Skip to main content

Traject Welzijn Pedagogisch Klimaat

Page 1

MBOPEDAGOGISCH WERK NIVEAU 3 / 4

Pedagogisch klimaat

Pedagogisch klimaat Untitled-1 1

26/05/2021 09:35 13:12 25/05/2021


Untitled-1 2

26/05/2021 13:12

Pedago


A&F

MOD ULE PEK

1

Pedagogisch klimaat

Auteur M.C. Baseler Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-1 3 klimaat.indb 1 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


Colofon Auteur

Over ThiemeMeulenhoff

M.C. Baseler

ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt.

Eindredactie R.F.M. van Midde

Fotografie omslag Peter Bak, Rotterdam

Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl

Omslagontwerp Studio Fraaj, Rotterdam

ISBN 978 90 06 23945 4 Derde druk, eerste oplage, 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2021

Vormgeving binnenwerk Studio Michelangela

Opmaak binnenwerk Crius Group, Hulshout

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Untitled-1 4 klimaat.indb 2 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

Voorwoord Deze uitgave is onderdeel van Traject, dé methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Deze uitgave bevat een licentie voor de online leeromgeving. Traject is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. In Traject hebben al deze elementen een plek gekregen en de methode heeft een opzet, onder andere met leerdoelen gekoppeld aan theorie en opdrachten, die aansluit bij actuele manieren van leren en verwerken. Traject bestaat uit: • theorieboeken, inclusief een licentie voor de online leeromgeving; • een online leeromgeving met verwerkingsopdrachten, praktijksituaties, beroepsvaardigheden, zelftoetsen, evaluatie- en reflectieopdrachten. Traject is modulair opgebouwd. Deze uitgave bestaat uit meerdere modules. Elke module heeft een vaste opbouw. In deze uitgave zijn de volgende onderdelen terug te vinden: • Een korte praktijksituatie met oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren. • Actuele theorie die alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bevat bij de betreffende werkprocessen. De theorie bevat veel voorbeelden uit de beroepspraktijk. • Begrijp je de theorie; stellingen waarmee de student controleert of zij de theorie voldoende beheerst. • Een begrippenlijst. Bovenstaande onderdelen zijn ook opgenomen in de online leeromgeving. Daarnaast bevat de online leeromgeving bij iedere module de volgende onderdelen: • Een grote variëteit aan verwerkingsopdrachten met directe feedback. • Praktijksituaties. Dit zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. • Beroepsvaardigheden met opdrachten en BPV-opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van verschillende vaardigheden. • Een zelftoets waarmee de student zelfstandig kan beoordelen of zij de stof beheerst. • Een moduletoets die de docent kan inzetten om te beoordelen of de studenten de stof voldoende beheersen. • Door de module heen zijn allerlei evaluatie- en reflectieopdrachten opgenomen. We wensen alle studenten en docenten veel plezier en succes met het werken met Traject. Amersfoort 2021, Auteurs, redactie en uitgever

3

Untitled-1 5 klimaat.indb 3 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


Untitled-1 6 klimaat.indb 4 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

Inhoudsopgave Module 1

Opvoeden en pedagogiek

9

Je helpt kinderen op de Bibelons zich optimaal te ontwikkelen 1 Opvoeden en pedagogiek 13 1.1 Wat is opvoeden? 13 1.2 Opvoeden in een organisatie 15 1.3 Opvattingen over opvoeden 17 1.4 Wat is pedagogiek? 18 1.5 Pedagogisch klimaat 18 Begrijp je de theorie? 20 2 Pedagogen en hun visie 21 2.1 Pedagogische visie 21 2.2 Pedagogische stromingen 22 2.3 Pedagogen over opvoeden 23 Begrijp je de theorie? 30 3 Opvoeden en begeleiden 31 3.1 Structuur en grenzen 31 3.2 Opvoedingsstijlen 32 3.3 Pedagogische ondersteuning 34 3.4 Opvoedingsmiddelen 37 3.5 Soorten opvoedingsmiddelen 38 Begrijp je de theorie? 44 4 Opvoeden van kinderen en pubers 45 4.1 Baby's 45 4.2 Peuters 46 4.3 Kleuters en schoolkinderen 48 4.4 Pubers 50 Begrijp je de theorie? 53 Begrippen 54

Module 2

Diversiteit

10

55

Je helpt Lana zich thuis te voelen 56 1 Diversiteit in de maatschappij 59 1.1 Samen verschillend 59 1.2 Veranderingen in de maatschappij 60 1.3 Culturele verschillen 61 1.4 De multiculturele samenleving 61 1.5 Land van herkomst 63 1.6 Mensen en hun levensbeschouwing 64 Begrijp je de theorie? 76 2 Diversiteit in de organisatie 77 2.1 De taak van de organisatie 77 2.2 Diversiteit in het team 78 2.3 Je beroepshouding en diversiteit 82

5

Untitled-1 7 klimaat.indb 5 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


PEK

2.4 Interculturele communicatie 85 Begrijp je de theorie? 90 3 Diversiteit in de groep 91 3.1 Vertrouwd maken met diversiteit 91 3.2 Respectvol omgaan met anderen 92 3.3 Aansluiten bij de belevingswereld 95 3.4 Genderbewust opvoeden 96 3.5 Omgaan met ouders 101 Begrijp je de theorie? 106 Begrippen 107

Module 3

Begeleiden in de groep

109

Je helpt mee aan het verbeteren van de sfeer 110 1 Een veilige basis 114 1.1 Een veilig pedagogisch klimaat 114 1.2 Basisbehoeften van het kind 115 1.3 Zelfbeeld en identiteit 118 1.4 Professionele beroepshouding 119 Begrijp je de theorie? 124 2 De groep 125 2.1 Soorten groepen 125 2.2 Rollen in een groep 126 2.3 Groepsnormen 128 2.4 Groepsvorming 129 2.5 Inzicht in de groep 134 2.6 De invloed van de groep 135 2.7 De grootte van de groep 135 2.8 Ruimte en inrichting 136 Begrijp je de theorie? 137 3 De sfeer in de groep 138 3.1 Het belang van een goede sfeer 138 3.2 Veiligheid, invloed en persoonlijk contact 139 3.3 Stimuleren van een goede sfeer 139 3.4 Sociaal gedrag 141 3.5 Sociale vaardigheden leren 143 3.6 Feesten en rituelen 147 Begrijp je de theorie? 149 4 Problemen in de groep 150 4.1 Storend gedrag 150 4.2 Ruzie 152 4.3 Pesten 155 4.4 Agressie 156 4.5 Verlies 158 Begrijp je de theorie? 163 Begrippen 164

6

Untitled-1 8 klimaat.indb 6 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

Module 4

Opvoeden doe je samen

167

Je helpt de ouders van Sherley wennen op De Paddenstoel 1 Opvoeding delen 171 1.1 Samenwerken met ouders 171 1.2 Werken aan een goede relatie 175 1.3 Inspraak van ouders 178 Begrijp je de theorie? 184 2 Informatie uitwisselen 185 2.1 Informele contacten 185 2.2 Formele contacten 188 2.3 Ouders informeren als groep 192 Begrijp je de theorie? 197 3 Opvoedingsproblemen 198 3.1 Opvoedingsonzekerheid 198 3.2 Soorten opvoedingsproblemen 199 3.3 Opvoedingsondersteuning 203 Begrijp je de theorie? 207 Begrippen 208

Index

168

211

7

Untitled-1 9 klimaat.indb 7 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


Untitled-1 10klimaat.indb 8 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

PEK MOD ULE

1

Opvoeden en pedagogiek In deze module staat de professionele opvoedingsrelatie centraal, zoals je die als pedagogisch werker in een organisatie hebt. Je leert wat opvoeden is en dat opvoeden in een kindercentrum, gezinshuis of op school anders is dan opvoeden in een gezin. Je leert hoe je bijdraagt aan een opvoedingsklimaat waarin kinderen kunnen groeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen. Je leert in deze module verschillende opvattingen over opvoeden van pedagogen en hun visie kennen. Je leert welke opvoedingsmiddelen je tot je beschikking hebt om je opvoedingsdoelen te bereiken. Daarnaast komt aan bod hoe je in de opvoeding rekening houdt met de verschillende ontwikkelingsfasen van kinderen en pubers.

Auteur M.C. Baseler Eindredactie R.F.M. van Midde

Untitled-1 11klimaat.indb 9 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

© Mirador media / Anke Gielen

Je helpt kinderen op de Bibelons zich optimaal te ontwikkelen Je loopt stage bij Bibelons, de opvang voor kinderen van 0-4 jaar. Je staat op de peutergroep. Het valt je op dat peuters al geleerd hebben zich aan allerlei regels te houden: aan tafel blijven zitten tot iedereen klaar is, stil zijn als jij ze iets probeert te vertellen of uit te leggen, samenwerken bij het maken van een puzzel. Je merkt ook op dat je spelenderwijs op verschillende manieren bezig bent met hun opvoeding en ontwikkeling. Je bevordert de zelfstandigheid door het spelmateriaal en de activiteiten die je aanbiedt. Bij een ruzie tussen kinderen probeer je samen met hen een goede oplossing te zoeken. Je stimuleert kinderen bij het naar buiten gaan zelf hun jas aan te doen en je kijkt bij de keuze van het spelmateriaal naar het niveau van een kind. Je probeert de positieve interactie tussen de kinderen te bevorderen. Je stimuleert de sociale ontwikkeling van kinderen. Je zorgt er bijvoorbeeld voor dat de grote kinderen de kleinere kinderen helpen en geeft complimentjes als ze dit doen. Je helpt ze de gevoelens van een ander kind te begrijpen en leert ze troosten. Je doet spelletjes waardoor kinderen leren op hun beurt te wachten, zich aan regels te houden en om te gaan met tegenslag en verliezen.

10

Untitled-1 12klimaat.indb 10 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

ORIËNTATIE

1 S O O RT O P VO E D I N G Iedereen is als kind opgevoed tot volwassene. Wat voor soort opvoeding heb jij zelf gehad? Wat is je daarin vooral bijgebleven? Welke woorden komen in je op bij de woorden: 'mijn opvoeding'? Zet de belangrijkste woorden op een rij.

2 O P VO E D I N G S ST I J L Iedereen is als kind opgevoed tot volwassene. Wat voor soort opvoeding heb jij zelf gehad? Wat is je daarin vooral bijgebleven? Hoe zou jij de stijl omschrijven waarin jij bent opgevoed? Wat vond je daarin vooral positief of misschien minder goed?

3 M I J N O P VO E D I N G Iedereen is als kind opgevoed tot volwassene. Wat voor soort opvoeding heb jij zelf gehad? Wat is je daarin vooral bijgebleven? Schrijf een kort verslag (100-200 woorden) met als titel 'Mijn opvoeding'. Eindig met een conclusie.

11

Untitled-1 13klimaat.indb 11 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

4 M O E I L I J K E WO O R D E N I N D E Z E M O D U L E In deze module kunnen woorden voorkomen waarvan je de betekenis nog niet kent. Dit kunnen beroepswoorden of vaktaalwoorden zijn, die je nog nooit eerder hebt gelezen. Zorg ervoor dat je ze begrijpt en kunt gebruiken in de module. Als je de woorden begrijpt, is het gemakkelijker om opdrachten in deze module te maken. Noteer tijdens het lezen van de theorie de woorden die je niet begrijpt. Geef van elk woord de betekenis en een voorbeeldzin. Woord

Betekenis

Voorbeeldzin

Tip: In de begrippenlijst van deze module vind je alvast een selectie van vaktaalwoorden die met deze module te maken hebben. 12

Untitled-1 14klimaat.indb 12 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

1

Opvoeden en pedagogiek 1 LEERDOELEN

• • • • • • •

Je kunt uitleggen wat opvoeden inhoudt. Je kunt benoemen welke opvoedingsdoelen de Wet kinderopvang bevat. Je kunt beschrijven wat het verschil is tussen opvoeden in een organisatie en de opvoeding thuis. Je kunt toelichten welke factoren invloed hebben op de opvattingen over opvoeden. Je kunt omschrijven wat pedagogiek inhoudt. Je kunt toelichten wat het begrip pedagogisch klimaat inhoudt. Je kunt voorbeelden noemen van omgevingsfactoren die invloed hebben op het pedagogisch klimaat.

Opvoeden in een gezin is anders dan opvoeding in de kinderopvang of op school. Als pedagogisch professional heb je een andere band met kinderen dan de ouders. De opvoeding in een organisatie stelt andere eisen, zoals duidelijke regels en afspraken en planmatig werken. Dat moet ook wel als je met kinderen werkt in een grote groep. Hoe zorg je als pedagogisch werker voor omstandigheden waarin een kind zich dan toch zo goed mogelijk kan ontwikkelen en kan leren? Het vertrouwen tussen de pedagogisch werker of onderwijsassistent en het kind is niet vanzelfsprekend, maar iets waar je bewust aan werkt. In dit hoofdstuk leer je aan welke voorwaarden een professionele opvoedingsrelatie moet voldoen.

1.1

Wat is opvoeden?

Het kind moet wíllen leren van de opvoeder. Het opvoeden van kinderen in een organisatie doe je samen met je collega's. Je voedt op met een bepaald doel en dat is het kind op weg helpen naar zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid.

Opvoeding vindt plaats in de relatie tussen volwassenen en kinderen. Bij opvoeden gaat het om het handelen van een opvoeder. Je kunt daarbij denken aan: iets voordoen, uitleg geven, het kind aanmoedigen of aangeven wanneer hij de fout in is gegaan. Opvoeden is een bezigheid: de opvoeder houdt zich bezig met het kind en met wat hij op het kind wil overbrengen. Bij opvoeden is een opvoeder betrokken. Iemand kan pas een opvoeder zijn wanneer die persoon volwassen is en gezag uitstraalt naar het kind.

Opvoeden wil zeggen het verzorgen en begeleiden van kinderen en jongeren naar zelfstandigheid, zelfverantwoordelijkheid en volwassenheid.

13

Untitled-1 15klimaat.indb 13 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


1

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

1.1.2 Doel van de opvoeding

Alleen kinderen worden opgevoed. Volwassenen worden niet opgevoed. Dit heeft te maken met het doel van de opvoeding, namelijk: het kind tot volwassenheid brengen. Ook wanneer je volwassen bent kun je nog ontzettend veel leren, maar je spreekt dan niet meer van opvoeden. Als volwassene kies je namelijk zelf voor wat je wel en wat je niet wilt leren. Je bent er ook zelf verantwoordelijk voor. Bij een kind is de opvoeder verantwoordelijk voor wat hij het kind leert.

1.1.1

Ieder kind komt hulpeloos ter wereld en is als baby geheel afhankelijk van zijn ouders. Hij moet door zijn ouders worden gevoed, gekleed, gewassen en heeft liefde nodig om te kunnen overleven. In geen enkel opzicht is er sprake van zelfstandigheid. Maar daar komt al snel verandering in: het kind zet zijn eerste stapjes en zegt zijn eerste woordjes. Op den duur wordt hij steeds zelfstandiger. Opvoeden doe je met een doel. Het einddoel van de opvoeding is de volwassenheid.

Opvoeden is noodzaak

Al zolang er mensen bestaan, is er sprake van opvoeding. Wat zou er gebeuren met een kind wanneer het niet wordt opgevoed? Het is weleens voorgekomen dat een kind niet bij mensen, maar bij dieren opgroeide. Het meest bekend zijn de verhalen van wolfskinderen. Uit het voorbeeld in het kader blijkt duidelijk dat het contact met mensen nodig is om mens te worden. Opvoeden is geen luxe, maar noodzaak. Wordt een kind niet opgevoed, dan leidt dat tot onherstelbare schade. Iedereen heeft een opvoeding nodig om zich als mens te kunnen ontwikkelen.

De Wet kinderopvang noemt vier opvoedingsdoelen: 1 bieden van een veilige basis; 2 bevorderen van de ontwikkeling van sociale competenties; 3 stimuleren van de ontwikkeling van persoonlijke competenties; 4 overdracht van waarden en normen. Met je opvoedingsdoelen wil je als opvoeder bereiken dat een kind, wanneer het de volwassen leeftijd heeft bereikt, zelfstandig in de maatschappij kan meedoen, zich als een volwassene gedraagt en de hulp van anderen steeds minder nodig heeft. Dit houdt in dat hij: • een eigen identiteit en een eigen mening heeft; • verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen gedrag; • respectvol omgaat met anderen en zijn omgeving; • initiatief neemt en zijn talenten gebruikt om een bijdrage te leveren aan de samenleving; • zich aanpast zonder zichzelf te verliezen.

Het verhaal van Amala en Kamala In 1920 vindt een dominee twee meisjes bij een wolvenhol in India. Hij noemt de meisjes Amala en Kamala. Beide meisjes gedragen zich als wolven: ze lopen op handen en voeten, eten zonder hun handen te gebruiken en slapen opgerold in een hoekje op de grond. Het is opmerkelijk dat ze in het donker goed kunnen zien en dat ze een scherp reukvermogen hebben. Ze hebben 'typische' eigenschappen van een wolf. Amala, de jongste, sterft binnen een jaar. Kamala leeft tot 1929. Tijdens die negen jaar blijkt dat het onmogelijk is om haar op te voeden tot een 'normaal' mens. Het lukt niet haar te leren praten, op twee benen te lopen of menselijk contact te hebben.

Voorbeeld 'Daan, loop je even naar de supermarkt voor een heel volkoren brood en een pot pindakaas?' Moeder geeft Daan (10) haar bankpasje mee en de boodschappentas. Wanneer Daan boodschappen doet, vraagt dat niet alleen zelfstandigheid van hem in gedrag, maar ook zelfstandigheid in denken. Een boodschap doen vraagt van hem dat hij: 14

Untitled-1 16klimaat.indb 14 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

• • •

de weg weet naar de winkel en zich niet laat afleiden; de juiste boodschappen koopt: niet meer en niet minder; op de bankpas let en weet hoe hij deze moet gebruiken.

1

Zo bereik je met de opvoeding dat het kind zelfstandig wordt en verantwoordelijkheidsbesef krijgt. Je maakt daarbij vooral gebruik van jezelf als opvoeder. Je zou kunnen zeggen dat je je eigen instrument bent. Je doen en laten, dat is het gereedschap waarover je beschikt. Je kunt een kind aanmoedigen, afleiden, belonen, uitdagen en zo nodig straffen om je doel te bereiken.

In bovenstaand voorbeeld zie je dat Daan door zelfstandig boodschappen te doen, leert verantwoordelijkheid te dragen voor zijn eigen daden. Hij moet zijn handelen, de keuzes die hij maakt, kunnen verantwoorden (bijvoorbeeld: 'Het volkoren brood was op, daarom heb ik maar wit brood gekocht') en hij leert te overzien wat de gevolgen zijn van zijn gedrag (bijvoorbeeld: 'Ik heb chips en ook nog wat snoep gekocht. Is dat oké of moet dat van mijn zakgeld?'). Een volwassene is iemand die zichzelf zelfstandig en onder eigen verantwoordelijkheid in het leven kan redden.

Figuur 1.1 Wie zelfvertrouwen heeft, durft verdere

1.1.3 Rol van opvoeder

stappen te zetten © Shutterstock

Met de opvoeding begeleid je het kind tot zelfstandigheid en verantwoordelijkheid. Je helpt het kind bij zijn ontwikkeling naar volwassenheid. Dit zal pas lukken als het kind vertrouwen in zichzelf heeft én als jij het kind durft los te laten. Wie zelfvertrouwen heeft, durft verdere stappen te zetten in de wereld om zich heen en te vertrouwen op zijn eigen oordeel. Zo wordt een kind zelfstandig. Als opvoeder moet je soms bepaalde risico's nemen en een kind aanmoedigen nieuwe dingen uit te proberen: 'Gisteren lukte het een stukje los te fietsen. Probeer vandaag eens of je verder komt.' Op die manier bereik je stap voor stap uiteindelijk het einddoel van de opvoeding.

1.2

Opvoeden in een organisatie

Opvoeden in een kindercentrum, gezinshuis of op school is anders dan opvoeden in een gezin. De omstandigheden waaronder kinderen opgroeien in een organisatie zijn anders dan thuis. In de kinderopvang of op school worden kinderen opgevangen in een groep, in een ruimte die helemaal op hen is ingericht en met begeleiders die er speciaal voor zijn opgeleid en er helemaal voor hen zijn. Soms verblijven ze er elke dag, zoals op school. Soms komen ze een aantal dagdelen in de week,

Volwassenheid op: lichamelijk gebied

de eigen lichaamsverzorging ter hand nemen

verstandelijk gebied

een beroepsopleiding volgen en zich ook in het latere leven blijven ontwikkelen

sociaal gebied

relaties en contacten met anderen aangaan en onderhouden

emotioneel gebied

goed met emoties kunnen omgaan

maatschappelijk gebied

een bepaald beroep kiezen en uitoefenen

15

Untitled-1 17klimaat.indb 15 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


1

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

zoals bij een kinderdagverblijf en soms gaat het om 24-uursopvang, zoals in een leefgroep in een gezinshuis. Je hebt als pedagogisch professional een andere emotionele band met kinderen dan de ouders. Die band is niet vanzelfsprekend, zoals in een gezin. Als pedagogisch werker besteed je aandacht aan het opbouwen van vertrouwen en zorg je ervoor dat een kind zich prettig en veilig voelt bij jou.

het kind gevaar loopt of dreigt een ander iets aan te doen. Je straalt daarbij een natuurlijk gezag uit.

1.2.1 Opvoedingsrelatie Jouw relatie met het kind is de basis van waaruit je opvoedt. Zonder relatie kun je niet opvoeden en bereiken wat je als opvoeder wilt bereiken. De relatie tussen ouder en kind is anders dan die tussen jou als pedagogisch werker en het kind. Jouw persoonlijke band met het kind gaat minder diep. Het is geen relatie voor het leven, het is een tijdelijke en een professionele relatie. Dat betekent dat je betrokken bent bij het kind, maar dat je tegelijkertijd de nodige afstand kunt nemen zonder afstandelijk te zijn.

Figuur 1.2 Je bent een vertrouwenspersoon voor het

kind © Mirador Media - Maria van der Heyden

Gezag is iets anders dan macht. Gezag is gebaseerd op wederzijds respect. Er is sprake van een natuurlijk overwicht. Bij macht wil je dat het kind doet wat jij zegt. Zo'n houding zal er, zeker bij oudere kinderen, al snel toe leiden dat er een machtsstrijd ontstaat: 'Eens kijken wie hier de baas is.' Ook de relaties tussen kinderen onderling hebben invloed op het zelfbeeld en het zelfvertrouwen van het kind. Zowel in positieve als in negatieve zin kunnen kinderen elkaar beïnvloeden. Zijn de onderlinge relaties goed, dan is er een sfeer waarin kinderen kunnen groeien en iets nieuws durven uitproberen. Ze kunnen leren van elkaar. Een negatieve sfeer kan tot pesten leiden of de angst om iets te durven of doen.

De relatie met het kind is de basis van waaruit je opvoedt. De vertrouwensrelatie die jij hebt met kinderen die je begeleidt, is anders dan de relatie die je hebt met je familie of beste vrienden. De relatie in je werk is functioneel. Je ontmoet kinderen in jouw rol van pedagogisch werker. De sociale afstand is groter dan bij een persoonlijke relatie. Je bent een vertrouwenspersoon voor het kind. Je hebt persoonlijke gesprekken, maar het is niet zo dat je het kind in vertrouwen neemt over jouw persoonlijke dingen. Je laat wel wat zien van jezelf, maar je bent je tegelijk bewust van wat je wel en niet kan en wil vertellen. Wat een kind je in vertrouwen vertelt, blijft tussen jullie. Een kenmerk van een goede opvoedingsrelatie is dat je werkelijk belangstelling hebt voor het kind en zijn unieke persoonlijkheid respecteert. Of een kind nou druk, rustig of moeilijk is, het moet zich bij jou veilig en vertrouwd kunnen voelen. Het kan rekenen op jouw hulp en steun. Je voelt je verantwoordelijk voor het kind en je bent er voor hem in situaties die daarom vragen, bijvoorbeeld wanneer

1.2.2 Professionele afstand In een opvoedingssituatie heb je als pedagogisch werker een warme, persoonlijke relatie met het kind, maar er is toch een zekere afstand tussen jou en het kind. Er is niet de sterke emotionele band die ouders hebben met hun kinderen. Er is sprake van professionele afstand. Een verschil met de opvoeding thuis is ook dat je maar een beperkt gedeelte van de dag voor de kinderen verantwoordelijk bent. Als je werk erop zit, ga je naar huis en kun je afstand nemen. Jij hoeft 's nachts je bed niet uit wanneer een kind niet kan slapen. En als je nachtdienst hebt gehad in een leefgroep, kun je de volgende dag je rust 16

Untitled-1 18klimaat.indb 16 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

1.3.1 Tijd waarin we leven

weer nemen. Zo kun je steeds fris en energiek blijven voor de kinderen die aan jouw zorg zijn toevertrouwd. Die speciale gerichtheid op kinderen heeft niet alleen voordelen, maar ook nadelen. Kinderen die veel tijd op de opvang doorbrengen, missen de informele dagelijkse dingen thuis. Ze zien minder van de gewone volwassen wereld, zoals boodschappen doen en eten koken. Op de groep is alles ook meer aan regels gebonden, waardoor er minder ruimte is om spontaan iets te ondernemen. Van het leven in een groep leren kinderen veel: het kan een enorme stimulans zijn voor hun sociale ontwikkeling. Maar er is minder vanzelfsprekende aandacht voor het individuele kind.

Opvattingen over opvoeding waren er vroeger niet echt. Zodra kinderen konden werken, werden ze aan het werk gezet. Baby's werden vaak uitbesteed aan een vrouw die andermans kinderen borstvoeding gaf. De gezinnen waren vaak groot, dus iedereen moest meehelpen. Kleine kinderen werden aan de zorg van hun oudere broers en zussen overgelaten. Tegenwoordig gaat de opvoeding totaal anders dan vroeger. Beschouwde men heel vroeger een kind als 'een volwassene in zakformaat', tegenwoordig zien we een kind meer als kind en vinden we speciale kinderkleding, een kinderkamer, kinderspeelgoed en kinderboeken heel gewoon. Belangrijke wetten over opvoeden Als je terugkijkt in de geschiedenis, dan zie je dat het geluk van kinderen niet altijd centraal stond. Vroeger was een kind in Nederland vooral een arbeidskracht die een bijdrage leverde aan het levensonderhoud van het gezin. Het 'Kinderwetje van Van Houten' uit 1874 was de eerste wet die in Nederland een einde moest maken aan kinderarbeid. Daarna volgde in 1905 de Leerplichtwet. De Kinderwetten regelden het toezicht op ouder en kind. De staat legde in de regels vast hoe ouders hun kinderen moesten opvoeden. Ouders die zich niet aan die regels hielden, konden uit de ouderlijke macht worden ontzet.

Figuur 1.3 In een groep is er minder vanzelfsprekende

aandacht voor het individuele kind dan thuis © Shutterstock

1.3

1

Opvattingen over opvoeden

1.3.2 Cultuur waarvan we deel uitmaken

Alle ouders willen dat hun kind gelukkig is. Toch zijn er grote verschillen in opvoeding en in de manier hoe ouders met hun kinderen omgaan. Ook tussen de verschillende organisaties voor de opvang van kinderen en bij de groepsleiding zie je verschillen in aanpak. De opvattingen van mensen over opvoeden, worden beïnvloed door een aantal factoren: • de tijd waarin we leven; • de cultuur waarvan we deel uitmaken; • persoonlijke waarden, normen en opvattingen.

Ouders in een westerse cultuur voeden hun kinderen anders op en hebben andere ideeën over de opvoeding dan ouders in een niet-westerse cultuur. Denk aan opvattingen over het opvoeden van meisjes en jongens of aan opvattingen over wie het in het gezin voor het zeggen heeft. Elke cultuur heeft zijn eigen waarden en normen. In de ene cultuur hecht men veel waarde aan tradities en gezag, in de andere cultuur vindt men bijvoorbeeld prestaties en zelfontplooiing veel belangrijker. In elke samenleving maken kinderen zich andere gewoonten, gebruiken, tradities en gedragsregels eigen. 17

Untitled-1 19klimaat.indb 17 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


1

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

1.3.3 Persoonlijke waarden en normen

Binnen de pedagogiek ga je ervan uit dat opvoeden een 'kunde' is. Je kunt het leren. Opvoeden is niet alleen een kwestie van zomaar je gevoel volgen. Je kunt leren over de opvoeding en over hoe je het beste kunt opvoeden door: • Na te denken over je eigen ervaringen met opvoeden: wat voor soort opvoeding heb je zelf gehad, welke kennis en ervaringen doe je op tijdens je BPV en wat is je mening daarover? • Op de hoogte te blijven van nieuwe inzichten en onderzoek: er zijn veel boeken over opvoeden geschreven en er is op internet en in vaktijdschriften veel actuele informatie te vinden. • Overleg met collega's: door je werkwijze ter discussie te durven stellen, kun je je sterke en zwakke kanten ontdekken en beter worden in je werk.

Geen twee mensen voeden hetzelfde op. Iedere opvoeder heeft eigen ideeën over wat een goede opvoeding inhoudt. Ouders willen belangrijke waarden overdragen op kinderen. Bijvoorbeeld, een ouder met een christelijke of islamitische levensovertuiging wil zijn geloof overbrengen op zijn kinderen. Wanneer je als pedagogisch professional werkt met kinderen, kun je niet zomaar je eigen waarden en normen overdragen. Je moet rekening houden met en je aanpassen aan de waarden, normen en opvattingen die in een organisatie gelden. Op een openbare school is het bijvoorbeeld niet de bedoeling dat jij je opvattingen over jouw eigen geloof overdraagt aan de kinderen in jouw klas.

1.4

Wat is pedagogiek?

1.4.1 Orthopedagogiek

Pedagogiek vormt de basis van het werken met kinderen.

De orthopedagogiek is een specialisatie binnen de pedagogiek. Orthopedagogiek richt zich op de behandeling van kinderen met een verstandelijke en/of lichamelijke beperking en kinderen die zich in een problematische leer- of opvoedingssituatie bevinden.

Pedagogiek is de wetenschap die de opvoeding van het kind bestudeert.

1.5

Door pedagogisch onderzoek komen wetenschappers op nieuwe ideeën en gedachten over de opvoeding van kinderen. Of er ontstaat discussie over pedagogische opvattingen, bijvoorbeeld: is het wel goed voor jonge kinderen om hele dagen in een kindercentrum door te brengen? Of: hebben kinderen die veel zelfstandig op hun tablet werken wel voldoende contact met elkaar en met hun leerkracht? Veel scholen en kindercentra werken volgens een pedagogische stroming. Je kunt dan een bepaalde pedagogische visie herkennen in de manier van werken, de aankleding van de ruimte, de materialen en de manier waarop men kinderen benadert. Van jou als pedagogisch werker wordt verwacht dat jij je verdiept in die pedagogische benadering en dat je je werk op basis van die visie zult doen.

Pedagogisch klimaat

Opvoeden vindt plaats in een bepaalde sfeer: het pedagogisch klimaat. Dat is de stemming die er in een groep heerst. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een uitgelaten, vrolijke sfeer of een bedrukte, ingehouden sfeer. Het gaat om alle omgevingsfactoren die ervoor zorgen dat een kind zich goed kan ontwikkelen.

Pedagogisch klimaat: Alle omgevingsfactoren samen die bijdragen aan het welbevinden van een kind of jongere waardoor deze zich verder kan ontwikkelen. Ook wel: opvoedingsklimaat.

18

Untitled-1 20klimaat.indb 18 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

Sfeer in de groep Als de sfeer in de groep goed en veilig is, bereik je meer. Opvoeden gaat vanzelfsprekender in een positief opvoedingsklimaat. Je hebt misschien niet eens het gevoel dat je aan het opvoeden bent en het is niet nodig kinderen steeds te waarschuwen of zelfs te straffen. Een opvoeder die in staat is een passend opvoedingsklimaat te scheppen, zal veel meer bereiken dan de opvoeder die dit niet kan. Jouw persoonlijkheid heeft een grote invloed op de sfeer in de groep die je begeleidt. • Je zorgt voor heldere regels. • Je laat kinderen merken dat je vertrouwen hebt in hun mogelijkheden en inzet. • Je geeft kinderen de ruimte om het zelf te doen en ondersteunt ze daar waar dat nodig is. • Er is ruimte voor persoonlijke gesprekken. • Je benadert kinderen op een warme, open en vriendelijke manier. • Je gaat rustig om met conflicten.

1

zijn actief bezig. Er zijn weinig of geen conflicten en kinderen helpen elkaar. Een goed pedagogisch klimaat kun je daarom zien als een voorwaarde voor opvoeden, ontwikkeling en leren, maar ook als een opvoedingsmiddel.

Figuur 1.4 Een positief pedagogisch klimaat herken je aan

de sfeer en de inrichting © Shutterstock

Inrichting van de ruimte Niet alleen de sfeer in de groep, maar ook de inrichting van de ruimte heeft invloed op hoe kinderen zich gedragen en zich ontwikkelen. In een gezellige, verzorgde ruimte zijn kinderen rustiger dan in een rommelige, ongezellige ruimte. De verlichting beïnvloedt de stemming en de concentratie van de kinderen. Voldoende ruimte om eigen keuzes te maken, zorgt ervoor dat kinderen zin hebben om aan het werk te gaan. Materialen Uitdagende materialen die passen bij het ontwikkelingsniveau van kinderen zorgen ervoor dat ze op onderzoek uitgaan. Zijn de materialen verouderd, saai en versleten, dan zullen kinderen minder geïnspireerd zijn en laten ze zich sneller afleiden. Structuur Ook door structuur aan te brengen in de dag en afspraken te maken over de omgang met elkaar en met de materialen, creëer je rust en veiligheid. Dat merk je aan het gedrag van de kinderen. Ze 19

Untitled-1 21klimaat.indb 19 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


1

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

BEGR IJP JE D E THEORIE? Geef bij iedere stelling aan of deze juist of onjuist is. Juist

Onjuist

1 Uitleg geven is een voorbeeld van opvoeden.

◯

◯

2 Het einddoel van de opvoeding is de volwassenheid.

◯

◯

3 Bieden van emotionele veiligheid is een opvoedingsdoel.

◯

◯

4 Opvoeden in een organisatie komt overeen met opvoeden in een gezin.

◯

◯

5 Gezag is hetzelfde als macht.

◯

◯

6 Opvoeden is van alle tijden.

◯

◯

7 Professionele afstand betekent dat je een zakelijke relatie hebt met het kind.

◯

◯

8 Pedagogiek is de wetenschap die de opvoeding van het kind bestudeert.

◯

◯

9 Jij hebt als pedagogisch werker invloed op het pedagogisch klimaat.

◯

◯

10 Een goed pedagogisch klimaat is een voorwaarde voor het opvoeden.

◯

◯

20

Untitled-1 22klimaat.indb 20 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

PEDAGOGEN EN HUN VISIE

2

Pedagogen en hun visie 2 LEERDOELEN

• • • •

Je kunt uitleggen wat een pedagogische visie inhoudt. Je kunt voorbeelden noemen van pedagogische stromingen. Je kunt uitleggen wat de pedagogische stromingen inhouden. Je kunt toelichten wat de uitgangspunten zijn van bekende pedagogen.

Opvoeden doe je niet zomaar op de manier die jou het beste lijkt, maar je werkt binnen je organisatie vanuit een visie, een vastgestelde benadering van kinderen. In dit hoofdstuk maak je kennis met verschillende pedagogische stromingen en pedagogen die hun ideeën over opvoeding en onderwijs hebben beschreven. Zij waren de grondleggers van de pedagogiek en veel scholen of kindercentra werken ook nu nog volgens hun denken over onderwijs en opvoeding. Kennis daarvan helpt je om een eigen visie te ontwikkelen, want oude pedagogische inzichten kunnen ook nu nog inspireren.

2.1

Pedagogische visie

gogisch beleidsplan op papier te zetten. Een team functioneert het best als er een gemeenschappelijke kijk en aanpak is. Collega's in een team kunnen aan de hand daarvan vaste afspraken maken over hoe zij de opvoeding en het onderwijs organiseren en aanpakken. Dat geeft niet alleen duidelijkheid aan de medewerkers, maar ook aan de kinderen. Die weten waar ze aan toe zijn, ook al hebben ze met verschillende professionals te maken. Ouders kunnen de visie van de organisatie inzien. Vaak staat die vermeld in een informatieboekje of op de website. Dat geeft ouders de mogelijkheid een kindercentrum of school te kiezen die past bij hun eigen ideeën over opvoeden. Als er geen keuze is, bijvoorbeeld als er maar één school is in hun wijk of dorp, weten ouders in ieder geval hoe die school van plan is met hun kind om te gaan. Ook voor jou als pedagogisch werker is het belangrijk dat je op de hoogte bent van de visie van de organisatie waar je jouw BPV doet of waar je gaat werken. Past die visie wel bij jouw eigen

Als pedagogisch werker denk je bewust na over opvoeden. Je handelt op basis van een visie.

Een pedagogische visie is een samenhangend geheel van opvattingen over de opvoeding van kinderen.

Een pedagogische visie zegt iets over het hoe en waarom van je pedagogisch handelen. Welke opvoedingsdoelen wil je bereiken? Welke opvoedingsmiddelen gebruik je daarbij? Wat denk je dat werkt en wat niet? Een visie geeft je een richtlijn voor hoe je het beste kunt handelen in de omgang met kinderen en de taken waar je als team voor staat. Een gezamenlijke visie geeft houvast bij de opvoeding en begeleiding van kinderen. Elke school of organisatie voor de kinderopvang is verplicht haar visie in een schoolplan of peda21

Untitled-1 23klimaat.indb 21 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


2

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

opvattingen over opvoeding? Voel jij je thuis bij deze benadering en kun je daar op een ontspannen en natuurlijke manier mee omgaan?

zeg! Hoe heb je dat voor elkaar gekregen?' Door te wijzen op de positieve situatie moedig je de leerling aan om na te denken over zijn eigen aanpak en competenties. Ook ouders kunnen oplossingsgericht opvoeden. Een ouder die dat doet, vraagt niet: 'Hoe was het vandaag op school?', maar: 'Welke nieuwe dingen heb je vandaag op school ontdekt of geleerd?'

2.2 Pedagogische stromingen Er is veel geschreven over de opvoeding van kinderen en er zijn door verschillende pedagogen allerlei theorieën bedacht over welke opvoedingsmethode de beste is. Die noem je ook wel pedagogische stromingen.

2.2.2 Onderwijsvernieuwing Veel scholen zijn bezig met onderwijsvernieuwing. Ze zoeken naar manieren om het onderwijs te laten aansluiten bij de wereld waarin leerlingen leven en zullen gaan leven. Het is een zoektocht naar het beste en meest passende onderwijs voor het opgroeien in veranderende tijden waarin bijvoorbeeld technologie een grote rol speelt. Scholen werken steeds vaker aan de 21e eeuwse vaardigheden van hun leerlingen. Dat wil zeggen, de kennis en vaardigheden die een kind nodig heeft om goed te kunnen functioneren in de veranderende samenleving. Denk daarbij aan vaardigheden zoals probleem oplossen, kritisch denken, creativiteit, samenwerken, mediawijsheid, informatievaardigheden en omgaan met ict. Onderwijsvernieuwing is van alle tijden. De nieuwe vormen van leren vragen van leerlingen meer eigen verantwoordelijkheid bij het leren en leggen meer nadruk op samenwerkend leren en persoonsvorming: leren is meer dan het vergaren van kennis. Steeds meer scholen stappen over op nieuwe onderwijsvormen als Natuurlijk leren, Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) of Ervaringsgericht onderwijs (EGO).

Een pedagogische stroming is een theorie over opvoeding, ontwikkeld door een deskundige.

Onderzoekers, vroeger en nu, hebben verschillende ideeën over opvoeding. Er valt lang niet altijd simpelweg te zeggen welke manier de beste is. Je moet zelf dus ook een mening vormen en voor jezelf onderzoeken welke opvoedingsmethode het beste bij jou past. Nog steeds komen er nieuwe ideeën en inzichten bij, zoals oplossingsgericht opvoeden en de 21st century skills.

2.2.1 Oplossingsgericht opvoeden Hoe kun je in de opvoeding zo te werk gaan dat je je laat sturen door de oplossing in plaats van het probleem? Bij oplossingsgericht opvoeden staat één idee centraal: kijken naar wat wel goed gaat in plaats van naar wat er minder goed gaat. Je richt je op krachten en sterke kanten. Een kenmerk is het oplossingsgericht taalgebruik tussen opvoeder en kind. Oplossingsgericht taalgebruik bestaat uit vragen die het kind uitnodigen om zijn eigen talenten, oplossingen en doelen te benoemen. Het uitgangspunt is dat een kind het goede antwoord geeft als je hem de juiste vragen stelt. De leerkracht vraagt bijvoorbeeld: 'Stel dat jij de juf of de meester was, wat zou je dan in de klas anders doen?' Of je zegt: 'Isa, ik zie dat je in deze les goed hebt opgelet en niet afgeleid was. Goed

Natuurlijk leren Steeds meer scholen gaan uit van hoe kinderen van nature leren. De gedachte is dat leren veel gemakkelijker gaat als je het uit eigen interesse en motivatie doet. Je sluit aan bij de natuurlijke talenten en mogelijkheden van het kind, de nieuwsgierigheid die leerlingen bezitten en datgene wat ze al kunnen. Want, zo zeggen de voorstanders van dit 'nieuwe' en 'natuurlijk' leren, leren gaat veel gemakkelijker als je het uit eigen interesse en 22

Untitled-1 24klimaat.indb 22 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

PEDAGOGEN EN HUN VISIE

2

2.3.1 Freinet

motivatie doet. Volgens deze manier van denken is niet de lesmethode leidend, maar de interesse, keuze en het niveau van het kind.

Grondlegger van het freinetonderwijs was de Franse onderwijzer Célestin Freinet. In 1920 ontdekte hij als onderwijzer op een dorpsschooltje dat zijn leerlingen heel leergierig waren, maar zich verveelden met hun schoolboeken. Hij ging met ze naar buiten, de natuur in en op stap naar bedrijfjes in de buurt. In zijn visie is het de taak van de pedagogisch werker om het kind te begeleiden bij zijn drang om te onderzoeken en experimenteren. Nog steeds kent Nederland een klein percentage freinetscholen en kindercentra.

Ontwikkelingsgericht onderwijs (OGO) Scholen voor ontwikkelingsgericht onderwijs bereiden leerlingen voor op deelname aan de samenleving van morgen. Dat doen ze door te werken met zinvolle en uitdagende thema's. In het OGO is er volop ruimte voor eigen initiatieven van leerlingen. Het idee is dat kinderen meer leren als de stof gaat over iets wat zijzelf belangrijk vinden.

Visie Werken, spelen en leren hangen bij Freinet met elkaar samen en gaan in elkaar over. Spelen ziet Freinet als zinvol bezig zijn. Alles wat een kind doet, draagt bij aan zijn ontwikkeling. In zijn spel speelt het kind het werk na wat hij nog niet zelf kan doen, bijvoorbeeld een huis bouwen. Spel neem je daarom net zo serieus als werk. Leren is dingen uitzoeken die ook echt zinvol zijn. De kinderen dragen zelf onderwerpen aan waar ze meer over willen weten. Je leert van elkaar; dit geldt voor kinderen, maar ook voor ouders en pedagogisch werkers. Ouders dragen veel bij aan het onderwijs. Freinetscholen en freinetkindercentra passen de ideeën van Freinet op hun eigen wijze toe. Ze verschillen dan ook van elkaar, maar gaan wel uit van dezelfde uitgangspunten.

Ervaringsgericht onderwijs (EGO) Ervaringsgericht onderwijs gaat uit van de betrokkenheid van de leerlingen door aan te sluiten bij hun leefwereld en met veel ruimte voor eigen keuzes. Ze leren door zelf ervaringen op te doen. Het proces dat zich afspeelt in de kinderen en in de groep is van meer belang dan het eindproduct.

2.3 Pedagogen over opvoeden Een kinderopvangorganisatie of school werkt vanuit een visie op de opvoeding van kinderen. Deze visie bedenkt een organisatie meestal niet helemaal zelf. Vaak ligt de basis ervan bij de visies van bekende pedagogen uit de vorige eeuw zoals Freinet, Pikler en Montessori. Al deze pedagogen hadden één ding gemeen: hun liefde voor het kind. Ze stelden het kind centraal en gingen uit van de manier waarop kinderen denken en voelen. Veel van deze pedagogen hebben in het verleden uitvoerig nagedacht over de opvoeding van kinderen en de werkwijze op scholen. Dat was in die tijd nieuw. Zij hebben manieren bedacht en vaak ook zelf uitgeprobeerd, om kinderen te begeleiden in hun ontwikkeling. In de loop van de jaren zijn veel van die theorieën over opvoeding en onderwijs beschreven. Van deze pedagogen kun je veel leren. Hun inzichten kunnen je helpen bij je werk en bij het ontwikkelen van een eigen visie, een eigen kijk op de opvoeding van kinderen.

'Ik hoor en ik vergeet, ik zie en ik onthoud, ik doe en ik begrijp.' Célestin Freinet Uitgangspunten De pedagogische visie van Freinet gaat vooral over hoe kinderen leren en zich ontwikkelen. Dit doen zij vooral door zelf op onderzoek uit te gaan. Freinet accepteert het kind zoals het is en neemt jong en oud even serieus. Hij doet een groot beroep op de zelfstandigheid van het kind. Ze leren door alles zelf te doen. Freinet benadrukt dat het kind deel uitmaakt van de wereld om hem heen en vindt het daarom belangrijk dat het kind in contact staat met die wereld. Dat doe je door 23

Untitled-1 25klimaat.indb 23 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


2

PEK MODULE 1 OPVOEDEN EN PEDAGOGIEK

de kinderen mee naar buiten te nemen, maar ook door de wereld van buiten binnen de muren van de school of het kindercentrum te halen. Zo doe je het Je begeleidt de kinderen in hun ontdekkingstocht en leert ze kritisch kijken. Dat doe je door de kinderen mee naar buiten te nemen, maar ook door de wereld naar binnen te halen. Je benadrukt de positieve resultaten van het kind, zodat het niet teleurgesteld raakt door mislukkingen. Je oefent geen dwang op de kinderen uit. Kinderen krijgen veel ruimte om hun eigen keuzes te maken. Daarbij geef je als pedagogisch werker wel structuur aan, afhankelijk van wat een kind aankan. Zijn er conflicten, dan los je die samen op. Je geeft kinderen de kans om zelf hun eigen mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen.

Figuur 2.1 Kinderen van een freinetschool op bezoek in

een supermarkt © Mirador Media - Anke Gielen

2.3.2 Gordon Thomas Gordon was een Amerikaanse psycholoog die bekend werd met zijn methode voor het verbeteren van de communicatie tussen ouders en kinderen: de Gordon-methode. Het is een methode die werkt bij kinderen die alles zelf willen doen, maar ook bij de puber die zich tegen zijn ouders afzet.

Voorbeeld Op kindercentrum Sesam zijn de kinderen vaak buiten. Ze hebben altijd wel een karweitje te doen. Ze brengen de oude kranten weg in hun kruiwagens en de lege flessen naar de buurtsuper. Ze gaan met hun leidster mee boodschappen doen, brengen een bezoekje aan de kinderboerderij of maken zomaar een wandelingetje in de buurt. Alles wat ze doen en beleven staat in het digitale logboek van de groep, dat de ouders via internet kunnen bekijken en lezen.

Visie Gordon zei: 'Kijk naar kinderen, luister naar wat ze te zeggen hebben en neem hen serieus. Sta niet meteen klaar met een oplossing om verdriet weg te nemen of een probleem op te lossen. Laat kinderen hun emotie beleven en laat ze zelf een oplossing bedenken voor hun problemen.' Hij introduceerde begrippen als 'actief luisteren' en de 'ik-boodschap'. De methode gaat over overleg op basis van gelijkwaardigheid en het prettig en op een goede manier oplossen van conflicten.

Kenmerken Een freinetkinderdagverblijf of -school heeft de volgende kenmerken: • een kind kan zelf kiezen waarmee het wil spelen; • verschillende speel- en werkhoeken; • aanmoedigen van eigen initiatief; • meehelpen met huishoudelijke klusjes; • praktisch oefenen in de buitenwereld, zoals een wandeling door de buurt en boodschappen doen; • spelen en leren met levensechte dingen; • herinneringsboekjes maken van uitstapjes en bijzondere dagen, zoals kerst; • veel aandacht voor de interactie tussen de kinderen.

'Neem kinderen serieus, laat zien dat je hen respecteert en dat je rekening met hen houdt.' Thomas Gordon Uitgangspunten Gordon gaat uit van een gelijkwaardige relatie tussen kind en opvoeder. Opvoeders moeten een kind niet tot iets dwingen. De nadruk bij de Gordon-methode ligt op een manier van communiceren met respect voor elkaar: 24

Untitled-1 26klimaat.indb 24 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27

Pedago


21 15:27

PEDAGOGEN EN HUN VISIE

• • • • •

2

2.3.3 Korczak

luisteren, zodat het kind zich begrepen voelt; op een manier praten dat het kind jou begrijpt; conflicten zo oplossen dat niemand verliest; samen afspraken maken, zodat iedereen zich eraan kan houden; positief en met respect omgaan met elkaar.

Volgens de Poolse kinderarts, pedagoog en (kinderboeken)schrijver Janus Korczak is respect het belangrijkste opvoedingsmiddel. Dit begint met het erkennen en herkennen van alle goede en minder goede kanten die bij het kind horen. En respect voor de energie die het kost voor een kind om groot te worden. Hij noemt dit 'de zware arbeid van het opgroeien waarmee een kind dagelijks bezig is'. Ook dit vraagt om respect.

Zo doe je het Gordon is van mening dat je kinderen in principe zelf hun conflicten laat oplossen. Dat kunnen ze heel goed. Het maakt ze bovendien zelfstandig. Als jij iedere keer hun problemen oplost, maak je kinderen erg afhankelijk van jou. Dat is niet alleen vervelend voor een kind, maar het is ook vervelend voor jou als kinderen voortdurend voor alles een beroep op je doen. Je loopt ook het risico om steeds weer als scheidsrechter tussen de kinderen te staan. Luisteren geeft een kind de ruimte om zijn verhaal te doen, zodat hij, al pratende, zelf een oplossing kan bedenken voor het probleem dat hij is tegengekomen. Met bepaalde vragen nodig je een kind uit om meer te vertellen. Je kunt bijvoorbeeld zeggen: 'Wat bedoel je precies?' In de communicatie is vooral praten vanuit de ik-vorm belangrijk. De ik-boodschap beschrijft het gedrag waar het om gaat zonder er een oordeel over te geven. Je maakt duidelijk wat dat gedrag voor effect heeft op jou en hoe jij je daarbij voelt. Je vertelt wat jij vindt, voelt en hoe jij ergens tegen aankijkt.

Visie Korczak legt de nadruk op een gelijkwaardige relatie tussen de opvoeder en het kind: 'Een kind is nooit je bezit.' Neem kinderen serieus, geloof in ze en geef ze de kans om mee te denken over problemen en oplossingen. Hij heeft een diep respect voor het eigen kunnen, durven en willen van kinderen: 'Geef ze de vrijheid om te experimenteren en om in het hier en nu gelukkig te zijn. Maar geef kinderen wel de begeleiding die ze daarbij nodig hebben.' 'Voor ieder probleem, ieder kind, iedere dag is een unieke reactie van de opvoeder nodig.' Janus Korczak Uitgangspunten De inzichten van Korczak hebben zes kernbegrippen als basis: • Dialoog: met het kind in plaats van over het kind spreken. • Observatie: goed kijken en luisteren en dit schriftelijk bijhouden. • Respect: iedereen heeft het recht er te zijn en te zijn zoals hij is en wie hij is. • Ruimte: kinderen hebben letterlijk en figuurlijk ruimte nodig. • Participatie: binnen een afgesproken kader hebben kinderen de mogelijkheid om mee te doen. • Zelfreflectie: waarom handel je zoals je doet? Kan dit ook anders. Wat zou beter kunnen?

Voorbeeld 'Op het kinderdagverblijf waar ik mijn BPV doe, werken ze met de methode van Thomas Gordon. In het begin moest ik heel erg wennen aan de ik-boodschap. Je zegt dan bijvoorbeeld: "Ik wil dat je stopt met op de tafel slaan, want ik moet anders zo hard praten en dan krijg ik last van mijn keel." Langzaam begin ik te leren hoe je het moet toepassen en ik zie dat het goed werkt bij de kinderen. Ze luisteren beter doordat je ze duidelijkheid geeft met de ik-boodschap. Voor jezelf is het ook duidelijker. Je benadert het kind op een vriendelijke manier en hoeft minder vaak te waarschuwen.'

25

Untitled-1 27klimaat.indb 25 Pedagogisch

26/05/2021 25/05/2021 13:12 15:27


Deze uitgave is onderdeel van de methode Traject, de methode voor de welzijnsopleidingen Pedagogisch werk en Maatschappelijke zorg. Traject Welzijn Pedagogisch werk is gebaseerd op het kwalificatiedossier 2021, maar ook op de nieuwe wet- en regelgeving, bijvoorbeeld de Wet IKK. Daarnaast is er meer aandacht voor online communicatie en sociale media en is het materiaal ingericht op het breder inzetbaar zijn van de pedagogisch medewerker in de toekomst. Traject sluit daarop aan met actueel en vernieuwend materiaal dat is ontwikkeld in samenwerking met docenten en experts uit het werkveld. Bovendien is Traject flexibel inzetbaar, zodat het altijd past bij de manier waarop de opleiding het onderwijs vormgeeft. Het materiaal is modulair opgebouwd en het is mogelijk de modules te arrangeren. Er kan op verschillende manieren met de methode worden gewerkt: blended, een combi van boeken en digitaal of volledig digitaal of met maatwerkboeken.

Pedagogisch klimaat

Traject bevat onder andere de volgende elementen: De theorie bevat alle benodigde basiskennis en achtergrondinformatie bij de betreffende werkprocessen. De praktijkvoorbeelden die de theorie ondersteunen, zorgen voor een verbinding met de beroepspraktijk. De praktijksituaties zijn realistische beschrijvingen van situaties uit de beroepspraktijk, inclusief opdrachten gekoppeld aan houdingsaspecten, vaardigheden en kenniselementen. De beroepsvaardigheden bevatten opdrachten voor het stapsgewijs aanleren van instrumenteeltechnische, communicatieve, verzorgende en sociaal-agogische vaardigheden. Traject biedt hiervoor verschillende opdrachten: - Oriëntatieopdrachten om voorkennis te activeren; - Verwerkingsopdrachten die bestaan uit verschillende vraagtypen om de kennis en vaardigheden te begrijpen en toe te passen; - Casuïstiekopdrachten om op basis van een praktijksituatie de kennis en vaardigheden toe te passen en te analyseren; - Moduleopdrachten als activerende en motiverende opdrachten op de module; - Vaardigheden die oefenopdrachten en BPV-opdrachten bevatten; - Toetsen Het aanbod van Traject bestaat in grote lijnen uit: - theorieboeken inclusief een licentie voor de online leeromgeving met een heldere en gestructureerde uitleg over de benodigde vakkennis, verduidelijkt met veel praktijkvoorbeelden; - maatwerkboeken die door de opleider worden samengesteld door een selectie te maken uit het brede aanbod van modules voor de betreffende opleiding; - een online leeromgeving met theorie, verwerkingsopdrachten, toepassingsopdrachten, zelftoetsen en evaluatie- en reflectievragen bij iedere module. Daarnaast bevat de online leeromgeving ondersteunend materiaal voor de docent, zoals toetsen bij iedere module. Wil je weten welke materialen er nog meer beschikbaar zijn bij Traject? Kijk dan op https://www.thiememeulenhoff.nl/mbo/welzijn/traject

Auteurs: M.C. Baseler Eindredactie: R.F.M. van Midde

Untitled-1 28 MBO_Traject_PW_PedagogischKlimaat_DRUK.indd All Pages

26/05/2021 13:12


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Traject Welzijn Pedagogisch Klimaat by ThiemeMeulenhoff - Issuu