www.samengevat.nl
samengevat
examenbundels - zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens vwo Duits vwo Engels vwo Frans vwo Nederlands
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
vwo biologie
De Examenbundel bevat oefenÂexamens met
vwo natuurkunde
uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens
vwo scheikunde
het oefenen.
vwo wiskunde A
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
vwo wiskunde B
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en
vwo wiskunde C
kijk voor meer tips om te slagen op
vwo aardrijkskunde
www.examenbundel.nl.
vwo economie vwo geschiedenis vwo M&O vwo maatschappijwetenschappen
vwo
examenbundel + samengevat = jouw succesformule
vwo
economie
samengevat Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. vwo biologie
978-90-06-07876-3
Met Samengevat kun je grote hoeveelheden
vwo natuurkunde
978-90-06-07877-0
stof snel herhalen en overzien. Je krijgt beter
vwo scheikunde 978-90-06-07878-7 vwo wiskunde A 978-90-06-07382-9 vwo wiskunde B 978-90-06-07383-6 vwo wiskunde C
economie
- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel
inzicht in de samenhang van de onderwerpen en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Kijk voor tips en informatie over je examen op www.examenbundel.nl.
978-90-06-07384-3
vwo aardrijkskunde 978-90-06-08045-2 vwo geschiedenis
978-90-06-08047-6
vwo economie 978-90-06-10722-7
9006107227_omslag_vwo.indd 1
vwo M&O
978-90-06-07379-9
h/v Nederlands 3F / 4F
978-90-06-07999-9
h/v rekenen 3F
978-90-06-26067-0
6/06/16 11:08
9006107227_SG_vEco_BW.indb 1
6/06/16 10:48
www.samengevat.nl
vwo
economie
drs. J.P.M. Blaas
9006107227_SG_vEco_BW.indb 1
6/06/16 10:48
Vormgeving:
Criterium, Arnhem
Technisch tekenwerk:
TiekstraMedia, Groningen
Opmaak:
PPMP Prepress, Wolvega
Omslagfoto:
Arthimedes | Shutterstock
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 10722 7 Zesde druk, eerste oplage, 2016 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC ® -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 2
6/06/16 10:48
voorwoord Beste examenkandidaat, Voor je ligt de geheel vernieuwde Samengevat, aangepast aan de exameneisen die vanaf 2016 van kracht zijn en voor het eerst geĂŤxamineerd worden in 2017. In dit boek vind je de leerstof en de vaardigheden voor het vwo-examen economie kort en systematisch weergegeven. Deze samenvatting stelt je in staat om in korte tijd grote hoeveelheden stof te herhalen en te overzien. Hoofd- en bijzaken worden onderscheiden waardoor je inzicht krijgt in de grote lijnen van de stof en in de samenhang tussen de verschillende onderwerpen. Met Samengevat bereid je je zelfstandig voor op het examen. Gecombineerd met de Examenbundel vwo economie vormt deze Samengevat de beste voorbereiding op je examen. De theorie vind je in Samengevat en je oefent met de opgaven uit de Examenbundel! Samengevat en Examenbundel zijn naast elke methode te gebruiken. Heb je opmerkingen? Meld het ons via vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, juli 2016
opmerking Achterin dit boek zijn 6 bladzijden opgenomen met voorbeelden van (reken)vaardigheden. Hoewel dit boek met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen naar aanleiding van publicaties van de overheid betreffende specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens het examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 3
6/06/16 10:48
hoe werk je met dit boek? In SAMENGEVAT vormen linker- en rechterbladzijde een geheel. De begrippen die links kort worden weergegeven, worden rechts nader toegelicht (door definities, illustraties of voorbeelden). LINKERBLADZIJDE Op de linkerbladzijde staan boomdiagrammen die de onderlinge relaties van begrippen laten zien. De linkerbladzijde dient als een checklist om snel na te gaan of de genoemde onderwerpen bekend zijn. dit is het hoofdbegrip
→ omzet productiewaarde/verkoopwaarde, totale opbrengst
cursieve tekst geeft de relatie met → begrip van 1e orde, beschrijft
opgebouwd uit
■ inkoopwaarde inkoop van onderdelen/ grondstoffen/ diensten
de volgende opsomming aan →
■ bruto toegevoegde waarde productie van bedrijven opgebouwd uit
hoofdbegrip + toelichting
begrip van 2e orde, geeft informatie →
■ afschrijvingen minder waard worden van kapitaalgoederen
over bruto toegevoegde waarde
■ netto toegevoegde waarde
opgebouwd uit begrip van 3e orde, geeft informatie →
■
winstsom netto winst voor belasting, voor eigenaren
over netto toegevoegde waarde +
■
interest- of rentesom voor geldverstrekkers
toelichting
■
loonsom loonkosten werknemers
■
pachtsom voor grondeigenaren
■
huursom voor gebouwenbezitters
RECHTERBLADZIJDE Op de rechterbladzijde vind je nadere informatie, die je nodig hebt als de begrippen links nog niet bekend zijn of als je die nog onvoldoende beheerst. Deze theorie vervangt voor een deel de theorie die ook in je leerboek voorkomt. hhier vind je de definitie en
→
toegevoegde waarde verschil tussen de verkoopwaarde (productiewaarde)
een toelichting op het begrip
en de inkoop¬waarde (verbruik) in het productieproces, gemeten over
toegevoegde waarde van links
een bepaalde periode. De term geeft aan dat een bedrijf met de inkoop iets doet waardoor de waarde in geld gemeten hoger wordt, m.a.w. de
zo worden ook andere begrippen
mensen hebben er dan meer geld voor over. Bv. een winkelier zorgt ervoor
nader verklaard
dat de producten ‘en detail’ voor de consument ter beschikking komen. De toegevoegde waarde is gelijk aan de waarde van het in het bedrijf
ter toelichting kun je rechts ook
gevormde inkomen. Dit inkomen komt ten goede aan (de bezitters van) de
voorbeelden, diagrammen of
productiefactoren, de gezinnen.
tabellen aantreffen
9006107227_SG_vEco_BW.indb 4
6/06/16 10:48
inhoud voorwoord
3
hoe werk je met dit boek?
4
1 domein D
concept markt
6
2 domein E
concept ruilen over de tijd
46
3 domein F
concept samenwerken en onderhandelen
60
4 domein G
concept risico en informatie
74
5 domein H
concept welvaart en groei
88
6 domein I
concept goede tijden, slechte tijden
126
7 vaardigheden
144
voorbeelden van berekeningen
152
trefwoordenregister
158
9006107227_SG_vEco_BW.indb 5
6/06/16 10:48
begrippen en relaties
1
6
domein D concept markt markt ontmoeting van vraag en aanbod, concurreren, ruilen ■■ abstracte markt vrijwel iedere markt, bv. markt voor tv’s, huizen ■■ concrete markt bloemen- of groenteveiling, rommelmarkt ruilen ■■ directe ruil of ruil in natura goederen tegen goederen ■■ indirecte ruil geld als smeermiddel marktpartijen ■■ consumenten aanbieders van de productiefactoren; vragers van consumptiegoederen ■■ bedrijven aanbieders van individuele goederen; vragers van kapitaalgoederen, diensten ■■ overheid aanbieder van (quasi-) collectieve goederen; vrager van consumptie- en kapitaalgoederen ■■ buitenland aanbieders van consumptie- en kapitaalgoederen; vragers van consumptieen kapitaalgoederen consumptiegoederen bevredigingsmiddelen ■■ vrije goederen lucht, zon, wind: ‘zijn er vanzelf en voor iedereen’ ■■ economische goederen schaarse goederen verschillende soorten ■■ materieel
goed tegenover immaterieel goed tastbaar of niet-tastbaar ■■ primair goed tegenover secundair goed noodzakelijk of luxe ■■ inferieur goed tegenover niet-inferieur goed ‘minderwaardig’ of ‘nietminderwaardig’ ■■ substitueerbaar goed tegenover complementair goed vervangbaar of aanvullend ■■ duurzaam goed tegenover niet-duurzaam goed lang of kort meegaand ■■ individueel goed tegenover collectief goed voor één persoon of voor velen bestemd
9006107227_SG_vEco_BW.indb 6
6/06/16 10:48
toelichting
7
markt ontmoeting tussen vraag en aanbod, als gevolg hiervan komt een prijs tot stand. abstracte markt het abstracte geheel van vraag en aanbod, de markt voor tv’s of voor vliegreizen. Voorbeelden zijn verder: de oliemarkt of de arbeidsmarkt. concrete markt markt waarbij je denkt aan een bepaalde plaats waar vragers en aanbieders bij elkaar komen, bv. een veiling of een rommelmarkt. concurreren wedijveren of mededingen. Een bedrijf concurreert met een ander bedrijf om de klant. Een groenteboer concurreert zodoende met een supermarkt. directe ruil of ruil in natura ruil van goederen tegen goederen. Dit is een primitieve vorm van ruilen, bv. de een helpt met schilderen, de ander past als tegenprestatie op de kinderen. Het lastige van deze vorm van ruilen is dat je altijd iemand moet vinden die wil hebben wat jij hebt aan te bieden. Dit kan soms lang zoeken zijn, hoewel de computer daar wel bij kan helpen. De ‘zoektijd’ is een vorm van transactiekosten. indirecte ruil ruil met behulp van geld. Men ruilt een goed tegen geld en dit geld kan weer tegen goederen worden geruild. Zo geeft arbeid loon en met dit geld kan men goederen kopen. Dit maakt het mogelijk dat de mens zich specialiseert op een onderdeel van het productieproces (= arbeidsspecialisatie = arbeidsverdeling). Arbeidsverdeling zorgt voor efficiency en zodoende voor een hogere welvaart. consumptiegoed bevredigingsmiddel, d.w.z. het voorziet in een behoefte. Ook: een goed gekocht door de consument of: een goed in bezit van een consument. Zo is nog onverkocht brood bij de bakker geen consumptiegoed, maar een (vlottend) kapitaalgoed. inferieur goed goed dat minder gekocht gaat worden als men meer koopkracht krijgt. Men zal bijvoorbeeld bij een hoger reëel inkomen eerder op buitenlandse vakantie gaan. Vakantie in Nederland is dan een inferieur product. Wat inferieur voor de een is, hoeft dat nog niet voor de ander te zijn. De inkomenselasticiteit van dit goed is negatief. substitutiegoed of vervangingsgoed goed dat in de plaats van een ander goed gebruikt kan worden. Zo zal bij een hogere koffieprijs koffie (gedeeltelijk) vervangen worden door thee; thee is dan het substitutiegoed van koffie. Een hogere prijs van koffie kan zodoende de vraag naar thee doen stijgen. complementair goed of aanvullend goed goederen worden in combinatie gebruikt. Veel mensen gebruiken koffie met suiker: suiker is een complementair goed van koffie. individueel goed product in beginsel bestemd voor één persoon (soms een groep personen). Het goed is verhandelbaar via de markt: er is een prijs voor vast te stellen. Het betreft hier bijna alle goederen, zoals een schrift, een zwembad, een dienst van een notaris.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 7
6/06/16 10:48
begrippen en relaties domein D concept markt
8
vraag naar consumptiegoed consumptieve besteding bepaald door o.a.
■■ koopkracht afhankelijk van ■■ prijs
duur of goedkoop? ■■ inkomen verdien je veel of weinig? ■■ behoeften ‘hoe graag wil ik het’?, voorkeuren o.a. beïnvloed door ■■ reclame
informatievoorziening en verleiding; basis is vaak een marktonderzoek moderichtingen ■■ prijs van complementaire goederen bv. auto en benzine ■■ prijs van substitutiegoederen hoe duur is het alternatief? ■■ trends
gevolgen van consumeren
■■ positief extern effect bv. effect aanleggen mooie tuin ■■ negatief extern effect bv. milieuvervuiling bedrijfskolom opgebouwd uit bedrijfsgeledingen veranderingen treden op door
■■ integratie verdwijnen van een markt, verticale samenwerking: eerst levert boer melk aan kaasfabriek, maar maakt nu zijn eigen kaas ■■ differentiatie er komt een nieuwe markt bij: graanboer maalde eerst z’n eigen graan, nu verkoopt hij het aan de meelfabriek ■■ parallellisatie uitbreiding assortiment: slagers worden ook traiteurs ■■ specialisatie verdieping/verkleining van assortiment: Bijenkorf verkoopt geen levensmiddelen meer motieven voor splitsen of samenvoegen/fuseren
■■ garanderen van toelevering Unilever met zijn palmolieplantages ■■ schaalvoordelen hoe groter de productie, hoe lager de kostprijs per product ■■ risicospreiding groter assortiment minder afhankelijk van de verkoop van één product stimulans voor schaalvergroting
■■ Europese Unie Europese markt is één markt ■■ concurrentie handelsbelemmeringen verdwijnen steeds meer, globalisering
9006107227_SG_vEco_BW.indb 8
6/06/16 10:48
toelichting
9
collectief goed product bestemd voor veel personen en niet via een markt te verhandelen: men kan niet bepalen wie, in welke mate er gebruik van maakt. Er is dus geen verkoopprijs of marktprijs te bepalen. Deze goederen zullen alleen via de overheid aangeboden worden, bv. defensie, straatverlichting, dijken, algemeen bestuur. Om deze producten te bekostigen zal de overheid de mensen moeten dwingen belasting te betalen. koopkracht van een persoon geeft aan hoeveel goederen iemand met zijn inkomen kan kopen. Dit is te berekenen door het nominale inkomen te nemen en te delen door de gemiddelde prijs van de goederen. extern effect gevolg voor de omgeving. Iets kopen en verbruiken kan een negatief of positief effect op de omgeving hebben, waarvoor geen betaling (vergoeding) tegenover staat. Als wij veel tropisch hardhout kopen, dan verdwijnen de tropische wouden snel. Het gevolg: verslechtering leefklimaat in ontwikkelingslanden, toekomstige welvaart wordt aangetast (er is geen hout meer), versterking broeikaseffect etc. Geluidsoverlast is een negatief extern effect: de veroorzaker geeft geen geldelijke compensatie aan de slachtoffers. Een positief extern effect is: iemand heeft een mooie tuin: voorbijgangers genieten zonder te betalen. bedrijfstak groep van bedrijven die zich met ongeveer gelijksoortige economische activiteiten bezighoudt. Je kan denken aan de industrie, de handel en de horeca. bedrijfskolom reeks van bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia (in de bedrijfsgeledingen) van een goed plaatsvinden (van oerproducent tot eindproducent). Bv. de bedrijfskolom melk: van veehouder tot en met supermarkt. assortiment geeft de verschillende producten aan die een bedrijf maakt/verkoopt. Verdieping van assortiment wil zeggen dat er van een bepaald soort goed veel variëteiten zijn, bv. een kaaswinkel met veel verschillende soorten Franse kaas. integratie als twee opvolgende geledingen van een bedrijfskolom samengaan. Er verdwijnt dan een markt. Een bedrijf dat vergaand geïntegreerd is, zal dus veel bewerkingen zelf uitvoeren. Zo heeft Unilever voor zijn margarineproductie zelf palm(olie)plantages opgezet. differentiatie tegenovergestelde van integratie. Differentiatie betekent een markt er bij. parallellisatie een bedrijf voegt goederen aan zijn verkoop- of productieassortiment toe. Een moderne supermarkt is sterk geparallelliseerd, men heeft een zeer breed assortiment van goederen. Parallellisatie kan leiden tot branche- of bedrijfstakvervaging. specialisatie tegenovergestelde van parallellisatie. Een bedrijf concentreert zich op de productie van een kleiner assortiment goederen. Een voorbeeld is Norton, dat zich vrijwel alleen met een virusbestrijdingsprogramma bezighoudt.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 9
6/06/16 10:48
10
begrippen en relaties domein D concept markt
marktvormen bepaald door
■■ aantal vragers de kopers ■■ aantal aanbieders de verkopers, concentratiegraad ■■ soort product homogeen of heterogeen ■■ doorzichtigheid weet men wat er op de markt gebeurt ■■ toetredingsmogelijkheid vestigingseisen, kapitaalintensiteit verschijningsvormen
■■ volkomen concurrentie marktmechanisme, markt voor aandelen Shell ■■ monopolistische concurrentie veel aanbieders, heterogeen product ■■ oligopolie marktaandeel vier grootste bedrijven > 60% of C4 > 60% ■■ monopolie marktaandeel grootste bedrijf > 90% of C1 > 90% overzicht in schema
aantal aanbieders1 →
één
weinig
veel
soort product ↓ homogeen heterogeen
monopolie
homogeen oligopolie
volkomen concurrentie
heterogeen oligopolie
monopolistische concurrentie
1
Er worden bij deze marktvormen altijd veel vragers verondersteld.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 10
6/06/16 10:48
toelichting
11
marktvorm alle omstandigheden waaronder de ruil (koop en verkoop) op een markt plaats vindt en op welke manier de prijs tot stand komt. Zo zal een bedrijf met een uniek product een grote machtspositie hebben en daardoor de prijs min of meer kunnen dicteren. doorzichtige of transparante markt kopers en verkopers weten wie er zoal aanbiedt en vraagt. Ook welke prijzen men wil hebben of betalen. Men kan zijn gedrag goed op de andere marktpartijen afstemmen. De bloemenveiling in Aalsmeer is een goed voorbeeld. monopolie één bedrijf, dat een bepaald product aanbiedt. Bv. Microsoft met zijn monopolie voor zijn besturingssysteem (Windows). De sterkte van een monopolie wordt o.a. bepaald door het bestaan van substituten en de aanwezigheid van potentiële concurrenten. marktaandeel gedeelte van de totale omzet of van de totale afzet dat een bedrijf of bepaald product heeft. Bv. de marktgrootte van auto’s wordt uitgedrukt in het aantal verkochte auto’s per jaar. De marktgrootte van koffie is het totale bedrag dat aan koffie verkocht is in een jaar. concentratiegraad marktaandeel van het grootste bedrijf of marktaandeel grootste bedrijven. Bijvoorbeeld C4 > 60% betekent dat de concentratiegraad of het marktaandeel van de vier grootste bedrijven op een bepaalde markt (voor een bepaald product) meer dan 60% is. Zo betekent C1 > 90% dat het marktaandeel van het grootste bedrijf op een markt van een bepaald product meer dan 90% is, d.w.z. dit noemen we een situatie van monopolie. homogene goederen goederen die door de vragers als gelijk worden gezien. Er bestaat geen voorkeur voor een aanbieder. Men laat zich leiden door de prijs, bv. een aandeel Unilever. Men koopt van degene die het laagst met de prijs is. Er zal dan ook maar één prijs tot stand komen. Als een product technisch (bijna) hetzelfde is, zoals bepaalde types Skoda en Seat, is het niet gezegd dat de koper het ook zo ziet. Andersom kan het zijn dat producten verschillen, maar men ziet het verschil niet. Zo zijn er diverse soorten aardbeien, maar vele consumenten kiezen automatisch voor de goedkoopste aanbieder omdat ze geen verschil zien. heterogene goederen gelijksoortige producten, maar de kopers hebben een voorkeur; dit is een gevolg van productdifferentiatie. De meeste producten zijn heterogeen, daarom kunnen voor gelijksoortige producten prijsverschillen bestaan. Denk aan stofzuigers, maar ook discotheken.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 11
6/06/16 10:48
12
begrippen en relaties domein D concept markt
marktmechanisme prijsmechanisme ■■ marktevenwicht ‘onzichtbare hand’ algemeen grafisch beeld p
p*
0
p* is de evenwichtsprijs en q* is de evenwichtshoeveelheid
q*
q
wiskundig voorbeeld
aanbodfunctie: qa = p – 3 vraagfunctie: qv = – p + 15 evenwichtsvoorwaarde: qa = qv prijseffect gevolg van een prijsverandering ■■ inkomenseffect prijsverandering beïnvloedt de koopkracht ■■ substitutie-effect prijsverhoging doet zoeken naar alternatieven individuele vraagfunctie ■■ vraagfunctie van één koper wiskundig bv. qv = – 2p + 50 met p = prijs per stuk; qv = gevraagde hoeveelheid Let op: voor p staat een negatief getal! ■■ grafisch
p
N.B. p staat op y-as en qv op x-as.
25
Men wil minder kopen als er per stuk meer voor betaald moet worden. 50 qv
9006107227_SG_vEco_BW.indb 12
6/06/16 10:48
toelichting
13
prijsmechanisme of marktmechanisme de prijs of de markt zorgt altijd voor een evenwicht tussen vraag en aanbod. Zo zal, als de vraag groter is dan het aanbod, de prijs omhoog gaan. Bij een hoge prijs wordt de vraag afgeremd maar de productie gestimuleerd, waardoor er weer evenwicht komt tussen vraag en aanbod. Als de vraag kleiner is dan het aanbod, vindt het omgekeerde proces plaats. Het prijsmechanisme werd door Adam Smith ‘de onzichtbare hand’ genoemd, die een economie ordent. prijs bedrag dat een koper/vrager moet betalen om een product in eigendom te krijgen. betalingsbereidheid maximale prijs die een vrager bereid is te betalen voor één eenheid van een goed. Bijvoorbeeld de een zal voor een tablet maximaal € 600 willen betalen, een ander niet meer dan € 400. Zou de prijs € 400 zijn, dan heeft de een een surplus van € 200 en de ander een surplus van € 0. prijseffect door verandering van prijs zullen een aantal economische gevolgen optreden. Deze gevolgen kan je onderverdelen in een inkomenseffect en een substitutie-effect. inkomenseffect invloed van een prijsverandering op het reële inkomen of de koopkracht. Een prijsverhoging zal de koopkracht negatief beïnvloeden. Bijvoorbeeld een huurverhoging zal als het inkomen niet aangepast wordt, leiden tot daling van de koopkracht. substitutie-effect door verandering van een prijs zal men gaan zoeken/overstappen naar een alternatief. Zo zal een huurverhoging voor sommige mensen aanleiding geven om te zoeken naar een koophuis. individuele (prijs-)vraagfunctie verband tussen de gevraagde hoeveelheid van één consument en de prijs van een goed, ceteris paribus. Bv. de prijs van een pak halfvolle melk en de hoeveelheid gevraagde melk per week door een persoon. Het begrip ceteris paribus laat men meestal weg, maar moet je er wel bij denken. ceteris paribus letterlijk: ‘onder overigens gelijke omstandigheden’. In de economie doen we veel ceteris paribus. We willen graag de invloed van een verandering van één grootheid op een andere grootheid vaststellen. Bv. bij de prijsvraagfunctie kunnen we dan zuiver zien wat er gebeurt met de gevraagde hoeveelheid als de prijs verandert, zonder dat er ‘storende zaken’ het beeld vertroebelen. Bij de prijsvraagfunctie zijn o.a. het inkomen en de behoeften ceteris paribus.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 13
6/06/16 10:48
14
begrippen en relaties domein D concept markt
collectieve vraagfunctie ■■ vraagfunctie van alle kopers voorbeelden
bv. qv = – 35p + 52 met p = prijs per stuk; qv = gevraagde hoeveelheid Let op: voor p staat een negatief getal! ■■ grafisch optellen van individuele vraagfuncties ■■ wiskundig
p
p
p
1,0
1,0
1,0
0,8
0,8
0,8
10
15
7
9
qA
17 qB
vrager A
vrager B
24 q A+B
vragers A + B
veranderingen en vraaglijn
■■ verschuiving langs of over de vraaglijn bv. als prijs hoger is, dan kan je aflezen hoeveel er dan gevraagd wordt ■■ verschuiving van de vraaglijn lijn verschuift naar links of naar rechts als gevolg van verandering ■■ behoeften
meer mensen willen het consumenten groei van bevolking ⇒ meer vragen bij eenzelfde prijs ■■ inkomen lager inkomen zorgt voor minder vraag bij eenzelfde prijs ■■ prijs van andere goederen met name van substitutie of complementaire goederen ■■ aantal
individuele aanbodfunctie bij marktmechanisme ■■ aanbodfunctie van één aanbieder/producent voorbeelden ■■ wiskundig
bv. qa = 4p + 10 p = prijs per stuk qa = aangeboden hoeveelheid bepaling
■■ grafisch
markt
individuele aanbieder
p
geld
MK GTK
p*
0
q*
q
Vraag- en aanbodfunctie op de markt
9006107227_SG_vEco_BW.indb 14
0
q1
q2 q3 q4
p = GO = MO = prijsafzetlijn
q
bij q1 en q4 break-even, bij q2 is GW maximaal, bij q3 is TW maximaal; gearceerde gebied is TW als deze maximaal is
Situatie van een individuele aanbieder Vetgemaakte gedeelte van MK-functie is de individuele aanbodfunctie
6/06/16 10:48
toelichting
15
collectieve (prijs-)vraagfunctie verband tussen de gevraagde hoeveelheid van alle vragers en de prijs van een goed, ceteris paribus. Bv. de prijs van een pak halfvolle melk en de totale gevraagde hoeveelheid halfvolle melk per week in Nederland. individuele (prijs-)aanbodfunctie het verband tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid van een individuele producent, ceteris paribus. Hier worden onder andere de prijs van de productieÂfactoren, de productietechniek, e.d. constant gedacht.
9006107227_SG_vEco_BW.indb 15
6/06/16 10:48
www.samengevat.nl
samengevat
examenbundels - zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens vwo Duits vwo Engels vwo Frans vwo Nederlands
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
vwo biologie
De Examenbundel bevat oefenÂexamens met
vwo natuurkunde
uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens
vwo scheikunde
het oefenen.
vwo wiskunde A
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
vwo wiskunde B
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en
vwo wiskunde C
kijk voor meer tips om te slagen op
vwo aardrijkskunde
www.examenbundel.nl.
vwo economie vwo geschiedenis vwo M&O vwo maatschappijwetenschappen
vwo
examenbundel + samengevat = jouw succesformule
vwo
economie
samengevat Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. vwo biologie
978-90-06-07876-3
Met Samengevat kun je grote hoeveelheden
vwo natuurkunde
978-90-06-07877-0
stof snel herhalen en overzien. Je krijgt beter
vwo scheikunde 978-90-06-07878-7 vwo wiskunde A 978-90-06-07382-9 vwo wiskunde B 978-90-06-07383-6 vwo wiskunde C
economie
- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel
inzicht in de samenhang van de onderwerpen en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Kijk voor tips en informatie over je examen op www.examenbundel.nl.
978-90-06-07384-3
vwo aardrijkskunde 978-90-06-08045-2 vwo geschiedenis
978-90-06-08047-6
vwo economie 978-90-06-10722-7
9006107227_omslag_vwo.indd 1
vwo M&O
978-90-06-07379-9
h/v Nederlands 3F / 4F
978-90-06-07999-9
h/v rekenen 3F
978-90-06-26067-0
6/06/16 11:08