Skip to main content

Libre Service Junior 1 havo/vwo | A

Page 1

LIBRE SERVICE

leren.libreservice-online.nl

wegrestaurant

of

supermarkt

libre

service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service biedt je

TEXTES & ACTIVITÉS

Als je in Frankrijk bij een benzinestation,

1 HV | A

LIBRE SERVICE FRANS VOOR DE ONDERBOUW

LIBRE SERVICE JUNIOR

veel mogelijkheden om tot het beste resultaat te komen!

AUTEURS Ronald van den Broek Fietje Hoyer Karin van der Kant Françoise Lomier Bert Nap Nanda Terpstra EINDREDACTIE Jeanine van der Velde

TEXTES & ACTIVITÉS 1 HV | A Naam: Klas:


Frans voor de onderbouw

r o i n u J

Auteurs

u u u u u u

Ronald van den Broek Fietje Hoyer Karin van der Kant Françoise Lomier Bert Nap Nanda Terpstra

Eindredactie

u Jeanine van der Velde

TEX TES & AC TIVITÉS 1 H V A


LIBRE SERVICE JUNIOR • METHODEOVERZICHT / COLOFON

2

METHODEOVERZICHT LIBRE SERVICE JUNIOR

Textes & Activités

havo/vwo

vwo

vmbo gt/h

1 hv A 1 hv B 2 havo A 2 havo B 3 havo A 3 havo B

1 vwo A 1 vwo B 2 vwo A 2 vwo B 3 vwo A 3 vwo B

1 vmbo gt/h A 1 vmbo gt/h B 2 vmbo gt A 2 vmbo gt B 3/4 vmbo gt A 3/4 vmbo gt B

Digitaal leerplatform ­eDition

Alle boeken worden geleverd met een totaallicentie die bestaat uit de theorie en alle opdrachten voorzien van uitgebreide feedback.

Docenttotaallicentie

Toegang tot de docentenhandleiding, antwoorden, leerstofoverzichten en audio en video, aangevuld met de toetsen, de digiboeken, de digibordapplicatie Schooltas, VensterFrans, Panorama en het leerlingmateriaal en leerlingvolgsysteem van eDition.

COLOFON Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 24091 7 Tweede druk, veertiende oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door foto­kopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer ­informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.­auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR

WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR Als je in Frankrijk bij een benzinestation, wegrestaurant of supermarkt libre service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service Junior biedt je veel mogelijkheden om goed Frans te leren!

TEXTES & ACTIVITÉS Je werkt met een Textes & Activités. Dat betekent een tekst- en werkboek waarin de teksten en opdrachten bij elkaar in één boek staan. Heel handig, je boek is niet te dik en je kunt er direct in werken. Het boek Textes & Activités 1 hv bestaat uit twee delen: A en B. Ieder deel heeft vier unités (hoofdstukken). Bij het leren van een taal vormen de vaardigheden de basis. In iedere unité komen ze daarom aan bod. Zo kun je de woorden en de grammatica die je leert, gebruiken in herkenbare situaties. Daarnaast maak je aan het begin van iedere unité kennis met een onderdeel van de Franse cultuur. De unités zijn als volgt opgebouwd: u  PANORAMA

Iedere unité begint met informatie over Frankrijk en over de verschillen tussen Nederland en Frankrijk. Bij de opening hoort ook de Panorama, die je docent op het digibord laat zien. De Panorama geeft een goed zicht op het hoofdstuk: het belangrijkste vocabulaire, een kort gesprekje en bijvoorbeeld een rap en filmpje die bij het onderwerp passen.

u  LIRE

e leestekst sluit aan bij het onderwerp van de D unité. Bij de leestekst beantwoord je verschillende soorten vragen. De vragen die in het Nederlands zijn gesteld, beantwoord je in het Nederlands. De vragen die in het Frans zijn gesteld, beantwoord je meestal in het Frans. Bij iedere tekst krijg je ook een tip (leesstrategie) die je helpt om teksten beter te begrijpen. u  GRAMMAIRE

In iedere unité oefen je met taalregels en leer je deze. Bij Grammaire I leer je een werkwoord dat veel voorkomt. Bij Grammaire II komt een onderwerp aan bod dat belangrijk is om goede Franse zinnen te spreken en te schrijven. De oefeningen bij Grammaire lopen steeds in moeilijkheid op, van een geleide oefening naar een vrijere opdracht. Zo hoeft grammatica niet moeilijk te zijn! Bij Grammaire Extra kun je verder oefenen met de taalregels. u  ÉCOUTER

In dit onderdeel train je je luistervaardigheid om het Frans goed te verstaan en te begrijpen. Je beluistert steeds twee gesprekken tussen vier Franse jongeren die we een heel jaar volgen: de relaxte Romain, de stoere Ousmane, de arrogante Clémence en de verlegen Aurélie. Verder luister je naar fragmenten die je in Frankrijk zou kunnen horen, zoals een omroepbericht op het station of een reclameboodschap in de supermarkt. Dit heet in Libre Service Junior semi-authentiek luisteren. De luisterfragmenten kun je via een QR-code of via de site beluisteren. u  PARLER

u  REGARDER

Bij kijkvaardigheid bekijk je een vlog waarin een Nederlandse jongen, Bram, en een Franse jongen, David, samen op pad gaan. Hoe red je je in bepaalde situaties in het Frans? Dat leer je met de vlog.

Bij Parler werk je verder met de twee dialogen van Écouter én je gaat aan de slag met een nieuwe dialoog. De woorden en zinnen die je leert bij Parler pas je toe in praktijkgerichte spreekoefeningen. Dat zorgt ervoor dat je prima in staat bent om gesprekken in het Frans te voeren. u  ÉCRIRE

Bij schrijfvaardigheid krijg je bouwstenen in de vorm van vocabulaire en handige zinnen aangereikt zodat je een kaartje, een appje of een mail kunt schrijven.

3


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR

4

u  OPBOUW VAN DE VAARDIGHEDEN

u  MISE EN PRATIQUE

Bij iedere vaardigheid en bij Grammaire biedt Libre Service Junior een indeling in grofweg drie stappen aan (didactique en trois étapes): 1 Een inleidende opdracht bedoeld om je kennis te laten maken met het onderwerp en om woorden bij het thema te activeren (mise en route). 2 De oefenfase waarin je bronnen leert begrijpen of bouwstenen verzamelt voor je schrijf- of spreekopdracht (compréhension). 3 Tot slot een (kleine) toepassing van wat je in de oefenfase hebt geleerd (mise en pratique).

Aan het eind van een vaardigheid pas je toe wat je geleerd hebt. Bij Regarder, Lire en Écouter is dat een kleine opdracht, bij Écrire en Parler is dat de eindopdracht waarin je laat zien wat je geleerd hebt aan vocabulaire, grammatica en handige zinnen. Met daarbij natuurlijk je eigen creativiteit!

Je gaat dus stapsgewijs van makkelijk naar moeilijk, en dat werkt motiverend. Deze drie stappen maken het leren van de Franse taal overzichtelijk en goed te doen. Hieronder staat een korte toelichting bij die drie stappen. UNITÉ 6 • BON APPÉTIT

6

UNITÉ 6 • BON APPÉTIT

REGARDER

7

UNITÉ 6 REGARDER

A1

A1

Jérôme au supermarché Een vlog waarin Jérôme boodschappen doet in de supermarkt. LIRE

u  MENU AU CHOIX

Aan het eind van elk onderdeel vind je een menu au choix. Dit keuzemenu biedt extra opdrachten op drie niveaus:   het herhalingsniveau;   het basisniveau waarop je extra kunt oefenen, bijvoorbeeld voor de toets;   en het niveau met een uitdagende opdracht. In het boek vind je een korte beschrijving van deze opdracht, die verder staat uitgelegd op de website. Meestal zal je docent aangeven welke opdracht je moet maken, maar je kunt natuurlijk altijd zelf naar de website gaan om extra te oefenen.

A1

Le tchat de Juliette et Jonas Een chat tussen Juliette en Jonas over eetgewoontes en een recept voor een zomerse salade. ÉCOUTER

A1

En terrasse, Topchef, Au supermarché Twee dialogen over bestellen op een terras en boodschappen doen, en een reclameboodschap. GRAMMAIRE Het delend lidwoord. PARLER

BON APPÉTIT Frankrijk is het land van de kaas, van de fromage, net als Nederland. Maar toch is er een groot verschil. In Nederland eten veel mensen zowel bij het ontbijt als tussen de middag kaas op hun brood. Fransen eten die kaas, in allerlei soorten, als afsluiting van hun warme maaltijd. Vaak met een stuk stokbrood, een baguette.

Je merkt het al, Fransen houden erg van lekker eten. Ze eten twee keer per dag warm. De lunch (le déjeuner) heeft meestal meerdere gangen: une entrée, un plat principal, du fromage, un dessert. ’s Avonds eten ze hun dîner meestal later dan wij. Daarom is er voor de kinderen om een uur of vier un goûter met iets te drinken, chocola, koekjes of snoepjes (bonbons).

Dat stokbrood is meestal wit, maar steeds vaker kom je ook in Frankrijk gezonde meergranen stokbroden tegen. Er zijn dunne stokbroden –flûtes of ficelles– en grote broden. Die noemen ze meestal gewoon un pain. Bij de bakker kun je niet alleen brood kopen, maar ook allerlei lekkers. Des croissants, des pains au chocolat, des chaussons aux pommes, des macarons. Misschien heb je het zelf wel eens gegeten in de vakantie. En voor taart… gaan de Fransen naar de pâtisserie. Als je daar naar binnen gaat, kijk je je ogen uit!

Veel Franse koks maken erg lekkere gerechten. Niet voor niets komen de bekendste Topchefs uit Frankrijk. De Fransen hebben dan ook de meest bekende prijzen voor restaurants bedacht: de Michelin-sterren. Ieder jaar worden die sterren ook aan Nederlandse restaurants uitgereikt. Voor boodschappen gaan de Fransen naar de supermarché. Ben je wel eens in zo’n Franse supermarkt geweest? Ze noemen die ook wel hypermarché.

A1

En terrasse, Topchef, Une invitation Een gerecht bestellen en afrekenen. ÉCRIRE

A1

Un forum Een bijdrage leveren aan een forum over eetgewoontes. Hypergroot, want je vindt er wel tien meter met verschillende yoghurt, wel dertig soorten kaas, wel twintig merken bronwater. En dan hebben we het nog niet over Franse wijn, groenten, fruit, heerlijke worstjes en nog veel meer. Fransen zijn echte gourmands!

RÉPONDS AUX QUESTIONS 1 Het Franse ontbijt heet le petit-déjeuner. Hoe heet de lunch in Frankrijk? Kun je uitleggen hoe het Franse ontbijt aan deze naam komt? 2 Fransen eten dus geen kaas bij hun ontbijt. Maar… wat eten ze dan wél? Bedenk met elkaar zes dingen die de Fransen ’s ochtends eten en drinken.

APPRENDRE Woorden, zinnen en grammatica: al het leerwerk bij elkaar.

NA DEZE UNITÉ KUN JE… • een eenvoudige vlog die zich in de supermarkt afspeelt begrijpen. • verschillende korte teksten –zoals in sociale media en recepten– begrijpen. • begrijpen wat iets kost en om welke hoeveelheden het gaat. • een gerecht bestellen en afrekenen. • een bijdrage leveren aan een forum over eetgewoontes.

u  FEUILLETON

Je begint altijd met een kleine, speelse opdracht. Je kijkt wat je al weet van een bepaald onderwerp of je herhaalt woorden die je eerder hebt geleerd.

Bij Lire Extra kom je ook steeds een kort hoofdstuk tegen uit het boek: Jean-Paul et ses bonnes idées. Als je alle fragmenten leest, heb je aan het eind van het jaar waarschijnlijk je eerste Franse boek gelezen! Bij unité 8 (1 hv B) vind je een eindopdracht bij het Feuilleton.

u  MISE EN ROUTE – VOCABULAIRE

u  O PZOEKGRAMMATICA EN VOCABULAIRE

De mise en route biedt je woorden die je nodig hebt om iets te kunnen begrijpen, zeggen of schrijven. Als je goed naar de betekenis van de zinnen kijkt, kun je de juiste betekenis van een woord vaak al raden! Ook grammatica en uitspraak komen – afhankelijk van de vaardigheid – aan bod in de mise en route.

De woorden bij Apprendre leer je zowel Frans Nederlands als Nederlands - Frans. Achter in het Textes & Activités vind je alle grammaticaonderwerpen die je hebt geleerd overzichtelijk bij elkaar. Ook vind je een alfabetische lijst met de woorden die aan bod zijn geweest. En een overzicht van de lees- en leertips.

u  C OMPRÉHENSION GLOBALE EN COMPRÉHENSION DÉTAILLÉE: TEKSTEN BEGRIJPEN

u  QR-CODE

u  MISE EN ROUTE – START

Bij Regarder, Lire en Écouter ga je eerst in grote lijnen aan de slag met de tekst. Als je weet waar het fragment ongeveer over gaat, kun je de vragen daarna beter maken. u  C OMMENT ÉCRIRE ? / COMMENT DIRE ? EN RECONSTRUIRE

Bij Parler en Écrire zoek je in de teksten handige zinnen op en oefen je daarmee. Dan kan je ze daarna zelf toepassen in een bericht of gesprek.

De audiofragmenten kun je via de site of met een QR-code beluisteren. Ook de vlog kun je met een QR-code bekijken. Voor de QR-code moet je een gratis app installeren. Schrijf niet op de QR-code, want dan doet hij het niet meer. u  INSTRUCTIES

De instructies in Libre Service Junior zijn de eerste vier unités zowel in het Frans als in het Nederlands. Vanaf unité 5 (1 hv B) zijn de instructies vooral in het Frans. Achter in het boek vind je een lijst met de veel voorkomende instructies.


WERKEN MET LIBRE SERVICE JUNIOR u HET EUROPEES REFERENTIEKADER

Om te bepalen op welk niveau leerlingen in Europa een taal beheersen zijn er ‘Europa-breed’ beschrijvingen en niveau-aanduidingen geformuleerd: het Europees Referentiekader, kortweg ERK. In de onderbouw gelden de volgende niveaus: 1hv

2hv

3hv

Lezen

A1

A1/A2

A2

Luisteren

A1

A1/A2

A2

Schrijven

A1

A1/A2

A2/A1

Spreken/Gesprekken voeren

A1

A1/A2

A2/A1

u LEERDOELEN

Het ERK is voor elk niveau opgebouwd uit verschillende leerdoelen per vaardigheid. Deze leerdoelen vind je in Libre Service Junior terug aan het begin van iedere vaardigheid. Zo weet je precies waar je naar toewerkt bij het maken van de opdrachten.

doen. De nieuwe spelling is bedoeld om het Frans makkelijker en moderner te maken. Meer informatie: www.orthographe-recommandee.info u DIGITALE LEEROMGEVING

Bij Libre Service Junior hoort de digitale leeromgeving eDition: leren.libreservice-online.nl. eDition bestaat uit: • alle opdrachten uit het boek in digitale vorm; • uitgebreide beoordelingsmogelijkheden met rubrics bij de mise en pratique van Écrire en Parler; • alle opdrachten uit het menu au choix; • alle bronnen (audio, video, leesteksten); • alle theorie (het grammaticaoverzicht, en bij verschillende grammaticaonderdelen vind je ook uitleg in de vorm van een korte animatie). u VERBUGA

Wil je werkwoorden leren? Dankzij een samenwerking met Verbuga oefen je op leren.libreservice-online.nl de werkwoorden uit de unités. Door de werkwoorden steeds op een andere manier te oefenen, leer je ze nóg beter! u WRTS!

u NIEUWE FRANSE SPELLING

In Libre Service Junior wordt de nieuwe Franse spelling toegepast, net zoals de meeste Franse educatieve uitgeverijen vanaf 2016

Een heel bekende site waar je vocabulaire kunt oefenen is www.wrts.nl. Libre Service Junior werkt samen met de makers van WRTS. Je vindt er snel de juiste woordenlijsten die passen bij het boek dat jij gebruikt. Meld je aan en maak je eigen inlog.

PICTOGRAMMEN In dit boek worden de volgende pictogrammen gebruikt: Kijken / Regarder

Groepsopdracht

Lezen / Lire

Website

Grammatica / Grammaire

Herhalings- of reproductieve opdracht

Luisteren / Écouter

Opdracht op toetsniveau

Spreken / Parler

Uitdagende opdracht

Schrijven / Écrire

Woordenboek

Apprendre

Creatieve opdracht waarbij je verschillende eigentijdse vaardigheden gebruikt

Opdracht in tweetallen

5


6

LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

TABLE DES MATIÈRES 1 HV UNITÉ

1 BONJOUR !

REGARDER

A1

Je kunt de vlog waarin David en Bram elkaar weer zien begrijpen.

Differentiatie

2 MOI ET LES AUTRES

Je kunt de vlog waarin David over zijn vrienden en familie vertelt begrijpen.

Differentiatie

3 APRÈS LES COURS

Je kunt de vlog van David op school begrijpen.

Differentiatie

4 TU HABITES OÙ ?

Differentiatie

MENU AU CHOIX

Je kunt de vlog van David over zijn huis en wijk begrijpen.

LIRE

GRAMMAIRE I

A1

Je kunt korte teksten begrijpen over personen en hun omgeving.

être

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt een korte tekst waarin iemand zichzelf voorstelt en een uitnodiging voor een feest begrijpen.

avoir

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt een interview over school begrijpen, met behulp van afbeeldingen.

werkwoorden op -er

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt informatieve teksten over wonen in Frankrijk begrijpen.

aller (+ futur proche)

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Bij de vaardigheden Lire, Grammaire, Écouter, Parler, Écrire komen differentiatieopdrachten voor op drie niveaus:


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

ÉCOUTER

A1

GRAMMAIRE II

Je kunt begrijpen hoe Fransen zich voorstellen aan elkaar.

• het bepaald lidwoord en onbepaald lidwoord • il en elle

Semi-authentique • vocabulaire de classe Prononciation • accenten

Grammaire lexicale • vocabulaire de classe

Menu au choix

Je kunt gesprekken over familie en vrienden begrijpen. Semi-authentique • verschillende tekstsoorten Prononciation • neusklanken

PARLER

A1

ÉCRIRE

7

A1

Je kunt iemand in het Frans begroeten, afscheid nemen en iets over jezelf vertellen.

Je kunt in een forum een paar eenvoudige zinnen over jezelf schrijven.

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

• het bezittelijk voornaamwoord

Je kunt over je familie en vrienden vertellen, vragen stellen en beantwoorden.

Je kunt een foto beschrijven en iets zeggen over de mensen die er op staan.

Grammaire lexicale • getallen 0-20

Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt gesprekken over school begrijpen en korte mededelingen verstaan.

• aimer + le / la / l’ / les

Je kunt eenvoudige vragen stellen en beantwoorden over school en hobby’s.

Je kunt een bericht schrijven over je school en hobby’s.

Semi-authentique • berichten door de intercom op school Prononciation • woorden die met elkaar verbonden worden (liaison)

Grammaire lexicale • vraagwoorden

Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt een gesprek begrijpen waarin iemand naar de weg vraagt en uitleg krijgt. Je kunt een gesprek begrijpen waarin iemand iets over zijn huis en kamer vertelt.

• de ontkenning

Je kunt de weg wijzen en de inrichting van je eigen kamer beschrijven.

Je kunt je droomhuis beschrijven.

Menu au choix

Menu au choix

Grammaire lexicale • voorzetsels

Semi-authentique • de weg vragen Prononciation • het alfabet Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Grammaire 146 Vocabulaire 151 Franse instructies 159

Tips en strategieën 160 La France 161 Plan de Paris 162


8

LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

TABLE DES MATIÈRES 1 HV UNITÉ

5 STYLES

REGARDER

A1

Je kunt de vlog van David over mode en smaak begrijpen.

Differentiatie

6 BON APPÉTIT

Je kunt de vlog van David in de supermarkt begrijpen.

Differentiatie

7 EN LIGNE

Je kunt de vlog van David over sociale media begrijpen.

Differentiatie

8 VIVE LES VACANCES !

Differentiatie

MENU AU CHOIX

Je kunt de vlog van David over vakantie begrijpen.

LIRE

GRAMMAIRE I

A1

Je kunt informatieve teksten over jongeren en hun kleding en stijl begrijpen.

vouloir

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt verschillende soorten teksten, bijvoorbeeld een recept, begrijpen.

prendre

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt een tekst over sociale media begrijpen.

faire

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Je kunt informatie uit een lijst opzoeken en een brochure begrijpen.

révision

Menu au choix: Lire Extra Feuilleton

Menu au choix: Grammaire Extra

Bij de vaardigheden Lire, Grammaire, Écouter, Parler, Écrire komen differentiatieopdrachten voor op drie niveaus:


LIBRE SERVICE JUNIOR • TABLE DES MATIÈRES

ÉCOUTER

A1

Je kunt gesprekken tussen Fransen begrijpen en het onderwerp bepalen van kijk- en luisterteksten.

GRAMMAIRE II • het bijvoeglijk naamwoord Grammaire lexicale • 20-70

PARLER

A1

ÉCRIRE

A1

Je kunt praten over je uiterlijk en je kleding.

Je kunt een paar zinnen opschrijven over je eigen smaak en die van anderen.

Semi-authentique • omroepberichten in een warenhuis Prononciation • uitspraak s / z Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt begrijpen wat iets kost en om welke hoeveelheden het gaat.

• het delend lidwoord

Je kunt een gerecht van een eenvoudige menukaart bestellen en afrekenen.

Je kunt een paar eenvoudige zinnen opschrijven over wat je wel en niet lekker vindt.

Semi-authentique • aanbiedingen in een supermarkt Prononciation • uitspraak g

Grammaire lexicale • hoeveelheidswoorden en ontkenningen

Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt moedertaal­sprekers verstaan en begrijpen.

• de voltooide tijd met avoir (passé composé)

Je kunt een aantal zaken regelen.

Semi-authentique • berichten via verschillende media Prononciation • uitspraak f / v

Grammaire lexicale • getallen 70-1000

Je kunt een eenvoudig formulier invullen om aangifte te doen.

Menu au choix

Menu au choix: Grammaire Extra

Menu au choix

Menu au choix

Je kunt moedertaalsprekers verstaan als ze directe vragen aan je stellen.

de voorzetsels de en à + lidwoord

Je kunt aan een groep iets vertellen over je vakantie.

Je kunt een eenvoudig inschrijfformulier voor een zomercursus invullen en je inschrijving motiveren.

Menu au choix

Menu au choix

Semi-authentique • waarschuwingen Prononciation • intonatie Menu au choix

Grammaire lexicale • het weer

Menu au choix: Grammaire Extra

Grammaire 146 Vocabulaire 151 Franse instructies 159

Tips en strategieën 160 La France 161 Plan de Paris 162

9


10

LIBRE SERVICE JUNIOR • VOCABULAIRE DE CLASSE


LIBRE SERVICE JUNIOR • VOCABULAIRE DE CLASSE

11


12

UNITÉ 1 • BONJOUR !

1

BONJOUR ! In Libre Service Junior maak je kennis met Frankrijk en haar inwoners. Dat zijn er zo’n 66 miljoen. Le français, de Franse taal, wordt niet alleen in Frankrijk gesproken, maar over de hele wereld. 220 miljoen mensen in 28 landen spreken Frans! Bonjour! zeg je als je in Frankrijk iemand begroet. Bij een begroeting hoort in Frankrijk trouwens bijna altijd een handdruk of een paar luchtige kussen op de wang. Elke keer weer. Ook als je elkaar aan het begin van een schooldag tegenkomt. Het aantal kussen varieert per streek. Les Français zijn trots op hun land, hun taal en hun nationale helden. Nederlanders juichen voor Oranje en hebben de leeuw als mascotte. In Frankrijk zie je veel bleu, blanc et rouge als les Bleus een

internationaal voetbaltoernooi winnen. Op hun shirt staat een Frans symbool, de trotse haan: le coq. La France is voor veel mensen een geweldig vakantieland. Ook voor de Fransen zelf. In juli en augustus gaan veel Fransen tegelijk op vakantie. Dat zorgt dan voor een samedi noir (zwarte zaterdag) met meer dan 700 kilometer file op de autoroutes. Misschien ben je wel eens in Frankrijk geweest in de zomer. Dan weet je er vast al wat van. Tijdens de Tour de France rijden de wielrenners door de verschillende landschappen van Frankrijk. Beroemd zijn de zware ritten door de montagnes zoals les Alpes en les Pyrénées. Maar de étapes voeren ook langs stille villages in het binnenland of langs de zonnige plages aan de kusten van de océan


UNITÉ 1 • BONJOUR !

13

UNITÉ 1 REGARDER

A1

Bonjour ! Een vlog over David die zichzelf en zijn vriend Bram voorstelt. LIRE

A1

Bonjour !, Paris, le 19e arrondissement Een tekst waarin de hoofdpersonen van Libre Service Junior zich voorstellen en een tekst over het arrondissement waarin de hoofdpersonen wonen. GRAMMAIRE I Het onregelmatige werkwoord être ÉCOUTER

A1

Clémence et Aurélie ; Clémence, Ousmane et Aurélie, fragment semi-authentique Twee dialogen waarin de hoofdpersonen met elkaar kennismaken en een fragment met vocabulaire de classe. GRAMMAIRE II Het lidwoord / Il(s) / Elle(s) PARLER

Atlantique of de Méditerranée. De finishlijn ligt altijd in de capitale van Frankrijk: Paris. Een stad zo groot als de provincie Utrecht. In dit eerste hoofdstuk maak je kennis met de vier hoofdpersonen Aurélie, Clémence, Ousmane en Romain. Je gaat ze volgen in hun dagelijkse belevenissen. Veel plezier! RÉPONDS AUX QUESTIONS

1 Ken je landen waar Frans wordt gesproken? 2 Welke beroemde Franse merken, producten of gerechten kun je noemen?

A1

Clémence et Aurélie ; Clémence, Ousmane et Aurélie ; Jeanne et Tristan Iemand in het Frans begroeten, afscheid nemen en iets over jezelf vertellen. ÉCRIRE

A1

Salut ! Een paar eenvoudige zinnen over jezelf schrijven. APPRENDRE Woorden, zinnen en grammatica: al het leerwerk bij elkaar. NA DEZE UNITÉ KUN JE … • een eenvoudige vlog begrijpen over twee jongens die zich voorstellen. • korte teksten over personen en hun omgeving begrijpen. • begrijpen hoe Fransen zich voorstellen aan elkaar. • iemand in het Frans begroeten, afscheid nemen en iets over jezelf vertellen. • een paar eenvoudige zinnen over jezelf schrijven aan Franse leeftijdgenoten.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • REGARDER

14

REGARDER A1

DOEL: je kunt de vlog begrijpen over David die zichzelf en zijn vriend Bram voorstelt.

EXERCICE 1 – COMPRÉHENSION GLOBALE Regarde le vlog de David. Vrai ou faux ? Coche. Kruis aan. Waar of niet waar? 1 David stelt zichzelf voor. 2 David heeft Bram nog nooit ontmoet. 3 Bram spreekt al heel goed Frans. 4 David vertelt aan Bram wat ze allemaal kunnen doen in Lille.

vrai faux £ £ £ £ £ £ £ £

EXERCICE 2 – COMPRÉHENSION DÉTAILLÉE Regarde encore une fois et réponds aux questions. Kijk nog eens en beantwoord de vragen.

1 Wat vragen David en Bram aan elkaar bij hun ontmoeting? £ A Hoe heet je? £ B Hoe gaat het met je? £ C Heb je een goede reis gehad? £ D Ben je moe? £ E Heb je honger? 2 Wat bestelt Bram bij de verkoopster? 3 De verkoopster vraagt aan de jongens £ A of ze hun bestelling willen meenemen. £ B of ze samen of apart betalen. 4 Welke woorden hoor je als David en Bram hun plannen bespreken? Er zijn meer antwoorden mogelijk. £ A la ville (de stad) £ B le quartier (de wijk) £ C les filles (de meisjes) £ D le métro (de metro) £ E le football (voetballen) Apprends le vocabulaire de : Apprendre 1 page 36.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE

15

LIRE A1

DOEL: je kunt korte teksten begrijpen over personen en hun omgeving.

EXERCICE 3 – MISE EN ROUTE A Traduis. Vertaal. Tu parles français ? Spreek je Frans? Je maakt kennis met een nieuwe taal. Schrijf de Nederlandse betekenis achter de woorden die je herkent. Bonne chance ! Succes! 1

la musique

6

une orange

2

l’hôpital

7

merci

3

le supermarché

8

féliciter

4 l’aéroport

9

délicieux

5

10 bon appétit !

un éléphant

B T ravaillez en groupe. Kun je nog andere Franse woorden noemen? B ­ edenk er met de hele klas zoveel mogelijk. EXERCICE 4 – MISE EN ROUTE ~ VOCABULAIRE Complète les phrases. Tu retrouves ces mots dans le texte Bonjour ! Maak de zinnen compleet. Vul het ontbrekende woord in. Kies uit de woorden onder de opdracht. Er blijft een woord over. 1

Salut ! Je m’appelle Pierre.

Hoi!

2

Je suis un ami de Nicolas Fayet.

Ik ben

3

J’habite 32, rue des Alpes.

4

La rue des Alpes est dans un joli ­quartier.

De Alpenstraat ligt in een mooie

5

Mon école s’appelle collège Georges ­Brassens.

Mijn College.

6

La France est un grand pays.

Frankrijk is een groot

.

7

Paris est la capitale de la France.

Parijs is de hoofdstad van

.

8

C’est une grande ville.

Het is een grote

.

Pierre. van Nicolas Fayet. in de Alpenstraat 32. .

heet Georges Brassens

Frankrijk | ik heet | ik woon | klas | land | school | stad | een vriend | wijk


16

UNITÉ11••BONJOUR ! BONJOUR !••LIRE LIRE UNITÉ

! r u o j n o B 1

2

Voilà Romain. Il habite à Paris, 26, rue de Belleville. C’est dans un joli quartier. Il est au collège Georges Brassens. Il est en cinquième B.

Voici Clémence. Salut ! Je m’appelle Clémence Gautier. Je suis en cinquième A. Et toi ? Tu es en quelle classe ?

3

4

Bonjour ! Je suis Ousmane. Je suis aussi au collège Georges Brassens. Je suis un ami de Romain. Ma famille est sénégalaise. J’habite en Amérique. Oui ! C’est un quartier à Paris. C’est dans le 19e arrondissement.

Aurélie est aussi au collège Georges Brassens. Elle habite dans un autre quartier. Elle va à l’école en métro. Elle est dans la classe de Clémence.

t

rrondissemen Paris, le 19e a

s. La France est un grand pay is. Il y a 66 millions de França . Paris est une très grande ville . C’est la capitale de la France Paris. Il y a 20 arrondissements à ns est dans Le collège Georges Brasse le 19e arrondissement. ris. C’est dans le nord-est de Pa C’est un joli quartier. s de sport. Il y a des parcs et des terrain de technologie. Il y a aussi un grand musée


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE

17

EXERCICE 5 – COMPRÉHENSION GLOBALE Lis et écoute les textes. Luister naar de teksten en lees mee.

1 Kijk naar de afbeeldingen. Wat zie je voor gebouw achter de vier jongeren?

TIP

2 In welke stad wonen Romain, Ousmane, Aurélie en Clémence?

Kijk altijd goed naar de afbeeldingen. Die helpen je vaak bij het begrijpen van de tekst.

3 Waarover gaat de tekst Paris, le 19e arrondissement? £ A Over de school van de hoofdpersonen van Libre Service Junior.

£ B Over de wijk waar de hoofdpersonen van Libre Service Junior wonen. £ C Over een bezoek aan Parijs door de hoofdpersonen van Libre Service Junior. EXERCICE 6 – COMPRÉHENSION DÉTAILLÉE Lis les textes et réponds aux questions. Lees de teksten en beantwoord de vragen.

1 a Wat is het huisadres van Romain?

b Wat valt je op aan de plaats van het huisnummer?

2 Romain, Clémence, Ousmane en Aurélie £ A zitten in dezelfde klas. £ B wonen in dezelfde wijk. £ C zitten op dezelfde school. 3 Clémence en Ousmane begroeten je allebei. Wat is het verschil?

Clémence zegt:

!

Ousmane zegt:

!

4 Et toi ? Tu es en quelle classe ? Wat wil Clémence van jou weten?

5 Uit welk land komt de familie van Ousmane?

vrai faux £ £ £ £

7 Waar ligt het 19e arrondissement? £ A in het centrum van Parijs £ B in het noordoosten van Parijs £ C in het noordwesten van Parijs

QUIZ Wat is een arrondissement?

Op de volgende pagina vind je het antwoord op de quizvraag.

6 Vrai ou faux ? Coche. Kruis aan. Waar of niet waar? a Aurélie woont ook in het 19e arrondissement. b Aurélie gaat elke dag met de metro naar school.


18

UNITÉ 1 • BONJOUR ! • LIRE 8 Lees de tekst Paris, le 19e arrondissement. Noem vier dingen die in het 19e arrondissement te vinden zijn.

9 Denk je dat het leuk is om in het 19e arrondissement te wonen? Waarom? J In dit hoofdstuk leer je het werkwoord être (= zijn). Zoek de zinnen op in de tekst en vertaal de vetgedrukte woorden. Je suis un ami de Romain. La France est un grand pays. EXERCICE 7 – MISE EN PRATIQUE Fais une affiche. Maak een poster. Voici Paris. Zoek op internet naar informatie over Parijs, het 19e arrondissement en het Georges Brassens College, de school van de hoofdpersonen. Maak een poster met minimaal vijf afbeeldingen en schrijf Franse woorden op die erbij passen.

Apprends le vocabulaire de : Apprendre 2 page 36. MENU AU CHOIX

Lees de tekst Bonjour ! Je me présente … op pagina 41 en maak de **-opdracht. Dit zijn vragen op toetsniveau. Lees de tekst Bonjour ! Je me présente … op pagina 41 en maak de ***-opdracht. Je oefent hier ook met inzichtvragen.

Antwoord op de quizvraag: Een stadsdeel.

Lees de tekst Bonjour ! Je me présente … op pagina 41 en maak de *-opdracht. Je oefent hier vooral verder met de tip en globale vragen.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • GRAMMAIRE I

GRAMMAIRE I

HET ONREGELMATIGE WERKWOORD ÊTRE

EXERCICE 8A

1 De volgende zinnen komen uit de tekst bij Lire. De vetgedrukte woorden zijn ­vormen van het onregelmatige werkwoord être (= zijn). Vertaal de zinnen uit de tekst. Je suis un ami de Romain. Ma famille est sénégalaise.

2 Lees het rijtje, luister naar de uitspraak en zeg na. Leer het daarna uit je hoofd. ÊTRE être je suis tu es

zijn ik ben jij bent

il est elle est on est nous sommes vous êtes

hij is zij is wij zijn, men is wij zijn jullie zijn, u bent

zij zijn (m) zij zijn (v)

ils sont elles sont

Let op. 1 2 3

‘Het is’ vertaal je met c’est. ‘Wij zijn’ kun je in het Frans op twee manieren vertalen: on est en nous sommes. ‘Zij zijn’ vertaal je bij alleen maar vrouwelijk met elles. ‘Zij zijn’ vertaal je in alle andere gevallen met ils.

Sophie et Myriam sont au collège. Paul et Marc sont au collège. Paul et Sophie sont au collège.

- Elles sont au collège. - Ils sont au collège. - Ils sont au collège.

3 Je gaat luisteren naar negen zinnen. Welke vorm van être hoor je? Zet tijdens het luisteren het nummer van de zin achter de vorm die je hoort. Exemple Bonjour, tu es en quelle classe ? a

je suis

b tu es c

il est

exemple

d elle est     e

on est

f

nous sommes

g vous êtes

h

ils sont

i

elles sont

19


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • GRAMMAIRE I

20

EXERCICE 8B Vul de juiste vorm van être in. Kies uit: suis, es, est, sommes, êtes, sont. 1

Bonjour, je m’appelle Hugo. Je

2

Où est Nadia ? Elle

au collège ?

3

Elles

au camping.

4

Vous

à Paris ?

5

Nous

à la tour Eiffel.

6

Et toi ? Tu

sportif.

aussi en France ?

EXERCICE 8C Vul de juiste vertaling in. 1

Je m’appelle Bastien.

2

3

Voilà Sarah et Alicia.

4

5

6

Max est français ? - Non,

7

Nadia est en France ? - Non,

l’ami de Julien.

ik ben

l’ami de Raymond.

het is

en cinquième B.

zij zijn

sympathique.

u bent

en vacances.

wij zijn (2x)

néerlandais.

hij is

au Maroc.

zij is

/

EXERCICE 8D Geef in het Frans antwoord. Maak zinnen met de gegevens onder de opdracht. 1  Tu es l’ami de Nicolas ?

2 Non,

.

3  Vous êtes dans la même classe, Denis et Nicolas ?

4 Oui,

.

5  Marine et Sophie sont en vacances ?

6 Oui,

.

7  C’est une photo de Paris ?

8 Oui,

.

l’ami de Jules | au camping | en cinquième A | la tour Eiffel Apprends la grammaire de : Apprendre 3 page 37.

MENU AU CHOIX Maak exercice 8E op pagina 43 of op de site. Maak exercice 8F op pagina 43 of op de site. Maak exercice 8G op pagina 43 of op de site. Maak de quiz op Socrative om te testen of je dit onderwerp goed begrijpt.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

ÉCOUTER A1

DOEL: je kunt begrijpen hoe Fransen zich voorstellen aan elkaar.

EXERCICE 9 – MISE EN ROUTE A Écoute et combine. Luister en combineer de plaatjes met de zinnen die je hoort. Zet het nummer van de zin onder het juiste plaatje.

le métro

la Hollande

un camping

bonjour, ça va ?

la France

£

£

£

£

£

B Écoute et répète. Luister naar de woorden onder de plaatjes en zeg na. EXERCICE 10 – MISE EN ROUTE ~ VOCABULAIRE Choisis la bonne traduction. Tu retrouves ces mots dans les dialogues. Kies de juiste vertaling uit de woorden onder de opdracht en vul in. Er blijft één woord over. 1

Tu parles français ? - Oui, je parle français et néerlandais.

2

Tu es belge ? - Non, je suis français.

3

Le garçon s’appelle Tom.

4

La fille s’appelle Julia.

5

Julia est une amie de Sarah.

6

Salut. Comment tu t’appelles ? – Moi ? Simon.

7

Ça va ? - Oui, ça va bien.

8

Le prénom de monsieur Dumas, c’est Patrick.

het gaat goed | hoe | ja | de jongen | het meisje | nee | de voornaam | een vriendin | wie

TIP Om te begrijpen wat er gezegd wordt, hoef je niet elk woord precies te verstaan. Let vooral op woorden die je makkelijk kunt herkennen.

21


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

22

EXERCICE 11 – PRONONCIATION In het Frans worden letters en woorden anders uitgesproken dan je in het ­Nederlands gewend bent. Soms helpt een accent (‘, `) bij de uitspraak. Écoute et répète les mots. Luister naar de woorden en zeg na. l’école

Een é spreek je uit als in het woord ‘thee’.

le collège

Een è spreek je uit als in het woord ‘melk’.

l’hôtel

Je spreekt de letter h niet uit.

ça va

Een ç spreek je uit als een s.

la France, le garçon

aak spreek je een klank door je neus: V de neusklank.

une fille, deux filles

Een e of een s aan het eind van een woord spreek je meestal niet uit.

vous, bonjour

Een ou spreek je uit als een oe.

au revoir

Een au spreek je uit als een o.

EXERCICE 12 – COMPRÉHENSION GLOBALE Lis les questions. Écoute les deux dialogues et souligne la bonne réponse. Lees eerst de vragen. Luister dan naar de twee gesprekken en onderstreep het juiste antwoord. DIALOGUE 1

1

Aurélie en Clémence ontmoeten elkaar en praten over hun klas / vakantie.

2

Ze kennen elkaar al / maken kennis.

3

Clémence kent Ousmane al / maakt kennis met Ousmane.

4

Als de bel gaat, gaan ze dezelfde klas binnen / nemen ze afscheid van elkaar.

DIALOGUE 2

EXERCICE 13 – COMPRÉHENSION DÉTAILLÉE Écoute encore une fois et réponds aux questions. Luister nog een keer en beantwoord de vragen. DIALOGUE 1

1 Kies bij elke zin de juiste reactie. Schrijf het cijfer op.    1

Oui, c’est vrai.

b Tu es en quelle classe ?

2

Je m’appelle Aurélie.

c

3

C’est possible.

d On va être amies ?

4

Je suis en cinquième A.

a

Salut, comment tu t’appelles ?

Nous sommes dans la même classe !

2 Kruis het juiste antwoord aan.

Aurélie en Clémence komen in dezelfde klas. £ A waar £ B niet waar

QUIZ Hoe heet de komma onder de c van garçon?


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

23

3 « ... la fille, là-bas. Qui est-ce ? » Wat vraagt Ousmane hier?

Kruis het juiste antwoord aan. £ A Dat meisje daar. Wie is dat? £ B Die jongen daar. Wie is dat? £ C Waar is jouw vriendin?

DIALOGUE 2

4 « Regarde la fille. C’est une amie ? » Vertaal de twee vetgedrukte woorden.

5 Waarom reageert Aurélie aan het eind van het gesprek met Merci?

Kruis het juiste antwoord aan. £ A Ousmane vindt dat ze een leuke naam heeft. £ B Ousmane vraagt of ze vanmiddag met hem uit wil. £ C Ousmane zegt dat ze er leuk uit ziet.

6 Onderstreep het juiste antwoord. Clémence vindt Ousmane een leuke jongen / niet zo aardig.

7 Aurélie is een beetje verlegen. Hoe merk je dat in het gesprekje? EXERCICE 14 – COMPRÉHENSION SEMI-AUTHENTIQUE A Écoute le vocabulaire de classe et combine. In Libre Service Junior krijg je opdrachten in het Frans. Om die te begrijpen moet je een paar belangrijke woorden kennen. Luister naar de woorden en maak combinaties. Noteer de letter bij het juiste Franse woord. GRAMMAIRE LEXICALE – VOCABULAIRE DE CLASSE Regarde le film.

Réponds aux questions.

Lis le texte.

Complète les phrases.

Écoute le dialogue.

Combine les images.

Écris un e-mail.

Travaillez à deux.

Kijk voor meer Vocabulaire de classe op pagina 10 en 11. Regarde

2

Lis

3

Écoute

4

Écris

5

Réponds

6

Travaillez

7

Complète

8

Combine

£ £ £ £ £ £ £ £

a

Beantwoord de vragen.

b Luister naar de dialoog. c

Werk in tweetallen.

d Lees de tekst. e

Schrijf een e-mail.

f

Combineer de plaatjes.

g Kijk naar de film. h

Vul de zinnen aan.

Antwoord op de quizvraag: Une cédille.

1


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • ÉCOUTER

24

B Complète les phrases. Vul de juiste woorden in. 1

Luister nog een keer.

encore une fois.

2

Lees het gesprek.

le dialogue.

3

Combineer de zinnen.

les phrases.

4

Schrijf het antwoord.

la réponse.

5

Kijk naar de plaatjes.

les images.

EXERCICE 15 – MISE EN PRATIQUE A Complétez le dialogue. Travaillez à deux. Vul de juiste zinnen in zodat je een logisch gesprek krijgt. Werk in tweetallen. 1 Bonjour.

2

3

Ça va ?

4

5

Comment tu t’appelles ?

6

7

C’est un joli prénom !

8

9

Au revoir.

10

À plus ! | Je m’appelle ... | Merci. | Oui, ça va bien. | Salut. B Faites le dialogue. Speel samen met je klasgenoot het gesprek. Wissel daarna van rol. Apprends le vocabulaire de : Apprendre 4 et 10 pages 37 et 39.

MENU AU CHOIX Luister naar de dialogen en vul de ontbrekende woorden in. Luister naar de dialogen en beantwoord de vragen. Luister naar de dialogen en combineer.


UNITÉ 1 • BONJOUR ! • GRAMMAIRE II

GRAMMAIRE II

HET LIDWOORD / IL(S) / ELLE(S)

EXERCICE 16A A

Écoute le texte. Luister naar de tekst.

Le village de Benoît. Voilà Benoît. Il habite à Saint-Martin. C’est un village. Voilà la maison de Benoît. C’est une maison avec un arbre. Saint-Martin la piscine

un restaurant

la maison de Benoît

un arbre

le camping

à gauche

une terrasse

à droite

le terrain de foot

un hôtel Benoît

Bonjour Benoît !

Bonjour.

C’est bien, Saint-Martin ?

Oui, c’est bien. Voici les photos. Regarde. Il y a un camping avec une piscine.

Où est la piscine ?

Elle est à gauche.

Il y a des restaurants ?

Oui, il y a un restaurant avec une terrasse.

Où est le restaurant ?

Il est à droite. L’hôtel est aussi à droite.

Et où est le terrain de foot ?

Il est à gauche. C’est super, le football !

B

Kijk naar de tekening. Noteer de Franse woorden.

a

het zwembad

e

een boom

b

de camping

f

een restaurant

c

het voetbalveld

g

een hotel

d

het huis

h

een terras

25


LIBRE SERVICE

leren.libreservice-online.nl

wegrestaurant

of

supermarkt

libre

service ziet staan, weet je dat het om ‘zelfbediening’ gaat. Je moet zélf aan de slag, je maakt keuzes, je gaat op je eigen manier te werk. Libre Service biedt je

TEXTES & ACTIVITÉS

Als je in Frankrijk bij een benzinestation,

1 HV | A

LIBRE SERVICE FRANS VOOR DE ONDERBOUW

LIBRE SERVICE JUNIOR

veel mogelijkheden om tot het beste resultaat te komen!

AUTEURS Ronald van den Broek Fietje Hoyer Karin van der Kant Françoise Lomier Bert Nap Nanda Terpstra EINDREDACTIE Jeanine van der Velde

TEXTES & ACTIVITÉS 1 HV | A Naam: Klas:


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Libre Service Junior 1 havo/vwo | A by ThiemeMeulenhoff - Issuu