www.examenbundel.nl
examenbundels Nederlands Engels Duits Frans wiskunde biologie nask 1 nask 2 aardrijkskunde economie geschiedenis maatschappijkunde
978-90-06-39198-5 978-90-06-39177-0 978-90-06-39192-3 978-90-06-39199-2 978-90-06-39194-7 978-90-06-39165-7 978-90-06-39195-4 978-90-06-39178-7 978-90-06-39182-4 978-90-06-39166-4 978-90-06-39189-3 978-90-06-39164-0
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
examenbundel
vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo (k)gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Bundels voor al je vakken bestel je op
Nederlands 2F biologie nask 1 nask 2 rekenen 2F wiskunde aardrijkskunde economie geschiedenis
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
vmbo vmbo kgt vmbo kgt vmbo gt vmbo vmbo kgt vmbo gt vmbo kgt vmbo gt
2017|2018
R. van Otterdijk J. de Heer
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
vmbo gt / mavo
samengevat
®
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391640_EB_vmML_OS.indd 2-4
9 789006 391640
9/05/17 13:45
9789006391640_inner.indb 1
24-04-17 09:31
ÂŽ
2017|2018 vmbo gt / mavo
R. van Otterdijk J. de Heer
maatschappijkunde
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
9789006391640_inner.indb 1
24-04-17 09:31
Colofon Auteur R. van Otterdijk J. de Heer Vormgeving Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak PPMP Prepress, Wolvega
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 39164 0 Eerste druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
® Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
9789006391640_inner.indb 2
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het examen voor het vak maatschappijkunde op vmbo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een ruim aantal opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Oriëntatietoets: Heb je deze toets gemaakt? Dan weet je wat je nu weet. Vul je scores in op www.examenbundel.nl. Je ziet gelijk wat je kent en wat je niet kent. Ook zie je welke hoofdstukken in de Examenbundel je nog moet oefenen. De oriëntatietoets is net zo groot als een examen. Als je de oriën tatietoets goed hebt gedaan, ben je klaar voor deel 2 van dit boek. Je gaat daar oefenen met examens. Deel 2a: In dit deel vind je complete examens met uitwerkingen. In de uitwerkingen vind je uitleg en toelichting bij de antwoorden. Deel 2b: Hierin vind je het integrale examen van 2017-I zonder uitwerkingen. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Via deze site kun je nog veel meer gratis oefenexamens downloaden. Bijlagen: Achterin deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen, suggesties voor verder lezen en bruikbare internetadressen. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in eigen tempo. Oefenen houdt in dat je probeert een opgave eerst zelf te maken. Daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Het centraal examen maatschappijkunde vmbo gt 2018 wordt afgenomen op dinsdag 22 mei tussen 9.00 en 11.00 uur. De makers van de examenbundel wensen je daarbij alvast heel veel succes! Deze examenbundel maatschappijkunde is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Vereniging voor Leraren Maatschappijleer (NVLM). Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2017
Opmerkingen De overheid stelt regels op die betrekking hebben op de specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 3
3
24-04-17 09:31
9789006391640_inner.indb 1
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Inhoud 3 voorwoord
6 het centraal examen maatschappijkunde 2017 9 examenprogramma 10 leervaardigheden in het vak maatschappijkunde 10 casus 11 voorbeelden bij de analyse van het maatschappelijk vraagstuk 16 politieke prenten begrijpen 19 beeld- en fotoanalyse
deel 1
oefenen op onderwerp 1 Politiek en beleid 29 oefenvragen 38 uitwerkingen 48 begrippen 2 Massamedia 54 oefenvragen 61 uitwerkingen 65 begrippen
deel 2a
examens met uitwerkingen Examen 2015-I 125 opgaven 152 uitwerkingen Examen 2016-I 161 opgaven 181 uitwerkingen
deel 2b
examen zonder uitwerking Examen 2017-I 191 opgaven
bijlagen
cijferbepaling suggesties voor verder lezen internetadressen
3 Criminaliteit en veiligheid 69 oefenvragen 81 uitwerkingen 89 begrippen 4 Analyse van een maatschappelijk vraagstuk 101 oefenvragen 112 uitwerkingen 116 begrippen
oriëntatietoets
nagaan wat je al weet 121 opgaven
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 5
5
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
Het centraal examen maatschappijkunde 2018 De onderwerpen Het centraal schriftelijk examen ‘maatschappijkunde’ heeft betrekking op twee kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Over deze kerndelen worden verschillende vragen gesteld. Bij elk kerndeel hebben een of meer vragen betrekking op het kerndeel ‘Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde’. In het eindexamen zijn ook vragen opgenomen over de analyse van het maatschappelijk vraagstuk. Daarin moet je een maatschappelijk vraagstuk analyseren door verbanden te leggen op een manier die je bij maatschappijkunde hebt geleerd. Omdat daarin vaak vragen staan die enige kennis van massamedia vereisen, hebben we in deze bundel ook vragen over massamedia opgenomen. Het examen maatschappijkunde zelf Op het examen krijg je twee boekjes: het bronnenboekje en het vragenboekje. Het bronnen boekje bestaat uit de bronnen waarover vragen worden gesteld. De bronnen bevatten vaak fragmenten van teksten uit kranten. In enkele gevallen gaat het om tabellen, figuren en politieke prenten (cartoons). Het aantal bronnen varieert. In het vragenboekje staan ongeveer achtenveertig vragen. Er zijn open vragen en meerkeuzevragen. De bronnen en de vragen gaan over de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Het examen duurt maximaal twee uur. Bepaling van je cijfer en de normering van het examen Voor ieder goed antwoord krijg je een of meer punten. Dat staat precies beschreven in het correctievoorschrift dat is vastgesteld door het College van Examens (CvE). Je examen wordt eerst nagekeken door je eigen docent. Daarna kijkt een docent maatschappijkunde van een andere school je examen na. Samen bepalen ze het aantal behaalde punten. Het CvE bepaalt vervolgens de norm afhankelijk van de landelijke resultaten voor het examen. Die norm geeft aan welk cijfer je krijgt bij de behaalde punten. Voorbereiding voor het examen Voor een goede voorbereiding op het examen zijn twee zaken belangrijk: –– Je moet voldoende kennis hebben van de onderwerpen in de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. –– Je moet de vaardigheden die in het examenprogramma voorgeschreven zijn, voldoende beheersen. Voorbereiding op het examen met deze bundel Om jezelf goed voor te beiden op het examen volgen hier enkele tips. –– Maak de oefenvragen in deze bundel. Je kunt dan voor jezelf bepalen of je die vragen goed kunt beantwoorden. Kijk daarna ook goed naar de uitwerkingen. –– Maak de examens maatschappijleer 2015-I en 2016-I achterin deze bundel. Je krijgt dan een goed inzicht in wat je al weet en kunt. –– Houd de media bij over maatschappelijke en politieke onderwerpen. Dat kun je doen door regelmatig een landelijk kwaliteitskrant te lezen, zoals de Volkskrant, het NRC Handelsblad of de Trouw. Je kunt daarnaast eventueel een regionale krant lezen. Kijk ook regelmatig naar het NOS-journaal of naar het RTL 4-journaal en/of luister naar het journaal op Radio1. Gebruik woordenboek Nederlands bij het examen Bij het maken van het schriftelijk examen mag je een eendelig verklarend woordenboek Nederlands gebruiken. Je mag in plaats hiervan ook gebruikmaken van een woordenboek Nederlands – vreemde taal, bijvoorbeeld naar je eigen thuistaal. Maak gepast gebruik van een woordenboek. Het kan een nuttig hulpmiddel zijn bij een enkel woord of begrip, maar veelvuldig opzoeken kan leiden tot tijdnood. Bovendien geeft een woordenboek soms een andere beschrijving van een begrip dan er in de kerndelen van maatschappijkunde wordt gebruikt. Alleen de formulering van begrippen zoals omschreven in leerboeken maatschappijkunde zijn geldig. 6
9789006391640_inner.indb 6
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Overige hulpmiddelen Naast het woordenboek Nederlands zijn ook andere hulpmiddelen toegestaan. Ze zijn bij de beantwoording van de vragen voor maatschappijkunde niet direct van belang. Het gaat dan om schijfmateriaal zoals tekenpotlood, liniaal, passer en een rekenmachine. Wat voor vragen kun je verwachten op het examen? Er zijn verschillende typen vragen. Hier volgen een aantal mogelijkheden: –– Begripsvragen. Aan de hand van een bron (tekst, tabel, figuur of politieke prent) laat je zien wat je weet van de kerndelen ‘Politiek en beleid’ en ‘Criminaliteit en rechtsstaat’. Zo kan je bijvoorbeeld gevraagd worden een cartoon of tabel uit te leggen. –– Argumentenvraag. Er wordt een situatie beschreven waarin je een bepaald standpunt moet innemen of je moet één of meer argumenten voor en/of tegen het standpunt noemen. Soms moet je in een tekst argumenten vóór of tegen een bepaald standpunt aanwijzen. –– Standpuntvraag. Je kunt zelf een standpunt innemen en daarbij argumenten formuleren of aanwijzen. –– Afwegingsvraag/betoogvraag. Je kunt argumenten tegen elkaar afwegen en op basis daarvan tot een eigen standpunt komen. Je moet daarbij zowel argumenten vóór als tegen beoordelen. Belangrijk is dat je goed aangeeft waarom je tot een keuze bent gekomen. Analyse van een maatschappelijk vraagstuk Een onderdeel van het examen is de analyse van een maatschappelijk vraagstuk. Bij dit onderdeel moet je laten zien dat je een actueel maatschappelijk vraagstuk kunt analyseren vanuit verschillende invalshoeken. Er wordt je bijvoorbeeld gevraagd om aan te geven waarom er sprake is van een maatschappelijk vraagstuk, hoe allerlei groepen en ook de overheid betrokken zijn bij het vraagstuk en/of hoe politieke partijen erover denken. Bij de analyse van het maatschappelijk staan vaak vragen over de rol van de media. Vraagformuleringen zoals je die kunt verwachten –– Welke … / Wat houdt … / Wat is … / Wat wordt bedoeld met … –– Noem (geef) twee kenmerken (argumenten) … –– Door welke … Licht je antwoord toe. –– Verklaar … / Beschrijf … –– Beredeneer … (de stappen van een redenering moeten worden beschreven) –– Beargumenteer … (de argumenten voor een stelling/positie moeten worden gegeven) –– Leg uit dat (hoe/welke) … Meerkeuzevragen Een deel van het examen bestaat uit meerkeuzevragen. Je kunt je daarop het best voorbereiden door veel te oefenen. Je kunt ook eens kijken of deze tips voor jou prettig werken: –– Probeer zelf het goede antwoord te geven. Denk niet alleen aan de redenen waarom één antwoord goed is, maar ook aan de redenen waarom de andere antwoorden fout of minder goed zijn. –– Als je zeker weet dat bepaalde antwoorden fout zijn, streep je die door. Als je twijfelt tussen twee antwoorden en je hebt een gevoelsmatige voorkeur voor een van beide, kies je die mogelijkheid. –– Let bij het type ‘waar/onwaar’-antwoorden (goed/fout, juist/onjuist) altijd op woordjes als ‘nooit’, ‘niet’, ‘altijd’, ‘de enige‘ en ‘alle’. –– Sla vragen waarop je het antwoord absoluut niet weet over en kijk daar later nog eens naar. –– Geef altijd antwoord.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 7
7
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
Omgaan met twijfel Bij het beantwoorden van meerkeuzevragen heb je vier mogelijkheden: 1 Je weet direct wat de juiste keuze is. 2 Je weet direct wat onjuiste keuzes zijn. 3 Op het eerste gezicht, maar zonder daar zeker van te zijn, zegt een bepaalde keuze je iets. 4 Niets komt je bekend voor, kortom je weet het antwoord niet. Als er sprake is van problemen bij het maken van meerkeuzevragen, dan betreft het vooral mogelijkheid twee en drie. Bij mogelijkheid een weet je immers het juiste alternatief. Bij mogelijkheid vier valt niets anders te doen dan te gokken. Bij zowel mogelijkheid twee als drie is er sprake van twijfel tussen de verschillende (meestal twee) alternatieven. Veel leerlingen hebben moeite met het kiezen uit de twee overgebleven alternatieven. Let erop dat je niet te lang bezig bent met een vraag. Het gevaar is groot dat je allerlei zaken door elkaar gaat halen en dat je in tijdnood komt. Twijfel slaat ook vaak toe bij het nakijken van je werk. Let erop dat je dan niet zomaar je antwoorden ‘verbetert’. Het komt nogal eens voor dat het eerste antwoord toch het goede antwoord was. Natuurlijk moet je je antwoord wel verbeteren als het goede antwoord je te binnenvalt. Tijdens het examen Neem de tijd om de vraag goed te lezen! Kijk ook naar het aantal punten dat voor de vraag staat. Het aantal punten is vaak een goede aanwijzing voor het aantal onderdelen dat het antwoord moet bevatten.
8
9789006391640_inner.indb 8
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Examenprogramma Hieronder staan de officiële exameneisen maatschappijkunde per kerndeel en een korte uitwerking daarvan. Het totaal geeft aan welke kennis en vaardigheden bij het centraal examen van 2018 wordt verwacht. ML2/K/1 Oriëntatie op leren en werken De kandidaat kan zich oriënteren op de eigen loopbaan en het belang van maatschappijkunde verwoorden. ML2/K/2 Basisvaardigheden De kandidaat kan basisvaardigheden toepassen die betrekking hebben op communiceren, samenwerken en informatie verwerven en verwerken. ML2/K/3 Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen. Hij of zij kan: –– ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken verschillende typen vragen herkennen en zo zelfstandig mogelijk formuleren; –– bij gegeven of zelf geformuleerde vragen informatie verwerven en daarbij gebruik maken van verschillende informatiebronnen; –– aangereikte informatie over maatschappelijke verschijnselen/vraagstukken verwerken en interpreteren op basis van vakinhoudelijke kennis; –– de principes en procedures die horen bij de benaderingswijze van het vak maatschappij kunde herkennen in informatiebronnen over een maatschappelijk vraagstuk, of toepassen op een maatschappelijk vraagstuk; –– een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven. ML2/K/4 Politiek en beleid De kandidaat kan: –– Nederland typeren als een parlementaire democratie in een rechtsstaat en als een constitutionele monarchie; –– uitleggen op welke wijze overheidsbeleid tot stand komt, de invloed van de Europese Unie daarin aangeven/herkennen en noemen/herkennen hoe Europese besluiten tot stand komen; –– mogelijkheden beschrijven die individuele burgers en belangen- of pressiegroepen hebben om de politieke besluitvorming te beïnvloeden; –– van politieke partijen en stromingen standpunten en de uitgangspunten herkennen, noemen en verklaren. ML2/K/8 Criminaliteit en rechtsstaat De kandidaat kan: –– de aard, ontwikkeling en omvang van criminaliteit als maatschappelijk probleem herkennen en beschrijven; –– principes van de rechtsstaat herkennen in het straf- en procesrecht; –– oorzaken van criminaliteit herkennen en beschrijven; –– de rol van overheidsorganen ter bestrijding van criminaliteit aangeven, verschillende beleidsmaatregelen en kenmerkende visies van politieke stromingen onderscheiden, en effectiviteit en wenselijkheid van beleidsmaatregelen beoordelen; –– de doelen van straffen en maatregelen onderscheiden. ML2/V/1 Analyse maatschappelijk vraagstuk De kandidaat kan een maatschappelijk vraagstuk gerelateerd aan de exameneenheden analyseren door verbanden tussen de eindtermen te leggen en door de benaderingswijze van maatschappijkunde erop toe te passen.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 9
9
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
ML2/K/7 Massamedia In het onderdeel ‘analyse van het maatschappelijk vraagstuk’ staan vaak vragen die enige kennis van massamedia vereisen. Daarom volgen hieronder de exameneisen van het kerndeel ‘Massamedia’. Het kerndeel ‘Massamedia’ wordt verder niet bevraagd in het Centraal Examen. De kandidaat kan: –– de betekenis van massamedia voor de samenleving herkennen en beschrijven; –– factoren en ontwikkelingen herkennen en noemen als het gaat om de inhoud en programmering van massamedia, en nieuwsvoorziening kritisch beoordelen; –– benoemen wat de rol van de media is bij beeldvorming en aangeven hoe er sprake is van beïnvloeding door massamedia; –– informatie vergelijken van verschillende media en verschillen daarin verklaren.
Leervaardigheden in het vak maatschappijkunde Bij het vak maatschappijkunde heb je geleerd dat je met kritische ogen moet kijken naar maatschappelijke verschijnselen, thema’s en problemen. Daarbij gebruik je verschillende invalshoeken: de politiek-juridische invalshoek, de sociaaleconomische invalshoek, de sociaal-culturele invalshoek en de veranderings- en vergelijkende invalshoek. Politiek-juridische invalshoek Als je het vak maatschappijkunde vanuit de politiek-juridische invalshoek benadert, onderzoek je bijvoorbeeld welke machtsmiddelen de verschillende maatschappelijke groeperingen en de overheid hebben. Ook is hierbij belangrijk in hoeverre de overheid zich met het vraagstuk bemoeit. Zo heeft een vakbond andere machtsmiddelen ter beschikking dan een politieke partij. Sociaaleconomische invalshoek Als je de sociaaleconomische invalshoek toepast, bekijk je bijvoorbeeld de maatschappelijke positie van de verschillende maatschappelijke groeperingen. Je kunt het verband aangeven tussen de maatschappelijke positie van een groepering en haar belangen. Je kunt zowel de gemeenschappelijke belangen die mensen hebben benoemen, als de tegengestelde belangen. Werkgevers kunnen op grond van hun economische positie veel macht of invloed uitoefenen. Sociaal-culturele invalshoek Als je maatschappijkunde vanuit de sociaal-culturele invalshoek benadert, kun je bijvoorbeeld de verschillende maatschappelijke groeperingen onderscheiden. Ook herken je hun opvattingen over maatschappelijke vraagstukken. Je kunt aangeven welke waarden en normen die groeperingen hebben. Gelovige groeperingen hebben bepaalde waarden die kunnen afwijken van die van niet-gelovige groepen. Veranderings- en vergelijkende invalshoek Als je een maatschappelijk probleem vanuit de veranderings- en vergelijkende invalshoek bekijkt, kijk je bijvoorbeeld naar hoe andere samenlevingen nu met deze problemen omgaan of hoe samenlevingen vroeger over deze problemen dachten.
Casus (bron: Handreiking schoolexamens vmbo 1 SLO) Een Turkse patiënte (67), een moslim in een verpleeghuis, die ernstig ziek is (suikerziekte en evenwichtstoornissen), weigert te eten, terwijl dat volgens de dokter heel slecht is voor haar gezondheid. Haar suikerspiegel moet op peil blijven. De patiënt wil niet eten omdat het Ramadan is en er zijn volgens haar geen uitzonderingen mogelijk. De dokter beweert dat in uitzonderlijke gevallen van de regel afgeweken kan worden, per slot van rekening leven ze niet volgens de sharia. 10
9789006391640_inner.indb 10
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
De familie (man en vier kinderen) van de patiënt bemoeit zich er ook mee en bezweert de dokter haar overdag geen eten en drinken te geven. Om dat te controleren willen ze permanent een lid van de familie bij het bed aanwezig hebben, maar dat mag niet volgens de leiding van het verpleeghuis. Nog een probleem is dat de vrouw volgens de echtgenoot niet door de mannelijke arts behandeld mag worden. De arts vindt dat onzin en geeft ook aan dat er geen andere arts beschikbaar is. Hij wil er een rechtszaak van maken, maar dat gaat een politieke partij in de gemeenteraad te ver en die kaart het probleem aan in de gemeenteraad. Het verpleeghuis is een door de gemeente gesubsidieerde instelling. De vragen die je kunt stellen vanuit de verschillende invalshoeken bij deze casus: Sociaal-economische invalshoek Welke financiële en economische belangen spelen een rol in deze casus? Wie neemt daarover de beslissingen? Welke kosten worden gemaakt en door wie? Sociaal-culturele invalshoek Welke verschillende culturele waarden spelen een rol? Welke religieuze waarden spelen een rol? Welke gewoonten en gebruiken spelen een rol? Waarden zijn uitgangspunten en principes die mensen belangrijk en nastrevenswaardig vinden. Een norm is een opvatting over hoe je je in bepaalde situaties wel of niet hoort te gedragen. De politiek en juridische invalshoek Welke regels spelen een rol? Hoe is de politiek erbij betrokken? Wie heeft uiteindelijk de macht om te beslissen? De veranderings- en vergelijkende invalshoek Hoe zou deze situatie bij strenger Nederlands beleid opgelost worden? Hoe zou deze situatie in Islamitische landen opgelost worden?
Voorbeelden bij de analyse van het maatschappelijk vraagstuk In elk examen staan vragen over de analyse van het maatschappelijk vraagstuk. Wat kun je zoal verwachten? Je kunt aangeven waarom er sprake is van een maatschappelijk vraagstuk. Een maatschappelijk vraagstuk (bijvoorbeeld vandalisme) of een maatschappelijk probleem heeft vier kenmerken: 1 Het gaat om een situatie of gebeurtenis die door veel mensen wordt afgekeurd (of waar veel mensen last van hebben). Het gaat dus om een sociaal probleem. 2 Het probleem is niet snel op te lossen omdat er verschillende meningen bestaan over de mogelijke oplossing en de mogelijke oorzaken van het probleem. 3 Het probleem kan het beste worden opgelost door de overheid in samenwerking met de burgers en organisaties. 4 Het probleem krijgt veel media-aandacht. Je kunt inventariseren welke politiek-juridische, sociaal-economische en sociaal-culturele aspecten aan het vraagstuk verbonden zijn. Je moet ook kunnen aangeven hoe het vraagstuk in verschillende samenlevingen een rol speelt en welke historische zaken belangrijk zijn. Door via de invalshoeken naar een maatschappelijk probleem te kijken, kun je de belangrijkste kenmerken van een vraagstuk op een rijtje zetten. Er zijn vier invalshoeken: 1 Bij de sociaaleconomische invalshoek kijk je of de economische situatie een rol speelt bij het maatschappelijk vraagstuk. Je vraagt je bijvoorbeeld af wat de kosten zijn van militair ingrijpen in Syrië. © ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 11
11
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
2 Bij de sociaal-culturele invalshoek spelen de waarden en normen van de mensen en groepen die betrokken zijn bij het maatschappelijke vraagstuk een rol. Je kijkt bijvoorbeeld naar wat mensen en organisaties vinden van militair ingrijpen in Syrië. 3 Bij de politiek-juridische invalshoek kijk je naar de rol van de overheid. Er is een politieke en een juridische kant aan deze invalshoek. Politiek: Wat heeft de overheid tot nu toe aan het probleem gedaan? Wat vinden de politieke partijen de beste oplossing voor het maatschappelijk vraagstuk? Welke partijen zijn voor of tegen militair ingrijpen? Juridisch: Welke wetsregels bestaan er voor het maatschappelijk vraagstuk? Welke aanpassingen van deze wetsregels zijn nodig of moeten er nieuwe wetsregels komen? Moeten er voor het militair ingrijpen in Syrië bijvoorbeeld wetten worden aangepast? 4 Bij de veranderings- en vergelijkende invalshoek kijk je naar wat andere samenlevingen vinden van het maatschappelijk vraagstuk of bekijk je hoe er vroeger werd omgegaan met een maatschappelijk vraagstuk. Je bekijkt bijvoorbeeld hoe in andere landen wordt gedacht over militair ingrijpen. Of je bekijkt bijvoorbeeld hoe Nederland vroeger omging met militaire missies. Welke sociale, culturele, politieke en sociaaleconomische veranderingen zijn van invloed geweest? Door te vergelijken snap je beter waarom bepaalde beslissingen genomen worden. Je kunt analyseren welke groeperingen en instellingen betrokken zijn bij het vraagstuk en welke waarden en normen zij hebben. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘waarden’ en ‘normen’. Waarden zijn uitgangspunten of principes die we belangrijk vinden. Sommige waarden gelden voor iedereen (bijvoorbeeld vriendschap), andere waarden horen bij bepaalde groepen (bijvoorbeeld creativiteit als waarden voor kunstenaars). Politieke stromingen hebben hun eigen waarden. Zo is de waarde ‘gelijkheid’ de basis van het socialisme. Normen zijn opvattingen over hoe je je volgens een bepaalde waarde behoort te gedragen. Maatschappelijke normen zijn regels (bijvoorbeeld verkeersregels) waar de meeste mensen zich aan houden. Een norm volgt uit een waarde. Iemand die een diploma wil halen, krijgt ook te maken met waarden en normen. Bijvoorbeeld de waarde ‘zelfdiscipline’ en de norm ‘op tijd naar bed gaan’. Je kunt aangeven welke belangen de groeperingen hebben en welke machtsmiddelen zij hebben om voor hun belangen op te komen. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘belangen’ en ‘machtsmiddelen’. Bij maatschappelijke vraagstukken spelen belangen altijd een rol. Een belang heeft vaak met financieel voor- of nadeel te maken. Niet iedereen heeft dezelfde belangen. Zo hebben werkgevers en werknemers verschillende belangen. Dat geldt ook voor jongeren en ouderen, voor scholieren en docenten, voor mannen en vrouwen en voor arme en rijke landen. Om voor je belangen in de maatschappij op te komen maak je gebruik van machtsmiddelen. Dat zijn middelen waarmee je het gedrag van anderen kunt beïnvloeden. Voorbeelden van machtsmiddelen zijn geld, geweld, beroep, kennis, overtuigingskracht, aanzien, persoonlijke vaardigheden, macht van het getal, toegang tot politici en toegang tot de media. Je kunt aangeven in welke mate er ongelijkheid is tussen groeperingen bij het aanwenden van machtsmiddelen. Groeperingen die over meer machtsmiddelen beschikken hebben meer invloed dan groeperingen die weinig machtsmiddelen hebben. De ANWB is een organisatie die de belangen behartigt van haar leden op het gebied van vrije tijd, vakantie en mobiliteit. Deze organisatie heeft veel invloed, want ze heeft veel machtsmiddelen: geld, kennis (over het verkeer), aanzien (veel kennis en veel leden zorgt voor aanzien) en macht van het getal (er zijn miljoenen leden). Over het algemeen beschikken vakbonden over veel machtsmiddelen. Consumenten organisaties beschikken over wat minder machtsmiddelen.
12
9789006391640_inner.indb 12
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Je kunt aangeven welke relatie er bestaat tussen de belangen van de betrokken groeperingen en hun maatschappelijke positie. Migranten bijvoorbeeld hebben over het algemeen een zwakke positie in de samenleving. Ze staan laag op de maatschappelijke ladder en hebben gemiddeld een lager opleidings niveau en een lager inkomen. Ze zijn daarom minder gemakkelijk in staat op te komen voor hun belangen. In het algemeen is het zo dat hoe hoger je maatschappelijke positie (door opleiding, inkomen en status), hoe gemakkelijker je kunt opkomen voor de eigen belangen. Je kunt voorbeelden geven van het beleid van de overheid bij de aanpak van het vraagstuk. Je kunt daarbij de fasen onderscheiden in het tot stand komen van het overheidsbeleid. – Fase 1 In deze fase uiten burgers, belangengroepen, actiegroepen, politieke partijen wensen en verlangens. Burgers willen bijvoorbeeld het probleem van overlast in bepaalde woonwijken door jongeren aanpakken. Een belangrijke stap is dan om in de massamedia veel aandacht voor dit probleem te krijgen. Op die manier kunnen zij politici bereiken. Als dat lukt kan het probleem politieke betekenis krijgen. De politici kunnen het probleem namelijk op de politieke agenda zetten. Bestuurders (bijvoorbeeld ministers of wethouders) moeten er dan aandacht aan besteden. – Fase 2 In deze fase worden er verschillende oplossingen bedacht en vergeleken. Bestuurders bepalen welke maatschappelijk vraagstuk/probleem zij als eerste willen aanpakken. Als ze het probleem van de overlast willen aanpakken, gaan ze hiervoor oplossingen bedenken. Een oplossing kan zijn dat er meer wijkagenten gaan komen. – Fase 3 De derde fase is de besluitvormingsfase. Eerst nemen bestuurders een voorlopig besluit, daarna overlegt de volksvertegenwoordiging. Voordat de volksvertegenwoordiging een definitief besluit neemt, proberen burgers en/of actie- en belangengroepen invloed uit te oefenen. Bewoners van de woonwijken vinden misschien wel dat meer wijkagenten een onvoldoende oplossing biedt voor het probleem. Andere groeperingen vinden dat er meer opvang moet komen voor de jongeren in de wijken. – Fase 4 In de laatste fase voeren de ambtenaren van de verantwoordelijke wethouder of minister het besluit uit. Zij moeten ervoor zorgen dat de wet of maatregel goed uitgevoerd wordt. Als later blijkt dat die geen of te weinig oplossing biedt voor de overlast, kan het hele proces weer opnieuw beginnen. Je kunt opvattingen van politieke stromingen en/of politieke partijen in de informatiebronnen herkennen. Je kunt uitleggen dat het beleid een gevolg is van een compromis. Belangrijk hierbij is het begrip ‘compromis’. Voor een politiek besluit is er een meerderheid nodig. In Nederland is er nooit één partij die alleen de meerderheid heeft. Politieke partijen moeten op elk bestuursniveau (landelijk, provinciaal en gemeentelijk niveau) samenwerken. Om te kunnen samenwerken, moeten de politieke partijen compromissen sluiten. Dat zijn overeenkomsten tussen politieke partijen waarbij ieder wat toegeeft. Je kunt de rollen die de massamedia spelen aangeven. De media hebben verschillende functies: –– Informatieve functie: de media informeren over allerlei politieke gebeurtenissen en besluiten. –– Agendafunctie: de media onderzoeken nieuwe maatschappelijke problemen en plaatsen die op politieke agenda. –– Commentaar- en meningsvormende functie: de media leveren kritiek op politieke besluiten. De media geven dagelijks commentaar op het politieke besluitvormingsproces.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 13
13
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
–– C ontrolerende functie of waakhondfunctie: de media controleren ministers, bedrijven en andere maatschappelijke personen en organisaties met het oog op de vraag of het beleid goed wordt uitgevoerd. –– Spreekbuisfunctie: mensen en maatschappelijke organisaties kunnen via de media hun mening geven over maatschappelijke problemen. Je kunt de mogelijkheden noemen die burgers hebben om invloed uit te oefenen op het politieke besluitvormingsproces. Hoe kun je als burger invloed uitoefenen op het politieke besluitvormingsproces? –– Je kunt stemmen op jouw favoriete politieke partij. –– Je kunt gebruik maken van het spreekrecht tijdens hoorzittingen van de Tweede Kamer of op vergaderingen van de gemeenteraad. –– Je kunt lid worden van een politieke partij of zelf een politieke partij oprichten. –– Je kunt contact opnemen met politici. –– Je kunt een verzoek, klacht of bezwaarschrift indienen. –– Je kunt bij een conflict met de overheid de rechter inschakelen. –– Je kunt proberen de (sociale) media in te schakelen. –– Je kunt lid worden van een pressiegroep of zelf een pressiegroep oprichten. –– Je kunt demonstreren of een handtekeningen-actie houden. Je kunt aangeven of de verschillende informatiebronnen meer of minder objectief zijn. Als je wilt weten of een informatiebron objectief en betrouwbaar is, beantwoord je de volgende vragen. –– Wordt iets van verschillende kanten bekeken? Komen er bijvoorbeeld verschillende mensen aan het woord? Is er hoor en wederhoor toegepast? –– Zijn de bronnen vermeld van het cijfermateriaal? Is deze bron betrouwbaar? Een goede bron voor cijfermateriaal is bijvoorbeeld het CBS. –– Is er een duidelijk onderscheid tussen feiten en meningen? Je kunt met voorbeelden uit informatiebronnen over het vraagstuk verduidelijken welke waarden, normen, vooroordelen en stereotypen overgedragen worden. Je kunt daarbij de begrippen selectieve waarneming en referentiekader toepassen. Belangrijk hierbij zijn de begrippen ‘waarden’, ‘normen’, ‘vooroordeel’, ‘stereotype’, ‘selectieve waarneming’ en ‘referentiekader’. Waarden zijn uitgangspunten of principes die mensen belangrijk vinden. Sommige waarden gelden voor iedereen, andere waarden horen bij bepaalde groepen. Politieke stromingen hebben hun eigen waarden. Zo is de waarde ‘gelijkheid’ de basis van het socialisme. Normen zijn opvattingen over hoe je je volgens een bepaalde waarde behoort te gedragen. Een norm volgt uit een waarde. Maatschappelijke normen zijn regels en wetten waar de meeste mensen zich aan houden. Een vooroordeel is een negatief oordeel dat niet of onvoldoende op feiten is gebaseerd. Perceptie betekent waarneming. Selectieve waarneming betekent dat iemand bewust of onbewust keuzes maakt bij het waarnemen. Waarnemen gebeurt vanuit een persoonlijk referentiekader. Je ziet of hoort wat past bij je opvattingen. Iemand die zelf vuurwerk afsteekt zal daar niet zo snel kritisch op zijn als iemand die last heeft van het geknal. Het referentiekader is een optelsom van alle persoonlijke meningen, ervaringen, waarden en normen die iemand heeft. Als je veel hebt meegemaakt, zal dat je waarneming van de werkelijkheid mede bepalen. Er bestaan vele vooroordelen over mensen van andere etnische groeperingen. Die vooroordelen zijn gebaseerd op gebrek aan kennis of angst. Ze kunnen het gevolg zijn van selectief waarnemen, maar hebben op zichzelf ook weer selectief waarnemen als gevolg. Je leest en ziet het liefst datgene wat bij je oordelen past. Als je Marokkaanse jongeren vervelend vindt, ga je bevestiging zoeken. Als je in een wijk woont met veel migranten, zul je daar anders tegenaan kijken dan iemand die helemaal geen contact heeft met migranten.
14
9789006391640_inner.indb 14
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Je kunt de theorieën over de beïnvloeding van mensen door de media toepassen op de informatiebronnen. In het examenonderdeel ‘Massamedia’ en in de begrippenlijst staan de verschillende theorieën over de beïnvloeding van mensen door de massamedia. Je kunt een gefundeerd eigen standpunt over het vraagstuk formuleren en je standpunt relateren aan de kennis en inzichten uit de kerndelen. Je kunt je standpunt ook relateren aan de ideeën van de verschillende politieke partijen en aan de principes van democratie en rechtsstaat. Een gefundeerd eigen standpunt is een standpunt met door jou gekozen argumenten. Bij het kiezen uit de verschillende argumenten voor en tegen beoordeel je of je standpunt al of niet in tegenspraak is met wat je hebt geleerd bij maatschappijkunde. Je standpunt kan bijvoorbeeld zijn dat de macht van het koningshuis te groot is. Je kunt met de kennis over de parlementaire democratie en constitutionele monarchie laten zien of je daar voor of tegen bent. Je kunt vervolgens beschrijven hoe verschillende politieke partijen daarover denken. Sommige partijen vinden inderdaad dat het koningshuis te veel macht heeft. Andere partijen willen het koningshuis houden zoals het nu is. Je kunt tot slot ook kijken naar onze principes van democratie en rechtsstaat. Jouw conclusie kan bijvoorbeeld zijn dat een monarchie niet in overeenstemming is met het beginsel van gelijkheid.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 15
15
24-04-17 09:31
Examenbundel 2017 | 2018
Politieke prenten begrijpen In lesboeken maatschappijkunde staan vaak politieke prenten afgedrukt. Het op een juiste wijze uitleggen van een politieke prent is niet altijd simpel. Ze zijn een combinatie van politieke gebeurtenissen en oordelen van de tekenaar. Er kunnen al snel misverstanden ontstaan wanneer je afbeeldingen niet goed begrijpt.
bron: Tom Janssen Mogelijke opdrachten bij deze politieke prent: 1 Beschrijf wat je ziet in de spotprent. 2 Welke interpretatie past het beste bij de spotprent? Leg je antwoord uit. A Omdat vrijwel iedereen een smartphone bezit, kunnen we voortdurend door iedereen gadegeslagen worden. B Onze privacy wordt bedreigd door het bezit van smartphones. C Smartphones geven je een (beperkte) blik op de wereld. Kenmerken politieke prent Politieke prenten staan heel vaak in kranten en tijdschriften. Op het ogenblik verschijnt in bijna elke krant bijna dagelijks een politieke prent. Je ziet ze ook regelmatig in opiniebladen en tijdschriften. Andere termen die worden gebruikt voor politieke prenten zijn: politieke spotprenten, karikaturen en cartoons. Het gaat dan om tekeningen naar aanleiding van actuele gebeurtenissen. Ze zijn vaak humoristisch, maar niet altijd. De tekenaar geeft commentaar op de actualiteit. De tekst is van belang, want daarmee kan de tekenaar aangeven wat er te zien is en kan hij een bepaalde interpretatie versterken of afzwakken. Een politieke prent becommentarieert een persoon of een situatie bijna altijd kritisch en heeft als doel te prikkelen. Vaak overdrijft de tekenaar wat. Een tekenaar wil met een politieke prent het onderwerp (een politicus, een gebeurtenis, een situatie, een probleem) niet heel precies weergeven. Hij drijft vaak een beetje de spot met zijn onderwerp. Daarbij vergroot hij opvallende en herkenbare eigenschappen van dat onderwerp. Een politieke prent probeert op die manier bepaalde typische kenmerken van gedrag of van een situatie zichtbaar te maken en te ontmaskeren.
16
9789006391640_inner.indb 16
Š ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
politieke prenten begrijpen
Een politieke prent is geen nieuwsbericht, maar eerder commentaar. Politieke prenten nodigen uit tot het nadenken over je eigen mening. Om een politieke prent te begrijpen moet je proberen te (h)erkennen wat de tekenaar zeggen wil, welk doel hij nastreeft en voor welke partij of groep hij (of zij) het opneemt.
bron: Tom Janssen Mogelijke vragen bij deze politieke prenten: 1 Beschrijf wat je ziet in bovenstaande cartoon. 2 Welke visie heeft de tekenaar op het gedrag van Trump? 3 Welk(e) voorval(len) kan de tekenaar als aanleiding/inspiratie hebben gebruikt voor zijn cartoon? Een politieke prent heeft sterke punten, maar ook zwakke punten. Een zwak punt is bijvoorbeeld dat een politieke prent niet objectief is. Een tekenaar laat alleen zien wat hij wil laten zien. Belangrijke informatie waardoor je een ander beeld kunt krijgen van de situatie laat hij weg. Politieke prenten kunnen (en willen) geen volledige informatie geven. Zij leggen niet uit, maar houden mensen een spiegel voor. Politieke prenten zijn een onderdeel van de informatie waarop burgers hun mening baseren.
Š ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 17
17
24-04-17 09:31
politieke prenten begrijpen
Examenbundel 2017 | 2018
Een voorbeeld hoe politieke prenten te begrijpen
bron: Tom Janssen Je kunt in twee stappen een politieke prent of cartoon begrijpen. Beschrijf eerst concreet wat je ziet. Geef daarna aan wat de prent wil uitbeelden. – Stap 1 Beschrijf zo nauwkeurig en volledig mogelijk wat er te zien en te lezen is. Te zien is dat Geert Wilders in zijn eentje de polonaise doet. – Stap 2 Geef aan wat de politieke prent wil uitbeelden of bekritiseren De tekenaar wil daarmee zeggen dat Geert Wilders in zijn eentje de partij is. De PVV heeft geen leden.
18
9789006391640_inner.indb 18
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
beeld- en fotoanalyse
Beeld- en fotoanalyse Beelden en foto’s zijn overal. Het beoordelen van die beelden en foto’s vraagt een kritische kijk. Ze zijn namelijk niet altijd betrouwbaar. Veel mode- en reclamefoto’s zijn gemanipuleerd. Ook gebruikers van lesmateriaal hebben soms te maken met bewerkt beeldmateriaal. Met verschillende grafische programma’s kun je heel gemakkelijk foto’s volledig veranderen. Je kunt bijvoorbeeld kleuren aanpassen, mensen dikker of dunner maken of oneffenheden verwijderen. Bij het beoordelen van een foto is een gezond wantrouwen op zijn plaats. Je moet je telkens afvragen hoe betrouwbaar die is. Nieuwsfoto’s kunnen schokken en overtuigend lijken, maar pas wanneer je de achtergrond kent, weet je of ze een juist beeld van de werkelijkheid geven. Beelden en foto’s zijn momentopnames en hebben dus een toelichting nodig over wat daarvoor en wat daarna gebeurde. Ze krijgen vaak een schriftelijke toelichting in de vorm van een bij- of onderschrift. De uitleg van de beelden gebeurt soms achteraf. Het komt wel eens voor dat dezelfde foto in twee verschillende boeken een verschillend onderschrift krijgt. Foto’s zijn een weergave van de werkelijkheid Foto’s, televisiebeelden, video, film, internet en beeld- en stripverhalen bepalen in deze tijd in belangrijke mate welke ideeën en opvattingen mensen hebben. Vooral politieke en criminele onderwerpen komen vaak in beeld. Bijvoorbeeld de oorlog in Vietnam of de burgeroorlog in Joegoslavië (denk maar eens aan de Nederlandse soldaten in de Bosnische stad Sebrenica). Andere voorbeelden zijn de oorlogen in Irak en in Afghanistan. In Nederland zijn bekende beelden die van de moord op Pim Fortuyn op het Mediapark te Hilversum en de moord op filmregisseur Theo van Gogh in Amsterdam. Foto’s en beelden zijn een weergave van de werkelijkheid. Ze spelen een belangrijke rol in onze waarneming en oordeelsvorming. Omdat ze vaak een valse of vertekende voorstelling geven is enig begrip van (televisie)beelden en foto’s op zijn plaats. Beelden en foto’s kunnen in korte tijd veel informatie geven die kunnen leiden tot allerlei gedachten en emoties. Ze stimuleren beter dan teksten tot spontane reacties en gedachtewisselingen. Foto’s en politiek Politieke foto’s gaan altijd over een of ander politiek verschijnsel. Ze spelen een rol in de communicatie tussen politici en burgers. Zij staan in kranten, opiniebladen en tijdschriften en geven publicaties een aantrekkelijker aanzien. Foto’s brengen informatie over, maar worden ook ingezet als propaganda. Een goed gekozen foto kan meer verduidelijken dan duizend woorden. Dat geldt met name voor politieke foto’s. Het is daarbij belangrijk dat het publiek een politicus op een foto herkent en in verband kan brengen met de politiek. De meeste politici worden echter niet herkend. Uitzonderingen zijn de politici die vaak in kranten te zien zijn en op de televisie verschijnen. Zij hebben meestal een politiek belangrijke positie (bijvoorbeeld minister-president) en lopen al lang mee. Een toelichtende tekst bij politieke foto’s in de vorm van een bijschrift of onderschrift is vaak noodzakelijk om de politieke boodschap over te brengen. Politieke foto’s zonder geschreven informatie zijn voor veel burgers weinig informatief. Het beeld van politiek De media spelen een steeds belangrijkere rol en bepalen in toenemende mate de publieke meningsvorming. Politici willen goed overkomen bij het publiek. Daarom wordt er bij fotosessies rekening gehouden met de achtergrond, met mooi of slecht weer, met werving van fotojournalisten, met mogelijkheden van de belichting enzovoort. Het beeld speelt in dagbladen, opiniebladen, op internet, in nieuwsrubrieken van televisiezenders een doorslaggevende rol.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 19
19
24-04-17 09:31
beeld- en fotoanalyse
Examenbundel 2017 | 2018
Regelmatig zien we foto’s van bestuurders en politici waarop ze staan als ‘man (of vrouw) van het volk’. De foto’s zijn in een ‘onbewaakt ogenblik’ genomen. Bijvoorbeeld als ze op de markt zijn of op de fiets naar de Tweede Kamer rijden. Dat heeft wel een functie in de beeldvorming. Ze geven een democratische voorstelling van volksvertegenwoordigers. Wat je ook wel ziet is dat op persfoto’s de emoties een belangrijkere rol spelen dan de handelingen. De foto laat dan gezichtsuitdrukking en gebaren zien, bijvoorbeeld een duim opsteken of juichen bij een actuele stand van de verkiezingsuitslagen. Politici van hun kant spelen daar op in. Zij plannen in toenemende mate hun fotomomenten. Daardoor worden de foto’s wel minder spontaan. Beeldmanipulatie in fotojournalistiek Het manipuleren van persfoto’s is nu gemakkelijker dan vroeger. Was vroeger de foto als drager van de werkelijkheid dan wel de waarheid van minder groot belang? In een van de toenmalige Keesings Onderwijsbladen heeft de mediadeskundige Ed Heidt een artikel geschreven over de vraag of een foto de werkelijkheid altijd precies weergeeft. De titel ‘Elke foto vertelt een leugen’ geeft aan dat hij die vraag negatief beantwoordt. Hieronder staat zijn artikel.
‘Elke foto vertelt een leugen’ (door Ed Heidt) “In tegenstelling tot vroeger, toen men slechts zeer beperkt de beschikking had over foto’s, is er thans sprake van een overvloedig aanbod van foto’s in dag- en weekbladen, tijdschriften en (school)boeken. De informatie die via deze foto’s wordt verstrekt, heeft invloed op de gevoelens en de meningsvorming van mensen. Doordat foto’s een deel van de werkelijkheid registreren, lijken ze objectief en waarheidsgetrouw. Hierdoor kan de fotografie tot een machtig instrument worden gemaakt van propaganda en manipulatie. We hebben nu eenmaal de neiging eerder te geloven wat we zien dan wat we lezen. Een foto geldt als bewijs dat een bepaalde gebeurtenis heeft plaatsgevonden: een foto liegt niet. Beperkingen van foto’s Foto’s hebben door hun bewijskracht dus veel macht en invloed. Maar is dat zo? Een foto heeft ook haar beperkingen. Ten eerste is het een opname van één moment. De fotograaf registreert het beeld van dat ene moment uit een stroom van beelden en legt dat vast. De andere beelden blijven voor de toeschouwer verborgen. Een tweede beperking is dat de werkelijkheid wordt teruggebracht tot een plat vlak. Voorts kun je bij een foto niet horen, ruiken, proeven en voelen. Bij zwart-wit foto’s ontbreekt de kleur die in de werkelijkheid wèl aanwezig is. Ondanks deze beperkingen echter legt een fotograaf met zijn camera een werkelijkheid vast en beïnvloedt daarmee onze kijk op het wereldgebeuren. Wat doen wij met foto’s? Een foto is een afbeelding van de werkelijkheid en wordt door een fotograaf gemaakt met een bepaald doel. Maar wat doet de toeschouwer met de foto? Als op een foto bijvoorbeeld een rode vlag wordt getoond, kun je door de vorm het object herkennen: een vlag. De vorm is belangrijk, want een ronde vorm zullen we niet als vlag herkennen. Onze kleurenkennis zegt dat de vlag rood is. Deze combinatie van vorm en kleur wordt in diverse culturen in verband gebracht met het socialisme. Echter, niet alle rode kleuren verwijzen naar het socialisme. Zie je die rode kleur bij een veld met tulpen, dan denk je niet meteen: ’Zeker een socialistische bollenkweker.’ Je neemt aan de ene kant waar wat letterlijk op de foto staat. Maar wat roept de vlag nog méér bij je op? De één ziet er strijd, overwinning, kameraadschap in; de ander denkt aan bedreiging, eenheidsworst of armoede. Deze betekenissen die je eraan toevoegt, kunnen dus per individu verschillen. Je interpreteert de foto, je geeft er je eigen betekenis aan.
20
9789006391640_inner.indb 20
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
beeld- en fotoanalyse
De werkelijkheid bewerkt Een foto wordt vaak gezien als een letterlijke weergave van de werkelijkheid. Maar de foto wordt gemaakt door een fotograaf en door menselijk handelen, maar er vindt een beperking van diezelfde werkelijkheid plaats. De fotograaf kan de werkelijkheid op de foto bewust of onbewust sturen. Hij kan zelfs in de foto veranderingen aanbrengen. Bovendien is er ook nog de redactie (van krant of tijschrift) die de betekenis van een foto kan wijzigen. … Ter verduidelijking een korte omschrijving van een aantal van deze handelingen: Lenskeuze: Met behulp van een telelens kan iets dat ver weg staat ‘dichterbij’ worden gehaald. Een kenmerk van deze lens is echter dat de afstanden korter lijken dan ze in werkelijkheid zijn, waardoor vertekening optreedt. Camerastandpunt: Door verandering van de positie van de camera wordt het accent verlegd en tegelijkertijd wordt een wijziging in de betekenis vastgelegd. Bij een bijeenkomst ging de fotograaf voor een bepaalde foto achter in de zaal staan. Door het accent te leggen op de hoofden van het publiek, wekte hij de indruk dat het om een goed bezochte bijeenkomst ging. Voor een andere foto ging de fotograaf naar de zijkant van de zaal, de nadruk viel nu niet meer op de mensen, maar op de lege stoelen. Door deze verandering werd de indruk gewekt dat het om een slecht bezochte bijeenkomst ging. Uitvergroten: Om meer informatie van een foto te verkrijgen, is het soms noodzakelijk een detail sterk uit te vergroten. Andere informatie gaat dan wel verloren, zoals waar vond het gebeuren plaats en waren er veel mensen aanwezig? Het omgekeerde is natuurlijk ook mogelijk: door alleen het detail te laten zien, kun je de indruk wekken dat er een massa mensen aanwezig is daar waar die er niet per se hoeft te zijn. Afsnijden: Van een foto een bepaalde beelduitsnede maken, kan gevolgen hebben voor de informatiewaarde en de interpretatie. Zo verscheen in de Engelse krant The Sunday Times een foto met de uitleg dat de Russische afgevaardigde van de Veiligheidsraad van de VN woedend is op zijn Britse buurman. Maar dat is niet waar. Op de daarop volgende foto zie je wie wel het doelwit van de Russische woede is: de Veiligheidsraadafgevaardigde van de Verenigde Staten. Retouche: Het weghalen van onderdelen op een foto. Zo is het mogelijk ongewenste personen of objecten te laten verdwijnen. Montage: Het op een passende achtergrond plakken van personen of objecten vertekent de werkelijkheid. Zo is op een foto het hoofd van de man die zijn schoenen laat poetsen, vervangen door het hoofd van Hans Wiegel (voormalig politicus van de VVD). Zo heeft de fotograaf vormgegeven aan de idee die hij heeft over de erachter liggende werkelijkheid. Onderschrift: Een foto is vatbaar voor meer dan één uitleg. Daarom zal een redactie meestal bij een foto een onderschrift plaatsen. Het is mogelijk door middel van uiteenlopende onderschriften de beoordeling van de foto totaal te wijzigen, zodat de interpretatie ervan omslaat van bijvoorbeeld geluk in angst of woede. Zo is het dus mogelijk van een foto zowel een ‘linkse’ als een ‘rechtse’ lezing te geven. Een foto van een politietank bij het optreden tegen door krakers opgeworpen barricaden in Amsterdam bij de nogal gewelddadige ontruiming van Lucky Luijk in oktober 1982 kreeg als begeleidende kop mee: ‘Anarchie in Amsterdam’. Vanuit de idee dat chaos ongewenst is, ziet men de tank als iets positiefs: grote schoonmaak. Derde effect: Twee foto’s hebben elk apart een effect op de kijker. Maar als deze foto’s bijvoorbeeld naast elkaar worden afgedrukt, kan een derde effect optreden. Zo maakt een foto van armoede in de Derde Wereld meer indruk als ernaast een foto staat van rijkdom in het Westen.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 21
21
24-04-17 09:31
beeld- en fotoanalyse
Examenbundel 2017 | 2018
Wie liegt? Voortdurend worden in de fotografie keuzes gemaakt wat betreft vorm, inhoud en gebruik van foto’s. Deze keuzen geschieden op grond van de (politieke) visie van de fotograaf en/of zijn opdrachtgever en ‘kleuren’ de foto in hoge mate. Deze wordt daarna óók nog gekleurd door de interpretatie die de toeschouwer eraan geeft. De fotograaf gaat ervan uit dat de werkelijkheid kan worden geproduceerd los van zijn eigen visie, dus objectief zou zijn. Door deze mening ontkent hij dan ook het ingrijpende karakter dat aan de fotografie eigen is. Erkent de fotograaf dat karakter, dan kan hij een (politieke) keuze maken, die inhoudt dat men ‘de werkelijkheid’ manipuleert. De werkelijkheid in een foto bestaat dan ook niet. Elke foto vertelt een leugen.
De tekst van Ed Heidt maakt duidelijk dat met foto’s – en beelden – kan worden gemanipuleerd. Foto’s en beelden kunnen bedriegen, liegen, misleiden, verzwijgen, en belangen en ideologieën doorgeven. Nieuwsfotografen maken in voorkomende gevallen de werkelijkheid mooier. Nieuwsfoto’s kunnen altijd worden gecorrigeerd en gemanipuleerd. Alom bekende nieuwsfoto’s vormen daarvan mooie illustraties. Bij een aantal gemanipuleerde foto’s zal kort worden stilgestaan. Vervolgens zal aan de hand van een voorbeeld worden aangegeven op welke wijze een analyse van een beeld en een foto kan worden gemaakt. Spraakmakende nieuwsfoto’s – beïnvloeding publieke opinie Hijsen van de Sovjetvlag op de Rijksdag in Berlijn, mei 1945 Deze foto – gemaakt door de oorlogsfotograaf Jevgeni Chaldei (1917–1997) in dienst van het Sovjetleger – is symbool geworden voor het einde van de Tweede Wereldoorlog en voor de overwinning op het Duitse nationaal-socialisme.1 We weten nu dat de fotograaf niet alleen dreigende rookwolken in zijn foto heeft gemonteerd, maar ook een belangrijk detail heeft weggeretoucheerd. Hoe verliep de bewuste dag? Op 2 mei 1945 arriveert Jevgeni Chaldei ’s ochtends om ongeveer zeven uur met zijn Leica bij de Rijksdag (tot 1933 zetelde de voorganger van het huidige parlement (Bondsdag) in het Rijksdaggebouw, afgekort tot Rijksdag). Op het gebouw lieten twee dagen eerder de sergeant Kantania en zijn kameraden Yegorov en Samsonov de Sovjet-Russische vlag wapperen als symbool op de overwinning op het Naziregime. Dit historische moment werd niet vastgelegd. Met enkele soldaten klimt Chaldei op het dak van de Rijksdag en plaatst de rode vlag met ‘hamer en sikkel’ aan de achterkant van het dak. Daar is het uitzicht sprekender dan aan de voorkant. Pas later ziet hij dat de soldaat die helpt bij het plaatsen van de vlag om beide polsen een horloge draagt. Een plunderaar! Dit past niet in het beeld van de heldhaftige Sovjetsoldaat. Chaldei werkt in opdracht van zijn meerderen het horloge aan de rechterpols weg. Met de foto werd propaganda bedreven. Eedaflegging Juliana bij de troonsbestijging in Amsterdam, september 1948 Bij de eedaflegging van Juliana in de Nieuwe Kerk te Amsterdam op 6 september 1948 stond fotograaf Ben van Meerendonk met zijn telelens ver van Juliana verwijderd. Verder was er weinig licht in de kerk. Toen de prinses de twee vingers van haar rechterhand in de lucht stak om de eed af te leggen, drukte Van Meerendonk op tijd af. Bij het bekijken van het negatief bleek weliswaar dat op het beslissende moment Juliana – inmiddels koningin – in vol ornaat (sjerp, hermelijnenmantel) met aan haar zijde prins Bernhard (en daarachter hoogwaardigheidsbekleders) er met haar opgeheven rechterhand op stond. Maar door een te lange sluitertijd en bewegingsonscherpte waren de twee vingers nauwelijks te zien. Bij het vijfjarig jubileum van Juliana, in 1953, heeft Van Meerendonk alsnog een geretoucheerde foto laten maken. Hij heeft speciaal een hand laten fotograferen en die laten inplakken. 1 Een andere beroemde oorlogsfoto is die van de fotograaf Joe Rosenthal van Associated Press. De foto heeft betrekking op de verovering van het eiland Iwo Jima in de Stille Oceaan door de Amerikanen op de Japanners in 1945. Om tien uur ’s ochtends op 23 maart 1945 plantten Amerikaanse mariniers van het 28ste regiment een Amerikaanse vlag op de top van de vulkaan Suribachi. Enkele uren later werd opnieuw een aantal foto’s gemaakt van het planten van de ‘stars and stripes’. Eén van die foto’s werd een van de beroemdste foto’s van de Tweede Wereldoorlog. 22
9789006391640_inner.indb 22
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
beeld- en fotoanalyse
De gezichten van Juliana en Bernhard zijn scherper gemaakt en de sjerp en de hand van Bernhard zijn bijgeschilderd. De bewerkte foto is in de loop van de jaren in onder meer de kranten Het Parool en Trouw geplaatst (Cultureel Supplement NRC Handelsblad van 20 maart 2009). Ook is de bewerkte foto in verschillende geschiedenisboeken verschenen. ‘Napalm-meisje’ Kim Phúc uit de Vietnamoorlog, juni 1972 Kenmerkend voor retouche en beelduitsnede is de foto van de Vietnamese AP-fotograaf Nick Ut Cong Huynh van de negenjarige Phan Thi Kim Phúc – bekend als Kim Phúc – op een weg bij het dorp Trang Bang (ZuidVietnam) van 8 juni 1972. De foto toont een aantal kinderen dat vlucht na een napalm aanval door Zuid-Vietnamese bommen werpers op een Boeddhistische Pagode in hun geboortedorp Trang Bang in een gebied waar Noord-Vietnamese strijders infiltreerden. In het midden van die in paniek vluchtende bron: Associated Press en gillende kinderen rent een naakte Kim Phúc – zij heeft na te zijn getroffen al haar brandende kleren uitgetrokken. De foto toont links van Kim verder Phan Thanh Tam (broertje van Kim die een oog verloor), Phan Thanh Phouc (Kims jongste broertje), en rechts van Kim het meisje en het jongetje Ho Thi Ting en Ho Van Bon. Door beelduitsnede door de redactie valt het accent op de naakte Kim Phúc. De publicatie van de foto in augustus 1972 doorbrak een taboe. De foto werd een toonbeeld van de Vietnamoorlog en de oppositiebeweging tegen de Amerikaanse militaire interventie gebruikte de foto van slachtoffers van een bij vergissing gemaakte Zuid-Vietnamese luchtaanval als slachtoffers van een Amerikaanse napalmbom (napalm is heter dan kokend water). De geschiedenis achter deze foto’s kreeg nog een vervolg door de Duitse televisiehistoricus Guido Knopp die de piloot van een Amerikaanse bommenwerper tezamen met de slachtoffers voor de camera bracht. De uitkomst was dat er geen Amerikaanse luchtaanval was geweest. De foto is nu een iconisch beeld (= een van de bekendste foto’s uit de Vietnamoorlog) en staat voor de verschrikkingen van de oorlog in Vietnam en de gruwelen van een oorlog in het algemeen.2 De fotograaf heeft er de Pulitzer-prijs mee gewonnen. De foto werd ook de World Press Photo van het jaar 1972. Het onderschrift luidde: “Trangbang, South Vietnam, 8 June 1972. Phan Thi Kim Phuc (center) flees from the scene where South Vietnamese planes have mistakenly dropped napalm”. De foto veranderde het oordeel van de publieke opinie over de oorlog in Vietnam. Facebook heeft in 2016 felle kritiek gekregen na het verwijderen van deze beroemde foto. Het beleid van Facebook verbiedt bloot, en dus ook de foto van het destijds 9-jarige ‘napalmmeisje’ Kim Phúc. Als tegenactie werd de foto massaal op Facebook gedeeld. Bosnische burgeroorlog 1992–1995 (burgeroorlog in voormalig Joegoslavië), augustus 1992 Tijdens de Bosnische burgeroorlog publiceerde het Britse televisiestation ITN op 5 augustus 1992 een foto van een vluchtelingenkamp in het Servische Trnopolje. De foto toont een aantal mannen met in het midden een uitgemergelde man met ontbloot bovenlijf die zich achter prikkeldraad bevindt. De uitgemergelde man, de Bosniër Fikret 2 De Vietnamese AP-fotograaf Nick Ut bracht Kim Phúc – meer dood dan levend – en een aantal andere kinderen naar een ziekenhuis waar Kim zeventien operaties onderging. Later, in Saigon, zorgde een Amerikaanse chirurg ervoor dat zij naar een brandwondencentrum ging. Ze groeide op in een ziekenhuis. Haar herstel duurde twaalf jaar. De brandwonden op haar rug en haar ene arm doen – ondanks plastische chirurgie door Amerikaanse en Duitse artsen – nog altijd zoveel pijn dat ze soms het gevoel heeft dat er messen in haar lichaam worden gestoken, zo laat ze in interviews in Den Haag in april 1998 weten. Ze werd Goodwill Ambassador van de Unesco, de onderwijsorganisatie van de Verenigde Naties.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 23
23
24-04-17 09:31
beeld- en fotoanalyse
Examenbundel 2017 | 2018
Alic, was negen dagen eerder in Trnopolje aangekomen. Het beeld dat de televisieploeg geeft – sterk vermagerde mannen achter prikkeldraad – roept het beeld op van een nazi-achtig concentratiekamp dat door de Serviërs in stand wordt gehouden. De foto kreeg niet alleen in de Westerse media, maar ook elders in de wereld veel aandacht. De journalisten werden alom gelauwerd en geprezen en de berichtgeving en politieke besluitvorming over de Joegoslavische burgeroorlog werden er door veranderd. Gaf de foto de situatie goed weer? De wetenschapsjournalist Hans van Maanen zegt er in NRC Handelsblad in november 2009 het volgende over: ‘‘De Duitse journalist Thomas Deichmann, die via advocaat Mischa Wladimiroff betrokken was geraakt bij de verdediging voor het Joegoslavië-tribunaal, stelde enkele jaren later echter dat de zaken toch wat anders lagen. Niet de man stond achter prikkeldraad, maar de televisieploeg: die was gaan staan bij een elektriciteitshuisje met een hek eromheen. De hoek was zorgvuldig gekozen, de man niet minder. Op andere, niet gepubliceerde beelden is te zien dat iedereen in het kamp min of meer vrij kan rondlopen.’’ In werkelijkheid stonden de mannen voor de cameraman. Trnopolje was als doorgangs- en vluchtelingenkamp niet omheind. De woorden ‘voor’ en ‘achter’ weerspiegelen een belangrijk verschil. Gaat het om ‘slachtoffers van Servische zuiveringen’ of ‘nieuwsgierige vluchtelingen’. Had de Britse televisieploeg ITN de opzet de wereld te misleiden met de foto, zoals de journalist Deichmann beweerde, of om de wereld ermee wakker te schudden, zoals het televisiestation beweerde? Voorbeeld beeld- en fotoanalyse Fotografie en later televisie zijn voor politici die propaganda willen bedrijven heel interessant omdat de indruk gewekt wordt dat ze de werkelijkheid objectief weergeven. In het licht van beeldmanipulatie is het van belang foto’s en beelden niet oppervlakkig te bekijken, maar aandacht te geven aan beeld- en fotoanalyse. De vraag is of de werkelijkheid ‘een beetje mag worden geholpen’. In de discussie over beeldmanipulatie lijkt het van belang een onderscheid te maken tussen fotomanipulatie en beeldbewerking. Wat betreft beeldmanipulatie, bestaat er onder de Nederlandse nieuwsfotojournalisten overeenstemming over het feit dat er geen elementen mogen worden toegevoegd of weggelaten. De grens bij beeldbewerking is vloeiender. De meningen verschillen over de vragen of de kleuren bij een foto al dan niet mogen worden aangepast (verzwakt dan wel versterkt) en of contrasten mogen worden aangebracht. Bij het inhoudelijk analyseren van een foto van politici, een gebeurtenis met een maatschappelijk en/of politiek karakter, dan wel een maatschappelijk en/of politiek probleem gaat het om zes vragen (zie Kader).
Vragen beeld- en fotoanalyse 1) Wat of wie wordt afgebeeld? 2) Welke handelingen, activiteiten, betrekkingen zijn herkenbaar? 3) Hoe sta ik tot het tafereel of het beeld? Welke indruk geeft het beeld mij? 4) Wat gebeurt er buiten de afgebeelde scène? 5) Met welke fotografische middelen wordt een bepaalde indruk overgedragen (perspectief, fragment, belichting, uitzicht, houding, gedrag van de afgebeelde personen)? 6) Welke titel en/of bij- of onderschrift past bij het beeld?
24
9789006391640_inner.indb 24
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
beeld- en fotoanalyse
Foto van de coalitiebesprekingen tussen Dries van Agt (CDA) en Hans Wiegel (VVD) in het Haagse restaurant Le Bistroquet op 16 november 1977 en gepubliceerd in Vrije Volk op 17 november 1977. Het tweetal bekokstoofde een nieuw kabinet van CDA en VVD. Ondanks de grote overwinning van lijsttrekker en minister-president Joop den Uyl (PvdA) bij de Tweede-Kamerkiezingen van 1976, pleegden beiden een formatiecoup om een kabinet Den Uyl II te verhinderen. De ontmoeting leidde tot een omslag in de formatieonderhandelingen. Van Agt stopte bron: Het Vrije Volk, 17/11/1977 met de besprekingen met de PvdA en koos voor de VVD van Wiegel. Die omslag resulteerde in de vorming van het kabinet Van Agt I (CDA en VVD, 1977–1981). De foto geeft de achterkamertjespolitiek goed weer (fotograaf Theo Meijer). Foto van een vluchtelingenkamp in het Servische Trnopolje van 5 augustus 1992 tijdens de Bosnische burgeroorlog (1992-1995) – ook wel genoemd de burgeroorlog in voormalig Joegoslavië. De foto toont een aantal mannen met in het midden een uitgemergelde man met ontbloot bovenlijf dat zich achter prikkeldraad bevindt. De uitgemergelde man, de Bosniër Fikret Alic, was negen dagen geleden in Trnopolje aangekomen. Het beeld van sterk vermagerde mannen achter prikkeldraad roept de associatie op van een nazi-achtig concentratiekamp dat door de Serviërs in stand wordt gehouden. De foto kreeg niet alleen in de Westerse media, maar ook elders in de wereld veel aandacht. De makers van de foto werden alom gelauwerd en geprezen en de bericht geving en politieke besluitvorming over de bron: ITN Joegoslavische burgeroorlog werden er door veranderd. Gaf de foto de situatie goed weer? Nee, niet de man stond achter prikkeldraad, maar de televisieploeg. Die stond bij een elektriciteitshuisje. De hoek was zorgvuldig gekozen, de man niet minder. Op andere, niet gepubliceerde beelden is te zien dat iedereen in het kamp min of meer vrij kan rondlopen. In werkelijkheid stonden de mannen voor de cameraman. Trnopolje was als doorgangs- en vluchtelingenkamp niet omheind. De woorden ‘voor’ en ‘achter’ weerspiegelen een fundamenteel verschil. Het gaat niet om ‘slachtoffers van Servische zuiveringen’ (foto van het Britse televisiestation ITN).
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 25
25
24-04-17 09:31
9789006391640_inner.indb 26
24-04-17 09:31
deel 1 oefenen op onderwerp
27
9789006391640_inner.indb 27
24-04-17 09:31
9789006391640_inner.indb 28
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
1 Politiek en beleid Onderwerp: democratie, rechtsstaat, dictatuur, overheid
Democratie is een bestuursvorm. Het Nederlandse woord stamt af van de Griekse woorden ‘dèmos’ (volk) en ‘krateo’ (heersen, regeren) en betekent dus letterlijk volksheerschappij. Dit houdt in dat het volk zelf stemt over de wetten, zoals in het oude Athene. Of het volk kiest vertegenwoordigers die de wetten maken, zoals in België en Nederland. 1 Nederland is een indirecte democratie. Waaruit blijkt dat? Er is de laatste jaren nogal wat discussie over de rechtsstaat in Nederland. Die zou bedreigd worden. 2 a Wat is een rechtsstaat? b Door welke ontwikkelingen wordt die bedreigd? 3 Waarom is de rechtsstaat zo belangrijk voor het blijven voortbestaan van een parlementaire democratie? Het tegenovergestelde van een democratie is een dictatuur. Er zijn geen of oneerlijke verkiezingen. Tegenstanders van de leider, de dictator, worden vaak onderdrukt. De bekendste dictator uit de geschiedenis is Hitler. In nazi-Duitsland was er, net als in de meeste andere dictaturen, geen rechtsstaat. Enkele voorbeelden van tegenwoordige dictaturen zijn Cuba, Noord-Korea en Iran. 4 Welke andere voorwaarden voor een rechtsstaat worden in een dictatuur geschonden?
Saoedi-Arabië behoort tot één van de meest wrede, inhumane staten in de wereld. In deze religieuze, intolerante apartheidsstaat wordt de olierijkdom misbruikt om de hele wereld te chanteren en de gewelddadige Apartheidsideologie te propageren. In dit land worden de elementaire mensenrechten met voeten getreden. Dit is zelfs vastgelegd in de op de islamitische sharia gebaseerde wetgeving. Zo hebben alle vrouwen een mannelijk familielid als ‘toezichthouder’. Deze ‘toezichthouder’ dient toestemming te geven voor alle belangrijke beslissingen, zoals reizen, zakentransacties, studies en banen. Hierover heeft een vrouw in Saoedi-Arabië dus niets te zeggen. Vrouwen moeten apart zitten in restaurants en andere openbare ruimten, anders kunnen zij met stokslagen gestraft worden. Vrouwen moeten een abaya (lichaamsbedekkende kleding) dragen en al hun haar bedekken. bron: www.franklinterhorst.nl
5 Lees de bovenstaande tekst. a Noem zeven kenmerken van een parlementaire democratie. b Welk kenmerk van een parlementaire democratie herken je niet in de tekst? In Nederland heeft de koning een aantal belangrijke taken. Zo moet hij na de verkiezingen een informateur benoemen die gaat onderzoeken welk kabinet er moet komen. Daarna benoemt hij een formateur die gaat kijken welke ministers en staatssecretarissen in het kabinet komen. Uiteindelijk maakt hij gebruik van zijn ceremoniële taak door het kabinet te beëdigen. Officieel is het kabinet dan pas in functie. De koning vertegenwoordigt Nederland ook in het buitenland, bijvoorbeeld in contacten met andere koningshuizen. Hij is dan op staatsbezoek. Dit noem je de representatieve taak. Ook kunnen de meeste Nederlanders de symbolische functie van de koning erg waarderen, als hij bijvoorbeeld op de tribune zit bij een wedstrijd van het Nederlands elftal. In een republiek wordt het staatshoofd, bijvoorbeeld de president, gekozen door de bevolking. Nederland is geen republiek. 6 Wat wordt bedoeld met de stelling dat Nederland een constitutionele monarchie is?
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 29
29
24-04-17 09:31
1 POLITIEK EN BELEID
Examenbundel 2017 | 2018
De overheid regelt heel veel dingen in Nederland. De overheid zorgt er bijvoorbeeld voor dat de wegen goed onderhouden worden. Ook regelt de overheid dat er geld is om de scholen te onderhouden en dat de docenten betaald kunnen worden. De overheid houdt zich bezig met het algemeen belang. 7 Noem nog twee zaken die als algemeen belang worden gezien.
De politiek houdt zich bezig met veel onderwerpen. Het gaat vaak om maatschappelijke problemen waarvan de burger verwacht dat de politiek die oplost. Niet elk probleem is een politiek probleem. 8 Wanneer noem je een probleem een politiek probleem?
Er zijn bij voetbalwedstrijden regelmatig rellen tussen supporters van de verschillende clubs. Daarbij moet er vaak veel politie aanwezig zijn om te voorkomen dat het uit de hand loopt. Het komt ook weleens voor dat de burgemeester van een stad een wedstrijd verbiedt, omdat hij de veiligheid niet kan garanderen. 9 Is voetbalvandalisme een politiek probleem? Leg je antwoord uit.
Als burger kun je ook invloed uitoefenen op de politiek. Stel je voor dat je in de buurt woont van een voetbalclub waar regelmatig supportersrellen zijn. Bijna elke keer als er rellen zijn geweest worden alle planten uit je voortuin getrokken. 10 Hoe kun je in bovenstaande situatie als individuele burger invloed uitoefenen op de politiek? Noem zo veel mogelijk manieren. De politieke besluitvorming verloopt in fasen. Het invoeren van een nieuwe wet duurt al gauw zo’n twee jaar. Fase 1: uiten van wensen en erkennen van wensen als politieke rechten. 11 Welke drie andere fasen in de politieke besluitvorming worden er voor de meeste problemen doorlopen? Schooluitval is een groot probleem in Nederland. Per jaar stoppen veel leerlingen met hun studie. Zij gaan zonder diploma van school. De politiek heeft inmiddels een aantal acties ondernomen. Er is nu een kwalificatieplicht. Dit houdt in dat alle jongeren tot op de dag dat zij achttien worden kwalificatieplichtig zijn, tenzij de jongere al een startkwalificatie heeft behaald. Een startkwalificatie is een havo- of vwo-diploma, of een mbo-diploma op ten minste niveau 2. Ook kun je tot je 27ste geen beroep meer doen op een bijstands uitkering. 12 Pas de vier fasen van politieke besluitvorming toe op het maatschappelijke probleem van schooluitval.
In Nederland spelen politieke partijen een belangrijke rol. Ze zorgen er bijvoorbeeld voor dat mensen geselecteerd worden die uiteindelijk gekozen kunnen worden door de burgers. Ze denken alvast na over vele onderwerpen en maken een verkiezingsprogramma. 13 Noem nog meer belangrijke taken die politieke partijen vervullen.
Er zijn landen, bijvoorbeeld Zwitserland, waarin de bevolking veel meer invloed heeft op belangrijke beslissingen. De mensen kunnen dan rechtstreeks aangeven wat ze van een bepaald probleem vinden. In Nederland worden ook weleens onderwerpen direct aan het volk voorgelegd. Bijvoorbeeld of er een groot winkelcentrum moet komen aan de rand van een stad of dat Nederland moet instemmen met het associatieverdrag met de Oekraïne. Zo’n volksstemming noem je ook een referendum. In Nederland is een referendum niet bindend. 14 Wat zijn de voordelen van een referendum? Wat zijn de nadelen?
Er wordt op de televisie vaak gesproken over de kloof tussen burger en politie. De politiek lijkt niet goed te weten wat de mensen willen en steeds minder burgers voelen zich vertegenwoordigd door politieke partijen. 15 Op welke manieren kan de kloof tussen de burger en politiek afnemen in Nederland? 30
9789006391640_inner.indb 30
© ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
OEFENVRAGEN
Vanaf het begin van de jaren ’90 van de 20e eeuw wordt het hoe langer hoe moeilijker om te spreken van rechtse en linkse partijen. De tegenstellingen zijn steeds kleiner geworden. Zo vindt de PvdA dat ze eerder sociaal-democratisch genoemd kan worden dan socialistisch. VVD en PvdA, de vroegere tegenpolen, hebben zelfs 8 jaar samengewerkt in twee Paarse kabinetten. Paars genoemd omdat rood (PvdA) en blauw (VVD) als mixkleur paars oplevert. Door die samenwerking was er ook steeds minder debat. De politiek werd steeds saaier gevonden. Men was het vaak met elkaar eens. Of leek dat maar zo? Die samenwerking was anno 2002 in ieder geval voorbij. Er vond toen bij de verkiezingen voor de gemeenteraad en voor de Tweede Kamer een aardverschuiving plaats. PvdA en VVD leden een zware verkiezingsnederlaag en een nieuwe partij (Lijst Pim Fortuyn) boekte een enorme overwinning. De saaie politiek kwam in beweging. Erg heftig zelfs. Niet alleen steeg de opkomst bij de verkiezingen. Ook gebeurde er voor het eerst sinds eeuwen in de politiek iets afschuwelijks. Een politieke moord werd gepleegd in Nederland. Vanuit de lijst Pim Fortuyn groeide een populistische beweging in Nederland waarbinnen de PVV de grootste partij werd. Die partij heeft zowel linkse als rechtse standpunten. Van 2017 tot en met 2017 zaten PvdA en VVD weer samen in een coalitie en werkten links en rechts dus samen. 16 Wat zijn de hoofdkenmerken van linkse politieke partijen? 17 Wat zijn de hoofdkenmerken van rechtse politieke partijen? Naast het onderscheid tussen ‘links’ en ‘rechts’ kun je ook nog onderscheid maken tussen verschillende politieke stromingen. De belangrijkste politieke stromingen in Nederland zijn: –– het liberalisme; –– de sociaaldemocratie; –– de christendemocratie. Elke stroming heeft andere kenmerken en opvattingen. Ze denken verschillend over hoe je het beste met elkaar kunt samenleven. 18 Wat zijn de kenmerken van het liberalisme? 19 Wat zijn de kenmerken van het socialisme oftewel de sociaaldemocratie? 20 Wat zijn de kenmerken van de christendemocratie? Een politieke stroming die nog steeds vertegenwoordigers kent, is het rechts-extremisme. Het rechts-extremisme gaat uit van ongelijkheid van bijvoorbeeld ras (racisme), nationaliteit, seksuele geaardheid of sekse (bijvoorbeeld van homoseksuelen). Ook zie je bij rechtsextremisten vaak een voorkeur voor centraal leiderschap en een gerichtheid op geweld. Rechts-extremisten zien nazi-Duitsland als voorbeeld. 21 Welke maatschappelijke omstandigheden zijn bevorderlijk voor opkomst van rechtsextremisme? Bij elke politieke stroming horen verschillende partijen. Zo worden de SP, PVDA en GroenLinks als socialistisch gezien en de SGP, ChristenUnie en het CDA als christendemocratische partijen. De liberale partijen in Nederland zijn D66, VVD en de PVV. Sommige uitspraken zul je direct kunnen koppelen aan een partij en een politieke s troming. 22 Bij welke politieke stroming horen de volgende uitspraken? Leg uit. a Iedere burger heeft in de eerste plaats een eigen verantwoordelijkheid om voor een eigen inkomen te zorgen. b Wanneer de overheid de rolstoel regelt, moet de maatschappij duwen. c De overheid moet een belangrijke rol spelen in de bescherming van de zwakkeren in onze samenleving. d De aarde is in bruikleen, dus moet je goed zorgen voor de planeet. e Een groot verschil in inkomen tussen de burgers is geen goede zaak. f Het gezin is de hoeksteen van de samenleving. g Veel zaken kun je via het marktmechanisme regelen. h De overheid belast het bedrijfsleven met veel te veel regels. i De WW-duur moet omlaag, zodat mensen sneller weer aan het werk gaan en niet afhankelijk worden van een uitkering. j Bijstand omlaag, uitkering niet ontkoppeld.
© ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 31
31
24-04-17 09:31
1 POLITIEK EN BELEID
23 24
25 26
Examenbundel 2017 | 2018
Er zijn verschillende politieke bestuursniveaus in Nederland. Zo heb je het gemeente bestuur, provinciebestuur en het landelijke bestuur. De gemeente wordt bestuurd door burgemeester en wethouders (B&W). De gemeenteraad controleert de burgemeester en wethouders en stemt over de voorstellen van de wethouders. Ook kan de gemeenteraad zelf voorstellen bedenken. De burgemeester en wethouders kunnen een voorstel pas uitvoeren als het voorstel de steun heeft van de meerderheid. Beschrijf de andere twee bestuursniveaus van Nederland op deze wijze. Waarom is de steun van de meerderheid van de gemeenteraad zo belangrijk voor een wethouder? Leg je antwoord uit. Waarom kan dualisme de macht van een wethouder beperken? Op welke manieren heb je als burger te maken met de gemeente? Wat zijn de taken van een burgemeester?
De eigenaar van een Jumbo-supermarkt wil graag voorkomen dat er in de wijk naast deze supermarkt een opvangtehuis voor verslaafden komt. In het bestemmingsplan staan geen belemmeringen voor het openen van een opvangtehuis voor verslaafden. 27 Stel jij bent de eigenaar van de Jumbo-supermarkt. Welke manier van invloed uitoefenen op de politiek zou jij kiezen? Leg uit waarom. Jan heeft een huis met een achtertuin. De gemeente wil de aanliggende weg verbreden en een fietspad aanleggen. Het fietspad zou op de plek van Jans achtertuin moeten komen. 28 Jan wil de politiek op andere gedachten brengen. Hoe kan Jan invloed uitoefenen op de politiek? Leg uit. 29 Iemand die gekozen is als bestuurder van de provincie noem je ook wel gedeputeerde. Leg uit waarom de steun van de meerderheid van de Provinciale Statenleden belangrijk is voor een gedeputeerde. Na de landelijke verkiezingen moet er nieuw kabinet geformeerd worden. Om te kunnen regeren is een coalitie van partijen noodzakelijk. Beschrijf de stappen van de kabinetsformatie na de landelijke verkiezing. Wat is het nadeel van compromissen sluiten bij de vorming van een coalitie? Wat is het verschil tussen regering en kabinet? Welke taken heeft de regering?
30 31 32 33
Een nieuw kabinet wil nieuwe wetten uitvoeren. De ministers brengen hun plannen via de media naar buiten. 34 Kan een minister zomaar een nieuwe wet invoeren? Leg uit.
35 Noem en beschrijf de taken van de Tweede Kamer.
36 Geef bij de volgende voorbeelden aan van welk recht het Tweede Kamerlid gebruik maakt. 1 Tweede Kamerlid van de PVV Dion Graus dient een wetsvoorstel in voor een nieuwe gaswet. 2 Een Tweede Kamerlid van de SP roept minister Schultz van Haegen op het matje om de problemen met het treinverkeer. 3 Tweede Kamerlid van D66 Wouter Koolmees komt met een wijzigingsvoorstel op een wet die ingediend is door minister Dijsselbloem. Stel Ard van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie, wordt op het matje geroepen in de Tweede Kamer. Hij moet verantwoording afleggen over gevaarlijke situaties in enkele Nederlandse gevangenissen. Minister Van der Steur is een voetbalfan en diezelfde avond is er een Champions League wedstrijd op televisie. 37 Waarom kan hij het beste wel naar de Tweede Kamer gaan?
32
9789006391640_inner.indb 32
Š ThiemeMeulenhoff
24-04-17 09:31
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
38 In de Tweede Kamer zitten zowel regeringspartijen als coalitiepartijen. Waarin verschillen regeringspartijen van oppositiepartijen?
39
40
41 42
OEFENVRAGEN
43 44 45 46 47
Samenwerking binnen Europa is zeer belangrijk. Als landen met elkaar praten en samenwerken ontstaat er minder snel oorlog. Ook voor een betere economische ontwikkeling is samenwerking belangrijk. Als de Europese landen importheffing op producten zouden heffen, zouden die producten een heel stuk duurder zijn. Welke andere doelen van samenwerking binnen de Europese Unie zijn er met de jaren bij gekomen? Op welke manieren wordt door Europese landen op sociaaleconomisch gebied samen gewerkt? Noem drie voordelen van de euro ten opzichte van de nationale munt. Wat merk je als Nederlander van de invloed van de Europese Unie op sociaal-cultureel terrein? Welke nadelen heeft de Europese Unie volgens sommige mensen/politieke partijen? Is het Europees parlement volledig te vergelijken met de Tweede Kamer? Leg uit. Wat zijn de taken van de Europese Commissie? Hoe kun je als burger of pressiegroep invloed uitoefenen op de Europese besluitvorming? Hoe kun je de kloof tussen burger en politiek verminderen binnen de Europese Unie?
bron: Benjamin Kikkert, Alkmaar
48 a Wat wil de tekenaar duidelijk maken? b Waar worden kinderen mee vergeleken?
bron: Tom Janssen, Amsterdam
49 Het kabinet-Rutte II bestaat uit VVD en PvdA. Wat wordt met deze cartoon bedoeld?
Š ThiemeMeulenhoff
9789006391640_inner.indb 33
33
24-04-17 09:31
www.examenbundel.nl
examenbundels Nederlands Engels Duits Frans wiskunde biologie nask 1 nask 2 aardrijkskunde economie geschiedenis maatschappijkunde
978-90-06-39198-5 978-90-06-39177-0 978-90-06-39192-3 978-90-06-39199-2 978-90-06-39194-7 978-90-06-39165-7 978-90-06-39195-4 978-90-06-39178-7 978-90-06-39182-4 978-90-06-39166-4 978-90-06-39189-3 978-90-06-39164-0
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
De Examenbundel bevat oefeningen
met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.
examenbundel
vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo (k)gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo vmbo gt / mavo
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
Bundels voor al je vakken bestel je op
Nederlands 2F biologie nask 1 nask 2 rekenen 2F wiskunde aardrijkskunde economie geschiedenis
Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Engels/Duits/Frans in de praktijk zijn theorieboekjes die geworteld zijn in de praktijk. Met een compacte uitleg van grammatica en vele voorbeeldzinnen.
2017|2018
vmbo vmbo kgt vmbo kgt vmbo gt vmbo vmbo kgt vmbo gt vmbo kgt vmbo gt
2017|2018
R. van Otterdijk J. de Heer
vmbo gt / mavo maatschappijkunde
vmbo gt / mavo
samengevat
®
Jouw beste voorbereiding op je examen in 2018
Engels in de praktijk 978-90-06-07397-3 Duits in de praktijk 978-90-06-07396-6 Frans in de praktijk 978-90-06-07398-0
Al onze uitgaven zijn verkrijgbaar via de erkende boekhandel.
9789006391640_EB_vmML_OS.indd 2-4
9 789006 391640
9/05/17 13:45