NaSk 1-2 vwo Naam Klas
Inhoud Zo werk je met Newton
4
1 Het vak NaSk 1.1 Starten 1.2 Natuurwetenschappen 1.3 Veilig proeven doen 1.4 Onderzoeken 1.5 Rekenen en resultaten tonen 1.6 Afsluiten
6 7 7 11 19 22 27
2 Licht en kleur 2.1 Starten 2.2 Kleuren zien 2.3 Schaduw 2.4 Spiegelbeelden bekijken 2.5 Uv-, ir- en andere straling 2.6 Afsluiten
30 31 32 42 55 70 80
3 Elektriciteit 3.1 Starten 3.2 Wat kun je doen met elektriciteit? 3.3 Spanningsbronnen 3.4 Elektrische stroom 3.5 Schakelingen en veiligheid 3.6 Afsluiten
82 83 84 94 105 118 126
4 Warmte en temperatuur 4.1 Starten 4.2 Hoe maak je iets warm? 4.3 Verbranding en warmte 4.4 Temperatuur 4.5 Duurzame energie 4.6 Afsluiten
130 131 132 143 156 170 181
3
5 Kracht en beweging 5.1 Starten 5.2 Een wereld vol krachten 5.3 De grootte van krachten 5.4 Snelheid 5.5 Versnellen en vertragen 5.6 Afsluiten
184 185 186 197 209 218 229
6 Geluid 6.1 Starten 6.2 Hoorbare trillingen 6.3 De snelheid van het geluid 6.4 Oor en gehoor 6.5 Muziekinstrumenten 6.6 Afsluiten
232 233 234 249 262 272 282
7 Stoffen en deeltjes 7.1 Starten 7.2 Gasvormig, vloeibaar en vast 7.3 Zwaar en licht 7.4 In de lucht 7.5 Afsluiten
286 287 288 302 317 331
Illustratieverantwoording
334
2 Licht en kleur 2.1
Starten
2.2
Kleuren zien
2.3
Schaduw
2.4
Spiegelbeelden bekijken
2.5
Uv-, ir- en andere straling
2.6
Afsluiten
30
2.1
2.1
Starten
Starten
Verkennen Je hebt elke dag te maken met licht en kleur. • Je ziet overal kleur. • Je weet hoe je schaduwen kunt maken met je hand voor een lamp. • Je kijkt ’s morgens in de spiegel of je haar goed zit. • Je weet dat je een foto kunt maken met gewoon licht, maar ook met röntgenstraling. Op al die onderwerpen gaat dit hoofdstuk dieper in. Welke kleuren hebben kleren in een bepaalde kleur licht? In welk geval krijg je korte schaduwen, in welk geval lange? Waar bevindt een spiegelbeeld zich: op de spiegel of erachter? Zijn er nog meer soorten straling dan licht en röntgenstraling? 1
Op welk moment van de dag is je schaduw op de grond het kortst? ◯ ’s Morgens. ◯ Om een uur of één ’s middags. ◯ ’s Avonds. ◯ Je schaduw is altijd even lang.
2
Van welke zonnestraling word je bruin? ◯ Hv-straling. ◯ Ir-straling. ◯ Iv-straling. ◯ Uv-straling.
3
Welke twee uitspraken zijn waar? □ Wit is geen kleur, want het absorbeert alle kleuren. □ Wit is geen kleur, want het kaatst alle kleuren terug naar je oog. □ Zwart is geen kleur, want het absorbeert alle kleuren. □ Zwart is geen kleur, want het kaatst alle kleuren terug naar je oog. Op de voorkant van een ambulance zie je letters in spiegelbeeld staan.
4
Waarom is dat? ◯ Het tegemoetkomend verkeer ziet dan dat er een ambulance aankomt. ◯ Het tegemoetkomend verkeer ziet dan in zijn spiegel dat er een ambulance aankomt. ◯ Het verkeer vóór de ambulance ziet dan, als het achteromkijkt, dat er een ambulance achter hen rijdt. ◯ Het verkeer vóór de ambulance ziet dan in zijn spiegel dat er een ambulance achter hen rijdt.
Ambulance.
31
2.2
Kleuren zien De vrouw in de tekening kijkt vanuit haar ooghoek door het raam.
5
Laat zien of de vrouw de kat ziet, door het gebied rechts van het raam te arceren. Ze ziet de kat ◯ niet. ◯ wel.
De kat verstopt zich.
Een lichtbron maakt een lange of korte schaduw. 6
Wat bepaalt de lengte van de schaduw? ◯ De hoek die de lichtbron met de schaduw maakt. ◯ De hoek die de lichtbron met het voorwerp maakt. ◯ De kleur van de lichtbron. ◯ De sterkte van de lichtbron.
7
Hoe kun je jezelf in een passpiegel van één meter hoog toch helemaal zien?
2.2
Kleuren zien
Ontdekken De rechtbank onderzoekt een beroving op de parkeerplaats van een supermarkt. Er is een verdachte aangehouden, maar die zegt dat hij onschuldig is. Hierna staan de feiten waarover de rechtbank beschikt. Er moet een goede en eerlijke uitspraak komen. Onderzoek alle feiten en trek een conclusie!
Vrouwe Justitia.
32
2.2
Kleuren zien
De verdachte: ‘Het meisje achter de kassa heeft verklaard dat ik in de supermarkt was. Ze heeft mijn gezicht herkend. Dat klopt, ik was in die supermarkt, rond die tijd, op die avond. Zij zei dat ik een donkerblauw shirt aanhad. Ook dat klopt. Ik had die avond mijn donkerblauwe Che Guevara-shirt aan.’ De advocaat: ‘Het slachtoffer heeft het gezicht van de dader niet goed gezien. Het was buiten schemerig en de dader had een sjaal voor zijn mond.’ Het slachtoffer: ‘De dader had een zwart shirt zonder opdruk aan.’ De aanklager: ‘De verdachte moet de dader zijn, want de beroving gebeurde vlak nadat hij de supermarkt uit ging. Ook voldoet hij aan de beschrijving van het slachtoffer.’ De advocaat: ‘Dat is onzin! Het slachtoffer beschrijft een heel ander shirt dan het shirt dat mijn cliënt aanhad. Ik vraag vrijspraak.’ De aanklager: ‘Op die parkeerplaats staan oranje lampen. Je ziet de kleuren dan anders dan overdag. Daardoor heeft het slachtoffer kleuren anders gezien dan ze in het echt zijn.’ Ga op de stoel van de rechter zitten en onderzoek wie er gelijk heeft! Het onderzoek richt zich op het shirt van de verdachte. Er moeten twee vragen worden beantwoord: • Kunnen kleuren in het oranje licht van de straatlantaarns er anders uitzien dan overdag? • Kan het donkerblauwe Che Guevara-shirt van de verdachte er in het oranje licht helemaal zwart uitzien? Bekijk de foto’s en beantwoord de vragen.
Deze foto van auto’s en bomen is ’s avonds bij het oranje licht van
Het shirt dat de verdachte op de bewuste
straatlantaarns genomen.
avond droeg.
1
Bewijst de foto van de verlichte straat dat de aanklager gelijk heeft?
2
Vul de lege plekken in. Je mag de woorden vaker gebruiken. blauwe – oranje – zwart Beide foto’s tonen aan dat bij
licht alle voorwerpen
worden. Alle andere kleuren verdwijnen, ook de
33
of
kleur van het shirt van de verdachte.
2.2
Kleuren zien
Proef
Onderzoek het licht De rechter vindt dat de aanklager met betere bewijzen moet komen. Er zijn meer foto’s nodig. Je gaat zelf foto’s maken in het licht van een oranje straatlantaarn.
Zoek voor je onderzoek een lantaarn die deze kleur licht geeft.
Je hebt nodig: • je telefoon • dit boek met de foto van het shirt van de verdachte • zo mogelijk een eigen (donker)blauw shirt met een zwarte opdruk • een plek waar oranje straatlantaarns de enige lichtbronnen zijn (of een natriumlamp op school) Dit ga je doen a Zorg dat het plaatje goed wordt verlicht door de straatlantaarn/natriumlamp. b Neem foto’s. c Druk de foto’s op een kleurenprinter af. 3
Leg uit waarom je de foto’s niet met flitslicht mag maken.
4
Hoe ziet het shirt van de verdachte er op jouw foto’s uit?
5
Schrijf in zes regels op wat volgens jou de uitspraak van de rechter moet zijn. Begin met: ‘De foto’s die de aanklager heeft laten zien, bewijzen …’
34
2.2
Kleuren zien
Begrijpen Onder een oranje natriumlamp zie je geen verschil tussen kleuren. Een blauw of rood shirt lijkt dan zwart. In wit licht zie je wel alle kleuren. Hoe komt dat? En waardoor zien de kleuren van kleding er buiten de winkel anders uit dan in de winkel?
In een regenboog zie je alle kleuren van het witte zonlicht.
Proef
Lichtbronnen bekijken Elke lichtbron geeft een ander spectrum. Je gaat dat bekijken met een apparaatje, een zogenoemde spectroscoop, of met een gewone cd of dvd.
abcdefghijklmnopqrstuvwxyz
Spectrum.
Regenboog De kleuren van de regenboog ontstaan doordat regendruppels het witte zonlicht in verschillende kleuren splitsen. Van buiten naar binnen zie je rood, oranje, geel, groen, blauw en violet. In de figuur zie je die kleuren naast elkaar. Zo’n kleurenband noem je een kleurenspectrum. Als je goed kijkt, zie je bijvoorbeeld tussen blauw en groen nog meer kleuren. Maar er ontbreken ook kleuren, zoals bruin en grijs. Om die kleuren te krijgen, moet je kleuren uit het spectrum mengen. Als je alle kleuren van de regenboog mengt, krijg je weer wit licht. Je maakt een mooi kleurenspectrum door wit licht op een cd of dvd te laten spiegelen. De figuur laat zien hoe het witte licht dan in kleuren wordt gesplitst.
Dit kleurenspectrum bevat veel, maar niet alle kleuren.
Op een cd of dvd zie je het kleurenspectrum.
Lichtbron De zon, een lamp of een kaars geven zelf licht. Je noemt ze lichtbronnen. De kleurensamenstelling van het licht is bij elke lichtbron anders. Een kaars geeft vooral geel of oranje licht. Als een lichtbron veel blauw licht geeft, is het licht koel. Echt wit licht krijg je uitsluitend als alle kleuren uit het spectrum even sterk zijn. De rode, oranje en groene ledlampen in verkeerslichten zenden elk maar één kleur licht uit.
35
2.2
Kleuren zien
Gekleurde voorwerpen Je ziet zonder lamp in een onderaardse kelder helemaal niets. De muren en de voorwerpen in de kelder geven zelf geen licht. Je kunt deze alleen zien als ze het licht van een lamp weerkaatsen. Op de foto zie je een wit en blauw geschilderd gebouw. Het witte deel weerkaatst alle kleuren van het zonlicht. Het blauwe deel van het gebouw weerkaatst uitsluitend de blauwe kleur uit het zonlicht. De andere kleuren worden dus niet weerkaatst. Dat noem je absorberen. Het rode, oranje, gele en groene licht van de zon wordt dus door de blauwe verf geabsorbeerd. Een voorwerp dat alle kleuren absorbeert, kaatst niets terug. Je ziet het voorwerp dan zwart. Wit en blauw geschilderd gebouw.
ONTHOUDEN
• • • • • • • • •
Sleutelbegrippen: regenboog, kleurenspectrum, wit licht, lichtbron, kleurtemperatuur, weerkaatsen, absorberen. Een regenboog ontstaat als regendruppels wit zonlicht in kleuren splitsen. Alle kleuren van de regenboog vormen een kleurenspectrum. Mengen van kleuren uit het spectrum geeft kleuren die zelf niet in het spectrum voorkomen. Een lichtbron is een voorwerp dat zelf licht geeft. De kleurtemperatuur wordt uitgedrukt in kelvin (K). Hoe lager de kleurtemperatuur, hoe warmer en roder het licht. Hoe hoger de kleurtemperatuur, hoe koeler en witter het licht. Je ziet voorwerpen die geen licht geven alleen als ze licht weerkaatsen. Een wit voorwerp weerkaatst alle kleuren en absorbeert dus niets. Een zwart voorwerp absorbeert alle kleuren en weerkaatst dus niets.
Deze vragen horen bij de theorie Regenboog, Lichtbron en Gekleurde voorwerpen. 6
7
Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze waar of niet waar is. De regenboog bestaat uit zes kleuren. Een rood voorwerp absorbeert rood licht. Een wit voorwerp weerkaatst alle kleuren licht. In de regenboog zie je alle bekende kleuren.
Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar.
Combineer de zinnen met elkaar. A mengen van kleuren uit het spectrum
1
B kleuren die niet in het zichtbare spectrum voorkomen
2 rood, oranje, geel, groen, blauw, violet
C alle kleuren van de regenboog samen
3 een grijze of bruine kleur
D kleuren van het spectrum
4 ontstaat als regendruppels wit zonlicht in kleuren splitsen
E regenboog
5 kleurenspectrum
De juiste combinatie is: 36
geven kleuren die niet in het spectrum voorkomen
2.2
Kleuren zien
De kleur bruin komt niet voor in de regenboog. 8
Leg uit hoe die kleuren dan toch kunnen bestaan.
9
Vul de tabel in. VRAAG
ANTWOORD
Noem drie lichtbronnen die wit licht geven. Noem een lichtbron die maar één kleur licht uitzendt. Waarmee kun je zelf de kleuren van het zonlicht zichtbaar maken? Dat de temperatuur en de kleur licht met elkaar te maken hebben, zie je goed als je een ijzeren staaf verhit. 10 Zet de kleuren op de juiste plaats. geel – groen, blauw en paars – oranje – rood – wit Een ijzeren staaf in het vuur gaat na een tijdje gloeien. De kleur is dan wordt
. Hij zendt dan naast
licht ook
staaf zeer heet is, zendt hij ook
. Een hetere staaf licht uit. Als de
licht uit; die kleuren samen vormen
licht. In een ledlamp wordt het licht niet gemaakt doordat een metaal heel heet wordt, het licht ontstaat op een andere manier. 11
Waar kun je dat aan merken?
Op de foto zie je dat de twee helderste sterren van het sterrenbeeld Orion verschillende kleuren hebben. Rigel is de heldere ster rechtsonder; Betelgeuze de rode ster linksboven. 12
Welke ster is heter: Rigel of Betelgeuze? Leg je keuze uit.
De sterren van het sterrenbeeld Orion hebben verschillende kleuren.
is heter, want die 37
2.2
Kleuren zien Een kaarsvlam is geler van kleur dan het licht van de meeste ledlampen.
13
Wat kun je zeggen over de kleurtemperatuur van de kaarsvlam? Die is hoger / lager dan die van ledlampen.
14 Vul de tabel in. Je mag de volgende antwoorden gebruiken. Soms moet je er twee invullen. alle kleuren behalve: – blauw en violet – geel en blauw – grijs – groen – wit – zwart VRAAG
ANTWOORD
Een voorwerp weerkaatst rood, oranje, geel en groen licht. Noem twee kleuren die door het voorwerp worden geabsorbeerd. Welke kleur heeft een voorwerp dat alle kleuren absorbeert? Welke kleuren worden door een blauw voorwerp geabsorbeerd? Welke kleuren worden door een grijs oppervlak geabsorbeerd? Welke kleuren worden door een grijs oppervlak weerkaatst? Welke kleuren worden door een groen voorwerp weerkaatst? 15
Waarom is de maan geen echte lichtbron?
Je bent op zoek naar kleding met een speciale kleur. 16 Waarom moet je de kleding, als je kleding koopt, zo dicht mogelijk bij het raam bekijken?
Beheersen Je ziet onder een oranje natriumlamp geen verschil tussen een blauwe en een zwarte auto. Een blauwe auto weerkaatst uitsluitend blauw licht. Alle andere kleuren worden geabsorbeerd. Het oranje licht van de lamp wordt dus niet weerkaatst: je ziet de auto zwart.
Voorwerpen bij gekleurd licht Hoe je kleuren ziet, hangt dus af van de kleur van het gebruikte licht. Als je wilt voorspellen welke kleur een voorwerp onder een lamp heeft, moet je weten welke kleuren die lamp uitzendt. Dan weet je ook welke kleuren door het voorwerp worden weerkaatst.
38
2.2
Kleuren zien
Welke kleuren krijgt de Nederlandse vlag bij rood licht? Om deze vraag te beantwoorden moet je weten: • uit welke kleuren het licht bestaat; • welke kleuren door elke baan in de vlag worden weerkaatst. Rood licht bestaat uit één kleur: rood. De rode en de witte baan weerkaatsen beide rood licht. Je ziet beide dus rood. De blauwe baan weerkaatst uitsluitend blauw en absorbeert alle andere kleuren, en ook rood. Je ziet deze baan als zwart. De Nederlandse vlag zie je in rood licht als ‘rood, rood, zwart’.
De Nederlandse vlag.
Proef
Kleuren zien bij natriumlicht Voor straatverlichting worden soms natriumlampen gebruikt. Ze geven een feloranje kleur. Je gaat met natriumlicht een onderzoek doen.
De kleurenschijf.
Natriumlicht.
Proef
Kleuren mengen Je onderzoekt hoe je met blauw, groen en rood alle andere kleuren maakt.
Primaire en secundaire kleuren Een beamer en een tv werken met de lichtkleuren rood, blauw en groen. Die noem je de primaire kleuren. Het oog is het gevoeligst voor primaire kleuren. Wit krijg je door deze drie kleuren te mengen, zoals je in de figuur kunt zien. Je kunt ook twee kleuren mengen. Zo is geel de mengkleur van rood en groen. Er zijn nog twee andere mengkleuren. Lichtblauw (andere naam: cyaan) is de mengkleur van blauw en groen. Zuurstokroze (andere naam: magenta) is de mengkleur van rood en blauw. De mengkleur van twee primaire kleuren noem je een secundaire kleur.
39
schaduw groene lamp 2 1
schaduw rode lamp
3
4 7 6 5
schaduw blauwe lamp Het mengen van primaire kleuren licht.
2.2
Kleuren zien
De kleuren van een beeldscherm De makers van beeldschermen maken handig gebruik van de eigenschappen van het oog. Een scherm werkt met maar drie kleuren. Als je met een sterk vergrootglas naar het scherm kijkt, zie je de rode, groene en blauwe ledlampjes. Meer kleuren zijn niet nodig. Eigenlijk houdt het scherm je ogen voor de gek. In plaats van geel licht zendt het scherm groen en rood licht uit. Je hersenen denken dat het licht de mengkleur geel is. Elke tv-pixel bestaat uit drie kleuren.
ONTHOUDEN
• • • • • • •
Sleutelbegrippen: primaire kleuren, secundaire kleuren. Hoe je een voorwerp ziet, hangt af van de kleur van het voorwerp én van de kleur van het gebruikte licht. Een voorwerp kan alleen zijn eigen kleur weerkaatsen. Als de eigen kleur van het voorwerp niet aanwezig is in het licht dat erop valt, zie je het voorwerp zwart, ongeacht zijn eigen kleur. De primaire kleuren zijn rood, groen en blauw. Bij mengen van twee primaire kleuren ontstaan de secundaire kleuren magenta, geel of cyaan. De drie primaire kleuren samen geven wit licht.
Deze vragen horen bij de theorie Voorwerpen bij gekleurd licht, Welke kleuren krijgt de Nederlandse vlag bij rood licht?, Primaire en secundaire kleuren en Kleuren van een beeldscherm. 17
Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze waar of niet waar is. Een kleurentelevisie werkt met rode, gele en blauwe pixels. Met drie kleuren kun je alle kleuren van de regenboog maken. Onder een gekleurde lamp kunnen gekleurde voorwerpen zwart lijken.
Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar.
Langs snelwegen branden vaak natriumlampen. 18 Waarom worden die lampen niet in klaslokalen gebruikt?
Een geel deel van een beeldscherm zendt geen geel licht uit, maar je ziet het toch als geel. 19 Welke kleuren licht zendt dat deel van het scherm wel uit? ◯ Groen en blauw. ◯ Blauw, groen en rood. ◯ Rood en blauw. ◯ Rood en groen. 20 Welke kleuren worden geabsorbeerd door een rood oppervlak?
40
2.2
Kleuren zien
In de tabel zie je drie voetbalshirts. 21
Welke kleur hebben ze met een blauwe en met een gele lamp? Je mag de volgende woorden (meerdere keren) gebruiken. blauw – blijft – geel – rood – wordt – wit – zwart Sommige woorden hoef je niet te gebruiken. SHIRT
MET EEN BLAUWE LAMP
MET EEN GELE LAMP
Wat blauw is,
Wat blauw is,
Wat rood is,
Wat rood is,
Shirt FC Barcelona
Wat rood is,
Wat rood is,
Wat wit is,
Wat wit is,
Shirt Bayern München
Wat blauw is,
Wat blauw is,
Wat zwart is,
Wat zwart is,
Shirt Inter Milan
In de figuur zie je een stukje van een beeldscherm sterk vergroot weergegeven. Je ziet acht hele pixels. Elke pixel bestaat uit drie ledlampjes. Daarnaast zie je de kleur cyaan.
Acht hele pixels.
Cyaan.
22 Als je kijkt naar de kleur cyaan. Om deze kleur te maken, welke ledlampjes staan aan en welke staan uit? ◯ De blauwe (cyaan) ledlampjes staan aan; de rest staat uit. ◯ De blauwe en de groene ledlampjes staan aan; de rode staan uit. ◯ De blauwe en de rode ledlampjes staan aan; de groene staan uit. ◯ De groene en de rode ledlampjes staan aan; de blauwe staan uit. 23 Welke beweringen over drie ledlampjes in een pixel zijn juist? □ De kleur is wit als ze alle drie branden. □ De kleur is wit als ze alle drie uit zijn. □ De kleur is zwart als ze alle drie branden. □ De kleur is zwart als ze alle drie uit zijn.
41
2.3
Schaduw
24 Leg uit waarom een rode trui in daglicht altijd rood is.
Iemand met rood haar staat in het licht van een blauwe spot. 25 Leg uit waarom het haar nu zwart lijkt.
Je staat met een vriend in een donkere kelder. Je draagt een gele trui. 26 Welke kleur zal je vriend zien als hij naar jouw trui kijkt?
Verdiepen Verdiepende theorie en vragen bij deze paragraaf vind je online.
2.3
Schaduw
Ontdekken Zonlicht in de tuin en je huis is belangrijk. In de zomer wil je graag in het zonnetje barbecueĂŤn. Veel tuinplanten en bloemen vragen om een zonnige plek. Wie zonnepanelen op zijn dak wil leggen, moet goed weten hoeveel zonlicht er op het dak valt. Maar misschien willen de buren hun huis wel verhogen. Of de gemeente wil hoogbouw vlak bij je huis neerzetten. Hoe vallen schaduwen dan? 1
Op welk moment van de dag zijn schaduwen van gebouwen het kleinst?
2
Zoek online op: a op welk tijdstip (ongeveer) is de stand van de zon het hoogst in de zomer? b op welk tijdstip (ongeveer) is de stand van de zon het hoogst in de winter?
3
Op welke tijdstippen zijn schaduwen het langst?
42
2.3
Schaduw
Proef
Schaduw op je huis Met de site ‘zonnegrens’ kun je voor je eigen huis voor elke dag van het jaar en elk tijdstip van de dag de bezonning van je tuin en dak controleren.
Zon en schaduw op elk moment van de dag.
Ga naar de site https://huizenbalie.nl/zon-schaduw-woning/ Geef je eigen woonplaats en adres op. Met de schuifjes kun je datum en tijdstip van de dag instellen.
Begrijpen Je moet rekening houden met schaduwen bij het ontwerpen van een gebouw. Maar hoe lang kan een schaduw zijn? Schaduwen worden ingewikkelder als er meer lichtbronnen zijn, zoals lichtmasten bij een sportveld. Kan een schaduw ook gekleurd zijn?
Lichtstralen Je ziet een lichtstraal pas als de straal ergens tegenaan komt, zoals rookdeeltjes in een zaal vol rook. Je ziet dan dat lichtstralen langs rechte lijnen gaan.
Rook maakt lichtstralen zichtbaar.
Soorten lichtbundels Bij één kleine lamp in een donkere ruimte lijkt alle licht uit één punt te komen. Je noemt dat een puntbron. Het lampje van je smartphone is zo’n puntbron. De lichtstralen vanuit een puntbron gaan uit elkaar. Dat noem je een divergente lichtbundel. De lichtstralen die uit een laser komen, gaan niet uit elkaar. Ze vormen een evenwijdige lichtbundel. Ook de lichtstralen uit de zon lopen evenwijdig. Een bundel waarvan de stralen naar elkaar toe lopen, noem je een convergente bundel. 43
A
B
C
A Evenwijdige lichtbundel. B Divergente lichtbundel. C Convergente lichtbundel.
2.3
Schaduw
Schaduw Op de foto is geen sprake van rook of mist. Daardoor zie je de lichtstralen van de zon niet. Wel zie je schaduwen. Die ontstaan doordat de kamelen en hun berijders het zonlicht tegenhouden. Een schaduw is het gebied waar lichtstralen niet komen. De schaduwen zijn zichtbaar, de lichtstralen niet.
Randstralen Een lamp zendt licht uit naar alle kanten. Bij het tekenen van een schaduw op een scherm teken je niet al die lichtstralen, maar maak je gebruik van randstralen. Randstralen zijn de lichtstralen uit de lamp die precies langs het voorwerp gaan. voorwerp randstraal
muur
Randstralen
Kernschaduw en halfschaduw Door de vier lichtmasten heeft de speler op de foto vier schaduwen. Dit zijn geen echte schaduwen, want ze zijn niet erg donker. De schaduw die één lichtmast geeft, wordt namelijk beschenen door de drie andere lichtmasten. Een schaduw die licht krijgt van andere lichtbronnen, noem je een halfschaduw. Je krijgt pas een echt donkere schaduw als het belichte voorwerp het licht van alle lampen afschermt. Zo’n donkere schaduw noem je de kernschaduw.
De lichtmasten zorgen voor vier halfschaduwen.
44
2.3
Schaduw
In de figuren zie je hoe schaduwen ontstaan. Je ziet de kernschaduw midden onder de tafel. Bij een uitgebreide lichtbron zoals een tl-buis, zie je een kernschaduw en een halfschaduw. lampen tl-buis
lamp
voorwerp
voorwerp
voorwerp
halfschaduw
schaduw
halfschaduw tafelblad
kernschaduw
tafelblad tafelblad
Ontstaan van schaduw.
Ontstaan van halfschaduw en
Schaduwen bij een tl-buis.
kernschaduw.
Proef
Halfschaduw en kernschaduw Je onderzoekt in groepjes van twee halfschaduwen en kernschaduwen.
45
2.3
Schaduw
ONTHOUDEN
• • • • • • • • • • • •
Sleutelbegrippen: lichtstralen, puntbron, divergente lichtbundel, evenwijdige lichtbundel, convergente lichtbundel, schaduw, randstralen, halfschaduw, kernschaduw. Lichtstralen zijn pas zichtbaar als ze worden weerkaatst, bijvoorbeeld door rookdeeltjes. Een puntbron is een kleine lichtbron. De lichtstralen in een convergente lichtbundel gaan naar elkaar toe. De lichtstralen in een divergente lichtbundel gaan uit elkaar. De lichtstralen in een evenwijdige lichtbundel lopen evenwijdig. De lichtstralen van de zon vormen een evenwijdige lichtbundel. Een schaduw is het gebied waar lichtstralen niet komen. Randstralen zijn de lichtstralen uit de lamp die precies langs het voorwerp gaan. Bij meerdere lichtbronnen ontstaan kernschaduw en halfschaduw. De kernschaduw ontstaat op de plaatsen waar van geen enkele lichtbron licht komt. De halfschaduw ontstaat op de plaatsen waar een deel van het licht wordt tegengehouden.
Deze vragen horen bij de theorie Lichtstralen, Soorten lichtbundels, Schaduw, Randstralen en Kernschaduw en halfschaduw. 4
5
Geef van elk van de volgende beweringen aan of deze waar of niet waar is. Bij een divergente lichtbundel is de schaduw altijd even groot als het voorwerp. Bij een divergente lichtbundel komen alle lichtstralen uit één punt. Bij een evenwijdige lichtbundel is de schaduw altijd even groot als het voorwerp. Halfschaduw is het gebied waar helemaal geen licht op valt. Lichtstralen kun je niet zien. In de figuur zie je twee lampen, een voorwerp en een witte muur.
voorwerp
muur
a Teken de schaduwen van beide lampen op de muur. b Kleur de gebieden waar halfschaduw is. c Arceer in de tekening het gebied waar je alleen de bovenste lamp ziet. 6
Lichtstralen zijn pas zichtbaar als ze: ◯ worden geabsorbeerd, bijvoorbeeld door rookdeeltjes. ◯ worden weerkaatst, bijvoorbeeld door rookdeeltjes. ◯ worden uitgestraald door een puntbron. ◯ zijn ontstaan uit evenwijdige lichtbronnen.
46
Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar. Waar. / Niet waar.