








MENS & GEZONDHEID















![]()
























In dit leerwerkboek staat alles wat je moet weten voor je toetsen en examens voor Mens & Gezondheid. Het is van jou. Je mag erin schrijven, notities maken en alles markeren wat je belangrijk vindt.
We wensen je veel plezier bij het ontdekken van de wereld van Mens & Gezondheid!
Contentontwikkeling
ThiemeMeulenhoff / Tamara Berentschot, Herma Johannes, Susan Raterink
Eindredactie
Tekstbureau Taallent, Apeldoorn
Vormgeving
Studio Michelangela, Utrecht
Opmaak
Crius Group, Hulshout (België)
Omslagbeeld
GettyImages / SolStock, Shutterstock / Dean Drobot
Over ThiemeMeulenhoff
ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.
De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.
We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.
Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.
Samen leren vernieuwen.
www.thiememeulenhoff.nl
ISBN 978 90 06 24626 1
Editie 4, druk 1, oplage 1, 2026
© ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2026
Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
ClimatePartner certified product climate-id.com/YI43H3
CO2 measure reduce contribute
werk je met MIXED
1.1 Fysieke, psychische en sociale gezondheid 9
1.2 Factoren die de gezondheid beïnvloeden 13
1.3 Welvaartsziekten en hun oorzaken 18
1.4 Invloed van stress, ontspanning en welzijn 23
1.5 Voeding en gezondheid 26
1.6 Hygiëne en gezondheid 32
1.7 Dagritme en gezondheid 37
1.8 Informatie over voedings- en beweegpatronen 42
1.9 Etiketten lezen 48
1.10 Energieverbruik 55
1.11 Verantwoord voedingsgedrag 59
1.12 Diëten, allergieën en intoleranties 64
1.13 Signaleren en rapporteren 69
1.14 In gesprek gaan over gezonde keuzes (KB) 73
1.15 Media en gezondheid 78
1.16 Genotsmiddelen en verslaving 84
Samenvattingsopdracht blok 1 92 Begrippen 95
BLOK 2 Voeding en bereiding
2.1 Een gezonde maaltijd samenstellen 101
2.2 Verschillende voedingsgewoonten 107
2.3 Duurzaam en gezond eten 113
2.4 Schoon en veilig omgaan met eten 120
2.5 Recepten lezen en omrekenen 126
2.6 Een stappenplan en planning maken voor het koken 131
2.7 Voorbewerken en bereidingstechnieken 136
2.8 Werken met materialen en keukenapparaten 142
2.9 Gerechten mooi presenteren 151
2.10 Tafeldekken en eenvoudige etiquette 156
2.11 Schoonmaken en opruimen in de keuken 161
Samenvattingsopdracht blok 2 168 Begrippen 172
In het profiel Zorg & Welzijn (Z&W) houd jij je bezig met hoe je mensen kunt begeleiden en verzorgen en hoe je hun gezondheid, welzijn en kwaliteit van leven kunt verbeteren. Dit oefen je in verschillende praktijksituaties. Zo kom je erachter of werken in de sector Zorg & Welzijn bij je past.
Per module maak je praktische opdrachten. Deze praktische opdrachten laten je alle kanten van het beroepsgerichte vak ervaren. Je gaat dus écht aan de slag.
Om de praktische opdrachten te kunnen doen, heb je kennis nodig. In het leerwerkboek vind je de theorie die je moet kennen.
Naast de tekstbronnen in het leerwerkboek, moet je soms ook andere bronnen gebruiken bij de praktische opdrachten. Denk aan een uitlegfilmpje, een stappenplan of een uitwerkbijlage.
AAN DE SLAG MET PRAKTISCHE OPDRACHTEN
• Jouw docent laat je weten welke praktische opdrachten jij maakt bij deze module. Je vindt de praktische opdrachten online, of de docent heeft ze voor je geprint.
• Elke praktische opdracht begint met voorbereiden. Je ontdekt in welk werkveld je aan de slag gaat. Je leest wat je gaat doen en leren. Ook zie je hoeveel punten je kunt verdienen en wat je nodig hebt om de opdracht te maken.
• Dan ga je aan de slag. Volg stap voor stap de instructie die in de opdracht staat. Je kunt steeds de stappen die je hebt gedaan afvinken.
• Bij opdrachten gebruik je tekstbronnen. Die staan in je leerwerkboek en in de online leeromgeving. Andere bronnen die je nodig hebt, zoals een video of uitwerkbijlage, vind je altijd online.
• Het eindproduct van de opdracht neem je op in je portfolio.


• In het leerwerkboek dat je nu in je handen hebt, staat de theorie die je moet kennen. Misschien behandelt jouw docent eerst de theorie, voordat je aan de slag gaat met een praktische opdracht. Je kunt ook zelf de theorie erbij pakken als je die nodig hebt.
• Bij de tekstbronnen die je kunt lezen staan ook opdrachten. Deze maak je om na te gaan of je de theorie goed begrijpt. Er zijn ook herhalingsopdrachten en verdiepingsopdrachten. Jouw docent vertelt je welke je moet maken.
• In de theorie staan gekleurde begrippen. Deze begrippen moet je kennen voor een toets en voor je examen. Tip: gebruik de begrippenlijst achter in het leerwerkboek bij het leren.

• Het leerwerkboek bestaat uit twee blokken. Na elk blok maak je een samenvattingsopdracht. Zo leer je ook voor je toets en voor het examen!
WERKEN OP PAPIER OF ONLINE
Bij dit leerwerkboek hoort een online omgeving. In het schema hierna zie je wat je op papier kunt doen en wat er online te vinden is.
Op papier
• Praktische opdrachten (geprint)
• Tekstbronnen (in het leerwerkboek)
• Theorieopdrachten (in het leerwerkboek)
• Begrippenlijst (in het leerwerkboek)
• Praktische opdrachten
• Tekstbronnen
• Theorieopdrachten
• Begrippenlijst
• Werkbronnen
• Oefentoets begrippen









WELKE VERBANDEN ZIJN ER?












Vier modules
Het profiel Zorg & Welzijn bestaat uit vier verschillende modules. In elke module verdiep jij je in een bepaald werkveld van Zorg & Welzijn, maar in de praktijk werk je nooit alleen vanuit één werkveld. Alle werkvelden hangen met elkaar samen. Door deze samenhang te begrijpen, zie je het grote plaatje van Zorg & Welzijn.
✖ MENS & GEZONDHEID
Deze module gaat over Mens & Gezondheid. Je leert hierin hoe je een gezonde leefstijl stimuleert. Daarvoor werk je aan voeding, beweging, hygiëne en preventie.
Relatie met de andere modules
Mens & Gezondheid gaat over een gezonde leefstijl. Dit is ook belangrijk voor de werkvelden van de andere modules.
✖ MENS & ZORG
Om gezondheid te bewaken, moet je veranderingen in gedrag of lichamelijke toestand kunnen signaleren. In Mens & Zorg leer je verzorgende handelingen uitvoeren en gezondheidsproblemen herkennen.
✖ MENS & ACTIVITEIT
Beweging en ontspanning zijn belangrijk voor een gezonde leefstijl. In Mens & Activiteit organiseer je activiteiten die bijdragen aan lichamelijk en sociaal welzijn.
✖ MENS & OMGEVING
Een schone en veilige omgeving helpt om ziektes te voorkomen. In Mens & Omgeving ontdek je hoe je ruimtes hygiënisch en veilig maakt en houdt.
Gezondheid en leefstijl
Je leert hoe leefstijl, voeding, hygiëne, stress en media je gezondheid beïnvloeden. Je herkent signalen van ongezond gedrag en oefent met informatie overbrengen en rapporteren. Zo help je anderen bij het maken van gezonde keuzes.

Voeding en bereiding
Je leert gezonde maaltijden plannen, bereiden en serveren. Daarbij werk je veilig, hygiënisch en milieubewust in de keuken. Je past recepten aan en houdt rekening met verschillende doelgroepen.





























1.1
1.4
1.5 Voeding en gezondheid
1.6 Hygiëne en gezondheid
1.7 Dagritme en gezondheid
1.8 Informatie over voedings- en beweegpatronen

1.12
1.13 Signaleren en rapporteren
1.14 In gesprek gaan over gezonde keuzes (KB)
1.15
1.16 Genotsmiddelen en verslaving

Wat is gezondheid? Gezondheid betekent dat het goed met je gaat. Niet alleen met je lichaam, maar ook met hoe je je voelt en hoe je met anderen omgaat. Er zijn drie vormen van gezondheid:
Fysieke gezondheid gaat over je lichaam. Ben je lichamelijk gezond, dan werkt je lichaam goed. Je hebt geen pijn, geen ziektes of lichamelijke beperkingen. Je kunt gewoon meedoen met activiteiten zoals sporten, naar school gaan of werken.
Voorbeelden:
✖ Je hebt geen koorts of pijn.
✖ Je kunt goed lopen, fietsen of werken.
✖ Je lichaam krijgt voldoende rust, beweging en gezonde voeding.
Psychische gezondheid gaat over hoe je je voelt. Ben je psychisch gezond, dan voel je je meestal prettig en kun je goed omgaan met emoties zoals verdriet, stress of boosheid. Ook kun je je concentreren en heb je vertrouwen in jezelf.
Voorbeelden:
✖ Je bent meestal vrolijk en kunt tegen een beetje stress.
✖ Je slaapt goed en maakt je niet voortdurend zorgen.
✖ Je kunt omgaan met tegenslagen, zoals ruzie of een tegenvallend cijfer.
Sociale gezondheid gaat over hoe je met andere mensen omgaat. Je bent sociaal gezond als je contact hebt met anderen en daar prettig mee omgaat. Je voelt je veilig bij familie, vrienden of klasgenoten en je weet wie je kunt vertrouwen of om hulp kunt vragen.
Voorbeelden:
✖ Je hebt vrienden of familie om mee te praten.
✖ Je kunt samenwerken en goed communiceren.
✖ Je voelt je welkom in een groep.
fysieke gezondheid bewegen, gezond eten en goed voor je lichaam zorgen
JE GEZ ONDHEID
gaat over:
psychische gezondheid je goed voelen en omgaan met stress en emoties
sociale gezondheid contact met anderen en je verbonden voelen
Fysieke, psychische en sociale gezondheid beïnvloeden elkaar. Als je bijvoorbeeld veel lichamelijke pijn hebt (fysiek), kun je je somber gaan voelen (psychisch). Of als je geen vrienden hebt (sociaal), kun je je eenzaam voelen en slecht gaan eten of slapen (fysiek en psychisch). Gezond zijn betekent dus dat het op al deze drie gebieden redelijk goed met je gaat.
Samira loopt stage op een basisschool. Ze merkt dat Bo (4 jaar) steeds vaker huilt als haar moeder weggaat. Ook wil ze niet met andere kinderen spelen en zit ze vaak stil in een hoekje. Samira bespreekt dit met haar werkbegeleider. Ze herkennen dat Bo op dit moment psychisch en sociaal niet lekker in haar vel zit, ook al is ze lichamelijk gezond. Samen maken ze een plan: Bo krijgt extra persoonlijke aandacht bij het binnenkomen en Samira betrekt haar elke dag bij een spel met één ander kind. Na enkele weken merken ze verbetering.
Welke uitspraak past bij psychische gezondheid?
◯ Je hebt geen pijn en kunt goed bewegen.
◯ Je maakt je niet voortdurend zorgen en slaapt goed.
◯ Je kunt goed samenwerken met anderen.
◯ Je lichaam krijgt voldoende rust en beweging.

2
Uit balans
Je loopt stage op een basisschool. Leerling Daan (10) komt al een paar dagen stil over. Hij zegt weinig, doet niet mee met het buitenspelen en zit vaak alleen. Je mentor zegt dat hij zich thuis zorgen maakt over zijn zieke opa.
Welke vormen van gezondheid kunnen bij Daan op dit moment uit balans zijn?
Kies twee juiste antwoorden.
□ Fysieke gezondheid
□ Psychische gezondheid
□ Sociale gezondheid
□ Erfelijke gezondheid
3 Welke vorm van gezondheid?
Je loopt stage in een woonzorgcentrum. Een bewoner, meneer Van Es (81), is lichamelijk nog fit en loopt elke dag een rondje. Toch oogt hij somber en vermijdt hij contact met medebewoners. Zijn dochter zegt dat hij zich eenzaam voelt.
a Welke vormen van gezondheid zijn hier minder in balans?
Noem er twee.
1 2
b Geef één voorbeeld van een activiteit die jij zou kunnen doen om zijn sociale gezondheid te verbeteren.
Herhalingsopdrachten
4
Welke vorm van gezondheid?
Kies bij elk kenmerk de juiste vorm van gezondheid.
✖ Je maakt je veel zorgen. Fysiek | Psychisch | Sociaal
✖ Je hebt geen pijn. Fysiek | Psychisch | Sociaal
✖ Je kunt goed samenwerken. Fysiek | Psychisch | Sociaal
✖ Je eet gezond. Fysiek | Psychisch | Sociaal
5 Wat kun jij afleiden?
Je loopt stage bij een basisschool. Leerling Milan (9) is vrolijk, actief en werkt goed samen met klasgenoten. Toch klaagt hij elke dag over oorpijn.
Wat kun je hieruit afleiden over zijn gezondheid?
Kies het beste antwoord.
◯ Milan is alleen sociaal ongezond.
◯ Milan is lichamelijk ongezond, maar verder in balans.
◯ Milan is psychisch niet in orde.
◯ Milan heeft een allergie.
6 Samenhang soorten gezondheid
Je werkt in een centrum voor jongeren. Een jongen van 15 mist vaak school. Hij zegt dat hij moe is en nergens zin in heeft. Je merkt dat hij weinig eet, amper beweegt en veel alleen is.
a Noem de drie vormen van gezondheid die hierbij een rol kunnen spelen.
b Leg uit hoe de drie vormen van gezondheid elkaar kunnen beïnvloeden in deze situatie.
7 Samenhang
Waarom is het belangrijk dat zorgverleners kijken naar álle drie vormen van gezondheid bij een cliënt en niet alleen naar lichamelijke klachten?
Geef een voorbeeld van een situatie die je kunt tegenkomen tijdens je stage.
Veel factoren heb je wél zelf in de hand. Dat noemen we je leefstijl. Daarmee bedoelen we hoe je leeft, wat je eet, hoeveel je beweegt, of je rookt of drinkt en of je goed voor jezelf zorgt.
Voorbeelden van leefstijlkeuzes:
✖ Gezond eten en voldoende water drinken
✖ Genoeg slapen en bewegen
✖ Niet roken of vapen
✖ Goed omgaan met stress
✖ Tijd nemen voor ontspanning
✖ Tijdig hulp vragen als je je niet goed voelt
✖ Verstandige keuzes maken in relaties en seksualiteit
Een gezonde leefstijl heeft een positieve invloed op je lichaam én je geest.
Soa's
Een belangrijk voorbeeld van zo’n verstandige keuze is veilig vrijen. Onveilig vrijen kan leiden tot een ongewenste zwangerschap of een soa (seksueel overdraagbare aandoening). Bekende soa’s zijn hiv, chlamydia, gonorroe, genitale wratten, herpes genitalis, syfilis en hepatitis B. Ze zijn besmettelijk en worden meestal overgedragen via onveilige seks.
Een soa merk je niet altijd meteen. Je kunt dus ongemerkt een soa hebben en die doorgeven aan een ander. Sommige soa’s kunnen ernstige gevolgen hebben als ze niet op tijd behandeld worden. Gelukkig zijn de meeste goed te genezen. Daarom is het belangrijk om condooms te gebruiken en je regelmatig te laten testen als je wisselende partners hebt. In zorg en welzijn moet je hier open en respectvol over kunnen praten, zonder oordeel.

omgeving
invloeden van buitenaf

vrienden

Wat beïnvloedt jouw gezondheid?
erfelijke factoren leefstijl
genen van je ouders

snel moe moe id
gezond eten & drinken

lichaamsbouw


voldoende slapen & bewegen
niet roken of vapen

Sommige dingen kun je niet veranderen maar je leefstijl kun je wél zelf kiezen.
Vaak versterken factoren elkaar. Iemand die weinig geld heeft (omgeving), woont misschien in een ongezonde buurt en eet goedkoop maar ongezond voedsel (leefstijl). Dit kan leiden tot stress. De psychische gezondheid is dan minder goed. Andersom kunnen ook meerdere positieve factoren elkaar versterken. Gezonde voeding + steun van vrienden + een goede nachtrust = een sterke basis voor gezondheid!

1
Soorten factoren
Over welke factor gaat het?
Uit de praktijk
Kevin loopt stage bij een thuiszorgorganisatie. Hij bezoekt meneer De Vries (76), die vaak hoofdpijn heeft, slecht slaapt en geen eetlust meer heeft. De woning is donker en rommelig en de televisie staat altijd aan. Kevin bespreekt met zijn collega dat de omgeving en leefgewoonten van meneer De Vries invloed hebben op zijn gezondheid. Ze besluiten om samen kleine veranderingen aan te moedigen: gordijnen open, een korte wandeling per dag en samen een boterham eten. Kevin leert zo hoe factoren zoals omgeving, dagritme en sociale contacten gezondheid beïnvloeden.
Je woont in een drukke straat met veel verkeer.
Je eet vaak ongezond en beweegt weinig.
Je hebt aanleg voor een hoge bloeddruk.
Je vrienden roken en vragen of jij ook een trekje wilt.
Je eet veel groente en fruit.
Je ouders hebben diabetes.
Je hebt soms onveilige seks.
Je slaapt minimaal acht uur per nacht.
Erfelijk Invloed van buitenaf
Leefstijl
2
Begrippen kennen
Combineer elk begrip met de juiste omschrijving.
Leefstijl
Erfelijke factor
Invloed van buitenaf
Soa
3
Ziekte die je kunt krijgen door onveilig vrijen
Iets uit je omgeving dat je gezondheid beïnvloedt
Gedrag zoals roken, slapen, eten
Iets wat je van je ouders erft
Gezondheid beïnvloeden
Je loopt stage in een woonzorgcentrum. Mevrouw Dijkstra (78) geeft aan dat ze zich vaak somber en moe voelt. Ze woont op een kamer waar het vaak rommelig is, ze slaapt slecht, eet vooral zoete snacks en komt weinig buiten.
a Noem twee verschillende soorten factoren die haar gezondheid negatief beïnvloeden.
Geef bij elke factor een voorbeeld.
Factor 1:
Voorbeeld 1:
Factor 2:
Voorbeeld 2:
b Geef bij elk voorbeeld aan wat je als stagiair kunt doen om haar te ondersteunen.
Voorbeeld 1:
Voorbeeld 2:
4 Kennis over factoren
Zijn de volgende stellingen juist of onjuist?
Soa’s zijn altijd zichtbaar aan de buitenkant.
Leefstijl heb je zelf in de hand.
Een gezonde omgeving hoort bij erfelijke factoren.
Juist Onjuist
Je loopt stage op een kinderdagverblijf. Je merkt dat een collega steeds vaker ongezond luncht, nauwelijks pauze neemt en zich vaak gestrest voelt. Ze vertelt dat ze thuis veel aan haar hoofd heeft.
Welke twee soorten factoren hebben hier een negatief effect op haar gezondheid?
□ Erfelijke factor
□ Leefstijl
□ Sociale druk
□ Omgeving
Verdiepingsopdrachten
Farid (20) woont zelfstandig en zorgt slecht voor zichzelf: hij eet ongezond, slaapt weinig, vermijdt contact met familie en gebruikt geen condoom bij seks.
a Welke factor of factoren spelen een rol?
◯ Leefstijl
◯ Erfelijke factoren
◯ Omgevingsfactoren
b Welke risico’s voor zijn gezondheid brengt dit met zich mee?
Fysieke gezondheid:
Psychische gezondheid:
Sociale gezondheid:
Hoe kunnen meerdere negatieve factoren elkaar versterken en leiden tot ongezondheid?
Leg dit uit met een voorbeeld uit je stage of omgeving.