Skip to main content

9789006237900_leerboek_3_vmbo_b_se_inkijkexemplaar

Page 1

SE

Vmbo-b Leerboek De Geo Leerboek 3 Vmbo-b

SE

Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo

Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit

SE

CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water

www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 237900

237900_OMSL.indd 1

5/06/19 09:57


Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo

Leerboek

vmbo-b

Auteurs Freek Jutte, Katie Oost, Theo Peenstra en Michael van Veen Eindredactie Daphne Ariaens en Theo Peenstra

237900_BOEK.indb 1

5/06/19 09:45


2

Methodeoverzicht

Methodeoverzicht

SE Leerstof voor het schoolexamen 978 90 06 23789 4 De Geo online + boek 3 vmbo-b SE 978 90 06 23792 4 De Geo online 3 vmbo-b SE 978 90 06 23797 9 De Geo online + boek 3 vmbo-kgt SE 978 90 06 23800 6 De Geo online 3 vmbo-kgt SE

CE Leerstof voor het centraal examen 978 90 06 23793 1 De Geo online + boek 4 vmbo-b CE 978 90 06 23796 2 De Geo online 4 vmbo-b CE 978 90 06 23801 3 De Geo online + boek 4 vmbo-kgt CE 978 90 06 23804 4 De Geo online 4 vmbo-kgt CE

Colofon

Beste leerling, Dit boek van De Geo gebruik je samen met de digitale leeromgeving in de les. Dit boek is van jou persoonlijk, dus je mag er aantekeningen in maken. Na dit schooljaar is het boek van jou. Dat is makkelijk als je volgend jaar iets wilt opzoeken, of iets moet leren voor een toets of je eindexamen. Wij wensen je veel succes en plezier met het vak aardrijkskunde. Team De Geo

Colofon Vormgeving en opmaak HollandseWerken / Marc Freriks, Zwolle Cartografisch tekenwerk en grafieken EMK, www.emk.nl Fotoresearch FotoLineair, Arnhem Bureauredactie Op-schrift / Wilma de Hoog, Enschede la

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 23790 0 Vierde druk, eerste oplage, 2019 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2019 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

237900_BOEK.indb 2

De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

5/06/19 09:45


3

Inhoud

Inhoud

SE

Thema en inhoud

Aan de leerling

Arm en rijk 1

Arm en rijk in Nederland

1.1 Arm en rijk in steden 1.2 Veranderingen in oude arbeiderswijken 1.3 Rijke steden, arm platteland

2 2.1 2.2 2.3 2.4

Arm en rijk in de Verenigde Staten Arm en rijk in Detroit Arme en rijke mensen in de Verenigde Staten Landbouw in de Verenigde Staten Bronnen Finish

Vaardigheden Ruimte voor aantekeningen Bronvermelding

237900_BOEK.indb 3

4

6 8 10 12 14

16 18 20 22 24 26

Bronnen van energie 3

Energie in Nederland

3.1 Energiebronnen 3.2 Uitputbaar: fossiele brandstoffen 3.3 Hernieuwbare energiebronnen

4

Energie in Brazilië

4.1 De economie van Brazilië 4.2 Energiebronnen: de energiemix van Brazilië Bronnen 4.3 4.4 Energiearmoede in São Paulo Finish

28

Grenzen en identiteit

30

5

32 34

5.1

36

5.2 5.3 5.4

38

6

40 42

6.1 6.2 6.3 6.4

44 46

Grenzen en identiteit in Nederland Verband tussen grenzen en identiteit Grenzen in Nederland Bronnen Ondanks grenzen toch samenleven Grenzen en identiteit in Europa en in Rusland De Europese Unie Het bestuur van Rusland Bronnen De Krim Finish

50 52 54 56 58 60

62 64 66 68 70 72

48

74 78 80

5/06/19 09:45


4

Aan de leerling

Aan de leerling 28

Start

29

Bronnen van energie

Start

Dit leerboek gebruik je bij aardrijkskunde in klas 3. Je gebruikt ook een werkboek, of eDition. Met het leerboek en het werkboek, of eDition, bereid je je voor op het schoolexamen. In het leerboek en werkboek voor leerjaar 3 staat alles wat je moet kennen en kunnen voor het schoolexamen. Hier lees je hoe je met De Geo werkt.

Bronnen van energie Hoofdvragen

3 4

Leerboek

8

Arm en rijk

1

Hoe duurzaam is het energieverbruik in Nederland? Wat is de toekomst van duurzame energie in Brazilië?

9

Arm en rijk in Nederland

In het leerboek staan drie thema’s: Arm en rijk, Bronnen van energie en Grenzen en identiteit. Ieder thema is op dezelfde manier opgebouwd.

Startfoto Elk thema begint met een startfoto. Hiermee verken je het thema. Samen met je docent(e) bespreek je deze foto en maak je kennis met de onderwerpen die in het thema aan de orde komen.

1

Arm en rijk in Nederland Nederland

1.1 Arm en rijk in steden In Nederlandse steden heb je verschillende wijken. Er zijn betere en mindere wijken. Hoe zie je het verschil tussen rijke en arme wijken?

1.2 Veranderingen in oude arbeidswijken Sommige wijken worden slechter als ze ouder worden. - Wat zijn de problemen van wijken die achteruitgaan? - Hoe zijn die problemen op te lossen?

1.3 Rijke steden, arm platteland Welke verschillen in arm en rijk zijn er tussen de verschillende delen van Nederland??

Hoofdstukken De hoofdstukken behandelen het thema telkens in een ander gebied. Zo leer je over het thema in je eigen omgeving en Nederland, maar ook in andere gebieden in de wereld.

58

Grenzen en identiteit

5.3 Bronnen Deelvraag

5

Grenzen en identiteit in Nederland

Ieder hoofdstuk bestaat uit drie soorten paragrafen: - gewone paragraaf: met leerteksten en figuren - bronnenparagraaf: met een korte leertekst en veel bronnen - Pas toe: hierin gebruik je alles wat je hebt geleerd in het hoofdstuk om dieper in te gaan op een onderwerp

5.3

Bronnen: Verschillende identiteiten

59

Welke beelden bestaan er van Nederland, van provincies en van woonplaatsen? BRON 1

Paragrafen

Anders actief

Verschillende identiteiten

Oranjefans in de ArenA: een uiting van nationale identiteit?

BRON 3

De plaatselijke politieke partij onder de aandacht brengen in Alblasserdam.

‘Nederland is het land van windmolens, tulpen en coffeeshops.’ Herken jij Nederland in dit beeld? En welke beelden bestaan er van provincies en woonplaatsen?

Veel identiteiten u Stel, je woont in Nijmegen. Voel jij je dan Nijmegenaar, Gelderlander, Nederlander, Europeaan of wereldburger? Of voel je je al deze dingen tegelijk?  Tulpen, windmolens en klompen zijn allang niet meer zo belangrijk in Nederland, maar ze horen ze wel bij onze nationale identiteit. Bij nationale identiteit spelen onder andere taal, hoe mensen met elkaar omgaan (omgangsvormen), tradities en godsdienst een rol.  In Friesland doe je aan fierljeppen (polsstokverspringen), spreek je Fries en hou je van koude winters met veel natuurijs. In Limburg spreek je met een zachte g, eet je Limburgse vlaai en vier je carnaval. Friesland en Limburg zijn voorbeelden van Nederlandse regio’s met een duidelijke regionale identiteit. Het zijn allebei provincies van Nederland, maar er bestaan duidelijke verschillen tussen de bevolkingsgroepen. Soms voelen mensen zich meer verbonden met hun eigen regio dan met andere regio’s of met het land zelf.  Je kunt je ook heel sterk verbonden voelen met je eigen woonplaats en omgeving. Dan voel je je bijvoorbeeld vooral Nijmegenaar. Je hebt dan een duidelijke lokale identiteit.

BRON 4

Máxima: ‘Dé Nederlandse identiteit bestaat niet.’

BRON 2

Carnaval in Alphen.

Koningin Máxima heeft naar de identiteit van de Nederlanders gezocht, maar die niet gevonden. Ze zegt: ‘Er zijn 175 miljoen mensen die wonen in een land waar ze niet zijn geboren. Ik ben een van hen. Nederland is: grote ramen met open gordijnen, maar ook hechten aan privacy. Nederland is: één koekje bij de koffie, maar ook een enorme gastvrijheid en warmte.’ Volgens de koningin denken veel Nederlanders nog te veel in scheidslijnen. ‘ Ook nieuwkomers doen dat: soort bij soort. Maar Nederland is geen Artis.’

BRON 5

Deventer koek is een regionale specialiteit.

Alle begrippen die je moet kennen, zijn vetgedrukt. De structuurtekens in de tekst helpen je de tekst te lezen:  hoofdzaak l bijzaak of opsomming n voorbeeld of extra uitleg

237900_BOEK.indb 4

5/06/19 09:46


5

Aan de leerling

Vaardigheden

Wat moet je kennen en kunnen?

Achter in het leerboek staan alle vaardigheden uitgelegd die je bij aardrijkskunde en in het examen gebruikt.

Iedere paragraaf sluit af met Wat moet je kennen en kunnen? Daarin staat wat je na het maken van de opdrachten moet kennen en kunnen voor het schoolexamen.

u Er zijn verschillende soorten kaarten: overzichts-

kaarten en thematische kaarten.  Een overzichtskaart geeft informatie over de ligging van steden, wateren, bergen, wegen, spoorlijnen en bodemgebruik. Deze kaarten gebruik je om een overzicht te krijgen van wat er in een gebied is. Er zijn verschillende soorten overzichtskaarten.  Natuurkundige overzichtskaarten laten natuurlijke kenmerken zien, zoals hoogteligging, rivieren en bergen (figuur 1).  Staatkundige overzichtskaarten laten zien waar de grenzen lopen en waar de hoofdsteden liggen. Landen en provincies hebben verschillende kleuren (figuur 2).

0

100

he

200 km

an ea Oc

NOORWEGEN Oslo

rdzee Noo

IERLAND Dublin

DENEMARKEN Kopenhagen

VERENIGD KONINKRIJK

NEDERLAND Amsterdam

Londen

Het Kanaal

Brussel BELGIË

lf van Go

0

an ea Oc

100

NOORWEGEN Oslo

At lan tis c

At lan tis c

he

200 km

he

200 km

an ea Oc

IERLAND Dublin

IERLAND Dublin

Edinburgh

Noordzee

Het Kanaal

DENEMARKEN Kopenhagen

50 - 200

minder dan 2 miljoen

10 - 50

meer dan 200

2 - 10 miljoen meer dan 10 miljoen

Londen

Berlijn

DUITSLAND

BELGIË

Rouen

Luxemburg lf van Go

lf van Go

OOSTENRIJK

Nantes

München

Bordeaux

Bern Zürich ZWITSERLAND Turijn

Toulouse SPANJE

ANDORRA

OOSTENRIJK

Lyon

Bilbao ITALIË SPANJE West-Europa, natuurkundig hoogte in m

FIGUUR 3

Straatsburg FRANKRIJK

Biskaje

Biskaje

Bern ZWITSERLAND

Parijs

Rennes

FRANKRIJK

Hamburg

Hannover Berlijn Rotterdam Dortmund Brussel Keulen Leipzig BELGIË DUITSLAND Luxemburg Frankfurt Praag

Het Kanaal

Brussel

Parijs

NEDERLAND Amsterdam

Cardiff

Amsterdam

Montpellier

Milaan

ITALIË Genua

Venetië

Marseille

West-Europa, staatkundig aantal inwoners

lager dan 100

200 - 500

1.000 - 3.000

100 - 200

500 - 1.000

hoger dan 3.000

Natuurkundige overzichtskaart.

100.000 - 500.000

1.000.000 - 5.000.000

spoorweg

500.000 - 1.000.000

meer dan 5.000.000

hoofdweg

FIGUUR 2

aantal inwoners steden

minder dan 10

Manchester Birmingham NEDERLAND

Londen

FIGUUR 1

ITALIË ANDORRA

West-Europa, aantal inwoners per km2 aantal inwoners per km2

Newcastle upon Tyne VE VERENIGD KON KONINKRIJK

OOSTENRIJK

Milaan

Oslo SPANJE

Belfast DENEMARKEN Kopenhagen

VERENIGD KONINKRIJK

ZWITSERLAND

NOORWEGEN

Glasgow rdzee Noo

FRANKRIJK

Biskaje

100

2

 Bij het beschrijven geef je antwoord op vragen over wat ergens is. Dat zijn vragen die beginnen met de woorden wat en waar. Bijvoorbeeld: Waar liggen tropische regenwouden? Antwoord: Tropische regenwouden liggen bij de evenaar.  Verklaren betekent dat je uitlegt hoe iets komt. Verklarende vragen beginnen vaak met het woord waarom. Bijvoorbeeld: Waarom groeien in tropische regenwouden veel verschillende soorten planten? Antwoord: In tropische regenwouden groeien veel verschillende soorten planten, omdat het er altijd warm en vochtig is.

Berlijn

DUITSLAND

Parijs

0

75

Beschrijven en verklaren

Thematische kaart.

De atlas gebruiken

u Bij aardrijkskunde heb je een atlas nodig. Je kunt op verschillende manieren in de atlas zoeken.  Voor in de atlas staat de inhoudsopgave. Daarin staan alle atlaskaarten in de volgorde zoals ze in de atlas staan: van dichtbij naar veraf.  Als je niet weet waar een plaats ligt, gebruik je het namenregister. Dat is een alfabetische lijst van alle landen, plaatsen, rivieren en bergen in de atlas.  Als je informatie zoekt over een onderwerp, gebruik je het trefwoordenregister of onderwerpenregister achter in de atlas. Bij elk onderwerp staat welke kaarten in de atlas daarover gaan.

4

Verklaren met factoren

u Verklaren doe je met factoren. Je kunt bijvoorbeeld verklaren waarom de Verenigde Staten een rijk land zijn. Dat komt doordat het een groot land is met een klimaat en een landschap dat geschikt is voor landbouw. De regering zorgt voor gunstige regels voor bedrijven, waardoor er veel banen zijn en mensen vinden werken en geld verdienen belangrijk. De factoren die je gebruikt om te verklaren, kun je indelen in twee groepen: natuurlijke factoren en menselijke factoren.  Natuurlijke factoren gaan over de invloed van de natuur. - klimaat: verklaringen die te maken hebben met temperatuur en neerslag - landschap: verklaringen die te maken hebben met hoogteligging, hoogteverschillen, water en natuurlijke plantengroei - natuurkrachten: verklaringen die te maken hebben met aardbevingen, vulkanen, verwering en erosie  Menselijke factoren gaan over de invloed van de mensen. - economisch: verklaringen die te maken hebben met bestaansmiddelen, geld en werk - sociaal: verklaringen die te maken hebben met het samenleven van mensen - cultureel: verklaringen die te maken hebben met taal, godsdienst, geschiedenis en gewoonten - politiek: verklaringen die te maken hebben met macht

Staatkundige overzichtskaart.

Begrippen Aan het eind van ieder thema staan alle begrippen, met de definitie en het paginanummer erbij.

Finish Ieder hoofdstuk eindigt met de Finish. De slotopdracht in de Finish helpt je om overzicht te krijgen over alle stof uit het hoofdstuk en een antwoord te geven op de hoofdvraag. In de Finish vind je ook een overzicht van de hoofdvraag, de deelvragen en alle leerdoelen van een heel hoofdstuk in het Leerdoelenoverzicht. Je kunt dit Leerdoelenoverzicht dus gebruiken als checklist bij het leren: beheers je alle leerdoelen?

Examentraining Na ieder hoofdstuk kun je oefenen voor het schoolexamen met echte examenvragen in de Examentraining. 68

Grenzen en identiteit

5

Werkboek

Hoofdvraag

5.1

5.1

Grenzen en identiteit in Nederland

3

b Is dit een natuurlijke of een kunstmatige grens? Licht je antwoord toe. - Dit is een kunstmatige grens, want

Wat hebben grenzen en identiteit met elkaar te maken?

Bekijk de openingsfoto van dit hoofdstuk en figuur 1 en 2.

Lees Verschillende soorten grenzen en Veranderende grenzen en gebruik figuur 1.

a Bekijk figuur 1. Welke landgrens zie je hier?

Wat betekenen grenzen en identiteit in Nederland?

Verband tussen grenzen en identiteit

Deelvraag 1

5

Grenzen en identiteit in Nederland

d Noteer twee voorbeelden van grenzen in je eigen omgeving.

-

Symbolen Bij iedere opdracht zie je aan de symbolen wat je nodig hebt: leerboek atlas computer vaardigheden En je ziet of je in een opdracht mag/moet samenwerken: samenwerkingsopdracht

b Herken je grenzen op de kaart en de foto’s? Hoe dan? Openingsfoto: Ja / Nee, namelijk

4

Lees Identiteit en gebruik de atlas.

a In W2 staan bevolkingsgroepen die niet tevreden zijn met hun land. Kleur de gebieden waar deze bevolkingsgroepen wonen rood en schrijf de juiste naam van de bevolkingsgroepen bij de gebieden die je rood hebt gekleurd. b Bekijk op de atlaskaart over talen in Europa welke taalgrens er door België loopt.

Dit is geen / ook een natuurlijke grens, want

a Wat is een grens volgens jou?

c Hoe heten de twee gebieden in België aan weerszijden van de taalgrens?

2

c Bekijk W1. Welke van de volgende woorden passen bij de grens op de foto? Kies uit: kunstmatige grens – natuurlijke grens – harde grens – zachte grens. Licht je antwoord toe.

Lees Verschillende soorten grenzen en gebruik figuur 2.

W2

a Welk kenmerk hoort bij de volgende grenzen? -

Regionalisme in Europa. gebied met sterke afscheidingsbeweging

De sneeuwgrens: aan de ene kant ,

O

Figuur 1: Ja / Nee, namelijk aan de andere kant

. d Wat is het kenmerk van de grens op de foto van W1?

Figuur 2: Ja / Nee, namelijk

-

n aa ce

ch e

De opdrachten in het werkboek helpen je om met de stof uit het leerboek te oefenen, en te leren. Aan het begin van elk hoofdstuk staat de hoofdvraag van het hoofdstuk en aan het begin van elke paragraaf een deelvraag. Deze vragen helpen je bij het leren over het thema. Als je de opdrachten maakt, werk je alle stof uit het leerboek vanzelf door. Voor het maken van de opdrachten heb je soms ook de atlas of internet nodig.

69

Verband tussen grenzen en identiteit

NOORWEGEN

De provinciegrens: aan beide kanten is er

ZWEDEN

Aan beide kanten is er

Noordzee

DENEMARKEN

IERLAND

c Veel mensen vinden het fijn om hun eigen gebied af te grenzen. Bijvoorbeeld met een hek of heg rondom hun tuin, of met een balkonscherm op het balkon. Bespreek met een klasgenoot wat hier de voordelen en nadelen van zijn. Voordelen:

b Welke van drie is een natuurlijke grens: provinciegrens – gemeentegrens – boomgrens? c Bekijk figuur 2. Noteer drie voorbeelden van grenzen in figuur 2 en het kenmerk dat daarbij hoort.

ee

Kaart lezen

At lan tis c

1

u Op of bij een kaart staan altijd de volgende dingen:  De titel is de naam van de kaart en geeft aan over welk gebied of over welk onderwerp de kaart gaat.  De legenda geeft uitleg van de kleuren en de symbolen op de kaart.  De schaal van de kaart geeft aan hoeveel de werkelijkheid is verkleind. De schaal wordt aangegeven met een schaalstok.

Vaardigheden

3

u Bij aardrijkskunde moet je beschrijven en verklaren.

os tz

V

 Thematische kaarten gaan over een bepaald onderwerp (= thema). Bijvoorbeeld over bevolkingsdichtheid, neerslag of talen (figuur 3).

nt is

V

Vaardigheden

At la

74

O

VERENIGD KONINKRIJK NEDERLAND

W1

Het hek tussen de Verenigde Staten (links op de foto) en Mexico (rechts op de foto).

BELGIË

DUITSLAND

LUXEMBURG

FRANKRIJK

TSJECHIË

ZWITSER- OOSTENRIJK LAND SLOVENIË KROATIË

PORTUGAL

Nadelen:

SPANJE ITALIË

0

250

500 km

Middelland se Ze e

De online omgeving: eDition Alle inhoud van het leerboek en werkboek staat ook online. Daar kun je dus alle opdrachten maken en alle teksten lezen. Maar in de onlineomgeving staat meer: - de start van een thema met een video en animaties - vervangende en aanvullende onlineopdrachten uit de paragrafen - een zelftoets per hoofdstuk, met een advies om nog meer te oefenen

Herhaling De laatste opdracht in iedere paragraaf is een herhalingsopdracht. Daarin controleer je of je genoeg weet en of je antwoord kunt geven op de deelvraag van de paragraaf. In iedere paragraaf leer je een nieuwe manier om dit te doen.

237900_BOEK.indb 5

5/06/19 09:46


6

Arm en rijk

Start

Start

237900_BOEK.indb 6

5/06/19 09:46


Start

Arm en rijk

7

Arm en rijk Hoofdvragen

1 2

237900_BOEK.indb 7

Hoe zit het met arm en rijk in Nederland? Waarom is er in de rijke Verenigde Staten ook armoede?

5/06/19 09:46


8

237900_BOEK.indb 8

Arm en rijk

1

Arm en rijk in Nederland

5/06/19 09:46


9

1

Arm en rijk in Nederland Nederland

1.1 Arm en rijk in steden In Nederlandse steden heb je verschillende wijken. Er zijn betere en mindere wijken. Hoe zie je het verschil tussen rijke en arme wijken?

1.2 Veranderingen in oude arbeidswijken Sommige wijken worden slechter als ze ouder worden. - Wat zijn de problemen van wijken die achteruitgaan? - Hoe zijn die problemen op te lossen?

1.3 Rijke steden, arm platteland Welke verschillen in arm en rijk zijn er tussen de verschillende delen van Nederland??

237900_BOEK.indb 9

5/06/19 09:46


10

Arm en rijk

1.1

In Nederlandse steden heb je verschillende wijken. Er zijn betere en mindere wijken. Hoe zie je het verschil tussen rijke en arme wijken?

In Nederlandse steden heb je verschillende wijken. Er zijn betere en mindere wijken. Hoe zie je het verschil tussen rijke en arme wijken?

Arme en rijke wijken ď ľ In Eindhoven zijn verschillende wijken. Een wijk is een deel van een stad. Een arme wijk in Eindhoven is Doornakkers. De Karpen is een rijke wijk. l In de twintigste eeuw kwamen er veel fabrieken in Eindhoven. De Philipsfabrieken maakten lampen en elektrische apparaten. Voor de arbeiders die daar werkten, werden wijken gebouwd zoals Doornakkers.

237900_BOEK.indb 10

Arm en rijk in Nederland

Arm en rijk in steden

Deelvraag

FIGUUR 1

1

De huizen zijn vrij klein en er zijn goedkope materialen gebruikt. De meeste woningen staan in rijtjes en hebben kleine tuinen. De straten zijn vrij smal. n Deze wijk is kort na de Tweede Wereldoorlog gebouwd. Er was door de oorlog veel vraag naar goedkope woningen en daarom zijn de huizen vrij klein. Er zijn goedkope materialen gebruikt omdat er toen maar weinig bouwmateriaal was. l De Karpen is een luxe villawijk met nieuwere woningen. Er wonen mensen met goed betaalde banen, zoals eigenaren van bedrijven, artsen en advocaten. De huizen zijn groot en zijn gebouwd met goede materialen. Ze hebben een ruime tuin. Toen De Karpen gebouwd werd, waren er al meer auto’s. Daarom zijn de straten breder en kunnen mensen de auto bij hun eigen huis parkeren.

Nationale Buitenspeeldag in de Kalverstraat in de wijk Doornakkers in Eindhoven.

5/06/19 09:46


1.1

11

Arm en rijk in steden

Welvaart in de wijk

Welzijn in de wijk

 In De Karpen is de welvaart veel groter dan in

 Of het goed met je gaat, heeft te maken met je gezondheid, je gevoel van veiligheid en of je vrienden en familie hebt bij wie je je thuis voelt. Dat heet welzijn. Welzijn heeft te maken met welvaart, maar ook met allerlei andere dingen. l Welzijn heeft ook te maken met de leefbaarheid van een wijk. De leefbaarheid geeft aan hoe goed je in een wijk kunt leven. Dat is aan verschillende kenmerken van een wijk te zien. n Hoeveel gebouwen er op een km2 staan, bepaalt hoe prettig een wijk eruitziet. Dat heet de bebouwingsdichtheid. Als er veel gebouwen staan, is er weinig ruimte voor parken en sportveldjes. n Ook de voorzieningen in een wijk hebben te maken met leefbaarheid. Denk hierbij aan scholen, winkels, huisartsen, speelplekken, bushaltes en sportaccommodaties. n Tot slot is het onderhoud van de huizen en de voorzieningen belangrijk. l Vaak gaat hoge welvaart samen met veel welzijn en een goede gezondheid. Mensen met een laag inkomen, laag onderwijsniveau of een migratieachtergrond zeggen juist vaker dat ze zich minder gezond voelen.

Doornakkers. De welvaart geeft aan hoe goed mensen aan voedsel, kleding, huisvesting, onderwijs en gezondheidszorg kunnen komen. Welvaart wordt vaak gemeten in geld. l Je kunt makkelijk bepalen hoeveel geld mensen hebben door te kijken naar hun inkomen. Je kunt ook kijken naar hun huis. Mensen met veel geld hebben vaak een koopwoning. Zij lenen geld van de bank en moeten dat terugbetalen. l Mensen met minder geld hebben vaker een huurwoning. Zij betalen iedere maand een vast bedrag aan de eigenaar van zijn huis. Veel huurwoningen zijn eigendom van een woningbouwvereniging. Zo’n vereniging krijgt geld van de regering om betaalbare huurwoningen te bouwen en te onderhouden. l Of je nu in een huurhuis of een koophuis woont, de gemeente stelt de waarde van alle woningen vast. Dat heet de WOZ-waarde en WOZ betekent Wet Onroerende Zaakbelasting. De gemeente gebruikt de WOZ-waarde om te bepalen hoeveel belasting iemand moet betalen.

2

2

1

1

in €

in % lager dan 180.000

minder dan 10

180.000 - 240.000

10 - 12,5

240.000 - 300.000

12,5 - 15

300.000 - 360.000

15 - 17,5 meer dan 17,5

hoger dan 360.000 1

Doornakkers

2

De Karpen

FIGUUR 2

237900_BOEK.indb 11

0

1

Gemiddelde WOZ-waarde van woningen in Eindhoven, 2016.

2 km

1

Doornakkers

2

De Karpen

FIGUUR 3

0

1

2 km

Percentage mensen met een matige of slechte gezondheid in Eindhoven, 2016.

5/06/19 09:46


12

Arm en rijk

1

Arm en rijk in Nederland

1.2 Veranderingen in oude arbeiderswijken Deelvraag

Sommige wijken worden slechter als ze ouder worden. - Wat zijn de problemen van wijken die achteruitgaan? - Hoe zijn die problemen op te lossen?

Als er nieuwe woningen worden gebouwd, zijn die vaak modern en populair. Waarom gaan wijken achteruit als ze ouder worden?

l Ook ‘gastarbeiders’ woonden in de oude arbeiderswijken met goedkope woningen. Dat waren mensen die in de jaren ’60 en ’70 uit andere landen kwamen om hier te werken. Bijvoorbeeld uit Turkije en Marokko. Zij spraken vaak slecht Nederlands en toen er nog minder werk kwam, konden zij moeilijk een andere baan vinden.

Slechte leefbaarheid

FIGUUR 4

Een wijk uit 1960.

Veranderingen op de arbeidsmarkt

 In de oude arbeiderswijken waren dus veel mensen werkloos geworden. Daardoor nam ook de armoede toe en ontstonden er problemen met de leefbaarheid. l De gastarbeiders vonden moeilijk aansluiting bij de mensen die al in de arbeiderswijken woonden. De integratie verliep moeizaam, dat betekent dat ze niet goed opgenomen worden in de samenleving. l De meeste mensen hebben vooral contacten in de eigen groep. Ze gaan bijvoorbeeld bij een voetbalvereniging waar mensen zitten die ze al kennen. Als mensen elkaar ook niet tegenkomen op het werk, gaan ze langs elkaar heen leven. De samenhang in de wijk gaat dan achteruit.

 De Nederlandse samenleving is de laatste vijftig

jaar flink veranderd. Veel veranderingen hebben te maken met het werk en het inkomen van mensen. l Bedrijven zoals Philips in Eindhoven verhuisden hun fabrieken naar andere delen van de wereld. Vooral naar landen waar de lonen laag waren en de productie dus goedkoper was. Daardoor bleven de lonen van de arbeiders in de Nederlandse fabrieken ook laag. Vooral voor arbeiders met een laag opleidingsniveau. Eenvoudig werk werd ook steeds meer gedaan door machines en robots. Eindhovense arbeiders met weinig opleiding raakten daardoor hun baan kwijt of hielden een laag inkomen. l Er waren ook mensen die een betere baan en een hoger loon kregen. Zij konden meer geld uitgeven aan wonen en ook een auto kopen. Die mensen verhuisden daarom naar nieuwe wijken in dorpen en aan de rand van de stad. De mensen met de laagste inkomens bleven achter.

237900_BOEK.indb 12

16

aantal werklozen in %

14 12 10 8 6 4 2 0

Doornakkers

FIGUUR 5

De Karpen

Eindhoven totaal

Werklozen in Eindhoven, 2016.

5/06/19 09:46


1.2

Veranderingen in oude arbeiderswijken

13

renovatie van bestaande woningen nieuwbouw op het vroegere sportcomplex en woonwagenkamp spoorlijn hoofdweg weg wijkcentrum De Toeloop

sportvelden 0

FIGUUR 6

250 m

Stadsvernieuwing in Doornakkers.

l Als de bewoners van een wijk zich niet verbonden voelen met de andere bewoners, doen ze ook minder aan het onderhoud van de straat en hun woning. Als er dingen kapotgaan, repareren ze die niet meer. Jongeren vervelen zich en gedragen zich uitdagend en asociaal: ze vernielen spullen en vallen kinderen en ouderen lastig. De bewoners voelen zich dan niet veilig meer. Wie de kans krijgt, verhuist naar een andere wijk.

Achterstandswijken verbeteren  Wijken waar veel van de problemen uit deze para-

graaf voorkomen, heten achterstandswijken of aandachtswijken. Overal in Nederland werken gemeenten aan de leefbaarheid van deze wijken. Dat gebeurt door verbetering van de woningen en de woonomgeving, maar ook door te zorgen voor de mensen. l Samen met de woningbouwverenigingen kan de gemeente de kwaliteit van woningen verbeteren. Dat doen ze bijvoorbeeld door huizen beter te isoleren of door een nieuwe keuken of badkamer te plaatsen. De verbetering van huizen heet renovatie. Soms worden woningen helemaal gesloopt en komt er nieuwbouw, of er worden woningen gemaakt in een oude fabriek. Als de hele woonomgeving wordt vernieuwd heet dat sanering. n In de wijk Doornakkers in Eindhoven is sinds 2007 veel gedaan aan renovatie en sanering. Daardoor wonen er in Doornakkers nu meer mensen met hogere inkomens. Er is ook een nieuw wijkcentrum gebouwd en er zijn scholen en kinderopvang gekomen. Rond het wijkcentrum liggen ook nieuwe speeltuintjes en sportveldjes. Ook zijn er speeltoestellen vervangen en veel straten zijn veiliger gemaakt.

237900_BOEK.indb 13

125

Zorgen voor de mensen  Gemeenten proberen de leefbaarheid in de wijk ook te verbeteren met hun armoedebeleid. Dat zijn maatregelen om mensen met problemen te helpen. Denk aan: mensen zonder werk, mensen met schulden en gezondheidsproblemen, en mensen die eenzaam zijn. Zulke problemen gaan vaak samen. l Woningbouwverenigingen helpen bijvoorbeeld mensen die hun huur niet betalen en zoeken samen met hen een oplossing. Daardoor worden de laatste jaren steeds minder mensen uit hun huis gezet. l Gemeenten proberen de bewoners van de achterstandswijken te betrekken bij het oplossen van de problemen. Dat gebeurt bijvoorbeeld in een wijkraad, waar de wijkbewoners de plannen van de gemeente bespreken. Maar ze kunnen ook zelf ideeën inbrengen om de leefbaarheid en de samenhang in de wijk te verbeteren.

FIGUUR 7

De Toeloop, het nieuwe wijkcentrum in Doornakkers.

5/06/19 09:46


14

Arm en rijk

1

Arm en rijk in Nederland

1.3 Rijke steden, arm platteland Deelvraag

Welke verschillen in arm en rijk zijn er tussen de verschillende delen van Nederland?

Verschillen in welvaart en welzijn zijn er in steden, maar ook tussen verschillende gebieden in Nederland bestaan verschillen. Hoe zit het met armoede op het platteland?

Werk en inkomen  Niet alleen binnen steden, maar ook tussen

verschillende delen van Nederland bestaan verschillen in welvaart. l Voor de welvaart van de inwoners van een gebied kun je kijken naar het besteedbaar inkomen per huishouden. 0

25

50 km

l Sommige mensen hebben per maand niet genoeg geld om voedsel, kleding, huisvesting enzovoort te betalen. Zij leven onder de armoedegrens. Er zijn Nederlandse gemeenten waarin meer dan 10% van de mensen onder armoedegrens leeft. l Verschillen in inkomen hebben veel te maken met werk. Mensen die kunnen werken, horen bij de beroepsbevolking. De werkgelegenheid gaat over de banen die er in een gebied zijn. Als de beroepsbevolking groter is dan de werkgelegenheid, is er werkloosheid: er zijn mensen zonder werk. Werklozen kunnen een uitkering krijgen, maar dat is minder dan het loon dat iemand voor werk krijgt. l Ook ouderen krijgen een uitkering. In gebieden waar veel ouderen en werklozen wonen, is het gemiddelde inkomen daarom lager.

0

25

50 km

Groningen

Noo rdzee

Noo rdzee

Groningen

Amsterdam

Amsterdam

Almere

Enschede

Utrecht

Den Haag

Almere

Enschede

Utrecht

Den Haag Arnhem

Arnhem

Rotterdam

Rotterdam

DUITSLAND

DUITSLAND

Breda

Breda Eindhoven

Eindhoven

BELGIË BELGIË

Maastricht

krimp

mensen die alleen voldoende inkomen hebben voor voeding, onderdak en kleding, of nog minder, in % 0

7,7*

FIGUUR 8

237900_BOEK.indb 14

14,5

FIGUUR 9

gelijk

groei

Maastricht

Nederland: gebieden waar de bevolking groeit en krimpt, 2017.

*gemiddelde = 7,7%

Nederland: armoede per gemeente in procenten, 2013.

5/06/19 09:46


1.3

Rijke steden, arm platteland

15

FIGUUR 10 De Prinsenstraat in Dalfsen.

Groeiende steden, leeglopend platteland ď ľ Arme mensen wonen in Nederland vooral in grote

steden en in landelijke gebieden. l Hoogopgeleide Nederlanders trekken graag naar de steden. Daar is veel goedbetaald werk bij banken, internationale bedrijven en instellingen zoals universiteiten en ziekenhuizen. Maar er wonen ook veel laagopgeleide mensen in steden. Voor hen is er niet genoeg werk. Er zijn daarom ook veel werklozen in de steden. l In landelijke gebieden ver van de stad is minder werk. Voor het werk dat er is, heb je vaak minder opleiding nodig. Zulke banen vind je in de landbouw, industrie en horeca. Jongeren die een hogere opleiding willen volgen, trekken weg naar de steden. Er blijven vooral ouderen achter. Het percentage ouderen in de bevolking wordt daardoor hoger. Dat heet vergrijzing.

237900_BOEK.indb 15

l Veel mensen die achterblijven in de landelijke gebieden hebben een lage opleiding, een laag inkomen en werk dat weinig aanzien heeft. De gemiddelde levensverwachting van deze mensen is lager: de mensen worden minder oud.

Leefbaar platteland ď ľ Arm zijn is niet hetzelfde als ongelukkig zijn. Zo is

er in landelijke gebieden minder geluidsoverlast en luchtvervuiling. Ook zijn de woningen en de grond er goedkoper. Belangrijk voor het geluk van mensen zijn: gezond zijn, het hebben van sociale contacten en het hebben van (vrijwilligers)werk. Die dingen zijn meestal belangrijker dan geld.

5/06/19 09:46


SE

Vmbo-b Leerboek De Geo Leerboek 3 Vmbo-b

SE

Aardrijkskunde voor de bovenbouw vmbo

Arm en rijk Bronnen van energie Grenzen en identiteit

SE

CE Weer en klimaat Bevolking en ruimte Water

www.thiememeulenhoff.nl/degeo 9 789006 237900

237900_OMSL.indd 1

5/06/19 09:57


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9789006237900_leerboek_3_vmbo_b_se_inkijkexemplaar by ThiemeMeulenhoff - Issuu