Skip to main content

Samengevat - vmbo-gt NaSk2

Page 1

samengevat.nl

samengevat

examenbundel vmbo-gt / mavo Nederlands vmbo-gt / mavo Engels vmbo-gt / mavo Duits vmbo-gt / mavo Frans vmbo-gt / mavo Economie vmbo-gt / mavo Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-gt / mavo Aardrijkskunde vmbo-gt / mavo Wiskunde vmbo-gt / mavo Nask 1 vmbo-gt / mavo Nask 2 vmbo-gt / mavo Biologie

samengevat vmbo Nederlands 2F vmbo Rekenen 2F vmbo-kgt Economie

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op

samen gevat

examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-kgt Aardrijkskunde vmbo-kgt Wiskunde vmbo-kgt Nask 1 vmbo-gt Nask 2

vmbo-gt / mavo

vmbo-kgt Biologie

Nask 2

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

vmbo-gt / mavo

Nask 2

examenidioom vmbo Engels vmbo Duits vmbo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

9 789006 491753

9789006491753_SG_vmbo Nask2_omslag.indd 1-3

28/05/20 12:45


9789006491753_SG_Nask2.indd 128

28/05/20 12:31


www.samengevat.nl

vmbo-gt / mavo

nask 2

A.A. Argonius J. Horstman

9789006491753_SG_Nask2.indd 1

28/05/20 12:31


Vormgeving:

Criterium, Arnhem

Technische tekeningen: DDCom, Veldhoven Opmaak:

Redactie:

Omslagfoto:

Crius Group, Hulshout

Lineke Pijnappels, Tilburg

Shutterstock / michelmond

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 49175 3 Tweede druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

9789006491753_SG_Nask2.indd 2

28/05/20 12:31


Voorwoord In dit boek zijn de leerstof en vaardigheden voor je vmbo-examen kort en systematisch weergegeven. Zowel voor je schoolexamen als voor je eindexamen.

Met deze samenvatting moet je in korte tijd een grote hoeveelheid stof kunnen herhalen. Je krijgt een duidelijk overzicht tussen hoofd- en bijzaken.

Achter in dit boek zijn enkele examenopgaven opgenomen. Onder de opgaven staan begrippen uit de opgaven. Deze kun je in het register opzoeken. De uitleg van een begrip kan je dan helpen om de vragen te beantwoorden.

Samengevat zorgt ervoor dat de stukjes kennis die je de afgelopen jaren hebt opgedaan weer als een puzzel in elkaar passen.

Samengevat is naast iedere methode te gebruiken. Het boek helpt bij het zelfstandig leren. Met de Examenbundel vormt de Samengevat een belangrijke ondersteuning bij de voorbereiding op het eindexamen.

Heb je opmerkingen? Meld het ons via vo@thiememeulenhoff.nl.

9789006491753_SG_Nask2.indd 3

28/05/20 12:31


Hoe werk je met deze samengevat? Zoeken in dit boek

Je vindt in de inhoudsopgave een globale indeling van de stof volgens de kerndoelen. Per

hoofdstuk hebben we een gedetailleerde inhoudsopgave gemaakt, die je snel binnen een hoofdstuk op de juiste plek brengt. Deze inhoudsopgave staat aan het begin van ieder hoofdstuk.

Als je alleen een onderwerp of begrip zoekt, kun je achterin in het register zoeken en op die manier op de juiste plek in het boek terechtkomen.

Beschrijving per onderwerp

Dit boekje is verdeeld in hoofdstukken. Binnen deze hoofdstukken worden de bijbehorende

onderwerpen kernachtig besproken. Daarbij zijn veel voorbeelden uit oude examens gegeven. Deze voorbeelden hebben een achtergrondkleur, zodat ze goed te onderscheiden zijn van de theorie.

Indeling van de stof

De onderwerpen uit de examenstof staan in de paragrafen genoemd.

Er is geen onderscheid gemaakt tussen wat in het schoolexamen komt en wat in het centraal examen. Een uitzondering is hoofdstuk 3 Schoonmaken.

De basisvaardigheden moeten ook in het centraal examen gekend worden. Alleen binnen een schoolexamen kunnen deze apart getoetst worden. Daarom is er niet voor gekozen om hier voor het schoolexamen aparte hoofdstukken aan te wijden.

Binnen de paragrafen worden de bijbehorende begrippen uitgelegd en waar mogelijk van een voorbeeld voorzien.

Als er een opsomming is (met paarse bolletjes), dan worden er uitleg, kenmerken en eigenschappen beschreven.

De auteur en de uitgever wensen je veel succes met de voorbereiding van je eindexamen!

9789006491753_SG_Nask2.indd 4

28/05/20 12:31


Inhoud

hoofdstuk

kerndoel

1

Leervaardigheden

K2, K3

7

2

Het practicum

K3, K6

15

3

Schoonmaken

K4, K8

26

4

De bouw van stoffen

K11

34

5

Mengen en scheiden

K10

48

6

Stoffen en hun reacties I

K10

68

7

Stoffen en hun reacties II

K5

82

8

Zuren en basen

K7

95

9

Chemie en industrie

V1 en V2

Voorbeelden uit examens

113

Register

125

9789006491753_SG_Nask2.indd 5

bladzijde

105

28/05/20 12:31


9789006491753_SG_Nask2.indd 6

28/05/20 12:31


1 Leervaardigheden 1.1

Rekenvaardigheden

1.2

Rekenen met grootheden en eenheden

1.3

Bronnen gebruiken en argumenteren

- - - -

- - - - - -

Machten van tien Rekenen met machten Verhoudingstabellen Percentages

Grootheid Eenheid Afgeleide eenheden Overige eenheden Significante cijfers Rekenen met significante cijfers

- Bronnen - BINAS - Argumenteren

9789006491753_SG_Nask2.indd 7

28/05/20 12:31


8

1 Leervaardigheden 1.1

Rekenvaardigheden Machten van tien 10 –6 10 –3 10 –2 10 –1

= 0,000 001 = 0,001 = 0,01 = 0,1

(een miljoenste) (een duizendste) (een honderdste) (een tiende)

103 = 10 × 10 × 10 = 1000 (duizend) 106 = 10 × 10 × 10 × 10 × 10 × 10 = 1 000 000 (één miljoen) 109 = 10 × 10 × 10 × 10 × 10 × 10 × 10 × 10 × 10 = 1000 000 000 (één miljard) Getallen kun je opschrijven met machten van tien. Je gebruikt dan de ∙ voor ‘maal’: 0,008 = 8∙10 –3 0,0705 = 7,05∙10 –2 150 000 = 1,5∙105 1020 = 1,02∙103

Rekenen met machten

Bij rekenen met machten van tien geldt: • Bij vermenigvuldigen moet je de exponenten optellen. • Bij delen moet je de exponenten aftrekken. voorbeeld

8∙103 × 3∙106 = 24∙103+6 = 24∙109 = 2,4∙1010 12∙104 : 3∙107 = 4∙104–7 = 4∙10 –3

Verhoudingstabellen

Bij veel berekeningen gebruik je een verhoudingstabel. voorbeeld

IJzer en zwavel reageren met elkaar in de massaverhouding 7,0 : 4,0. Je hebt 37,0 g zwavel. Hoeveel gram ijzer heb je nodig om alle zwavel te laten reageren? Eerst maak je een verhoudingstabel: ijzer

zwavel

7,0

4,0

x

37,0 g

7,0 × 37,0 4,0

Je vindt x via het kruisproduct: x = _ ​​​​   ​​    ​= 65 g

9789006491753_SG_Nask2.indd 8

28/05/20 12:31


9

NaSk 2 Leervaardigheden

Percentages

Bij opgaven wordt vaak gebruikgemaakt van percentages. 1% (één procent) betekent 1/100 (een honderdste). 1‰ (één promille) betekent 1/1000 (een duizendste). voorbeeld

Een fles wijn van 750 mL bevat 12% alcohol.

De fles wijn bevat dan _ ​​  12  ​​ × 750 mL = 90 mL alcohol. 100

voorbeeld

2,4 g van een bepaald medicijn bevat 2,0‰ boncodal. Dit medicijn bevat _ ​​  2   ​​ × 2,4 g = 0,0048 g boncodal. 1000

1.2

Rekenen met grootheden en eenheden Grootheid

Een grootheid is een eigenschap die je kunt meten.

Eenheid

Een eenheid is een maat waarin je meet. Achter de meetwaarde van een grootheid moet je altijd de eenheid vermelden. De volgende grootheden met hun belangrijkste eenheid moet je kennen. Ze staan ook in BINAS tabel 6. In de volgende hoofdstukken komen ze uitgebreider aan de orde. Grootheid

Symbool

dichtheid

ρ

energie

E

druk, luchtdruk

p

frequentie

f

kracht

lengte massa

snelheid

spanning

stroomsterkte temperatuur tijd

trillingstijd vermogen volume

weerstand

9789006491753_SG_Nask2.indd 9

F l

m v

U I

T t

T

P

V R

Eenheid

Symbool

pascal

Pa

gram per kubieke centimeter joule

hertz

newton meter

kilogram

meter per seconde volt

ampère

graad Celsius / kelvin seconde seconde watt liter

ohm

g/cm3 J

Hz N

m

kg

m/s V A

°C / K s s

W L

Ω

28/05/20 12:31


10 Afgeleide eenheden

In plaats van de eenheden uit de tabel hiervoor worden ook vaak afgeleide eenheden gebruikt. Dit doet men om ‘mooie’ getallen te krijgen. Een afgeleide eenheid heeft altijd een voorvoegsel dat de grootte van de eenheid aangeeft. Deze voorvoegsels staan in je BINAS-boekje in tabel 3 (Vermenigvuldigingsfactoren). M

mega

k

kilo

d

deci

c

centi

m

milli

µ

micro

106 10

3

10 –1

10 –2

10 –3

10 –6

miljoen

duizend

een tiende

een honderdste een duizendste een miljoenste

Overige eenheden

Voor volume worden veel verschillende eenheden gebruikt: 1 m3 = 1000 dm3 1 dm3 = 1000 cm3 1 cm3 = 1000 mm3 1 dm3 = 1 L 1 cm3 = 1 mL 1 mm3 = 1 µL Voor massa wordt ook de eenheid ton gebruikt: 1 ton = 1000 kg voorbeeld

1 MW = 1 megawatt = 1∙106 watt = 1 000 000 watt 1 kW = 1 kilowatt = 1∙103 watt = 1000 watt 1 mg = 1 milligram = 1∙10 –3 g 1 µg = 1 microgram = 1∙10 –6 g 1 dL 1 cL 1 mL 1 µL

= 1 deciliter = 1∙10 –1 L = 1 centiliter = 1∙10 –2 L = 1 milliliter = 1∙10 –3 L = 1 microliter = 1∙10 –6 L

1 L 1 dL 1 cL 1 mL

= 1000 mL = 0,1 L = 0,01 L = 0,001 L

9789006491753_SG_Nask2.indd 10

28/05/20 12:31


11

NaSk 2 Leervaardigheden

Voor temperatuur wordt ook de eenheid kelvin (K) gebruikt. 0 K = –273 °C 273 K = 0 °C 373 K = 100 °C + 273 graden Celsius (°C)

kelvin (K) – 273

Significante cijfers

Een meetwaarde is een gemeten waarde. Het aantal betrouwbare cijfers van de meetwaarde noem je het aantal significante cijfers. Het laatste cijfer is geschat of afgerond, dus niet helemaal zeker. voorbeeld

Jelle weegt een hoeveelheid keukenzout. Hij leest 12 mg af. Dat zijn twee significante cijfers. Jelle kan zijn waarneming op verschillende manieren noteren: • als 12 mg • als 1,2∙102 mg • als 0,012 g In alle gevallen zijn er twee significante cijfers. Voor het aantal significante cijfers geldt: • Nullen aan het begin van de meetwaarde tellen niet mee. • Nullen aan het eind van de meetwaarde tellen wel mee. • Nullen tussen de cijfers in de meetwaarde tellen wel mee.

voorbeeld

0,012∙10 –3 twee significante cijfers 12∙10 –3 twee significante cijfers 12,00 vier significante cijfers 10,02 vier significante cijfers

9789006491753_SG_Nask2.indd 11

28/05/20 12:31


12 Rekenen met significante cijfers

Bij het rekenen met meetwaarden zijn er een aantal regels waaraan je je moet houden. Bij vermenigvuldigen en delen kijk je naar het aantal significante cijfers van de meetwaarden waarmee je rekent: • Het antwoord van een vermenigvuldiging of een deling heeft hetzelfde aantal significante cijfers als de meetwaarde met het kleinste aantal significante cijfers. voorbeeld

Vermenigvuldiging 2,34 × 29 = 68 (en niet 67,86) 2,34 heeft drie significante cijfers. 29 heeft twee significante cijfers. Het kleinste aantal significante cijfers is twee. Je antwoord moet daarom uit twee significante cijfers bestaan.

voorbeeld

Vermenigvuldiging 520 × 18 = 9,4∙103 (en niet 9360) 520 heeft drie significante cijfers. 18 heeft twee significante cijfers. Het kleinste aantal significante cijfers is twee. Je antwoord moet daarom uit twee significante cijfers bestaan. Dat kan alleen als je het antwoord als macht van 10 schrijft.

voorbeeld

Deling

4,56 _

​​ = 22 (en niet 21,714…)

​​

0,21

4,56 heeft drie significante cijfers. 0,21 heeft twee significante cijfers! Het kleinste aantal significante cijfers is twee. Je antwoord moet daarom uit twee significante cijfers bestaan. voorbeeld

Deling 1250 _

​​

​​  = 2∙102 (en niet 208,333…)

6

1250 heeft vier significante cijfers. 6 heeft één significant cijfer. Het kleinste aantal significante cijfers is één. Je antwoord moet daarom uit één significant cijfer bestaan. Dat kan alleen als je het antwoord als macht van 10 schrijft.

9789006491753_SG_Nask2.indd 12

28/05/20 12:31


13

NaSk 2 Leervaardigheden

Bij optellen of aftrekken kijk je naar het aantal decimalen (cijfers achter de komma): • Als je metingen bij elkaar optelt of van elkaar aftrekt, heeft het antwoord niet meer decimalen dan de meetwaarde met het kleinste aantal decimalen. voorbeeld

Optellen en aftrekken 12,6 + 0,25 = 12,9 (en niet 12,85) 12,6 heeft één decimaal. 0,25 heeft twee decimalen. Het kleinste aantal decimalen is één. Het antwoord heeft dan ook één decimaal.

voorbeeld

Optellen en aftrekken 1,4328 – 0,40 = 1,03 (en niet 1,0328) 1,4328 heeft vier decimalen. 0,40 heeft twee decimalen. Het kleinste aantal decimalen is twee. Het antwoord heeft dan ook twee decimalen.

1.3

Bronnen gebruiken en argumenteren Bronnen

Vaak moet je scheikundige bronnen gebruiken. Bijvoorbeeld tijdens je studie, voor het maken van een verslag, voor een praktische opdracht (PO) of tijdens het examen. Een bron geeft scheikundige gegevens. Een voorbeeld van een bron is BINAS. Andere voorbeelden zijn studieboeken, naslagwerken, handleidingen, websites, krantenartikelen en etiketten. Let bij een bron altijd op of de bron betrouwbaar is. Dat betekent dat de gegevens juist zijn. Je moet ook de belangrijkste gegevens eruit kunnen halen.

voorbeeld

Op een etiket van een fles bronwater zie je de volgende tabel: Ca

Mg Na

20 mg/L

5 mg/L

15 mg/L

HCO3

30 mg/L

Cl

35 mg/L

K

1 mg/L

F

0,4 mg/L

SO4

40 mg/L

NO3

<0,1 mg/L

De deeltjes die in het flesje bronwater aanwezig zijn, zijn op het etiket onjuist weergegeven. Bij de deeltjes moet een lading staan, omdat het ionen zijn. Zo moet er bijvoorbeeld Ca2+ staan en niet Ca.

9789006491753_SG_Nask2.indd 13

28/05/20 12:31


14 BINAS

Vooral BINAS moet je goed kunnen gebruiken. Kijk niet alleen bij de tabellen voor scheikunde, maar ook bij de andere tabellen. In deze Samengevat wordt vaak naar BINAS verwezen. Ook kom je regelmatig voorbeelden tegen waarbij je BINAS nodig hebt. voorbeeld

Als je wilt weten of bariumverbindingen schadelijk zijn voor de gezondheid, dan kijk je in BINAS tabel 40. Deze tabel gaat over gevaarlijke chemicaliĂŤn. Je leest daar dat deze verbindingen onder andere giftig zijn bij inademing.

Argumenteren

Soms moet je argumenten geven voor je mening. voorbeeld

De regering wil de hoeveelheid plastic in afval terugdringen. Daarom is de regering van plan om statiegeld te gaan vragen voor plastic drankflesjes. In de discussie geven de voorstanders aan waarom dit beter is voor het milieu. Maar ook de tegenstanders van het statiegeldplan hebben argumenten. Een argument van een voorstander kan zijn: Het grootste deel van de flesjes komt dan terug en kan worden hergebruikt. Dat bespaart grondstoffen en vermindert zwerfvuil. Een argument van een tegenstander kan zijn: Het inzamelen en het vervoer van flessen kost veel geld en energie. Er is een schoonmaakmiddel nodig, voordat de flessen weer hergebruikt kunnen worden. Dit schoonmaken kost tijd en dus geld. Het schoonmaakmiddel moet worden afgevoerd en verwerkt, en dat is ook belastend voor het milieu.

9789006491753_SG_Nask2.indd 14

28/05/20 12:31


2 Het practicum 2.1

Instrumenten

2.2 Waarnemen - - - -

Waarnemen met het oog Reageerbuis bekijken Maatcilinder aflezen Waarnemen met je reuk

2.3 De brander - - - -

De brander aanzetten De brander uitzetten Vlamsoort kiezen Veilig werken met de brander

2.4 Veilig werken - - - - - - - -

Kwispelen Ruiken aan stoffen Zuinig met stoffen Netjes werken Veiligheidsbril Labjas dragen Voorraadflessen gebruiken Geluidsbescherming

2.5 Werken met straling - - - - - - -

Straling Doordringend vermogen Alfastraling Bètastraling Gammastraling RÜntgenstraling Centimetergolven

9789006491753_SG_Nask2.indd 15

28/05/20 12:31


16

2 Het practicum 2.1

Instrumenten Bij het practicum gebruik je veel verschillende instrumenten. In de tabel en in de tekeningen op de volgende bladzijden zie je een overzicht van de belangrijkste instrumenten. Instrument

Gebruik/toepassing

brander

verwarmen vlamkleuring

bekerglas

buret driepoot

druppelpipet erlenmeyer

gaasje of porseleinen driehoek gaswasfles

horlogeglas indampschaal of indampkroes injectiespuit koeler

kolf (rondbodem of platbodem) kroezentang

maatcilinder (maatglas) mortier + stamper reageerbuis

reageerbuisborstel reageerbuisknijper reageerbuisrek spatel

spuitfles

statief statiefklem/buisklem trechter

9789006491753_SG_Nask2.indd 16

verwarmen van vloeistoffen oplossen, mengen schenken

nauwkeurig een hoeveelheid vloeistof aftappen bij titraties steun boven brander

druppelsgewijs toevoegen van kleine hoeveelheden vloeistof oplossen, mengen verwarmen van vloeistoffen opvangen van vloeistof bij filtratie en titratie op driepoot om bekerglas op te zetten aantonen van koolstofdioxide afdekken bekerglas druppelpracticum

indampen van oplossingen

toevoegen van een kleine, precieze hoeveelheid vloeistof koelen van verdampte vloeistof bij destillatie destillatievat verwarmen van vloeistoffen

(vast)pakken van hete materialen

afmeten van hoeveelheden vloeistoffen vermalen van grove korrels

uitvoeren van reacties verwarmen van kleine hoeveelheden / oplossen van kleine hoeveelheden schoonmaken van reageerbuis

reageerbuis vasthouden tijdens verwarmen neerzetten van reageerbuisjes

toevoegen van kleine hoeveelheden vaste stof toevoegen gedestilleerd water

bevestigen diverse materialen, zoals buret toevoegen vloeistoffen in vaten en flessen met nauwe openingen houder voor filtreerpapier bij filtratie

28/05/20 12:31


17

NaSk 2 Het practicum

reageerbuis

platbodem kolf

bekerglas

maatglas

horlogeglas

trechter

rondbodem kolf

erlenmeyer

gaswasfles

spuitfles

mortier + stamper

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 ml

buret

koeler

9789006491753_SG_Nask2.indd 17

injectiespuit

28/05/20 12:31


18

reageerbuisborstel reageerbuisborstel

spatel spatel

druppelpipet

kroezentang kroezentang

reageerbuisknijper

porseleinen driehoek

porseleinen driehoek

gaasje

statiefklem buisklem indampschaal

statief

reageerbuisrek

9789006491753_SG_Nask2.indd 18

brander en driepoot

28/05/20 12:31


NaSk 2 Het practicum

19

2.2. Waarnemen Waarnemen met het oog

Met je ogen kun je afstand schatten en diepte zien. Met je ogen kun je ook kleuren waarnemen. Mensen die wel kunnen zien, maar niet goed kleuren kunnen onderscheiden, noem je kleurenblind. Er zijn maar weinig mensen die volledig kleurenblind zijn. Deze mensen zien de wereld in zwart/wit. Meestal is iemand kleurenblind voor bepaalde kleuren. Zo iemand kan bijvoorbeeld het verschil tussen geel en groen niet zien. Veel informatie die je uit een beeld haalt is gebaseerd op je kennis van hoe de dingen eruit moeten zien. Je ogen kunnen je echter voor de gek houden.

voorbeeld

De pijlen zijn even lang. Controleer dat!

Wat valt je hierbij op? Het mannetje rechts lijkt groter. Maar ga eens met je geodriehoek de drie mannetjes opmeten. Wat zie je? Ze zijn even groot.

Reageerbuis bekijken

Als je vloeistof in een reageerbuis wilt bekijken, moet je de reageerbuis op ooghoogte houden.

licht

9789006491753_SG_Nask2.indd 19

28/05/20 12:31


20 Maatcilinder aflezen

Ook het aflezen van een maatcilinder of buret moet je op de juiste manier doen. Houd je ogen op gelijke hoogte als de onderkant van de vloeistofspiegel. Meestal heb je te maken met een oplossing in water. Deze geeft een holle vloeistofspiegel.

Waarnemen met je reuk

Je kunt niet altijd op je reukorgaan afgaan. Heel veel chemische stoffen kunnen wij niet ruiken. Bij dieren zijn de reukorganen beter ontwikkeld. Zij kunnen bepaalde stoffen opsporen. Mensen moeten gebruikmaken van meetapparatuur.

2.3 De brander Bij het practicum gebruik je vaak de gasbrander om stoffen te verwarmen.

De brander aanzetten

De brander zet je op de volgende manier aan: • Sluit de brander aan op de gaskraan op je tafel. • Controleer of de luchtregelschijf dicht zit. • Zet de gaskraan op je tafel open. • Zet de gasregelknop van de brander iets open. • Steek de brander aan met een lucifer.

De brander uitzetten

De brander zet je op de volgende manier uit: • Draai de luchtregelschijf dicht. • Draai de gaskraan op je tafel dicht. • Draai de gasregelknop van de brander dicht.

9789006491753_SG_Nask2.indd 20

luchtregelschijf gasregelknop

28/05/20 12:31


21

NaSk 2 Het practicum

Vlamsoort kiezen

Met de brander kun je verschillende vlamsoorten maken. In de tabel hierna zie je hoe je de verschillende vlamsoorten kunt maken, welke eigenschappen ze hebben en waarvoor je ze gebruikt. Luchttoevoer gesloten

Luchttoevoer iets open

Luchttoevoer ver open

Kleur

geel

blauw

kleurloos

Geluid

geluidloos

geluidloos

ruisend

Eigenschap

roetend

niet roetend

niet roetend

Temperatuur

matig hoog

hoog

zeer hoog

Gebruik

pauzevlam

normaal verwarmen

sterk verhitten

voorbeeld

aardgas en lucht

aardgas lucht

lucht luchtregelschijf

De temperatuur van de vlam kun je regelen met de luchtregelschijf. Als je de schijf opendraait, komt er zuurstof in de schoorsteen van de brander. Dan verbrandt het aardgas beter, waardoor de vlam een hogere temperatuur krijgt. Hoe verder je de schijf opendraait, hoe hoger de temperatuur van de vlam dus wordt.

Veilig werken met de brander

Als je met de brander werkt, moet je veiligheidsmaatregelen in acht nemen: • Gebruik altijd de juiste vlamsoort (zie de tabel). • Houd een reageerbuis altijd vast met een reageerbuisknijper. Houd de buis schuin in de vlam en beweeg de buis constant heen en weer. • Richt een reageerbuis bij het verwarmen nooit op personen. • Plaats een bekerglas of erlenmeyer altijd op een driepoot en gaasje. • Draag een veiligheidsbril. • Bind lang haar op met een elastiekje.

9789006491753_SG_Nask2.indd 21

28/05/20 12:31


22 voorbeeld

Wat is de juiste afstelling van de brander tijdens het verwarmen?

afstelling 1

A B C D

afstelling 2

afstelling 3

afstelling 4

afstelling 1 afstelling 2 afstelling 3 afstelling 4

Voor verwarmen moet zowel de gasregelknop als de luchtregelschijf open staan. Het juiste antwoord is afstelling 1, keuze A.

2.4 Veilig werken Veilig werken is bij het practicum erg belangrijk.

Kwispelen

Vaak moet je een vaste stof en een vloeistof in een reageerbuis ‘door elkaar schudden’. Dat schudden moet je doen op een manier die kwispelen heet. Hierdoor komen de stoffen goed en op een veilige manier met elkaar in contact.

Ruiken aan stoffen

Aan een stof mag je niet rechtstreeks ruiken. Veel stoffen zijn namelijk giftig of bijtend. Het inademen hiervan is dus gevaarlijk. Wanneer je de geur van een stof in een flesje moet bepalen, houd je het flesje een flink eind van je vandaan. Daarna wuif je met je hand een beetje van de ‘geur’ naar je neus. Op die manier kun je nooit veel van de stof binnenkrijgen.

9789006491753_SG_Nask2.indd 22

kwispelen wuiven

28/05/20 12:31


23

NaSk 2 Het practicum

Zuinig met stoffen

Gebruik zo weinig mogelijk chemicaliën (een spatelpunt). Dat is niet alleen goedkoop en minder slecht voor het milieu, maar het is ook veiliger en je bereikt daarmee de beste resultaten. voorbeeld

Een spatelpunt

Als je een flinke schep suiker in een reageerbuis met 1 cm water doet, zal je conclusie zijn dat suiker slecht in water oplost. Terwijl je uit eigen ervaring weet dat dit niet zo is!

Netjes werken

Zorg bij ieder practicum dat het op je tafel geen rommel is. Netheid verhoogt de veiligheid en nauwkeurigheid! Na gebruik van een spatel maak je deze meteen schoon.

Veiligheidsbril

Maak er een gewoonte van om altijd een veiligheidsbril te dragen bij het practicum.

Labjas dragen

Zodra je in het practicumlokaal komt draag je een witte jas. Dit beschermt je kleren en je kunt zo goed zien of je iets hebt gemorst.

Voorraadflessen gebruiken

Na gebruik moet je een fles meteen goed sluiten, zodat er geen stof uit kan verdampen of verontreinigd worden met andere stoffen. Laat nooit een spatel of lepeltje in het potje staan. Veeg je spatel voor gebruik eerst af met een tissue. Doe ook nooit iets terug in de voorraadfles. Vandaar dat je een spatelpunt moet gebruiken en niet een grote schep. Zorg dat je bij het schenken van vloeistoffen uit een fles het etiket altijd naar boven houdt. Gemorste vloeistof kan het etiket beschadigen en zelfs onleesbaar maken. voorbeeld

Rayan heeft tijdens het practicum een fles gepakt. Op het etiket is nog net het volgende te lezen: Z … U … . Uit de beschadiging van het etiket blijkt dat iemand uit de fles geschonken heeft met het etiket naar beneden.

Geluidsbescherming

Bij een geluidsniveau van 85 dB(A) of hoger kun je gehoorbeschadiging oplopen (zie BINAS tabel 28). Gehoorbescherming is dan verplicht. Het is ook belangrijk dat je niet te lang werkt in een ruimte met een hoog geluidsniveau (zie BINAS tabel 30).

9789006491753_SG_Nask2.indd 23

28/05/20 12:31


24 Zuurkast

Sommige experimenten kun je niet in het lokaal doen. Omdat er giftige dampen kunnen ontstaan, of omdat er een explosie kan volgen. Deze experimenten doe je in een zuurkast. De zuurkast is zo gebouwd dat de giftige dampen weggezogen worden en dus niet in het lokaal komen. Het glas is sterk en gelaagd zodat bij een explosie het glas niet versplinterd het lokaal invliegt. Vaak worden deze experimenten door een TOA of docent gedaan. Vandaar dat er twee glazen wanden zijn. Een voorkant naar het lokaal toe en een achterwand waar de docent staat. voorbeeld

Donald Duck doet een scheikundige proef. Daarbij heeft hij niet de nodige veiligheidsmaatregelen in acht genomen. Veiligheidsmaatregelen die Donald Duck had moeten nemen voordat hij aan zijn proef begon zijn: • een labjas aantrekken; • handschoenen aandoen; • een veiligheidsbril opzetten; • het potje/flesje niet open laten staan; • een zuurkast gebruiken.

2.5 Werken met straling Straling

Er zijn verschillende soorten straling: • alfastraling (a) • bètastraling (b) • gammastraling (c) • röntgenstraling • centimetergolven De eerste drie soorten noem je radioactieve straling.

9789006491753_SG_Nask2.indd 24

28/05/20 12:31


NaSk 2 Het practicum

25

Doordringend vermogen

Het doordringend vermogen van straling is afhankelijk van (zie ook BINAS tabel 22): • de soort straling; • de dikte van de tussenstof; • de soort tussenstof; • de afstand tot de bron. In ruimtes waarin met straling wordt gewerkt, wordt de straling met behulp van stralingsmeters voortdurend gemeten. Deze ruimtes zijn ook voorzien van een waarschuwingspictogram.

Alfastraling

Alfastraling (a-straling) heeft een zeer klein doordringend vermogen. Deze straling wordt al tegengehouden door de menselijke huid of een velletje papier.

Bètastraling

Bètastraling (b-straling) heeft een groter doordringend vermogen. Deze straling gaat dwars door je huid en vlees heen. Daarom is het dragen van beschermende kleding noodzakelijk.

Gammastraling

Gammastraling (c-straling) heeft een nog veel groter doordringend vermogen. Bij het werken met gammastraling heb je dus zeker beschermende kleding nodig.

Röntgenstraling

Röntgenstraling heeft minder doordringend vermogen dan gammastraling, maar meer dan bètastraling. Röntgenstraling wordt gebruikt voor het maken van röntgenfoto’s, bijvoorbeeld om een botbreuk te bekijken. De artsen gebruiken dan loden schorten als beschermende kleding.

Centimetergolven

Een magnetron werkt op centimetergolven. Water in het voedsel absorbeert de straling, zodat deze omgezet wordt in warmte. De ovenruimte van een magnetron is zo gemaakt dat de straling niet uit de oven kan ontsnappen.

9789006491753_SG_Nask2.indd 25

28/05/20 12:31


samengevat.nl

samengevat

examenbundel vmbo-gt / mavo Nederlands vmbo-gt / mavo Engels vmbo-gt / mavo Duits vmbo-gt / mavo Frans vmbo-gt / mavo Economie vmbo-gt / mavo Maatschappijkunde vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-gt / mavo Aardrijkskunde vmbo-gt / mavo Wiskunde vmbo-gt / mavo Nask 1 vmbo-gt / mavo Nask 2 vmbo-gt / mavo Biologie

samengevat vmbo Nederlands 2F vmbo Rekenen 2F vmbo-kgt Economie

Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op

samen gevat

examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress

vmbo-gt / mavo Geschiedenis vmbo-kgt Aardrijkskunde vmbo-kgt Wiskunde vmbo-kgt Nask 1 vmbo-gt Nask 2

vmbo-gt / mavo

vmbo-kgt Biologie

Nask 2

examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress

vmbo-gt / mavo

Nask 2

examenidioom vmbo Engels vmbo Duits vmbo Frans

zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo

9 789006 491753

9789006491753_SG_vmbo Nask2_omslag.indd 1-3

28/05/20 12:45


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Samengevat - vmbo-gt NaSk2 by ThiemeMeulenhoff - Issuu