Niets weet afgunst onder vakgenoten beter in de kiem te smoren dan een zeker leeftijdsverschil. Toen de jonge Brahms begin oktober 1853 op Schumanns drempel verscheen, hadden zij dan ook slechts de armen te openen. “En daar was hij dan,” zo schreef de oudere componist bewonderend over zijn nieuwe poulain, “een jong talent, bij wiens wieg gratiën en helden de wacht hielden.”
Robert Schumann 1810–1856
Vioolconcert
Precies in die dagen van prille vriendschap legde de immer zieker wordende Schumann de laatste hand aan zijn vioolconcert. Het zou meteen ook zijn laatste grote werk worden. En als het van Brahms had afgehangen, hadden we het niet eens te horen gekregen. Na een niet-publieke doorloop met orkest werd en petit comité beslist dat het stuk het product was van tanende geestesvermogens. Ter bescherming van Schumanns postume reputatie werd het daarom succesvol weggemoffeld in een of ander Berlijns archief. Van je vrienden moet je het hebben… We horen inderdaad niet de dromerige poëet van de vroege jaren, maar een volwassen toondichter die (zoals dat wel vaker gaat) teruggrijpt naar klassieke vormprincipes. Het snelle eerste deel kent een evenwichtige dialogische opbouw, maar zonder de typische cadens. Het trage middendeel is dan weer van een schrijnende pracht. In smartelijke tegentijden schuiven solist en orkest tergend traag over elkaar heen. In een latere vlaag van zinsverbijstering zou Schumann zich deze melodie
herinneren als was ze hem ingegeven door de geesten van Beethoven en Mendelssohn. Zonder overgang belanden we daarna in de finale. Het is verleidelijk in dit dansachtige slot het jeugdige enthousiasme van een bepaalde bezoeker te horen. En waarom die neiging überhaupt weerstaan?
Johannes Brahms 1833–1897
Symfonie nr. 2
Eindigde Schumanns concerto met een finale in driekwartsmaat in re groot, aldus vangt de rijpe Brahms zijn Tweede Symfonie aan. Het hoofdthema heeft iets fragmentarisch en wordt na een eerste tuttipassage in balans gebracht door het meer zangerige neventhema. Het gaat overigens om Brahms’ bekende wiegelied dat er na al die jaren nog steeds niet in slaagt een publiek te vermoeien. Integendeel, hij wekt er de ‘gratiën en helden’ mee die het tweede deel bevolken. Lyrische lijnen en heroïsche
opstoten bepalen er het karakter van. Pastorale ongedwongenheid kenmerkt vervolgens het begin van deel drie. Niet meteen wat je van een scherzo verwacht eigenlijk. Opnieuw echter weet Brahms het evenwicht verrassend te herstellen. De twee triosecties zijn immers opzwepende boerendansen. Op grotere schaal is het ten slotte aan het laatste deel om tegengewicht te bieden aan het lijvige
eerste. En dat doet het dan ook. Net als Schumann is de rijpe Brahms in zijn grote vormen duidelijk op zoek naar evenwicht op alle fronten. Hoe kon het ook anders? Aan zijn wieg hadden gratiën en helden gewaakt, herinner u. Waarmee nogmaals is bewezen dat die goede oude Schumann lang zo gek niet was.
Teksten door Régis Dragonetti
Renaud Capuçon
dirigent & viool
→ Renaud Capuçon (°1976, Chambéry) begon op veertienjarige leeftijd zijn studie aan het Conservatoire National Supérieur de Musique de Paris, waar hij tijdens zijn vijfjarige opleiding talrijke prijzen won. Daarna verhuisde Capuçon naar Berlijn om bij Thomas Brandis en Isaac Stern te studeren en ontving hij de prijs van de Berlijnse Academie voor Kunsten.
→ Sindsdien heeft Capuçon zich gevestigd als solist van het allerhoogste niveau. Hij treedt op met vooraanstaande orkesten zoals de Berliner Philharmoniker, Wiener Philharmoniker, Boston Symphony, New York Philharmonic, Los Angeles Philharmonic, Filarmonica della Scala, London Symphony Orchestra, Orchestre de Paris, Orchestre National de France, Orchestre Philharmonique de Radio France, Münchner Philharmoniker en Yomiuri Nippon Symphony Orchestra.
→ Sinds 2021 is Capuçon artistiek directeur van het Orchestre de Chambre de Lausanne, waar hij meestal optreedt als dirigent en regisseur. Hij wordt regelmatig uitgenodigd om vooraanstaande orkesten te dirigeren, waaronder de Wiener Symphoniker, de Karajan-Academie van de Berliner Philharmoniker, het Gürzenich Orchester Köln en het Orchestre National du Capitole de Toulouse, om er maar een paar te noemen.
→ Capuçon is artistiek directeur van drie festivals: sinds 2016 van de Sommets Musicaux de Gstaad, sinds 2013 van het Paasfestival in Aix-en-Provence, dat hij zelf heeft opgericht, en sinds 2023 van het Rencontres Musicales Festival in Evian.
→ Capuçon speelt op de Guarneri del Gesù ‘Panette’ (1737), die toebehoorde aan Isaac Stern.
Al meer dan 65 jaar is Symfonieorkest Vlaanderen een vaste waarde in het Vlaamse culturele landschap. De 60 getalenteerde musici streven met hun kenmerkende transparante klank en een veelzijdig repertoire naar verwondering binnen en buiten de concertzaal. Als pionier in talentontwikkeling en artistieke vernieuwing krijgt talent volop kansen om samen nieuwe muzikale wegen te verkennen.
Symfonieorkest Vlaanderen is uitgegroeid tot een flexibel en ondernemend ensemble dat symfonische muziek in het hart van de samenleving plaatst. Het orkest werd in 1960 opgericht door Dirk Varendonck, die ook de eerste dirigent was. In 1986 nam het orkest de naam ‘Nieuw Vlaams Orkest’ aan, met Patrick Peire, Robert Groslot en Fabrice Bollon als dirigenten. In 1995 volgde een grondige
hervorming en kreeg het orkest zijn huidige naam. Daarna stonden onder anderen David Angus, Etienne Siebens, Seikyo Kim en Kristiina Poska aan het roer. Sinds januari 2026 is Martijn Dendievel chef-dirigent van het orkest.
Verankerd in Vlaanderen, maar met een open blik op de wereld, combineert het orkest lokale betrokkenheid met internationale ambities. Van kleinschalige educatieconcerten in de wijken van Gent, eigen concertseries in Gent, Antwerpen en Brugge tot prestigieuze concerten en artistieke vernieuwende projecten op gerenommeerde concertpodia in binnen- en buitenland.
Symfonieorkest Vlaanderen wordt gesteund door de Vlaamse Overheid en Stad Gent en is sinds 2017 in residentie in Muziekcentrum De Bijloke Gent.
Musici Symfonieorkest
Vlaanderen
Vonken met Capuçon
14.5 → 16.5 2026
eerste viool
Jan Orawiec
David Makhmudov
Nathalie Hepp
Peter Hellemond
Tim Breckpot
Eva Stijnen
Bence Ábrahám
Fien Van den Fonteyne
Laure Bardet
Aymeric de Villoutreys
tweede viool
Gudrun Verbanck
Isabelle Buyck
Geraldine De Baets
Isabelle Decraene
Eva Pusker
Stefaan De Rycke
Liesbet Jansen
Chihiro Yamamoto
altviool
Morgan Huet
Kaatje Strauven
Bieke Jacobus
Xavier Timmermans
Bruno De Schaepdrijver
Korneel Taeckens
Lieve Dreelinck
cello
Renaat Ackaert
Fernando Romaguera
Lara
Isabelle Brys
Wytske Holtrop
Joyce Kuipers
Caroline Steen
contrabas
Jonathan Foquart
Jan Verheye
Bram Decroix
Sanne Deprettere
fluit
Caroline Peeters
Veerle Secember
hobo
Korneel Alsteens
Carola Dieraert
klarinet
Daniel Mourek
Tom Daans fagot
Koen Coppé
Davy Callens
hoorn
Nuno Nogueira
Bruno Melckebeke
Hanne Melckebeke
Jonathan van der Beek
trompet
Steven Bossuyt
Bart Coppé trombone
Gert-Jan Schoup
Søren Brassaert
Wim Bex
tuba
Jens Demey
pauken
Tom Lee
Volgende concerten
City of Floating Sounds - Holland Festival
Met dirigent Martijn Dendievel
Huang Ruo °1976
City of Floating Sounds
Huang Ruo °1976
Shattered steps
WO 03.06 19:30
KONINKLIJK THEATER CARRÉ AMSTERDAM NL
Het voorlaatste carnaval der dieren
met verteller Jeroen Olyslaeghers
Camille Saint-Saens 1835–1921
Le Carnaval des animaux
Aangevuld met nieuwe werken van Murielle Lemay, Sílvia Lanao, Linde Huygens, Mehmet İlhan Gazioğlu en Matthias Spee