Skip to main content

Rijksmagazine Slavernij 1 t/m 6

Page 1

Slave r n ij en nu ?


Colofon

Voorwoord

Dag allemaal, Wanneer ik door het museum loop, blijf ik regelmatig even staan bij een groep kinderen. Jullie hebben een open blik op kunst en stellen vaak goede vragen.

Schrijvers:

Aspha Bijnaar EducatieStudio

Miguel Heilbron & Tarim Flach Fawaka WereldBurgerschap

“Wie is die jongen op dat schilderij?”, vroeg een meisje me laatst. We stonden voor het schilderij naast de Nachtwacht, en ze wees naar een donkere jonge man. “En waarom moest hij als kind al werken?”

Milouska Meulens

Robin Raven

Rachel Rumai Diaz

Jennifer Tosch Black Heritage Tours

Eindredactie & coördinatie: Lotte Boot LBMP

Marloes van Noort Brigitte Veltman ThiemeMeulenhoff

Dennis Bouma Thijs Gerbrandy Annemiek Spronk Rijksmuseum

Art direction / Graphic design Studio Fraaj, Rotterdam & illustraties: www.studiofraaj.nl

Peter Bak

Han Lans

Dustin Thierry

Met medewerking van:

Leerlingen van De Amsterdamse MAVO

Sabitah Lanoy

Yosina en Deky Roemajauw

Veel mensen in Nederland vonden slavernij geen probleem, omdat het ver buiten Nederland gebeurde. Maar ook al zag je het niet, het was er wel. De pijn van mensen die als slaven moesten leven was groot. Toch werd er niet ingegrepen. Dat onrecht voelen veel mensen nu nog. Het heeft gevolgen voor de tijd waarin we nu leven. Daarom maakt het me blij wanneer ik hoor dat jullie doorvragen en méér willen weten. Dit magazine is samen met ThiemeMeulenhoff en verschillende schrijvers en fotografen gemaakt met jullie in gedachten. Lees de verhalen, praat erover – thuis en in de klas – en blijf jullie goede vragen stellen!

4 Liefde op plantage Liefdenshoek Aspha Bijnaar beschrijft een dag uit het leven van Tirara, een tot slaaf gemaakt meisje. De plantage in Suriname waar Tirara woonde is nu van Aspha’s familie.

12 Op zoek naar mijn voorouders Wist je dat vroeger niet werd opgeschreven wie de vader was van tot slaaf gemaakten? Milouska Meulens probeert toch meer te weten te komen over haar stamboom.

© Rijksmuseum, Amsterdam 2021 © ThiemeMeulenhoff, Amersfoort 2021 Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.

20

Dit magazine is mogelijk gemaakt door: Zusjes Nieuwbeerta Fonds / Rijksmuseum Fonds Fonds Dirk Jan van Orden / Rijksmuseum Fonds Henry M. Holterman Fonds / Rijksmuseum Fonds

Trots op Curaçao

Dustin Thierry fotografeert zangeres Yosina Roemajauw met haar vader. Zij komt uit Papua, woont al bijna haar hele leven in Nederland en voelt zich nu thuis in twee landen.

Sabitah Lanoy heeft een missie: ze wil jongeren op Curaçao trots maken op hun land, ondanks het slavernijverleden. ‘We spreken vier talen, dat is toch cool?’

14

Hartelijke groet,

Partner in onderwijs ThiemeMeulenhoff van het Rijksmuseum: Smallepad 30 3811 MG Amersfoort 033 - 448 3800 www.thiememeulenhoff.nl

Hoofdsponsoren

Helden van toen

Jennifer Tosch laat zien dat in heel Nederland in straten, huizen en op pleinen de herinneringen aan ons slavernijverleden te zien zijn.

Kinderboekenschrijver Robin Raven schreef speciaal voor jou drie verhalen over drie verzetshelden tegen slavernij en racisme.

24

Slavernij en nu?

Voor de leraar! Hoe bespreek je slavernij en racisme met je leerlingen? Hoe kun je concreet aan de slag met de onderwerpen in dit magazine? Bekijk de opdrachten via onderstaande QR-code.

5 x wat je echt moet weten Spreek je uit over racisme en slavernij ‘Je bent mooi, je bent sterk, je bent slim, draag Miguel Heilbron en Tarim Flach leggen uit wat slavernij van toen te maken heeft met jouw leven nu.

2

16

Slavernij in Nederland

Founder

Hoofddirecteur Rijksmuseum

10

Ook in het Oosten

Foto: Yelaine Rodriguez

Fotografie:

Het antwoord op die vraag is te vinden in ons slavernijverleden. Van de zeventiende tot de negentiende eeuw overheerste Nederland gebieden rond de Atlantische en Indische Oceaan. We lieten daar tropische producten verbouwen, zoals koffie, suiker en cacao. Om de winst op die producten zo groot mogelijk te maken, kregen de arbeiders niet betaald. Mannen, vrouwen én kinderen werden tot slaaf gemaakt.

8

Foto: Leon Coetzier

‘Slavernij en nu?’ is een co-productie van het Rijksmuseum en ThiemeMeulenhoff. Het magazine is bedoeld voor leerlingen in de bovenbouw van het primair onderwijs en de brugklas van het voortgezet onderwijs.

Inhoudsopgave

je krullen als een kroon, de wereld is jouw troon.’ Rachel Rumai Diaz maakte een spoken word en nodigt jou uit je eigen zelfportret te schrijven.

Slavernij en nu?

3


Liefde op plantage Liefdenshoek

Tekst: Aspha Bijnaar

Liefde op plantage Liefdenshoek

LIEFDE OP PL AN TA GE LIE FD EN SH OE K

Suriname, 5 maart 1807

De elfjarige Tirara woont op een plantage in Suriname. Elke

Ik heet Tirara, ik ben elf jaar oud en ik woon op plantage Liefdenshoek in Suriname. Het is woensdagochtend, vijf uur. Mijn moeder is al wakker. Haar naam is Esperanza, wat hoop betekent. Zij zal straks diep de velden ingaan om te werken op het land. Naar sommige velden moet ze wel vier kilometer lopen. Daar zal mama Esperanza de hele dag koffieen cacaoplanten bewerken voor de oogst. Ik lig op mijn matje en kijk naar haar. Met haar hand ondersteunt ze haar onderrug, moeizaam beweegt ze zich voort door ons kleine hutje. Ze loopt om mijn broertje heen, dat nog diep in slaap is. Mijn oog blijft rusten op haar dikke buik. Mijn moeder is zwanger. Ik hoop dat ze een meisje krijgt, dan heb ik een zusje om mee te spelen.

Mijn moeder bindt een doek om haar hoofd als bescherming tegen de brandende zon op het veld. Ze raapt haar buideltje gereedschap bijeen en gaat dan voor het hutje zitten. Ze drinkt wat uit haar kalebas en staart voor zich uit. Ik sta op, loop zachtjes naar haar toe en leg mijn handen op haar buik. Ik vlij mijn hoofd tegen haar schouder. We kijken elkaar even diep in de ogen. Wat zal ik je missen, mama. Ik zie je pas vanavond om zes uur weer, wanneer je moe en afgepeigerd naar huis bent gestrompeld. Veel tijd om haar te omarmen is er niet. De XXXXXXXX krioromama krioromama , de oppasmoeder van onze plantage, komt eraan om mij en mijn broertje mee te nemen. Ze heet Yana. Yana en mijn moeder begroeten elkaar hartelijk. Mijn moeder overhandigt haar snel een buideltje. Daarin zit al ons eten voor de hele dag: zoete aardappelen met een paar sliertjes gezouten vis. Terwijl wij met Yana meegaan om de andere kinderen op de plantage op te halen, loopt mijn moeder samen met de andere tot slaaf gemaakten naar de werkvelden.

ochtend vertrekt haar moeder naar de velden om in de brandende zon te werken. Tirara mag niet naar school. Ze moet de hele dag steentjes uit de grond halen, of koffiebonen sorteren. Ze is bang voor de plantagemeester met zijn zweep, droomt van die lieve Towo en denkt aan haar vader.

4

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

5


Liefde op plantage Liefdenshoek

Is iedereen er? Jantjie en Saar van vier jaar, Amba en Prins van zes jaar, Djeman en Kwaku zijn al zeven, Joni en Dop negen, Montji is tien. En Jansje en Kora, die net als ik elf jaar zijn. Yana telt haar schapen. We zijn met z’n twaalven. We lopen achter Yana aan naar haar hutje. Terwijl de witte, vrije en rijke kinderen in Suriname naar school gaan, moeten wij thuisblijven op de plantage. Niet om te spelen en te stoeien, zoals op school of in het park. Nee, Yana zet ons meteen aan het werk. Dat moet ze van de plantagemeester. Hij schreeuwt ons elke dag toe. Dat we op de plantage zijn om te werken, hard te werken. Dat we hier niet zijn voor ons plezier. Ook de kleinsten moeten aan de slag. Hoe jonger we beginnen, hoe beter we het werk later aankunnen. Als we groot zijn moeten we net zo hard werken als onze ouders nu doen. Dus halen we steentjes uit de grond, trekken we onkruid uit de aarde, sorteren we koffiebonen, verwijderen we insecten van de plantjes, sjouwen we takken en stokken.

Liefde op plantage Liefdenshoek

Op de plantage ben je groot als je twaalf jaar bent. De plantagemeester behandelt ons dan als volwassenen en laat ons steeds zwaarder werk doen. Net als onze ouders krijgen ook wij daar niet voor betaald. Vrijheid hebben we niet, we mogen praktisch niets: niet gaan en staan waar we willen, niet spelen wanneer we willen, niet eten wanneer we willen, niet naar de grote stad Paramaribo wanneer we willen. We mogen ook niet verliefd zijn op wie we willen. Wie iets doet wat in de ogen van de meesters niet mag, wordt geslagen of gemarteld, soms met de dood tot gevolg. Zelfs kinderen worden mishandeld. Volgens de regels mag ik als ik veertien ben tien tot vijftien zweepslagen ontvangen. Maar de slavenmeesters houden zich daar zelden aan. Towo, de zoon van mijn tante, is pas vijftien maar krijgt meer dan twintig twintig zweepslagen op zijn blote rug. XXXXX Arme Towo, hij heeft al vaker slaag gekregen. Towo is niet hier op de plantage geboren. Hij is ongeveer een jaar geleden met de boot vanuit West-Afrika hierheen gebracht. Zonder vader, zonder moeder. Hij heeft wekenlang gehuild. Mijn tante heeft zich over hem ontfermd, maar je kunt zien dat Towo nog niet begrijpt hoe het kan dat hij hier op een plantage in Suriname zit. Zonder ouders, zonder familie, zonder vrijheid en zonder de mogelijkheid ooit terug te keren. Daarom houdt hij zich niet aan de regels en krijgt hij vaak slaag. Hij heeft zoveel zweepstriemen op zijn rug en bovenarmen dat we zijn brandmerk bijna niet meer kunnen zien. Als gekochte tot slaaf gemaakte krijg je een gloeiend heet brandijzer met de initialen van de slavenmeester op je schouder of bovenarm gedrukt. Zo weet iedereen van wie je bent. Want je bent niet van jezelf. Ik hou van Towo, hou heel veel van Towo, ben volgens mij verliefd op Towo, stiekem dan. Wanneer mijn tante zijn opengereten rug insmeert met zalf en kruiden, wil ik mijn hoofd in zijn schoot leggen. Het doet me veel verdriet hem zo te zien.

Verliefd is ook mijn vader op mijn moeder. Hij heet Simeon. Nadat papa Simeon van zes uur ‘s ochtends tot zes uur ‘s avonds heeft gewerkt, verlaat hij stiekem zijn plantage. Hij loopt dan vier uur lang naar onze plantage door zompige XXXXX zompige moerassen, met water tot aan zijn knieën. Hij trotseert het allemaal om de nacht bij mijn moeder en bij ons te kunnen doorbrengen. Hij vertrekt alweer vroeg, zodat hij voor zes uur in de ochtend terug is op zijn eigen plantage. Van de ene op de andere dag komt mijn vader niet meer. Mijn moeder zit elke avond voor ons hutje, turend in de verte. Er gaat een week voorbij, en nog een week voorbij. Pas zestien dagen later hoort ze van de ramp op de plantage van papa Simeon. Op een ochtend stond de meester hem op te wachten toen hij terugkeerde, hij werd op heterdaad betrapt. De meester veroordeelde hem tot een straf, zo gruwelijk dat papa Simeon eraan overleed. De momenten met mijn vader waren kort, ik heb hem niet zo goed gekend. Maar ik voel hoe groot zijn liefde was voor ons, en voor mijn moeder. Hij bracht het grootste liefdesoffer.

Plantage Liefdenshoek Plantage Liefdenshoek bestaat echt en is eigendom van Aspha Bijnaar en haar familie. De overgrootvader van Aspha spaarde na de afschaffing van de slavernij tien jaar lang geld om plantage Liefdenshoek voor zichzelf, zijn vrouw en hun kinderen te kopen. Na hun overlijden is plantage Liefdenshoek als erfenis in de familie gebleven.

6

Slavernij en nu?

Slavernij en nu?

7


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Rijksmagazine Slavernij 1 t/m 6 by ThiemeMeulenhoff - Issuu