examen bundel examenbundel.nl
examenbundel 2020 2021
examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde
samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A
Meer dan alleen oefenexamens
Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress
havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F
2020 2021
Biologie
examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress
havo
havo/vwo Rekenen 3F/4F
havo
Biologie
examenidioom havo Engels havo Duits havo Frans
zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo
EB_havo_biologie_170x240.indd 1
9 789006 781182
2/06/20 14:17
9789006781182_EB_hBio.indb 8
23/04/20 09:27
examenbundel.nl
examen bundel Meer dan alleen oefenexamens
2020 2021
havo
9789006781182_EB_hBio.indb 1
A.S.P. Jansen J.H. Rawee E.J. van der Schoot A.N. Leegwater
Biologie
23/04/20 09:27
Colofon Auteurs A.S.P. Jansen J.H. Rawee E.J. van der Schoot A.N. Leegwater Vormgeving binnenwerk Maura van Wermeskerken, Apeldoorn Opmaak Crius Group, Hulshout Redactie Lineke Pijnappels Auteur stappenplan T.H.J. Heutmekers Vormgeving stappenplan OudZuid Ontwerp, Dieren
Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 78118 2 Eerste druk, eerste oplage, 2020 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2020 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.
Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.
EB_havo_biologie_01.indd 2
27/05/20 16:18
Voorwoord Met deze examenbundel kun je je goed voorbereiden op het schoolexamen en het centraal examen voor het vak biologie op havo-niveau. De examenbundel bevat de volgende onderdelen: Oriëntatietoets: Deze bestaat uit vragen over alle onderwerpen die in 2021 centraal geëxamineerd worden. Zo kun je nagaan of je de basisbegrippen van de examenonderwerpen beheerst. De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl. Na het invullen van je scores krijg je een studieadvies. Deel 1: Hier vind je per examenonderwerp een aantal (bewerkte) examen-opgaven met uitwerkingen. In de uitwerkingen staan de antwoorden en de daarbij horende toelichtingen. Bij vrijwel alle vragen zijn hints gegeven om je, waar nodig, op weg te helpen. Deel 2a: In dit deel staan enkele complete examens met hints en uitwerkingen. Deel 2b: Hierin vind je een stappenplan dat je kan helpen bij het werken met deze examenbundel. Achter in deze bundel vind je tabellen om je ‘cijfer’ te bepalen en een onderwerpregister. Met deze examenbundel kun je oefenen voor het examen in je eigen tijd en in je eigen tempo. Oefenen houdt in dat je eerst probeert een opgave zelf te maken. Lukt dat niet, bekijk dan de hint die bij deze vraag hoort (zie de bladzijde na de opgaven). Pas daarna controleer je jouw antwoorden met de uitwerkingen. Je kunt je vaardigheid om examenopgaven te maken vergroten door het boek samengevat te gebruiken. In dat boek wordt de examenstof per onderwerp overzichtelijk gemaakt en uitgelegd. Ook op www.examenbundel.nl kun je op verschillende manieren oefenen om te kijken of je alle examenstof al beheerst. Voor reacties, zowel van leerlingen als van docenten, houden wij ons graag aanbevolen. Mail naar vo@thiememeulenhoff.nl. Amersfoort, mei 2020 Opmerkingen * Hoofdstukken of vragen die gemarkeerd zijn met een ‘sterretje’ (*) zijn alleen bestemd voor het schoolexamen.
Het centraal examen havo biologie 2021 wordt afgenomen op donderdag 27 mei tussen 13.30 en 16.30 uur. De makers van de examenbundel en samengevat wensen je daarbij alvast heel veel succes. De overheid stelt regels op die betrekking hebben op specifieke examenonder werpen, de hulpmiddelen die je tijdens je examen mag gebruiken, duur en datum van je examen, etc. Hoewel deze examenbundel met de grootst mogelijke zorgvuldigheid is samen gesteld, kunnen auteur en uitgever geen aansprakelijkheid aanvaarden voor aanwijzingen die betrekking hebben op publicaties van de overheid. Het is altijd raadzaam je docent of onze website www.examenbundel.nl te raadplegen voor actuele informatie die voor jouw examen van belang kan zijn.
© ThiemeMeulenhoff
EB_havo_biologie_01.indd 3
3
27/05/20 07:57
Inhoud
Begin met het stappenplan! Wil je weten hoe je het best leert en oefent met deze examenbundel? Bekijk dan eerst het stappenplan in deel 2b.
3 Voorwoord 6 Tips
OriĂŤntatietoets 9 Opgaven
9 E cosystemen; dynamiek en *diversiteit 98 Opgaven 105 Hints - uitwerkingen
Deel 1
10 Voeding en vertering 109 Opgaven 114 Hints - uitwerkingen
1 Cellen, organen en orgaanstelsels 19 Opgaven 24 Hints - uitwerkingen
11 Bloedsomloop 117 Opgaven 122 Hints - uitwerkingen
2* Voortplanting en ontwikkeling 27 Opgaven 33 Hints - uitwerkingen
12 Gaswisseling 125 Opgaven 130 Hints - uitwerkingen
3 Erfelijkheid 37 Opgaven 44 Hints - uitwerkingen
13 Lever en nieren; uitscheiding 133 Opgaven 138 Hints - uitwerkingen
4 DNA en *celcyclus 48 Opgaven 53 Hints - uitwerkingen
14* Gedrag en seksualiteit 142 Opgaven 148 Hints - uitwerkingen 15 Oog en andere zintuigen 152 Opgaven 156 Hints - uitwerkingen
5 G enexpressie, RNA en *eiwitsynthese 56 Opgaven 63 Hints - uitwerkingen
16 Zenuwstelsel en spieren 159 Opgaven 164 Hints - uitwerkingen
6 Evolutie: soortvorming en selectie 67 Opgaven 72 Hints - uitwerkingen
17 Hormonale regeling 167 Opgaven 172 Hints - uitwerkingen
7 F otosynthese, dissimilatie en voortgezette assimilatie 75 Opgaven 81 Hints - uitwerkingen
18 Huid en immuniteit 176 Opgaven 182 Hints - uitwerkingen
8 E cosystemen; interactie en regulatie 85 Opgaven 93 Hints - uitwerkingen
Oefenen op onderwerp
4
EB_havo_biologie_01.indd 4
* Dit onderwerp is alleen bestemd voor het schoolexamen.
Š ThiemeMeulenhoff
27/05/20 07:57
Deel 2a
Examens met uitwerkingen Examen 2017-II 187 Opgaven 204 Hints - uitwerkingen Examen 2018-I 212 Opgaven 234 Hints - uitwerkingen
Deel 2b 339
Stappenplan Bijlagen
Cijferbepaling Onderwerpregister Examen(werk)woorden
Examen 2018-II 243 Opgaven 264 Hints - uitwerkingen Examen 2019-I 272 Opgaven 293 Hints - uitwerkingen Examen 2019-II 304 Opgaven 326 Hints - uitwerkingen
Bij veel uitwerkingen wordt verwezen naar BiNaS zesde editie en ScienceData eerste druk. © ThiemeMeulenhoff
EB_havo_biologie_01.indd 5
5
27/05/20 07:57
Tips bij het maken van (examen)opgaven bij biologie Voorbereiding • Haal even rustig adem en ontspan je spieren. • Lees steeds eerst de vraag of opdracht achter het opgavenummer en daarna pas de informerende tekst daarboven. Kijk dan goed naar wat echt gevraagd wordt. Je kunt belangrijke zinsdelen alvast markeren op je examenblad. • Bij open vragen moet je uitleg begrijpelijk zijn voor een leerling uit het voorgaande leerjaar. • Blijf niet te lang bezig met een moeilijke opgave. Loop niet achter op een tijdschema van ±15 opgaven per uur. • Gebruik geen onduidelijke uitleg, zoals: er is invloed van... (stimulerend of remmend?); het is hoger (wat hoger dan wat?); de temperatuur verandert (wordt die hoger of lager?); de zuurgraad wordt minder (gaat de pH omlaag of wordt het minder zuur?, gebruik niet het woord zuurgraad). • Bij meerkeuzevragen kun je foutieve antwoorden op je examenblad direct afstrepen, maar maak ze niet onleesbaar. Uitvoering • Sla na ieder antwoord steeds een regel over, of reserveer voldoende ruimte als het niet (volledig) af is. Zo kun je een overgeslagen opgave later snel terugvinden. • Gebruik voor het antwoord op een meerkeuzevraag één hoofdletter en geef geen uitleg. Streep die hoofdletter bij een wijziging door en zet een nieuwe letter erachter, dus niet er doorheen. • Ga na of je het antwoord uit de gegeven tekst moet halen, of uit BiNaS of ScienceData. • Het aantal punten dat je voor een vraag kunt krijgen, geeft meestal aan uit hoeveel stappen een antwoord minstens moet bestaan. • Geef niet meer antwoorden of voorbeelden dan gevraagd; als er bv. twee gevraagd worden, worden alleen de eerste twee nagekeken. • Als bij een open vraag gerekend moet worden, zet die berekening er dan bij, ook als je die berekening niet geheel af kunt maken. Bepaalde rekenstappen leveren soms punten op. Wordt om een afronding gevraagd? Zo niet, dan mag het berekende getal niet nauwkeuriger of onnauwkeuriger zijn dan de getallen die gegeven zijn. Dat wil zeggen niet meer, maar ook niet minder cijfers achter de komma. • Bij beschrijving van een experiment moet vaak de volgende zin toegevoegd worden: ‘De overige factoren zijn gelijk.’ • Maak bij tijdnood in ieder geval alle meerkeuzevragen. Begin daar op tijd aan. Controle als je klaar bent Lees nogmaals wat gevraagd wordt. Is het antwoord passend op de vraag? Volgen de zinnen in je antwoord elkaar logisch op? Zijn de juiste eenheden vermeld? Zijn bij diagrammen de x- en y-as voorzien van cijfers en eenheden? Is een lijn- of staafdiagram gevraagd? Teken de lijn niet voor het eerste en ook niet na het laatste meetpunt. Vaak is een vloeiende lijn vereist (mag zonder knikken vlak langs de punten lopen). Let op het aantal significante cijfers, vóór of na de komma. Zijn deze in overeenstemming met genoemde waarden in de opgave? • Zijn minstens alle meerkeuzevragen beantwoord? • • • • •
6
9789006781182_EB_hBio.indb 6
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
De antwoorden vind je op www.examenbundel.nl.
OriĂŤntatietoets
7
9789006781182_EB_hBio.indb 7
23/04/20 09:27
9789006781182_EB_hBio.indb 8
23/04/20 09:27
Oriëntatietoets Tenzij anders vermeld, is er sprake van normale situaties en gezonde organismen.
Bloedsamenstelling
2p
1p
De samenstelling van bloedplasma en die van weefselvloeistof worden met elkaar vergeleken. Drie stoffen die in beide voorkomen, zijn: opgeloste eiwitten, keukenzout en zuurstof. 1 Van welke van deze stoffen is het verschil in concentratie tussen bloedplasma en weefselvloeistof het grootst? A van keukenzout B van opgeloste eiwitten C van zuurstof Weefselvloeistof kan zowel in een haarvat als in een lymfevat worden opgenomen. 2 Noem een type cellen van de mens dat zowel in de weefselvloeistof als in een lymfevat aanwezig is.
Grote grazers Bij het beheer van sommige natuurgebieden in Nederland zoals heidevelden, worden bij wijze van experiment grote grazers ingezet. Gebruikt worden onder andere Schotse hooglanders. Deze runderen zijn goed aangepast aan de kou. De dieren worden niet bijgevoederd en zijn het hele jaar door buiten.
2p
2p
2p
Behalve grote grazers komen er ook wormen in de grond voor die aan wortels van heideplanten (Calluna en Erica) knagen, parasitaire teken op de grote grazers, heidehaantjes die leven van bladeren van de heideplanten, vinken die van heidehaantjes leven, valken die muizen en vinken eten en muizen die zaden van heideplanten eten. 3 Maak een volledig voedselweb waarin alle bovengenoemde organismen voorkomen. Als op een gegeven ogenblik binnen een redelijk grote populatie van deze runderen een besmettelijke ziekte uitbreekt, zou men kunnen besluiten niet in te grijpen. Er worden dan geen medicijnen toegediend of vaccinaties uitgevoerd. Een aantal runderen zal dan doodgaan. Op den duur kan deze handelswijze gunstig zijn voor de populatie. 4 Leg uit waardoor het niet ingrijpen door de mens bij het uitbreken van een ziekte gunstig kan zijn voor de populatie runderen na een aantal generaties. Als in een gebied een groep van slechts weinig, bijvoorbeeld vijf niet verwante dieren wordt uitgezet, is er een grote kans op inteelt. De kans is dan immers groot dan na één generatie paring optreedt tussen verwante dieren. Het gevolg daarvan kan zijn dat na een paar generaties steeds meer gebrekkige dieren worden geboren. 5 Leg uit waardoor bij inteelt de kans op zwakke of gebrekkige dieren toeneemt.
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 9
9
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
O riëntatietoets
Ethanol uit houtafval
2p
Om de koolhydraten om te zetten in ethanol, wordt gebruikgemaakt van gistcellen. Het is gelukt om nieuwe gistvarianten te maken waardoor uit houtafval ethanol kan worden geproduceerd. Hiervoor moeten de gistcellen cellulose als substraat gebruiken. 6 Wat heeft men aan de bestaande gistcellen veranderd om dit mogelijk te maken? A De enzymen, zodat ze in staat waren om cellulose om te zetten in plaats van zetmeel. B De genetische informatie, zodat er enzymen gemaakt kunnen worden die in staat zijn om cellulose om te zetten in plaats van zetmeel. C De ribosomen, zodat die enzymen maakten die cellulose konden omzetten in plaats van zetmeel. D Het celmembraan, zodat de gistcellen in staat waren om cellulose op te nemen in plaats van zetmeel.
DNA-test voor Chlamydia
2p
Chlamydia is de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening (SOA). Met een test voor de Chlamydia kan snel en eenvoudig worden vastgesteld met welk subtype Chlamydia iemand besmet is. Er kunnen negentien subtypes van Chlamydia trachomatis worden aangetoond en die verschillen onderling in de gevoeligheid voor diverse antibiotica. De indeling is gebaseerd op de eiwitten die aan de buitenkant van het micro-organisme zitten. De genetische code in het DNA bepaalt welke eiwitten dat zijn. Aan de hand van de testuitslag kan vervolgens worden besloten welke antibioticabehandeling het meest geschikt is. 7 Hoe worden de eiwitten, die aan de buitenkant van Chlamydia trachomatis zitten, gemaakt? A Door transcriptie wordt de structuur van de aminozuren van het eiwit bepaald. B Door transcriptie worden de aminozuren in de juiste volgorde aan elkaar gekoppeld. C Door translatie wordt de structuur van de aminozuren van het eiwit bepaald. D Door translatie worden de aminozuren in de juiste volgorde aan elkaar gekoppeld.
Variatie bij hardlopers
2p
1p
De VO 2-max wordt gedefinieerd als het maximale vermogen zuurstof vanuit de longen op te nemen in het bloed, te transporteren en te gebruiken in de spieren. Bij ongetrainde mannen heeft de V O 2-max veelal een waarde van 45 tot 55 mL per kg lichaamsgewicht per minuut (mL/kg/min). Door training kan de V O 2-max 5 tot 20% toenemen. Bij toplopers vindt men een waarde van zelfs 80 mL/kg/min. 8 Leg door middel van een berekening en met behulp van bovenstaande gegevens uit dat niet iedereen door alleen maar hard te trainen een toploper kan worden. Er kunnen drie deelsystemen worden onderscheiden: ademhalingsstelsel, hart/ bloedsomloop en spieren. Om vast te stellen welk van deze deelsystemen de VO 2-max beperkt, werden gegevens verzameld van patiënten met een ernstige vorm van hartfalen. Zij hadden een heel lage V O 2-max. Na succesvolle harttransplantaties bleek de V O 2-max niet of nauwelijks toegenomen. 9 Is hart/bloedsomloop bij deze patiënten de beperkende factor voor de V O 2-max. Leg in je antwoord uit wat hier bedoeld wordt met beperkende factor.
10
9789006781182_EB_hBio.indb 10
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
Biologie havo
Oriëntatietoets
Sapspechten In de Verenigde Staten van Amerika leven in bossen bepaalde soorten spechten. Deze spechten hakken in bomen gaten tot in het hout. Uit deze gaten komt vocht naar buiten, dat deze spechten oplikken (zie hiernaast). Deze spechten worden in verband met hun voedings wijze ‘sapsuckers’ (sapspechten) genoemd. Het opgelikte vocht is hun belangrijkste voedsel. Het vocht dat naar buiten komt, is bovendien voedsel voor insecten. Deze insecten worden ook door de sapspechten gegeten. In de tekst worden bomen, spechten en insecten genoemd waartussen voedselrelaties bestaan. 2p
10 Teken een voedselweb waarin je de voedselrelaties tussen deze organismen weer geeft. Geef bij de organismen aan of ze producenten, consumenten of reducenten zijn.
2p
11 Is er in de relatie tussen de sapspechten en de insecten sprake van competitie? En is er in deze relatie sprake van predatie? A niet van competitie en ook niet van predatie B alleen van competitie C alleen van predatie D zowel van competitie als van predatie
Marathonlopen Manuela en Rosa gaan de marathon lopen. In de periode waarin de marathon is gepland, is het erg warm. Manuela, die goed heeft getraind, vreest toch maag- en darmproblemen tijdens de wedstrijd: een klotsende maag en aandrang tot ontlasten. Daar heeft zij vaak problemen mee. Daarom heeft zij advies ingewonnen bij een voedingsdeskundige.
2p
3p
Deze heeft haar de volgende drie adviezen gegeven: 1 drink tijdens de wedstrijd geen zuiver water, maar een oplossing van een beetje glucose of zout in water; 2 eet vanaf een dag voor de wedstrijd geen voedsel met voedingsvezels; 3 neem, om aan de broodnodige energie te komen, tijdens de wedstrijd niet je toevlucht tot geconcentreerde, siroopachtige glucose-oplossingen. 12 Welke van deze adviezen is of zijn gegeven in verband met osmotische effecten? A alleen 1 B alleen 2 C alleen 3 D 1 en 2 E 1 en 3 F 2 en 3 Manuela gaat rustig van start. Na vijf kilometer passeert zij Rosa, die erg snel is vertrokken, maar nu last krijgt van ‘verzuurde benen’. 13 Leg uit waardoor Rosa door snel van start te gaan ‘verzuurde benen’ heeft gekregen en waardoor dit haar snelheid remt. © ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 11
11
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
O riëntatietoets
2p
Aan het eind van de wedstrijd zakt het tempo van Manuela. Zij kan geen beroep meer doen op een stof uit de lever om in haar energiebehoefte te voorzien. 14 Welke stof uit de lever is opgeraakt? A eiwit B glucose C glycogeen D vet E zuurstof
Lever
2p
In de lever kunnen aminozuren worden omgezet in een gedeelte dat stikstof bevat en een gedeelte zonder stikstof. Het gedeelte met stikstof wordt in de lever verwerkt in een andere stikstofverbinding. 15 Ontstaan bij de beschreven processen in de lever stoffen die kunnen worden geassimileerd en/of stoffen die kunnen worden gedissimileerd en/of stoffen die kunnen worden uitgescheiden? A alleen stoffen die kunnen worden geassimileerd B alleen stoffen die kunnen worden gedissimileerd C alleen stoffen die kunnen worden uitgescheiden D zowel stoffen die kunnen worden geassimileerd, als stoffen die kunnen worden gedissimileerd als stoffen die kunnen worden uitgescheiden
Ogen 2p
16 Sandra wordt ‘s morgens wakker in haar slaapkamer. Zij doet het licht aan, terwijl zij nog slaperig voor zich uit staart. Welke van de veranderingen in de pupillen van haar ogen is treedt dan op. A De kringspieren in de irissen in haar ogen trekken samen. B De kringspieren in de straalvormige lichamen van haar ogen ontspannen. C De straalsgewijs verlopende spieren in de irissen van haar ogen trekken samen. D De straalsgewijs verlopende spieren in de straalvormige lichamen van haar ogen trekken samen.
Reflex 2p
17 Als een hond aan het eten is, vindt er onder andere door prikkeling van het slijmvlies in de bek afscheiding van speeksel plaats. Deze afscheiding van speeksel gebeurt door een onvoorwaardelijke reflex. Bij een hond die gedurende enige tijd alleen gevoerd wordt nadat er een bel rinkelt, blijkt de speekselafscheiding alleen al door de rinkelende bel op gang gebracht te worden, ook al krijgt het dier daarna geen eten. Dit is een voorwaardelijke reflex. Welk deel van het centrale zenuwstelsel geleidt zeker impulsen bij de hierboven genoemde voorwaardelijke reflex en waarschijnlijk niet bij de hierboven genoemde onvoorwaardelijke reflex. A de grote hersenen B de hersenstam C de kleine hersenen D het ruggenmerg
12
9789006781182_EB_hBio.indb 12
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
Biologie havo
Oriëntatietoets
Slim en gezond door borstvoeding Maakt borstvoeding slim en gezond? Voor- en tegenstanders van borstvoeding discussiëren al jaren over deze vraag. Kinderen die als baby vooral moedermelk hebben gedronken, scoren gemiddeld hoger op IQtests dan leeftijdgenootjes die het met de fles moesten doen. En dat effect blijft ook bij volwassenen nog zichtbaar. In moedermelk zitten stoffen die de hersenontwikkeling stimuleren. Vooral twee meervoudig onverzadigde vetzuren, DHA (= docosahexaeen zuur) en arachidonzuur, spelen daarbij een belangrijke rol. Deze twee stoffen ontbreken in koemelk en daardoor ook in de meeste typen flesvoeding. Een groep onderzoekers deed tussen 1980 en 1985 een grootschalig onderzoek naar het effect van borstvoeding op het IQ. Ze bestudeerden daarbij ook de rol van een gen (FADS2) dat codeert voor een bepaald enzym dat belangrijk is voor de verwerking van vetten in het lichaam. Dit gen ligt op chromosoom 11. Het gen kan voorkomen met een dominante A-vorm en de recessieve a-vorm. De onderzoekers werkten met kinderen die tussen april 1972 en maart 1973 werden geboren in Nieuw-Zeeland. Tussen de leeftijd van zeven en elf jaar werd vier keer een IQ-test gedaan. Ook werd bepaald welke vorm van het FADS2-gen de kinderen hadden.
2p
2p
Van de kinderen was bekend welke vorm van het FADS2-gen ze hadden. 18 Op welke manier zullen deze resultaten verkregen zijn? A door DNA-onderzoek van cellen uit het vruchtwater B door DNA-onderzoek van wangslijmvliescellen C door een karyogram te maken van cellen uit het vruchtwater D door een karyogram te maken van wangslijmvliescellen Twee beweringen over het FADS2-gen zijn: 1 Van dit gen zijn twee verschillende allelen bekend; 2 Van dit gen hebben mannen en vrouwen per cel evenveel allelen. 19 Welk van deze beweringen is of welke zijn juist? A geen van beide beweringen B alleen bewering 1 C alleen bewering 2 D beide beweringen
In onderstaand diagram zie je de resultaten van het genetisch onderzoek vandiagram de deelnemende kinderen. In onderstaand zie je de resultaten van het genetisch onderzoek van de deelnemende kinderen.
afbeelding 1
afbeelding 1
115
Legenda: zonder borstvoeding
IQ (in punten)
110
met borstvoeding
105 100 95 90 0
1
AA
2
3
Aa
4
5
aa
6
Uit de gegevens worden twee conclusies getrokken: 13 1 Kinderen die moedermelk drinken en tenminste eenmaal het dominante allel FADS2 bezitten, hebben gemiddeld een hoger IQ dan moedermelkdrinkers zonder dat allel. 2 Homozygotie voor de recessieve vorm van het FADS2-gen leidt bij
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 13
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
O riëntatietoets
2p
Uit de gegevens worden twee conclusies getrokken: 1 Kinderen die moedermelk drinken en tenminste eenmaal het dominante allel FADS2 bezitten, hebben gemiddeld een hoger IQ dan moedermelkdrinkers zonder dat allel. 2 Homozygotie voor de recessieve vorm van het FADS2-gen leidt bij flessenmelk drinkers tot een hoger IQ. 20 Vul de volgende zinnen aan: – Voor conclusie 1 werden de gegevens van de kolom(men) ………..………..
vergeleken met die van …………….………..
– Voor conclusie 2 werden de gegevens van de kolom(men) ………..………..
2p
vergeleken met die van …………….………..
Bij de aanmaak van de moedermelk worden onder andere de volgende stoffen uit het bloed gebruikt: vetzuren, aminozuren en zuurstof. 21 Welke van deze stoffen worden met de moedermelk afgegeven, zodat de baby er van groeit? A alleen aminozuren en O2 B alleen aminozuren en vetzuren C alleen O2 en vetzuren D al deze stoffen afbeelding 2 afbeelding
2 slagaderlijk bloed
melkvormende cel
spiercellen
haarvaten
aderlijk bloed
afvoerbuisje
2p 2p
In afbeelding afbeelding2 2 een melkklier afgebeeld. In is is een melkklier afgebeeld. Als een baby aan de tepel zuigt, veroorzaakt een stijging van de Als een baby aan de tepel zuigt, veroorzaakt een stijging van de oxytocine oxytocineconcentratie de toeschietreflex van moedermelk waarbij melk uit concentratie de toeschietreflex van moedermelk waarbij melk uit de tepel spuit. 22 Welke vanspuit. de in afbeelding 2 aangegeven cellen zijn vooral gevoelig voor het de tepel stijgen de oxytocineconcentratie het bloed? 33 plotseling Welke van de invan afbeelding 2 aangegevenincellen zijn vooral gevoelig voor A melkvormende cellen hetde plotseling stijgen van de oxytocineconcentratie in het bloed? B de spiercellen A de melkvormende cellen C de cellen van de haarvaten B C
de spiercellen de cellen van de haarvaten
14 Fabrikanten
© ThiemeMeulenhoff van flesvoeding voor baby’s gebruiken de informatie over het IQ verhogende effect van moedermelk in de ontwikkeling van nieuwe producten. Drie mogelijkheden die zij overwegen zijn:
9789006781182_EB_hBio.indb 14
23/04/20 09:27
Biologie havo
2p
Oriëntatietoets
Fabrikanten van flesvoeding voor baby’s gebruiken de informatie over het IQ verhogende effect van moedermelk in de ontwikkeling van nieuwe producten. Drie mogelijkheden die zij overwegen zijn: 1 toevoegen van het FADS2-gen aan flesvoeding; 2 toevoeging van het FADS2-enzym aan flesvoeding; 3 toevoeging van arachidonzuur aan flesvoeding. 23 Welke toevoeging of welke toevoegingen zouden een positief effect kunnen hebben op het IQ van kinderen die de nieuwe flesvoeding krijgen? A alleen 1 B alleen 2 C alleen 3 D 1 in combinatie met 2 E 1 in combinatie met 3
Ambrosia Timo heeft al vele jaren last van hooikoorts. Zodra het in het voorjaar een beetje mooi weer wordt, krijgt hij last van jeuk aan zijn ogen en achter in zijn keel en moet hij vaak niezen en snuiten. Een paar maanden later is het leed geleden. Tot vorig jaar, toen hij óók eind september weer deze verschijnselen kreeg. In een huis-aan-huisblaadje zag hij, dat de plant Ambrosia hier verantwoordelijk voor is.
2p
2p
2p
Tijdens de bloei van Ambrosia komen grote hoeveelheden pollen vrij. Deze pollen zijn zeer sterk allergeen waardoor ze snel hooikoortsklachten kunnen veroorzaken. Hooikoorts wordt veroorzaakt door een reactie van bepaalde lichaamscellen op een antigeen, dat voor de meeste mensen een onschuldige stof is. 24 Tot welke groep stoffen behoren de antigenen die hooikoorts veroorzaken? A eiwitten B mineralen C nucleotiden D vetten E vitaminen De allergische reactie begint bij bepaalde daarvoor gevoelige cellen. 25 Welke cellen worden door de antigenen als eerste geactiveerd? A gespecialiseerde witte bloedcellen B gladde spiercellen in de luchtwegen C levende opperhuidcellen D traankliercellen E slijmcellen in de neusholte 26 Wanneer krijgt Timo last van jeuk aan zijn ogen en achter in zijn keel? A Als het antigeen in het slijmvlies van de neusholte komt. B Als het antigeen zich hecht aan de receptor van de B-lymfocyt. C Als de door de B-lymfocyten geproduceerde antistoffen in het bloed komen. D Als er veel geheugencellen geproduceerd zijn. E Als de mestcellen histamine aan de weefsels afgeven.
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 15
15
23/04/20 09:27
9789006781182_EB_hBio.indb 16
23/04/20 09:27
Deel 1
Oefenen op onderwerp
17
9789006781182_EB_hBio.indb 17
23/04/20 09:27
9789006781182_EB_hBio.indb 18
23/04/20 09:27
1 Cellen, organen en orgaanstelsels Groeihormoon Door genetische manipulatie is het gelukt om bacteriën stoffen te laten produceren die ze oorspronkelijk niet konden maken. Voorbeelden van producten die op commerciële schaal door bacteriën worden gemaakt, zijn insuline, groeihormoon van de mens (HST) en groeihormoon van het rund (BST). Deze drie hormonen zijn eiwitten. Bij de genoemde techniek is de DNA-code voor het desbetreffende eiwit van een mens of van een zoogdier in een bacterie gebracht. In afbeelding 1 is een cel van een mens of dier met een aantal organellen en structuren schematisch weergegeven. afbeelding 1
1 Noem het organel en nummer in afbeelding 1 waar de vorming van eiwitten uit aminozuren plaatsvindt.
2 Geef het nummer en de naam van de structuur of het organel waarin zich de DNA-code bevindt die kan worden overgebracht in een bacterie.
3 Leg uit waardoor juist eiwitten geschikte stoffen zijn om met behulp van genetische manipulatie te worden geproduceerd.
4 Welk nummer in afbeelding 1 geeft een mitochondrium aan en wat is de functie?
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 19
19
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
Oefenen op onderwerp
Bladluizen
Planten hebben twee typen vaten om stoffen door wortel, stengel en bladeren te vervoeren: hout- en bastvaten. 5 Welk van deze typen vaten boren bladluizen aan om aan energierijke stoffen te komen? Zijn dit dan anorganische of organische stoffen? A bastvaten, om anorganische stoffen op te nemen B bastvaten, om organische stoffen op te nemen C houtvaten, om anorganische stoffen op te nemen D houtvaten, om organische stoffen op te nemen
Effect van koken
Spinazie, een bladgroente, wordt gekookt. 6 Verandert daardoor in de spinaziebladeren de doorlaatbaarheid van de celmembranen voor zouten? En die van de vacuolenmembranen en celwanden? A alleen de doorlaatbaarheid van de celmembranen en de celwanden. B alleen de doorlaatbaarheid van de celmembranen en de vacuolenmembranen. C alleen de doorlaatbaarheid van de celwanden en de vacuolenmembranen. D de doorlaatbaarheid van de cel- en vacuolenmembranen en van celwanden.
Rode kool
De kleur van rode kool ontstaat door een kleurstof in de vacuolen van de cellen. Vier bladeren van een rode kool worden op de volgende wijze behandeld. Blad 1 wordt gelegd in een 5% glucose-oplossing van 20°C. Blad 2 wordt gelegd in een 5% glucose-oplossing van 100°C. Blad 3 wordt gelegd in water van 20°C. Blad 4 wordt gelegd in water van 100°C. Na 30 minuten wordt de kleur van de vloeistof bij elk blad genoteerd. 7 Bij welk of bij welke van deze bladeren is de omringende vloeistof roodgekleurd? A alleen bij blad 4 B bij de bladeren 1 en 2 C bij de bladeren 1 en 3 D bij de bladeren 2 en 4
Bacteriën In een experiment worden bacteriën van dezelfde soort in twee oplossingen (1 en 2) met een verschillende osmotische waarde gelegd. In afbeelding 2 is het experiment schematisch weergegeven. Er is aangegeven wat in beide oplossingen met een bacterie gebeurt. De oplossingen bevatten gelijke hoeveelheden lysozymen. Lysozymen zijn enzymen die de wand van een bacterie aantasten. In beide oplossingen komt de bacterie-inhoud vrij. In oplossing 1 barst de celmem braan, in oplossing 2 niet. De bacterie-inhoud is niet isotonisch met één van beide oplossingen.
20
9789006781182_EB_hBio.indb 20
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
Biologie havo
1 Cellen, organen en orgaanstelsels
afbeelding 2
naar: Th.D. Brock & M.T. Madigan, Biology of microorganisms, Englewood Cliffs, 1991, 60
8 Waardoor barst de celmembraan in oplossing 1 wel en in oplossing 2 niet? A Doordat de osmotische waarde van oplossing 1 hoger is dan die van oplossing 2 en hoger dan die van de bacterie. B Doordat de osmotische waarde van oplossing 1 hoger is dan die van oplossing 2, maar lager dan die van de bacterie. C Doordat de osmotische waarde van oplossing 1 lager is dan die van oplossing 2, maar hoger dan die van de bacterie. D Doordat de osmotische waarde van oplossing 1 lager is dan die van oplossing 2 en lager dan die van de bacterie.
Determinatie Tenzij anders vermeld, er sprake van normale situaties gezonde organismen. Alle organismen zijnisingedeeld in vier groepen dieenmen rijken noemt. Er is nog een
■■■■
afbeelding 1
vijfde groep, maar die wordt niet tot de organismen gerekend. Door gebruik te maken
Determinatie van het schema in afbeelding 3 kan men deze vijf groepen, aangeduid met P, Q, R, S Alle organismen zijn ingedeeld in vier groepen die men rijken noemt. Er is nog een vijfde en T determineren. groep, maar die wordt niet tot de organismen gerekend. Door gebruik te maken van het schema in afbeelding 1 kan men deze vijf groepen, aangeduid met P, Q, R, S en T afbeelding 3 determineren.
1. Eigen stofwisseling? P
nee
ja
2. Cellen met een kern? nee
ja
Q
3. Cellen omgeven door een celwand? ja
nee
R
4. Autotroof? ja
nee
S T
2 p
Noteerde deletters letters P, R, Q,SR, T onder op je antwoordblad enachter vermeld 1 ■9 Noteer P, Q, enST en onder elkaarelkaar op je antwoordblad en vermeld de
achter
letters de namen van devan vijf bijbehorende groepen. groepen. de letters de namen de vijf bijbehorende
■■■■
Algen als wapen tegen het broeikaseffect
Het broeikaseffect is één van de grootste milieuproblemen. Door het gebruik van olie, kolen en aardgas is de hoeveelheid CO2 in de atmosfeer de laatste tientallen 21 © ThiemeMeulenhoff jaren sterk gestegen. De rookgassen van elektriciteitscentrales bevatten veel CO2. Als de plannen doorgaan, komt bij de elektriciteitscentrale in Lelystad (Flevocentrale) de grootste algenvijver van de wereld, terwijl het eveneens uniek is dat er rechtstreeks CO2 in de vijver wordt gebracht. Een belangrijk doel van dit 9789006781182_EB_hBio.indb project21is om te kijken hoe efficiënt algen CO2 kunnen vastleggen en welke kosten tekst 1
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
Oefenen op onderwerp
Blauwalgen Blauwalgen zijn, in tegenstelling tot groene algen, geen wieren, maar bacteriën. In afbeelding 4 zijn een blauwalg en een groene alg te zien.
afbeelding 4a
afbeelding 4b
microscopische weergave
schematische tekening
10 – Welke afbeelding geeft de blauwalg weer? – Waaruit kun je dat opmaken? blauwalg A B C D
afbeelding afbeelding afbeelding afbeelding
argument 4a 4a 4b 4b
blauwalgen blauwalgen blauwalgen blauwalgen
hebben hebben hebben hebben
een celwand geen kernmembraan een celwand geen kernmembraan
Slangengif Slangen zijn evolutionair zeer succesvol. Ze komen in veel ecosystemen voor. Hoewel niet alle slangen volledig ontwikkelde gifklieren en giftanden hebben, heeft slangengif wel bijgedragen aan het succes van deze dieren. Het meest in het oog springende kenmerk van gifslangen zijn de giftanden: scherpe holle voortanden aan het eind van een gifklier (zie afbeelding).
11 Noteer een kenmerk van de bouw van de giftanden en geef aan waardoor dit kenmerk de giftand geschikt maakt voor de functie.
22
9789006781182_EB_hBio.indb 22
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
Biologie havo
1 Cellen, organen en orgaanstelsels
Micro-organismen
Nadat in de “oersoep” de eerste aminozuren waren ontstaan, zijn er nog heel wat stappen gezet voor er sprake was van levende organismen. De meest primitieve organismen die we kennen hebben geen kern (wel DNA) en leven in een zuurstofloze omgeving. Hieronder staan een aantal nu voorkomende organismen: blauwwieren (cyanobacteriën), denitrificerende bacteriën, nitriet- en nitraatbacteriën, gisten. 12 Welke van deze organismen voldoen aan bovenstaande beschrijving? A alleen de blauwwieren (cyanobacteriën) B alleen de denitrificerende bacteriën C alleen de gisten D alleen de nitriet- en nitraatbacteriën E zowel de blauwwieren (cyanobacteriën) als de denitrificerende bacteriën F alle genoemde organismen
Huidmondjes Friederike Wagner onderzoekt al jaren de relatie tussen het aantal huidmondjes in een blad en de CO2-concentratie in de lucht. Het is bekend dat het aantal huidmondjes per oppervlakte-eenheid omgekeerd evenredig is met de CO2-concentratie in de lucht. Kennelijk kan de plant bij een hoge CO2-concentratie gemakkelijker CO2 opnemen, en kan dus met minder huidmondjes toe. afbeelding 5 theoretisch verband tussen de CO 2-concentratie in de lucht en het aantal huidmondjes per mm 2 R
aantal huidmondjes per mm2
S Q
P CO2-concentratie in de lucht (ppm)
13 Welke grafieklijn geeft het hierboven beschreven verband correct weer? A lijn P B lijn Q C lijn R D lijn S
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 23
23
23/04/20 09:27
Examenbundel 2020 | 2021
HINTS
Hints bij hoofdstuk 1 1 Waar gaat het mRNA uit de kern naar toe? 2 Waar zitten de chromosomen in een cel? 3 Waar bevindt zich de informatie voor de bouw van een eiwit? 4 Waar wordt ATP gemaakt? 5 Bastvaten gaan van blad naar wortel. 6 Uit welke onderdelen is een celmembraan opgebouwd? 7 Alleen een levende cel heeft een semi-permeabel celmembraan. 8 Door welke oorzaak vindt een netto-waterverplaatsing in een cel plaats? 9 Zoek de kenmerken van de verschillende rijken op in Biodata of ScienceData. 10 De afbeeldingen hebben niet dezelfde vergrotingsfactor. 11 Een giftand werkt als een injectienaald. 12 Zoek de kenmerken van de genoemde groepen op bij ‘Rijken’ in BiNaS of ScienceData. 13 In de tekst staat ‘omgekeerd evenredig’.
24
9789006781182_EB_hBio.indb 24
© ThiemeMeulenhoff
23/04/20 09:27
Biologie havo
UITWERKINGEN
Uitwerkingen bij hoofdstuk 1 Groeihormonen
1 Ribosomen / ruw endoplasmatisch reticulum; nummer 3. DNA in de kern bevat de code voor de volgorde van de aminozuren bij de vorming van eiwitten. Deze code wordt via RNA overgebracht naar de ribosomen waar de aminozuren in de specifieke volgorde aan elkaar worden gekoppeld tot eiwitten. De ribosomen bevinden zich op het endoplasmatisch reticulum (ruw e.r.) of vrij in het cytoplasma. (BiNaS 79C, SienceData 14.3)
2 Onderdeel 2, de kern. Nummer 1 is een mitochondrium waarin energie wordt vrijgemaakt door aërobe dissimilatie. Nummer 2 is de kern voor opslag van informatie in DNA zoals de code voor de vorming van een eiwit, en regeling van celprocessen zoals de eiwitsynthese. Nummer 3 is het endoplasmatisch reticulum waarlangs stoffen worden getransporteerd. Nummer 4 is een golgi-systeem waarin stoffen worden opgeslagen en klaargemaakt voor verder transport.
3 Er wordt een DNA-code overgebracht, die informatie bevat voor de productie van eiwitten. De genetische (DNA)code is universeel, dus genen van dieren en mensen kunnen ook in bacteriën tot eiwitten leiden.
4 Nummer 1; het vrijmaken van energie / (aërobe) dissimilatie / verbranding.
5 B Bladluizen bevinden zich vooral aan de onderzijde van het blad bij de bastvaten in de nerven, omdat daardoor organische stoffen worden vervoerd naar de wortel. Door houtvaten worden anorganische stoffen vanuit de wortel aangevoerd naar de bladeren. In de bladnerven liggen de houtvaten aan de bovenzijde van het blad (BiNaS 91A; ScienceData 17). Effect van koken
6 B Levende membranen zijn semipermeabel. Zouten worden slechts selectief door membranen doorgelaten (via actief transport). Door koken gaan membranen stuk. Zij worden dan volledig doorlaatbaar voor zouten. Celwanden zijn volledig doorlaatbaar voor zouten. Door het koken wordt de doorlaatbaarheid van celwanden niet veranderd.
Rode kool
7 D Een cel van wordt begrensd door een celmembraan. Een plantencel is aan de buitenkant van de celmembraan omgeven door een celwand. Door de bladeren te verhitten tot 100 °C gaan de membranen van de cellen stuk en komt de kleurstof vrij in de omringende vloeistof. Door bladeren in een oplossing te plaatsen kunnen de cellen afhankelijk van de concentratie opgeloste stoffen in de oplossing, krimpen of enigszins zwellen. Door de stevige celwand springen de cellen in een oplossing met een lage osmotische waarde niet stuk. De celmembranen blijven intact, dus de kleurstof in de vacuolen komt niet in de omringende vloeistof.
© ThiemeMeulenhoff
9789006781182_EB_hBio.indb 25
25
23/04/20 09:27
examen bundel examenbundel.nl
examenbundel 2020 2021
examenbundel havo Nederlands havo Engels havo Duits havo Frans havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde
samengevat havo Economie havo Bedrijfseconomie havo Maatschappijwetenschappen havo Geschiedenis havo Aardrijkskunde havo Wiskunde A
Meer dan alleen oefenexamens
Tips, tricks en informatie die jou helpen bij het slagen voor je eindexamen vind je op examenbundel.nl! Nog meer kans op slagen? Volg ons ook op social media. #geenexamenstress
havo Wiskunde B havo Scheikunde havo Biologie havo Natuurkunde havo/vwo Nederlands 3F/4F
2020 2021
Biologie
examenidioom + examenbundel + samengevat + zeker slagen! = #geenexamenstress
havo
havo/vwo Rekenen 3F/4F
havo
Biologie
examenidioom havo Engels havo Duits havo Frans
zeker slagen ! voor vmbo, havo ĂŠn vwo
EB_havo_biologie_170x240.indd 1
9 789006 781182
2/06/20 14:17