Skip to main content

9789006080438 inkijkexemplaar

Page 1

- zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens vmbo gt Nederlands

www.samengevat.nl

samengevat

examenbundels

Meer kans van slagen met de Examenbundel! De Examenbundel bevat oefenexamens met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

vmbo gt Engels vmbo gt Duits vmbo gt Frans vmbo gt wiskunde vmbo gt biologie

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof. Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

vmbo gt nask 1 vmbo gt nask 2 vmbo gt aardrijkskunde vmbo gt economie vmbo gt geschiedenis vmbo gt maatschappijleer 2

vmbo kgt

examenbundel + samengevat = jouw succesformule

vmbo kgt

aardrijkskunde

samengevat

vmbo kgt nask 1

978-90-06-07360-7

vmbo gt nask 2

978-90-06-07361-4

vmbo rekenen 2F

978-90-06-07446-8

vmbo kgt wiskunde

978-90-06-07365-2 978-90-06-07363-8

VERN IE

U

EXAMEWD N P RO G R

••

vmbo kgt economie

LE VOL DIG

A MM A

•••••• 9006080438_omslag_aangepast.indd 1

N O P• •

vmbo kgt aardrijkskunde 978-90-06-08043-8

T

• • • SLU I

978-90-06-07362-1

••

978-90-06-07998-2

vmbo kgt biologie

AA

vmbo Nederlands 2F

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof.

aardrijkskunde

- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel

16/02/17 15:14


Boek 9006080438.indb 1

16/02/17 15:04


www.samengevat.nl

vmbo kgt

aardrijkskunde

A.H. Bonsink-Bos R. Rump

Boek 9006080438.indb 1

16/02/17 15:04


Redactie:

Vormgeving: Cartografie:

Fundamentaal, Culemborg Criterium, Arnhem Yde Bouma

Technisch tekenwerk:

Erik Eshuis, Groningen

Omslagfoto:

Shutterstock/atm2003

Opmaak:

PPMP Prepress, Wolvega

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 0608043 8 Tweede druk, vijfde oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2014 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd.

Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Boek 9006080438.indb 2

16/02/17 15:04


Voorwoord In dit boek zijn de leerstof en vaardigheden voor je vmbo-examen kort en systematisch weergegeven. Zowel voor je schoolexamen als voor je eindexamen.

Met deze samenvatting moet je in korte tijd een grote hoeveelheid stof kunnen herhalen. Je krijgt een duidelijk overzicht van hoofd- en bijzaken.

Samengevat zorgt ervoor dat de stukjes kennis die je de afgelopen jaren hebt opgedaan weer als een puzzel in elkaar passen.

Samengevat is naast iedere methode te gebruiken. Het boek helpt bij het zelfstandig leren. Met de Examenbundel vormt de Samengevat een belangrijke ondersteuning bij de voorbereiding op het eindexamen.

Heb je opmerkingen en vragen, dan kun je die via vo@thiememeulenhoff.nl stellen. juli 2014

Boek 9006080438.indb 3

16/02/17 15:04


Hoe werk je met deze Samengevat? Zoeken in dit boek

Je vindt in de inhoudsopgave een grove indeling van de stof. Per hoofdstuk hebben we een gedetailleerde inhoudsopgave gemaakt, die je snel binnen een hoofdstuk op de juiste plek brengt. Deze inhoudsopgave staat aan het begin van ieder hoofdstuk.

Aan het einde van elk hoofdstuk staat een begrippenlijst van de begrippen die in dat hoofdstuk besproken worden en de uitleg daarvan.

Beschrijving per onderwerp

Het boek is verdeeld in hoofdstukken. Binnen deze hoofdstukken worden de bijbehorende

onderwerpen kernachtig besproken. Daarbij zijn veel voorbeelden gegeven. Deze voorbeelden hebben een achtergrondkleur, zodat ze goed te onderscheiden zijn van de theorie.

Onderwerpen uitsluitend voor GL en TL leerlingen De laatste paragraaf is bestemd voor GL en TL leerlingen.

Indeling van de stof

De onderwerpen uit de examenstof staan in de paragrafen genoemd. Binnen de paragrafen

worden de bijbehorende begrippen uitgelegd en waar mogelijk van een voorbeeld voorzien. Als er een opsomming (met paarse bolletjes) is, dan worden er uitleg, kenmerken en eigenschappen beschreven.

Veel succes met de voorbereiding van je eindexamen!

Boek 9006080438.indb 4

16/02/17 15:04


Inhoud

vaardigheden

8

1

weer en klimaat

11

2

bronnen van energie

49

3

water

81

4

arm en rijk

115

5

bevolking en ruimte

151

6

grenzen en identiteit

181

Boek 9006080438.indb 5

16/02/17 15:04


Boek 9006080438.indb 1

16/02/17 15:04


aardrijkskunde Vaardigheden

Vaardigheden

Informatie

Vragen herkennen

Informatie verwerken

Kaartgebruik

Luchtfoto’s

Satellietbeelden (Remote Sensing beelden)

Boek 9006080438.indb 7

7

16/02/17 15:04


8

Vaardigheden Informatie

Aardrijkskundige werkwijzen kunnen je helpen de wereld om je heen beter te begrijpen. Hieronder staan enkele aardrijkskundige werkwijzen. • Je kunt verschillende gebieden met elkaar vergelijken. Bijvoorbeeld door het BBP

per hoofd van verschillende landen met elkaar te vergelijken of de bevolkings­ groei. Hierdoor krijg je inzicht in hoe goed of slecht het met een bepaald gebied gaat. • Je kunt verschijnselen vanuit verschillende invalshoeken bekijken. Wanneer je verschijnselen van verschillende invalshoeken bekijkt, krijg je overzicht van wat nu de gevolgen van bepaalde verschijnselen zijn. Bijvoorbeeld wanneer er een nieuwe wijk aan een stad wordt gebouwd. De nieuwe wijk is prettig voor de mensen die er willen wonen. Maar vervelend voor diegenen die nu hun grond kwijt raken. De nieuwe wijk heeft gevolgen voor de wegen, de winkels enz. • Je kunt verschijnselen op meerdere plekken bestuderen. Hierbij kun je denken aan bijvoorbeeld vulkanisme of aardbevingen.

Vragen herkennen

Aardrijkskundige vragen gaan over de mens in zijn ruimte. Aardrijkskundige vragen onderzoeken waar iets is. Aardrijkskundige vragen onderzoeken waarom er daar iets is. Aardrijkskundige vragen gaan over de volgende onderwerpen: Vragen over landschappen Hoe ziet een bepaald landschap er uit? Wat is de invloed van de mens op een bepaald landschap geweest? Welke elementen zie je in een bepaald landschap? Er zijn twee hoofdsoorten in de landschappen: – Natuurlandschap. In deze landschappen vind je alleen maar natuurlijke elementen. – Ingericht landschap. Dit landschap is door mensen ingericht of veranderd. Vragen over verschijnselen Aardrijkskunde onderzoekt de aardrijkskundige verschijnselen. Een aardrijkskundig verschijnsel is altijd aan een gebied verbonden. Sommige verschijnselen komen door de natuur. Andere verschijnselen komen door de mens. Voorbeelden van natuurlijke verschijnselen zijn: vulkanisme en aardbevingen. Voorbeelden van door de mens veroorzaakte verschijnselen zijn: verwoestijning en ontbossing. Soorten vragen op het examen Op het examen krijg je verschillende soorten vraagtypen. Er zijn open vragen. Een open vraag bevat een vragend voornaamwoord, zoals wie, waar en wanneer.

Boek 9006080438.indb 8

16/02/17 15:04


aardrijkskunde Vaardigheden

9

Ze staan meestal aan het begin van de zin: Wie, welke? (vragen naar het onderwerp) Waar, waarheen? (vragen naar een plaats) Wanneer, hoe lang, hoe vaak? (vragen naar de tijd) Hoe? (vragen naar een manier of methode) Waarom, waardoor, hoezo? (vragen naar de oorzaak). Daarnaast zijn er open vragen met bron. Bij deze vragen is het van belang dat je goed naar de bron kijkt. Bedenk goed: een bron wordt nooit zomaar geplaatst. Naast de open vragen vind je gesloten vragen. Bij gesloten vragen is er maar een juiste uitkomst mogelijk. Deze staat vaak gegeven als keuzevraag. Je moet dan zelf een keuze maken uit de verschillende antwoorden.

Informatie verwerken

Aardrijkskundige informatie is overal. Wanneer je de informatie gaat verwerken moet je dit gericht doen. Je bedenkt waar je naar op zoek bent. Houd ook tijdens het zoeken in de gaten dat je nog steeds met het juiste onderwerp bezig bent. Zorg ervoor dat je steeds begrijpt wat je aan het doen bent. Lees bij kaarten de titel, schaal en legenda. Zorg ervoor dat je de tabellen begrijpt. Schrijf voor jezelf op waarom je welke informatie gebruikt. Controleer de informatie. Je moet kunnen uitleggen waarom je aan het antwoord bent gekomen.

Kaartgebruik

Hoe werk je met kaarten? In het examen vind je kaarten. Een kaart is een verkleinde weergave van de werkelijkheid. Op een kaart zijn de onbelangrijke dingen weggelaten. Kaarten worden veel gebruikt bij het examen. Bij het examen krijg je de kaarten bij de opgaven. Bij het examen hoef je geen atlas te gebruiken. Het is belangrijk dat je verschillende kaarten goed kunt herkennen. Soorten kaarten – topografische kaarten, hier vind je landen, provincies, plaatsen en rivieren. – overzichtskaarten, hier vind je een overzicht van een gebied. Dit kunnen natuurkundige kaarten zijn waarop de hoogte is aangegeven of natuurlijke elementen. Maar dit kunnen ook staatkundige kaarten zijn met landen en provincies. – thematische kaarten, deze kaarten gaan vaak over een bepaald onderwerp. Bijvoorbeeld over het inkomen van een land, toerisme of vervuiling. Op thematische kaarten kun je vaak grafieken vinden. – digitale kaarten (o.a. Google Maps), met deze kaarten kun je vaak in- en uitzoomen, afstanden meten en vaak direct informatie en (satelliet)foto’s bekijken.

Boek 9006080438.indb 9

16/02/17 15:04


10 – Je moet weten waar de kaart over gaat. Je kijkt hiervoor naar de titel, de legenda en de schaal. De titel vertelt waarover de kaart gaat. De legenda is een uitleg van de gebruikte kleuren en symbolen op de kaart. Via de schaal kun je zien hoeveel de kaart een verkleining van de werkelijkheid is. De schaal kan op drie manieren worden weergegeven: • Met een schaalstokje: bij een schaalstokje wordt de gebruikte schaal uitgebeeld door een lijn te tekenen en boven of onder de lijn uit te leggen welke werkelijke afstand bedoeld wordt met de lijn. • Met woorden: op sommige kaarten staat in woorden uitgelegd hoeveel de kaart verkleind is. Bijvoorbeeld: 1 centimeter op de kaart betekent in werkelijkheid 10 kilometer. • Met getallen: bij getallen lees je bijvoorbeeld ‘schaal 1 : 100 000’. Je moet nu wat meer moeite doen om er achter te komen hoe erg de kaart een verkleinde weergave van de werkelijkheid weergeeft. De gemakkelijkste manier is om de komma 5 plekken te verplaatsen. In het voorbeeld betekent het dat 1 centimeter in werkelijkheid 1 kilometer voorstelt. – Je moet verschillende kaarten met elkaar kunnen vergelijken. Je kijkt hiervoor of verschijnselen met elkaar te maken hebben. Bekijk bij een kaart goed de titel van de kaart. Bekijk dan de kaart, de legenda en de schaal goed. Doe dit daarna bij een tweede kaart. Je kunt dan de verschillende indelingen met elkaar vergelijken. Onthoud goed wat nu de verschillende kleuren en symbolen betekenen. De gebruikte kleuren en symbolen hoeven namelijk niet dezelfde betekenis te hebben. – De laatste vaardigheid die van belang is bij het werken met kaarten is het verklaren van kaarten. Je trekt hierbij een conclusie. Je zegt dus wat indelingen met elkaar te maken hebben. Voor je conclusie zijn kaarten soms niet genoeg. Foto’s, teksten en kennis die je al hebt kunnen je helpen om een nog betere verklaring te geven.

Luchtfoto’s

Luchtfoto’s worden gebruikt om een beeld van de wereld te krijgen. Er bestaan twee soorten luchtfoto’s. Vogelvluchtfoto’s worden schuin naar beneden genomen. Vogelvluchtfoto’s geven een beeld van de omgeving. Voor het maken van kaarten heb je loodrechtfoto’s nodig. Een loodrechtfoto wordt loodrecht naar beneden genomen. Het nadeel van luchtfoto’s is dat er geen informatie bijgeschreven is (bijvoorbeeld namen) en dat je alle informatie erop terugziet. Ook informatie die niet voor jou van belang is.

Satellietbeelden (Remote Sensing beelden)

Ver in de ruimte zweven satellieten rond de aarde. De satellieten maken ook foto’s van de aarde. Bij deze foto’s moet je goed opletten wat je er op ziet. De kleuren op een satellietbeeld geven bijvoorbeeld temperaturen weer. Bij een satellietbeeld is het belangrijk om de titel en de legenda te lezen.

Boek 9006080438.indb 10

16/02/17 15:04


aardrijkskunde Weer en klimaat

11

1 Weer en klimaat 1.1

Het weer wordt door vele factoren bepaald

1.2

Klimaten op aarde

1.3

Het klimaat in Nederland

1.4

Het klimaat in Spanje

1.5

Het klimaat in de Verenigde Staten

1.6

Het klimaat verandert

1.7

Tropische stormen en orkanen (alleen voor gt)

Begrippenlijst

Boek 9006080438.indb 11

16/02/17 15:04


12

1 Weer en klimaat 1.1

Het weer wordt door vele factoren bepaald Het verschil tussen weer en klimaat

Klimaat is het gemiddelde weer over een langere periode (dertig tot veertig jaar) gemeten. De luchtlaag rond de aarde heet de dampkring. Het weer is de toestand van de dampkring op een bepaald moment, op een bepaalde plaats. Daarom is het weer veel veranderlijker dan het klimaat. Weer bestaat uit verschillende onderdelen, de weerselementen. Er zijn vier weerselementen: • temperatuur • neerslag • luchtdruk • wind (daar hoort ook de bewolking bij).

De temperatuur

De temperatuur geeft aan hoe warm de lucht is op een bepaald moment. De lucht zit in een laag rond de aarde die de dampkring wordt genoemd. De verwarming van de dampkring gaat als volgt: de zon verwarmt het aardoppervlak. Het aardoppervlak verwarmt vervolgens de lucht van de dampkring. De zon verwarmt de dampkring daarmee indirect. De temperatuur van de lucht meet je met een thermometer. Om dit goed te kunnen meten moet de thermometer op ongeveer anderhalve meter boven de grond hangen en in de schaduw worden geplaatst. In Europa wordt de thermometerschaal van Celsius gebruikt. Als de temperatuur 0 graden Celsius is, bevriest het water. Als de temperatuur 100 graden Celsius is, gaat het water koken. voorbeeld

De zon verwarmt het aardoppervlak. Het aardoppervlak verwarmt de dampkring. Water doet er vijf keer zo lang over om op te warmen dan land. De lucht boven zee wordt daardoor minder snel warm en koelt minder snel af.

De neerslag

In de lucht zitten altijd kleine, hele lichte druppeltjes water (waterdamp). Deze druppeltjes zijn nog te licht om te vallen. Als er te veel waterdamp in de lucht zit (de lucht is dan verzadigd met water) zal deze condenseren tot waterdruppels. Vanaf de grond kun je dit zien: dit zijn wolken. In de wolken botsen de waterdruppels tegen elkaar aan en blijven aan elkaar kleven. Als de druppels te zwaar worden, vallen deze

Boek 9006080438.indb 12

16/02/17 15:04


13

aardrijkskunde Weer en klimaat

dankzij de zwaartekracht naar beneden en heb je neerslag. De hoeveelheid gevallen neerslag meet je met een regenmeter. Neerslag kan vloeibaar zijn (regen), maar kan ook in vaste vorm vallen (sneeuw en hagel). Door naar de luchtvochtigheid te kijken, weet je hoeveel water er in de lucht zit. Warme lucht bevat meer waterdamp en heeft daardoor een hogere luchtvochtigheid dan koude lucht. voorbeeld

In de Nederlandse taal zijn er voor neerslag heel veel woorden bedacht, zoals motregen, miezerregen, ijzel, hagel, sneeuw, stortregen, plenzen, enzovoort. Een bijzondere vorm van neerslag is dauw: dit zijn druppeltjes die ontstaan op afgekoelde voorwerpen, bijvoorbeeld op gras in de morgen. Natte sneeuw is een mengsel van sneeuw en regenwater.

De luchtdruk

De lucht binnen de dampkring heeft een gewicht. En dit gewicht drukt op aarde. Als er op een plaats veel lucht aanwezig is, weegt de dampkring zwaarder en heb je te maken met een hoge luchtdruk. Als er op een plaats minder lucht aanwezig is, weegt de dampkring lichter en heb je te maken met een lage luchtdruk. De luchtdruk meet je met een barometer. De gemeten waarden zijn in hectopascal (hPa). De gemiddelde luchtdruk van de lucht rond de aarde is 1013 hPa. De luchtdruk varieert van plaats tot plaats op aarde; meestal liggen de waarden van de druk tussen de 940 en 1060 hPa. Verschil in luchtdruk ontstaat door verschil in temperatuur. Hoe warmer de lucht, hoe lichter het gewicht, dus hoe lager de druk. In afbeelding 1 zie je de gevolgen van de luchtdruk voor het weer. Afbeelding 1 de gevolgen van de luchtdruk voor het weer

mooi, rustig weer

lage druk

hoge druk

lage druk

Lagedrukgebied (minimum) De temperatuurverschillen in de dampkring hebben gevolgen voor de luchtdruk. Warme lucht is lichter en stijgt. Dankzij het stijgen, daalt de temperatuur van de lucht. Koude lucht is zwaarder en daalt. In een gebied waar de lucht stijgt, neemt de druk op de aarde af. Je hebt dan te maken met een lagedrukgebied of een minimum.

Boek 9006080438.indb 13

16/02/17 15:04


14 Hogedrukgebied (maximum) In een gebied waar de lucht daalt, neemt de druk van de lucht op de aarde toe en heb je te maken met een hogedrukgebied of een maximum. Doordat de lucht daalt, wordt deze warmer. Warmere lucht kan meer waterdamp bevatten. Bij dalende lucht zie je dat de wolken daarmee oplossen en er helder weer ontstaat. In de zomer betekent dit een mooie, warme dag. In de winter betekent dit een mooie, koude dag. Voor een weerbericht is de luchtdruk belangrijk. Als je weet waar de hoge- en lagedrukgebieden zijn, kun je uitspraken over het weer doen. Daarom worden op de weerkaarten lijnen getekend die plaatsen met een gelijke luchtdruk aan elkaar verbinden. Zo’n lijn heet een isobaar. In afbeelding 2 zie je een voorbeeld van een weerkaart met isobaren.

vmak_sg_wk_02

Afbeelding 2 weerkaart met isobaren 20˚

15˚

10˚

5˚W

0˚

5˚E

10˚

15˚

20˚

25˚

30˚

L

980 60˚

55˚

990 1000

H

L

1040

980 0 99 0 100

1010

1030

10

1020

10

50˚

45˚

800 km

10

0

1020

10

1020

H 00

10

990

L

De wind

Wind is bewegende lucht. De lucht probeert altijd zo gelijk mogelijk verdeeld te zijn in de dampkring. Daarom stroomt er lucht van gebieden met een hoge luchtdruk naar gebieden met een lagere luchtdruk. Hoe groter de verschillen in druk zijn, hoe harder de lucht zal bewegen om dit weer op te lossen. De windkracht wordt gemeten met de schaal van Beaufort (Bft). Deze schaal loopt van 0 (windstil) tot 12 (orkaan). In de tabel zie je een uitwerking van de schaal van Beaufort.

Boek 9006080438.indb 14

16/02/17 15:04


15

aardrijkskunde Weer en klimaat

Kracht

Naam

Wind: gemiddelde snelheid km/uur in tien minuten

Uitwerking boven land en bij de mens

0

stil

0-1

Rook stijgt recht of bijna recht omhoog.

1

zwak

1-5

Windrichting is goed af te leiden uit rookpluimen.

2

zwak

6-11

Wind merkbaar in het gezicht.

3

matig

12-19

Stof waait op.

4

matig

20-28

Haar in de war; kleding wappert.

5

vrij krachtig

29-38

Opwaaiend stof hinderlijk voor de ogen; gekuifde golven op meren en kanalen; vuilcontainers waaien om.

6

krachtig

39-49

Paraplu’s met moeite vast te houden.

7

hard

50-61

Lastig om tegen de wind in te lopen en te fietsen.

8

stormachtig

62-74

Voortbewegen zeer moeilijk.

9

storm

75-88

Schoorsteenkappen en dakpannen waaien weg; kinderen waaien om.

10

zware storm

89-102

Grote schade aan gebouwen; volwassenen waaien om.

11

zeer zware storm

103-119

Enorme schade aan bossen.

12

orkaan

>117

Verwoestingen.

Naast de windkracht is het ook belangrijk om te weten uit welke richting de wind waait. Dit heet de windrichting. Een windroos geeft de windrichting aan. Afbeelding 3 is een voorbeeld van een windroos. Afbeelding 3 een windroos NOORDEN NW

NO

WESTEN

OOSTEN

XW

ZO ZUIDEN

In Nederland waait de wind meestal vanuit het zuidwesten. Als je de windrichting weet, kun je voorspellingen doen over welk weer er komen gaat. Zeewind Een zuidwestenwind komt vanuit de zee en is een zeewind of een aanlandige wind. Deze zeewind is aan het begin van de zomer koeler dan de landlucht. Boven land

Boek 9006080438.indb 15

16/02/17 15:04


- zelfstandig voorbereiden op het examen - examen voorbereiden op basis van persoonlijk studieadvies - stapsgewijs toewerken naar het examenniveau - oefenen met recente examens vmbo gt Nederlands

www.samengevat.nl

samengevat

examenbundels

Meer kans van slagen met de Examenbundel! De Examenbundel bevat oefenexamens met uitleg bij de antwoorden, zodat je leert tijdens het oefenen.

vmbo gt Engels vmbo gt Duits vmbo gt Frans vmbo gt wiskunde vmbo gt biologie

De bundel is speciaal samengesteld voor dit schooljaar, dus je oefent altijd de juiste stof. Test je kennis met de Oriëntatietoets en kijk voor meer tips om te slagen op www.examenbundel.nl.

vmbo gt nask 1 vmbo gt nask 2 vmbo gt aardrijkskunde vmbo gt economie vmbo gt geschiedenis vmbo gt maatschappijleer 2

vmbo kgt

examenbundel + samengevat = jouw succesformule

vmbo kgt

aardrijkskunde

samengevat

vmbo kgt nask 1

978-90-06-07360-7

vmbo gt nask 2

978-90-06-07361-4

vmbo rekenen 2F

978-90-06-07446-8

vmbo kgt wiskunde

978-90-06-07365-2 978-90-06-07363-8

VERN IE

U

EXAMEWD N P RO G R

••

vmbo kgt economie

LE VOL DIG

A MM A

•••••• 9006080438_omslag_aangepast.indd 1

N O P• •

vmbo kgt aardrijkskunde 978-90-06-08043-8

T

• • • SLU I

978-90-06-07362-1

••

978-90-06-07998-2

vmbo kgt biologie

AA

vmbo Nederlands 2F

Meer kans van slagen met Samengevat! Samengevat biedt je een helder en beknopt overzicht van alle examenstof.

aardrijkskunde

- schematisch overzicht van alle examenstof - beknopte en heldere uitleg - snel en overzichtelijk door te nemen en te herhalen - het perfecte uittreksel

16/02/17 15:14


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook