In dit leerwerkboek staat alles wat je moet weten voor je toetsen en examens voor Mens & Omgeving. Het is van jou. Je mag erin schrijven, notities maken en alles markeren wat je belangrijk vindt.
We wensen je veel plezier bij het ontdekken van de wereld van Mens & Omgeving!
COLOFON
Contentontwikkeling
ThiemeMeulenhoff / Tamara Berentschot, Herma Johannes, Susan Raterink, Amarins Jellesma
Eindredactie
Tekstbureau Taallent, Apeldoorn
Vormgeving
Studio Michelangela, Utrecht
Opmaak
Crius Group, Hulshout (België)
Omslagbeeld
GettyImages / Kateryna Onyshchuk; kzenon
Over ThiemeMeulenhoff
ThiemeMeulenhoff is een educatieve uitgeverij die zich inzet voor het voortgezet onderwijs en beroepsonderwijs.
De mensen van ThiemeMeulenhoff zijn er voor onderwijsprofessionals – met ervaring, expertise en doeltreffende leermiddelen. Ontwikkeld in doorlopende samenwerking met de mensen in het onderwijs om samen het onderwijs nog beter te maken.
We ontwikkelen lesmethodes die goed te combineren zijn met andere leermiddelen, naar eigen inzicht aan te passen en bewezen effectief zijn. En natuurlijk worden al onze lesmethodes zo duurzaam mogelijk geproduceerd.
Zo bouwen we samen met de mensen in het onderwijs aan een mooie toekomst voor de volgende generatie.
Alle rechten voorbehouden. Tekst- en datamining, AI-training en vergelijkbare technologieën niet toegestaan. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.
Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl.
De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
1.6 Na het schoonmaken: opruimen en onderhouden 37
1.7 Etiketten lezen en begrijpen 42
1.8 Wasgoed sorteren en voorbereiden 48
1.9 Wassen 54
1.10 Drogen 63
1.11 Strijken en kleding controleren 68
1.12 Was verwerken, controleren en opbergen 75
Samenvattingsopdracht blok 1 81 Begrippen 86
BLOK 2 Klantgericht werken en ruimte-inrichting
2.1 Representatief en klantgericht werken aan de balie 89
2.2 Klantvriendelijk ontvangen en begroeten 93
2.3 Een zakelijk gesprek aan de balie 99
2.4 Telefoneren in een zorginstelling 107
2.5 Schriftelijk rapporteren in je werk 112
2.6 Objectief en subjectief rapporteren 117
2.7 Een zakelijke brief of e-mail schrijven 121
2.8 Aanpassingen voor een toegankelijke omgeving 128
2.9 Een ruimte inrichten voor een doelgroep (KB) 136
Samenvattingsopdracht blok 2 143 Begrippen 146
ZO WERK JE MET MIXED
In het profiel Zorg & Welzijn (Z&W) houd jij je bezig met hoe je mensen kunt begeleiden en verzorgen en hoe je hun gezondheid, welzijn en kwaliteit van leven kunt verbeteren. Dit oefen je in verschillende praktijksituaties. Zo kom je erachter of werken in de sector Zorg & Welzijn bij je past.
In het kort
Per module maak je praktische opdrachten. Deze praktische opdrachten laten je alle kanten van het beroepsgerichte vak ervaren. Je gaat dus écht aan de slag.
Om de praktische opdrachten te kunnen doen, heb je kennis nodig. In het leerwerkboek vind je de theorie die je moet kennen.
Naast de tekstbronnen in het leerwerkboek, moet je soms ook andere bronnen gebruiken bij de praktische opdrachten. Denk aan een uitlegfilmpje, een stappenplan of een uitwerkbijlage.
AAN DE SLAG MET PRAKTISCHE OPDRACHTEN
• Jouw docent laat je weten welke praktische opdrachten jij maakt bij deze module. Je vindt de praktische opdrachten online, of de docent heeft ze voor je geprint.
• Elke praktische opdracht begint met voorbereiden. Je ontdekt in welk werkveld je aan de slag gaat. Je leest wat je gaat doen en leren. Ook zie je wat je nodig hebt om de opdracht te maken.
• Dan ga je aan de slag. Volg stap voor stap de instructie die in de opdracht staat. Je kunt steeds de stappen die je hebt gedaan afvinken.
• Bij opdrachten gebruik je tekstbronnen. Die staan in je leerwerkboek en in de online leeromgeving. Andere bronnen die je nodig hebt, zoals een video of uitwerkbijlage, vind je altijd online.
• Het eindproduct van de opdracht neem je op in je portfolio
Opdracht
HET LEERWERKBOEK VOOR DE THEORIE
• In het leerwerkboek dat je nu in je handen hebt, staat de theorie die je moet kennen. Misschien behandelt jouw docent eerst de theorie, voordat je aan de slag gaat met een praktische opdracht. Je kunt ook zelf de theorie erbij pakken als je die nodig hebt.
• Bij de tekstbronnen die je kunt lezen staan ook opdrachten. Deze maak je om na te gaan of je de theorie goed begrijpt. Er zijn ook herhalingsopdrachten en verdiepingsopdrachten. Jouw docent vertelt je welke je moet maken.
• In de theorie staan gekleurde begrippen. Deze begrippen moet je kennen voor een toets en voor je examen. Tip: gebruik de begrippenlijst achter in het leerwerkboek bij het leren.
• Het leerwerkboek bestaat uit twee blokken. Na elk blok maak je een samenvattingsopdracht. Zo leer je ook voor je toets en voor het examen!
WERKEN OP PAPIER OF ONLINE
Bij dit leerwerkboek hoort een online omgeving. In het schema hierna zie je wat je op papier kunt doen en wat er online te vinden is.
Op papier Online
• Praktische opdrachten (geprint)
• Tekstbronnen (in het leerwerkboek)
• Theorieopdrachten (in het leerwerkboek)
• Begrippenlijst (in het leerwerkboek)
• Praktische opdrachten
• Tekstbronnen
• Theorieopdrachten
• Begrippenlijst
• Werkbronnen
• Oefentoets begrippen
Module Mens & Omgeving
HET GROTE PLAATJE
MENS& OMGEVING
MENS&ZORG
WELKE VERBANDEN ZIJN ER?
MENS& ACTIVITEIT
MENS& GEZONDHEID
Vier modules
Het profiel Zorg & Welzijn bestaat uit vier verschillende modules. In elke module verdiep jij je in een bepaald werkveld van Zorg & Welzijn, maar in de praktijk werk je nooit alleen vanuit één werkveld. Alle werkvelden hangen met elkaar samen. Door deze samenhang te begrijpen, zie je het grote plaatje van Zorg & Welzijn.
✖ MENS & OMGEVING
Deze module gaat over Mens & Omgeving. Je leert hierin hoe je klantgericht werkt en hoe je een ruimte schoonhoudt en passend inricht.
Relatie met de andere modules
In Mens & Omgeving zorg je dat mensen zich prettig en veilig voelen in de ruimtes waarin ze zich bevinden. Dit is ook belangrijk voor de werkvelden van de andere modules.
✖ MENS & ZORG
In Mens & Zorg leer je verzorgende handelingen uitvoeren en gezondheidsproblemen herkennen. Werken in een schone en veilige omgeving is daarbij essentieel.
✖ MENS & ACTIVITEIT
Een goede activiteit begint met een geschikte omgeving. In Mens & Activiteit organiseer je activiteiten die bijdragen aan lichamelijk en sociaal welzijn.
✖ MENS & GEZONDHEID
Gezondheid van mensen hangt mede af van de omgeving waarin ze zich bevinden. In Mens & Gezondheid leer je hoe beweging en ontspanning in een passende omgeving de gezondheid verhogen.
WAT LEER JE IN DEZE MODULE?
BLOK 1
Schoonmaak, onderhoud en textielverzorging
Je leert hoe je ruimtes op een milieubewuste manier schoon en veilig houdt. Je werkt met schoonmaakplannen en kent de voorschriften. Ook leer je hoe je textiel verzorgt.
BLOK 2
Klantgericht werken en ruimte-inrichting
Je leert hoe je professioneel met mensen communiceert. Ook oefen je met het toegankelijk, veilig en prettig inrichten van ruimtes voor verschillende doelgroepen.
Schoonmaak, onderhoud en textielverzorging
1.1 Een goede planning voor schoonmaakwerk
Als je werkt in de sector Zorg & Welzijn, help je vaak met huishoudelijke taken. Bijvoorbeeld bij ouderen thuis, in een kinderopvang of op school. Denk aan stoffen, dweilen, ramen wassen of het toilet schoonmaken. Maar hoe weet je waarmee je begint? Daarvoor maak je een werkvolgorde en een planning.
Wat is een werkvolgorde?
Een werkvolgorde is de logische volgorde waarin je taken uitvoert. Bij schoonmaken is die volgorde belangrijk:
✖ Je werkt van boven naar beneden (eerst de kast, dan de vloer).
✖ Je werkt van minder vuil naar vuil (eerst het aanrecht, dan de prullenbak).
✖ Je werkt van droog naar nat (eerst stoffen, dan dweilen).
Van boven...
droog...
minder vuil...
naar nat
naar vuil
naar beneden
De logische volgorde waarin je goed schoonmaakt.
Wat is een planning?
Een planning is een overzicht van je werk, waarin staat:
✖ welke taken je uitvoert;
✖ wanneer je die taken doet;
✖ hoelang je ongeveer met elke taak bezig bent;
✖ wat je nodig hebt, zoals schoonmaakdoekjes of schoonmaakmiddel.
Zo werk je sneller, netter en veiliger. Je voorkomt dat je iets vergeet of dubbel doet.
Hoe maak je een werkplanning?
1 Overleg met de opdrachtgever. Wat moet er gebeuren?
2 Noteer de taken. Bijvoorbeeld: toilet schoonmaken, stofzuigen, ramen zemen.
3 Kies de volgorde. Denk aan: van boven naar beneden, van minder vuil naar vuiler, van droog naar nat.
4 Schat de tijd per taak in.
5 Maak een overzicht met tijd, taak en benodigdheden.
Een goede werkvolgorde en planning zorgen ervoor dat jij goed voorbereid aan het werk gaat!
Vraag van tevoren of alle materialen aanwezig zijn (zoals schoonmaakmiddel, stofzuiger of dweil). Je kunt ook een afspraak maken: wanneer mag jij komen schoonmaken?
Uit de praktijk
Mart werkt in de thuiszorg. Hij gaat wekelijks naar meneer Schipper, die reuma heeft. Mart bespreekt met meneer Schipper wat hij graag schoongemaakt wil hebben. Daarna maakt hij een planning voor het schoonmaken van zijn huis. Zo weet Mart precies wat hij gaat doen en wat hij nodig heeft.
◯ Om te weten wat je moet doen en in welke volgorde
◯ Omdat dit verplicht is van de wet
◯ Om te bewijzen dat je alles hebt uitgevoerd
2
b Wat hoort bij een goede werkvolgorde?
◯ Eerst dweilen, dan stoffen
◯ Van vuil naar minder vuil
◯ Van boven naar beneden
◯ Eerst pauze nemen
c Wat doe je na het schoonmaken van het toilet?
◯ Direct je boterham eten
◯ Je handen wassen
◯ Nog een keer dweilen
◯ De wasbak afstoffen
Welke stelling is juist?
Voordat je gaat schoonmaken maak je een werkvolgorde en een planning.
Zijn de stellingen daarover juist of onjuist?
In een planning staat alleen wat je moet doen, niet hoelang je ermee bezig bent.
Met een werkvolgorde geef je aan hoelang je met iets bezig bent.
Een werkvolgorde is een logische volgorde van taken.
In een planning staat alleen een overzicht van de taken, niet de werkvolgorde.
3 Werkvolgorde maken
Je gaat het toilet en de keuken schoonmaken.
Geef met nummers de juiste volgorde aan. Denk aan de schoonmaakregels!
Maak de wastafel schoon
Poets de toiletpot
Neem de onderste keukenkastjes af
Spoel de toiletpot door
Maak het aanrecht schoon
Herhalingsopdrachten
4 Het maken van een planning
Wat hoort bij het maken van een planning?
◯ Zelf weten wat je leuk vindt
◯ De volgorde overslaan
◯ Werken zonder afspraken
◯ Denken aan je werktijden en taken
Juist Onjuist
5
Schoonmaken
Stoffen, dweilen, ramen wassen of stofzuigen zijn allemaal huishoudelijk taken.
Lees de tekst en vul de ontbrekende woorden in.
Kies uit: planning | schoon | veilig | volgorde
Voordat je gaat schoonmaken, maak je eerst een , zodat je weet wat je moet doen. Bij het schoonmaken werk je in de goede , van boven naar beneden. Je zorgt dat de ruimte en netjes wordt. Tijdens het schoonmaken werk je altijd , zonder risico’s.
Verdiepingsopdrachten
6 Zelf een werkplanning maken
In een woonkamer staan een bank, twee zitstoelen, bijzettafeltjes, een wandkast met televisie en een eettafel met vier stoelen. Ook hangen er lampen, is er een leeslamp en hangen er drie lijsten met foto’s aan de muur. Er is een tegelvloer.
Vul de planning in voor het schoonmaken van deze woonkamer.
Tijd
Wat maak je schoon?
Benodigdheden
08:30–08:45 Stoffer en doek
08:45–09:00 Stofzuiger
09:00–09:15 Emmer, dweil
7 Planning voor het schoonmaken
Stel: je maakt een planning voor het schoonmaken, maar begint toch zomaar ergens mee.
a Wat kan er misgaan?
Kies het beste antwoord.
◯ Je vergeet misschien een taak.
◯ Je bent te snel klaar.
◯ Je maakt minder goed schoon.
b Waarom is het beter om je aan de planning te houden?
1.2 Voorschriften en veiligheidssymbolen
Als je schoonmaakt, moet je weten hoe je dat veilig en goed doet. Daarom zijn er:
✖ onderhoudsvoorschriften, die vertellen hoe je spullen moet schoonmaken;
✖ schoonmaakregels, die zorgen voor hygiëne en duidelijkheid;
✖ pictogrammen, die waarschuwen voor gevaar bij schoonmaakmiddelen.
Wat zijn onderhoudsvoorschriften?
Onderhoudsvoorschriften zijn regels over hoe je een voorwerp moet verzorgen of schoonmaken.
Die vind je op:
✖ een etiket of sticker op het product;
✖ een gebruiksaanwijzing;
✖ een schoonmaaklijst of digitaal schoonmaakplan.
In de voorschriften staat bijvoorbeeld:
✖ welk schoonmaakmiddel je moet gebruiken;
✖ of je iets droog of nat moet schoonmaken;
✖ hoe vaak je het moet doen;
✖ of je voorzichtig moet zijn met het materiaal (zoals hout of stof).
Universele reiniger iets laten inwerken en met een vochtige doek afvegen. Watervlekken verwijderen met azijnreiniger of roestvrij staalreiniger.
Onderhoudsinstructie van een keukenbedrijf.
Uit de praktijk
Shanti werkt in een verzorgingstehuis, een mooi gebouw uit 1932 met veel originele kenmerken, zoals glas-inloodramen. Ze moet de mooie houten trap in de hal schoonmaken. Ze pakt het schoonmaakplan erbij. Hierin staat: ‘De trap wekelijks stofzuigen, daarna met droge doek afnemen. Geen vocht gebruiken.’ Nu weet Shanti dat ze deze trap niet nat mag maken, want dan raakt het hout beschadigd.
Bij gebruik van gangbare oppervlakte actieve reinigers altijd de doseerinstructies van de producent in acht nemen. Een extra behandeling met leerverzorgingsmiddelen is niet vereist. Gebruik geen chemische bleekmiddelen of schurende reinigingsmiddelen.
Bij reiniging met universele reiniger met een vochtige doek vegen om strepen te voorkomen.
Bij reiniging met universele reiniger met een vochtige doek vegen om strepen te voorkomen. Droogwrijven om watervlekken te voorkomen.
Wat zijn schoonmaakregels?
Schoonmaakregels helpen je om netjes, veilig en hygiënisch te werken. Ze zorgen dat iedereen op dezelfde manier schoonmaakt. Belangrijke regels zijn:
✖ werk van minder vuil naar vuiler;
✖ werk van boven naar beneden;
✖ werk van droog naar nat;
✖ gebruik de juiste middelen en materialen;
✖ meng nooit schoonmaakmiddelen;
✖ draag bescherming als dat nodig is (zoals handschoenen);
✖ ventileer goed (zet een raam open);
✖ maak een nieuw sopje als het vies is of als je in een andere ruimte gaat werken;
✖ gebruik de juiste dosering (niet te veel schoonmaakmiddel);
✖ maak na het schoonmaken de schoonmaakspullen schoon (dweil en emmer uitspoelen, mond van de stofzuiger reinigen, vezeldoekjes in de was doen).
Wat zijn pictogrammen?
Pictogrammen zijn informatieve plaatjes. Bij het schoonmaken zijn pictogrammen waarschuwingsplaatjes op schoonmaakmiddelen. Ze laten zien of een middel giftig, bijtend of brandbaar is. Je vindt ze op het etiket van de verpakking.
PICTOGRAMMEN EN GEVARENKLASSEN
Uit de praktijk
Milan moet het toilet schoonmaken bij mevrouw Çelik thuis. Hij vindt een fles wc-reiniger in het kastje met schoonmaakmiddelen. Op het etiket ziet hij twee pictogrammen:
Deze plaatjes waarschuwen: het middel kan je huid beschadigen en het is slecht voor het milieu.
Milan weet nu dat hij:
✖ handschoenen moet aantrekken, zodat het middel niet op zijn huid komt;
✖ een raam moet openzetten, zodat hij geen last krijgt van de geur of dampen;
✖ het middel niet mag mengen met andere schoonmaakmiddelen, want dat kan gevaarlijk zijn.
Zo werkt hij veilig én volgens de voorschriften.
Waarom is werken volgens voorschriften belangrijk?
Als je voorschriften, regels en symbolen volgt, zorg je voor:
✖ veiligheid (voor jezelf en anderen);
✖ hygiëne (voorkomt ziektes);
✖ goede verzorging van spullen;
✖ milieubewust en kostenbewust werken.
Opdrachten
1
Begrippen kennen
Test je kennis over de theorie.
a Wat is een onderhoudsvoorschrift?
b Noem twee plekken waar je een onderhoudsvoorschrift kunt vinden.
1.
2.
c Waarom zijn pictogrammen belangrijk op schoonmaakmiddelen?
2
Begrippen kennen
Als je schoonmaakt, moet je weten hoe je dat veilig en goed doet. Welke uitleg hoort bij welk begrip?
Onderhoudsvoorschrift
Pictogram
Van boven naar beneden
Irriterend middel
3
Toilet schoonmaken
• Eerst de kast, dan de vloer
Bij gebruik goed ventileren, niet in ogen wrijven
• Waarschuwing op schoonmaakmiddel
• Regel over hoe je een voorwerp schoonmaakt
Je werkt in de zorg en moet het toilet schoonmaken. In het schoonmaakplan lees je:
✖ eerst wastafel en spiegels schoonmaken;
✖ daarna toiletpot;
✖ gebruik een middel met dit pictogram:
a Wat betekent het pictogram en wat moet je daarom doen?
Betekenis:
Wat ik moet doen:
b Wat gebeurt er als je het toilet eerst doet en daarna de wastafel?
4 Schoonmaakregels
Wat is een goede schoonmaakregel?
◯ Begin bij het vuilste
◯ Gebruik altijd extra veel middel
◯ Werk van boven naar beneden
◯ Meng chloor en allesreiniger voor extra werking
5 Schoonmaakmiddelen
Zijn de volgende stellingen over schoonmaakmiddelen juist of onjuist?
Juist Onjuist
Pictogrammen staan op de verpakking om het product te versieren. ◯ ◯
Meng nooit twee schoonmaakmiddelen met verschillende pictogrammen. ◯ ◯
Een middel met dit pictogram is altijd veilig zonder bescherming: ◯ ◯
Verdiepingsopdrachten
6 Pictogrammen
Een pictogram is een waarschuwingsplaatje, bijvoorbeeld op een schoonmaakmiddel.
a Wat moet je doen (of laten) bij elk pictogram?
Pictogram Wat moet je (niet) doen?
b Wat betekenen de pictogrammen?
Giftig
Explosief
Ontvlambaar
7
Collega maakt een fout
Niek ziet dat zijn collega twee schoonmaakmiddelen mengt om een extra krachtig schoonmaakmiddel te maken: een bijtend en een irriterend middel. Niek weet dat dit volgens de pictogrammen gevaarlijk is.
a Wat kan Niek tegen zijn collega zeggen?
b Wat kan Niek aan zijn collega uitleggen over het etiket?
c Hoe kan Niek in de toekomst voorkomen dat zijn collega weer een fout maakt?
1.3 Schoonmaakmiddelen en
1.3 Schoonmaakmiddelen en schoonmaakmethoden
Als je iets schoonmaakt, kies je hoe je dat doet (schoonmaakmethode) en wat je daarvoor gebruikt (schoonmaakmiddel). Je maakt deze keuzes niet zomaar: je kijkt naar het soort vuil, het materiaal en de plek waar je werkt.
Welke schoonmaakmethode kies je?
Je kunt op verschillende manieren schoonmaken:
Droog schoonmaken – met een stofdoek of bezem bijvoorbeeld. Voor licht vuil, stof en kruimels.
Vochtig schoonmaken – met een vochtige doek of dweil. Voor vlekken en oppervlakken.
Nat schoonmaken – met water en schoonmaakmiddel. Voor hardnekkig vuil, de vloer of het toilet.
De schoonmaakmethode hangt ook af van de plek:
✖ in een keuken gebruik je een andere aanpak dan in een wc;
✖ bij kwetsbare spullen (zoals hout of elektronica) werk je liever droog of licht vochtig.
Uit de praktijk
Eva is stagiaire op een bso en maakt een lokaal schoon. Dat doet ze op de volgende manier. Ze begint met de tafels: eerst stof afnemen (droog), daarna afnemen met vochtige doek. Daarna doet ze de vloer: eerst stofzuigen, dan dweilen. En als laatste maak ze het digibord schoon: alleen met een droge doek afnemen.
Welk middel gebruik je?
Niet elk middel is geschikt voor elk soort vuil. Er zijn vier soorten schoonmaakmiddelen:
Soort vuil
Vuil van stof / vlekken
Kalkaanslag
Soort middel
Reiniger
Vet
Bacteriën
Ontkalker
Ontvetter
Desinfecterend middel
Voorbeeld
Allesreiniger voor tafels
Middel voor badkamer of kranen
Middel voor keuken of oven
Voor toilet of spoelknop
Let bij het kiezen op:
✖ Dosering – de hoeveelheid schoonmaakmiddel die je nodig hebt. Gebruik niet te veel, dat is slecht voor het milieu én duur.
✖ Pictogrammen – sommige middelen zijn bijtend of schadelijk.
✖ Milieu – kies bij voorkeur een milieuvriendelijk middel.
✖ Kosten – gebruik het middel zuinig, dan gaat het langer mee.
Dosering berekenen - rekenhulp
Soms moet je schoonmaakmiddel afmeten, bijvoorbeeld één dopje per liter water. Gebruik dan deze stappen om te berekenen hoeveel dopjes je nodig hebt.
Zo reken je het uit:
Wat doe je?
Voorbeeld
1. Lees de dosering op het etiket. 1 dopje per liter water
2. Bepaal hoeveel water je gebruikt. Bijvoorbeeld 3 liter
Gebruik een maatbeker voor het water en meet dopjes voorzichtig af. Rond af op halve dopjes als dat nodig is.
Opdrachten
1 Begrippen kennen
Test je kennis over de theorie.
a Welk middel gebruik je voor kalkaanslag?
◯ Ontvetter
◯ Ontkalker
◯ Desinfectiemiddel
◯ Allesreiniger
b Wat doe je als je een digibord moet schoonmaken?
◯ Nat afnemen
◯ Met een droge doek afnemen
◯ Met een allesreiniger schoonmaken
◯ Dweilen met heet water
c Waarom moet je niet te veel schoonmaakmiddel gebruiken?
Twee antwoorden zijn goed.
□ Dan is het sneller schoon.
□ Dat is goedkoper.
□ Het is beter voor het milieu.
□ Het ruikt dan minder sterk.
2 Met welk doel gebruik je het?
Bekijk de afbeeldingen.
Met welk doel gebruik je het schoonmaakmiddel?
• Tegen bacteriën
• Tegen lichte vlekken
• Tegen vet in de keuken
• Tegen kalkaanslag in de badkamer
3
Dosering berekenen
Je wilt allesreiniger gebruiken voor het schoonmaken van de badkamer. Je maakt er een sopje van met water. Op het etiket staat dat je 1 dopje van 5 ml nodig hebt voor 10 liter water Bereken hoeveel allesreiniger je nodig hebt bij elke hoeveelheid water.
Vul de tabel in.
Hoeveelheid water
Stap 1: deel door 10 (want 10 liter = 1 dopje) Stap 2: Aantal dopjes × 5 ml 5 liter
liter
4
Douche schoonmaken
Je krijgt de taak om de douche schoon te maken. Op de douchedeur zit kalkaanslag. In het kastje staan flessen met allesreiniger, ontkalker en ontvetter.
a Welk middel kies je?
◯ Allesreiniger
◯ Ontkalker
◯ Ontvetter
b Wat controleer je vóórdat je het middel gebruikt?
c Wat doe je na het schoonmaken met een bijtend middel?
Herhalingsopdrachten
5 Schoonmaakmethode
Wat is de juiste schoonmaakmethode voor het reinigen van de vloer in een klaslokaal?
◯ Eerst dweilen, dan vegen
◯ Alleen stof afnemen
◯ Eerst stofzuigen, dan dweilen
◯ Alleen met een natte doek schoonmaken
6 Schoonmaakmiddelen
Zijn de stellingen over het gebruik van schoonmaakmiddelen juist of onjuist?
Juist
Onjuist
Ontvetter gebruik je voor het schoonmaken van de wc-bril.
Allesreiniger gebruik je voor kunststof tafels en stoelen.
Een desinfectiemiddel doodt bacteriën.
Verdiepingsopdrachten
7 Schoonmaakmethode en -middel
Je moet verschillende onderdelen schoonmaken. Welke methode en welk middel gebruik je?
Bekijk de tabel en vul hem verder in. Er is al een voorbeeld gegeven.
Onderdeel
Schoonmaakmethode Schoonmaakmiddel
Aanrecht Vochtig afnemen Ontvetter
Badkamerkraan
Stoel in klaslokaal
Toiletkraan
8 Keuken schoonmaken
Je moet de keuken van de school schoonmaken. Op het fornuis zit aangekoekt vet. Een klasgenoot wil beginnen met allesreiniger.
a Wat zeg je tegen je klasgenoot?
Met MIXED ga je praktisch aan de slag, zodat je kunt ontdekken wat jij écht leuk vindt en waar jij goed in bent. Geen saaie boeken, maar vooral praktische opdrachten waarbij je trots kunt zijn op de prestaties die je neerzet en de producten die je maakt. Door te doen ontdek je ook welke beroepen en beroepscontexten bij jouw interesses en kwaliteiten passen. We wensen jou veel succes, maar vooral ook veel plezier bij het uitvoeren van de opdrachten!