
ZONDER MEER


FEESTWEEKEND 30 & 31 MEI
DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN DE KIEM VZW
JG. 33 NR. 1 - JANUARI, FEBRUARI, MAART 2026
![]()

ZONDER MEER


FEESTWEEKEND 30 & 31 MEI
DRIEMAANDELIJKS TIJDSCHRIFT VAN DE KIEM VZW
JG. 33 NR. 1 - JANUARI, FEBRUARI, MAART 2026
2026 wordt een heel bijzonder jaar voor De Kiem. De Kiem bestaat 50 jaar en dat gaan we vieren, met een groot feestweekend op 30 en 31 mei en een studiedag op 2 oktober.
Het wordt ook voor mezelf een bijzonder jaar. Het is het laatste jaar dat ik aan het roer sta van deze mooie, boeiende en ondernemende organisatie. Via Erik Broekaert leerde ik De Kiem kennen als student. Ik deed er eerst stage (1983-‘84) en begon er te werken vanaf 1987.
50 jaar werking dwingt ons om de toekomst goed voor te bereiden en terug te kijken naar hoe alles begon en evolueerde tot wat De Kiem op vandaag is.
De “transitie” zoals wij het intern noemen is op volle dreef. Er is een nieuwe organisatiestructuur uitgewerkt. Iedereen die hierin een verantwoordelijke functie zal opnemen is bekend en de overdrachten en verschuivingen in functies en rollen zijn allemaal omschreven en netjes ingepland.
Het loopt vlot. Het team is gedreven en ambitieus om de werking van De Kiem met dezelfde goesting en deskundigheid verder aan te sturen.
De geschiedenis van De Kiem is bijzonder. In deze editie van het tijdschrift blikken we terug op het ontstaan en de eerste pioniersjaren van De Kiem. De jaren zeventig kenmerken zich door de opkomst van druggebruik en de eerste ‘illegale’ druggebruikers melden zich aan. In België bestaat er hiervoor op dat moment geen specifieke opvang of begeleiding. In Amerika wel. Professor Erik Broekaert gaat op onderzoek uit en bestudeert uitvoerig het model
van de therapeutische gemeenschap voor mensen met een afhankelijkheid aan drugs. Hij start daarna ook met De kiem in 1976.
We worden ouder als organisatie, maar ook onze medewerkers worden ouder en dus moeten we meer en meer afscheid nemen van medewerkers die op pensioen mogen gaan. We nemen afscheid van Wim en Diane. Twee bijzondere mensen die twee niet evidente functies hebben ingevuld binnen het team. Zoals Wim het mooi heeft verwoord: “iedereen in ons team kan evenveel betekenen”. In elke functie kan iemand inspirerend zijn voor onze cliënten en bewoners. Motivatie, verandering wordt vaak uitgelokt door niet geplande, spontane gesprekken en voorbeelden.
De Kiem is in die 50 jaar sterk geëvolueerd. Werken met de methodiek van de motiverende gespreksvoering is voor alle medewerkers basiskennis. In november vorig jaar ging er op de Hogeschool Gent hierover een congres door met de grondlegger van deze methodiek: Stephen Rollnick. Uiteraard waren medewerkers van De Kiem hier aanwezig.
De problematiek van de cliënten die zich aanmelden in De Kiem is vaak complexer dan ‘enkel’ een verslaving. We proberen het aanbod binnen De Kiem, zowel ambulant als residentieel daarop af te stemmen. We merken bijvoorbeeld dat veel cliënten die zich aanmelden ook een autismespectrumstoornis hebben. Tijd dus om ons daarin te verdiepen met een interne studiedag.
De Kiem is ondertussen weer een beetje gegroeid. Op vraag van de gemeente
Haaltert zijn we er gestart met een antennewerking van ons ambulant centrum van Ninove. We bieden er vanaf nu zowel ambulante begeleidingen als vroeginterventie aan.
Traditiegetrouw laten we ook een bewoner/cliënt en een familielid aan het woord.
Voor Kenneth was De Kiem duidelijk een keerpunt in zijn leven, maar het was een politierechter die hem de nodige druk gaf om iets aan zijn situatie te doen.
Riete is blij dat ook hij, als broer van een bewoner, terecht kan met zijn verhaal en betrokken wordt bij de behandeling. Langzaam is er weer plaats voor wat ooit een mooie broederband was.
Ik hoop jullie allen te mogen begroeten in het weekend van 30 en 31 mei of op de studiedag van 2 oktober!

Dirk Vandevelde Directeur
50 jaar De Kiem, dat vraagt om een terugblik. We doen het gespreid over de vier tijdschriften dit jaar, in woord en beeld, in data, mensen en verhalen die onze geschiedenis hebben gekleurd. Deel één start in 1976, toen alles begon, en stopt in 1990, toen het einde dichtbij leek.
De eerste vijf jaar
De eerste 5 jaar van De Kiem zijn duidelijk de pioniersjaren. De periode van de eerste bewoners, de eerste stafleden die zelf, voornamelijk in Nederland, op "bewoners-stage" trekken, het zoeken van een eigen huis, het oprichten van een vriendenkring om in een halfweghuis te kunnen voorzien en vooral het vinden van subsidies om het project te kunnen financieren.

Broekaert 1975
Eric Broekaert, assistent aan de vakgroep orthopedagogiek te Gent en werkzaam in De Pelgrim, trekt op aansturen van Prof. Wens naar de U.S.A.
om er Synanon, Daytop en Phoenix House te bezoeken. In november brengt hij hierover verslag uit op een studiedag in Gent, waar ook een staflid van de Emiliehoeve de TG-werking toelicht. Die avond bespreken beiden met de directeur van De Pelgrim de mogelijkheid tot het oprichten van een therapeutische gemeenschap in België. Eric start vervolgens een lessenreeks voor de medewerkers van De Pelgrim en werkt gaandeweg een tekst uit over ‘De drugvrije therapeutische gemeenschap naar Synanon-model’.

1976
Na een aantal info-sessies over de werking van een TG, kiezen verschillende jonge drugverslaafden in De Pelgrim er voor om naar dit nieuwe behandelingsmodel over te stappen. De drugvrije therapeutische gemeenschap gaat van start en wordt "De Kiem" genoemd. De eerste bewoners schrijven een filosofie uit; een tekst die vandaag nog steeds wordt gebruikt.
"Het is ons doel een totaal nieuwe levenswijze op te bouwen. Enkel door verbondenheid en gezamenlijke inzet kunnen wij veranderen.
Dagelijkse arbeid, sportieve ontmoetingen en confrontaties met onszelf en de anderen vormen de fundamenten van deze nieuwe levenswijze.
Eerlijkheid, liefde, hoop en zelfrespect zijn de bouwstenen van ons herboren worden. Wij weten dat wij willen en kunnen veranderen"
Enkele bestuursleden brengen een bezoek aan de Emiliehoeve in Den Haag en Rudy Bracke, personeelslid van De Pelgrim, loopt er twee maanden stage. Na zijn terugkeer wordt het stilaan mogelijk om de principes van de therapeutische gemeenschap consequenter door te voeren.
“In de pioniersjaren leefde er een beginenthousiasme waarin we onszelf de vrijheid gaven om datgene waarin we geloofden ook te realiseren, in alle oprechtheid en eerlijkheid. Naar de buitenwereld toe hadden we het gevoel dat we iets nieuws brachten, een alternatief op de bestaande hulpverlening naar verslaafden toe… en dat sterkte ons geweldig in onze motivatie. Ik ben niet alleen begonnen als iemand die zelf met de groep werkte; ik was er aanvankelijk ook een deel van: eerst als afdelingshoofd, dan als PK, dan als coördinator en pas daarna als staflid…. ” — pionier Rudy Bracke

1977
De Kiem huurt een huis in Moortsele, een eigen plek voor de eerste bewoners en stafleden, weg van de kliniek. De eerste maanden slapen ze nog in De Pelgrim en fietsen ze dagelijks naar hun ‘Eigen huis’.
“We reden met slechte tweedehands fietsen” vertelt Ruud, bewoner van het eerste uur. “Bergaf was geen probleem, maar ’s avonds de berg weer op, dat was een echte kuitenbijter. Je kon niet anders dan een betere conditie krijgen”.
Er wordt een vriendenkring in het leven geroepen die het mogelijk maakt om de ‘Marsupilami’ in Ledeberg op te starten: een tussenhuis als nazorg voor de eerste bewoners die hun TGprogramma voleindigen.

De bewoners van de TG komen naar buiten met “Jack Flash”, een toneelstuk gebaseerd op fragmenten van hun eigen levensverhalen.

Jack Flash was een onbekend en onbemind figuur. Om te overleven moest hij trekken, duwen en een grote bek opzetten. Jack Flash kon niet aarden, het leven was lijden tot hij op een druilerige regendag De Kiem binnenstapte ...
Bij gebrek aan een specifieke erkenningsvorm voor een therapeutische gemeenschap voor verslaafden in die tijd, bekomt De Kiem een subsidiëring als "gezinsvervangend tehuis voor mentaal gehandicapte mannen en vrouwen".
De nodige verbouwingswerken om aan de vereiste normen te voldoen worden gepland.
Eric Broekaert behaalt zijn doctoraat met als proefschrift “De drugvrije therapeutische gemeenschap; orthopedagogische benadering van een nieuwe vorm van hulpverlening aan jonge toxicomanen”.
De Kiem wordt administratief-organisatorisch gescheiden van kliniek De Pelgrim en krijgt met A. Van Mechelen een eigen directie
Het tussenhuis verhuist naar Gent en noemt vanaf dan "De Halm".
De volgende 10 jaar
De daarop volgende 10 jaar zijn duidelijk een verankeringsperiode waarin De Kiem enerzijds administratief/organisatorisch en anderzijds inhoudelijk verder op punt wordt gezet. Niet zozeer de inhoud van het programma verandert, maar eerder de wijze waarop het wordt toegepast.
De Vlaamse mentaliteit verdraagt moeilijker de extreem gedragsmatige symptoomcorrecties bij bewoners. De verbaal agressieve confrontaties in "haircuts" en "encounters" strijden met de redelijkheid van de Vlaamse cultuur.
Niet zonder moeite vindt De Kiem hierin een evenwicht: de pedagogische benadering, de structurerende omgeving, het leggen van verantwoordelijkheden bij bewoners en het integreren van verschillende psychotherapeutische benaderingswijzen leiden tot een aangepaste Vlaamse therapeutische gemeenschap.
“Dat De Kiem werkt met een model waarvan de roots terug te vinden zijn in de USA weet elke kenner. Maar dat het model grotendeels een puur Vlaams accent kreeg uit onze eigen ervaring en aard gegroeid, is minder bekend. Vlaams betekent voor De Kiem: minder
zwart-wit, meer individuele nuanceringen, meer open en gastvrij. De uiteindelijk doelstelling blijft steeds voor ogen… de terugkeer naar een eigen zelfstandig leven in de samenleving. Dat is en blijft de belangrijkste drijfveer.”
— pionier Rudy Bracke, 1990
De Kiem bestaat vijf jaar en organiseert een eerste studiedag met als thema "De verslaafde en zijn zorg". Gastsprekers zijn naast Eric Broekaert onder meer Martin Kooyman van de Emiliehoeve, Dr. Delmeire en Dr. Jannes en ook Ruud Bruggeman, een van de eerste Kiem-bewoners, op dat moment werkzaam in TG Choissis.
In Moorstele wordt een aanpalend boerderijtje gehuurd om een introductie-afdeling op te starten. In 1982 wordt de keuken verruimd en de sanitaire installaties worden aangepast en uitgebreid.



1984
Het tussenhuis verhuist voor de derde keer en komt vanaf nu onder eigen beheer. De tussenhuisbewoners nemen hun intrek in ‘Huize Serrure’ op het dorp te Moortsele.
Om enerzijds de functionaliteit en de aantrekkelijkheid van het programma binnenin te verhogen en anderzijds de contacten met verwijzers en potentiële cliënten te verbeteren en uit te breiden wordt er gestart met een intern en een extern team. Door het creëren van een ‘onthaalfase’ wordt bovendien de drempel bij opname verlaagd en er komt meer en vroeger aandacht voor de familie van de bewoners.
Het tienjarig bestaan wordt gevierd met een groots tuinfeest en een tweede toneelstuk "Het gras is altijd groener aan de overkant" in een regie van Paul Codde.

“Het is wreed te moeten ontwaken in een boze droom, in een lichaam dat zo lang niet het mijne is geweest, meestal is het te laat, een afschuwelijke misstap buiten alle proporties… Nu ik bevrijd ben van al mijn angsten, m’n mea culpa’s en het leven weer zin heeft, dan is het fijn te mogen aanzitten aan de tafel der genodigden, ze recht in de ogen te kunnen kijken… en dat maakt me warm van binnen, te kunnen geloven in mezelf”
— monoloog bewoner Fernand, 1986
“Vroeger wilde ik hip zijn, dan punk; heel eventjes chique; zelfs een tijdje extravagant… en nu… nu wil ik gewoon mezelf zijn… weg met al die etiketjes.”
— bewoonster Greet, 1986

“Het grootste probleem met onze maatschappij is een gebrek aan communicatie en openheid.
Ons daar te veel op afstellen zou betekenen dat we onze eigen visie verloochen, namelijk dat iedereen emotionele noden heeft en druggebruik doorgaans teruggaat naar het niet wegkunnen met emoties. De psychiatrie ging dat probleem, wel met het nodige respect, maar ook met een zekere afstandelijkheid benaderen. Als we de fout zouden maken dat we bewoners enkel rationeel en niet met hun gevoelens zouden aanpakken, zouden we geen alternatief zijn.
Het gaat hem dus niet enkel om hun gedrag en hun gedachten, maar zeker ook om hun gevoelens… ” — behandelingsverantwoordelijke Rudy Bracke, 1988
“Ik ben er soms wel bang voor welke gevoelens er zullen komen maar ik ben blij dat ik dat hier terug kan leren. Het klink zo gewoon om gevoelens te uiten of gewaar te worden en dat is waarschijnlijk wel gewoon, maar ik moest eerst mijn gevoelens terugvinden om de kleine dingen in het leven te ervaren…” — bewoner Chantal, 1989


“Ik ben tevreden over mezelf, om hetgeen dat ik gevonden heb: mezelf en de natuur, waarvan ik veronderstelde dat hij me kracht en energie zou geven. Mijn programma zit er bijna zo goed als op. Ik zal niet alleen van de mensen maar ook van de tuin van De Kiem moeten afscheid nemen; beiden vallen me zwaar…. De tuin gaf me al z’n geheimen en dat heb ik zelf ook moeten doen; ik heb zo’n beetje z’n voorbeeld gevolgd: geven en nemen, mezelf bloot durven geven en durven laten kennen. Ik voel me nu een gelukkig mens met een tevreden gevoel, omdat ik geslaagd ben.”
— bewoner Jan, 1989
Vanaf 1987 verschijnt er een driemaandelijks tijdschrift “De Graskant”, in 1988 omgedoopt naar “De Kiemkrant”. Rudy Bracke schrijft er over een therapeutische gemeenschap op mensenmaat.
“De mens die de TG binnenkomt is altijd het belangrijkste en we moeten zijn specifieke noden in de samenleving ook in onze minisamenleving (de TG) kunnen onderkennen. We moeten iemand kunnen aanspreken in zijn waardigheid als mens, hem ‘op zijn maat’ benaderen…. Oorspronkelijk moest je laten blijken bereid te zijn om een programma te ondergaan en je lot volledig in handen van anderen te leggen… Nu wordt er met de persoon die binnenkomt een contract opgesteld als onder twee gelijkwaardige partners… Met een TG op mensenmaat bedoel ik dat de mens als individu meer gezien wordt en dat we daar meer op inspelen”. — behandelingsverantwoordelijke Rudy Bracke, 1989
“Als een bewoner wordt opgenomen, krijgt hij naast een bewonerspeter ook een individuele stafbegeleider aangewezen. Je wordt als het ware de vertrouwensman, diegene die de problematiek van de bewoner

en zijn noden en behoeften goed kent. Je stelt samen met de bewoner een contract op waarin diens persoonlijke noden en werkpunten duidelijk worden verwoord. Je bent de ondersteuner, zeg maar de sleepboot, die zijn pupil loodst doorheen het labyrint van zijn programma.
Je beleeft intense en gelukkige momenten als je je pupil ziet openbloeien, maar ook pijn tot moedeloosheid wanneer hij struikelt of afhaakt…”
— Hans Vandevijver, 1990
1990
Er breekt een moeilijke periode aan. Reeds jaren is er een zekere afstand gegroeid tussen directie en leefgroep. Het verschil in visie wordt steeds duidelijker en beslissingen vanuit de directie die indruisen tegen de werkingsprincipes van het model therapeutische gemeenschap stuiten op onbegrip en verzet. De ziel van de TG komt steeds meer in het gedrang.
Bovendien zorgt een nakende overgang naar het RIZIV voor onduidelijkheid en zenuwachtigheid. Binnen het RIZIV is slechts ruimte voor één algemeen directeur, verantwoordelijk voor zowel het inhoudelijke als het vormelijke beleid. De tot dan bestaande
taakverdeling tussen de directeur en de programmaverantoordelijke komt in het gedrang en leidt tot een ongeziene opeenvolging van acties en reacties.
Na een aantal onrechtmatige ontslagen gaan de TG-medewerkers in staking en als de raad van bestuur acties onderneemt om de bewoners weg te halen bezetten ze De Kiem. Het voortbestaan van De Kiem hangt aan een zijden draadje. Een ‘kerstakkoord’ beëindigt uiteindelijk het sociaal conflict. Hierin wordt een (dan nog onzekere) basis gelegd voor een nieuwe toekomst voor De Kiem…
Dirk Calle, beleidsmedewerker


Wim, ik zou je kunnen vragen wat je met al die vrijgekomen tijd zult doen na je pensioen. Maar bij jou is dat niet echt van toepassing. Daarom een andere openingsvraag: wat is je lievelingsgetal?
Ik heb geen voeling met getallen. Of, misschien toch: nine eleven. Dat is een getal dat binnen de conspiracies vaak aan bod komt. Als je erop begint te letten, kom je dat getal heel vaak tegen. Je zou dan kunnen zeggen: ja, dat is toeval. Maar dat is het niet.
Conspiracy theories zijn jouw ding, dat weten we. Zijn er nog zaken die we moeten weten om te kunnen vatten wie jij bent of waar je voor staat?
Wel, als mensen bijvoorbeeld tegen mij zeggen: “Jij moet dit of dat doen, anders…” of “Gij gaat een vaccin ne-

Wim werkte zijn volle loopbaan als nachtwacht in De Kiem. Aanvullend was hij de creatieve stimulans voor veel bewoners. Hij daagde ze uit om te zingen, muziek te spelen, te schilderen, toneel te spelen enz. Bovendien was hij jarenlang de eigenzinnige voorzitter van het feestcomité van De Kiem. We nemen afscheid van een bijzondere man.
men of ge zijt uw werk kwijt.” Dat is voor mij dan al een reden om iets niet te doen, of in dit geval: geen vaccin te nemen.
Omdat het ‘van moeten’ is…
Ja. Als mensen iets vragen, dan kunnen ze heel veel krijgen van mij. Maar als ze mij het mes op de keel zetten, dan kunnen ze het vergeten. In de Middeleeuwen zetten ze de mensen op de brandstapel als ze niet geloofden in God, omdat iemand weigerde te geloven wat hij moest geloven. Dat is een brug te ver voor mij. Ja, de Coronaperiode, dat was hét minpunt van mijn carrière.
Hoe is die carrière ooit begonnen?
In 1985, ik kwam van Sint-Lucas. Daar hoorde ik voortdurend: “Jij bent dé kunstenaar!” Eigenlijk wordt je gewoon gebrainwashed en ik was daar volledig in mee. Natuurlijk zou ik het maken in de muziek en de schilderkunst, dat kon niet missen.
Via een vriend die er burgerdienst deed kon ik gaan werken in De Kiem. Ik dacht, goh, een jaartje en ik ben daar terug weg want tegen dan zal mijn kunstenaarscarrière de lucht in schieten (lacht). Maar dat jaartje werd twee jaar, drie jaar… ’t Was ook een luxeleven, hé. Overdag was ik gewoon thuis en ik deed elke dag wat ik wou: schilderen en muziek maken. Dat was een godsgeschenk voor mij.
Was je zonder De Kiem wel volledig voor het kunstenaarschap gegaan?
Nee, ik heb niet het profiel van een kunstenaar. Die moet namelijk onderzoeken wat het publiek wil en iedereen bespelen. Ik pas mij niet aan, ik maak gewoon wat ik wil maken. Dus ik zou me waarschijnlijk moeten herschoold
hebben. Ik ben nogal handig, dus dat zou dan een soort ambacht geworden zijn. Schrijnwerker of garagist, of zo. Eigenlijk wou ik oorspronkelijk glaskunst volgen in het Sint-Lucas, maar alle plaatsen waren bezet. Mijn vader was apotheker en thuis hadden we stukken glasraam naast de voordeur. Dat leek mij wel iets. Niet dat je daar zoveel geld mee kunt verdienen, natuurlijk. En wie steekt er de dag van vandaag nog een glasraam?
Weinigen. Dus eigenlijk heb je nooit een andere job overwogen.
Nee, ondanks het feit dat mensen die in De Kiem werken totaal anders zijn dan mij. Als kunstenaar wil je net alle barrières weg. Elke barrière is een barrière teveel en hier is er net een overvloed aan regeltjes en grenzen.
Hoe ging het eraan toe in het begin?
Ja, dat was eigenlijk onverantwoord, hé. Wij waren toen ook crisisopvang. Dus er belde soms ‘s nachts iemand aan de deur, totaal weg van de wereld: “Hallo? Crisisopvang?” Dus, ik: “Ja, oké. Kom maar binnen.” Hup, in een aparte kamer, een bed, en voilà dat was een opname. En ik moest dan bij die persoon slapen de eerste nacht. Maar dat heeft niet lang geduurd. Een maand of vijf, zes. Dan ben ik verhuisd naar de bewonersgroep. Ik lag bij de deur waardoor ik ’s nachts af en toe een meter uit mijn bed schoot wanneer die deur dichtsloeg (lacht).
Is er een verhaal of een persoon die je altijd zal bijblijven?
De memorabele verhalen zal ik houden voor op mijn pensioenfeestje (grijnst). Maar een heel belangrijke persoon was zeker Rudy. Dat was de architect hier. Ik had meteen een heel goed gevoel bij hem. Ik voelde mij meteen thuis.

Hij was ook veel met toneel bezig en ik met muziek, via hem voelde ik mij altijd gesteund in creativiteit met de bewoners. Rudy heeft ook veel mee helpen uitvinden, er werd vroeger namelijk heel veel geïmproviseerd. Als we iemand een maatregel moesten geven, dan zei iemand bijvoorbeeld: “Die bewoner is een wolf in schapekleren.” Om hem uit te dagen zijn gedrag te veranderen, gaven wij die bewoner een schapenvel waar hij mee moest rondlopen. Als je dat nu doet, dan kom je op het VTM nieuws, maar toen kon dat nog allemaal. Het was allemaal niet zo woke. Op dat vlak zijn de tijden saaier geworden.
Zijn er dingen die je zal missen als je op pensioen bent?
Uiteraard: het sociaal contact. Zowel met de collega’s als met de bewoners. Ik voel mij goed bij de bewoners en beweeg mij vlot tussen hen. Door het contact met hen weet je wat er gebeurt op de wereld. Als nachtwacht heb je ook een andere rol dan wie overdag met hen werkt. Sommigen gaan gemakkelijker bij de nacht om iets te vertellen. Misschien omdat ze mij ook niet echt als volwaardig staflid zien. Als nachtwacht zit je eigenlijk tussen twee stoelen: je bent geen staf en je bent ook geen bewoner. Er lag hier zelfs ooit een lijst voor aanwezigheden van de staf, en ze waren de nachtwacht vergeten! (lacht)
Wat was het beste advies dat je hier ooit kreeg en wat zou je dan aan mij als nieuwe nachtwacht willen meegeven?
Ik heb hier nooit advies gekregen! (lacht) Nee, ik zou zeggen: blijf gewoon uzelf. En ik denk dat de bewoners het appreciëren als je al eens een mopke kunt maken en eens wat absurd doet. Zo heb ik dat zelf toch altijd ervaren. Mijn enthousiasme creëerde een goed gevoel bij hen. Het moet niet altijd serieus zijn in De Kiem, hé. Ik denk dat de nachtwacht een ideale positie heeft om, bijvoorbeeld met creativiteit, een lossere sfeer te creëren. Je moet ook eens de batterijen kunnen opladen, ze staan overdag al genoeg onder de stress om een ander persoon te kunnen worden. Zoveel lijstjes dat die soms hebben, het moet soms wurgend zijn.
Het gaat toch niet over een ander persoon worden, maar het anders gaan aanpakken?
Ja, ik weet het. Ik moet soms ook opletten. Tijdens vergaderingen neemt de fantasie het soms over en dan zitten de mensen te babbelen over vanalles maar ben ik in gedachten vertrokken. Dan plots “Wim?” en ik dan “Euh, jaja…” Mijn moeder zei vroeger ook altijd “Wim, ge zegt altijd jaja, maar ge luistert niet!” (lacht). Verjaardagen en zo onthoud ik ook niet. Sommige dingen blijven gewoon niet aan mij plakken.
Een aandachtspuntje, dus. Nu, je vertelde al hoe je bij de bewoners overkomt, maar wat denk je dat de collega’s later over jou zullen zeggen?
Dat ik soms eens het kieken kan uithangen, hé. (lacht) Goh, het maakt mij eigenlijk niet uit wat ze denken van mij. Het belangrijkste is wat ik van mezelf denk. Maar ik denk wel dat ik een goeie indruk nagelaten heb. De nachtwacht of de kuisvrouw kan evenveel betekenen in De Kiem als bijvoorbeeld de directeur. Ik, als simpele nachtwacht, heb ook mijn steentje bijgedragen aan wat De Kiem nu is. Als je kijkt naar alle toneelvoorstellingen en graduatiefeesten, ik heb zo prachtige momenten beleefd met de bewoners. Ik hoorde onlangs dat een
ex Kiembewoonster zei dat één van de belangrijkste momenten in haar programma was dat ze heeft opgetreden met het graduatiefeest. Dit had haar zelfvertrouwen een boost gegeven. Zo zie je hoe één optreden heel veel kan teweegbrengen. Het is allemaal deel van het groter geheel. Dus, hoe wil ik dat ze mij onthouden? Als een creatief element. Creativiteit is mijn motor.
Komt voor elkaar. En om te eindigen nog deze vraag: Als je jouw toekomstige pensioenleven een titel zou moeten geven, welke zou dat zijn?
Ik hoop vooral dat ik mijn vitaliteit kan bewaren en geen oud manneke word. Vitaliteit blijft belangrijk, die drive om dingen te doen. Dat heb ik al heel mijn leven en ik hoop dat dit blijft.
Dus: ‘Vitaliteit is alles’ als titel?
Nee; ‘Creativiteit boven alles!’ Weetje, ik zie het zo: 20 jaar is jeugd, 40 jaar is volwassen, 60 jaar is midlife en vanaf 60 jaar is het de aftakeling naar de dood.
Wat een mooie titel voor jouw pensioen: ‘Ik ben langzaam op weg naar de dood.’ Nogal negatief, vind je niet?
Ja, maar dat is het wel, hé. Pensioen is uitgevonden voor mensen die te oud zijn geworden om hun job nog te kunnen doen. Weet je; ik heb nog kilo’s schilderijen staan en veel van de muziek die ik ooit heb gemaakt, is waarschijnlijk intussen verdwenen in het universum. Dan denk ik soms: waarom doe ik dat eigenlijk? Wel, ik doe dat niet voor het resultaat, ik doe dat omdat ik er een goed gevoel bij krijg. Dat is een beetje de conclusie van creatief zijn.
Het idee ‘It’s the journey, not the destination’?
Zoiets. Het is zoals bij een puzzel maken, je bent er een tijd mee bezig en op het einde breek je de puzzel terug af en dat was het dan. Dus mijn pensioen zal nog een beetje van hetzelfde zijn, zeker?
Oké, ik wens je nog veel puzzelgenot!
Interviewer: Martijn Waignein
Na zeven jaar verlaat Diane Blondeel onze organisatie om met pensioen te gaan. Als veelzijdig technisch talent is ze verantwoordelijk voor verschillende gebouwen op verschillende locaties, maar ook voor het verspreiden van heel wat weetjes tijdens de middagpauze in Gavere. In dit interview wordt er uiteraard over het werk gesproken, maar vooral ook over het leven buiten De Kiem. Welkom in de wondere wereld van Diane!
Dag Diane! Een voorspelbare vraag, maar wat ga je met alle vrije tijd doen tijdens je pensioen?
Je weet dat ik molenaar ben? Wel, ik wil graag verder meewerken aan het project van bio korte keten en het in stand houden van ons cultureel erfgoed van water- en windmolens. Het terug inzaaien van oude niet genetisch gemanipuleerde graansoorten. Het project impliceert onder meer dat de landbouwer, de molenaar, de bakker, en de chef kok hun naam terug verbinden aan hun product om zo een eerlijk en smakelijk product op tafel te toveren.
Je wil dus helpen om de graanproductie terug te geven aan de Belgische landbouwers?
Het probleem is dat je als graanteler in België enorm onderhevig bent aan de weersomstandigheden. Bij de oogst wordt onder andere het eiwitgehalte van het graan gemeten, en komt het niet overeen met de vereisten van de fabriek, dan is dat gewoon voedertarwe. Dat wil zeggen dat de boeren daarvoor nóg minder geld krijgen. Daarom wordt het nu meer dan 15 keer besproeid om toch maar aan de verwachtingen te voldoen. Eiwitketens worden genetisch gemodificeerd. Je hebt nu mensen die gluten intolerant zijn, wel oorspronkelijk had tarwe dit niet in zich. Dat komt door de verandering in genetica die de mens zelf heeft doorgevoerd. De bloem die je nu koopt is eigenlijk dood.
Ik koop die zelf soms in de AVEVE, dus we zullen het over iets anders hebben. Zijn er nog projecten in het verschiet?
Ik hoorde je laatst iets zeggen over elektrocultuur. Wat moet ik mij daarbij voorstellen?
Elektrocultuur maakt gebruik van de atmosferische elektriciteit en aardmagnetisme. Ik wil verder experimenteren met onder meer Schumanngolven. Dit is een frequentie die gebruikt werd in oude culturen zowel in constructie van gebouwen, landbouw, kortom in het dagdagelijkse leven. Voordat er internet bestond, gebruikte het leger bijvoorbeeld de bomen om met die frequenties signalen door te geven. In de ruimtevaart is dat ook bekend. Zonder die frequentie is de mentale gezondheid bij mensen veel lager, dus als ze mensen de ruimte in schieten dan bootsen ze dat na.
En wat ga jij nu precies met die Schumanngolven aanvangen?
Wel: in Ierland hebben ze gemerkt dat, rond een bepaald type van torens, alles beter groeit. Rond 1850 zijn hierrond heel veel experimenten gebeurd en die wetenschappelijke bevindingen hebben mijn ogen geopend. Ik ben met die kennis aan het experimenteren in mijn moestuintje en bijenkorven. Ik heb onder andere een basalttoren gemaakt om die frequenties te kunnen opvangen. Er zijn heel veel mensen daarmee bezig, maar niemand durft daar open over te spreken. Ze willen namelijk niet als wacko gezien worden (lacht).
Is er een historische, of actuele, figuur waar je naar opkijkt of veel sympathie bij voelt?
Nikola Tesla… of Gaudi.

Vanwaar de sympathie?
Omdat het goestingdoeners waren (lacht). Die werkten niet onder koningshuizen of voor opdrachtgevers. Die hebben vooral hun eigen ding gedaan, of ze er nu voor betaald werden of niet. Dat waren visionairs en ze hebben heel veel betekend voor de samenleving — vooral Nikola Tesla dan op het vlak van licht, elektriciteit en motoren.
Het feit dat het goestingdoeners waren, maakt dus ook een verschil. Waarom vind je dat belangrijk?
Voor alle duidelijkheid: uw goesting doen wil niet zeggen tegendraads zijn, hé. Voor mij gaat het vooral over iets
uitwerken of proberen, iets ontdekken of ermee doen, ondanks wat de omgeving ervan denkt. Iedereen heeft een bepaald intellectueel vermogen of een passie en dat mag niet afgetopt worden door iemand tussen de lijntjes te doen lopen.
Kan jij uw goesting doen op het werk?
Goh, op het werk worden uiteraard bepaalde zaken verwacht of verlangd. Maar je hebt ook vrije tijd waarin je dan uw goesting kunt doen.
Hoe ben jij in De Kiem terecht gekomen?
Zo’n zeven jaar geleden ben ik door de VDAB naar hier gestuurd voor een parttime vervangingscontract. Ik dacht: Oké, ik heb al in De Sleutel gewerkt dus ik ken het systeem. Een maand of twee zie ik dat wel zitten. Maar het is dus langer geworden.
Zijn er zaken die je niet zal missen?
Wanneer ik je bijvoorbeeld met de beerput bezig zie…
Nee, dat zal ik zeker niet missen! Ook het oplossen van andermans nalatigheid zal ik niet missen. Dingen die ineens kapot zijn, puur door nonchalance.
Mocht jij het volledig voor het zeggen hebben in De Kiem, wat zou je doen of wat zou je veranderen?
Wat ik altijd spijtig vind, is dat wij mensen — die het residentiële programma plots verlaten — geen andere plaats kunnen geven. Een plaats om tot rust te komen, om hun ‘vertrek’ wat te laten zakken en alles binnen het juiste perspectief te plaatsen. Al zijn ze misschien net zwaar in de fout gegaan binnen het programma. Ook als ik soms ex-bewoners zie in het Ambulant Centrum die volledig aan lager
wal geraakt zijn en dat wij dan niets kunnen doen. Dat vind ik echt spijtig. Wetende dat die mensen bommen zijn op straat. Dat is schrijnend.
Wat zou je dan concreet willen aanbieden? Heb je iets voor ogen?
Ja, een soort rustpunt, waar alle basisvoorzieningen aanwezig zijn. Waar ze gewoon kunnen zijn en waar verder niets wordt verwacht.
En wat zou je zeker behouden?
Wat ik van de begeleiding mooi vind, is dat ze iedereen die hier binnenkomt de tijd geven om tot rust te komen. En dat de eigenheid van iedereen behouden wordt. Dat er vooral wordt gezocht naar ‘wie ben jij?’ en ‘wat wil jij?’. Dat vind ik heel mooi. Ik vind dat er hier toffe mensen werken.
Welke raad zou jij aan de collega’s nog willen meegeven?
Dat het tijdens de middagpauze niet altijd over het werk moet gaan.
En aan de bewoners?
Dat je niet overal en altijd uw talenten moet gebruiken. Daarmee wil ik zeggen; als je van nature een grote babbelaar bent, dat je dat soms ook moet kunnen opsparen voor op het juiste moment. Anders val je er mensen gewoon mee lastig.
Wat zal je van de bewoners bijblijven?
De verzoekjes die ze soms schrijven wanneer iets kapot is. Die zijn soms bijzonder grappig. Sommige dingen zijn “ineens kapot” en ze weten zogezegd niet hoe het kapot is geraakt. De uitleg en de beschrijvingen waar ze soms mee afkomen… ik zou sommige ervan eigenlijk moeten inkaderen.
Heb je een favoriete spreuk?
“Eerst nadenken en dan doen.” Dat is ook mijn werkwijze als ik een probleem moet oplossen.
Zullen we in de toekomst nog kunnen rekenen op jou, voor graduatiefeesten bijvoorbeeld?
Dit jaar al niet, want ik moet naar een trouwfeest. Voor volgende edities zal ik nog niets beloven. Veel beloven en weinig geven doet de zotten in vrede leven.
Schoontje! Dan nog een laatste vraag: mocht je het toekomstige pensioenleven een titel moeten geven, welke zou dat zijn?
‘Meer tijd om op vaggozje te gaan’, wat niet enkel wil zeggen op reis gaan. Het staat ook voor op ontdekking gaan.
Oké, ik zoek op hoe ik dat correct moet schrijven. Alvast veel vaggozje gewenst!

Interviewer: Martijn Waignein
De eerste dag kwamen sprekers aan bod die een uiteenzetting gaven over hoe Motiverende Gespreksvoering zijn plaats heeft binnen hulpverlening, onderwijs en teams. Zelf sprak ik op deze dag over de manier waarop Motiverende Gespreksvoering en herstel zich tot elkaar verhouden. Op de tweede dag gingen de deelnemers aan de slag met praktische en verdiepende oefeningen tijdens interactieve workshops.
Het was bijzonder inspirerend om Stephen Rollnick – één van de grondleggers van motiverende gespreksvoering – aan het werk te zien. Tijdens de eerste dag nam hij ons als keynote speaker mee in de manier waarop advies geven een plaats heeft binnen motiverende gespreksvoering. Wanneer is advies welkom en helpend? Rollnick haalt hier aan dat advies geven, zoals we dat soms gemakkelijk doen in ons dagelijks leven, vaak weinig impact heeft. Om advies effectief te maken, volgens Rollnick, is het belangrijk dat steeds vertrokken wordt vanuit de geest van motiverende gespreksvoering waarbij samenwerking, acceptatie, compassie en empowerment voorop staan. Verder staat motiverende gespreksvoering sterk voor het idee ‘ontlok – geef – ontlok’ als het over advies geven gaat. Daarbij vraagt de hulpverlener aan de cliënt toestemming om over een bepaald onderwerp te spreken en wat de cliënt al weet of wat hem in het verleden al verteld is over dit onderwerp (‘ontlok’). Als de cliënt toestemming geeft én er is nog extra informatie die je kunt geven boven op wat de cliënt al weet dan kan de hulpverlener dit op een neutrale en bondige manier aanbieden (‘geef’). Vervolgens zal de hulpverlener opnieuw luisteren naar de cliënt om te horen wat deze meeneemt van deze informatie (‘ontlok’). Deze manier van werken houdt ook in dat we
Op donderdag 6 en vrijdag 7 november 2025 ging het eerste congres Motiverende Gespreksvoering door op de HoGent.

steeds bereid moeten zijn om geen advies te geven, als de cliënt aangeeft hier niet voor open te staan. Daarnaast gaf Rollnick nog enkele inspirerende uitgangspunten mee om steeds in het achterhoofd te houden bij het helpend geven van advies:
• Zet de ‘probleembril’ af
• Laat de verbeterreflex los
• Luister met authentieke aandacht
• Geef advies vanuit de samenwerkende relatie, met respect voor de keuze van de cliënt
• Beweeg mee met weerstand
Ook de bijdragen van Mark Heremans (over de manieren om Motiverende Gespreksvoering te onderwijzen aan studenten), Joke Claessens en Joyce Borremans (over de manier waarop zij hun VAD train-de-trainer Motive-
rende Gespreksvoering congruent maken met deze methodiek) en Rob d'Hondt (over hoe vanuit Motiverende Gespreksvoering te werken met teams) waren verrijkend. Hun bevlogenheid en expertise maakten het congres tot een echte inspiratiebron. Daarnaast was de actieve inbreng van de deelnemers een grote meerwaarde – de uitwisselingen en reflecties zorgden voor boeiende gesprekken en nieuwe perspectieven. Mooie inzichten om mee te nemen en te vertalen naar de (ambulante) praktijk binnen De Kiem waar Motiverende Gespreksvoering al jaren deel van ons fundament is.
Anne Dekkers, verantwoordelijke ambulante afdelingen – regio ADS
In de verslavingszorg ontmoeten hulpverleners steeds vaker cliënten bij wie middelengebruik samengaat met kenmerken van autisme of andere vormen van neurodivergentie. Toch sluiten bestaande behandelvormen niet altijd goed aan bij de noden van die mensen.
Middelengebruik wordt vaak benaderd als probleemgedrag, zonder voldoende rekening te houden met verschillen in informatieverwerking, prikkelverwerking en communicatie. In het kader van het project ‘Historische Saldi’, dat zich richt op deze doelgroep, ging De Kiem actief op zoek naar expertise rond de combinatie van verslavingsproblematiek en ontwikkelingsstoornissen.
Een van de partners die hierbij werd betrokken, is Auti-Connect, een organisatie gespecialiseerd in begeleiding, coaching en vorming rond autisme bij (jong)volwassenen en professionals. Vanuit hun visie wordt middelengebruik bij neurodivergente personen begrepen als een functionele vorm van zelfregulatie binnen een specifieke sensorische, sociale of traumatische context.
Om onze hulpverlening te versterken organiseerde De Kiem op 13 november 2025 een opleidingsdag met Christiaan Helen van Auti-Connect voor alle medewerkers van De Kiem en enkele medewerkers van De Sleutel. Tijdens deze dag werd ingezoomd op de relatie tussen autisme en middelengebruik en hoe hulpverleners hun aanpak beter kunnen afstemmen op deze doelgroep. Om de inzichten goed te begrijpen, zijn we de opleiding gestart met wat autisme precies inhoudt en hoe deze neurodivergentie het dagelijks functioneren kan beïnvloeden.
Autisme wordt doorgaans gediagnosticeerd op basis van observeerbaar
gedrag. Tegelijk gaat het om een neurodivergente manier van informatie verwerken, denken en leren. Mensen met autisme nemen de wereld vaak anders waar en geven er op een eigen manier betekenis aan. De ervaringen die iemand opdoet in interactie met anderen vormen de leergeschiedenis. Vanuit die leergeschiedenis ontwikkelen zich (zelf)overtuigingen, die op hun beurt emoties en gedrag beïnvloeden. Hoe iemand vandaag reageert op nieuwe situaties ontstaat uit de wisselwerking tussen eerdere ervaringen en de actuele context.
Neurodivergentie brengt zowel kwaliteiten als uitdagingen met zich mee. Veel mensen met autisme ervaren langdurige moeilijkheden in sociale communicatie en interactie, vertonen repetitieve gedragspatronen of hebben intense interesses. Daarnaast kunnen zij gevoeliger zijn voor sensorische prikkels. Deze kenmerken worden vaak beschreven in termen van “tekorten”, “moeilijkheden” of “afwijkingen”. Het is belangrijk te erkennen dat zulke kwalificaties meestal ontstaan vanuit een algemene, neurotypische norm. Wat als afwijkend wordt benoemd, is vaak het resultaat van een mismatch tussen een neurodivergente manier van informatie verwerken en een overwegend neurotypische omgeving.
Binnen de huidige praktijk wordt vaak gesproken over ASS (autismespectrumstoornis), waarbij de nadruk ligt op het woord “stoornis”. Liever spreken we over mensen met autisme, omdat het eerder gaat om een andere manier van informatie en prikkels verwerken dan om een stoornis. Het is daarnaast belangrijk om te weten dat autisme vaak samengaat met andere problemen. Comorbiditeit komt frequent voor, zoals trauma, depressie, angststoornissen, slaapstoornissen of ADHD. De initiële
hulpvraag heeft dan ook zelden rechtstreeks betrekking op autisme, maar eerder op deze bijkomende klachten. Bovendien toont onderzoek aan dat mensen met autisme een verhoogd risico hebben op suïcidaliteit.
Mensen met autisme zouden een verhoogde kans hebben op een alcohol- en druggerelateerde problematiek, vooral bij volwassenen met bijkomende psychiatrische problemen. Toch schat onderzoek dat ongeveer 45% geen hulp zoekt om het middelengebruik aan te pakken wegens negatieve ervaringen of uit schrik voor misverstanden of veroordeling. Onderzoek toont aan dat mensen met autisme doorgaans middelen zoals cannabis of speed prefereren.
Middelengebruik bij mensen met autisme is minder recreatief, het is bijna altijd functioneel. Het kan een vorm van zelfmedicatie of zelfregulatie zijn. De grootste functies zijn het verminderen van stress/angst, het reguleren van sensorische overbelasting en het hanteren van emotionele spanning. Het doel is om basisrust te bereiken door sociale drempels te verlagen, angst te reguleren en/of stress te reduceren. Het kan emotionele pijn, ook uit het verleden, verzachten.
Vanuit de eerder beschreven leergeschiedenis, waarbij er een mismatch is tussen hun manier van waarnemen en functioneren en de verwachtingen van hun omgeving, kunnen overtuigingen ontstaan zoals “ik doe het verkeerd”, “ik ben het niet waard” of “ik hoor er niet bij”. Die overtuigingen beïnvloeden op hun beurt emoties, stressreacties en copingstrategieën. Vermijding, maskeren of middelengebruik kunnen dan begrepen worden als pogingen tot regulatie binnen een context die structureel belastend is geweest.
Voor ons als hulpverleners is het dus belangrijk om gebruik te zien als een functioneel gedragspatroon en niet enkel als een probleemgedrag. Het verminderen van het gebruik is niet eenvoudig. Zeker niet omdat de alternatieven vaak niet kunnen bieden wat het middel hen biedt. Een grondig begrip van de context — met inbegrip van leerervaringen— is essentieel om tot een genuanceerde, onderbouwde en effectieve interventie te komen, want hulpverlening richt zich best niet uitsluitend op het verminderen van symptomen, maar ook op herstellen en bijsturen van leerervaringen.
Het begeleiden van mensen met autisme vraagt een zorgzame en afgestemde aanpak, die rekening houdt met hoe iemand prikkels ervaart, stress reguleert en emoties verwerkt. Tijdens de opleiding werd het SPACEmodel geïntroduceerd als praktisch kader om hierop in te spelen. Het bestaat uit vijf onderdelen: sensorische behoeften (S), voorspelbaarheid (P), aanvaarding (A), communicatie (C) en empathie (E).
Sensorische behoeften: het opstellen van een sensorisch profiel kan helpend zijn om de hulpverleningsruimte autismevriendelijk in te richten. Kleine aanpassingen zoals het dempen van licht, het beperken van auditieve prikkels of het doordacht plaatsen van stoelen kunnen de prikkelbelasting verminderen. Indien nodig kan het aanbieden van regulerende hulpmiddelen, zoals een fidget of ander tactiel materiaal, ondersteunend werken bij spanningsregulatie en concentratie.
Voorspelbaarheid: mensen met autisme hebben vaak behoefte aan voorspelbaarheid en structuur. Hulpverleners kunnen dit ondersteunen door duidelijkheid te bieden over personen, locaties, activiteiten en tijd. Omdat het autistische brein minder efficiënt voorspelt wat er gaat gebeuren, is het lastig
om geleerde vaardigheden automatisch in nieuwe situaties toe te passen. Ook ligt de focus vaak op details en kan het moeilijk zijn om informatie in de juiste context te plaatsen. Door hier rekening mee te houden, kan begeleiding beter aansluiten bij de manier waarop zij de wereld waarnemen.
Aanvaarding: aanvaarding betekent dat hulpverleners hun communicatie en omgeving afstemmen op de noden van de cliënt. Er wordt nog te vaak verwacht dat cliënten zich voortdurend aanpassen aan een neurotypische norm.
Communicatie: cliënten met autisme communiceren vaak anders, ook als hun spraak vloeiend is. Onder stress of bij sensorische overbelasting kan praten tijdelijk moeilijk worden. Aangeleerde scripts kunnen dan helpen. Taal wordt vaak letterlijk opgevat, waardoor concrete, duidelijke instructies het beste werken. Non-verbale signalen zoals oogcontact of gezichtsuitdrukking kunnen anders geïnterpreteerd worden, dus het is belangrijk om te checken of de boodschap goed is aan-
gekomen. Communicatie moet duidelijk, concreet en traag genoeg zijn, met ruimte voor verwerkingstijd, waarbij er aandacht is voor non-verbale signalen en maskeren.
Empathie: empathie is aanwezig, maar wordt vaak anders ervaren en geuit. Het spontaan inschatten van andermans emoties, mentale toestand en het herkennen van eigen interne signalen verloopt moeilijker. Hulpverleners moeten verwachtingen en mentale toestanden expliciet benoemen en ondersteuning bieden bij het herkennen van emoties bij zichzelf en de ander. Het doel is niet om vermeende tekortkomingen te corrigeren, maar om een veilige context te creëren waarin empathie en sociale interactie op een natuurlijke manier kunnen plaatsvinden.
Tijdens de opleiding stond ook het begrip ‘ruimte’ centraal: fysiek, cognitief en emotioneel. Cliënten met autisme hebben vaak meer afstand, voorspelbaarheid en verwerkingstijd nodig. Geduld, één vraag tegelijk stellen en expliciet checken of iemand nog


aan het nadenken is, zijn eenvoudige maar essentiële interventies. Het herkennen, begrijpen en reguleren van emoties kan extra cognitieve inspanning vragen. Bij overbelasting of overspoeling is het belangrijk prikkels te verminderen, fysieke en emotionele ruimte te bieden en tijd voor zelfregulatie te geven. Veiligheid en herstel staan daarbij altijd voorop, boven directe inhoud of verbale verwerking.
Wat nu? Uitdagingen voor de hulpverlening!
Uit de opleiding blijkt dat interoceptieve signalen, waaronder craving minder accuraat worden opgepikt of pas laat geïnterpreteerd. Het expliciet leren herkennen, benoemen en generaliseren van interne signalen kan daarom een belangrijk onderdeel zijn van begeleiding en terugvalpreventie. Het kan zijn dat craving soms plots hevig kan aanvoelen zonder voorafgaande waarschuwingsfase. Daarom is het nodig om craving expliciet te leren begrijpen en signaleren door lichamelijke signalen, gedachten en context te ontleden. Het kan helpen
om externe hulpmiddelen te gebruiken zoals checklists, visuele schalen of vaste reflectiemomenten.
Ten tweede moeten we meer rekening houden met de regulatiefunctie van gebruik. Het is nodig om de sensorische overbelasting, sociale angst, emotionele pijn en sociale moeilijkheden in kaart te brengen. De behandeling moet naast alternatieven voor de functie, parallel inzetten op sensorische regulatie, sociale veiligheid, emotieherkenning en -regulatie.
Na de opleiding is het duidelijk dat clienten met autisme meer nood hebben aan structuur, voorspelbaarheid en een gecontroleerd tempo. Transfer van vaardigheden is niet vanzelfsprekend. Wat in therapie lukt, generaliseert niet automatisch naar een nieuwe context. Dat vraagt herhaling in verschillende settings, duidelijke structuur en voorspelbare kaders.
Ten slotte is duidelijk geworden dat het niet alleen gaat over “meer begeleiding”, maar over een andere responsiviteit. Veel cliënten dragen een ge-
schiedenis van afwijzing en correctie. Als hulpverlening te snel zal focussen op tekorten, activeren we precies de overtuigingen die gebruik in stand houden (“ik doe het weer fout”). Hulpverlening moet sensitief zijn in alle lagen en communicatie moet aangepast worden aan de noden van cliënten met autisme. Regulatie moet centraal staan voor cognitieve verandering waar een contextueel denken in plaats moet komen van een individuele moralisatie.
Als we de cliënt beter begrijpen, motivatie anders interpreteren en gedrag functioneel analyseren binnen neurodivergentie, dan verschuift de vraag van “Waarom stopt hij niet?” naar “Wat doet dit gedrag voor die persoon in die context?”. Zo bouwen we samen aan een beter hulpverleningsaanbod, want autismevriendelijke hulpverlening is goede hulpverlening voor iedereen.
Joran Hoekman, ambulant begeleider AC Gent en Dendermonde
Karen Reyniers, trajectbegeleider TG Gavere Opleiding

Koude start, warme ontvangst! Trots op de opstart van De Kiem in Haaltert, samen maken we het verschil!
De hevige sneeuwval hield collega’s Noor en Charlotte niet tegen.
Deze week werden zij bijzonder warm onthaald in het Sociaal Huis van Haaltert voor de opstart van de nieuwe antennewerking van De Kiem. In samenwerking met de gemeente Haaltert brengen we onze expertise dichter bij mensen met vragen of zorgen rond middelengebruik, gokken of gamen. Noor en Charlotte zijn
maandag- en woensdagnamiddag aanwezig in het Sociaal Huis van Haaltert voor vroeginterventie en herstelgerichte begeleiding op maat.
We werken laagdrempelig, vraaggericht en vertrouwelijk, met één duidelijk doel: mensen ondersteunen om opnieuw zelf de regie over hun leven op te nemen en hun levenskwaliteit te verhogen. Niet alleen cliënten, maar ook familieleden, vrienden en professionals kunnen bij ons terecht met vragen of zorgen. De begeleiding is gratis.
Aanmelden of info: 054 33 31 65

Waar we voor staan
Gisteren, vandaag en morgen
VRIJDAG 2 OKTOBER 2026
Zaal Miry, Gent
50 jaar De Kiem Therapeutisch programma voor druggebruikers en hun omgeving
Huidig en toekomstig beleid (Minister Caroline Gennez (gevraagd), Prof. Charlotte Colman) - Onderzoek in de wereld van De Kiem (Prof. Wouter Vanderplasschen) - Forensische zorg (Prof. Louis Fravil) - Herstel in onze samenleving (internationaal expert Prof. Ed Day). Op deze studiedag neemt Dirk Vandevelde afscheid van de sector, uitkijkend naar een welverdiend pensioen. Tijd om samen te vieren! Het volledige programma volgt binnenkort. In samenwerking met




Mijn broer en ik zijn altijd heel hecht geweest. Hij is drie jaar ouder dan ik, door dit kleine leeftijdsverschil speelden we vroeger bijna dagelijks samen.
Hij was voor mij in die periode mijn grote broer, iemand naar wie ik opkeek, maar ook iemand met wie ik kon lachen en ravotten. Wat er ook gebeurde, ik wist dat ik op hem kon rekenen.
Zijn verslaving heeft daar veel van stukgemaakt. Langzaam maar zeker werd hij fysiek én emotioneel afwezig. De broer die ik kende, leek steeds verder weg te glijden. In de plaats kwam iemand die onvoorspelbaar was, vaak gesloten en heel onbereikbaar.
Ik leerde in de jaren van zijn verslaving om mijn eigen plan te trekken en bouwde een soort bescherming rond
mezelf. Dat was nodig om niet telkens opnieuw gekwetst te worden.
Toen mijn broer in opname ging bij De Kiem, was dat niet zijn eerste opname. Toch voelde het anders. Voor het eerst had ik het gevoel dat hij er zelf klaar voor was. Hij ging niet in behandeling om ons te plezieren, maar omdat hij zelf inzag dat het zo niet verder kon. Die mindset maakte een wereld van verschil.
In het begin van zijn opname koos ik er bewust voor om tijd voor mezelf te nemen. Ik zat met enorm veel boosheid en verdriet.
Voor ik hem kon bezoeken, had ik ruimte nodig om mijn eigen gevoelens te erkennen. Zijn opname gaf mij voor het eerst de kans om stil te staan bij wat de voorbije jaren met míj hadden
Op zaterdag 4 oktober kwam de Lions club Gavere-Rhodeland naar De Kiem om samen met onze onthaalbewoners een nieuwe omheining te plaatsen rond de moestuin.
Tuinman Sam, die zijn schouders onder dit project zette, deelde de orders uit en bracht het nodige materiaal mee om snel te kunnen werken. De sfeer, gesprekjes en humor tussendoor zorgden voor de rest. De werkvoormiddag werd afgesloten met een gezamenlijke lunch verzorgd door de onthaalbewoners. Dankjewel aan de Lions club, tuinman Sam en in het bijzonder ook bewoner Kenny, die met zijn enthousiasme en werkkracht alvast een jobaanbod binnenhaalde.
gedaan. Het duurde even voor ik hem opnieuw kon toelaten. Maar toen ik uiteindelijk voor het eerst langsging, was ik verrast door de vooruitgang die hij, in die eerste aantal maanden, al had geboekt. Ik zag opnieuw iets van de jongen die hij vroeger was: oprechter, rustiger, aanwezig. Zijn traject bij De Kiem voelde grondiger en eerlijker dan de vorige. Wat voor mij en mama ook nieuw was, was dat er aandacht was voor de familie. Niet alleen hij, maar ook wij kregen ruimte om ons verhaal te doen.
Als ik nu denk aan het begin van zijn traject, voelt het alsof ik langzaamaan mijn broer terugkrijg. Zoals ik hem vroeger, vóór zijn verslaving, heb gekend. Niet alsof de voorbije jaren nooit gebeurd zijn, maar wel alsof er opnieuw verbinding mogelijk is.
Riete

Het was pas in 2021 dat ik begon te beseffen dat ik verslaafd was.
Op dat moment leek alles nog betrekkelijk goed te gaan, maar achteraf gezien was ik al een wrak. Ik had al heel wat schade opgelopen, al dacht ik toen dat het niets ingrijpends was. Tot de dag dat ik mijn rijbewijs voor lange tijd moest afgeven. Dat moment luidde het begin in van een lange strijd om het ooit terug te krijgen.
Ik moest zes maanden lang abstinentie aantonen en dat bleek voor mij zowel praktisch als emotioneel onmogelijk. De eerste opnames waren fiasco’s. Al snel werd duidelijk dat een programma van negen weken mij niet kon helpen.
De Kiem – 21 mei 2021
Vandaag zit ik hier in de kliniek, midden in een proces waarvan ik nooit had
gedacht dat ik er doorheen zou moeten gaan. De dagen voelen vreemd, soms zwaar, soms hoopvol. Maar het belangrijkste is dat ik hier ben en dat ik ervoor gekozen heb om te vechten.
Ik probeer elke dag te begrijpen hoe ik hier terechtgekomen ben, zonder mezelf te veroordelen. Ik leer opnieuw luisteren naar mijn lichaam, naar mijn gedachten en naar de stilte die ik zolang heb ontweken.
Misschien is dit niet het einde van iets, maar het begin. Een begin dat nog broos is, maar echt. De Kiem heeft me helemaal door elkaar geschud. Het was hard. Ik was een man van 44 en ik dacht vaak: “Onomkeerbaar.” Dat gaf ik soms letterlijk als feedback.
"Misschien is dit niet het einde van iets, maar het begin. Een begin dat nog broos is, maar echt."
Maar uiteindelijk heb ik het gehaald. Dankzij, en misschien wel alleen dankzij, De Kiem; alsook dankzij mijn teergeliefde vader.
Vandaag ben ik dankbaar dat ik de strijd die het leven soms kan zijn op de juiste manier kan aangaan. Ik heb mijn leven gered en verdergezet. Dank aan alle mensen die bij mijn proces betrokken waren: de medewerkers, de vrijwilligers en mijn lotgenoten. Dankjewel!
Kenneth




De Kiem biedt hulp aan personen die problemen ervaren door het gebruik van drugs en aan mensen uit hun omgeving.
Het residentiële luik van het programma te Gavere omvat een onthaalafdeling, een therapeutische gemeenschap (T.G.), een woonhuis voor moeders / vaders met kinderen en verschillende halfweghuizen.
Het ambulante luik omvat ambulante centra te Gent, Ronse, Geraardsbergen, Ninove en Dendermonde een gevangeniswerking en vier regionale preventiediensten.
Redactie
Dirk Calle, Jo Thienpont, Dirk Vandevelde
Eindredactie en Directie Dirk Vandevelde
Fotografie
Dirk Calle, Jo Thienpont, Krista De planter
Vormgeving dotplus
Abonnement
Abonnementen kosten 15,- euro voor vier nummers, te storten op rekeningnummer BIC GEBABEBB / IBAN BE 270012 1652 3173 van v.z.w. De Kiem, 9890 Gavere.
Voor giften vanaf 40,00 euro kan u een attest voor fiscale vrijstelling bekomen.
Contactadres voor opname of begeleiding (elke werkdag te bereiken van 8u30 tot 17u00)
Ambulant Centrum Gent Kortrijksesteenweg 185, 9000 Gent
Tel. 09/245.38.98 Fax 09/245.41.71 ambulant.gent@dekiem.be
Ambulant Centrum Ronse Oswald Ponettestraat 31 9600 Ronse Tel. 055/21.87.00 ambulant.ronse@dekiem.be
Ambulant Centrum Geraardsbergen Abdijstraat 2, 9500 Geraardsbergen Tel. 055/21.87.00 ambulant.geraardsbergen@dekiem.be
Ambulant Centrum Ninove Brusselsesteenweg 3 9400 Ninove Tel. 054/33.31.65 ambulant.ninove@dekiem.be
Ambulant Centrum Dendermonde Noordlaan 19 9200 Dendermonde Tel. 052/46.63.32 ambulant.dendermonde@dekiem.be


V.U. Dirk Vandevelde –Vluchtenboerstraat 7A, 9890 Gavere
ZONDER MEER
Contactadres voor Administratie – Directie (sociale dienst, familiebegeleiding, stages)
Vluchtenboerstraat 7A 9890 Gavere
Tel. 09/389.66.66
Fax 09/384.83.07 admin@dekiem.be
Stages ambulante werkingen anne.dekkers@dekiem.be
Stages residentiële werkingen dirk.calle@dekiem.be
Inhoud
2 Voorwoord
3 Historiek pioniersjaren
8 Interview Wim
10 Interview Diane
13 Opleiding autisme en verslaving
16 Opstart Antenne Haaltert
17 Feestweekend De Kiem
18 Familie aan het woord
18 Rond de moestuin
19 Bewoner aan het woord