Skip to main content

9789006372458_mbo nederlands 3f

Page 1

samengevat

www.samengevat.nl

- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte naslagwerk

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt

mbo

Nederlands 3F

Nederlands 3F

Samengevat taal

mbo

Samengevat rekenen + Samengevat Nederlands = jouw succesformule

overzicht van alle examenstof. Met Samengevat kun je grote hoeveelheden stof snel herhalen en overzien.

Samengevat Nederlands mbo 2F

Kijk op www.examenbundel.nl.

Samengevat Nederlands mbo 3F Samengevat rekenen mbo 2F Samengevat rekenen mbo 3F

9 789006 372458

9006372458_omslag.indd 1

14/08/18 08:45


www.samengevat.nl

mbo

Nederlands 3F

J. van Nassau

9789006372458_boek.indb 1

13/08/18 10:56


Auteur Joep van Nassau Beeld Shutterstock SBB www.Vissergroen.nl Vormgeving Criterium, Arnhem

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen.

Opmaak Crius Group, Hulshout

www.thiememeulenhoff.nl

Omslagfoto Shutterstock

ISBN 978-9006-37245-8 Tweede druk, eerste oplage, 2018 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2018 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toe­ gestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere ­compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006372458_boek.indb 2

13/08/18 10:56


Verantwoording In dit boek zijn de leerstof en vaardigheden voor het examen Nederlands weergegeven, gebaseerd op de vastgestelde referentieniveaus. In Samengevat Nederlands mbo 3F vind je alle domeinen terug die getoetst worden in het Centraal Ontwikkelde Examen (COE) of in de instellingsexamens (IE). Over elk domein wordt uitleg gegeven. Je krijgt handige tips hoe je je kunt voorbereiden op het examen en hoe je examenopdrachten het beste kunt aanpakken. Aan het eind van de hoofdstukken Lezen, Schrijven, Gesprekken en Spreken zijn voorbeeldexamens opgenomen. Deze Samengevat zorgt ervoor dat de stukjes kennis die je de afgelopen jaren hebt opgedaan, als een puzzel in elkaar passen. Samengevat Nederlands mbo 3F is naast iedere methode te gebruiken. Je krijgt erdoor steun bij het zelfstandig leren. Voor reacties, zowel van leerlingen als docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar mbo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, juli 2018

9789006372458_boek.indb 3

13/08/18 10:56


Hoe werk je met deze Samengevat? Zoeken in dit boek In de inhoudsopgave vind je een algemene indeling van de leerstof. Aan het begin van ieder hoofdstuk staat een gedetailleerde inhoudsopgave, die je snel op de juiste plek brengt. Als je alleen een onderwerp of begrip zoekt, kun je de juiste bladzijde vinden in het register achter in het boek.

Beschrijving per onderwerp Het boek is verdeeld in hoofdstukken. Binnen deze hoofdstukken worden de bijbehorende onderwerpen kernachtig besproken. Daarbij zijn veel voorbeelden gegeven. Je herkent ze gemakkelijk aan de achtergrondkleur.

COE en IE De vaardigheden Lezen en Kijken en luisteren worden tegelijkertijd geëxamineerd tijdens het Centraal Ontwikkeld Examen (COE). De vaardigheden Spreken, Gesprekken en Schrijven worden geëxamineerd bij de instellingsexamens (IE). Per hoofdstuk wordt aangegeven wanneer je dit onderdeel kunt verwachten op je examen.

Tips voor bij het examen In elk hoofdstuk staan tips voor bij het examen. Neem deze goed door. Ze helpen je bij de voorbereiding op je examen Nederlands. De auteur en de uitgever wensen je veel succes met de voorbereiding op het examen!

9789006372458_boek.indb 4

13/08/18 10:56


Inhoud Lezen (COE)

7

1

Een tekst lezen 8

2

De opbouw van een tekst 17

3

Informatieve en instructieve teksten

24

4

Betogende teksten

27

5

Het examen Lezen

31

6

Veelvoorkomende woorden in examens

40

Kijken en luisteren (COE)

45

1

Kijken en luisteren naar een fragment

46

2

Woorden in fragmenten

50

3

Informatieve en instructieve fragmenten

52

4

Betogende fragmenten

55

5

Het examen Kijken en luisteren

59

Schrijven (IE) 1

Een tekst schrijven

61 62

2 Schrijfplan

66

3 Correspondentie

68

4

Korte teksten

79

5

Lange teksten

89

6

Het examen Schrijven

97

Gesprekken (IE)

105

1

Een gesprek voeren

106

2

Deelnemen aan discussie en overleg

110

3

Informatie uitwisselen in tweegesprekken

115

4

Het examen Gesprekken

124

Spreken (IE)

129

1

Een presentatie houden

130

2

Boeiend presenteren

133

3

Hoe pak je het aan?

135

4

Verschillende presentaties

139

5

Het examen Spreken

143

9789006372458_boek.indb 5

13/08/18 10:56


Spelling, stijl en grammatica (IE)

147

1 Werkwoordspelling

148

2

Spelling en leestekens

153

3

Helder formuleren

160

4

Stijlfouten en taalfouten

166

5 Grammatica

171

Bijlagen

179

Begrippenlijst

189

Register

198

9789006372458_boek.indb 6

13/08/18 10:56


Lezen 1 Een tekst lezen 1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 1.7

Onderwerp en hoofdgedachte Doel van de schrijver Leesstrategie Moeilijke woorden Samenvatten Beeldspraak herkennen Kritisch lezen

2 De opbouw van een tekst 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 2.6

Beeld en opmaak Inleiding, kern, slot Tekststructuren Functies van de inleiding en het slot Functies van andere tekstdelen Tekstverbanden en signaalwoorden

3 Informatieve en instructieve teksten 3.1 3.2 3.3 3.4

Informatieve tekst Uiteenzettende tekst Beschouwende tekst Instructieve tekst

4 Betogende teksten 4.1 4.2 4.3

Feiten en meningen Argument en tegenargument Het betoog

5 Informatie over het examen Lezen 5.1 5.2 5.3

Meerkeuzevragen Examenteksten Tips bij het examen Lezen

6 Veelvoorkomende woorden in examens 9789006372458_boek.indb 7

13/08/18 10:56


8

Lezen Dit onderdeel gaat over de taalvaardigheid lezen. Van jou wordt verwacht dat je zakelijke teksten gedetailleerd kunt lezen. Dat kunnen teksten zijn over allerlei onderwerpen. Het gaat om informatieve, instructieve of betogende teksten met een duidelijke opbouw en een hoge informatiedichtheid. Jij moet kunnen laten zien dat je begrijpt waar deze teksten over gaan en dat je ze op de juiste wijze kunt interpreteren. Het examen Lezen wordt getoetst tijdens het Centraal Ontwikkeld Examen (COE).

1 Een tekst lezen 1.1 Onderwerp en hoofdgedachte Iedere tekst heeft een onderwerp. Om het onderwerp te vinden, stel je de vraag: waar gaat de tekst over? Het antwoord is het onderwerp. Je kunt het onderwerp in één woord of in enkele woorden weergeven. Het onderwerp kun je vaak afleiden uit de titel. De hoofdgedachte van een tekst is de belangrijkste uitspraak van de schrijver over het onderwerp. Je geeft de hoofdgedachte weer in één zin. Je vindt de hoofdgedachte vaak in de eerste of laatste alinea. Als de hoofdgedachte niet letterlijk in de tekst staat, moet je die zelf beschrijven. Dat kun je bijvoorbeeld doen door antwoord te geven op de vraag: Wat is het belangrijkste dat de schrijver zegt over het onderwerp? Om de hoofdgedachte te vinden kun je het volgende doen. 1 Bekijk de titel. 2 Lees de eerste alinea. 3 Lees de laatste alinea. 4 Lees de belangrijkste zin (kernzin) van de overige alinea’s. Dat is meestal de eerste zin, soms de tweede of laatste zin. In examens krijg je vaak een vraag over de hoofdgedachte van een tekst.

1.2 Doel van de schrijver Een schrijver schrijft een tekst met een doel. Hij wil bijvoorbeeld de lezer informeren of overtuigen. Welke tekstsoort hij gebruikt, hangt af van zijn doel en voor welk publiek hij schrijft. Als hij iets wil vertellen over het onderwerp zonnepanelen, kan hij bijvoorbeeld een brochure samenstellen om te informeren over de subsidieregeling

9789006372458_boek.indb 8

13/08/18 10:56


9

Nederlands Lezen

bij zonnepanelen. De tekstsoort is dan een informatieve tekst, de tekstvorm is een brochure. Vaak kun je het tekstdoel raden als je een tekstvorm herkent. Zo kun je een nieuwsbericht gemakkelijk herkennen aan de kop en de vetgedrukte eerste alinea. Bij ieder doel horen verschillende tekstvormen. doel

wat wil de schrijver?

tekstvorm

informeren

informatie geven

schematische informatie voorlichtingsmateriaal zakelijke correspondentie

uiteenzetten/uitleggen

krantenbericht en -artikel rapport

beschouwen/aan het denken zetten

opiniërend artikel waarin meerdere meningen naast elkaar gezet worden

instrueren

informeren hoe je iets moet doen of hoe iets werkt

gebruiksaanwijzing technische handleiding

overtuigen

met argumenten overtuigen

ingezonden brief opiniërend artikel

tot handelen aanzetten / activeren

overhalen om iets te doen

reclame folder (bijvoorbeeld: overhalen om ergens lid van te worden)

amuseren

vermaken

roman stripverhaal

Een schrijver heeft vaak meerdere doelen. In een filmrecensie bijvoorbeeld staat meestal informatie over de filminhoud (doel: informeren), maar ook wat de schrijver van de film vindt (doel: overtuigen). Het is dan handig om te weten wat het belangrijkste tekstdoel is. Omdat in een recensie een schrijver op de eerste plaats een oordeel wil geven, is het belangrijkste doel meestal overtuigen.

9789006372458_boek.indb 9

13/08/18 10:56


10 In examens krijg je altijd een vraag over het doel van de schrijver. voorbeeld

Wat is het belangrijkste doel van de auteur? A. Hij wil ons informeren over de voordelen en nadelen van nieuwe technologische ontwikkelingen. B. Hij wil ons overtuigen van het belang om kritisch te staan tegenover nieuwe technologische ontwikkelingen. C. Hij wil ervoor waarschuwen dat door nieuwe technologieën de aansprakelijkheid van burgers bij privacy-schending groter wordt. Bron: oefenexamen Nederlands mbo 3F

1.3 Leesstrategie Tijdens het Centraal Ontwikkeld Examen Nederlands moet je veel lezen. Met de juiste leesstrategie kun je een tekst gemakkelijker en sneller begrijpen. Je kunt op verschillende manieren lezen. – Verkennend lezen Je verkent de tekst om een eerste indruk te krijgen. Je kijkt naar de titel, tussenkopjes, illustraties, opvallende kenmerken, de bron van de tekst. Daarna lees je de eerste en de laatste alinea. – Intensief lezen Je leest heel nauwkeurig wat er in de tekst staat. Je let op details. – Zoekend lezen Je zoekt bruikbare informatie door de tekst snel te lezen, waarbij je vooral let op tussenkopjes, titel en trefwoorden. Bij het lezen van een (examen)tekst gebruik je verschillende leesstrategieën. 1 Lees/bekijk de tekst verkennend. 2 Lees daarna de vraag intensief. 3 Lees de tekst zoekend om het antwoord in de tekst te vinden. 4 Lees het deel intensief waarvan jij denkt dat daar het antwoord staat. 5 Probeer eerst zelf antwoord te geven op de vraag. Kies bij een meerkeuzevraag het best passende antwoord. Als je informatie zoekt in een schema is het vaak niet nodig de tekst te verkennen. Je begint direct met zoekend lezen. Je let daarbij op opvallende woorden, cijfers en tussenkopjes. Als je denkt dat je het gedeelte met het juiste antwoord gevonden hebt, lees je dat deel intensief.

9789006372458_boek.indb 10

13/08/18 10:56


Nederlands Lezen

11

Tip Als je twijfelt bij een meerkeuzevraag over een antwoord, streep dan in gedachten eerst de antwoorden weg die zeker niet goed zijn. Als je daarna nog twijfelt, kun je het beste afgaan op je eerste indruk.

1.4 Moeilijke woorden Soms lees je een woord dat je niet kent (een moeilijk woord). Vraag je dan eerst af of je de betekenis van het woord moet kennen om de tekst te begrijpen. Is het woord niet van belang, dan ga je gewoon verder. Is het woord wel van belang, dan kun je op verschillende manieren achter de betekenis komen. 1 Je kijkt naar het woord zelf. Je kunt naar het woord zelf kijken. Misschien herken je de betekenis van een deel van het woord. In het woord telemarketing staat het voorvoegsel tele. Dat voorvoegsel ken je natuurlijk ook van woorden als telefoneren en televisie. Het betekent op afstand. Telemarketing is dus marketing op afstand en in de meeste gevallen betekent dat verkopen over de telefoon. In het Nederlands zijn veel voor- en achtervoegsels. Als je weet wat die betekenen, helpt dat bij het herleiden van de betekenis van moeilijke woorden. Zie ook Bijlage 4, Voor- en achtervoegsels, bladzijde 183. 2 Je kijkt naar informatie in de tekst. Kijk naar de zin waarin het woord staat. voorbeeld

Het enthousiaste publiek scandeerde tijdens de wedstrijd de naam van de beste speler. Zonder het woord scandeerde te kennen, kun je toch begrijpen wat ermee bedoeld wordt. Aanwijzingen in de zin zijn enthousiast publiek en beste speler. Daaruit kun je afleiden dat scanderen luid roepen betekent. Als de zin zelf weinig informatie oplevert, kijk dan naar de zinnen ervoor en erna. Zoek daar naar aanwijzingen over de betekenis van het woord. 3 Je kunt het woordenboek gebruiken. Je mag tijdens het examen een woordenboek gebruiken. Maar doe dat als het echt niet anders kan en heel belangrijk is. Want opzoeken kost veel tijd en soms krijg je meerdere betekenissen en dan heb je een nieuw probleem. Oefen je daarom in de manieren die bij 1 en 2 zijn genoemd, want iemand naar de betekenis vragen kan natuurlijk niet op je examen.

9789006372458_boek.indb 11

13/08/18 10:56


12 1.5 Samenvatten Soms krijg je een vraag waarin je moet beoordelen welke zinnen wel en welke zinnen niet thuishoren in een samenvatting. Je kunt het volgende doen. 1 Lees de alinea waarin de zin staat intensief. 2 Zoek in de alinea naar de hoofdzaak. Die staat vaak in de kernzin (meestal de eerste, soms de tweede of laatste zin) van een alinea. Soms moet je de kernzin (dus de hoofdgedachte van de alinea) zelf formuleren. Richt je dan op relevante tekstdelen en niet op voorbeelden, herhalingen en uitweidingen. 3 Beoordeel of de zin een belangrijke zin is die thuishoort in een samenvatting. Sommige meerkeuzevragen vragen naar welke zin als beste de hoofdgedachte weergeeft van een tekst(deel). Je kunt dan het volgende doen. 1 Lees de alinea of alinea’s intensief. 2 Zoek in elke alinea naar de hoofdzaak. Die staat meestal in de kernzin. 3 Geef zelf antwoord op de vraag. Combineer daarbij de gevonden hoofdzaken/ kernzinnen. 4 Bekijk welke antwoordmogelijkheid het beste past. Als er gevraagd wordt naar welk tussenkopje het best past bij een tekstdeel kun je dezelfde strategie toepassen als bij de vraag naar de hoofdgedachte. Een tussenkopje geeft namelijk aan waar een gedeelte van de tekst over gaat.

1.6 Beeldspraak herkennen Soms lees je een woord dat je niet letterlijk kunt nemen. In de zin De worstelaar loeide van de pijn toen zijn arm brak kun je het woord loeide niet letterlijk nemen. Er is sprake van beeldspraak. Dat is een stijlfiguur waarbij een woord of uitdrukking een figuurlijke betekenis krijgt. In dit voorbeeld is loeide figuurlijk gebruikt. Hij heeft de bloemetjes buiten gezet betekent niet letterlijk dat de bloemen nu buiten staan, maar: Hij heeft flink feestgevierd. Dat is een pleister op een houten been betekent niet een verbandje op een houten been, maar Het helpt niet. Op taalniveau 3F moet je teksten kunnen interpreteren. Dat betekent dat je uit de context moet opmaken hoe je bepaalde woorden moet opvatten. Zijn ze letterlijk of figuurlijk bedoeld? Drijft de schrijver ergens de spot mee? Ook de betekenis van stijlfiguren moet je kunnen herkennen. Bij de stijlfiguur ironie maakt de schrijver

9789006372458_boek.indb 12

13/08/18 10:56


Nederlands Lezen

13

duidelijk dat je de uitspraak niet al te serieus moet opvatten. Vaak bedoelt hij juist het tegenovergestelde van wat hij zegt. Soms geeft de schrijver aanwijzingen in die richting met leestekens (aanhalingstekens, drie puntjes, vraag- of uitroepteken). voorbeeld

Het is een ‘geslaagde’ excursie geweest. Om de excursie nou geslaagd te noemen … In leesteksten (en kijk/luisterteksten) wordt gevraagd naar hoe je woorden moet interpreteren.

voorbeeld

In alinea 13 staat dat de huidige jeugd afscheid neemt van de ‘metroman’. Wat bedoelt de schrijver met ‘metroman’? A. Een man die ambitieus is. B. Een man die plichtsgetrouw is. C. Een man met vrouwelijke eigenschappen. In alinea 7 staan woorden tussen aanhalingstekens. Waarom gebruikt de auteur hier aanhalingstekens? A. omdat de woorden figuurlijk bedoeld zijn B. omdat de woorden op moeten vallen C. omdat de woorden overdrijvingen zijn Bron: voorbeeldexamen Nederlands mbo 3F Naast ironie zijn er nog veel andere stijlfiguren. Hieronder volgen er enkele. Sarcasme is bijtende spot. Deze vorm van spot gebruik je als je iemand wilt kwetsen. Je wilt de lachers op je hand krijgen.

voorbeeld

Tegen iemand die niet kan zingen: Je bent al helemaal klaar voor The Voice of Holland. Cynisme is bijtende spot gebaseerd op wantrouwen en frustratie. Deze vorm van spot laat zien dat je niets aan de situatie kunt veranderen en dat je je daar bij neerlegt.

voorbeeld

Waarom zou ik gaan stemmen? Die politici zijn toch allemaal vakkenvullers! Als Nederland die wapens niet levert, doet een ander land dat wel.

9789006372458_boek.indb 13

13/08/18 10:56


14 Er is sprake van een hyperbool als je iets heel sterk overdrijft. voorbeeld

Momentje geduld. Ik ben in een seconde terug. Die atleet is zo sterk als een paard. Een understatement is iets sterk afzwakken.

voorbeeld

‘Een tikkeltje zwaar was het wel’, zei de winnaar van de Tour de France. ‘Best leuk om een eurootje op zak te hebben’, zei de winnaar van de Staatsloterij. Een eufemisme is een verzachtende uitdrukking. Een eufemisme is niet spottend bedoeld.

voorbeeld

Na de ontdekking van het virus werd onze veestapel geruimd. Op dit moment ben ik tussen twee banen. Een retorische vraag is een vraag waar je geen antwoord op verwacht.

voorbeeld

Wie wil dat nou weten? Hoe kun je zo dom zijn? Een paradox is een schijnbare tegenstelling. Het lijkt alsof het niet klopt wat er is gezegd. Maar als je erover nadenkt, blijkt er toch logica in de zin te staan.

voorbeeld

Niets is zeker, en zelfs dat niet. Voor de duizendste keer, ik overdrijf niet.

1.7 Kritisch lezen Niet alles wat je leest, is waar. Soms is een tekst onvolledig of staan er onwaarheden in. Ook de serieuze kranten en websites publiceren weleens minder juiste informatie. Soms kom je ook nepnieuws tegen, misleidende informatie die wordt verspreid om geld te verdienen of om de publieke opinie te beïnvloeden. De media hebben commerciële, politieke of ideële belangen. Als je die belangen kent, kun je beter inschatten hoe betrouwbaar de informatie is.

9789006372458_boek.indb 14

13/08/18 10:56


Nederlands Lezen

15

Hierna zie je twee krantenkoppen. Ze gaan over dezelfde gebeurtenis. Een politiekrechtse krant schrijft een bepaalde gebeurtenis anders op dan een politiek-linkse krant. Politiek-rechtse krant: De vrees van velen dat de demonstratie zou uitlopen op een agressief anti-Amerikaans gebeuren is niet uitgekomen. Politiek-linkse krant: De demonstratie wordt met een deelname van 400.000 betogers gezien als een belangrijke politieke gebeurtenis. Over het algemeen is een wetenschappelijke bron betrouwbaar, want wetenschappers zijn in principe onpartijdig. Ze dienen de wetenschap en geen andere belangen. Dat geldt vaak niet voor andere bronnen. Informatie uit een roddelblad kun je niet zonder meer gebruiken. Dat geldt ook voor een informatief artikel dat na kritisch lezen een advertorial (reclame verpakt in een informatief artikel) blijkt te zijn. Ook opiniestukken van kwaliteitskranten kunnen minder betrouwbaar zijn, bijvoorbeeld als de argumentatie van de schrijver onjuist is. De betrouwbaarheid van een tekst hangt af van de schrijver, de tekst en de bron. Om een tekst op waarde te kunnen schatten (te evalueren) is een kritische leeshouding belangrijk. De volgende kritische vragen kun je jezelf stellen als je een tekst leest.

Schrijver – Wat is het doel van de schrijver? Is de schrijver objectief? Verpakt hij een mening in een neutrale schrijfstijl? – Heeft de schrijver een belang bij wat hij schrijft? Is hij partijdig? Iemand die een product wil verkopen, zal graag willen praten over de voordelen van het product en niet over de nadelen. – Is de schrijver deskundig met betrekking tot dit onderwerp?

Tekst – – – – – – –

Zijn het feiten of meningen? Kloppen de feiten in de tekst? Past de titel bij de tekst? Passen de tussenkopjes bij de alinea’s? Zit er een logische opbouw in de tekst? Is het onderwerp van verschillende kanten bekeken? Zijn de argumenten juist en overtuigend? Staan er (veel) taalfouten in de tekst? Veel taalfouten kunnen een aanwijzing zijn voor onbetrouwbaarheid.

9789006372458_boek.indb 15

13/08/18 10:56


16 Bron – Hoe staat de krant of website bekend? Publiceert de krant/website over het algemeen betrouwbare informatie? – Is de tekst actueel? – Heeft de krant/website een bepaalde politieke identiteit of steunt die een bepaald ideëel doel? Zo ja, welke identiteit of welk doel? Bovenstaande vragen beantwoord je niet zomaar bij een onbekende bron en/of schrijver. Veel leeservaring is nodig. Bij het examen kun je vragen verwachten waarbij je het antwoord helder uit de tekst kunt opmaken.

9789006372458_boek.indb 16

13/08/18 10:56


Nederlands Lezen

17

2 De opbouw van een tekst 2.1 Beeld en opmaak Beeld en opmaak bepalen het uiterlijk van een tekst. Met beeld wordt een afbeelding of illustratie (foto, tekening, grafiek, logo, plattegrond) bedoeld. Opmaak of lay-out is de manier waarop je tekst en afbeeldingen over de bladzijde verdeelt. Je let daarbij op de titel, tussenkopjes, tekstindeling, alinea-indeling en lettertypes. Door de opmaak van een tekst herken je vaak de tekstsoort. Zo herken je een advertentie aan de afbeelding, weinig tekst en afwisselende lettervormen. De titel van een tekst is vaak een ingekorte zin zonder punt erachter. Met de titel wil je de aandacht trekken én duidelijk maken waar de tekst over gaat. In een langere tekst kan een schrijver tussenkopjes gebruiken. Tussenkopjes zeggen iets over de inhoud van de alinea’s die volgen. Ze zijn handig bij het zoekend lezen. Vaak is een tekst verdeeld in een inleiding, een kern (middenstuk) en een slot. Zo’n tekstindeling geeft je als lezer houvast. Bij verkennend lezen let je op de tekstindeling. Je kunt dan bijvoorbeeld vaststellen tot waar de inleiding loopt en hoe de tekst aan het slot wordt afgerond. Bij intensief lezen let je meer op details. Je bekijkt dan precies wat er in een alinea staat. Je kijkt dan ook naar de alinea-indeling en welke informatie bij elkaar hoort. Letters kunnen een bepaalde sfeer oproepen. Een zakelijk lettertype, zoals Times New Roman, zal een andere sfeer oproepen dan een vrolijke letter, zoals freestyle script.

2.2 Inleiding, kern, slot Een schrijver zal niet zomaar wat zinnen achter elkaar zetten. Hij zal letten op een duidelijke tekstindeling. De meeste teksten hebben de indeling inleiding, kern en slot. De inleiding bestaat meestal uit één alinea. De kern geeft informatie over het onderwerp, verdeeld in verschillende deelonderwerpen. Ieder deelonderwerp bevat een of meer alinea’s. In het slot rondt de schrijver zijn verhaal af, bijvoorbeeld met een conclusie of samenvatting. Het slot bestaat meestal uit één alinea.

9789006372458_boek.indb 17

13/08/18 10:56


18 voorbeeld

inleiding kern

slot

alinea

deelonderwerpen

1 2 3 4 5 6 7

Een studentenbaan heeft voor- en nadelen. Voordelen: –  Geld verdienen –  Werken geeft afwisseling –  Je krijgt mensenkennis Nadelen: –  Weinig tijd voor andere activiteiten –  Minder aandacht voor studie Voordelen wegen zwaarder dan nadelen. De kern bestaat uit vijf deelonderwerpen: drie voordelen (alinea’s 2 t/m 4) en twee nadelen (alinea’s 5 en 6) van een studentenbaan.

2.3 Tekststructuren Om de samenhang te verhogen in een tekst maakt een schrijver of spreker gebruik van een bepaalde tekststructuur. Inleiding, kern en slot krijgen zo een vaste invulling. Er zijn verschillende tekststructuren. Bij de tekststructuur probleem-oplossing bijvoorbeeld geeft de schrijver in de inleiding een beschrijving van een probleem. In de kern presenteert hij verschillende oplossingen en in het slot kan hij aangeven welke oplossing volgens hem het beste resultaat geeft. Bij iedere tekststructuur hoort een specifieke hoofdvraag. structuur

hoofdvraag

veelvoorkomende opbouw

tekstsoort

voor- en nadelen

Wat zijn de voordelen en wat de nadelen?

inleiding: verschijnsel met positieve en negatieve kanten kern: voor- en nadelen slot: samenvatting en/ of conclusie

uiteenzetting beschouwing betoog

probleem – oplossing

Welke oplossingen zijn er voor het probleem?

inleiding: introductie van een probleem kern: oplossingen slot: afweging of aanbeveling

uiteenzetting beschouwing betoog

9789006372458_boek.indb 18

13/08/18 10:56


samengevat

www.samengevat.nl

- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte naslagwerk

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt

mbo

Nederlands 3F

Nederlands 3F

Samengevat taal

mbo

Samengevat rekenen + Samengevat Nederlands = jouw succesformule

overzicht van alle examenstof. Met Samengevat kun je grote hoeveelheden stof snel herhalen en overzien.

Samengevat Nederlands mbo 2F

Kijk op www.examenbundel.nl.

Samengevat Nederlands mbo 3F Samengevat rekenen mbo 2F Samengevat rekenen mbo 3F

9 789006 372458

9006372458_omslag.indd 1

14/08/18 08:45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook