CE
Vmbo-b Werkboek De Geo Werkboek 4 Vmbo-b
SE
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit
CE
CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water
www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 237955
237955_OMSL.indd 1
4/03/20 09:55
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
Werkboek
vmbo-b
Auteurs Freek Jutte, Katie Oost, Theo Peenstra en Michael van Veen Eindredactie Daphne Ariaens en Theo Peenstra
237955_BNWRK BOEK.indb 1
4/03/20 09:49
2
Methodeoverzicht
Methodeoverzicht
SE Leerstof voor het schoolexamen 978 90 06 23789 4 De Geo online + boek 3 vmbo-b SE 978 90 06 23792 4 De Geo online 3 vmbo-b SE 978 90 06 23797 9 De Geo online + boek 3 vmbo-kgt SE 978 90 06 23800 6 De Geo online 3 vmbo-kgt SE
CE Leerstof voor het centraal examen 978 90 06 23793 1 De Geo online + boek 4 vmbo-b CE 978 90 06 23796 2 De Geo online 4 vmbo-b CE 978 90 06 23801 3 De Geo online + boek 4 vmbo-kgt CE 978 90 06 23804 4 De Geo online 4 vmbo-kgt CE
Colofon
Beste leerling, Dit boek van De Geo gebruik je samen met de digitale leeromgeving in de les. Dit boek is van jou persoonlijk, dus je mag er aantekeningen in maken. Na dit schooljaar is het boek van jou. Dat is makkelijk als je volgend jaar iets wilt opzoeken, of iets moet leren voor een toets of je eindexamen. Wij wensen je veel succes en plezier met het vak aardrijkskunde. Team De Geo
Colofon Vormgeving en opmaak HollandseWerken / Marc Freriks, Zwolle Cartografisch tekenwerk en grafieken EMK, www.emk.nl Fotoresearch FotoLineair, Arnhem Bureauredactie Op-schrift / Wilma de Hoog, Enschede la
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 23795 5 Vierde druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
237955_BNWRK BOEK.indb 2
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
4/03/20 09:49
3
Inhoud
Inhoud
CE
Thema en inhoud
Weer en klimaat
Bevolking en ruimte Water
1
3
1.1 1.2 1.3 1.4
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Het weer en klimaat in Nederland Weer of klimaat? De zon als motor: temperatuur Luchtdruk, wind, wolken en neerslag Bronnen Finish Examentraining Weer en klimaat in Europa en de VS Klimaten in Europa Het klimaat en het weer in de Verenigde Staten Bronnen Landbouw in de Verenigde Staten Finish Examentraining
Ruimte voor aantekeningen Bronvermelding
237955_BNWRK BOEK.indb 3
4 7 10 15 18 21
3.1 3.2 3.3 3.4
4 22 25 29 32
4.1 4.2 4.3 4.4
Bevolking en ruimte in Nederland Bevolkingsgroei in Nederland Regionale verschillen De verstedelijking van Nederland Bronnen Finish Examentraining Bevolking en ruimte in China Bevolking in China Migratie in China Wonen in de stad Bronnen Finish Examentraining
5 40 44 48 52 56 59
5.1 Een land in de delta 84 5.2 Waterwinning en 89 watergebruik 5.3 Oplossingen voor te veel 94 water in Nederland Bronnen 97 5.4 Finish 100 Examentraining 103
6 62 66 70 74 78 81
36 38
Water in Nederland
6.1 6.2 6.3 6.4
Water in het Midden-Oosten Het Midden-Oosten Water delen met de buren Watertekorten en oplossingen Bronnen Finish Examentraining
104 108 111 116 121 124
126 128
4/03/20 09:49
4
Weer en klimaat
1
Hoe werken het weer en het klimaat in Nederland?
Weer of klimaat?
Deelvraag 1
Het weer en het klimaat in Nederland
Het weer en het klimaat in Nederland
Hoofdvraag
1.1
1
Wat is het verband tussen het weer en het klimaat?
Bekijk de startfoto van dit thema, de openingsfoto van dit hoofdstuk en alle figuren in paragraaf 1.1.
a Beschrijf het weer bij jou vandaag. Noem daarbij de weerelementen: temperatuur, wind, bewolking, neerslag en luchtdruk.
b Bekijk op Buienradar.nl de weersvoorspelling voor jouw woonplaats op dit moment. Noteer een verschil en een overeenkomst tussen de voorspelling van Buienradar en die van het NOS Journaal. -
Verschil:
-
Overeenkomst:
c Waarom past het woord ‘wisselvallig’ uit de tekst bij de vergelijking in vraag 2b? Leg je antwoord uit met een voorbeeld. b Welke onderdelen van jouw beschrijving van het weer in vraag 1a herken je in de foto’s en figuren?
3
Lees Weer en bekijk figuur 1.
a Bekijk de kaart van Nederland van 18 januari. In welk deel van Nederland is de meeste bewolking: in de oostelijke of de westelijke helft? Leg uit hoe je dat ziet op de kaart. 2
Lees Weer.
a Bekijk op npostart.nl het weerbericht in het NOS Journaal van 20.00 uur van gisteren. Welke weerelementen komen in dit weerbericht voor? b Lees W1. Op welke dag en in welke provincie verwacht je de hoogste zonkracht? Leg uit hoe je dat uit figuur 1 kunt afleiden.
237955_BNWRK BOEK.indb 4
4/03/20 09:49
1.1
c Wanneer is de zonkracht in Nederland het grootst? In de lente / zomer / herfst / winter bij
-
weer. d Welke foto uit hoofdstuk 1 past bij de weersituatie van 18 januari? Leg je antwoord uit.
5
Weer of klimaat?
-
De warmste maand is:
.
Gemiddelde temperatuur is dan:
.
Totale hoeveelheid neerslag in een jaar: .
ongeveer c Komt dit overeen met wat je in het filmpje hebt gezien? (Let op: in het filmpje wordt de neerslag in cm genoemd, in figuur 3 in mm!) W1
Zonkracht.
Ja / Nee,
UV-index
Zonkracht
Huid verbrandt
1-2
vrijwel geen
niet
3-4
zwak
bijna niet
5-6
matig
gemakkelijk
7-8
sterk
snel
9-11
zeer sterk
zeer snel
5
De zon straalt licht uit, dat kun je zien. Daarnaast straalt de zon ultraviolette straling uit. Veel uv-straling is schadelijk, want je kunt ervan verbranden als je je huid niet bedekt of met zonnebrandcrème beschermt. Je kunt er zelfs huidkanker door krijgen. Daarom wordt in een weerbericht vaak ook de zonkracht of uv-index genoemd. Als het erg bewolkt is, is de zonkracht kleiner dan bij een wolkeloze hemel.
4
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Land en zee, over temperatuurverschillen op het land en in zee. Leg uit waarom water langzamer opwarmt dan land en ook langzamer afkoelt.
Lees Klimaat en gebruik figuur 3.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Weer en klimaat in Nederland. Noteer een verschil en een overeenkomst tussen het weer en het klimaat. -
Verschil:
-
Overeenkomst:
b Leg met behulp van figuur 4 en je antwoord op vraag 5a uit hoe de zee kan zorgen voor een koele wind in de zomer en een warme wind in de winter.
b Nederland heeft een gematigd zeeklimaat. Bekijk figuur 3. Wat is de gemiddelde temperatuur in de koudste en in de warmste maand? En wat is de totale hoeveelheid neerslag in een jaar? -
Lees Klimaatfactoren en gebruik figuur 4. Gebruik vaardigheid 2 De atlas gebruiken.
De koudste maand is:
.
Gemiddelde temperatuur is dan:
.
237955_BNWRK BOEK.indb 5
c Zoek en bekijk de atlaskaart over klimaatgebieden en zeestromen op aarde. Hoe heet de warme zeestroom die warm water en warme, vochtige lucht naar Europa brengt?
4/03/20 09:49
6
1
Weer en klimaat
W2
Het weer en het klimaat in Nederland
500
1.000 km
0
juli
5˚
0
januari
C
Gemiddelde temperatuur in Europa in januari en juli. 500
1.000 km
10
5 ˚C
˚C
˚C
an
At la
−10
˚C
an ce a
10
˚C 10
˚C
˚C
n
eO ch tis
15 ˚C 0˚
20 ˚C
C
.Amsterdam
˚C
15
20 ˚C
20 ˚C
20 ˚C
C
20
5˚ C
10
−5
25 ˚C
C
0˚
˚C 20 ˚C
100 m
25 ˚C
5˚
C 25 ˚C
˚C
.Rome
20
.Rome
100 m
5˚ C
˚C
−5 ˚C
0 ˚C
˚C
5 ˚C
10 ˚C
5˚
15 ˚C
˚C
−5
˚C
5 ˚C
20
15
10 −5 ˚C 0˚ C
179 m
˚C
179 m
5 ˚C
.Kiev
0m
−5 ˚C
25 ˚C
.Kiev
0m
30 ˚C
10 ˚C
25
˚C
30 ˚C
.Amsterdam
˚C
Atla ntis ch eO c
C
˚C
ea
−5
5˚
−15 ˚C
15
0 ˚C
10
˚C
−10
temperatuur in °C −20 - −5
6
−5 - 0
0-5
5 - 10
10 - 20
Lees Klimaatfactoren.
a Kleur W2 volgens de legenda. b Gebruik W2 en de atlaskaart over het klimaat en de neerslag in Europa. - Amsterdam heeft een heel ander klimaat dan Kiev. Welke klimaatfactoren zorgen hiervoor? de breedteligging / de hoogteligging / de gesteldheid van het aardoppervlak / de afstand tot een zee / de aanvoer van warmte, koude of vochtigheid van elders, door wereldwijde wind- en oceaanstromingen. - Amsterdam heeft een heel ander klimaat dan Rome. Welke klimaatfactoren zorgen hiervoor? de breedteligging / de hoogteligging / de gesteldheid van het aardoppervlak / de afstand tot een zee / de aanvoer van warmte, koude of vochtigheid van elders, door wereldwijde wind- en oceaanstromingen.
Herhaling 7
20 - 35
Noteer bij elk begrip de betekenis. Controleer de betekenissen met de begrippenlijst aan het eind van dit hoofdstuk. Oefen de begrippen en de betekenissen met een klasgenoot, overhoor elkaar. b Bekijk de leerdoelen in de Finish en scoor hoeveel je ervan weet.
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: breedteligging, gesteldheid van het aardoppervlak, hoogteligging, klimaat, klimaatfactor, weer. Op blz. 28 in je leerboek vind je de ( definities.) • Je kent de leerdoelen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je beheerst de volgende vaardigheid: 2 De atlas gebruiken.
Check jezelf.
Check of je genoeg weet om de deelvraag te beantwoorden: Wat is het verband tussen het weer en het klimaat? a Maak een woordweb of schema waarin alle begrippen van deze paragraaf voorkomen: weer, klimaat, klimaatfactor, breedteligging, hoogteligging, gesteldheid van het aardoppervlak.
237955_BNWRK BOEK.indb 6
4/03/20 09:49
1.2
7
De zon als motor: temperatuur
1.2 De zon als motor: temperatuur Deelvraag
1
Hoe hebben breedteligging, hoogteligging en ligging aan zee invloed op de gemiddelde temperatuur? 3
Bekijk de figuren en tussenkopjes in deze paragraaf.
a Hoe warm denk jij dat het (ongeveer) is op de figuren 5, 7 en 8? Figuur 5:
, figuur 7:
figuur 8:
.
,
b Bespreek je antwoorden met een klasgenoot. Pas je antwoorden aan als je klasgenoot een betere reden heeft. c Welke klimaatfactor uit paragraaf 1.1 herken je in de tussenkopjes?
Lees Breedteligging en zoninvalshoek.
a Lees de volgende zinnen. Zet de nummers 1 t/m 4 van de zinnen op de juiste plek in W3. 1 Het aardoppervlak neemt de zonnestralen op en warmt op. 2 De zon straalt warmte uit. 3 De temperatuur van de lucht neemt tot ongeveer 10 km hoogte af. 4 Het aardoppervlak geeft warmte af aan de lucht erboven. b Wat is de temperatuur op 1.000 m boven het aardoppervlak?
°C °C
En op 2.000 m boven het aardoppervlak?
a Bekijk figuur 5. Wereldwijd wordt de temperatuur van de lucht aan het aardoppervlak op dezelfde manier gemeten. - Waarom is het kastje met de thermometer aan de zijkanten open?
W3
De opwarming van de aarde en de lucht.
11.000 10.000
-
Waarom is het kastje met de thermometer wit?
9.000 7.000
b De thermometer in een weerkast meet altijd de minimum- en de maximumtemperatuur op een dag. Waarom is dat zo? De laagste temperatuur ’s nachts en de hoogste temperatuur overdag zijn nodig voor het berekenen van
237955_BNWRK BOEK.indb 7
aal
5.000
estr
6.000
zonn
8.000
Mount Everest 8.848 m
4.000
–56,5 –50 –43,5 –37 –30,5 –24 –17,5 –11
3.000 2.000
temperatuur in °C
Lees Temperatuur.
hoogte in m
2
c Hoe komt het dat het op 10 km hoogte veel kouder is dan vlak bij de grond?
warmte
–4,5 +2
1.000
+8,5
0
+15
over langere tijd.
4/03/20 09:49
8
1
Weer en klimaat
4
Lees nog eens Breedteligging en zoninvalshoek en gebruik figuur 6.
a De twee bundels invallende zonnestralen in W4 zijn even groot: 10 m2. Van welke bundel is de zoninvalshoek het grootst? Van bundel 1 / 2. b Tel de vierkantjes waarop beide bundels terechtkomen. Welke bundel invallende zonnestralen verwarmt het grootste oppervlak? Bundel 1 / 2. c Bij welke bundel wordt het oppervlak het warmst en hoe komt dat? Bij bundel 1 / 2, want
d Bij welke letter in figuur 6 past bundel 1, en bij welke letter past bundel 2? - Bij de letter A in figuur 6 past bundel 1 / 2. - Bij de letter B in figuur 6 past bundel 1 / 2. e Vul de ontbrekende woorden in. Dicht bij de noordpool en de zuidpool is de zoninvalshoek groter / kleiner dan bij de evenaar. Bij de evenaar verwarmt de zon een groter / kleiner oppervlak dan bij de polen. Daardoor is het bij de polen gemiddeld kouder /warmer dan bij de evenaar. W4
Het weer en het klimaat in Nederland
b Welke baan van de zon in W5 hoort bij de winter en welke bij de zomer in Nederland? Schrijf winter en zomer op de juiste plek in de legenda. c Leg je keuze uit en gebruik in je antwoord de lengte van de dag en de lengte van de nacht.
d In welk seizoen staat de zon het laagst aan de hemel in Nederland?
e Waar op aarde zijn er eigenlijk geen seizoenen?
W5
70
De baan van de zon aan de hemel, in de winter en in de zomer in Nederland.
in graden
60 50
Het verband tussen de zoninvalshoek en de hoeveelheid zonnestralen per m2 aardoppervlak.
40 30
10
20
m
1
zoninvalshoek 90°
10 m
10
2
a inv
zon
ek
o lsh
°
20
0
4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 uur wintertijd 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 uur zomertijd ............................................................................................ ............................................................................................
5
Lees Seizoenen.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Dag en nacht – Waarom is het ’s winters langer donker? Volgens dit filmpje staat de zon in Antarctica (de zuidpool) in december laag aan de hemel. Je ziet de zon dan vlak boven de horizon. Hoe ziet het er op dat moment aan de noordpool uit?
237955_BNWRK BOEK.indb 8
6
Lees nog eens Seizoenen en gebruik figuur 6. Gebruik vaardigheid 9 Verbanden leggen.
a Kijk nog eens naar opdracht 4. Wanneer is in Nederland de zoninvalshoek midden op de dag het grootst: in de winter of in de zomer? Leg je antwoord uit.
4/03/20 09:49
1.2
b Leg uit waarom de gemiddelde temperatuur in Nederland in de zomer hoger is dan die in de winter.
c Nederland ligt op 53° N.B. Noteer bij elke datum: het seizoen, en de lengte van de dag en de nacht. datum
seizoen
lengte dag en nacht
21 maart 21 juni 21 september
9
De zon als motor: temperatuur
e In de bergen is het altijd kouder dan op zeeniveau. Als het op zeeniveau 15 °C is, hoe hoog is dan de temperatuur op de Mount Everest (8.848 m)? Laat zien hoe je antwoord gekomen bent.
Herhaling 8
Bedenk zelf vragen.
Check of je genoeg weet om de deelvraag te beantwoorden: Hoe hebben breedteligging, hoogteligging en ligging aan zee invloed op de gemiddelde temperatuur? a Bedenk over elk deelonderwerp een vraag.
21 december
-
Breedteligging Vraag:
7
Lees Andere invloeden op de gemiddelde temperatuur.
a Bekijk W2 op blz. 6 nog eens. Noem drie landen waar in januari de lijn van 0 °C doorheen loopt.
Antwoord: -
Hoogteligging Vraag:
b Welke klimaatfactor hebben die landen gemeenschappelijk?
Antwoord: -
Ligging aan zee Vraag:
c Nederland heeft een gematigd klimaat. Leg uit waarom de zee hier een matigende werking op de gemiddelde temperatuur heeft, maar bij de evenaar niet.
d Bekijk op schooltv.nl het filmpje Zeestromen en wind – Ze beïnvloeden de temperatuur. Hoe komt het dat het in Nederland in de winter veel warmer is dan in Duitsland en Polen?
237955_BNWRK BOEK.indb 9
Antwoord: b Wissel je vragen uit met een klasgenoot en beantwoord elkaars vragen. c Bekijk de leerdoelen in de Finish en scoor hoeveel je ervan weet.
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je hebt in deze paragraaf geen nieuwe begrippen geleerd. • Je kunt de leerdoelen behalen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je beheerst de volgende vaardigheid: 9 Verbanden leggen.
4/03/20 09:49
10
1
Weer en klimaat
Het weer en het klimaat in Nederland
1.3 Luchtdruk, wind, wolken en neerslag Deelvragen
1
- Hoe ontstaat wind? - Hoe ontstaat neerslag?
Bekijk de figuren en tussenkopjes in deze paragraaf.
a Welke vier weerelementen uit paragraaf 1.1 komen in deze paragraaf aan de orde? .
1 Hierbij past: figuur
. .
2 Hierbij past: figuur
. .
3 Hierbij past: figuur
. .
4 Hierbij past: figuur
b De gemiddelde luchtdruk op zeeniveau is ongeveer 1015 hPa. Teken in W6 de lijn van 1015 hPa als een dikke zwarte lijn. Kleur het gebied met een hogere luchtdruk dan 1015 hPa rood, en het gebied met een lagere luchtdruk dan 1015 hPa blauw. c Zet op de plekken waar de luchtdruk het laagste is een L en op de plekken waar de luchtdruk het hoogste is een H. d Bekijk figuur 10 goed en teken in W6 de windrichting met pijlen. e Wat voor weer is het in de gebieden met lage druk en wat voor weer in de gebieden met hoge druk? Kies uit: bewolkt, buien, droog, onbewolkt, regen, winderig, windstil, zonnig. -
In lagedrukgebieden is het:
-
In hogedrukgebieden is het:
.
b Zoek een weerbericht voor vandaag en noteer voor elk weerelement uit vraag a de verwachting. 1
W6
2
Luchtdruk in Europa op een bepaalde dag. 990
00 011 10.
10 10
3
0
100
1015
0 99 00 10
1020
1010 1020
0 98
4
0
10 30
10 30
1015
10 20
Berlijn
00 10 10 10
Rome
10 15
10 10 10 20
a Wat laten de lijnen in figuur 9 zien?
1020
Lees Luchtdruk en wind en gebruik figuur 9 en 10.
10 15
2
1000
980 990
10 10
103
15 10
0
237955_BNWRK BOEK.indb 10
500
Cairo 1.000 km
4/03/20 09:49
1.3
3
5
Lees Luchtdruk en wind.
a Lees de volgende zinnen. Schrijf de nummers 1, 2 en 3 van de zinnen op de juiste plek in W7. 1 Aan het aardoppervlak ontstaat een lagedrukgebied. 2 Warme en koude lucht mengen niet makkelijk met elkaar, en warme lucht is lichter dan koude lucht. Daardoor beweegt de warme lucht omhoog over de koude lucht. 3 Koude lucht komt in een gebied met warme lucht. b Hoe ontstaat een lagedrukgebied? Noteer de cijfers van de gebeurtenissen in vraag 3a in de juiste volgorde.
11
Luchtdruk, wind, wolken en neerslag
Lees Windsnelheid en windrichting.
Een andere benaming voor een wind heeft te maken met het oppervlak waarover deze waait. - Als een wind over zee naar land waait, noem je het een zeewind of aanlandige wind. - Waait de wind over land naar zee, dan noem je het een landwind of aflandige wind. Verklaar het ontstaan van de winden in W9 door de juiste woorden in te vullen. W9
Landwind en zeewind gedurende dag en nacht in de zomer in een kustgebied.
overdag
1 km
W7
Het ontstaan van een lagedrukgebied bij het botsen van warme en koude lucht.
zeewin
d
warm land heet landoppervlak
koel water 50 km
A
B
L
nacht
1 km
bewegingsrichting
landwin
d
4
koud land heet landoppervlak
Lees Windsnelheid en windrichting.
warm water 50 km
a De overheersende windrichting in Nederland is zuidwestelijk. Teken die windrichting in W8. b Gebruik de atlaskaart over windsnelheid in Nederland. Waar in Nederland is de gemiddelde windsnelheid het hoogst?
Overdag wordt het land
dan de zee.
Boven het land zal lucht
en aan het
aardoppervlak ontstaat zo een Vanuit de omgeving, dus ook vanuit zee, stroomt lucht hiernaartoe: ’s Nachts wordt het land
c Verklaar hoe dit komt.
.
Dan zal er boven zee lucht waardoor boven zee een
. dan de zee. , ontstaat.
Dan stroomt vanaf het land lucht hiernaartoe: W8
Windroos.
O N
W
W NN
N
NN O
. N
WN
O
ON
W
O
W
OZ
W
WZ
O
237955_BNWRK BOEK.indb 11
Z
ZZO
ZZW
ZW
ZO
4/03/20 09:49
12
Weer en klimaat
6
Het weer en het klimaat in Nederland
7
Lees Het ontstaan van wolken en neerslag en bekijk figuur 12.
a Welke vormen van neerslag ken jij?
b Zoek van elke vorm van neerslag die je kent een afbeelding, bijvoorbeeld op internet. Print ze en plak ze op in W10. Zet erbij welke vorm het is. c Hoe ontstaat neerslag? Kies steeds het juiste woord. In de lucht om ons heen zit altijd waterdamp. De meeste waterdamp zit in koude / warme lucht. Als de lucht afkoelt / opwarmt, gaat de waterdamp condenseren. Dan ontstaan kleine waterdruppels die wij zien als mist / wolken. Als de waterdruppels heel groot / warm worden, gaat het regenen, sneeuwen of hagelen. Dat noem je neerslag / verdamping. W10
1
Lees nog eens Het ontstaan van wolken en neerslag.
Bekijk op schooltv.nl het filmpje Neerslag – Hoe ontstaat regen, hagel en sneeuw? vanaf 0:38 minuten. Dit filmpje geeft meer informatie dan de tekst. Vul bij elk onderwerp aan wat je weet na het bekijken van het filmpje. - Bij het afkoelen van de lucht gaat waterdamp condenseren. Voor de vorming van waterdruppels is ook nodig:
-
Sneeuw ontstaat:
-
Hagel ontstaat:
Vormen van neerslag.
237955_BNWRK BOEK.indb 12
4/03/20 09:49
1.3
W11
13
Luchtdruk, wind, wolken en neerslag
Soorten neerslag.
loefzijde Als het aardoppervlak opwarmt door de zonnestralen, wordt de lucht ook warm. De warme lucht stijgt op en tijdens het opstijgen koelt de lucht af. Als er genoeg vocht in zit, ontstaan er wolken en kan er neerslag gaan vallen. Dit gebeurt bijvoorbeeld op een zomerse dag boven een grote zandvlakte als de Drunense Duinen.
lijzijde lucht daalt en warmt op
stuwingsneerslag
waterdruppels in wolken verdampen
vochtige lucht stijgt op en koelt af
Als warme en koude lucht elkaar tegenkomen, mengen ze niet. Maar de warme lucht beweegt over de koude lucht omhoog. De warme, opstijgende lucht koelt af en hierdoor kunnen wolken ontstaan, waaruit neerslag kan vallen. Dit gebeurt bijvoorbeeld als de zuidwestenwind warme lucht aanvoert, die botst met de koude lucht boven Nederland.
droog, regenschaduw
wolk ontstaat door condensatie
warme lucht stijgt op
L zonnestralen warmen aardoppervlak op
Bij een gebergte komt de wind vaak van één kant. Daar wordt de lucht omhoog gestuwd. Hier koelt de lucht af, kunnen zich wolken vormen en kan neerslag vallen.
koude lucht
warme lucht
L bewegingsrichting
8
Lees nog eens Het ontstaan van wolken en neerslag.
Als lucht omhoog beweegt, koelt hij af. Overal waar (warme) lucht opstijgt en afkoelt, kunnen dus wolken en neerslag ontstaan. Lees de beschrijvingen in W11 en bekijk de afbeeldingen. Trek lijnen tussen de beschrijving en de juiste afbeelding.
237955_BNWRK BOEK.indb 13
9
Lees Waterkringloop.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Neerslag – Hoe ontstaat regen, hagel en sneeuw? van 0:00 tot 0:38 minuten. Waarom is water zo belangrijk voor het leven op aarde?
4/03/20 09:49
14
Weer en klimaat
b Lees de tekst in W12 en noteer bij de nummers in de afbeelding de juiste woorden. Kies uit: bevriezen, condensatie, neerslag, smelten, verdamping. 1= 2= 3= 4= c Noem twee manieren waarop de neerslag die op het land valt weer terug gaat naar de oceaan. 1: 2:
W12
De waterkringloop
1
Het weer en het klimaat in Nederland
Herhaling 10
Leren met nieuws.
a Zoek op internet of in een krant één of twee berichten over het weer in Nederland. Lees de berichten door. Onderstreep alle woorden en zinnen die je herkent uit deze paragraaf. Geef met groen aan wat je makkelijk vindt in de tekst, en met oranje wat je moeilijk vindt. b Wissel één tekst uit met een klasgenoot. Bekijk of jij dezelfde dingen makkelijk en moeilijk vindt. Geef je klasgenoot uitleg over de dingen die jij snapt. c Zoek de dingen die jullie allebei moeilijk vinden op in de paragrafen 1.1 tot en met 1.3. Lees de informatie nog eens. d Bekijk de leerdoelen in de Finish en scoor hoeveel je ervan weet.
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je kent de volgende begrippen: neerslag, Op blz. 28 in je leerboek vind je de wind. ( definities.) • Je kent de leerdoelen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je beheerst de volgende vaardigheid: 2 De atlas gebruiken.
Water komt op aarde in drie toestanden (fasen) voor: vast (ijs, sneeuw), vloeibaar (water) en gas (waterdamp). Deze drie fasen wisselen elkaar voortdurend af. Als water ijs wordt, spreek je van bevriezen, en andersom van smelten. Als water waterdamp wordt, spreek je van verdampen en andersom van condenseren.
3 2
4
3
1 5
1 1
oceaan r
te
wa
d on
gr
237955_BNWRK BOEK.indb 14
4/03/20 09:49
1.4
1.4 Bronnen Deelvraag 1
Bronnen: Weer en klimaat in Nederland
15
Weer en klimaat in Nederland
Hoe verandert het klimaat en wat betekent dat voor Nederland?
Bekijk de titels van de bronnen en de figuren.
b Wat is een voordeel van een hittegolf en wat is een nadeel?
a Weet je nog wat het verschil is tussen het weer en het klimaat? Leg het in je eigen woorden uit.
-
Voordeel:
.
-
Nadeel:
.
c Wat gebruiken veel mensen om tijdens een hittegolf in huis een prettige temperatuur te houden?
b Welke voorbeelden van extreem weer zien je in de bronnen en de figuren?
d Wat is een nadeel van het gebruik van apparaten om tijdens een hittegolf in huis een prettige temperatuur te houden?
c Wat is eigenlijk extreem weer?
3
Gebruik bron 4 en 5. Gebruik vaardigheid 9 Verbanden leggen.
a Wat is het verband tussen bron 4 en bron 5? 2
Gebruik bron 1.
a Een hittegolf kan regionaal of landelijk zijn. Wanneer was er voor het laatst een hittegolf in het gebied waar jij woont en wanneer een landelijke hittegolf? Noteer ook wat de hoogste temperatuur was. -
-
.
Regionale hittegolf: Hoogste temperatuur:
. .
Landelijke hittegolf: Hoogste temperatuur:
237955_BNWRK BOEK.indb 15
b Waarom werd de waarschuwing uit bron 5 gegeven?
.
4/03/20 09:49
16
Weer en klimaat
4
Gebruik bron 6.
Door extreem weer, zoals hittegolven, komt in Nederland ook droogte voor. De jaren 2018 en 2019 waren erg droog. a Zoek op de website Rijkswaterstaat.nl naar het onderwerp ‘droogte en watertekort’. Noteer de gevolgen van droogte voor: -
1
Het weer en het klimaat in Nederland
5
Gebruik bron 3.
Extreem weer is een signaal dat het klimaat verandert. a Snap jij waarom volgens bron 3 vooral jongeren gingen demonstreren tegen de klimaatverandering?
de natuur: b Vind jij een demonstratie een goede manier om iets te doen aan de klimaatverandering? Leg uit waarom of waarom niet. Ja / Nee, want
-
de drinkwatervoorziening:
c Hoe kun je volgens jou ook iets doen aan de klimaatverandering? -
de landbouw:
-
de recreatie:
6
b Met welke gevolgen van droogte heb jij wel eens te maken gehad?
Gebruik bron 2 en 3.
a Zoek op wanneer de laatste klimaatconferentie is gehouden.
b Welke belangrijke afspraken zijn daar voor Nederland gemaakt?
c Op welke manier kan Nederland die afspraken nakomen?
d Vind jij die afspraken goed genoeg? Ja / Nee, want
237955_BNWRK BOEK.indb 16
4/03/20 09:49
1.4
7
Gebruik bron 7.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Ons klimaat ... verandert, vanaf 02:31 tot 05:17 minuten. Noem twee gevolgen van de klimaatverandering voor Nederland die je in het filmpje hoort.
17
Bronnen: Weer en klimaat in Nederland
c Bekijk op schooltv.nl het filmpje Ons klimaat ... verandert, vanaf 08:10 tot 09:33 minuten. Ben jij bang voor wat er in Nederland kan gebeuren als de zeespiegel stijgt? Leg je antwoord uit. Ja / Nee, want
1 2 b Komen die gevolgen overeen met wat je in bron 7 gelezen hebt? Als je antwoord ‘nee’ is, leg dan uit wat er anders is. Ja / Nee, namelijk
8
-
Die CO2 ontstaat door
-
Door de CO2
237955_BNWRK BOEK.indb 17
,
omdat
b Bekijk op schooltv.nl het filmpje Ons klimaat ... verandert, vanaf 06:45 tot 08:09 minuten. Beschrijf de rol van CO2 bij het versterkte broeikaseffect door de zinnen aan te vullen.
in de dampkring.
Bekijk je antwoorden op de opdrachten in deze paragraaf nog eens.
Ik vind
Gebruik bron 7.
Er komt
9
a Geef jouw mening over de klimaatverandering in Nederland. Geef minstens één argument voor je mening.
a Bekijk op schooltv.nl het filmpje Ons klimaat ... verandert, vanaf 05:18 tot 06:44 minuten. Beschrijf het broeikaseffect en gebruik daarbij de volgende woorden: aarde, broeikasgassen, dampkring, temperatuur, zon.
-
Herhaling
CO2
b Bespreek jouw mening en argument met een klasgenoot. Beantwoord de volgende vragen. - Zijn jullie het met elkaar eens of niet? Ja / Nee. - Wie van jullie heeft het beste argument? Ik / Mijn klasgenoot. - Stel je je mening bij nu je het argument van je klasgenoot gehoord hebt? Ja / Nee. c Bekijk de leerdoelen in de Finish en scoor hoeveel je ervan weet.
Wat moet je kennen en kunnen? • Je kunt antwoord geven op de deelvraag. • Je hebt geen nieuwe begrippen geleerd. • Je kent de leerdoelen die je vindt in het overzicht bij de Finish. • Je beheerst de volgende vaardigheid: 9 Verbanden leggen.
4/03/20 09:49
18
Weer en klimaat
1
Het weer en het klimaat in Nederland
Finish Hoofdvraag
Hoe werken het weer en het klimaat in Nederland?
Slotopdracht 1 In dit hoofdstuk heb je geleerd over: - het weer en de weerelementen; - het verschil tussen het weer en het klimaat; - de klimaatfactoren; - de temperatuur; - de invalshoek van de zonnestralen op de aarde; - de seizoenen; - luchtdruk en wind; - windsnelheid en windrichting; - wolken en neerslag; - de waterkringloop; - extreem weer en klimaatverandering. Je hebt nieuwe begrippen geleerd en je hebt geoefend met verschillende voorbeelden. Hier oefen je nog een keer. a Zijn de volgende stellingen juist of onjuist? Licht je antwoord kort toe. 1 De temperatuur is een van de weerelementen.
5 Warme lucht gaat omhoog en daardoor neemt de luchtdruk aan het aardoppervlak af. Juist / Onjuist, want
6 Als lucht omhoog gaat, koelt hij af. De waterdamp condenseert dan tot druppels en het gaat regenen. Juist / Onjuist, want
7 De wereldwijde klimaatverandering komt door het versterkte broeikaseffect. Juist / Onjuist, want
Juist / Onjuist, want
2 Water warmt sneller op en koelt ook sneller af dan land.
8 In Nederland hebben we geen last van droogte, alleen van wateroverlast. Juist / Onjuist, want
Juist / Onjuist, want
3 Dicht bij de evenaar verwarmt een bundel zonnestralen een groter gebied dan dicht bij de polen.
b Bedenk zelf nog twee stellingen en leg die voor aan een medeleerling. 1
Juist / Onjuist, want 2 4 In kustgebieden zorgt wind van zee in de zomer voor verkoeling, omdat de lucht boven het water kouder is dan de lucht boven het land. Juist / Onjuist, want
237955_BNWRK BOEK.indb 18
4/03/20 09:49
1
19
Finish
Slotopdracht 2 a Bekijk het leerdoelenoverzicht nog eens. b Na elke paragraaf heb je gescoord hoeveel je van elk leerdoel weet. Kleur de leerdoelen die je nog niet goed kent. Zoek in de bijbehorende paragraaf de stof bij die leerdoelen nog een keer op. Schrijf dan in je eigen woorden op wat je ervan moet weten.
Leerdoelenoverzicht 1.1
Deelvraag: Wat is het verband tussen het weer en het klimaat? goed
niet goed
goed
niet goed
Ik ken vijf belangrijke weerelementen en herken deze in een weerbericht of op een weerkaart. Ik kan overeenkomsten en verschillen noemen tussen weer en klimaat. Ik kan een klimaatgrafiek aflezen. Ik kan vijf klimaatfactoren noemen en beschrijven. Ik kan van elke klimaatfactor uitleggen hoe deze de gemiddelde temperatuur en neerslag in een gebied beĂŻnvloedt. 1.2
Deelvraag: Hoe hebben breedteligging, hoogteligging en ligging aan zee invloed op de gemiddelde temperatuur?
Ik kan beschrijven hoe meteorologen de temperatuur meten en die weergeven op een kaart. Ik kan uitleggen waarom het in de atmosfeer kouder wordt als de hoogte toeneemt. Ik kan uitleggen waarom de gemiddelde temperatuur rond de evenaar (op lage breedte) hoger is dan op hogere breedte. Ik kan uitleggen uitleggen hoe de nabijheid van zee invloed heeft op de gemiddelde temperatuur in een gebied.
237955_BNWRK BOEK.indb 19
4/03/20 09:49
20 1.3
Weer en klimaat
1
Het weer en het klimaat in Nederland
Deelvragen: - Hoe ontstaat wind? - Hoe ontstaat neerslag? goed
niet goed
goed
niet goed
Ik kan op een weerkaart gebieden met hoge en lage luchtdruk aangeven, ten opzichte van de gemiddelde wereldwijde luchtdruk. Ik kan uitleggen hoe verschillen in luchtdruk ontstaan en hoe hierdoor wind gaat waaien. Ik kan de windrichting benoemen met behulp van een windroos. Ik kan uitleggen hoe wolken ontstaan als warme lucht opstijgt en hoe daaruit neerslag kan vallen. Ik ken drie vormen van neerslag. Ik kan in de waterkringloop de begrippen verdamping, condensatie, neerslag, bevriezen en smelten plaatsen. 1.4
Deelvraag: Hoe verandert het klimaat en wat betekent dat voor Nederland?
Ik kan enkele vormen van extreem weer in Nederland beschrijven. Ik kan enkele gevolgen van droogte in Nederland beschrijven. Ik kan uitleggen wat het versterkte broeikaseffect is en waardoor dit veroorzaakt wordt. Ik kan de gevolgen van klimaatverandering voor Nederland beschrijven.
Aantekeningen
237955_BNWRK BOEK.indb 20
4/03/20 09:49
1
21
Examentraining
Examentraining Voor elk vraagnummer staat hoeveel punten je krijgt voor een goed antwoord. 1p
2p
1 Gebruik de atlaskaart over neerslag in Europa en Europa - natuurkundig. In Noorwegen valt aan de kust in het zuidwesten veel meer neerslag dan in het binnenland bij de grens met Zweden. Ò Welke klimaatfactoren zorgen voor dit verschil? Kies de juiste factoren. A de breedteligging B de hoogteligging C de gesteldheid van het aardoppervlak D de afstand tot een zee of ander groot water E de aanvoer van warmte, koude of vochtigheid van elders, door wereldwijde wind- en oceaanstromingen
1p
3 Bekijk bron 1. Ò In bron 1 staan twee letters: A en B. Welk seizoen hoort bij elke letter? A = winter / zomer. B = winter / zomer.
1p
4 Bekijk bron 2. Ò Wat is de koude lucht en wat is de warme lucht in bron 2? A = koude / warme lucht. B = koude / warme lucht.
BRON 2
Het botsen van warme en koude lucht.
A
B
2 Bekijk bron 1. Ò Over bron 1 worden vier uitspraken gedaan. Zijn de uitspraken juist of onjuist? Juist
Uitspraak 1: Als de zon hoger aan de hemel staat, valt de straling rechter op het aardoppervlak. Uitspraak 2: Als de zon hoger aan de hemel staat, wordt er een grotere oppervlakte verwarmd. Uitspraak 3: Als de zon lager aan de hemel staat, valt de straling rechter op het ardoppervlak. Uitspraak 4: Als de zon lager aan de hemel staat, wordt er een grotere oppervlakte verwarmd. BRON 1
Invalshoeken van de zon in Nederland. A
ZON
1 m2 zonnestralen B
L
Onjuist
bewegingsrichting
1p
5 Bekijk bron 2. Ò Waarom kan het gaan regenen bij een botsing van warme en koude lucht? A Als koude lucht naar beneden gaat, warmt hij op. De waterdamp gaat over in waterdruppels en die vallen als regen. B Als warme lucht omhoog gaat, koelt hij af. De waterdamp gaat over in waterdruppels en die vallen als regen. C In koude lucht zit meer waterdamp. De koude lucht gaat naar beneden en laat daar de waterdamp los: regen. D In warme lucht zit meer waterdamp. De warme lucht gaat omhoog en laat daar de waterdamp los: regen.
1 m2 zonnestralen
ZON 62,5%
237955_BNWRK BOEK.indb 21
15,5%
4/03/20 09:49
CE
Vmbo-b Werkboek De Geo Werkboek 4 Vmbo-b
SE
Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo
Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit
CE
CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water
www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 237955
237955_OMSL.indd 1
4/03/20 09:55