Skip to main content

Cavia 5

Page 1

Van de voorzitter Gisteren stond ik nog fijn achter de tap na de Symantec-lezing die blijkbaar erg in de smaak was gevallen bij de aanwezigen, evenals het bier dat daarna weer rijkelijk vloeide. Wat is het leven dan toch fijn, de kelder is toch elke keer weer die oase van rust, geestelijke rust wel te verstaan. Er is namelijk een hoop gebeurt met en in de kelder de afgelopen tijd. Dennis is hard bezig geweest met het verbouwen van de kelder en dat is te merken, het plafond ziet er beter uit en er is stromend water in de spoelbak, het zijn kwalitatief toch betere veranderingen dan die in de rest van gebouw Euclides. Buiten het compleet nieuwe kelderbeeld zijn ook een hoop dingen hetzelfde gebleven, de gezelligheid, de smaak van het bier, foto's van al die activiteit en ook een aantal weer terugkerende activiteiten. Zo komt er weer een LAN-party, hebben we weer gestaakt, is er nu elke woensdag filmmiddag in de kelder en worden er weer voorbereidingen getroffen voor het EJW. Wij gaan ons de komende tijd storten op BNAIS 2003, het Belgisch Nederlands AI symposium, waarvan de organisatie dit jaar ten beurt valt aan de VIA. Verder verheug ik me op alle komende activiteiten, bijbehorende foto's en de lentebok die we weer kunnen gaan schenken. Veel plezier met het lezen van deze Cavia, van een grotendeels nieuwe media-commissie. Niels Monshouwer, Voorzitter

Van de redactie Het duurde zo lang voordat er een Cavia was dat mensen zich begonnen af te vragen wat ook al weer een Cavia was. Naast een klein pluizig beestje waarmee je muren rood kan verven (door ze te gooien) is het dus ook dit resultaat wat je hier ziet. We hebben ons best gedaan om deze ook zo goed mogelijk te maken, en ik mag m'n ego niet strelen dus ik zeg niet dat het gelukt is, maar ik mag wel zeggen dat het redelijk in de buurt van perfectie komt. Mijn definitie van redelijk is heel ruim. Terwijl ik dit schrijf probeer ik m'n computer weer normaal werkende te krijgen voor een potje Battlefield wat eraan zit te komen over een paar minuten. <spam>Als je trouwens ook een keertje mee wil doen moet je maar gewoon naar #bf1942@irc.okkernoot.net komen.</spam> Een nieuwe 40-Gig HD en een tweede monitor met een 8 Mb (nog net 3D) video-kaart, zorgen ervoor dat je computer 'raar' gaat gedragen als je wilt dat hij het goed doet. En dan heb ik het nog niet gehad over het warme weer, wat er in samenwerking met m'n computer ervoor zorgt dat m'n hok/kamer een sauna wordt, wat dus ook weer terugkoppelt dat m'n computer door de hitte crasht, en wat er dan ook weer voor zorgt dat de temperatuur op m'n kamer weer naar beneden gaat. Echter zolang ik m'n computer geen sommen moeilijker dan 1+1 op laat lossen gaat het nog wel. Binnenkort komt er wel ergens weer een nieuwe Cavia... tot dan. -Ruben Boumans

2

cavia


Inhoud 4.

Visitatie AI en Informatiekunde Henriette Cramer en Joram Rafalowicz

6.

Bestaat informatiewetenschap wel? Johan van Benthem

8.

College “Inleiding tot de Kunst van het Programmeren” Edsger W. Dijkstra

Colofon Cavia is een uitgave van Studievereniging VIA voor de studenten en medewerkers van de studies Informatica, Kunstmatige Intelligentie en Informatiekunde. Het blad wordt gratis verspreid. Adres Plantage Muidergracht 24 1018 TV Amsterdam telefoon: (020) 5255520 e-mail: c@via.uvastudent.org

11.

Go Tim van Erven

14.

Het nieuwe VIA-bestuur Janneke van der Zwaan

15.

De deal. Manfred Stienstra

16.

Nieuwe lullen en andere leden Martijn Hoekstra

17.

Microsoft-software bij VIA

Advertenties Bel voor meer informatie VIA op (020) 525 5520 of e-mail: via@science.uva.nl

17.

Niqaab 2K3 David Stibbe

Druk De Appelbloesem Pers, Amsterdam

18.

Film: Samurai Fiction Aziz Baibabaev

Voor een overzicht van toekomstige VIA-activiteiten, kijk op de website: http://via.uvastudent.org

19.

SSH auto-login Frank van Waveren

20.

Game corner Tonnie Wessling

21.

TU/e-master Information Security Technology Hannie Horvath

zomer 2003

Redactie Aziz Baibabaev, Ruben Boumans (hoofd), Tim van Erven-Dorens, Frank Geerlings, Ork de Rooij, Paul Ruinard, Arjan Scherpenisse, Lot Schutte, Martijn Stegeman, David Stibbe, Janneke van der Zwaan.

© 2003 Studievereniging VIA Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van Studievereniging VIA.

3


Visitatie AI/INK

Henriette Cramer / Joram Rafalowicz

De VSNU, vereniging van Nederlandse universiteiten, verzorgen de externe kwaliteitszorg van hun opleidingen met behulp van visitatiecommissies. De onderwijsvisitaties vinden elke zes jaar plaats. De bevindingen van de visitatiecommissies onderwijs en onderzoek worden gepubliceerd in een rapport. In de vorige Cavia kwam de visitatie van informatica aan bod, nu zijn die van AI en informatiekunde aan de beurt. Een samenvatting van Henriette Cramer en Joram Rafalowicz, beiden actief in de onderwijscommissie van VIA. Visitatie AI De visitatie AI ligt alweer even achter ons, de resultaten zijn in juli 2002 gepresenteerd. Toch is het wel eens interessant om te kijken wat er in de tussentijd met de kritiek van de visitatiecommissie is gebeurd. Kort door de bocht gezegd is er helemaal niets opgelost, elk probleem dat wordt aangestipt in de visitatie speelt nu nog steeds. Dat betekent nog niet dat er ook helemaal niets is verbeterd, bij het opzetten van de bachelor- en master-opleidingen zijn namelijk bijna alle aanbevelingen meegenomen. Overigens is VIA het niet met alle aanbevelingen eens, zo willen wij, in tegenstelling tot de visitatiecommissie, niet toewerken naar een bindend studieadvies en strakkere regelgeving. De commissie heeft echter wel een aantal zinnige opmerkingen in dit verband geplaatst. De grootste problemen die de commissie constateerde waren allereerst de doorstroming (UvAstudenten zijn te langzaam of vallen massaal af) en de grote groep studenten die intensievere begeleiding nodig heeft. Concrete aanbevelingen die meegenomen zijn in de nieuwe programma's zijn het afschaffen van het gedeelde eerste trimester van de propedeuse, het aanleren van meer mondelinge en schriftelijke vaardigheden, en het uitbreiden van het projectonderwijs. Ook strengere regels zijn geĂŻmplementeerd, zij het niet tot ieders tevredenheid en niet geheel volgens de goedkeuringsprocedures. Wij zien de regels zelf nu als experiment en wachten het resultaat af. Dan blijven er nog punten over als 'minder bureaucratie', het vergroten van de betrokkenheid van de studenten en bevorderen van contact tussen docenten, studenten en onderwijsmanagement. De samenhang tussen docenten en in de opleiding moet worden opgelost met de nieuw ingevoerde docententeams waarin intensiever overlegd wordt over onderwijs. Dit lijkt op het moment goed te gaan, het is afwachten in hoeverre het onderwijs ook daadwerkelijk gaat verbeteren. De bureaucratie is nog steeds een belemmering bij het voor elkaar krijgen van bijvoorbeeld verbetering van faciliteiten, verantwoordelijkheden zijn onduidelijk. Hiervoor is echter niet alleen hervorming van de opleiding of het onderwijsinstituut nodig, dit gaat de hele faculteit aan. Vooral het gebrek aan onderling contact en de geringe betrokkenheid van studenten mogen studenten zichzelf aanrekenen. FSR, OC's, VIA zelf en andere inspraakorganen kampen al tijden met gebrek aan input van studenten. Natuurlijk verwachten we niet van je dat je gelijk plaatsneemt in een van deze inspraakorganen, maar geef ook eens je mening bij deze geĂŻnteresseerde instanties. Visitatie Informatiekunde De visitatie informatiekunde is in december 2002 afgerond, en vorige maand gepresenteerd. De UvA is niet in deze visitatie meegenomen; de opleiding informatiekunde bestond als geheel hier nog niet lang genoeg bij het begin van de visitatie. Ook SWI en BIS zijn, omdat ze nu eenmaal officieel niet meer bestaan, niet geĂŤvalueerd. De perikelen rondom informatiekunde lijken nu aangepakt te worden. De vakgroep SWI gaat over 4

cavia


naar FNWI. Informatiekunde heeft een nieuwe acting opleidingsdirecteur. Zowel SWI als Economie blijven onderwijs verzorgen voor Informatiekunde, het is wel mogelijk dat er op de lange termijn aparte Masters komen, waarvan een meer door SWI en een meer door economie gedragen wordt. (Inderdaad, dit klinkt wel erg naar het oude BIS en SWI). De hele opleiding wordt opnieuw bekeken op samenhang, inhoud en achterliggend idee over wat 'informatiekunde' nu is. Naar onze mening is dit een prima initiatief, zeker omdat ook naar de mening van studenten wordt gevraagd pak die kans. Op www.vsnu.nl vind je onder de koppen kwaliteitszorg - rapporten de visitatierapporten terug. Meer actuele nieuwtjes over het onderwijs aan het OWII vind je voortaan op onze website, via.uvastudent.org.

Bestaat informatiewetenschap wel?

Johan van Benthem

Bestaat er wel een wetenschap van informatie? Natuurlijk, er is een heus onderwijsinstituut van die naam, maar dat zegt niet veel. Universiteiten zijn zo creatief dat ze letterlijk uit het Niets nieuwe opleidingen scheppen. Voor mij was het OWI aan onze universiteit echter een natuurlijke ontwikkeling, en geen fuik om de zwevende student in te laten vliegen. Voor mij een van de meest fascinerende ontwikkelingen in mijn universitaire bestaan is de opkomst van de informatica, en de schokeffecten daarvan op de meer gevestigde disciplines waarin ik zelf ben opgeleid. Eigenlijk zat dat er al heel lang aan te komen. Computers komen voort uit eeuwenoude pogingen om logische reken- en bewijsmachines te bouwen. En veel van de diepste theoretische inzichten over computers komen voort uit het werk van logici als Gödel en Turing in de jaren na 1930 over principiële beperkingen op mechanische berekenbaarheid. Maar gaandeweg genereerde de informatica haar eigen wereld van hardware en software-technieken en diepe algoritmische en semantische inzichten daarover. Daarnaast zie je echter een proces van verbreding en culturele expansie. Dat begon al met de AI rond 1957, toen maar even de hele agenda van de logica en aanverwante terreinen van filosofie en cognitie werd overgenomen als project voor realizering van intelligent gedrag door machines. En die expansie gaat steeds maar door, zoals je kunt zien aan de thema's aan alle universiteiten: informatiesystemen, kennistechnologie, autonome robots, internet, beeldverwerking, neuro- en bio-informatica, enz. In elke stap wordt een breder wetenschappelijk terrein geclaimd, en computationeel gemaakt. Een student die nu studeert krijgt een heel ander wereldbeeld mee dan een van 10 jaar geleden. En de professoren die je ziet zijn grotendeels de veldheren van deze expansie. Maar er zijn ook constanten. De informatica breidt zich uit tot een algemene informatiewetenschap omdat computationeel denken zo vruchtbaar is, en nieuw licht werpt op vele bestaande wetenschappen. Neem een notie als complexiteit van rekenprocessen. Als je dat begrip eenmaal ziet wordt je beleving van de wereld anders. Zo zat ik een jaar geleden in de trein, die weer eens niet reed, en vroeg me af wat er veranderd was nu reizen van A naar B niet meer vanzelf sprak. In de oude situatie deed je een graaf-taak met het spoorboekje: 'spoor een pad op, als her er is', en we weten dat dit snel en efficiënt kan, in polynomiale tijd. Maar nu zijn we verzeild geraakt in een soort spel, met een demon als tegenstander die in elke ronde verbindingen kan afkappen. Kan ik nog thuis komen? Hoe bepaal ik dat? Is die taak nog doenlijk qua complexiteit? Ik heb mijn time out in de trein besteed om een artikeltje uit te denken over wat gebeurt met de complexiteit van een algoritme als het op deze manier een spel wordt. (De titel luidt 'An essay on sabotage and obstruction'.) Inmiddels is deze vraag opgelost door enkele (uiteraard:) informatica studenten uit Aken. De complexiteit gaat echt omhoog in een wiskundige zin, naar polynomiaal geheugengebruik. Een mens zit dus anders in de de trein. Maar hetzelfde gebeurt met hele beroepsgroepen. Zo wordt de logica aan mijn instituut ILLC sterk beïnvloed door het idee dat je de kernbegrippen 6

cavia


als bewijs of kennis alleen goed kunt begrijpen in samenhang met de computationele processen die kennis genereren, zoals communicatie, leren, of het up-to-date houden van wat we geloven. Dat is een totaal andere agenda dan die ik als student te horen kreeg, en ideeën uit de informatica zijn daarbij onmisbaar. Op dezelfde manier heeft het meer sociale multi-agent karakter van de moderne informatica, met gedistribueerde processen in netwerken, een sterke invloed op omringende wetenschapsgebieden, zoals de filosofie en de taalkunde. Wat mij ook boeit zijn de telkens nieuwe coalities die daarbij ontstaan. Zo zie je dat de theorie van agents overloopt in de speltheorie, en dan deelt informatica van interactieve processen ineens ook een fundamenteel onderwerp met de economie. Dit soort convergenties vind ik prachtig, ook omdat ze zo moeilijk zijn te voorspellen. Evenzeer boeit me daarbij de openheid van informatici wereldwijd. Want ze leren natuurlijk ook van anderen! Niet gehinderd door allerlei gevestigde universitaire opvattingen over wat wel en niet 'door één deur kan' nemen ze vaak ideeën op uit de meest uiteenlopende gebieden, zoals filosofie, wiskunde en taalkunde, en transformeren het in iets nieuws. Wat me soms minder zint is het gebrek aan historisch perspectief. Ik zou graag eens langer stilstaan bij de lange intellectuele geschiedenis geïnvesteerd in de onderwerpen die wij onderwijzen. Neem informatie-overdracht in vragen en antwoorden, zoals in mijn propedeuse college. In twee uur horen de studenten over inzichten die nooit hadden kunnen ontstaan zonder bijdragen van filosofen, taalkundigen, logici, informatici, en speltheoretici. Die migratie van ideeën is nu al decennia gaande, en dat is mijn ware reden om te geloven dat informatiewetenschap bestaat. Achter ons onderwijsprogramma ligt een coherente en wendbare wetenschappelijke wereld, hoewel we onze studenten daar te weinig van laten zien. Ik denk dat het onderwijs in de informatiewetenschappen nog lang een intellectuele voorhoedefunctie kan vervullen, en hoop zelfs op expansie richting middelbare school. Veel van wat wij onderwijzen zou net zo goed middelbare schoolstof kunnen zijn - en zou misschien zelfs veel goed doen in studiehuizen en hangplekken. Nu zijn dit natuurlijk allemaal wel idealen op mijn betere momenten. De realiteit van een collegezaal of koffieruimte vol adolescenten is soms iets grimmiger. Met enige weemoed besef ik bovendien dat het OWI de brede propedeuse informatiewetenschappen zojuist heeft afgeschaft, zodat ik helemaal geen achtergronden hoef uit te leggen van mijn college, want dat bestaat niet meer. (Ik ga de vlam overigens overdragen naar de betagamma propedeuse: hij dooft dus niet.) En met ergernis zie ik tenslotte de advertentie van de ABN AMRO in de CAVIA waar de flauwe tegenstelling 'cum laude' of 'met lef' wordt geschapen, om vervolgens een intens afstotend lef-type naar de bank te lokken. Begrijp me goed: ik heb er niets tegen dat een bank dit tweede soort lieden van de straat haalt en veilig in kantoortuinen opsluit. Maar de suggestie dat er iets mis is met mensentypes met intellectuele prioriteiten stuit me tegen de borst. Dat zijn juist de personen die floreren en kansen grijpen in de informatiewetenschappen!

zomer 2003

7


Ter afsluiting van de “Inleiding tot de Kunst van het Programmeren” Edsger Dijkstra Ter afsluiting, niet alleen van het seizoen, maar van de hele serie, brengen wij “De gelijkheidstest voor cyclische lijsten”, een nog vrij recente compositie van Yossie Shiloach. De oorspronkelijke compositie is geschreven voor amateur-ensembles en bevat om die reden nauwelijks passages die van executant of toehoorder veel raffinement vereisen, en in zijn oorspronkelijke vorm bevredigt het stuk dan ook niet helemaal. Dat het toch zo snel tot het klassieke repertoire is gaan behoren, danken we dan ook aan de concertbewerking van Wim Feijen en Netty van Gasteren: zij hebben voor Shiloach’s Algorithme gedaan wat Maurice Ravel deed voor de Schilderijententoonstelling van Modest Petrovitch Moussorgski. Ik breng U nu een uitvoering van Shiloach’s Algorithme in de versie van Feijen en van Gasteren, aangevuld met eigen cadenzen. Zo, dat was dan 17 jaar “Inleiding tot de Kunst van het Programmeren”: 17 bewogen jaren. (Ze bewegen nog steeds, mogen wij wel zeggen.) Een terugblik zij mij vergund. Hoe veelbewogen die jaren zijn geweest wordt onmiddellijk duidelijk als we naar de naamsveranderingen kijken. Begonnen wij 17 jaar geleden met de Kunst van het programmeren, 8 jaar later hadden wij het over ft discipline of programming en nog eens 8 jaar later verkreeg The science of programming burgerrecht. Deze progressie is zelfs voor de leek een onmiskenbaar symptoom dat er in die jaren veel moet zijn gebeurd. De Kunst van het Programmeren: de naam was geen grapje, hij weerspiegelt heel duidelijk de tijd, waarin hij is ontstaan. Zo verscheen een jaar later Vol. I van het boek van Donald E.Knuth dat de naam “The Art of Computer Programming” mee zou krijgen. De naamkeuze was ingegeven door een mengsel van bescheidenheid en ambitie. De bescheidenheid bestond daarin dat we, door over de kunst te praten, aangaven, dat de wetenschappelijke discipline nog niet bestond. (En zelfs 8 jaar later, toen dat allemaal heel anders was komen te liggen, kozen we heel bewust “A Discipline”: men lette op het onbepaalde lidwoord!) De ambitie bestond daaruit, dat we het vak ten duidelijkste boven het toen vigerende niveau van adhoccery wilden uittrekken. Het gebruik van de term kunst leek die ambitie duidelijk te verwoorden, te meer daar het duidelijk was dat de gewenste ontwikkeling zijn eerste impulsen uit esthetische overwegingen zou moeten krijgen. Terugblikkend moet ik erkennen de rol van die esthetische overwegingen voorzover ik mij kan herinneren destijds onderschat te hebben. Ik was mij er wel erg van bewust dat het geen zin had een uitgebreid formeel systeem te ontwikkelen en ons de bijbehorende manipulatieve vaardigheden eigen te maken voordat we heel zorgvuldig hadden gekozen, wat we nu eigenlijk wilden formaliseren en op wat voor soort programma’s we eigenlijk wilden afstevenen. We wisten een paar dingen inmiddels: we wisten dat de goto-statement een bron van ellende was, en begrepen zelfs gedeeltelijk waarom; we wisten, dat re-cursie een schitterend stuk gereedschap kon zijn. Maar het was nog heel duidelijk tasten; vandaar het esthetisch kompas. Even vooruitlopend moge ik illustreren hoezeer nog zes jaar later —en we zijn dan in 1973— de esthetiek richtinggevend was. De generalisatie van de if-then-else-clause naar de alternatieve constructie met de z.g. guarded commands ontstond uit het verlangen om in de uitdrukking voor het maximum van twee getallen de symmetrie tussen die twee getallen niet te verstoren. Op het moment dat ik zag dat mijn manier van symmetriehandhaving de introductie van nondeterminisme impliceerde, heb ik daar in eerste instantie nauwelijks bij stilgestaan: mijn eerste reactie op de introductie van nondeterminisme was van een gelaten “nou, dat moet dan blijkbaar”. Hoe groot de toen achteloos genomen stap was geweest heb ik me pas veel later gerealiseerd toen de eerder genoemde Knuth hem karakteriseerde als “a giant leap”, 8

cavia


Wat ik, door esthetische overwegingen primair te appreciëren als provisorisch richtsnoer, toen onderschat heb is hoe elegance een steeds centralere plaats in onze overwegingen zou gaan innemen naarmate de tijd voortschreed. Later heb ik in alle toonaarden bezongen dat in computing science wiskundige elegance niet beschouwd moest worden als luxe, maar als harde noodzaak. In 1967 zag ik dat beslist nog niet met de helderheid waarmee we er nu van zijn doordrongen. Helaas was de gekozen benaming niet zo duidelijk als we gehoopt hadden: behalve tot schampere opmerkingen heeft hij, vrees ik, meegewerkt aan het misverstand dat het vak niet te leren zou zijn, dat het tentamen toch een loterij was En dat het daarom weinig zin had je er op voor te bereiden. Het behoeft geen betoog dat het tentamen voor studenten, die deze onjuiste conclusies trokken en daar naar handelden, inderdaad in een loterij ontaardde, maar dan wel een loterij met louter nieten. Het tentamen is hierdoor wel in opspraak gekomen, maar iedere keer dat we het controleerden bleken de cijfers voor “de kunst” zo schitterend te correleren met andere erkend selectieve tentamina, dat wij ons geen zorgen hebben gemaakt en het verwijt, dat het tentamen voor “de kunst” een intelligentietest was, als compliment naast ons hebben neergelegd. En dat was dan waarschijnlijk wat naief; volledig terecht, maar wel wat naief. Het gaat mij evenwel wat ver, de misverstanden louter aan de gekozen benaming te wijten. We waren voor Nederland waarschijnlijk ook wat vroeg: het was de tijd dat je als vooraanstaand Nederlands wiskundige zonder gezichtsverlies nog met trots kon verklaren “natuurlijk niets van computers te weten”. Internationaal gezien waren we niet te vroeg. In 1968 kwam op de beroemde NATO Conferentie te Garmisch-Partenkirchen de “software crisis” in de openbaarheid. Datzelfde jaar trad een substantieel gedeelte van de IFIP Working Group 2.1 uit. Voor de uittredende leden was het politieke breekpunt de IFIP-bekrachtiging van ALGOL 68, een bekrachtiging, die zij misplaatst vonden. Van meer belang is de kern van hun motivering, nl. dat zij niet zagen hoe ALGOL 68 bijdroeg tot het moeilijkste aspect van de taak van de programmeur, nl. het scheppen van vertrouwen in de correctheid van zijn programma’s. Slechts een jaar later, in 1969, —en hier heeft de visie van de toemalige president van IFIP, Heinz Zemanek, waarschijnlijk de doorslaggevende rol gespeeld— werd een nieuwe IFIP Working Group opgericht: WG 2.3, met als charter “Programming Methodology”. Inmiddels was “Notes on Structured Programming” via het informele circuit in omloop en ‘dankzij de juist populair wordende copieermachines spoedig wijdverbreid. [Geheel terzijde. Op het ogenblik vervloeken wij de copieermachines als de apparatuur, zonder welke de bestuurlijke verlamming van de universitaire democratisering zich niet zou hebben kunnen voltrekken, en het is niet misplaatst Xerox Corporation zijn rechtmatig aandeel toe te kennen in de wereldwijde verloedering van het academisch bedrijf. Tegelijkertijd dienen wij evenwel te erkennen dat de copieermachine een enorme rol speelt in de wetenschapsontwikkeling: een goed idee blijft niet meer geheim, en dat is een onschatbaar winstpunt.] In het begin van de 70-er jaren kreeg het college zijn eerste dictaat: “An Introduction to the Art of Programming”. Ik kom nog geregeld verwijzingen daarnaar tegen, maar kan niet achterhalen of deze mogelijk zijn geworden door het informele circuit, dan wel door het feit dat The Indian Computer Society het in een waarschijnlijk gigantische oplage heeft herdrukt en verspreid. Het college is zijn werkelijke invloed waarschijnlijk pas gaan doen gelden in 1973 toen het Niklaus Wirth uit Zürich tot de publicatie van zijn “Systematic Programming” had geinspireerd. In 1976 verscheen “A Discipline of Programming”, 5 jaar later verscheen van David Gries het duidelijk daardoor geinspireerde “The Science of Programming” en was de oprichting van het tijdschrift van Elsevier “The Science of Computer Programming” een feit. Inmiddels had collega Martin Rem, toen hij van CalTech terugkwam, het college overgenomen. Onder zijn zorgvuldige begeleiding is de veelbelovende puber tot volwassenheid gekomen. Let wel: volwassen betekent niet klaar, het betekent volwassen. Het college had zijn tijd van wonderkind gehad, de ernst des levens diende zich aan. Formele technieken zijn, zowel bij zomer 2003

9


probleemanalyse als bij de constructie van oplossingen, een steeds grotere rol gaan spelen. De formele manipulaties zijn gestroomlijnd en gesystematiseerd en het vocabulaire dat in problemen herkenbare patronen beschrijft heeft zich ontwikkeld. In de jaren dat Martin Rem het college ontwikkelde, groeide dankzij mensen als Wim Feijen de instructie zonder tot routine te vervallen tot een solide traditie. Kortom: een bloeiende activiteit in de kracht van zijn leven, een activiteit waarin het ideaal van Von Humboldt, nl. de verstrengeling van onderwijs en wetenschappelijke ontwikkeling, volledig tot zijn recht is gekomen. Dankzij wat wij in ons optimisme nog 2-fasen structuur noemen, hoewel het ernstig te bezien valt of die 2de fase ooit gerealiseerd kan worden, houdt dit college nu op te bestaan. Vrolijk stemt dit niet. Maar we kunnen proberen ons te troosten en wat lichtpuntjes te ontwaren. (Dat is nl. nog niet wettelijk verboden.) We kunnen in elk geval dankbaar terugzien op de afgelopen 17 jaar, dankbaar dat het college tot wasdom heeft kunnen komen, dankbaar jegens alle instructeurs die tot de perfectie en verbreiding hebben bijgedragen, en dankbaar jegens al die studenten en anderen, die het college niet als spons, maar als wetsteen hebben bijgewoond. We mogen ook dankbaar zijn voor wat we er zelf van hebben geleerd. Het heeft ons geleerd dat zoiets als programming methodology inderdaad bestaat; het heeft ons ook het bewijs geleverd dat dit onderwerp doceerbaar is —wat niet betekent dat iedereen het leren kan, maar dat is met elk doceerbaar onderwerp zo— . Het heeft ook onze appreciatie van formele technieken verhoogd: we hebben uit ervaring geleerd dat het wijdverbreide bijgeloof dat formele behandelingen noodzakelijkerwijze vervelend en langdradig zouden zijn om het voorzichtig uit te drukken niet gerechtvaardig is. Als onze ervaringen overdraagbaar zijn tot de wiskunde in het algemeen —en ik zie geen redenen waarom dat niet het geval zou zijn— is daarmee een methodologisch vergezicht getoond om van te likkebaarden. De eigenlijk toch verrassende snelheid waarmee de invloed van dit college zich over de aardbodem heeft voortgeplant is de zoveelste rechtvaardiging voor de verwachting dat in de komende decennia computing science een zeker zo diepgaande invloed op de wiskundebeoefening in het algemeen zal hebben, als in het verleden de physica op de analyse heeft gehad. En dat is een opwindende gedachte! En als laatste troost voor hen die het jammer vinden dat dit college in de kracht van zijn leven ophoudt te bestaan een herinnering aan het welbekende advies het feest te verlaten wanneer het nog leuk is. Namens alle betrokkenen dank ik U voor Uw aandacht. Plataanstraat 5

7 december 1983

5671 AL NUENEN

prof.dr.Edsger W.Dijkstra

The Netherlands

Burroughs Research Fellow

10

cavia


Go

Tim van Erven

Go is een bordspel afkomstig uit China. Er zijn verschillende verhalen over hoe het daar zo'n vierduizend jaar geleden ontstond. Volgens sommigen was het een voorganger van de abacus; anderen denken dat het gebruikt werd om de toekomst te voorspellen. De witte en zwarte stenen van het Go-spel zouden daarbij yin en yang voorstellen. Hoe het ook zij, het is zeker dat Go rond zeshonderd na Chr. een belangrijke plaats in de Chinese maatschappij had ingenomen. In die tijd werd van iedere welgestelde man verwacht dat hij het spel beheerste. Vanuit China verspreidde Go zich al vroeg naar Korea. In de zevende eeuw na Chr. kwam het naar Japan waar het nog steeds bijzonder populair is en van daaruit bereikte Go tenslotte de rest van de wereld. Het spel Materiaal - Go wordt meestal gespeeld op een bord met negentien horizontale en negentien verticale lijnen. Voor kortere partijen of instructie worden echter ook wel borden van dertien bij dertien, negen bij negen, of zelfs zeven bij zeven gebruikt. Er wordt gespeeld met lensvormige witte en zwarte stenen. Zetten - Tijdens het spel leggen de spelers ombeurten een steen op een onbezet snijpunt van lijnen. Ze proberen daarbij een zo groot mogelijk gebied te beheersen. In vergelijking met dammen en schaken wijkt Go nogal af. Zwart mag namelijk beginnen en stenen mogen eenmaal gezet niet meer verplaatst worden. Het bord wordt daardoor tijdens het spel steeds voller. Bovendien mogen de spelers passen als ze geen zetten in hun voordeel meer zien. Wanneer beide spelers twee maal achter elkaar passen is het spel afgelopen. Ketens - Centraal in Go staat het begrip keten . Een keten bestaat uit ĂŠĂŠn of meer stenen van dezelfde kleur die direct via een lijnstuk aan elkaar grenzen. Ketens groeien door er stenen aan te leggen en kunnen op die manier ook met elkaar verbonden worden. Voor iedere keten kunnen we het aantal vrijheden tellen. Dat zijn de onbezette punten grenzend aan de keten. De keten in het plaatje hieronder hiernaast heeft bijvoorbeeld zestien vrijheden. Dood of gevangen - Spelers kunnen ketens van de tegenstander proberen te veroveren. Dat doen ze door alle vrijheden van een keten te bezetten. De stenen in zo'n keten zijn dan dood en worden van het bord genomen. Aan het eind van het spel worden dode stenen van het gebied van de speler met dezelfde kleur afgetrokken. Stenen kunnen ook gevangen worden. Dat betekent dat de tegenstander ze op ieder moment zou kunnen doden, maar dat (nog) niet heeft gedaan. Gevangen stenen sterven aan het eind van de partij en worden dan hetzelfde behandeld als dode stenen. Leven - Er zijn verschillende manieren om te voorkomen dat een keten gedood wordt. De belangrijkste is het maken van twee ogen (zie ook het plaatje hiernaast). Een oog is een onbezet punt dat door een keten helemaal omsingeld wordt. Als een keten twee ogen heeft kan de tegenstander nooit alle vrijheden van die keten bezetten zonder zijn eigen

zomer 2003

11


stenen eerst de dood in te jagen. Dat is echter verboden, waardoor zo'n keten onmogelijk gedood kan worden. Een keten die niet gedood kan worden noemen we levend. Gebied - Zoals gezegd proberen spelers met hun zetten zoveel mogelijk gebied te beheersen. Om gebied als het zijne te kunnen claimen moet een speler voor twee dingen zorgen. Ten eerste moet hij het gebied insluiten met zijn stenen. Ten tweede moeten beide spelers het erover eens zijn dat iedere steen die de tegenstander in het gebied van de speler zou plaatsen direct gevangen zou zijn. Mochten de spelers hierover van mening verschillen dan moet er verder gespeeld worden tot het gelijk van ĂŠĂŠn van beide bewezen is. Het doel van het spel - De speler die op het eind van het spel na aftrek van dode stenen het meeste gebied over heeft, is de winnaar. Een typische beginnersfout is om veel moeite te doen om stenen van de tegenstander te doden. Bij Go is de waarde van individuele stenen echter niet zo groot. Gevorderde spelers zullen zich daarom meer richten op het beheersen van veel gebied. Bijzondere gevallen Ko - Het is mogelijk dat er tijdens het spel een situatie ontstaat waarin een speler direct terug kan slaan nadat een steen van hem door de tegenstander is gedood (zie hiernaast). Als hierbij dezelfde bordsituatie ontstaat als voor de zet van de tegenstander is er sprake van een ko . Om oneindig heen en weer slaan te voorkomen bestaat er voor dit soort situaties een speciale regel. Die zegt dat spelers niet direct terug mogen slaan in een ko. Ze mogen echter wel eerst een andere zet doen en in een latere beurt terugslaan. Ko's moeten aan het eind van de partij verbonden worden. Seki - Een ander speciaal geval treedt op wanneer er sprake is van een seki. Dat is het geval als een groep leeft zonder twee ogen te hebben. Het plaatje op de volgende pagina geeft een voorbeeld van een dergelijke situatie. In die situatie kan zwart de twee witte stenen gemarkeerd met driehoeken niet doden zonder zelf gedood te worden. Wit kan de zwarte groep echter ook niet doden zonder zijn twee stenen kwijt te raken en zwart de gelegenheid te geven beide zwarte ketens te verbinden. Als wit namelijk op het punt aangegeven met een 1 speelt, speelt zwart op 2 en vice versa. In dit geval beheerst geen van beide spelers de twee lege punten naast de twee witte stenen. Dit zijn neutrale punten. Ze tellen aan het eind van het spel voor geen van beide spelers als gebied. Voorgift - Misschien wel het meest bijzondere aan Go is dat spelers van verschillende sterktes toch uitdagende partijen tegen elkaar kunnen spelen. Dit wordt mogelijk gemaakt door de zwakste speler voor het spel begint al een aantal stenen op vaste punten op het bord te laten zetten. Deze stenen worden een voorgift genoemd. De speler die een voorgift krijgt speelt altijd met zwart en de voorgift wordt gezien als zijn eerste zet.

Een ko. Wit heeft als laatste de steen aangegeven met een cirkel gezet.

Het spelverloop Een typische Go-partij begint in de hoeken. Daarna verplaatst de strijd zich meestal naar de randen om zich uiteindelijk naar het midden uit te breiden. Ervaren spelers zullen eerst delen van het bord globaal proberen te beheersen. Pas aan het eind van het spel wordt er dan om individuele punten gevochten. Het komt hierbij regelmatig voor dat gevangen stenen plotseling weer tot leven komen doordat een keten van de tegenstander wordt gedood. 12

cavia


Echter, lang niet alle spellen volgen dit spelverloop. Er kan bijvoorbeeld een situatie ontstaan waarin het lot van een grote groep afhangt van het beheersen van een enkel punt. In zo'n geval zal er al eerder in het spel om individuele punten gestreden worden. Het is daarbij goed mogelijk dat de strijd zich vanuit één van de hoeken over het hele bord uitbreidt. Tot besluit In dit korte stukje zijn al een paar standaardsituaties zoals ko en seki de revue gepasseerd. In ieder Go-boek zijn er nog vele meer te vinden. Ondanks deze herkenbare patronen is iedere partij uniek. Vanwege het grote aantal mogelijke zetten zal een nieuw spel al in het begin sterk afwijken van eerder gespeelde spellen. Dit maakt iedere Go-partij een nieuwe uitdaging. Bronnen Boeken Kaoru Iwamoto "Go voor beginners", ISBN 90-6291-258-3 Websites http://www.gobond.nl/ De officiële website van de Nederlandse Go Bond. http://nis.acs.uci.edu/strombrg/go-start.html Een lijst van Go-gerelateerde websites. Helaas werken niet alle links. http://www.gnu.org/software/gnugo/gnugo.html Een gratis en open source programma dat Go speelt. Het is beschikbaar voor Windows, Mac OS/X en Linux. http://www.usgo.org/ De officiële website van de American Go Association.

zomer 2003

13


Het nieuwe VIA-bestuur

Janneke van der Zwaan

Op woensdag 5 februari is het bestuur van de VIA gewisseld. Aan mij de eer om het nieuwe bestuur voor te stellen. Op de foto staan, van links naar rechts: Henriette Cramer (SWI). Henriette is onderwijscoĂśrdinator. Zij houdt zich bezig met onderwijszaken in de breedste zin van het woord: Het verbeteren van het onderwijs, het betrekken van studenten bij onderwijszaken (studenteninspraak), overleg met het onderwijsinstituut, opleidingscommissies en de studentenraad, het bijhouden van een tentamenbank, het behandelen van klachten over onderwijs en faciliteiten (zoals computers), enzovoorts. Niels Monshouwer (AI). Als voorzitter heeft Niels de leiding over het bestuur. Ruben Boumans (AI). Ruben is de Mediacommissaris. Hij is verantwoordelijk voor het (regelmatig) verschijnen van de Cavia. Martijn Hoekstra (Natuurkunde). Deze Martijn is de Activiteitencommissaris. Hij bedenkt en organiseert activiteiten: borrels, excursies, een LAN party, enzovoorts. Verder zorgt hij dat de VIAkelder regelmatig geopend is. Daan Vreeswijk (AI). Daan is penningmeester. Hij zorgt dat het geld dat binnenkomt op een goede manier besteed wordt. Janneke van der Zwaan (AI). De secretaris houdt zich bezig met allerlei administratieve zaken. Verder onderhoudt ze het contact met de leden. Iedereen ontvangt in ieder geval elke week een mailtje met de activiteiten. Martijn Stegeman (Informatica). Martijn is verantwoordelijk voor de commerciĂŤle zaken. Hij zoekt sponsors en onderhoudt contact met bedrijven. Verder houdt hij zich bezig met de boekenverkoop en de website. We zijn allemaal vol enthousiasme begonnen aan dit bestuursjaar. Een van de eerste dingen die we hebben ingevoerd is de filmmiddag (iedere woensdag in de VIA-kelder). Verder hebben we de vaste donderdagborrel weer ingevoerd. Kom dus ook gezellig eens langs in de pas verbouwde VIA-kelder.

14

cavia


De deal.

Manfred Stienstra

Eddie schreeuwt, "Godver man". D vraagt, "Wat wat?". "We moeten NU naar Rotterdam. Ik kom je zo halen!" Vijf minuten later scheurt er een antreciete Manta, 'van deze is er maar eentje op de wereld, moet je naar die moterkap kijken', over de ring. 180 met mijn lul over het stuur-stijl. Een zwarte BMW probeert even bij te blijven, maar verliest het op snelheid en stijl. Afslag 116, links, bij de stoplichten links. De Manta rolt koel uit en komt tot stilstand naast de brandtrapuitgang van een flat. Uit de auto komt een slepende bas. De brandtrap-deur slaat open, er komt een klein figuur uit. Hij loopt naar de auto en stapt in. Eddie draait het volume lager en zegt, "Hee gast". "Hee gast. Gassen maar". Hij trapt het gas in en draait de parkeerplaats af. De ring op richting Rotterdam. "Wat is de payload?". "Kijk maar in die doos bij je voeten, gast." "Kerel..." "Dat is toch wel genoeg" Na een half uurtje rijden komt het tweetal aan in Rotterdam. Ze stoppen op een verlaten pompstation. Net als ze stil staan gaat er een telefoon over. "Ja?" "Heb je de shit?" "Ja, heb jij de Melk?" "Zeker" "Baja Beach Club, 10 minuten?" "Prima" De Manta glimt in de gloed van de natrium lichten boven de wegen van de binnenstad van Rotterdam, na 10 minuten worden ze vergezeld door de neon verlichting van de Baja Beach club. De uitsmijters kijken geinteresseerd naar de auto. Er komt een jonge vrouw aangelopen, ongeveer 1.75, zwart haar. Doorzichtig topje, kort rokje, zwarte laarzen met stiletto hakken. "Ik zei toch dat ze goeie tieten had", zegt Eddie. "Zekers", antwoordt D. D geeft Eddie de doos. Eddie stapt uit en loopt op de vrouw af. "Geile laarzen Simoon". Ze lopen samen een parkeergarage in. Even later komen ze weer naar buiten. Eddie heeft twee flessen in zijn handen. Hij neemt afscheid van de vrouw en stapt weer in en geeft de flessen aan D. "Ok dan", zegt D. De Manta komt met piepende banden in beweging. Nagekeken door de uitsmijters en een groepje geinteresseerde jongeren begint de auto zijn terugreis.

zomer 2003

15


Nieuwe lullen en andere leden

Martijn Hoekstra

Diep in de VIA ligt een verlangen verankerd. Een verlangen naar verder kijken, een verlangen naar horizonverbreding, een verlangen naar reizen. Toen onze penningmeester ons vorig jaar vertelde dat een 30-daagse rondreis kriskras door China, Nepal en Tibet er niet inzat besloot men dan toch in ieder geval naar Boston te gaan. Heden, 2 jaar later: VIA is arm en we komen niet verder dan Zeeland. Zogezegd zo gedaan. Campings werden geboekt, plannen bedacht. Bier werd besteld en reisplannen opgetrokken. Het KNMI gebeld en geconcludeerd: het zou kutweer worden. De plannen werden licht gewijzigd. In plaats van naar Zeeland gingen we naar Groningen. In bungalows wel te verstaan. De keuze voor Groningen is een goede geweest, we baadden in comfort en we hebben nauwelijks regen gezien. Na een hoeveelheid authentiek Groningse Cola (spreek uit: ‘Koe-lè) kwamen we aan op Natuurpark Suyderoogh. Eén blik op het park was genoeg om te beseffen: bij het inchecken zijn wij géén studievereniging. Wij zijn een Fysisch-Mathematisch genootschap. En dat werkte, vriendelijk werden we naar onze bungalows gewezen. Ik kan u zeggen, wilt u een keer naar NoordGroningen, ga naar Natuurpark Suyderoogh. Een heerlijk rustige natuurvakantie is gegarandeerd. U loopt zelfs kans om de internationaal bedreigde diersoort de Visarend tegen het beschermde lijf lopen. Tenzij u naast 23 studenten van een Fysisch-Mathematisch genootschap bivakkeert natuurlijk. Een uitgebreid relaas over de activiteiten is helaas moeilijk te geven omdat het stilzitten en bier drinken daar een belangrijk deel van opgevuld heeft. Wel is er veel gebasketbald en gezwommen; het zwembad verdient een bijzondere aantekening. Hoewel het bad zelf niets bijzonders was, was het meestal leeg, op drijfattributen na. Daar kan je meer lol mee hebben dan lijkt. Zo was het frisbeeën met mansgrote drijfschijven in, evenals het meppen met drijfplankjes. Maar niets was zo leuk als het relaxed ronddobberen op het grote blauwe fallussymbool, om er later iemand genadeloos mee om de oren te slaan. En dan is er natuurlijk het Hilleke-lanceren. Ook van het basketbalveld is fanatiek gebruik gemaakt. Nooit geweten dat geeks zo sportief zijn. Wat dikke witte buiken inclusief de mijne kwamen in de frisse buitenlucht en speelden alsof hun leven er vanaf hing. Als tegenwicht was het dan tijd voor een warme voedzame maaltijd. Ik wil hierbij twee absolute meesters aandragen: Ruben, meester der pannenkoeken, en Paul, meester der hamburgers. Met als aantekening dat Ruben dan wel de Zen-meester van de pannenkoeken is, wegens de uren die hij met het beslag bezig is geweest, maar eerlijk is eerlijk, om met zijn eigen woorden te spreken: “het wordt dan ook héél goed beslag”. En zo is het. Wat is er verder gedaan? Catan en schaak-spelen. Bier drinken. Veel bier. Bier is goed. Bier is mijn vriendinnetje. Kappertje gespeeld. Ruben gedraagt zich nu niet alleen als een Zen-meester, hij ziet er ook zo uit. En vooral heel veel suffe verhaaltjes verteld. Maar daar had je bij moeten zijn. Had je sowieso. Zit je al in een commissie? Nou, doe dat dan!

16

cavia


Microsoft-software bij VIA Leden van VIA kunnen vanaf heden terecht in het kantoor P.119 in Euclides om CD's met Microsoft-software te lenen. Dit is gratis, maar volledig legaal, en je krijgt persoonlijke codes om de software thuis te installeren. Onder de beschikbare producten bevinden zich alle server-software, alle operating systems en natuurlijk de ontwikkelsoftware. De belangrijkste producten zijn natuurlijk Windows XP, Visual Studio .NET en Visio 2002. Meld je voordat je langskomt even aan op de volgende URL: http://via.uvastudent.org/msdn/ Als je voor het eerst een CD komt lenen, betaal je 2 euro om de kopieerkosten te dekken. Office is bij ons niet verkrijgbaar. Voor het aanschaffen van CD's met Office XP voor 20 euro kun je terecht op http://www.surfspot.nl/

NIQAAB 2K3

zomer 2003

David Stibbe

17


Film: Samurai fiction

Aziz Baibabaev

Het is zondag avond, 23:55. Mijn Java-opdracht submittend bedenk ik me of ik zo ga slapen. Na een korte doch effectieve wandeling langs de donkerste hoeken van mijn harde schijf zie ik ineens iets dat er niet thuis hoort: Samurai Fiction. Terwijl ik steeds nieuwsgieriger word naar wat er achter deze foutklinkende naam verscholen zit, verlang ik naar mijn warme bedje. Het is inmiddels een regelmatig verschijnsel dat mijn zondagsdromen van top tot teen in Java gecodeerd zijn. Tja, je onkomt er niet aan na een hele dag hersenkraken over Ruud Roël’s creaties. Aldus zie ik een zuchtend iemand in het donker dubbelklikken, en achterover leunen. Pulp Fiction? Een gemiddelde lezer zal het al opgevallen zijn, echter betreft het hier geen slappe parodie. Samurai Fiction is een volwaardige film. Het is daarentegen wel gemaakt in de stijl van Tarantino's Pulp Fiction. De term komt uit de Amerikaanse magazines die in de eerste helft van de twintigste eeuw een trend vormden. Ze waren geprint op goedkoop ‘pulp’-papier en bestonden uit fantasievolle, escapistische fictie die op het mainstream publiek waren gericht. Zeer kenmerkend was dat er eindeloze vrijheid bestond in het plot. Geen verhaalwending was te gek. Die enorme vrijheid is zeer evident in Samurai Fiction. De onvoorspelbaarheid van de film is voor mij dan al reden genoeg om ervan te genieten. Vleugje Sushi Het verhaal begint met het introductie van een Samurai-clan. Deze heeft een zwaard in bewaring dat ze, als teken van respect, jaren geleden van hun landheer kregen. Uiteraard wordt deze gestolen, en de jacht op de dief begint. Drie jonge en niet bepaald snuggere Samurai zetten de achtervolging in. Helaas voor hen is de dief een doorgewinterde zwaardmeester die mensenlevens niet spaart als er een reden voor is. Het verhaal wordt van twee zijden belicht. Die van de mysterieuze dief en die van de Samurai. Ook al lijkt uit het bovenstaande dat het hele plot om het zwaard draait, in de praktijk is dat zeker niet het geval. Veel komische, bizarre en meest onverwachte wendingen staan de kijker te wachten. En voor de liefhebber van de Japanse krijgskunsten is er veel te bewonderen. Wees echter gewaarschuwd, dit is geen standaard flashy kung-fu actiefilm. De battles zijn er genoeg, maar wel realistisch. Voor de niet gore-liefhebbers: gewelddadigheid is zeer beperkt gehouden. Tunes & Tricks Verder wordt er door de hele film heen met kleur gespeeld. Niet super origineel maar alsnog acceptabel. Alles is gefilmd in zwart-wit, eerste paar minuten is het dan ook even wennen, maar al snel zit je er helemaal in. Als er een Samurai-battle fataal afloopt krijgt het beeld bijvoorbeeld een rode tint. Zeer cliché, maar aan de andere kant ook zeer cool met inachtname van de stijl. Het grappige is ook dat je de kleurovergangen niet echt opmerkt. Ik in ieder geval had na dat de film was afgelopen pas door wanner ze gebeurden. Alles zit goed en vloeiend in elkaar. Geluid is verder zeker de vermelding waard. Geen Japanse muziek dit keer, maar regelrechte rock/jazzy tunes.

18

cavia


Dit is de eerste grote film van de regisseur, Hiroyuki Nakano. Hiervoor werkte hij voornamelijk aan music clips: misschien is dit wel de reden voor de controverse en toch goed passende soundtrack. Kijkuh of niet Kijkuh? Wel! Ik moet zeggen dat ik het zeer vermakelijk vond, hoewel ook ik van slechte films kan houden. Niettemin, mooie plaatjes, goede muziek, een bizar plot en een vleugje sushi zijn de ingrediĂŤnten die mij in het donker glimlachend, twee uur lang aan het scherm hadden geboeid. Dit is een film die je meestwaarschijnlijk niet gezien hebt, en nooit zal zien. Tenzij je deze film tijdens de VIAfilmmiddag komt kijken onder het genot van een biertje of een snackje.

SSH auto-login

Frank van Waveren

Lange tijd was het mogelijk om door middel van SSH met public keys op gene in te loggen. Met andere woorden, je kon op gene keys instellen waarmee je dan vanaf andere computers in kon loggen zonder dat je elke keer een wachtwoord hoefde in te tikken. Handig als je je practicum thuis doet. Maar plots, in november, verscheen er in plaats van de vriendelijk shell prompt op gene een kil verzoek om een wachtwoord. De verklaring, volgens support: "Het is binnen FNWI policy om met een wachtwoord in te loggen". Public key authenticatie was uitgezet. Spijtig, maar dat kunnen we op een informatica faculteit toch niet zomaar laten gebeuren. Daarom hierbij een simpele kludge om OpenSSH z'n wachtwoord uit een file te laten halen, waardoor je geheel volgens de FNWI policy (je gebruikt immers een wachtwoord), maar toch zonder extra tikwerk op gene kunt inloggen. Op het moment alleen voor linux+glibc, maar als er vraag is naar support voor andere unices, laat het weten. De source-code (4661 bytes) is te verkrijgen op het volgende adres: http://www.var.cx/utils/sshfu.c

zomer 2003

19


Game corner

Tonnie Wessling

Deze recensie gaat over het spel Impossible Creatures. Dit is een Microsoft Game (eigenlijk niet zo goed om gelijk voor de eerste review de minst politiek correcte spelfabrikant te kiezen, maar ach) en het ziet er ook typisch als zodanig uit. Het type graphics lijkt bijzonder veel op Age of Mythology, wat weer lijkt op Age Of Empires - die kennen we allemaal. Ook dit spel is van het genre “bouw je basis, bouw een leger en hak in op je tegenspeler”. Hier zijn er al meer dan genoeg van, maar het ‘nieuwe’ en meest interessante van dit spel is dat je beesten moet bouwen om mee aan te vallen. Zo kun je een leger bouwen van bavianen, sprinkhanen, vreemde vliegende beesten die een beetje op een kruising tussen wespen en tijgers lijken, enzovoort. Al die beestjes kosten natuurlijk resources... geen geld, dat is er niet in het spel. De resources zijn Coal en Electricity. Coal waarschijnlijk voor koolstof, wat de basis is voor zo'n 99,9% van het leven op ons planeetje. De electricity zal dan wel zijn voor de energie, zodat via schei- en natuurkundige processen DNA gevormd kan worden. Van dit interessante proces zie je helaas niks, je beessies komen gewoon met een soort ‘flits’ het gebouwtje uit waar ze geproduceerd waren - doet me denken aan de rol die bliksem speelt bij Frankenstein. Coal moet je, traditioneel volgens een Microsoft-game, weer met speciale mannetjes ophalen. De electriciteit regel je door bijvoorbeeld een turbine op een geiser te zetten, of bliksem op te vangen met speciale gebouwtjes. Die gebouwtjes bouw je weer met diezelfde mannetjes als waarmee je je Coal ophaalt. Ook moet je, weer traditioneel, zorgen dat je population limit niet de grens is van de grootte van je dierenleger. Nou, dat was het standaardgedeelte. Niets nieuws, zou je zeggen. Even apart te behandelen is het type leger waarvan je beessies kunt bouwen. Je kan kiezen uit een voorgeselecteerde verzameling beessies, maar je kan ze ook zelf maken! Je kan zelf dieren maken door 2 (zelf te selecteren) beestjes te nemen en daarvan van de een de poten, de ander de kop, de een weer de staart en van de ander weer het lijf te nemen. Al deze keuzes hebben natuurlijk invloed op de eigenschappen van zo'n beessie: speed, damage, eyesight, enzovoort. Het nieuw gevormde beestje krijgt een uiterlijk dat gebaseerd is op dat van zijn twee 'ouders', hetgeen een erg grappig effect oplevert. Sommige dieren hebben ook speciale gaven, die aan een bepaald lichaamsdeel gekoppeld zijn, zoals bijvoorbeeld het ingraven. Hierdoor wordt het beestje vrijwel onzichtbaar voor je tegenstander en brengt hij de tegenstander meer schade toe. Dit levert wel een extra dimensie op aan je spel; je kan zelf alles combineren en zo een superleger bouwen, maar je kan er ook voor kiezen om alleen voor vliegende beessies gaan, enzovoort. Ook waterbeestjes zijn mogelijk, en je kan zelfs waterbeestjes met landbeestjes combineren. Voor degenen die SimLife een beetje mak vonden en liever zagen dat de beestjes op elkaar inhakten, is dit spel wel leuk. Impossible Creatures kent deze mogelijkheid namelijk wel. Ook is het nog mogelijk om, tijdens het spel, een gebouwtje te bouwen waardoor je research kan uitvoeren op beessies - hierdoor kan je de speed met 5% opvoeren, de eyesight ook zo iets, en dat voor alle abilities. Dit is natuurlijk niet blijvend; bij het volgende potje zijn je beestjes weer als vanouds. Ook nog even goed om te melden: het menu van de game is zeer duidelijk, en de soundtrack is erg vrolijk. Als je aangevallen wordt, krijg je zo'n warcraft-imitatie te horen: “The critters are under attack!!” Och... Wel grappig, maar duidelijk gejat. Al met al ziet dit spel er redelijk tot goed uit, gameplay is simpel, alles werkt voor de hand liggend, lichte originaliteit en niet zo retezwaar voor je computer. Het draait redelijk goed op een Pentium III 800, 320Mb en 32Mb TNT2. Het crasht minder dan AOE of AOM, maar dat is nauwelijks een prestatie te noemen. Totaalscore van mij: een 7,5.

20

cavia


TU/e-Master Information Security Technology

Hannie Horvath

Interview met prof.dr.ir. Henk van Tilborg, hoogleraar aan de TU in Eindhoven over de start van de nieuwe masteropleiding Information Security Technology. Henk, je bent programmadirecteur van de nieuwe masteropleiding Information Security Technology (IST). Kun je met een paar steekwoorden de kern van IST aangeven? De essentie van IST is het beschermen van digitale gegevens tegen ongewenste toegang of verandering ervan. Deze essentie kun je uitbouwen tot technisch complexere zaken en dan kom je tot bijvoorbeeld het op een veilige manier digitaal stemmen en elektronisch betalen. Wat vind jij het fascinerende van IST? Aanvankelijk trok me de geheimzinnigheid rondom dit vakgebied. De spionagewereld is natuurlijk net een heel spannend jongensboek. Dus die spanning trok me erg aan. Later kwam daar het feit bij dat je essentieel de abstracte wiskunde heel vitaal kunt toepassen. Het rekenen met bytes bijvoorbeeld. Wat betekent dat eigenlijk? Hoe kun je bytes met elkaar vermenigvuldigen? En priemgetallen, die zijn van oudsher - de oude Grieken gebruikten deze al - zeer fascinerend geweest. Vanuit de geheimzinnigheid en het fascinerende is dit vakgebied tegenwoordig cruciaal geworden in de huidige informatiemaatschappij. Er wordt steeds wijder onderzoek gedaan en de ontwikkeling erin gaat steeds verder. Neem bijvoorbeeld de beveiliging van je GSM. Hoe is IST ontstaan? Tot halverwege de jaren 70 was IST het terrein van Defensie en de diplomatieke wereld. Er was toen ook geen openbare literatuur beschikbaar. Door de opkomst van digitale netwerken ontstond de noodzaak om digitale gegevens te beschermen tegen misbruik. Onderzoekers van universiteiten en het bedrijfsleven grepen deze noodzaak aan om steeds meer onderzoek daarin te gaan doen. Wordt er wereldwijd onderzoek gedaan in dit vakgebied? Ja, dit vakgebied is wereldwijd. Er vond eerst een verschuiving plaats vanuit de overheid en Defensie naar elektronische industrieÍn die toeleveren aan de overheden. Inmiddels houden ook de bankwereld en consultancybedrijven zich er intensief mee bezig. En de ontwikkeling gaat steeds verder, dus IST is steeds meer nodig. Kijk maar naar het telewerken en besturing op afstand van bijvoorbeeld watercentrales, e.d. Hoe lang werk jij al in het vakgebied van informatiebeveiliging en hoe is je carrière daarin verlopen? Ik ben oorspronkelijk begonnen met werken aan foutenverbeterende codes. Mijn afstudeeronderzoek heb ik gedaan in Amerika bij NASA. Tijdens deze acht maanden heb ik ook nog bij Bell Laboraties gewerkt. Bij NASA werkte ik mee aan het Deep Space Program waarin ze bezig zijn met het sturen van satellieten naar Mars en Venus. Eind jaren 70 kwam de crypto voor het eerst voor in openbare literatuur en daar ben ik me toen ik terugkwam uit Amerika meer op gaan toeleggen. Begin jaren 80 kwam er een cryptologie werkgroepje bij het Centrum voor Wiskunde en Informatica (CWI). Dit werkgroepje is tegenwoordig overgenomen door Euler Institute for Discrete Mathematics and its Applications (EIDMA). Zo'n drie jaar later, dus midden jaren 80, ben ik begonnen met het geven van onderwijs aan de TU in Eindhoven, bij de faculteit Wiskunde en Informatica, op het gebied van cryptologie. Er bestonden geen boeken over cryptologie dus heb ik die zelf maar geschreven. Daarna ben ik me steeds meer gaan toeleggen op cryptologie omdat studenten er om vroegen. Ze wilden er in afstuderen en promoveren. En ook het bedrijfsleven vroeg om mensen in dat vakgebied. Ik werd dus 'gepushed' vanuit de studentenwereld en 'gepulled' door het bedrijfsleven. Wanneer start de eerste masteropleiding IST? Het curriculum start op 1 september 2003 als een aparte Wiskunde en Informatica specialisatie zomer 2003

21


(met een identiek programma). In september 2004 verwachten we dat deze specialisaties verenigd zijn in een zelfstandige masteropleiding. Met welke vooropleiding kun je aan deze masteropleiding beginnen? Als je een Nederlandse universitaire bacheloropleiding hebt in de wiskunde of de informatica kun je rechtstreeks doorstromen in deze masteropleiding. Ook bachelordiploma's in een aanverwant gebied, zoals informatietechnologie, zijn geschikt. De bacheloropleiding moet aansluiten bij het vakgebied IST. Worden nog speciale vaardigheden of interessegebieden verwacht? Er zitten zowel wiskunde (vooral discrete wiskunde) en informatica aspecten in de opleiding. Affiniteit met deze gebieden spreekt dan natuurlijk voor zich. Men moet het leuk vinden om hiermee bezig te zijn. De opleiding is internationaal. Betekent dat dan ook dat deze opleiding ook in het Engels wordt gedoceerd? Ja, de masteropeiding wordt geheel in het Engels gedoceerd. Er wordt nog op ĂŠĂŠn andere plaats in de wereld een opleiding in IST gegeven en dat is in Engeland, namelijk Royal Holloway. Deze opleiding bestaat inmiddels al enige jaren. Verwacht je veel instroom vanuit het buitenland voor deze opleiding? Ik hoop dat we veel instroom vanuit het buitenland zullen krijgen. Maar het zal langzaam gaan verwacht ik. Problemen zoals verhuizen, familie en vrienden in het buitenland moeten achterlaten en dergelijke, spelen dan mee. Maar we proberen zeker om deze mensen binnen te halen. Welk beroep kun je uitoefenen als je klaar bent met deze opleiding? Als master in de IST kom je terecht in de wereld van cryptografische algorithmen, beveiligingsprotocollen, opslag van data, telecommunicatie en informatiebeveiliging. Je kunt als afgestudeerde in de IST optreden als een interne of externe consultant, die verantwoordelijk is voor de veiligheid van informatiesystemen en netwerken, of die zich bezig houdt met veiligheidsvoorschriften van een organisatie of bedrijf. Bij welk soort bedrijven kom je terecht als afgestudeerde in de IST? Bij Philips en andere IT-bedrijven, bij KPN, veel afgestudeerden zullen bij de overheid gaan werken, of bij consultancy bureaus zoals CMG, Price Waterhouse & Coopers, of banken zoals Interpay, ING-bank, ABN-AMRO, etc. Hoe staat het met de werkgelegenheid in IST? Er is meer vraag dan aanbod op het gebied van informatiebeveiliging. Ondanks de recessie in de IT-wereld is dit nog steeds zo. Deze hoge vraag komt mede door de aanslag op 11 september 2002. Er zijn nu nog meer mensen in dit vakgebied nodig om onheil te voorkomen. Wel Henk, dit was mijn laatste vraag. Mag ik je hartelijk bedanken voor dit interview.

22

cavia


Advertentie Ordina


Turn static files into dynamic content formats.

Create a flipbook
Cavia 5 by Vereniging Informatiewetenschappen Amsterdam - Issuu