examenbundel jij in ieder geval zou moeten oefenen. Met de oefenvragen en examenvragen in deze examenbundel kun je zelfstandig oefenen en je resultaat beoordelen. We laten je bij elk hoofdonderwerp apart oefenvragen maken, zodat duidelijk wordt welke onderdelen nog extra aandacht nodig hebben. De vragen van het examen 2017 gt eerste tijdvak zijn ook opgenomen in deze examenbundel. Als je iets wilt opzoeken over een examenonderwerp, kun je kijken in het chronologisch overzicht, de begrippenlijst en het overzicht van relevante personen bij beide hoofdonderwerpen. Aan het eind van elk hoofdonderwerp staan nuttige internetsites. Op www.examenbundel.nl vind je behalve de antwoorden van de oriëntatietoetsen ook algemene informatie over je examen, wat je moet leren, de datum waarop het examen wordt afgenomen, extra oefenmateriaal, enzovoort. En je vindt hier direct na het examen de antwoorden en het correctievoorschrift van het examen. Het centraal examen geschiedenis vmbo 2018 wordt afgenomen op woensdag 16 mei 2018 tussen 9.00 en 11.00 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2017 E.G. Arnold R.C. Seriese
Opmerking De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteurs en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 3
3
09-05-17 11:47
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 1
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Inhoud
3 voorwoord
deel 2a
oefenexamen met uitwerkingen
6 wat je moet weten over het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting 2018 8 examentraining theorie 10 examentraining praktijk 33 antwoorden op de voorbeeldopgaven 37 algemene begrippen geschiedenis en staatsinrichting
deel 1
Oefenexamen 167 opgaven 186 uitwerkingen
deel 2b
examen zonder uitwerkingen Examen 2017-I 193 opgaven
oefenen op onderwerp 1 Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) 43 schematisch overzicht oefenvragen 44 oefenvragen 67 uitwerkingen 72 chronologisch overzicht 74 begrippen 82 relevante personen 85 internetsites
bijlagen cijferbepaling
2 Historisch overzicht (vanaf 1900) 86 schematisch overzicht oefenvragen 87 oefenvragen 117 uitwerkingen 122 chronologisch overzicht 127 begrippen 140 relevante personen 147 internetsites oriëntatietoetsen nagaan wat je al weet
151 oriëntatietoets 1: Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) 158 oriëntatietoets 2: Historisch overzicht (vanaf 1900)
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 5
5
09-05-17 11:47
Examenbundel 2017 | 2018
Wat je moet weten over het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting 2018 De onderwerpen Het centraal schriftelijk examen geschiedenis en staatsinrichting 2018 gaat over de onderwerpen: 1 Kerndeel: Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) 2 Kerndeel: Historisch Overzicht (vanaf 1900), waarin opgenomen de verrijkingsdelen: A De opkomst en de gevolgen van het communisme in de Sovjetunie (1917-1941) B Indonesië als voorbeeld van dekolonisatie (1942-1949) Hoe ziet het centraal examen geschiedenis eruit en hoe lang duurt het examen? Op het examen krijg je twee boekjes: 1 Een boekje met bronnen (ongeveer 25 bronnen) 2 Een boekje met vragen (ongeveer 40 vragen) Bronnenboekje examen VMBO-GL en TL
Examenopgaven VMBO-GL en TL
2018
2018
tijdvak 1
GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL
GESCHIEDENIS EN STAATSINRICHTING CSE GL EN TL
Gebruik het bronnenboekje
Dit examen bestaat uit 40 vragen. Voor dit examen zijn maximaal 57 punten te behalen. Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten maximaal behaald kunnen worden.
300005-582-528o
Boekje met vragen.
300005-582-528b
Boekje met bronnen.
De bronnen en de vragen gaan over beide onderwerpen. Vóór elke vraag staat het aantal te behalen punten. In totaal kunnen er ongeveer 60 punten worden behaald. De te behalen punten (en het aantal vragen) zijn niet gelijk verdeeld over beide onderwerpen: Staatsinrichting circa 30%, Historisch Overzicht circa 50% en verrijkingsdelen circa 20%. Het examen duurt 120 minuten. Je krijgt open vragen en meerkeuzevragen. Het examen is over het algemeen lang en tijdrovend. Het is dus belangrijk dat je goed doorwerkt. Controleer als je klaar bent of je alle vragen hebt beantwoord. Let op: bij vorige examens werden vooral de open vragen en de chronologievragen slecht gemaakt. Besteed aan dit soort vragen dus extra aandacht bij je voorbereiding op het examen. Geef op open vragen antwoord in hele zinnen.
6
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 6
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
WAT JE MOET WETEN
De normering van het centraal examen en de vaststelling van je cijfer Je examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent. Daarna kijkt een geschiedenis docent van een andere school het nog eens na. Samen stellen zij het puntentotaal vast. Afhankelijk van de landelijke examenresultaten wordt door de centrale examencommissie de omrekening van punten naar cijfers vastgesteld. Voorbereiding op het centraal examen geschiedenis en staatsinrichting Om goed voorbereid te zijn op het centraal examen zijn twee dingen belangrijk: 1 Je moet uit je leerboek of uit een speciaal examenkatern de historische overzichten van de examenonderwerpen heel goed bestuderen. 2 Je moet de in het examenprogramma voorgeschreven vaardigheden beheersen. Hulpmiddelen Bij het centraal examen geschiedenis is een eendelig verklarend woordenboek Nederlands en het basispakket hulpmiddelen toegestaan. Het basispakket bestaat uit schrijfmaterialen, tekenpotlood, blauw en rood kleurpotlood, liniaal met millimeterverdeling, passer, geodriehoek, vlakgum en elektronisch rekenapparaat. Een verklarend woordenboek Nederlands kan je gebruiken als je twijfelt aan de betekenis van een woord. Gebruik het niet te vaak, anders kom je misschien in tijdnood. Als een omschrijving in het woordenboek afwijkt van de vakterm in het examenprogramma, mag je er niet op rekenen dat die omschrijving goed gerekend wordt. Hoe bereid je je met deze bundel en www.examenbundel.nl voor op het centraal examen? Stappenplan Stap 1
Lees de informatie over het centraal examen op pagina 6 en 7.
Stap 2 Bestudeer de theorie van de examentraining op pagina 8 en 9 en de algemene begrippen geschiedenis en staatsinrichting op pagina 38 t/m 40. Stap 3 Bestudeer de Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) en het Historisch Overzicht (vanaf 1900) uit je leerboek of uit een examenkatern. Stap 4
Maak de Quickscan op www.examenbundel.nl.
Stap 5 Maak van beide onderwerpen de oefenvragen uit deze examenbundel . Als je in de opgaven een begrip of persoon in kleur ziet staan, ga je naar de begrippenlijst of het overzicht van relevante personen. Stap 6 Maak de oriëntatietoetsen om te controleren welke oefenvragen je nog een keer moet bekijken. Bezoek af en toe een interessante website. Op de laatste pagina van elk onderwerp worden een paar websitetips gegeven. Stap 7 Controleer met de omschrijvingen van de examenstof van beide onderwerpen en de c hronologische overzichten of alles is behandeld in de les. Stap 8 Maak de vragen van ‘examentraining praktijk’ vanaf pagina 10. Hiermee oefen je alle typen vragen die je op het centraal examen kan verwachten. Stap 9 Maak het centraal examen van 2017 eerste tijdvak. Kijk je antwoorden na op www.examenbundel.nl en bereken je resultaat. Dan zal blijken of je klaar bent voor het centraal examen 2018! Wanneer het resultaat tegenvalt, begin je opnieuw bij Stap 1.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 7
7
09-05-17 11:47
Examenbundel 2017 | 2018
Examentraining theorie Belangrijke vaardigheden voor het examen Als het goed is, heb je al veel vaardigheden aangeleerd en geoefend. Voor het examen zijn er belangrijke vaardigheden die je zeker moet beheersen: 1 Je moet weten hoe je een bron moet bekijken en beoordelen. Om je hierbij te helpen zijn in Examentraining theorie hieronder een groot aantal aandachtspunten op een rijtje gezet. 2 Oefen met de verschillende vraagtypen: open en gesloten vragen, beschrijvende vragen, verklarende vragen en waarderende (evaluatieve) vragen. Veelvoorkomende vraagstellingen hebben we als voorbereiding voor je examen in Examentraining praktijk hierna op een rijtje gezet.
Waarop moet je letten bij het beoordelen van informatie/bronnen? 1 Bron en vraagstelling Het is niet mogelijk het verleden te bestuderen zonder daarbij gebruik te maken van bronnen. Door het bestuderen van zo veel mogelijk verschillende bronnen kan een gebeurtenis uit het verleden zo betrouwbaar mogelijk worden weergegeven. Omdat er heel veel soorten bronnen bestaan, zetten we hieronder wat punten op een rijtje die je kunnen helpen bij het beoordelen van de waarde en de betrouwbaarheid van een bron. a Wat voor soort bron is het? –– geschreven/ongeschreven –– prenten/kaarten/foto’s/cartoons/affiches/grafieken/tabellen b Uit welke tijd is de bron afkomstig? –– Is de bron gemaakt in de tijd waarover de bron gaat? –– Is de bron later gemaakt? Zo ja, wanneer? c Waaruit is de bron afkomstig? –– boek/tijdschrift/krant –– overheidsbron of geen overheidsbron d Wat is er bekend over de maker van de bron? –– Wie/wat voor iemand? –– Was de maker aanwezig bij de gebeurtenis die in de bron wordt weergegeven? –– Met welke bedoeling heeft de maker de bron gemaakt? –– Was de maker emotioneel betrokken bij de gebeurtenis? –– Wat weet je van de standplaatsgebondenheid van de maker? Een arbeider bijvoorbeeld zal anders over loonsverlaging denken dan een fabrikant. e Wat is er bekend over de inhoud van de bron? –– Waarover gaat de informatie? –– Voor wie is de informatie in de bron bestemd? –– Wat is het doel van de informatie: voorlichting, propaganda? –– Welke feiten, meningen, (voor)oordelen worden gegeven? –– Gelden deze feiten, meningen, (voor)oordelen voor een groep, een volk of een persoon?
8
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 8
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
f
Examentraining theorie
Hoe betrouwbaar is de bron? –– Wordt de bron door andere bronnen bevestigd of tegengesproken? –– Staan er bij de mening in de bron argumenten die controleerbaar zijn? –– Is de maker van de bron representatief voor de groep waarvan hij/zij deel uitmaakt? Een bron van een aanhanger van het liberale Tweede Kamerlid Van Houten kan representatief zijn voor het standpunt van zijn aanhangers, maar dat wil niet zeggen dat de inhoud van zo’n bron representatief is voor alle liberalen. –– Wat kun je met de bron bewijzen? –– Op welke vraag geeft de bron een antwoord?
2 Feit en mening Je moet weten wat het verschil is tussen een feit en een mening. Een feit is in het vak geschiedenis een algemeen erkende waarheid, bijvoorbeeld dat de industriële revolutie is begonnen in Engeland. Een mening is een standpunt, waarmee niet iedereen het eens zal zijn, bijvoorbeeld dat kinderarbeid onmisbaar is voor een goedlopende economie. 3 Oorzaak en gevolg Je moet weten wat het verschil is tussen oorzaak en gevolg. Een voorbeeld: door de verwoestingen in de Tweede Wereldoorlog (= oorzaak), ontstond er in Nederland woningnood in de jaren vijftig (= gevolg). 4 Interpretatie Dit wil zeggen dat je na het bestuderen van een bron, of meerdere bronnen, de gegevens uit die bron(nen) kunt verwerken in een uitleg. 5 Inleving en standplaatsgebondenheid Er wordt van je verwacht dat je jezelf kunt inleven in een andere tijd in de geschiedenis. Bij het onderwerp Staatsinrichting van Nederland moet je je bijvoorbeeld kunnen inleven in de gedachten en gevoelens van de Nederlanders die streden voor algemeen kiesrecht. Bij het bestuderen van bronnen moet je ook rekening houden met de standplaatsgebondenheid van een persoon. Een directeur van de spoorwegen bijvoorbeeld zal weinig positiefs te melden hebben over spoorwegstakers. 6 Veranderingen (discontinuïteit) en dingen die hetzelfde zijn gebleven (continuïteit) Wanneer je een langere periode uit de geschiedenis bestudeert, moet je weten welke dingen veranderen en welke dingen hetzelfde zijn gebleven. In de negentiende eeuw kregen steeds meer Nederlandse mannen kiesrecht (= continuïteit). Vrouwen mochten in de negentiende eeuw niet stemmen (= continuïteit). In 1917 kregen vrouwen passief kiesrecht en in 1919 actief kiesrecht (= discontinuïteit).
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 9
9
09-05-17 11:47
Examenbundel 2017 | 2018
Examentraining praktijk Na bestudering van de examentraining theorie ga je nu leren welke typen vraagstellingen je op het centraal examen kunt verwachten met daarbij een of meer vragen uit de praktijk van de laatste jaren. We gebruiken vraagformuleringen die je ook op het examen mag verwachten. Let op: bij vorige examens werden vooral de open vragen, de vragen over de verrijkingsdelen (gt) en de chronologievragen slecht gemaakt. Besteed aan dit soort vragen dus extra aandacht bij het oefenen. Vraagtypen in het centraal examen I Vragen die duidelijk maken dat je de ‘relevante personen’ goed hebt bestudeerd II Vragen die duidelijk maken of je gebeurtenissen goed kunt plaatsen in de tijd III Vragen waarbij je moet laten zien dat je weet wat een historisch onderzoek inhoudt IV Vragen die duidelijk maken dat het belangrijk is dat je staatkundige kaarten en gebeurtenissen die daar invloed op hebben goed hebt bestudeerd V Meerkeuzevragen zonder bron VI Meerkeuzevragen met bron VII Open vragen zonder bron VIII Vragen waarbij je na een keuze een argumentatie moet geven IX Chronologie- en volgordevragen X Combinatievragen type 1 XI Combinatievragen type 2 XII Combinatievragen type 3 XIII Gesloten vragen XIV Vragen met meerdere bronnen XV Vragen met een invultekst XVI Vragen met een tijdbalk XVII Vragen met een grafiek of tabel XVIII Vragen waarin het gaat om kenmerken XIX Vragen waarin het gaat om redenen of verklaringen XX Vragen met juist/onjuist of goed/fout XXI Vragen waarin het gaat om ontwikkelingen XXII Algemene vragen over en door perioden heen XXIII Vragen waarin het gaat om het leggen van verbanden
10
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 10
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
I Vragen die duidelijk maken dat je de ‘relevante personen’ goed hebt bestudeerd
bron 1 Over een politiek leider rond 1900.
In de Sociaal Democratische Bond (SDB) kreeg hij al spoedig de leiding. Hij was eerder predikant geweest. Hij was radicaal en fel; niemand kon met meer hartstocht het volk in beweging brengen dan hij. Veel socialisten vereerden hem als een heilige. In het Noorden én in Amsterdam had hij grote invloed op de arbeiders. In 1886 werd hij tot een jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens het beledigen van de koning. In 1888 werd hij door een district in Friesland naar de Tweede Kamer afgevaardigd. Hij had eigenlijk geen vertrouwen in het parlement. Er was maar één weg: die van revolutie. Een deel van de socialisten keerde zich van hem af en stichtte een nieuwe partij.
Gebruik bron 1. 1 → Over welke politiek leider gaat de bron?
II Vragen die duidelijk maken of je gebeurtenissen goed kunt plaatsen in de tijd. Hiervoor moet je het chronologisch overzicht met de belangrijkste jaartallen goed kennen.
bron 2 Een bijeenkomst van vrouwen.
Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht
Gebruik bron 2. 2 Wanneer is deze foto gemaakt? A rond 1860 B rond 1900 C rond 1940 D rond 1980
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 11
11
09-05-17 11:47
EXAMENTRAINING PRAKTIJK
Examenbundel 2017 | 2018
3 Hieronder staan enkele titels van hoofdstukken uit een boek over Nederland in de twintigste eeuw: Hoofdstuk 1: 1900-1920 Hoofdstuk 2: 1920-1940 Hoofdstuk 3: 1940-1960 Hoofdstuk 4: 1960-1980 Hoofdstuk 5: 1980-2000 →→ Bij welk hoofdstuk hoort de Eerste Feministische Golf en bij welk hoofdstuk de Tweede Feministische Golf? Eerste Feministische Golf
Tweede Feministische Golf
A
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 3
B
Hoofdstuk 1
Hoofdstuk 4
C
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
D
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 5
E
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 4
F
Hoofdstuk 3
Hoofdstuk 5
III Vragen waarbij je moet laten zien dat je weet wat een historisch onderzoek inhoudt
bron 3 Voorpagina van een blad (1930)
12
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 12
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
bron 4 Een poster van de ANWB (=Algemene Nederlandse Wielrijdersbond) uit 1916
bron 5 Eerste uitbetaling van de AOW (1957)
bron 6 A ffiche van de Bond van Arbeiderszangverenigingen (1921)
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 13
13
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
bron 7 Viering van Bevrijdingsdag (1945)
Gebruik bron 3, 4, 5, 6 en 7. 4 Stel, je doet onderzoek naar de verzuiling in Nederland en je hebt deze vijf bronnen tot je beschikking. →→ Welke twee bronnen zijn kenmerkend voor de Nederlandse verzuiling? Verklaar je keuze. Doe het zo: Bron …(vul nummer van de bron in) is kenmerkend, want …(verklaar je keuze). Bron …(vul nummer van de bron in) is kenmerkend, want …(verklaar je keuze).
bron 8 Een bijeenkomst van Nederlandse bisschoppen (1870)
14
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 14
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
bron 9 Voorpagina van een tijdschrift van een politieke partij (1890)
bron 10 De ‘Christelijke Jongelings Vereniging Daniël’ in Gouda (1924)
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 15
15
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
bron 11 Een getuige van een gebeurtenis (1918)
Hij riep de arbeiders op om te gaan demonstreren. Op 11 november maakte hij zijn programma bekend. Diezelfde avond hield hij een hartstochtelijke toespraak waarbij hij de arbeidersklasse in Nederland opriep de politieke macht te grijpen. bron 12 Een tekst over de Vrije Universiteit (1920)
De ‘kleine luyden’ tellen mee! Door de toegenomen welvaart kunnen mensen die zelf niet meer dan lager onderwijs hebben gehad, hun zonen naar de Vrije Universiteit sturen. De ‘kleine luyden’ spelen in Nederland een belangrijke rol in de kerk, in de politiek en in de maatschappij.
Gebruik bron 8, 9, 10, 11 en 12. 5 Stel, je doet onderzoek naar de geschiedenis van de ARP in Nederland en je vindt deze vijf bronnen. →→ Welke twee bronnen geven informatie over de geschiedenis van de ARP? Schrijf alleen de nummers op.
IV Vragen die duidelijk maken dat het belangrijk is dat je staatkundige kaarten en gebeurtenissen die daar invloed op hebben goed hebt bestudeerd. Alle kaarten en schema’s die je in de leerstof tegenkomt moet je daarom aandachtig bekijken.
bron 13 Een kaart van Europa.
16
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 16
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
Gebruik bron 13. 6 → Welke gebeurtenis hoort bij deze afbeelding? A de invoering van de euro B de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap C de oprichting van de Europese Unie D de uitbreiding van de Europese Gemeenschap
V Meerkeuzevragen zonder bron
7 → Welke bewering over Europese wetgeving is juist? Europese wetgeving A gaat boven de nationale wetgeving van lidstaten. B is gericht op lidstaten die de euro hebben ingevoerd. C is voor de lidstaten niet van betekenis. D wordt opgesteld door het Europese Hof van Justitie.
8 Aletta Jacobs werd ook bekend door haar strijd voor meer politieke rechten voor vrouwen. Welke bewering over de oprichting van de VvVK (= de Vereeniging voor Vrouwenkiesrecht) is juist? A Aan het einde van de negentiende eeuw werd de VvVK opgericht om de strijd te steunen voor de financiële gelijkstelling van jongens en meisjes in het onderwijs. B Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker zorgden met de oprichting van de VvVK voor het begin van de Tweede Feministische Golf. C De oprichting van de VvVK was een belangrijke gebeurtenis tijdens de Eerste Feministische Golf, waarbij het verkrijgen van vrouwenkiesrecht het belangrijkste doel was. D Nadat vrouwen algemeen kiesrecht hadden gekregen, richtten Aletta Jacobs en Wilhelmina Drucker de VvVK op.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 17
17
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
VI Meerkeuzevragen met bron
bron 14 Een spotprent uit 1993.
Toelichting Op de kip staat Europa. Op de kuikens staat: Oekraïne, Hongarije, Polen, Kroatië en Slovenië.
Gebruik bron 14. 9 → Welke omschrijving hoort bij de prent? A De NAVO biedt bescherming aan haar West-Europese lidstaten die bedreigd worden door de communistische landen uit Oost-Europa. B Door de Marshallhulp van de Verenigde Staten kan een aantal Europese landen weer op eigen benen staan. C Door het wegstemmen van de Europese grondwet is de Europese Unie in een crisis terechtgekomen en wordt nu uitgelachen door de Europese landen die geen EU-lid zijn. D Na het uiteenvallen van de Sovjetunie streven de landen uit het voormalig Oostblok naar het lidmaatschap van de Europese Unie.
VII Open vragen zonder bron
10 → Welke taak heeft de nationale ombudsman in de Nederlandse rechtsstaat?
11 De confessionelen wilden in de Grondwet van 1917 financiële gelijkstelling van het bijzonder en het openbaar onderwijs opnemen. De socialisten wilden daaraan meewerken in ruil voor confessionele steun bij een ander onderdeel van de grondwet. →→ Voor welk onderdeel van de grondwet wilden de socialisten steun?
18
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 18
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
VIII Vragen waarbij je na een keuze (bijvoorbeeld wel of niet, terecht of onterecht, voor- of tegenstander) een argumentatie moet geven
12 Regelmatig laait in Nederland de discussie op over de rechten van gevangenen die levenslang hebben gekregen. →→ Vind jij dat levenslanggestraften dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers? Geef een politiek of juridisch argument. Doe het zo: Ik vind dat levenslanggestraften wel/niet (maak een keuze) dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat … (geef een politiek of juridisch argument).
bron 16
bron 15
2p
Gebruik bron 15. Gebruik 16.zien die een kanaal uitgraven. Stel je voor dat een voorstander en 13 De bron laat bron arbeiders een tegenstander van het beleid vandie Stalin de kanaal bron bekijken. Er wordt aan je beiden De bron laat arbeiders zien een uitgraven. Stel voor dat een gevraagd een propaganda-onderschrift te maken bij de bron. voorstander en een tegenstander van het beleid van Stalin de bron bekijken. Er Bedenk bij de bron een propaganda-onderschrift van een mogelijke voorstander en wordt aan van beiden gevraagd een propaganda-onderschrift te maken bij de bron. tegenstander het beleid van Stalin. Doe het zo: 30 Bedenk bij de bron een propaganda-onderschrift van een mogelijke voorstander voorstander: … en tegenstander van het beleid van Stalin. tegenstander: …
Doe het zo: voorstander: … tegenstander: …
maximumscore 2 Voorbeeld van een juist antwoord is: • voorstander: Sovjetburgers werken samen aan een goede toekomst van het 19 © ThiemeMeulenhoff land / door ons allemaal goed in te zetten, zal de Sovjetunie economisch machtig worden 1 • tegenstander: Sovjetburgers betalen de prijs voor Stalins succes / 9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 19 economische vooruitgang over de ruggen van de Sovjetburgers 09-05-17 11:47 1
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
IX Chronologie- en volgordevragen. Je moet een aantal stappen van een ontwikkeling in de juiste volgorde zetten of je moet een aantal onderwerpen, gebeurtenissen, bronnen of fragmenten in de juiste tijdsvolgorde zetten. Bij volgordevragen is het belangrijk dat je de chronologische overzichten goed hebt bestudeerd.
14 Enkele stappen die worden gezet voordat een wetsvoorstel een wet wordt: 1 De Eerste Kamer gaat akkoord met het wetsvoorstel. 2 De Koningin zet haar handtekening onder de wet. 3 De Minister maakt een wetsvoorstel. 4 De Tweede Kamer gaat akkoord met het wetsvoorstel. →→ Wat is de juiste volgorde voor het totstandkomen van een wet? Schrijf alleen de nummers op. Doe het zo: Eerst …, dan … , vervolgens … en ten slotte …
bron 16 Drie fragmenten van grondwetten uit verschillende perioden.
fragment 1: De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door alle mannelijke inwoners van Nederland vanaf 23 jaar. Iedere mannelijke inwoner mag slechts één stem uitbrengen. fragment 2: De leden van de Tweede Kamer worden in de kiesdistricten gekozen door meerderjarige mannen. Deze mannen mogen stemmen wanneer zij een bepaald bedrag aan belasting betalen. fragment 3: De leden van de Tweede Kamer worden rechtstreeks gekozen door de Nederlanders die de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt.
Gebruik bron 16. 15 De drie fragmenten gaan over de wijze waarop de Tweede Kamer wordt gekozen. →→ Zet de fragmenten in de juiste tijdsvolgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst … , dan … en ten slotte … (vul nummers in) 16 Enkele gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog: 1 de aanval op Pearl Harbor 2 de atoombom op Hiroshima 3 de Duitse inval in Polen 4 de invasie in Normandië →→ Zet de gebeurtenissen in de juiste volgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, dan …, vervolgens … en ten slotte … (vul nummers in).
20
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 20
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
X Combinatievragen type 1. Je moet een beschrijving geven of een bron combineren met een bepaald begrip. Bij deze vragen is het belangrijk dat je de begrippenlijst van elk onderwerp goed in je hoofd hebt.
17 Enkele beschrijvingen van rechten van de Tweede Kamer: a De Kamer heeft het recht om de begroting van een minister af te wijzen, te veranderen en aan te nemen. b De Kamer heeft het recht om een commissie in te stellen die onderzoek doet naar de rol van de overheid in een bepaalde kwestie. c De Kamer heeft het recht om een minister ter verantwoording te roepen. d De Kamer heeft het recht om in een wetsvoorstel van de minister een verandering aan te brengen vóórdat het voorstel wordt aangenomen. e De Kamer heeft het recht om zelf met een wetsvoorstel te komen. Enkele rechten van de Tweede Kamer: 1 het budgetrecht 2 het recht van amendement 3 het recht van enquête 4 het recht van initiatief 5 het recht van interpellatie →→ Welke beschrijving hoort bij welk recht? Doe het zo: Beschrijving a hoort bij recht … (vul nummer in) (enz. tot en met beschrijving e)
Nederland en Europa
bron 2 Affiche van een omroep uit de jaren twintig. bron 17 Affiche van een omroep uit de jaren twintig
1p
Gebruik bron 2.
Gebruik bron 17. 18 In 1930 nam de Nederlandse regering het ‘zendtijdenbesluit’. Daarmee werd alle beschikbare radiozendtijd eerlijk in vieren gedeeld. Zo werden de vier omroepverenigingen (NCRV, VARA, AVRO en KRO) allemaal gelijk behandeld. Welk begrip past bij de bron? A mobilisatie B ontzuiling 18 C secularisatie D verzuiling
omroepverenigingen (NCRV, VARA, AVRO Welk begrip past bij de bron? E mobilisatie F ontzuiling © ThiemeMeulenhoff G secularisatie H verzuiling
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 21
21
09-05-17 11:47
bron 3 Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije. examentraining praktijk Examenbundel 2017 | 2018 De Eerste Wereldoorlog XI Combinatievragen type 2. Je moet kiezen in welke periode een Enkele gebeurtenissen zichworden. afspelen in de periode van 1914 tot 1945. bron geplaatst die moet bron 3 Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije. bron 18 Kroonprins Frans Ferdinand van Oostenrijk/Hongarije
bron 4 Een Nederlandse verzetsgroep brengt een explosieve lading aan in de strijd bron19 4 Een Nederlandse verzetsgroep brengt een explosieve lading aan in de strijd tegen de bron tegen de Duitseverzetsgroep overheersing. Duitse overheersing Een Nederlandse brengt een explosieve lading aan in de strijd tegen de Duitse overheersing.
syllabus geschiedenis en staatsinrichting BB – KB – GT – mei 2007
66
syllabus geschiedenis en staatsinrichting BB – KB – GT – mei 2007 22
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 22
66
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
bron 5 Examentraining De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutralepraktijk Nederland.
vmbo gt / mavo geschiedenis
bron 5 De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutrale Nederland. bron 20 De opvang van Belgische vluchtelingen in het neutrale Nederland
bron 6 Koningin Wilhelmina keert naar Nederland. bron 21 Koningin Wilhelmina keert terug terug naar Nederland bron 6 Koningin Wilhelmina keert terug naar Nederland.
Gebruik bron 18, 19, 20 en 21. 19 Hieronder staan drie periodes: periode A: de Eerste Wereldoorlog periode B: het Interbellum periode C: de Tweede Wereldoorlog → Geef per bron aan bij welke periode die hoort. Doe het zo: Bron 18 hoort bij periode: … (vul in: periode A, B of C). (enz. tot en met bron 21)
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 23
23
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
bron 22 Uit een troonrede
De handhaving van het financiële evenwicht is de laatste jaren bevorderd door de Marshallhulp. Toch is op economisch gebied waakzaamheid geboden. De regering moet maatregelen nemen op het gebied van de loon- en prijspolitiek en vraagt daarvoor eerst advies aan de samenwerkende organisaties van werkgevers en werknemers. De bevordering van de industrialisatie blijft een kernpunt van de economische politiek. Nederland heeft zich de afgelopen vijf jaar uit de diepste ellende opgetrokken. Daaruit mag vertrouwen worden geput dat ons volk krachtig genoeg is om haar taak te vervullen.
Gebruik bron 22. 20 → Uit welke tijd is deze troonrede afkomstig: de jaren dertig, vijftig of zeventig van de vorige eeuw? Geef daarna twee voorbeelden uit de bron waarom de troonrede afkomstig moet zijn uit die tijd. Doe het zo: De troonrede is afkomstig uit de jaren … (vul in: dertig, vijftig of zeventig), omdat … en omdat … (geef twee voorbeelden uit de bron).
XII Combinatievragen type 3. Vragen waarbij je een gebeurtenis moet combineren met het gevolg op die gebeurtenis.
21 Enkele gebeurtenissen: 1 de Russische Revolutie 2 oprichting van de NAVO 3 uitvinding van de atoombom in de Verenigde Staten Enkele gevolgen: a de oprichting van het Warschaupact b het begin van een jarenlange wedloop in kernwapens c westers wantrouwen ten opzichte van de Sovjetunie →→ Welk gevolg hoort bij welke gebeurtenis? Let op! Elke gebeurtenis en elk gevolg mag maar één keer gebruikt worden. Doe het zo: Bij gebeurtenis 1 hoort gevolg … (vul een letter in) (enz. tot en met gebeurtenis 3)
XIII Gesloten vragen over een bepaald onderwerp, waarbij je uit een lijst van beschrijvingen of enkele bronnen een keuze moet maken. Soms moet je kiezen welke beschrijvingen of bronnen wel met het onderwerp te maken hebben of welke er juist niet mee te maken hebben.
22 Enkele belangrijke politieke onderwerpen: a abortus en euthanasie b bestrijding van de criminaliteit c energie en transport d softdrugs en coffeeshops e toerisme →→ Over welke twee onderwerpen zijn binnen de Europese Unie belangrijke afspraken gemaakt? Vul alleen de letters in.
24
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 24
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
XIV Vragen met meerdere bronnen, waaruit je een keuze moet maken of ze passen bij een bepaald onderwerp, een bepaalde periode of een bepaald kenmerk De bronnen 23 tot en met 27 gaan over vijf gebeurtenissen in de periode 1860-1920 en staan in willekeurige volgorde.
bron 23
Het laatste doodvonnis in Nederland wordt voltrokken in 1860. In 1870 wordt de doodstraf uit het strafrecht geschrapt. In het militair recht blijft de doodstraf bestaan. bron 24
Door de uitbreiding van het kiesrecht in 1917 krijgt Nederland eindelijk het algemeen kiesrecht. Elke man vanaf 23 jaar mag nu stemmen. Vrouwen mogen wel worden gekozen, maar mogen zelf niet stemmen. bron 25
In Nederland wordt in 1898, twee jaar na de introductie van de eerste auto, de rijvergunning verplicht. Daarmee is Nederland het eerste land dat een nationaal nummerbord invoert. bron 26
Bij de invoering van de Woningwet in 1901 krijgen de gemeenten onder meer de mogelijkheid om woningen onbewoonbaar te verklaren. De gemeenten worden ook verantwoordelijk gehouden voor de naleving van de bouwvoorschriften. bron 27
Multatuli publiceert in 1860 de roman Max Havelaar. Daarin schrijft hij over de slechte behandeling van de inlandse bevolking in Indonesië.
Gebruik bron 23 t/m 27. 23 → In welke twee bronnen staan gebeurtenissen die Nederlandse arbeiders het meest hebben geholpen bij het verbeteren van hun leefomstandigheden in de periode 1860-1920? Geef ook aan waarom dat een verbetering was. Doe het zo: Bron …(vul een nummer in), omdat …(volgt verklaring). Bron …(vul een nummer in), omdat …(volgt verklaring).
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 25
25
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
XV Vragen met een invultekst
24 Vier Europese instellingen: 1 de Europese Commissie 2 de Europese Raad van Ministers 3 het Europees Parlement 4 het Europese Hof van Justitie Invultekst over de besluitvorming in de Europese Unie: Nieuwe wetten worden voorgesteld door …(a)… . Wanneer het voorstel is besproken en goedgekeurd door …(b)… wordt het daarna besproken en als besluit vastgesteld door …(c)… . →→ Vul op de drie opengelaten plaatsen de juiste naam in van de Europese instelling. Let op! Er blijft één instelling over. Doe het zo: a = … (vul nummer in) (enz. tot en met c)
XVI Vragen met een tijdbalk
25 Hieronder staat een tijdbalk.
A
1800
1825
1850
B
1875
C
1900
D E
1925
1950
1975
2000
Enkele belangrijke politieke gebeurtenissen in Nederland in de periode van 1800 tot 2000: 1 De PvdA wordt opgericht om de verzuiling te doorbreken. 2 De regering vlucht vanuit Nederland naar Londen. 3 Het districtenstelsel wordt vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. 4 Kuyper richt de eerste politieke partij (ARP) in Nederland op. 5 Thorbecke krijgt opdracht tot herziening van de grondwet. →→ Geef per gebeurtenis aan bij welke letter in de tijdbalk (A, B, C, D of E) deze gebeur tenis hoort. Let op! Elke letter mag maar één keer gebruikt worden. Doe het zo: Bij gebeurtenis 1 hoort letter … (vul letter in). (enz. tot en met gebeurtenis 5)
26
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 26
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
26 Vijf gebeurtenissen tussen 1915 en 1945: 1 D-day 2 de beurscrisis op Wallstreet 3 het sluiten van de Vrede van Versailles 4 het uitbreken van de Russische revolutie 5 Hitler komt aan de macht in Duitsland
A 1 915
B 1920
C 1925
D 1930
E 1935
F 1940
1945
→→ Geef per gebeurtenis aan bij welke periode van de tijdbalk (A, B, C, D, E of F) die hoort. Let op! Een periode kan meer dan één keer gebruikt worden. Doe het zo: Gebeurtenis 1 hoort bij periode … (vul letter in). (enz. tot en met gebeurtenis 5)
XVII Vragen met een grafiek of tabel
bron 28 Twee grafieken met informatie over de Nederlandse samenleving tussen 1900 en 1990
Gebruik bron 28. 27 Drie onderwerpen: a echtscheidingen b emigratie c geboortecijfer → Welke grafiek past bij welk onderwerp? Let op! Er blijft één onderwerp over. Doe het zo: Bij grafiek 1 past onderwerp … (vul letter in). Bij grafiek 2 past onderwerp … (vul letter in). © ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 27
27
09-05-17 11:47
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
bron 29 Kerkelijkheid en niet-kerkelijkheid in Nederland vanaf 1960 in procenten van de totale bevolking
kolom 1
kolom 2
kolom 3
kolom 4
jaartal
…………
…………
…………
niet-christelijke godsdiensten
1960
18%
40%
38%
4%
1975
26%
38%
32%
4%
1980
27%
38%
30%
5%
1985
30%
37%
28%
5%
1990
37%
33%
25%
5%
1995
39%
33%
21%
7%
2000
40%
32%
20%
8%
2007
43%
28%
19%
10%
Gebruik bron 29. 28 → Bij welke kolom hoort het opschrift ‘niet-kerkelijkheid’? A kolom 1 B kolom 2 C kolom 3
28
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 28
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:47
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
XVIII Vragen waarin het gaat om kenmerken
bron 30 Verkiezingsaffiche van de NSB (in de jaren dertig)
Gebruik bron 30. 29 In de bron zijn kenmerken van het nationaal-socialisme te herkennen. →→ Noem er twee.
bron 13 een spotprent over de Sovjetunie bron 31 Een spotprent over de Sovjetunie
Toelichting Als een van de weinige leiders van de Sovjetunie bereikte Mikojan de pensioengerechtigde leeftijd (op zijn koffer staat: ‘met pensioen’). © ThiemeMeulenhoff bron 14
29
uit een krantenartikel
Engelse bomaanval op Den Haag
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 29
09-05-17 11:48
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
Gebruik bron 31. 30 In de bron wordt de spot gedreven met een kenmerk van het stalinisme. →→ Welk kenmerk is dat? A censuur B indoctrinatie C persoonsverheerlijking D propaganda E zuiveringen
XIX Vragen waarin het gaat om het geven van een (of meer) reden(en) of verklaring(en). Let bij dit soort vragen heel goed op, want soms wordt er speciaal gevraagd naar een historische, internationale, politieke, economische, sociale of culturele verklaring/reden.
31 In 1917 werd het districtenstelsel vervangen door het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. →→ Noem een politieke reden waarom besloten is tot invoering van het stelsel van evenredige vertegenwoordiging.
32 De Verenigde Staten werden in hun strijd tegen het terrorisme gesteund door Nederland. →→ Noem één historische reden waarom veel Nederlanders de Verenigde Staten steunden in hun strijd tegen het terrorisme.
33 In 1943 riep een belangrijk Engels tijdschrift Stalin uit tot man van het jaar. →→ Geef een politieke of militaire verklaring waarom een Engels tijdschrift in 1943 Stalin uitriep tot man van het jaar.
XX Vragen met juist/onjuist of goed/fout
bron 32 Een tekst over grondrechten
Klassieke grondrechten zijn anders dan sociale grondrechten. Sociale grondrechten werden het eerst in de grondwet opgenomen. Een ander verschil is dat klassieke grondrechten zorgen voor de bescherming van burgers tegen de overheid. Voorbeelden van klassieke grondrechten zijn het recht op rechtsbijstand en vrijheid van meningsuiting. Voorbeelden van sociale grondrechten zijn het recht op werk en vrijheid van godsdienst.
Gebruik bron 32. 34 In de tekst zitten drie fouten. →→ Welke drie fouten zitten in de tekst? Schrijf de fouten op en verbeter ze. Doe het zo: De eerste fout is … (noem de fout). Het moet zijn … (schrijf de verbetering op). (enz. tot en met de derde fout)
30
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 30
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
35 Enkele beweringen over de Eerste Wereldoorlog: 1 Bij het uitbreken van de oorlog waren Rusland en de Verenigde Staten de belangrijkste geallieerde landen. 2 De aanleiding voor de oorlog was de aanval van Oostenrijk-Hongarije op Joegoslavië. 3 De Duitse aanval liep in België en Noord-Frankrijk vast in een loopgravenoorlog. 4 Duitsland en Oostenrijk-Hongarije waren bondgenoten van elkaar. 5 Het communisme en het nationalisme waren twee belangrijke oorzaken van de Eerste Wereldoorlog. →→ Geef per bewering aan of deze juist of onjuist is.
XXI Vragen waarin het gaat om ontwikkelingen
36 Rond 1900 waren veel mensen in Europa van mening dat het leven in de toekomst alleen maar beter zou worden. →→ Noem een ontwikkeling rond 1900 die zorgde voor dit grote vertrouwen in de toekomst.
bron 33 Een krantenbericht over Oudejaarsnacht 2008
Gebruik bron 33. 37 → Bij welke maatschappelijke ontwikkeling hoort het initiatief van de beide raadsleden? A democratisering B emancipatie C ontzuiling D secularisatie E verstedelijking
XXII Algemene vragen over en door perioden heen
38 Hieronder staan vijf gebeurtenissen die vanaf 1848 in Nederland hebben plaatsgevonden: 1 In Amsterdam breekt de Februaristaking uit. 2 In de omgeving van Arnhem vindt operatie Market Garden plaats. 3 In Den Haag heeft Willem III een conflict met het parlement over de Luxemburgse kwestie. 4 In Rotterdam houdt Troelstra een toespraak waarin hij de arbeiders oproept in opstand te komen. 5 In Rotterdam wordt de binnenstad gebombardeerd door de Duitse luchtmacht. →→ Zet de gebeurtenissen in de juiste tijdvolgorde, van vroeger naar later. Doe het zo: Eerst …, dan …, dan …, vervolgens … en ten slotte … (vul alleen de nummers in).
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 31
31
09-05-17 11:48
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
XXIII Vragen waarin het gaat om het leggen van verbanden
bron 34 De Duitse geheime politie schrijft op 11 november 1938 in een rapport:
Afgelopen nacht zijn er 191 synagogen en 11 buurthuizen in brand gestoken. Nog eens 76 synagogen zijn tot de grond toe verwoest. Daarnaast zijn er zo’n 20.000 Joden opgepakt. Er vielen 36 doden en er waren ook 36 zwaargewonden. Deze doden en gewonden zijn Joden.
39 Gebruik bron 34. →→ Leg uit dat de gebeurtenis in de bron past bij een kenmerk van het nationaalsocialisme. Doe dit door: –– eerst het kenmerk te noemen van het nationaalsocialisme, en –– daarna met een voorbeeld uit de bron dat kenmerk aan te tonen.
32
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 32
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
UITWERKING
Antwoorden op de voorbeeldopgaven 1 Over (Ferdinand) Domela Nieuwenhuis 2 B 3 B 4 – Bron 3 is kenmerkend, want er is sprake van een aparte katholieke radio-omroep/ radioblad. –– Bron 6 is kenmerkend, want er is sprake van een aparte (socialistische) arbeiderszangvereniging. 5
– Bron 10 –– Bron 12
6 B 7 A 8 C 9 D 10 Uit het antwoord moet blijken dat de taak van de nationale ombudsman bestaat uit het (onafhankelijk en onpartijdig) behandelen van klachten van burgers over de (instanties van de) overheid / het optreden van de overheid. 11 Uit het antwoord moet blijken dat de socialisten steun vroegen voor het algemeen kiesrecht (voor mannen). 12 Voorbeeld van een juist antwoord is: Ik vind dat levenslanggestraften wel dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat iedereen in Nederland voor de wet gelijk is / het gelijkheidsbeginsel voor iedereen geldt. of Ik vind dat levenslanggestraften niet dezelfde grondrechten moeten hebben als alle andere Nederlandse burgers, omdat het gelijkheidsbeginsel alleen van toepassing zou moeten zijn op mensen die de grondwet respecteren / niet de grondrechten van anderen schenden. 13 Voorbeeld van een juist antwoord is: –– Voorstander: Sovjetburgers werken samen aan een goede toekomst van het land / door ons allemaal goed in te zetten, zal de Sovjetunie economisch machtig worden. –– Tegenstander: Sovjetburgers betalen de prijs voor Stalins succes / economische vooruitgang over de ruggen van de Sovjetburgers. Opmerking: Het antwoord dient een duidelijk propagandistisch karakter te hebben. 14 Eerst 3, dan 4, vervolgens 1 en ten slotte 2 Opmerking: Er is maar één juiste volgorde. 15 Eerst 2, dan 1 en ten slotte 3 16 Eerst 3, dan 1, vervolgens 4 en ten slotte 2
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 33
33
09-05-17 11:48
UITWERKING
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
17 Maximumscore 3 Beschrijving a hoort bij recht 1 Beschrijving b hoort bij recht 3 Beschrijving c hoort bij recht 5 Beschrijving d hoort bij recht 2 Beschrijving e hoort bij recht 4 18 D 19 Bron Bron Bron Bron
18 19 20 21
hoort hoort hoort hoort
bij bij bij bij
periode periode periode periode
A C A C
20 Voorbeeld van een juist antwoord is: –– De troonrede is afkomstig uit de jaren vijftig, omdat er sprake is van (twee van de volgende): –– Marshallhulp. –– Geleide loon- en prijspolitiek. –– Samenwerking tussen werkgevers en werknemers. –– Bevordering van industrialisatie. –– Wederopbouw van Nederland. 21 Bij gebeurtenis 1 hoort gevolg c Bij gebeurtenis 2 hoort gevolg a Bij gebeurtenis 3 hoort gevolg b 22
– Onderwerp b –– Onderwerp c
23 Uit het antwoord moet blijken: –– In bron 24, omdat arbeiders kiesrecht kregen / invloed konden uitoefenen op het politieke beleid van partijen. –– In bron 26, omdat arbeiders betere woonomstandigheden/woningen kregen (door de invoering van de Woningwet). 24 a = 1 b=3 c=2 25 Bij Bij Bij Bij Bij
gebeurtenis gebeurtenis gebeurtenis gebeurtenis gebeurtenis
26 Gebeurtenis Gebeurtenis Gebeurtenis Gebeurtenis Gebeurtenis
1 2 3 4 5
1 2 3 4 5
hoort hoort hoort hoort hoort
hoort hoort hoort hoort hoort
bij bij bij bij bij
letter letter letter letter letter
E D C B A
periode periode periode periode periode
F C A A D
27 Bij grafiek 1 past onderwerp a (=echtscheidingen). Bij grafiek 2 past onderwerp c (=geboortecijfer).
34
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 34
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
Examentraining praktijk
UITWERKING
28 A 29 Voorbeeld van een juist antwoord is (twee van de volgende): –– het brengen van de nazigroet. –– leidersbeginsel. –– de aanhangers zijn in het zwart gekleed / zwarthemden / uniformen. –– streven naar volkseenheid door middel van één partij / NSB. –– afkeer van de verdeeldheid door partijen / afkeer van democratie. –– er staan alleen maar mannen afgebeeld / vooral mannen houden zich bezig met politiek. 30 E 31 Voorbeeld van een juist antwoord is: –– Bij evenredige vertegenwoordiging maken ook kleinere politieke partijen kans gekozen te worden in vertegenwoordigende organen, zoals de Tweede Kamer. –– Bij evenredige vertegenwoordiging is er een eerlijker afspiegeling van de politieke voorkeur van de bevolking. 32 Uit het antwoord moet blijken dat veel Nederlanders de Verenigde Staten steunden, omdat (één van de volgende): –– toen Nederland werd aangevallen door Duitsland (tijdens de Tweede Wereldoorlog) de Amerikanen Nederland hebben geholpen en mede hebben bevrijd. –– Nederland en de Verenigde Staten beide lid zijn van de NAVO. –– beide landen vrije westerse/kapitalistische landen zijn met nauwe economische en politieke banden. –– Nederland economisch afhankelijk is van de Verenigde Staten. 33 Voorbeeld van een juist antwoord (één van de volgende): –– politieke verklaring: Stalin / de Sovjet-Unie was in 1943 in de strijd tegen Nazi-Duitsland een bondgenoot van Groot Brittannië. –– militaire verklaring: Stalin / de Sovjet-Unie hoorde bij de geallieerden / beschikte over een groot leger / had met zijn leger een grote krachtsinspanning geleverd (bijvoorbeeld de overwinning in de slag bij Stalingrad). 34 Uit het antwoord moet blijken dat: De eerste fout is dat sociale grondrechten het eerst in de grondwet zijn opgenomen. Het moet zijn: later / het laatst of klassieke grondrechten werden voor het eerst opgenomen in de grondwet. De tweede fout is dat het recht op rechtsbijstand een klassiek grondrecht is. Het moet zijn: een sociaal grondrecht. De derde fout is dat vrijheid van godsdienst een sociaal grondrecht is. Het moet zijn: een klassiek grondrecht. 35 Bewering Bewering Bewering Bewering Bewering
1 2 3 4 5
is is is is is
onjuist onjuist juist juist onjuist
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 35
35
09-05-17 11:48
UITWERKING
examentraining praktijk
Examenbundel 2017 | 2018
36 Voorbeeld van een juist antwoord is (één van de volgende): –– De industrialisatie / de technologische ontwikkelingen/uitvindingen had(den) de mensen een groot vertrouwen in de toekomst gegeven. –– De opkomst van het socialisme leek / de vakbonden leken de nadelen van de industrialisatie, zoals de sociale kwestie, op te lossen. 37 A 38 Eerst 3, dan 4, dan 5, vervolgens 1 en ten slotte 2. 39 Voorbeeld van een juist antwoord is: –– kenmerk: antisemitisme/jodenhaat –– voorbeeld uit de bron: er wordt geweld gebruikt tegen joden / joodse winkels / joodse gebedshuizen / joden worden gearresteerd/gedood of raken gewond.
36
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 36
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
Algemene begrippen geschiedenis en staatsinrichting In de volgende lijst staan omschrijvingen van belangrijke historische begrippen die je in examenvragen kunt tegenkomen. Elk begrip wordt kort uitgelegd, soms met behulp van een voorbeeld. De lijst van begrippen is niet volledig. Samen met je docent kun je de lijst uitbreiden met andere algemene historische begrippen die je in vragen of bronnen tegenkomt. Aanleiding Een gebeurtenis die iets in beweging zet. Een bekend voorbeeld is het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Er waren verschillende oorzaken waardoor de spanningen in Europa in 1914 hoog opliepen. De moord op Frans Ferdinand was de aanleiding van de oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië. Gevolg was een ketting reactie die leidde tot de Eerste Wereldoorlog. Een aanleiding kan ook gezien worden als de meest directe of laatste oorzaak in een serie opeenvolgende oorzaken. Dit geldt bijvoorbeeld voor het ineenstorten van de beurs in Wallstreet (1929) als meest directe oorzaak voor de financieel-economische crisis die erop volgde. Argument Reden om een standpunt of mening te bewijzen. Om te bewijzen dat de nazi’s grote wreedheden hadden begaan werden veel Duitse burgers gedwongen een concentratiekamp te bezoeken. Beleid Maatregelen van een minister, een regering of andere bestuurders om een bepaald doel te bereiken. Bron Een overblijfsel uit het verleden waardoor je meer over het verleden te weten komt. Er zijn veel soorten bronnen en niet elke bron is even waardevol. Continuïteit Wanneer iets in de loop van de tijd niet wezenlijk verandert, is er sprake van continuïteit. Het woord continu betekent hetzelfde blijven. Bijvoorbeeld de groei van de bevolking in Nederland in de 20e eeuw. Discontinuïteit Wanneer er sprake is van een duidelijke breuk en verandering in de loop van de tijd, dan is er sprake van discontinuïteit. Bijvoorbeeld de invoering van algemeen kiesrecht. Doel Datgene wat een persoon, regering, minister enzovoort wil bereiken. Feit Een feit wordt door vrijwel iedereen gezien als iets dat werkelijk is gebeurd of werkelijk bestaat. Bijvoorbeeld de grote betekenis van de lopende band voor de industriële productie. Functie Een officiële positie die iemand bekleedt, bijvoorbeeld de minister-president van het Koninkrijk der Nederlanden of de president van de Verenigde Staten. Gebeurtenis Een gebeurtenis is een (belangrijk) voorval, zoals de twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki in augustus 1945, of de aanslag op de Twin Towers in New York op 11 september 2001. Gevolg Past in het rijtje oorzaak-aanleiding-gevolg. Belangrijke gebeurtenissen hebben soms grote gevolgen. De aanslag op Frans Ferdinand in 1914 leidde tot het uitbreken van een oorlog tussen Oostenrijk-Hongarije en Servië. Dit was een gevolg op korte termijn (een maand na de aanslag). Uiteindelijk leidde deze oorlog tot het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog. Dit was een gevolg op langere termijn. De daders van de aanslag op Frans
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 37
37
09-05-17 11:48
ALGEMENE BEGRIPPEN
Examenbundel 2017 | 2018
Ferdinand hebben waarschijnlijk geen rekening gehouden met het feit dat hun daad een wereldoorlog tot gevolg zou hebben. Dit was dus een onbedoeld gevolg. Er zijn natuurlijk ook bedoelde gevolgen. Het afwerpen van twee atoombommen had tot bedoeld gevolg dat de Japanse regering zich overgaf. Inleving Jezelf verplaatsen in de gedachten en leefwereld van personen uit het verleden en het heden. Interpretatie Wanneer er meer historische bronnen zijn, is het belangrijk verbanden te leggen tussen de verzamelde gegevens. Op die manier kan een historische situatie gereconstrueerd worden. Wanneer je dat gedaan hebt, ben je bezig de gegevens te verwerken en te komen tot een interpretatie (uitleg) van een historische situatie. Kenmerk Herkenningsteken (de Duitse soldaten in de Eerste Wereldoorlog bijvoorbeeld waren te herkennen aan de punthelmen) of eigenschap waardoor iets (bijvoorbeeld het Stalinisme) of iemand (bijvoorbeeld Aletta Jacobs) zich onderscheidt. Bij het Stalinisme kan als kenmerk de persoonsverheerlijking van Stalin worden genoemd. Een van de kenmerken van Aletta Jacobs is haar strijd voor het vrouwenkiesrecht. Mening Opvatting die gebaseerd is op persoonlijke motieven. Middel Datgene wat je gebruikt om je doel te bereiken. Motief Reden om iets juist wel of niet te doen. Normen Regels die gelden in de persoonlijke omgang tussen mensen in de maatschappij. In de loop van de tijd kunnen de normen in een maatschappij veranderen. Objectief Waarheidsgetrouw. Ontwikkeling Voortgang of groei, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de Nederlandse economie in de jaren na de Tweede Wereldoorlog. Een ander woord voor ontwikkeling is (historisch) proces. Oordeel Mening, waarbij het vaak gaat om goedkeuring of afkeuring. Oorzaak Voor grote historische gebeurtenissen, zoals de Tweede Wereldoorlog in Europa, zijn (achteraf) vaak de oorzaken aan te geven waarom ze plaats vonden. Er zijn directe en indirecte oorzaken en er zijn oorzaken van meer en van minder belang. Opvatting Mening. Orgaan In de politieke geschiedenis gaat het meestal om een college van bestuur, bijvoorbeeld de Tweede Kamer of de Verenigde Naties. Periode Tijdvak tussen een aantal jaren of gebeurtenissen. Bijvoorbeeld de regeerperiode van minister-president Colijn of de Tweede Wereldoorlog. Rechtvaardiging Verdediging van een persoon of groepering waarom die bepaalde daden doet. Een staking bijvoorbeeld kan in de ogen van de stakers een gerechtvaardigd middel zijn om betere werkomstandigheden af te dwingen. Reden Een grond of motief om iets te doen. Voorbeeld: voor de Amerikanen waren er verschillende redenen om Marshallhulp te verlenen.
38
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 38
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
Algemene begrippen
Representatief Door middel van kenmerken een goed beeld geven van een bepaalde groep of een bepaalde periode in de geschiedenis. Andere woorden: kenmerkend, typerend. Standplaatsgebondenheid of gebondenheid aan tijd en plaats Ieder mens denkt en handelt vanuit zijn eigen ervaringen. Op die ervaringen zijn van invloed: leeftijd, sekse, maatschappelijke positie, de tijd waarin men leeft, godsdienst of levensbeschouwing, de natie, staat of het volk waartoe iemand behoort en de politieke overtuiging die iemand heeft. Standpunt Opvatting gebaseerd op persoonlijke motieven. Stereotype Vaststaand beeld of oordeel over een groep, een volk of een ras. Zo’n oordeel is meestal gebaseerd op gevoelens en niet op feiten. Een stereotype kan positief maar ook negatief zijn. Bijvoorbeeld: alle ondernemers willen alleen maar hun werknemers uitbuiten. Subjectief Niet waarheidsgetrouw, omdat er vooral vanuit een persoonlijk standpunt wordt gekeken. Tijdgeest De manier waarop de meerderheid van de mensen denken en handelen in een bepaalde periode. Verschijnsel Iets dat vaak voorkomt in de geschiedenis bij min of meer gelijke omstandigheden. Een ander woord is fenomeen. De consumptiemaatschappij kent bijvoorbeeld welvaartsverschijnselen. Vooroordeel Oordeel dat niet is gebaseerd op feiten maar op persoonlijke gevoelens gericht op (een individu van) een groep, een volk, of een ras. Voorbeeld van een voor oordeel: alle Duitsers waren vóór de Tweede Wereldoorlog aanhangers van de ideeën van de nazipartij. Waarden Opvattingen over goed en kwaad, belangrijk en onbelangrijk, mooi en lelijk die iemand als leidraad in zijn of haar leven gebruikt. Voorbeelden van waarden zijn trouw, eerlijkheid, vriendschap en solidariteit. Naties of staten kunnen ook waarden uitdragen. De Verenigde Staten van Amerika bijvoorbeeld hebben vrijheid en democratie als belangrijke waarden.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 39
39
09-05-17 11:48
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 40
09-05-17 11:48
deel 1 oefenen op onderwerp
41
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 41
09-05-17 11:48
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 42
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
1 Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) Schematisch overzicht oefenvragen Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) De omschrijving van het hoofdonderwerp Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) is ingedeeld in hoofdstukken. In onderstaand schema zijn alle hoofdstukken uit de Syllabus geschiedenis en staatsinrichting vmbo centraal examen 2018 onder elkaar gezet met daarachter de bijbehorende oefenvragen. Zo kun je ook vragen oefenen per hoofdstuk.
Hoofdstukken kerndeel
Vragen
0 Staatsinrichting van Nederland algemeen
1, 2, 3, 4, 5, 52, 61, 62
1 1848-1914
6, 7, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17
2 1914-1918
18, 19, 20, 21, 22, 28, 29, 30
3 1918-1939 23, 24, 25, 31, 32, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 4 1939-1945 42, 43, 44, 45, 46 5 1945-1989
47, 48, 49, 50, 51, 53, 54, 55, 56
6 na 1989 57, 58, 59, 60
Š ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 43
43
09-05-17 11:48
1 staatsinrichting van nederland (vanaf 1848)
Examenbundel 2017 | 2018
Staatsinrichting van Nederland (vanaf 1848) Van alle begrippen in kleur vind je een uitleg in de begrippenlijst bij dit onderwerp op blz. 74 t/m 81 of het overzicht van relevante personen op blz. 82 t/m 84.
Oefenvragen bron 1
3
..............
Tweede Kamer der Staten-Generaal
2
1
kiest
..............
kiest
..............
kiest
kiest
Volk van Nederland
1 In Thorbeckes grondwetswijziging van 1848 stond al dat het volk voortaan rechtstreeks zijn vertegenwoordigers in de Tweede Kamer der Staten-Generaal mocht kiezen. Maar daarbij is het niet gebleven. In het schema zie je drie open plekken waar Nederlandse volksvertegenwoordigers tegenwoordig na rechtstreekse verkiezingen in Nederland terecht kunnen komen. →→ Welke vertegenwoordigende organen moeten worden ingevuld op de open plaatsen 1, 2 en 3 in het schema van bron 1? Let goed op de volgorde! Doe het zo: Op plaats 1 heet het vertegenwoordigend orgaan: … Op plaats 2 heet het … Op plaats 3 …
44
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 44
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
OEFENVRAGEN
2 → N oem twee burgerlijke vrijheden (al in de grondwet van 1848 opgenomen). Leg vervolgens uit dat er zonder deze vrijheden geen sprake kan zijn van echte democratie. Doe het zo: Twee burgerlijke vrijheden uit de grondwet van 1848 zijn: … Zonder deze vrijheden kan er van echte democratie geen sprake zijn, omdat …
bron 2
(mede)wetgevende taak van het parlement
controlerende taak van het parlement (voorbeeld: vraagrecht)
3 Sinds de grondwet van 1848 heeft het Nederlandse parlement zowel een (mede)wetgevende als een controlerende taak, tegenwoordig ook nog eens in het kader van het Europese Parlement. Voor het vervullen van deze taken heeft de volksvertegenwoordiging een aantal bevoegdheden of rechten gekregen. Hier staat daarvan een overzicht. →→ Neem het schema van bron 2 over. Deel alle rechten in de kolommen in. (Enkele rechten passen in beide kolommen. ‘Vraagrecht’ is al ingevuld.) – vraagrecht – budgetrecht – recht van motie – recht van amendement – recht van initiatief – recht van enquête – recht van interpellatie
4 Al heel lang en nu nog steeds betekenen de aanduidingen ‘links’ en ‘rechts’ meer dan alleen een plaatsaanduiding in de vergaderzaal ten opzichte van de voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal. →→ Wat betekenen ‘links’ en ‘rechts’ in de politieke verhoudingen van tegenwoordig in de Nederlandse politiek?
5 Sinds 1983 zijn er zogenoemde sociale grondrechten in de grondwet opgenomen. Noem er hier twee.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 45
45
09-05-17 11:48
1 staatsinrichting van nederland (vanaf 1848)
Examenbundel 2017 | 2018
bron 3 Thorbecke kijkt terug op 1848
In 1860 keek Thorbecke terug op de stille revolutie in Nederland van 1848. Hij noemde in zijn herinneringen de koning een geboren autocraat, aan wie vóór 1848 de regering was overgelaten alsof het ‘zijne huisselijke aangelegenheid was’. Volgens Thorbecke was ‘vrije discussie toen nog strijd tegen het koninklijk welbehagen of gezag; en verantwoordelijkheid was toen nog nergens te vinden dan bij den Vorst’. Die kon deze verantwoordelijkheid niet goed aan en dus maar beter niet dragen. Bron: Volkskrant-rubriek Als de dag van gisteren, Jan Blokker, 3 december 2004 (bewerkt).
6 Bron 3 gaat vooral over A de hofhouding van de Oranjevorst. B Koning Willem I. C de invoering van de ministeriële verantwoordelijkheid. D de herinneringen van Thorbecke.
7 De A B C D
8 → W as Thorbecke in 1860 tevreden over wat er in 1848 was gebeurd? Motiveer je antwoord met een gegeven uit de bron. Doe het zo: Thorbecke was (wel/niet) tevreden in 1860 over wat er in 1848 was gebeurd, want hij schrijft dat …
9 Stel, je doet een historisch onderzoek naar het socialisme in Nederland. →→ Is bron 3 dan bruikbaar of niet? Verklaar je keuze. Doe het zo: Deze bron is (wel/niet) bruikbaar, want …
revolutie van 1848 is bekend onder de naam ‘stille revolutie’, omdat er weinig aandacht aan werd besteed in de pers. er van een revolutie geen sprake was, maar slechts van een staatsgreep. er op straat weinig lawaai was. de gevolgen wel verstrekkend waren, maar het gebeuren op zich rustig verliep.
bron 4 Burgerheren discussiëren
Thom Roep en Lo Loerakker, Van nul tot nu, deel 3, De vaderlandse geschiedenis van 1815 tot 1940, Heemstede, 19955, pagina 14.
46
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 46
© ThiemeMeulenhoff
09-05-17 11:48
vmbo gt / mavo geschiedenis
OEFENVRAGEN
10 Nadat Koning Willem II in 1840 de troon had bestegen, raakten de burgers al snel ontevreden over de manier waarop Nederland werd bestuurd. Dat waren volgens bron 4 vooral A liberalen. B conservatieven. C socialisten. D feministen.
11 De A B C D
motieven van deze ontevreden burgers waren politiek en maatschappelijk. maatschappelijk en financieel. financieel en politiek. financieel en economisch.
bron 5 Ook een koning slaapt wel eens slecht
Thom Roep en Lo Loerakker, Van nul tot nu, deel 3, De vaderlandse geschiedenis van 1815 tot 1940, Heemstede, 19955, pagina 15.
12 → N oem het motief voor het optreden van koning Willem II in 1848 dat uit bron 5 blijkt en nog een ander motief. Doe het zo: Uit bron 5 blijkt het motief … Een ander motief is …
© ThiemeMeulenhoff
9789006391893_EB_vmGes_Boek.indb 47
47
09-05-17 11:48
www.examenbundel.nl
examenbundels Nederlands Engels Duits Frans wiskunde biologie nask 1 nask 2 aardrijkskunde economie geschiedenis maatschappijkunde
978-90-06-39198-5 978-90-06-39177-0 978-90-06-39192-3 978-90-06-39199-2 978-90-06-39194-7 978-90-06-39165-7 978-90-06-39195-4 978-90-06-39178-7 978-90-06-39182-4 978-90-06-39166-4 978-90-06-39189-3 978-90-06-39164-0
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
Nederlands 2F biologie nask 1 nask 2 rekenen 2F wiskunde aardrijkskunde economie geschiedenis
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
vmbo vmbo kgt vmbo kgt vmbo gt vmbo vmbo kgt vmbo gt vmbo kgt vmbo gt
2017|2018
E.G. Arnold R.C. Seriese
vmbo gt / mav0 geschiedenis
vmbo gt / mav0
samengevat
®
De bundel is speciaal samengesteld voor
examenbundel
vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo (k)gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo
vmbo gt / mav0 geschiedenis
Bundels voor al je vakken bestel je op
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391893_EB_vmGes_OS.indd 2-4
9 789006 391893
11/05/17 14:05