www.examenbundel.nl
examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen
978-90-06-39163-3 978-90-06-39187-9 978-90-06-39171-8 978-90-06-39170-1 978-90-06-39162-6 978-90-06-39172-5 978-90-06-39190-9 978-90-06-39200-5 978-90-06-39201-2 978-90-06-39184-8 978-90-06-39183-1 978-90-06-39186-2 978-90-06-39175-6 978-90-06-39173-2
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
examenbundel
havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo
havo maatschappijwetenschappen
Bundels voor al je vakken bestel je op
havo
samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F
2017|2018 havo
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v
ÂŽ
drs. E.A. Poeze
maatschappijwetenschappen
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391732_EB_hMWS_OS.indd 2-4
9 789006 391732
9/05/17 15:35
9789006391732.indb 1
25-04-17 15:12
ÂŽ
2017|2018 havo
drs. E.A. Poeze
maatschappijwetenschappen
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
9789006391732.indb 1
25-04-17 15:12
Colofon Auteur drs. E.A. Poeze In samenwerking met de NVLM (Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer) Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 39173 2 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
9789006391732.indb 2
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak maatschappijwetenschappen op havo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een ruim aantal opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. De oriëntatietoets: Deze bestaat uit vragen over alle onderwerpen die in 2018 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de kern van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 2a: In dit deel vind je de examens 2015-I en 2016-I met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je de integrale examens van 2017-I zonder uitwerkingen. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Via deze site kun je nog veel meer gratis oefenexamens downloaden. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je o.a. tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de oefenexamens, suggesties voor verder lezen en belangrijke internetadressen. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Het centraal examen maatschappijwetenschappen havo 2018 wordt afgenomen op vrijdag 25 mei tussen 9.00 en 12.00 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor suggesties en commentaar op deze bundel is dank verschuldigd aan de meelezers van de NVLM (de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer). Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2017.
Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 3
3
25-04-17 15:12
9789006391732.indb 1
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
Inhoud 3 voorwoord
6 waarmee je bekend moet zijn voor maatschappijwetenschappen 2018 8 examenprogramma 10 vaardigheden bij Maatschappij wetenschappen 13 spotprenten begrijpen
deel 1
oefenen op onderwerp
deel 2b
examen zonder uitwerking Examen 2017-I 193 opgaven
bijlagen
cijferbepaling suggesties voor verder lezen internetadressen
1 Vaardigheden 19 vragen 23 uitwerkingen 2 Politieke besluitvorming 28 vragen 53 uitwerkingen 3 Massamedia 72 vragen 86 uitwerkingen 4 Criminaliteit en rechtsstaat 97 vragen 114 uitwerkingen
oriëntatietoets
nagaan wat je al weet 129 opgaven
deel 2a
examens met uitwerkingen Examen 2015-I 139 opgaven 151 uitwerkingen Examen 2016-I 161 opgaven 176 uitwerkingen
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 5
5
25-04-17 15:12
Examenbundel 2017 | 2018
Waarmee je bekend moet zijn voor maatschappij wetenschappen 2018 De onderwerpen Het centraal schriftelijk examen maatschappijwetenschappen 2018 heeft betrekking op drie inhoudelijke domeinen: politieke besluitvorming, massamedia, en criminaliteit en rechtsstaat. Deze domeinen kennen elk een of meer opgaven met vragen. Bij elk van de drie inhoudelijke domeinen hebben een of meer vragen betrekking op het domein vaardigheden. Het examen maatschappijwetenschappen zelf Op het examen krijg je twee boekjes. Het ene bestaat uit de bronnen aan de hand waarvan de vragen zijn geformuleerd (het Bronnenboekje). De bronnen zijn vaak fragmenten en tekstgedeelten uit dagbladen. In enkele gevallen gaat het om tabellen, figuren en politieke prenten. Het aantal bronnen varieert. Dat aantal kan uiteenlopen van vijf tot tien. Het andere boekje is een boekje met de opgaven en de vragen (het Vragenboekje). Het aantal vragen ligt om en nabij de vijfendertig. Verreweg de meeste vragen zijn open vragen. Zoals aangegeven, gaan de bronnen en de vragen over de drie domeinen (alsmede het domein vaardigheden). In totaal kunnen er om en nabij de tachtig punten worden behaald. Het examen wordt afgenomen in één zitting van drie uur. Bepaling van je cijfer en de normering van het examen Je gemaakte examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent(e) aan de hand van een door de Vaksectie maatschappijwetenschappen van het College van Toetsing en Examens (CvTE) vastgesteld Correctievoorschrift. Daarna kijkt een docent(e) maatschappij wetenschappen van een andere school je examen na. Samen bepalen ze het uiteindelijk aantal behaalde punten. Afhankelijk van de landelijke resultaten voor het examen wordt door de CvE de norm bepaald. Die norm is de omrekening van punten naar cijfers. Voorbereiding voor het examen Voor een goede voorbereiding op het examen van 2018 zijn twee zaken van belang: –– een gedegen kennis van de onderwerpen en thema’s van de drie examendomeinen (politieke besluitvorming, massamedia, en criminaliteit en rechtsstaat); –– een goede beheersing van de in het examenprogramma voorgeschreven vaardigheden. Gebruik woordenboek Nederlands bij het examen Een eendelig verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij het maken van het schriftelijk examen. In plaats hiervan mag ook gebruik gemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal, bijvoorbeeld naar de eigen thuistaal van de kandidaat. Een woordenboek kan een hulpmiddel zijn dat zekerheid geeft bij een enkel woord of begrip. Wel kan veelvuldig opzoeken, leiden tot tijdnood wanneer te veel woorden of begrippen worden opgezocht. Een ander punt is dat begrippen in het woordenboek niet altijd geheel en al overeenkomen met begrippen en vaktermen die in de domeinen van maatschappijwetenschappen worden gehanteerd. Alleen de formulering van de begrippen zoals omschreven in leer- en/of tekstboeken maatschappijwetenschappen en de syllabus Maatschappijwetenschappen HAVO zijn geldig.1 Voorbereiding op het examen met deze bundel –– Zorg er voor dat je goed vertrouwd bent met de onderwerpen op de terreinen politieke besluitvorming, massamedia, criminaliteit en rechtsstaat (en vaardigheden) zoals die zijn omschreven en uitgewerkt in de Stofomschrijving op www.examenbundel.nl en/of in een methode maatschappijwetenschappen. 1
Deze syllabus geldt voor de examens maatschappijwetenschappen havo 2018; College voor Examens, Utrecht 2013, www.examenbundel.nl.
6
9789006391732.indb 6
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
WAARMEE JE BEKEND MOET ZIJN
–– Maak de oefenvragen zoals weergegeven in deze bundel; op die wijze kun je voor jezelf bepalen of je die vragen correct kunt beantwoorden. Kijk ook goed naar de gegeven uitwerkingen. –– Maak de examens maatschappijwetenschappen van 2015, 2016 en 2017. Goede antwoorden op de voor dat examen gestelde vragen geven een goede indicatie van je kennis en kunde van maatschappijwetenschappen. –– Neem kennis van de berichtgeving van de media over maatschappelijke en politieke onderwerpen; lees – eventueel naast een regionale krant – regelmatig een landelijke kwaliteitskrant (bijvoorbeeld de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw), kijk regelmatig naar het NOS Journaal en/of het RTL4-Journaal en/of luister regelmatig naar het Radio1-Journaal. Hulpmiddelen Naast het Woordenboek Nederlands zijn ook andere hulpmiddelen toegestaan, zij het dat die bij de beantwoording van de vragen van het examen maatschappijwetenschappen niet direct van belang zijn. Het gaat dan om schrijfmateriaal (incl. millimeterpapier), teken potlood, blauw en rood kleurpotlood, liniaal met millimeterverdeling, passer, geometrische driehoek, vlakgum, en rekenmachine. Wat voor vragen kun je verwachten op het examen? Verschillende typen vragen zijn mogelijk. Hieronder staat een aantal mogelijkheden. –– argumentenvraag. Er wordt een situatie beschreven waarin iemand een bepaald standpunt heeft. Je moet één of meer argumenten vóór en/of tegen dat standpunt noemen. Het is ook mogelijk dat je wordt gevraagd in een tekst argumenten vóór of tegen een bepaald standpunt aan te wijzen. –– standpuntvraag. Je kan een standpunt innemen op basis van één of meer of zelf genoemde of herkende argumenten. In de praktijk komt het er bij dit vraagtype op neer dat je een bepaald standpunt inneemt en vervolgens de argumenten daarbij formuleert of aanwijst. –– afwegingsvraag / betoogvraag. Je kan argumenten pro en contra tegen elkaar afwegen en op basis daarvan tot een eigen standpunt komen. Je moet daarbij zowel argumenten vóór als argumenten tegen de revue laten passeren. De afweging moet in tegenstelling tot de standpuntvraag uitdrukkelijk in het antwoord worden opgenomen. Dit betekent dat je aangeeft wat uiteindelijk de doorslag geeft bij je keuze: in feite is dat de norm die je hanteert. Deze ‘norm’ op zichzelf wordt niet in de beoordeling betrokken, maar wel de consistentie ervan met de genoemde argumenten en de uiteindelijke keuze. Het geheel van argumentatie, afweging en keuze kan de vorm van een betoog aannemen. Vraagformuleringen zoals je die kunt verwachten –– Welke …… / Wat houdt …… / Wat is …… / Wat wordt bedoeld met …… –– Noem (geef) twee kenmerken (argumenten) …… –– Door welke …… Licht je antwoord toe. –– Verklaar …… / Beschrijf …… –– Beredeneer …… (de stappen van een redenering moeten worden beschreven) –– Beargumenteer …… (de argumenten voor een positie / stelling moeten worden gegeven) –– Leg uit dat (hoe / welke) …… –– Formuleer de hypothese dat …… Tijdens het examen Neem de tijd om de vraag goed te lezen! Kijk ook naar het aantal punten dat voor de vraag staat (1p; 2p; 3p; 4p). Het ligt voor de hand dat correcte antwoorden van vragen met drie of vier punten positieve bijdragen leveren aan een goed eindresultaat. Het aantal punten is ook een goede indicatie voor het aantal losstaande onderdelen of elementen dat het antwoord moet bevatten.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 7
7
25-04-17 15:12
Examenbundel 2017 | 2018
Examenprogramma Hieronder staan de officiële (lees: wettelijke) exameneisen maatschappijwetenschappen per domein en een uitwerking daarvan. Het totaal geeft aan welke kennis en vaardigheden bij het centraal examen van 2018 worden verwacht. De examenstof Domein A: Vaardigheden Subdomein A1: Informatievaardigheden 1 De kandidaat kan: –– met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk verschillende typen vragen herkennen en zelfstandig vragen formuleren; –– uit bronnenmateriaal over een concreet maatschappelijk vraagstuk, op basis van gegeven of zelf geformuleerde vragen, bruikbare gegevens selecteren; –– (verworven) informatie over een concreet maatschappelijk vraagstuk vanuit gegeven of zelf geformuleerde vragen mede met behulp van ICT verwerken en –– daaruit beredeneerde conclusies trekken; –– de resultaten van een leeractiviteit overdragen naar anderen; –– bij raadplegen, verwerken en presenteren van informatie gebruikmaken van –– toepassingen van ICT. Subdomein A2: Onderzoeksvaardigheden 2 De kandidaat kan een eenvoudig sociaal-wetenschappelijk onderzoek opzetten en uitvoeren over een concreet maatschappelijk vraagstuk en daarbij de benaderingswijzen van maatschappijleer toepassen. Subdomein A3: Benaderingswijzen 3 De kandidaat kan concrete maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen analyseren en daarbij gebruikmaken van de benaderingswijzen van maatschappijleer: –– de politiek-juridische benaderingswijze; –– de sociaal-economische benaderingswijze; –– de sociaal-culturele benaderingswijze; –– de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze. Subdomein A4: Oriëntatie op studie en beroep Domein B: Politieke besluitvorming Subdomein B1: Politieke structuren 4 De kandidaat kan de structuur van het Nederlandse stelsel van politieke besluitvorming typeren. Subdomein B2: Actoren in het proces van politieke besluitvorming 5 De kandidaat kan aangeven op welke wijze actoren beleids- en besluitvormings processen beïnvloeden op lokaal, provinciaal, landelijk en Europees niveau. Subdomein B3: Politieke stromingen 6 De kandidaat kan de belangrijkste politieke stromingen en politieke partijen onderscheiden.
8
9789006391732.indb 8
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
examenprogramma
Domein C: Massamedia Subdomein C1: Communicatie en massamedia 7 De kandidaat kan verschillende soorten massamedia onderscheiden en met elkaar vergelijken en uitleggen welke functies de massamedia hebben voor mens en samen leving. Subdomein C2: Massamedia en technologische ontwikkelingen 8 De kandidaat kan het verband aangeven tussen technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van massamedia en communicatie (waaronder internet). Subdomein C3: Massamedia en de overheid 9 De kandidaat kan uitleggen op welke wijze de overheid in ons land betrokken is bij de massamedia en uitleggen binnen welke wettelijke kaders de omroep in ons land functioneert. Subdomein C4: Massamedia en commercie 10 De kandidaat kan uitleggen dat economische overwegingen, belangen en ontwikkelingen invloed hebben op het functioneren van de media en op het media-aanbod. Subdomein C5: Massamedia en cultuur 11 De kandidaat kan: –– de invloed aangeven van sociaal-culturele ontwikkelingen en centrale waarden –– in de samenleving op de inhoud van het media-aanbod en op de organisatie –– van de media; –– uitleggen welke rol de media vervullen bij cultuuroverdracht en in de –– beeldvorming over de werkelijkheid; –– aangeven welke visies er bestaan op de invloed of macht van de media. Domein D: Criminaliteit en rechtsstaat Subdomein D1: Criminaliteit en samenleving 12 De kandidaat kan een beschrijving geven van aard en omvang van het verschijnsel criminaliteit en daarmee samenhangende vraagstukken voor burger en samenleving. Subdomein D2: De rechtsstaat 13 De kandidaat kan strafbaarstelling en aanpak van criminaliteit door de staat in verband brengen met de uitgangspunten van de rechtsstaat en aangeven welke dilemma’s kunnen ontstaan bij de uitvoering van taken ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit door politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht. Subdomein D3: Overheidsbeleid 14 De kandidaat kan: –– een onderscheid maken tussen repressief en preventief beleid bij de –– bestrijding van criminaliteit; –– typerende standpunten van politieke partijen over criminaliteitsbestrijding –– onderscheiden en in verband brengen met de ideologische stromingen –– waartoe die partijen behoren. Subdomein D4: Functies van straffen 15 De kandidaat kan een visie geven op de zin en de mogelijke effecten van (bepaalde) straffen. Subdomein D5: Oorzaken van criminaliteit 16 De kandidaat kan verschillende theorieën/visies toepassen bij het geven van verklaringen over het ontstaan of de toename van een gegeven vorm van criminaliteit.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 9
9
25-04-17 15:12
Examenbundel 2017 | 2018
Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen Bij het vak maatschappijwetenschappen leer je niet alleen over de thema’s Politieke besluitvorming, Massamedia, en Criminaliteit en rechtsstaat. Gedurende de jaren leer je ook bepaalde vaardigheden aan. Sommige van deze vaardigheden krijg je alleen op het schoolexamen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vaardigheden die vallen onder Subdomein A2: onderzoeksvaardigheden. De vaardigheden die bij A1 en A3 genoemd worden (zie onderdeel Examenprogramma in deze bundel) moet je kunnen toepassen en gebruiken op het Centrale Schriftelijk Examen. Om je geheugen weer even op te frissen vind je hieronder een aantal nuttig tips en korte uitleg over een aantal van de vaardigheden die je voor je Centraal Schriftelijk Examen moet beheersen en moet kunnen toepassen. (Let op: je vindt niet alles van Domein A hieronder beschreven, er worden slechts een paar onderwerpen uitgelicht!) Verschillende typen vragen Bij het opzetten van sociaalwetenschappelijk onderzoek worden verschillende typen vragen onderscheiden. De verschillende typen vragen die je moet kennen, herkennen en ook moet kunnen formuleren zijn: • Beschrijvende vragen. Een beschrijvende vraag vraagt om een beschrijving van een situatie, gebeurtenis of ontwikkeling. Beschrijvende vragen gaan over feiten en beginnen vaak met wie, wat, waar, etc. • Verklarende vragen. Een verklarende vraag vraagt naar een verklaring voor een gebeurtenis of ontwikkeling. Verklarende vragen gaan vaak over oorzaak en/of gevolg. • Evaluatieve vragen. Evaluatieve vragen zijn bedoeld om een oordeel te vellen. Er wordt om een opinie gevraagd, het is een ‘waarderingsvraag’. Het gaat er hierbij dus om dat je als antwoord op zo’n vraag een eigen mening formuleert, uiteraard vaak wel gebaseerd op de lesstof die je geleerd hebt. Verschil vraagstelling en hypothese In de examenstof staat omschreven dat je het verschil moet kennen tussen een vraagstelling en een hypothese. De vraagstelling is je vertrekpunt bij een (sociaalwetenschappelijk) onderzoek, ook wel onderzoeksvraag genoemd. Een onderzoeksvraag kan beschrijvend, verklarend of evaluatief van aard zijn. Een hypothese is een voorlopig antwoord op een vraagstelling. Nadat je een onderzoeksvraag hebt geformuleerd, geef je een voorlopig antwoord op deze vraag. Je moet dus nog bewijzen of dit voorlopige antwoord juist is of niet. Je hypothese is dus een voorspelling van de uitkomst van je onderzoek. Een hypothese is een stelling en eindigt dus niet op een vraagteken. Na afloop van je onderzoek kom je terug op je hypothese en beschrijf je of deze juist was of niet. Benaderingswijzen Bij maatschappijwetenschappen onderscheiden we vier verschillende benaderingswijzen die je moet kennen en kunnen toepassen op je eindexamen. Op het examen kan bijvoorbeeld gevraagd worden om een benaderingswijze uit een tekst te halen of zelf een vraag te verzinnen vanuit een bepaalde benaderingswijze. Politiek-juridische benaderingswijze Bij de politiek-juridische benaderingswijze moet je: • een korte beschrijving geven van aard, omvang en ontstaansgeschiedenis van een maatschappelijk vraagstuk en uitleggen waarom het vraagstuk een sociaal en politiek probleem is; • beschrijven welk beleid c.q. welke regelgeving door de overheid is ontwikkeld; • in het overheidsbeleid politiek-ideologische visies en belangen herkennen;
10
9789006391732.indb 10
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen
• van betrokken groeperingen aangeven welke mogelijkheden zij hebben om het beleid te beïnvloeden en herkennen welke mogelijkheden zij daadwerkelijk benutten. Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je met een ‘politieke bril’ naar een maatschappelijk probleem kijkt, hoe heeft de politiek met het probleem te maken? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de politiek-juridische benaderingswijze: • Welke regelgeving is door de overheid ontwikkeld? • Welke politiek-ideologische visies zijn in het (huidige en voorgestelde) beleid te herkennen? Basisbegrippen ten aanzien van de politiek-juridische benaderingswijze: Actie- en pressiegroepen; algemeen belang; barrièremodel/-benadering; belangen; belangengroepen; burgerlijke ongehoorzaamheid; christendemocratie; collectieve goederen; compromis; confessionalisme; conflict; constitutionele monarchie; democratie; democratisering; emancipatie; gedecentraliseerde eenheidsstaat, gelijkheid; gelijkwaardigheid; gezag; grondrechten; grondwet; identiteit; ideologie; individualisering; individuele vrijheid; indoctrinatie; internationalisering; liberalisme; links-rechts; lobby; macht; machtsmiddelen; machtsverhouding; manipulatie; massamedia; mensenrechten; norm; ontkerkelijking; ontzuiling; overheid; overheidsbeleid; parlementaire democratie; particulier initiatief; pluriformiteit; poldermodel; politieke agenda; politiek probleem; politiek; politieke grondrechten/vrijheidsrechten; politieke partijen; politieke stroming; politieke systeem; populisme; pragmatisch; pressiegroepen; (democratische) rechtsstaat; regeerakkoord; representatie; representativiteit; secularisering; sociaaldemocratie; sociale grondrechten; sociaal probleem; staat; systeembenadering; verzorgingsstaat; vrije markteconomie; waarde. Sociaaleconomische benaderingswijze Bij de sociaaleconomische benaderingswijze moet je: • van de betrokken groeperingen aangeven welke belangen zij hebben c.q. nastreven; • herkennen in hoeverre de nagestreefde belangen of ideologische oriëntaties samenhangen met de sociale en economische posities van de betrokken groeperingen; • de sociaaleconomische/maatschappelijke oorzaken aangeven van het maatschappelijke vraagstuk; • financieel-economische belangen of financiële aspecten erbij betrekken/herkennen. Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je er met een ‘economische bril’ naar een maatschappelijk probleem kijkt, welke rol spelen economische belangen? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de sociaaleconomische benaderingswijze: • Speelt sociaaleconomische klasse een rol bij criminaliteit? • Welke belangen hebben betrokken groeperingen? Basisbegrippen ten aanzien van de sociaaleconomische benaderingswijze: Arbeidsmarkt; arbeidsverdeling; arbeidsverhouding; belang; belangenorganisatie; collectieve goederen; commercialisering; duurzame ontwikkeling; gemengde economie; informatiemaatschappij; internationalisering/globalisering; liberalisering; klasse; maatschappelijke/ sociale ongelijkheid; maatschappelijke positie; marktmechanisme; particulier initiatief; planeconomie; postindustriële samenleving; privatisering; sociale mobiliteit; sociale stratificatie; sociale/maatschappelijke structuur; vrijemarkteconomie; vrije ondernemingsgewijze productie.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 11
11
25-04-17 15:12
Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen
Examenbundel 2017 | 2018
Sociaal-culturele benaderingswijze Bij de sociaal-culturele benaderingswijze moet je: • van de betrokken groeperingen aangeven welke opvattingen zij hebben over de aard, de oorzaken van het maatschappelijk vraagstuk en het gewenste beleid; • in de opvattingen van betrokken groeperingen normatieve uitgangspunten herkennen en deze in verband brengen met ideologische en levensbeschouwelijke oriëntaties. Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je er met een ‘culturele bril’ naar een maatschappelijk probleem kijkt, welke opvattingen, normen en waarden botsen? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de sociaal-culturele benaderingswijze: • Welke normen en waarden spelen een rol bij dit specifieke probleem? • Is er sprake van een botsing tussen de waarden en normen van ouders en hun kinderen? Basisbegrippen ten aanzien van de sociaal-culturele benaderingswijze: Acculturatie; assimilatie, beeldvorming; censuur, cultureel kapitaal; cultuur; democratisering; deviant gedrag; discriminatie; dominante cultuur; emancipatie; etnocentrisme; globalisering/ internationalisering; identiteit; ideologie; individualisering; informatiemaatschappij; integratie; internalisatie; klassieke en sociale grondrechten, manipulatie; massamedia; massacommunicatie; mediaframe; mediahype; mediatisering; mensenrechten/grondrechten; minderheidsvorming; multiculturele samenleving; nature-nurturedebat; norm; objectiviteit; ontkerkelijking; ontzuiling; pluriformiteit; pluriforme samenleving; politieke stroming; referentiekader; rol, rolpatronen; secularisering; selectieve perceptie; sociale cohesie; sociale controle; socialisatie; socialisatoren; stereotype(ring); subcultuur; subjectiviteit; verzuiling; vooroordeel; waarde. Veranderings- en vergelijkende benaderingswijze Bij de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze moet je: • maatschappelijke ontwikkelingen/ veranderingen in verband brengen met het maatschappelijk vraagstuk, overheidsbeleid en in opvattingen van betrokken groeperingen; • verschillende aspecten van het vraagstuk vergelijken met die in andere samenlevingen. • ten aanzien van een maatschappelijk vraagstuk onderstaande begrippen kunnen toepassen. De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze: • Hoeveel criminaliteit is er in andere steden in ons land? • Welke maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen hebben met het maatschappelijke probleem te maken? Basisbegrippen ten aanzien van de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze: democratisering; commercialisering; emancipatie, duurzame ontwikkeling; globalisering/ internationalisering; individualisering; industrialisering, liberalisering; mensenrechten; privatisering; modernisering; secularisering; technologische-/ICT-ontwikkeling/digitalisering; ontzuiling; verzuiling.
12
9789006391732.indb 12
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
spotprenten begrijpen
Spotprenten begrijpen Een bijzondere vaardigheid die je je eigen moet maken, is het begrijpen van spotprenten. Al enige jaren worden in toenemende mate ook spotprenten in les- en tekstboeken maatschappijwetenschappen afgedrukt. Het is dan ook nuttig enkele aanwijzingen te geven over de essentie van spotprenten en op een paar punten in te gaan waarop bij het begrijpen van spotprenten moet worden gelet. Hieronder zie je een voorbeeld van een spotprent:
bron: Joep Bertrams, www.yoopdeloop.com/archief/porfolio_item/208/110510gpd+maxima
Kenmerken spotprent Spotprenten hebben al geruime tijd hun plaats in kranten, opiniebladen en tijdschriften. Op het ogenblik verschijnt in bijna elke krant bijna dagelijks een spotprent. Andere termen die worden gebruikt zijn politieke prenten, karikaturen en cartoons. Het gaat dan om tekeningen naar aanleiding van actuele gebeurtenissen. Ze zijn vaak humoristisch, maar dit is lang niet altijd het geval. Het zijn geen illustraties die bij een verhaal horen, maar zelfstandige visuele ‘columns’ met vaak een korte tekst. Die tekst is ook van belang. De tekst duidt aan wat er te zien is of geeft een bepaalde betekenis aan het beeld. Een spotprent becommentarieert een persoon of een situatie bijna altijd kritisch. Vaak overdrijft de tekenaar wat. Hoe het ook zij, een prent prikkelt tot een opinie. Wellicht sterker nog: provoceert daartoe. Deze karakterisering bevat twee belangrijke kenmerken van politieke prenten. Allereerst wil een politieke prent haar onderwerp bewust niet precies zo weergeven zoals het met de werkelijkheid overeenkomt. In satirische zin overdrijft zij in haar uitbeelding opzettelijk in wat haar als belangrijk voorkomt (bijvoorbeeld de neus is veel langer getekend om te laten zien dat de persoon in kwestie een jokkebrok is; of de oren zijn klein of dichtgestopt om te laten zien dat iemand niet luistert; of de tekenaar geeft iemand een ‘Lombroso’ uiterlijk om te laten zien dat deze persoon niet te vertrouwen is. Daarmee wordt een tweede kenmerk van een politieke prent duidelijk. Politieke prenten willen een politiek feit (toedracht of stand van zaken) ‘becommentariëren’, daartoe stelling nemen, en/of kritiek uitoefenen.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 13
13
25-04-17 15:12
spotprenten begrijpen
Examenbundel 2017 | 2018
Vergeleken met de redactionele tekst van de krant (de dagelijkse berichtgeving), gaat het bij een spotprent niet om een ‘nieuwsmededeling’, maar om meningsvormend ‘commentaar’. Het begrijpen van een politieke prent veronderstelt wel dat men het feit (de toedracht, de situatie) kent waarop de prent betrekking heeft. Een goede prent heeft veel gemeen met een kort verhaal. Zij verwijst naar een gebeurtenis die nog maar kort geleden plaatsvond en wordt vanuit een bepaald perspectief belicht. Een goede prent prikkelt tot de vraag naar de oorzaken van de uitgebeelde situatie en naar hoe het verder zal gaan. Het begrijpen van prenten houdt in het (h)erkennen wat de tekenaar ‘zeggen’ wil, welk doel hij (of zij) nastreeft en voor welke partij of groep hij (of zij) het opneemt. Prenten willen uitnodigen tot het nadenken over de eigen opinie, opvatting of stellingname. Ondanks de sterke punten van prenten is het raadzaam bepaalde grenzen en gevaren niet over het hoofd zien. De kracht van een prent is vaak tegelijkertijd ook haar zwakke punt. Immers, een prent is allesbehalve objectief. Daar moet je je van bewust zijn. De tekenaar wil een boodschap meegeven en interpreteert een gebeurtenis. Politieke prenten kunnen (en willen) geen volledige informatie geven. Zij vervangen ook niet andere informatiebronnen. Politieke tekenaars – columnisten met een eigen stijl en sterke opinies – vereenvoudigen situaties en gebeurtenissen. Dit doen zij niet uit een gebrek aan kennis, inzicht en onderscheidingsvermogen. Zij willen niet zozeer verklaren, maar een spiegel voorhouden. Politieke tekenaars willen ons niet alleen laten (glim)lachen door hun tekening. Zij geven met hun cartoon hun politieke mening, nemen stelling met betrekking tot politieke zaken en willen dat wij over die politieke zaken een mening vormen dan wel die heroverwegen. Politieke prenten zijn een onderdeel van de informatie waarop burgers hun mening baseren. Regelmatig wekt een prent woede op bij personen die zich aangevallen voelen. Een voorbeeld hiervan is de kwestie van de twaalf spotprenten over de profeet Mohammed van twaalf Deense tekenaars in de Deense krant Jyllands-Posten van 30 september 2005. De tekenaar Kurt Westgaard tekende de profeet met in zijn tulband een brandende lont. Deense moslims tekenden protest aan en elf ambassadeurs uit de islamitische wereld vroegen om een gesprek met minister-president Rasmussen van Denemarken Het is niet eenvoudig om spotprenten goed te begrijpen. Daarom is het handig om onderstaand stappenplan te volgen als je een vraag over een spotprent moet beantwoorden.
Stap 1: Wat zie je? a Zeg letterlijk wat je ziet, dus zonder te interpreteren. b Beschrijf de personen/figuren. c Beschrijf de voorwerpen. d Beschrijf de afgebeelde situatie. Stap 2: Welke tekst staat er bij de spotprent? a Is er een titel? b Bijschriften en teksten. c Jaartal/tekenaar. Stap 3: Welke symbolen worden of welke symboliek wordt gebruikt in de spotprent? Stap 4: Wat is de boodschap van de tekenaar? a Leg de boodschap uit. b Leg uit hoe de tekenaar personen, voorwerpen en symbolen gebruikt voor zijn boodschap. bron: ProDemos, Onderwijskrant Actueel 30 januari 2013
Laten we bovenstaand schema toepassen op de spotprent aan het begin van dit hoofdstuk: 14
9789006391732.indb 14
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
spotprenten begrijpen
Stap 1: Wat zie je? Willem-Alexander is te herkennen aan de stropdas met initialen WA. Hij heeft een Máximamasker met kroontje op. Hij verbergt zich achter dit masker. Stap 2: Welke tekst staat er bij de spotprent? ‘Gezicht van Oranje.’ Stap 3: Welke symbolen worden gebruikt in de spotprenten? – Stap 4: Wat is de boodschap van de tekenaar? Máxima is populairder dan Willem-Alexander. Zij, en dus niet Willem-Alexander, wordt gezien als het nieuwe gezicht van Oranje. bron: ProDemos, Onderwijskrant Actueel 30 januari 2013
Hieronder nog een (wat ingewikkelder) voorbeeld met daaronder het ingevulde schema:
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 15
15
25-04-17 15:12
spotprenten begrijpen
Examenbundel 2017 | 2018
Stap 1: Wat zie je? a Zeg letterlijk wat je ziet, dus zonder te interpreteren. Ik zie twee potloden, die rechtop staan. Een vliegtuig vliegt er recht op af. In de lucht zie ik witte wolken. b Beschrijf de personen/figuren. Geen personen/figuren. c Beschrijf de voorwerpen. Geen andere voorwerpen dan hierboven beschreven. d Beschrijf de afgebeelde situatie. Het vliegtuig lijkt op de potloden af te vliegen. De potloden lijken op torens. Stap 2: Welke tekst staat er bij de spotprent? a Is er een titel? Nee. b Bijschriften en teksten. In het bijschrift staat dat de cartoon is verschenen op 7 januari 2015. c Jaartal/tekenaar. Onderin rechts staat rubenL.nl: dat is de website van tekenaar Ruben Oppenheimer. Stap 3: Welke symbolen worden of welke symboliek wordt gebruikt in de spotprent? De potloden verwijzen naar de twee torens (Twin Towers) die op 11 september 2001 werden doorboord door twee vliegtuigen tijdens een terroristische aanval. Tegelijkertijd staan de potloden ook symbool voor de vrijheid van meningsuiting, waaronder ook de persvrijheid valt. Stap 4: Wat is de boodschap van de tekenaar? a Leg de boodschap uit. De tekening is verschenen als reactie op de aanslag in Parijs op de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo. Dit satirische tijdschrift leverde (en levert nog steeds) kritiek op vele maatschappelijke instituties, waaronder ook het geloof en de Islam. De cartoonist legt in de tekening de link met de terroristische aanslagen op de Twin Towers, oftewel met 9/11, die plaatsvonden op 11 september 2001. De beelden van destijds waarin we de twee grote torens in New York in brand zien staan terwijl een vliegtuig de torens invliegt, zijn de hele wereld overgegaan en staan bij veel mensen in hun geheugen gegrift. De potloden, die in de tekening de Twin Towers moeten voorstellen, staan in januari 2015 symbool voor Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Het vliegtuig staat symbool voor de terroristen die de aanslag op de redactie pleegden. De tekenaar maakt op deze manier duidelijk dat de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo een (terroristische) aanslag is op het vrije woord en het geschreven woord. b Leg uit hoe de tekenaar personen, voorwerpen en symbolen gebruikt voor zijn boodschap. De symboliek in de tekening is hierboven al uitgelegd.
Zoals je aan het begin van dit hoofdstuk al hebt kunnen lezen is niet alles van Domein A hierboven beschreven, er worden slechts een paar onderwerpen uitgelicht. Gebruik de syllabus voor alle examenstof over domein A!
16
9789006391732.indb 16
Š ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
deel 1 oefenen op onderwerp
17
9789006391732.indb 17
25-04-17 15:12
9789006391732.indb 18
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
1 Vaardigheden Opgave 1 Benaderingswijzen Het vak maatschappijwetenschappen kent vier verschillende benaderingswijzen. Aan de hand van deze verschillende benaderingswijzen kun je inzicht in een maatschappelijk onderwerp krijgen. We onderscheiden de sociaal-culturele, de politiek-juridische, de sociaaleconomische en de vergelijkende benaderingswijze. Bij de volgende vragen ga je steeds met de verschillende benaderingswijzen aan het werk.
Strenge schoolregels Lees de volgende tekst: Oud-gevangenisdirecteur Adri Bleeker van het Calvijn College in Amsterdam-West is met zijn pak en das een opmerkelijke verschijning in het onderwijs. Hij praat ook anders dan de gemiddelde schooldirecteur. Waar collega’s het hebben over de ‘complexe sociaal-emotionele problematiek’ in de buurt van hun school, noemt Bleeker de wijk een broeinest van criminaliteit. ‘Wij willen hier gewoon het zero tolerance verhaal.’ (…) De Interconfessionele Scholengroep Amsterdam, zijn bestuur, haalde Bleeker vorig jaar binnen omdat er behoefte was aan ‘een stevige manager’. De vorige directeur was vertrokken na ‘zeer ernstige bedreigingen’. Bleeker kwam, zag en sloeg met zijn vuist op tafel. Docenten moeten voortaan alle incidenten met leerlingen bij hem melden, vervolgens wordt aangifte gedaan. (…) Schoolregels waren er in het pre-Bleekertijdperk wel, maar ze werden niet nageleefd. ‘In het lerarenkorps overheerste een laat-maar-gaan mentaliteit.’ Nu zijn petten en mutsen – geliefde accessoires van de gettolook – alleen buiten nog toegestaan. Bleeker heeft inmiddels een kist met vijftig in beslag genomen hoofddeksels. Rennen en schreeuwen, eten en drinken op de trap: dat mocht vroeger ook niet, maar nu wordt er ingegrepen. Ook verleden tijd: het kopiëren van boeken voor kinderen met ouders die weigeren daar geld aan uit te geven. (…) Hoe introduceer je zero tolerance in een sector die sinds de vroege jaren zeventig gebukt gaat onder de angst om voor ‘autoritair’ versleten te worden? Bleeker begon bij het gedrag van docenten. ‘Leraren liepen hier over de gang met koffie en sigaretten. Als je wil dat leerlingen buiten roken – en dan niet voor de ingang – dan kan dat toch niet meer? Er was veel weerstand, maar die heb ik bewust opgezocht. ‘Je bent een regelfetisjist’, zeiden sommigen, maar ik wilde dat ze over de functie van regels na gingen denken. Leerlingen en leraren voelen zich het beste in een schoon, veilig gebouw,’ vertelt Bleeker al wandelend door zijn school. ‘Het was hier een vreselijk smerige bende. Ook leraren raapten geen papier meer op, maar ik wil juist dat ze het goede voorbeeld geven. Als zij dit ook al over willen laten aan de schoonmakers, is het hek van de dam.’ (…)’ bron: Trouw 23 januari 2003
Vanuit de sociaaleconomische benaderingswijze kun je bijvoorbeeld de volgende vragen formuleren: –– Is er een verband tussen criminaliteit en de sociaaleconomische positie van de ouders van de leerlingen? –– Welke financiële schade heeft de school gehad door de criminaliteit?
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 19
19
25-04-17 15:12
1 vaardigheden
Examenbundel 2017 | 2018
1a Formuleer vanuit twee andere benaderingswijzen dan de genoemde sociaaleconomische een vraag die betrekking heeft op de problematiek in de tekst hierboven.
Zeehondenbont Lees onderstaande tekst: ‘De handel in zeehondenbont wordt binnen de EU verboden. Het Europese Parlement stemde gisteren in overgrote meerderheid voor een verbod. Formeel moeten ook de EU-lidstaten nog instemmen, maar dat is een formaliteit. ‘Wij zijn ontzettend verheugd. In Canada verwachten ze dat dit een fatale klap is voor de zeehondenjacht, aldus Claudia Linssen, directeur van de organisatie Bont voor Dieren. ‘Wij denken dat het verdwijnen van Europa als afzetmarkt zal leiden tot forse beperking van de zeehondenjacht’, aldus Linssen.’ naar: nrc.next 6 mei 2009
Het politieke vraagstuk in deze vraag is de handel in zeehondenbont (in de EU). 1b Kies twee benaderingswijzen. Formuleer bij elk van deze twee benaderingswijzen een voor dit vraagstuk relevante vraag.
Ga uit van het maatschappelijke probleem ‘sensatie in het Nederlandse televisienieuws’. 1c Formuleer bij de politiek-juridische benaderingswijze twee vragen over het maatschappelijk probleem ‘sensatie in het Nederlandse televisienieuws’.
We zijn te zwaar Bekijk onderstaand staafdiagram. 2002 EU15
2006 39% 39%
Lux
50% 46%
Zwe
48% 46%
Bel Fra Dui
46% 39% 44% 39% 42% 38% 41% 46%
GB NL Por Spa
40% 42% 30% 35% 28% 33%
Het percentage Europeanen dat het eigen gewicht te hoog vindt naar: nrc.next 30 mei 2007
In dit staafdiagram wordt summier informatie gegeven over de bedreiging van de volks gezondheid door overgewicht. 1d Kies twee benaderingswijzen. Formuleer bij elk van deze twee benaderingswijzen een vraag over de bedreiging van de volksgezondheid door overgewicht. Gebruik eventueel het staafdiagram.
20
9789006391732.indb 20
© ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
1 vaardigheden
Opgave 2  Spotprenten analyseren
2a Leg uit wat de tekenaar met onderstaande spotprent bedoeld zal hebben. Maak gebruik van het schema in het onderdeel Spotprenten begrijpen.
2b Leg uit wat de tekenaar met onderstaande spotprent bedoeld zal hebben. Maak gebruik van het schema in het onderdeel Spotprenten begrijpen.
bron: https://twitter.com/lectrr/status/596205575324721152, publicatie: januari 2016 uit: ProDemos Onderwijskrant Actueel, juni 2016, https://www.prodemos.nl/wp-content/ uploads/2016/06/In_Beeld_Brexit.pdf
Š ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 21
21
25-04-17 15:12
1 vaardigheden
Examenbundel 2017 | 2018
2c Leg uit wat de tekenaar met onderstaande spotprent bedoeld zal hebben. Maak gebruik van het schema in het onderdeel Spotprenten begrijpen.
bron: de Volkskrant, 27 juni 2015, Stefan Verwey
22
9789006391732.indb 22
Š ThiemeMeulenhoff
25-04-17 15:12
havo maatschappijwetenschappen
vaardigheden
UITWERKING
Opgave 1 Benaderingswijzen 1a Voorbeelden van goede vragen zijn (bij twee van de volgende benaderingswijzen): Vragen bij de sociaal-culturele benaderingswijze: • Welke waarden en normen leven bij de schoolleiding en welke bij docenten? • Is er een botsing van waarden en normen van docenten en van leerlingen? Vraag bij de politiek-juridische benaderingswijze: • Welke schoolregels vinden hun grond in de gemeentelijke/landelijke regel- en wetgeving bij het vraagstuk van de criminaliteit op school? Vraag vanuit de vergelijkende benaderingswijze: • Hoeveel criminaliteit is er op andere type scholen in ons land? / Hoeveel criminaliteit op dezelfde type scholen elders in het land? 1b Twee van de volgende benaderingswijzen: Politiek-juridische benaderingswijze: Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (een van de volgende): • Welke regelgeving is door de overheid ontwikkeld? • Wat is het huidige beleid ten aanzien van de pelsdierhouderij? / Welk beleid wordt voorgestaan door betrokken politieke partijen en groeperingen? • Welke mogelijkheden hebben betrokken groepen om het overheidsbeleid te beïnvloeden? • Welke politiek-ideologische visies zijn te herkennen in het huidige of gewenste beleid? • Hoe verhoudt de regelgeving van de EU zich tot die van Nederland? Sociaaleconomische benaderingswijze: Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (een van de volgende): • Welke groepen zijn betrokken bij de politieke strijd om het verbieden van de pelsdierhouderij en welke belangen vertegenwoordigen zij? • Welke economische en maatschappelijke gevolgen heeft een verbod? 1c Voorbeelden van juiste analysevragen zijn (twee van de volgende): • Kunnen de media nog hun politieke en maatschappelijke functies goed vervullen indien sensatie in televisienieuws toeneemt en moet de overheid deze tendens tegengaan? • Is het probleem een politiek probleem? Staat het onderwerp op de politieke agenda? • Vinden politici het zorgelijk dat sensatie in het nieuws op televisie toeneemt? • Door welke bepalingen in de Mediawet wordt de kwaliteit van het NOS Journaal gegarandeerd? • Moet er een overheidsregeling komen voor het waarborgen van de kwaliteit van nieuwsrubrieken van commerciële zenders? • Wat is het belang van nieuws/nieuwsrubrieken in een democratie? 1d Twee van de volgende benaderingswijzen: Politiek-juridische benaderingswijze Voorbeelden van juiste antwoorden zijn (een van de volgende): • Wat zal het beleid van de Europese Unie zijn om overgewicht aan te pakken? • Hoe verhoudt zich de regelgeving van de EU tot die van Nederland?
© ThiemeMeulenhoff
9789006391732.indb 23
23
25-04-17 15:12
www.examenbundel.nl
examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen
978-90-06-39163-3 978-90-06-39187-9 978-90-06-39171-8 978-90-06-39170-1 978-90-06-39162-6 978-90-06-39172-5 978-90-06-39190-9 978-90-06-39200-5 978-90-06-39201-2 978-90-06-39184-8 978-90-06-39183-1 978-90-06-39186-2 978-90-06-39175-6 978-90-06-39173-2
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
examenbundel
havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo havo
havo maatschappijwetenschappen
Bundels voor al je vakken bestel je op
havo
samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F
2017|2018 havo
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
havo havo havo havo havo havo havo havo havo h/v h/v
ÂŽ
drs. E.A. Poeze
maatschappijwetenschappen
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391732_EB_hMWS_OS.indd 2-4
9 789006 391732
9/05/17 15:35