Skip to main content

9789006391862 inkijkexemplaar

Page 1

www.examenbundel.nl

examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-39163-3 978-90-06-39187-9 978-90-06-39171-8 978-90-06-39170-1 978-90-06-39162-6 978-90-06-39172-5 978-90-06-39190-9 978-90-06-39200-5 978-90-06-39201-2 978-90-06-39184-8 978-90-06-39183-1 978-90-06-39186-2 978-90-06-39175-6 978-90-06-39173-2

Meer kans van slagen met de Examenbundel!

met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

havo

samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

2017|2018 havo

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

2017|2018

havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v

ÂŽ

De Examenbundel bevat oefeningen

examenbundel

havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo

havo geschiedenis

Bundels voor al je vakken bestel je op

M.M.P.C. Bolink Y. Bouw H. van der Meiden J. Roesink

geschiedenis

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0

Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006391862_EB_hGes_OS.indd 2-4

9 789006 391862

16/05/17 12:06


9789006391862_Boek.indb 1

19-05-17 10:26


ÂŽ

2017|2018 havo

M.M.P.C. Bolink Y. Bouw H. van der Meiden J. Roesink

geschiedenis

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

9789006391862_Boek.indb 1

19-05-17 10:26


Colofon Auteurs M.M.P.C. Bolink Y. Bouw H. van der Meiden J. Roesink Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 39186 2 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechten­onderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006391862_Boek.indb 2

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Voorwoord Wanneer je examen gaat doen, wil je natuurlijk vertrouwd zijn met de examenstof en het soort vragen dat je moet beantwoorden. Met deze examenbundel kun je je goed voor­ bereiden op het centraal examen geschiedenis voor de havo. Wat moet je weten? Het centraal examen geschiedenis 2018 toetst domein A en een gedeelte van domein B. Domein A heeft betrekking op historisch denken en redeneren, domein B op de tijdvakken 5 t/m 10 (1500 tot nu) en de bijbehorende kenmerkende aspecten (oriëntatiekennis). Er zijn kenmerkende aspecten die uitgewerkt zijn in drie historische contexten (gedefinieerde kenmerkende aspecten) en kenmerkende aspecten die dat niet zijn (niet-gedefinieerde kenmerkende aspecten). Het centraal examen toetst beide. De 1 2 3

drie historische contexten zijn: De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden (1515-1648) Duitsland (1871-1945) De Koude Oorlog (1945-1991)

Deze examenbundel bevat zowel vragen over deze drie historische contexten (de gedefinieerde kenmerkende aspecten), als vragen over de niet-gedefinieerde kenmerkende aspecten. Bovendien stellen de vragen je in staat te oefenen met historisch denken en redeneren. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: • deel 1a: proefexamen met uitwerkingen en aandachtspunten. Het proefexamen is representatief voor wat je kunt verwachten bij het centraal examen geschiedenis 2018. Bij alle uitwerkingen staan ‘aandachtspunten’, die je helpen tot een goed antwoord op de vraag te komen. • deel 1b: oefenvragen over de drie historische contexten met uitwerkingen. Dit deel toetst je kennis over de drie historische contexten. Je moet een verband kunnen leggen tussen historische gebeurtenissen en een bepaald kenmerkend aspect. Daarom staat steeds bij elke vraag het betreffende kenmerkend aspect (KA) met bijbehorend nummer. • oriëntatietoets: deze toets telt ongeveer het aantal vragen van een examen, maar toetst alleen de historische contexten. Door deze toets te maken kun je bepalen welke onderwerpen je al wel of nog niet voldoende beheerst. De antwoorden staan op www.examenbundel.nl. Op grond van je score krijg je een studieadvies. • deel 2a: de examens van 2015 en 2016, beide van het eerste tijdvak, met uitwerkingen en aandachtspunten. • deel 2b: examen 2017 (eerste tijdvak) zonder uitwerkingen. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Via deze site kun je nog meer gratis oefenexamens downloaden. • bijlagen: achter in de bundel vind je een tabel om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de examens van 2015 en 2016 en een overzicht van belangrijke internetsites. Na het doornemen van de examenbundel kun je een aantal toetsen maken op www.examenbundel.nl. Zo kun je snel je kennis testen. N.B. De examenstof voor havo heeft met ingang van examenjaar 2018 een verlichting gekregen. De uitgewerkte examens van 2015 en 2016, evenals het niet-uitgewerkte examen 2017 zijn samengesteld op basis van het toen geldende zwaardere programma.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 3

3

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Deze examenbundel geeft je volop de gelegenheid in je eigen tijd en in je eigen tempo met alle onderwerpen van de examenstof vertrouwd te raken. De uitwerkingen bij de oefenvragen zijn voorbeelden van een juist antwoord en zijn bedoeld om jezelf te controleren. Probeer eerst een opgave zelf te maken. Bekijk de uitwerking pas als je zelf een antwoord hebt gegeven. Raadpleeg ook andere onderdelen van deze examenbundel . Al doende leer je steeds meer over de onderwerpen en oefen je de vaardigheden die voor het centraal examen geschiedenis van belang zijn. Het examen geschiedenis havo wordt afgenomen op dinsdag 15 mei 2018 tussen 09:00-12:00 uur. We wensen je daarbij alvast veel succes. Wil je reageren op deze examenbundel of heb je suggesties, dan kun je ons mailen: vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2017 De overheid stelt regels op die betrekking hebben op specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteurs en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

4

9789006391862_Boek.indb 4

Š ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Inhoud

3 voorwoord 6 examenvoorbereiding 11 examen doen 12 begrippen geschiedenis 15 een overzicht van de te kennen kenmerkende aspecten en tijdvakken

deel 2a

examens met uitwerkingen en aandachtspunten Examen 2015-I 117 opgaven 132 uitwerkingen met aandachtspunten

deel 1a

proefexamen

Examen 2016-I 144 opgaven 156 uitwerkingen met aandachtspunten

deel 2b

19 opgaven 36 uitwerkingen met aandachtspunten

examen zonder uitwerkingen

deel 1b

historische contexten oefenvragen

49 1 D e Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden 1515-1648 60 2 Duitsland 1871-1945 75 3 De Koude Oorlog 1945-1991 89 uitwerkingen

Examen 2017-I 169 opgaven

bijlagen cijferbepaling internetadressen

oriëntatietoets nagaan wat je al weet 100 opgaven

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 5

5

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Examenvoorbereiding Om goed voorbereid te zijn op het centraal examen is een drietal zaken belangrijk: 1 het oefenen met historisch denken en redeneren (domein A); 2 het oefenen met de historische contexten (de kenmerkende aspecten uit tijdvak 5 t/m 10 die wel zijn uitgewerkt); 3 het oefenen met oriëntatiekennis (tijdvak 5 t/m 10). Deze examenbundel veronderstelt dat je in de lessen geschiedenis kennis hebt gemaakt met tijdvak 1 t/m 10 en de historische contexten. Het veronderstelt ook dat je hebt geoefend met historisch denken en redeneren. Deze bundel stelt je in staat om in het examenjaar zelf te oefenen met bovenstaande drie zaken. Een overzicht van de kenmerkende aspecten en de zes tijdvakken die in het centraal examen gekend moeten worden, vind je verderop in deze bundel. Voor het centraal examen is het van belang dat je op een historische manier kunt denken en redeneren. Dit wordt hieronder beschreven in domein A. In domein B wordt beschreven wat je moet weten van de kenmerkende aspecten. Verder is er aandacht voor de manier waarop je bronnen beoordeelt, welke soorten vragen er op het examen worden gesteld en welke formuleringen daarbij worden gebruikt en hoe je antwoorden worden beoordeeld. In dit hoofdstuk zie je belangrijke begrippen blauw gedrukt. Bij elke eindterm wordt ten minste een voorbeeldvraag uit de bundel genoemd. Aan het eind van dit hoofdstuk vind je een woordenlijst waarin alle blauwgedrukte begrippen nog eens worden toegelicht. Domein A: Historisch besef Hieronder volgen de eindtermen. Ze zijn genummerd van 1 t/m 8. 1 De examenkandidaat kan: – gebeurtenissen uit zijn eigen leven alsmede verschijnselen, gebeurtenissen en personen uit de geschiedenis met behulp van een tijdbalk of een andere vorm van chronologische schematisering ordenen en daarbij de volgende aanduidingen van tijd en tijdsindeling gebruiken: jaren, eeuwen, tijdvakken, perioden en jaartellingen. – met gebruikmaking van voorbeelden uit de perioden- en tijdvakkenindeling van eindterm 2, de westers-christelijke jaartelling en een ander voorbeeld van een jaartelling of periodisering uitleggen dat chronologische indelingen interpretatief van aard zijn. Voorbeeldvragen bij eindterm 1 zijn: • Vraag 4, Proefexamen • Vraag 25, examen 2015-I 2 De examenkandidaat kan: – de volgende tijdvakken met bijbehorende tijdsgrenzen in chronologische volgorde noemen en als referentiekader gebruiken: – tijdvak 5: tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) / Renaissancetijd / zestiende eeuw; – tijdvak 6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700) / Gouden Eeuw / zeventiende eeuw; – tijdvak 7: tijd van pruiken en revoluties (1700-1800) / eeuw van de Verlichting / achttiende eeuw; – tijdvak 8: tijd van burgers en stoommachines (1800-1900) / industrialisatietijd / negentiende eeuw; – tijdvak 9: tijd van de wereldoorlogen (1900-1950) / eerste helft twintigste eeuw; – tijdvak 10: tijd van televisie en computer (vanaf 1950) / tweede helft twintigste eeuw.

6

9789006391862_Boek.indb 6

© ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Voorbeeldvragen bij eindterm 2 zijn: • Vraag 3, Proefexamen • Vraag 22, Oriëntatietoets • Vraag 16, examen 2015-I 3 De examenkandidaat kan: – de tijdvakken van eindterm 2 plaatsen in de periodes Vroegmoderne Tijd en Moderne Tijd. Voorbeeldvragen bij eindterm 3 zijn: • Vraag 8, Proefexamen • Vraag 17, examen 2015-I • Vraag 26, examen 2016-I 4 De examenkandidaat kan: – in historische processen de samenhang tussen veranderingen en continuïteit beschrijven. – de betekenis van historische gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen voor het heden aangeven. Voorbeeldvragen bij eindterm 4 zijn: • Vraag 14, Historische Context Koude Oorlog • Vraag 29, examen 2015-I • Vraag 11, examen 2016-I 5 De examenkandidaat kan: – een vraag formuleren. – voor een vraag bruikbaar bronnenmateriaal verwerven en gegevens eruit selecteren. Zie verderop in de tekst onder Aandachtspunten bij het beoordelen van bronnen. Voorbeeldvragen bij eindterm 5 zijn: • Vraag 7, Proefexamen • Vraag 11, Historische Context Republiek • Vraag 1, Historische Context Koude Oorlog 6 De examenkandidaat kan: – in het kader van een historische vraagstelling verklaringen geven voor historische gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen. – onderscheid maken tussen verschillende soorten oorzaken en gevolgen. Voorbeeldvragen bij eindterm 6 zijn: • Vraag 9, Proefexamen • Vraag 3, Historische Context Duitsland • Vraag 7, Historische Context Koude Oorlog 7 De examenkandidaat kan: – bij het geven van oordelen over het verleden rekening houden met: – het onderscheid tussen feiten en meningen; – tijd- en plaatsgebondenheid van interpretaties en oordelen afkomstig van personen uit het verleden en afkomstig van hedendaagse personen, onder wie hij zelf; – de rol van waardepatronen (normen en waarden) in heden en verleden; – het ondersteunen van uitspraken met behulp van argumenten.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 7

7

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Voorbeeldvragen bij eindterm 7 zijn: • Vraag 14, Proefexamen • Vraag 26, Proefexamen • Vraag 19, Historische Context Republiek Domein B: Oriëntatiekennis 8 De examenkandidaat kan voor elk van de tien tijdvakken: – de kenmerkende aspecten voor tijdvak 5 t/m 10 noemen. – bij elk kenmerkend aspect van een tijdvak een passend voorbeeld geven van een gebeurtenis, ontwikkeling, verschijnsel of handeling dan wel gedachtegang van een persoon en dit voorbeeld gebruiken om het betreffende aspect te verduidelijken. – uitleggen hoe kennis van het betreffende tijdvak de oriëntatie op de hedendaagse werkelijkheid beïnvloedt. Voorbeeldvragen bij eindterm 8 zijn: • Vraag 21, Proefexamen • Vraag 13, Historische Context De Republiek • Vraag 11, Historische Context Koude Oorlog Aandachtspunten bij het beoordelen van bronnen (zie domein A, eindterm 5) Door het bestuderen van bronnen kan een gebeurtenis uit het verleden zo betrouwbaar mogelijk worden weergegeven. Voor verschillende typen bronnen staan hierna enkele aandachtspunten op een rij. Dit helpt bij het beoordelen van de bruikbaarheid en de betrouwbaarheid en representativiteit van een bron. I

Wat voor soort bron is het? – Geschreven of ongeschreven. – Bijvoorbeeld: is het een prent, kaart, foto, cartoon, affiche, grafiek of tabel?

II

Uit welke tijd is de bron afkomstig? – Is de bron gemaakt in de tijd waarover de bron gaat? – Is de bron later gemaakt? Zo ja, wanneer?

III Waarvandaan is de bron afkomstig? – Bijvoorbeeld: komt de bron uit een boek, een tijdschrift of een krant? – Bijvoorbeeld: is het een overheidsbron of geen overheidsbron? IV

Wat is er bekend over de maker van de bron? – Wie? Wat voor iemand? Welke functie? Verhouding tot de gebeurtenis? – Was de maker aanwezig bij de gebeurtenis die in de bron wordt weergegeven? – Met welke bedoeling (reden) heeft de maker de bron gemaakt (motief)? Wil de maker informeren, propaganda maken, voorlichten of misschien misleiden? – Was de maker zelf betrokken bij de gebeurtenis? – Wat weet je van de plaatsgebondenheid van de maker?

V De inhoud van de bron? a Geschreven bron. – Waarover gaat de informatie? – Voor wie is de informatie in de bron bestemd? – Wat is het doel van de informatie: voorlichting, propaganda? – Wat voor feiten, meningen, (voor)oordelen, opvattingen worden gegeven in de bron? – Gelden deze feiten, meningen, (voor)oordelen, opvattingen voor een groep, een volk of een persoon?

8

9789006391862_Boek.indb 8

© ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

b Beeldbron. – Wat staat er centraal in de afbeelding (bijvoorbeeld een cartoon, foto, tekening, prent, schilderij)? – Hoe heeft de maker van de afbeelding ervoor gezorgd dat bepaalde personen meer opvallen dan anderen? – Zijn bepaalde zaken overdreven weergegeven? – Wat doen de personen op de afbeelding? – Waar kijken de personen naar? – Welke voorwerpen zie je op de afbeelding en waarvoor dienen ze? – Welke symbolen zie je en waar verwijzen ze naar? – Welke woorden, namen en begrippen staan in de afbeelding? – Welk onderschrift staat er bij de afbeelding? – Op welke manier maakt het onderschrift deel uit van de afbeelding? – Waarom is de afbeelding gemaakt? Cartoons/spotprenten drijven vooral de spot, niet zozeer met een gebeurtenis alswel met een persoon (of personen). Affiches zijn vaak bedoeld om een partij, een organisatie of een bepaald standpunt onder de aandacht te brengen. Propagandaposters zijn bedoeld om mensen van een bepaalde mening te overtuigen. Om dit te bereiken wordt bij propaganda geen middel geschuwd om de publieke opinie te beïnvloeden.

V.l.n.r. spotprent, affiche en spotprent.

VI Hoe betrouwbaar is de bron? De betrouwbaarheid van een bron heeft betrekking op de vraag of de bron gegevens oplevert die als feitelijk juist kunnen worden beschouwd. Vragen die je dan moet stellen zijn: – is de bron geschreven of gemaakt in de tijd waarover hij gaat of in een (veel) latere tijd? – is de schrijver/maker van de bron goed geïnformeerd? – met welke bedoelingen heeft de schrijver/maker zijn bron gemaakt? – wordt de bron door andere bronnen bevestigd of tegengesproken? – staan er bij de mening in de bron argumenten die controleerbaar zijn? VII Is de maker van de bron representatief voor de groep waarvan hij/zij deel uitmaakt? VIII Hoe bruikbaar is de bron? De bruikbaarheid van een bron hangt af van wat je wilt onderzoeken (de hoofdvraag of de onderzoeksvraag).

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 9

9

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Welke soorten vragen kun je op het centraal examen verwachten? De meest voorkomende soorten vragen uit de centrale examens van de afgelopen twee jaar zijn: 1 vragen bij een tekstbron. 2 vragen zonder bron over de examenstof. 3 vragen bij een beeldbron: bijvoorbeeld een prent, foto, schilderij, affiche, cartoon of propagandaposter. 4 vragen waarbij je een aantal gebeurtenissen in de juiste tijdvolgorde moet plaatsen, van vroeger naar later. 5 vragen naar aanleiding van een bewering. Je moet zo’n bewering toelichten, ondersteunen met argumenten of juist weerleggen. 6 vragen die duidelijk maken dat je een verband kunt leggen tussen verschillende gebeurtenissen of beweringen. 7 vragen waarbij je moet laten zien dat je weet wat een historisch onderzoek inhoudt. Je bent dan bezig met het beoordelen van bronnen op bruikbaarheid, betrouwbaarheid en/of representativiteit. 8 vragen bij een cijfermatige bron, zoals een tabel of grafiek. Vraagformuleringen De meest voorkomende vraagformuleringen zijn: 1 Leg uit welk verband er bestaat tussen ... met een of twee argumenten ... welk(e) ... waardoor ... waarom ... 2 Noem

een kenmerk ... een argument ... een reden ... de maatregel die ... dit verschil van mening.

3 Zet deze gebeurtenissen in de juiste tijdvolgorde, van vroeger naar later. 4 Licht

dit toe door ... met voorbeelden toe ... beide beweringen toe.

5 Toon

aan dat ... dit aan door ...

6 Ondersteun elke bewering met de bron. beide onderdelen van deze interpretatie. 7 Beredeneer of beargumenteer ...

10

9789006391862_Boek.indb 10

Š ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Examen doen Hoe ziet het centraal examen geschiedenis eruit en hoe lang duurt het examen? Op het examen krijg je twee boekjes: 1 een boekje met bronnen (het aantal bronnen is naar schatting zestien); 2 een boekje met vragen (het aantal vragen is naar schatting achtentwintig). De vragen zijn onderverdeeld naar de periodes Vroegmoderne Tijd en Moderne Tijd. Voor elke vraag staat het aantal te behalen punten en eventueel een verwijzing als je een bron dient te gebruiken. In totaal kunnen er ongeveer vijfenzeventig punten worden behaald. De vragen over de historische contexten en de daarbij behorende kenmerkende aspecten beslaan ongeveer 75% van de examenvragen, de oriëntatiekennis de overige ongeveer 25% (zie tabel hieronder). Het aantal te behalen punten wordt op deze manier verdeeld. Het centraal examen duurt drie uur en je krijgt voor het merendeel open vragen. Deze examenbundel geeft je op twee manieren de mogelijkheid te wennen aan het maken van een centraal examen: –– Het bevat een Proefexamen (deel 1a) dat representatief is voor het centraal examen 2018. De enige afwijking is dat er wel bronnen zijn, maar geen apart bronnenboekje. Daarnaast kunnen het aantal bronnen en te behalen punten iets afwijken. –– Het bevat het examen van 2017. ± 25% van de scorepunten:

± 75% van de scorepunten:

Oriëntatiekennis: kenmerkende aspecten van tijdvak 5 t/m 10 die niet voorkomen in de historische contexten

Historische contexten Oriëntatiekennis: kenmerkende aspecten die voorkomen in de historische contexten

N.B. De examenstof voor havo heeft met ingang van examenjaar 2018 een verlichting gekregen. De uitgewerkte examens van 2015 en 2016, evenals het niet-uitgewerkte examen 2017 zijn samengesteld op basis van het toen geldende zwaardere programma. Tijdens het examen Uit het aantal punten dat voor een vraag staat, kun je afleiden uit welke onderdelen je antwoord moet bestaan. Voor het antwoord op een standaardvraag krijg je 2 punten, er wordt dan vaak een voorbeeld, argument of begrip gevraagd. Bij een vraag waarmee je 3 punten kunt verdienen, moet het antwoord drie onderdelen hebben: een naam, begrip, gebeurtenis of omschrijving met daarbij twee voorbeelden of argumenten. 4 punten worden gegeven bij vragen waar je in het antwoord twee personen of begrippen moet noemen met bijbehorende voorbeelden, argumenten of toelichting. De vragen waarmee je 5 of meer punten kunt verdienen, bestaan vaak uit meerdere onderdelen. Je moet bijvoorbeeld eerst een aspect van een bron toelichten en die bron vervolgens met voor- en tegenargumenten beoordelen op bruikbaarheid en betrouwbaarheid. De normering van het centraal examen en de vaststelling van je cijfer Je examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent. Vervolgens wordt het beoordeeld door een geschiedenisdocent van een andere school. Samen stellen deze docenten het uiteindelijke puntentotaal vast. Afhankelijk van de landelijke examenresultaten wordt door de centrale examencommissie de norm vastgesteld, dat is de omrekening van punten naar cijfers. Hulpmiddelen Bij het centraal examen geschiedenis is alleen het basispakket aan hulpmiddelen toegestaan. Het basispakket bestaat uit schrijfmateriaal, tekenpotlood, blauw en rood kleurpotlood, liniaal met millimeterverdeling, passer, geodriehoek, gum, elektronisch rekenapparaat, een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of een woordenboek van het Nederlands naar een vreemde taal.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 11

11

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Begrippen geschiedenis In deze lijst staan veelvoorkomende begrippen uit examenvragen. Elk begrip wordt kort uitgelegd, soms met behulp van een voorbeeld. De lijst is niet volledig. In overleg met je docent kun je de lijst uitbreiden met andere begrippen die je in vragen of bronnen tegenkomt. Aanleiding Een gebeurtenis die iets in beweging zet. De aanleiding van een gebeurtenis is de meest directe oorzaak. Argument Wat men zegt om iets aan te tonen. Beeldelement Onderdeel van een tekening, schilderij, poster, etc. Betrouwbaarheid De betrouwbaarheid van een bron gaat om de vraag of de bron gegevens kan opleveren die als feitelijk juist kunnen worden beschouwd. Een betrouwbare bron wordt door andere bronnen bevestigd en bevat informatie die controleerbaar is. Bewering Een uitspraak of een mening. Deze uitspraak ondersteun of weerleg je met behulp van argumenten. Bron Een overblijfsel uit het verleden waardoor je meer over het verleden te weten komt. Er zijn verschillende soorten bronnen (primair/secundair, geschreven/ongeschreven), en niet elke bron is even betrouwbaar en bruikbaar. Bruikbaarheid De bruikbaarheid van een bron hangt af van wat je wilt onderzoeken (de onderzoeksvraag). Chronologie Volgorde waarin de dingen gebeuren. Gebeurtenissen in de geschiedenis kunnen in chronologische volgorde geplaatst worden, van vroeger naar later. Continuïteit Wanneer iets in de loop van de tijd niet wezenlijk verandert, is er sprake van continuïteit. Het woord continuïteit betekent een ononderbroken samenhang. Discontinuïteit Is er in de loop van de tijd een duidelijke breuk of verandering merkbaar, dan is er sprake van discontinuïteit. Doel Datgene wat een persoon wil bereiken. Feit Een feit wordt door vrijwel iedereen gezien als iets dat werkelijk is gebeurd, iets dat vaststaat. Functie Een officiële positie die iemand bekleedt, bijvoorbeeld de stadhouder van een gewest, een generaal in het leger of de president van de Verenigde Staten. Gebeurtenis Een gebeurtenis is een (belangrijk) voorval, zoals de bouw van de Berlijnse muur in 1961. Gevolg Bij een gevolg gaat het om een (causaal, oorzakelijk) verband tussen twee feiten. Er zijn verschillende soorten gevolgen, bijvoorbeeld: –– gevolgen op korte termijn en gevolgen op lange(re) termijn, –– gewilde en ongewilde gevolgen, –– bedoelde en onbedoelde gevolgen, –– gevolgen van meer en minder belang op grond van bijvoorbeeld schaal, intensiteit, duur. Inleving Het zich verplaatsen in iets (gebeurtenis) of iemand (persoon).

12

9789006391862_Boek.indb 12

© ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Interpretatie Verklarende uitleg. Bij de interpretatie van een bron onderzoek je de bedoeling van de schrijver of maker van de bron. Je probeert de betekenis van de bron vast te stellen en er een conclusie aan te verbinden. Jaartelling In de wereld bestaan verschillende jaartellingen. In het westen wordt de christelijke jaartelling aangehouden. Andere jaartellingen zijn bijvoorbeeld de islamitische of de joodse. Mening Opvatting, gebaseerd op persoonlijke argumenten, die niet per se door anderen gedeeld hoeft te worden. Middel Datgene wat je gebruikt om je doel te bereiken. Motief Reden om iets juist wel of niet te doen. Normen Regels zoals die gelden in de persoonlijke omgang tussen mensen in de maatschappij. In de loop van de tijd kunnen normen in een maatschappij veranderen. Nuancering Het bijstellen of verfijnen van iets, bijvoorbeeld een mening. Objectief Onbevooroordeeld, niet beïnvloed door eigen voorkeuren. Ontwikkeling Voortgang of groei, bijvoorbeeld de ontwikkeling van de landbouw in het gewest Holland in de zestiende eeuw. Oordeel Mening, waarbij het vaak gaat om goedkeuring of afkeuring, met argumenten. Oriëntatiekennis Algemene kennis van de geschiedenis. De kennis die in staat stelt tot oriëntatie in een chronologische ontwikkeling van eeuwen, met name in de Europese geschiedenis. Oorzaak Datgene wat een gevolg met zich meebrengt. Historici proberen achteraf uit te leggen waarom een historische gebeurtenis, zoals de Tweede Wereldoorlog, heeft plaatsgevonden. Er zijn verschillende soorten oorzaken te herkennen, bijvoorbeeld: –– directe en indirecte oorzaken, aanleiding (meest directe oorzaak), –– structurele oorzaken en incidentele oorzaken, –– oorzaken op politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch en cultureel-mentaal terrein. Opvatting Mening. Orgaan Een orgaan is onderdeel van een groter geheel. Een voorbeeld van een bekend internationaal orgaan is de NAVO. Periode Tijdvak tussen twee jaren of gebeurtenissen, bijvoorbeeld de regeerperiode van president Kennedy. Het begrip periode kan ook betrekking hebben op een van de vijf ­historische perioden: Prehistorie, Oudheid, Middeleeuwen, Vroegmoderne Tijd en Moderne Tijd. Plaatsgebondenheid Ieder mens denkt vanuit zijn tijd (zie tijdgebondenheid) en de plaats of de positie die hij op dat moment inneemt. Propaganda Het opzettelijk verspreiden van informatie om mensen van een bepaalde mening te overtuigen. Totalitaire regimes maken veelvuldig gebruik van propaganda. Ook tijdens de Koude Oorlog maakten de twee ideologische blokken gebruik van propaganda om de publieke opinie te beïnvloeden.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 13

13

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

Rechtvaardiging Verdediging van handelingen van een persoon of groepering. Reden Een grond of motief om iets te doen. Representativiteit De mate waarin iets typerend is (voor hetgeen je wilt onderzoeken). Bij het vaststellen van de representativiteit van een bron gaat het vooral om twee vragen: is hetgeen in de bron voorkomt een uitzondering of kwam het vaker voor? En beschikt de persoon in de bron over zo veel informatie dat zijn uitspraken als representatief kunnen worden opgevat? Standplaatsgebondenheid Ieder mens denkt en handelt vanuit zijn eigen tijd (zie tijdgebondenheid), positie (zie plaatsgebondenheid), ervaringen en kennis. Behalve tijd en plaats zijn denken en handelen ook van invloed: leeftijd, sekse, maatschappelijke positie, godsdienst of levensbeschouwing, de staat of het volk waartoe iemand behoort en de politieke overtuiging die iemand heeft. Standpunt Opvatting gebaseerd op persoonlijke motieven. Stereotype Vaststaand beeld of oordeel over een groep, een volk of een ras. Zo’n oordeel is meestal gebaseerd op gevoelens en niet op feiten. Subjectief Bevooroordeeld, omdat er vooral vanuit een persoonlijk standpunt wordt gekeken. Tijdgebondenheid Iemand die vanuit een latere tijd op iets terugkijkt, zal een ontwikkeling of gebeurtenis anders interpreteren dan een tijdgenoot die de afloop niet kent (zie standplaatsgebondenheid). Er is een tijd geweest waarin de slavenhandel door de WIC als ‘normaal’ werd beschouwd, terwijl dat tegenwoordig algemeen wordt afgekeurd. Verandering Er zijn gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen die verantwoordelijk zijn voor een duidelijke verandering in de loop van de geschiedenis. Er zijn verschillende soorten verandering te herkennen, bijvoorbeeld: –– in tempo (tamelijk snel en plotseling of langzaam en geleidelijk), duur, schaal, intensiteit, omvang enz., –– op politiek-bestuurlijk, sociaaleconomisch of cultureel-mentaal terrein. Verklaring Uitleggen waarom iets gebeurt. Het aangeven van oorzakelijke verbanden tussen ontwikkelingen is bij het vak geschiedenis lastig, omdat historische o ­ ntwikkelingen onvoorspelbaar zijn. Verschijnsel Iets dat zich voordoet. Toestanden en instellingen die gedurende langere tijd min of meer onveranderd hebben bestaan. Verwijzing Aanduiding. Visie Zienswijze. Vooroordeel Oordeel niet gebaseerd op feiten maar op persoonlijke gevoelens gericht op (een individu van) een groep, een volk of een ras. Waarden Datgene wat mensen belangrijk vinden en waarvoor ze (desnoods) veel overhebben. Voorbeelden van waarden zijn trouw, eerlijkheid, vriendschap, rechtvaardigheid of streven naar rijkdom. Waarden zijn soms ook tijdgebonden: zaken die in de ene tijd als normaal of als wenselijk worden beschouwd, kunnen in een andere tijd als abnormaal of onwenselijk worden beschouwd.

14

9789006391862_Boek.indb 14

© ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Een overzicht van de te kennen kenmerkende aspecten en tijdvakken tijdvak 4: tijd van steden en staten (1000-1500) / Hoge en Late Middeleeuwen 14 Opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van steden 17 Het begin van staatsvorming en centralisatie N.B. Uit tijdvak 4 hoeven de kenmerkende aspecten 14 en 17 alleen gekend te worden in verband met de historische context Republiek. VROEGMODERNE TIJD (1500-1800) tijdvak 5: tijd van ontdekkers en hervormers (1500-1600) / Renaissancetijd 18 Het begin van de Europese overzeese expansie 19 Het veranderende mens- en wereldbeeld van de Renaissance en het begin van een nieuwe wetenschappelijke belangstelling 20 Een hernieuwde oriëntatie op het erfgoed van de Klassieke Oudheid 21 De protestantse reformatie die splitsing van de christelijke kerk in West- Europa tot gevolg had 22 Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van een Nederlandse staat tijdvak 6: tijd van regenten en vorsten (1600-1700) / Gouden Eeuw 23 Het streven van vorsten naar absolute macht 24 De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek 25 Wereldwijde handelscontacten, handelskapitalisme en het begin van een wereld­ economie 26 De wetenschappelijke revolutie tijdvak 7: tijd van pruiken en revoluties (1700-1800) / eeuw van de Verlichting 27 Rationeel optimisme en een ‘verlicht denken’ dat werd toegepast op alle terreinen van de samenleving: godsdienst, politiek, economie en sociale verhoudingen 28 Voortbestaan van het ancien régime met pogingen om het vorstelijk bestuur op eigentijdse verlichte wijze vorm te geven (verlicht absolutisme) 29 Uitbouw van de Europese overheersing, met name in de vorm van plantagekoloniën en de daarmee verbonden trans-Atlantische slavenhandel en de opkomst van het ­abolitionisme 30 De democratische revoluties in westerse landen met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap MODERNE TIJD (1800-heden) tijdvak 8: tijd van burgers en stoommachines (1800-1900) / industrialisatietijd 31 De industriële revolutie die in de westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving 32 Discussies over de ‘sociale kwestie’ 33 De moderne vorm van imperialisme die verband hield met de industrialisatie 34 De opkomst van emancipatiebewegingen 35 Voortschrijdende democratisering, met deelname van steeds meer mannen en ­uiteindelijk ook vrouwen aan het politiek proces 36 De opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen: liberalisme, nationalisme, socialisme, confessionalisme en feminisme

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 15

15

19-05-17 10:26


Examenbundel 2017 | 2018

tijdvak 9: tijd van de twee wereldoorlogen (1900-1950) / eerste helft twintigste eeuw 37 De rol van moderne propaganda- en communicatiemiddelen en vormen van massa­ organisatie 38 Het in praktijk brengen van de totalitaire ideologieÍn communisme en fascisme/ nationaalsocialisme 39 De crisis van het wereldkapitalisme 40 Het voeren van twee wereldoorlogen 41 Racisme en discriminatie die leidden tot genocide, in het bijzonder op de joden 42 De Duitse bezetting van Nederland 43 Verwoestingen op niet eerder vertoonde schaal door massavernietigingswapens en de betrokkenheid van de burgerbevolking bij oorlogvoering 44 Vormen van verzet tegen het West-Europese imperialisme tijdvak 10: tijd van televisie en computer (vanaf 1950) / tweede helft twintigste eeuw 45 De verdeling van de wereld in twee ideologische blokken in de greep van een wapenwedloop en de daaruit voortvloeiende dreiging van een atoomoorlog 46 De dekolonisatie die een eind maakte aan de westerse hegemonie in de wereld 47 De eenwording van Europa 48 De toenemende westerse welvaart die vanaf de jaren zestig van de twintigste eeuw aanleiding gaf tot ingrijpende sociaal-culturele veranderingsprocessen 49 De ontwikkeling van pluriforme en multiculturele samenlevingen

16

9789006391862_Boek.indb 16

Š ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


deel 1a proefexamen – opgaven – uitwerkingen met aandachtspunten

17

9789006391862_Boek.indb 17

19-05-17 10:26


9789006391862_Boek.indb 18

19-05-17 10:26


havo geschiedenis

Vroegmoderne Tijd bron 1  Benvenuto Cellini (1500-1571), een kunstenaar uit Florence, schrijft in zijn ­autobiografie over voorwerpen die hij vindt in de wijngaarden rond Rome:

“Ik was zo gelukkig nog een andere steen te bemachtigen, werkelijk de mooiste topaas die men ooit gezien had, zo groot als een dikke hazelnoot. Er was een Minervakopje in gesneden, zo onbeschrijflijk knap uitgevoerd dat hier de kunst de natuur toch wel evenaarde. Dan had ik nog een heel andere steen, een camee, waarop Hercules was afgebeeld terwijl hij de driekoppige Cerberus vastbindt.” Toelichting: Minerva, Hercules en Cerberus zijn figuren uit de Romeinse mythologie.

KA 19, 20

Gebruik bron 1. Deze bron past bij de Renaissance. 1 Toon dit aan met een verwijzing naar een kenmerkend aspect van die tijd. Bron: centraal examen 2016-II, havo.

bron 2  De Portugese ontdekkingsreiziger Pêro Vaz de Caminha schrijft, na zijn aankomst in het tegenwoordige Brazilië op 23 april 1500, in een brief aan de Portugese koning Manuel I:

Dinsdagochtend gingen we weer aan land om meer brandhout en water te halen. Er waren weer elegant beschilderde inboorlingen. Cabral (de leider van de expeditie) beval ons dat wij rechtstreeks naar het kruis dat tegen de boom vlak bij de rivier stond, moesten gaan, dat wij moesten knielen en het moesten kussen, zodat de inboorlingen konden zien hoeveel respect wij ervoor hadden. (...) Ze werken niet, telen geen vee, er is hier geen koe, geen os, geen geit noch enig ander dier dat gewend is aan de levenswijze van de mens. Ze eten slechts knollen die hier overvloedig groeien, en de zaden en vruchten die de bodem en de bomen zelf voortbrengen. (...) Vandaag, vrijdag 1 mei, gingen we met onze vlag aan land. We begaven ons naar de zuidkant van de rivier, waar de plek ons beter leek om het kruis met de wapenschilden en de vaandels van Zijne Majesteit op te stellen. Vervolgens droeg pater Enrique de mis op. De Indianen die daar waren gingen bij ons zitten of knielen, zoals ook wij deden. (...) Nicolau Coelho had tinnen kruisen meegebracht, die hij vervolgens stuk voor stuk aan hen uitdeelde. (...) Dit land dat wij tot de zuidelijke punt hebben bezocht en waarvan we de noordelijke punt vanaf ons schip kunnen zien, moet zo groot zijn dat het een kustlijn van 60 of 65 zeemijlen moet hebben. Het binnenland leek zeer groot. Tot op heden zijn we er niet achter gekomen of er goud of zilver is, of enig ander metaal. Dit land is ongerept en als men het wil benutten, kan men er alles laten groeien, dankzij de zoete wateren die het heeft. Op deze wijze, mijnheer, bericht ik Zijne Majesteit wat ik in dit land heb gezien.

KA 18

Gebruik bron 2. Uit dit verslag blijken politieke, godsdienstige en economische motieven van deze ontdekkingsreizigers. 2 Ontleen aan de bron een voorbeeld van elk van deze drie motieven. Bron: pilot-examen 2011-I, havo.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 19

19

19-05-17 10:26


proefexamen

Examenbundel 2017 | 2018

Door de tijd heen

Aan de Amstel in Amsterdam staat een statig grachtenpand uit de zeventiende eeuw. Het huis is al eeuwen eigendom van de familie Six en in de familie is het al eeuwen traditie om de oudste zoon Jan te noemen. Ook vandaag kent Amsterdam nog een Jan Six. Deze vraag gaat over zijn voorvaderen, de vele Jan Sixen die al voor hem door het huis aan de Amstel hebben gewandeld. 3 Zet de onderstaande Jan Sixen in de juiste volgorde, van vroeger naar later, noteer alleen de letters. A Jan Six vertrekt naar Suriname om daar deel te nemen aan de lucratieve suikerteelt op de grote plantages in de nieuwe Nederlandse kolonie. B Jan Six zorgt ervoor dat het familiehuis aan de Amstel door het Duitse gezag tot museum wordt verklaard, een cultureel erfgoed dat iedere militair dient te respecteren. C Jan Six neemt het initiatief tot de oprichting van het Koninklijk Oudheidkundig ­Genootschap als tegenwicht voor het ontbreken van wetenschappelijke interesse bij de Rijksoverheid van Nederland. D Jan Six wordt door de patriotten, met hulp van de Fransen, afgezet als regent van Amsterdam. E Jan Six trouwt met Margaretha Tulp, de dochter van Nicolaes Tulp wiens anatomische les zo natuurgetrouw door Rembrandt werd vereeuwigd. F Onder het toeziend oog van vele notabelen, waaronder Jan Six, wordt in de ­Amsterdamse Nieuwe Kerk de grondwet van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden aangenomen.

bron 3  Gedeelte uit een boek van Johannes Arcerius, een inwoner van Haarlem waarvan het dagboek uit de stad is gesmokkeld en in 1573 in Delft is gepubliceerd. Op het titelblad schrijft hij: “…nauwgezet geschreven door iemand die het zelf gezien en gehoord heeft”

Met name was daar een zeer mannelijke vrouw, die terecht een mannin genoemd wordt. Ze heet Kenau en is nu van middelbare leeftijd. Ze heeft met haar vermogen, want ze is redelijk welgesteld, en met haar arbeid, wapens en geweren tot het algemeen belang bijgedragen. Zonder ophouden heeft ze met schelden en schimpen de vijanden gekweld en getergd.

20

9789006391862_Boek.indb 20

© ThiemeMeulenhoff

19-05-17 10:26


schelden en schimpen de vijanden gekweld en getergd. havo geschiedenis

proefexamen

bron 6 Een schilderij van J.H. Egenberger en B. Wijnveld uit 1854 met als titel "Kenau bron 4  Een schilderij van J.H. Egenberger en B. Wijnveld uit 1854 met als titel Hasselaer en hare gezellinnen, op deopwallen van “Kenau Hasselaer en hare gezellinnen, de wallen vanHaarlem" Haarlem”

Toelichting: Toelichting De schilders Egenberger en Wijnveld hebben de historische gegevens voor hun De schilders Egenberger en Wijnveld historische schilderij gehaald uit een historische roman vanhebben J. van dede Capelle uit 1843. gegevens

voor hun schilderij gehaald uit een historische roman van J. van de Capelle uit 1843.

5

923-1021-f-HA-1-b

Voor alle eind

lees verder ►►►

Beschikbaar gesteld door de Universiteit Leiden en Stichting Studiebegeleiding Leiden (SSL).

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 21

21

19-05-17 10:26


proefexamen

Examenbundel 2017 | 2018

bron 7 Prentbriefkaart uit 1908 van de Vereniging Voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Haarlem bron 5  Prentbriefkaart uit 1908 van de Vereniging Voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Haarlem

KA 22,

Tekst op de kaart: Tekst op de kaart Vereniging Voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Haarlem Vereniging Voor Vrouwenkiesrecht, afdeling Haarlem Dit is Kenau, die in vroeger tijd Op is Haarlems ten strijd Dit Kenau,wallen die in trok vroeger tijd Voor Neerlands burgers te bevechten Op Haarlems wallen trok ten strijd Hun vrije denk- en sprekensrechten Voor Neerlands burgers te bevechten Hun vrije denken sprekensrechten De vrouw strijdt hier in deze tijd Opnieuw een moeilijke strijd, Voor Neerlands vrouwe te bevechten De vrouw strijdt hier in deze tijd Haar volle burgeressen-rechten.

Opnieuw een moeilijke strijd, Voor Neerlands vrouwe te bevechten Toelichting: De afbeelding rechts is een kopie van een tekening uit de zestiende eeuw. Haar volle burgeressen-rechten. Toelichting Gebruik bron 3, 4 en 5. De afbeelding rechts van een uit de zestiende Tussen december 1572iseneen juli kopie 1573 wordt de tekening stad Haarlem belegerd dooreeuw. de Spaanse

KA 22, 35, 36

legers van koning Filips II. Kenau Simonsdochter Hasselaar zou een belangrijke rol hebben gespeeld bij de verdediging van de stad. Door de eeuwen heen is Kenau telkens anders bekeken. 4 Leg dit uit, door per bron: –– een passend kenmerkend aspect te noemen uit de tijd waarin de bron ontstaan is, en –– aan te tonen dat de beschrijving van Kenau past bij dit kenmerkend aspect. Bron: deel van de vraag ontleend aan pilot-examen 2009-I, havo.

© ThiemeMeulenhoff

22

923-1021-f-HA-1-b 9789006391862_Boek.indb 22

6

lees verder ►►► 19-05-17 10:26


havo geschiedenis

36 KA 22, 35,

proefexamen

Gebruik nogmaals bron 3, 4 en 5. Sommige onderzoekers menen dat het verhaal over de dapperheid van Kenau een verzinsel is. Andere onderzoekers denken dat daar wel historisch bewijs voor is te vinden, bijvoorbeeld in bron 3. 5 Toon dit aan door uit te leggen waardoor voor een onderzoek naar de dapperheid van Kenau bron 4 en bron 5 minder betrouwbaar zijn dan bron 3. Bron: pilot-examen 2009-I, havo.

Vroegmoderne tijd bron 6  De regering in Brussel krijgt in de zestiende eeuw geld uit de belastingopbrengsten uit de Nederlanden zelf en geld uit de centrale schatkist van Filips II uit Spanje. In de tabel hieronder zie je het een overzicht van deze belastingopbrengsten:

Inkomsten van de regering in Brussel, 1566-1576 (in guldens × 1000) jaar

inkomsten uit de Nederlanden

inkomsten uit Spanje

1566

618

886

1567

851

3.246

1568

onbekend

3.674

1569

2.179

3.462

1570

3.872

881

1571

4.938

230

1572

835

3.419

1573

981

3.491

1574

1.300

7.358

1575

2.227

4.958

1576

1.819

1.679

Bron: F. Grapperhaus, Alva en de Tiende Penning (Zutphen 1984), blz. 123.

KA 22

Gebruik bron 6. Een reeks gebeurtenissen: 1566 De Beeldenstorm trekt door de Nederlanden. 1567 Alva arriveert in de Nederlanden. 1568 De invasie van Willem van Oranje wordt bij Heiligerlee afgeslagen. 1569 Alva besluit tot invoering van de Tiende Penning, een extra belasting op handelsgoederen. 1571 Filips II stuurt een grote vloot naar Lepanto (Griekenland) en verslaat in een zeeslag de Turkse vloot. 1572 Watergeuzen veroveren Den Briel. 1575 De Spaanse staat gaat bankroet. 6 Gevolgen van elk van deze gebeurtenissen zijn in de tabel terug te vinden. Toon dit aan voor drie van deze gebeurtenissen. Bron: centraal examen 2012-II, havo.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391862_Boek.indb 23

23

19-05-17 10:26


www.examenbundel.nl

examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-39163-3 978-90-06-39187-9 978-90-06-39171-8 978-90-06-39170-1 978-90-06-39162-6 978-90-06-39172-5 978-90-06-39190-9 978-90-06-39200-5 978-90-06-39201-2 978-90-06-39184-8 978-90-06-39183-1 978-90-06-39186-2 978-90-06-39175-6 978-90-06-39173-2

Meer kans van slagen met de Examenbundel!

met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

havo

samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

2017|2018 havo

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

2017|2018

havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v

ÂŽ

De Examenbundel bevat oefeningen

examenbundel

havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo

havo geschiedenis

Bundels voor al je vakken bestel je op

M.M.P.C. Bolink Y. Bouw H. van der Meiden J. Roesink

geschiedenis

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0

Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006391862_EB_hGes_OS.indd 2-4

9 789006 391862

16/05/17 12:06


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789006391862 inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu