www.samengevat.nl
samengevat
examenbundels - zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens havo Duits havo Engels havo Frans
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
havo Nederlands
De Examenbundel bevat oefenÂexamens met
havo biologie
uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens
havo natuurkunde
het oefenen.
havo scheikunde
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
havo wiskunde A
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en
havo wiskunde B
kijk voor meer tips om te slagen op
havo aardrijkskunde
www.examenbundel.nl.
havo economie havo geschiedenis havo M&O havo maatschappijwetenschappen
havo
examenbundel + samengevat = jouw succesformule
havo
economie
samengevat Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Met Samengevat kun je grote hoeveelheden havo biologie 978-90-06-07869-5 havo natuurkunde 978-90-06-07870-1 havo scheikunde 978-90-06-07871-8 havo wiskunde A 978-90-06-07872-5
economie
- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel
stof snel herhalen en overzien. Je krijgt beter inzicht in de samenhang van de onderwerpen en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Kijk voor tips en informatie over je examen op www.examenbundel.nl.
havo wiskunde B 978-90-06-07873-2 havo aardrijkskunde 978-90-06-08044-5 havo geschiedenis 978-90-06-08046-9 havo economie 978-90-06-10721-0 havo M&O 978-90-06-07370-6 h/v Nederlands 3F / 4F
978-90-06-07999-9
h/v rekenen 3F
978-90-06-26067-0
9006107210_omslag.indd 1
22/03/17 15:15
9006107210_boek.indb 1
3/06/16 11:14
www.samengevat.nl
havo
economie
drs. J.P.M. Blaas
9006107210_boek.indb 1
3/06/16 11:14
Vormgeving: Technisch tekenwerk: Opmaak: Omslagfoto:
Criterium, Arnhem TiekstraMedia, Groningen PPMP Prepress, Wolvega Arthimedes | Shutterstock
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 10721 0 Zesde druk, tweede oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2016 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.
Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC ® -keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
9006107210_VW.indd 2
22/03/17 15:00
voorwoord Beste examenkandidaat, Voor je ligt de geheel vernieuwde Samengevat, aangepast aan de exameneisen die vanaf 2016 van kracht zijn en voor het eerst geĂŤxamineerd worden in 2017. In dit boek vind je de leerstof en de vaardigheden voor het havo-examen economie kort en systematisch weergegeven. Deze samenvatting stelt je in staat om in korte tijd grote hoeveelheden stof te herhalen en te overzien. Hoofd- en bijzaken worden onderscheiden waardoor je inzicht krijgt in de grote lijnen van de stof en in de samenhang tussen de verschillende onderwerpen. Met Samengevat bereid je je zelfstandig voor op het examen. Gecombineerd met de Examenbundel havo economie vormt deze Samengevat de beste voorbereiding op je examen. De theorie vind je in Samengevat en je oefent met de opgaven uit de Examenbundel! Samengevat en Examenbundel zijn naast elke methode te gebruiken. Heb je opmerkingen? Meld het ons via vo@thiememeulenhoff.nl.
Amersfoort, juli 2016
opmerking Hoewel dit boek met de grootst mogelijke zorg is samengesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen naar aanleiding van publicaties van de overheid betreffende specifieke examenonderwerpen, de hulpmiddelen die je tijdens het examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
9006107210_boek.indb 3
3/06/16 11:14
hoe werk je met dit boek? In SAMENGEVAT vormen linker- en rechterbladzijde een geheel. De begrippen die links kort worden weergegeven, worden rechts nader toegelicht (door definities, illustraties of voorbeelden). LINKERBLADZIJDE Op de linkerbladzijde staan boomdiagrammen die de onderlinge relaties van begrippen laten zien. De linkerbladzijde dient als een checklist om snel na te gaan of de genoemde onderwerpen bekend zijn. dit is het hoofdbegrip
→ omzet productiewaarde/verkoopwaarde, totale opbrengst
cursieve tekst geeft de relatie met →
■ inkoopwaarde inkoop van onderdelen/ grondstoffen/ diensten
de volgende opsomming aan begrip van 1e orde, beschrijft
opgebouwd uit
→
■ bruto toegevoegde waarde productie van bedrijven
hoofdbegrip + toelichting
opgebouwd uit
begrip van 2e orde, geeft informatie →
■ afschrijvingen minder waard worden van kapitaalgoederen
over bruto toegevoegde waarde
■ netto toegevoegde waarde opgebouwd uit
begrip van 3e orde, geeft informatie →
■ winstsom netto winst voor belasting, voor eigenaren
over netto toegevoegde waarde +
■ interest- of rentesom voor geldverstrekkers
toelichting
■ loonsom loonkosten werknemers ■ pachtsom voor grondeigenaren ■ huursom voor gebouwenbezitters
RECHTERBLADZIJDE Op de rechterbladzijde vind je nadere informatie, die je nodig hebt als de begrippen links nog niet bekend zijn of als je die nog onvoldoende beheerst. Deze theorie vervangt voor een deel de theorie die ook in je leerboek voorkomt. hier vind je de definitie en een
→
toegevoegde waarde verschil tussen de verkoopwaarde
toelichting op het begrip
(productiewaarde) en de inkoop¬waarde (verbruik) in het
toegevoegde waarde van links
productieproces, gemeten over een bepaalde periode. De term geeft aan dat een bedrijf met de inkoop iets doet waardoor de waarde in geld
zo worden ook andere begrippen
gemeten hoger wordt, m.a.w. de mensen hebben er dan meer geld voor
nader verklaard
over. Bv. een winkelier zorgt ervoor dat de producten ‘en detail’ voor de consument ter beschikking komen. De toegevoegde waarde is gelijk aan
ter toelichting kun je rechts ook
de waarde van het in het bedrijf gevormde inkomen. Dit inkomen komt
voorbeelden, diagrammen of
ten goede aan (de bezitters van) de productiefactoren, de gezinnen.
tabellen aantreffen
9006107210_boek.indb 4
3/06/16 11:14
inhoud voorwoord
3
hoe werk je met dit boek?
4
1 domein D
concept markt
6
2 domein E
concept ruilen over de tijd
42
3 domein F
concept samenwerken en onderhandelen
54
4 domein G
concept risico en informatie
66
5 domein H
concept welvaart en groei
80
6 domein I
concept goede tijden, slechte tijden
108
7 vaardigheden
134
trefwoordenregister
142
9006107210_boek.indb 5
3/06/16 11:14
begrippen en relaties
1
6
domein D concept markt markt ontmoeting van vraag en aanbod ■ abstracte markt vrijwel iedere markt bv. markt voor tv’s, huizen ■ concrete markt bloemen- of groenteveiling, rommelmarkt marktpartijen ■ consumenten aanbieders van de productiefactoren; vragers van consumptiegoederen ■ bedrijven aanbieders van individuele goederen; vragers van kapitaalgoederen, diensten ■ overheid aanbieder van (quasi-) collectieve goederen; vrager van consumptie- en kapitaalgoederen ■ buitenland aanbieders van consumptie- en kapitaalgoederen; vragers van consumptieen kapitaalgoederen consumptiegoederen bevredigingsmiddelen ■ vrije goederen lucht, zon, wind: ‘zijn er vanzelf en voor iedereen’ ■ economische goederen schaarse goederen verschillende soorten
goed tegenover immaterieel goed tastbaar of niet-tastbaar goed tegenover secundair goed noodzakelijk of luxe ■ inferieur goed tegenover niet-inferieur goed ‘minderwaardig’ of ‘nietminderwaardig’ ■ substitueerbaar goed tegenover complementair goed vervangbaar of aanvullend ■ duurzaam goed tegenover niet-duurzaam goed lang of kort meegaand ■ individueel goed tegenover collectief goed voor een persoon of voor velen bestemd ■ materieel
■ primair
vraag naar consumptiegoed consumptieve besteding bepaald door o.a.
■ koopkracht afhankelijk van ■ prijs
duur of goedkoop? ■ inkomen verdien je veel of weinig? ■ behoeften ‘hoe graag wil ik het?’, voorkeuren o.a. beïnvloed door ■ reclame
informatievoorziening en verleiding; basis is vaak een marktonderzoek moderichtingen ■ prijs van complementaire goederen bv. cd-speler en cd ■ prijs van substitutiegoederen hoe duur is het alternatief? ■ trends
gevolgen van consumeren
■ positief extern effect bv. effect aanleggen mooie tuin ■ negatief extern effect bv. milieuvervuiling
9006107210_boek.indb 6
3/06/16 11:14
toelichting
7
markt ontmoeting tussen vraag en aanbod, als gevolg hiervan komt een prijs tot stand. abstracte markt het abstracte geheel van vraag en aanbod, de markt voor tv’s of voor vliegreizen. Voorbeelden zijn verder: de oliemarkt of de arbeidsmarkt. concrete markt een markt waarbij je denkt aan een bepaalde plaats waar vragers en aanbieders bij elkaar komen, bv. een veiling of een rommelmarkt. concurreren wedijveren of mededingen. Een bedrijf concurreert met een ander bedrijf om de klant. Een groenteboer concurreert zodoende met een supermarkt. consumptiegoed bevredigingsmiddel, d.w.z. het voorziet in een behoefte. Ook: een goed gekocht door de consument of: een goed in bezit van een consument. Zo is nog onverkocht brood bij de bakker geen consumptiegoed, maar een (vlottend) kapitaalgoed. substitutiegoed of vervangingsgoed goed dat in de plaats van een ander goed gebruikt kan worden. Zo zal bij een hogere koffieprijs koffie (gedeeltelijk) vervangen worden door thee; thee is dan het substitutiegoed van koffie. Een hogere prijs van koffie kan zodoende de vraag naar thee doen stijgen. complementair goed of aanvullend goed goederen worden in combinatie gebruikt. Veel mensen gebruiken koffie met suiker: suiker is een complementair goed van koffie. individueel goed product in beginsel bestemd voor één persoon (soms een groep personen). Het goed is verhandelbaar via de markt: er is een prijs voor vast te stellen. Het betreft hier bijna alle goederen, zoals een schrift, een zwembad, een dienst van een notaris. collectief goed product bestemd voor veel personen en niet via een markt te verhandelen: men kan niet bepalen wie, in welke mate er gebruik van maakt. Er is dus geen verkoopprijs of marktprijs te bepalen. Deze goederen zullen alleen via de overheid aangeboden worden, bv. defensie, straatverlichting, dijken, algemeen bestuur. Om deze producten te bekostigen zal de overheid de mensen moeten dwingen belasting te betalen. koopkracht van een persoon geeft aan hoeveel goederen iemand met zijn inkomen kan kopen. Dit is te berekenen door het nominale inkomen te nemen en te delen door de gemiddelde prijs van de goederen. extern effect gevolg voor de omgeving. Iets kopen en verbruiken kan een negatief of positief effect op de omgeving hebben, waar geen betaling (vergoeding) tegenover staat. Als wij veel tropisch hardhout kopen, dan verdwijnen de tropische wouden snel. Het gevolg: verslechtering leefklimaat in ontwikkelingslanden, toekomstige welvaart wordt aangetast (er is geen hout meer), versterking broeikaseffect, etc. Geluidsoverlast is een negatief extern effect: de veroorzaker geeft geen geldelijke compensatie aan de slachtoffers. Een positief extern effect is: iemand heeft een mooie tuin: voorbijgangers genieten zonder te betalen.
9006107210_boek.indb 7
3/06/16 11:14
8
begrippen en relaties domein D concept markt
bedrijfskolom opgebouwd uit bedrijfsgeledingen veranderingen treden op door
■ integratie verdwijnen van een markt, verticale samenwerking: eerst levert boer melk aan kaasfabriek, maar maakt nu zijn eigen kaas ■ differentiatie er komt een nieuwe markt bij: graanboer maalde eerst z’n eigen graan, nu verkoopt hij het aan de meelfabriek ■ parallellisatie uitbreiding assortiment: slagers worden ook traiteurs ■ specialisatie verdieping/verkleining van assortiment: Bijenkorf verkoopt geen levensmiddelen meer motieven voor splitsen of samenvoegen/fuseren
■ garanderen van toelevering Unilever met zijn palmolieplantages ■ schaalvoordelen hoe groter de productie, hoe lager de kostprijs per product ■ risicospreiding groter assortiment maakt minder afhankelijk van de verkoop van één product stimulans voor schaalvergroting
■ Europese Unie Europese markt is één markt ■ concurrentie handelsbelemmeringen verdwijnen steeds meer, globalisering marktvormen bepaald door
■ aantal vragers de kopers ■ aantal aanbieders de verkopers, concentratiegraad ■ soort product homogeen of heterogeen ■ doorzichtigheid weet men wat er op de markt gebeurt ■ toetredingsmogelijkheid vestigingseisen, kapitaalintensiteit verschijningsvormen
■ volkomen concurrentie marktmechanisme, markt voor aandelen Shell ■ monopolistische concurrentie veel aanbieders, heterogeen product ■ oligopolie marktaandeel vier grootste bedrijven > 60% ■ monopolie marktaandeel grootste bedrijf > 90%, aanbieder stelt de prijs vast overzicht in schema
aantal aanbieders1 →
één
weinig
veel
soort product ↓ homogeen
heterogeen
monopolie
-------------
homogeen
volkomen
oligopolie
concurrentie
heterogeen
monopolistische
oligopolie
concurrentie
1 Er worden bij deze marktvormen altijd veel vragers verondersteld.
9006107210_boek.indb 8
3/06/16 11:14
toelichting
9
bedrijfstak groep van bedrijven die zich met ongeveer gelijksoortige economische activiteiten bezighoudt. Je kan denken aan de industrie, de handel en de horeca. bedrijfskolom reeks van bedrijven waarin de opeenvolgende productiestadia (in de bedrijfsgeledingen) van een goed plaatsvinden (van oerproducent tot eindproducent). Bv. de bedrijfskolom melk: van veehouder tot en met supermarkt. assortiment geeft de verschillende producten aan die een bedrijf maakt/verkoopt. Verdieping van assortiment wil zeggen dat er van een bepaald soort goed veel variëteiten zijn, bv. een kaaswinkel met veel verschillende soorten Franse kaas. integratie als twee opvolgende geledingen van een bedrijfskolom samengaan. Er verdwijnt dan een markt. Een bedrijf dat vergaand geïntegreerd is, zal dus veel bewerkingen zelf uitvoeren. Zo heeft Unilever voor zijn margarineproductie zelf palm(olie)plantages opgezet. differentiatie tegenovergestelde van integratie. Differentiatie betekent een markt er bij. parallellisatie een bedrijf voegt goederen aan zijn verkoop- of productieassortiment toe. Een moderne supermarkt is sterk geparallelliseerd, men heeft een zeer breed assortiment van goederen. Parallellisatie kan leiden tot branche- of bedrijfstakvervaging. specialisatie tegenovergestelde van parallellisatie. Een bedrijf concentreert zich op de productie van een kleiner assortiment goederen. Een voorbeeld is Norton, dat zich vrijwel alleen met een virusbestrijdingsprogramma bezighoudt. marktvorm alle omstandigheden waaronder de ruil (koop en verkoop) op een markt plaats vindt en op welke manier de prijs tot stand komt. Zo zal een bedrijf met een uniek product een grote machtspositie hebben en daardoor de prijs min of meer kunnen dicteren. doorzichtige of transparante markt kopers en verkopers weten wie er zoal aanbiedt en vraagt. Ook welke prijzen men wil hebben of betalen. Men kan zijn gedrag goed op de andere marktpartijen afstemmen. De bloemenveiling in Aalsmeer is een goed voorbeeld. monopolie één bedrijf, dat een bepaald product aanbiedt. Bv. Microsoft met zijn monopolie voor zijn besturingssysteem (Windows). De sterkte van een monopolie wordt o.a. bepaald door het bestaan van substituten en de aanwezigheid van potentiële concurrenten. marktaandeel gedeelte van de totale omzet of van de totale afzet dat een bedrijf of bepaald product heeft. Bv. de marktgrootte van auto’s wordt uitgedrukt in het aantal verkochte auto’s per jaar. De marktgrootte van koffie is het totale bedrag dat aan koffie verkocht is in een jaar.
9006107210_boek.indb 9
3/06/16 11:14
10
begrippen en relaties domein D concept markt
marktmechanisme prijsmechanisme ■ marktevenwicht ‘onzichtbare hand’ algemeen grafisch beeld p
qv p*
p* is de evenwichtsprijs en q* is de evenwichtshoeveelheid
0
q*
q p
wiskundig voorbeeld
aanbodfunctie: qa = p – 3 vraagfunctie: qv = –p + 15 evenwichtsvoorwaarde: qa = qv
15 qa 9 qv
3 6
15
q
vraagfunctie ■ individuele vraagfunctie van één koper ■ collectieve vraagfunctie van alle kopers m.b.t. hetzelfde product ■ wiskundig bv. qv = –2p + 50 met p = prijs per stuk; qv = gevraagde hoeveelheid Let op: voor p staat een negatief getal! ■ grafisch grafische weergave bovenstaande functie p
N.B. p staat op y-as en qv op x-as.
25
Men wil minder kopen als er per stuk meer voor betaald moet worden. 50 qv
veranderingen en vraaglijn
■ verschuiving langs of over de vraaglijn bv. als prijs hoger is, dan kan je aflezen hoeveel er dan gevraagd wordt ■ verschuiving van de vraaglijn lijn verschuift naar links of naar rechts als gevolg van verandering ■ behoeften
meer mensen willen het consumenten groei van bevolking ⇒ meer vragen bij eenzelfde prijs ■ inkomen lager inkomen zorgt voor minder vraag bij eenzelfde prijs ■ prijs van andere goederen met name substitutie of complementaire goederen ■ aantal
9006107210_boek.indb 10
3/06/16 11:14
toelichting
11
prijsmechanisme of marktmechanisme de prijs of de markt zorgt altijd voor een evenwicht tussen vraag en aanbod. Zo zal als de vraag groter is dan het aanbod, de prijs omhoog gaan. Bij een hoge prijs wordt de vraag afgeremd maar de productie gestimuleerd, waardoor er weer evenwicht komt tussen vraag en aanbod. Als de vraag kleiner is dan het aanbod, vindt het omgekeerde proces plaats. Het prijsmechanisme werd door Adam Smith ‘de onzichtbare hand’ genoemd, die een economie ordent. individuele (prijs-)vraagfunctie verband tussen de gevraagde hoeveelheid van één consument en de prijs van een goed, ceteris paribus (zie hieronder). Bv. de prijs van een pak halfvolle melk en de hoeveelheid gevraagde melk per week door een persoon. Het begrip ceteris paribus laat men meestal weg, maar moet je er wel bij denken. ceteris paribus letterlijk: ‘onder overigens gelijke omstandigheden’. In de economie doen we veel ceteris paribus. We willen graag de invloed van een verandering van één grootheid op een andere grootheid vaststellen. Bv. bij de prijsvraagfunctie kunnen we dan zuiver zien wat er gebeurt met de gevraagde hoeveelheid als de prijs verandert, zonder dat er ‘storende zaken’ het beeld vertroebelen. Bij de prijsvraagfunctie zijn o.a. het inkomen en de behoeften ceteris paribus. collectieve (prijs-)vraagfunctie verband tussen de gevraagde hoeveelheid van alle vragers en de prijs van een goed, ceteris paribus. Bv. de prijs van een pak halfvolle melk en de totale gevraagde hoeveelheid halfvolle melk per week in Nederland.
9006107210_boek.indb 11
3/06/16 11:14
12
begrippen en relaties domein D concept markt
aanbodfunctie ■ individuele aanbodfunctie van één aanbieder/producent ■ collectieve aanbodfunctie alle aanbieders met hetzelfde product, optellen van individuele aanbodfuncties voorbeelden ■ wiskundig qa = 4p + 10 p = prijs per stuk qa = aangeboden hoeveelheid ■ grafisch prijs p
N.B.
weergave bovenstaande functie: als p stijgt, stijgt qa. Men wil meer verkopen als de prijs stijgt (meer winst per stuk).
2,5 qa
aangeboden hoeveelheid
veranderingen en aanbodlijn
■ verschuiving langs of over de aanbodlijn bv. als prijs hoger is, dan kan je aflezen hoeveel er dan aangeboden wordt ■ verschuiving van de aanbodlijn lijn verschuift naar links of naar rechts als gevolg van verandering ■ kostenontwikkeling
hogere kosten door bv. btw, accijns → functie naar boven/
links aanbieders meer aanbieders → functie naar rechts ■ technische ontwikkeling procesinnovatie → functie naar rechts ■ overheidssubsidies of overheidsheffingen functie naar rechts of links ■ aantal
surplus bij marktmechanisme ■ consumentensurplus ‘winst’ van de consument ■ producentensurplus ‘winst’ van de producenten prijs
p*
consumentensurplus
aanbodlijn
producentensurplus
vraaglijn
q*
9006107210_boek.indb 12
p* is de evenwichtsprijs en q* is de evenwichtshoeveelheid
productie
3/06/16 11:14
toelichting
13
individuele (prijs-)aanbodfunctie het verband tussen de prijs en de aangeboden hoeveelheid van een individuele producent, ceteris paribus. Hier worden onder andere de prijs van de productiefactoren, de productietechniek, e.d. constant gedacht. collectieve (prijs-)aanbodfunctie het verband tussen de prijs van een goed en de aange boden hoeveelheid van alle producenten die dit artikel aanbieden, ceteris paribus. Hier worden, buiten de ceteris paribus, voorwaarden die horen bij een individuele functie, ook het aantal aanbieders constant gedacht. consumentensurplus verschil tussen het bedrag dat een consument of consumenten willen betalen en de te betalen prijs (de marktprijs). Zo zal een consument die een bepaalde tv wil kopen bv. bereid zijn om hier € 600 voor te betalen, terwijl de tv maar € 500 kost. Hij heeft dan een consumentensurplus van € 100. Rijke mensen zullen over het algemeen een groter consumentensurplus hebben dan arme(re) mensen. producentensurplus verschil tussen de ontvangen prijs (marktprijs) en de minimale prijs waartegen een bedrijf of bedrijven het product wil aanbieden. Zo lang een bedrijf voor zijn product maar een hogere prijs ontvangt dan zijn marginale kosten, heeft hij een voordeel/ surplus. Hij verdient zodoende zijn TCK terug en zodra die gedekt zijn, gaat hij winst maken. Zo zal een efficiënt bedrijf eerder een producentensurplus hebben dan zijn minder efficiënte concurrent.
9006107210_boek.indb 13
3/06/16 11:14
14
begrippen en relaties domein D concept markt
volkomen concurrentie kenmerken
■ veel aanbieders veel relatief kleine bedrijven, geen marktmacht, hoeveelheidsaanpasser ■ veel vragers veel relatief kleine vraagpartijen, geen marktmacht ■ homogeen product een aandeel van Shell ■ doorzichtig men weet wat er op de markt gebeurt ■ toetreding relatief makkelijk marktpartijen kunnen makkelijk op deze markt deelnemen evenwicht individuele producent
■ korte termijn MK
geld
GTK p = GO = MO = prijsafzetlijn bij q1 en q4 break-even, bij q2 is GW maximaal, bij q3 is TW maximaal; MK = individuele aanbodfunctie; grijs gebied is grootte 0
q1
q2
q3
q4 q
TW als deze maximaal is
■ lange termijn geld
MK GTK
p = GO = MO
0
q
NB door toetreding, waardoor de marktprijs daalt, verdwijnt de winst; er wordt geproduceerd tegen de laagste kosten per eenheid produkt = efficiënte markt
maatschappelijk voordelige aspecten
■ doelmatig efficiencyprikkel overheerst ■ motivatie ‘je werkt voor jezelf’ ■ consumentensoevereiniteit kopers bepalen wat en hoeveel er geproduceerd wordt ■ scherpe prijsstelling veel concurrentie geeft (relatief) lage prijzen maatschappelijk nadelige aspecten
■ geen collectieve goederen daarvoor is geen prijs te bepalen ■ schoksgewijze aanpassingen prijzen reageren altijd traag op verandering vraag ■ sociale onrechtvaardigheid geld bepaalt, bv. geen geld: dan geen mooi huis
9006107210_boek.indb 14
3/06/16 11:14
toelichting
15
volkomen concurrentie of volledige mededinging marktvorm waar veel bedrijven of aanbieders opereren. Ook zijn er veel verschillende vragers/kopers actief. Het is een erg theoretische markt, d.w.z. dat bijna geen markt voldoet aan de kenmerken. Men vindt dit wel het meest ideale model omdat hier uiteindelijk de producten tegen de meest lage kosten per stuk geproduceerd worden. De producten worden dan ook tegen die prijs verkocht. De ondernemer verdient dan niet meer dan een normaal salaris en kan extra inkomen in de vorm van winst wel vergeten. De bedrijven en de kopers zijn zogenaamde hoeveelheidsaanpassers. hoeveelheidsaanpasser een koper of verkoper maakt zo’n klein deel van de markt uit dat zijn vraag of aanbod geen invloed heeft op de markt. Zijn aangeboden of gevraagde hoeveelheid stemt deze af op de marktprijs. Bv. een melkveehouder in de EU zal zijn aanbod aanpassen aan de melkprijs. homogene goederen goederen die door de vragers als gelijk worden gezien. Er bestaat geen voorkeur voor een aanbieder. Men laat zich leiden door de prijs, bv. een aandeel Unilever. Men koopt van degene die het laagst met de prijs is. Er zal dan ook maar één prijs tot stand komen. Als een product technisch (bijna) hetzelfde is, zoals bepaalde types Skoda en Seat, is het niet gezegd dat de koper het ook zo ziet. Andersom kan het zijn dat producten verschillen, maar men ziet het verschil niet. Zo zijn er diverse soorten aardbeien, maar vele consumenten kiezen automatisch voor de goedkoopste aanbieder omdat ze geen verschil zien. heterogene goederen gelijksoortige producten, maar de kopers hebben een voorkeur; dit is een gevolg van productdifferentiatie. De meeste producten zijn heterogeen, daarom kunnen er voor gelijksoortige producten prijsverschillen bestaan. Denk aan stofzuigers, maar ook discotheken.
9006107210_boek.indb 15
3/06/16 11:14
www.samengevat.nl
samengevat
examenbundels - zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens havo Duits havo Engels havo Frans
Meer kans van slagen met de Examenbundel!
havo Nederlands
De Examenbundel bevat oefenÂexamens met
havo biologie
uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens
havo natuurkunde
het oefenen.
havo scheikunde
De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof.
havo wiskunde A
Test je kennis met de OriĂŤntatietoets en
havo wiskunde B
kijk voor meer tips om te slagen op
havo aardrijkskunde
www.examenbundel.nl.
havo economie havo geschiedenis havo M&O havo maatschappijwetenschappen
havo
examenbundel + samengevat = jouw succesformule
havo
economie
samengevat Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof. Met Samengevat kun je grote hoeveelheden havo biologie 978-90-06-07869-5 havo natuurkunde 978-90-06-07870-1 havo scheikunde 978-90-06-07871-8 havo wiskunde A 978-90-06-07872-5
economie
- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel
stof snel herhalen en overzien. Je krijgt beter inzicht in de samenhang van de onderwerpen en het onderscheid tussen hoofd- en bijzaken. Kijk voor tips en informatie over je examen op www.examenbundel.nl.
havo wiskunde B 978-90-06-07873-2 havo aardrijkskunde 978-90-06-08044-5 havo geschiedenis 978-90-06-08046-9 havo economie 978-90-06-10721-0 havo M&O 978-90-06-07370-6 h/v Nederlands 3F / 4F
978-90-06-07999-9
h/v rekenen 3F
978-90-06-26067-0
9006107210_omslag.indd 1
22/03/17 15:15