Skip to main content

9006627633 bw fc def

Page 1

NEDERLANDS • 3e EDITIE

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE + + + + + + + +

optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; voorbereiding op het leven na school;

tweede fase | 4/5 havo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Annet Talsma Evelien Otte

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Jan Hadders Ruud Alers

4/5 havo

TWEEDE FASE

volledig gelabeld volgens RTTI; zeer complete theorie.

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

WT ONFT Cover h45.indd 1

8/03/17 13:33


Boek ONTF.indb 464

9/03/17 14:42


Methode Taalvaardigheid Nederlands Op niveau tweede fase Leeropdrachtenboek

Paul Merkx Everlien Flier Jan Hadders Ruud Alers Eindredactie Annet Talsma Evelien Otte

4/5 havo

Boek ONTF.indb 1

9/03/17 14:36


Woordenschat Vormgeving

Methodeoverzicht

Grafisch ontwerp:

Op niveau tweede fase sluit aan op Op niveau onderbouw en is op de volgende manier opgebouwd:

Studio Michelangela, Utrecht Omslag en illustraties:

Leerjaar 6 5/6v

Sproud, Sanneke Prins

Leerjaar 5 45h leerjaar 4

4b

4k

4gt

4v

Opmaak

leerjaar 3

3b

3k

3gt

3h

3v

Studio Michelangela, Utrecht

leerjaar 2

2bk

2(k)gt 2(t)h

2hv

2v

leerjaar 1

1bk

1kgt

1hv

1v

1th

Bureauredactie Bureau Sproet, Arnhem

Werkvormen

Mix: boeken + startlicentie

100 % digitaal

leerling

Leeropdrachtenboek

Leeropdrachtenboek

Leerling totaallicentie

+ startlicentie

in Schooltas

leeropdrachtenboek

+ startlicentie (in eDition)

Voor de docent is er een Docent totaallicentie.

Dyslexie In de opmaak hebben we zo veel mogelijk rekening gehouden met dyslectische leerlingen. Daarbij zijn alle teksten ingesproken en dus als audio beschikbaar.

Over ThiemeMeulenhoff ThiemeMeulenhoff ontwikkelt zich van educatieve uitgeverij tot een learning design company. We brengen content, leerontwerp en technologie samen. Met onze groeiende expertise, ervaring en leeroplossingen zijn we een partner voor scholen bij het vernieuwen en verbeteren van onderwijs. Zo kunnen we samen beter recht doen aan de verschillen tussen lerenden en scholen en ervoor zorgen dat leren steeds persoonlijker, effectiever en efficiënter wordt. Samen leren vernieuwen. www.thiememeulenhoff.nl ISBN 978 90 06 627633 Derde druk, eerste oplage, 2017 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort, 2017 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enig andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Voor zover het maken van kopieën uit deze uitgave is toegestaan op grond van artikel 16B Auteurswet 1912 j° het Besluit van 23 augustus 1985, Stbl. 471 en artikel 17 Auteurswet 1912, dient men de daarvoor wettelijk verschuldigde vergoedingen te voldoen aan Stichting Publicatie- en Reproductierechten Organisatie (PRO), Postbus 3060, 2130 KB Hoofddorp (www.stichting-pro.nl). Voor het overnemen van gedeelte(n) uit deze uitgave in bloemlezingen, readers en andere compilatiewerken (artikel 16 Auteurswet) dient men zich tot de uitgever te wenden. Voor meer informatie over het gebruik van muziek, film en het maken van kopieën in het onderwijs zie www.auteursrechtenonderwijs.nl. De uitgever heeft ernaar gestreefd de auteursrechten te regelen volgens de wettelijke bepalingen. Degenen die desondanks menen zekere rechten te kunnen doen gelden, kunnen zich alsnog tot de uitgever wenden.

Deze uitgave is volledig CO2-neutraal geproduceerd. Het voor deze uitgave gebruikte papier is voorzien van het FSC®-keurmerk. Dit betekent dat de bosbouw op een verantwoorde wijze heeft plaatsgevonden.

Boek ONTF.indb 2

9/03/17 14:36


1

Introductie

4

Leerstofoverzicht

6

Blok 1 Publiek en doel • verwerking • theorie

Blok 2 Structuur • verwerking • theorie

Blok 3 Argumentatie • verwerking • theorie

Blok 4 Hoofd- en bijzaken • verwerking • theorie

Blok 5 Examen • verwerking • theorie

Blok 6 Taalverzorging

Boek ONTF.indb 3

Woordenschat Inhoud

8 9 51 85 86 131 170 171 222 265 266 301 319 320 354

• verwerking Spelling & interpunctie • verwerking Formuleren • theorie Spelling • theorie Interpunctie • theorie Formuleren

362 363 382 400 415 421

Rubrics Schrijven

439

Rubrics Spreken en gesprekken

443

Overzicht Theorie-items

449

Register

454

Verantwoording

460

9/03/17 14:36


Woordenschat Introductie

1

Over Op niveau tweede fase, 3e editie Op niveau tweede fase is een methode taalvaardigheid. Je kunt de opdrachten op verschillende manieren doorwerken. Je kunt ze ook combineren. Modulair: via de vaardigheden Je werkt langere tijd aan een vaardigheid (module). Bij Lezen komt theorie aan bod die je ook nodig hebt bij de andere vaardigheden. Je begint dus met Lezen: Lezen blok 1, Lezen blok 2, enzovoort. Daarna werk je bijvoordeeld de module Schrijven door of Spreken, kijken en luisteren. Lineair: via de blokroute Je werkt blok na blok door. In ĂŠĂŠn blok doe je dan verschillende vaardigheden na elkaar. Eerst Woordenschat, dan Lezen, daarna Schrijven en ten slotte Spreken, kijken en luisteren. De leerstof van de vaardigheden binnen een blok hangt met elkaar samen. In blok 1 gaat het bij alle vaardigheden om Publiek en doel en bij blok 3 om Argumenteren. Lineair

Modulair

Hoofdvaardigheden Je vergroot je woordenschat, die je nodig hebt voor de andere vaardigheden en het eindexamen. Lezen Je leert hoe teksten in elkaar zitten en je leert de inhoud te analyseren zodat je de teksten beter kunt begrijpen. Schrijven Je leert hoe je goede teksten kunt schrijven, zoals een blog, betoog, klachtenmail, en je leert hoe je een zakelijke brief opstelt/indeelt. Spreken, kijken en luisteren Je oefent met het houden van een presentatie, het voeren van een discussie en vergaderen. Je leert deze vaardigheden ook op waarde te schatten. Woordenschat

Ondersteunende vaardigheden Spelling & interpunctie Formuleren

Je oefent met schrijven, waarbij je de regels van spelling en interpunctie toepast. Je leert zinnen die je spreekt of schrijft logisch op te bouwen.

Digitaal beschikbaar Taalbeschouwing

Voorbereiding po en pws Extra oefenmateriaal Werkwijzer grammatica

Je bestudeert het verschijnsel taal. Je leert bijvoorbeeld meer over taalontwikkeling, groepstalen en de afkomst van woorden. Taalbeschouwing komt ook aan bod bij de hoofdvaardigheden. Bij het maken van een profielwerkstuk en een praktische opdracht voor alle vakken heb je vaardigheden nodig die je bij Nederlands leert. In deze module kun je daarmee oefenen. Na het maken van een instaptoets kun je extra oefenen op je eigen niveau. De belangrijkste grammaticaregels op een rij.

4

Boek ONTF.indb 4

9/03/17 14:36


Digitaal materiaal Leerling startlicentie

Leerling totaallicentie

Docent totaallicentie

(Beoordelings)formulieren

Alle theorie

Alle onderdelen van de leerling

Alle opdrachten

startlicentie en de totaallicentie

Alle onderdelen van de startlicentie

Extra oefenmateriaal

Schooltasbestand van de complete

Antwoorden

theorie Woordenlijsten

Toetsen

Rubrics Schrijven

Lesbrieven Alles over taal

Rubrics Spreken en gesprekken

Elk jaar een nieuwe tekst met

bijbehorende (plus)opdrachten en vragen

Ingesproken leesteksten

Elk jaar een nieuwe leestoets

Kijk- en luisterfragmenten

Schooltas (pdf ) van het boek

Module taalbeschouwing

Schooltas (pdf ) van de complete theorie

Module praktische opdracht en werkstuk

Docentenhandleiding algemeen Docentenhandleiding per blok/module

Lijst met standaardvragen voor bij een tekst

Onderdelen module Jouw leerdoelen Een overzicht van wat je gaat leren in deze module + referentieniveau. Nieuwe theorie De nieuwe theorie die aan bod komt in deze module: naam + nummer. Voorkennis De theorie van een andere module in hetzelfde blok die je bij deze module ook nodig hebt. Startopdrachten Dit zijn twee opdrachten: Opdracht 1 Weten en Opdracht 2 Kunnen. Weten test je kennis van het onderwerp van de module. Bij Kunnen pas je deze kennis toe. Het doel van deze opdracht is inzicht krijgen in waar je staat aan het begin van de module. Opdrachten De ‘gewone’ opdrachten die je stap voor stap meenemen naar het gewenste eindniveau dat je uiteindelijk door het maken van de Eindopdracht kunt behalen. De theorienummers die je nodig hebt, staan erbij. Plusopdrachten Deze opdrachten geven extra verdieping of nodigen je uit anders te denken. Vaak zul je op een creatieve manier, alleen of in een groepje, aan de slag gaan. Plusopdrachten vind je bij Lezen, Schrijven en Spreken, kijken en luisteren. Eindopdrachten Dit zijn twee opdrachten, Weten en Kunnen, op het gewenste eindniveau. Bij Lezen bestaat het onderdeel Kunnen uit een examentekst met vragen. Bij Schrijven en bij Spreken, kijken en luisteren is het onderdeel Kunnen van de eindopdracht ook direct de eindtoets. Reflectie Een terugblik op de module: heb je de leerdoelen gehaald? Zo niet, dan kun je extra oefenen met het digitale materiaal. Online voor jou/Toetsen Overzicht van het digitale materiaal bij deze module.

Verwijzingen 3F RTTI

Voor deze opdracht heb je een computer nodig met internetverbinding. Bij deze opdracht hoort een (beoordelings)formulier. Een verwijzing naar het referentiekader taal (3F – op weg naar 4F – 4F). Bij deze opdracht hoort een kijk- of luisterfragment. Een methodiek om soort opdracht mee aan te geven. R: reproduceren van de leerstof, T1: leerstof toepassen in een bekende situatue, T2: leerstof toepassen in een nieuwe situatie, I: inzicht in de leerstof. Bij deze opdracht gebruik je woorden en strategieën van Woordenschat. Een opdracht over taalbeschouwing. Een plusopdracht. Deze opdracht doe je met een medeleerling. Een groepsopdracht.

5

Boek ONTF.indb 5

9/03/17 14:36


Leerstofoverzicht

Module

Blok 1 Publiek en doel

Blok 2 Structuur

Woordenschat

Tekstbegrip en moeilijke woorden

Woorden uit de media­

• woordraadstrategieën • woordenboek • formele en informele woorden

Lezen

Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen • manieren van lezen • (deel)onderwerp en hoofdgedachte • (onder)titel en tussenkopjes • alinea en kernzin • schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen, intentie schrijver • feitelijke en waarderende uitspraken

Schrijven

Zakelijke brief en e-mail • sollicitatie- en motivatiebrief • klachtenbrief • opbouw en formele indeling • publiekgerichtheid • taalgebruik

Spreken, kijken en luisteren

Zakelijke gesprekken

Taalverzorging

Spelling en interpunctie Formuleren

• stemgebruik en lichaamstaal • soorten vragen • klachtengesprek • probleemoplossend gesprek • adviesgesprek • sollicitatiegesprek • feedback geven en krijgen

Verbanden tussen tekstdelen – Tekststructuur • verbanden en verbindingswoorden • hoofdstructuur: inleiding, middenstuk en slot • tekststructuren • functies van tekstgedeelten

Informerende teksten • informerend, instruerend en uiteenzettend • voorbereiding en schrijfplan • vormgeving en beeld • beoordelen en herschrijven • schrijfdossier en taalportfolio

Informerende presentatie • voorbereiding en spreekplan • hulpmiddelen • luisteren, aantekeningen maken en vragen stellen • feedback

Digitaal beschikbaar

Voorbereiding po en pws Taalbeschouwing Extra oefenmateriaal Werkwijzer Grammatica

6

Boek ONTF.indb 6

9/03/17 14:36


Leerstofoverzicht

Blok 3 Argumentatie

Blok 4 Hoofd- en bijzaken

Blok 5 Examen

Woorden rond argumenteren en bijzonder taalgebruik

Woorden rond hoofd- en bijzaken

Woorden uit het centraal examen

Argumenteren – Bijzonder taalgebruik

Samenvatten – Teksten vergelijken

Het centraal examen

• standpunt, argument en argumentatie • soorten argumenten • argumentatiestructuur: enkelvoudig, neven- en onderschikkend • argumentatieschema’s • drogredenen • argumentatie beoordelen • bijzonder taalgebruik

Betogende en beschouwende teksten • betoog, beschouwing, recensie, column • kenmerkende structuren • informatie en argumentatie beoordelen en verwerken

Betogende en beschouwende presentatie, discussiëren en debatteren • herhaling presentatie: betogend, beschouwend • discussie: meningvormend, probleemoplossend • forumdiscussie • vergadering en overleg • debatteren • notulen en verslag • feedback

• samenvatten en schematiseren • samenvatting beoordelen • checklist samenvatting • teksten vergelijken • incorrect taalgebruik

Onderzoek doen en een werkstuk maken • onderzoeksvragen, hoofd- en deelvragen • vraagtechnieken • interviewen • enquêteren • gegevens presenteren • werkstuk, praktische opdracht, profielwerkstuk

• inhoud • leesstrategieën • gebruik van woordenboek • beoordeling • aanpak van vragen • veelvoorkomende vraagtypen • voorbeeldexamen met aanwijzingen

Het schoolexamen Schrijven • inhoud: uiteenzetting, beschouwing, betoog • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

Het schoolexamen Spreken, kijken en luisteren • inhoud: presentatie, discussie of debat • uitwerking • voorbeeld-SE met aanwijzingen

7

Boek ONTF.indb 7

9/03/17 14:36


Woordenschat

1

1 Publiek en doel Zakelijke gesprekken en zakelijke brieven moeten voldoen aan bepaalde eisen. In een brief let je bijvoorbeeld op een goede indeling en opbouw en in een zakelijk gesprek let je extra op je houding en je taalgebruik. Bij leesvaardigheid leer je de basis hiervoor. Aan de hand van diverse teksten verzamel je kennis over de vaste indeling en publiekgerichtheid. Bij woordenschat leer je woorden die je goed kunt gebruiken bij het lezen, schrijven en spreken. Alle kennis en vaardigheden die je in dit blok opdoet, zijn niet alleen handig voor je schoolcarrière (stage, examen), maar ook daarbuiten.

O P DR ACHTE N Woordenschat Tekstbegrip en moeilijke woorden

92

Lezen Presentatie van de tekst - Schrijfdoelen, tekstssoorten en tekstvormen

13

Schrijven Zakelijke brief en e-mail

32

Spreken, kijken en luisteren Zakelijke gesprekken

43

THE O R IE Woordenschat Lezen Schrijven Spreken, kijken en luisteren

51 53 60 79

8

Boek ONTF.indb 8

9/03/17 14:36


1 Publiek Publiek en doel en doel

Woordenschat Woordenschat

Tekstbegrip en moeilijke woorden 2F

3F

2F

3F 3F

Jouw leerdoelen

Nieuwe theorie

• Strategieën toepassen voor het afleiden van woordbetekenissen. • Onderscheid maken tussen formele en informele woorden. • Woorden gebruiken uit de (beroeps)opleiding en van

[1] Woordraadstrategieën [2]

en woordenboek Formele en informele teksten

maatschappelijke aard. De woorden van Woordenschat passen bij de inhoud van dit blok. Bij enkele vragen van de andere vaardigheden oefen je ook met woordraadstrategieën. Deze vragen herken je aan een blauw bolletje. ●

Opdracht 1

Afleiden van woordbetekenissen

[1]

Lees het volgende fragment uit een havo-examen. T2 1 Schrijf de vetgedrukte woorden op en zet er de betekenis achter. Maak daarbij gebruik van de

woordraadstrategieën. Gebruik geen woordenboek.

Jongeren zijn zeker geïnteresseerd in achtergrond en opinie. Maar ze zijn vaak niet opgegroeid met onafhankelijke en kwalitatieve journalistiek. Hun informatiebronnen zijn nieuwssites als ‘Nu.nl’, rommelsites als ‘GeenStijl’, bloggers en dergelijke. Ze zouden veel van de zo verkregen informatie in principe moeten wantrouwen, vooral als die eenzijdig is, doordat de andere partij niet gehoord is. Zonder wederhoor en als niet duidelijk is wie of wat de bron is, is informatie lastig te beoordelen. We leven in een wereld waarin mensen als gevolg van beeldmanipulatie en ‘buzz’* niet alleen een beter of een slechter beeld van de werkelijkheid krijgen, maar waarin ook opzettelijk verdraaide beelden en teksten zelfs politici en bedrijven op het verkeerde been zetten. * onbewezen praatjes Bron: havo-examen 2010-II.

9

Boek ONTF.indb 9

9/03/17 14:36


Woordenschat Opdracht 2

1

Functie-eisen in vacatureteksten

[1]

Voordat je een sollicitatiebrief schrijft of een sollicitatiegesprek voert, bestudeer je de vacaturetekst. Zo’n advertentie bevat onder meer informatie over de functie-eisen: de capaciteiten, opleiding en vaardigheden waarover je moet beschikken wil je voor de baan in aanmerking komen. T1 1 Op de volgende pagina vind je een aantal functie-eisen en betekenisomschrijvingen. Combineer de

begrippen van de eerste kolom met de betekenis in de tweede kolom. Maak daarbij gebruik van de woordraadstrategieën uit de theorie. FUNCTIE-EISEN a gedisciplineerd b energiek c assertief d representatief e initiatiefrijk f emotioneel stabiel g communicatief h ambitieus i innovatief j sociaal voelend k creatief l abstract denkend m responsabel n accuraat o coöperatief p flexibel

BETEKENISOMSCHRIJVING 1 begrip en gevoel hebben voor medemensen 2 eerzuchtig 3 evenwichtig in het omgaan met gevoelens 4 kunnen denken zonder naar de werkelijkheid te kijken 5 makkelijk met anderen pratend 6 in staat zelf iets te maken of te bedenken 7 geschikt om (een bedrijf, instelling) te vertegenwoordigen 8 iets (nieuws) willen ondernemen 9 nauwkeurig 10 op samenwerking gericht 11 zich gemakkelijk aanpassen aan een nieuwe situatie 12 verantwoordelijk 13 vernieuwend 14 vol energie 15 volgens een strak (tijd)schema werkend 16 zelfverzekerd

T2 2 Bedenk bij elk van de onderstaande woorden een woord met een tegengestelde betekenis. a innovatief b accuraat c assertief d abstract denkend

3 B edenk bij de volgende functies telkens twee functie-eisen die naar jouw mening voor het soort werk van groot belang zijn. Kies uit de functie-eisen bij vraag 1. Licht je keuze toe. a leraar b secretaresse c makelaar d filmregisseur

10

Boek ONTF.indb 10

9/03/17 14:36


1

Opdracht 3

Woordenschat Woordenschat

Beroepen

[1]

T1 1 Weet jij wat de persoon die de volgende beroepen uitoefent, voor werk verricht?

Kies bij elk beroep de goede omschrijving. Maak daarbij gebruik van de woordraadstrategieën. BEROEPEN a marketeer b systeembeheerder c statisticus d scenarioschrijver e redacteur f publicist g taxateur h laborant i interim-manager j griffier k accountant l ergotherapeut m art director n consulent o decorateur p anesthesist

OMSCHRIJVING 1 Grafisch (kunstzinnig) vormgever bij een reclamebedrijf. 2 Deskundige die op een bepaald gebied raad geeft, bijvoorbeeld op het gebied van de organisatie of de financiën. 3 Iemand die zorgt voor het beheer van een computersysteem tijdens de dagelijkse werkzaamheden. 4 Iemand die de waarde van goederen vaststelt. 5 Iemand die in een laboratorium werkt. 6 Geneeskundige die door spel, arbeid en oefening bepaalde spierfuncties activeert. 7 Iemand die tijdelijk de functie van directeur vervult. 8 Iemand die zich binnen een bedrijf bezighoudt met marketing (marktanalyse). 9 Iemand die teksten of berichten verzamelt en bewerkt voor publicatie. 10 Iemand die versieringen voor toneel, etalages enzovoort ontwerpt. 11 Iemand die inzicht probeert te verkrijgen in maatschappelijke of economische verschijnselen door gebruik te maken van cijfermateriaal. 12 Specialist die patiënten voor een operatie onder narcose (verdoving) brengt. 13 Secretaris bij bepaalde colleges, zoals de Tweede Kamer. 14 Iemand die boekhoudingen en administraties van bedrijven en instellingen inricht, bijhoudt en controleert. 15 Schrijver van een draaiboek (schema van een tekst met aanwijzingen voor toneelstuk of film). 16 Iemand die stukken schrijft over actuele onderwerpen.

T2 2 a Zoek online, op bijvoorbeeld www.123test.nl/beroepen, minstens drie beroepen waarvan je niet

(precies) weet wat ze inhouden. Zoek uit wat het beroep inhoudt. Maak vervolgens van elk beroep een heldere omschrijving waarin je duidelijk maakt om wat voor werk het gaat. Schrijf de omschrijvingen op een apart blaadje. b Wissel je drie beroepen, zonder de omschrijvingen, uit met die van een medeleerling. Een van jullie beiden probeert een omschrijving van de gekregen beroepen te geven en stelt vragen om achter de inhoud van het beroep te komen. Help de vragensteller met hints. Bij de volgende beurt is het andersom.

11

Boek ONTF.indb 11

9/03/17 14:36


Woordenschat Opdracht 4

1

Formele taal en algemeen gebruikte woorden

[2]

Als je een zakelijke brief of e-mail schrijft, probeer je je bericht zo eenvoudig en helder mogelijk uiteen te zetten. In ambtelijke stukken kom je soms te formele taal tegen: plechtige en verouderde woorden en uitdrukkingen. Vermijd al te formele taal zo veel mogelijk. T1 1 Schrijf de vetgedrukte formele woorden op en vervang ze door algemeen gebruikte woorden.

De algemeen gebruikte woorden staan onder de zinnen. a Uw trimtoestel is abusievelijk aan het verkeerde adres geleverd. b Wij horen graag van u of we u nog anderszins van dienst kunnen zijn. c In reactie op uw brief willen wij u erop wijzen dat de leverancier krachtens algemene voorwaarden heeft geleverd. d Omdat de showmodellen licht beschadigd kunnen zijn, offreren wij u een korting tot 50 procent. e Vorig jaar is onze organisatie ingrijpend gereorganiseerd, zoals genoegzaam bekend is. f Wij hebben uw verzoek na de gestelde datum ontvangen en kunnen het bijgevolg niet in behandeling nemen. g Deze uitkering kan bestaan uit een restitutie van de premie of een vooraf overeengekomen bedrag. h Daar onze school vijftig jaar bestaat, nodigen wij u uit voor een feestelijke bijeenkomst in restaurant Wientjes. i Wij hebben nog geen reactie van u mogen ontvangen. Desalniettemin hebben wij een plaats voor u gereserveerd. j Teneinde aan uw verzoek te kunnen voldoen, verzoeken wij u ons een kopie van uw betalingsbewijs toe te sturen. k We hebben u al meerdere aanmaningen gestuurd en verwachten dat u onverwijld overgaat tot betaling van het openstaande bedrag. l Blijkens de resultaten van uitvoerig onderzoek hoeft u zich geen zorgen te maken over uw gezondheid. m Uit hoofde van onze rol als OR-leden namen wij deel aan het gezamenlijk overleg met het bestuur en de Raad van Toezicht. n Je kunt de Hubo zeker euvel duiden dat de materialen voor de schutting niet tijdig zijn geleverd.

Kies uit: aanbieden – bij vergissing – dus – genoeg – kwalijk nemen – om – omdat – onmiddellijk – op basis van – op een andere manier – op grond van – teruggave – toch – zoals blijkt uit. 2 a Zoek zelf vijf formele of ouderwetse woorden, bijvoorbeeld op www.onzetaal.nl, en schrijf van elk woord een meer gebruikelijk synoniem op of geef een betekenisomschrijving. T2

b Gebruik de formele woorden in zinnen, zodat de betekenis duidelijk wordt. c Wissel je zinnen uit met die van een medeleerling. Lees elkaars zinnen en raad de betekenis van de formele woorden. Als je medeleerling de betekenis niet meteen kan raden, mag hij vragen stellen. Je mag ook hints geven of de betekenis van het woord uitbeelden.

ONLINE VOOR JOU

TOETSEN

• Woordenlijst module 1

• SO Woordenschat module 1 versie A • SO Woordenschat module 1 versie B

12

Boek ONTF.indb 12

9/03/17 14:36


1

Publiek en doel

Lezen

Presentatie van de tekst – Schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen 2F

3F

3F 2F

3F

2F

3F

3F

Jouw leerdoelen

Nieuwe theorie

• Het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte van

[3]

een tekst bepalen en deze formuleren. • De functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen. • De hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen. • Uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek de tekst is geschreven. • Verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden. • De intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

Vooraf

anieren van lezen M Onderwerp, deelonderwerp en hoofdgedachte [5] Titel, ondertitel en tussenkopjes [6] Alinea en kernzin [7] Citeren en eigen woorden [8] Schrijfdoelen, tekstsoorten en tekstvormen [9] Feitelijke en waarderende uitspraken [10] I ntentie van de schrijver [4]

Voorkennis [1] Woordraadstrategieën

en woordenboek

r o o v t a W

lebeznejrij?

1. Welke tijdschriften en kranten vind je leuk om te lezen? En welke niet?

4. Lees je thuis wel eens tijdschriften of kranten? Welke?

2. Wanneer lees je graag kranten of tijdschriften?

5. In welke talen lees je?

3. Hoe ga je te werk bij het lezen van een tijdschrift? (Wat deed je eerst… en daarna…)

6. Hoe ga je te werk bij het lezen van een krant? (Wat deed je eerst… en daarna…)

7. Wat vind je moeilijk bij het lezen van een krant of tijdschrift?

9. Wat maakt een krantenbericht of artikel in een tijdschrift moeilijk/makkelijk om te lezen?

8. Waarom lees je tijdschriften of kranten?

10. Wat doe je om een tekst toch te begrijpen?

13

Boek ONTF.indb 13

9/03/17 14:36


Lezen

Startopdracht 1

1

Weten

In deze opdracht ga je na wat je al weet van de theorie in deze module. T1 1 a Je selecteert informatie om te gebruiken voor een spreek- of schrijfopdracht. Welke manier van lezen

pas je toe? Kies uit oriënterend, globaal, intensief en kritisch lezen. b Je wilt snel het onderwerp van de tekst te weten komen. Noem twee elementen van de tekst of de lay-out die je daarbij helpen. c Voor je werkstuk wil je gebruikmaken van materiaal van de Stichting Proefdiervrij. Welke manier van lezen pas je toe om de bruikbaarheid van de informatie en argumentatie te bepalen? d Je hebt een paar artikelen gevonden die je kunt gebruiken ter voorbereiding van een discussie. Je besluit een samenvatting te maken van de belangrijkste argumenten. Welke twee manieren van lezen pas je daarbij toe? e In een vraag bij een tekst staat het begrip relativering. Je moet de betekenis van deze term opzoeken in Op niveau Tweede Fase. Welk onderdeel van het boek raadpleeg je? 2 a Welke drie tekstelementen zijn het belangrijkst om de hoofdgedachte van een tekst te bepalen? b Onderwerp en hoofdgedachte schrijf je op verschillende wijzen. Licht dit toe. T2 3 Hieronder staan twaalf begrippen die met de lay-out en inhoud van een tekst te maken hebben. Maak zes paren van verwante begrippen, bijvoorbeeld: inspringen – alineaverdeling. alinea – betrouwbaarheid – bron – citaat – cursief – deelonderwerp – inleiding – kernzin – onderwerp – signaalwoord – tekstverband – tussenkopje. T1 4 a

In het antwoord op een vraag moet je iets citeren uit de tekst. Hoe geef je een volledig citaat? b In de vraag staat: leg uit in eigen woorden. Hoe formuleer je je antwoord? Noem twee aandachtspunten. 5 Geef twee voorbeelden van formele teksten. T2 6 Formuleer bij het onderwerp cyberpesten twee soorten uitspraken: a een feitelijke uitspraak. b een waarderende uitspraak.

Startopdracht 2

Kunnen

In deze opdracht laat je zien in hoeverre je de theorie in deze module kunt toepassen. Lees tekst 1 en tekst 2 en beantwoord de vragen.

TEKST 1

Stiltecoupé

Conducteur: ‘Dit is een stiltecoupé, u mag hier dus niet bellen meneer.’ Ik: ‘Heeft u helemaal gelijk in, maar ik heb het gecheckt: er zijn geen andere mensen in de coupé.’ Conducteur enigszins boos: ‘Ik ben er nu toch ook?’ Arnoud Jullens Bron: Arnoud Jullens, rubriek IK@NRC.NL, in: NRC Handelsblad.

14

Boek ONTF.indb 14

9/03/17 14:36


1 TEKST 2

Lezen

Wie en wat zijn ‘digital natives’ eigenlijk?

In 2001 introduceerde Marc Prensky de term digital natives voor de generatie geboren na 1984, die opgroeide met internet (tegenover digital immigrants voor de oudere generaties). De term verwijst naar een andere manier van denken en leren. Deze digital natives hebben ‘hypertekst-hersens’, zijn beeldgericht en hun hersenen hebben leren multitasken met media. Prensky stelde dat de digitale generatie zich niet zou aanpassen aan ouderwetse vormen van onderwijs, en dat de digital immigrants zich dus de taal van de digital natives eigen moesten maken. De term digital natives wordt tegenwoordig meestal gebruikt om aan te geven dat de nieuwe generatie vaak handiger is met nieuwemediatechnologie dan hun ouders. Uit onderzoek blijkt het alleen om knoppenvaardigheid te gaan. In andere digitale vaardigheden blijven kinderen achter. Bron: Bas Levering en Justine Pardoen, Verhouding tussen ouder en kind is veranderd – maar niet door internet, in: NRC Handelsblad.

T2 1 Schrijf de tekstsoorten van tekst 1 en tekst 2 op. T1 2 Hieronder staan vier schrijfdoelen. Geef van elk schrijfdoel aan welke tekstsoort erbij hoort.

a De schrijver wil de lezers ervan doordringen dat ze voorzichtig moeten zijn met online winkelen. b De schrijver wil de lezers laten nadenken over de voor- en nadelen die aan het gebruik van internet en de sociale media kunnen kleven. c De schrijver wil de lezers een overzicht geven van de ervaringen van de gebruikers van de sociale media. d De schrijver wil docenten en schoolleiders zover krijgen dat ze maatregelen gaan nemen tegen het gebruik van mobieltjes in de klas. Lees tekst 3 en beantwoord de vragen.

TEKST 3

Hogere cijfers en een vrolijker kind? Laat het lekker lezen!

Het nieuwe schoolseizoen is net begonnen. Voor ouders altijd weer spannend: hoe gaat hun kind het dit jaar doen? 2 Wat zou het fijn zijn als er een middel zou zijn waarmee je de prestaties kon verbeteren. Een soort doping, waarmee het kind hogere cijfers haalt en meer plezier op school heeft. Goed 5 nieuws: die doping bestaat. Hij heet ‘boeken lezen’. Door boeken te lezen gaat niet alleen de leesvaardigheid van het kind omhoog, maar ook de leervaardigheid. Het kind leest de teksten in schoolboeken makkelijker, begrijpt ze beter, haalt hogere cijfers en krijgt daardoor meer plezier in de lessen. Lezen verlengt ook de aandachtsspanne, zodat kinderen zich langer en beter kunnen concentreren. En Arthur Schopenhauer zei het al: lezen is denken met andermans hoofd. 10 Dat is voor ieder mens goed. 3 Op goede scholen is allang doorgedrongen dat het investeren van twintig minuten per dag in vrij lezen voor betere resultaten zorgt. Maar ouders kunnen zelf ook een belangrijke rol spelen. Met name als hun kinderen zeggen dat ze niet van lezen houden. Die kinderen vergissen zich, want ze weten gewoon niet welke boeken er allemaal bestaan. 4 15 Elk kind houdt bijvoorbeeld van verhalen. Geen klas ter wereld die naar de leraar roept: ‘Alwéér een verhaal? We zouden toch gaan rekenen?’ Er zijn spannende, grappige, romantische, magische, fantasierijke, gevoelige, inspirerende en stoere verhalen voor ieder kind. 1

15

Boek ONTF.indb 15

9/03/17 14:36


Lezen

1

En er zijn er nog meer. Uit onderzoek blijkt dat kinderen die niet van lezen houden of leesproblemen hebben, vaak wel van informatieve boeken houden. Bij zulke boeken hoeven ze niet tot 20 het einde door te lezen om te weten te komen hoe het boek afloopt. In elke alinea worden ze juist beloond met informatie, of dat nu om paarden, piraten, planeten of popmuziek gaat. Kortom, voor elk kind zijn er boeken en onderwerpen op maat. Een middagje rondstruinen in een boekwinkel of bibliotheek levert al gauw een volle tas met 25 uren en uren leesplezier op. 6 Wie als ouder dus een vrolijker kind met betere schoolresultaten wil, moet eens wat vaker in een boekenkast kijken ... 5

Jan Paul Schutten, Kinderboekenambassadeur Bron: Jan Paul Schutten, Hogere cijfers en een vrolijker kind? Laat het lekker lezen!, in: NRC Handelsblad.

T2 3 De titel van een tekst kan meerdere functies hebben:

T1 4 T2 5

6 T1 I T2 7

I 8

T2 9 T1 10

11

12

• motiveren om verder te lezen (1); • onderwerp van de tekst aanduiden (2); • mening van de schrijver geven (3); • hoofdgedachte weergeven (4). Welke functie(s) heeft de titel van tekst 3? Schrijf alleen het nummer of de nummers op. Leg uit waarom je deze hebt gekozen. Citeer de kernzin van alinea 2. Schrijf de betekenis van ‘aandachtsspanne’ (regel 8) op. Leid deze af uit de context. Hoe zou je de houding van de schrijver ten opzichte van zijn onderwerp het beste kunnen typeren? C enthousiasmerend en betrokken a A bezorgd en alarmerend D kritisch en ironisch B neutraal en afstandelijk b Licht je keuze toe in een of meer goede zinnen. De schrijver van tekst 3 onderbouwt zijn standpunt of mening met argumenten. Welke kritiek kun je geven op zijn redenering? A Hij vergelijkt zaken met elkaar die eigenlijk niet te vergelijken zijn. B Hij gaat te veel uit van zijn eigen ervaring en verwachtingen. C Hij gaat volkomen ten onrechte uit van zijn deskundigheid en gezag. D Hij belicht alleen voordelen die hij onderbouwt met veronderstellingen. Welke zin geeft de hoofdgedachte van tekst 3 het beste weer? A Goede scholen zijn ervan doordrongen dat het investeren in vrij lezen voor betere resultaten zorgt. B Ouders moeten hun kinderen stimuleren meer boeken te gaan lezen, want dat zorgt voor betere resultaten. C Door het lezen van boeken haalt een kind hogere cijfers en heeft het meer plezier op school. D Uit onderzoek blijkt dat kinderen die niet van verhalen houden en leesproblemen hebben, wel van informatieve boeken houden. Tot welke tekstsoort reken je tekst 3? Tot welke groep lezers richt de schrijver van tekst 3 zich vooral? Je vindt teksten als Hogere cijfers en een vrolijker kind? Laat het lekker lezen! in een rubriek van een krant of tijdschrift. Tot welke tekstvorm reken je deze tekst? Beoordeel jezelf aan de hand van het correctiemodel. Bespreek je score met je docent en overleg welke opdrachten je kunt maken in deze module.

16

Boek ONTF.indb 16

9/03/17 14:36


1 Opdracht 3

Lezen

Tekst met vragen

[3 – 10]

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

TEKST 4

1 2 5

3 10

4 15

5 20

6

7 25

8 30

Eenzaamheid van ouderen schreeuwt om maatschappelijke dienstplicht jongeren

Op deze plek schreef ik al vaker over de problematiek van onze zorg voor ouderen, mede ingegeven door mijn ervaringen met mijn inmiddels 94-jarige vader. Nog maar net bekomen van de dood van mijn moeder, zijn echtgenote sinds meer dan 65 jaar, nam zijn gezondheid snel af, en hadden we geen andere keuze dan een verzorgingstehuis voor hem te regelen en de ouderlijke woning te verkopen. Gelukkig kon hij terecht in zijn eigen gemeente, een geluk dat als gevolg van het nieuwe overheidsbeleid van korte duur was. Met zijn indicatie zou hij in het nieuwe beleid gewoon thuis blijven wonen, en nu het verzorgingstehuis in zijn woonplaats werd gerenoveerd en herbestemd, kon hij gedwongen verhuizen naar een plaats tien kilometer verderop, die moeilijker bereikbaar was voor zijn kennissen en kinderen. Hoewel mijn vader nog altijd in de relatief gelukkige omstandigheid verkeert dat er zes kinderen zijn die naar hem omkijken, is het bezoek aan hem door de afstand bemoeilijkt geworden en in frequentie afgenomen. Tegelijk is hij de net opgebouwde vriendschappen in dat vorige huis kwijtgeraakt door de verhuizing, want lang niet iedereen kon in hetzelfde nieuwe tehuis terecht. Mijn vader voelt zich, ondanks het bezoek dat hij nog altijd meerdere malen per week krijgt, regelmatig eenzaam. Op zijn leeftijd is het moeilijker om opnieuw aansluiting te vinden bij zijn nieuwe huisgenoten, maar hij heeft het geluk dat hij überhaupt in zo’n huis zit. Zou hij een paar jaren later zijn geïndiceerd, dan zat hij nu in zijn eentje thuis, verstoken van de groepsactiviteiten waarvoor hij nu in elk geval kan kiezen. Dat lot blijft een groot aantal ‘nieuwere’ bejaarden niet bespaard; die vereenzamen in steeds grotere aantallen. In mijn jonge jaren bestond de dienstplicht nog en die heb ik dan ook zo’n vijftien maanden vervuld. Wildvreemde contacten opgedaan, een totaal andere wereld en helemaal niet alleen doen waar je zin in had. Zeker achteraf bezien nuttig en leerzaam. Dat nuttige en leerzame zouden onze huidige jongeren ook best kunnen gebruiken. Laat ze als verlengde van hun school of studie nog een jaartje aanblijven – dan kan dat zo ook gecoördineerd worden, via de onderwijsinstellingen – met als prioriteit het ‘adopteren’ van een paar ouderen die last hebben van eenzaamheid. Geef die jongeren per maand een beetje geld, categorie stagevergoeding. Beetje gezelschap houden, wandelen, voorlezen, samen televisiekijken, kopje koffiedrinken: dat is allemaal al genoeg. Uurtje of dertig per week, in totaal. Een soort van pretpakket met alleen maar winnaars. Bron: Dr. Doom, Eenzaamheid van ouderen schreeuwt om maatschappelijke dienstplicht jongeren, in: HP/De tijd. r. 7: indicatie: aanwijzing die aangeeft welke verzorging of behandeling het beste is

>

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 9 van Schrijven en opdracht 6 en 13 van Spreken, kijken en luisteren.

17

Boek ONTF.indb 17

9/03/17 14:36


Lezen

1

T1 1 Welk probleem is de aanleiding tot het schrijven van de tekst? T2 2 De titel van deze tekst heeft meerdere functies. Noem er twee.

T1 T2 T1 T2 I T2 I T2

I

3 In welke alinea of alinea’s schetst de ik-persoon de nadelige gevolgen van het probleem waar de vader zich voor gesteld ziet? 4 Het gaat de ik-persoon niet alleen om zijn vader. Citeer een zin waaruit dit blijkt. 5 Boven welke alinea past het tussenkopje ‘Advies’? 6 a Baseert de auteur zijn tekst op één ervaring of op meerdere ervaringen? b Licht je keuze toe. 7 Wat bedoelt de auteur in de laatste zin met ‘Een soort van pretpakket met alleen maar winnaars’? Leg duidelijk uit in maximaal 25 woorden. 8 a Wat is het schrijfdoel van de auteur? b Motiveer je keuze. Ga daarbij in op het onderwerp van de tekst. 9 a Op welk publiek richt de schrijver zich? A jongeren B onderwijsinstellingen C lezers van HP/De tijd D stagebegeleiders b Licht je keuze toe. 10 Dr. Doom, de schrijver van deze tekst, wil een maatschappelijke dienstplicht instellen voor jongeren. a Formuleer over zijn idee een kritische vraag aan de auteur waarop hij in zijn tekst geen antwoord geeft. b Wissel je vraag uit met die van een medeleerling. Formuleer een antwoord van minimaal 15 woorden op de vraag van je medeleerling. Je kunt ook een cartoon maken waarin je het antwoord (of de gevolgen daarvan) laat zien, of een rap maken en deze voordragen aan je medeleerlingen.

Opdracht 4

Teksten vergelijken

[1] [3 – 10]

Lees de tekst en beantwoord de vragen.

TEKST 5 1

5

Anoniem solliciteren: lukt het dit keer wel?

Wie Mohammed heet, heeft veel minder kans op een sollicitatiegesprek dan een Hans. Ook met een identiek cv. Zeker in Den Haag, bleek onlangs uit SCP-onderzoek. Daarom is wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) een proef gestart met anoniem solliciteren. Naam, talenkennis en afkomst worden op de brieven voor de ongeveer 70 gemeentelijke vacatures komend halfjaar, onherkenbaar gemaakt.

Eerdere soortgelijke proeven door gemeenten mislukten. Waarom zou het Den Haag wel lukken? ‘Die gemeenten zagen door anoniem solliciteren een toename in het aantal werknemers met een biculturele achtergrond, maar die was veel te klein. De kosten waren vaak te hoog en er was te veel papierwerk. Maar de proeven zijn van een tijd geleden, veel processen zijn nu gedigitaliseerd. Wat 10 onze proef gaat kosten, kan ik niet zeggen. Maar ik vind kosten geen argument om het níet te doen.’ 3 Wanneer slaagt de proef? Als, naar afspiegeling van Den Haag, de helft van de vacatures door allochtonen wordt vervuld? ‘Het percentage moet substantieel groeien. De proef richt zich alleen op het middensegment, in de lagere regionen van de gemeente is die afspiegeling er al. Het middensegment is net zo wit als 15 de buitenkant van het Haagse stadhuis. Dus er is al snel een substantiële toename.’ 4 Als er structurele discriminatie op de arbeidsmarkt is, dan is uw proef slechts symptoombestrijding. ‘Vaak gebeurt discriminatie onbewust. We zijn een meldpunt begonnen tegen arbeidsmarkt2

18

Boek ONTF.indb 18

9/03/17 14:36


1

Lezen

discriminatie. Als bedrijven met opzet discrimineren, kunnen zij bestraft worden. We gaan ons 20 personeel inlichten over discriminatie. En wij vragen externe deskundigen ons te “bestuiven” over

diversiteit. Dat is niet alleen symptoombestrijding.’ ‘Slaagt de proef niet, dan is dat ook een duidelijke conclusie. Lukt het wel, dan is Den Haag een voorbeeld. Dan ga ik naar bedrijven, die moeten erkennen dat ook hun arbeidsvloer niet in balans is. Dit probleem speelt in heel Nederland en heel Europa. In Engeland heeft premier 25 Cameron anoniem solliciteren grootschalig ingevoerd. Bij de BBC en Deloitte gebeurt het! Dat is geen symptoombestrijding, de proeven daar moeten ook gelukt zijn.’ 6 Toch zijn ze dat in Nederland niet. ‘Nederland ontbeert het lef te erkennen dat er wat aan de hand is. Premier Rutte zegt dat een Mohammed zich moet invechten, omdat er nu eenmaal discriminatie is. Dat is een premier 30 onwaardig. Hij moet in navolging van Cameron zeggen dat er sprake is van een groot probleem. Dat doet hij niet, uit angst voor de populistische politiek.’ 7 Tegenstanders van anoniem solliciteren willen worden aangenomen om hun competenties én persoonlijke kenmerken. ‘Dat zou ik ook wel willen, maar je moet praktisch met dit soort issues omgaan. Ik weet ook dat 35 jij opschrijft dat ik een Haags-Hindoestaanse wethouder ben. Ik wil ook gezien worden als een Hagenees. De realiteit is dat mensen labelen. Kijk naar de nieuwe Kamervoorzitter*. Mensen zeggen niet dat een Kamerlid is gekozen, maar een Marokkaanse.’ 5

* De in 2016 gekozen Kamervoorzitter, Khadija Arib, is van Marokkaanse afkomst. Bron: Niels Markus, Anoniem solliciteren: lukt het dit keer wel?, in: Trouw. r. 16-17: symptoombestrijding: bestrijding van klachten zonder de oorzaken van de klachten weg te nemen r. 21: diversiteit: verscheidenheid (hier: in de culturele achtergrond van werknemers) r. 31: populistische politiek: politiek die met alle mogelijke middelen de steun van de kiezers probeert te krijgen, zonder veel te letten op de kwaliteit van de argumenten

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 11 en 16 van Schrijven.

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context.

T1 2

3

T2 4

T1 5

6 7

a anoniem (titel) b identiek (regel 2) c biculturele (regel 8) d substantieel (regel 13) Wat is het onderwerp van de tekst? ‘Waarom zou het Den Haag wel lukken?’ (regel 6) Wat bedoelt de interviewer met ‘het’ in deze vraag? Baseer je antwoord op alinea 1. ‘Wanneer slaagt de proef?’ (regel 11), vraagt de interviewer. Beantwoord deze vraag. Baseer je antwoord op de uitspraken van de wethouder in de alinea’s 2 en 3. Gebruik niet meer dan 20 woorden. De wethouder vindt de proef niet alleen symptoombestrijding. Met hoeveel argumenten ondersteunt hij zijn mening in alinea 4? In alinea 5 bekritiseert de wethouder een uitspraak van premier Rutte. Hoe verklaart hij deze uitspraak? a De tekst is geschreven door Niels Markus. Wat is zijn schrijfdoel? b Licht je keuze toe.

19

Boek ONTF.indb 19

9/03/17 14:36


Lezen

1

T2 8 ‘De realiteit is dat mensen labelen.’ (regel 36)

Zeg in eigen woorden wat de wethouder met deze uitspraak bedoelt. Op welk publiek richt de schrijver zich? A inwoners van Den Haag B werkgevers C sollicitatiecommissies D lezers van dagblad Trouw T2 b Licht je keuze toe. T1 10 a Stel, wethouder Rabin Baldewsingh vindt het artikel in Trouw niet voldoende; hij wil meer aandacht voor de proef met anoniem solliciteren. Ook wil hij het belang daarvan nog meer onderstrepen. Welke tekstvormen of spreekvormen kan hij voor zijn doel gebruiken? Noem minstens vier concrete voorbeelden en zet deze in volgorde van bruikbaarheid. Leg uit waarom je deze volgorde hebt gekozen. I b Kies uit de tekst- en spreekvormen die je bij a genoemd hebt er één die jou het meest effectief lijkt of het meest aanspreekt. Werk deze uit. Maak dus een korte tekst of presentatie waarmee je de proef met anoniem solliciteren onder de aandacht kunt brengen. T1 9 a

Lees tekst 6 en beantwoord de vragen.

TEKST 6

Geef ouderen ook een kans

Oudere kandidaten worden vaak afgewezen en zouden liever anoniem, zonder vermelding van leeftijd, solliciteren (Economie, 16 september). Vanuit mijn recruitmentpraktijk herken ik het geschetste beeld dat oudere werknemers 2 moeilijker een nieuwe baan vinden. Al snel wordt een sollicitant niet jong genoeg, dan wel te 5 duur bevonden. Afhankelijk van de functie en het bedrijf ligt die grens in sommige gevallen al bij de 30. Vanaf 40 wordt het nog lastiger. Alleen wanneer een kandidaat zeer specifieke kennis en ervaring heeft, wordt deze leeftijdsgrens bij hoge uitzondering opgerekt. Tijdens mijn vakantie in Oostenrijk viel het mij op dat in zaken waar service een belangrijke 3 rol speelt, er juist wel relatief veel oudere mensen werkzaam waren. Dames van middelbare 10 leeftijd in de horeca bijvoorbeeld. Het toppunt troffen we aan in Gerlos bij de plaatselijke supermarkt. Achter de kassa zat een 4 hoogbejaarde man, hij moet eind 70 zijn geweest, als hij niet al de 80 gepasseerd was. Gestaag scande hij onze boodschappen. Kennelijk doet men hier niet zo krampachtig en kunnen oudere werknemers in Oostenrijk wel blijven deelnemen aan het arbeidsproces. 1

Tom van den Broeke, Haarlem Bron: Tom van den Broeke, Geef ouderen ook een kans, in: de Volkskrant. r. 3: recruitmentpraktijk: bedrijf dat werving en selectie van nieuw personeel regelt

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 16 van Schrijven en opdracht 13 van Spreken, kijken en luisteren.

T2 11 Welke inhoudelijke overeenkomst tussen tekst 5 en tekst 6 kun je noemen?

12 Noem ook een inhoudelijk verschil tussen tekst 5 en tekst 6. T1 13 Tekst 6 is gepubliceerd in de rubriek ‘Brieven’. Hoe noem je zulke brieven? I 14 a Tekst 5 is op een heel andere manier geschreven dan tekst 6. Welke verschillen in schrijfstijl vallen je op?

b Hoe verklaar je die verschillen?

20

Boek ONTF.indb 20

9/03/17 14:36


1 Plusopdracht 5

Lezen

Titel en tussenkopjes toevoegen

[1, 3 – 10]

In de volgende tekst ontbreken de titel en tussenkopjes. Lees de tekst en beantwoord de vragen.

TEKST 7

Titel

Wat is het toch dat mensen elkaar overhoop kunnen schieten, zonder dat er wordt gedacht: hé, dat is ook een mens? Een belangrijke oorzaak is een gebrek aan empathie voor ‘de ander’. Medeleven is 2 doorgaans vooral weggelegd voor iemand die tot dezelfde groep behoort, of dat nu iemand 5 uit hetzelfde dorp of land is, of iemand die dezelfde religie aanhangt. Voor een vreemdeling hebben we simpelweg minder gevoelens. Dit gebrek aan empathie kan behoorlijk doorslaan en vormt de basis van veel conflicten 3 en oorlogen. Nazi-Duitsland, Rwanda in de jaren negentig en de huidige animositeit tussen het Midden-Oosten en het Westen: telkens wordt ‘de ander’ zodanig ontmenselijkt, dat 10 geweld meer en meer wordt gelegitimeerd. 4 Maar werkt dit ook de andere kant op? Is het mogelijk om mensen empathie voor vreemden bij te brengen, om zo een vreedzamere samenleving te creëren? De resultaten die een team van wetenschappers van de universiteit van Zürich afgelopen maand publiceerde, lijken dit idee te staven. Zij ontdekten dat een paar positieve ervaringen 15 met vreemdelingen mensen al meer empathisch voor hen maakt. 1

Tussenkopje 1 De Zwitsers deden dat met een handig opgezette serie experimenten. In het eerste experiment moesten deelnemers toekijken hoe een vreemdeling of een bekende een stroomstoot kreeg toegediend. Geheel volgens verwachting lichtte het deel van het brein 20 waar empathie huist – het voorste gedeelte van de insula, een gebied diep in het voorste gedeelte van de hersenen – sterker op wanneer iemand van de eigen groep werd gepijnigd dan wanneer een vreemdeling pijn kreeg te verduren. We voelen meer mee met bekenden dan met buitenstaanders. 6 Vervolgens moesten de deelnemers zelf de schokken ondergaan. Deze konden echter 25 worden voorkomen als een ander daar geld voor betaalde. Bij de ene deelnemer was het een vreemde die de pijn voorkwam, bij de andere een bekende. 5

Tussenkopje 2 Hierna werd het eerste experiment herhaald. Wat bleek: deelnemers die waren geholpen door een vreemde, voelden meer empathie voor deze vreemdeling als die vervolgens pijn 30 moest ondergaan, zo bleek uit hersenscans. Opvallend was dat de empathie zich niet alleen richtte op het ene individu dat had geholpen, maar dat het diens hele groep omvatte. 8 De vondst betekent dat de minachting en haat voor een andere bevolkingsgroep relatief makkelijk is af te leren, door de persoon positieve ervaringen te laten doormaken met ‘de ander’ in de heldenrol. Op die manier wordt iemands zogeheten cirkel van empathie groter, waardoor 35 diegene zich steeds vreedzamer opstelt ten opzichte van anderen. 7

Tussenkopje 3 9

Volgens sommige psychologen is deze cirkel zich zelfs al een paar eeuwen aan het uitbreiden in de samenleving als geheel. Een van de meest vooraanstaande onder hen is Harvard-hoogleraar Steven Pinker. In zijn boek The Better Angels of Our Nature (2011) beargumenteert hij dat 40 we – afgemeten aan het aantal oorlogen en moorden – in de vreedzaamste tijd ooit leven.

21

Boek ONTF.indb 21

9/03/17 14:36


Lezen

1

De uitdijende cirkel van empathie is een van de hoofdoorzaken. Pinkers these is dat iemands empathie vroeger ophield bij de stam. Dat breidde zich in de loop der eeuwen uit naar dorp, stad en land. Werkelijk anders werd het toen onderwijs gemeengoed werd. Opeens leerden toen alle lagen van de bevolking over andere volkeren. Die kennis leverde meer begrip op voor andere culturen, wat mensen zachtmoediger maakte. 11 45 Gooi daar een schepje mondialisering en reislust bovenop, en de cirkel bestrijkt bijna de hele wereld. We zijn nu zelfs op het punt beland dat we zo veel empathie voor andere diersoorten voelen, dat we vinden dat ook zij allerlei rechten hebben. 10

Tussenkopje 4 • • • •

Empathie is voor een belangrijk deel aangeleerd. De eerste tekenen beginnen in het tweede levensjaar. Het lezen van fictie vergroot het inlevingsvermogen. Mensen schatten in dat degene met wie ze praten ongeveer net zo empathisch is als zijzelf. • Empathie is waargenomen bij nagenoeg alle zoogdieren.

50

55

Bron: Hidde Boersma, in: Elsevier. r. 52: fictie: literatuur waarin de gebeurtenissen (vaak) niet echt zijn gebeurd

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 11 van Spreken, kijken en luisteren.

T2 1 Leid de betekenis van de volgende woorden af uit de context. Gebruik geen woordenboek.

2 I 3 T2 4

T1 5 T2 T1 6

7 T2 8

9

a empathie (regel 3) b animositeit (regel 8) c staven (regel 14) d uitdijende (regel 41) e mondialisering (regel 46) Formuleer vier tussenkopjes die goed passen bij het tekstgedeelte waarboven ze staan. Bedenk een titel voor tekst 7 die de lezer nieuwsgierig maakt en uitdaagt verder te lezen. Tip: een titel kan heel goed als een mededelende zin of vraag worden geformuleerd. Uit welke bron komt het artikel? Onderzoek: • om wat voor medium het gaat (krant, tijdschrift, vakblad, enzovoort); • hoe frequent het medium verschijnt; • op welk publiek deze bron zich vooral richt. Zou jij dit medium lezen? Waarom wel/niet? a Wat is het schrijfdoel van de auteur? b Licht je keuze duidelijk toe. Ga daarbij in op de inhoud van de tekst. Welke zin geeft het beste de hoofdgedachte van de tekst weer? A Gebrek aan empathie is de basis van veel conflicten en oorlogen. B We voelen meer mee met bekenden dan met buitenstaanders. C Een gebrek aan empathie voor een andere bevolkingsgroep is makkelijk af te leren. D De cirkel van empathie breidt zich al eeuwenlang uit. Volgens Steven Pinker bestrijkt de cirkel van empathie nu bijna de hele wereld. Noem de oorzaken die tot deze uitbreiding hebben geleid. Steven Pinker beweert dat we ‘in de vreedzaamste tijd ooit leven’ (regel 40). Welke kritiek kun je op deze uitspraak leveren? Iemand beweert dat het lezen van verhalen en gedichten zinloos is. Jij bent het daar niet mee eens. Geef op grond van deze tekst een tegenargument.

22

Boek ONTF.indb 22

9/03/17 14:36


1

Lezen

Lees tekst 8, beantwoord de vragen en werk de opdrachten uit.

TEKST 8

Mileha Soneji – Empathie is de sleutel tot innovatie

Voordat ze naar Delft kwam, studeerde Mileha Product Design in India. Eén van de vakken die ze volgde was ‘Design for Special Needs’. Oftewel: ontwerpen voor mensen met een beperking. Mileha’s oom leed aan Parkinson, en door het vak ging ze nadenken over manieren om hem te helpen. 2 5 Mileha begon zich te verdiepen in het leven van haar oom. Het viel haar op dat hij heel moeilijk liep, maar dat hij zonder problemen de trap op en af wandelde. Ze gebruikte dat gegeven om een ‘trapillusie’ te bedenken: een 3D-tekening van een trap, op de vloer geschilderd. Geloof het of niet, maar haar oom kon daardoor weer relatief soepeltjes door zijn huis lopen. 3 Mileha zag ook dat haar oom moeite had met drinken. Doordat hij trilde, morste hij vaak. En dus 10 bedacht ze een speciale ‘anti-morskop’, met naar binnen gebogen randen. Door zich in te leven in haar oom, ontwikkelde ze dus in no-time twee toepassingen om zijn leven makkelijker te maken. Kortom, empathie is de sleutel tot innovatie. 1

Bron: Jerwin de Graaf, TedX Delft: drie ideeën die het verspreiden waard zijn, in: Quest.

T1 10 Zowel in tekst 7 als tekst 8 wordt het belang van empathie benadrukt. Waarom is empathie belangrijk

in tekst 7 en waarom in tekst 8? Vergelijk tekst 7 met tekst 8. Welke tekst is een goed voorbeeld van een uiteenzetting? b Motiveer je antwoord. I 12 ‘Kortom, empathie is de sleutel tot innovatie.’ (regel 12) Bedenk een kritische reactie op de conclusie die hierboven is geciteerd.

T2 11 a

23

Boek ONTF.indb 23

9/03/17 14:36


Lezen Plusopdracht 6

1

Kritisch omgaan met teksten

[1, 3 – 10]

Lees de tekst en maak de opdrachten en vragen.

TEKST 9

Gezichtsbedekkende kleding verboden in onderwijs en ov

1

Het dragen van gezichtsbedekkende kleding is voortaan niet meer toegestaan in het onderwijs, zorginstellingen, overheidsgebouwen en in het openbaar vervoer. De regering vindt het essentieel dat mensen daar elkaar kunnen aankijken.

2

Op overtredingen komt een boete te staan van maximaal 405 euro. Dat heeft het kabinet vrijdag besloten. Het wetsvoorstel van minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) gaat nu naar de Tweede Kamer. De regering spreekt over een ‘uniforme en eenduidige norm’ voor situaties waarin het dragen van gezichtsbedekkende kleding onwenselijk is. Het kabinet vindt dat goede dienstverlening en/ of veiligheid gewaarborgd moeten zijn. De regering ziet geen reden voor een algemeen verbod dat op alle openbare plaatsen zou gelden. Het wetsvoorstel van het vorige kabinet over gezichtsbedekkende kleding wordt daarom ingetrokken. Het blijft wel toegestaan gezichtsbedekkende kleding te dragen die nodig is voor de uitoefening van een beroep of sport, ter bescherming. Het mag ook bij feesten en culturele activiteiten. Ook in privévertrekken van zorginstellingen, zoals slaap- en verblijfsruimten, geldt het verbod niet.

3

4

5

Bron: Gezichtsbedekkende kleding verboden in onderwijs en ov, in: Algemeen Dagblad.

Deze tekst heb je ook nodig bij opdracht 6 en 13 van Spreken, kijken en luisteren.

T1 1 Vul het volgende argumentatieschema aan. Formuleer in goede, volledige zinnen.

Genomen maatregel: De maatregel is volgens de regering belangrijk, want: 1. en: 2. T1 I

2 a Geldt de genomen maatregel voor zorginstellingen, als geheel? b Waarom wel of niet? Antwoord in maximaal 10 woorden. 3 Bedenk voor de informatieve titel Gezichtsbedekkende kleding verboden in onderwijs en ov een andere titel die uitdagender is.

24

Boek ONTF.indb 24

9/03/17 14:36


1

Lezen

Lees tekst 10 en maak de opdrachten en vragen.

TEKST 10 1

2

3

4

En als ik dít wil dragen, wat ben ík dan?

Eind november kwam het kabinet wederom met 5 een wetsvoorstel tegen gezichtsbedekkende kleding: ‘Het is verboden om in het openbaar vervoer en in gebouwen en bijbehorende erven van onderwijsinstellingen, overheidsinstellingen en zorginstellingen kleding te dragen die het gezicht geheel bedekt of zodanig bedekt dat alleen de ogen onbedekt zijn, dan wel onherkenbaar maakt.’ Ondertussen claimt hetzelfde Nederland dat het burgers de vrijheid geeft zich te kleden hoe ze willen. Vrouwen die ervoor kiezen halfnaakt over straat te gaan, wordt de vrije keus gelaten, terwijl moslims niet overal een niqaab (gezichtssluier) 6 mogen dragen. Het heeft er alle schijn van dat er een strijd gaande is tegen de vrije moslimvrouw, om haar te ‘bevrijden’. Het begon in Frankrijk en nu is het overgeslagen naar Nederland. Laten we deze strijd een halt toeroepen! Omdat ik 40 cm meer stof aan heb, heb ik ineens geen recht meer om mij te laten behandelen in een 7 ziekenhuis?! Geen recht om naar de huisarts te gaan?! Geen recht om mijn kind naar school te brengen?! Geen recht om op ouderavonden een betrokken ouder te zijn?! Geen recht om met het ov te gaan?! De Nederlandse samenleving heeft mij al eerder het recht op toetreding op de arbeidsmarkt ontnomen en gaf daarbij belemmeringen in de communicatie op als reden, terwijl ik mijzelf wil ontwikkelen en mijn steentje wil bijdragen. Vrouwen die hun gezicht bedekken zoals ik, hebben zich jarenlang ingespannen in collegezalen. Maar omdat wij onze gezichten en rondingen niet tonen, wordt er geen gebruikgemaakt van onze kennis en kwaliteiten. Elke keer wordt in deze strijd het schild (excuus) gebruikt dat ik dit moet dragen van mijn man/ vader, dat ik onderdrukt word, mezelf isoleer. Nee meneer, nee mevrouw, de niqaab is mij niet opgelegd, ik heb daarvoor gestreden. Emancipatie heet dat: baas over mijn eigen lijf!

Is het niet de overheid die nu met dit verbod bezig is om mij te isoleren?! En mij te onderdrukken?! Want als ik mijn kinderen niet naar school mag brengen, niet naar het ziekenhuis of de huisarts kan, niet mag werken, geen gebruik mag maken van het openbaar vervoer en geen onderwijs/bijscholing mag genieten, word ik dan niet gedwongen mij te isoleren? Zonder deze wet heb ik het al moeilijk genoeg, maar met de komst van deze wet gaat het heel zwaar worden! Mensen die haat koesteren zullen niet achteruitdeinzen voor het uiten daarvan in daden. Want angst is er allang niet meer, het is overgeslagen op haat. Ik ben het zat dat er elke keer voor mij wordt beslist zonder met mij in gesprek te gaan. Communicatie heet dat, tweerichtingsverkeer. Je burgers serieus nemen, luisteren naar elkaar. Mijn stem wordt totaal niet vertegenwoordigd. Daarom heb ik het initiatief genomen om deze van onder een niqaab te laten horen in dichtvorm! Ik heb geleerd om anderen tegemoet te komen en om anderen te respecteren. Omdat ik weet dat in verschil en verscheidenheid kracht zit, maar helaas vinden anderen het moeilijk mij te accepteren. Mijn niqaab wordt als een gevaar gezien en ik mag niet zijn wie ik ben. Ik ben niet uw vijand en ook niet een gevaar, daarom bewapen ik mij met de pen! Terwijl mijn niqaab mijn ziel koestert en mij beschermt hoor ik dat mijn niqaab anderen afschrikt. Ik ben gewoon een vrouw die een andere keuze heeft gemaakt. Maar weet u dat uw norm mij schrikt? De niqaab is een keuze die bij mij het beste past. Ik voel mij er vrij in en het is een vrijheid waar ik voor vecht. Ik heb recht om die keuze te maken, want uw recht is mijn recht! Bron: S. Lakbiach*, En als ik dít wil dragen, wat ben ík dan?, in: NRC Handelsblad. * S. Lakbiach is lerares bij Stichting MoslimJongeren. In 2006 studeerde ze af als arabist aan de Universiteit Utrecht.

25

Boek ONTF.indb 25

9/03/17 14:36


Lezen

1

T1 4 En als ik dít wil dragen, wat ben ík dan? Wat is de belangrijkste functie van deze titel? T1 5 Tussen alinea 1 en 2 bestaat een tegenstelling.

T2 6 T1 7 T2 8 T1 9 T2 10 T1 11 T2 12

I 13 T2 14

Formuleer deze tegenstelling in één of twee, goed geformuleerde zinnen van maximaal 30 woorden. Schrijf het aantal woorden dat je gebruikt op tussen haakjes onder jouw zin. Je kunt zeggen dat de schrijfster twee zaken wil bereiken met haar tekst. Ze heeft een algemeen doel én een persoonlijk doel. Om welke doelen gaat het? Bij welk doel (algemeen of persoonlijk) van de schrijfster past het gedicht? Waarom heeft de schrijfster voor de dichtvorm gekozen? Baseer je antwoord op alinea 6. Welke inhoudelijke overeenkomst tussen tekst 9 en tekst 10 kun je noemen? Bekijk de argumenten in tekst 9 en die in tekst 10. Welk inhoudelijk verschil valt je op? Welk schrijfdoel herken je in tekst 9 en welk schrijfdoel in tekst 10? De houding ten opzichte van het onderwerp van de auteur in tekst 9 verschilt van die van de auteur in tekst 10. Welk bewering is juist? A In tekst 9 is de houding nuchter; in tekst 10 enthousiasmerend. B In tekst 9 is de houding kritisch; in tekst 10 emotioneel. C In tekst 9 is de houding zakelijk; in tekst 10 ironisch. D In tekst 9 is de houding neutraal; in tekst 10 verontwaardigd. Lees het gedicht in tekst 10 alleen of in tweetallen zó voor dat de gevoelens van de schrijfster duidelijk tot uiting komen. Rappen kan ook! Zoekopdracht a De redactie van NRC Handelsblad krijgt veel ingezonden brieven van mensen met het verzoek deze in de krant op te nemen. Veel brieven maken echter weinig kans geplaatst te worden of worden direct aan de kant gelegd. Zoek uit waarom. Noem minstens vijf redenen voor afwijzing. b Waarom heeft de redactie volgens jou besloten de brief van mevrouw Lakbiach wel te plaatsen?

Eindopdracht 7

Weten

[3 – 10]

In deze opdracht controleer je je kennis van de theorie in deze module. Bepaal of de volgende uitspraken juist of onjuist zijn. Verbeter de uitspraken die niet juist zijn. T1 1 Door een tekst oriënterend te lezen, haal je de hoofdzaken uit die tekst.

2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12

Wanneer je je afvraagt of de argumentatie logisch en overtuigend is, lees je de tekst kritisch. Bij globaal lezen let je ook op de verwijswoorden en de woordbetekenissen in de tekst. De kernzin van een alinea staat vrijwel altijd vooraan (eerste of tweede zin). Je formuleert de hoofdgedachte van een tekst in een mededelende zin. Om de hoofdgedachte vast te stellen, let je vooral op de titel en de inleiding. De belangrijkste functie van een titel is de lezer informeren over het onderwerp van de tekst. Tussenkopjes kunnen de deelonderwerpen aangeven, maar ze kunnen ook vooral de aandacht van de lezer trekken. Een nieuwsbericht is een voorbeeld van een uiteenzettende tekst. Een ingezonden brief is meestal betogend. Als je wordt gevraagd in eigen woorden te antwoorden, mag je geen woorden uit de tekst overnemen. Om te bepalen voor welk publiek een artikel is geschreven, kijk je goed naar de bron en de tekstvorm waarin het is verschenen.

26

Boek ONTF.indb 26

9/03/17 14:36


1 Eindopdracht 8

Lezen

Kunnen – Examentekst

In deze opdracht pas je de vaardigheden toe die je hebt geleerd in deze module. Lees de examentekst en beantwoord de vragen.

TEKST 11 1

5

10

15

20

2

25

30

35

40

De multitasker als informatiedrager

Als we een onderzoek mogen geloven van een Amerikaans internetbedrijf, moeten we het idee van de 24-uurs economie binnenkort loslaten. Volgens dat onderzoek zien Amerikanen namelijk kans om, dankzij multitasken, ruim 43 uur aan activiteiten in één dag van 24 uur te persen. Multitasken blijkt vooral populair bij de jongste generatie, die met de computer is opgegroeid. Als jongeren op hun laptop aan het werk zijn, denken ze van alles tegelijk te kunnen doen: een werkstuk typen, de benodigde informatie bij elkaar googelen, via chat overleggen met medeleerlingen en daarbij natuurlijk terloops wijzen op dat leuke filmpje op YouTube. Via hun smartphone luisteren ze naar muziek en een geluidssignaal meldt dat er zojuist zestien berichten zijn binnengekomen. De mogelijkheden en gunstige effecten van multitasken staan de laatste tijd nogal ter discussie. Onlangs betoogde redacteur en columnist Marjoleine de Vos in NRC Handelsblad dat wie veel tegelijk probeert te doen, uiteindelijk niets goed doet. Zij staat daarin niet alleen. Veel opvoeders klagen over de nadelige invloed van het multitasken: de jeugd van vandaag leest niet meer aandachtig en kan zich niet meer langdurig concentreren op een specifieke taak, wat onder meer ten koste gaat van het leren. Multitasken zou ook stress en burn-outs bevorderen en een paar jaar geleden opperde de American Academy of Pediatrics dat er mogelijk een verband bestaat tussen multitasken en de spectaculaire opmars van stoornissen onder jongeren, zoals ADHD. Latere onder-

zoeken suggereerden zelfs dat er een 45 verband is met het chronische

3

50

55

60

65

4 70

75

5

80

85

vermoeidheidssyndroom en bepaalde autistische ontwikkelingsstoornissen. Maar wat is nu eigenlijk het probleem? En is het werkelijk zo erg? De problemen en ziekten die met multitasken in verband worden gebracht, kunnen worden beschouwd als stoornissen in informatieverwerking. Elk organisme is te beschouwen als een informatieverwerkend systeem. DNA-moleculen, cellen, organen, individuen en groepen dienen, om te overleven, grote hoeveelheden informatie te verwerken. Op alle niveaus geldt dat een tekort of een teveel daaraan tot ernstige problemen leidt. Als een bepaald maximum wordt overschreden of als de informatie onder het minimum zakt, dan ontstaat eerst chaotisch gedrag en vervolgens lukt het niet meer om informatie op te nemen. De hoeveelheid data die we tegenwoordig over ons heen krijgen, is overweldigend. De Volkskrant op zaterdag bevat evenveel leesvoer als een zeventiende-eeuwer in zijn gehele leven voorgeschoteld kreeg. Het is niet verwonderlijk dat het moeilijk is om dat allemaal te verwerken en dat informatiestress en burn-outs toenemen. Gelukkig zijn we niet machteloos overgeleverd aan de informatiestroom, maar kennen we aardig wat strategieën om de overlast te lijf te gaan. Een van de meest doeltreffende is je voor korte of langere tijd af te sluiten, bijvoorbeeld door regelmatig te pauzeren. Een tweede strategie bestaat eruit bij te veel informatie een aantal taken even op te schorten, in de

27

Boek ONTF.indb 27

9/03/17 14:36


Lezen

1

hoop dat de druk minder zal worden. Wat ook goed werkt, is informatie te filteren; we kunnen er bijvoorbeeld 90 voor kiezen bij een zoekopdracht op internet alleen recente gegevens te vragen. Ook in het alledaagse leven passen we deze strategie voortdurend toe, bijvoorbeeld wanneer we ons in 95 gezelschap concentreren op onze

gesprekspartner en de andere gesprekken om ons heen wegfilteren. Multitasken past in dit rijtje strategieën: als het aantal taken te groot wordt, 100 kunnen we proberen er enkele tegelijk uit te voeren. Bron: Jos de Mul, havo-examen 2011-I.

T1 1 Wat is het onderwerp van deze tekst?

2 In regel 4-8 wordt een onderzoeksresultaat aangehaald. Hoe wordt dit in de rest van alinea 1 onderbouwd? A met meerdere argumenten B met een aantal controleerbare feiten C met enkele voorbeelden D met enkele gevolgen 3 Formuleer op basis van alinea 2 de centrale vraag die de auteur probeert te beantwoorden. Gebruik maximaal 15 woorden. T2 4 Formuleer een kopje dat goed past boven alinea 2. T1 5 Boven welke alinea past het kopje ‘Goed omgaan met informatiestromen’? 6 Citeer de kernzin van alinea 3. 7 a Wat is het belangrijkste schrijfdoel van deze tekst? A instrueren B overtuigen C uiteenzetten D activeren T2 b Motiveer je keuze.

Tekstfragment 1 Sommige vormen van multitasken gaan ons tamelijk goed af. Motorische activiteiten, zoals lopen, fietsen of autorijden, doen we grotendeels op onze ‘automatische piloot’, zodat we ondertussen naar muziek kunnen luisteren of een gesprek kunnen voeren. We zijn bovendien redelijk goed in staat om verschillende informatiestromen gelijktijdig te verwerken als deze verschillende zintuigen aanspreken. Het wordt moeilijker als we dingen willen combineren waar hetzelfde type aandacht voor nodig is, zoals tegelijkertijd e-mailen, chatten en bellen. Multitasken komt dan neer op het voortdurend switchen tussen verschillende taken. Dat is echter minder efficiënt en effectief dan het na elkaar uitvoeren van de afzonderlijke taken. Bron: Jos de Mul, havo-examen 2011-I.

T1 8 9

Wanneer is multitasken volgens tekstfragment 1 goed mogelijk? Noem twee algemeen geformuleerde punten. Geef geen voorbeelden. Wanneer is multitasken volgens tekstfragment 1 niet goed mogelijk? Noem een algemeen geformuleerd punt.

28

Boek ONTF.indb 28

9/03/17 14:37


1

Lezen

Tekstfragment 2 1

5

2

10

3 15

4 20

Nu de vakantie er weer op zit, voelt iedereen het monster van het multitasken weer naderen. De waarheid is, zo hebben hersenonderzoekers gevonden, dat ons brein er helemaal niet op gebouwd is om meerdere dingen tegelijk te doen. Ja, wel: lopen en intussen je hand naar je hoofd brengen om te krabben, of lezen en intussen gaan verzitten – natuurlijk. Maar niet: aandacht hebben voor het één en aandacht hebben voor het ander. Iedereen weet dat de enige manier om iets voor elkaar te krijgen is om er aandacht aan te besteden. De volle aandacht. De dichteres Ida Gerhard had de gewoonte om, als ze merkte dat degene die ze aan de telefoon kreeg intussen ook iemand anders gedag zwaaide, thee inschonk of hoe dan ook aandacht had voor iets anders dan het gesprek, op hoge toon te vragen: ‘Mag ik je volle aandacht?’ Het klinkt vervelend, maar er zit wat in: hoe vaak merk je zelf niet dat dingen, waar je in een telefoongesprek afwezig-enthousiast op hebt gereageerd, daarna volledig uit je geheugen verdwenen zijn? Als je aandacht besteedt aan de taak die je uitvoert, sla je volgens neurologen gegevens anders op en zijn ze gemakkelijker weer terug te halen. De wereld probeert ons er op vindingrijke wijze steeds heviger van te overtuigen dat het paradijs op aarde aanbreekt, als we alles tegelijk kunnen doen. Heerlijk in een zeilboot zitten e-mailen, verrukkelijk naar muziek luisteren via je mobiele telefoon, waarmee je tevens foto’s maakt en op internet surft terwijl je op familiebezoek bent: we verliezen geen seconde, we leven volop, we zijn dynamisch. En: geheugenloos, oppervlakkig, snel verveeld. Wat een ramp van een ideologie – want dat is het. Een door producenten van apparaatjes gestimuleerde ideologie, die wordt overgenomen alsof er een nieuwe heilstaat is aangebroken. Wie voorzichtig over aandacht en concentratie begint, is een zanik die nog stééds niet doorheeft dat het zo niet meer werkt. Bron: Marjoleine de Vos, Het ideaal van deze tijd is chaotisch gerommel, in: havo-examen 2011-I.

T2 10 ‘Ja, wel: lopen en intussen je hand naar je hoofd brengen om te krabben, of lezen en intussen gaan

verzitten …’ (regel 3-4). In de geciteerde voorbeelden kan multitasken volgens Marjoleine Vos wel. Leg dit uit en gebruik hiervoor tekstfragment 1. T1 11 Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekstfragment 2? T2 12 Formuleer de hoofdgedachte van tekstfragment 2 in een goed geformuleerde zin van maximaal 25 woorden. Geef zowel het standpunt van de schrijfster als het belangrijkste argument daarbij.

29

Boek ONTF.indb 29

9/03/17 14:37


Lezen

1

Tekstfragment 3

Zo wordt u een singletasker • •

• •

• • •

Deel uw werkdag in in blokken. Zet e-mail, telefoon en internet uit en spreek met uzelf af dat u alleen op vaste tijden uw e-mail afhandelt, telefoontjes beantwoordt enzovoorts. Onderzoek wijst uit dat we de helft van de onderbrekingen aan onszelf te wijten hebben. Voelt u vaak de verleiding opkomen koffie te halen? Adem dan even diep in en richt u weer op datgene waar u mee bezig was. Op die manier traint u uw concentratie en zult u op den duur langer uw aandacht bij één ding kunnen houden. Komen er tijdens het werken aan één ding gedachten bij u op over andere dingen? Parkeer ze dan door ze op een papiertje te schrijven, dat geeft rust. Betrapt u uzelf erop dat u toch weer aan het multitasken bent, stop er dan mee, sluit vijf minuten uw ogen en haal rustig adem. Dat maakt uw werkgeheugen ‘schoon’ zodat u straks weer goed verder kunt; ook neemt stress erdoor af en verbetert op den duur uw concentratie. Komt er iets tussendoor wat echt niet kan wachten? Noteer dan eerst waar u gebleven bent en welke gedachten u in uw hoofd heeft. Dat helpt later de draad sneller op te pakken. Is het gelukt uw aandacht bij één ding te houden? Beloon uzelf dan met iets leuks of lekkers – daarmee versterkt u uw nieuwe gedrag. Wilt u toch multitasken bij bepaalde bezigheden? Oefen die zo vaak dat u ze op de automatische piloot kunt doen. Dan houdt u breinkracht over voor een andere taak die u er goed naast kunt doen. Als u een kei bent in ramen lappen, kunt u ondertussen een origineel cadeau bedenken voor uw moeder.

Bron: Edwin Oden, De multitaskverleiding is overal, in: Psychologie Magazine.

T1 13 a T2 14 I 15

16

T2 17 I 18

Wat is het belangrijkste schrijfdoel van tekstfragment 3? b Motiveer je keuze. a Welke tip van tekstfragment 3 kun je in verband brengen met tekstfragment 1? b Licht je antwoord toe. Voor welk publiek heeft de auteur van tekstfragment 3 zijn tekst vooral geschreven? Vergelijk de teksten van opdracht 8 met elkaar. Welke tekst spreekt jou het meeste aan? Geef bij je keuze twee argumenten. Onderbouw je argumenten met gegevens uit de tekst. Zou jij één of meer tips uit tekstfragment 3 willen/kunnen gebruiken? Waarom wel of niet? Geef daarbij een inhoudelijk argument. Wissel ervaringen uit met een medeleerling. Maak een grappige cartoon (1 – 3 afbeeldingen) als illustratie bij deze tips. In de cartoon komen minimaal twee mensen/dieren/dingen aan het woord.

30

Boek ONTF.indb 30

9/03/17 14:37


1 Na afloop

Lezen

Wat heb ik geleerd?

Heb je de leerdoelen van deze les bereikt? Kies een smiley bij elk leerdoel.

2. Ik kan uit de tekst afleiden wat het schrijfdoel en de tekstsoort is en voor welk publiek deze is geschreven.

1. Ik kan de hoofd- en bijzaken onderscheiden en de kernzinnen in een tekst herkennen.

3. Ik kan de intenties, opvattingen en gevoelens van de schrijver uit de tekst afleiden.

Hoe

ghing

et?

5. Ik kan het onderwerp, de deelonderwerpen en de hoofdgedachte van een tekst bepalen en deze formuleren.

• • • • •

4. Ik kan verschillende feitelijke en waarderende uitspraken, standpunten en argumenten onderscheiden.

6. Ik kan de functie van de titel, de ondertitel en de tussenkopjes bepalen.

ONLINE VOOR JOU

TOETSEN

Correctiemodel startopdracht 2 Lezen Ingesproken leesteksten Extra oefenmateriaal Alle teksten onderscheiden Extra oefenmateriaal Alinea en kernzin Extra oefenmateriaal Feit en mening

• Eindtoets Lezen module 1 versie A • Eindtoets Lezen module 1 versie B

31

Boek ONTF.indb 31

9/03/17 14:37


NEDERLANDS • 3e EDITIE

OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE Op niveau tweede fase 3e editie is een methode taalvaardigheid Nederlands voor de tweede fase.

DE VOORDELEN VAN OP NIVEAU TWEEDE FASE 3e EDITIE + + + + + + + +

optimale examenvoorbereiding; sterke koppeling tussen hoofdvaardigheden; veel mogelijkheden voor differentiatie; zowel modulair (per vaardigheid) als lineair (per blok) in te zetten; inzicht in leerproces; voorbereiding op het leven na school;

tweede fase | 4/5 havo Leeropdrachtenboek

Eindredactie Annet Talsma Evelien Otte

leeropdrachtenboek

TWEEDE FASE

Paul Merkx Everlien Flier Jan Hadders Ruud Alers

4/5 havo

TWEEDE FASE

volledig gelabeld volgens RTTI; zeer complete theorie.

Het complete materiaal bestaat uit het boek en de online startlicentie. 100% digitaal werken is ook mogelijk: kijk voor de mogelijkheden op www.thiememeulenhoff.nl.

WT ONFT Cover h45.indd 1

8/03/17 13:33


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
9006627633 bw fc def by ThiemeMeulenhoff - Issuu