Skip to main content

9789006391695 inkijkexemplaar

Page 1

www.examenbundel.nl examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B wiskunde C aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-39181-7 978-90-06-39197-8 978-90-06-39179-4 978-90-06-39185-5 978-90-06-39202-9 978-90-06-39188-6 978-90-06-39167-1 978-90-06-39193-0 978-90-06-39168-8 978-90-06-39176-3 978-90-06-39191-6 978-90-06-39196-1 978-90-06-39180-0 978-90-06-39174-9 978-90-06-39169-5

Meer kans van slagen met de Examenbundel!

De Examenbundel bevat oefeningen

met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

vwo

samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B wiskunde C aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

2017|2018 vwo

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

2017|2018

vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo h/v h/v

ÂŽ

dit schooljaar, dus je oefent altijd de

examenbundel

vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo

vwo maatschappijwetenschappen

Bundels voor al je vakken bestel je op

drs. E.A. Poeze

maatschappijwetenschappen

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0 Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006391695_EB_vMWS_OS.indd 2-4

9 789006 391695

11/05/17 13:57


9789006391695_EB_vMWS.indb 1

08-05-17 16:52


ÂŽ

2017|2018 vwo

drs. E.A. Poeze

maatschappijwetenschappen

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

9789006391695_EB_vMWS.indb 1

08-05-17 16:52


Colofon Auteur drs. E.A. Poeze In samenwerking met de NVLM (Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer) Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 39169 5 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechten­onderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006391695_EB_vMWS.indb 2

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak maatschappijwetenschappen op vwo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een ruim aantal opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. De oriëntatietoets: Deze bestaat uit vragen over alle onderwerpen die in 2018 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de kern van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 2a: In dit deel vind je de examens 2015-I en 2016-I met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je het integrale examen van 2017-I, zonder uitwerkingen. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Via deze site kun je nog veel meer gratis oefenexamens downloaden. Bijlagen: Achter in deze bundel vind je o.a. tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen na het maken van de oefenexamens, suggesties voor verder lezen en belangrijke internetadressen. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Het centraal examen maatschappijwetenschappen vwo 2018 wordt afgenomen op woensdag 16 mei tussen 9.00 en 12.00 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Voor suggesties en commentaar op deze bundel is dank verschuldigd aan de meelezers van de NVLM (de Nederlandse Vereniging van Leraren Maatschappijleer). Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2017

Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijk­heid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 3

3

08-05-17 16:52


9789006391695_EB_vMWS.indb 1

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Inhoud 3 voorwoord 6 waarmee je bekend moet zijn voor maatschappijwetenschappen 2018 9 examenprogramma 11 vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen 14 spotprenten begrijpen

deel 1

deel 2a

examens met uitwerkingen

Examen 2015-I

171 opgaven 186 uitwerkingen

Examen 2016-I

oefenen op onderwerp

1 vaardigheden 21 vragen 31 uitwerkingen

examen zonder uitwerking

2 Politieke besluitvorming 39 vragen 66 uitwerkingen 3 Massamedia 89 vragen 111 uitwerkingen 4 Criminaliteit en rechtsstaat 128 vragen 145 uitwerkingen

198 opgaven 213 uitwerkingen

deel 2b

Examen 2017-I

227 opgaven

bijlagen cijferbepaling suggesties voor verder lezen internetadressen

oriĂŤntatietoets

nagaan wat je al weet

163 opgaven

Š ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 5

5

08-05-17 16:52


Examenbundel 2017 | 2018

­

Waarmee je bekend moet zijn voor maatschappij wetenschappen 2018 De onderwerpen Het centraal schriftelijk examen maatschappijwetenschappen 2018 heeft betrekking op drie inhoudelijke domeinen: politieke besluitvorming, massamedia, en criminaliteit en rechtsstaat. Deze domeinen kennen elk een of meer opgaven met vragen. Bij elk van de drie inhoudelijke domeinen hebben een of meer vragen betrekking op het domein vaardigheden. Het examen maatschappijwetenschappen zelf Tijdens het examen krijg je twee boekjes. Het ene bestaat uit de bronnen aan de hand waarvan de vragen zijn geformuleerd (het Bronnenboekje). De bronnen zijn vaak fragmenten en tekstgedeelten uit dagbladen. In enkele gevallen gaat het om tabellen, figuren en politieke prenten. Het aantal bronnen varieert. Dat aantal kan uiteenlopen van vijf tot tien. Het andere boekje is een boekje met de opgaven en de vragen (het Vragenboekje). Het aantal vragen ligt om en nabij de vijfendertig. Verreweg de meeste vragen zijn open vragen. Zoals aangegeven, gaan de bronnen en de vragen over de drie domeinen (alsmede het domein vaardigheden). In totaal kunnen er om en nabij tachtig punten worden behaald. Het examen wordt afgenomen in één zitting van drie uur. Bepaling van je cijfer en de normering van het examen Je gemaakte examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent(e) aan de hand van een door de Vaksectie maatschappijwetenschappen van het College voor Examens (CvTE) vastgesteld Correctievoorschrift. Daarna kijkt een docent(e) maatschappij­wetenschappen van een andere school je examen na. Samen bepalen ze het uiteindelijk aantal behaalde punten. Afhankelijk van de landelijke resultaten voor het examen wordt door de CvTE de norm bepaald. Die norm is de omrekening van punten naar cijfers. Voorbereiding voor het examen Voor een goede voorbereiding op het examen van 2018 zijn twee zaken van belang: –– een gedegen kennis van de onderwerpen en thema’s van de drie examendomeinen (politieke besluitvorming, massamedia, en criminaliteit en rechtsstaat); –– een goede beheersing van de in het examenprogramma voorgeschreven vaardigheden. Gebruik woordenboek Nederlands bij het examen Een eendelig verklarend woordenboek Nederlands is toegestaan bij het maken van het schriftelijk examen. In plaats hiervan mag ook gebruik gemaakt worden van een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal, bijvoorbeeld naar de eigen thuistaal van de kandidaat. Een woordenboek kan een hulpmiddel zijn dat zekerheid geeft bij een enkel woord of begrip. Wel kan veelvuldig opzoeken, leiden tot tijdnood wanneer te veel woorden of begrippen worden opgezocht. Een ander punt is dat begrippen in het woordenboek niet altijd geheel en al overeenkomen met begrippen en vaktermen die in de domeinen van maatschappijwetenschappen worden gehanteerd. Alleen de formulering van de begrippen zoals omschreven in leer- en/of tekstboeken maatschappijwetenschappen en de syllabus Maatschappijwetenschappen VWO zijn geldig.

6

9789006391695_EB_vMWS.indb 6

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

waarmee je bekend moet zijn

Voorbereiding op het examen met deze bundel –– Zorg er voor dat je goed vertrouwd bent met de onderwerpen op de terreinen politieke besluitvorming, massamedia, criminaliteit en rechtsstaat (en vaardigheden) zoals die zijn omschreven en uitgewerkt in de Stofomschrijving op www.examenbundel.nl en/of in een methode maatschappijwetenschappen. –– Maak de oefenvragen zoals weergegeven in deze bundel; op die wijze kun je voor jezelf bepalen of je die vragen correct kunt beantwoorden. Kijk ook goed naar de gegeven uitwerkingen. –– Maak de examens maatschappijwetenschappen van 2015, 2016 en 2017 achterin deze bundel. Goede antwoorden op de voor dat examen gestelde vragen geven een goede indicatie van je kennis en kunde van maatschappijwetenschappen. –– Neem kennis van de berichtgeving in de media over maatschappelijke en politieke onderwerpen; lees – eventueel naast een regionale krant – regelmatig een landelijke kwaliteitskrant (bijvoorbeeld de Volkskrant, NRC Handelsblad en Trouw), kijk regelmatig naar het NOS-Journaal en/of het RTL4-Journaal en luister regelmatig naar het Radio1-Journaal. Hulpmiddelen Naast het Woordenboek Nederlands zijn ook andere hulpmiddelen toegestaan, zij het dat die bij de beantwoording van de vragen van het examen maatschappijwetenschappen niet direct van belang zijn. Het gaat dan om schrijfmateriaal (incl. millimeterpapier), teken­ potlood, blauw en rood kleurpotlood, liniaal met millimeterverdeling, passer, geometrische driehoek, vlakgum, en rekenmachine. Wat voor vragen kun je verwachten op het examen? Verschillende typen vragen zijn mogelijk. Hieronder staat een aantal mogelijkheden. –– begripsvraag. Aan de hand van een bron (tekst, tabel, figuur of politieke prent) moet je je kennis van de domeinen politieke besluitvorming, massamedia, criminaliteit, vaardigheden tonen. –– argumentenvraag. Er wordt een situatie beschreven waarin je een bepaald standpunt hebt. Je moet één of meer argumenten vóór en/of tegen dat standpunt noemen. Het is ook mogelijk dat je wordt gevraagd in een tekst argumenten vóór of tegen een bepaald standpunt aan te wijzen. –– standpuntvraag. Je kan een standpunt innemen op basis van één of meer of zelf genoemde of herkende argumenten. In de praktijk komt het er bij dit vraagtype op neer dat je een bepaald standpunt inneemt en vervolgens de argumenten daarbij formuleert of aanwijst. –– afwegingsvraag / betoogvraag. Je kan argumenten pro en contra tegen elkaar afwegen en op basis daarvan tot een eigen standpunt komen. Je moet daarbij zowel argumenten vóór als argumenten tegen de revue laten passeren. De afweging moet in tegenstelling tot de standpuntvraag expliciet in het antwoord zijn opgenomen. Dit betekent dat je aangeeft wat uiteindelijk de doorslag geeft bij je keuze: in feite de norm die je hanteert. Deze ‘norm’ op zichzelf wordt niet in de beoordeling betrokken, maar wel de consistentie er van met de genoemde argumenten en de uiteindelijke keuze. Het geheel van argumentatie, afweging en keuze kan de vorm van een betoog aannemen. –– probleemstellingsvraag. Je moet een bewering of stelling beoordelen dan wel aan de hand van een bewering of stelling een hypothese opstellen. Vraagformuleringen zoals je die kunt verwachten –– Welke … / Wat houdt … / Wat is … / Wat wordt bedoeld met – Noem (geef) twee kenmerken (argumenten) –– Door welke … Licht je antwoord toe. –– Verklaar … / Beschrijf –– Beredeneer … (de stappen van een redenering moeten worden beschreven) –– Beargumenteer … (de argumenten voor een positie / stelling moeten worden gegeven) –– Leg uit dat (hoe / welke) –– Formuleer de hypothese dat

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 7

7

08-05-17 16:52


waarmee je bekend moet zijn

Examenbundel 2017 | 2018

Tijdens het examen Neem de tijd om de vraag goed te lezen! Kijk ook naar het aantal punten dat voor de vraag staat (1p; 2p; 3p; 4p). Het ligt voor de hand dat correcte antwoorden van vragen met drie of vier punten positieve bijdragen leveren aan een goed eindresultaat. Het aantal punten is ook een goede indicatie voor het aantal losstaande onderdelen of elementen dat het antwoord moet bevatten.

8

9789006391695_EB_vMWS.indb 8

Š ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Examenprogramma Hieronder staan de officiële (lees: wettelijke) exameneisen maatschappijwetenschappen per domein en een uitwerking daarvan. Het totaal geeft aan welke kennis en vaardigheden bij het centraal examen van 2018 worden verwacht.

Domein A: Vaardigheden Subdomein A1: Informatievaardigheden 1 De kandidaat kan: –– met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk verschillende typen vragen herkennen en zelfstandig vragen formuleren; –– uit bronnenmateriaal over een concreet maatschappelijk vraagstuk, op basis van gegeven of zelf geformuleerde vragen, bruikbare gegevens selecteren; –– (verworven) informatie over een concreet maatschappelijk vraagstuk vanuit gegeven of zelf geformuleerde vragen mede met behulp van ICT verwerken en daaruit beredeneerde conclusies trekken; –– de resultaten van een leeractiviteit overdragen naar anderen; –– bij raadplegen, verwerken en presenteren van informatie gebruik maken van toepassingen van ICT. Subdomein A2: Onderzoeksvaardigheden 2 De kandidaat kan een eenvoudig sociaal-wetenschappelijk onderzoek opzetten en uitvoeren over een concreet maatschappelijk vraagstuk en daarbij de benaderingswijzen van maatschappijleer toepassen. Subdomein A3: Benaderingswijzen 3 De kandidaat kan concrete maatschappelijke vraagstukken en ontwikkelingen ­analyseren en daarbij gebruikmaken van de benaderingswijzen van maatschappijleer: –– de politiek-juridische benaderingswijze; –– de sociaal-economische benaderingswijze; –– de sociaal-culturele benaderingswijze; –– de veranderings– en vergelijkende benaderingswijze. Subdomein A4: Oriëntatie op studie en beroep Domein B: Politieke besluitvorming Subdomein B1: Politieke structuren 4 De kandidaat kan de structuur van het Nederlandse stelsel van politieke besluitvorming en die van andere stelsels typeren. Subdomein B2: Actoren in het proces van politieke besluitvorming 5 De kandidaat kan beleids– en besluitvormingsprocessen analyseren met behulp van diverse modellen van het politieke proces en de rol van diverse actoren in het politieke proces. Subdomein B3: Politieke cultuur en politieke stromingen 6 De kandidaat kan in discussies over het politieke systeem en over beleidsvraagstukken veranderingen in de politieke cultuur beschrijven, en de belangrijkste politieke ­stromingen en politieke partijen onderscheiden. Subdomein B4: Internationale betrekkingen 7 De kandidaat kan uitleggen hoe politieke beleids– en besluitvormingsprocessen in Nederland worden beïnvloed door de politieke, economische en culturele verwevenheid van de internationale samenleving. © ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 9

9

08-05-17 16:52


examenprogramma

Examenbundel 2017 | 2018

Domein C: Massamedia Subdomein C1: Communicatie en massamedia 8 De kandidaat kan het functioneren van massamedia in de samenleving analyseren. Subdomein C2: Massamedia en technologische ontwikkelingen 9 De kandidaat kan analyseren welke relatie er bestaat tussen technologische ontwikkelingen en ontwikkelingen op het gebied van de massamedia. Subdomein C3: Massamedia en de overheid 10 De kandidaat kan uitleggen op welke wijze de overheid in ons land betrokken is bij de massamedia en kan het mediabeleid becommentariëren. Subdomein C4: Massamedia en commercie 11 De kandidaat kan de invloed analyseren van economische overwegingen, belangen en ontwikkelingen op de organisatie en de werking van de media en op het media-aanbod. Subdomein C5: Massamedia en cultuur 12 De kandidaat kan: –– de invloed analyseren van sociaal-culturele ontwikkelingen en centrale waarden in de samenleving op de inhoud van het media-aanbod en op de organisatie van de media; –– de invloed en macht van de media analyseren aan de hand van cultuuroverdracht, beeldvorming en beïnvloedingstheorieën. Domein D: Criminaliteit en rechtsstaat Subdomein D1: Criminaliteit en samenleving 13 De kandidaat kan een beschrijving geven van aard en omvang van het verschijnsel criminaliteit en daarmee samenhangende vraagstukken voor burger en samenleving. Subdomein D2: De rechtsstaat 14 De kandidaat kan strafbaarstelling en aanpak van criminaliteit door de staat in verband brengen met de uitgangspunten van de rechtsstaat en aangeven welke dilemma’s kunnen ontstaan bij de uitvoering van taken ter voorkoming en bestrijding van criminaliteit door politie, Openbaar Ministerie en rechterlijke macht. Subdomein D3: Overheidsbeleid 15 De kandidaat kan: –– een onderscheid maken tussen repressief en preventief beleid bij de bestrijding van criminaliteit; –– typerende standpunten van politieke partijen over criminaliteitsbestrijding onderscheiden en in verband brengen met de ideologische stromingen waartoe die partijen behoren. Subdomein D4: Functies van straffen 16 De kandidaat kan een visie geven op de zin en de mogelijke effecten van (bepaalde) straffen. Subdomein D5: Oorzaken van criminaliteit 17 De kandidaat kan verschillende theorieën/visies toepassen bij het geven van verklaringen voor het ontstaan of de toename van een gegeven vorm van criminaliteit.

10

9789006391695_EB_vMWS.indb 10

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen Bij het vak maatschappijwetenschappen leer je niet alleen over de thema’s Politieke besluitvorming, Massamedia, en Criminaliteit en rechtsstaat. Gedurende de jaren leer je ook bepaalde vaardigheden aan. Sommige van deze vaardigheden krijg je alleen op het schoolexamen. Dit geldt bijvoorbeeld voor de vaardigheden die vallen onder Subdomein A2: onderzoeksvaardigheden. De vaardigheden die bij A1 en A3 genoemd worden (zie onderdeel Examenprogramma in deze bundel) moet je kunnen toepassen en gebruiken op het Centrale Schriftelijk Examen. Om je geheugen weer even op te frissen vind je hieronder een aantal nuttig tips en korte uitleg over een aantal van de vaardigheden die je voor je Centraal Schriftelijk Examen moet beheersen en moet kunnen toepassen. (Let op: je vindt niet alles van Domein A hieronder beschreven, er worden slechts een paar onderwerpen uitgelicht!) Verschillende typen vragen Bij het opzetten van sociaalwetenschappelijk onderzoek worden verschillende typen vragen onderscheiden. De verschillende typen vragen die je moet kennen, herkennen en ook moet kunnen formuleren zijn: • Beschrijvende vragen. Een beschrijvende vraag vraagt om een beschrijving van een situatie, gebeurtenis of ontwikkeling. Beschrijvende vragen gaan over feiten en beginnen vaak met wie, wat, waar, etc. • Verklarende vragen. Een verklarende vraag vraagt naar een verklaring voor een gebeurtenis of ontwikkeling. Verklarende vragen gaan vaak over oorzaak en/of gevolg. • Evaluatieve vragen. Evaluatieve vragen zijn bedoeld om een oordeel te vellen. Er wordt om een opinie gevraagd, het is een ‘waarderingsvraag’. Het gaat er hierbij dus om dat je als antwoord op zo’n vraag een eigen mening formuleert, uiteraard vaak wel gebaseerd op de lesstof die je geleerd hebt. Verschil vraagstelling en hypothese In de examenstof staat omschreven dat je het verschil moet kennen tussen een vraag­ stelling en een hypothese. De vraagstelling is je vertrekpunt bij een (sociaalwetenschappelijk) onderzoek, ook wel onderzoeksvraag genoemd. Een onderzoeksvraag kan beschrijvend, verklarend of evaluatief van aard zijn. Een hypothese is een voorlopig antwoord op een vraagstelling. Nadat je een onderzoeksvraag hebt geformuleerd, geef je een voorlopig antwoord op deze vraag. Je moet dus nog bewijzen of dit voorlopige antwoord juist is of niet. Je hypothese is dus een voorspelling van de uitkomst van je onderzoek. Een hypothese is een stelling en eindigt dus niet op een vraagteken. Na afloop van je onderzoek kom je terug op je hypothese en beschrijf je of deze juist was of niet. Benaderingswijzen Bij maatschappijwetenschappen onderscheiden we vier verschillende benaderingswijzen die je moet kennen en kunnen toepassen op je eindexamen. Op het examen kan bijvoorbeeld gevraagd worden om een benaderingswijze uit een tekst te halen of zelf een vraag te verzinnen vanuit een bepaalde benaderingswijze. Politiek-juridische benaderingswijze Bij de politiek-juridische benaderingswijze moet je: • een korte beschrijving geven van aard, omvang en ontstaansgeschiedenis van een maatschappelijk vraagstuk en uitleggen waarom het vraagstuk een sociaal en politiek probleem is; • beschrijven welk beleid c.q. welke regelgeving door de overheid is ontwikkeld;

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 11

11

08-05-17 16:52


Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen

Examenbundel 2017 | 2018

• in het overheidsbeleid politiek-ideologische visies en belangen herkennen; • van betrokken groeperingen aangeven welke mogelijkheden zij hebben om het beleid te beïnvloeden en herkennen welke mogelijkheden zij daadwerkelijk benutten. Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je met een ‘politieke bril’ naar een maatschappelijk probleem kijkt, hoe heeft de politiek met het probleem te maken? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de politiek-juridische benaderingswijze: • Welke regelgeving is door de overheid ontwikkeld? • Welke politiek-ideologische visies zijn in het (huidige en voorgestelde) beleid te herkennen? Basisbegrippen ten aanzien van de politiek-juridische benaderingswijze: Actie- en pressiegroepen; algemeen belang; barrièremodel/-benadering; belangen; belangengroepen; burgerlijke ongehoorzaamheid; christendemocratie; collectieve goederen; compromis; confessionalisme; conflict; constitutionele monarchie; democratie; democratisering; emancipatie; gedecentraliseerde eenheidsstaat, gelijkheid; gelijkwaardigheid; gezag; grondrechten; grondwet; identiteit; ideologie; individualisering; individuele vrijheid; indoctrinatie; internationalisering; liberalisme; links-rechts; lobby; macht; machtsmiddelen; machtsverhouding; manipulatie; massamedia; mensenrechten; norm; ontkerkelijking; ontzuiling; overheid; overheidsbeleid; parlementaire democratie; particulier initiatief; pluriformiteit; poldermodel; politieke agenda; politiek probleem; politiek; politieke grondrechten/vrijheidsrechten; politieke partijen; politieke stroming; politieke systeem; populisme; pragmatisch; pressiegroepen; (democratische) rechtsstaat; regeerakkoord; representatie; representativiteit; secularisering; sociaaldemocratie; sociale grondrechten; sociaal probleem; staat; systeembenadering; verzorgingsstaat; vrije markteconomie; waarde. Sociaaleconomische benaderingswijze Bij de sociaaleconomische benaderingswijze moet je: • van de betrokken groeperingen aangeven welke belangen zij hebben c.q. nastreven; • herkennen in hoeverre de nagestreefde belangen of ideologische oriëntaties samenhangen met de sociale en economische posities van de betrokken groeperingen; • de sociaaleconomische/maatschappelijke oorzaken aangeven van het maatschappelijke vraagstuk; • financieel-economische belangen of financiële aspecten erbij betrekken/herkennen; Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je er met een ‘economische bril’ naar een maat­ schappelijk probleem kijkt, welke rol spelen economische belangen? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de sociaaleconomische ­benaderingswijze: • Speelt sociaaleconomische klasse een rol bij criminaliteit? • Welke belangen hebben betrokken groeperingen? Basisbegrippen ten aanzien van de sociaaleconomische benaderingswijze: Arbeidsmarkt; arbeidsverdeling; arbeidsverhouding; belang; belangenorganisatie; ­collectieve goederen; commercialisering; duurzame ontwikkeling; gemengde economie; informatiemaatschappij; internationalisering/globalisering; liberalisering; klasse; maatschappelijke/sociale ongelijkheid; maatschappelijke positie; marktmechanisme; particulier initiatief; planeconomie; postindustriële samenleving; privatisering; sociale mobiliteit; sociale stratificatie; sociale/maatschappelijke structuur; vrijemarkteconomie; vrije ondernemingsgewijze productie.

12

9789006391695_EB_vMWS.indb 12

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Vaardigheden bij Maatschappijwetenschappen

Sociaal-culturele benaderingswijze Bij de sociaal-culturele benaderingswijze moet je: • van de betrokken groeperingen aangeven welke opvattingen zij hebben over de aard, de oorzaken van het maatschappelijk vraagstuk en het gewenste beleid; • in de opvattingen van betrokken groeperingen normatieve uitgangspunten herkennen en deze in verband brengen met ideologische en levensbeschouwelijke oriëntaties; Eenvoudiger gezegd: Wat valt op als je er met een ‘culturele bril’ naar een maatschappelijk probleem kijkt, welke opvattingen, normen en waarden botsen? De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de sociaal-culturele benaderingswijze: • Welke normen en waarden spelen een rol bij dit specifieke probleem? • Is er een botsing van waarden en normen van ouders en van kinderen? Basisbegrippen ten aanzien van de sociaal-culturele benaderingswijze: Acculturatie; assimilatie, beeldvorming; censuur, cultureel kapitaal; cultuur; democratisering; deviant gedrag; discriminatie; dominante cultuur; emancipatie; etnocentrisme; globalisering/internationalisering; identiteit; ideologie; individualisering; informatiemaatschappij; integratie; internalisatie; klassieke en sociale grondrechten, manipulatie; massamedia; massacommunicatie; mediaframe; mediahype; mediatisering; mensenrechten/grondrechten; minderheidsvorming; multiculturele samenleving; nature-nurturedebat; norm; objectiviteit; ontkerkelijking; ontzuiling; pluriformiteit; pluriforme samenleving; politieke stroming; referentiekader; rol, rolpatronen; secularisering; selectieve perceptie; sociale cohesie; sociale controle; socialisatie; socialisatoren; stereotype(ring); subcultuur; subjectiviteit; verzuiling; vooroordeel; waarde. Veranderings- en vergelijkende benaderingswijze Bij de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze moet je: • maatschappelijke ontwikkelingen/ veranderingen in verband brengen met het maatschappelijk vraagstuk, overheidsbeleid en in opvattingen van betrokken groeperingen; • verschillende aspecten van het vraagstuk vergelijken met die in andere samenlevingen. • ten aanzien van een maatschappelijk vraagstuk onderstaande begrippen kunnen toepassen. De volgende vragen zijn voorbeelden van vragen binnen de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze: • Hoeveel criminaliteit is er in andere steden in ons land? • Welke maatschappelijke ontwikkelingen en veranderingen hebben met het maatschappelijke probleem te maken? Basisbegrippen ten aanzien van de veranderings- en vergelijkende benaderingswijze: democratisering; commercialisering; emancipatie, duurzame ontwikkeling; globalisering/ internationalisering; individualisering; industrialisering, liberalisering; mensenrechten; privatisering; modernisering; secularisering; technologische-/ICT-ontwikkeling/digitalisering; ontzuiling; verzuiling.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 13

13

08-05-17 16:52


Examenbundel 2017 | 2018

Spotprenten begrijpen Een bijzondere vaardigheid die je je eigen moet maken, is het begrijpen van spotprenten. Al enige jaren worden in toenemende mate ook spotprenten in les- en tekstboeken maatschappijwetenschappen afgedrukt. Het is dan ook nuttig enkele aanwijzingen te geven over de essentie van spotprenten en op een paar punten in te gaan waarop bij het begrijpen van spotprenten moet worden gelet. Hieronder zie je een voorbeeld van een spotprent:

Joep Bertrams. http://www.yoopdeloop.com/archief/porfolio_item/208/110510gpd+maxima

Kenmerken spotprent Spotprenten hebben al geruime tijd hun plaats in kranten, opiniebladen en tijdschriften. Op het ogenblik verschijnt in bijna elke krant bijna dagelijks een spotprent. Andere termen die worden gebruikt, zijn politieke prenten, karikaturen en cartoons. Het gaat dan om tekeningen naar aanleiding van actuele gebeurtenissen. Ze zijn vaak humoristisch, maar dit is lang niet altijd het geval. Het zijn geen illustraties die bij een verhaal horen, maar zelfstandige visuele ‘columns’ met vaak een korte tekst. Die tekst is ook van belang. De tekst duidt aan wat er te zien is, of geeft een bepaalde betekenis aan het beeld. Een spotprent becommentarieert een persoon of een situatie bijna altijd kritisch. Vaak overdrijft de tekenaar wat. Hoe het ook zij, een prent prikkelt tot een opinie. Wellicht sterker nog: provoceert daartoe. Deze karakterisering bevat twee belangrijke kenmerken van politieke prenten. Allereerst wil een politieke prent haar onderwerp bewust niet precies zo weergeven zoals het met de werkelijkheid overeenkomt. In satirische zin overdrijft zij in haar uitbeelding opzettelijk in wat haar als belangrijk voorkomt (bijvoorbeeld de neus is veel langer getekend om te laten zien dat de persoon in kwestie een jokkebrok is; of de oren zijn klein of dichtgestopt om te laten zien dat iemand niet luistert; of de tekenaar geeft iemand een “Lombroso” uiterlijk om te laten zien dat deze persoon niet te vertrouwen is. Daarmee wordt een tweede kenmerk van een politieke prent duidelijk. Politieke prenten willen een politiek feit (toedracht of stand van zaken) ‘becommentariëren’, daartoe stelling nemen, en/of kritiek uitoefenen.

14

9789006391695_EB_vMWS.indb 14

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Spotprenten begrijpen

Vergeleken met de redactionele tekst van de krant (de dagelijkse berichtgeving), gaat het bij een spotprent niet om een ‘nieuwsmededeling’, maar om meningsvormend ‘commentaar’. Het begrijpen van een politieke prent veronderstelt wel dat men het feit (de toedracht, de situatie) kent waarop de prent betrekking heeft. Een goede prent heeft veel gemeen met een kort verhaal. Zij verwijst naar een gebeurtenis die nog maar kort geleden plaatsvond en wordt vanuit een bepaald perspectief belicht. Een goede prent prikkelt tot de vraag naar de oorzaken van de uitgebeelde situatie en naar hoe het verder zal gaan. Het begrijpen van prenten houdt in het (h)erkennen wat de tekenaar ‘zeggen’ wil, welk doel hij (of zij) nastreeft, en voor welke partij of groep hij (of zij) het opneemt. Prenten willen uitnodigen tot het nadenken over de eigen opinie, opvatting of stellingname. Ondanks de sterke punten van prenten is het raadzaam bepaalde grenzen en gevaren niet over het hoofd zien. De kracht van een prent is vaak tegelijkertijd ook haar zwakke punt. Immers, een prent is allesbehalve objectief. Daar moet je je van bewust zijn. De tekenaar wil een boodschap meegeven en interpreteert een gebeurtenis. Politieke prenten kunnen (en willen) geen volledige informatie geven. Zij vervangen ook niet andere informatiebronnen. Politieke tekenaars – columnisten met een eigen stijl en sterke opinies – vereenvoudigen situaties en gebeurtenissen. Dit doen zij niet uit een gebrek aan kennis, inzicht en onderscheidingsvermogen. Zij willen niet zozeer verklaren, maar een spiegel voorhouden. Politieke tekenaars willen ons niet alleen laten (glim)lachen door hun tekening. Zij geven met hun cartoon hun politieke mening, nemen stelling met betrekking tot politieke zaken, en willen dat wij over die politieke zaken een mening vormen dan wel die heroverwegen. Politieke prenten zijn een onderdeel van de informatie waarop burgers hun mening baseren. Regelmatig wekt een prent woede op bij personen die zich aangevallen voelen. Een voorbeeld hiervan is de kwestie van de twaalf spotprenten over de profeet Mohammed van twaalf Deense tekenaars in de Deense krant Jyllands-Posten van 30 september 2005. De tekenaar Kurt Westgaard tekende de profeet met in zijn tulband een brandende lont. Deense moslims tekenen protest aan en elf ambassadeurs uit de islamitische wereld vroegen om een gesprek met minister-president Rasmussen van Denemarken. Het is niet eenvoudig om spotprenten goed te begrijpen. Daarom is het handig om onderstaand stappenplan te volgen als je een vraag over een spotprent moet beantwoorden.

Stap 1. Wat zie je? a Zeg letterlijk wat je ziet, dus zonder te interpreteren. b Beschrijf de personen/figuren. c Beschrijf de voorwerpen. d Beschrijf de afgebeelde situatie. Stap 2: Welke tekst staat er bij de spotprent? a Is er een titel? b Bijschriften en teksten. c Jaartal/tekenaar. Stap 3: Welke symbolen worden of welke symboliek wordt gebruikt in de spotprent? Stap 4: Wat is de boodschap van de tekenaar? a Leg de boodschap uit. b Leg uit hoe de tekenaar personen, voorwerpen en symbolen gebruikt voor zijn boodschap. Bron: ProDemos, Onderwijskrant Actueel 30 januari 2013

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 15

15

08-05-17 16:52


Spotprenten begrijpen

Examenbundel 2017 | 2018

Laten we bovenstaand schema toepassen op de spotprent aan het begin van dit hoofdstuk:

1 Wat zie je? Willem-Alexander is te herkennen aan de stropdas met initialen WA. Hij heeft een Máxima-masker met kroontje op. Hij verbergt zich achter dit masker. 2 Welke tekst staat er bij de spotprent? “Gezicht van Oranje.” 3 Welke symbolen worden gebruikt in de spotprenten? – 4 Wat is de boodschap van de tekenaar? Máxima is populairder dan Willem-Alexander. Zij, en dus niet Willem-Alexander, wordt gezien als het nieuwe gezicht van Oranje. Bron: ProDemos, Onderwijskrant Actueel 30 januari 2013

Hieronder nog een (wat ingewikkelder) voorbeeld met daaronder het ingevulde schema:

Verschijningsdatum: 7 jan. 2015

16

9789006391695_EB_vMWS.indb 16

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

Spotprenten begrijpen

Stap 1: Wat zie je? Zeg letterlijk wat je ziet, dus zonder te interpreteren. a Ik zie twee potloden, die rechtop staan. Een vliegtuig vliegt er recht op af. Je ziet witte wolken in de lucht. b Beschrijf de personen/figuren. Geen personen/figuren. c Beschrijf de voorwerpen. Geen andere voorwerpen dan hierboven beschreven. d Beschrijf de afgebeelde situatie. Het vliegtuig lijkt op de potloden af te vliegen. De potloden lijken op torens. Stap 2: Welke tekst staat er bij de spotprent? a Is er een titel? Nee. b Bijschriften en teksten. In het bijschrift staat dat de cartoon is verschenen op 7 januari 2015. c Jaartal/tekenaar. Onderin rechts staat rubenL.nl: dat is de website van tekenaar Ruben Oppenheimer. Stap 3: Welke symbolen worden of welke symboliek wordt gebruikt in de spotprent? De potloden verwijzen naar de twee torens (Twin Towers) die op 11 september 2001 werden doorboord door twee vliegtuigen tijdens een terroristische aanval. Tegelijkertijd staan de potloden ook symbool voor de vrijheid van meningsuiting, waaronder ook de persvrijheid valt. Stap 4: Wat is de boodschap van de tekenaar? a Leg de boodschap uit. De tekening is verschenen als reactie op de aanslag in Parijs op de redactie van het tijdschrift Charlie Hebdo. Dit satirische tijdschrift leverde (en levert nog steeds) kritiek op vele maatschappelijke instituties, waaronder ook het geloof en de Islam. De cartoonist legt in de tekening de link met de terroristische aanslagen op de Twin Towers, oftewel met 9/11, die plaatsvonden op 11 september 2001. De beelden van destijds waarin we de twee grote torens in New York in brand zien staan terwijl een vliegtuig de torens invliegt, zijn de hele wereld overgegaan en staan bij veel mensen in hun geheugen gegrift. De potloden, die in de tekening de Twin Towers moeten voorstellen, staan in januari 2015 symbool voor Charlie Hebdo en de vrijheid van meningsuiting en persvrijheid. Het vliegtuig staat symbool voor de terroristen die de aanslag op de redactie pleegden. De tekenaar maakt op deze manier duidelijk dat de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo een (terroristische) aanslag is op het vrije woord en het geschreven woord. b Leg uit hoe de tekenaar personen, voorwerpen en symbolen gebruikt voor zijn boodschap. De symboliek in de tekening is hierboven al uitgelegd.

Zoals je aan het begin van dit hoofdstuk al hebt kunnen lezen is niet alles van Domein A hierboven beschreven, er worden slechts een paar onderwerpen uitgelicht. Gebruik de syllabus voor alle examenstof over domein A!

Š ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 17

17

08-05-17 16:52


9789006391695_EB_vMWS.indb 18

08-05-17 16:52


deel 1 oefenen op onderwerp

19

9789006391695_EB_vMWS.indb 19

08-05-17 16:52


9789006391695_EB_vMWS.indb 20

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

1 Vaardigheden Opgave 1  Criminaliteit in wijken

Wijken verschillen van elkaar met betrekking tot de omvang van de criminaliteit. Wijken verschillen ook van elkaar naar de mate van sociale cohesie. Je kunt onderzoeken of er een verband bestaat tussen de omvang van de criminaliteit en de mate van sociale cohesie in wijken. 1a Geef twee indicatoren van de mate van sociale cohesie in wijken.

Om de veiligheid te vergroten, nemen bestuurders zoals het college van B & W allerlei maatregelen zoals bijv. het inzetten van een wijkagent. Bestuurders willen weten of dit een effectieve maatregel is. Onderzoekers stellen de volgende hypothese op: het inzetten van een wijkagent verkleint de kans op vernieling, inbraak en beroving op straat in de wijk. Onderzoekers maken een experimentele onderzoeksopzet. 1b Beschrijf deze onderzoeksopzet.

Opgave 2  Een theoretisch model van sensatie ‘De wetenschappelijke literatuur over de productie van nieuws geeft aanleiding tot het formuleren van verklarende factoren op twee niveaus: het landenniveau en het zender­ niveau. (...) Op landenniveau is een viertal verklarende factoren te onderscheiden, zoals in de figuur hierna te zien is. • Een eerste factor op landenniveau is het niveau van de beschikbare technologie in een gegeven land op een gegeven moment. (...). In het model is deze factor slechts zijdelings weergegeven. (met behulp van een stippellijntje) • De tweede factor op landenniveau is de mate van concurrentiedruk op de markt voor televisienieuws. (...) • De journalistieke cultuur is de derde variabele die we op landenniveau onderscheiden. De journalistieke cultuur kan variëren. De balans tussen verslaggeving en redactionele bewerking is hierbij een onderscheidende factor. (...). ‘ bron: Mariska Kleemans, Anna van Cauwenberge, Leen D’Haenens en Paul Hendriks Vettehen (2008). Op zoek naar verklaringen voor sensatie in het nieuws. Een vergelijking tussen Nederlandse, Vlaamse, Waalse, en Franse televisiejournaals. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, nummer 4.

De onderzoekers hebben de volgende hypothese geformuleerd: ‘Televisienieuwsberichten in markten met meer concurrentiedruk (Frankrijk, Nederland) laten meer sensatie zien dan televisienieuwsberichten in markten met minder concurrentiedruk (Vlaanderen, Wallonië).’ 2a Beschrijf globaal een opzet van een kwantitatief onderzoek om deze hypothese te toetsen. Geef daarin weer welke vier algemene stappen moeten worden gezet om te kunnen concluderen of de hypothese aanvaard of verworpen moet worden.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 21

21

08-05-17 16:52


1 Vaardigheden

Examenbundel 2017 | 2018

Een theoretisch model betreffende de productie van sensationeel nieuws

Concurrentiedruk: – Aantal inwoners – Aantal zenders met nieuws

Landenniveau

Technologisch niveau

Jounalistieke cultuur

Media beleid Mate van sensatie in het televisienieuws Type zender: Publiek of commercieel

Doelgroep zender

Zenderniveau

bron: Mariska Kleemans, Anna van Cauwenberge, Leen D’Haenens en Paul Hendriks Vettehen (2008). Op zoek naar verklaringen voor sensatie in het nieuws. Een vergelijking tussen Nederlandse, Vlaamse, Waalse, en Franse televisiejournaals. Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, nummer 4.

Opgave 3  Onderzoek naar de relatie muziekvideo’s en opvattingen over seksuele relaties onder jongeren­ Onderstaande tekst komt uit een onderzoek dat is uitgevoerd om meer inzicht te krijgen in de relatie tussen het kijken naar muziekvideo’s en diverse typen opvattingen over seksuele relaties.

‘Het onderzoek onderscheidt zich van voorgaande studies omdat er meer relevante variabelen tegelijkertijd worden onderzocht en omdat de operationaliseringen expliciet zijn toegespitst op muziekvideo’s. De eerste groep relevante variabelen zijn de opvattingen over seksuele relaties die in voorgaand inhoudsanalytisch onderzoek naar muziekvideo’s naar voren komen (Ward, 1995). Deze zijn in te delen in twee typen: (a) o pvattingen over de seksuele rollen van mannen en vrouwen – mannen zijn de baas in seksuele relaties en vrouwen gedragen zich als lustobjecten en (b) opvattingen over de vrijblijvendheid van seksuele relaties in het algemeen – seks zou een recreatief tijdverdrijf zijn zonder consequenties.

22

9789006391695_EB_vMWS.indb 22

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

1 Vaardigheden

Een tweede groep relevante variabelen heeft betrekking op de blootstelling aan muziek­ video’s. In de studie van Strouse et al. (1994), die werd uitgevoerd onder 458 jongeren van 11-16 jaar, bleek het praten met vrienden over MTV evenals het kijken naar deze clips positief samen te hangen met de acceptatie van ongewenste intimiteiten. De redenering waarom het praten over clips zou samenhangen met seksuele opvattingen is analoog aan de redenering waarom kijktijd van invloed zou zijn. Naarmate men er meer over praat en meer kijkt is het aannemelijker dat de clips een grotere rol spelen bij het vormen en in stand houden van opvattingen. Methode, respondenten en procedure De variabelen werden geoperationaliseerd in een schriftelijke vragenlijst die werd afgenomen bij 384 leerlingen (61% vrouwen) tussen de 13 en 18 jaar 75 (M = 15,7) op een viertal scholen. Van de respondenten gaf 42% aan dat zij zich tot een andere bevolkingsgroep dan de Nederlandse rekenden (Marokkaans 12%, Turks 12%, Surinaams 7%, Antilliaans 3%, overige 8%). De respondenten zijn afkomstig uit drie leerjaren van vier opleidingstypen, te weten VMBO, HAVO, VWO en MBO. VWO en HAVO zijn algemeen vormende opleidingen die voorbereiden op het hoger onderwijs; VMBO en MBO zijn beroepsopleidingen. (...). Voor dit onderzoek zijn de respondenten ingedeeld in twee opleidingsniveaus (VMBO/MBO, n = 205, versus HAVO/VWO, n = 179). De vragenlijsten zijn schriftelijk afgenomen in schoolklassen in aanwezigheid van een docent. Conclusie Onder jongeren van 13 tot 18 jaar hangen de kijktijd naar en het praten over rap- en hiphopvideoclips enerzijds, positief samen met het onderschrijven van de traditionele ideeën dat mannen seksuele relaties domineren en dat vrouwen zich gedragen als lust­ objecten anderzijds.’ bron: Hans Beentjes, Ruben Konig en Daphne Krzeszewski (2008). Tijdschrift voor Communicatiewetenschap, nummer 4

De onderzoekers onderscheiden in dit tekstfragment verschillende groepen relevante variabelen. 3a Noem een afhankelijke variabele en een onafhankelijke variabele uit het tekstfragment.

3b Geef van een onafhankelijke variabele uit het tekstfragment een operationalisering.

Het is de vraag of de onderzoekers op grond van de gegevens in de tekst tot een generaliserende conclusie kunnen komen. 3c Welke kanttekening kun je maken bij de generaliseerbaarheid van de conclusie? Leg je antwoord uit.

Opgave 4  Hoe moeten misdadigers volgens het Nederlandse volk gestraft worden? De onderzoeksvraag van de onderzoekers luidt: Hoe behoren volgens het Nederlandse publiek veroordeelde plegers van misdrijven gestraft te worden? Om deze vraag te beantwoorden hebben de wetenschappers een steekproef getrokken uit de Nederlandse bevolking, bestaande uit 2164 personen tussen de 18 en 80 jaar. Van de geselecteerde respondenten hebben uiteindelijk 1071 personen deelgenomen aan het onderzoek. Dat betekent dat de non-respons 50,5 procent bedraagt. Met non-respons worden al die respondenten bedoeld die zijn geselecteerd voor de steekproef, maar die om uiteen­ lopende redenen (bijvoorbeeld geen zin, geen tijd of vergeten) niet hebben deelgenomen aan het onderzoek.

© ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 23

23

08-05-17 16:52


1 Vaardigheden

Examenbundel 2017 | 2018

Net zoals steekproeven select of aselect kunnen zijn getrokken, kan ook de non-respons select of aselect zijn. 4a Leg uit wat een selecte non-responsgroep kan betekenen voor de bruikbaarheid van de onderzoeksresultaten. Of de voorkeur van burgers voor een bepaald strafdoel inderdaad samenhangt met de mate waarin zij bepaalde sancties (strafmodaliteiten) geschikt achten, blijkt uit tabel 2. Bestudeer onderstaande tabel. Een ‘+’ betekent een positieve correlatie tussen een strafdoel en sanctie (strafmodaliteit).

onvoorwaar­ delijke gevangenisstraf onschadelijkmaking

voorwaardelijke gevangenisstraf

+

werkstraf

geldboete

schade­ vergoeding

–

vergelding afschrikking resocialisatie

+

herstel

+

bron: Ruiter, S., Tolsma, J., Hoon, M. de, Elffers, H., Laan, P. van der (2011, pp. 74, 83). De burger als rechter. Onderzoek naar geprefereerde sancties voor misdrijven in ­Nederland. Nederlands Studiecentrum Criminaliteit & Rechtshandhaving (NSCR), Radboud Universiteit Nijmegen, & WODC.

4b Wat wordt bedoeld met correlatie?

4c Leg uit wat wordt bedoeld met: er is een positieve correlatie tussen strafdoel ‘resocialisatie’ en sanctie ‘werkstraf‘.

4d Leg uit waarom je deze correlatie mag verwachten.

Opgave 5  TBS ‘Cijfers recidive boterzacht: Tbs’er laat zich niet vangen Na tachtig jaar tbs bestaat er nog steeds geen landelijk onderzoek naar de effecten van de behandeling. Mogelijk zal de ‘parlementaire onderzoekscommissie tbs-stelsel’, die een dezer dagen met een rapport komt, aandringen op zo’n onderzoek. Pyromanen, verkrachters, moordenaars. Jaarlijks worden in Nederland zo’n zestienhonderd tbs’ers behandeld. (...) Toch weet niemand hoe effectief die kostbare tbs-behandeling is. Wat is de meerwaarde boven een gevangenisstraf? Al jaren schermen de tbs-instellingen met positieve recidivecijfers. (...) Volgens Corine de Ruiter, hoogleraar forensische psychologie aan de Universiteit van Maastricht en onderzoeker aan het Trimbosinstituut, zijn die cijfers van de instellingen echter boterzacht. De Ruiter verbaast zich erover dat tbs-

24

9789006391695_EB_vMWS.indb 24

© ThiemeMeulenhoff

08-05-17 16:52


vwo maatschappijwetenschappen

1 Vaardigheden

klinieken nooit systematisch hebben onderzocht welke behandeling voor welke delinquent geschikt is en wat het effect is van een behandeling. (...) Martien Philipse, onderzoeker bij de Pompekliniek in Nijmegen waar tweehonderd patiënten in behandeling zijn, bevestigt dit beeld. ‘Empirisch onderzoek heeft inderdaad nooit bovenaan het lijstje van behandelaars gestaan. Dat geldt overigens niet alleen voor de tbs-instellingen, maar voor de hele psychiatrie.’ (...) Toch is er wel degelijk empirisch onderzoek te doen naar het effect van een tbs-behandeling, aldus Philipse. ‘Delinquenten in gevangenissen die vergelijkbare delicten hebben gepleegd als tbs’ers, maar daarvoor toch geen tbs hebben gekregen, kunnen worden vergeleken met delinquenten in tbs-klinieken. Ook kun je twee verschillende behandelingen onder één type delinquenten, bijvoorbeeld verkrachters, met elkaar vergelijken. Zulk onderzoek vindt al plaats.’ Philipse vindt dat er wat dat betreft in de afgelopen vijf jaar al veel is veranderd. ‘Het feit dat ik – samen met drie andere onderzoekers – onderzoek kan doen in de Pompekliniek, is daar al een voorbeeld van. Ook in andere tbs-instellingen zijn nu onderzoekers werkzaam. We zijn op de goede weg.’ Doodzonde Losse initiatieven, noemt De Ruiter de onderzoeken. ‘Wil je echt iets verbeteren, dan moeten tbs-instellingen hun krachten bundelen. Een onderzoekspopulatie van zestien­ honderd mensen is tenslotte maar klein. Om statistisch significante resultaten te krijgen, heb je de hele populatie nodig.’Daarnaast moeten de instituten dezelfde protocollen volgen, zodat de behandelingen vergelijkbaar zijn, vindt De Ruiter. Zij pleit voor een landelijk onderzoeksprogramma, aangejaagd door de overheid.’ bron: Astrid Smit, Tbs’er laat zich niet vangen, Intermediair, 11 mei 2006.

In de tekst wordt gesproken over empirisch onderzoek. Bij empirisch onderzoek onderscheidt men veelal onafhankelijke en afhankelijke variabelen. 5a Noem de onafhankelijke variabele in het onderzoek dat besproken wordt in de genoemde tekst. 5b Leg uit waarom een controlegroep nodig is om vast te kunnen stellen of er waarneembare effecten van de tbs-behandeling zijn. ‘Om statistisch significante resultaten te krijgen, heb je de hele populatie nodig’, aldus hoogleraar Corine de Ruiter. 5c Wat wordt in dit verband bedoeld met ‘statistisch significante resultaten’?

Opgave 6  Vette trek In de kabinetsnotitie ‘Met het oog op morgen’ staat dat er geen reclame zal worden uitgezonden rond kinderprogramma’s. Kennelijk is het kabinet van mening dat kinderen sterker door reclame worden beïnvloed dan volwassenen. Onderstaande tekst stelt dat het effect van reclame op kinderen in de leeftijd van 10-12 jaar verschillend kan uitpakken.

Dikke kinderen lijken gevoeliger voor reclameboodschappen Internetenquête ‘Kids, Kilo’s en Kijkcijfers’ De helft van de kinderen met obesitas (overgewicht) en inactieve kinderen meldt trek te krijgen door het zien van reclameboodschappen. Dat zegt drs. Karen van Reenen (Nederlandse Hartstichting) naar aanleiding van ‘Kids, kilo’s en kijkcijfers’. De Nederlandse internetenquête maakt deel uit van een Europees project, in gang gezet door het European Heart Network. © ThiemeMeulenhoff

9789006391695_EB_vMWS.indb 25

25

08-05-17 16:52


www.examenbundel.nl examenbundels Duits Engels Frans Nederlands biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B wiskunde C aardrijkskunde economie geschiedenis m&o maatschappijwetenschappen

978-90-06-39181-7 978-90-06-39197-8 978-90-06-39179-4 978-90-06-39185-5 978-90-06-39202-9 978-90-06-39188-6 978-90-06-39167-1 978-90-06-39193-0 978-90-06-39168-8 978-90-06-39176-3 978-90-06-39191-6 978-90-06-39196-1 978-90-06-39180-0 978-90-06-39174-9 978-90-06-39169-5

Meer kans van slagen met de Examenbundel!

De Examenbundel bevat oefeningen

met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

De bundel is speciaal samengesteld voor juiste stof.

Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

vwo

samengevat biologie natuurkunde scheikunde wiskunde A wiskunde B wiskunde C aardrijkskunde geschiedenis economie m&o Nederlands 3F / 4F rekenen 3F

2017|2018 vwo

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.

2017|2018

vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo h/v h/v

ÂŽ

dit schooljaar, dus je oefent altijd de

examenbundel

vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo vwo

vwo maatschappijwetenschappen

Bundels voor al je vakken bestel je op

drs. E.A. Poeze

maatschappijwetenschappen

Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018

Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0 Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.

9789006391695_EB_vMWS_OS.indd 2-4

9 789006 391695

11/05/17 13:57


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789006391695 inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu